CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanvullende bijlage 1 - Vast te stellen bestemmingsplan 'Chw Coehoorn - Oost'

Politieke Avond 20 januari 2021, gemeente ArnhemBij agendapunt: 21.00 uur - 23.00 uur: Vaststelling Bestemmingsplan Chw Coehoorn-Oost23.303 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Chw Coehoorn - Oost

Cluster Strategie, Beleid en Regie, Gemeente Arnhem

Bestemmingsplan Vastgesteld Plan

Colofon Plan: Gemeente: Plannummer:

Chw Coehoorn - Oost Arnhem 890

IMRO-identificatie: Huidige status: Plantype:

NL.IMRO.0202.890-0301 vastgesteld bestemmingsplan

Datum:

16-9-2020

Chw Coehoorn - Oost Toelichting

Inhoudsopgave

Toelichting

7

Hoofdstuk 1 Inleiding

7

1.1

Wat is een bestemmingsplan?

7

1.2

Aanleiding

7

1.3

Situering en begrenzing plangebied

8

1.4

Geldende plannen

10

Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied

11

2.1

Inleiding

11

2.2

Historische ontwikkeling

11

2.3

Ruimtelijke en functionele structuur

11

2.4

Verkeer en parkeren

12

Hoofdstuk 3 Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkelingen

13

3.1

Inleiding

13

3.2

Uitgangspunten

13

3.3

3.2.1

Gebiedsvisie Coehoorn Creatieve Wijk

13

3.2.2

Structuurvisie Arnhem 2020-2040

14

3.2.3

Creatieve bedrijven

14

3.2.4

Horeca

14

3.2.5

Kantoren

15

3.2.6

Woonprincipes

15

Beschrijving programma

16

3.3.1

Ontwikkellocatie 1

17

3.3.2

Ontwikkellocatie 2

17

3.3.3

Ontwikkellocatie 3

17

3.4

Verkeer en mobiliteitsaspecten

17

3.5

Toets programma aan Rijks- en provinciaal beleid

18

3.5.1

Rijk

18

3.5.2

Provincie

18

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten

21

4.1

Inleiding

21

4.2

Geluid

21

4.3

4.4

2

4.2.1

Algemeen

21

4.2.2

Situatie plangebied

21

Luchtkwaliteit

23

4.3.1

Algemeen

23

4.3.2

Situatie plangebied

23

Hinder

23

4.4.1

Algemeen

23

4.4.2

Situatie plangebied

24

Bestemmingsplan "Chw Coehoorn - Oost" (vastgesteld)

4.5

4.6

4.7

4.8

4.9

4.10

Externe veiligheid 4.5.1

Algemeen

25

4.5.2

Situatie plangebied

25

Groen en ecologie

26

4.6.1

Groen en ecologie

26

4.6.2

Situatie plangebied

27

Water

29

4.7.1

Algemeen

29

4.7.2

Specifiek op het plangebied

30

Bodem

31

4.8.1

Algemeen

31

4.8.2

Situatie plangebied

31

Cultuurhistorie & archeologie

33

4.9.1

Algemeen

33

4.9.2

Situatie plangebied

35

Energie en duurzaam bouwen 4.10.1

4.11

25

Algemeen

Stadsklimaat

40 40 41

4.11.1

Algemeen

41

4.11.2

Situatie plangebied

42

4.12

M.e.r-besluit

42

4.13

Kabels, leidingen en straalpaden

42

Hoofdstuk 5 Planbeschrijving en -verantwoording

43

5.1

Inleiding

43

5.2

Opzet van de regels

43

5.3

5.2.1

Inleidende regels

43

5.2.2

Bestemmingsregels

43

5.2.3

Hogere waarden

44

5.2.4

Algemene regels

45

5.2.5

Overgangs- en slotbepalingen

45

Verantwoording van de regels

45

5.3.1

Algemeen

45

5.3.2

Afzonderlijke bestemmingen

45

5.3.3

Gemengd

46

5.3.4

Groen

47

5.3.5

Verkeer

47

5.3.6

Dubbelbestemmingen

47

5.4

Handhaving

47

5.5

Exploitatie

48

Hoofdstuk 6 Procedure

51

6.1

Vooroverleg

51

6.2

Terinzagelegging (ontwerp-bestemmingsplan)

51

Regels

Bestemmingsplan "Chw Coehoorn - Oost" (vastgesteld)

53

3

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

53

Artikel 1

Begrippen

53

Artikel 2

Wijze van meten

58

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

59

Artikel 3

Gemengd - 1

59

Artikel 4

Gemengd - 2

59

Artikel 5

Gemengd - 3

60

Artikel 6

Gemengd - 4

61

Artikel 7

Groen

61

Artikel 8

Verkeer - Verblijfsgebied

62

Artikel 9

Waarde - Archeologie (archeologisch waardevol gebied)

62

Hoofdstuk 3 Hogere waarden Wet Geluidhinder

65

Artikel 10

65

Hogere waarden nieuwe woningen

Hoofdstuk 4 Algemene regels

67

Artikel 11

Anti-dubbeltelregel

67

Artikel 12

Algemene bouwregels

67

Artikel 13

Algemene gebruiksregels

67

Artikel 14

Algemene afwijkingsregels

67

Artikel 15

Overige regels

68

Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotregels

71

Artikel 16

Overgangsrecht

71

Artikel 17

Slotregel

71

Bijlagen

Bijlage 1

Onderbouwing Hogere Waarden

Bijlage 2 Ladder voor duurzame verstedelijking ruimtelijke ordening)

(art. 3.1.6, lid 2 Besluit

Bijlage 3

Gebiedsvisie Coehoorn-creatieve wijk

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek Coehoorn

Bijlage 5

QuickScan Flora en Fauna

Bijlage 6

Onderzoek stikstofdepositie Coehoorn-Oost

Bijlage 7

Archeologisch bureauonderzoek

Bijlage 8

Onderzoek vraag en aanbod creatieve bedrijven

Bijlage 9

Inventariserend veldonderzoek Archeologie

4

Bestemmingsplan "Chw Coehoorn - Oost" (vastgesteld)

Bestemmingsplan "Chw Coehoorn - Oost" (vastgesteld)

5

6

Bestemmingsplan "Chw Coehoorn - Oost" (vastgesteld)

Toelichting bij het bestemmingsplan 'Chw Coehoorn-Oost' (plannummer: 0301)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Wat is een bestemmingsplan?

Een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en gaat vergezeld van een toelichting. In het bestemmingsplan legt de gemeente vast wat de bestemming van de grond is. Bijvoorbeeld of er op een bepaalde plek een kantoor of een bedrijf mag komen, of uw woning mag worden uitgebreid en zo ja, hoe. In het bestemmingsplan staat ook waar woningen, winkels en wegen zijn toegestaan. Het gaat dan niet alleen om het gebruik van de grond, maar ook over de maximale afmetingen van de gebouwen. Op de kaart zijn de bestemmingen door middel van kleuren en tekens aangegeven. Deze bestemmingsplanonderdelen vormen tezamen het juridische toetsingskader voor ruimtelijke en functionele ontwikkelingen in het plangebied. De toelichting bevat met name de aan het plan ten grondslag liggende gedachten. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft onze gemeente aangewezen als experiment 'bestemmingsplan met verbrede reikwijdte' onder artikel 7g van het Besluit uitvoering Crisisen herstelwet. In een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte kunnen meer regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. In het bestemmingsplan 'Chw Coehoorn-Oost' maken we gebruik van de mogelijkheden van de crisis en herstelwet door het hogerewaardebesluit op grond Wet geluidhinder op te nemen in het bestemmingsplan.

1.2

Aanleiding

Coehoorn is gelegen vlakbij het station, de rivier en de binnenstad. Het is een stapsteen tussen Arnhem Centraal en de historische binnenstad en tussen Artez en Museum Arnhem. Deze locatie biedt mooie kansen voor de ontwikkeling van creatieve bedrijvigheid, verbinding tussen belangrijke plekken in de stad, bewonersparticipatie en groen. Hiervoor heeft de gemeenteraad de gebiedsvisie 'Coehoorn creatieve wijk' op 27 februari 2019, (zie Bijlage 3) vastgesteld. De gebiedsvisie gaat uit van ontwikkellocaties 1, 2, 3a, 3b en 3c (zie onderstaande afbeelding 1.1).

