CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Strategie Klimaatadaptie Amsterdam.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 7 december 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de nieuwe nationale klimaatscenario's (VN2023-023818)17.778 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Samen en in gesprek met de stad Klimaatadaptatie is een gezamenlijke opgave. Iedereen in Amsterdam kan bijdragen aan de ambitie van de stad om zo goed mogelijk voorbereid te zijn op klimaatverandering. Veel Amsterdammers willen hieraan bijdragen. De gemeente blijft koplopers actief betrekken, maar richt zich tevens op de groep

bedrijven en bewoners die wel wil, maar ondersteuning en advies nodig heeft. De gesprekken moeten leiden tot een aanscherping van wat in deze strategie staat en een beeld van de prioriteiten in de stad en welke partijen daarvoor aan de lat staan. Dit is de basis voor maatregelen door de gemeente, de waterschappen en verschillende partners in de stad die een plaats krijgen in de op te stellen uitvoeringsagenda in 2020. Hiervoor zijn de volgende acties nodig: •• Een relatie leggen met andere geplande gespreksronden in de stad, zoals voor de omgevingsvisie en voor klimaatneutraal. •• Het opstellen van een uitvoeringsagenda op basis van de gesprekken en de financiële kaders. •• Gezamenlijkheid organiseren door samenwerkings­ verbanden op te zetten en uit te bouwen.

Het aanpassen aan het veranderende klimaat is een gezamenlijke opgave. Daarom is het belangrijk dat iedere Amsterdammer zijn verantwoordelijkheid neemt. Wij kunnen als gemeente Amsterdam hierin het initiatief nemen. Daarnaast moeten wij, als overheid, bewoners en bedrijven stimuleren om ook een bijdrage te leveren aan een klimaatbestendige stad. Om technische innovatie te stimuleren is het nodig pilot projecten, die bepaalde klimaatadaptieve oplossingen of maatregelen in de praktijk toetsen, te starten en te ondersteunen. Hierbij is het belangrijk om resultaatgericht te werk te gaan. De projecten en activiteiten moeten zoveel mogelijk bijdragen aan het klimaatbestendig maken van de stad en daarvoor duidelijke doelstellingen en richtlijnen meekrijgen. Bij bestaande en lopende activiteiten is het van belang klimaatadaptieve maatregelen te overwegen, zoveel mogelijk mee te nemen en vervolgens te monitoren. Indien de benodigde standaarden hiervoor (nog) niet beschikbaar zijn of als er geen hulpmiddel beschikbaar is waarmee het project de opgave zelf zou kunnen identificeren, zou het project ten minste moeten vaststellen op welke thema’s het bijdraagt aan het klimaatbestendig maken van de stad.

26

Bestaande programma’s en projecten die bijdragen aan het klimaatbestendig maken van de stad, moeten zoveel mogelijk worden opgeschaald om daarmee de reikwijdte en impact over de stad te vergroten. Denk bijvoorbeeld aan uitbreiding van het programma Rainproof en de verdere implementatie en opschaling van de projecten Smartroof 2.0, RESILIO en CitySports.

klimaatverandering te overtuigen, kunnen averechts werken, omdat de boodschap ver van ons af staat en/ of onheilspellend kan zijn (P.S. Stoknes, 2015). De kunst is een balans te vinden tussen informeren over risico’s en het voorkomen van onrust en tegelijkertijd een aantrekkelijk perspectief te bieden dat uitnodigt tot handelen.

Hiervoor zijn de volgende acties nodig: •• Urgente knelpunten aanpakken, waar mogelijk werk met werk maken; •• Mogelijkheden identificeren om succesvolle pilots op te schalen naar het 'nieuwe normaal'; •• Amsterdammers, van bewoners tot ondernemers en (nuts)bedrijven, stimuleren om de strategie en uitvoeringsagenda voor klimaatadaptatie nader vorm te geven en om een leeromgeving waarin innovatieve klimaatbestendige oplossingen ontwikkeld en getest kunnen worden in te richten; •• Een netwerkaanpak hanteren, waarin de overheid actief samenwerkt als partner in het netwerk.

Hiervoor zijn de volgende acties nodig: •• Het opstellen van een communicatiestrategie; •• Onderlinge kennisdeling tussen andere klimaatprogramma’s (Autoluw, Circulair, de Groenvisie, Klimaatneutraal, Deltaprogramma, Rainproof); •• Medewerkers en Amsterdammers informeren, opleiden en helpen bij het implementeren van klimaatadaptatie; •• Gericht samenwerken met andere steden in Nederland en daarbuiten die toegevoegde waarde hebben voor Amsterdam.

Kennisdeling en communicatie Door kennis over de risico’s en kansen voor de stad te delen, wordt bewustwording over en gezamenlijk eigenaarschap van klimaatverandering en -adaptatie gecreëerd. Het is belangrijk om hierbij een consistente boodschap te zenden, die inhoudelijk en in toon afgestemd is met interne programma’s (zoals Autoluw, Circulair, Klimaatneutraal) en met externe partners (zoals andere steden, Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Ministeries, het Deltaprogramma). Cijfers die wetenschappers aanvoeren om ons van

Onderzoeken en monitoren Doordat we niet precies weten hoe het klimaat verandert, krijgen we steeds te maken met nieuwe informatie, bijvoorbeeld van het KNMI en het Nationaal Deltaprogramma. Om tot passende klimaatbestendige oplossingen te komen is het belangrijk dat we toegang hebben tot de juiste data op het juiste moment. We moeten regelmatig vaststellen welke informatie we nodig hebben, we moeten toegang hebben tot die data en de informatie moet beschikbaar zijn voor relevante betrokken partijen. Denk bijvoorbeeld aan weersvoorspellingen die gepaard gaan met onderliggende informatie over de fundering in de stad of het areaal groen in de stad.

Klimaatadaptatie zou een leeromgeving moeten zijn. Door een iteratieve aanpak (d.w.z. herijken indien nodig) te hanteren en steeds door te ontwikkelen, worden we gezamenlijk ‘volwassener’ op dit thema. Zo zorgen we ervoor dat we beter weten wat we kunnen verwachten en dat we beter weten hoe we daarop moeten reageren. Daarmee zijn we goed voorbereid op het klimaat van de toekomst. Hiervoor zijn steeds terugkerend de volgende acties nodig: •• In samenwerking met kennisinstellingen aanvullend onderzoek (stresstesten) uitvoeren om een beter beeld te krijgen van de impact op de stad; •• Monitoring van de effecten van geïmplementeerde verbeteringen en pilots; •• Het opzetten en versterken van samenwerking met wetenschappelijke instituten en kennisinstellingen, zoals het KNMI en het AMS instituut; •• Het organiseren van meetpunten in de stad zelf, zodat onze stresstesten geen voorspelling zijn op basis van gegevens uit andere delen van Nederland.

27

4.2 Benodigde acties per klimaatthema Aanvullend is het van belang per klimaatthema specifieke oplossingsrichtingen (verder) uit te werken en indien nodig aan te vullen. Deze zijn hieronder per thema nader toegelicht.

Amsterdam hittebestendiger Het streven is om beter bestand te zijn tegen hitte en om schade en overlast veroorzaakt door hitte in zowel het fysieke als het sociale domein zoveel mogelijk te voorkomen en te beperken. Naast de huidige werkzaamheden en overkoepelende activiteiten, is het nodig de volgende oplossingsrichtingen (verder) uit te werken: •• Het bepalen of streefwaarden op het gebied van hitte realistisch/noodzakelijk zijn; •• Het ontwikkelen van kennis over (de meest) effectieve maatregelen; •• Verbanden onderzoeken tussen hitteproblematiek en de problematiek vanuit de andere thema’s (droogte, wateroverlast en overstromingen). Op basis daarvan prioriteiten en knelpunten bepalen en oplossen; •• Effecten van hittestress voor objecten/panden met een vitale functie zoals ziekenhuizen en scholen in beeld brengen en de grootste knelpunten onderscheiden; •• Samenwerking met andere relevante programma’s: hitte opnemen in programma woningkwaliteit, aanpak eenzaamheid, energietransitie, klimaatneutraal,

< Bij  extreme warmte worden bruggen in de stad gekoeld om te voorkomen dat ze te veel uitzetten en niet meer open en dicht kunnen.

ontwikkelbuurten en kades en bruggen; •• Samen met o.a. woningbouwcorporaties hitte­bestendige maatregelen treffen voor bestaande gebouwen; •• Inzet op het vergroenen van de buitenruimte, daken en gevels, in het bijzonder op plekken waar overlast door hitte het meest voorkomt (versteende en schaduwarme gebieden) om zo op natuurlijke wijze (i.p.v. mechanisch) te koelen; •• Lokale “koele plekken/postzegelparken” (waaronder zwemlocaties zoals het Marineterrein) waar buurtbewoners kunnen afkoelen; •• Communicatie om Amsterdammers bewust te maken van de problematiek rondom hitte, koele plekken in de stad en de maatregelen die zij zelf kunnen treffen in en rondom hun huis.

