TK Bijlage I - Rapportage Tussenevaluatie LVV
Tekst van het document
de ervaring van de ggz-instellingen voorkomt dat de vreemdeling psychische problematiek blijft overdrijven om niet te hoeven vertrekken uit Nederland. Volgens de projectleider zijn hier recentelijk stappen in gezet in de samenwerking met de ggz-instellingen. De gemeente wil zich hier in 2021 nog meer voor inzetten. Ten derde hanteert de LVV in Eindhoven geen vaste termijn voor een LVV-traject. Dit betekent dat de begeleiding vanuit de LVV niet stopt als na een bepaald aantal maanden nog geen bestendige oplossing is gevonden. De gedachte hierachter is dat de gemeente de deelnemende vreemdelingen niet nog meer onder druk wil zetten om binnen een bepaalde tijdsperiode tot een oplossing te komen. Volgens een deel van de geïnterviewden is het inderdaad zo dat de vreemdelingen door het ontbreken van een termijn voor een LVV-traject minder stress ervaren. Tegelijk weten we niet of dit uiteindelijk ook echt leidt tot meer bestendige oplossingen, zeker als het gaat om terugkeer naar het land van herkomst. Vanuit de LVV in Eindhoven zijn bijvoorbeeld nog geen mensen vertrokken uit Nederland. Verwachting gericht op verblijf Om bij de mensen in de LVV de verwachting weg te nemen dat de uitkomst van deelname aan de LVV bijna altijd legalisering van verblijf betreft, ondernemen de partijen in de LVV Eindhoven verschillende acties.
Een daarvan is de training toekomstoriëntatie, waarin met de vreemdeling gesprekken worden gevoerd over de nadelen van een illegaal verblijf in Nederland. Het doel van deze gesprekken is om duidelijk te maken dat een leven in de illegaliteit zwaar kan zijn, vanuit de hoop dat dit de vreemdelingen motiveert om na te denken over terugkeer. VluchtelingenWerk biedt in de gesprekken ook al direct hulp aan bij het opbouwen van een nieuw bestaan in het land van herkomst. Toch blijft het in de ervaring van de professionals bij VluchtelingenWerk lastig om mensen te bewegen in de richting van vrijwillige terugkeer. De vreemdelingen die wij spraken binnen de LVV Eindhoven geven ook aan dat ze niet na willen denken
over terugkeer. De gemeente hoopt met de inzet van Goedwerk Foundation meer resultaten te behalen op het gebied van terugkeertrajecten. Daarnaast is het volgens de geïnterviewden belangrijk dat alle partijen in het LSO aan de vreemdelingen dezelfde boodschap vertellen over het besluit dat zij hebben genomen over het perspectief van de vreemdeling. Dit schept duidelijkheid en kan valse hoop bij de vreemdelingen op legalisering wegnemen. De Eindhovense pilot heeft er daarbij bewust voor gekozen dat deze boodschap wordt gegeven door een medewerker van de gemeente samen met een begeleider vanuit Vluchtelingen in de Knel. Het idee hierachter is dat wanneer de gemeente de vreemdeling inlicht over het perspectief het voor de vreemdelingen duidelijk zou moeten zijn dat het een besluit is van alle partijen in het LSO, en het dus een onontkoombaar perspectief is. Ook als het een vertrekperspectief betreft. Op basis van de bevindingen uit de interviews constateren we echter dat in de praktijk geen sprake is van een onontkoombaar perspectief. Mensen kunnen zich immers zonder gevolgen terugtrekken uit de LVV en weer gebruik maken van de BBB. Omdat de deelname aan de LVV in Eindhoven gebeurt op basis van vrijwilligheid en omdat vreemdelingen die zich terugtrekken uit de LVV weer in de BBB terecht komen is er bij de betrokken organisaties wel eens discussie over strengere criteria.