Bestemmingsplan "Chw Coehoorn - Oost" (vastgesteld)

7

Afbeelding 1.1: Uitsnede 'Gebiedsvisie Coehoorn Creatieve wijk', p. 27. De gewenste gebiedsontwikkeling is strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld.

1.3

Situering en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan de westzijde van de binnenstad van Arnhem en ten zuiden van het stationsgebied. Het plangebied wordt begrensd door het Nieuwe Plein aan de oostzijde, Oude Kraan aan de zuidzijde, de Korte Coehoornstraat en de Coehoornstraat aan de noordzijde en de Bergstraat aan de westzijde. De begrenzing is op de verbeelding (plankaart) en in figuur 1.3 weergegeven Het plangebied kenmerkt zich door een wisseling van stedelijke functies en wonen. Het gebied wordt van de binnenstad gescheiden door het Nieuwe Plein en de bus- en fietsafrit van de Nelson Mandelabrug en van het stationsgebied door de Utrechtseweg.

8

Bestemmingsplan "Chw Coehoorn - Oost" (vastgesteld)

Figuur 1.2. Situering plangebied

Figuur 1.3. globale begrenzing plangebied, exacte begrenzing volgt uit de verbeelding.

Bestemmingsplan "Chw Coehoorn - Oost" (vastgesteld)

9

1.4

Geldende plannen

Het bestemmingsplan Coehoorn-Oost is een algehele herziening van de geldende plannen, voor zover van toepassing op dit plangebied. Onderstaand overzicht geeft weer welke bestemmingsplannen (deels) komen te vervallen. Bij elk plan is de datum van vaststelling weergegeven.

Bestemmingsplan Bestemmingsplan Coehoorn Facetplan parkeren

10

Datum van vaststelling 1 november 2010 30 mei 2018

Bestemmingsplan "Chw Coehoorn - Oost" (vastgesteld)

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving plangebied

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving van de bestaande situatie van het plangebied gegeven. De ontwikkeling die in het plangebied gaat plaatsvinden, betekent een transformatie van een gedeelte van het westelijk deel van het centrum. Functionele en ruimtelijke vernieuwingen zullen resulteren in nieuwe verhoudingen met de bestaande en de te behouden situaties. Voor een goede samenhang is kennis nodig van de bestaande situatie van het plangebied.

2.2

Historische ontwikkeling

Aan de ruimtelijke opzet van het huidige Coehoorngebied liggen tal van factoren en historische gebeurtenissen ten grondslag. Het plangebied ligt aan de voet van het stuwwalmassief waar de invloed van de rivier groot is geweest waardoor het Coehoorngebied een groot verval kent. Van oudsher ligt Coehoorn buiten de vestingsmuren bij de Haven en de stadsentree naar de Rijnpoort waardoor Coehoorn in het begin van de achttiende eeuw door bastions en hoornwerken ligt ingesloten. Begin 19e eeuw zijn de vestingwerken ontmanteld en de Rijnpoort afgebroken ten behoeve van de aanleg van diverse Rijksstraatwegen. Eind 19e eeuw zorgde de komst van het spoor ervoor dat Coehoorn van de belangrijke Amsterdamse straatweg (huidige Bergstraat) werd afgesneden. Het bombardement verwoestte de belangrijke delen in het Coehoorngebied. De vernietigde bouwblokkenstructuur wordt niet meer hersteld. Door de demping van de haven met oorlogspuin ontstaat een doorlopend open groengebied, dat aansluit op de Singelstructuur, het zogenaamde Driepleinenplan. De aanleg van de tweede Rijnbrug betekent voor Coehoorn een enorme ruimtelijke barrière en plaatst het gebied in een geïsoleerde stedelijke positie. Door de tumultueuze geschiedenis van Coehoorn bevinden zich momenteel 19e eeuwse panden naast flatgebouwen uit de jaren '60, en schoolgebouwen uit de jaren '30 en '50.

Het braakliggende terrein van de Kleine Eusebius en de tijdelijke invulling van panden die waren aangeschaft ten behoeve van plan Rijnboog hebben de afgelopen decennia de sfeer en uitstraling van het gebied bepaald. De huidige mengelmoes aan gebouwtypen en architectuurstijlen zijn niet planmatig ontstaan maar waren uiteindelijk wel de basis voor het huidige creatieve woonwerkmilieu en daarom belangrijk voor het huidige DNA van Coehoorn.

2.3

Ruimtelijke en functionele structuur

Coehoorn - Oost wordt begrensd voor het Stationsplein, Nieuwe Plein, Oude Kraan en de Bergstraat. De Coehoornstraat en de Korte Coehoornstraat verdelen dit gebied in drie blokken. Alleen het noordwestelijke gelegen blok is duidelijk als blok afgerond en manifesteert zich als een gesloten bouwblok met een alzijdige oriëntatie. Mede door de wederopbouw na de 2e Wereldoorlog en de sloop van de Kleine Eusebius in 1990 zijn de andere 2 blokken minder duidelijk afgerond. Met name aan het Nieuwe Plein is een grote onderbreking in de gevelwand ontstaan waardoor de ruimtes hier in elkaar overlopen. Op deze plek ligt nu deels het nieuwe buurtpark van Coehoorn dat voor levendigheid in de wijk zorgt maar ruimtelijk en beheersmatig meer beslotenheid en sociale controle zou kunnen gebruiken. Het aanhelen van de gevelwand is hier wenselijk zodat de buitenrand van het oostelijke blok van Coehoorn weer duidelijk wordt.

Bestemmingsplan "Chw Coehoorn - Oost" (vastgesteld)

11

2.4

Verkeer en parkeren

Voor voetgangers is in het gebied voorzien in trottoirs langs de bestaande straten. De kwaliteit van de verharding houdt te wensen over. De bereikbaarheid van Coehoorn te voet is vanaf de noordzijde beperkt, door de subjectieve onveiligheid van het Stationsplein en de beperkte mogelijkheden om de busbaan over te steken. Aan de westzijde is de bereikbaarheid beperkt door het ontbreken van een oversteekvoorziening op het Nieuwe Plein ter hoogte van de Coehoornstraat Fietsers maken in het gebied samen met het autoverkeer gebruik van de hoofdrijbaan. Dit samengebruik is veilig door de instelling van 30 km/u als maximum snelheid. De inrichting van de straten, hoewel gedateerd, ondersteunt dit snelheidsregime. Fietsers zijn uitgezonderd van het systeem van éénrichtingsverkeer, dat voor autoverkeer in het gebied is ingesteld. De bereikbaarheid van Coehoorn met de fiets kent dezelfde beperkingen als voor voetgangers. In het gebied komt geen openbaar vervoer. Toch is de bereikbaarheid met het openbaar vervoer goed, door de nabijheid van station Arnhem Centraal. De looproute tussen Arnhem Centraal en Coehoorn is niet optimaal, door de onduidelijke situering, subjectieve onveiligheid van het Stationsplein en beperkte oversteekmogelijkheden van de busbaan. Ook de bushalte aan het Nieuwe Plein kan niet eenvoudig bereikt worden.

In het gebied is verspreid voorzien in openbare fietsparkeerplaatsen in de vorm van zogenaamde tulips: fietsklemmen met aanbindmogelijkheid. Gezien het beperkte aantal wild geparkeerde fietsen voorzien de beschikbare voorzieningen aan de huidige behoefte. Voor auto's geldt in het gehele gebied betaald parkeren. Bewoners en bedrijven in het gebied kunnen een ontheffing van de betalingsplicht aanvragen. Er zijn op dit moment geen permanente functies in het gebied die veel verkeer aantrekken. Zoekverkeer naar vrije parkeerplaatsen is beperkt. Doordat de snelheid van het verkeer in Coehoorn is gemaximeerd op 30 km/u en sluipverkeer door éénrichtingsverkeer en maatregelen in de omgeving geweerd is ondervinden bewoners en gebruikers van het gebied weinig hinder van verkeer. Voor de toetsing aan geluidhinder en luchtkwaliteit wordt verwezen naar hoofdstuk 4.

