CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendige Openbare Ruimte (USTOR).pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 14 maart 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendige Openbare Ruimte (USTOR) (VN2024-001680)14.223 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

uitvoeringsstandaard

TOEKOMSTBESTENDIG WERKEN AAN DE OPENBARE RUIMTE bewuster kiezen – duurzamer werken

Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023

Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte

Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023

Inhoud 1 Inleiding...........................................................................................................................3 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................................3 1.2 Bestedingen.........................................................................................................................................3 1.3 Doel en afbakening: losse maatregelen, onderhoud, vervanging én herinrichting ............................... 4 1.4 Leeswijzer ............................................................................................................................................5 1.5 Uitgangspunten - de juiste maatregel op de juiste plek en tijd .............................................................5 1.6 Definities ............................................................................................................................................ 6 1.6.1 Losse verbetermaatregelen.............................................................................................................. 6 1.6.2 Planmatig klein onderhoud (PKO).....................................................................................................

7 1.6.3 Onderhoud (O) .................................................................................................................................. 7 1.6.4 Vervanging (VV) ............................................................................................................................... 8 1.6.5 Herinrichting (HI) ............................................................................................................................. 9 2 Afbakening werksoorten (maatregelenlijst) ...................................................................... 12 2.1 Autoluw: parkeren opheffen .............................................................................................................. 14 2.2 Verkeersveiligheid & toegankelijkheid: kruisingen aanpassen ........................................................... 15 2.3 Verkeersveiligheid: parkeervakken passend maken conform huidige richtlijnen ................................ 16 2.4 Verkeersveiligheid: overige ingrepen. ................................................................................................ 17 2.5 Toegankelijkheid: toegankelijke stoepen ........................................................................................... 18 2.6 30 km/uur in de stad: van GOW 50 naar GOW 30................................................................................

19 2.7 Fiets: fietsparkeren uitbreiden ........................................................................................................... 19 2.8 Fiets & verkeersveiligheid: fietspaden verbreden, aanpassen of aanleggen ...................................... 20 2.9 Klimaatadaptatie: piekbuien, hitte en droogte. ................................................................................. 21 2.10 Verblijfskwaliteit: een prettige openbare ruimte .............................................................................. 23 2.11 Vergroenen: meer groen en gezonder groen ................................................................................... 24 3 Tot welke wijzigingen in het programmeerproces leidt deze uitvoeringsstandaard? ............. 25 3.1 Werk-met-werk? ................................................................................................................................25 3.2 Uitgangspunten programmering .......................................................................................................25 3.3 Programmeerproces op hoofdlijnen ................................................................................................... 27 4 Kader voor losse verbetermaatregelen .............................................................................

28 5 Kader voor onderhoud .................................................................................................... 29 6 Kader voor vervanging .................................................................................................... 31 7 Kader voor herinrichtingen .............................................................................................. 33 Bijlage I: Maatregelenlijst (‘kruisjeslijst’) ............................................................................. 35

Pagina 2 van 36

Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte

Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023

1 Inleiding 1.1 Aanleiding De Amsterdamse openbare ruimte is de plek waar we sporten, spelen, elkaar ontmoeten, ondernemen en ons verplaatsen. De openbare ruimte wordt intensief gebruikt. Als Gemeente hebben we de verantwoordelijkheid om te zorgen dat de openbare ruimte schoon, heel, veilig en functioneel is. Niet alleen nu, maar ook over 10, 20 en 50 jaar. Omdat het gebruik van de openbare ruimte, de mobiliteit en de stad verandert, moeten we zorgen dat dat openbare ruimte toekomstbestendig is. Die opgave moeten we realiseren binnen de grenzen van onze budgetten, onze mensen en onze planeet. We hebben dus ook de verantwoordelijkheid om alle spullen (‘assets’, zoals verhardingen, straatmeubilair en groen) duurzaam te onderhouden. Uit het oogpunt van duurzaamheid is het onwenselijk om verhardingen of andere spullen te vervangen voordat ze het einde van hun levensduur hebben bereikt. In normale taal: voordat ze op zijn. Kapitaalvernietiging en materiaalvernietiging moeten zoveel mogelijk voorkomen worden. Een ander punt is dat de budgetten voor beheer en onderhoud beperkt zijn. We zullen slim moeten werken om met de bestaande middelen het jaarlijkse onderhoudsprogramma uit te voeren, achterstallig onderhoud te beperken en te investeren op plekken waar dat het hardst nodig is.

1.2 Bestedingen Enkele cijfers om de grootte van de opgave weer te geven: de totale begroting van onderhoud en vervanging in de stad gaat richting de €200 miljoen, nog exclusief de inhaalslag vanuit het programma Bruggen en Kademuren (PBK). Specifiek voor de asset verhardingen ligt het realistisch jaarlijkse volume aan (groot) onderhoud en vervangingsonderhoud rond de €60 a €70 miljoen. Enorme bedragen, die wel afgezet moeten worden tegen een opgave die nog groter is: de theoretische meerjarige normkosten voor onderhoud en vervanging van verhardingen zijn berekend op ruim €100 miljoen per jaar. Dit betreft budget dat uitsluitend bestemd is voor het financieren van instandhouding en vervanging1. De praktijk is dat een deel van de vervangingsopgave verloopt via herinrichtingen van de openbare ruimte. Naast de stadsbehoud budgetten zijn er namelijk ook middelen voor verbeteringen, aanpassingen en optimalisaties in de openbare ruimte: het programma Stadsverbetering2. Het jaarlijks volume aan beschikbare middelen hiervoor ligt rond de € 85 miljoen. Het aandeel aan herinrichtingen is zo'n €50 miljoen. Daarnaast is een substantieel deel beschikbaar voor programmatische aanpak van verbeteringen voor bijvoorbeeld fiets, autoluw en vergroening. Deze verbeteringen gaan steeds meer gekoppeld worden aan de onderhoudsopgave.

Om die reden vindt ook een verschuiving plaats van budgetten stadsverbetering richting stadsbehoud. Het is daarbij van belang dat de kernopgave van stadsbehoud overeind blijft: de hele stad onderhouden op het vastgestelde onderhoudsniveau. Daarom wordt in deze uitvoeringsstandaard (paragraaf 1.5) ook het uitgangspunt vastgelegd dat de technische noodzaak (voor onderhoud aan en vervanging van assets) leidend is bij het programmeren van werkzaamheden. Het gaat hier om het onderhoudsniveau sober, waarbij de openbare ruimte heel schoon en veilig is maar niet eerder wordt aangepakt dan strikt noodzakelijk.

1 Het gaat hierbij om de volgende budgetten: reserve stadsbehoud en vervangingskredieten. 2 Grootschalige herinrichtingen vallen buiten het programma stadsverbetering en worden gedekt uit investeringskredieten.

Pagina 3 van 36

Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte

Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023

1.3 Doel en afbakening: losse maatregelen, onderhoud, vervanging én herinrichting Vanuit genoemde opgaven is deze ‘Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig werken aan de Openbare Ruimte’ opgesteld. De uitvoeringsstandaard beschrijft het raamwerk waarbinnen alle werkzaamheden in de openbare ruimte worden uitgevoerd: losse verbetermaatregelen, onderhoud, vervanging en herinrichting. Door ons te committeren aan deze standaard committeren we ons aan duurzamer, slimmer en effectiever werken aan een toekomstbestendige stad. Het doel van deze uitvoeringsstandaard is een duurzamer en efficiënter werkproces, beter benutten van bestaande materialen en kapitaal en een grotere maatschappelijke meerwaarde per euro die we uitgeven. Dat bereiken we door uniforme procesafspraken te maken, de scope van alle soorten projecten strikter af te bakenen, de complexiteit van projecten in te kaderen en bewust te kiezen waar en wanneer wel overgaan tot volledige, complexe herinrichting. Het betekent dat niet alleen onderhoudswerk, maar ook herinrichtingen sterker worden ingekaderd en gestandaardiseerd. We maken daarbij een helder onderscheid tussen instandhouding van het bestaande en de benodigde verbeteringen om de stad klaar te maken voor de toekomst. Die verbeteringen kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op verkeersveiligheid, een autoluwere inrichting of klimaatadaptatie.