Vragen die dan wel eens op tafel komen zijn of het voortbestaan van de BBB de effectiviteit van de LVV ondermijnt en of gedwongen terugkeer ook een optie is voor vreemdelingen in een terugkeertraject die uiteindelijk toch niet vrijwillig terugkeren. Wat betreft het aanhouden van de BBB geldt dat vanuit het beleid de keuze gemaakt moet worden wat als het belangrijkste doel van de LVV wordt gezien: het tegengaan van overlast in de publieke ruimte of het vinden van bestendige oplossingen voor zoveel mogelijk vreemdelingen zonder recht op verblijf. Over de vraag of gedwongen terugkeer een optie is verschillen de meningen. Geïnterviewden vertellen hierover bijvoorbeeld: “Feitelijk zijn er mensen die volgende week uitgezet kunnen worden. Dat is een bestendige oplossing, hoe je er ook naar kijkt. Maar dat gebeurt niet. 91
Want deelname is vrijwillig.” Of “Je [een vreemdeling, red.] schrijft je in, wetende dat we [de partijen binnen het LSO, red.] er alles aan gaan doen om te kijken naar een bestendige oplossing. Als terugkeer de enige optie is, dan moeten we daar ook gewoon consequenties aan hangen.” Anderen geïnterviewden geven aan dat, ook al kunnen de betrokken partijen goed bepalen wat een duurzaam toekomstperspectief is, de cliënt uiteindelijk bepaalt wat er gaat gebeuren. En ze vinden het ook belangrijk om dat zo te houden, omdat de gedachte in Eindhoven is dat vreemdelingen die vrijwillig deelnemen aan de pilot ook daadwerkelijk bereid zijn om aan hun toekomstperspectief te werken.
92
Bijlage 3 Uitvoering, resultaten en wat werkt in de LVV Groningen De LVV Groningen is gestart op 1 april 2019. In de stad en provincie Groningen houdt de maatschappelijke organisatie Inlia zich al jaren bezig met de opvang en begeleiding van vreemdelingen zonder recht op verblijf. Het startpunt van de pilot in Groningen was de Bed-Bad-Brood voorziening die Inlia sinds 2015 uitvoerde. Middels de LVV werken INLIA en de gemeente Groningen nu intensiever en op een meer gestructureerde wijze samen met de ketenpartners IND, DT&V en AVIM.
Uitvoering van de pilot
een vreemdeling werkt. Bij trajecten gericht op terugkeer zijn de gesprekken die de DT&V voert begeleidend van aard. Een voorbeeld hiervan is dat de DT&V samen met Inlia een vergoeding voor een Armeens gezin regelde zodat zij een laserprinter konden aanschaffen in het land van herkomst. Het gezin is naar Armenië vertrokken en kon met de nieuwe laserprinter een bedrijf in Armenië opstarten. Bij trajecten gericht op verblijf voert de DT&V wel eens gesprekken met vreemdelingen om lichte druk uit te oefenen zodat de vreemdeling in actie komt. Dit gebeurt niet in de andere pilots. Doelstellingen Naast de landelijke doelstelling zijn in het convenant over de LVV Groningen de volgende subdoelstellingen opgenomen. 1.
Stabiliseren van GGZ en GGD casuïstiek zodat vreemdelingen kunnen beginnen met hun traject.
2.
Realiseren van alternatieve (rijks)opvangmodaliteiten voor bijzondere doelgroepen zoals mensen met zware medische of psychiatrische problematiek en mensen met zware verslavingsproblematiek.
3.
Mensen met een (zwaar) strafblad en/of een (zwaar) inreisverbod na beoordeling opvang en begeleiding bieden gericht op terugkeer.
4.
Het ontwikkelen van een systematiek van registratie en identificatie van LVV-deelnemers .
5.
Intensivering van de samenwerking in het lokale casusoverleg.
6.
Het uitwerken van een model voor regionale samenwerking.
Betrokken partijen en hun rollen De betrokken partijen bij de LVV in Groningen zijn de gemeente Groningen, de DT&V, IND, AVIM en de maatschappelijke organisaties Inlia en VluchtelingenWerk. De gemeente Groningen heeft voor de regie over de LVV een ervaren projectleider geworven die hier full time mee bezig is. De gedachte hierachter is dat dit nodig is om de complexiteit van het project en de hoeveelheid werk die ermee gepaard gaat te kunnen managen. Groningen is naast Rotterdam de enige pilot waar de DT&V regelmatig gesprekken voert met de vreemdelingen. De insteek van deze gesprekken wordt altijd besproken in het LSO en is afhankelijk van het perspectief waaraan
93
7.