12

Bestemmingsplan "Chw Coehoorn - Oost" (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkelingen 3.1

Inleiding

Het gebied rond de Coehoornstraat wordt de komende jaren vormgegeven als een creatieve stadswijk met een mix van wonen, creatieve ondernemers en ruimte voor ontmoeten en ideeënuitwisseling. Coehoorn Creatieve Wijk zal daarbij bestaan uit bestaande gebouwen en een drietal nieuwe ontwikkellocaties gegroepeerd rond het, in samenwerking met bewoners en ondernemers in te richten, Coehoorn Park. Van de bestaande panden die momenteel door de stichting Coehoorn Centraal in gebruik zijn voor creatieve werkruimtes zullen het oude schoolgebouw aan Coehoornstraat 15, het pand aan Bergstraat 33 en het pand aan de Coehoornstraat 35 worden gehandhaafd en het gebruik worden gecontinueerd. Het oude schoolgebouw aan de Korte Coehoornstraat 60, het pand aan de Bergstraat 35 en Nieuwe Plein 1 en 3 komen in aanmerking voor transformatie. Daarnaast is er op de plek waar vroeger de Kleine Eusebius stond een nieuwe ontwikkeling gesitueerd waardoor de wand aan het Nieuwe Plein weer kan worden hersteld en er een groen en luw binnengebied ontstaat met daarin het Coehoorn Park. Het park zal daarbij het oppervlak behouden van het huidige park en in samenwerking met bewoners en ondernemers worden aangelegd en beheerd. Belangrijk uitgangspunt hierbij is het realiseren van gebouwen die zijn georiënteerd op het park waardoor er meer levendigheid en sociale controle is dan in de huidige situatie.

Daarom wordt er extra aandacht besteed aan datgene wat zich op ooghoogte afspeelt. De gebouwen aan het Coehoorn park krijgen op de begane grond een mix van verschillende functies zodat er altijd levendigheid in de plint aanwezig is. Door de verbinding tussen de Coehoornstraat en Nieuwe Plein voor gemotoriseerd verkeer te schrappen kan het park aan de noordkant doorlopen waardoor alle gebouwen van Coehoorn Centraal en Stella by Starlight direct aan het park komen te liggen.

3.2

Uitgangspunten

3.2.1

Gebiedsvisie Coehoorn Creatieve Wijk

Om de herontwikkeling van Coehoorn te realiseren is op 27 februari 2019 door de raad de gebiedsvisie Coehoorn Creatieve Wijk vastgesteld met daarin de ruimtelijke kaders voor de ontwikkeling van Coehoorn als creatieve wijk en de intentie om daarin samen op te trekken met stichting Coehoorn Centraal (zie bijlage 3). De stichting Coehoorn Centraal heeft zich de afgelopen jaren over het gebied ontfermt en samen met bewoners en ondernemers de basis gelegd voor een creatief woonwerkmilieu met het Coehoorn Park en café Stella by Starlight als unieke ontmoetingsplekken. Belangrijkste uitgangspunt in de gebiedsvisie is aansluiten op het DNA van Coehoorn. Gelet op de welstandskaart geldt voor dit plangebied de lichte welstandstoets. Bestemmingsplan Coehoorn-Oost voorziet in een (her)ontwikkeling waarbij de kaders voor de beeldkwaliteit zijn vastgelegd in een kavelpaspoort. In dit geval geldt voor de welstandstoets maatwerk door middel van toetsing door het kwaliteitsteam Binnenstad.

Bestemmingsplan "Chw Coehoorn - Oost" (vastgesteld)

13

3.2.2

Structuurvisie Arnhem 2020-2040

In de Structuurvisie worden voor Coehoorn een ontwikkelingsrichting en de opgaven die hieruit komen beschreven. De koers is een geleidelijke herstructurering en transformatie van het gebied, die kansen benut voor een nieuw aantrekkelijk stadsmilieu met een optimale bereikbaarheid. Een stadsmilieu dat in het teken staat van ontmoeten, werken en wonen vlakbij het station voor kenniswerkers uit de wijde omgeving die elkaar hier treffen. De transformatie moet resulteren in een aantrekkelijke westelijke aanlooproute die zich onderscheidt van de andere routes van Arnhem-Centraal naar de Binnenstad met publiekrechtelijke functies in de plint. Coehoorn zal om aantrekkelijk te zijn, meer stedelijkheid en variatie moeten laten zien, meer voorzieningen moeten bieden en een aantrekkelijker openbare ruimte moeten hebben. Het ruimtelijk beeld zal bestaan uit een gevarieerde stedelijke bebouwing (4 tot 6 bouwlagen). Oud en nieuw. Plaatselijk zijn hogere accenten denkbaar. 3.2.3

Creatieve bedrijven

De gemeente Arnhem heeft onderzoek laten uitvoeren naar de huisvestingsituatie van de creatieve en culturele sector in Arnhem (Huisvesting culturele en creatieve sector Arnhem. Onderzoek vraag en aanbod huisvesting, Bureau Buiten, 25 juni 2019, projectnummer: 1334, Bijlage 8). Dit onderzoek laat zien dat de culturele sector in Arnhem succesvol is. Het percentage banen in de sector is relatief hoog en de sector groeit ook harder dan gemiddeld. Het merendeel van de creatieven huurt/ gebruikt geen specifieke huisvesting voor hun onderneming. Zij werken vanuit huis of bij hun klanten, in koffietentjes of huren af ten toe een flexplek. Onderzoek laat zien dat onder de creatieven met een verhuiswens verzamelpanden of broedplaatsen populair zijn. De aantrekkingskracht van deze panden zit in de interactie met andere creatieven. Uit het onderzoek blijkt dat er een mismatsch is tussen vraag naar en aanbod van huisvesting voor de creatieve en culturele sector in Arnhem. In de perspectiefnota 2018-2021, vastgesteld door de gemeenteraad, wordt aangegeven dat voor de veranderopgave 'Vitale economie Arnhem - Nijmegen' we nog meer op zoek gaan naar mogelijkheden om vanuit de binnenstad van Arnhem hieraan bij te dragen. Daarbij gaat het o.a.

om: De kwaliteit van openbare ruimte en bereikbaarheid optimaal te maken; Ruimte te geven aan innovatief ondernemerschap in de binnenstad van Arnhem; Cultureel en creatief ondernemerschap en –onderwijs de ruimte te geven en actief te ondersteunen; Als gemeente te investeren en daarmee investeerders te verleiden om ook te investeren; Het creëren van reuring en dynamiek. In de gebiedsontwikkeling 'Coehoorn, creatieve wijk' staat het mogelijk maken voor locaties voor creatieve bedrijven centraal. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om meer aanbod van huisvesting voor de creatieve en culturele sector in Arnhem. Het bestemmingsplan draagt hierdoor bij aan de veranderopgave 'Vitale economie Arnhem - Nijmegen'. 3.2.4

Horeca

"Mise-en-Place, de Arnhemse horecavisie 2017" geeft de uitgangspunten aan voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling ten aanzien van horeca. Hoofdlijn is een ruimtelijk-economische horecavisie die horecaontwikkeling stimuleert en bijdraagt aan de kwaliteit en identiteit van de stad. Het primaat van de horeca ligt in de binnenstad. Voor de stadsdelen, woonwijken en industriegebieden is geen specifieke visie opgenomen, omdat het zwaartepunt in deze gebieden niet op horeca is gevestigd. In de visie zijn voor verschillende focusgebieden opgenomen met per gebied een kwaliteitsbeeld geven van de gewenste horeca.Het plangebied maakt deel uit van het Focusgebied Stationsgebied. In het plangebied worden geen nieuwe zelfstandige horecabedrijven toegestaan. Wel is ondergeschikte horeca ten behoeve van de creatieve bedrijvigheid mogelijk. In de visie voor Focusgebied Stationsgebied wordt aangegeven dat innovatieve food-concepten: gezonde, groene fastservice juicebars, coffeebars, healthy fastfood (saladebars) mogelijk zijn wanneer ze een zogenaamde 'Grand Cru' zijn. Dit zijn horecabedrijven die qua karakter, uitstraling, ligging of concept bijdragen aan een sterke uitstraling van het gebied en die vanwege uniciteit iets toevoegen aan het bestaande aanbod in de stad of de regio. Een sterrenrestaurant bijvoorbeeld.

