Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendige Openbare Ruimte (USTOR).pdf
Tekst van het document
Tegels eruit, groen erin, bij overmatige oppervlaktes trottoir [+]
Grondverbetering / groeiplaatsverbetering bomen [+]
Grondverbetering / groeiplaatsverbetering bomen [+]
Parkeervakken omvormen naar groen binnen huidig profiel [+]
Parkeervakken omvormen naar groen binnen huidig profiel [+]
Plantvakken meer hitte/droogte bestendig; meer reliëf aanbrengen [+]
Plantvakken meer hitte/droogte bestendig; meer reliëf aanbrengen [+]
Aanleg geveltuinen
Meer bomen toevoegen, ten koste van andere functies Toevoegen groenvakken Waterelement toevoegen zoals fontein of waterspeelplaats
Open goten, andere gootconstructies voor snellere afvoer water Infiltratiekratten of andere ondergrondse waterberging toepassen Stroomprofiel in straat aanpassen, begeleiding water over de weg Dwarsprofiel straat aanpassen: holle weg (water weg bij gevels) Bomen toevoegen in bestaande bomenrij bij beschikbare ruimte [+]
Pagina 22 van 36
Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte
Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023
2.10 Verblijfskwaliteit: een prettige openbare ruimte Conform de Visie Openbare Ruimte (2017) is de openbare ruimte de huiskamer van de stad. Die huiskamer moet prettig zijn om in te verblijven. Daarbij hoort goed straatmeubilair, passende sport- en speelvoorzieningen en voldoende groen (zie §2.11). Met betrekking tot de sport- en speelvoorzieningen is de gemeentelijke werkwijze omschreven in het ‘Strategisch plan sporten en spelen in de openbare ruimte’ (2021). Daarin is gedefinieerd welke maatregelen we wel en niet kunnen meenemen onder de noemer ‘Stad zijn’, oftewel binnen onderhoud en vervanging. De Maatregelenlijst (bijlage I) sluit hierop aan. Ook het verbeteren van de verkeersveiligheid, bijvoorbeeld door de snelheid van gemotoriseerd verkeer te verlagen, kan bijdragen aan de verblijfskwaliteit. Zie daarvoor §2.4. In algemene zin geldt daarnaast dat ook het wegwerken van achterstallig onderhoud een grote bijdrage kan leveren aan de verblijfskwaliteit; de straat is weer heel en netjes. De tabel hieronder geeft weer welke mogelijkheden er zijn om aanpassingen te doen op het vlak van verblijfskwaliteit binnen verschillende werksoorten. Maatregelen met een [+] erachter betreffen ‘plussen’. De tabel moet gelezen worden in combinatie met de Maatregelenlijst uit Bijlage I. Tabel, mogelijke maatregelen: verblijfskwaliteit verbeteren Losse Verbeter Maatregelen
Planmatig klein onderhoud (PKO)
Onderhoud (O) (+)
Vervanging (VV)(+)
Herinrichting
Vervangen straatmeubilair bij einde levensduur van losse objecten.
Verbeteringen van de verblijfskwaliteit - los van wegwerken achterstalligheid - niet mogelijk.
Vervangen straatmeubilair bij einde levensduur van losse objecten [+]
Vervangen straatmeubilair bij einde levensduur van losse objecten.
Straatmeubilair (o.a. afvalbakken, fietsenrekken) toevoegen op trottoir [+]
Straatmeubilair (o.a. afvalbakken, fietsenrekken) toevoegen op trottoir [+]
Straatmeubilair (o.a. afvalbakken, fietsenrekken) toevoegen op trottoir [+]
Speeltoestellen vervangen door ander toestel, op dezelfde valondergrond, bijvoorbeeld om aan te sluiten op demografische ontwikkelingen [+]
Voor vergroening, zie §2.11
Speeltoestellen vervangen door ander toestel dat in prijs en omvang gelijkwaardig is en eenvoudig ingepast kan worden, te plaatsen op de bestaande valondergrond [+]
Bij herinrichtingen wordt verblijfkwaliteit waar nodig verbeterd, door binnen het beoogde programma ruimte te zoeken voor bijvoorbeeld zitgelegenheid, speelaanleidingen, vergroening, etc.
Voor verkeersveiligheid, zie §2.4
Pagina 23 van 36
Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte
Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023
2.11 Vergroenen: meer groen en gezonder groen De omgevingsvisie Amsterdam 2050 stelt dat Amsterdam rigoureus gaat vergroenen met meer en betere natuur door de hele stad. Ook in het coalitieakkoord 2022-2026 wordt benadrukt hoe belangrijk groen is voor leefbaarheid in de stad. Amsterdam wil daarom inzetten op groenere straten, meer bomen en meer ecologisch groen. Tegelijkertijd zijn de middelen om hier grote stappen in te zetten ontoereikend en is het noodzakelijk eerst flink te investeren in de beheeropgave, voordat aan het rigoureus toevoegen van groen begonnen wordt. Ook al het nieuwe groen moet immers beheerd worden en groen is kostbaarder in beheer dan verharde openbare ruimte. Des te belangrijker is het de maatregelen die genomen worden zo kostenefficiënt mogelijk te doen, door deze te koppelen aan ingrepen die vanuit verhardingen sowieso al gedaan worden. Voor vergroenen geldt daarnaast dat ook diverse maatregelen los uit te voeren zijn, zonder dat dat tot significant hogere meerkosten leidt. Tenslotte is een grote overlap met maatregelen voor klimaatadaptatie (zie §2.9). Tabel, mogelijke maatregelen: vergroenen Losse Verbeter Maatregelen
Planmatig klein onderhoud (PKO)
Onderhoud (O) (+)
Vervanging (VV) (+)
Herinrichting
Postzegelgroen, uitgevoerd conform Puccini, mits de impact op de ondergrond en het profiel minimaal is.
Geen vergroening mogelijk.
