Aanvullende bijlagen 13 t/m 18 - Bodem- en archeologie-onderzoeken
Tekst van het document
Notitie Onderwerp: Vooronderzoek Coberco-terrein Projectnummer: 375754 Referentienummer: SWNL0276343 Datum: 03-05-2021
1
Inleiding
In deze notitie worden de resultaten uit het vooronderzoek gerapporteerd. Tevens wordt in deze notitie nagegaan of aanvullend veld- en laboratoriumonderzoek noodzakelijk is om de milieuhygiënische kwaliteit van grond en grondwater op de locatie nader in beeld te brengen. De informatie over de historie en verontreinigingssituatie is afkomstig uit de volgende rapporten: 1. Saneringsplan vml Coberco Arnhem. Arcadis, 28 november 2008, definitief 6, N.055087.1000/MVOORMA. 2. Bodemonderzoek voormalig Coberco-terrein. TAUW, 25 november 2014, p.n. 1224202. 3. Actualiserend bodemonderzoek Westervoortsedijk 124 ‘Coberco-terrein’ te Arnhem. Grontmij, 2 december 2015, doc.nr. GM-346691-001. 4. Rapport Aanvullend bodemonderzoek voormalig Coberco-terrein te Arnhem. Lankelma ingenieursbureau, 29 maart 2018, opdr.nr. 1701499. 5. Coberco Zuivel Arnhem. Nader bodemonderzoek. Locatie Westervoortsedijk 124 te Arnhem. IMd Mico bv, 17 december 1996, p.n. 71595. 6. Actualiserend bodemonderzoek Westervoortsedijk 124 ‘Coberco-terrein’ te Arnhem. Grontmij Nederland B.V., 2 december 2012, ref.nr. GM-346691-001. Daarnaast is de website van gemeente Arnhem geraadpleegd: https://www.arnhem.nl/Inwoners/wonen_en_milieu/Bodem/bodeminformatie_op_de_kaart en de website Topotijdreis: https://www.topotijdreis.nl
2
Geohydrologische situatie
In tabel 2.1 is de regionale geohydrologische situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie samengevat. Tabel 2.1
Regionale geohydrologische situatie, bron: [lit. 2]
Onderdeel
Regionale gegevens
grondwaterstromingsrichting
zuidzuidwest
stijghooge van het grondwater
NAP + 8,5 m
ligging en opzichte van een grondwaterbeschermingsgebied
966 m
maaiveldhoogte
NAP +14 m
diepte freatisch grondwater
circa 5 m -mv
geologie
0-2 m -mv: grof zand 2-5 m -mv: klei > 5 m -mv: grof zand
dikte van de deklaag
4-10 m
Sweco Velperweg 26 6824 BJ Arnhem Postbus 485 6800 AL Arnhem Nederland
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Arnhem Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Jos Reijerink Senior adviseur bodem M +31 6 22 40 95 24 1 (13)
3
Historie
Op de locatie is in het verleden (periode 1994-2018) een groot aantal onderzoeken uitgevoerd naar de kwaliteit van de grond en het grondwater. In de periode 2012-2018 zijn diverse BUS-beschikkingen afgegeven voor grondverzet ten behoeve van de aanleg van onder andere kabels en leidingen. Figuur 3.1 geeft een indicatie van de locaties waarop de onderzoeken en BUS-meldingen betrekking hebben.
Figuur 3.1
Locaties bodemonderzoeken en BUS meldingen op het Coberco-terrein (bron: www.arnhem.nl/bodeminformatie op de kaart)
ln 1885 bevonden zich op het Coberco-terrein de volgende bedrijven: · de Geldersche stoom houtzagerij en schaverij met molen (aan de Westervoortsediik en de Badhuisstraat); · touwslagerij (aan de Ooststraat). Daarnaast was een haven aanwezig. De rest van het gebied was in gebruik als weiland en heette ‘het land Goor’. Uit de rapporten komt naar voren dat op het terrein diverse bodembedreigende bedrijfsactiviteiten hebben plaatsgevonden: · Touwslagerij : ?-1906; · Kolencentrale : 1907-1945; · Melkfabriek Coberco : '30 tot eind vorige eeuw;
2 (13)
· · · ·
Motorrijwielfabriek Kaptein: 1945-1955/1956; Machinefabriek Roosink : periode onduidelijk; Machinefabriek Scheers, tot 1935. Decora B.V. (mengen van poeders ten behoeve van bakkerij- en ijsproducten), vanaf 1950.
In 1906 start de bouw van een kolengestookte elektriciteitscentrale op het zuidelijke deel van het terrein, grenzend aan de Nieuwe Kade. De touwslagerij zou hiervoor gesloopt zijn. Wanneer de touwslagerij gerealiseerd is, is niet bekend. In 1945 sluit de centrale en wordt motorrijwielhandel Kaptein in dit gebouw gevestigd. Rond 1955 worden gebouwen gesloopt en wordt de melkfabriek gebouwd. In de zuidhoek van de onderzoekslocatie heeft machinefabriek Roosink (koffiebrandmachines) gestaan. Ter plaatse van de voormalige parkeerplaats (westzijde van het terrein) stond machinefabriek Scheers. Uit informatie van gemeente Arnhem1 komen aanvullend nog de volgende verdachte locaties naar voren: · nieuwe kade: benzine servicestation (1956); · nieuwe kade: bovengrondse brandstoftank (1969); · badhuisstraat: machine- en apparatenreparatiebedrijf, smederij, lesinrichting (1942); · nieuwe kade: benzinepompinstallatie zuivelfabriek (1931). Het terrein bevindt zich gedeeltelijk ter plaatse van een gedempte haven en andere dempingen, zie figuur 3.2. De haven is vanaf 1930 gedempt.
Figuur 3.2
1
Locaties gedempte haven en overig gedempte stadswateren (bron: www.arnhem.nl/bodeminformatie op de kaart)
bron: www.arnhem.nl/bodeminformatie op kaart
3 (13)
In de periode 2008-2009 is een groot aantal fabrieksgebouwen, inclusief de funderingen, gesloopt (zie figuur 3.3). Het percentage bebouwd oppervlakte is hierbij afgenomen van circa 85% naar circa 25%. Op de luchtfoto van 2019 is te zien dat op het oostelijke gedeelte van het terrein graafwerkzaamheden plaatsvinden. Deze graafwerkzaamheden maken deel uit van archeologisch onderzoek. Verder zijn op het terrein (gekeurde) gronddepots uit het Gasthouderskwartier aanwezig, die weer toepasbaar zijn binnen het Cobercokwartier.
Figuur 3.3.a Luchtfoto 2008 (bron: Topotijdreis)
4 (13)
Figuur 3.3.b Luchtfoto 2009 (bron: Topotijdreis)
Figuur 3.3.c Luchtfoto 2019 (bron: Topotijdreis)
5 (13)
Voor nadere details over de historie van de locatie wordt verwezen naar bijlage 1 van deze notitie. De locatie is momenteel in gebruik voor evenementen en paintball. Het buitenterrein ligt grotendeels braak. Plaatselijk liggen verhardingen (waaronder stelconplaten).
4
Verontreinigingssituatie
4.1
Verdachte deellocaties
4.1.1 Inleiding Op basis van de beschikbare historische informatie en uitgevoerde bodemonderzoeken zijn in [lit. 4] 18 verdachte locaties geïdentificeerd (zie fig. 4.1). Van deze 18 locaties zijn op vier locaties verontreinigingen aanwezig, die gerelateerd zijn aan de plaatsgevonden activiteiten. Dit betreft: · twee bovengrondse tanks met olie, daarna in gebruik als neutralisatietanks, inclusief pompinstallatie (L4); · VOCl-verontreiniging grondwater ter plaatse van de voormalige tankinstallatie aan de zijde van de Nieuwe kade (L10); · olieleiding (L12); · machinefabriek Scheers/parkeerplaats (L13).
Figuur 4.1
Verdachte deellocaties. Bron: [lit. 4]
Op de overige verdachte locaties zijn wel verontreinigingen aangetroffen, maar deze houden verband met de op de locatie aanwezige verontreinigde ophooglaag (zie par. 4.2).
6 (13)
4.1.2 Twee bovengrondse stookolietanks Ter plaatse van de ruimte van de voormalige bovengrondse stookolietanks en de naastliggende ruimtes (voormalige ijzerzagerij en ketelhuis) heeft een calamiteit plaatsgevonden, waarbij de tank bij het afvullen is overstroomd [lit. 5]. Figuur 4.2 geeft een schematisch beeld van de situatie. De grond en het grondwater zijn hierdoor sterk verontreinigd met minerale olie. Tijdens een nulsituatie-onderzoek in 1995 [zie lit. 5] is in een bodemlaag van tenminste 50 cm dik zware oliedrab aangetroffen. Er is een minerale oliegehalte van 11.000 mg/kg d.s. gemeten. Onder de vloer van het ketelhuis bevindt zich een tweede vloer (op 2 m -mv). Ook de grond onder deze vloer is sterk verontreinigd met minerale olie (4.600 mg/kg d.s). Tijdens het plaatsen van paalfunderingen ter plaatse van de ijzerzagerij is destijds een deel van de verontreinigde grond (circa 16 m3) afgevoerd.