14

Bestemmingsplan "Chw Coehoorn - Oost" (vastgesteld)

Bij een initiatief dat als een ‘Grand cru’ kan worden beschouwd, kan wel medewerking worden verleend door middel van een buitenplanse afwijking. Bij de beoordeling van aanvragen wordt zoveel mogelijk gekeken naar de specifieke omstandigheden. 3.2.5

Kantoren

In de Nota Herijking Kantorenbeleid Arnhem 2008 – 2020 staat het herstel van het evenwicht in de kantorenmarkt centraal. Hiertoe wordt ingezet op hergebruik/transformatie van langdurig leegstaande kantorenpanden, alsmede het prioriteren, beperken en faseren van nieuwbouwplannen. Nieuw kantorenprogramma wordt beperkt tot een gelimiteerd aantal strategische locaties in het centrum van de stad (o.a. Arnhem Centraal). Ontwikkeling van kantoren buiten deze locaties is in principe ongewenst. Voor dit bestemmingsplan geldt dat op de commerciële plot (3c) de bestaande kantoorlocaties worden behouden. 3.2.6

Woonprincipes

De Arnhemse Woonprincipes 2025 (de Arnhemse woonvisie, vastgesteld in 2015) vormen tezamen de actualisering van de Woonvisie 2015 en de strategische koers die er voor moet zorgen dat Arnhem ook in de toekomst een woonstad blijft waar het voor iedereen aantrekkelijk is om te wonen, te leren, te werken en te leven. Bij het opstellen van de Woonprincipes is rekening gehouden met wet- en regelgeving en beleidskaders van andere overheden. De onderstaande vier pijlers vormen de hoofddoelen van de Woonprincipes: 1. Duurzaam betaalbaar; hierbij zorgen we dat er voor elk inkomen voldoende passende sociale en betaalbare woningen beschikbaar zijn. Daarbij sturen we niet alleen op aantallen, maar streven we ook naar een goede prijskwaliteit en op de duurzaamheid van woningen in de nieuwbouw en in de bestaande woningvoorraad. 2. Levensloopgeschikt wonen; door meer levensloopgeschikte woningen aan de voorraad toe te voegen én bestaande woningen aan te passen of op te plussen, kunnen we mensen, gezond of beperkt, in verschillende levensfases van hun leven, een passende woonplek blijven bieden in Arnhem. 3. Aantrekkelijke woonstad; Arnhem heeft door zijn centrale ligging een bijzondere ruimtelijke en groene kwaliteit. Met de binnenstad, de Rijn en stadsparken in combinatie met wonen, leren, werken en verblijven maakt het de stad vitaler.

Arnhem wil een aantrekkelijke woonstad zijn en blijven voor haar huidige inwoners, maar ook meer studenten en midden en hoge inkomens aan zich binden door het bieden van aantrekkelijke, levendige of bijzondere woonmilieus. 4. Wijken met identiteit; Elke wijk heeft zijn eigen herkenbare identiteit die recht doet aan de beleving van haar inwoners. Met deze variëteit wil de stad inzetten op een duurzame woon- en leefomgeving waar bewoners trots zijn op hun wijk, waar ze zich thuis en ook zelf verantwoordelijk voor voelen. Dat palet van eigen identiteit en karakters van wijken draagt bij aan de aantrekkingskracht van Arnhem als woonstad. Toetsing woonbeleid Het bestemmingsplan 'Chw Coehoorn-oost' worden cira 100 woningen toegevoegd. Het plan past binnen de plancapaciteit, zoals binnen de subregio Arnhem en omgeving is afgestemd.In Coehoorn spreken we van een centrum stedelijk woonmilieu. In dit woonmilieu is nog veel vraag naar woningen. Appartementen zijn al veel toegevoegd de afgelopen jaren (met name via transformaties), grondgebonden woningen in mindere mate. Deze ontwikkellocatie kan zowel appartementen als grondgebonden woningen bieden. De grondgebonden woningen voldoen aan een grote marktvraag van gezinnen om ook in de binnenstad te kunnen wonen. En daarnaast om wonen en werken te combineren.

De appartementen bieden ruimte om in de binnenstad levensloopgeschikte woningen toe te voegen zodat er diverse doelgroepen in terecht kunnen, hiermee wordt voldaan aan de tweede pijler van de Arnhemse woonprincipes. Ook specifieke doelgroepen voor zorg kunnen hier een plek krijgen. Niet alleen variatie in woningen maar ook variatie in prijzen is hier wenselijk. Het college van de gemeente Arnhem wil in ieder geval sociale woningen opnemen in nieuwe plannen. Het gaat er daarbij om dat bij plannen minimaal 30% van de woningen binnen de sociale normen vallen. Voor huurwoningen gaat het om een maximale huurprijs tot de liberalisatiegrens en voor koopwoningen de dan geldende norm voor sociale of goedkope koop.

Bestemmingsplan "Chw Coehoorn - Oost" (vastgesteld)

15

CPO Bij Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) ontwerpt en bouwt een georganiseerde groep burgers samen hun eigen woningen. Ze zijn zelf verantwoordelijk voor het hele proces, van ontwerp tot bouw van de woningen. Als opdrachtgever bepalen de CPO'ers grotendeels hoe de woning eruit komt te zien. CPO biedt de mogelijkheid bijzondere woonwensen tot stand te brengen die de bewoners dichter bij elkaar brengen. Deze initiatieven kunnen daarmee een meerwaarde hebben voor henzelf, maar ook voor de omgeving. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om gewenste kwaliteit of het realiseren van een bepaalde specifieke woonwens of ideologie op het gebied van milieu, architectuur, samenleven, zorg etc. Zowel huur-als koopwoningen kunnen gerealiseerd worden met CPO.

3.3

Beschrijving programma

De ontwikkeling in het plangebied bestaat uit drie verschillende locaties. In het kavelpaspoort worden de ontwikkellocaties verder uitgewerkt waarbij de uitgangspunten uit de gebiedsvisie zijn gehanteerd.

Afbeelding 3.1: Uitsnede 'Gebiedsvisie Coehoorn Creatieve wijk', p. 27.

16

Bestemmingsplan "Chw Coehoorn - Oost" (vastgesteld)

3.3.1

Ontwikkellocatie 1

Ontwikkellocatie 1 is gelegen aan de Korte Coehoornstraat 60. Ontwikkellocatie 1 zal worden ontwikkeld door Stichting Coehoorn Centraal samen met een ontwikkelende partij. De mix van wonen en ruimtes voor creatieve ondernemers resulteren in een levendig en aantrekkelijk gebouw aan het Coehoorn Park. De stichting Coehoorn Centraal kan daarbij als geen ander zorgen dat de Coehoorn "look and feel" een vertaling krijgt in het gebouw. 3.3.2

Ontwikkellocatie 2

Ontwikkellocatie 2 ligt tussen het Nieuwe Plein (oostzijde) en het toekomstige Coehoorn Park (westzijde). Voor ontwikkellocatie 2 is de gemeente op zoek naar een collectief particulier opdrachtgeverschap (hierna CPO)-groep (of groepen) die zelf een woongebouw willen ontwikkelen. Zij bouwen letterlijk en figuurlijk mee aan de wijk met de betrokkenheid en creativiteit die nodig zijn om van Coehoorn een creatieve en levendige stadswijk te maken. 3.3.3

Ontwikkellocatie 3

Omdat ontwikkellocatie 3 aan twee verschillende straten (Bergstraat en Nieuwe Plein) ligt verbonden door een parkeerkelder en plint, wordt deze locatie wat betreft de spelregels opgedeeld in 3 delen. Ontwikkellocatie 3a Ontwikkelkavel 3a ligt aan het Coehoorn Park, Aan de koppen grenst de kavel aan de achterzijde van Nieuwe Plein 7 en de achterzijde van de Du-Soleil-Flat. Op deze ontwikkellocatie wordt de mogelijkheid geboden om atelierwoningen met een levendige plint te realiseren. Ontwikkellocatie 3b Ontwikkellocatie 3b bestaat uit een parkeerkelder en een plint met een groen dak. Ontwikkellocatie 3c Ontwikkellocatie 3c is gelegen aan het huidige Nieuwe Plein 1 en 3. In de gebiedsvisie wordt de mogelijkheid open gehouden om de huidige panden te hergebruiken. Maar ook een stedelijk bebouwingsaccent met een hoogte van 8 tot 12 bouwlagen wordt mogelijk geacht. Uitgegaan wordt van een mix van wonen en commerciële functies. Woningbouwprogramma ontwikkellocatie 3 De gemeente is eigenaar van de gronden en zal met verschillende partijen overeenkomsten sluiten voor de ontwikkeling van dit veld. In deze overeenkomsten zal het minimaal te realiseren sociale huur worden vastgelegd (28-32%).