Terug planten van eerder gekapte bomen (stomp vervangen door gelijksoortige boom) [+]
Terug planten van eerder gekapte bomen (stomp vervangen door gelijksoortige boom)
Toevoegen meer groenvakken
Vervangen van dode bomen door nieuwe (gelijksoortige) bomen [+]
Vervangen van dode bomen door nieuwe (gelijksoortige) bomen
Aanleg geveltuinen Grondverbetering / groeiplaatsverbetering bomen
Groeiplaatsverbetering van bestaande bomen (afhankelijk van impact op ondergrond en maaiveld) [+] Tegels eruit, groen erin, bij overmatige oppervlaktes trottoir [+] Grondverbetering / groeiplaatsverbetering bomen [+] Parkeervakken omvormen naar groen binnen huidig profiel, zie ook §2.1 [+] Plantvakken meer hitte/droogte bestendig; meer reliëf aanbrengen [+]
Groeiplaatsverbetering van bestaande bomen (afhankelijk van impact op ondergrond en maaiveld) [+]
Aanleg wadi’s of grotere infiltratiezones Meer bomen toevoegen, ten koste van andere functies
Tegels eruit, groen erin, bij overmatige oppervlaktes trottoir [+] Grondverbetering / groeiplaatsverbetering bomen [+] Bomen toevoegen in bestaande bomenrij bij beschikbare ruimte [+] Parkeervakken omvormen naar groen binnen huidig profiel, zie ook §2.1 [+] Plantvakken meer hitte/droogte bestendig; meer reliëf aanbrengen [+]
Pagina 24 van 36
Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte
Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023
3 Tot welke wijzigingen in het programmeerproces leidt deze uitvoeringsstandaard? Goede programmering van opgaven, ambities en verbeteringen aan de openbare ruimte is essentieel voor toekomstbestendig werken aan de openbare ruimte. Om toekomstbestendig te werk te gaan, moeten we tenslotte weten óf het nodig is om de inrichting van een bepaalde weg of plein aan te passen als er onderhoudswerk is gepland. En zo ja, welke wijzigingen op die plek dan prioriteit hebben en of die passen binnen de geplande werksoort. Deze uitvoeringsstandaard legt niet het (stedelijke) programmeerproces vast, maar beschrijft de benodigde wijzigingen aan het bestaande proces en blijft op het niveau van uitgangspunten. Enerzijds omdat het onmogelijk is om in dit stuk het complete ambtelijke en bestuurlijke programmeerproces in kaart te brengen, maar wellicht belangrijker: omdat het programmeerproces volop in ontwikkeling is. Programmeren van ruimtelijke werkzaamheden is gericht op het in kaart brengen, samenbrengen en goed afwegen van de verschillende opgaven, ambities, wensen en eisen. Van gemeente en externe partijen. Om vervolgens bewuste keuzes te kunnen maken over welke werkzaamheden wanneer plaats moeten vinden en of ze al dan niet gecombineerd kunnen worden met andere ingrepen. Om zo op een doelmatige manier te werken aan de ontwikkeling van de stad.
3.1 Werk-met-werk? Het is hierbij altijd laveren tussen de voordelen van het werk-met-werk maken (concentratie van overlast, efficiency) en de nadelen ervan (grote kans op materiaalvernietiging, toename van complexiteit en kosten, afname van uitvoeringssnelheid). Dit betekent ook dat telkens een bewuste keuze moet worden gemaakt bij de betreffende onderhouds- of vervangingsopgave: is er op dit moment op deze locatie aanleiding voor grote investering in de inrichting om de straat toekomstbestendig te maken? Of kan hier goed worden volstaan de (beperkte) wijzigingen die de werksoort biedt? In veel gevallen bieden deze ‘plussen’ soelaas en zorgen ervoor dat de straat weer veilig, klimaatadaptief, bruikbaar en klaar voor de toekomst is. Programmeren van ruimtelijke werkzaamheden gebeurt op verschillende schaalniveaus, met verschillende tijdshorizonnen en met binnen- en buiten gemeentelijke partners. De focus van dit document ligt op de middellange- en korte termijn (4 jaar en korter vooruit) en de koppeling van verschillende onderhoudswerkzaamheden aan de inrichting van de openbare ruimte. Uiteraard vindt daarnaast ook programmering van de langere termijnopgaven plaats.
Het gaat in deze uitvoeringsstandaard primair over de vraag hoe de gemeente omgaat met haar eigen assets en ambities, zonder uit het oog te verliezen dat doorlopend wordt samengewerkt met externe partijen die zich bezighouden met bijvoorbeeld riolering, kabels en leidingen en energie(-transitie).
3.2 Uitgangspunten programmering Om duurzaam, toekomstbestendig en herkenbaar werken in de stad, gelden de volgende uitgangspunten voor programmering: • De programmering start bij technische noodzaak (van onderhoud en vervanging) van boven- en ondergrondse assets. En niet – zoals nu vaak gebeurt – bij beleidsambitie of wens om functionaliteit van straat of gebied aan te pakken.
Pagina 25 van 36
Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte
•
•
• •
•
•
•
•
• •
Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023
Onvermijdelijke transities of andere ingrepen met een grote impact op de assets en openbare ruimte (zoals energietransitie) worden zo goed mogelijk gecombineerd met de vervanging van verhardingen en andere assets zoals civiele constructies, groen en de riolering. Er vindt dus in principe geen energietransitie plaats in gebieden waar de openbare ruimte recent is vernieuwd. In de gezamenlijke programmeerfase vindt ook de inventarisatie van aanvullende (beleids-)ambities en andere wensen plaats, voor de straten en gebieden waar onderhoudswerkzaamheden gepland zijn. Dit is een belangrijk verschil met de huidige praktijk, waarbij vaak pas vlak voor de uitvoering van een onderhoudsproject aanvullende wensen of (beleids-)ambities naar boven komen. Afstemming over aanvullende maatregelen begint zo vroeg mogelijk, zodat alle betrokken partijen de tijd hebben om hun wensen kenbaar te maken. Stadsdelen worden (ambtelijk en bestuurlijk) op verschillende momenten betrokken in het programmeerproces. Om gebiedskennis in te brengen, input te geven over gewenste aanvullende maatregelen (plussen), voorstellen te doen over waar herinrichting nodig is. En in de laatste fase van de programmering, om mee te beslissen over de stadsbrede prioritering.
