CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Politieke Avond 26 maart 2025, gemeente Arnhem25.440 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Voor de berekening van de termijn van zes maanden wordt de periode van 1 juli tot en met 31 augustus niet meegeteld. Indien binnen de in het eerste volzin van dit lid bedoelde

In het zevende lid wordt verwezen naar het Reglement van Orde voor de Politieke Maandag. De titel van het Reglement van orde is gewijzigd. Aanpassing is daarom aangewezen.

In het vierde lid wordt verwezen naar de openingstijden van het Klantcontactcentrum. De naam van de betreffende afdeling is gewijzigd en wordt daarom hier nu aangepast.

In het zevende lid is de verwijzing naar de inmiddels vervallen Wet raadgevend referendum verwijderd.

Pagina 3

termijn een of meer stemmingen voor een verkiezing op basis van de Kieswet of een referendum op basis van de Wet raadgevend referendum of deze verordening wordt gehouden, wordt als dag van de stemming voor het referendum aangewezen de dag van die stemming, onderscheidenlijk één van die stemmingen. Een stemming voor het referendum vindt niet plaats op de dag dat een verkiezing van de leden van de raad plaatsvindt. Artikel 6, achtste lid 8. De vraagstelling van het referendum luidt: “Steunt u het voorgenomen raadsbesluit?”. De kiezer krijgt uitsluitend de mogelijkheid te stemmen voor 'ja' of 'nee' of kan een blanco stem uitbrengen.

Artikel 6, negende lid 9. Het college maakt het besluit tot het houden van een referendum, de datum waarop het referendum wordt gehouden openbaar bekend. Het college is belast met de verdere bestuurlijke en ambtelijke coördinatie van het referendum. Artikel 9 Lid 2

Zaaknummer 4380277

termijn een of meer stemmingen voor een verkiezing op basis van de Kieswet of deze verordening wordt gehouden, wordt als dag van de stemming voor het referendum aangewezen de dag van die stemming, onderscheidenlijk één van die stemmingen. Een stemming voor het referendum vindt niet plaats op de dag dat een verkiezing van de leden van de raad plaatsvindt. Artikel 6, achtste lid 8. De vraagstelling van het referendum luidt: “Steunt u het voorgenomen raadsbesluit?”. De kiezer krijgt de mogelijkheid te stemmen voor 'ja' of 'nee' of kan een blanco stem uitbrengen. De raad kan op advies van de referendumcommissie beslissen om een andere vraagstelling, antwoordmogelijkheden en stemprocedure vast te stellen. Artikel 6, negende lid 9. Het college maakt het besluit tot het houden van een referendum, de datum waarop het referendum wordt gehouden en de vraagstelling van het referendum openbaar bekend. Het college is belast met de verdere bestuurlijke en ambtelijke coördinatie van het referendum. Artikel 9 lid 2 (nieuw) 2. Indien de raad op basis van artikel 6 lid 8 van deze verordening heeft besloten tot een andere vraagstelling, antwoordmogelijkheden of stemprocedure wordt de uitslag in afwijking van het eerste lid vastgesteld volgens de door de raad vastgestelde stemprocedure.

In het achtste lid is een aanvulling met betrekking tot de vraagstelling opgenomen. De referendumcommissie kan adviseren om van de vraagstelling ‘Steunt u het voorgenomen besluit?’ af te wijken. Bijvoorbeeld wanneer de vraagstelling daarmee onduidelijk zou worden.

Om de hiervoor gemelde reden is aan het negende lid tevens toegevoegd dat de vraagstelling openbaar bekend wordt gemaakt.

Nieuw lid 2 is ingevoegd (onder vernummering van de oude leden 2, 3 en 4 naar 3, 4 en 5). Dit is in aansluiting op artikel 6 lid 8 waar is opgenomen dat de raad op advies van de referendumcommissie kan besluiten tot andere antwoordmogelijkheden of stemprocedure (anders dan enkel een ‘ja’ of ‘nee’ of blanco stem). Als de raad beslist tot een andere vraagstelling, antwoordmogelijkheden of stemprocedure wordt de uitslag van het

Pagina 4

Artikel 10 Voor zover in deze verordening niet anders is bepaald zijn op de stemming en de stemopneming de hoofdstukken J, K, en L van de Kieswet respectievelijk hoofdstuk 9 van de Wet raadgevend referendum van overeenkomstige toepassing.

Artikel 10 Voor zover in deze verordening niet anders is bepaald zijn op • de stemming, • de stemopneming, • en de overige organisatie en uitvoering van een referendum de artikelen van de Kieswet die betrekking hebben op de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van overeenkomstige toepassing.

Artikel 12 In de eerste vergadering van de raad nadat de uitslag van het referendum is bekendgemaakt vindt besluitvorming plaats over het aangehouden besluit dat aan het referendum werd onderworpen.

Artikel 12 In de eerstvolgende besluitvormende vergadering van de raad nadat de uitslag van het referendum is bekendgemaakt vindt besluitvorming plaats over het aangehouden raadsvoorstel dat aan het referendum werd onderworpen. Artikel 14 Ingetrokken wordt de Referendumverordening voor de gemeente Arnhem 2015 Artikel 15 Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 14 Ingetrokken wordt de Referendumverordening voor de gemeente Arnhem 2005 Artikel 15 1. Deze verordening, met uitzondering van artikel 5, achtste lid, en artikel 6, tiende lid, treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2. Artikel 5, achtste lid, en artikel 6, tiende lid, treden in werking op een door het college te bepalen tijdstip. Het college kan hiertoe eerst besluiten indien verzekerd is dat de wijze van indiening van verzoeken op elektronische wijze geen afbreuk doet aan de vereisten van toezicht en betrouwbaarheid.

Zaaknummer 4380277

referendum volgens de vastgestelde stemprocedure vastgesteld. In dit artikel is bepaald dat in Arnhem een referendum wordt gehouden volgens de regels van een gemeenteraadsverkiezing. In de oude tekst stonden verwijzingen naar wettelijke bepalingen die nu niet meer actueel zijn. Daarom zijn deze verwijzingen verwijderd.

Kleine aanpassing van de tekst die in lijn is met de gevolgde procedure bij de vorige referenda in Arnhem waarbij in de eerste besluitvormende vergadering van de gemeenteraad na het referendum over het aangehouden raadsvoorstel besluitvorming plaatsvindt. Dit artikel regelt de intrekking van de oude verordening Op het moment van vaststelling van de vorige verordening was het nog niet mogelijk om op zorgvuldige wijze elektronische indiening van een referendumverzoek te realiseren. Inmiddels is dat, al jaren, wel mogelijk. Daarom is een bijzondere inwerkingtredingsbepaling niet meer nodig.

Pagina 5

Artikel 16 Deze verordening kan worden aangehaald als Referendumverordening voor de gemeente Arnhem 2015

Zaaknummer 4380277

Artikel 16 Deze verordening kan worden aangehaald als Referendumverordening voor de gemeente Arnhem 2025

Het is gebruikelijk dat een verordening een citeerartikel bevat. Deze bepaling voorziet hierin.