Inzicht geven in een realistische tijdsduur voor het begeleiden van de doelgroep naar een bestendige oplossing (ontwikkelopgave).
8.
Inzicht geven in de instrumenten die ingezet kunnen worden om besluitvorming en procedures van vreemdelingen in de LVV te versnellen (ontwikkelopgave).
9.
Inzicht geven in de instrumenten die ingezet kunnen worden om zaken op te lossen waarbij terugkeer niet is gelukt vanwege twijfel omtrent de identiteit en nationaliteit van de deelnemer (ontwikkelopgave).
Aanvullend aan de formele doelstellingen hoorden we in de interviews ook nog meer specifieke doelen van de organisaties in de LVV Groningen. Zo wil de gemeente met de LVV ook voorkomen dat mensen zonder voorzieningen op straat terecht komen. Wanneer we kijken naar de visies die de partijen in Groningen hebben over een bestendige oplossing, dan liggen de partijen grotendeels op een lijn. Wel zijn er nuanceverschillen. De DT&V en de AVIM concentreren zich vooral op de oplossing terugkeer en net als in de andere pilots horen we vanuit de hoek van de twee maatschappelijke organisaties dat zij verbetering van het welzijn van de vreemdeling centraal stellen, om van daaruit te kunnen werken aan een bestendige oplossing. Dit neemt niet weg dat Inlia in overleg met het hele LSO ook wel eens vreemdelingen doorverwijst naar de DT&V, wat in de andere gemeenten in veel mindere mate gebeurt. Het gaat dan om vreemdelingen bij wie de voortgang duidelijk stagneert. Onderstaande quotes van bij de LVV Groningen betrokken professionals illustreren hoe zij op nuances verschillend aankijken tegen de hoofddoelstelling én dat hun uitgangspunten wel degelijk dicht bij elkaar liggen.
“In de meeste gevallen zou dit (een bestendige oplossing , red.) neer moeten komen op terugkeer naar het land van herkomst. Het liefst vrijwillig, maar gedwongen terugkeer is ook een optie.” “Terugkeer is voor mij niet per se een moet, maar het is de vraag waar iemand zijn leven verder vorm kan geven. Daarom vind ik de samenwerking zo belangrijk. We hadden in Groningen eerst de BBB. Hier bouwt de pilot op voort, maar nu doen we dit veel meer in samenwerking. Hierdoor krijg je meer resultaat. Het is de bedoeling om mensen een plek te geven, ergens op de wereld.” Bezettingsgraad en achtergrondkenmerken van de vreemdelingen In de LVV Groningen zijn 300 plekken beschikbaar. Het maximaal aantal plekken dat op 1 moment bezet is geweest was 240. Op de peildatum 1 november 2020 was ongeveer twee derde bezet (204). In totaal hebben in Groningen 373 vreemdelingen deelgenomen aan de LVV. Tabel b3.1 biedt een overzicht van de achtergrondkenmerken van vreemdelingen in de pilot-LVV. Net zoals in de andere pilots is het merendeel in Groningen man (82%) en is het merendeel tussen de 26 en 46 jaar oud (58%). De herkomstregio’s van de vreemdelingen zijn wisselend. Het grootste deel komt uit Sub-Sahara-Afrika.