Figuur 4.2
Situatie voormalige (stook)olietanks (locatie L4). Bron: [lit. 5]
Uit het onderzoek van 2014 [lit. 2] waarin boringen en peilbuizen zijn geplaatst tot maximaal 3 m -mv, zijn alleen nog lichte verontreinigingen met minerale olie in de grond aangetroffen. De diepere ondergrond (onder de tweede vloer) is niet onderzocht. In het grondwater (6-7 m -mv) zijn geen gehalten boven de rapportagegrens gemeten. Hierbij wordt opgemerkt dat de boringen en peilbuizen buiten het pand zijn geplaatst. In welke mate en omvang de minerale olieverontreiniging inpandig nog aanwezig is, is niet bekend. 4.1.3 VOCl-verontreiniging grondwater Aan de zijde van de Nieuwe Kade, ter plaatse van een voormalige tankinstallatie, is een sterke grondwaterverontreiniging met VOCl aanwezig. De hoogst gemeten gehalten die in 20082 zijn aangetroffen, betreffen 600 µg/l tetrachlooretheen en 660 µg/l trichlooretheen (peilbuis 709-ondiep, zie figuur 4.2). In 2014 zijn op de locatie fors lagere gehalten gemeten (bemonsterde peilbuizen 40 tot en met 42, zie figuur 4.2). De maximale gehalten aan per en tri waren toen respectievelijk 20 µg/l en 0,71 µg/l. 2
Bron: [par. 2.2.9, lit. 2]
7 (13)
In 2015 (bron: [lit. 6]) zijn de destijds beschikbare peilbuizen opnieuw bemonsterd (709-diep en 713, zie fig. 4.3), waarbij maximale tetrachlooretheengehalten van respectievelijk 7 µg/l en 110 µg/l zijn gemeten. Daarnaast zijn in het diepere grondwater (filter 13-14 m -mv van peilbuis 709 sterk verhoogde gehalten aan cis3 gemeten (172 µg/l). Met betrekking tot de gehalten in de grond wordt in [lit. 4] het volgende opgemerkt. ‘De reden waarom alleen in het grondwater sterk verhoogde gehalten aan VOCl worden aangetoond, betreft het feit dat de grond tijdens de sanering van de tanks reeds verwijderd is. In de grond zijn ter plaatse van de sterke verhoogde gehalten in het grondwater licht verhoogde gehalten aan VOCl aangetoond.’ Uit bovenstaande blijkt dat het grondwater ter plaatse van de Nieuwe Kade sterk is verontreinigd met VOCl. Doordat in de loop der jaren peilbuizen op verschillende plekken zijn bemonsterd, kan nog geen compleet en actueel beeld van de omvang van de VOClverontreiniging worden verkregen. Ook is niet duidelijk tot hoe ver de verontreiniging zich in verticale richting uitstrekt. Op 13-14 m -mv zijn in 2015 nog sterk verhoogde cis-gehalten gemeten.
40
Bemonsterde peilbuizen 2014 (indicatieve locaties)
Bemonsterde peilbuizen 2015
41 42 0
Figuur 4.3
Bemonsterde peilbuizen ter plaatse van de VOCl-verontreiniging aan de Nieuwe Kade
4.1.4 Olieleiding en machinefabriek Scheers/parkeerplaats Met betrekking tot de olieleiding (L12) is de situatie onduidelijk. Volgens [lit. 4] is niet zeker of de leiding daadwerkelijk is aangelegd. Er is geen informatie gevonden over de exacte locatie van de olieleiding.
3
cis-1,2-dichlooretheen
8 (13)
Ter plaatse van machinefabriek Scheers/parkeerplaats (L13) is in 1995 sterke verhoogde gehalte aan minerale olie in de bovengrond (max. 2,0 m -mv) aangetoond. In de onderzoeken die daarna zijn uitgevoerd, zijn de sterk verhoogde gehalten niet teruggevonden [lit. 4]. Inmiddels heeft ter plaatse grondverzet plaatsgevonden (zie de luchtfoto in figuur 3.3.c), waardoor de destijds vastgestelde verontreinigingssituatie niet meer actueel is. 4.2 Verontreinigde ophooglaag Het grootste deel van de ophooglaag (maximale diepte van circa 4,5 m-mv) is licht tot sterk verontreinigd met zware metalen, PAK en minerale olie. In deze laag worden tevens diverse bijmengingen aangetroffen in de vorm van puin, baksteen kolengruis, etc. Op basis van de ruimtelijke verdeling van de aangetroffen verontreinigingen binnen de locatie en de grote diversiteit in gehalten, wordt de aanwezige ophooglaag als heterogeen verontreinigd beschouwd zonder eenduidige verontreinigingskernen. De dikte van de verontreinigde bovengrond varieert tussen circa 1,0 m tot 4,5 m. Figuur 4.4 geeft een beeld van de verontreinigingssituatie. De grijs gearceerde gebieden betreffen zogenaamde ‘witte’ vlekken die in 2018 door [lit. 4] zijn onderzocht. Uit dit onderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit globaal overeenkomt met de bodemkwaliteit op de overige terreindelen.
Ook in de ‘witte’ vlekken zijn licht tot sterke verontreinigingen met metalen en PAK aanwezig. Plaatselijk is ook asbest in de grond aangetroffen. De gehalten liggen overwegend onder de interventiewaarde. In één mengmonster is een asbestgehalte boven de interventiewaarde gemeten.
Figuur 4.4
Verontreinigingssituatie ophooglaag (bron: [lit. 4])
Vanwege het sterk heterogene karakter van de verontreinigingen in de ophooglaag zijn geen duidelijk af te bakenen verontreinigingskernen te onderscheiden. De gehele ophooglaag dient als verontreinigd te worden beschouwd.
9 (13)
4.3 Samenvatting Op het Coberco-terrein zijn de volgende verontreinigingen aanwezig (zie ook figuur 4.5): · VOCl in het grondwater aan de zijde van de Nieuwe Kade; · minerale olie bij de voormalige olietank (grond en grondwater); · ophooglaag verontreinigd met zware metalen, PAK en minerale olie (grond gehele terrein).
Figuur 4.5
Verontreinigingscontouren VOCl (rode contouren) en minerale olie (blauwe contouren). Bron: Beschikking ernst en (kenmerk 2008-12-01394/0192.51.02), zie paragraaf 4.4
4.4 Beschikkingen In 2009 zijn door het bevoegd gezag twee beschikkingen afgegeven [lit. 4]. · beschikking ernst en spoed (kenmerk 2008-12-01394/0192.51.02); · beschikking instemming met het saneringsplan. In de beschikking ‘ernst en spoed’ (zie bijlage 2) is de volgende informatie opgenomen. Er is sprake van drie historische niet-spoedeisende gevallen van ernstige bodemverontreiniging: · ophooglaag verontreinigd met zware metalen, PAK en minerale olie (grond gehele terrein); · VOCl in het grondwater aan de zijde van de Nieuwe Kade (deellocatie 10); · minerale olie bij de voormalige olietanks (grond en grondwater) (deellocatie 4).
10 (13)
Bij het huidige gebruik zijn er geen onaanvaardbare risico’s. Sanering kan plaatsvinden op een natuurlijk moment, zoals bij bouwactiviteiten. Er gelden de volgende gebruiksbeperkingen: · voor (graaf)werkzaamheden is schriftelijke instemming van het bevoegd gezag op grond van de Wet bodembescherming nodig en · nabij de bodemverontreiniging met VOCl aan de zijde Nieuwe Kade en nabij de verontreiniging met minerale olie bij de voormalige olietanks mag geen grondwater worden onttrokken zonder schriftelijke instemming van het bevoegd gezag op basis van de Wbb In de beschikking ‘instemming met het saneringsplan’ zijn de volgende zaken genoemd. Voor de bovengrond wordt een functiegerichte sanering uitgevoerd, waarbij de kwaliteit van de aanvulgrond wordt afgestemd op de gebruiksfunctie. Voor de ondergrond is sprake van een kosteneffectieve sanering, met een stabiele eindsituatie en een kleine restverontreiniging. Onverwachte mobiele verontreinigingen dienen kosteneffectief te worden verwijderd, in overleg met bevoegd gezag, tot T-waarde. De instemming met het saneringsplan kent als voorwaarde dat uiterlijk binnen twee jaar na uitgifte (dus tot april 2011) van het besluit gestart wordt met sanering. Omdat er geen sprake is van spoed, hoeft er niet op korte termijn een sanering te worden uitgevoerd.