Gewenste aanvullende maatregelen (‘plussen’) bovenop onderhoud of vervanging kunnen alleen worden meegenomen als ze gebaseerd zijn op een concreet plan, als ze betrekking hebben op het weggedeelte dat wordt onderhouden of vervangen en als er budget voor is (bijvoorbeeld vanuit een programma of stadsverbetering. Tenzij de impact van de maatregel erg klein is en de kosten dus ook zeer beperkt. Zie hieronder voor nadere informatie over kosten en dekkingsbronnen. De werksoort (onderhoud of vervanging) is bepalend voor welke aanvullende verbeteringen (plussen) er wel en niet mee kunnen. Zie de kruisjeslijst aan het einde van dit document en hoofdstuk twee. Een herinrichting kan worden voorgesteld op het moment dat een straat wordt opgevoerd voor vervanging. Overgaan tot herinrichting op het moment dat slechts onderhoud aan de orde is, is uit oogpunt van duurzaamheid en afschrijving zo onaantrekkelijk, dat dit alleen bij zeer grote uitzondering mogelijk is. Als de programmering afgerond is, is de scope van het toekomstige onderhouds- of vervangingsproject helder en staat deze bij aanvang van het project niet meer ter discussie. Dit in tegenstelling tot de huidige praktijk, waarbij pas echt in projectfase (dus wanneer is bepaald dat een bepaald onderhouds- of vervangingsproject van start gaat) aanvullende wensen naar boven komen.
Voor gemeente, partners en Amsterdammers leidt deze programmering tot meerjarige duidelijkheid over koers en besteding van budgetten. Dekking van de verschillende ingrepen komt primair voort uit de werksoort: o Onderhoud uit reserve stadsbehoud; o Vervanging uit vervangingskredieten (die bij de vaststelling begroting worden toegekend, tenzij ze hoger zijn 20 mln.); o Herinrichting uit programma stadsverbetering (bijdrage vanuit investeringsdomein onder 5 mln.) en investeringskredieten (bijdrage boven 5 mln.); o De plussen bij onderhoud en vervanging die tezamen binnen de 10% meerkosten vallen, worden gedekt uit reserve stadsbehoud of vervangingskredieten. Als een of meerdere plussen leiden tot meerkosten boven de 10% van de kale instandhoudingsopgave, dan moeten deze worden gedekt uit programmagelden of stadsverbetering; o Herinrichtingen die voortkomen uit vervangingsopgave, kunnen deels gedekt worden uit de vervangingskredieten (voor de kale instandhoudingsopgave); o Hiervoor zal jaarlijks een bestedingsvoorstel voor vervangingen aan de raad worden voorgelegd, waarin de bijdrage vanuit programma Stadsverbetering aan de opgaven ter besluitvorming wordt toegevoegd. Pagina 26 van 36
Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte
Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023
Programmeerproces op hoofdlijnen programmeerfase
Startpunt: technische noodzaak onderhoud en vervanging van belangrijkste onderen bovengrondse assets (inclusief energietransitie)
Ambtelijk voorstel (G)O en VV voor komende 4 jaar
Verkenning: wat moet er nog meer gebeuren op deze plekken? Input stadsdelen, beleid, programma’s. Soms bewust voorstellen om meer te doen dan plussen: herinrichting
Bestuurlijke afstemming stadsdelen
projectfase
Bespreekvoorstel: Programma onderhoud inclusief plussen en lijst met gewenste herinrichtingen
Prioriteringsproces (ook bestuurlijk)
Resultaat programmering: programma voor 4 jaar vooruit. Stadsbehoud, verbetering én investeringen.
Na opname in jaarprogramma worden individuele projecten opgestart. Ambtelijke intake om opdrachtgever / regievoerder te bepalen. Herinrichtingen verlopen via PBI. Onderhoud via kort proces (zie hH5)
Jaarlijks via VJN naar vastlegging in begroting
Altijd bij aanvang project overleg met bestuurder SD
Pagina 27 van 36
Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte
Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023
4 Kader voor losse verbetermaatregelen Bereik
Eén onderdeel van een inrichting gaat eruit, komt er bij of wordt aangepast.
Belangrijkste uitgangspunten
Losse verbetermaatregelen worden ingezet bij een grote noodzaak, een acute situatie, wensen uit de buurt of komen voort uit een programma om beleid te realiseren. Deze maatregelen worden los van ander werk gepland, georganiseerd en gefinancierd. Deze maatregelen leiden nooit tot een gevel-tot-gevel aanpak. De mate van participatie kan sterk verschillen: hangt af van de aanleiding en de impact.
Financiële dekking
Losse verbetermaatregelen kunnen gedekt worden uit verschillende bronnen: • Een programma (bijvoorbeeld Programma Autoluw, Programma Fiets, Programma Verkeersveiligheid, Uitvoeringsprogramma Groenvisie, Programma Klimaatadaptatie, etc.) dat voorziet in uitvoeringsbudget. • Buurtbudgetten, waarbij bewoners zelf meebeslissen over maatregelen. DB Stadsdeel of College van B&W. In principe vallen losse verbetermaatregel onder de taakuitoefening rond inrichting van de openbare ruimte door het DB van het stadsdeel. In een aantal gevallen zijn verbetermaatregelen onderdeel van een stedelijk programma en vindt de besluitvorming (op programmaniveau of maatregelniveau) bij het college plaats. Ambtelijk wordt met stadsdeel afgestemd hoe het DB wordt betrokken. In sommige gevallen kan een relatief kleine ingreep toch een grote impact hebben op de omgeving of samenvallen met lokale ambities. Als sprake is van een programma wordt daarnaast op programmaniveau besluitvorming georganiseerd en over de voortgang gerapporteerd richting het bestuur (raad/college/DB’s). Programma-organisatie, in opdracht van ambtelijk opdrachtgever V&OR. Ofwel: beperkt projectteam (niet alle IPM-rollen), vergelijkbaar met organisatie van onderhoud (zie H5). Kan ook verlopen via Stadswerken (afdeling gebied en gebruik) of stadsdeelorganisatie.