In veel projecten komen deze twee samen (werk-met-werk). Door toch consequent in kaart te brengen wat we doen aan instandhouding en wat aan verbetering, kunnen we bewuster te kiezen: welke maatregel voeren we wanneer uit en op welke plek? De uitvoeringsstandaard richt zich specifiek op de asset verhardingen, in nauwe samenhang met andere assets zoals groen, civiele constructies en riolering. De projecten die volgen uit onderhoud van verhardingen zijn namelijk vaak de basis waar verbeteringen in de openbare ruimte aan gekoppeld worden. Werkzaamheden in de gebiedsontwikkeling worden in deze uitvoeringsstandaard buiten beschouwing gelaten, hoewel de werkwijze en keuzes die daar worden gemaakt ook grote invloed hebben op functioneren van de stad en de toekomstbestendigheid van de openbare ruimte. Gebiedsontwikkeling kan – afhankelijk van de locatie – worden gezien als nieuwe aanleg van openbare ruimte of de herinrichting van de ruimte. Oplevering van een ontwikkeld gebied is het startpunt van de onderhoudscyclus van de betreffende openbare ruimte. Het is belangrijk om binnen de gebiedsontwikkeling te werken binnen de gemeentelijke standaarden, zoals de Standaard voor het Amsterdamse straatbeeld (Puccinimethode). Dit heeft een groot, positief effect op beheerbaarheid en beperking van de onderhoudskosten over de hele levensduur.

Bovendien kan het teleurstelling in de toekomst voorkomen: als bij aanleg wordt gekozen voor bijzondere materialen, worden deze geregeld in de loop van de tijd vervangen voor (minder bijzondere) standaardoplossingen, omdat deze goedkoper en beter te onderhouden zijn. Ook dagelijks beheer is niet uitgewerkt in deze uitvoeringstandaard, omdat het zelfstandig geprogrammeerd wordt en daarmee een eigen proces kent. Er bestaat wel een belangrijke relatie tussen dagelijks beheer, onderhoudsprojecten en vervangingen. Als we onderhoud of vervanging te lang uitstellen, neemt de intensiteit van het benodigd dagelijks beheer (en daarmee de kosten) toe; er moeten vaker gaten in de weg worden hersteld, vaker vuil uit de kieren geveegd of stenen geborsteld, dode beplanting aangepakt en straatmeubilair worden hersteld. Dat betekent ook dat het tijdig uitvoeren van onderhoud- en vervanging kan bijdragen aan efficiënter dagelijks beheer.

Pagina 4 van 36

Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte

Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023

1.4 Leeswijzer In deze uitvoeringsstandaard worden eerst de uitgangspunten voor het toekomstbestendig werken in de openbare ruimte uiteengezet (paragraaf 1.5). Vervolgens worden de verschillende werksoorten gedefinieerd en afgebakend: losse maatregelen, onderhoud, vervangingen, herinrichtingen (paragraaf 1.6 en hoofdstuk 2). Hoofdstuk 3 gaat in op de totstandkoming en programmering van projecten. In de hoofstukken die volgen (4 t/m 7) wordt per werksoort voorgeschreven hoe de scopeafbakening, besluitvorming, financiële dekking, participatie en organisatie worden uitgevoerd.

1.5 Uitgangspunten - de juiste maatregel op de juiste plek en tijd Om met de beschikbare budgetten en kredieten zoveel mogelijk resultaat te boeken, is het zaak om de juiste maatregel op de juiste plek op het juiste moment uitvoeren. Daarbij hanteren we de volgende uitgangspunten: • Technische noodzaak (voor onderhoud aan en vervanging van assets) is leidend bij het programmeren van werkzaamheden. • Grote investeringen in de ondergrond (rioolvervanging, energietransitie, versterken distributienetwerken, etc.) kunnen ook aanleiding zijn voor vervangingswerk. Als de vervanging van boven- en ondergrondse assets op qua timing goed op elkaar afgestemd worden, kunnen we zo duurzaam mogelijk werken. • Noodzakelijk onderhoudswerk wordt gekoppeld aan het wegnemen van risico's. Maatregelen in het kader van verkeersveiligheid en klimaatadaptatie noemen we de standaard-verbeteringen, omdat ze altijd kunnen worden meegenomen als dat nodig is’. • In aanvulling daarop wordt onderhoudswerk waar mogelijk “opgeplust” met (afgebakende) verbeteringen die bijdragen aan de realisatie van beleidsdoelen. • Deze plussen kunnen alleen betrekking hebben op de spullen waar het onderhouds- of vervangingswerk betrekking op heeft. Dus als het onderhoudswerk is beperkt tot stoep en fietspad, dan kan geen ‘plus’ aan de rijbaan worden doorgevoerd.

• De plussen worden in kaart gebracht, afgewogen en vastgelegd in de fase waarin onderhoud en andere opgaven geprogrammeerd worden, voorafgaand aan opname in de begroting. Als een onderhouds- of vervangingsproject dan vervolgens start, liggen doelstelling en scope van het project dus al vast. • Herinrichting wordt toegepast als de huidige opzet of inrichting van een straat of plein echt niet meer voldoet en beperkte aanpassing binnen de huidige hoofdopzet niet volstaat. Ook herinrichtingen worden in dit document ingekaderd en sluiten zo goed mogelijk aan bij vastgestelde standaarden (zoals de standaarden uit de Puccinimethode). • Herinrichting wordt gekoppeld aan het moment van vervanging van assets (verhardingen, constructies, ondergrond). Tussentijdse herinrichtingen zoveel mogelijk voorkomen. Indien er toch aanleiding is om tussentijds her in te richten wordt voorafgaand aan programmering/ besluitvorming in kaart gebracht wat de (verborgen) kosten zijn van vervroegde afschrijving. • Programma’s en andere urgente ingrepen hoeven niet altijd binnen onderhoud of herinrichting te worden uitgevoerd. Het kan ook via losse maatregelen, mits dit kostenefficiënt is en tot snel resultaat leidt. Dat doen we alleen als er niet op korte termijn onderhoudswerkzaamheden staan gepland. • De ruimte voor participatie bij projecten sluit aan bij het type werk en de opgave.

Bij onderhoud en vervanging primair gericht op informeren, met aandacht voor de omgeving. Bij herinrichting gericht op betrekken, waarbij altijd duidelijk wordt waar de ruimte zit om over mee te praten en welke zaken vastliggen. Dit zorgt ervoor dat het voor bewoners duidelijk is waar ze aan toe zijn en waar de ruimte zit om mee te denken. Pagina 5 van 36

Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte

Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023

1.6 Definities Om ook daadwerkelijk de ‘juiste maatregel op de juiste plek en tijd’ in te zetten, is het belangrijk om de verschillende werksoorten helder te definiëren en af te bakenen. Zo kan onderhoud naast instandhouding ook een aantal verbeteringen bevatten, maar is het (vanuit oogpunt van duurzaamheid, techniek en bedrijfsvoering) onverstandig om de functionaliteit (basisinrichting) van de straat te wijzigen. Technisch omdat grote, functionele wijzigingen van het profiel ervoor zorgen dat ook investering en vervangingen in de ondergrond nodig zijn. Qua duurzaamheid is dit onwenselijk, omdat er dan assets worden vervangen die nog jaren mee konden. Over bedrijfsvoering: niet alleen de uitvoeringskosten en vervroegde afschrijving tellen op, maar ook de kosten van uitgebreidere planvorming, afstemming en participatie.