3.4

Verkeer en mobiliteitsaspecten

De gemeente Arnhem heeft haar verkeersbeleid op hoofdlijnen verwoord in de Structuurvisie Arnhem 2020-2040 (vastgesteld 2012). Voor mobiliteit biedt het structuurplan een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief. Arnhem streeft naar een duurzame bereikbaarheid in een aantrekkelijke en veilige stad. Vooral in de bestaande stad geldt daarbij het principe: eerst de bestaande verkeersruimte beter benutten en pas daarna zoeken naar mogelijkheden tot uitbreiding van de (auto)verkeersruimte. De inzet van slim ruimtegebruik, voor versterking van fiets en openbaar vervoer, aangevuld met spitsmijdende maatregelen moet Arnhem de komende jaren bereikbaar houden. Als gevolg van de beoogde ontwikkelingen in Coehoorn veranderd de verkeersdruk op het gebied. De nieuwe functies, die aan het gebied worden toegevoegd, leiden tot extra verkeersbewegingen van bewoners, werkers en bezoekers. Door de centrale ligging van Coehoorn is de verwachting dat relatief veel verkeersbewegingen te voet en met de fiets plaats zullen vinden. Binnen het plangebied wordt gezocht naar mogelijkheden om de voorzieningen voor deze categorieën verkeersdeelnemer te optimaliseren. Voor het autoverkeer wordt uitgegaan van de vigerende Arnhemse parkeernorm voor functiewijzigingen in Bestemmingsplan "Chw Coehoorn - Oost" (vastgesteld)

17

de binnenstad. De drie bouwplots voorzien in de eigen parkeerbehoefte, door voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein aan te leggen. De parkeergarages van de plots ontsluiten respectievelijk via: Plot 1: de Bergstraat, bij voorkeur direct aansluitend op de Oude kraan Plot 2: de Coehoornstraat, direct aansluitend op het Nieuwe Plein Plot 3: de Bergstraat, bij voorkeur direct aansluitend op de Oude Kraan Bij plot 3 zal van de gelegenheid gebruik gemaakt worden om de ontsluiting bestaande parkeergarage achter de Du Soleil flat te verplaatsen van het Nieuwe Plein naar de Bergstraat. Onderdeel van de beoogde ontwikkeling is dat de Coehoornstraat wordt afgesloten voor autoverkeer tussen het Nieuwe Plein en de Korte Coehoornstraat.

3.5

Toets programma aan Rijks- en provinciaal beleid

3.5.1

Rijk

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De SVIR schetst het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid van het rijk in het perspectief van 2028 en 2040. De SVIR markeert een trendbreuk waarbij sterk wordt ingezet op decentralisatie van het ruimtelijk beleid naar provincies en gemeenten. In de nationale ruimtelijke hoofdstructuur maakt Arnhem deel uit van één van de negen 'stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren'; expliciet wordt 'Health Valley' in en rond Arnhem-Nijmegen genoemd en 'mode en design' in Arnhem als onderdeel van de aanwezige topsector ' Creatieve industrie'. Een 'aantrekkelijk vestigingsklimaat in en een goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren' wordt in de SVIR gemarkeerd als een nationaal belang. De SVIR laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De beoogde herontwikkeling van Coehoorn raakt dan ook geen rijksbelangen zoals opgenomen in de SVIR. Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is sinds 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd.

Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is om te komen tot een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. 3.5.2

Provincie

Algemeen De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en de bijbehorende Omgevingsverordening, vastgesteld door Provinciale Staten van Gelderland op 19 december 2019, zijn op 1 maart 2019 in werking getreden. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de omgevingsvisie te realiseren. Subregionale woonagenda Dit bestemmingsplan voorziet in woningbouw. In artikel 2.2. van de provinciale verordening is opgenomen dat een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als die ontwikkeling pas binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Op 8 februari 2018 is de Subregionale Woonagenda Arnhem e.a. 2017-2027. Kwantitatief is afgesproken dat als horizon de komende 10 jaar (2017-2027) op basis van de meest recente Primos-prognose wordt gehanteerd. De provinciale huishoudens- en bevolkingsprognose wordt gehanteerd als spiegel (om de twee jaar geüpdatet), niet als hard maximum. Daarnaast is de ambitie om het woningtekort in te lopen (mede gebaseerd op de meest recente regionale woningmarktanalyse (Companen, met gebruik van het Socratesmodel van ABF)). Kwantitatief streven de gemeenten in de subregio Arnhem in de periode

18

Bestemmingsplan "Chw Coehoorn - Oost" (vastgesteld)

2017-2027 naar een netto toevoeging van circa 13.500 te realiseren woningen. Uit onderzoek van ABF blijkt dat er zowel in de regio Arnhem-Nijmegen als in de subregio Arnhem met name in de grote steden nog veel behoefte is aan nieuwe woningen. Uitgegaan wordt van een netto uitbreidingsbehoefte van 6.180 woningen in Arnhem over de periode van 2015 tot en met 2025. Toetsing van de ontwikkeling aan het rijksbeleid In bijlage Bijlage 2 is de onderbouwing van de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Uit deze onderbouwing kan worden geconcludeerd dat voorliggend bestemmingsplan met de mogelijkheid tot oprichting van circa 108 woningen voldoet aan artikel 3.1.6 lid 2 Bro en de eisen vanuit de provincie.

Bestemmingsplan "Chw Coehoorn - Oost" (vastgesteld)

19

20

Bestemmingsplan "Chw Coehoorn - Oost" (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Inleiding

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de verschillende milieu- en omgevingsaspecten onderbouwd.

4.2

Geluid

4.2.1

Algemeen

De Wet geluidhinder heeft tot doel de mens te beschermen tegen geluidhinder. Dit is in de wet uitgewerkt in een normenstelsel voor de toelaatbare geluidbelasting in de woonomgeving. Alleen planologisch nieuwe situaties worden getoetst aan de wet. Daarbij moet er akoestisch onderzoek plaatsvinden naar de gevolgen daarvan voor geluidgevoelige objecten. Naast woningen zijn er nog een aantal andere geluidgevoelige objecten aangewezen zoals scholen en zorginstellingen. In de wet staan regels voor weg- en railverkeerslawaai en voor gezoneerde industrieterreinen. De wet werkt verder met zones: dit zijn aandachtsgebieden rond geluidbronnen waarbinnen regels en normen gelden om de negatieve gevolgen van geluidhinder te beperken. Het wettelijk normenstelsel kent voorts voorkeurswaarden en grenswaarden. Als de geluidbelasting beneden de voorkeurswaarde blijft dan zijn er wettelijk geen belemmeringen voor nieuwe geluidgevoelige situaties. Bij een geluidbelasting tussen de voorkeurswaarde en de grenswaarde moet er een gemotiveerd besluit genomen worden om nieuwe geluidgevoelige ontwikkelingen mogelijk te maken (hogere waarde). Voor het verlenen van een hogere waarde is de nota “uitvoeringsbeleid hogere grenswaarde” van de gemeente Arnhem van toepassing.