•• Inzet op materiaalsoorten die hittestraling niet opnemen (en dus ook niet later afgeven); •• Hittebestendig bouwen en inrichten als eis bij het opstellen van stedenbouwkundige plannen en bij het ontwerpen van nieuwe gebouwen en buitenruimte; •• Rustige broedplaatsen in groen-blauwe infrastructuur voor gewenste insecten/diersoorten; •• Onderzoek naar het effect van hitte en zonnestraling op luchtkwaliteit en kennis ontwikkelen over effectieve maatregelen. Deze maatregelen zoveel mogelijk uittesten in de praktijk. In de uitvoeringsagenda volgt een nadere uitwerking, prioritering en fasering.

28

Amsterdam droogtebestendiger Het streven is om beter bestand te zijn tegen langdurige perioden van droogte en in het bijzonder om schade aan gebouwen, groen, infrastructuur, water en dijken zoveel mogelijk te voorkomen en overlast te beperken. Aanvullend op de huidige werkzaamheden, is het nodig samen met eigenaren en beheerders van gebouwen, groen, infrastructuur, water en dijken een effectieve en maatschappelijk gedragen aanpak te ontwikkelen, met aandacht voor: •• Toekomstbestendig assetmanagement in de openbare ruimte (zoals kademuren en bruggen, ondergrondse infrastructuur, wegen, tram- en metrosporen en stations)1; •• Een monitoringsprogramma om de bodemdaling in beeld te brengen; •• Samen optrekken met gebouweigenaren om zo gezamenlijk toekomstbestendige funderingen te creëren, vanuit bestaande publieke en private verantwoordelijkheden (KCAF 2016); •• Mogelijkheden om actief grondwater aan te vullen vanuit het oppervlaktewater en waterbuffering in dieper grondwater (zoals in pilot Amstelkwartier); •• Lokaal (her)gebruik van regenwater; •• Het remmen van bodemdaling in Amsterdamse parken en veengebieden (in samenwerking met de provincie Noord-Holland en de waterschappen) (PBL 2016);

•• De snelheid van het zakken van de 40 grote en kleine parken en de schommelingen van het grondwater; •• Het effect van bodemdaling op bodemleven onderzoeken.

In de uitvoeringsagenda volgt een nadere uitwerking, prioritering en fasering.

In de uitvoeringsagenda volgt een nadere uitwerking, prioritering en fasering.

Het streven is om de kans op overstromingen in de stad te verkleinen, in aanvulling op de verantwoordelijkheden van de andere bestuurslagen en -organen hiervoor. Daarnaast streven we gevolgbeperking na bij een eventuele overstroming, zowel via de ruimtelijke inrichting als door middel van crisisbeheersing. Naast de huidige werkzaamheden en overkoepelende activiteiten, is het nodig de volgende oplossingsrichtingen (verder) uit te werken:

Amsterdam regenbestendiger Het streven is om schade en overlast door extreme regenbuien zoveel mogelijk te voorkomen en om regenwater tegelijkertijd te laten bijdragen aan een aantrekkelijke, comfortabele en leefbare stad. Naast de huidige werkzaamheden en overkoepelende activiteiten, is het nodig de volgende oplossingsrichtingen (verder) uit te werken: •• Het versneld aanpakken van locaties met een verhoogde kans op schade (regenwaterknelpunten); •• Het regenwater zoveel mogelijk opvangen en hergebruiken waar het valt en ervoor zorgen dat oppervlakte water voldoende ruimte heeft om het te veel aan water af te voeren; •• Het modelmatig bepalen van de mogelijkheden en onmogelijkheden van bufferwerking van het grondwatersysteem; •• Het verbeteren van het inzicht in de relatie tussen schade en kwetsbaarheid voor wateroverlast van de stad op buurt-, straat- en pandniveau; •• Verbetering van bufferend vermogen van de buitenruimte door bouwpeilen en maaiveldhoogtes goed op elkaar af te stemmen.

Amsterdam beter voorbereid op overstromingsrisico

•• Het vergroten van het bewustzijn bij onder andere ruimtelijke planners, gebiedsontwikkelaars, ontwerpers, beheerders van vitale en kwetsbare functies, assetmanagers, gebiedsmanagers en andere partijen, als het gaat om overstromingsrisico’s en het functioneren van het watersysteem; •• Het opzetten van een thematische studie waterveiligheid ten behoeve van kennisontwikkeling in het kader van ruimtelijke keuzes, gebiedsontwikkeling en nutsvoorzieningen; •• Het vergroten van de rol van overstromingsrisico’s en zeespiegelstijging in locatiekeuzes en gebiedsontwikkeling door middel van stresstesten, zowel op projectniveau als in het kader van trajecten als de Omgevingsvisie;

1 Het doel van toekomstbestendig assetmanagement is een functionele, hele en veilige stad waarin het beheer en onderhoud van de stad betaalbaar blijft, ondanks disruptieve factoren zoals klimaatverandering, materialenschaarste, urbanisatie en digitalisering.

29

•• Het genereren van aandacht voor een robuuste ontwikkeling van de stad in het licht van zeespiegelstijging en bodemdaling (waaronder het vermijden van ‘high regret’-maatregelen, experimenteren met ‘meebewegen’ met het water, waterbestendige vitale functies en verbetering van de doorstroming van het watersysteem). Bijvoorbeeld door actief op zoek te gaan naar kansen in de stad om de waterrobuustheid te vergroten door in projecten te adviseren hoe dit het beste vorm gegeven kan worden; •• Het identificeren en uitwerken van zogenaamde ‘meekoppelkansen’ met andere lopende opgaven, bijvoorbeeld als het gaat om de woningbouwopgave, energietransitie, beheer en onderhoud (‘assetmanagement’) en de aanpak wateroverlast; •• In samenwerking met partners in het veiligheids- en crisisbeheersingsdomein een goede koppeling maken tussen ruimtelijke adaptatie en crisisbeheersing. Te denken valt aan evacuatie- en bereikbaarheidsroutes en -plannen en shelters; •• Het ontwikkelen van een plan van aanpak voor de handhaving en het onderhoud van de primaire waterkering in de stad en voor het reserveren van voldoende ruimte voor toekomstige uitbreidingen van het watersysteem en versterkingen van waterkeringen. In de uitvoeringsagenda volgt een nadere uitwerking, prioritering en fasering.

30

Organisatie 31

In 2019 is er een gemeentelijk programma klimaatadaptatie opgericht. Vanuit dit programma is in samenwerking met andere relevante partijen voorliggende strategie tot stand gekomen. Met behulp van het programma klimaatadaptatie zal een stimulans worden gegeven aan projecten en activiteiten, totdat klimaatadaptatie verweven is in de reguliere werkprocessen (m.a.w. het nieuwe normaal). Het programma zal de randvoorwaarden verzorgen, zoals het ontwikkelen van klimaatadaptieve standaarden en

de ondersteuning van innovatieve projecten. Hierin zijn duidelijke taken en verantwoordelijkheden, controle en communicatie belangrijk.

Hiervoor is (verdere) afstemming met (de voorbereiding van) de omgevingsvisie nodig, zodat relevante dwarsverbanden bijtijds in beeld zijn.

Gemeentelijke afstemming en samenwerking

Parallel wordt doorgewerkt aan bestaande programma’s. Een aantal bestaande programma’s en reguliere werkzaamheden worden onderdeel van de uitvoeringsagenda. Dit heeft het voordeel dat we daarvan leren in de praktijk.

De ambitie en strategie voor klimaatadaptatie dienen als input op de gemeentelijke omgevingsvisie. De toekomstige ontwikkeling van de stad moet zoveel mogelijk klimaatbestendig zijn en rekening houden met de impact van veranderende weersomstandigheden.