5
Aanvullend onderzoek
Vanwege de aanwezigheid van ernstige gevallen van bodemverontreiniging dient, voorafgaand aan de realisatie van het project, een actueel saneringsplan te worden opgesteld dat ter goedkeuring aan het bevoegd gezag (gemeente Arnhem) dient te worden voorgelegd. De beschikking op het eerdere saneringsplan is verlopen. Daarnaast is actualisatie van het saneringsplan noodzakelijk, omdat de saneringsmaatregelen afhankelijk zijn van de voorgenomen herontwikkeling. Ten behoeve van het opstellen van het saneringsplan is een actueel beeld van de verontreinigingssituatie nodig. Met betrekking tot het geval ‘ophooglaag’ (betreft immobiele verontreiniging) is de huidig beschikbare informatie voldoende voor het opstellen van een saneringsplan. De gegevens dienen nog wel te worden aangevuld met enkele indicatieve PFAS-analyses. Het verder uitkarteren van de vlekkenkaart (zie figuur 4.4) wordt niet zinvol geacht. Geadviseerd wordt tijdens de ontgraving van de bouwputten, wegcunetten, nutstracés, rioleringen en dergelijke, de dagproducties van de vrijkomende grond indicatief te keuren, zodat op basis hiervan de afzetmogelijkheden kunnen worden bepaald. Hergebruik van de vrijkomende grond binnen het plangebied is waarschijnlijk niet mogelijk vanwege een overschot op de grondbalans.
Ter plaatse van de mobiele verontreinigingen (VOCl en minerale olie, zie figuur 4.5) is wel aanvullend onderzoek nodig, met als doel een actueel beeld te krijgen van de omvang van de verontreinigingen in zowel horizontale als verticale richting. In tabel 5.1 is een voorstel opgenomen voor aanvullend veld- en laboratoriumonderzoek.
11 (13)
Tabel 5.1
Voorstel voor aanvullend veld- en laboratoriumonderzoek
Verontreiniging
Veldwerk
Analyses
Doel
Ophooglaag
12
boring tot 1,0 m -mv
4
PFAS
indicatie PFASgehalten
Minerale olie
1
boring met peilbuis (filters op 6-7 en 14-15 m -mv)
4
btex en minerale olie (grond) btex en minerale olie (grondwater)
verticale afperking verontreiniging
4
boring met peilbuis (filter 6-7 m -mv)
horizontale afperking verontreiniging
4
btex en minerale olie (grond) btex en minerale olie (grondwater)
1
VOCl
8
1 1)
boring met peilbuis (filters op 6-7 en 14-15 m -mv)
1
VOCl (grondwater)
verticale afperking verontreiniging
4 1)
boring met peilbuis (filter 6-7 m -mv)
4
VOCl Igrondwater)
horizontale afperking verontreiniging
btex = vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen en xylenen) 1) het uiteindelijk aantal te plaatsen peilbuizen is afhankelijk van de nog beschikbare peilbuizen uit voorgaand onderzoek.
Bijlagen: 1. Historisch onderzoek [lit. 4] 2. Beschikking ‘Ernst en spoedeisendheid’
12 (13)
Verantwoording Titel
Vooronderzoek Coberco-terrein
Projectnummer
375754
Referentienummer
SWNL0276343
Revisie
D0
Datum
03-05-2021
Auteur
Jos Reijerink
E-mailadres
jos.reijerink@sweco.nl
Gecontroleerd door
Patrick Driessen
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Claudia Swart
Paraaf goedgekeurd Klik of tik om tekst i n te voeren.
13 (13)
Bijlage 1
Historisch onderzoek [lit. 4]
Offertenummer: 1701499 17 juli 2017 Pagina 1 van 4
BPD Ontwikkeling BV Dhr. M. Schoeveaars Postbus 1 3823LK Amersfoort
Uw kenmerk: Betreft: Behandeld door:
Ons kenmerk: 1701499 Notitie bodemvlekkenkaart Coberco-terrein te Arnhem Bram Peeters
Datum: 17 juli 2017 b.peeters@lankelma-zuid.nl
Geachte heer Schoevaars, Hierbij zenden wij u een notitie bodem vlekkenkaart met betrekking tot de herontwikkeling van de locatie Coberco te Arnhem. De bodemvlekkenkaart betreft het eerste onderdeel uit van het Plan van Aanpak zoals hieronder vermeld: 1. opstellen vlekkenkaart bodemkwaliteit en benoemen blinde vlekken/risico’s bodemkwaliteit; 2. aanvullend bodemonderzoek (minerale olie, ophooglaag, asbest, VOCL); 3. opstellen grondstromenplan (maximaliseren hergebruik grond en flexibiliteit) en saneringsplan (VOCL, minerale olie en overige spots) inclusief bespreken met bevoegd gezag; 4. begeleiding en coördinatie gedurende uitvoering werkzaamheden. Vlekkenkaart bodemkwaliteit en benoemen blinde vlekken/risico’s bodemkwaliteit De ‘vlekkenkaart bodemkwaliteit’ is opgesteld op basis van de bekende en beschikbare bodemonderzoeksgegevens. Hiervoor zijn de door de opdrachtgever beschikbaar gestelde rapportages vergeleken met de aanwezige gegevens bij de gemeente Arnhem. Hierbij is onderscheid gemaakt in de boven- en ondergrond en zijn de verschillende ernstige gevallen van bodemverontreiniging (oa VOCL en minerale olie) aangegeven. Met kleuren zijn de verschillende bodemkwaliteiten weergegeven (per boring). De blinde vlekken (vraagtekens) betreffen de locaties waarvan weinig onderzoeksgegevens bekend zijn.
De boven- en ondergrond bestaat grofweg uit de ophooglaag tot circa 3,5 m-mv en vervolgens de daaronder gelegen klei- en zandlagen. Locatie Het terrein wordt begrenst door de Nieuwe Kade, Badhuisstraat, Ooststraat en de Westervoortsedijk en is gelegen binnen het bedrijfsterrein ‘Bij de John Frost Brug’. De locatie heeft een oppervlakte van circa 3 hectare en is bekend onder kadastrale gemeente Arnhem, sectie D, nrs 5605, 5606, 5607, 4803, 4135, 4096 en 4036.
Offertenummer: 1701499 17 juli 2017 Pagina 2 van 4
Historie In onderstaande tekst is de historische informatie van het voormalige Coberco terrein beknopt beschreven. Tevens zijn hieraan de diverse te onderscheiden terreindelen gekoppeld, welke in bijlage 2 terug te vinden zijn. In bijlage 1 zijn uitsneden van topografische kaarten opgenomen waarop de ontwikkeling van locatie is weergegeven. ln 1885 bevonden zich op dit terrein: een haven (terreindeel L11); aan de Westervoortsediik-en de Badhuisstraat de Geldersche Stoom houtzagerij en schaverij met molen; aan de Ooststraat bevond zich een touwslagerij; de rest van het gebied was weiland en dat heette "het land Goor"' In 1906 start bouw kolengestookte elektriciteitscentrale op het zuidelijke deel van het terrein, grenzend aan de Nieuwe Kade. De touwslagerij zou hiervoor gesloopt zijn. Wanneer de touwslagerij gerealiseerd is, is niet bekend. In 1945 sluit de centrale en wordt motorrijwielhandel Kaptein in dit gebouw gevestigd. Rond 1955 worden gebouwen gesloopt en wordt de melkfabriek gebouwd. Ter plaatse van voormalige koelcel (=L20) heeft fabriek gestaan v koffiebrandmachines van Roosink. Ter plaatse van de huidige parkeerplaats lag machinefabriek Scheers (=L13). Op de locatie hebben twee olieleidingen gelegen en wellicht zijn die nog steeds aanwezig (=L12). De exacte ligging is niet achterhaald en er wordt getwijfeld over het feit dat deze überhaupt ooit zijn gerealiseerd.
Verder heeft op de locatie een voormalige haven (=L11) gelegen, welke vanaf 1930 is gedempt. In 1945 veel puin, afkomstig van gebombardeerde gebouwen hiertoe gebruikt. De locatie gelegen nabij de John Frostbrug welke in de Tweede Wereldoorlog hevig is gebombardeerd. Uit de informatie van de gemeente Arnhem (kaart met ongesprongen Explosieven Trefkans) is er op de locatie een verhoogd risico op de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven. In de periode tussen 2000 en heden is, behoudens enkele karakteristieke elementen van de voormalige melkfabriek, de voormalige Coberco fabrieksgebouwen inclusief de funderingen gesloopt. De locatie is momenteel in gebruik voor evenementen en paintball. De nu nog aanwezig karakteristieke elementen zullen behouden blijven. Ter plaatse van het voormalige adres Badhuisstraat 4 (perceel D 4135) is de noordzijde van het perceel in 1941 bebouwd. Het zuid-westelijke achterterrein is in 1950 bebouwd. Sinds de eerste bebouwing was Decora B.V. op het terrein gevestigd (mengen van poeders ten behoeve van bakkerij- en ijsproducten. Over het terreindeel Nieuwe Kade 2 waar momenteel Peter van Ginkel kunstenaarsbenodigdheden b.v. is gevestigd, kan weinig worden gemeld. Behoudens het feit dat deze rond 1959 bebouwd was en nog steeds bebouwd is. Ter plaatse heeft in eerdere stadia voor zover ons bekend geen bodemonderzoek plaatsgevonden.