Illustratie: de onderhoudsvormen of werksoorten die in dit document nader worden gedefinieerd en afgebakend: planmatig klein onderhoud, onderhoud, vervanging en herinrichting. Dagelijks beheer is hier buiten beschouwing gelaten omdat het onafhankelijk van deze cyclus uitgevoerd wordt en vaak op basis van meldingen in plaats van een vaststaand programma. Ook losse verbetermaatregelen staan er niet bij omdat dat uitzonderingen zijn die buiten deze cyclus staan.

1.6.1 Losse verbetermaatregelen Losse verbetermaatregelen worden ingezet om een specifiek, plaatselijk probleem op te lossen of kleine verbeteringen aan de openbare ruimte te realiseren. Het gaat dus nadrukkelijk om werk aan een onderdeel van de openbare ruimte en niet om werk aan de gehele ruimte tussen de gevels. Het wordt toegepast als de noodzaak voor de verbetering te groot is om te wachten op gepland onderhoudswerkzaamheden of herinrichting. Denk aan het toegankelijk maken van een bushalte, het veilig maken van een kruispunt door kleine aanpassingen en het toevoegen van drempels of Pagina 6 van 36

Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte

Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023

versmallingen in een bestaande rijloper om de snelheid te verlagen. Ook het vergroenen en klimaatadaptief maken van de stad kan soms gerealiseerd worden met losse verbetermaatregelen. Hoewel losse verbetermaatregelen los van ander werk uitgevoerd kunnen worden, betekent dat niet dat het altijd eenvoudig is: voorbereiding, ontwerptraject en afstemming met de omgeving kunnen veel tijd en capaciteit kosten. De uitvoering brengt uiteraard ook stevige kosten met zich mee. Ter illustratie: 100 losse verbetermaatregelen voor groen en klimaatadaptatie Het project 100 groene plekken beoogt door een groot aantal kleine ingrepen slagvaardig een stap te kunnen maken in het groen en klimaatadaptief maken van de openbare ruimte. Hiervoor was een bedrag van €25.000 per locatie ingeschat, met het idee een snelle en praktische oplossing te realiseren. In de praktijk blijkt dat deze snelle oplossing lastiger is dan gedacht. Het wordt al gauw een ontwerpvraagstuk, om het een zinvolle ingreep te laten zijn is vaak een iets grotere aanpak nodig en bij vergroenen speelt ook al snel participatie. Belangrijke les hieruit is dat de ontwerpopgave van een losse verbetermaatregel beperkt moet zijn, het een enkelvoudige opgave moet zijn en ook niet te veel impact op de ondergrond moet hebben. Dit om de maatregel ook echt adequaat en voor relatief beperkte kosten uitgevoerd te kunnen krijgen.

1.6.2 Planmatig klein onderhoud (PKO) Planmatig klein onderhoud (PKO) is eenvoudig uit te voeren herstelwerk dat is gericht op kleine delen van het wegdek, verharding of groen. Het is heel belangrijk voor het wegwerken van het achterstallig onderhoud, omdat heel gericht en met hoog tempo de grootste oneffenheden worden weggehaald. Het werk komt voort uit inspecties. Het wordt uitgevoerd door Stadswerken in opdracht van V&OR. De inrichting verandert niet, de impact van werkzaamheden voor de omgeving is zeer beperkt. Er is en er is geen planvormings- en ontwerptraject en dus ook geen projectteam.

1.6.3 Onderhoud (O) Essentie van de werksoort Onderhoud3, is dat er onderhoud wordt gepleegd waar nodig. Dit gebeurt enkel aan het oppervlak en met behoud van de hoofdindeling van de huidige situatie (‘binnen de huidige bandenlijnen’). Zo blijft onderhoud economisch optimaal; door behoud van het bestaande profiel en werk aan de oppervlakte kunnen meeste spullen worden behouden. Het resultaat is bovendien herkenbaar; bewoners zien een bekende straat die er weer netjes uitziet. Behoud van hoofdopzet van de straat voorkomt werk aan het onderbed en kabels en leidingen en zorgt ervoor dat veel materiaal kan blijven liggen of kan worden hergebruikt. De planvorming is gericht op het wegnemen van risico's en het bruikbaar houden van de straat voor de toekomst. Relatief eenvoudige verbeteringen op het vlak van verkeersveiligheid, toegankelijkheid en klimaatadaptatie worden altijd meegenomen in onderhoud. Daarnaast kunnen “plussen” worden toegevoegd om bij te dragen aan beleidsrealisatie, mits die plussen binnen de fysieke grenzen van het onderhoudswerk vallen. Onderhoudswerk is tenslotte niet altijd gevel tot gevel, maar kan ook enkel betrekking hebben op rijbaan, fietspaden of stoep. In die gevallen worden geen “plussen” meegenomen die buiten de werkgrens vallen. Zie Bijlage I voor een volledig overzicht van mogelijke “plussen” en het hoofdstuk hierna voor toelichting.

3 In het vakgebied van Assetmanagement wordt dit aangeduid als Groot Onderhoud (GO). Die term leidt in de praktijk

soms tot onduidelijkheid en verkeerde verwachtingen. Onduidelijkheid omdat GO geregeld ook als overkoepelende term voor alle onderhoudsvormen werkt gebruikt. Verkeerde verwachtingen omdat Groot Onderhoud zou kunnen suggereren dat de aanpak ook altijd groots (en meeslepend) is, terwijl dit type onderhoud juist is gericht op instandhouding van het bestaande met gebruikmaking van de materialen die er al liggen.

Pagina 7 van 36

Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte

Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023

Bij de werksoort onderhoud wordt dus niet gegraven. Er vindt dus in principe geen werk aan kabels en leidingen of andere ondergrondse assets plaats. Het moment daarvoor dient zich aan bij vervanging (zie volgende paragraaf). Bij onderhoud wordt materiaal dat gezien de technische staat nog kan blijven liggen, dus ook niet vervangen. Vanuit duurzaamheidsoogpunt maar ook uit kostenoverwegingen. Bij erftoegangswegen met asfalt rijbanen wordt bij onderhoud dus alleen de deklaag vervangen. Op dat moment wordt het asfalt niet vervangen door klinkers. En om die reden wordt bij fietspaden met tegels ook de materialisering niet aangepast, mits die tegels nog een tijd meekunnen.

Dit laat zien dat de kosten per vierkante meter van de verschillende werksoorten sterk verschillen. Tegelijkertijd neemt de bijdrage aan diverse (nieuwe) beleidsdoelstellingen ook toe, hoe verder naar rechts men komt.

Ter illustratie: duurzaam onderhoud betekent behoud van verhardingsmateriaal De productie van materialen voor de openbare ruimte kost veel energie en grondstoffen. Daarom is het vanuit duurzaamheidsoogpunt belangrijk dat we zo lang mogelijk doen met de spullen die we aanleggen. Dat betekent dat we in onderhoudsprojecten in principe het bestaande verhardingsmateriaal behouden zo lang de technische staat dat toelaat; asfalt wordt voorzien van een nieuwe, egale deklaag. Klinkers worden uit de straat gehaald en herstraat. Tegels worden opgelicht en netjes recht teruggelegd. Natuurlijk vervangen we stenen die kapot zijn. Bij hergebruik van afwijkend materiaal - materialen die niet voorkomen in de standaard en dus niet binnen het standaard beheer vallen - wordt conform het Beleidskader Puccinimethode op projectniveau of per materiaalsoort een afweging gemaakt. Ook dan is het principe ‘hergebruik, tenzij’. Als het eind van de technische levensduur bereikt is wordt het materiaal aangepast conform het beleid, zoals vastgelegd in het Beleidskader Puccinimethode. Dit gebeurt dus bij de werksoort vervanging. Op deze wijze kan een enorme CO2 reductie gerealiseerd worden. Zowel de uitstoot van het werk zelf door o.a. transporten, als de uitstoot bij de productie van materialen wordt fors lager.

Gezamenlijk onderzoek van AMS, TNO en de gemeente heeft aangetoond dat binnen het lopende onderhoudsprogramma verhardingen emissies door werk en productie met resp. 88% en 97% verminderd kunnen worden bij maximale inzet op hergebruik. De jaarlijkse vermindering van uitstoot door de werkzaamheden is vergelijkbaar met het van het gas halen van een wijk ter grootte van de Kinkerbuurt. De bijdrage aan de klimaatdoelstellingen van de gemeente Amsterdam is hiermee substantieel. Wanneer vol ingezet wordt op hergebruik is de verwachting dat die kosten al snel lager zullen zijn dan de CO2 prijs die in de EUgehanteerd wordt.

1.6.4 Vervanging (VV) Bij vervanging wordt de verharding in een wegvak of een hele straat (gevel tot gevel) weggehaald en vervangen. Inclusief de volledige fundering. Dit biedt de kans om grotere wijzigingen aan de openbare ruimte mee te nemen dan bij onderhoud. Dit komt naar voren in het overzicht van mogelijke maatregelen van hoofdstuk twee. Ook hier geldt dat plussen alleen doorgevoerd kunnen worden als ze betrekking hebben op elementen die vallen binnen de fysieke grenzen van het vervangingswerk. Als een onderdeel van het maaiveld niet wordt vervangen, dan kan dit ook niet ‘opgeplust’ worden. Pagina 8 van 36

Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte

Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023

Het verschil met volledige herinrichting, is dat het werk bij vervanging in de basis gericht blijft op vervangen en optimaliseren van het huidige profiel. Wijzigingen in het profiel met grote impact op de functies in de straat, de omgeving, het mobiliteitsnetwerk en de bomenrijen zijn niet mogelijk. Om die reden is er ook geen volwaardig, open planproces zoals bij volledige herinrichting. De kosten van planvorming én uitvoering blijven daarmee een stuk lager dan bij een volledige herinrichting.

Ter illustratie: de meerkosten van “plussen” Vaak horen we over onderhoudsprojecten en vervangingen zeggen: “als je er toch bent, dan kun je voor hetzelfde geld meteen verbeteringen meenemen”. Dat klopt meestal niet. Zowel de uitvoeringskosten als de proceskosten gaan stevig omhoog wanneer onderhoud of vervanging wordt “opgeplust”. De afweging om dingen wel of niet mee te nemen moeten we dus kritisch maken. Om inzicht te geven in de meerkosten, hieronder de raming van een recent onderhoudsproject: Oorspronkelijke raming onderhoud: Toegankelijkheid tramhaltes Groeiplaatsverbetering bomen + aanplant Extra verkeersmaatregelen Invoering 30 km/u Rainproof (0,1) + aanpassingen n.a.v. grondwaterstand (0,7) Asfalteren fietspad Totaal

3,5 mln. 0,7 mln. 0,3 mln. 1,0 mln. 1,0 mln. 0,8 mln. 0,3 mln. 7,6 mln.

1.6.5 Herinrichting (HI) Als de inrichting van een wegvak, een straat, een plein of een buurt niet meer voldoet, en de verbeteringen die kunnen worden meegenomen binnen vervangingswerk niet voldoende oplossing bieden, dan kan een herinrichting worden overwogen. Een herinrichting vindt bij voorkeur plaats wanneer de betreffende assets (verharding/civiele constructie/groen) aan vervanging toe zijn. De ‘tussentijdse herinrichting’ wordt zoveel mogelijk voorkomen, omdat materialen die nog niet zijn afgeschreven dan toch vervangen worden. Indien een tussentijdse herinrichting toch wordt overwogen, omdat beleidsambities of veranderend gebruik daar aanleiding toe geven, dienen altijd de verborgen kosten van de vervroegde afschrijving in beeld gebracht te worden. Ook de milieu-impact van het vervroegd afschrijven van materialen (asfalt, funderingen, etc.) moet worden gewogen. Ook herinrichtingen zijn gebonden aan beleidsuitgangspunten en vastgestelde standaarden, zoals de Standaard voor het Amsterdamse straatbeeld (Puccinimethode). Daarbinnen kunnen eventueel meerdere ontwerpvarianten worden onderzocht en afgewogen, waarbij de functie en de indeling van de straat gewijzigd kunnen worden. Hierin onderscheidt een herinrichting zich van een vervanging. Zie hoofdstuk zes voor een overzicht van standaarden en uitgangspunten die gelden voor herinrichtingsprojecten.

Pagina 9 van 36

Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte

Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023

Ter illustratie: slim vervangen, de Herengracht Op een deel van de Herengracht was het trottoir veel te smal, wat het onmogelijk maakte voor bijvoorbeeld rolstoelgebruikers om het trottoir te gebruiken. Vanuit Stadsdeel Centrum is destijds budget aangevraagd bij het Stedelijk Mobiliteitsfonds (nu: stadsverbetering) om dit probleem te verhelpen. Qua dekking, programmering en proces zouden we het nu wellicht anders doen, maar de casus Herengracht leert ons een belangrijke les: soms kun je met relatief eenvoudige ingrepen in de inrichting een grote verbetering in de functionaliteit bereiken, zonder dat een integrale herinrichting noodzakelijk is. Binnen de hoofdopzet van het bestaande profiel is op een gedeelte van de straat het schuinparkeren omgezet naar langsparkern, met behoud van de bomen en de lichtmasten. De rijbaan schoof op richting de parkeervakken, Amsterdammertjes zijn opgeschoven om het trottoir te verbreden. De kolken zitten nu - een beetje gek - midden in het trottoir, maar daardoor kon de afwatering ongemoeid blijven. Dit is geen volwaardige herinrichting. Het profiel voldoet dan ook niet aan de standaarden van de Puccinimethode. Het is wél een manier om tegen relatief lage kosten een groot probleem op te lossen. Het zijn maatregelen die, conform de Maatregelenlijst (bijlage I) passen binnen de categorie ‘vervanging’.

Zo kun je dus binnen de scope van een vervangingsproject een grote verbetering realiseren tegen relatief lage kosten.

Pagina 10 van 36

Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte

Wat gaat eruit?

Wat is het hoofddoel?

Wat kan er mee?

Wat doen we niet?

Losse Verbeter-

Planmatig klein

maatregelen

onderhoud (PKO)

Eén onderdeel van een inrichting gaat eruit, komt erbij of wordt aangepast.

Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023

Onderhoud (O) (+)

Vervanging (VV)(+)

Herinrichting

Herstraten wegvakken en/of herstellen kleine schades op straatof buurtniveau.

Eén of meerdere wegvakken of gevel tot gevel, zonder onderbed.

Eén of meerdere wegvakken, vaak gevel tot gevel, inclusief onderbed.

Eén of meerdere wegvakken, vaak gevel tot gevel, inclusief onderbed.

Specifieke, urgente ingrepen vanuit programma’s (fietsparkeren, 30 km, toegankelijkheid, klimaatadaptatie, etc.), blackspotaanpak, 100 groene plekken of andere actuele ontwikkeling.

Instandhouden. Levensduur verlengen tot 10 jaar, schade herstellen.

Instandhouden. Levensduur verlengen tot 20 jaar. Risico’s wegnemen (verkeersveiligheid, klimaatadaptatie). Onderhoud kan worden ‘opgeplust’ door ook kleine optimalisaties mee te nemen om (beleids)ambities te verwezenlijken.

Instandhouden. Nieuwe start van de levensduur (50 jaar). Risico’s wegnemen (verkeersveiligheid, klimaatadaptatie). Vervanging kan worden ‘opgeplust’ door ook optimalisaties mee te nemen om (beleids)ambities te verwezenlijken.

Verbeteren. Nieuwe start van de levensduur (50 jaar).

Alleen het straatonderdeel dat urgent aanpassing behoeft.

Herstel schades aan één of meer assets.

Herstel schades aan één of meer assets. Kleine maatregelen om bekende risico’s weg te nemen, binnen de bestaande bandenlijnen.

Vervanging van enkele of alle assets.

Bijvoorbeeld: verkeersveiligheid, regenwaterknelpunten, toegankelijkheid.

Functiewijzigingen binnen de hoofdopzet van het profiel.