Bestuurlijk opdrachtgever
Bestuurlijke betrokkenheid
Organisatie
Toetsing & advisering
Advies Expertiseteam: advies bij wijzigingen in de inrichting van de openbare ruimte. Toetsing Toetsteam: verplicht bij wijzigingen in de inrichting van de openbare ruimte.
Communicatie / participatie
Als de losse verbetermaatregel voortkomt uit een grote noodzaak of acute situatie die moet worden opgelost is participatie alleen gericht op informeren. Ook als het gaat om een vrij technische wijziging met beperkte invloed op de inrichting van de ruimte, zal participatie gericht zijn op informeren. Bijvoorbeeld: het verplaatsen van een tramhalte of toegankelijk maken van een tramhalte. Als de losse verbetermaatregel niet urgent is, maar gericht is op realisatie van lokale wensen of beleidsambities (rigoureus vergroenen, autoluw, etc.) is er vaak ruimte voor wensen van bewoners. In die situaties kan de participatie gericht worden op meedenken, cocreatie, of zelfs meebeslissen. Dat laatste zal voornamelijk het geval bij wijzigingen die voortkomen uit trajecten rondom de buurtbudgetten. Als losse verbetermaatregelen uit een overkoepelend programma voortkomen (Autoluw, Groenvisie, MJP Fiets, MJP Verkeersveiligheid, etc.), dan is er de mogelijkheid om eenmalig te laten participeren/inspreken op het programma en niet meer op de losse maatregelen. Ook kan dan ingezet worden op stadsbrede communicatie, omdat mensen op verschillende plekken te maken kunnen krijgen met de gevolgen van het programma. Denk aan: Snorfiets naar de rijbaan in het verleden.
Ongeacht de aanleiding is het essentieel dat de participatie helder ingekaderd wordt vanuit de gemeente, waarbij hij stedelijk beleid altijd leidend is.
Pagina 28 van 36
Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte
Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023
5 Kader voor onderhoud Bereik Belangrijkste uitgangspunten
Eén of meerdere wegvakken of gevel tot gevel, zonder onderbed. Er vindt onderhoud plaats aan de inrichting van het maaiveld. Dit onderhoud vindt plaats aan de bovenlaag van de assets en niet aan fundering. Er wordt in principe niet gegraven. Er vinden geen wijzigingen in de bandenlijn en de afwatering plaats. Dat betekent dat de indeling en de functie van het profiel gelijk blijft. Het aanwezige materiaal wordt hergebruikt. Tenzij de technische staat dit echt niet toelaat. Ook als dit materiaal niet conform beleid is, is hergebruik van bestaand materiaal op locatie het uitgangspunt. Er kan een maatwerk afweging gemaakt worden omtrent het hergebruik van afwijkend materiaal conform Beleidskader Puccinimethode. Erftoegangswegen in asfalt worden niet voorzien van klinkers. Fietspaden in tegels worden niet geasfalteerd. Uit duurzaamheidsoogpunt en vanwege de hoge (directe en indirecte) kosten, volgt dit pas bij vervanging. Maatregelen om risico’s te beperken (bijvoorbeeld verkeersveiligheid, klimaatadaptatie) en relatief eenvoudige verbeteringen worden standaard meegenomen. Verdere verbeteringen kunnen worden meegenomen door toevoegen van ‘plussen’.
Financiële dekking
Bestuurlijk opdrachtgever
Bestuurlijke betrokkenheid
Organisatie
Toetsing & advisering
‘Vastgesteld beleid’ dat bij toepassing leidt tot maatregelen die buiten de toegestane lijst met ‘plussen’ vallen, wordt dus niet meegenomen bij onderhoud. Reserve stadsbehoud is de dekkingsbron voor onderhoud en instandhoudingsmanagement. ‘Plussen’ kunnen worden meegenomen als er budget ter beschikking wordt gesteld vanuit het betreffende programma of stadsverbetering (tenzij de plussen tezamen tot minder dan 10% meerkosten leiden ten opzichte van de kale instandhoudingskosten). Dan worden ze wel gedekt uit de reserve stadsbehoud. Onderhoud van wegen en openbare ruimte gebeurt in opdracht van de Dagelijks Besturen van de stadsdelen en het stadsgebied, op basis van een gezamenlijk opgesteld, stedelijk onderhoudsprogramma dat door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Er vindt geen bestuurlijke besluitvorming in DB of college plaats voor individuele projecten. I. Programmeerfase Dagelijks bestuur is betrokken bij de programmering (zie hoofdstuk 3). Zowel bij het wat (welke straten/ gebieden) als het hoe (welke plussen worden meegenomen in onderhoudsopgaven) Aan het eind van dit proces biedt het college een (onderhoudsprogramma) aan aan de gemeenteraad. II. Planvorming en uitvoering.