Beleidsplan Geluid Het beleidsplan Geluid heeft tot doel geluidsnormen voor nieuwe situaties af te stemmen op de aard en de functie van een gebied. Hierdoor kan beter rekening gehouden worden met ontwikkelingen en verwachting van de gebruikers van een gebied. In het centrum en dichtbij goed openbaar vervoer wil de gemeente Arnhem veel functies mogelijk maken. Als gebieden intensiever gebruikt worden neemt de kans op geluidhinder ook toe. Andere gebieden zoals de parken worden juist gewaardeerd om hun relatieve rust. Deze uitgangspunten hebben geleid tot een gebiedsgerichte invulling van geluidskwaliteiten binnen Arnhem. Naarmate de geluidbelasting hoger is neemt het belang van een zorgvuldige invulling van de totale leefomgevingskwaliteit toe. 4.2.2

Situatie plangebied

DGMR heeft ten behoeve van de ontwikkeling van Coehoorn-Oost een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Bijlage 4 Akoestisch onderzoek Coehoorn). Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting vanwege de Centrumring op de oostgevel de maximale toelaatbare waarde uit de Wet geluidhinder van 63 dB overschrijdt. Dit betekent dat voor de oostgevel gebouwmaatregelen (een dove gevel) noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan de Wet geluidhinder. In de regels wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen met betrekking tot de dove gevel (zie Artikel 4, onder 4.2 en Artikel 6 onder 6.2 en de toelichting op de regel in paragraaf 5.3).

Bestemmingsplan "Chw Coehoorn - Oost" (vastgesteld)

21

Figuur 5.1; illustratie gevelbelasting hogere waarden. Voor de noordgevel van ontwikkellocatie 2, de zuidwest gevel van ontwikkellocatie 1, de noord-westgevel van ontwikkellocatie 3a en de noordgevel van ontwikkellocatie 3c geldt dat de geluidbelasting de voorkeurswaarde van 48 dB overschrijdt. Voor deze gevels geldt dat maatregelen aan de bron- en overdrachtmaatregelen onvoldoende effectief zijn en dat ze stuiten op stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële bezwaren. Dit betekent dat hogere waarden kunnen worden verleend. In dit bestemmingsplan maken we gebruik van de mogelijkheden van de aanwijzing als experimenteergemeente in de Crisis- en herstelwet. Zie voor de uitgebreide onderbouwing Bijlage 1 Onderbouwing Hogere Waarden. Krachtens artikel 7c, lid 9 van het Besluit uitvoering crisis en herstelwet worden in het bestemmingsplan de hogere waarden vastgesteld. Aanvaardbaar woon- en leefklimaat Naast de Wet geluidhinder geldt er in het kader van een goede ruimtelijke ordening de verplichting om onderzoek te doen naar het woon- en leefklimaat. Dit betekent dat ook moet worden gekeken naar de geluidbronnen die niet worden geregeld in de Wet geluidhinder. Voor het plangebied gaat het dan om 30 km/u wegen en geluidhinder vanwege bedrijvigheid (zie conclusie bedrijven en milieuzonering paragraaf 4.4).

In het akoestisch onderzoek is in het kader van wegverkeer gekeken naar 30 km/u wegen en cumulatie. Door de 30 km/uurwegen Coehoornstraat en Nieuwe Plein is de hoogst berekende waarde 59

22

Bestemmingsplan "Chw Coehoorn - Oost" (vastgesteld)

dB na aftrekt op de oostzijde van het plan. Vanwege de cumulatie van de centrumring en de 30 km/uur wegen wordt een dove gevel uitgevoerd. Het geluidbeleid voorziet erin dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1

Algemeen

De Europese richtlijnen voor luchtkwaliteit zijn geïmplementeerd in titel 5.2 van de Wet Milieubeheer. Het doel van deze wetgeving is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. De wet is primair gericht op het voorkomen van negatieve effecten op de gezondheid van de mens. Daarnaast zijn er voor de stoffen zwaveldioxide en stikstofoxiden ook normen opgenomen ter bescherming van ecosystemen. Voor het toetsen van ruimtelijke plannen zijn de volgende grenswaarden het meest relevant: PM10 (fijnstof) 1. de jaargemiddelde concentratie van 40 µg PM10/m3 mag niet worden overschreden; 2. de 24 uursgemiddelde concentratie van 50 µg PM10/m3 mag niet vaker dan 35 keer per jaar worden overschreden; NO2 (stikstofdioxide) 1. de jaargemiddelde concentratie van 40 µg NO2/m3 mag niet worden overschreden; 2. de uurgemiddelde concentratie van 200 µg NO2/m3 mag niet vaker dan 18 keer per jaar worden overschreden. Voor de overige stoffen worden in Nederland geen overschrijdingen gerapporteerd.

In de op de Wet milieubeheer gebaseerde algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) zijn regels vastgelegd waaronder projecten (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die niet in betekenende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit, zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit, toch doorgang kunnen vinden. De grens ligt bij een toename van maximaal 3%. Om te voorkomen dat in gebieden waar (nog) grenswaarden worden overschreden of dreigen overschreden te worden, een verslechtering van de luchtkwaliteit plaatsvindt, kunnen bij ministeriële regeling bepaalde gebieden en bepaalde broncategorieën worden aangewezen waarbinnen geen gebruik kan worden gemaakt van de NIBM-regeling. 4.3.2

Situatie plangebied

In het akoestisch onderzoek (Bijlage 4 Akoestisch onderzoek Coehoorn) is tevens de luchtkwaliteit onderzocht. In het plangebied zijn de concentraties voor de stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) op verschillende punten bepaald. De hoogst berekende concentratie is voor NO2 22 µg PM10/m3 , voor PM10 18,5 µg PM10/m3 en voor PM2,5 µg PM10/m3. Dit betekent dat de berekende concentraties ruimschoots voldoen aan de grenswaarden. Ook worden de daggemiddelde en uurgemiddelde normen niet overschreden. In het onderzoek is de luchtkwaliteit ook beoordeeld op basis van NIBM. Uit het resultaat blijkt dat de extra woningen niet zorgen voor een betekende bijdrage op de luchtkwaliteit.

4.4

Hinder

4.4.1

Algemeen

In het kader van bedrijven en milieuzonering dienen de effecten van inrichtingen op hun omgeving (gevoelige bestemmingen, waaronder eventueel nieuw te ontwikkelen woningen) in beeld gebracht te worden. Voorbeelden van hinder zijn geluid, geur, stof of gevaar. In de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering 2009' is een lijst van inrichtingen opgenomen waarbij de inrichtingen op grond van de hinder die zij veroorzaken, zijn opgedeeld in 6 categorieën. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat een inrichting uit categorie 1 relatief weinig hinder veroorzaakt en een inrichting uit Bestemmingsplan "Chw Coehoorn - Oost" (vastgesteld)

23

categorie 6 bijzonder veel hinder veroorzaakt. 4.4.2

Situatie plangebied

Hinder Op basis van de milieucategorie zoals genoemd in de VNG brochure bedrijven en milieuzonering geldt voor inrichtingen een richtafstand ten opzichte van woningen binnen het omgevingstype woongebied of gemengd gebied (wonen naast werken). Bij ontwikkelingen binnen de richtafstand kan gemotiveerd van deze richtafstand worden afgeweken. Binnen een gemengd gebied kan de richtafstand worden verkleind zonder dat dit ten koste gaat van het woon-en leefklimaat.

Binnen het plangebied zijn de bestemmingen Gemengd 1 tot en met 4 en Groen. Binnen de gemengde bestemmingen zijn creatieve bedrijvigheid, wonen, kleinschalige bedrijvigheid en maatschappelijke functies toegestaan. Op basis van de bestemmingen gaat het hierbij om maximaal milieucategorie 2 inrichtingen waarvoor binnen een woongebied ten opzichte van woningen een richtafstand van 30 meter geldt. Binnen een gemengd gebied kan deze afstand worden verkleind naar 10 meter.

Het plangebied 'Coehoorn-Oost' kan worden getypeerd al een gemengd gebied met een duidelijke functiemenging waarbij een andere categorie-indeling geldt namelijk A, B en C. Bij categorie A activiteiten gaat het om activiteiten die weinig milieubelastend zijn en aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. Categorie B activiteiten zijn activiteiten met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen dienen plaats te vinden. Categorie C inrichtingen zijn inrichtingen zoals bedoeld onder B maar dan vanwege de relatief grote verkeer aantrekkende werking op een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur zijn aangewezen. Binnen de gebieden met een duidelijke functiemenging zijn restaurants, snackbars, cafés, winkels, kantoren categorie A inrichtingen. Supermarkten categorie B inrichtingen. Een bijvoorbeeld een theater, parkeergarage zijn categorie C inrichtingen. In het kader van bestemmingsplan is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Bijlage 4 Akoestisch onderzoek Coehoorn) Op basis van het beleidsplan geluid van de gemeente Arnhem ligt het gebied binnen het omgevingstype stedelijke zone/knooppunt met als kenmerk overwegend lawaaiig.