Bij een plus: ook optimalisaties binnen bandenlijnen, zoals vergroening en toevoegen van fietsparkeren.

Met een ‘plus’ kunnen optimalisaties worden meegenomen, zoals: klimaatbestendigheid, vergroening, autoluw, fietsparkeren en verkeersveiligheid.

Functiewijzigingen, profielwijzigingen, wijziging materiaal (conform Puccini). In deze categorie kan bijvoorbeeld wel het schuinparkeren worden gewijzigd in langsparkeren (inclusief verplaatsen bomen, lichtmasten, etc.) of een gebiedsontsluitingsweg (50 km/uur) omgevormd worden tot een fietsstraat (30 km/uur).

Wijzigingen in de bandenlijn/kolken.

Wijzigingen in de hoofdopzet van het profiel.

Integraal beschouwen van de straat om alle mogelijke verbeterpunten te inventariseren / door te voeren.

Wijzigingen in functies, profiel, materiaal of verkeerscirculatie.

Wijzigingen in het profiel.

Vervanging materiaal conform Puccini.

Materiaalwijzigingen.

Aanleg van een geheel ander profiel.

Wijzigingen in de verkeerscirculatie.

Wijzigingen in de verkeerscirculatie.

Beleidsambities realiseren via functiewijziging.

Ontwerpopties verkennen buiten de kaders (o.a. Puccini), tenzij aantoonbaar noodzakelijk voor de opgave op die plek. Participeren over zaken die al vastliggen op basis van staand beleid.

Pagina 11 van 36

Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte

Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023

2 Afbakening werksoorten (maatregelenlijst) In paragraaf 1.6 zijn de verschillende werksoorten gedefinieerd. Dat geeft op hoofdlijnen inzicht in het onderscheid tussen losse maatregelen, onderhoud, vervangingen en herinrichtingen. In dit hoofdstuk is dit verder uitgewerkt op maatregelniveau: welke maatregel kan gerealiseerd worden binnen welke werksoort? De maatregelenlijst in Bijlage I biedt het complete overzicht, waarbij in de linker kolommen is aangegeven aan welke beleidsdoelen een maatregel bijdraagt: autoluw, 30 km/uur in de stad, verkeersveiligheid, klimaatadaptatie, toegankelijkheid, het verbeteren van de verkeerssituatie voor de fiets en de vergroening conform de Groenvisie. De maatregelenlijst is tot stand gekomen op basis van drie afwegingen: • Is het technisch mogelijk om een maatregel uit te voeren binnen de scope van de betreffende werksoort? • Is het procesmatig mogelijk om een maatregel uit te voeren binnen de scope van de betreffende werksoort? • Is het mogelijk om een maatregel uit te voeren zonder onacceptabele kapitaalvernietiging (vervroegde afschrijving) en materiaalvernietiging (verspilling van grondstoffen)? De technische haalbaarheid heeft betrekking op de technische complexiteit, waaronder bijvoorbeeld de relatie met de ondergrond en de afwatering valt.

De procesmatige haalbaarheid is gerelateerd aan de maatschappelijke of fysieke impact die een maatregel heeft. Bij maatregelen met een grote impact kan bijvoorbeeld een uitgebreid ontwerptraject, Verkeersonderzoek, variantenstudies, intensieve participatie of bestuurlijke besluitvorming nodig zijn. Dat is niet mogelijk binnen de scope van een onderhouds- of vervangingsproject. Op de maatregelenlijst zijn bij ‘onderhoud’ en ‘vervanging’ een groot aantal mogelijke ‘plussen’ [+] te zien. Deze ‘plussen’ zijn verbetermaatregelen die niet standaard uitgevoerd worden, maar onder voorwaarden toegevoegd kunnen worden aan de scope. Daarbij geldt altijd dat aanvullende middelen beschikbaar moeten zijn om de ‘plussen’ te financieel te dekken, zodat deze verbetermaatregelen niet drukken op de budgetten voor instandhouding. Een uitzondering wordt gemaakt voor plussen die een beperkte impact hebben op uitvoering en kosten en tezamen zorgen voor minder dan 10% verhoging van de kale instandhoudingskosten. Het volledige overzicht van mogelijke maatregelen is te vinden op de maatregelenlijst in Bijlage I. Op de volgende pagina’s geven we een korte toelichting op een aantal veelvoorkomende maatregelen die in relatie staan tot actuele opgaven en beleidsdoelen. Zoals het verkeersveiliger maken van de stad, het vergroenen van de stad en het maken van meer ruimte voor fietsers en voetgangers.

Pagina 12 van 36

Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte

Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023

Ter illustratie: hergebruik van spullen voor een duurzame openbare ruimte Zo duurzaam mogelijk werken: het lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het nog lang niet altijd. Zo stond in 2022 in een projectvoorstel het voornemen om alle in een buurt aanwezige fietsenrekken te vervangen wanneer onderhoud zich aandiende. Fietsenrekken waar nog iedere dag fietsen in geparkeerd staan. Fietsenrekken die technisch gezien nog functioneren. Deze rekken zouden weggegooid worden om vervolgens nieuwe exemplaren te plaatsen. De reden: de rekken die er nu staan voldoen niet meer aan het actuele keurmerk, het ‘fietsparkeur’. Hoewel nieuwe rekken ongetwijfeld prettiger en passender zijn, zou vervanging niet alleen veel geld kosten, maar ook betekenen dat er veel materiaal verloren gaat. Niet duurzaam. Om dat te voorkomen is het uitgangspunt dat spullen worden hergebruikt zo lang de technische staat dat toelaat. Bij materiaal dat afwijkt van de beleidsmatige standaard wordt op projectniveau of per materiaalsoort de afweging gemaakt, conform het Beleidskader Puccinimethode. Maar, ook dan is ‘Hergebruik, tenzij…’ altijd het uitgangspunt.

Pagina 13 van 36

Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte

Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023

2.1 Autoluw: parkeren opheffen Vanuit de doelstelling om meer ruimte te maken voor fietsers, voetgangers, groen en andere voorzieningen werken we aan een autoluwer Amsterdam. Eén specifiek onderdeel daarvan dat we hier uitlichten, is het opheffen van parkeerplaatsen om ruimte te maken voor andere zaken. Tussen 2020 en 2025 wil Amsterdam ruim 10.000 straatparkeerplaatsen opheffen, conform Agenda Amsterdam Autoluw (2020). Bij het opheffen van parkeerplaatsen geldt dat dit in onderhouds- en vervangingsprojecten alleen mogelijk is als de parkeerbalans dat toelaat. Advisering met betrekking tot de parkeerbalans verloopt via Ruimteregie (onderdeel van het Expertiseteam Openbare Ruimte en Mobiliteit). Toetsing, met inachtneming van het Ruimteregie-advies, vindt plaats in het Toetsteam Openbare Ruimte en Mobiliteit. Alleen met een positief oordeel vanuit Ruimteregie met betrekking tot de parkeerbalans kunnen binnen onderhouds- en vervangingsprojecten autoparkeerplaatsen worden weggehaald. De reden daarvoor is dat bij onderhouds- en vervangingsprojecten strikt binnen de bestaande (beleids)kaders wordt gewerkt. Alleen bij herinrichtingen is ruimte voor een bestuurlijke afweging omtrent het opheffen van parkeren, eventueel in afwijking van beleid via de verantwoordelijk wethouder.

De tabel hieronder geeft weer welke mogelijkheden er zijn om parkeren op te heffen binnen verschillende werksoorten. Maatregelen met een [+] erachter betreffen ‘plussen’. De tabel moet gelezen worden in combinatie met de Maatregelenlijst uit Bijlage I. Tabel, mogelijke maatregelen: parkeren opheffen Losse Verbeter Maatregelen

Planmatig klein onderhoud (PKO)

Onderhoud (O) (+)

Vervanging (VV)(+)

Herinrichting

Diverse opties, bijvoorbeeld: parkeren opheffen en vervangen door groenvakken, fietsparkeren, afvalcontainers, nutskasten, etc.