‘’Bijdragen aan de samenleving. We werken niet enkel voor vreemdelingen, maar voor de hele Nederlandse samenleving, waar de vreemdelingen een onderdeel van zijn. Dat is humaniteit tegenover de vreemdelingen, maar ook tegenover je eigen samenleving.’’ 94
Tabel b3.1. Achtergrondkenmerken van de vreemdelingen die tot 1 november 2020 in de LVV Groningen opvang en begeleiding krijgen of hebben gekregen (n=373)
Aantal (percentage)
Aantal (percentage) Gender*
Mannen
286 (82%)
Vrouwen
62 (18%)
Gender onbekend in databestand
25
Gemiddelde leeftijd
38
18-25 jarigen
63 (18%)
26-35 jarigen
131 (37%)
36-45 jarigen
74 (21%)
46-55 jarigen
47 (13%)
56-65 jarigen
25 (7%)
66 jaar en ouder
17 (5%)
Leeftijd onbekend in databestand Herkomstregio
16
Sub-Sahara-Afrika
145 (39%)
Midden-Oosten
94 (25%)
Azië
56 (15%)
Noord-Afrika
32 (9%)
Europa niet-EU en Latijns Amerika
12 (3%)
Staatloos
8 (2%)
Herkomstregio onbekend in databestand
26
Top 5
Iran
30
Herkomstlanden
Somalië
30
23
Afghanistan
21
Armenië
21
Gemiddeld aantal jaren tussen eerste aanvraag bij IND en toegang tot LVV*
7,4
Bron: gemeentelijke projectleider. *
Leeftijdsopbouw
Irak
Bron: gemeentelijke projectleider (datum toelating tot LVV) en IND (datum eerste aanvraag bij de IND).
Overlegstructuren De LVV Groningen wordt bestuurd door de lokale stuurgroep. In de stuurgroep wordt met name gesproken over vraagstukken omtrent de inrichting, de processen en de werkwijze van de pilot. Het lokaal samenwerkingsoverleg (LSO) wordt voorgezeten door de gemeente. De andere deelnemers zijn de IND, DT&V, AVIM en de twee maatschappelijke organisaties INLIA en VluchtelingenWerk. In het LSO worden in gezamenlijkheid afspraken gemaakt over de trajecten en afspraken per deelnemer. De betrokken partijen in Groningen zijn positief over het LSO. Inlia en VluchtelingenWerk ervaren het als een meerwaarde ten opzichte van de periode voor de LVV omdat partijen in het LSO met elkaar rond de tafel zitten en hierdoor meer informatie beschikbaar is om besluiten mee te nemen. Inlia en VluchtelingenWerk ervaren echter ook het nadeel dat zij door de LVV veel meer tijd besteden aan overleggen en administratieve zaken. Deze tijd zouden zij liever besteden aan de begeleiding van de vreemdelingen. In Groningen is bij de start van de LVV naast het LSO ook een projectgroep opgesteld. Hierin zitten dezelfde partijen als in het LSO en worden procesmatige zaken besproken. Het doel hiervan is om te voorkomen dat gesprekken over procesmatige afspraken de overhand krijgen in het LSO en het bespreken van de voortgang van de vreemdelingen onder druk komt te staan.
95
Toelatingscriteria De toelatingscriteria voor de LVV Groningen komen grotendeels overeen met de landelijke criteria. Voor mensen met een (zwaar) inreisverbod, (zwaar) strafblad, of ongewenst verklaring34 kan de burgermeester een uitzondering maken om hen alsnog op te vangen in de LVV. Bij uitzondering biedt de LVV Groningen dus wel opvang en begeleiding aan deze mensen. Voor hen is het begeleidingsperspectief dan wel altijd gericht op terugkeer naar het land van herkomst. Wanneer in de LVV-Groningen wel mensen met een ongewenst verklaring of zwaar inreisverbod worden opgevangen, is dit om problemen rondom openbare orde te voorkómen of omdat het vanuit humanitaire redenen niet gewenst is om deze mensen geen onderdak te bieden. Het dilemma rond het opnemen van mensen met een ongewenst verklaring of zwaar inreisverbod speelt vooral in Groningen omdat door de vreemdelingendetentie in Ter Apel bij de LVV Groningen in verhouding met de andere pilots meer mensen aankloppen uit vreemdelingdetentie. Een aanvullend toelatingscriterium is dat in de LVV Groningen ook vreemdelingen uit veilige landen toelaat als voor hen de LVV kan helpen bij een vrijwillig vertrek. Opvang Nieuwe deelnemers melden zich in Groningen voor opvang bij Inlia. Daarna gaan Inlia en de IND samen na of zij voldoen aan de toelatingscriteria.
Als dit zo is dan krijgt een deelnemer toegang tot een van de LVV opvanglocaties. Dit zijn grootschalige centrale opvanglocaties: het Formule 1 hotel en twee boten. Voorheen deelden vreemdelingen hier een kamer met een andere deelnemer, maar vanwege Covid-19 hadden alle deelnemers in de periode van dit
34 Een ongewenst verklaring is een administratieve maatregel. Het doel van deze maatregel is om iemand uit Nederland te weren die niet meer in Nederland mag zijn. Dit wordt in de meeste gevallen opgelegd aan iemand die een misdrijf heeft gepleegd..
onderzoek een eigen kamer. Voorheen was de opvangcapaciteit van de boten en het formule 1 hotel 100 en dit is nu dus gehalveerd. De overige vreemdelingen krijgen opvang verspreid over particuliere adressen. Na toelating vindt met de vreemdeling op de opvanglocatie een intakegesprek plaats volgens de Inlia-methodiek. Dit houdt in dat mensen van harte welkom worden geheten en dat de begeleiding laat weten dat de ‘gasten’35 er veilig zijn. Ze bespreken de huisregels om de veiligheid, het vertrouwen en de verantwoordelijkheid te delen en ondertekenen deze. De begeleiders vertellen ook dat de opvang geen eindbestemming is, maar dat ze met elkaar verschillende opties gaan bekijken voor de periode na de opvang. Tijdens het intakeproces bij Inlia wordt vervolgens iemands persoonlijke situatie in kaart gebracht. Er wordt gestart met de dossiervorming om de juridische stand van zaken in beeld te brengen. Ook krijgen alle deelnemers een medische screening. Begeleiding van de vreemdelingen De meeste vreemdelingen binnen de LVV Groningen worden begeleid door Inlia. Een kleine groep ex-alleenstaande minderjarige vluchtelingen36 wordt begeleid door VluchtelingenWerk. De begeleiding van Inlia houdt onder andere in dat een perspectiefmedewerker van Inlia met de deelnemers gesprekken voert over hun toekomstperspectieven.
Maatwerk en eigen verantwoordelijkheid is hierbij een belangrijk speerpunt. Zo brengt Inlia voor iedere deelnemer in kaart waardoor deze in de LVV is terechtgekomen en wat hij/zij er wil bereiken. Om de eigen verantwoordelijkheid van de deelnemers te stimuleren sporen de begeleiders ze aan om zelf te koken en schoon te maken. Voor de 35
35 In Groningen spreken ze over gasten als het om vreemdelingen gaat. 36 Dit zijn mensen die als kind zonder ouder naar Nederland zijn gegaan om asiel aan te vragen. Zij zijn nu boven de 18 jaar..
96
euro leefgeld per week die de vreemdelingen krijgen is het verplicht om corvee te doen. Indien ze dit niet doen, krijgen ze minder weekgeld. In tabel b3.2 is te zien welke begeleidingstrajecten de vreemdelingen die op dit moment in de LVV Groningen zitten volgen. Ongeveer vier keer zoveel deelnemers krijgen begeleiding gericht op terugkeer dan op verblijf. Hierin verschilt de pilot in Groningen van veel van de andere pilots, waarin juist een groter deel van de vreemdelingen een traject volgt gericht op verblijf. Tabel b3.2. Lopende begeleidingsscenario’s in de LVV Groningen (N=204) Begeleidingsscenario
Aantal (percentage)
Legalisering van verblijf in Nederland
26 (12%)
Terugkeer naar land van herkomst
96 (47%)
Nog niet opgesteld/in onderzoek
80 (39%)
Doormigratie*
2 (1%)
Bron: gemeentelijke projectleider * In de landelijke monitor van 1 november 2020 valt de categorie doormigratie onder het begeleidingsscenario terugkeer
mensen te stimuleren om in actie te komen. Indien er relevante redenen zijn waardoor het niet lukt om de termijn te halen – bijvoorbeeld omdat het land van herkomst niet meewerkt – dan wordt een nieuwe datum gesteld. Ten slotte valt bij de begeleiding in de LVV Groningen op dat activering van deelnemers door een deel van de partners als een belangrijk onderdeel van de begeleiding wordt gezien maar dat er op dit vlak nog maar weinig cursussen worden aangeboden aan de deelnemers. Uit de interviews maken we op dat dit mogelijk te verklaren is doordat het een doorlopend discussiepunt is binnen deze LVV. Aan de ene kant zijn er partijen die zich verzetten tegen activeringstrajecten, omdat zij bang zijn dat dit de indruk wekt dat de mogelijkheid op verblijf aanwezig is, ook als dit niet het geval is. Aan de andere kant zijn er partijen die vinden dat deelname aan cursussen van belang is voor het welzijn van de deelnemers, en daarmee voor hun motivatie om te werken aan een bestendige oplossing. Een aandachtspunt bij de opvang en begeleiding lijkt in Groningen de registratie van de voortgang van de trajecten. De gemeente worstelt met de vraag hoe dit te doen en had daarom graag de beschikking gehad over een landelijk systeem. Groningen was op het moment van dit onderzoek bezig een (lokaal) registratiesysteem te ontwikkelen.