Regionale en nationale afstemming en samenwerking Voor een aantal klimaatthema’s is het van belang om op regionaal niveau samen te werken. Daarom doet Amsterdam mee in lopende initiatieven van de Metropoolregio Amsterdam op het gebied van klimaatadaptatie. Dit gaat in elk geval om de gevolgbeperking van overstroming van vitale infrastructuur en in de ontwikkeling van klimaatbestendige randvoorwaarden voor (locatiekeuze van) nieuwbouw. Daarnaast is ook nationale regelgeving van belang. Het nationale beleid op het gebied van klimaatadaptatie is volop in ontwikkeling. Om goed op de hoogte te zijn en mee te kunnen denken, is Amsterdam actief in het nationale kernteam ruimtelijke adaptatie. Ook wordt intensief afgestemd met de VNG-vertegenwoordiging, andere grote en middelgrote steden en is Amsterdam internationaal actief in de VNGKerngroep Resilience/ Sustainability en het internationale C40-netwerk. C40-steden hebben afgesproken dat ze allemaal uiterlijk 2020 een klimaatmitigatie én -adaptatieplan hebben afgerond. Met geringe extra inspanning kan de strategie klimaatadaptatie ook invulling geven aan deze bestuurlijke toezegging. 32

Financiële en juridische organisatie Het is onze ambitie dat klimaatadaptatie het nieuwe normaal wordt. Op basis van het continue verzamelen en monitoren van data weten we wat de impact op de stad is en wat dit betekent voor (de eisen aan) het nieuwe normaal. Uitgangspunt is dat met behulp van een tijdelijk programma voor klimaatadaptatie een stimulans wordt gegeven aan projecten en activiteiten, totdat klimaatadaptatie verweven is in de reguliere werkprocessen. Hieronder vallen bovengenoemde punten: onder andere de opzet van een leeromgeving, de ontwikkeling van standaarden en processen, het opzetten en organiseren van een netwerkaanpak en communicatiestrategie en uitvoering van concrete (innovatieve) projecten. Daarnaast is het belangrijk dat binnen elke betrokken organisatie capaciteit wordt vrijgemaakt om gezamenlijk aan dit onderwerp te werken. In de uitvoeringsagenda volgt een nadere uitwerking, prioritering en fasering. Klimaatadaptatie is een gedeelde opgave, die een inzet vraagt van een verscheidenheid aan publieke en private partijen. Hierin heeft iedereen een eigen rol en verantwoordelijkheid. Zo gaat het niet alleen om de openbare ruimte, maar zijn er bijvoorbeeld ook raakvlakken met woningen, grondbezit, gezondheid en arbeidsomstandigheden.

In de voorliggende strategie voor klimaatadaptatie is het uitgangspunt dat iedere betrokken partij zorgdraagt voor haar eigen juridische kennis en verantwoordelijkheden. Bij de samenwerking zullen partijen deze kennis delen en waar nodig met elkaar afstemmen.

Doorkijk naar de vervolgfase Deze strategie is een afronding van de eerste fase waarin kwetsbaarheden en risico’s verkend zijn voor de thema’s hitte, droogte, wateroverlast en overstroming. Tegelijk is ook duidelijker geworden waar de overlap zit met andere lopende projecten én vooral wat ons nog te doen staat. In de volgende fase wordt hiermee verder

gegaan en wordt de uitvoeringsagenda opgesteld, waarin bestaande en nieuwe activiteiten samen komen. Dit zal in de gezamenlijkheid, in gesprek met de stad, gebeuren. In de derde fase, de uitvoeringsfase, zal klimaatadaptatie op basis van de uitvoeringsagenda concreet worden vertaald in projecten en activiteiten.

33

Bronnenlijst 34

Van Baaren, M. (2010) Amsterdam waterbestendig. Deltares, Wareco & Fugro (2017) Grootschalig actief grondwaterpeilbeheer in bebouwd gebied. In opdracht van Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. https://ruimtelijkeadaptatie.nl/@167167/grootschalig-actief

IenW & EZ (2017), Deltaprogramma 2018. Doorwerken aan een duurzame en veilige delta. Den Haag: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Economische Zaken. Het eerste Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is hier onderdeel van. https://deltaprogramma2018.deltacommissaris.nl

Deltares (2018) Mogelijke gevolgen van versnelde zeespiegelstijging voor het Deltaprogramma: een verkenning. www.deltares.nl/nl/publication/mogelijke-gevolgen-vanversnelde-zeespiegelstijging-voor-het-deltaprogrammaeen-verkenning

KCAF (2016) Handleiding funderingsproblematiek voor gemeenten; wat te doen bij vermoedens van problemen bij houten funderingen? Kenniscentrum Aanpak Funderingsproblematiek. www.kcaf.nl/wp-content/uploads/2016/05/HandleidingGemeentes-WEB.pdf

Deltares (2019) Strategieën voor adaptatie aan hoge en versnelde zeespiegelstijging: een verkenning. www.deltacommissaris.nl/documenten publicaties/2019/ 09/30/verkenning-deltares---strategieen-voor-adaptatieaan-hoge-en-versnelde-zeespiegelstijging

KNMI (november 2018), R. Sluijter, M. Plieger, G. J. van Oldenborgh, J. Beersma en H. de Vries, De droogte van 2018 – Een analyse op basis van het potentiële neerslagtekort.

RVO (29-08-2019). Nieuwe eis ter verkleining risico op oververhitting nieuwbouwwoningen. www.rvo.nl/actueel/nieuws/nieuwe-eis-ter-verkleiningrisico-op-oververhitting-nieuwbouwwoningen

KNMI (2019), MRA, Gemeente Amsterdam, Waternet, Waterschap Amstel Gooi en Vecht. Ons klimaat verandert. http://klimaatverandering-mra.vormgeving.com

TNO (mei 2011). Kennismontage Hitte en Klimaat in de Stad, TNO-060-UT-2011-01053. www.tno.nl/media/4361/kennismontage-hitte-en-klimaatin-de-stad_2011.pdf

Gemeente Amsterdam et al. (2012), De Waterbestendige stad. Meerlaagsveiligheidbenadering toegepast op de regio Amsterdam. https://ruimtelijkeadaptatie.nl/voorbeelden/overzichtprojecten/@158387/waterbestendige-stad Gemeente Amsterdam et al. (2013), Waterbestendig Westpoort. Gemeente Amsterdam et al. (2014), Deltastrategie Regio Amsterdam. Hogeschool van Amsterdam (HvA) (2019), Onderzoeksproject de Hitte bestendige stad. www.hittebestendigestad.nl

PBL (2016), Dalende bodems, stijgende kosten. Mogelijke maatregelen tegen veenbodemdaling in het landelijke en stedelijke gebied. Beleidsstudie. www.pbl.nl/publicaties/dalende-bodems-stijgende-kosten

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) (2012). GGD-richtlijn medische milieukunde Gezondheidsrisico’s van zomerse omstandigheden. www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/609400007.pdf Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), De Nijs, T. et al. (2019). Ontwikkeling Standaard Stresstest Hitte. www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2019-0008.pdf Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) (2307-2019), In heel Nederland kans op smog door ozon. www.rivm.nl/nieuws/in-heel-nederland-kans-op-smog-doorozon

De Urbanisten (2012), Proeftuin klimaat in de stad. Zaan/ IJ-oevers. Eindrapport 5 september 2012. Volkskrant (2017). Wolkenkasten. 31 maart 2017.