Hoewel bij onderhoudsprojecten geen (uitvoerings-) besluiten worden voorgelegd aan het bestuur, wordt de betreffende bestuurder wel betrokken bij de uitwerking en uitvoering: - hij of zij wordt voorafgaand aan de uitvoering geïnformeerd over aankomende ingrepen. Projectgroep komt langs en er wordt doorgenomen wat de impact is op de buurt en of er extra inspanningen nodig zijn vanuit bestuurder of projectteam. Ook wordt afgesproken hoe de bestuurder tijdens het verloop van het project wordt betrokken; - als zich dilemma’s omtrent plussen voordoen gedurende het project, dan worden deze besproken met de bestuurder. Regievoerder (V&OR): altijd Projectleider (IB): altijd Werkvoorbereider (IB): altijd Omgevingsmanager (IB): altijd, inzet afhankelijk van de hoeveelheid [+] Ontwerper: alleen bij projecten met plussen [+] Advies Expertiseteam: advies bij projecten met plus [+] Toetsing Toetsteam: verplicht bij projecten met plus [+]
Pagina 29 van 36
Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte
Communicatie / participatie
Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023
Onderhoudswerk is primair gericht op het in stand houden (schoon, heel en veilig maken) van het bestaande, niet op het wijzigen van de inrichting. Met hergebruik van materialen omdat we op een duurzame manier omgaan met onze spullen, middelen en omgeving. Dit geldt voor groot onderhoud nog meer dan voor vervanging omdat er minder verbeteringen worden meegenomen bij het werk. Als gevolg van de uitgangspunten en afbakening van het werk, zijn de wijzigingen aan de inrichting dus beperkt en wordt aan bewoners duidelijk dat het werk echt gericht is op duurzaam onderhoud. Er wordt dus nooit gekozen voor de formele participatievorm van inspraak (vrijgave, zienswijzen, nota van beantwoording e.a.) maar van een lichtere vorm die start met een omgevingsscan en waar mogelijk kleine verzoeken vanuit de buurt. De participatie is daarom ook primair gericht op informeren, maar wel met aandacht voor de omgeving. Deze participatie start zo vroeg mogelijk in het traject, zodat bewoners weten wat er speelt en hun opmerkingen en zorgen kunnen meegeven aan het projectteam. Project en gebiedsteam kunnen samen anticiperen op wat er gaat gebeuren in een buurt. Bij de start van de planvorming wordt door het projectteam in samenwerking met gebiedsteam van het stadsdeel een omgevingsscan uitgevoerd. Een hulpmiddel hierbij is een richtlijn voor een omgevingsscan met bijbehorende checklist.
Ook stap 1 (verkennen) van het stedelijk stappenplan participatie kan hierbij helpen. Er wordt dan bekeken: - welke impact de werkzaamheden hebben op de omgeving; zowel tijdens de uitvoering als in de eindsituatie. Dit wordt onder meer gedaan door de locatie te bezoeken en met bewoners ter plekke te spreken; - welke andere projecten en maatregelen er gepland staan; - welke ontwikkelingen er spelen in de buurt, (problemen, uitdagingen, ervaringen met de gemeente uit het verleden); - welke verzoeken of SIAA-meldingen vanuit de buurt of toezeggingen aan de omgeving er al liggen; - wat de passende vorm is van participatie, hoe de participatie wordt ingericht (groepsgewijs, individueel, bijeenkomsten of online) en hoe zwaar er wordt ingezet op omgevingsmanagement (en of hiervoor een aparte omgevingsmanager nodig is); - wie leidinggeeft aan de participatie. In principe is dit het projectteam. Het gebiedsteam van het stadsdeel heeft in elk geval een (actieve of adviserende) rol. Tijdens de fase van participatie wordt er goed geluisterd naar de omgeving. Verwachtingsmanagement is belangrijk: er is geen open ontwerptraject en de openbare ruimte blijft grotendeels gelijk. Wel wordt goed geluisterd. Als er wensen zijn die eenvoudige te realiseren zijn en passen binnen de begrenzing van het werk, dan kunnen deze meegenomen worden.
Dit kan via bijeenkomsten met (alle) bewoners, maar ook via gerichte gesprekken met belangengroepen of (ondernemers-)verenigingen. Gezien de beperkte participatievraag, wordt er geen participatieplan – zoals bedoeld in omgevingswet en beleidskader participatie - opgesteld. De voorgestelde participatie voor het project wordt wel (kort) vastgelegd in de omgevingsscan en zal aan het begin van het traject met de betreffende bestuurder worden besproken. Zie hierboven bij bestuurlijke betrokkenheid.
Pagina 30 van 36
Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte
Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023
6 Kader voor vervanging Bereik Belangrijkste uitgangspunten
Eén of meerdere wegvakken, vaak gevel tot gevel, inclusief onderbed. Zowel de inrichting van het maaiveld als de funderingen worden vervangen. Er wordt dus gegraven in de ondergrond. Er vinden geen grote wijzigingen in de bandenlijn plaats. Dat betekent dat de indeling en de functie van het profiel op hoofdlijnen gelijk blijven. Maatregelen om risico’s te beperken (bijvoorbeeld verkeersveiligheid, klimaatadaptatie) en relatief eenvoudige verbeteringen worden standaard meegenomen. Verdere verbeteringen kan middels toevoegen van ‘plussen’. Deze worden alleen meegenomen als er budget ter beschikking wordt gesteld vanuit het betreffende programma of beleidsveld. Het aanwezige materiaal wordt vervangen voor zo ver het technisch gezien aan vervanging toe is. Het wordt vervangen conform het vastgesteld beleid (Puccinimethode).
Financiële dekking
Bestuurlijk opdrachtgever
Bestuurlijke betrokkenheid
Organisatie
Toetsing & advisering
‘Vastgesteld beleid’ dat bij toepassing leidt tot maatregelen die buiten de toegestane lijst met ‘plussen’ vallen, wordt dus niet meegenomen bij vervanging. Vervangingsinvesteringen worden gedekt uit vervangingskredieten, eventueel aangevuld met bijdragen van derden zoals Vervoerregio. ‘Plussen’ kunnen worden meegenomen als er budget ter beschikking wordt gesteld vanuit het betreffende programma of stadsverbetering. Tenzij de plussen tezamen tot minder dan 10% meerkosten leiden ten opzichte van de kale instandhoudingskosten. Dan worden ze wel gedekt uit het vervangingskrediet. Onderhoud van wegen en openbare ruimte gebeurt in opdracht van de Dagelijks Besturen van de stadsdelen en het stadsgebied, op basis van een gezamenlijk opgesteld onderhoudsprogramma dat door de gemeenteraad is vastgesteld. Er vindt geen bestuurlijke besluitvorming in DB of college plaats voor individuele projecten. I. Programmeerfase Dagelijks bestuur is betrokken bij de programmering (zie hoofdstuk 3) van werkzaamheden, de onderverdeling in werksoorten en de aanvullende maatregelen (plus) per project. Aan het eind van dit proces biedt het college een onderhoudsprogramma aan aan de gemeenteraad. II. Planvorming en uitvoering.