Een punt waarop de begeleiding van de vreemdelingen in de LVV Groningen verschilt van de begeleiding in de andere gemeentelijke pilots is dat er termijnen worden gesteld aan acties die vreemdelingen afspreken te ondernemen. Concreet betekent dit dat per deelnemer een termijn wordt gesteld bij de tussentijdse stappen die nodig zijn om tot een bestendige oplossing te komen. Een voorbeeld hierbij is dat wordt afgesproken wanneer een vreemdeling documenten binnen moet hebben die nodig zijn voor terugkeer of voor het aanvragen van een verblijfsvergunning in Nederland. Deze termijnen worden in overleg met alle partners in het LSO vastgesteld en het doel hiervan is om 97
Kader b3.1 Impact Covid-19 op de LVV Groningen In de ervaring van de bij de LVV Groningen betrokken partijen hebben zij hinder ondervonden van Covid-19. Terugkeertrajecten hebben een tijd stilgelegen doordat vliegtuigen beperkt of helemaal niet vlogen en doordat ambassades gesloten waren. Ook kwamen enkele vreemdelingen in de LVV Groningen terecht omdat het AZC in Ter Apel tijdelijk gesloten was vanwege Coronamaatregelen. In het begin van de Covid-19 uitbraak konden gesprekken met de vreemdelingen niet doorgaan. Inlia, VluchtelingenWerk en de DT&V hebben toen de RIVM-richtlijnen geïmplementeerd. In gespreksruimtes zijn schermen geplaatst, spreekuren zijn aangepast en er wordt veel schoongemaakt, maar een deel van de gesprekken gaat nog steeds online. In de ervaring van Inlia was het echter ingewikkeld om perspectiefgesprekken telefonisch te voeren, omdat voor hen het kunnen opvangen van non-verbale communicatie bij deze doelgroep van groot belang is. Ook komt uit de gesprekken met de uitvoerende professionals naar voren dat de zorg die vreemdelingen nodig hadden aan het begin van de lockdown in maart 2020 minder toegankelijk was. Medische en psychische problemen waren hierdoor lastiger te bespreken omdat gesprekken met psychologen en verpleegkundigen beperkt mogelijk waren. Dit is nu verbeterd, maar is volgens de professionals nog verre van ideaal.
Corona heeft ten slotte ook gevolgen gehad voor de samenwerking tussen de partijen in de LVV Groningen. De geïnterviewden hebben het gevoel dat zij een stap terug hebben moeten doen in de samenwerking. Zo hoorden we vanuit de gemeente bijvoorbeeld dat het door de Coronamaatregelen moeilijker is geworden om online over je eigen schutting heen te kijken. Ook missen mensen het
informele deel van het overleg: “Het knikje naar elkaar toe van om aan te geven dat we dit samen oppakken of om aan te geven dat we het ergens zo op de gang nog even over hebben, mist.” Een ander onderdeel dat binnen de LVV Groningen vertraging heeft opgelopen door Corona is het idee om identiteitsonderzoek te laten plaatsvinden door AVIM, om zo eventuele identiteitsfraude in een vroegtijdig stadium te ontdekken en te voorkomen dat begeleidingstrajecten hierdoor in een later gefrustreerd kunnen worden. Door Corona heeft de implementatie hiervan vertraging opgelopen.
Beslismandaat, discretionaire bevoegdheid en opschaling van complexe casuïstiek Net als in de andere pilots ervaren de partijen in het LSO in Groningen het als een gemis dat de IND-medewerker aan tafel geen beslissingen kan nemen over individuele casuïstiek. Maar, alle partijen in het Groningse LSO accepteren dat dit niet mogelijk is vanwege het specialistische karakter van de verschillende werksoorten binnen de IND. Tegelijkertijd zijn alle mensen in het LSO positief over de rol van de IND. Vooral omdat de vertegenwoordiger vanuit de IND veel kennis en ervaring heeft over de (on)mogelijkheden voor legalisering en omdat deze bij collega’s extra aandacht voor casuïstiek vanuit de LVV. Het ontbreken van de discretionaire bevoegdheid wordt in het LSO én in de stuurgroep van de LVV Groningen gemist. De betrokkenen zijn van mening dat ergens in het systeem een mogelijkheid zou moeten zijn om oplossingen te vinden voor complexe, vastgelopen en schrijnende casussen. Vanuit de LVV Groningen is tot op heden twee keer opgeschaald naar het MRT. De geïnterviewden geven daarbij aan het als moeilijk te ervaren om overeenstemming te bereiken over welke zaken naar het MRT op te schalen. Daar komt bij dat partijen ervaren dat zij bij een opschaling veel en specifieke informatie moeten aanleveren.. Tevens vertellen de maatschappelijke organisaties dat het MRT 98
een advies geeft terwijl zij hadden gehoopt dat het MRT een beslissing zou nemen over een eventuele verblijfsvergunning. De bevoegdheid om een besluit te nemen ligt echter bij de IND en niet bij het MRT. Een geïnterviewde vertelt hierover: “Het is heel veel werk om het opschalen voor elkaar te krijgen. En als ik nu kijk naar het resultaat van de bespreking in het MRT, wat het ons heeft opgeleverd, het ons niet veel verder gebracht heeft.” Tegen de achtergrond van deze ervaringen zien de betrokken professionals in Groningen nog weinig meerwaarde van opschaling naar het MRT.
Resultaten Uitstroom Tabel b3.3 is een overzicht van de uitstroomrichtingen van vreemdelingen die hebben deelgenomen aan de LVV in Groningen. Hierin is te zien dat zeventien procent van de vreemdelingen bestendig is uitgestroomd, waarvan bijna net zoveel mensen zijn teruggekeerd naar hun land van herkomst als een verblijfsvergunning hebben gekregen. Uit de tabel blijkt dat meer dan een derde semi-bestendig is uitgestroomd en dat het grootste deel hiervan in afwachting is van de boordeling van een nieuwe asielaanvraag. Een kwart van de deelnemers vertrekt uit de LVV met onbekende bestemming.
Tabel b3.3. Uitstroom uit de LVV Groningen (n=168) Aantal (percentage) Bestendige uitstroom
Naar land van herkomst
15 (9%)
Legalisering van verblijf in Nederland
13 (8%)
Doormigratie Semi-bestendige uitstroom
Niet-bestendige uitstroom
0
HASA (herhaalde asielaanvraag)
65 (39%)
VBL (vrijheidsbeperkende locatie)
2 (1%)
MOB *
44 (26%)
Formeel beëindigd **
2 (1%)
Overige niet-bestendige uitstroom1***, ****
30 (8%)
Bron: gemeentelijke projectleider * Met Onbekende Bestemming vertrokken uit de LVV opvang ** Gedwongen beëindigd houdt in dat de opvang en begeleiding door de LVV is beëindigd omdat de voortgang richting een bestendige oplossing stagneerde. In de praktijk betekent dit dat veel van deze mensen ook verdwijnen uit het zicht van de organisaties en terecht komen in hun eigen netwerk, in een andere opvangvorm of op straat. *** Dit omvat vertrek naar een andere opvang, naar vreemdelingenbewaring, naar opvang in het eigen netwerk, naar LVV in een andere gemeente, naar een BBB in dezelfde of een andere gemeente of overlijden. **** Tien van deze dertig vreemdelingen waren op 1 november 2020 uitgestroomd naar vreemdelingenbewaring, waarvan er op dat moment vijf gedwongen zijn teruggekeerd naar hun land van herkomst.