Per Espen Stoknes (2015), What We Think About When We Try Not To Think About Global Warming: Toward a New Psychology of Climate Action, Chelsea Green Publishing. Rijk, UvW, VNG & IPO (2018), Bestuursakkoord klimaatadaptatie. www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2018/11/20/ bestuursakkoord-klimaatadaptatie

Waternet, Gemeente Amsterdam et al. (2017), Adaptatiestrategie Waterbestendig Westpoort. https://ruimtelijkeadaptatie.nl/overheden/vitale-kwetsbare/ pilots-vitaal

35

Geraadpleegde websites

Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC) www.nbtc.nl

Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions (AMS) www.ams-institute.org

Onderzoek Informatie en Statistiek, Amsterdam (OIS) www.ois.amsterdam.nl/downloads/pdf/2019_kerncijfers.pdf

Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) www.cbs.nl

Rainproof www.rainproof.nl/wolkbreuk-28-juli

Kennisportaal Ruimtelijke Adaptatie https://ruimtelijkeadaptatie.nl/stresstest/bijsluiter

RIVM www.rivm.nl/nieuws/in-heel-nederland-kans-op-smog-doorozon www.rivm.nl/publicaties/ggd-richtlijn-medischemilieukunde-gezondheidsrisicos-van-zomerseomstandigheden

Klimaateffectenatlas www.klimaateffectatlas.nl KNMI www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/ zeespiegelstijging www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/hittegolf www.knmi.nl/over-het-knmi/nieuws/klimaatverandering-inde-regio-amsterdam www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/extremeneerslag www.knmi.nl/nederland-nu/klimatologie/lijsten/hittegolven Metropoolregio Amsterdam (MRA) http://klimaatverandering-mra.vormgeving.com https://mra.klimaatatlas.net

RVO www.rvo.nl/actueel/nieuws/nieuwe-eis-ter-verkleiningrisico-op-oververhitting-nieuwbouwwoningen Slim Watermanagement www.slimwatermanagement.nl/regio/regio-amsterdamrijnkanaal-noordzeekanaal/toekomstbestendigwatersysteem Foto's: Fotobank Gemeente Amsterdam

De nationale omgevingsvisie (NOVI) www.denationaleomgevingsvisie.nl

36

ijlagen 37

Bijlage I Context Het is van belang om bij het klimaatbestendiger maken van Amsterdam ook rekening te houden met andere uitdagingen en ontwikkelingen waar de stad mee te maken heeft. Dit vanwege de samenhang en invloed die ze op elkaar hebben. Zo zorgt het groeiend aantal inwoners en toeristen in de stad voor een grotere druk op de openbare ruimte en het groen. Terwijl beide al onder druk staan door klimaatverandering. Hieronder worden een aantal relevante ontwikkelingen genoemd.

2030 al het verkeer in de bebouwde kom uitstootvrij is (Actieplan Schone Lucht, 2019).

Klimaatneutraal Om de gemiddelde temperatuurstijging op aarde beperkt te houden moet de CO2-uitstoot verminderen. Ook Amsterdam moet haar steentje bijdragen. In 2050 moet de CO2-uitstoot 95% minder zijn vergeleken met de uitstoot in 1990. Er zijn in 2019 verschillende routes uitgewerkt voor de sectoren: gebouwde omgeving, mobiliteit, elektriciteit, industrie en haven. En voor de eigen organisatie van de gemeente Amsterdam.

Groeiend aantal inwoners Nederland zal in 2035 naar verwachting 18,3 miljoen inwoners hebben, 1 miljoen meer inwoners dan nu. Amsterdam krijgt er de meeste inwoners bij, naar verwachting ruim 150.000 tot 2035. Dit betekent een groei van bijna 20% ten opzichte van 2019. Amsterdam zal daardoor in 2032 1 miljoen inwoners tellen (PBL/CBS, 2019).

Groeiend aantal toeristen Amsterdam trekt jaarlijks steeds meer toeristen: in 2030 worden door het NBTC maar liefst 32 miljoen bezoekers (per jaar) verwacht (NBTC, 2018).

Energietransitie Amsterdam kijkt vooruit. De stad wil zuinig omgaan met grondstoffen en kiest ervoor om over te gaan op schone energie. Aardgas zorgt voor een groot deel van de CO2-uitstoot. En dus voor de klimaatverandering. De stad Amsterdam gebruikt veel aardgas. Rond de 90% van de warmte in bedrijven en woningen komt van deze energiebron. Het stadsbestuur wil dat Amsterdam in 2040 aardgasvrij is. De gemeente wil samen met inwoners, woningcorporaties, energieleveranciers en netbeheerders zorgen voor de overgang naar duurzame energie.

Mobiliteit Het wordt steeds drukker in de stad. Daarom werkt Amsterdam aan het vrij maken van ruimte voor fietsers en voetgangers. De luchtkwaliteit is een aandachtspunt. Met de huidige luchtverontreiniging rookt elke Amsterdammer ruim 6 sigaretten per dag mee (Actieplan Schone Lucht, 2019). Fietsers, voetgangers en het openbaar vervoer moeten ruimte krijgen om de stad autoluw te maken (Agenda Amsterdam Autoluw). Daarnaast heeft het College de ambitie geuit dat per

Circulaire economie De overgang naar een circulaire economie biedt Amsterdam kansen op het gebied van werkgelegen­ heid, wetenschap, vermindering van de CO2-uitstoot en de gezondheid. Daarom wil de gemeente de stad zo snel mogelijk circulair maken. In 2050 moet Amsterdam een schone stad zijn met zo min mogelijk restafval.

38

Bijlage II Opgave voor de stad Het veranderende klimaat is in vier klimaatthema’s te onderscheiden, met daarin steeds extremer wordende extremen. Het wordt afwisselend warmer, droger, natter en de zeespiegel stijgt, waardoor waterveiligheid een steeds belangrijkere factor wordt. Deze thema’s hebben elk individueel specifieke risico’s voor de stad, maar er is ook onderlinge samenhang. De weersextremen vinden niet in isolement plaats en de daarmee gepaard gaande risico’s kunnen elkaar versterken. Hieronder wordt per klimaatthema de opgave toegelicht. De opgave per klimaatthema is gebaseerd op de beschikbare stresstesten en op gesprekken die gevoerd zijn met ambtelijke vertegenwoordigers van de gemeentelijke organisatie en de waterschappen, waarbij risico’s, kansen en maatregelen zijn verkend.

Wat is een stresstest? Volgens het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie wordt van alle lokale overheden verwacht dat zij stresstesten uitvoeren om de risico’s van de vier klimaatthema’s in beeld te brengen. Het volgende is over de stresstest in het Deltaplan opgenomen: “In een stresstest worden de potentiële kwetsbaarheden voor de klimaatthema’s binnen een gebied geïdentificeerd. De test bestaat in de kern uit het verzamelen en creëren van informatie die beschrijft welke effecten klimaatverandering (de ‘stress’ die op het systeem wordt gezet) in de toekomst kan hebben, en uit het combineren van deze informatie met verzamelde gegevens over de gevoeligheid van objecten en functies voor deze effecten. Er wordt onderzocht waar, wanneer, welke knelpunten hierdoor kunnen ontstaan, onder een scala aan mogelijke klimaatontwikkelingen. De stresstest gaat over zowel het

stedelijk als landelijk gebied. De stresstest onderzoekt de kwetsbaarheid van allerlei objecten en functies in een gebied, maar specifieke aandacht wordt gevraagd voor zogenaamde vitale en kwetsbare functies. Dit zijn functies die cruciaal zijn voor de rampenbeheersing, zoals de drinkwatervoorziening, en functies die bij uitval of een calamiteit ernstige schade veroorzaken voor mens, milieu of de economie. In het Deltaplan is afgesproken dat de stresstest ongeveer iedere 6 jaar wordt geactualiseerd om het beeld van de kwetsbaarheden bruikbaar te houden. Er is tevens afgesproken dat overheden de resultaten van de stresstesten openbaar maken, zodat ook burgers en bedrijven inzicht hebben in de kwetsbaarheid van hun gebied.” https://ruimtelijkeadaptatie.nl/stresstest/bijsluiter

39

Wat is hitte? Is de maximumtemperatuur 25,0 graden Celsius of hoger, dan is er sprake van een ‘zomerse dag’. Bij een temperatuur van 30,0 °C of hoger, spreken we van een ‘tropische dag’. Een periode met aanhoudende warmte heet ‘een hittegolf’ als het op het KNMIstation De Bilt minimaal vijf aaneengesloten dagen 25,0 °C of warmer is en daarvan minimaal drie dagen de maximumtemperatuur minimaal 30,0 °C bedraagt (website KNMI).

Opgave als gevolg van hitte De temperatuur in Nederland is de afgelopen jaren toegenomen; dat is goed te zien wanneer men de jaargemiddelde temperaturen in Amsterdam sinds 1950 bekijkt. Sindsdien is de temperatuur met 1,6 graden Celsius toegenomen. De winters zijn zachter geworden en de zomers warmer. Tevens neemt het jaarlijks aantal zomerse dagen toe en daardoor de kans op een hittegolf ook (KNMI, 2018)1. In het huidige klimaat worden gemiddeld 20 zomerse dagen gemeten in de regio Amsterdam. In 2085 zal dit aantal oplopen richting de 402. Als we het aantal hittegolven in de periode 1980-2000 en in de periode 2000 tot nu met elkaar vergelijken zien we in de eerst genoemde periode 7 hittegolven met een totale duur van 62 dagen, in de tweede periode waren dit 12 hittegolven met een totale duur van 107 dagen3.