Geen mogelijkheden om parkeervakken op te heffen.

Als de parkeerbalans het toelaat en als het parkeren fysiek niet past (wegprofiel of parkeerplaatsen zijn te smal), parkeerplaatsen opheffen.

Als de parkeerbalans het toelaat en als het parkeren fysiek niet past (wegprofiel of parkeerplaatsen zijn te smal), parkeerplaatsen opheffen.

Varianten verkennen om tot optimale indeling te komen, binnen de standaardprofielen van de Puccinimethode.

Als de parkeerbalans het toelaat en stoepen te smal zijn, parkeren omvormen naar trottoir, zie §2.2 [+]

Als de parkeerbalans het toelaat en stoepen te smal zijn, parkeren omvormen naar trottoir, zie §2.2 [+]

Als de parkeerbalans het toelaat en er hoge fietsparkeerdruk is, parkeren omvormen naar fietsparkeren, zie §2.3 [+]

Als de parkeerbalans het toelaat en er hoge fietsparkeerdruk is, parkeren omvormen naar fietsparkeren, zie zie §2.3 [+]

Als de parkeerbalans het toelaat en toevoegen van groen noodzakelijk is, parkeren omvormen naar groen [+]

Als de parkeerbalans het toelaat en toevoegen van groen noodzakelijk is, parkeren omvormen naar groen [+]

Ruimte die vrijkomt door parkeren weg te halen kan ten goede komen aan o.a. ruimte voor de voetganger/fietser, fietsparkeren, nutsvoorzieningen, groen, containers, deelmobiliteit, etc. conform de ‘Inrichtingsprincipes voor een autoluwe stad’ (2020)

Pagina 14 van 36

Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023

Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte

2.2 Verkeersveiligheid & toegankelijkheid: kruisingen aanpassen Kruisingen (kruispunten, splitsingen, oversteken) zijn van grote invloed op de verkeersveiligheid, de toegankelijkheid en de doorstroming in de stad. Aanpassingen aan kruisingen kunnen bijdragen aan doelstellingen op het vlak van verkeersveiligheid (Meerjarenplan Verkeersveiligheid, 2016), toegankelijkheid en duurzame mobiliteit (Agenda Amsterdam Autoluw, 2020 / Meerjarenplan Fiets, 2017). Soms kunnen relatief kleine ingrepen een groot verschil maken. De tabel hieronder geeft weer welke mogelijkheden er zijn om kruisingen aan te passen binnen verschillende werksoorten. Maatregelen met een [+] erachter betreffen ‘plussen’. De tabel moet gelezen worden in combinatie met de Maatregelenlijst uit Bijlage I. Tabel: mogelijke maatregelen, kruisingen aanpassen Losse Verbeter Maatregelen

Planmatig klein onderhoud (PKO)

Onderhoud (O) (+)

Vervanging (VV)(+)

Herinrichting

Markeringen & bebording aanpassen.

Markeringen opfrissen

Markeringen opfrissen Markeringen & bebording aanpassen conform een genomen verkeersbesluit

Markeringen & bebording terugbrengen/ aanpassen conform een genomen verkeersbesluit

Geleidelijnen aanpassen/toevoegen

Geleidelijnen aanpassen/toevoegen

Bij een herinrichting wordt onderzocht wat de meest passende inrichting van de kruising is om invulling te geven aan de beleidsmatige doelstellingen.

Op/afritjes oversteek voetgangers verbeteren

Op/afritjes oversteek voetgangers verbeteren

Zichtlijnen verbeteren (parkeerplek weghalen, objecten verplaatsen)

Zichtlijnen verbeteren (parkeerplek weghalen, objecten verplaatsen)

Zichtlijnen verbeteren (parkeerplek weghalen, objecten verplaatsen)

(Opstel)ruimte voor fietsers rond de kruising verbeteren met kleine maatregelen

(Opstel)ruimte voor fietsers rond de kruising verbeteren met kleine maatregelen

(Opstel)ruimte voor fietsers rond de kruising verbeteren met kleine maatregelen

Oversteken voetgangers verbeteren (VOP’s toevoegen, snelheidsremmers, middensteunpunt, etc.) [+]

Afslagvakken toevoegen, mits complexiteit (impact op andere modaliteiten, bomen, trammasten, etc.) beperkt [+]

Met VRI: regelingen aanpassen. Oversteken voetgangers verbeteren (VOP’s toevoegen, snelheidsremmers, middensteunpunt, etc.)

Afslagvakken weghalen, mits complexiteit (impact op andere modaliteiten, bomen, trammasten, etc.) beperkt [+] Oversteken voetgangers verbeteren (VOP’s toevoegen, snelheidsremmers, middensteunpunt, etc.) [+]

Pagina 15 van 36

Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte

Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023

2.3 Verkeersveiligheid: parkeervakken passend maken conform huidige richtlijnen Straten die decennia geleden zijn aangelegd hebben vaak parkeervakken die te smal zijn voor de auto’s van nu. Daardoor steken auto’s uit op de fietsstrook of de rijbaan, of staan ze soms half op de stoep. Om te zorgen dat auto’s veilig geparkeerd kunnen worden, zonder voetgangers of andere weggebruikers te hinderen, is het wenselijk dat de parkeervakken aangepast worden om te voldoen aan de huidige normen. Als de rijbaan breed is, dan is dit eenvoudiger voor elkaar te krijgen dan wanneer deze ook erg smal is. De tabel hieronder geeft weer welke mogelijkheden er zijn om parkeren passend te maken binnen verschillende werksoorten. De tabel moet gelezen worden in combinatie met de Maatregelenlijst uit Bijlage I. Tabel, mogelijke maatregelen: parkeren passend maken conform huidige richtlijnen Losse Verbeter Maatregelen

Planmatig klein onderhoud (PKO)

Onderhoud (O) (+)

Vervanging (VV)(+)

Herinrichting

Parkeervakken verbreden wordt in principe niet als losse verbetermaatregel toegepast, gezien de beperkte urgentie.

Geen mogelijkheid om parkeervakken aan te passen.

Parkeervakken aanpassen alleen indien complexiteit beperkt. Dat wil zeggen:

Parkeervakken aanpassen alleen indien complexiteit beperkt. Dat wil zeggen: - Beperkte invloed op het profiel/de functie. - Geen invloed op bomen. - Vrije doorloopruimte wordt niet versmald tot <2 meter.

Bij herinrichtingen wordt onderzocht of meerwaarde te behalen is door parkeren op te heffen.

Parkeervakken opheffen kan wel als losse verbetermaatregel worden uitgevoerd (zie §2.1). Daarmee is het probleem van te smalle parkeervakken ook op te lossen.

- Geen invloed op het profiel/andere functies. - Geen invloed op fundering. - Geen invloed op afwateringsstelsel. - Geen invloed op verlichtingsplan. - Geen invloed op bomen. - Vrije doorloopruimte wordt niet versmald tot <2 meter.

Parkeervakken opheffen [+] kan ook een oplossing zijn. Zie §2.1

Eventuele parkeervakken worden uitgevoerd conform de nu geldende normen en de standaarden zoals opgenomen in de Puccinimethode.

Parkeervakken opheffen [+] kan ook een oplossing zijn. Zie §2.1

Pagina 16 van 36

Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte

Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023

2.4 Verkeersveiligheid: overige ingrepen. In de voorgaande paragrafen zijn specifiek de verkeersveiligheidsingrepen rondom kruispunten en parkeervakken behandeld. De tabel hieronder geeft weer welke overige maatregelen mogelijk zijn om de verkeersveiligheid te verbeteren. De tabel moet gelezen worden in combinatie met de Maatregelenlijst uit Bijlage I. Tabel, mogelijke maatregelen: overige matregelen t.b.v. van de verkeersveiligheid Losse Verbeter Maatregelen

Planmatig klein onderhoud (PKO)

Onderhoud (O) (+)

Vervanging (VV)(+)

Herinrichting

Markeringen & bebording aanpassen conform een genomen verkeersbesluit.