Pagina 6

Evaluatie referendumverordening

Gemeente Arnhem Onderzoek en Statistiek / Juridische Zaken Ruben Kroes, Paul Bosch en Miriam Dorigo

Evaluatie referendumverordening

1

Gemeente Arnhem Oktober 2017

Onderzoek en Statistiek / Juridische Zaken Ruben Kroes, Paul Bosch en Miriam Dorigo

Foto voorblad: Adaptatie van Sunset van Jorick Homan https://www.flickr.com/photos/jeehaa/ https://creativecommons.org/licenses/by-sa/2.0/

Evaluatie referendumverordening

2

Evaluatie referendumverordening Evaluatie van aanpassingen van de referendumverordening van gemeente Arnhem

Evaluatie referendumverordening

2

Inhoudsopgave 1 Samenvatting .................................................................................................4 2 Evaluatie op basis van gesprekken .................................................................8 2.1 Aanleiding ................................................................................................8 2.2 Aanpak onderzoek..................................................................................10 3 Uitkomsten evaluatie ...................................................................................11 3.1 Inleiding ................................................................................................11 3.2 Aantal ondersteuningsverklaringen ........................................................11 3.3 Digitaal indienen van ondersteuningsverklaringen ..................................12 3.4 Inleidend verzoek indienen ....................................................................13 3.5 De vraagstelling van het referendum ......................................................13 3.6 De opkomstdrempel ...............................................................................15 3.7 Budget voor voorlichting en organisatie ..................................................17 3.8 Aanvullende opmerkingen ......................................................................21 BIJLAGEN

.....................................................................................................26 BIJLAGE 1. Aangenomen motie "Evaluatie referendum" (16M64) ..................27 BIJLAGE 2. Vergelijking referendumregelingen in Nederland ........................28 BIJLAGE 3. Geïnterviewde personen .............................................................29 BIJLAGE 4 Enquête.......................................................................................30 Eindnoten .......................................................................................................33

Evaluatie referendumverordening

3

1 Samenvatting In dit rapport worden de resultaten weergegeven van de evaluatie van de referendumverordening. Deze rapportage beschrijft hetgeen gezegd is door de geïnterviewden; dat zijn politici en ambtenaren van gemeente Arnhem, maatschappelijke partijen die stelling namen in het referendum van 2016 en wetenschappers met kennis over referenda.

Digitaal indienen ondersteuningsverklaringen

De meeste geïnterviewden vinden dat de ondersteuningsverklaringen digitaal moeten kunnen worden verzameld als de grens 3.000 is. Het digitaal inleveren moet gegarandeerd veilig zijn, bijvoorbeeld d.m.v. DIGID. De grens werd verhoogd naar 3.000 handtekeningen, terwijl digitaal inleveren nog niet mogelijk was. Daarover is ontevredenheid. Men vindt het een goed idee dat een inleidend verzoek tot 3 dagen voor de raadsvergadering mag worden ingeleverd, en dat de raad 'constateert' en niet beoordeelt of aan de voorwaarden is voldaan.

Vraagstelling referendum

Over de vraagstelling van het referendum zijn de meningen verdeeld. Vóór de wijziging pleit dat er geen politieke discussie meer gemoeid is met de vraagstelling van het referendum. Er is geen risico dat het referendum via de vraagstelling op een bepaalde wijze wordt geframed. Tegen de wijziging pleit dat de vraagstelling moeilijk te begrijpen is. Aangezien een referendum een aanvulling is op de democratische rechten van burgers, is het logisch om er zorg

Evaluatie referendumverordening

4

voor te dragen dat mensen deze rechten ook kunnen gebruiken. Wanneer de vraagstelling onbegrip en niet-stemmen tot gevolg hebben, is de vraag of dat gebeurt. Allen pleiten ervoor dat áls de vraagstelling van een referendum losstaat van de titel van een raadsvoorstel, dat dan de formulering wordt besloten door een onafhankelijke referendumcommissie.

Afschaffen opkomstdrempel

Allen zijn het erover eens dat het vervallen van de opkomstdrempel van 30% een goede zet is. Daardoor gaat de discussie weer over de inhoud van het referendum en weerspiegelt de opkomst de ware interesse in het thema.

Budget

Over het uitdelen van een budget zijn de meningen verdeeld. Daarbij speelt de vraag hoeveel budget er nodig is voor een goede campagne en of zich bij elk referendum een voor- en tegenstander opwerpt. Een mogelijkheid is om budget toe te kennen wanneer mensen die potentieel nadeel ondervinden van de uitslag van het referendum niet mondig of vaardig genoeg zijn of geen geld hebben om zichzelf te organiseren. Alle gesproken partijen zijn het erover eens dat er 'immateriële' steun moet zijn voor beide partijen, bijvoorbeeld in de vorm van toegang tot het stadhuis voor debat. Ook kan de gemeente haar subsidies gebruiken om toegang te bieden aan voor- en tegenstanders tot media en locaties om campagne te voeren. Zo kan de bibliotheek bijvoorbeeld ruimte bieden voor een stand of posters.

Evaluatie referendumverordening

5

Referendumcommissie

Een externe, onafhankelijke referendumcommissie wordt door een meerderheid van de geïnterviewden gezien als noodzakelijk of op zijn minst een goed idee. Deze kan een level playing field bewerkstelligen door de organisatie van het referendum op zich te nemen en ruimte te bieden zodat voor- en tegenstanders zich gelijkwaardig kunnen presenteren. Enkelen zijn tegen een commissie, o.m. omdat informatie via de moderne media vrij beschikbaar is voor eenieder, en alle andere taken door de gemeente kunnen worden uitgevoerd.

Aanvullende opbrengst

Nu bespreken we de 'bijvangst' uit het onderzoek. Het is niet altijd makkelijk voor een buitenstaander om het onderscheid te maken tussen het college, ambtenaren, raadsleden en de gemeente als organisator van het referendum. De neutraliteit van de gemeente als organisator kan verloren gaan in het oog van de burger, wanneer er ook politieke standpunten worden ingenomen. Daarnaast is er gesproken over de mate waarin de gemeente als voorstander er in slaagt een duidelijk onderscheid te creëren tussen zichzelf en andere voorstanders van de plannen. Als dit onderscheid niet duidelijk is, dan wekt dat snel het beeld op dat de gemeente niet neutraal opereert of de burger niet serieus neemt. Dit kan leiden tot een afname van betrokkenheid van burgers en maatschappelijke organisaties bij de politiek en beleid. Om die reden is terughoudendheid vanuit de gemeente en het college geboden, en is een externe referendumcommissie een mogelijke oplossing. Daarbij moet de gemeente scherp onderscheid aanbrengen tussen zichzelf en voor- en tegenstanders, zodat haar neutrale positie nicht im frage is en zodat politici toch een standpunt kunnen nemen. Dit is niet voldoende gebeurd in het afgelopen referendum zeggen gespekspartners, en dat kan de gemeente zich aantrekken.

Evaluatie referendumverordening

6

Tenslotte wordt genoemd dat het referendum vanuit de tegenstanders aanvoelde als een noodgreep. Zij voelden zich niet gehoord of zelfs genegeerd via de kanalen waardoor normaal gecommuniceerd wordt tussen gemeente, burgers en maatschappelijke partijen. Omdat de gemeente wel het doel heeft naar burgers te luisteren, is enige reflectie geboden op de vraag waarom die kanalen onvoldoende waren om te voorkomen dat aan de 'noodrem' werd getrokken.

Evaluatie referendumverordening

7

2 Evaluatie op basis van gesprekken

2.1 Aanleiding Door de gemeenteraad is door middel van een motie gevraagd om een evaluatie van de werking van de (nieuwe) referendumverordening. Deze motie is als bijlage toegevoegd1. Vorig jaar is in Arnhem op 30 november 2016 een referendum gehouden over Stadsblokken-Meinerswijk2. De evaluatie betreft niet een beoordeling van de uitkomsten van het referendum maar een beoordeling van de werking van de nieuwe verordening. Het was bij dit referendum de eerste keer dat de nieuwe referendumverordening werd toegepast. De evaluatie richt zich daarom op die onderdelen van de verordening die bij de laatste vaststelling van de referendumverordening (in 2015) zijn gewijzigd3. Deze gewijzigde onderdelen worden hieronder toegelicht. Het aantal ondersteuningsverklaringen voor een definitief verzoek is verhoogd van 750 naar 3.000. De nieuwe verordening schept de mogelijkheid om ondersteuningsverklaringen digitaal in te dienen. Een inleidend verzoek moet minimaal 3 dagen voor een raadsvergadering worden ingediend. Eerder was dit een periode van zeven dagen. De raad 'constateert' dat aan voorwaarden van de inleidende fase is voldaan en stelt de kiezers vervolgens in de gelegenheid om een definitief verzoek in te dienen. Of aan de eisen van de definitieve fase is voldaan wordt niet meer door raad of college, maar door het onafhankelijke stembureau beoordeeld.

De vraagstelling van het referendum luidt altijd: "Steunt u het voorgenomen besluit?", eerder werd de vraagstelling van het referendum afzonderlijk geformuleerd. De opkomstdrempel van minimaal 30% is komen te vervallen. De uitslag is altijd geldig. Evaluatie referendumverordening

8

In de oude verordening was een budget beschikbaar voor voorlichting en organisatie van het referendum. In de nieuwe verordening komt deze bepaling niet voor. De tekst van oude verordening vindt u hier: http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Arnhem/ 2023/2023_1.html De nieuwe verordening vindt u hier: http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Arnhem/ 380796/380796_1.html In bijlage 2 staat een vergelijkende tabel met daarin aspecten van de Arnhemse referendumverordening vergeleken met de referendumverordening in andere steden en in Nederland. Deze aspecten zijn onder meer welke drempels er zijn ten aanzien van ondersteuningsverklaringen en opkomstdrempel en of er subsidie wordt verstrekt ten behoeve van voorlichting en organisatie en of er een referendumcommissie is. Een referendum heeft in vereenvoudigde vorm van de eerste aanzet tot de dag van het referendum de volgende stappen. Inleidend verzoek 750 ondersteuningsverklaringen naar gemeenteraad

tot 3 dagen voor raadsvergadering

Definitief verzoek

Voorbereiding

verzamelen 3.000 ondersteuningsver klaringen op gemeentehuis

debatten, informeren burgers, stellingname maatschappelijke partijen

tot 6 weken na raadsbesluit

3 tot 6 maanden

Referen dum

woensdag

Evaluatie referendumverordening

9

2.2 Aanpak onderzoek De evaluatie heeft plaatsgevonden na het eerstvolgende referendum na de verandering van de verordening. Dit referendum diende als achtergrond om te achterhalen hoe de veranderingen in de verordening in de praktijk uitpakken. De evaluatie betreft niet een beoordeling van de uitkomsten van het referendum, het was bij dit referendum de eerste keer dat de nieuwe referendumverordening werd toegepast. Ten behoeve van de evaluatie is een reeks interviews gehouden met betrokken partijen bij dit referendum, waaronder: voorstanders en tegenstanders van de gebiedsvisie; ambtenaren van gemeente Arnhem die op enige wijze betrokken waren bij het referendum, en twee onafhankelijke personen uit de wetenschap: een hoogleraar bestuurskunde en een universitair docent/onderzoeker bestuurskundige. De interviews hadden een 'topiclist', wat zoveel wil zeggen als een aanpak in de vorm van een gesprek, waarin bepaalde onderwerpen (topics) aan bod komen. Door deze werkwijze komen alle belangrijke onderwerpen aan bod, zonder dat de voor de geïnterviewde belangrijke onderwerpen worden overgeslagen. Verder is alle raadsfracties aangeboden om hun zienswijze te delen door middel van een enquête met open vragen die hen digitaal is toegezonden. In bijlage 3 staat een overzicht van de geïnterviewde personen.

Evaluatie referendumverordening 10

3 Uitkomsten evaluatie

3.1 Inleiding In dit hoofdstuk van het evaluatierapport worden de uitkomsten van de evaluatiegesprekken weergegeven. Hierbij wordt een indeling per gewijzigd onderdeel van de referendumverordening, zoals weergegeven in het vorige hoofdstuk, aangehouden.

3.2 Aantal ondersteuningsverklaringen Het aantal ondersteuningsverklaringen voor een definitief verzoek is verhoogd van 750 naar 3.000. 750 ondersteuningsverklaringen Het aantal van 750 in de eerste fase is geen issue. Een enkeling geeft aan dat dit aantal handtekeningen snel te behalen is door op de markt handtekeningen te verzamelen en dat het om die reden geen echte drempel is. Hier wordt het woord 'ronselen' gebruikt. 6 weken om 3.000 handtekeningen op te halen Men vindt de periode unaniem goed. Als deze periode in de zomervakantie valt, zou mogelijk een verlenging moeten kunnen worden aangevraagd. 3.000 ondersteuningsverklaringen Vooraf leek, volgens verschillende observanten, de verhoging naar 3.000 ondersteuningsverklaringen moeilijk haalbaar, ook gezien de timing in de zomervakantie. Verschillende geïnterviewden geven aan dat het aantal erg hoog is, zeker als er geen mogelijkheid is om de handtekening digitaal te zetten. Het

Evaluatie referendumverordening 11

werd daardoor ingewikkelder dan bij de vaststelling van de verordening voorzien was. Ondanks de zomerperiode is deze drempel toch gehaald. Het aantal van 3.000 is volgens de meeste geïnterviewden goed. Het betekent dat het onderwerp moet leven onder de bevolking. Volgens enkelen schort het wel aan neutrale voorlichting in fase 1 en 2. Alleen degenen die het referendum willen aanvragen voorzien de burger van informatie want er is nog geen tegengeluid georganiseerd. Een aantal geïnterviewden vindt het aantal van 3.000 aan de lage kant. Het verwatert volgens hen de waarde van het referendum, of men is bang dat referendums het bestuur gaan overwoekeren.

3.3 Digitaal indienen van ondersteuningsverklaringen De nieuwe verordening schept de mogelijkheid om ondersteuningsverklaringen digitaal in te dienen. Vrijwel alle geïnterviewden vinden het digitaal inleveren van de ondersteuningsverklaring een goed idee, dat past in deze tijd. DIGID wordt genoemd als te gebruiken techniek, het moet niet te hacken zijn. Een aantal van de geïnterviewden vindt het bezwaarlijk dat de digitale mogelijkheid nog niet werd ingezet tijdens het afgelopen referendum. Eén geïnterviewde vindt het juist charmant dat de handtekening op het stadhuis moet worden gezet. De burger moet het belangrijk genoeg vinden om langs te komen, dit ziet men als een goede drempel. Omdat men de ondersteuningsverklaring niet digitaal kon inleveren, wekte dit bij sommigen de indruk dat het de burger alleen moeilijker wordt gemaakt. Dat komt tevens doordat er 2 locaties waren om de handtekening te zetten (en niet meer), door de openingstijd van de loketten (tijdens kantooruren, slechts enkele keren 's avonds) en doordat de ondersteuningsverklaringen in de zomerperiode

Evaluatie referendumverordening 12

moesten worden verzameld na een uitstel. Vanuit wetenschappelijke hoek wordt aangegeven dat hierin een risico voor de gemeente zit, omdat dit negatief kan afstralen op de gemeente en het standpunt van de gemeente. In dit kader wordt aangegeven dat wie A zegt, ook B moet zeggen. Als de gemeente referenda toelaat als democratisch middel, dan moet de gemeente dit middel serieus nemen. Dat betekent dat het proces goed wordt uitgevoerd en niet te hoge drempels voor de burger moeten worden gehanteerd. Omdat er nog geen digitale mogelijkheid was om de handtekening in te leveren, was het ruimer mogelijk maken van het geven van een ondersteuningsverklaring goed geweest. Met name het beperkt aantal locaties waar een ondersteuningsverklaring kan worden ingediend, wordt in dit verband genoemd.

3.4 Inleidend verzoek indienen De raad 'constateert' dat aan voorwaarden van de inleidende fase is voldaan en stelt de kiezers vervolgens in de gelegenheid om een definitief verzoek in te dienen. Of aan de eisen van de definitieve fase is voldaan wordt niet meer door raad of college, maar door het onafhankelijke stembureau beoordeeld. Dit is volgens de geïnterviewden een goede verandering, mits er controle plaatsvindt of er in het definitieve verzoek afwijkingen zijn van het inleidende verzoek. Eén politieke partij vind het geen goed idee dat de raad enkel 'constateert'; de raad zou moeten vaststellen of aan de eisen van een verzoek is voldaan.

3.5 De vraagstelling van het referendum De vraagstelling van het referendum luidt altijd: "steunt u het voorgenomen raadsbesluit?", eerder werd de vraagstelling van het referendum afzonderlijk geformuleerd.

Evaluatie referendumverordening 13

Over de vraagstelling zijn de meningen verdeeld. Opvalt dat hier een scheidslijn zichtbaar is tussen politici en ambtenaren en maatschappelijke partijen. De politici die we gesproken hebben neigen meer naar het goedkeuren van de nieuwe regel; de beleidsmakers neigen naar een visie in het midden, de andere gesproken partijen zijn tegen de nieuwe regel. De voorstanders geven aan dat toepassing van de nieuwe regel zo min mogelijk discussie oplevert; het is zuiver, neutraal. De vraagstelling kan niet meer beïnvloed worden en móet ook onbeïnvloedbaar zijn. Er is, met de nieuwe regel omtrent de vraagstelling geen politieke discussie meer, en de burger moet gewoon het voorstel goed kennen. Hierbij merken de voorstanders op dat een goede, eenvoudige vraagstelling van raadsvoorstellen van belang is. Zij vinden dat doordat de titel van het raadsvoorstel niet aansloot bij een referendumvraag, er onduidelijkheid en discussie ontstond. De vraagstelling had overigens volgens een aantal geïnterviewden beter gekund, ook binnen de huidige regels van de verordening. Volgens andere geïnterviewden schiet de nieuwe regel zijn doel voorbij. De vraagstelling is te ingewikkeld, zeker voor burgers met een lage taalvaardigheid. Het doel van een referendum is om de democratische rechten van de burgers uit te breiden. Dat gebeurt nu niet.

Als mensen niet begrijpen waar ze over stemmen, krijgen zij geen goede kans hun democratische recht uit te oefenen. Daarom moet de vraag losgekoppeld worden van het raadsvoorstel. Ook werd aangegeven dat omdat de titel van het raadsvoorstel bij de vraagstelling een belangrijke rol heeft, het risico bestaat dat vooraf door die titel al positief wordt geframed. Dat zou kunnen door het meegeven van een zeer positieve en misschien wel populistische titel: "Geen gezeik, iedereen rijk"4. Volgens een aantal geïnterviewden was het beter geweest om de vraag toe te spitsen op het punt waarover men het oneens was. Door de huidige vraagstelling konden beide partijen het referendum ieder op hun eigen wijze framen. Dit maakte het onduidelijk waar het referendum precies over ging. Als een aparte

Evaluatie referendumverordening 14

vraagstelling nodig is, ziet men vaak een rol voor een onafhankelijke commissie, net zoals dat op landelijk niveau gebeurd. Daar bepaalt de referendumcommissie de 'wijze waarop de wet wordt aangeduid'. In beperkte mate wordt het dichotome karakter van de vraagstelling als problematisch naar voren gebracht en worden alternatieve vraagstellingen en stemsystemen aangedragen. Om een geforceerde ja/nee-keuze te verzachten worden vraagstellingen waarbij de kiezer de keuze heeft uit meer dan twee opties of systemen zoals preferential voting en approval voting als alternatief aangedragen5.

3.6 De opkomstdrempel De opkomstdrempel van minimaal 30% is komen te vervallen. De uitslag is altijd geldig. Men vindt het vervallen van de opkomstdrempel een goed idee. Met name het voorkomen van strategisch stemgedrag wordt als positief ervaren. Het maakt geen verschil in politieke zin; het is een raadgevend referendum en de politiek kan de uitslag naast zich neer leggen als de opkomst erg laag is. Een zekere 'opkomstdrempel' blijft dus bestaan. Dit brengt in algemene zin het risico met zich mee dat het voor de burgers vooraf onduidelijk is wat de betekenis zal zijn van de stemming. Doordat voorafgaande aan het referendum door de verschillende raadsfracties in belangrijke mate wel duidelijkheid werd verschaft over de interpretatie van de referendumuitslag speelde dit in Arnhem bij dit referendum minder. Deze zelfbinding door de raad is mogelijk in strijd met de Gemeentewet, maar geeft wel duidelijkheid voor de burger. Het geeft aan dat stemmen zin heeft. Het verdwijnen van de opkomstdrempel zorgt er echter voor dat de ware interesse van mensen in het onderwerp duidelijk wordt, zonder dat men strategisch niet komt stemmen. De geïnterviewden verwachten daardoor een hogere opkomst, en dat is goed voor de perceptie van geldigheid van de

Evaluatie referendumverordening 15

uitkomst, in de maatschappij en de politiek. Wel is men ook kritisch over politieke partijen die vooraf aangeven dat ze de uitslag sowieso zullen accepteren/volgen. Hier wordt geen rekening gehouden met een eventuele lage opkomst, bovendien moeten politici zonder ruggenspraak in de politiek deelnemen. Het wordt gezien als een uitspraak voor de bühne.

Evaluatie referendumverordening 16

3.7 Budget voor voorlichting en organisatie In de oude verordening was een budget beschikbaar voor voorlichting en organisatie van het referendum. In de nieuwe verordening komt deze bepaling niet voor. Door het ontbreken van een budget, geeft één van de geïnterviewden aan, ontstond er over het budget en over de rol van het college veel onduidelijkheid. Een andere partij geeft aan dat er sowieso budget nodig is voor het organiseren van het referendum, wellicht is het handig dit meer te koppelen aan de verordening. De vraag of er een budget moet komen voor voorlichting en organisatie van voor- en tegenstanders heeft een drietal aspecten; budget, immateriële ondersteuning en een onafhankelijke referendumcommissie. Budget Er zijn ongeveer evenveel voor- als tegenstanders voor het instellen van een budget. De voorstanders geven aan dat het ontbreken van een budget van invloed is geweest op de campagne; het beschikbaar stellen van budget maakt het voor beide partijen mogelijk om gelijkwaardig(er) campagne te voeren. In veel situaties is er één partij met geen of veel minder budget, en soms is er zelfs geen georganiseerde voor- (of tegen)stander. Dit is merkbaar is in de mate waarin zij effectief campagne kunnen voeren. Het beschikbaar stellen van een budget zal een meer gelijkwaardige campagne mogelijk maken.

Tegenstanders zijn soms überhaupt tegen het instrument referendum en vinden daarom dat er geen geld aan uitgegeven moet worden. Anderen zeggen dat als burgers of maatschappelijke partijen het onderwerp belangrijk vinden, zij er zelf voor moeten strijden.

Evaluatie referendumverordening 17

De geïnterviewden uit de wetenschappelijke hoek brengen het genuanceerd. Maatschappelijke partijen weten de weg wel, ze weten hoe ze hun standpunt over het voetlicht moeten brengen. Zij kunnen zelf budget en een campagne organiseren en hoeven dit niet te krijgen, zo ook in dit referendum. In sommige gevallen kan een referendumuitslag nadelig uitpakken voor een groep arme of minder mondige burgers. In dat geval moet er een budget worden ingesteld voor bijvoorbeeld een externe adviseur om hen te ondersteunen. Het is ook goed voor een gemeente om op deze wijze zijn eigen tegenstand te organiseren; zo voelen burgers zich gehoord en dat voorkomt onvrede. Samenvattend; een budget moet door de politiek worden toegekend om haar eigen tegenstand te organiseren, maar alleen wanneer deze tegenstand weinig zelf-organiserend vermogen heeft. Tenslotte noemt één tegenstander van een budget als alternatief een mediafonds waar geen clausules aan zitten, waarmee men in de media campagne kan voeren. Zowel voor- als tegenstanders geven aan dat het eventueel verdelen van budget een gevoelige of besmette beslissing is; gebeurt dit, dan zou het door een onafhankelijke commissie moeten gebeuren. Het beschikbaar stellen van een budget laat ook zien dat de gemeente het referendum als middel serieus neemt.

(Im)materiële steun Bijna alle partijen geeft aan dat het nuttig zou zijn om immateriële steun te verlenen aan zowel voor- als tegenstanders. De idee achter deze immateriële steun is dat de gemeente een level playing field creëert waarbinnen voor- en tegenstanders op gelijke voet hun verhaal voor het voetlicht kunnen brengen. Ook zo laat de gemeente zien dat zij het middel referendum serieus neemt en ondersteunt met alle middelen die haar tot de beschikking staan. Het gaat hierbij om het proces. De geïnterviewden geven aan dat de uitslag altijd acceptabel is, ook als die tegen hun eigen wens ingaat, mits er zorg is gedragen voor een correct verloop van het referendum. Daarbij hoort een gelijkwaardig speelveld

Evaluatie referendumverordening 18

waarbij voor- en tegenstanders hun verhaal kunnen vertellen. Daarbij is het openstellen van het gemeentehuis voor debat veel genoemd. “Het stadhuis dient als neutrale plek te worden opengesteld zodat voor- en tegenstanders elkaar kunnen ontmoeten.” In het afgelopen referendum is voor één van de debatten die in het Stadhuis georganiseerd, betaald voor de huur van de ruimte. Alle gesproken partijen, politiek, ambtelijk en daarbuiten, vinden dat het stadhuis zonder voorbehoud beschikbaar moet zijn voor deze debatten. Omdat dit niet controversieel is, maar in de praktijk toch mis is gegaan, verdient het aanbeveling dit beleid te formaliseren. Verder wordt er gepleit voor het nagaan aan welke partijen de gemeente subsidie geeft; veel van deze instanties en verenigingen hebben openbare ruimtes of kunnen dienen als advertentieruimte voor campagne. De gemeente kan aangeven dat een voorwaarde voor haar subsidie is, dat deze (advertentie)ruimte wordt ingezet voor het voeren van campagne, met gelijke ruimte voor voor- en tegenstanders. Hierbij kan gedacht worden aan ruimte voor een stand in een bibliotheek en in andere publieke gebouwen, ruimte voor het ophangen van posters, een debat organiseren, al dan niet op tv of radio, maar ook een pagina in een lokaal dagblad waarin voor- en tegenstanders ruimte krijgen.

De gemeente koopt altijd pagina's in in de media; deze kunnen worden ingezet ten behoeve van de campagne, er kan zo nodig een extra pagina worden ingekocht. Ook kan de gemeente waar het nodig is een onafhankelijke moderator inhuren bij een openbare discussie. Bij openbare discussies waarin voor- en tegenstanders gelijkelijk aan bod komen, kan de gemeente ook de rekening betalen voor koffie, thee en dergelijke. Het verlenen van immateriële steun is een manier voor de gemeente om te laten zien dat zij deze vorm van burgerinvloed serieus neemt en daarmee versterkt dit het democratisch proces. Commissie De meeste geïnterviewde partijen zijn voorstander van een onafhankelijke

Evaluatie referendumverordening 19

commissie. Deze moet extern georganiseerd zijn met leden uit bestuurskundige, juridische en communicatie- hoek, of bijvoorbeeld bestaan uit een voor- en tegenstander, iemand van de gemeente en een neutrale voorzitter, een mediator. Voorstanders zien voor een commissie een aantal rollen. Niet alle voorstanders zien voor de commissie dezelfde taken, we sommen alles op dat genoemd is. Het vaststellen van de referendumvraag. Beslissingen nemen die met het organiseren van het referendum te maken hebben. Het organiseren van de praktische aspecten, zoals het verzamelen van handtekeningen en een uitslagavond. Het beschikbaar stellen van steun, financieel of immaterieel, aan voor- en tegenstanders. Mediale mogelijkheden creëren voor objectieve voorlichting. Het vormgeven van een (digitale) ruimte waar voor- en tegenstanders zich kunnen presenteren, waar de gemeente neutraal het plan kan toelichten met objectieve informatie en een onafhankelijke stemwijzer. Dit draagt bij aan gelijkwaardige informatievoorziening. Klachten die gemeld worden, die spelen voorafgaand aan en tijdens het referendum, in behandeling nemen. Het achteraf schrijven en publiceren van een rapport over het proces rond het referendum.

De commissie is vaak genoemd om deze rollen op zich te nemen omdat een commissie onafhankelijk van de gemeente opereert, en daarom politici de ruimte geeft zonder rolvermenging hun eigen mening te verkondigen. Hierdoor wordt het bestuur minder kwetsbaar voor kritiek. Het staat ook boven twijfel dat een dergelijke commissie neutraal is, waardoor voor- en tegenstanders zich gehoord voelen. Het laat zien dat de gemeente het referendum serieus neemt als middel om de burger aan het woord te laten, doordat zij alle mogelijkheden benut om het proces goed vorm te geven. Dit versterkt het beeld van een

Evaluatie referendumverordening 20

geloofwaardige gemeente die zijn burgers serieus neemt. Als het proces boven twijfel verheven is, is de uitkomst boven twijfel verheven. Als het proces twijfelachtig verloopt, verliezen burgers en maatschappelijke organisaties vertrouwen in de politiek, en dit is schadelijk op zowel korte als lange termijn. Het is dan belangrijk voor het college om duidelijke afspraken te maken over de rolverdeling binnen het college en dit te communiceren. Een collegelid (burgemeester of wethouder) is verantwoordelijk voor de organisatie van het referendum en een ander collegelid verkondigt het standpunt van het college over het onderwerp. Een aantal partijen is tegen een referendumcommissie. Dit zijn veelal dezelfde partijen die tegen het inzetten van budget zijn. Een genoemd argument is dat een commissie niet nodig is, omdat de campagne van voor- en tegenstanders niet controleerbaar is. Iedere burger heeft de mogelijkheid zich te verdiepen in het issue en heeft de mogelijkheid alle kanten van het verhaal te zien, zeker ook dankzij internet en social media. Daarbij wordt ook genoemd dat de gemeente zelf zorg kan dragen voor neutrale informatie, zoals het raadsvoorstel met bijlages en het toelichten van de procedure. Alleen wat neutraal is moet gecommuniceerd worden vanuit de gemeente, maar daarvoor is een commissie niet nodig.

3.8 Aanvullende opmerkingen Een aantal van de geïnterviewden heeft het gevoel gehad dat de grens tussen de politieke voorstanders en de gemeente niet scherp was. Ook de scheiding in de verschillende rollen die de gemeente heeft (organisatie referendum, voorstander van de visie op Meinerswijk) was niet voor iedereen helder. Door de houding en uitspraken van politici kwam de schijn van neutraliteit van de gemeente volgens hen onder druk te staan. Hierbij spelen de volgende zaken.

Evaluatie referendumverordening 21

Vermenging rollen gemeente Voor het oog van de burger is het moeilijk om een duidelijke scheidslijn te herkennen tussen de gemeente als organisator van het referendum, ambtenaren, het college van burgemeester en wethouders, de raad en de politicus als vertegenwoordiger van zijn politieke partij. Ook politici en ambtenaren geven aan dat het moeilijk was om een weg te vinden in het uit elkaar houden van de rollen organisator versus voorstander. Een aantal van hen geeft aan dat de gemeente terughoudend dient te zijn, dat politici bescheidenheid past. “De eerste lijn binnen de gemeente was dan ook om geen mening te geven en niets te doen. Wanneer de gemeente de enige voorstander is, is zij snel verdacht en werkt het al gauw averechts om de voordelen van het plan te benoemen. Toen er een externe voorstander was konden wij ook onze mening toelichten.” In dit kader valt overigens op dat de meningen verdeeld zijn over de mate waarin de gemeente en politici erin geslaagd zijn om de beide rollen te scheiden. Daarbij hebben politici en ambtenaren het gevoel dat deze rolscheiding moeilijk was, maar voldoende heeft plaatsgevonden, terwijl andere geïnterviewde partijen van mening zijn dat dit onvoldoende heeft plaatsgevonden. “Je kunt het intern organiseren hoe je het wilt, voor de buitenwereld is het één organisatie.

Extern organiseren is dan de enige optie, een externe referendumcommissie.” Scheiding tussen gemeente en voorstanders referendum Ten tweede speelt de mate waarin de gemeente als voorstander er in slaagt een duidelijk onderscheid te creëren tussen zichzelf en andere voorstanders van de plannen. Blijkens de interviews was het prettig voor de gemeente dat er een externe voorstander was, projectontwikkelaar KWP, omdat dit een bron van informatie is voor de burger om de argumenten vóór te horen. Zo hoeft de gemeente niet alleen campagne te voeren. Echter, een aantal voorbeelden maken duidelijk dat deze rolscheiding niet gemakkelijk is.

Evaluatie referendumverordening 22

“Tijdens een debat over het referendum is door een wethouder gezegd 'waar hebben we het hier over, het is allang beklonken'. Dat komt de geloofwaardigheid van de politiek niet ten goede. […] Nu keurt de slager zijn eigen vlees. Het college was voor, en daardoor was er geen objectiviteit. De rollen moeten worden geknipt.” De gemeente heeft op haar website een filmpje van KWP in eerste instantie bij de 'neutrale' pagina gezet. Een advertentie van voorstanders stond naast gemeente-pagina in de krant, met zelfde stijl en opmaak. Daar is geen actie op ondernomen, terwijl dit de indruk kan wekken dat de gemeente en KWP als één man spreken. Tijdens de bekendmaking van de uitslag hebben politici en ambtenaren gejuicht om de uitslag en met KWP een toast uitgebracht. De gemeente heeft een belangrijke rol in het proces, omdat zij het referendum organiseert en de uitslag moet uitvoeren. Om die reden is het belangrijk om een 'Chinese Muur' op te trekken tussen zichzelf en voor- en tegenstanders. Doet zij dat niet, dan verwatert in het oog van de buitenstaander het onderscheid tussen de gemeente en de voorstanders. In sommige opzichten heeft de perceptie van geen scheiding tussen gemeente en voorstanders hetzelfde effect als wanneer dit een feit is.

Immers, of de rollen netjes gescheiden waren, of er rolvermenging heeft plaatsgevonden en of dit effect op de uitslag had of niet, is niet altijd na te gaan. Maar als deze perceptie bestaat, verliezen burgers en maatschappelijke organisaties hun vertrouwen in de politiek. Om die reden moet bijzonder veel aandacht besteed worden aan het vermijden van het beeld dat er rolvermenging plaatsvindt, en moet de gemeente roomser zijn dan de paus. Doet zij dit niet, dan loopt de gemeente het risico dat het vertrouwen van burgers en maatschappelijke organisaties in de politiek afkalft omdat het vertrouwen verdwijnt dat er naar hen geluisterd wordt of dat zij invloed hebben. Burgers en maatschappelijke organisaties trekken zich mogelijk terug, gaan niet stemmen of voelen zich niet betrokken bij hetgeen er in de stad en in de politiek gebeurt. In het afgelopen referendum blijkt er inderdaad wantrouwen te zijn ontstaan bij maatschappelijke organisaties, onder meer door de beschreven situaties. Dat is nog extra acuut gezien het gemeentelijke beleid om burgers een stem te geven

Evaluatie referendumverordening 23

en te betrekken in (de uitvoering van) beleid. De gemeente doet er goed aan zich dit aan te trekken, en in het vervolg een duidelijke en zichtbare scheiding aan te brengen. Het is belangrijk voor het college om duidelijke afspraken te maken over de rolverdeling binnen het college en dit te communiceren. Een mogelijkheid is dat een collegelid (burgemeester of wethouder) verantwoordelijk is voor de organisatie van het referendum en een ander collegelid het standpunt van het college over het onderwerp verkondigt. Ook een onafhankelijke commissie, die de rol van de organisatie op zich neemt, is in dat kader nuttig. Dan heeft een politicus meer vrijheid om zijn mening uit te dragen, zonder dat er twijfel ontstaat over de onafhankelijke organisatie van het referendum. Het moet te allen tijde voorkomen worden dat mensen kritiek hebben op het proces. Het is beter dat de tegenstand zich gehoord voelt. Meningen die politici geven in het kader van het referendum, geven zij dan bijvoorbeeld als vertegenwoordiger van een politieke partij, maar niet vanuit een andere rol. Als er een commissie is dan is er geen reden dat een politicus niet zijn mening kan uiten over het referendum. Dan is het ook duidelijk dat een politicus als vertegenwoordiger voor zijn politieke partij het eens is met een voorstander als KWP, of met een tegenstander als Milieudefensie.

Burger aan zet Een referendum heeft als doel om burgers een democratisch middel te geven om invloed uit te oefenen. In dat opzicht heeft de gemeente ook veel goeds gedaan de afgelopen jaren; 'De Burger aan zet' en 'Van Wijken Weten' zijn hier gehoorde termen, net als het feit dat er per wijk actieplannen zijn opgesteld. Er ontstaat echter een beeld van de gemeente als niet consistent. “Dit referendum is tot stand gekomen omdat men niet naar de bevolking luisterde. Er wordt gezegd dat er ruimte is voor burgerparticipatie. Vanuit de gemeente komt dan dat het nee-kamp geen plan heeft, terwijl dat er wel is, dat is zelfs aan de gemeente gepresenteerd. Wil men wel écht luisteren? […] Het voelde alsof het

Evaluatie referendumverordening 24

referendum een 'moetje' was. Maar er is zoveel positieve energie in de gemeente. Die positieve energie is vooraf en tijdens het referendum niet ingezet, dat is een gemis. Het is net alsof de burger geen mening mag hebben. Je had die positieve energie kunnen gebruiken en ombuigen/uitschakelen, maar als je dat niet doet lok je tegenwind uit. Je verpest de relatie met de burger.” We constateren dat het vertrouwen in de politiek afkalft tot een niveau ónder dat wanneer er geen beleid bestaat om de burger te betrekken bij de stad. In dat geval was de gemeente, zo blijkt uit de interviews, in ieder geval nog éérlijk geweest; de burger mag ééns per vier jaar stemmen en verder geen invloed uitoefenen. Nu zegt de politiek dat zij wil luisteren, maar dit blijkt niet uit haar daden, volgens deze geïnterviewden. Het referendum wordt door tegenstanders een noodgreep genoemd, of het aan de noodrem trekken. Dit geeft aan dat er bij de tegenstanders het beeld bestond dat zij niet gehoord werden via de kanalen die bestaan om burgers bij het beleid te betrekken.

Evaluatie referendumverordening 25

BIJLAGEN

Evaluatie referendumverordening 26

BIJLAGE 1. Aangenomen motie "Evaluatie referendum" (16M64)

Evaluatie referendumverordening 27

BIJLAGE 2. Vergelijking referendumregelingen in Nederland Gemeente

Kiesgerechtigden

Inleidend verzoek

%

Periode waarin verzameld

Definitief verzoek

%

Periode waarin verzameld

Drempel uitslag

Vraagstelli ng referendum voor of tegen

Subsidie voor partijen? ja

Referendumcommissie en taken

Wet raadgevend referendum Arnhem

12.893.466

10.000

0,08%

uiterlijk 4 weken nadat verzoek is ingediend

300.000

2,33%

30%

122.505

750

0,61%

3.000

2,45%

Rotterdam

497.565

10.000

2,01%

Ede

85.244

uiterlijk 3 werkdagen voor vergadering van de raad waarvoor het voorgenomen besluit is geagendeerd 1.000 0,20% uiterlijk een volledige week voor vergadering van de raad waar het voorgenomen besluit is geagendeerd alleen op initiatief van de raad

6 weken na bekendmaking besluit dat inleidend verzoek is ingewilligd 6 weken na openbaarmaking

geen

ja/nee/blanc o

nee

geen commissie

6 weken na openbaarmaking inleidend verzoek

30%

(in beginsel) ja/nee

ja

ja, opstellen subsidiecriteria / verdeling budget / klachtenafhandeling

Haarlem

116.934

400

0,34%

5 dagen voor te nemen raadsbesluit of uiterlijk 6 weken na genomen raadsbesluit

4.000

3,42%

6 weken na bekendmaking of het referendabel is

30%

zo neutraal mogelijk

ja

7.249

5,13%

2 maanden nadat besluit is genomen of referendum gehouden mag worden

Als 25% van de kiesrechtigden heeft gestemd

voor/tegen

nee

ja, adviseren vraagstelling / voorstel subsidieregeling / beheer subsidiegelden / toezicht / toetsing objectiviteit / advisering ja, adviseren vraagstelling en vaststellen datum referendum

Nijmegen

141.350

1.812

1,28%

Amsterdam

585.340

6.750

1,15%

ten minste 7 dagen voor vergadering van de raad waarvoor het voorgenomen besluit is geagendeerd 3 weken na openbaar making besluit, waar een referendum verzocht voor wordt

27.000

4,61%

6 weken na openbare kennisgeving van besluit tot inwilliging van inleidend verzoek

Als 20% van de kiesgerechtigd en zijn of haar stem heeft uitgebracht

voor/tegen

ja

ja, adviseren raad en college en toetsen

Enschede

119.458

Geen referendumverordening

Utrecht

224.303

1000

0,45%

3 weken na publicatie besluitenlijst

10000

4,46%

Geen

voor/tegen

nee

ja, adviseren / toezicht / klachtenafhandeling

Binnen drie weken nadat het desbetreffende raadsbesluit bekend is gemaakt

8.000

4,96%

6 weken na bekendmaking besluit, waarin inleidend verzoek is ingewilligd 6 weken na bekendmaking dat inleidend verzoek is ingewilligd

Tilburg

161.341

1300

0,81%

geen

stelt de raad vast

nee

ja, formuleren van vraagstelling en antwoordmogelijkheden / toezicht op de organisatie en objectieve communicatie

Evaluatie referendumverordening

28

ja, informatievoorziening en subsidievoorziening

BIJLAGE 3. Geïnterviewde personen

Interviews

Ruud Wille

medewerker Bureau Verkiezingen

Maurice Chatelin

sr communicatieadviseur-woordvoerder

Ilja Jansen

projectmanager Stadsblokken Meinerswijk

Thor Smits

programmamanager

Martijn Leisink

wethouder

Ron König

wethouder

Elsebee Derksen

raadsadviseur

Jozef Kersten

griffier

Dennis Martens

voorzitter Wijkplatform Malburgen West

Wim Petersen

opbouwwerker Rijnstad

Grieta Spannenburg

vrijwilliger Milieudefensie Arnhem

Nicole Klein Middelink

voorzitter Milieudefensie Arnhem

Michiel de Vries

hoogleraar bestuurskunde Radboud Universiteit

Koen van der Krieken

docent onderzoeker promovendus bestuurskunde Tiburg University

Evaluatie referendumverordening

29

BIJLAGE 4 Enquête Enquête met open vragen aan fractieleiders gemeenteraad Arnhem. Reacties ontvangen van: CDA, VVD, GroenLinks, ArnhemCentraal, SP

Vragen

1. Wat vind u de belangrijkste wijziging(en) van de referendum-verordening?

2. Over het geheel genomen, hoe vindt u dat het proces in de praktijk is verlopen?

Drempel inleidende fase: het aantal ondersteuningsverklaringen voor een definitief verzoek is verhoogd van 750 naar 3.000. 3a) Wat vindt u van deze wijziging in de verordening?

3b) Hoe heeft de wijziging naar uw mening uitgepakt?

Inleidende fase: de ondersteuningsverklaringen voor een definitief verzoek mogen ook digitaal worden verzameld (dit middel is in het meest recente referendum niet ingezet). 4) Wat vindt u van deze wijziging in de verordening?

Periode inleidende fase: een inleidend verzoek moet minimaal 3 dagen voor een raadsvergadering worden ingediend Eerder was dit een periode van zeven dagen 5a) Wat vindt u van deze wijziging in de verordening?

Evaluatie referendumverordening 30

5b) Hoe heeft de wijziging naar uw mening uitgepakt?

Periode inleidende fase: de raad 'constateert' dat aan voorwaarden van de inleidende fase is voldaan en stelt de kiezers vervolgens in de gelegenheid om een definitief verzoek in te dienen. Of aan de eisen van de definitieve fase is voldaan wordt niet meer door raad of college beoordeeld, eerder wel. 6a) Wat vindt u van deze wijziging in de verordening?

6b) Hoe heeft de wijziging naar uw mening uitgepakt?

De vraagstelling van het referendum luidt altijd: "steunt u het voorgenomen besluit?", eerder werd de vraagstelling afzonderlijk geformuleerd. 7a) Wat vindt u van deze wijziging in de verordening?

7b) Hoe heeft de wijziging naar uw mening uitgepakt?

De opkomstdrempel van minimaal 30% is komen te vervallen. De uitslag is altijd geldig (maar niet bindend). 8a) Wat vindt u van deze wijziging in de verordening?

8b) Hoe heeft de wijziging naar uw mening uitgepakt?

Evaluatie referendumverordening 31

In de oude verordening was een budget beschikbaar voor voorlichting en organisatie van het referendum. In de nieuwe verordening komt deze bepaling niet voor. 9a) Wat vindt u van deze wijziging in de verordening?

9b) Hoe heeft de wijziging naar uw mening uitgepakt?

10. Welke wijzigingen zou u, in het licht van de door u gegeven antwoorden, willen aanbrengen in de huidige referendumverordening?

Evaluatie referendumverordening 32

Eindnoten 1 Dit is de motie: "Evaluatie referendum" (16M64) van de fractie Arnhem

Centraal 2 Formeel ging het referendum over het concept-raadsbesluit Uitvoering fase 2

Gebiedsvisie Stadsblokken en Meinerswijk. 3 Referendumverordening voor de gemeente Arnhem 2015, raadsbesluit van 2

november 2015, publicatie in Gemeenteblad van 5 november 2015, nr. 104121. 4 ‘Geen gezeik, iedereen rijk’ was een populistische slogan van de fictieve

Nederlandse politieke partij de Tegenpartij opgericht door F. Jacobse en Tedje van Es, twee Haagse "vrije jongens" die werden gespeeld door Kees van Kooten en Wim de Bie. 5 Bij preferential voting worden stemmers in de gelegenheid gesteld om een

volgorde aan te geven uit een reeks van keuzemogelijkheden; bij approval voting wordt de keuze geboden op geen, meerdere of alle voorgelegde keuzemogelijkheden te stemmen. Als voordeel van niet-dichotoom stemmen hiervan wordt gezien dat het publieke signaal verfijnder wordt doorgegeven.

Evaluatie referendumverordening 33

GEMEENTERAAD ARNHEM BEHANDELRESULTAAT

Raadsvoorstel ‘Referendumverordening gemeente Arnhem’ Fasering Informatieve  bespreking Meningsvormende  bespreking

Eerdere besprekingen •

26 maart 2025: informatieve en meningsvormende bespreking

Bespreking Moties & Amendementen Besluitvormende  vergadering 

Aanwezig De raadsleden/fractievolgers Roelen (SP), Feitsma (VVD), Manders (Arnhem Centraal), Boonstoppel (CDA), Weijers (D66), Groenendijk (PvdA), Scholten (Volt), Noomen (GroenLinks), Hogenhout (PvdD), Zijlstra (ChristenUnie) (vanaf 19.20 uur). De fracties PVV, FvD, DENK, BurgerBelang Arnhem, ChristenUnie en Groep van den Broek waren niet aanwezig. Verder aanwezig: Roelofs (wethouder), Vreman (ambtelijke ondersteuning). Bespreking Er waren geen insprekers, dus er is direct gestart met de meningsvormende bespreking. De eerste termijn van de raad en het college zijn afgerond. Er was geen tijd meer voor een tweede termijn. De bespreking wordt op een later moment vervolgd met de tweede termijn van de raadskamer. Toezeggingen •

Wethouder Roelofs zegt toe schriftelijk terug te komen op de vraag of het mogelijk is om in de periode tussen het vaststellen van de referendumverordening (met referendumcommissie) en de totstandkoming van de referendumcommissie een referendum te organiseren.

Conclusie Aan het einde van de vergadering is geconcludeerd dat de bespreking nog niet is afgerond en op een later moment wordt vervolgd met de meningsvormende bespreking in de tweede termijn van de raadskamer.