1 http://klimaatverandering-mra.vormgeving.com 2 Op basis van meetstation op Schiphol: http://klimaatverandering-mra.vormgeving.com 3 Op basis van meetstation in de Bilt: www.knmi.nl/nederland-nu/klimatologie/lijsten/hittegolven

Gevoelstemperatuur (PET) 32 graden 35.5 graden 39 graden 42,5 graden 46 graden De gemiddelde gevoelstemperatuur (PET) voor 1 juli 2015 tussen 12-18u (RIVM, 2019). Bron: https://mra.klimaatatlas.net

De zomer van 2018 was de warmste in de afgelopen eeuwen en de zomer van 2019 kende de heetste week ooit: het werd voor het eerst in Nederland warmer dan 40 graden. Op zulke tropische dagen is de stad een stedelijk hitte-eiland (zie box). Metingen en studies

wijzen uit dat de temperaturen dan met circa 12 graden kunnen verschillen tussen stad en buitengebied (TNO, 2011). Door de verstedelijking en verdichting neemt het stedelijk hitte-eilandeffect alleen maar toe, en daarmee de temperaturen.

Stedelijk hitte-eiland Een stedelijk hitte-eiland ontstaat als gevolg van de eigenschappen van het stedelijk of bebouwd gebied. Stedelijke materialen absorberen de straling afkomstig van de zon als ook de reflecterende straling afkomstig van andere gebouwen/objecten. Tevens zorgt de toename van verharding voor een afname van groen/vegetatie. Hierdoor neemt de verdamping van water door vegetatie af, wat weer leidt tot een toename van het hitte-eiland effect. Daarnaast leiden de relatief hoge gebouwen in de stad

tot een afname van de windsnelheid en daarmee de kans om warme dan wel koele lucht respectievelijk af of aan te voeren. Ook is er in de stad sprake van meer antropogene warmte: warmte in de vorm menselijke activiteiten zoals industrie, huishoudens en verkeer. Het hitte-eiland is met name merk- en meetbaar in de nacht wanneer de opgeslagen warmte/energie in het stedelijk gebied vrijkomt en de nachten minder afkoelen in vergelijking met het buitengebied/platteland (TNO, 2011).

40

Hittestress Het zogenoemde hitte-eiland kan leiden tot hittestress. Bij hittestress kan het lichaam zichzelf niet goed afkoelen. Dat kan verschillende gevolgen hebben: huiduitslag, krampen, oververmoeidheid, beroertes, nierfalen en ademhalingsproblemen. In het ergste geval kun je eraan overlijden. Dit zijn fysiologische gevolgen, hitte kan daarnaast ook invloed hebben op het menselijk gedrag (bijvoorbeeld agressiviteit) en op slaapkwaliteit (RIVM, 2019).

Binnenruimte: •• Tropische dagen kunnen leiden tot hoge temperaturen in schoollokalen en kinderopvangcentra. Ook speelpleinen kunnen minder geschikt worden voor spelen. •• Ook woningen warmen op. Mensen kunnen slecht slapen en hitte kan leiden tot gezondheidsproblemen. •• De concentratie van werknemers en leerlingen neemt af. •• Comfort in gebouwen neemt af. Mensen kunnen slecht slapen. Arbeidsproductiviteit neemt af.

Buitenruimte:

Risico’s van hitte voor Amsterdam

Gezondheid:

Met ambtelijke (expert-) vertegenwoordigers van de gemeentelijke organisatie en de waterschappen zijn gesprekken (risicodialogen) gevoerd, waarbij met behulp van de beschikbare stresstesten risico’s, kansen en maatregelen zijn verkend. Op basis van deze interne risicodialogen is een inschatting gemaakt van de gevolgen van hitte voor Amsterdam.

•• Hitte beïnvloedt de gezondheid en het gedrag van mensen. De koelingsmechanismen van ouderen werken soms minder goed en ook jonge kinderen kunnen sneller opwarmen. •• Zonnige perioden kunnen leiden tot zomersmog, wat een toename van luchtwegklachten, zoals hoesten en kortademigheid, verergering van astmaklachten en afname van de longfunctie tot gevolg kan hebben. •• Bovenstaande kan leiden tot een significante toename van ziekenhuisopnames.

•• Hitte kan schade veroorzaken aan stedelijk groen, waaronder de parken, waardoor het hitte-eiland effect versterkt. •• Tijdens tropische dagen gaan Amsterdammers massaal op zoek naar de koele plekken in de openbare ruimte (waaronder parken en water), waardoor de druk op buitenruimte toeneemt. •• De buitenruimte wordt door hitte onaangenaam om in te verblijven, winkelen of recreëren.

Netwerken: •• Beweegbare bruggen kunnen niet meer openen of sluiten. Dit kan leiden tot problemen voor o.a. vervoerders en hulpdiensten. 41

Aanpassing bouwbesluit Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft aangekondigd dat het Bouwbesluit met ingang van juli 2020 aangepast gaat worden. De aangepaste regels moeten ervoor zorgen dat zelfs bij extreme hitte (in het huidige klimaat) buitenshuis de temperatuur binnen acceptabel blijft, zonder onnodig energie te verbruiken. Zo wordt er al bij het bouwen rekening houden met extreem warme temperaturen, zodat er niet achteraf nieuwe oplossingen moeten worden ingebouwd, die mogelijk om een grotere investering vragen. In juli 2020 gaat er nieuwe regelgeving in die betrekking heeft op de maximale temperatuuroverschrijding die in nieuwbouwwoningen plaats mag vinden (RVO, 2019).

•• Elektriciteitsnetwerken kunnen uitvallen door oververhitting en overbelasting van belangrijke onderdelen door bijvoorbeeld toegenomen energieverbruik om te koelen of een toegenomen drinkwatervraag. •• Spoorstaven van tram en metro kunnen uitzetten. Hierdoor kunnen ze knappen of kromtrekken. Dit wordt ook wel ‘buckling’ genoemd – en leidt tot uitval van het OV.

Waterkwaliteit: •• Wanneer de temperatuur van het drinkwater stijgt, ontstaat een groter risico op de afname van de kwaliteit. Ondertussen neemt tijdens hitte de vraag naar drinkwater toe. •• Opwarming van oppervlaktewater kan ook voor een afname van waterkwaliteit zorgen en gevolgen hebben voor de biodiversiteit en voor bijvoorbeeld het aantal koele zwemlocaties door toename van o.a. blauwalg. •• In hete perioden gaan Amsterdammers massaal het water in, ook op plekken waar dat niet veilig is (i.v.m. scheepvaart en/of waterkwaliteit).

Uitstoot:

Meer informatie

•• Door hitte stijgt de energievraag, door een toename in het gebruik van koelsystemen, airco’s en drinkwatersystemen. Dit heeft ook effect op het elektriciteitsnetwerk.

Hittestresskaart: >https://mra.klimaatatlas.net/ Aantal warme nachten, dagen en hitte-eilandeffect: >http://www.klimaateffectatlas.nl/nl Hitte mindmap HvA: >https://www.hittebestendigestad.nl/mindmap Hittetips GGD: >https://www.ggd.amsterdam.nl/gezond-wonen/hittetips

Sociale ongelijkheid: •• De gevolgen van klimaatverandering treffen iedereen, maar mensen die minder te besteden hebben of die door verschillende redenen geïsoleerd zijn, trekken mogelijk aan het kortste eind. Zij kunnen bijvoorbeeld hun huis niet verkoelen, zijn minder mobiel om buitenshuis een koele plek te zoeken, zijn minder goed bestand tegen hitte, hebben onvoldoende financiële middelen om hun huis te herstellen na schade door extreem weer etc. Hierdoor kan sociale ongelijkheid toenemen.

42

Zaanstad

Oostzaan Landsmeer

Opgave als gevolg van droogte Als er langere tijd minder regen valt dan normaal en er tegelijkertijd veel verdamping plaatsvindt, spreken we van droogte. In Nederland wordt droogte gemonitord door het KNMI aan de hand van het potentiële neerslagtekort (KNMI, 2018). De zomer van 2018 behoorde tot de vijf procent droogste zomers sinds het begin van de vorige eeuw. Het neerslagtekort was groter dan in de meeste andere jaren. Bovendien verdampte er veel meer water dan erbij kwam door regen. Daardoor was er weinig water in de bovenste laag van de bodem. De grondwaterstand in Amsterdam was extreem laag.