Geen verbeteringen mogelijk.

Markeringen & bebording aanpassen conform een genomen verkeersbesluit.

Markeringen & bebording aanpassen conform een genomen verkeersbesluit.

Bij herinrichtingen wordt onderzocht hoe de verkeersveiligheid geoptimaliseerd kan worden, rekening houdend met andere belangen die in beleid verankerd zijn.

Drempels toevoegen in ETW (30 km/uur) [+]

Drempels toevoegen in ETW (30 km/uur) [+]

Drempels toevoegen in ETW (30 km/uur) [+] Haaksparkeren/schuinparkeren omzetten naar langsparkeren t.b.v. trottoir, mits de invloed op bomen, afwateringsstelsel en het verlichtingsplan beperkt is [+]. Fietspaden aanleggen [+]* of verbreden [+] alleen mogelijk als de complexiteit beperkt is. Dat wil zeggen: - Geen invloed op bomenrijen. - Beperkte invloed op andere functies en modaliteiten. - Trottoir wordt niet versmald tot <2 meter. *Vrijliggende fietspaden aanleggen niet mogelijk als de impact op de overige modaliteiten en de algehele inrichting van de straat groot is.

Pagina 17 van 36

Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte

Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023

2.5 Toegankelijkheid: toegankelijke stoepen Conform de Agenda Amsterdam Autoluw (2020) streven we bij herinrichtingen naar trottoirs met een obstakelvrije doorloopruimte van minimaal 200 cm. Als die ruimte momenteel niet beschikbaar is, is het in principe wenselijk om die ruimte te maken. Soms kan dat binnen onderhoudsprojecten met eenvoudige ingrepen. Wanneer in een straat de effectieve vrije doorloopruimte op het trottoir op punten smaller is dan 90 cm, is er een grote urgentie om meer ruimte te maken, omdat rolstoelgebruikers de straat dan niet kunnen gebruiken De tabel hieronder geeft weer welke mogelijkheden er zijn om meer toegankelijke voetgangersruimte te realiseren binnen verschillende werksoorten. Indien autoparkeren moet worden opgeheven ten bate van voetgangersruimte wordt altijd rekening gehouden met de parkeerbalans (zie §2.1). Maatregelen met een [+] erachter betreffen ‘plussen’. De tabel moet gelezen worden in combinatie met de Maatregelenlijst uit Bijlage I.

Tabel: mogelijke maatregelen, meer vrije doorloopruimte creëren Losse Verbeter Maatregelen

Planmatig klein onderhoud (PKO)

Onderhoud (O) (+)

Vervanging (VV)(+)

Herinrichting

Voetgangersruimte kan gecreëerd worden met losse maatregelen door: - objecten verwijderen of anders positioneren. - autoparkeren omvormen naar fietsparkeren (§2.3) - in profielen zonder hoogteverschil de parkeervakken wegstraten / de amsterdammertjes verplaatsen.

Geen mogelijkheden om de voetganger meer ruimte te geven.

Geleidelijnen aanpassen/toevoegen

Geleidelijnen aanpassen/toevoegen

Op/afritjes oversteek voetgangers verbeteren

Op/afritjes oversteek voetgangers verbeteren

Bij vrije doorloopruimte <200 cm kan meer ruimte gemaakt worden [+] met eenvoudige ingrepen: - objecten verwijderen of anders positioneren. - autoparkeren omvormen naar fietsparkeren (zie §2.1) - in profielen zonder hoogteverschil de parkeervakken wegstraten / amsterdammertjes verplaatsen (zie §2.1). - in profielen met hoogteverschillen parkeervakken opheffen (zie §2.1), ophogen en bij de stoep trekken, mits dat geen effect heeft op bomen, fundering, afwatering.

Bij vrije doorloopruimte <2oo cm kan meer voetgangersruimte gemaakt worden [+] met eenvoudige ingrepen: - objecten verwijderen of anders positioneren. - autoparkeren omvormen naar fietsparkeren (zie §2.1) - parkeervakken wegstraten / amsterdammertjes verplaatsen (zie §2.1). - in profielen met hoogteverschillen parkeervakken opheffen (zie §2.1), ophogen en bij de stoep trekken, mits dat geen effect heeft op bomen.

Conform Agenda Amsterdam Autoluw (2020) wordt bij (gevel tot gevel) herinrichtingen altijd minimaal 200 cm vrije doorloopruimte voor de voetganger gerealiseerd. Meer vrije doorloopruimte is nodig op drukke voetgangersroutes.

Pagina 18 van 36

Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte

Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023

2.6 30 km/uur in de stad: van GOW 50 naar GOW 30 Conform de beleidsnota ‘30 km/uur in de stad’ (2021) verlagen we de maximumsnelheid in de stad. 30 km/uur is voortaan het uitgangspunt, 50 km/uur de uitzondering. Door in veel meer straten 30 km/u in te voeren, verbeteren we de verkeersveiligheid en verminderen we de geluidsoverlast. De auto krijgt een plek die beter past bij het stedelijk verblijfsklimaat. Voor de goede doorstroming en de bereikbaarheid van de stad worden deze straten geen erftoegangswegen, maar gebiedsontsluitingswegen: de zogenaamde GOW30-wegen. De tabel hieronder geeft weer welke mogelijkheden er zijn om aanpassingen te doen richting GOW30 binnen verschillende werksoorten. Maatregelen met een [+] erachter betreffen ‘plussen’. De tabel moet gelezen worden in combinatie met de Maatregelenlijst uit Bijlage I.

Tabel, mogelijke maatregelen: GOW 50 naar GOW 30 Losse Verbeter Maatregelen

Planmatig klein onderhoud (PKO)

Onderhoud (O) (+)

Vervanging (VV)(+)

Herinrichting

Inrichtingskenmerken van een GOW30 kunnen met losse verbetermaatregelen gerealiseerd worden als het eenvoudige aanpassingen zijn, zoals: - aanpassen belijning - aanpassen bebording - toevoegen wegversmallingen

Aanpassing naar GOW30 niet mogelijk

Inrichtingskenmerken GOW 30 realiseren bij beperkte complexiteit. Dat wil zeggen: - aanpassen belijning - aanpassen bebording - toevoegen wegversmallingen

Inrichtingskenmerken GOW 30 realiseren met eenvoudige maatregelen. Dat wil zeggen: - aanpassen belijning - aanpassen bebording - toevoegen wegversmallingen - versmallen van de rijloper zonder de hoofdopzet van het profiel te wijzigen

Bij herinrichting wordt een GOW 50 indien nodig (zie beleidsnota ’30 km/uur in de stad’) omgevormd naar een volwaardig GOW 30 profiel, conform het standaard profiel uit de Puccinimethode.

2.7 Fiets: fietsparkeren uitbreiden Om het fietsgebruik in Amsterdam te faciliteren en te stimuleren is het belangrijk dat er voldoende fietsparkeerplekken zijn. De gemeentelijke aanpak omtrent fietsparkeren is uitgewerkt in het Kader Fietsparkeren (2015) en het Meerjarenplan Fiets (2017). Conform het Kader Fietsparkeren streven we - buiten de hotspots - naar een bezettingsgraad van maximaal 85% in de fietsenrekken. Dat wil zeggen: er staan niet meer dan 85 fietsen in een totaal van 100 rekken. Als deze norm niet gehaald wordt én fietsen buiten de voorzieningen lokaal tot ernstige hinder, ontoegankelijkheid of onveiligheid leiden kan binnen onderhoudsprojecten en vervangingen onderzocht worden of meer fietsparkeergelegenheid gerealiseerd kan worden. Advies hierover kan ingewonnen worden bij Programma Fiets. Bij het bijplaatsen van fietsenrekken op trottoirs moet altijd rekening gehouden worden met een minimale obstakelvrije doorloopruimte van 2 meter, conform de Agenda Amsterdam Autoluw (2020) en in het verlengde daarvan het concept Beleidskader Ruimte voor de Voetganger (vaststelling verwacht 2023). Op zeer drukke voetgangersroutes is meer doorloopruimte noodzakelijk. Fietsparkeren toevoegen ten koste van autoparkeren is mogelijk na een positief advies van Ruimteregie, zie §2.1.

De tabel hieronder geeft weer welke mogelijkheden er zijn om fietsparkeren uit te breiden binnen verschillende werksoorten. Maatregelen met een [+] erachter betreffen ‘plussen’. De tabel moet gelezen worden in combinatie met de Maatregelenlijst uit Bijlage I. Pagina 19 van 36

Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte

Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023

Tabel: mogelijke maatregelen, fietsparkeren uitbreiden Losse Verbeter Maatregelen

Planmatig klein onderhoud (PKO)

Onderhoud (O) (+)

Vervanging (VV)(+)

Herinrichting

Fietsenrekken, -vakken of -nietjes bijplaatsen kan als losse maatregel worden uitgevoerd. Eventueel ten koste van autoparkeren, als de parkeerbalans dat toelaat (zie §2.1). In die gevallen moet de stoep worden aangeheeld.

Geen mogelijkheid om fietsparkeerplekken uit te breiden.

Fietsparkeren toevoegen op de stoep als fietsparkeerdruk hoog en minimaal 200 cm doorloopruimte (of meer) beschikbaar blijft [+]

Fietsparkeren toevoegen op de stoep als fietsparkeerdruk hoog en minimaal 2oo cm doorloopruimte (of meer) beschikbaar blijft [+]

Als de parkeerbalans het toelaat en er hoge fietsparkeerdruk is, autoparkeren omvormen naar fietsparkeren, zie ook §2.1 [+]

Als de parkeerbalans het toelaat en er hoge fietsparkeerdruk is, autoparkeren omvormen naar fietsparkeren, zie ook §2.1 [+]

Bij herinrichtingen wordt onderzocht hoeveel fietsparkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden in het ontwerp. Daarop volgt een integrale afweging met andere ruimteclaims zoals groen, voetgangersruimte, etc.

2.8 Fiets & verkeersveiligheid: fietspaden verbreden, aanpassen of aanleggen Vanuit het verkeersbeleid geeft Amsterdam prioriteit aan gezonde mobiliteit: lopen en fietsen. Daaruit volgt de doelstelling om vrij liggende fietspaden aan te leggen langs gebiedsontsluitingswegen en te smalle fietspaden te verbreden. Met als wensbeeld een breedte van minimaal 2,5 meter, zoals opgenomen in het Meerjarenplan Fiets (2017). Het verbreden van een fietspad is soms relatief eenvoudig, maar soms zeer complex omdat het schuiven van de bandenlijn raakt aan de funderingen, de afwatering en de positionering van bijvoorbeeld bomen en lichtmasten. Het verbreden van een fietspad is altijd een plus [+]. Of deze plus moet en kan worden toegevoegd wordt per project bepaald. De tabel hieronder geeft weer welke mogelijkheden er zijn om fietspaden te verbreden of aan te leggen binnen verschillende werksoorten. De tabel moet gelezen worden in combinatie met de Maatregelenlijst uit Bijlage I. Tabel: mogelijke maatregelen, fietspaden verbreden, aanpassen of aanleggen Losse Verbeter Maatregelen

Planmatig klein onderhoud (PKO)

Onderhoud (O) (+)

Vervanging (VV)(+)

Herinrichting

Fietspaden verbreden slechts in een beperkt aantal gevallen mogelijk; als de complexiteit beperkt is. Dat wil zeggen: - Geen invloed op fundering. - Geen invloed op afwatering. - Geen invloed op bomen. - Trottoir wordt niet versmald tot <2 meter.

Fietspaden verbreden, aanpassen of aanleggen niet mogelijk.

Fietspaden verbreden [+] alleen mogelijk als de complexiteit beperkt is. Dat wil zeggen: - Geen invloed op het profiel/andere functies. - Geen invloed op fundering. - Geen invloed op afwatering. - Geen invloed op bomen. - Trottoir wordt niet versmald tot <2 meter.

Tegelfietspaden vervangen door rood asfalt.

Afweging over de juiste fietsvoorzieningen wordt gemaakt conform het beleid ‘Fietsstraten, fietspaden, fietsstroken’

Vrijdingende fietspaden aanleggen niet mogelijk, gezien de impact op de volledige straatinrichting.

Fietspaden aanleggen* [+] of verbreden [+] alleen mogelijk als de complexiteit beperkt is. Dat wil zeggen: - Geen invloed op bomenrijen. - Beperkte invloed op andere functies en modaliteiten. - Trottoir wordt niet versmald tot <2 meter. *Vrijliggende fietspaden aanleggen niet mogelijk als de impact op de overige modaliteiten en de algehele inrichting van de straat groot is.

Fietspad aanleggen of verbreden mogelijk als de fysieke ruimte in het profiel dat toelaat. Omvorming naar ander wegtype zoals een fietsstraat is ook mogelijk, indien voldaan aan beleidseisen.

Pagina 20 van 36

Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte

Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023

2.9 Klimaatadaptatie: piekbuien, hitte en droogte. Klimaatverandering wordt steeds zichtbaarder in de stad. Dit uit zich de afgelopen jaren steeds meer in wateroverlast door hevige regenbuien, maar ook is er een toename van hittegolven en periodes van droogte. In de Strategie Klimaatadaptatie (2020) is de doelstelling neergezet dat Amsterdam in 2050 zo goed mogelijk voorbereid moet zijn op het veranderende klimaat. Klimaatadaptatie gaat daarbij over de thema’s extreme neerslag, hitte, droogte en overstromingen. Voor dit uitvoeringskader wordt het aspect overstromingen buiten beschouwing gelaten, omdat dat een thema is dat niet op straatniveau aangepakt wordt. Aangezien wegen aangelegd worden met een levensduur van 30 tot 40 jaar betekent dat dat alle vervangingen en herinrichtingen die we nu uitvoeren toekomstbestendig moeten zijn op het gebied van hitte, droogte en neerslag. Klimaatadaptatie is in die zin ook geen ambitie of een keuze. Qua kosten is het wel degelijk van belang om specifiek te maken op welk moment, welke maatregel genomen kan worden, zoals in de tabel hieronder is uitgewerkt. Instrumentarium bij het bepalen van juiste maatregelen zijn o.a. de QuickScan Klimaatadaptatie, de Menukaart Klimaatadaptatie en de Werkwijze Klimaatadaptatie. De regenwaterknelpuntenkaart en hitte en droogtekaarten geven de op te lossen knelpunten aan.

De tabel hieronder geeft weer welke mogelijkheden er zijn om aanpassingen te doen op het vlak van klimaatadaptatie binnen verschillende werksoorten. Maatregelen met een [+] erachter betreffen ‘plussen’. De tabel moet gelezen worden in combinatie met de Maatregelenlijst uit Bijlage I.

Pagina 21 van 36

Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte

Vastgesteld door het college van B&W van Amsterdam op 11 april 2023

Tabel, mogelijke maatregelen: klimaatbestendigheid Losse Verbeter Maatregelen

Planmatig klein onderhoud (PKO)

Onderhoud (O) (+)

Vervanging (VV)(+)

Herinrichting

Toevoegen van kleinschalig groen, conform de randvoorwaarden uit de Puccinimethode

Herstellen van lokale afwateringsknelpunten door schade of achterstalligheid, zoals verzakte kolken

Kleine ingrepen aan het maaiveld, zoals verlagen banden en het verhang anders laten lopen

Kleine ingrepen aan het maaiveld, zoals verlagen banden en het verhang anders laten lopen

Aanleg wadi’s of grotere infiltratiezones.

Tegels eruit, groen erin, bij overmatige oppervlaktes trottoir [+]

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13871127/1