Offertenummer: 1701499 17 juli 2017 Pagina 3 van 4
Verdachte terreindelen Onderstaand volgt een overzicht met omschrijving van de verschillende verdachte terreindelen incl. codering. In bijlage 2 is overzichtskaart en een samenvatting opgenomen van de bekende bodemverontreinigingen bij de diverse deellocaties. L1: voormalige garage met ondergrondse afgewerkte olietank (= T1, niet bekend of deze verwijderd is) L2: huidige garage met olie/vetafscheider, og afgewerkte olie tank en ontluchting (=T2, niet bekend of deze tijdens de sloop van de bebouwing is verwijderd); L3: opslag chemicaliën; L5: opslag oliedrums ter plaatse van de schoorsteen; L4: twee bovengrondse tanks met olie daarna in gebruik als neutralisatietanks incl. pompinstallatie (=L6); L7: opslag werkvoorraad olie; L8: opslag verf en daarachter voormalige spuitcabine; L9: werkplaats gevestigd voor onderhoud en reparatie; L10: gesaneerde tankeiland incl. 4 tal ondergrondse brandstoftanks &. VOCL verontreiniging (oorsprong onduidelijk); L11: gedempte haven (de precieze contour hiervan is onbekend); L12: vermoedelijke ligging van mogelijke ooit gerealiseerde olieleidingen; L13: parkeerplaats; L14: oost vullokaal; L15: oost koelcel incl.
T4 (verdere info zie T4); L16: noord koelcel; L17: noordoost middenterrein; L18:laad- en loskuil; L19:westzuid rond boring 412; L20: voormalige koelcel (grenzend aan Nieuwe Kade 2); T3: Voormalige ondergrondse tank (10.000 liter) saneringsdatum 29 april 1996 (verwijderd). Informatie afkomstig van digitale bodemkaart Arnhem; T4: Tank: 15.000 liter, actie tankslag geledigd, gereinigd en gevuld, geen verontreinigingen (1992). Het is niet bekend of deze tank daadwerkelijk verwijderd is. Daarnaast is de aanwezige bodemverontreinigingssituatie samengevat in het saneringsplan (2008) en het meest recente bodemonderzoek uit 2014. In bijlage 3 en 4 zijn hieruit de aangetoonde verontreinigingen in de grond en in het grondwater gecombineerd. Bodem vlekkenkaart Op basis van voornoemde beschikbare gegevens is de bodem vlekkenkaart opgesteld met betrekking tot de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Deze is als bijlage 5 toegevoegd. In bijlage 6 is een kaart opgenomen met de waargenomen bijmengingen en de mate waarin deze zijn aangetroffen. Items die in de kaart zijn verwerkt, betreffen: de aangetroffen licht, matig en sterk verhoogde gehalten; gevallen van ernstige bodemverontreiniging (deellocaties L4 en L10); gedempte Haven; blinde vlekken (vraagtekens). Opgemerkt wordt dat een selectie van alle gegevens is opgenomen in de tekeningen vanwege de overzichtelijkheid.
Geconcludeerd kan worden dat behoudens een tweetal losstaande gevallen van ernstige bodemverontreiniging (L4 en L10) het grootste deel van de ophooglaag/bovengrond tot een diepte van circa 3,0 m-mv licht tot sterk verhoogde gehalten bevat aan met zware metalen, PAK en minerale olie. In deze laag worden tevens zeer diverse bijmengingen aangetroffen in de vorm van puin, baksteen kolengruis, etc. Op basis van de ruimtelijke verdeling van de aangetroffen verontreinigingen binnen de locatie en de grote diversiteit in concentraties, wordt de aanwezige ophooglaag/bovengrond als heterogeen
Offertenummer: 1701499 17 juli 2017 Pagina 4 van 4
verontreinigd beschouwd zonder eenduidige verontreinigingskernen. Hierbij lijkt de toplaag tot circa 0,3-0,5 m-mv plaatselijk minder verontreinigd. De uitgevoerde onderzoeken zijn met name gericht op de verdachte terreindelen waardoor enkele blinde vlekken zijn ontstaan. De heterogene bodemlagen komen gemiddeld tot een diepte van 3,0 m-mv voor met minima van circa 1,0 m-mv en maxima van circa 4,5 m-mv. De bodemlagen gelegen onder het ‘heterogeen geval’ betreffen zintuiglijk schone zand-, leem- en kleilagen. Deze zijn m.u.v. de matige tot sterke verontreinigingen met VOCL en minerale olie als klasse AW2000, wonen dan wel industrie te beschouwen. Op basis van de summiere onderzoeksgegevens kan, ons inziens, zowel in horizontaal vlak als in verticaal vlak geen verder onderscheid gemaakt worden in deze klassenindeling. Grondstromenplan en aanvullend onderzoek Onderhavige notitie dient als startdocument voor het opstellen van het grondstromenplan en ter bepaling van de mogelijkheden voor het ontgraven en herschikken van de vrijkomende grond binnen de grenzen van de locatie. Op basis van de huidige gegevens lijkt het zinvol met bevoegd gezag in overleg te treden om de mogelijkheden te bespreken mbt het te verwachten grondverzet.
Gezien de mate van verontreiniging (namelijk licht tot sterk) en de sterk heterogene samenstelling van de bovenlaag, lijkt het opstellen van een saneringsplan in combinatie met een grondstromenschema een mogelijkheid. Eventueel aanvullend onderzoek ter plaatse van de blinde vlekken en verdachte deellocaties (bijvoorbeeld de gedempte Haven en asbest in grond) is hierbij noodzakelijk. Voor vragen of opmerkingen betreffende deze notitie kunt u zich richten tot ondergetekende. Hoogachtend, Lankelma Geotechniek Zuid B.V.
ing. B. Peeters
Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6:
overzicht ontwikkeling Coberco-terrein met topografische kaarten beschrijving verdachte terreindelen inclusief overzichtskaart bronvermelding en samenvatting saneringsplan 2008 samenvatting en resultaten bodemonderzoek 2014 bodem vlekkenkaart verontreinigingen zintuiglijke bijmengingen bodemkaart
Bijlage 1:
overzicht ontwikkeling Coberco-terrein met topografische kaarten
Situatie 2011
Situatie 2008
Situatie 1959
Situatie 1928
Situatie 1920
Situatie 1904
Situatie 1886
Situatie rond 1869
Bijlage 2:
beschrijving verdachte terreindelen inclusief overzichtskaart
a mi se str a
Rie
t gr ach
tstr aa
Re os ts tra at
We s te
O
12
L12
L6
L19 Ri
jn
rvo o
4
rts edi
jk
L14
L4
L3 ka
de
L7 L11
L5 L16 L9
L1
L12
L8
L17
L2
L13
L10
Ni
L15 eu
we
T4 Ka de
L18 T3
1A
-2
L20
dh Ba
ss ui
tra
at
Situatietekening Deellocaties
Project
Herontwikkeling voormalig Coberco-terrein te Arnhem projectnummer:
1701499
getekend:
OSC datum: 17 juli 2017 projectleider: BPE formaat: A3 schaal: 1 : 1.000
LANKELMA
I N G ENI EURSBUREAU VOOR GEO MILIEU EN FUNDERINGSTECHNIEK
bijlage: 2 Lankelma Geotechniek Zuid BV Postbus 38 5688 ZG Oirschot T e l . 0499-578520 F a x . 0499-578573 info@lankelma-zuid.nl www.lankelma-zuid.nl
Samenvatting verdachte deellocaties: L4 twee bovengrondse tanks met olie daarna in gebruik als neutralisatietanks incl. pompinstallatie (=L6) Verontreiniging is ontstaan als gevolg van een calamiteit (lees: overstromen van tank tijdens afvullen). Een deel van deze ruimte is onverhard. In 1995 is alhier een boring geplaats, welke op een diepte van 0,5 m-mv is gestaakt i.v.m. het aantreffen van een met minerale olie verzadigde bodemlaag. Uit de informatie van de uitgevoerde onderzoeken is vastgesteld dat op diepten van respectievelijke circa 3,5 (B30) en 2,0 (B1 en B2) m-mv in de bodem respectievelijk op de ‘binnenplaats’ en de voormalige houtzagerij een tweede vloer aanwezig is. Ter plaatse van de Boringen B1 en B2 is hierbij vastgesteld dat er op deze vloer, doch ook onder deze vloer sterke verontreinigingen met minerale olie aanwezig is. De minerale olie is vermoedelijk vanuit de stookruimte door muren naar de naastgelegen terreindelen gesijpeld. In de geplaatste peilbuizen 7, 200, 202 en 203 zijn verontreinigingen aangetroffen. Waarbij deze in de peilbuizen 200 en 203 dusdanig waren dat het grondwater niet is bemonsterd en onderzocht. In de rapportage van Tauw (2014) wordt na onderzoek geconcludeerd dat ‘Het viskeuse product dat is aangetroffen in de peilbuis heeft niet geleid tot bodemverontreiniging met minerale olie in het grondwater’.