Hoewel bij vervangingsprojecten geen (uitvoerings-) besluiten worden voorgelegd aan het bestuur, wordt de betreffende bestuurder wel betrokken bij de uitwerking en uitvoering: - hij of zij wordt aan het begin geïnformeerd over aankomende ingrepen. Projectgroep komt langs en er wordt doorgenomen wat de impact is op de buurt en of er extra inspanningen nodig zijn vanuit bestuurder of projectteam. Ook wordt afgesproken hoe de bestuurder tijdens het verloop van het project wordt betrokken; - als zich dilemma’s omtrent plussen voordoen gedurende het project, dan worden deze besproken met de bestuurder. Regievoerder (V&OR): altijd Projectleider (IB): altijd Werkvoorbereider (IB): altijd Omgevingsmanager (IB): altijd, inzet afhankelijk van de hoeveelheid [+] Ontwerper (R&D): altijd (behalve in het sporadische geval dat volledig één op één wordt vervangen). Advies Expertiseteam: advies bij projecten met plus [+] Toetsing Toetsteam: verplicht bij projecten met plus [+]
Pagina 31 van 36
Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte
Communicatie / participatie
Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023
Onderhoudswerk is primair gericht op het in stand houden (schoon, heel en veilig maken) van het bestaande, niet op het wijzigen van de inrichting. Met hergebruik van materialen omdat we op een duurzame manier omgaan met onze spullen, middelen en omgeving. Als gevolg van de uitgangspunten en afbakening van het werk, zijn de wijzigingen aan de inrichting dus beperkt en wordt aan bewoners duidelijk dat het werk echt gericht is op duurzaam onderhoud. Er wordt dus nooit gekozen voor de formele participatievorm van inspraak (vrijgave, zienswijzen, nota van beantwoording, e.a.) maar van een lichtere vorm die start met een omgevingsscan en waar mogelijk kleine verzoeken vanuit de buurt. De participatie is daarom ook primair gericht op informeren, maar wel met aandacht voor de omgeving. Deze participatie start zo vroeg mogelijk in het traject, zodat bewoners weten wat er speelt en hun opmerkingen en zorgen kunnen meegeven aan het projectteam. Project en gebiedsteam kunnen samen anticiperen op wat er gaat gebeuren in een buurt. Bij de start van de planvorming wordt door het projectteam in samenwerking met gebiedsteam van het stadsdeel een omgevingsscan uitgevoerd. Een hulpmiddel hierbij is de richtlijn voor een omgevingsscan met bijbehorende checklist. Ook stap 1 (verkennen) van het stedelijk stappenplan participatie kan hierbij helpen.
Er wordt dan bekeken - welke impact de werkzaamheden hebben op de omgeving; zowel tijdens de uitvoering als in de eindsituatie. Dit wordt onder meer gedaan door de locatie te bezoeken en met bewoners ter plekke te spreken; - welke andere projecten en maatregelen er gepland staan; - welke ontwikkelingen er spelen in de buurt, (problemen, uitdagingen, ervaringen met de gemeente uit het verleden) - welke verzoeken of SIAA-meldingen vanuit de buurt of toezeggingen aan de omgeving er al liggen; - wat de passende vorm is van participatie (groepsgewijs, individueel, bijeenkomsten of online), hoe de participatie wordt ingericht en hoe zwaar er wordt ingezet op omgevingsmanagement (en of hiervoor een aparte omgevingsmanager nodig is). - wie leidinggeeft aan de participatie. In principe is dit het projectteam. Het gebiedsteam van het stadsdeel heeft in elk geval een (actieve of adviserende) rol. Tijdens de fase van participatie wordt er goed geluisterd naar de omgeving. Verwachtingsmanagement is belangrijk: er is geen open ontwerptraject en de openbare ruimte blijft grotendeels gelijk. Wel wordt goed geluisterd. Als er wensen zijn die eenvoudige te realiseren zijn en passen binnen de begrenzing van het werk, dan kunnen deze meegenomen worden. Dit kan via bijeenkomsten met (alle) bewoners, maar ook via gerichte gesprekken met belangengroepen of (ondernemers-)verenigingen.
Gezien de beperkte participatievraag, wordt er geen participatieplan – zoals bedoeld in omgevingswet en beleidskader participatie - opgesteld. Het wordt ambtelijk wel (kort) vastgelegd in de omgevingsscan en zal aan het begin van het traject met de betreffende bestuurder worden besproken. Zie hierboven bij participatie en bestuurlijke betrokkenheid.
Pagina 32 van 36
Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte
Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023
7 Kader voor herinrichtingen Afbakening
Eén of meerdere wegvakken, vaak gevel tot gevel, inclusief onderbed.
Belangrijkste uitgangspunten
Herinrichtingen zijn gericht op het wijzigen en verbeteren van de functie en inrichting van de ruimte. Voor plan- en besluitvorming wordt gebruik gemaakt van het handboek PBI (Plan en Besluitvormingsproces Infrastructuur en Openbare Ruimte): het PBI 2019 en de beperkte actualisatie 2022. Herinrichtingen vinden plaats op het moment dat er technische noodzaak is voor vervanging van de assets (verhardingen, civiele constructies, groen). Vroegtijdige herinrichtingen worden zoveel mogelijk voorkomen. In fase 1 of 2 wordt altijd onderzocht of een volledige gevel-tot-gevel aanpak nodig is. Als de aanleiding voor de herinrichting ligt in het verbeteren van de functionaliteit van rijbaan en fietspad, dan moet worden onderzocht of de herinrichting ook tot deze elementen kan worden beperkt. Bepalende elementen in de huidige inrichting die duur of gevoelig zijn om te verplaatsen (zoals bomen, lantaarnpalen of verkeersregelinstallaties) worden alleen verplaatst of weggehaald als het echt niet anders kan. De standaard voor het Amsterdams straatbeeld (Puccinimethode) is uitgangspunt bij de planontwikkeling: • Werk met standaard profielen en standaard details uit de Puccinimethode (Handboek Rood). Eventuele verzoeken tot afwijking daarvan worden altijd ter advies voorgelegd aan het Toetsteam OR&M. • Pas het standaard materiaal toe zoals voorgeschreven in de Puccinimethode (Handboek Rood).