99
Ervaren meerwaarde en neveneffecten Hoewel de uitstroomcijfers in Groningen nog niet overeenkomen met het door de LVV Groningen gewenste aandeel van 40 procent, zien de betrokken partijen een duidelijke meerwaarde van de LVV ten opzichte van de periode voor de LVV. Zowel de rijkspartijen als de maatschappelijke organisaties geven aan dat de meerwaarde van de LVV is dat zij met elkaar rond de tafel zitten en op casusniveau informatie met elkaar uitwisselen. Geïnterviewden vertellen hierover bijvoorbeeld: “Door de samenwerking hoeven we niet meer alles zelf uit te dokteren. Sommige informatie krijgt de DT&V van Inlia omdat de deelnemer wel met hen praat, of andersom.” “Ik ben ervan overtuigd dat als we dit (met elkaar rond de tafel zitten, red.) op een adequate manier doen, dat we dan sneller een oplossing vinden voor mensen die bestendig zijn.” Ook geven de partijen aan te ervaren dat door de LVV de onderlinge samenwerking is verbeterd. Uit de interviews blijkt dat de partijen in de LVV Groningen zich steeds beter kunnen inleven in elkaars uitgangspunten en steeds beter samen kunnen zoeken naar bestendige oplossingen. De gemeente ervaart het op dit vlak ook als een meerwaarde dat er door de LVV een duidelijk uitgeschreven opdracht is voor de opvang en begeleiding van vreemdelingen zonder recht op verblijf.
Dit zorgt in hun ervaring voor minder discussies over waar en voor wie de LVV is bedoeld.
Wat werkt in de LVV Groningen Verschillende visies, belangen en uitgangspunten bij de ngo’s, gemeenten en de ketenpartners Uit de interviews komt naar voren dat de samenwerking tussen de partijen in de LVV Groningen over het algemeen naar wens verloopt en sterk is verbeterd door de LVV. De geïnterviewden geven aan dat het helpt dat er in Groningen – zoals eerder genoemd – maar één ngo is die het merendeel van de ongedocumenteerden begeleidt en de opvang regelt. Dit beperkt het aantal visies binnen het LSO. Daarnaast vertelden de medewerkers van de maatschappelijke organisatie dat de rijkspartijen in de LVV Groningen ook meedenken over verblijfsopties, en andersom vertelden de rijkspartijen dat Inlia ook welwillend staat tegenover terugkeer. Dat de samenwerking goed verloopt zagen we ook tijdens onze observatie bij het LSO, waarin de partijen gebruik maken van elkaars expertise. De gemeente Groningen heeft verschillende acties ondernomen om de samenwerking te blijven verbeteren. Ten eerste is voorafgaand aan de pilot geïnvesteerd in het leren kennen van elkaar. Aan het begin van de LVV is in samenwerking met het programmabureau een dag georganiseerd waarbij alle partijen in de LVV Groningen samenkwamen en met elkaar brainstormden over de mogelijkheden om de besluitvorming en procedures van vreemdelingen in de LVV te versnellen.
Ook zijn de partijen uit het LSO op bezoek geweest bij de IND voor een voorlichting over de verschillende werksoorten en afdelingen binnen de IND. In de ervaring van geïnterviewden droegen dit soort vormen van kennismaking eraan bij dat de betrokkenen elkaars uitgangspunten en mogelijkheden beter zijn gaan begrijpen. De volgende quotes illustreren dit:
100