Verder wordt geconcludeerd dat dat de contour van de verontreiniging met (stook)olie in grond en grondwater gelijk is gebleven of kleiner is geworden t.o.v. die van 1995/1996. Tegenstrijdig is de beschrijving van de omvang van de verontreiniging zoals omschreven in het saneringsplan versus de beschikking hierop. In het saneringsplan wordt de verontreiniging in de grond omschreven als: ‘De omvang hiervan is circa 200 m2 (20x10x1) diep circa 1,5 mmv, circa 100 m3 sterk, circa 100 m3 overig’. In het grondwater is geen sprake van een geval, aangezien als uitgangspunt is genomen dat de concentraties de interventiewaarden niet overschrijden. In de beschikking ‘ernst en spoed’ en de beschikking op voornoemde saneringsplan is opgenomen dat de verontreinigingen in de grond en het grondwater ernstig is. Op basis van voornoemde gegevens wordt door ons geconcludeerd dat ter plaatse sprake is van sterk verhoogd gehalten in de grond als in grondwater en dat beide als ernstig omschreven kunnen worden. Over de omvangsbepaling doen wij geen verdere uitspraak aangezien de verontreiniging ook onder een dieper gelegen tweede vloer bevindt én de viskeuze verontreinigingen in het grondwater zijn aangetoond.
Wel kan door ons worden bevestigd dat de verontreiniging stabiel is als gevolg van de aanwezige bebouwing/vloeren (lees: barrière waardoor mogelijke verdere verspreiding wordt voorkomen alsmede de viskeuze eigenschappen van de olie (lees: stookolie). L10 VOCL verontreiniging in grondwater In het bodemonderzoek van Tauw is het volgende over deze locatie opgenomen: ‘Ter plaatse van de voormalige tankinstallatie aan de zijde van de Nieuwe Kade is een grondwaterverontreiniging met VOCl achtergebleven. Het gaat om I-waarde overschrijdingen van Per (tetrachlooretheen) in het grondwater. De hoogst aangetroffen concentratie in het onderzoek van augustus 2008 (lit. 12) is 600 µg/l aan Per en 660 µg/l aan Tri (peilbuis 709-1-1). Cis en Vc worden ook aangetroffen, in lagere concentraties. Deze deellocatie maakt onderdeel uit van het saneringsplan voor het gehele terrein (lit. 14) waarin wordt geconcludeerd dat er geen eenduidige lijn is te trekken in de omvang van de verontreiniging door de grillige bodemopbouw en de invloed van de Neder-Rijn. Het volume verontreinigd grondwater wordt geschat op 2.250 m 3 en overschrijdt de terreingrens’. Genoemde omvang is als volgt bepaald: er is geen eenduidige contour vast te stellen als gevolg van de invloed van de Neder-Rijn versus de soort verontreiniging. Kortom verontreinigingen met VOCL zijn grillig qua contour.
In dit geval bevinden de sterk verhoogde gehalten zich vanaf grondwaterpeil (circa 5,0 m-v) tot 7m-mv , vanaf 7,0 m-mv tot 11 m-mv zijn matig verhoogd gehalten aangetoond. Vervolgens worden tot een diepte van circa 16 m-
mv licht verhoogde gehalten aanhetoond. De omvang zijnde groter interventiewaarden is als volgt berekend 30x15x5=2.250 m 3. De reden waarom alleen in het grondwater sterk verhoogde gehalten aan VOCL worden aangetoond, betreft het feit dat de grond tijdens de sanering van de tanks reeds verwijderd is. In de grond zijn, ter plaatse van de sterke verhoogde gehalten in het grondwater, licht verhoogde gehalten aan VOCL aangetoond. L11: voormalige haven De exacte contour van de voormalige haven is uit de historische informatie moeilijk te herleiden. Het kaartmateriaal van destijds is voor de huidige maatstaven als onnauwkeurig te noemen. In het bodemonderzoek van Tauw is opgenomen dat ‘de voormalige haven is gedempt met puin waarin licht verhoogde gehalten van metalen en PAK zijn aangetroffen. Minerale olie en EOX (de vroegere verzamelparameter voor onder meer PCB’s) zijn niet aangetroffen’. Dit op basis van een enkele analyse. Hierbij is naar alle waarschijnlijk niet naar de resultaten van het bodemonderzoek uit 2008 gekeken. Hierbij is onderzoek verricht binnen de gehele globale contour van de voormalige haven. Op basis de bevindingen uit dit bodemonderzoek kan, ons inziens, het volgende worden geconcludeerd: mengmonster samengesteld uit bodemlagen die wel én niet vermengd zijn met puin.
Hierin wordt een matig verhoogd gehalte aan lood en zink aangetoond; mengmonster samengesteld die wel én niet vermengd is met o.a. kolengruis en sintels. Hierin worden licht verhoogde gehalten enkele zware metalen, PAK en cyanide vrij aangetoond; In een bodemmonster is een sterk verhoogd PAK gehalte en een matig verhoogd oliegehalte aangetoond (bodemlaag 1,3-1,8 m-mv waarbij o.a. een vreemde geur is aangetoond). Hierna te noemen terreindeel L16 koelcel noord; Op basis van deze bevindingen is het niet mogelijk een eenduidige lijn is te verkrijgen m.b.t. de aangebrachte diverse bodemmaterialen versus de verhoogd aangetoonde concentraties. L12: olieleiding Uit de in het verleden verzamelde informatie komt niet naar voren of de olieleiding daadwerkelijk aangelegd is en op welke diepte. Dit terreindeel is derhalve eenmaal onderzocht (2008). Hieruit concluderen wij dat de boringen ook er een mengmonster is onderzocht van de bodemlaag tussen 0,5 en 1,5 m-mv, waarbij ook grondmonsters afkomstig van aangrenzende terreindelen zijn vermengd. In dit monster is o.a. een licht verhoogd oliegehalte aangetoond. Verder is een individueel bodemmonster van de bodemlaag tussen 0,5 en 1,0 m-mv onderzocht (gelegen buiten de onderzoekslocatie), waarbij naast een sterk verhoogde concentratie aan PAK o.a. een licht verhoogd gehalte aan minerale olie is aangetoond.
Het is op basis van deze informatie, ons inziens, niet mogelijk een conclusie te maken specifiek geënt op de activiteit ter plaatse van dit terreindeel. L13:vormalige parkeerplaats evenals machine fabriek Scheers Uit de resultaten van het bodemonderzoek van Tauw 2014 (blz. 17) en dus de voorgaande bodemonderzoeken is in het kort te concluderen dat tijdens het bodemonderzoek (1995) een sterk verhoogd gehalte aan minerale olie in de bovengrond (max 2,0 m-mv) is aangetoond (concentratie 8.700 mg/kgds). Tijdens de navolgende onderzoeken wordt m.b.t. de verdachte parameter minerale olie in 1996 een tussenwaarde overschrijding en in 2008 een licht verhoogd gehalte vastgesteld. Een mogelijke reden waardoor het sterk verhoogde minerale olie gehalte niet meer is aangetoond kan zijn, dat het met name lichte oliefracties betreft (lees: C10-C16 4.600 mg/kgds en C16-C22 3.400 mg/kgds) die destijds sterk verhoogd zijn waargenomen. Het is aannemelijk dat deze in de loop der jaren grotendeels zijn uitgedampt.
L2, L3, L8, L14, L15, L16, L17, L18 en L19 Uit de resultaten afkomstig van de diverse bodemonderzoeken is af te leiden dat alhier sterk verhoogde gehalten zijn aangetoond in de vorm van koper, lood, zink en/of PAK incl. in enkele gevallen matig verhoogde gehalten aan minerale olie of PAK. Deze gehalten zijn zowel in verticale als in horizontale richting niet ingekaderd. Verder betreffen het niet per definitie bodemlagen waarin bodemvreemde bijmengingen aanwezig zijn en/of kan er niet worden gesteld dat de verhoogde gehalten het gevolg zijn van voormalige potentieel bodembedreigende activiteiten. De verontreinigingen vallen, ons inziens, derhalve onder het ‘heterogeen geval’. Hetgeen in overstemming is met hetgeen opgenomen in het saneringsplan. L1, L5, L7 en L9 Uit de resultaten afkomstig uit de diverse bodemonderzoeken is af te leiden dat alhier geen dan wel licht verhoogde gehalten zijn aangetoond met diverse parameters, zijnde zware metalen, PAK, minerale olie, EOX e.d. Het betreffen niet per definitie bodemlagen waarin bodemvreemde bijmengingen aanwezig zijn en/of kan er niet worden gesteld dat de verhoogde gehalten het gevolg zijn van voormalige potentieel bodembedreigende activiteiten. De verontreinigingen vallen, ons inziens, derhalve onder het ‘heterogeen geval’. Hetgeen in overstemming is met hetgeen opgenomen in het saneringsplan.
Bijlage 3:
bronvermelding en samenvatting saneringsplan 2008
Bijlage 4:
samenvatting en resultaten bodemonderzoek 2014
Bijlage 5:
bodem vlekkenkaart verontreinigingen
a mi se str a Re 414 P5
P4
434
We s te
619
O
os ts tra at
? ?
429
? 17
16 423
de
4
rts edi
jk
447
?
620
421
436
B612 450/450A
?
33
35 426
?
?
430
452 446A
413
443 34
424
449
460
15
ka
rvo o
32
14
jn
12
435
444
?
Ri
Rie
t gr ach
tstr aa
618
8
422
701
437
?
?
27 446
24
?
401
12
406 471
442
? 200
438
?
607 611
439
?
37 4
?
?
P9
P8
?