Risico’s van droogte voor Amsterdam Op basis van de interne risicodialogen met ambtelijke (expert-)vertegenwoordigers van de gemeentelijke organisatie en de waterschappen, is een inschatting gemaakt van de gevolgen van droogte voor Amsterdam.

Droge zomer 2018 In Amsterdam had de droge zomer van 2018 gevolgen voor het groen in de stad. In 2018 is er € 475.000,extra uitgegeven aan bewateren. Desondanks zijn er toch nog bomen en beplanting uitgevallen. De herstelkosten van door droogte gestorven beplanting in 2018 worden geschat op € 1.400.000,-. Dit bedrag is op basis van 25% uitval van het groen in de stad en betreft zowel jonge als oudere beplanting.

Waterland

Amsterdam

Gooise Meren

Diemen

Haarlemmermeer

Gemiddelde Laagste Grondwaterstand (GLG) ten opzichte van maaiveld in Amsterdam GLG m -mv < 0,50 0,50 - 0,75 0,75 - 1,00 1,00 - 1,25 1,25 - 1,50 >1,50 Bron: Waternet, 2019

Toelichting De GLG (gemiddeld Laagste Grondwaterstand in m -mv is de afstand tussen maaiveld en de gemiddelde grondwaterstand in droge periodes, zoals de zomer. Hierbij is vooral gekeken naar de grondwaterstanden in de afgelopen 10 jaar. De grondwaterstand fluctueert en varieert door het weer, diversiteit van bodemopbouw zoals ondoorlatende klei of goed doorlatend zand, obstakels, drains, lekke riolen enz.

Amsterdam el

De Ronde Venen

Buitenruimte:

Landelijk gebied:

•• Droogte veroorzaakt schade aan stedelijk groen en ecologie, vooral bij jonge bomen en beplanting. •• Droogte leidt tot grondwaterdaling en daarmee mogelijk tot bodemdaling, wat verzakkingen van groengebieden, wegen en rioleringen kan veroorzaken. •• Bodemdaling gaat ten koste van de infiltratieruimte, wat mogelijk een effect heeft op bodemleven, door bijvoorbeeld het effect op de gangen van wormen. •• Droogte kan leiden tot verzakking van en scheuren in het wegdek.

•• Het in stand houden van huidige functies wordt door veenoxidatie met maaivelddaling tot gevolg, moeilijk zonder de waterpeilen verder naar beneden bij te stellen. •• Daarnaast is er toenemende recreatiedruk vanuit de stad op het landelijk gebied waarbij mogelijk het gebruik en functie van het gebied verschuift.

43

Meer informatie Grondwater in Amsterdam: >https://www.waternet.nl/ons-water/grondwater >https://www.waternet.nl/ons-water/grondwater/ grondwateronderlast Ruimtelijke Adaptatie: >https://ruimtelijkeadaptatie.nl/informatie/droogte >https://ruimtelijkeadaptatie.nl/stresstest/bijsluiter/droogte KNMI: >https://www.knmi.nl/over-het-knmi/nieuws/toekomstigezomers-mogelijk-droger-dan-gedacht Nationaal kennis- en innovatieprogramma Water en Klimaat: >https://waterenklimaat.nl/wp-content/uploads/ sites/35/2017/10/Droge-Kost-KBS.pdf Het kenniscentrum voor de waterschappen: >https://www.stowa.nl/deltafacts/zoetwatervoorziening/ aanpassen-aan-klimaatverandering/droogte-en-hittede-stad Funderingen: >https://www.amsterdam.nl/veelgevraagd/?productid=%7B 25B5FBF7-2336-4F0F-95BF-553409FB7F12%7D

Bebouwing: •• Door het droog komen liggen van houten paalfunderingen, kunnen deze gaan rotten. Ook kan de droge grond aan de houten funderingen gaan kleven, wat verzakking van huizen tot gevolg kan hebben. •• Huizen op staal gefundeerd kunnen door bodemdaling, mogelijk (mede) veroorzaakt door droogte, scheef zakken.

Waterkwaliteit: •• Doordat er minder regen valt tijdens perioden van langdurige droogte, wordt het stedelijk water minder verdund en nemen de concentraties verontreinigingen toe. Zo neemt o.a. de (zwem) waterkwaliteit af, wat gezondheidsrisico’s met zich mee brengt. •• Verzilting neemt toe.

Uitstoot: •• De bodem van veenweidegebieden rond de stad daalt, waardoor veen droog komt te liggen en oxideert. Bij het proces van oxidatie komt er extra methaan vrij en wordt klimaatverandering dus versterkt.

Netwerken: •• Leidingen en netwerkkabels kunnen verzakken en daarmee beschadigen. •• Te weinig diepte van de vaargangen kan de vrachtvaart bemoeilijken.

Droogte vormt grote risico’s voor onze leefomgeving en de waterkwaliteit. Tegelijkertijd is er behoefte aan meer kennis en bewustzijn over de problematiek op maatschappelijk en professioneel niveau. Ook is van veel mogelijke maatregelen nog niet duidelijk of ze de problematiek oplossen. Waar en bij welke funderingstypen is het bijvoorbeeld kostenefficiënt om actief grondwater te gaan aanvoeren via ondergrondse infra (infiltratieriolen) in de openbare ruimte om de grondwaterstand bij funderingen op peil te houden? Doordat dit afhankelijk is van het materiaal waarmee er is opgehoogd, kan dit alleen in een deel van de stad. We hebben meer kennis nodig om de juiste afwegingen te kunnen maken.

44

bij een extreme bui bepaalt de kans op wateroverlast en schade. Dit is onder andere afhankelijk van de riolering in de stad. Deze is niet altijd in staat om een grote hoeveelheid water in korte tijd te verwerken. De mate van verharding is een andere factor die van grote invloed is; hoe meer verharding des te minder water de bodem kan infiltreren en des te groter de potentiele schade.

Risico’s van extreme neerslag voor Amsterdam In de afgelopen jaren hebben binnen het Rainproof netwerk meerdere gesprekken plaatsgevonden met verschillende partners. Ook is er veel kennis over dit onderwerp opgedaan. Op basis daarvan is een inschatting gemaakt van de gevolgen van extreme neerslag voor Amsterdam.

Knelpunten Extreem urgent Zeer urgent Urgent Bron: Amsterdam Rainproof, https://maps.amsterdam.nl/rainproof

Esri Nede

 pgave als gevolg van O wateroverlast Regen hoort bij Amsterdam. De laatste jaren zien we echter een trend van steeds vaker en voornamelijk zomerse buien, waarbij in een korte tijd heel veel regen valt met een hoge intensiteit. De kans op extreme buien verdubbelt richting 2050 (bron: KNMI4). Bovenstaande kaart laat zien op welke plekken in

Amsterdam een hoge kans bestaat op wateroverlast en schade als het extreem hard regent. Een regenwater­ knelpunt is (een deel van) een straat of buurt met een (sterk) verhoogde kans op zulke overlast en schade bij extreme neerslag. De stad is nog onvoldoende in staat om extreme buien te verwerken. Dergelijke buien zijn een fenomeen van de laatste jaren. Bij de bouw van de stad is destijds geen rekening gehouden met deze intensiteiten. De snelheid waarmee water kan worden afgevoerd

Buitenruimte: •• De Amstel en de grachten zitten als hoofdafvoersysteem al aan de grens van wat zij kunnen afvoeren. Een extreme bui kan de belasting dusdanig vergroten, dat voornamelijk de lagergelegen delen van de stad, waaronder de parken en stadsdeel Noord, onder water lopen. Als het groen te lang onder water staat, kan dat tot het afsterven van bomen en planten leiden. •• Wanneer neerslag niet goed weg kan stromen, lopen straten onder, wat schade aan verharding met zich mee kan brengen en/of de weg (tijdelijk) onbegaanbaar maakt.

4 www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/extreme-neerslag

45

Bebouwing: •• Wanneer neerslag niet goed weg kan lopen, leidt dit tot schade aan kelders, woningen, winkels, bedrijven en scholen, doordat het water binnen stroomt.