Stedelijke zone/knooppunt is een gebied gelegen in de directe nabijheid van belangrijke verkeersaders en goed ontsloten met hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) waarbij sprake is van een hoge mate van functiemenging. Binnen de stedelijke zone vindt verdichting plaats, er zijn kansen voor meervoudig grondgebruik. Voor inrichtingen is het ambitieniveau 55 dB(A). In het Coehoornpark, gelegen in dit bestemmingsplan binnen de groenbestemming, bevindt zich ter plaatse van de horeca inrichting Stella By Starlight een terras van 2,5 meter breed. DGMR heeft onderzoek gedaan naar de geluiduitstraling van dit terras. In het onderzoek is er van uit gegaan dat een terras geopend is van 09.00 tot 23.00 en dat het terras ruimte biedt aan 32 zitplaatsen. Uit het onderzoek volgt dat de geluidbelasting door het terras op de gevels van de te realiseren woningen op ontwikkellocaties 1, 2 en 3a (respectievelijk Gemengd-1, Gemengd-2 en Gemengd-3) beneden de streefwaarden uit de VNG-publicatie ligt. Op basis van een 55 dB(A) etmaalwaarde is de geluidbelasting alleen gedurende de avondperiode op de woning boven de horecavoorziening 1 dB(A) te hoog. Deze woning ligt buiten het plangebied. Dit wordt veroorzaakt door het terras. Dit terras is vooral in de zomermaanden in gebruik en dus niet continu. Hierdoor is een geluidbelasting van 51 dB(A) in de avondperiode op deze woning aanvaardbaar.

Geur In de directe omgeving van het plangebied zijn geen industriële bedrijven waarbij geur een rol speelt. Vanuit geur zijn er geen belemmeringen voor dit plangebied.

24

Bestemmingsplan "Chw Coehoorn - Oost" (vastgesteld)

4.5

Externe veiligheid

4.5.1

Algemeen

Externe veiligheid Met externe veiligheid wordt bedoeld de kans op overlijden van mensen buiten de grenzen van een bedrijf of transportmedium, als rechtstreeks gevolg van een ongeval met (gevaarlijke) stoffen binnen de grenzen van het bedrijf dan wel het transportmedium. In de externe veiligheid worden twee risicobegrippen gehanteerd het PR (Plaatsgebonden Risico) en het GR (Groepsrisico). Landelijk beleid Voor bedrijven is op 28 oktober 2004 het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. In het Bevi wordt een onderscheid gemaakt in kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. De 10-6 PR contour geldt ten opzichte van kwetsbare objecten als grenswaarde en ten opzichte van beperkt kwetsbare objecten als richtwaarde. Het beoordelingskader voor het groepsrisico is een oriënterende waarde. Voor ondergrondse (aardgas)leidingen is er het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en voor de transportroutes (weg, water, spoor) het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het Bevi, Bevt en Bevb zijn de milieukwaliteitseisen vastgelegd die in de ruimtelijke planvorming moeten doorwerken. Basisnet spoor Op 1 april 2015 is de regeling 'Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' in werking getreden. Het Basisnet geldt voor het transport van gevaarlijke stoffen via de weg, spoor en het water.

Per traject geeft Basisnet een risicoplafond voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het risicoplafond wordt enerzijds bepaald door het aantal transporten dat Arnhem per jaar passeert en anderzijds door het aantal aanwezige personen (volgens het bestemmingsplan) in de omgeving van het spoor. Met het Basisnet ligt de gebruiksruimte voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en de veiligheidszone voor de ruimtelijke ordening vast. Gemeentelijk beleid Het beleidsplan externe veiligheid van de gemeente Arnhem beschrijft de mate van gewenste externe veiligheid in Arnhem. Uitgangspunt hierbij zijn de landelijke normen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In een groot gedeelte van de stad streven we naar het niet doen toenemen van de risico's. Op sommige plekken in de stad, op bedrijventerreinen voor zware industrie en de volgens het structuurplan stedelijke zone accepteren we een hoger risico dan op andere plaatsen. Wel moet daar extra aandacht zijn voor de beschikbare mogelijkheden voor rampenbestrijding, de zelfredzaamheid van mensen en de hulpverlening. 4.5.2

Situatie plangebied

Transport van gevaarlijke stoffen via het spoor Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen het invloedsgebied (groepsrisico) van het spoor waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De ontwikkelingen binnen het plangebied Coehoorn-Oost liggen echter buiten het invloedsgebied van het spoor. Dit betekent dat er geen toe- en/of afname van het groepsrisico is. Verantwoording groepsrisico Binnen het invloedsgebied van het groepsrisico zijn geen nieuwe ontwikkelingen voorzien. Dit betekent dat het groepsrisico niet zal toe en/of afnemen en er geen verdere verantwoording van het groepsrisico plaatsvindt.

Bestemmingsplan "Chw Coehoorn - Oost" (vastgesteld)

25

4.6

Groen en ecologie

4.6.1

Groen en ecologie

Wet natuurbescherming (Regels ter bescherming van de natuur) De Wet natuurbescherming (Wnb) vervangt sinds 2017 het wettelijke stelsel voor de natuurbescherming zoals dat was neergelegd in de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet, door één integraal en vereenvoudigd kader. De Wnb neemt de Europese regelgeving als uitgangspunt. Waar dat noodzakelijk is voor een adequate bescherming van natuurwaarden waarvoor geen specifieke bescherming is voorzien in Europese regelgeving worden aanvullende nationale beschermingsvoorschriften verankerd. De wet gaat over de bescherming van de kernnatuurwaarden en de houtopstanden, als onderdeel van een groter maatregelenpakket gericht op de bescherming van natuurwaarden en het tegengaan van biodiversiteitsverlies. De taken en verantwoordelijkheden worden zoveel mogelijk bij de provincies neergelegd. Bescherming van gebieden Voor de instandhouding van gebieden die zijn aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitat-richtlijn (Natura 2000-gebieden) stelt de Wnb specifieke kaders. De Natura 2000-gebieden in Arnhem zijn Veluwe en Rijntakken.

Het is verboden om zonder vergunning een project te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstelling voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Indien het project afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, dan moet een passende beoordeling worden gemaakt van de gevolgen voor het gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen. Alleen indien daaruit met zekerheid blijkt dat het plan of project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet aantast, wordt de vergunning verleend. Als de zekerheid niet kan worden verkregen, dan kan een vergunning alleen worden verleend als er geen alternatieve oplossingen zijn, er sprake is van een dwingende reden van groot openbaar belang en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen (de zgn. “ADC-toets“) Op het moment dat een passende beoordeling nodig is, moet voor het kaderstellend plan (zoals een bestemmingsplan) een plan-MER worden gemaakt.

De beheerplannen – waarin de uitwerking in omvang, ruimte en tijd van de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden plaatsvindt en waarin de voor die gebieden te treffen maatregelen in samenhang worden beschreven – zijn kaderstellende instrumenten. Ingeval overeenkomstig het beheerplan wordt gehandeld is verzekerd dat de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen niet in het geding is. Bescherming van soorten De Wnb sluit aan bij het specifieke beschermingsregime uit de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn en de natuurbeschermingsverdragen. Er wordt voorzien in concrete verboden ten aanzien van onder meer het vangen en doden van in die bronnen genoemde diersoorten, de verstoring van deze soorten en aantasting van hun rust- en voortplantingsplaatsen, alsmede in een verbod op het plukken en vernielen van bepaalde planten. Voorts wordt voorzien in limitatief opgesomde gronden voor ontheffing van deze verboden. Alleen opzettelijk verrichte handelingen zijn strafbaar. Bij vogels zijn bovendien verstoringen niet strafbaar als de staat van instandhouding van die vogelsoorten niet in gevaar komt. Gedeputeerde staten kunnen onder voorwaarden ontheffing verlenen van de verboden. Daarnaast geldt als beschermingsregime voor (nationale) soorten: a. een zorgplicht die van toepassing is op alle natuurwaarden in Nederland; b.

een verbod op het opzettelijk doden van de in de bijlage van de wet genoemde dieren, met een ontheffingsregime dat ruimer is dan dat voor internationaal en Europees beschermde soorten (zoogdieren, reptielen, amfibieën en thans op een rode lijst staande vissen, dagvlinders, libellen en kevers) (82 soorten); 26

Bestemmingsplan "Chw Coehoorn - Oost" (vastgesteld)

c. een verbod op het vangen van dieren genoemd in de bijlage en het opzettelijk beschadigen van hun vaste voortplantings-plaatsen of rustplaatsen (zoals de dassenburcht); en d. een verbod op het plukken of opzettelijk vernielen van in de bijlage genoemde vaatplanten (63 soorten, waaronder orchideeën). Er wordt voorzien in ruimere ontheffingsmogelijkheden dan voor de strikt beschermde soorten gelden (artikel 3.10 lid 2). Voorts wordt het aantal bejaagbare soorten uitgebreid, worden door gedeputeerde staten goedgekeurde faunabeheerplannen sturend bij de schadebestrijding, populatiebeheer en jacht en is de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het stelsel van soortenbescherming, met inbegrip van de taken van het (op te heffen) Faunafonds, bij de provincies komen te liggen. Groenvisie 2017-2035 De Groenvisie gaat over het Groen-blauw raamwerk, de stedelijke hoofdgroenstructuur, vertaald in doelen, ambities en ontwikkelopgaven. Dit Groen-blauw raamwerk van de stad bepaalt het gezicht van de stad en de aantrekkelijkheid van uiteenlopende woon- en recreatiemilieus. Het gaat daarbij om de waarden vanuit landschap, cultuurhistorie, ecologie, water en recreatief gebruik op gemeente en op particuliere terreinen. Aan groen worden de laatste jaren steeds meer waarden en kwaliteiten toegekend. Zo ook aan het Arnhemse groen.

Daarbij valt te denken aan gezondheid, klimaat (verminderen van hitte en van wateroverlast), milieu (verbeteren luchtkwaliteit), stadslandbouw, dierenwelzijn, toerisme en sport en bewegen. Het groen biedt ruimte voor een gezonde, leefbare, aantrekkelijke en daarmee ook toekomstbestendige woon- en werkomgeving. De Groenvisie legt niet alleen het Groen-blauw raamwerk vast, dus de stedelijke hoofdgroenstructuur, maar geeft ook richting aan het belang van groen in de wijken, zodat initiatieven de waarden van het groen (landschap, biodiversiteit, gezondheid, waterbuffering, koelte) niet aantasten maar juist versterken. Zij vormt daarmee een basis voor de vertaling naar de (planologische) bescherming van waardevolle gebieden en waardevolle bomen in de bestemmingsplannen. De visie zorgt voor een actualisatie van de Arnhemse regels met betrekking tot groencompensatie. In de Groenvisie zijn nu de actuele Arnhemse regels groencompensatie 2017 opgenomen. Uitgangspunt blijft dat de totale groenbalans in de stad neutraal moet blijven of toeneemt. Moet er toch groen verdwijnen, dan wordt dat gecompenseerd. Eerst kwantitatief, dan kwalitatief en als laatste financieel. Bij financiële compensatie wordt de waarde van het groen en de boomopstanden gestort in het Groenfonds. Het provinciale beleid met betrekking tot groencompensatie heeft betrekking op bos binnen het Gelderse Natuurnetwerk.

Daar waar de provinciale compensatieregels gelden treden de gemeentelijke terug. Natuurinclusief bouwen Door natuurinclusief te bouwen en te ontwerpen is het mogelijk gezonde en aantrekkelijke stad te creëren, die voor alle gebruikers een prettige leefomgeving vormen. In Coehoorn liggen er kansen om te vergroenen met inheemse bomen, struiken en kruiden (park, groene daken, groene gevels) als leefgebied voor vlinders, wilde bijen en egel. En dit groen te verbinden met het groen in de omgeving, bijvoorbeeld park Onderlangs. In gebouwen liggen er kansen om verblijven te behouden en te creëren voor vleermuizen, huismus en gierzwaluw. 4.6.2

Situatie plangebied

Bescherming van soorten en Natura 2000-gebieden Ekoza B.V. heeft in opdracht van de gemeente een ecologische QuickScan uitgevoerd ten behoeve van de ontwikkeling van het gebied Coehoorn in Arnhem (Quickscan flora en fauna, Coehoorn, Arnhem, projectnummer 19.164, 3 september 2019, Ekoza, Bijlage 5 QuickScan Flora en Fauna). Uit de QuickScan blijkt dat er geen negatieve effecten, dan wel significant negatieve effecten zijn te

Bestemmingsplan "Chw Coehoorn - Oost" (vastgesteld)

27

verwachten van het project op het nabijgelegen Natura 2000-gebied. Het plangebied ligt buiten de grenzen van Natuurnetwerk Nederland, waardoor er geen effecten op de kernkwaliteiten van het gebied zijn. Wel volgt uit de QuickScan dat nader onderzoek zal moeten plaats vinden naar de steenmarter, gebouwbewonende vleermuissoorten en vogels (gierzwaluw, huismus en algemene broedvogels). Wanneer het plan effect heeft op de soorten waarvoor nader onderzoek wordt uitgevoerd is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk. De verwachting is dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot overtreding van de Wet Natuurbescherming, mits er vooraf maatregelen worden getroffen ten aanzien van het behoud van leefgebied van beschermde soorten. Bij eventuele aanwezigheid van verblijfplaatsen kan met bepaalde maatregelen (c.q. ongeschikt maken verblijfplaatsen) en het plaatsen van zowel tijdelijke als permanente voorzieningen een ontheffing worden verleend. Daarnaast is onderzoek gedaan naar de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura-2000 gebieden door de ontwikkeling (Onderzoek stikstofdepositie Plan Coehoorn-Oost Arnhem, M.2019.1208.05/R001, 3 december 2019, Bijlage 6 Onderzoek stikstofdepositie Coehoorn-Oost). Voor het plan is zowel een berekening gemaakt van de stikstofdepositie die ontstaat in de bouw- als in de gebruiksfase.

Uit het rapport blijkt dat zowel voor de gebruiksfase als voor de bouwfase de berekende depositie onder de grenswaarde van 0,00 mol/ha/jaar blijft. Voor de berekening is er vanuit gegaan dat de bouw over 3 jaar wordt uitgevoerd. Het nieuwe complex wordt aardgasloos gebouwd, dit betekent dat alleen de verkeersgeneratie voor de gebruiksfase een relevante bron is met betrekking tot stikstofdepositie. Groenbalans en groencompensatie De ontwikkeling moet getoetst worden aan Spelregels groencompensatie 2017 (Groenvisie 2017). Uitgangspunten is dat het bestaande groen zoveel mogelijk behouden blijft, zo zuinig mogelijk wordt omgegaan met bestaande en potentiële kwaliteiten, op kansrijke plekken groen wordt aangeplant en versnippering wordt voorkomen. Bij veranderingen dient een groenbalans te worden opgesteld, waarin is aangegeven hoe de groencompensatieregels zijn toegepast. De groenbalans is op twee onderdelen beoordeeld namelijk de planologische effecten van het voornemen (juridische vergelijking) en de feitelijke situatie. Juridische vergelijking De gronden van het plangebied zijn in het bestemmingsplan Coehoorn bestemd als 'Maatschappelijk', 'en 'Gemengd'. Er is geen sprake van een groenbestemming. Dit bestemmingsplan, 'Coehoorn-Oost', voorziet wel in een groenbestemming. De groenbalans is juridisch gezien positief.

Feitelijke vergelijking Voor de feitelijke groenbalans moet worden voldaan aan de regels groencompensatie (Groenvisie 2017). Groenbalans Huidige situatie Nieuwe situatie

Oppervlak groen ongeveer 2.750 m 2 ongeveer 3.500 m 2, exclusief daktuin van ongeveer 800 m 2

Aantal bomen 9 Minimaal 9 stuks. Uitgangspunt is het behoud van de bomen in het plangebied. Bomen die niet behouden kunnen blijven en niet kunnen worden verplant, moeten financieel worden gewaardeerd. De totale waarde van de bomen moet worden geïnvesteerd in nieuwe bomen binnen het plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=4bb77b72-f939-49fa-ae67-05dd7635323c