P2
605 601
Ni
eu
402
? we
603
405
Ka de
?
612 608
600
?
1A
?
?
dh Ba
?
-2
?
602
?
ss ui
tra
at
Situatietekening Interpretatie
? gehalte ≤ achtergrondwaarde gehalte > achtergrondwaarde ≤ tussenwaarde gehalte > tussenwaarde ≤ interventiewaarde gehalte > interventiewaarde
Project
Herontwikkeling voormalig Coberco-terrein te Arnhem projectnummer:
1701499
getekend:
OSC datum: 17 juli 2017 projectleider: BPE formaat: A3 schaal: 1 : 1.000
LANKELMA
I N G ENI EURSBUREAU VOOR GEO MILIEU EN FUNDERINGSTECHNIEK
bijlage: 5a Lankelma Geotechniek Zuid BV Postbus 38 5688 ZG Oirschot T e l . 0499-578520 F a x . 0499-578573 info@lankelma-zuid.nl www.lankelma-zuid.nl
a mi se str a Re 414 P5
P4
434
os ts tra at
Rie
t gr ach
tstr aa
618
We s te
O
619 435
444
12
rvo o
4
rts edi
jk
32 447
14 429
17
16
Ri
jn
ka
423
de
449
460
15 620
421
436
B612 450/450A 33
35 426
452
430 34
424
446A
413
443 8
701
437
27 446
422 24
406
401
12
471
442
438 439
607 200
611
37 4
P9
P8 P2
605 601 402
Ni
eu
we
603
405
Ka de
612 608
600
1A
dh Ba
-2 602
ss ui
tra
at
Situatietekening Verontreinigingen
Project
Herontwikkeling voormalig Coberco-terrein te Arnhem projectnummer:
gehalte ≤ achtergrondwaarde gehalte > achtergrondwaarde ≤ tussenwaarde gehalte > tussenwaarde ≤ interventiewaarde gehalte > interventiewaarde
1701499
getekend:
OSC datum: 17 juli 2017 projectleider: BPE formaat: A3 schaal: 1 : 1.000
LANKELMA
I N G ENI EURSBUREAU VOOR GEO MILIEU EN FUNDERINGSTECHNIEK
bijlage: 5 Lankelma Geotechniek Zuid BV Postbus 38 5688 ZG Oirschot T e l . 0499-578520 F a x . 0499-578573 info@lankelma-zuid.nl www.lankelma-zuid.nl
Bijlage 6:
zintuiglijke bijmengingen bodemkaart
a mi se str a Re 0,0 - 4,0 4,0 - 6,5 6,5 - 7,0
0,23 - 1,0 0,0 - 0,4 0,4 - 2,5 2,5 - 5,5 5,5 - 10,25
P4
434
os ts tra at
tstr aa
618
0,0 - 1,4 1,4 - 1,9 1,9 - 5,0 5,0 - 7,0
t gr ach
0,0 - 0,3 0,3 - 2,0 2,0 - 5,0 5,0 - 15,5
P5
Rie
414
0,0 - 4,3 4,3 - 7,0
We s te
O
619 435
444
90%
0,0 - 1,5 / 2,5
12
rvo o
4
rts edi
jk
32
429
17
16
Ri
jn
ka
423
421
426 452
430 443 34
424
0,0 - 2,0
0,0 - 2,0 2,0 - 4,5 4,5 - 5,0 5,0 - 6,2
436
33
35
0,0 - 0,5
de
B612 450/450A
620
0,0 - 1,0 1,0 - 3,5
449
460
15
0,0 - 0,5
0,0 - 0,5 0,5 - 1,5 1,5 - 2,5 2,5 - 6,1
447
0,0 - 0,4 0,4 - 4,0 gestaakt
14
0,0 - 1,2
8
0,0 - 0,2 0,2 - 0,5
0,0 - 1,0 1,0 - 1,5 gestaakt
0,0 - 0,9 0,9 - 1,8 1,8 - 5,0
0,0 - 0,5 0,5 - 3,0 3,0 - 4,2
446A
413 4%
701
437
27
24
0,0 - 0,4 0,4 - 1,5
0,0 - 0,7 0,7 - 1,3 1,3 - 1,45 1,45 - 2,1 2,1 - 2,2
401
12
442
607 200
cementvloer
406
100%
471
438 0,0 - 0,5 0,5 - 1,3 1,3 - 1,8 1,8 - 2,5
0,0 - 2,0 2,0 - 4,5 4,5 - 5,5 5,5 - 7,2
605
eu
we
Zwak (<5%)
Baksteen
Matig (5-20%)
Sintels
Sterk (20-50%)
Kolengruis
Uiterst (50-80%)
Asfalt
Br.
Brokken
Zand
Volledig
>80%
Klei Leem
37 4
0,0 - 1,2 1,2 - 1,6 1,6 - 2,0 2,0 - 3,2 3,2 - 6,1
P9
P2
0,0 - 1,4 1,4 - 1,5 1,5 - 2,5 2,5 - 3,0 3,0 - 4,8
402
603
0,0 - 0,9 0,9 - 3,0 3,0 - 4,8
601
70% 10%
0,0 - 0,2 0,2 - 0,9 0,9 - 3,8 3,8 - 4,0 4,0 - 6,5
20% 50% 70% <5%
3%
405
Ka de
612 608
0,0 - 0,8 0,8 - 1,2 1,2 - 1,5
600
dh Ba
-2 0,0 - 1,1 602 1,1 - 2,0
Puin
5% 5% 10% 70%
P8
1A
Sporen (<2%)
100%
439
0,0 - 2,3 2,3 - 4,5 4,5 - 6,0
Ni
0,0 - 0,9 0,9 - 1,3 gestaakt
0,0 - 1,3 1,3 - 6,0
611
0,0 - 0,6 0,6 - 1,0 gestaakt
0,0 - 1,0 1,0 - 3,0 3,0 - 5,2
446
422
2,0 - 2,4 2,4 - 4,5 4,5 - 5,0 5,0 - 6,2
Br.
ss ui
tra
at
Situatietekening Zintuiglijk
Project
Herontwikkeling voormalig Coberco-terrein te Arnhem projectnummer:
1701499
getekend:
OSC datum: 17 juli 2017 projectleider: BPE formaat: A3 schaal: 1 : 1.000
LANKELMA
I N G ENI EURSBUREAU VOOR GEO MILIEU EN FUNDERINGSTECHNIEK
bijlage: 6 Lankelma Geotechniek Zuid BV Postbus 38 5688 ZG Oirschot T e l . 0499-578520 F a x . 0499-578573 info@lankelma-zuid.nl www.lankelma-zuid.nl
Bijlage 2
Beschikking ‘Ernst en spoedeisendheid’
BESCHIKKING VASTSTELLING ERNST EN SPOEDEISENDHEID BODEMVERONTREINIGING VAN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE ARNHEM GEGEVENS BESCHIKKING Datum beschikking Kenmerk beschikking Beschikkingnummer(s) Gevalsnaam Melder (beschikkinghouder)
: 1 april2009 : 2008-12-0139410192.51.02 : 0192.51.02 : Westervoortsedijk 124 (Coberco-terrein) : AM Wonen
MELDING Op'12 december 2008 ontvingen wijvan Arcadis, namens AM Wonen, een melding van een bodemverontreiniging en een voornemen tot bodemsanering. Het gaat om de bodemverontreinigingen en een voornemen tot bodemsanering op de Westervoortsedijk 124 (Coberco-terrein) in Arnhem. Het gaat om historische gevallen van bodemverontreiniging (dat wil zeggen waarschijnlijk grotendeels veroorzaakt vóór 1987) met zware metalen, PAK, minerale olie en VOCI in de vaste bodem en in het grondwater.
Op basis van de melding en het bijgevoegde onderzoeksrapport geven wij een beschikking af op grond van (de) artikel(len) 29 (ernst) en 37 (spoedeisendheid) van de Wet Bodembescherming.
BESCHIKKING ERNST EN SPOEDEISENDHEID Hierbij stellen wij vast dat op de Westervoortsedijk 124 in Arnhem sprake is van drie niet spoedeisende gevallen van ernstige bodemverontreiniging. Bij het huidige gebruik zijn er geen onaanvaardbare risico's. Een sanering bij gelukblijvend gebruik hoeft niet spoedig te worden uitgevoerd. Een tijdstip voor saneren blijft in de beschikking daarom achtenryege. Sanering kan plaatsvinden op een "natuurlijk moment", zoals bij bouwactiviteiten. Voor een sanering is instemming van het bevoegd gezag op grond van de Wet bodembescherming nodig. Op de bij deze beschikking gevoegde kadastrale kaart zijn de contouren van de drie
aangegeven. Tevens is een lijst met kadastrale gegevens bijgevoegd. De kadastrale +) verontreinigingen geregistreerd kaart van en de lijst maken deel uit dit besluit, en worden in het kader van de Wet Kenbaarheid Publiekrechtelijke Beperkingen. Bij iedere volgende beschikking zullen wij deze registratie zonodig aanpassen.
Gebruiksbeperkinqen De bodemverontreinigingen brengen gebruiksbeperkingen met zich mee. Voor het huidige gebruik gelden de volgende gebruiksbeperkingen en/of zorg: - Geengraafwerkzaamheden Op de locatie is vanaf maaiveld bodemverontreiniging aanwezig. Voor (graaf)werkzaamheden op of in de verontreinigde bodem is schriftelijke instemming van het bevoegd gezag op grond van de Wet bodembescherming nodig. Niet onttrekken grondwater Op of nabij de bodemverontreiniging aan de zijde Nieuwe Kade met VOCI en de verontreiniging met minerale olie bij de voormalige olietank mag geen grondwater onttrokken worden zonder schriftelijke instemming van het bevoegd gezag op grond van de Wet bodembescherming. Het gebruik of het contact met het verontreinigd grondwater kan mogelijk onaanvaardbare risico's met zich meebrengen. Door onttrekking kan de grondwaterverontreiniging zich op een ongewenste wijze verspreiden.
bladzijde 1
VERPLIGHTE MELDING GEBRUIKSWIJZIGING Het kan zijn dat na deze beschikking het bodemgebruik verandert. ledere verandering naar een gevoeliger gebruiksfunctie moet schriftetiik aan ons gemeld worden. De eigenaar en/of erfpachter van het terrein waar het bodemgebruik verandert, is hiervoor als eerste aanspreekbaar. MOTIVERING
Gebruikte rapporten Bij de totstandkoming van deze beschikking zijn, naast het ingevulde meldingsformulier, de volgende rapporten gebruikt: Bodemonderzoe.f p1! de olieopslagplaats op het fabrieksterrein van Coberco in Arnhem, Nizo Milieudienst, april 1990 Saneringsonderzoek voor de lokatie Westervoortsedijk te Arnhem, Nizo Milieudienst^ september
1992
Saneringsplan, Bodemverontreiniging ter plaatse van de Coberco vestiging aan de Nieuwe Kade te Arnhem, lmd lndustriële Milieudiensten, 15 juni 1994 Basisdocument lnventariserend Onderzoek Coberco ZuivelArnhem, Tauw Milieu, september 1994
Nulsituatie/BSB bodemonderzoek coberco, lmd Micon, februari 19g5 coberco zuivel Arnhem, Nader bodemonderzoek, lmd Micon, 17 december 1g96 Evaluatierapport grond- en grondwatersanering Nieuwekade te Arnhem, Coberco Arnhem, lmd Micon, september 1997 Historisch onderzoek Nieuwe Kade 16 te Arnhem, Royal Haskoning, 26 augustus 2005 Aanvullend bodemonderzoek Coberco-terrein te Arnhem, BAM Wegen Ov gnftí Milieu, 15 januari 2008 Nader bodemonderzoek VOC|-verontreiniging VOCl-verontreiniging, Arcadis, 11 augustus 200g Nader Bodemonderzoek voormalig Coberco-terrein te Arnhem, Arcadis, 2g november 200g Saneringsplan vml Coberco Arnhem, Arcadis, 2g november 200g.
j
-
De melding en deze rapporten maken onderdeel uit van deze beschikking.
Beschriiving situatie De onderzoekslocatie ligt aan de Westervoortsedijk 124 en heeft een oppervlakte van ca. 25.000 m2 De locatie wordt omsloten door de Westervoortsed¡k, Badhuisstraat, Nieuwe Kade en de Ooststraat. De-verontreiniging ligt op de kadastrale percelen Arnhem, sectie D, nummers 4802,4g0g,4135 en 4096. De locatie is in gebruik geweest als melkfabriek.
uit de uitgevoerde bodemondezoeken kan worden geconcludeerd dat: drie gevallen van ernstige bodemverontreiniging zryn-te onderscheiden VOCI in het grondwater aan de zijde van de Nieuwe Kade Ophooglaag verontreinigd met zware metalen, PAK en minerale olie (grond gehele terrein) Minerale olie bij de voormalige olietank (grond en grondwater)
a. b.
c.
Ernst Op grond van de concentraties en de omvang is voor de drie gevallen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging (als bedoeld in artikel 1 Wet bodembescherming). De gemiddeld boven de interventiewaarde verhoogde concentraties komen voor in een bodemvolume van meer dan 25 m3 vaste bodem en/of 100 m3 grondwater.
Risicobeoordelinq Er is een standaard risicobeoordeling uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de aanwezige bodemverontreinigingen bij het huidige gebruik niet tot onaanvaardbare risico's voor mens of milieu leidt. De grens van het saneringscriterium wordt niet overschreden. Een sanering hoeft niet spoedig te worden uitgevoerd.
bladzijde 2
De aanwezige bodemverontreiniging met VOCI kan bij het voorgenomen gebruik (wonen) echter tot onaanvaardbare risico's voor de mens leiden. De grens van het saneringscriterium wordt overschreden. Door de beoogde inrichting ter plaatse (parkeergarage met open verbinding met buitenlucht) en de uitvoering van de beoogde sanering worden de risico's weggenomen. ZIENSW¡JZE De ontwerpbeschikking heeft ter inzage gelegen van 29 januari tot 4 maart 2009. Naar aanleiding hiervan zijn geen zienswijze binnengekomen.
ALGEMEEN Grondslaq Dit besluit is gebaseerd op de Wet bodembescherming (zie vooral de artikelen 1, 28, 29 en 37) in samenhang met het besluit "aanwijzing bevoegdgezaggemeenten Wet Bodembescherming" (Staatsblad 2000, 591) en de volgende documenten: De circulaire Bodemsanering 2006 zoals gewijzigd per 1 oktober 2008; Beleidsnota bodem 2008, Provincie Gelderland, gemeente Arnhem en gemeente Nijmegen, januari 2008.
-
Voor het vaststellen van deze beschikking volgen wij de procedure uit Titel 4.1. van de Algemene Wet bestuursrecht (AWB).
Bezwaar De melder en overige belanghebbenden kunnen tegen deze beschikking bezwaar maken. Dit moet gebeuren binnen zes weken na toezenden van deze beschikking (volgens datum). Dit bezwaarschrift moet gericht worden aan Burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem, Postbus g200, 6800 HA Arnhem. ln het bezwaarschrift moet in ieder geval staan: naam en adres van degene die bezwaar maakt;
-
de datum; een omschrijving van de beschikking waartegen bezwaar gemaakt wordt; waarom bezwaar gemaakt wordt. Nadat een bezwaarschrift is ingediend, kan verzocht worden om een zogenaamde voorlopige voorziening bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage). Een afschrift van het bezwaarschrift moet worden meegestuurd. Voor dit verzoek moeten qriffierechten betaald worden. Over de hoogte en de wijze van betaling van dit griffierecht kan informatie verkregen worden bij de Raad van State, telefoonnummer (070) 426 44 26.
MOGELIJKE HERZIENING Dit besluit is genomen op basis van de door de melder verstrekte gegevens. Bij de voorbereiding van dit besluit is bij ons geen twijfel gerezen over de juistheid en/of volledigheid van de verstrekte gegevens. Mocht later blijken dat deze gegevens niet juist of onvolledig zijn of de feitelijke situatie is veranderd, dan behouden wij ons het recht voor dit besluit te herzien. Wij achten ons niet aansprakelijk voor de schade die hieruit kan voortvloeien
Arnhem, I april2009 Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem,
lr
afdelingshoofd Milieu
Bijlagen:
1. Kadastrale kaart
2. Lijst met kadastrale gegevens bladzijde 3
GEIV¡EEI.!TE
.@
W
AKffihem WM
TABEL KADASTRALE GEGEVffiNS Ger¿alsnaam
Weste rvoortsed ijk 1 24 (Coberco-terrein)
Gevalsnummer :01g2 sectie
perceel nummer
te hanteren code
1
I
D
4802,4903, 4135, 4096
WB
D
5343
WBD
opmerkingen
WB geheel perceel; WBD deel van het perceel
Eusebiusbuitensingel 53 . Postbus 9200 . 6800 HAARNHEM Telefoon 026 - 3774222. Fax 026 - 3774224
DIENST
STADSBEHEER
.lìJ
7631
8531
3C
@
4-
4802
124
i i þ
4803
tlo
5003 5095 :t
5096 5006
4926
0m %
1
2345
Deze kaart is noordgeilcht Perceelnummer Huisnummer Kadastrale grens Bebouwing Overige topografie
Voor een eensluiciend uittreksel, De bewâarder van het kadasler 9n
10
20m
i00m
Schaal 1:2000 Kadastrale gemeente Sectie Perceel
2008
ARNHEM D
4802
gtu
o
o
624
qt/618
'lr.
6?1
o o o
415
42't x
o ô
'l
416 r 8?2.
o o o
4A. ø
"/6ig
435 4.44.
r
,32 4
444
o
42t
o
ug
il60 421
l9
620
s9ffi8)
Jqæ
43S
o
I ors ¡¡
dtu
d 1'to
34IMD x 26 tMD
424
42.
Verk oring 446Â
41g^
o'00
.
rr)'..'