Netwerken: •• Ondergelopen straten verslechten de bereikbaarheid van de stad. Bussen en trams kunnen uitvallen en locaties zijn beperkt bereikbaar voor nood- en hulpdiensten. •• Vitale functies kunnen door extreme neerslag uitvallen, zoals de stroomvoorziening in bijvoorbeeld ziekenhuizen of gemalen. Dit kan vervolgens doorwerken in de keten; uitval van vitale functies kunnen andere systemen ook doen uitvallen. Een deel van deze effecten heeft een tijdelijk karakter, maar sommige effecten kunnen daardoor langer doorwerken. •• Openbare roltrappen (bijvoorbeeld bij metrostations) kunnen grote hoeveelheden neerslag slecht aan. Deze zijn daarvoor vaker buiten gebruik, wat de toegankelijkheid van de stations vermindert.

Waterkwaliteit: •• Extreme buien hebben ook een impact op de kwaliteit van het oppervlaktewater door de toename van ongezuiverde lozingen via de overlopen. Dit heeft gezondheidsrisico’s bij recreatief gebruik. Om die reden werd de City Swim in 2018 afgelast.

Meer informatie Regenknelpuntenkaart: >https://maps.amsterdam.nl/rainproof/?LANG=nl Rainproof: >www.rainproof.nl >www.rainproof.nl/regenbestendigegebiedsontwikkeling KNMI: >www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/extremeneerslag Het kenniscentrum voor de waterschappen: >www.stowa.nl/nieuws/neerslaggebeurtenissen-voorstresstest-vastgesteld Ruimtelijke Adaptatie: >https://ruimtelijkeadaptatie.nl/samen/klimaatbestendig/ tuinen Samenwerken in de netwerksamenleving: >www.destraad.nl

46

Oostzaan

Zaanstad

 pgave als gevolg van O overstromingsrisico’s Nederland is een laagliggende delta en is daardoor van oudsher gevoelig voor overstromingen. In de loop der eeuwen is een systeem opgebouwd dat Nederland droog houdt. Dit systeem bestaat uit waterkeringen (dijken, dammen en duinen) en een uitgekiend peilbeheer. Gemalen zorgen voor de afvoer van het overtollige water vanuit de laaggelegen polders en op sommige plekken ook voor afvoer vanuit de grotere wateren naar zee en het IJsselmeer/Markermeer. De waterkeringen en ingrepen om rivieren de ruimte te geven, zorgen ervoor dat de kans op een overstroming klein is. Wat de maximale kans op de doorbraak van een kering mag zijn, is normatief vastgelegd in wet- en regelgeving. Zeespiegelstijging, bodemdaling en een toename van mensen en kapitaal achter de keringen zullen vaker aanleiding zijn tot dijkversterkingen en aanpassingen aan het watersysteem. De kans op een overstroming blijft door die ingrepen gelijk, maar de impact op de ruimte en de gevolgen bij een mogelijke doorbraak nemen toe. Klimaatverandering zorgt er tegelijkertijd voor dat de grenzen van het watersysteem sneller bereikt worden. Zeespiegelstijging maakt de afvoer van overtollig water naar zee lastiger en intensieve regenbuien zorgen ervoor dat het watersysteem zich sneller vult.

Aangezien de buffercapaciteit van het watersysteem in dit dichtbevolkte gebied zeer beperkt is, leidt dit sneller tot wateroverlast.

Waterland

Almere

Landsmeer

Amsterdam

Gooise Meren

Diemen

Haarlemmermeer

Legenda Geen significante overstromingskans Extreem kleine kans: <1/30.000 per jaar Zeer kleine kans: 1/3.000 tot 1/30.000 per jaar Kleine kans: 1/300 tot 1/3.000 per jaar

Amsterdam Amstelveen

Ouder-Amstel

De kans die 1 persoon op 1 locatie per jaar loopt om te maken te krijgen met een overAalsmeer stroming heet de plaatsgebonden overstromingskans. Deze kaart laat de plaatsgebonden overstromingskans voor 2050 zien waarbij een minimale waterdiepte van 0 cm optreedt, veroorzaakt door een doorbraak van een primaire of regionale waterkering. Bron: www.klimaateffectatlas.nl/nl

Overstromingen in Amsterdam kunnen optreden vanuit de Noordzee (via IJmuiden), de Lek, het Markermeer en de regionale watersystemen (Gemeente Amsterdam et al. 2012). Voor het watersysteem komen de limieten in zicht en er is weinig flexibiliteit over om extremen op te vangen.5 Diepe polders, zoals de Watergraafsmeer, zijn het meest kwetsbaar voor overstromingen. Desondanks is het bewustzijn voor overstromingsrisico’s zeer laag. De kans op een overstroming is door reeds getroffen

5 www.slimwatermanagement.nl/regio/regio-amsterdam-rijnkanaalnoordzeekanaal/toekomstbestendig-watersysteem

Weesp

De Ronde Venen

maatregelen klein, maar de gevolgen van een overstroming zijn groot. Als de waterkeringen of kunstwerken in de waterkering zoals sluizen, stuwen en inlaten falen of dijken doorbreken, wordt het openbare leven ontwricht. Grote delen van de stad kunnen in dat geval onder water komen te staan6. Een overstroming veroorzaakt grote economische schade en maatschappelijke ontwrichting. Het duurt vaak maanden tot jaren om de schade te herstellen, zo laat de overstroming van New Orleans in 2007 (door orkaan Katrina) zien.

6 www.klimaateffectatlas.nl

47

Inzet op overstromingsrisico’s: ook voor Amsterdam van belang

Overstromingsrisico’s voor Amsterdam Op basis van de interne risicodialogen met ambtelijke (expert-)vertegenwoordigers van de gemeentelijke organisatie en de waterschappen, is een inschatting gemaakt van de gevolgen van overstromingen voor Amsterdam.

Maatschappij/economie: •• Maatschappelijke ontwrichting en economische schade onder andere door uitval van vitale functies. •• Lange hersteltijden omdat het weken of maanden kan duren voordat het water weg is en het gebied begaanbaar is, waarna het daadwerkelijke herstel pas ingezet kan worden. •• Herstel van vitale functies is traag vanwege specifieke onderdelen met lange levertijden.

Overstromingsrisico’s lijken vooral een zorg voor de waterbeheerders. Die hebben de verantwoordelijkheid voor het op orde houden van de dijken. Strenge normen zorgen ervoor dat de overstromingskansen in Nederland zeer klein zijn. Zo klein dat we het ons bijna niet meer kunnen voorstellen dat een overstroming ooit kan optreden. Overstromingsrisico’s spelen daardoor een minimale rol in de ruimtelijke inrichting van Nederland. Na voorbeelden van overstromingen in het buitenland, zoals in New Orleans, is het besef gegroeid dat we niet alleen onze dijken op orde moeten houden, maar dat we er ook over moeten nadenken hoe een duurzame ruimtelijke inrichting in combinatie met een adequate crisisbeheersing kan bijdragen aan onze veiligheid door de gevolgen van een eventuele overstroming te beperken. Dit noemen we ook wel ‘meerlaagsveiligheid’ of ‘gevolgbeperking overstromingen’. Daarmee krijgen gemeenten, provincies en private partijen ook een rol in het zorgen voor waterveiligheid. In Amsterdam hebben we vanaf de introductie van deze benadering in diverse pilots (De Waterbestendige Stad (Gemeente Amsterdam et al. 2012), Zaan-IJoevers, Waterbestendig Westpoort (Gemeente Amsterdam et al. 2013;2017; Waternet)) de mogelijkheden voor onze regio onderzocht. Ook wisselen we intensief ervaringen

uit met andere steden. De pilots hebben aangetoond dat het bewustzijn over overstromingsrisico’s minimaal is waardoor deze onvoldoende worden meegenomen in de ruimtelijke inrichting en bij investeringsbeslissingen van bedrijven. Zeker voor vitale en kwetsbare infrastructuur zijn er veel verbetermogelijkheden. Door onderlinge afhankelijkheden bij vitale functies kan een overstroming al snel tot maatschappelijke ontwrichting leiden, wat het extra waardevol maakt om in te zetten op gevolgbeperking overstromingen. De diepe polders in Amsterdam, zoals de Watergraafsmeer en de Bijlmer, zijn het meest kwetsbaar. Er zijn al enkele goede voorbeelden van gevolgbeperking overstromingen. Het Equinix datacenter in de Watergraafsmeer heeft alle vitale functies hoger aangelegd (Volkskrant 2017) en de nieuwe afvalwaterzuivering in Weesp wordt waterrobuust aangelegd. De elektrische installaties worden op voldoende hoogte geplaatst, zodat het gemaal bij een overstroming blijft functioneren en zo ook een rol kan spelen in het leegpompen van de polder. De uitdaging is dat de kansen voor gevolgbeperking overstromingen niet tot enkele voorbeelden beperkt blijven, maar standaard worden meegenomen in de ruimtelijke inrichting. Ook bij de locatiekeuze voor vitale en kwetsbare functies, zoals datacentra, ziekenhuizen en de brandweer, moeten overstromingsrisico’s een rol spelen.

Infrastructuur/buitenruimte: •• Substantiële schades aan wegen, spoortaluds, gemalen, elektriciteitskasten, verhardingen, groen, beplanting etc.

Bebouwing: •• Substantiële schades aan woningen, winkelpanden, bedrijfspanden, kantoren, schoolgebouwen etc.

Netwerken: •• Ondergelopen straten, wegen en tunnels zorgen voor onbereikbaarheid van de stad of delen ervan, ook voor de nood- en hulpdiensten. •• Vitale functies als elektriciteit, telecommunicatie, stadswarmte, riolering etc. vallen door overstroming

uit. De uitval van vitale functies kan vervolgens doorwerken in de zogenaamde ‘keten’: uitval van vitale functies kunnen andere systemen ook doen uitvallen, zoals openbaar vervoer, ziekenhuizen en betalingsverkeer. Door zogenaamde ‘keteneffecten’ strekken de gevolgen van een overstroming zich vaak uit tot ver buiten het overstroomde gebied. •• Bij een geringe peilstijging op het Noordzeekanaal tot circa -0,15 meter ontstaan er in de binnenstad al problemen. Dit maakt het Noordzeekanaalboezem kwetsbaar en beperkt de flexibiliteit in toelaatbare peilstijging ervan.

Meer informatie Kaarten op klimaateffectenatlas: >www.klimaateffectatlas.nl Toekomstbestendig watersysteem Amsterdam Rijnkanaal/ Noordzeekanaalgebied: >www.slimwatermanagement.nl/regio/regio-amsterdamrijnkanaal-noordzeekanaal/toekomstbestendigwatersysteem

48

Samenhang opgave Overeenkomsten klimaatadaptatie-opgaven Er is samenhang tussen de opgaven als gevolg van de vier klimaatthema’s, maar er zijn ook verschillen. De samenhang en verschillen hebben consequenties voor het zoveel mogelijk klimaatbestendig maken van de stad als geheel, maar ook per gebied. Zo bemoeilijkt droogte de omgang met hitte, omdat er in tijden van droogte minder verdamping plaatsvindt. Hierdoor is er minder verkoeling, waardoor er (nog) meer vraag is naar water. Om de stad hittebestendig te maken moet er een link gelegd worden tussen droogteproblematiek en wateroverlast. Zo kan de bodem worden gebruikt als buffer om wateroverlast tegen te gaan en tegelijkertijd het opgeslagen regenwater te gebruiken in perioden van droogte en/of hitte. Het planten van bomen onder optimale groeicondities kan een goede optie zijn. Tegelijkertijd hebben we te maken met een steeds voller wordende ondergrond. Klimaatadaptieve maatregelen leggen een extra druk op die ondergrond: door bijvoorbeeld het planten van groen of het plaatsen van infiltratiekratten. Die ruimte is niet overal meer beschikbaar. Het is daarom nodig samen te werken met o.a. energieleveranciers om ervoor te zorgen dat bepaalde voorzieningen meerdere functies kunnen vervullen.

Verschillen klimaatadaptatie-opgaven Eén van de verschillen tussen de klimaatopgaven is het kennisniveau. Door het programma Rainproof is er binnen Amsterdam al veel kennis over extreme neerslag voor handen en is dus hiervoor het inzicht in de risico’s

en kansen al meer uitgewerkt. Ook op gebied van impact en mogelijkheden om de gevolgen te beperken van overstroming is al veel kennis, maar ontbreekt het aan bewustzijn en concrete actie. Op het gebied van hitte bestaat er juist een kennislacune, bijvoorbeeld op het gebied van binnentemperatuur. Ook over droogte leven nog vragen, doordat de impact van droogte erg verschilt per gebied en doordat er sprake is van een complexe samenhang. Zo heeft grondwateronderlast

gevolgen voor het groen en funderingen, maar ook voor netwerken (leidingen, wegen) door bodemdaling. Bovendien is het thema juridisch complex: funderingen en het grondwater onder de woning zijn de verantwoordelijkheid van de huiseigenaar, maar als het gaat om de openbare ruimte is het de zorgtaak van de gemeente. Terwijl het grondwater één systeem is: het zijn communicerende vaten.

49

Risicogebieden online inzichtelijk

Voor de wateroverlastopgave hebben via het programma Rainproof al diverse maatschappelijke dialogen plaatsgevonden, waardoor er veel draagvlak bestaat. De andere klimaatopgaven vergen meer afstemming met partners in de stad. Voor hitte, droogte en wateroverlast zijn dit voornamelijk partners binnen de gemeentelijke schaal, terwijl het voor het overstromingsrisico van belang is dat naast partners op gemeentelijk niveau de regio of zelfs het Rijk worden betrokken (denk aan Noordzee/IJmuiden, rivier de Lek, Markermeer, regionale watersystemen en gas- en elektriciteit netwerken).

Ruimtelijke verschillen De opgaven op het gebied van hitte, droogte, wateroverlast en overstromingsrisico komen niet overal in dezelfde mate voor in Amsterdam. Dit heeft met name te maken met de historische fases van de stedelijke ontwikkeling en de keuzes die daarin gemaakt zijn. Amsterdam is gevoelig voor overstromingen vanuit de Noordzee (IJmuiden), de Lek, het Markermeer en de regionale watersystemen (Gemeente Amsterdam et al. 2012). De laaggelegen gebieden (zoals de Watergraafsmeer) zijn het meest kwetsbaar. Als het gaat om droogte, zijn vooral gebieden met houten funderingen en funderingen op staal7 kwetsbaar. Amsterdam kent een groot gebied

7 Daar komt geen staal aan te pas: het woord komt van het OudGermaanse ‘stal’, wat ‘vaste plaats’ betekent. In de praktijk betekent funderen op staal dat muren direct (of hooguit met een paar balken ertussen) op de bodem rusten.

met houten paalfunderingen. Het meest kwetsbaar is de 19de eeuwse ring en de gordel 20-40. De binnenstad is robuuster aangelegd. Vanwege getijdewerking zijn de bovenkanten van de houten palen destijds dieper geplaatst, zodat ze bij laag water niet droog zouden vallen. Ook de bodemopbouw speelt een grote rol in het wel/ niet klimaatbestendig zijn van een gebied. Landelijk Noord, de landelijke delen van Nieuw-West en in de Amstelscheg kennen een specifieke opgave, doordat het veenweidegebied betreft. Voor deze gebieden is aansluiten bij de regionale aanpak bodemdaling van de provincie en de waterschappen logisch. Ook door verschillen in grond waarmee in de loop der jaren is opgehoogd, zijn gebieden verschillend gevoelig voor wateroverlast of droogte. De ruimtelijke verschillen in de hitte-opgave in de buitenruimte kunnen in tegenstelling tot de droogte-opgave per straat of zelfs per locatie in een straat verschillen. Hoeveelheid schaduw, ruimte en materiaalgebruik spelen hierbij een rol. Hitte in de binnenruimte heeft onder andere te maken met de isolatiewaarde, de vormgeving van de gevel (glas), de windrichting waarop het glas staat en het type dak (plat dak, zwart bitumen).

De stresstest voor extreme regenval heeft geleid tot de regenwaterknelpuntenkaart, online toegankelijk voor alle Amsterdammers via https://maps.amsterdam.nl. Het effect van klimaatstress (droogte, wateroverlast) op de grondwaterstand in de stad is hier ook voor het eind van het jaar beschikbaar. Om inzicht te krijgen in het hitteprobleem, heeft de Metropoolregio Amsterdam (MRA) een kaart ontwikkeld waarop de gevoelstemperatuur op een warme zomerdag in de MRA te zien is: www.mra.klimaatatlas.net. Daarnaast zijn plaatsgebonden overstromingsrisico’s te bekijken op www.klimaateffectatlas.nl. Tot slot heeft het waterschap Amstel, Gooi en Vecht het effect van klimaatstress op waterkwaliteit en wateroverlast vanuit het oppervlaktewater onderzocht. Deze informatie ontsluit het waterschap via https://agv.klimaatatlas. net. Alle kaarten zullen daarmee online toegankelijk zijn voor alle Amsterdammers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13525520/1