Hierover is geen participatie mogelijk. Uitzonderingen zijn de ‘bijzondere plekken’ zoals weergegeven op de Vloerkaart Puccinimethode en de ‘buurtpleinen’ zoals gedefinieerd in het Beleidskader Puccinimethode. Verbijzondering van materiaal op buurtpleinen en andere voorgenomen afwijkingen worden altijd ter advies voorgelegd aan het Toetsteam OR&M. • Reken bij afwijkend materiaalgebruik (bijzonder verhardingsmateriaal, bijzondere lichtmasten, afwijkend straatmeubilair, etc.) altijd twee varianten door: de basisvariant (100% standaard Puccini) en het afwijkend ontwerp. Laat het bestuur bewust kiezen voor de meerkosten van de special.
Financiële dekking Bestuurlijk opdrachtgever
Bestuurlijke betrokkenheid
Organisatie
Investeringskredieten bij grote investeringen en programma stadsverbetering bij kleinere projecten. Bij herinrichting die op moment van vervanging plaatsvindt: bijdrage kale vervanging vanuit stadsbehoud of vervangingskredieten. Zie beperkte actualisatie PBI 2022. Bestuur stadsdeel/stadsgebied is bestuurlijk opdrachtgever van nieuwe projecten, tenzij de (verwachte) Amsterdamse investeringssom boven de 20 mln. ligt, en/of het project het stadsdeelbelang of stadsdeelgrens overschrijdt. Zie PBI 2019 en beperkte actualisatie 2022. Aan het begin van het project wordt in het principebesluit bepaald wie bestuurlijk opdrachtgever is: DB Stadsdeel/stadsgebied of college. Dit wordt vastgelegd in het principebesluit door de betreffende bestuurder. Vervolgens zijn er in de planvorming twee belangrijke besluiten: • Het voorkeursbesluit op basis van de Nota van Uitgangspunten (door DB dan wel college en/of gemeenteraad) • Het uitvoerings- en budget-/kredietbesluit op basis van ontwerp en kostenraming (door DB dan wel college en/of gemeenteraad) Ambtelijk opdrachtgever (V&OR): altijd Volledig IPM-team (IB): altijd Pagina 33 van 36
Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte
Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023
Toetsing & advisering
Advies Expertiseteam: advies Toetsing Toetsteam: verplichte toets op NvU en Concept DO
Communicatie / participatie
Zie het Plan en Besluitvormingsproces Infrastructuur en Openbare Ruimte (PBI). Herinrichtingen kennen altijd een actieve vorm van participatie vanwege de wijzigingen die plaatsvinden aan de inrichting en de impact van de veranderingen op de (leef-)omgeving. Het zwaartepunt van de participatie ligt meestal in de uitgangspuntenfase (PBI-fase 2). De komst van de Omgevingswet, het participatiebeleid en het streven van Amsterdam om burgers en belanghebbenden goed te betrekken, maken dat de klassieke (geprotocolleerde) vorm van inspraak niet langer de standaard is. Aantrekkelijke alternatieven: (i) Een fase van participatie in te richten aan het begin van de uitgangspuntenfase waarbij het gesprek aan wordt gegaan met de omgeving, stakeholders en bestuur. Over de problemen die worden ervaren, de wensen en tips voor de oplossing en (ii)reacties te vragen aan de hand van een schetsontwerp of verschillende (uitvoerbare) scenario’s; In startnotitie/principebesluit wordt vastgelegd of, hoe en wanneer geparticipeerd wordt. Het participatieplan is dus onderdeel van (of bijlage bij) het principebesluit.
Pagina 34 van 36
Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte
Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023
Vervanging
Afwatering verbeteren op maaiveldniveau met kleine maatregelen Belijning wegmarkering aanpassen/correct maken o.b.v. bestaande situatie/binnen een bestaand verkeersbesluit
x
Geleidelijnen toevoegen/aanpassen/optimaliseren conform normen
x
Verkeersbebording aanpassen/correct maken o.b.v. de bestaande situatie/binnen een bestaand verkeersbesluit
x
Straatmeubilair (indien einde levensduur) vervangen Gestoken parkeervakken aanpassen om aan de normen te voldoen, mits het technisch mogelijk is met behoud van circulatie en de invloed op bandenlijnen, afwateringsstelsel, bomen, verlichtingsplan en fundering minimaal is
x
Langsparkeervakken verbreden om aan de normen te voldoen, mits het technisch mogelijk is met behoud van circulatie en de invloed op bandenlijnen, afwateringsstelsel, bomen, verlichtingsplan en fundering minimaal is Kruisingen aanpassen met kleine maatregelen (aanpassing belijning, aanpassing eilandjes, etc.) n.a.v. bekende en urgente verkeersveiligheidsrisico's
x x
x x x x x
x Terugplanten van eerder gekapte bomen (stomp vervangen door gelijksoortige boom) x Vervangen van dode bomen door nieuwe (gelijksoortige) bomen x Plantvakken meer hitte/droogte bestendig; meer reliëf aanbrengen x Groeiplaatsverbetering van bestaande bomen (afhankelijk van impact op ondergrond en maaiveld) Inpassen van nieuwe assets op verzoek van beleidsvelden, op basis van genomen (aanwijs)besluiten (laadpalen, afvalcontainers, etc.)