De raadsadviseur,

De voorzitter,

R. Oosthout

H. Kumas

GEMEENTERAAD ARNHEM BEHANDELADVIES

Raadsvoorstel 'Vaststelling Dienstverleningsvisie 2025 - 2030' Fasering

Voorgesteld besluit / Kernboodschap

Informatieve bespreking

De gemeenteraad wordt voorgesteld de ‘Dienstverleningsvisie Arnhem 2025 – 2030’ vast te stellen.

Meningsvormende bespreking

Aandachtspunten

Bespreking Moties & Amendementen

Besluitvormende vergadering

Procedure: Datum vergadering 26-3-2025

Eerdere informatie/besluiten: • Raadsbrief 'Proces Dienstverleningsvisie Arnhem', d.d. 03-10-2023 • Rapportage structureel inbedden van de visie op Ondernemersdienstverlening Arnhem - iBabs Publieksportaal • Uitvoeringsplan Koersnota Van Wijken Weten 2025 2026 Arnhem - iBabs Publieksportaal •

Het betreft een visiedocument, die onder andere bestaat uit 6 kernwaarden. Na de vaststelling van de visie zal een uitvoeringsagenda worden opgesteld met daarin concrete maatregelen die het college gaat uitvoeren. Deze uitvoeringsagenda wordt vervolgens vastgesteld door het college en de raad zal hierover worden geïnformeerd met een raadsbrief.

•

Voor de totstandkoming van de uitvoeringsagenda, het ontwikkelen van een communicatieplan en het uitvoeren van een aantal inspanningen voor de korte termijn is een budget van € 200.000,- beschikbaar. In Q4 van 2025 wordt de uitvoeringsagenda afgerond en hierin worden de eventuele financiële consequenties meegenomen. Deze consequenties kunnen dan in de integrale afweging voor de begroting vanaf het jaar 2027 worden meegenomen.

Type voorstel Raadsvoorstel Spreekrecht publiek? Nee Voorgesteld resultaat: Hervatting en afronding meningsvormende bespreking

Contactgegevens

Portefeuillehouder: Maurits van de Geijn

Ambtenaar Gerald Wagenaar gerald.wagenaar@arnhem.nl 0611992325

Raadsadviseur Maaike Piscaer maaike.piscaer@arnhem.nl 0631114892

GEMEENTERAAD ARNHEM BEHANDELADVIES

Toelichting voorgestelde behandelwijze Meningsvormende bespreking De meningsvormende bespreking is gestart tijdens de Politieke Avond van 12 maart. Deze is toen geëindigd na de eerste termijn van de raadskamer. Op 26 maart kan gestart worden met de eerste termijn van het college. Interrupties (in de vorm van een korte vraag of opmerking zonder inleiding) zijn in alle termijnen toegestaan. Zoals altijd kan de voorzitter interrupties beperken.

Mogelijk resultaat: Afronding meningsvormende bespreking. Uitkomst van de meningsvormende bespreking kan zijn: 1. Partijen zijn het eens, het voorstel wordt doorgeleid naar de besluitvormende fase 2. Partijen zijn het niet (volledig) eens en overwegen moties en/of amendementen. Het voorstel wordt doorgeleid naar de bespreking van de moties en amendementen.

Aan de gemeenteraad Zaaknummer:

Onderwerp:

4468707

Vaststelling Dienstverleningsvisie 2025 - 2030

Kernboodschap Voor de doorontwikkeling van de gemeentelijke dienstverlening werd een overkoepelend kader gemist en hiervoor is nu een visie ontwikkeld. In de visie wordt verwoord wat de inwoner, ondernemer of instelling mag verwachten van de Arnhemse dienstverlening. Het antwoord op deze vraag is verwoord in zes kernwaarden die de basis vormen voor de dienstverlening van de gemeente Arnhem. Na vaststelling van deze visie wordt een uitvoeringsagenda gemaakt. In deze agenda worden (waar mogelijk) normen, concrete inspanningen en maatregelen voor de korte en langere termijn opgenomen om de dienstverlening te verbeteren. Voorstel 1. De Dienstverleningsvisie Arnhem 2025 – 2030 vast te stellen; 2. Het college van burgemeester en wethouders opdracht te geven om een uitvoeringsagenda op te stellen. Inleiding Als gemeente werken we voor de stad en voor de mensen die hier wonen, ondernemen, werken en recreëren. Het bieden van een goede en betrouwbare dienstverlening is dan ook een kerntaak van de gemeente. Het draagt bij aan vertrouwen in de overheid en een goed functionerende samenleving. Dat vertrouwen is kwetsbaar. Door (landelijke) gebeurtenissen kan het vertrouwen geschaad worden. In veel situaties heeft een gemeente hier geen of slechts beperkte invloed op. Als gemeente hebben we wel direct invloed op onze eigen dienstverlening.

Door bijvoorbeeld betrouwbaar, duidelijk en betrokken te zijn, werken we aan een goed contact met inwoners, ondernemers en instellingen. Op tal van plekken binnen de gemeentelijke organisatie wordt gewerkt aan een goede dienstverlening. Wat ontbreekt is een overkoepelend kader. Er is behoefte aan een visie die richting geeft aan de manier waarop we onze dienstverlening inrichten, monitoren en verbeteren. En die duidelijkheid geeft aan inwoners, ondernemers en instellingen over wat zij in het contact met de gemeente mogen verwachten. De voorliggende visie geeft invulling aan deze behoefte.

Beoogd effect De gemeentelijke dienstverlening doorontwikkelen zodat deze goed aansluit bij de behoefte van onze inwoners, ondernemers en instellingen. Argumenten 1.1

Er is behoefte aan overkoepelende visie op de gemeentelijke dienstverlening. Op tal van plekken binnen de gemeente is er aandacht voor (de verbetering van) dienstverlening en het contact met inwoners, ondernemers en instellingen. Voorbeelden hiervan zijn: de verbeterde dienstverlening richting ondernemers door middel van Van Bedrijven Weten en de doorontwikkeling van de dienstverlening richting de uitkeringsgerechtigden binnen Werk & Inkomen (onder andere de inzet van het principe van Samen Beslissen). Doordat de gemeentelijke organisatie groot en veelzijdig is, ziet de dienstverlening er per plek anders uit. Voor de buitenstaander is de gemeente één organisatie en dat willen we in onze dienstverlening uitdragen. Duidelijk moet zijn wat inwoners, ondernemers en instellingen kunnen verwachten van de gemeente Arnhem. De visie geeft medewerkers een kader waarbinnen zij, binnen hun eigen werkveld, verder uitwerking kunnen geven aan de invulling en verbetering van dienstverlening.

2.1

Om tot uitvoering van de visie te komen moeten concrete maatregelen worden genomen. Om een goede dienstverlening te realiseren, moet duidelijk zijn waar we als gemeente voor staan. De visie vormt dan ook het vertrekpunt. De dienstverleningsvisie is echter niet direct uitvoerbaar zonder hier een concretiseringsslag in te maken. Daarom wordt voorgesteld om na de vaststelling van de visie een uitvoeringsagenda op te stellen. Deze uitvoeringsagenda wordt vervolgens vastgesteld door het college en uw raad zal hierover worden geïnformeerd met een raadsbrief.

Kanttekeningen en risico's 1.1

Het ambitieniveau moet worden afgestemd op beschikbare middelen en capaciteit. De mate waarin we onze dienstverlening verder kunnen ontwikkelen, hangt voor een deel samen met beschikbare capaciteit en middelen. Een vriendelijk woord kost niets, maar bijvoorbeeld snellere bereikbaarheid wel. Hoe hoger het ambitieniveau, hoe meer dit vraagt van de organisatie en de beschikbare budgetten. De arbeidsmarkt speelt hierbij ook een rol. Geschikt personeel is in de huidige arbeidsmarkt soms moeilijk te vinden of nieuwe medewerkers moeten eerst opgeleid worden voordat ze inzetbaar zijn. In de uitvoeringsagenda worden de eventuele financiële consequenties en haalbaarheid van de inspanningen, maatregelen en normen meegenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=6f3b19b2-f7e7-4156-aa4f-d397a0965628