^ (.)
iMÞ
"r' ô?7 tMD
701
44A
O ô J /
@
"¿a rn¡o
l3
' 403
o f2 lM4
nieuw geplooisie peilbuis
oude boring oude peibuìs oude pejlbuis
ont*erp nieutle-sliuoiie
r PtR flcbaÌaü cttrat ) 5.7n.m lgúdrotsl - - - Y0C1 (úrùlb rFistne
102
442 (1')
loohol;slolfd ) 5-7ñ.ß lgoûLûtd,
(2'J
riEr*ú)t(qdô
4il9
.
rMD
o
6t-l
---. -.-
1
^703 (D
704À
riËôo¡r)5tqûd lElrog6r solrdlqh o0ùüS k!9 mlo4 Pf a o&cmlmÍð lffi Fo¡rlòcga:hq 50M
A
25t'tr
OM 402
ß03 '
r
.fi7 IMD
61J
@ nncnou rostructuur,
IMD 1,11
gebôuwen, mìlìeu
nf
dd/eo¡
,:ììì
616 612
I
h
Wonen B.V ,Fleroniwìkkeling voormo ig Coberco- terrein Arnhem
602.r
,Situerinq peilbuizen
V r¡l:,
cùtêk.ñd
r E-
o.r!ñ
,08-0E-2004
&úûr|.l¡å
schoo
: 1:1000
Brodro.-oor
:420t297 (AJ)
Prój.creidê.
1
:;.ll
N055087
1-1
: J.H. Voormo
Bureau voor Archeologie Rapport 450 Coberco-terrein, Arnhem, gemeente Arnhem: een bureauonderzoek
2
Colofon titel:
Bureau voor Archeologie Rapport 450. Coberco-terrein, Arnhem, gemeente Arnhem: een bureauonderzoek
auteur:
I.S.J. Beckers (KNA senior prospector)
autorisatie:
A. de Boer (KNA senior prospector)
datum:
12 juli 2017
ISSN:
2214-6687
© Bureau voor Archeologie Koningsweg 244 Utrecht T 030 245 18 95 E info@bureauvoorarcheologie.nl I https://www.bureauvoorarcheologie.nl
Bureau voor Archeologie Rapport 450
Arnhem Coberco-terrein
3
Administratieve gegevens Projectnummer
2016112102
Provincie
Gelderland
Gemeente
Arnhem
Plaats
Arnhem
Toponiem
Coberco-terrein
Centrum locatie (m RD)
191.250; 443.110 (x; y)
Omvang plangebied
2,9 ha
Kadastrale gegevens
Kadastrale gemeente Arnhem, sectie D, percelen 4036, 4096, 4135, 4803, 5605 en 5606
ARCHIS onderzoeksmeldingsnummer
4033779100
Soort onderzoek
een bureauonderzoek
Opdrachtgever
SAB Dhr. S. Kok
Uitvoerder
Bureau voor Archeologie, I.S.J. Beckers (rapportage).
Kaartblad
40B
Periode van uitvoering
Maand februari 2017
Bevoegd gezag
Gemeente Arnhem
Deskundige namens bevoegde overheid
Dhr. M. Defilet, Cluster Beleid en Regie, gemeente Arnhem.
Beheerder en plaats van documentatie
Digitale documentatie: ARCHIS en E-Depot Vondstdocumentatie: geen vondsten
Bureau voor Archeologie Rapport 450
Arnhem Coberco-terrein
4
Figuur 1: Locatie van het plangebied
Bureau voor Archeologie Rapport 450
Arnhem Coberco-terrein
5
Inhoudsopgave 1 2
3 4 5
Samenvatting...............................................................................................7 Inleiding.......................................................................................................8 1.1 Doelstelling en vraagstelling..................................................................9 Bureauonderzoek.......................................................................................11 2.1 Methode...............................................................................................11 2.2 Huidige situatie en beoogde ingreep....................................................11 2.3 Aardkunde............................................................................................12 2.4 Bewoning en historische situatie..........................................................14 2.5 Bekende archeologische en ondergrondse bouwhistorische waarden.
15 2.6 Gespecificeerde verwachting...............................................................21 Conclusie...................................................................................................23 Advies........................................................................................................26 Literatuur...................................................................................................27 Figuren......................................................................................................28
Bureau voor Archeologie Rapport 450
Arnhem Coberco-terrein
6
Lijst met Figuren Figuur 1: Locatie van het plangebied....................................................................4 Figuur 2: Voorlopige ontwerptekening van het plangebied. De zwarte lijn is het plangebied. De gebouwen met de blauwe lijn zijn voormalige bedrijfsgebouwen die herontwikkeld zullen worden, in de drie vlakken aangeduid door de rode lijn zullen drie city-plots gerealiseerd worden........8 Figuur 3: Geplande locaties van de parkeergarages. In de drie rood omkaderde gebieden zullen halfverdiepte parkeergarages aangelegd worden............28 Figuur 4: Locatie van het plangebied op de zanddieptekaart..............................29 Figuur 5: Locatie van de negen geologische boringen in en direct nabij het plangebied.................................................................................................29 Figuur 6: Locatie van het plangebied op de paleomeandergordelkaart...............30 Figuur 7: Locatie van het plangebied op de Bodemkaart van Nederland............30 Figuur 8: Locatie van het plangebied op de Actueel Hoogtebestand Nederland 2 (AHN) maaiveld. Rode gebieden zijn relatief hoog en blauwe gebieden relatief laag................................................................................................31 Figuur 9: Locatie van het plangebied (rode cirkel) op de stadsplattegrond van Arnhem uit ca.
1550 door Jacob van Deventer..........................................31 Figuur 10: Locatie van het plangebied (rode cirkel) op de Hottingerkaart uit het einde van de 18e eeuw..............................................................................32 Figuur 11: Locatie van het plangebied op de minuutkaart uit 1811-1832.............32 Figuur 12: Locatie van het plangebied op de Bonnekaart van 1894....................33 Figuur 13: Locatie van het plangebied op de Bonnekaart van 1921....................34 Figuur 14: Luchtfoto uit 12 september 1944........................................................35 Figuur 15: Luchtfoto uit 19 september 1944........................................................36 Figuur 16: Luchtfoto uit 12 oktober1944..............................................................36 Figuur 17: Locatie van het plangebied op de topografische kaart van 1958........37 Figuur 18: Locatie van het plangebied op de topografische kaart van 1977........38 Figuur 19: Archeologische terreinen (rood), onderzoeken (blauw) en waarnemingen (geel) uit ARCHIS (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2016).........................................................................................................
39 Figuur 20: Locatie van het plangebied op de archeologische verwachtingskaart van Arnhem-Noord.....................................................................................40
Lijst met Tabellen Tabel 1: Aardkundige waarden............................................................................14 Tabel 2: Bekende waarden tot ca. 200 m van het plangebied.............................21
Bureau voor Archeologie Rapport 450
Arnhem Coberco-terrein
7
Samenvatting Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de herontwikkeling van het Coberco-terrein te Arnhem. Hierbij zal het bestaande fabrieksgebouw van de voormalige Coberco-melkfabriek gerenoveerd worden en zullen drie nieuwe city-plots aangelegd worden. Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocol 4002. In het kader van het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied zich oorspronkelijk heeft bevonden op de noordelijke oeverwal en in de uiterwaarden van de Nederrijn. In het kleipakket van de rivierafzettingen kunnen archeologische waarden vanaf de IJzertijd tot en met de Nieuwe tijd aanwezig zijn. Een eventuele archeologische vindplaats zal zich manifesteren als een archeologische laag, een humeuze, ontkalkte laag met daarin fragmenten aardewerk, houtskool en bouwmateriaal. De top van het kleipakket bevindt zich waarschijnlijk op ca. 180 cm -mv. In het westen van het plangebied kunnen in de top van het kleipakket resten aanwezig zijn van de 18e eeuwse vestingwerken rondom Arnhem, zoals muurfunderingen, opgebrachte pakketten, beschoeiingen en grachtvullingen.
In het noorden van het plangebied zijn mogelijk nog resten aanwezig van een 19e eeuwse houtzagerij; een zaagmolen, haventje en enkele bedrijfsgebouwen. In het hele plangebied is rond 1921 een pakket zand met bewoningsafval opgebracht, dit pakket is gemiddeld 180 cm dik. Mogelijk zijn nog resten van de gevechten in september 1944 aanwezig. In het westen van het plangebied zullen mogelijk nog bomkraters en niet gesprongen explosieven (NGE) aanwezig zijn. Het is echter waarschijnlijk dat de resten uit de Tweede Wereldoorlog door de bouw van de nieuwe Coberco-fabriek verstoord zijn geraakt. Bureau voor Archeologie adviseert om, bodemingrepen dieper dan 130 cm -mv (180 cm minus 50 cm marge) te vermijden en in het geval van een heipalenplan een zo licht mogelijk plan te maken, in beginsel uitgaande van een hart-op-hart afstand tussen de palen van minimaal 5 m. Als dat niet mogelijk is, wordt aanbevolen vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Hiermee kan dan door het moderne opgebrachte pakket heen gegraven worden om zo de aanwezigheid van archeologische waarden uit de Nieuwe tijd, zoals de resten van de 18e eeuwse vestingwerken in het westen van het plangebied en de resten van de 19e eeuwse houtzagerij in het noorden van het plangebied te onderzoeken.