x x x x
Middensteunpunt toevoegen, mits inpasbaar binnen het bestaande profiel / zonder wijzigingen van bandenlijnen VOP / Zebrapad toevoegen op basis van bekende en urgente verkeersveiligheidsrisico's Straatmeublilair (o.a. afvalbakken, fietsenrekken) toevoegen op trottoir x Drempels toevoegen in ETW (30 km/uur) x x x x Overmaat trottoir (>2 meter vrije doorloop in woonstraten) omzetten naar groen
x x x x x x x
+ + + + + + + + + + + +
Wortelopdruk aanpakken
x
Autoparkeren (gedeeltelijk) omzetten naar fietsparkeren, mits positief advies van Ruimteregie
x x Autoparkeren (gedeeltelijk) omzetten naar groen, mits positief advies van Ruimteregie Autoparkeren opheffen indien de parkeervakken te smal zijn en niet verbreed kunnen worden, mits positief advies van Ruimteregie
x x x
x x
Autoparkeren opheffen om trottoir te verbreden bij te smalle trottoirs, mits de invloed op bomen, verlichtingsplan, afwateringsstelsel, etc. beperkt is en met positief advies van Ruimteregie Trottoir of fietspad verbreden - conform normen - waar dat urgent is, mits de invloed op bomen, verlichtingsplan, afwateringsstelsel, etc. beperkt is
+ + + +
Bushaltes opheffen en omvormen naar een andere functie
x
Bushalte toegankelijk maken (afhankelijk van de complexiteit)
Kan in principe worden meegenomen indien nodig (‘standaardplus’) +
+ +
Kan toegevoegd worden als plus, mits de randvoorwaarden op orde zijn (technische haalbaarheid, proces, financiën) Kan niet worden meegenomen
Pagina 35 van 36
Herinrichting
Planmatig Klein Onderhoud
Verblijfskwaliteit
Vergroening
Fiets
x x
x
+ + + + + + + + + + + +
Op/afritjes voor rolstoelgebruikers e.a. toevoegen op hoeken i.h.k.v. de toegankelijkheid
x x x
Omschrijving van de maatregel NB: hierbij geldt altijd dat de maatregel binnen vastgesteld beleid moet passen
Onderhoud
x x x
Klimaatadaptatie
Toegankelijkheid
30 km/uur in de stad
Autoluw
Verkeersveiligheid
Bijlage I: Maatregelenlijst (‘kruisjeslijst’)
x x x
x
Lichtmasten verplaatsen/vervangen om verlichting te optimaliseren VRI's anders positioneren Afslagvakken weghalen en kruispunt verkleinen, mits de invloed op andere modaliteiten, bomen, verlichtingsplan, afwateringsstelsel en trammasten beperkt is Afslagvakken toevoegen voor auto/busverkeer, mits de invloed op andere modaliteiten, bomen, verlichtingsplan, afwateringsstelsel en trammasten beperkt is Haaksparkeren/schuinparkeren omzetten naar langsparkeren t.b.v. trottoir, mits de invloed op bomen, afwateringsstelsel en het verlichtingsplan beperkt is Fietsstrook omzetten naar vrijliggend fietspad o.b.v. bekende en urgente verkeersveiligheidsrisico's, mits de invloed op bomen, trammasten, afwateringsstelsel etc. beperkt is
x x x x x x
x
x Toevoegen van bomen in een bestaande bomenrij, mits ruimte beschikbaar boven- en ondergronds x Vervangen bomen met beperkte levensduur x x
Speeltoestellen vervangen door ander toestel dat in prijs en omvang gelijkwaardig is en eenvoudig ingepast kan worden, te plaatsen op de bestaande valondergrond Afwateringsstelsel aanpassen/verbeteren met maatregelen die implicaties hebben voor de ondergrond Werk aan kabels & leidingen
x x x x
x
Tegelverharding in een fietspad vervangen door rood asfalt
x x x
Asfaltverharding in een ETW30 vervangen door klinkers Gestoken parkeervakken aanpassen om aan de normen te voldoen indien dat invloed heeft op bandenlijnen, afwatering, fundering, etc. Langsparkeervakken verbreden om aan de normen te voldoen indien dat invloed heeft op bandenlijnen, afwatering, fundering, etc. Rijbanen ETW30 of GOW30 versmallen, conform normen, door de bandenlijnen op te schuiven zonder de hoofdopzet van het profiel te wijzigen, zonder impact op bomenrijen
x
x x Speelplaatsinrichting inclusief valondergronden wijzigen (bijvoorbeeld van speelplein naar natuurspeeltuin) x x
Afslagvakken weghalen en kruispunt verkleinen, met grote impact op andere modaliteiten, bomen, verlichtingsplan en trammasten Afslagvakken toevoegen voor auto/busverkeer, met grote impact op andere modaliteiten, bomen, verlichtingsplan en trammasten Haaksparkeren/schuinparkeren omzetten naar langsparkeren, met grote impact op bomen,verlichtingsplan en de algehele invulling van het straatprofiel
x x
x x x Verplaatsen van de positie van de rijloper in het straatprofiel x x x Wijzigingen in de positie van de bomenrij / toevoegen nieuwe bomenrij x x x x x x x x
x
Vrijliggend fietspad toevoegen met grote invloed op bomenrijen, verlichtingsplan, trammasten, parkeren, etc. Aanleggen vrije bus/trambaan
x
ETW 30 omvormen naar parkeervrije en autoluwe buurstraat (<30 km/uur) Shared space / erf omvormen naar ETW 30
x x
ETW 30 omvormen naar shared space / erf ETW 30 omzetten naar fietsstraat
x x
x
GOW 50 omzetten naar GOW 30 met wijzigingen in de hoofdopzet van het profiel, zoals het toevoegen van ingestrate middenbermen/geleiders
x x
x x
GOW 50 omzetten naar fietsstraat
Kan in principe worden meegenomen indien nodig +
Kan toegevoegd worden als plus, mits de randvoorwaarden op orde zijn (technische haalbaarheid, proces, financiën) Kan niet worden meegenomen
Pagina 36 van 36
+ + + + + + + + +
Herinrichting
Vervanging
Omschrijving van de maatregel NB: hierbij geldt altijd dat de maatregel binnen vastgesteld beleid moet passen
Onderhoud
Planmatig Klein Onderhoud
Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023
Vergroening
Verblijfskwaliteit
Klimaatadaptatie
Fiets
30 km/uur in de stad
Toegankelijkheid
Verkeersveiligheid
Autoluw
Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte