TKN 1 - Ruimtelijke Ordening (30) 2. nota vooroverleg BP en MER Strandeiland V_def_incl bijlagen.pdf
Tekst van het document
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg bestemmingsplan en MER Strandeiland Beantwoording overlegreacties, adviezen stadsdelen Noord en Oost en advies commissie m.e.r.
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
Inhoud
1 Inleiding ................................................................................................................. 3 2 Overlegreacties ....................................................................................................... 5 2.1 Gemeente Diemen.................................................................................................................... 5 2.2 Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht / Waternet .......................................................... 5 2.3 Rijkswaterstaat ......................................................................................................................... 6 2.4 Brandweer Amsterdam-Amstelland ....................................................................................... 20 2.5 GGD......................................................................................................................................... 21 2.6 Liander .................................................................................................................................... 21 2.7 Provincie Flevoland .................................................................................................................. 23 3 Advies Stadsdeel Noord en Oost .............................................................................
26 3.1 Stadsdeel Noord ..................................................................................................................... 26 3.2 Stadsdeel Oost ....................................................................................................................... 26 4 Advies Commissie m.e.r. ........................................................................................ 30 4.1 Inleiding ...................................................................................................................................30 4.2 Reactie en verwerking .............................................................................................................30 Binnengekomen reacties .......................................................................................... 43
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
1 Inleiding
Het bestemmingsplan en Milieu Effect Rapport (hierna: MER) Strandeiland zijn in het kader van het wettelijk vooroverleg (op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening) naar diverse (overheids)instanties gestuurd. Ook is in dit stadium, op grond van de Verordening op lokaal bestuur advies gevraagd aan de Stadsdelen Noord en Oost. En het verplichte advies van de commissie m.e.r. is opgevraagd. De periode voor het indienen van een vooroverlegreactie heeft van 6 juli tot en met 17 augustus 2020 gelopen. Aansluitend is een extra herinnering verzonden aan de overlegpartners die op 17 augustus nog geen reactie ingediend hadden. Deze partners hebben nog een week extra gekregen om een reactie in te dienen. De volgende instanties zijn gevraagd advies uit te brengen: 1. Gemeente Almere 2. Gemeente Diemen 3. Gemeente Muiden 4. Gemeente Weesp 5. Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht p/a Waternet 6. Rijkswaterstaat 7. Provincie Flevoland 8. Provincie Noord-Holland 9. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 10. Brandweer Amsterdam-Amstelland 11. Afdeling Monumenten en Archeologie 12. Fietsersbond Amsterdam 13. GGD 14. Liander 15. Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 16. Omgevingsdienst Noord-Holland Noord 17. Stadsdeel Noord 18. Stadsdeel Oost Naast bovenstaande overlegpartners is gedurende het vooroverleg ook verplicht advies bij commissie m.e.r. ingewonnen.
Dit advies is in het laatste hoofdstuk van deze nota samengevat en beantwoord. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de reacties van de overlegpartners met nummer 1 t/m 16. In hoofdstuk 3 wordt het bestuurlijke advies van de stadsdelen Noord en Oost samengevat en beantwoord. Tot slot wordt in hoofdstuk 4 het advies van de commissie m.e.r. toegelicht. Bij
3
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
iedere reactie wordt een samenvatting en beantwoording gegeven. Tevens wordt bij de beantwoording aangegeven of dit leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan en/of MER.
4
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
2 Overlegreacties
2.1 Gemeente Diemen Samenvatting Gemeente Diemen geeft aan dat in de toelichting van het bestemmingsplan gesproken wordt over een vrije busbaan tussen de Fortdiemerdamweg en de gemeente Muiden. De plannen hiervoor zijn nog in ontwikkeling, maar de benodigde besluiten hiervoor zijn nog niet genomen. Daarnaast geeft de gemeente aan dat er in de regels van het bestemmingsplan (artikel 31.7.3) een verbod op detailhandel in volumineuze goederen is opgenomen, maar dat het begrip hiervoor in de begrippenlijst ontbreekt. Reactie gemeente De toelichting van het bestemmingsplan zal genuanceerd worden voor wat betreft de busbaan tussen de Fortdiemerdamweg en Muiden. Er zal opgenomen worden dat het voornemen voor een vrije busbaan nader onderzocht wordt. Ten aanzien van de regels zal het begrip voor detailhandel in volumineuze goederen worden toegevoegd. Aanpassing bestemmingsplan/MER Ja, de regels van het bestemmingsplan worden aangevuld met het begrip detailhandel in volumineuze goederen.
2.2 Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht / Waternet Samenvatting Ten aanzien van het MER geeft Waternet aan dat er nog diverse keren ten onrechte wordt verwezen naar het voormalige Middeneiland. Waternet vraagt dit aan te passen. Ten aanzien van het bestemmingsplan merkt Waternet op dat de norm voor het afvoeren van het opgevangen hemelwater naar het openbare gebied op 2,5 l/m2/uur staat. Dit is in strijd met de eis uit de nieuwe Hemelwaterverordening die 1 l/m2/uur aangeeft. Ten aanzien van de waterparagraaf heeft Waternet diverse opmerkingen over de opgenomen figuren van deze paragraaf. Het gaat om een figuur (figuur 3.1) over het profiel van de waterkering
5
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
en een verduidelijking over de ligging van RKL (figuur 3.3).Waternet verzoekt beide figuren te verduidelijken. Reactie gemeente Het MER wordt nagelopen op het gebruik van ‘Middeneiland’.. Dit wordt aangepast naar Strandeiland. Middeneiland zal nog wel benoemd worden in het MER. Dit heeft te maken met de referentiesituatie waarbij nog wordt uitgegaan van Middeneiland. De norm voor het afvoeren van opgevangen hemelwater is conform voorstel van Waternet aangepast in de regels van het bestemmingsplan. De genoemde figuren worden aangepast. Aanpassing bestemmingsplan/MER Het bestemmingsplan zal hierop worden aangepast.
2.3 Rijkswaterstaat Samenvatting toelichting Rijkswaterstaat (hierna RWS) geeft aan graag in nader overleg te willen treden met betrekking tot de uitwisseling tussen het binnen- en buitenwater n.a.v. de verdere afstemming met Waternet t.a.v. het binnenwater. Reactie gemeente Er is een regulier afstemmingsoverleg tussen RWS en de gemeente. In dit overleg kan de waterkwaliteit ook besproken worden. Zie ook reactie over paragraaf 2.2.6 hieronder. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee. Verder volgt puntsgewijs een samenvatting en reactie van de reactie van RWS: •
Paragraaf 2.2.4 (p. 30): RWS merkt op dat in deze passage wordt gesproken over de oostpunt van Buiteneiland als zoeklocatie voor Kitesurfen. RWS geeft aan dat dit formeel geen onderdeel uitmaakt van dit bestemmingsplan. Er lijken echter in dit gebied volgens RWS geen geschikte locaties voor kitesurfen voorhanden vanuit het oogpunt van veiligheid en ecologie. RWS wijst er op dat indien er desondanks wordt gestreefd naar een vestiging, vergunningen in het kader van het Besluit beheer rijkswaterstaatswerken en de Wet natuurbescherming noodzakelijk zijn.
Reactie gemeente Er is in Amsterdam al langer de wens om te onderzoeken of er ruimte is voor een kitesurflocatie. Dit is als zodanig ook opgenomen in het programma waterrecreatie. Het programma waterrecreatie is een uitwerking van de structuurvisie welke is vastgesteld door de gemeenteraad. Op Strandeiland wordt niet voorzien in een kitesurflocatie, waarbij wordt opgemerkt dat de door
6
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
RWS aangedragen bezwaren bekend zijn en zullen worden meegenomen in de afweging voor het uiteindelijk wel of niet toestaan van een kitesurflocatie. Aanpassing bestemmingsplan/MER Ja, de toelichting wordt hierop aangepast. •
Paragraaf2.2.6 (p. 31): Op deze pagina staat vermeld dat er naar verwachting na 2028 maatregelen nodig zijn aan de Ring A10. RWS vult aan dat het hier met name de op- en afritten van de S114 met de A10 betreft. Verder geeft RWS aan om in verband met de te verwachten verkeerseffecten i.r.t. de collectieve mobiliteitsvoorzieningen – de zogenoemde buurthubs - betrokken te willen worden.
Reactie gemeente Zoals bekend is er een regulier afstemmingsoverleg tussen gemeente en RWS. In dit kader zal RWS betrokken worden bij de buurthubs. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee •
Paragraaf 2.2.6 (p. 32/33): RWS vraagt om bij de opmerkingen over het doortrekken van de tramlijn en een intensievere ontsluiting naar Almere/Weesp en Amsterdam/Bijlmer helder aan te geven welke plannen al concreet zijn en waar nog besluitvorming over moet plaatsvinden.
Reactie gemeente De plannen voor de intensievere ontsluiting tussen zowel Almere/Weesp en Amsterdam/Bijlmer zijn zodanig concreet dat er gesteld kan worden dat deze verbindingen er komen. Nadere ruimtelijke besluitvorming hierover zal naar alle waarschijnlijkheid niet nodig zijn omdat deze bussen over bestaande infrastructuur rijden. Overige besluitvorming over bijvoorbeeld dienstregelingen valt buiten de scope van dit bestemmingsplan. Ten aanzien van de tramlijn is de toelichting aangevuld met de tekst dat de tramlijn vanaf 2024 in gebruik genomen zal worden. Aanpassing bestemmingsplan/MER De toelichting en het MER worden hierop aangevuld. •
Paragraaf 2.2.8 (p. 38): Aangegeven wordt op deze pagina dat de monitoringsresultaten aangeven dat de mosselbanken zich goed ontwikkelen. In H15 lijkt echter een afname zichtbaar. In de randmeren is in 2020 een forse achteruitgang gebleken van de mosseldichtheid. Het is dan ook van belang dat de mosselbanken bij IJburg gemonitord blijven worden in het kader van de effectiviteit van deze compensatiemaatregel.
Reactie gemeente Onduidelijk is op welke afname wordt gedoeld. Sinds 2007 worden de mosselen op de kunstmatige mosselbanken van IJburg door Bureau Waardenburg gemonitord. Gekeken wordt naar dichtheid en biovolume van de aanwezige mosselen op de kunstmatige mosselbanken en
7
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
referentielocaties. Uit de jaarlijkse monitoring (Bureau Waardenburg, kenmerk19-305/19-0743, januari 2020) blijkt het aangetroffen biovolume in 2019 ruim boven het in de MER gestelde minimum van 300 ml/m² voor een vitaal functionerende mosselbank. De laatste tien jaar is er in het IJsselmeergebied (inclusief IJmeer) sprake van een toename aan Dreissena mosselpopulaties, die vooral is toe te schrijven aan de opkomst van de quaggamossel. Er zijn afspraken gemaakt met de Omgevingsdienst dat de monitoring gecontinueerd wordt tot 5 jaar na de volledige realisatie van IJburg 2. Aanpassing bestemmingsplan/MER De toelichting van het bestemmingsplan wordt met informatie en het meest recente monitoringsonderzoek aangevuld. In de desbetreffende paragraaf zal een verwijzing naar het monitoringsrapport worden opgenomen dat als bijlage bij de toelichting zal worden gevoegd. •
Paragraaf 2.2.8 (p. 38): Op deze pagina staat het volgende: “Betreffende de Muiderbuurt is gekozen voor een natuurlijk zandlandschap”. Vraag is wat hiermee precies bedoeld wordt en hoe dit samengaat met de riet- en waterplantenvegetatie die hier gepland staat. Zie ook opmerking i.r.t. benoemde ‘zachte’ oever bij passage over waterkwaliteit binnenwater in Waterparagraaf (bijlage 8).
Reactie gemeente Het gaat om het natuurlijke groene landschap (aansluitend op de context van de omgeving) dat de Muidenbuurt binnendringt met enkel zandbaaien in de natuurbaai. Hoe verder het landschap de buurt inkruipt hoe minder zanderig het zal worden, maar we schuwen zanderige (kalere) plekken tussen het groen niet. Wellicht ten overvloede wordt hier opgemerkt dat het gaat om het landschap dat in de Muidenbuurt, dus op land, gecreëerd wordt. Dit staat in die zin los van het water en de riet- en waterplantenvegetatie die in de natuurstrook worden voorzien. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee •
Paragraaf 2.2.8 (p. 38): Hier wordt ingegaan op rieteilandjes voor de zuidzijde van ‘het Oog’. I.h.k.v. de BPRW-toets zijn echter ook afspraken gemaakt over riet voor het grootste deel van de zuidelijke buitenoever ter vereffening van negatieve effecten. Dat wordt hier verder niet meer genoemd. Verzoek dit in het bestemmingsplan expliciet op te nemen.
Reactie gemeente Er wordt aangenomen dat er wordt gerefereerd aan de watervergunning (d.d. 21 juli 2020, kenmerk RWS-2020/38953) ten behoeve van het landmaken Strandeiland perceel 2. Zoals terecht opgemerkt door Rijkswaterstaat bevat deze vergunning een aantal voorwaarden in het kader van compensatie: 1. Er moet als mitigerende maatregel minimaal 5,5 ha riet en andere oevervegetatie worden gerealiseerd. 2. Een plan van aanpak met betrekking tot de mitigerende maatregelen waarmee een gevarieerde natuurvriendelijke oever met zegge- en rietsoorten wordt gerealiseerd, de aanwezigheid van
8
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
macrofaunasoorten wordt verbeterd en mogelijke schuil- en paaiplaatsen voor plantminnende vissen wordt gerealiseerd moet schriftelijk binnen 12 maanden na van kracht worden van deze vergunning ter goedkeuring aan de waterbeheerder worden aangeleverd. Het plan van aanpak moet de volgende zaken bevatten: a. de wijze van natuurlijke inrichting van de zuidelijke oever beschrijven (conform Stowa Handreiking natuurvriendelijke oevers, een standplaats benadering, september 2011); b. aangeven hoe deze natuurlijke inrichting wordt beheerd en onderhouden; c. een planning van de aanleg; d. de wijze van monitoring om de mitigerende werking aan te tonen. 3. Voor 31 december 2023 moet een start met de uitvoering van de mitigerende maatregelen worden gemaakt. Deze opgave is bekend bij de gemeente Amsterdam en wordt als uitgangspunt gehanteerd bij de plannen voor het inrichten van de zuidoever. Aanpassing bestemmingsplan/MER Het bestemmingsplan wordt op dit punt aangepast. •
Paragraaf 2.2.8 (p. 38): Er wordt gesproken over ‘Tijdelijke natuur’. RWS vraagt zich af of er al meer te zeggen valt over wat hier precies voorzien is, op welke wijze en voor hoe lang? Welke effecten worden er verwacht voor welke soorten? En hoe wordt er rekening gehouden met broed- en rustseizoenen?
Reactie gemeente Provincie Noord-Holland is bevoegd gezag m.b.t. de Wnb soortenbescherming. De provincie heeft een ontheffing Tijdelijke natuur verleend voor mogelijke toekomstige overtredingen van de verboden van de Wnb voor diersoorten die zich nu nog niet bevinden in het plangebied maar die zich door de ontwikkeling van tijdelijke natuur zullen vestigen. Er is een situatie waar nieuw land ontstaat. Op deze nieuwe zandvlakte is in eerste instantie geen (beschermde) flora en/of fauna aanwezig, uitgezonderd de rugstreeppad. Deze soort is zeer mobiel en het kan niet uitgesloten worden dat deze soort al voorkomt op de reeds opgespoten stukken land. Op basis van de ontheffing tijdelijke natuur kunnen de natuurlijke processen op Strandeiland hun gang gaan. Ook wordt natuur actief gefaciliteerd met een bloemenmengsel en afgestoken oeverzwaluwwand. Monitoring van broedgevallen en vestiging van andere soorten wordt uitgevoerd. Op basis daarvan wordt een beheerplan opgesteld en geactualiseerd. Ook is er een ecologisch werkprotocol met maatregelen zodra kavels bouwrijp gemaakt moeten worden (en de tijdelijke natuur op die plaats dus weer moet wijken). Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee •
Paragraaf 2.2.8 (p. 38): Het stuk natuur dat op de verbeelding aan de noordoostkant van Strandeiland opgenomen is wordt in deze passage niet toegelicht. Verzoek een toelichting hierop op te nemen in de plantekst.
9
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
Reactie gemeente Aan de noordoostkant wordt een rietmoeras aangelegd. Dit rietmoeras gaat deel uitmaken van een ecologische verbinding in moerasnatuur. De oostelijke koppen van de eilanden van IJburg (waaronder Strandeiland) worden als moerasnatuur ingericht. Moerasdieren kunnen de eilanden zwemmend bereiken, ter plaatse van de moerasnatuur op krachten komen en vervolgens door gaan naar Waterland. Strandeiland wordt daarmee een stapsteen in de ecologische verbinding voor moerasnatuur. Aanpassing bestemmingsplan/MER De toelichting van het bestemmingsplan wordt hiermee aangevuld. •
Paragraaf 3.2.2 (p. 56/57): RWS heeft een vraag over de passage met betrekking tot de Natura 2000-bufferzone. RWS geeft aan dat de eerste alinea van deze paragraaf lastig te begrijpen is en vraagt zich af wat de bedoeling is van deze passage. Is er hier sprake van handelingen die door de provincie als uitzondering op het verbod benoemd zijn?
Reactie gemeente Het doel van deze passage is dat het relevante provinciale beleid wordt toegelicht. In dit geval betreft het de omgevingsverordening NH2050 die naar verwachting begin oktober 2020 door Provinciale Staten wordt vastgesteld. Vooruitlopend op deze vaststelling is het relevante beleid voor Strandeiland in deze paragraaf beschouwd. Vervolgens wordt het planvoornemen getoetst aan de regels zoals deze zijn opgenomen in de nog vast te stellen ontwerp-omgevingsverordening. Aanpassing bestemmingsplan/MER Een en ander zal in deze paragraaf nader worden toegelicht/herschreven. •
Paragraaf 5.3 (p. 97): RWS vermeld dat de inzet van oppervlaktewater voor aquathermie vergunningplichtig is. De gemeente dient de benodigde onderzoeken hiervoor bij een vergunningaanvraag te overleggen. Hierover is de gemeente al geïnformeerd.
Reactie gemeente De reactie wordt ter kennis aangenomen. Dat de inzet van oppervlaktewater voor aquathermie vergunningplichtig is, is bekend. Bij de verdere uitrol van de WKO wordt hiermee rekening gehouden. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee •
Paragraaf 6.2.1 (p. 105/106): RWS verzoekt de gemeente om in deze paragraaf de meest recente ontwikkelingen op te nemen n.a.v. het recente advies van commissie d’Hooghe over de oeververbinding over het Amsterdam-Rijnkanaal en Noordzeekanaal. Verder merkt RWS op dat de kaart uit het Mobiliteitsplan Update 2019 inmiddels is achterhaald voor verwarring zou kunnen zorgen.
10
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
Reactie gemeente Ten tijde van opstelling van het bestemmingsplan was het eindadvies van de adviescommissie Oeververbinding Rijkswateren Amsterdam nog niet bekend. Het eindadvies zal daarom in deze paragraaf worden verwerkt. Daarnaast is de kaart uit het mobiliteitsplan Update 2019 de meest recent vastgestelde kaart. Deze kaart is niet achterhaald. Ambtelijk wordt er wel verder gemonitord ten behoeve waarvan nieuw kaartmateriaal wordt gemaakt. Dit kaartmateriaal is echt nog niet bestuurlijk vastgesteld en wordt derhalve niet in dit bestemmingsplan opgenomen. Aanpassing bestemmingsplan/MER Het eindadvies van de adviescommissie Oeververbinding Rijkswateren Amsterdam zal in de toelichting worden verwerkt. •
In paragraaf 6.2.1 wordt gesproken over het toevoegen van een HOV-verbinding tussen Zeeburgereiland en de Indische buurt. RWS geeft aan dat dit bij de huidige brug niet mogelijk is in verband met trillingen.
Reactie gemeente Op het moment dat er concrete plannen komen voor een dergelijke HOV-verbinding, zal op dat moment bekeken worden wat er nodig is om deze verbinding goed en veilig aan te leggen. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee •
RWS geeft een aanvulling ten aanzien van het geen in de toelichting is vermeld (paragraaf 6.2.1 blz 106) over de toerit van de A10. RWS geeft aan dat een betere verkeersafwikkeling op de oostelijke toerit van de A10 ook onvermijdelijk is om terugslag op de A10 te voorkomen.
Reactie gemeente De route via de IJburglaan is de meest directe en logische route naar de A10. In het mobiliteitsplan zijn drie projecten opgenomen voor een betere doorstroming tussen Strandeland en de A10 via deze route. Het betreft de projecten Cruciale Mijl (A3), Extra rijstrook toerit A10 (westzijde) (A4) en Extra rijstrook afrit A10 (oostzijde) en extra strook richting Zeeburgereiland (A6). Het project Cruciale Mijl adresseert de belangrijkste knelpunten op deze route. Het scheiden van de tram en verkeersstromen bij de aansluiting op de A10 is onderdeel van dit project. Mogelijke oplossingen zijn een ongelijkvloerse kruising van de tram met de oprit naar de A10 en het verleggen van de tram naar de noordzijde van de IJburglaan. Ook de verbreding van de bruggen naar Steigereiland (Enneüs Heermabrug en de brug van Steigereiland naar Haveneiland) zijn onderdeel van dit project. Het project zit nu in fase twee van het Plan en Besluitvormingsproces Infrastructuur van de gemeente Amsterdam (PBI fase 2). Besluitvorming wordt verwacht in 2021. De geplande realisatie van de Cruciale Mijl is voorzien in het tijdvak 2024-2027. Over de realisatie van de extra rijstrook op de op- en afrit zijn periodiek gesprekken met Rijkswaterstaat. Hierover is nog geen uitvoeringsplanning vastgesteld.
Het ligt voor de hand dat de realisatie in samenhang wordt uitgevoerd met de uitvoering van de Cruciale Mijl. De andere route tussen Strandeiland en de A10 loopt via de A1. Voor beide routes is de capaciteit van de kruispunten vanaf Strandeiland op de
11
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
Muiderlaan en Pampuslaan van belang. Voor deze kruispunten zijn ruimtereserveringen gemaakt gebaseerd op de verkeersafwikkeling van de vervoersvraag bij volledige realisatie van Strandeiland. Aanpassing bestemmingsplan/MER Ja, toelichting BP. •
Over paragraaf 6.2.1 (p. 106) merkt RWS op dat de verbreding van de toerit aan de westzijde van de A10 op het Zeeburgereiland onvermijdelijk lijkt. Een betere afwikkeling van het verkeer van de toerit aan de oostzijde van de A10 is ook onvermijdelijk om terugslag op de A10 te voorkomen.
Reactie gemeente Bovenstaande reactie is inderdaad terecht. De toelichting van het bestemmingsplan wordt hierop aangevuld. Aanpassing bestemmingsplan/MER Ja, toelichting BP. •
Met betrekking tot paragraaf 15.1 (p. 165) merkt RWS op dat er wordt gesproken over externe effecten. RWS geeft aan om in paragraaf 15.7 een conclusie over deze externe effecten op te nemen.
Reactie gemeente Een conclusie over de externe effecten wordt in het ontwerpbestemmingsplan aangepast. Aanpassing bestemmingsplan/MER Paragraaf 15.7 zal in het ontwerpbestemmingsplan worden aangepast. Samenvatting bijlage 8 - Waterparagraaf Paragraaf 16.4 (p. 180): RWS merkt e.e.a. op met betrekking tot bijlage 8 (Waterparagraaf). RWS verzoekt de gemeente om paragraaf 16.4 van de toelichting hierop aan te passen. •
Samenvatting en Waterkwaliteit buitenwater (p. 6 en 16): RWS wijst er op dat in deze paragraaf staat dat IJburg Strandeiland in een Natura 2000-gebied is gelegen. RWS geeft aan dat dit niet klopt. Er is wel sprake van een naastgelegen N2000-gebied.
Reactie gemeente Strandeiland ligt inderdaad niet binnen een Natura 2000-gebied maar is er sprake van een naastgelegen Natura 2000-gebied. Aanpassing bestemmingsplan/MER De waterparagraaf zal hierop worden aangepast.
12
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
•
RWS merkt op dat in de waterparagraaf een toelichting met betrekking tot de KRWwaterlichamen ontbreekt en het feit dat Strandeiland in een dergelijk waterlichaam ligt. Verzocht wordt om de KRW en diens doelen, en ook het verbod op achteruitgang toe te voegen aan de waterparagraaf.
Reactie gemeente Alhoewel de KRW wel als toetsingskader in de bijlage van de waterparagraaf wordt genoemd, wordt in de paragraaf niets vermeld over het huidige waterlichaam waarin Strandeiland is gelegen. De waterparagraaf wordt op dit punt aangepast. Aanpassing bestemmingsplan/MER De waterparagraaf zal hierop worden aangepast. •
Samenvatting (p. 6) met betrekking tot de waterkwaliteit binnenwater: RWS merkt op dat er wordt gesproken over een watersysteemanalyse. RWS vraagt zich af wat hiermee wordt bedoeld.
Reactie gemeente Hierbij wordt beschouwd hoeveel water er van het eiland in het binnenmeer terecht komt en hoeveel nutriënten het water bevat. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee •
Hemelwater, afvalwater (p. 10, 32) + Paragraaf 5.3 en 5.4 (p. 32) en toelichting(p. 36, 136 en 185/186): RWS merkt op dat er wordt gesproken over lokale zuivering. Onduidelijk is waar het afvalwater dat hier vandaan komt naartoe gaat. Waar wordt het water geloosd? Hier is eerder reeds contact over geweest met RWS, waarbij de beperkingen van lozing op het IJmeer benoemd zijn. Verzoek hierover nader in contact te treden met RWS.
Reactie gemeente Het afvalwater van de lokale zuivering zal via een effluent leiding worden afgevoerd naar de waterzuivering. Deze is opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan. Indien gewenst kan dit nader toegelicht worden in het reguliere afstemmingsoverleg tussen gemeente en RWS. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee •
•
Hemelwater (p. 11 en 37): Op p. 11 wordt gesproken over lozing van hemelwater op de openbare ruimte. Wat wordt hiermee bedoeld? Komt dit hemelwater dan in het binnenwater of buitenwater terecht? RWS wenst graag een toelichting hierover. Op p. 37 betreft het hetzelfde onderwerp als in de samenvatting op pg. 11. Hier wordt echter niet gesproken over lozing op de openbare ruimte. Verzoek dit eenduidig te vermelden en bij lozing op de openbare ruimte aan te geven in hoeverre dit af kan stromen richting oppervlaktewater.
13
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
Reactie gemeente Er is een overleg met RWS ingepland om samen met Waternet te kijken naar de meest optimale oplossing voor afvoer van hemelwater. Uitgangspunt is dat het hemelwater waar mogelijk via een IT-riool wordt geïnfiltreerd in de bodem. Dit betekent dat de zogenoemde “first flush” ten alle tijden in de bodem geïnfiltreerd wordt en niet in het buitenwater terecht komt. Alleen indien er door extreme neerslag sprake is van een overstort, dan zal er mogelijk naar het buitenwater afgevoerd moeten worden. Hier worden in het genoemde overleg nadere afspraken over gemaakt. Aanpassing bestemmingsplan/MER De waterparagraaf zal op dit punt aangepast worden. •
•
Nautiek (p. 12 en 40): RWS merkt op dat de aanleg en het onderhoud van de verbinding naar Strandeiland op nautisch vlak de verantwoordelijkheid is van de organiserende partij. Onderhoud van geulen van en naar de havenkommen ligt niet bij het Rijk. Er dient bij het aansluiten van de geul rekening gehouden te worden met de zichtlijnen en bebouwing conform richtlijnen vaarwegen 2020 (recente update van 2017). Verder merkt RWS op dat er nog geen expliciete afmeting staan opgevoerd voor de vaarwegen en voor sluis- en brugontwerp. RWS adviseert om de afmetingen (ook de breedte) te toetsen aan de richtlijnen vaarwegen 2020. Voor het varen buiten de wijk moet uitgegaan worden van de condities die op het IJsselmeergebied gelden. Daarbij dient de voorhaven zo ingericht te worden dat de sluis veilig gepasseerd kan worden zonder de hoofdgeul te hinderen.
Reactie gemeente Er zal bij het ontwerp van de vaarwegen en sluizen rekening worden gehouden met het geldende beleid hiervoor, in dit geval de richtlijn vaarwegen 2020. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee •
•
Paragraaf 2.2 Waterkwaliteit (p.17 – tevens blz. 182 uit toelichting bestemmingsplan): In deze paragraaf wordt volgens RWS gerefereerd naar de ‘zachte’ zuidoever met brede rietstroken en waterplanten, die zorgt voor het zuiveren van het oppervlaktewater. Het is voor RWS onduidelijk of het hier gaat om de zuidoever van het binnenwater of om de zuidoever van Strandeiland (waar dan water geloosd wordt richting het IJmeer?). RWS vraagt om dit te verduidelijken. In het geval het hier gaat om de zuidoever van Strandeiland (dus aan het IJmeer) dan verzoeken we hiervoor nog nader contact met RWS op te nemen i.v.m. de vraag of een zuiverende werking van de buitendijkse zuidoever samen gaat met de doelstelling om dit gebied te gebruiken ter compensatie voor het verlies aan ecologisch relevant areaal vanuit de BPRW-toets. Tevens merkt RWS op dat de laatste 3 maatregelen die in de desbetreffende paragraaf worden genoemd, niet helder is wat de effectiviteit daarvan is. Waarom wordt gedacht aan de toepassing van ijzerhoudend zand? De ruimte op het Strandeiland is te klein voor
14
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
helofytenfilters en daarnaast is de vraag of deze filters gezien de lage belasting van het water met N en P zeer effectief zullen zijn. Reactie gemeente Deze tekst gaat over het binnenwater, aangezien deze onder het kopje waterkwaliteit binnenwater staat. Voor het overige wordt getracht zoveel mogelijk methoden toe te passen waarmee de waterkwaliteit van het binnenwater op het gewenste niveau komt en blijft. Hier wordt tevens opgemerkt dat er nu al gewerkt wordt conform de reeds verleende Watervergunning voor Landmaken Strandeiland, fase 2. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee •
Paragraaf 6.1 (p. 34): “Bij de Makerskade wordt een deel van het verhard oppervlak (circa 6 ha) via een IT‐riool op het buitenwater (IJmeer) geloosd. ”RWS geeft aan dat hier eerder ook al is op gereageerd. RWS verzoekt de gemeente om hier expliciet aan te geven welk deel van het water afstroomt naar het buitenwater en hoe voorkomen wordt dat hierdoor ongewenste stoffen in dit water terecht komen. Verder wordt aangegeven dat met AGV is overlegd. RWS vraagt om een aanpassing van de toelichting aangezien RWS ook inhoudelijk gereageerd heeft op de waterparagraaf.
Reactie gemeente Hierover is een overleg met Rijkswaterstaat ingepland. De gemeente heeft er vertrouwen in dat hier sluitende afspraken over gemaakt kunnen worden. Voor wat betreft het de aanpassing in de toelichting, deze zal verwerkt worden. Aanpassing bestemmingsplan/MER Ja, toelichting.
Samenvatting regels • RWS geeft aan dat artikel 3.2g alleen op Natura 2000 is gericht, terwijl de inrichting van de natuurvriendelijke zuidoost oever ook (met name) dient ter vereffening voor de KRWdoelen. Reactie gemeente In dit artikel worden de doelen van het bestemmingsplan weergegeven, deze lijst is niet limitatief. Het klopt dat de inrichting van de oever ook dient ter vereffening voor de KRW-doelen. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee •
Artikel 8: Hier missen wij nog regels om te voorkomen dat bij overstroming van de kade verontreinigende stoffen richting het oppervlaktewater afstromen. Verzoek hier onder 8.2.1 een bepaling voor op te nemen.
15
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
Reactie gemeente De constatering wordt door de gemeente bevestigd. Dit in verband met de bedrijfsbestemmingen. Op basis van milieuwetgeving ligt de verantwoordelijkheid van het voorkomen van afstromen van water naar het openbaar gebied primair bij de bedrijven zelf. Voor het grootste deel dient waterberging op eigen terrein plaats te vinden. Afwatering naar het openbaar gebied vindt alleen plaats bij extreme buien. Aangezien op basis van de milieuwetgeving al is bepaald dat er geen verontreinigingen mogen afstromen is daarmee ook geborgd dat in geval van extreme buien enige afwatering naar het openbaar gebied schoon zal zijn. Daarnaast wordt verwezen naar de eerdere reactie waarin is aangegeven dat de first flush nooit op het buitenwater af zal stromen. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee •
Artikel 22: RWS geeft aan dat de kunstwerken zoals brug en sluis dienen te voldoen aan de richtlijnen vaarwegen 2020.
Reactie gemeente Hier zal bij het ontwerp van de brug en sluis rekening mee worden gehouden. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee •
Artikel 23: Hier worden voorzieningen voor de inzameling van afvalwater gemist.
Reactie gemeente Het is onduidelijk wat hiermee wordt bedoeld. Afvalwatervoorzieningen zijn, indien het geen afwaterzuiveringsinstallaties (AWZI’s dan wel RWZI’s) zijn, niet per definitie planologisch relevant. Uiteraard is het Water- en Energiegebouw wel voorzien van een bedrijfsbestemming met daarbij behorende activiteiten in het bestemmingsplan opgenomen. Voor het overige vallen voorzieningen voor de inzameling van afvalwater onder het begrip ‘nutsvoorziening’. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee •
Artikel 29.3: RWS geeft aan dat dit FSC hout niet geïmpregneerd mag zijn.
Reactie gemeente De reactie wordt ter kennis aangenomen. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee •
Artikel 31.3: Het is voor RWS onduidelijk hoe deze eisen worden uitgewerkt. Onduidelijk is wanneer we het maximum hebben bereikt van afstromend hemelwater en hoe voorkomen wordt dat afstroming plaatsvindt naar oppervlaktewater.
16
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
Reactie gemeente Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit wordt aan deze regels getoetst. De aanvrager moet aantonen dat hieraan wordt voldaan. Op deze manier worden de in artikel 31.1 gestelde eisen gewaarborgd. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee •
Artikel 31.11 & 34.2: RWS verzoekt de gemeente om aanvullend op te nemen dat lichtbronnen niet uitstralen naar de buiten(=water)zijde van de beplanting, zodat er geen verstoring optreedt van de vliegroute van vleermuizen evenwijdig aan de beplanting.
Reactie gemeente Deze regels worden toegevoegd. Aanpassing bestemmingsplan/MER Ja. Artikel 31.11 en 34.2 wordt hierop aangevuld. Samenvatting verbeelding • Ook hier is nog onduidelijk hoe de afvoer van de rioolwaterzuivering zal plaatsvinden. Reactie gemeente Zoals eerder aangegeven wordt gewerkt met een effluentleiding. Deze is opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan. Daarnaast wordt voorzien in een rioolpersleiding. Deze loopt via Strandeiland naar de RWZI. De rioolpersleiding is opgenomen op de verbeelding. Aanpassing bestemmingsplan/MER Ja Samenvatting MER • RWS geeft aan dat deelrapport natuur in de MER ontbreekt. Reactie gemeente Per abuis zijn de onderzoeken van het MER niet in de downloadlink met stukken meegestuurd. Desgewenst kan dit onderzoek nog aangeleverd worden. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee •
RWS geeft aan dat Eenheid tussen MER en de andere stukken ontbreekt, ze lijken op verschillende momenten geschreven te zijn.
17
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
Reactie gemeente De gemeente deelt de mening van RWS op dit punt niet. Het MER en de bijbehorende stukken, zoals onderzoeken en bestemmingsplan zijn allen gelijktijdig en in overleg met elkaar opgesteld. Wat wel het geval is, is dat het definitieve MER in de toelichting zal worden verwerkt en die verwerkingsslag kan pas gemaakt worden op het moment dat het MER definitief is. Op het moment van vooroverleg was dit nog niet het geval. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee •
Hoofdstuk 5: RWS merkt op dat de waterkwaliteit binnenwater zoals genoemd in paragraaf 5.3.3 in de zomer op problemen kan stuiten. RWS vraagt zich af hoe hier in het plan mee omgegaan wordt en hoe wordt voorkomen dat binnenwater van slechte kwaliteit terecht komt in het buitenwater?
Reactie gemeente Er wordt, zoals ook in de waterparagraaf is aangegeven nog nader onderzoek verricht naar de kwaliteit van het binnenwater. Ten tijde van het opstellen van deze nota is dit onderzoek nog niet beschikbaar. Daarnaast doet dit probleem zich enkel in droge perioden voor. In deze periode zal geen afstroming naar het buitenwater plaatsvinden. Afstroming naar het buitenwater vindt enkel plaats op gezette tijden wanneer er juist sprake is van wateroverlast door een grote hoeveelheid neerslag in een korte periode. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee •
Hoofdstuk 6: RWS merkt op dat in paragraaf 6.2.1 wordt gesproken over aantasting van weinig kranswieren: Hoeveel en welk percentage is echter niet duidelijk.
Reactie gemeente Een precies percentage is niet te geven. Het is wel duidelijk dat de aantasting slechts leidt tot een tijdelijk afname in kranswieren. Bovendien zijn de kranswieren niet van belang voor de doelen van Natura 2000. De aanleg van strandeiland leidt tot meer luwtes en daarmee geschikte omstandigheden voor kranswieren. Op de locatie van IJburg fase 2 waren bij de kartering in 2007 nog nauwelijks waterplanten aanwezig. Als gevolg van het landmaken ging er dan ook weinig kranswierwater verloren. Na de aanleg was er rond IJburg sprake van flinke uitbreiding van waterplanten, waaronder ook veel kranswieren in 2017. Deze toename komt door toename van helderheid wat vermoedelijk veroorzaakt wordt door afname van zwevend slib en afname van het nutriëntengehalte van het water. Het ontstaan van nieuwe luwe zones als gevolg van het landmaken heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van de waterplantenvegetaties, mede doordat dit beperkend werkt op het zwevend slib in de waterkolom. In de wateren rond Strandeiland is daarom een verdere toename van kranswierwateren te verwachten, met name in de luwe zones, waar naar verwachting minder zwevend materiaal in de waterkolom aanwezig is. Deze verwachting geldt ook voor de autonome ontwikkeling. Op IJburg fase 1 groeiden de watergangen
18
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
tussen de eilanden snel dicht met waterplantenvelden. Ook voor de watergangen bij Strandeiland fase wordt een dergelijke hoge bodembedekking verwacht (Bloem, Buchel, and Zwart 2008). Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee •
In paragraaf 6.5 wordt gesproken over mitigerende maatregelen: Deze worden voorgesteld, maar komen in de rest van de stukken niet terug. RWS geeft aan dat als deze niet genomen worden, dat de beoordeling niet juist is.
Reactie gemeente De mitigerende maatregelen zijn opgenomen in het bestemmingsplan. Het betreft het voorkomen van verstoring van vleermuizen en vogels door licht. Deze maatregel vloeit voort uit de Nbw vergunning 2008 die voor Ijburg 2 is afgegeven. Deze maatregelen worden in dit plan voortgezet.. In de aanvraag voor de actualisatie van de Nbw vergunning 2008 staat deze maatregel ook beschreven. Ditzelfde geldt voor het vaarverbod aan de zijde van de Diemervijfhoek.. Ook in de ontheffing Tijdelijke natuur staan mitigerende maatregelen opgenomen voor tijdens de werkzaamheden, deze hoeven niet in het bestemmingsplan te worden vastgelegd. De provincie Noord-Holland is het bevoegd gezag om te beoordelen of de mitigerende maatregelen volstaan en de beoordeling juist is. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee •
RWS geeft aan dat in paragraaf 11.3 van veel aannames wordt uitgegaan en er is nog niet duidelijk wat men precies gaat doen. De MER begint meer een onderzoeksrapport te worden dan een rapportage om de milieu effecten te beoordelen. Dit wordt in hoofdstuk 13 ook erkend.
Reactie gemeente Dit MER is inderdaad geen ‘klassieke’ MER waarin diverse varianten worden vergeleken. Het is wel zo dat wordt gekeken of er met de uitgangspunten zoals die er nu liggen andere milieueffecten optreden ten opzichte van het geen in de MER in 2009 is onderzocht. Dit is in het kader van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau voorafgaand aan deze MER ook zo met de commissie m.e.r. besproken en akkoord bevonden door de commissie. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee •
Hoofdstuk 13: RWS geeft aan dat ook hier onduidelijk is over wat er met het zwarte en grijze water gebeurt na zuivering en opwerking en welke effecten dat heeft.
19
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
Reactie gemeente Het grijze en zwarte water worden lokaal verwerkt in de zuivering. Resterend afvalwater wordt afgevoerd via de effluentleiding of de rioolpersleiding.. De overige restproducten van de lokale zuivering (digestaat) worden ter verdere verwerking per as afgevoerd. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee •
Er worden enkele suggesties gedaan voor mitigatie, bv. lichtverstrooiing voor vleermuizen, maar hoe dat uitgewerkt wordt is volgens RWS niet duidelijk.
Reactie gemeente Dit is geen suggestie maar wordt in het bestemmingsplan geregeld, zoals eerder vermeld worden deze maatregelen in een bestemmingsplan niet expliciet als mitigerende maatregel benoemd, omdat deze voortvloeien uit eerdere besluitvorming en als zodanig al zijn opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. Zoals ook eerder beschreven is de provincie Noord-Holland het bevoegd gezag om te beoordelen of de mitigerende maatregelen volstaan en de uitwerking in het bestemmingsplan juist is. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee •
Tabel 13.2 geeft wat meer zicht op eventuele te treffen maatregelen, maar de zuivering van afvalwater mist nog.
Reactie gemeente Tabel 13.2 gaat niet over eventuele maatregelen maar over de effectbeoordeling. Dit gaat niet over de zuivering van afvalwater. Ten aanzien van de zuivering van water wordt verwezen naar de eerdere beantwoording hierover. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee
2.4 Brandweer Amsterdam-Amstelland Samenvatting De brandweer heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben. Reactie gemeente Deze reactie wordt ter kennisgeving aangenomen. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee
20
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
2.5 GGD Samenvatting De GGD heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben. Reactie gemeente Deze reactie wordt ter kennisgeving aangenomen. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee
2.6 Liander Samenvatting 150 kV kabelverbinding • Liander geeft in haar reactie het belang van de aan te leggen kabelverbinding tussen het transformatorstation Diemen en het geplande transformatorstation op Strandeiland aan. Liander heeft ten behoeve van het correct opnemen van het leidingtracé inclusief beschermingszone een dwg-kaart meegestuurd met de vooroverlegreactie. Liander verzoekt de gemeente deze ligging over te nemen in het bestemmingsplan. Daarnaast vraagt Liander om de zone van de kabelverbinding vrij te houden van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en activiteiten die van negatieve invloed kunnen zijn op de functionaliteit van de kabelverbinding. Tevens verzoekt Liander om een aantal tekstuele aanpassingen in de dubbelbestemming Leiding – Hoogspanning. Reactie gemeente De exacte ligging van het tracé zoals dat door Liander is aangeleverd wordt opgenomen middels de dubbelbestemming Leiding – Hoogspanning. Daarnaast zal ter plaatse van deze dubbelbestemming geen bebouwing worden toegestaan. De tekstuele aanpassingen die Liander heeft aangegeven in haar reactie, worden in de regels verwerkt. Aanpassing bestemmingsplan/MER Ja, de regels zijn aangevuld. Transformatorstation IJburg • Liander verzoekt de gemeente om de juiste ligging van het transformatorstation op te nemen in het bestemmingsplan. Daartoe heeft zijn ook hier een dwg-kaart aangeleverd.
Tevens heeft Liander de juiste bouwhoogte van 12 meter in haar reactie toegevoegd. Ook geeft Liander aan welke geluidwerende maatregelen mogelijk zijn om overal een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen.
21
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
Reactie gemeente Het transformatorstation zal in ligging aangepast worden zoals in de aangeleverde dwg is opgenomen. Ook de bouwhoogte van 12 meter wordt verwerkt. Ten aanzien van de geluiduitstraling van het station is in overleg met de gemeente besloten om geluidwerende maatregelen toe te passen. Aanpassing bestemmingsplan/MER Ja, de verbeelding is aangepast. Strijdig gebruik • Liander verzoekt de gemeente om de regels omtrent strijdig gebruik te versoepelen door sub b en e te verwijderen. Reactie gemeente Deze regels zullen niet verwijderd worden. Deze regels zijn nodig ter bescherming van het woonen leefklimaat van nabijgelegen functies. Binnen de grenzen van dit bestemmingsplan worden zonder meer geen (nieuwe) mer-plichtige inrichtingen toegestaan en wordt ook niet meegegaan in het voorstel om een groter opgesteld vermogen in te schakelen. Een groter ingeschakeld vermogen kan leiden tot een mer-plicht en de plicht tot het instellen van een geluidszone als bedoeld in de Wet geluidhinder. Dit kan nadelig uitpakken voor nabijgelegen functies. Uit het akoestisch onderzoek dat Liander heeft aangeleverd blijkt ook niet dat met een hoger vermogen is gerekend. De redenering van Liander dat deze versoepelingen nodig zijn in verband met onderhoud wordt niet gedeeld. Onderhoud aan het trafostation is altijd mogelijk.
Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee Magneetveldsterktes • Liander geeft aan dat de 100 uT grens niet buiten de bestemming bedrijf mag komen te liggen. Reactie gemeente Wettelijk is niet vastgelegd dat de grens van 100 uT niet buiten een bedrijfsbestemming dan wel inrichtingsgrens mag liggen. Wel moet ervoor gezorgd worden dat het binnen deze contour niet mogelijk is om langdurig te verblijven. Op basis van het plan openbare ruimte kan gesteld worden dat ter plaatse van de overschrijding van de bedrijfsbestemming geen verblijfsfunctie zal komen, en dat de gemeente er aandacht voor heeft om de openbare ruimte hier zodanig aan te leggen dat er ook niet verbleven gaat worden. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee Hogere waarden • Liander geeft aan dat de hogere waarden ontbreken.
22
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
Reactie gemeente Het is juist dat de hogere waarden vooralsnog ontbreken. Het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai was nog in aanvulling op het moment dat het bestemmingsplan het 3.1.1. overleg in ging. Alvorens het ontwerpbestemmingsplan ter visie gaat zullen de benodigde hogere waarden ingevuld zijn. Vanwege het feit dat het hier gaat om een Crisis en herstelwetplan zullen de hogere waarden direct in het bestemmingsplan worden opgenomen en zal dit geen separaat besluit van B&W voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan worden. Aanpassing bestemmingsplan/MER Ja, hogere waarden worden ingevuld voordat het ontwerpbestemmingsplan ter visie gaat.
2.7 Provincie Flevoland Samenvatting Landschappelijke inpassing • Flevoland werkt aan een landschapsvisie. Daarin wordt onder andere de relatie met de oevers van het IJmeer-Markermeer beschreven. Flevoland geeft aan dat de ontwikkeling van Strandeiland goed past in de landschapsvisie van Flevoland. Reactie gemeente De gemeente Amsterdam neemt met instemming kennis van deze reactie.. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee. Mobiliteit • Flevoland geeft aan dat een IJmeerverbinding op termijn ook de ontsluiting van IJburg kan verbeteren en de IJtram kan ontlasten. Dit wordt beschouwd als een goede ontwikkeling. Reactie gemeente Deze reactie wordt ter kennisgeving aangenomen. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee MER •
De provincie geeft aan dat het MER nog niet in de toelichting is geïntegreerd.
Reactie gemeente Het is correct dat deze slag nog niet gemaakt is. Dit heeft te maken met het feit dat er gedurende het vooroverleg ook reactie aan de commissie m.e.r. is gevraagd. De commissie m.e.r. is een
23
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
separate MER aangeboden. Voordat het ontwerpbestemmingsplan ter visie gaat is het MER geïntegreerd in de toelichting van het bestemmingsplan. Aanpassing bestemmingsplan/MER Ja, deze aanpassing was reeds voorzien. Water en klimaatopgave • De provincie geeft aan dat de volgende beleidsdocumenten betrokken moeten worden bij het opstellen van het bestemmingsplan: nieuwe Nationaal Waterplan, waterbeheerplan AGV, rioleringsplan gemeente Amsterdam. Ook vraag de provincie aandacht voor de POVI en de NOVI. Ten aanzien van waterkwaliteit lijkt het de provincie goed om de termijn waaraan getoetst moet worden aan de KRW-doelen te verlengen. De huidige KRW doelen gelden tot 2027. Ook daarna is het van belang dat de waterkwaliteit op orde is. Ook vraagt de provincie aandacht voor de grondwater- en oppervlaktewaterkwaliteit. Tot slot vraagt de provincie zich af of er specifiek beleid is ten aanzien van buitendijks bouwen. Reactie gemeente Ten aanzien van de genoemde beleidsdocumenten kan gesteld worden dat deze, voor zover relevant voor dit plangebied, betrokken zijn bij het opstellen van dit bestemmingsplan. Deels zijn deze in het hoofdstuk beleid verwoord en ook zijn deze beleidsdocumenten betrokken bij het opstellen van de waterparagraaf.
Ten aanzien van de KRW-doelen kan gesteld worden dat Waternet (respectievelijk Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht) de realisatie van de doelstellingen nauw volgt. Alle werken en werkzaamheden die uitgevoerd worden waar een watercomponent in te vinden is, wordt met Waternet besproken. De KRW-doelen worden hier altijd bij in ogenschouw genomen. Ten aanzien van de waterkwaliteit, zowel oppervlaktewater als grondwater zijn afspraken met Waternet gemaakt. Voor wat betreft buitendijks bouwen zijn afspraken en overleggen met Rijkswaterstaat gemaakt. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee
Beleid • De provincie vraagt om samenvattingen van de volgende beleidsdocumenten op te nemen: Verordening voor de fysieke leefomgeving en provinciaal omgevingsplan en waterkaders.
24
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
Reactie gemeente Het betreft hier beleid wat niet binnen het plangebied van dit bestemmingsplan ten uitvoering wordt gebracht. Deze kaders worden daarom niet in dit bestemmingsplan benoemd. Voor wat betreft de waterkaders zijn deze opgenomen in het beleidshoofdstuk en de waterparagraaf. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee Tot slot zijn er een aantal onderwerpen waarover Flevoland geen inhoudelijke opmerkingen heeft. Deze worden in deze samenvatting niet uitputtend benoemd.
25
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
3 Advies Stadsdeel Noord en Oost
3.1 Stadsdeel Noord Stadsdeel Noord heeft geen separaat advies aangeleverd, maar heeft een toevoeging laten doen in het advies van Stadsdeel Oost. Het betreft hier de toevoeging dat Stadsdeel Noord blij is te zien dat afstemming met Durgerdam plaats vindt en dat het stadsdeel hoopt dat deze afstemming blijft plaatsvinden. Reactie De gesprekken worden op reguliere basis voortgezet.
3.2 Stadsdeel Oost Op 15 september heeft Stadsdeel Oost haar definitieve advies aangeleverd. Dit advies is ook besproken in de stadsdeelcommissie. Het Dagelijks Bestuur (DB) van het Stadsdeel Oost adviseert positief op het (concept) ontwerp bestemmingsplan Strandeiland. Hieronder wordt in samenvatting aangegeven op welke punten het stadsdeel advies heeft gegeven. Per punt wordt voorzien in een reactie. Sport •
Het DB juicht van harte toe dat er concrete invulling wordt gegeven aan de bewegende en gezonde stad. Echter, het DB constateert dat de sportbehoefte op IJburg groter is dan waarin wordt voorzien. IJburg vangt namelijk een groot deel van de sportbehoefte uit de stad op. Tevens heeft de stadsdeelcommissie aangegeven meer sportvelden op zowel Strand- als Buiteneiland terug te willen zien. Het DB gaat daarin mee.
Reactie Het sportprogramma voor IJburg 2 voldoet aan de vastgestelde stedelijke sportnorm. De sportvoorzieningen op Strandeiland en Buiteneiland zijn primair bedoeld om de sportvraag van IJburg 2 op te vangen. De sportbehoefte van IJburg 1 wordt in Diemerpark opgevangen. Mocht blijken dat de sportnorm aangepast gaat worden, dan zal op dat moment gekeken worden welke aanpassingen op Buiteneiland mogelijk zijn om ook te voldoen aan een nieuwe sportnorm. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee
26
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
Groen, Parken en Natuurontwikkeling • Het DB vraagt specifieke aandacht voor de natuurontwikkeling bij de plekken die als natuur zijn bestemd. De onderwaternatuur, het zandlandschap en de oevers behoeven meer bescherming omschreven in de regels van het bestemmingsplan. Het DB is zeer positief over het rijke assortiment aan verschillende boomsoorten die worden aangelegd, die klimaatbestendig zijn en een positieve bijdrage leveren aan de biodiversiteit. Het DB vraagt het college de gevolgen voor de waterkwaliteit en de beïnvloeding Natura 2000- en NNN-gebieden goed te monitoren. Er is veel ruimte voor (gebruiks) groen op Strandeiland. De Amsterdamse groennorm van 28 m² openbaar groen per woning - wordt op Strandeiland met ruim 40 m² per woning ruimschoots overschreden. In de bestemmingen groen komen ook andere functies, het DB vraagt het college de minimale norm voor groen ook vast te leggen en te waarborgen dat functies (groen, sport, beleven, recreatie) elkaar versterken. Reactie De redactie van de artikelen Natuur 1 en 2 zullen uitgebreid worden met een betere beschrijving van het type natuur dat ter plaatse is voorzien. Er komt een extra regel in het bestemmingsplan waarin een minimal m2 groen wordt vastgelegd. Daarmee bindt de gemeente zich aan haar eigen plan om te waarborgen dat het groen ook daadwerkelijk wordt aangelegd.
De groenbestemmingen en ook de definitie voor groen zijn dusdanig vormgegeven dat binnen deze bestemming en definitie ook sport, beleven en recreatie mogelijk zijn. Aanpassing bestemmingsplan/MER Ja, regels van het bestemmingsplan worden aangepast. Waterrecreatie • Het stadsdeel geeft aan dat in het concept bestemmingsplan veel aandacht wordt besteed aan het thema waterrecreatie waarbij rekening is gehouden met de ecologische waarden. Het plan sluit goed aan bij de ambities die zijn bepaald met het ‘Programma waterrecreatie en ecologie IJburg’ dat in 2019 door het college is vastgesteld. Het Dagelijks Bestuur adviseert op een aantal onderdelen het conceptbestemmingsplan nog te verscherpen of verruimen voor een zorgvuldige balans tussen waterrecreatie en ecologie: neem specifieke verboden op binnen delen van de bestemming natuur 1 om de ecologie beter te beschermen en neem voor de bestemming natuur 2 specifieke verboden op ten aanzien van steigers. In de eindsituatie liggen er straks bij IJburg 1 en 2 in totaal ongeveer 3.000 pleziervaartuigen. Op dit moment is er voor klein onderhoud aan deze vaartuigen geen enkele voorziening op IJburg aanwezig. Het dagelijks bestuur adviseert ruimte te creëren voor een mogelijke vestiging van een watersportwinkel en voor kleinschalig herstel aan pleziervaartuigen in het gebied van de Makerskade of het brugpaviljoen.
Voor het recreatiestrand wordt ruimte geboden aan een aantal horecapaviljoens. Het ontbreekt echter nog aan een duiding voor een watersportcentrum dat vanuit de Watervisie 2040 en het Programma waterrecreatie IJburg is gewenst op deze locatie.
27
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
Reactie Het bestemmingsplan wordt aangepast aan de hierboven genoemde wensen van het DB voor zover het gaat om de balans tussen waterrecreatie en ecologie. De voorgestelde verboden worden overgenomen.. Met betrekking tot kleinschalig herstel van vaartuigen wordt opgemerkt dat het bestemmingsplan op de Makerskade een breed scala aan bedrijvigheid mogelijk maakt zolang aan de gestelde voorwaarden op het gebied van geluid, stank en trillingen wordt voldaan. Aanpassing bestemmingsplan/MER Ja, toelichting en regels worden aangevuld. Tijdelijke initiatieven • Het dagelijks bestuur van Stadsdeel Oost geeft aan dat zij een actieve rol heeft in het faciliteren van functies door het afgeven van een tijdelijke vergunning waarbij per geval wordt bekeken of en hoe deze past in de omgeving en het bestemmingsplan. Hierbij zal zorgvuldig worden gekeken naar alle initiatieven en zo nodig tijdelijk worden afgeweken van het bestemmingsplan om het initiatief mogelijk te maken. Op basis van dit bestemmingsplan betreffen de tramlus en de sportvelden functies die in ieder geval een tijdelijke plek op Strandeiland krijgen. Wellicht ook een zonnepark als daar besluitvorming over heeft plaatsgevonden. Het dagelijks bestuur adviseert voor deze specifieke functies een afwijking in het bestemmingsplan op te nemen.
Ook de stadsdeelcommissie is verheugd om te horen dat een tijdelijk zonnepark tot de mogelijkheden behoort. Reactie Binnen dit bestemmingsplan worden de tijdelijke tramlus, sportvelden en zonnepark mogelijk gemaakt. Aanpassing bestemmingsplan/MER Ja, toelichting en regels worden aangevuld. Strandeiland maakt deel uit van de metropoolregio Amsterdam en dient dus in een breder verband te worden bezien. De Stadsdeelcommissie vraagt aandacht voor een metroverbinding van Strandeiland naar Almere. Reactie In het kader van het Rijk-regioprogramma Amsterdam-Almere-Markermeer (RRAAM) is het de ambitie om een regionaal metroachtig systeem – de IJmeerverbinding – te realiseren tussen Almere Centrum en Amsterdam Zuid. Over de exacte invulling en vormgeving zijn de partijen nog in overleg. In het voorliggende bestemmingsplan wordt met deze mogelijke verbinding rekening gehouden door deze planologisch gezien niet onmogelijk te maken. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee Het DB vraagt om in een vroeg stadium te starten met het aanplanten van bomen en vraagt om te kiezen voor bomen met flink formaat.
28
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
Reactie Het aanplanten van bomen betreft een uitvoeringsaspect, wat niet als zodanig in het bestemmingsplan vastgelegd kan worden. Er zal wel gehoor worden gegeven aan deze wens van het Stadsdeel. Ten tijde van de voorbereidingen van de uitvoering wordt bekeken waar welke bomen al aangeplant kunnen worden. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee Het DB vraagt aandacht voor duidelijkheid naar toekomstige bewoners ten aanzien van warmtenetten en het al dan niet verplicht aansluiten hierop; Reactie Ook dit betreft een onderwerp dat niet in het bestemmingsplan gepareerd kan worden. Op het moment dat een grootschalige WKO of ander warmtenet aangeboden gaat worden, dan zal hier een warmteplan voor vastgesteld moeten worden door het college. Om een dergelijk systeem goed te laten functioneren is het van belang dat een groot aantal bewoners gebruik gaan maken van dit systeem. In het warmteplan zal duidelijk worden onder welke voorwaarden een aansluitplicht komt te vervallen. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee Het DB vraagt extra aandacht voor het veilig maken van de parkeerhubs. Reactie Veiligheid van de hubs staat hoog in het vaandel. Bij de uitwerking van de hubs zal hier extra aandacht op gevestigd worden. Aanpassing bestemmingsplan/MER Nee
29
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Oktober 2020
Nota vooroverleg BP en MER Strandeiland
4 Advies Commissie m.e.r.
4.1 Inleiding Ten behoeve van het bestemmingsplan Strandeiland is een Milieu Effect Rapport (MER) opgesteld. Op grond van artikel 7.12 Wet milieubeheer is de commissie voor de milieueffectrapportage (commissie MER) in juli 2020 verplicht om advies gevraagd. Op 11 september 2020 heeft de commissie MER haar voorlopige advies uitgebracht, waarna op 17 september het advies is besproken met vertegenwoordigers van het bevoegd gezag (gemeente Amsterdam). Op 24 september 2020 heeft de commissie MER haar definitieve advies uitgebracht. Dit advies is openbaar gemaakt en inclusief persbericht te vinden op: https://www.commissiemer.nl/adviezen/3401 Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat het MER als separaat document is opgesteld, maar wordt geïntegreerd in het bestemmingsplan alvorens dit als ontwerp bekend wordt gemaakt.