Strategie Klimaatadaptie Amsterdam.pdf
Tekst van het document
Strategie Klimaatadaptatie Amsterdam 4 februari 2020, Amsterdam
1
Voorwoord Klimaatverandering wordt steeds zichtbaarder in de stad. We hebben de afgelopen jaren veel voorbeelden kunnen zien van wateroverlast door hevige regenbuien, maar er is ook een toename te zien van hittegolven en van periodes van droogte. De zomer van 2018 zorgde met een extreem droge periode voor beelden van uitgedroogde parken met dorre grasvelden, dode bomen en struiken, die mij en veel Amsterdammers zorgen baarden.
Deze vormen van extreem weer hebben grote gevolgen voor ons dagelijkse leven. Huizen en wegen kunnen onder water komen te staan, of funderingen kunnen juist gaan rotten door een lage waterstand bij extreme droogte. Ook zijn er gezondheidsrisico’s voor jonge kinderen en ouderen bij hittegolven en kunnen wegen en bruggen beschadigd raken als het lang erg warm is. En ons groen en dieren hebben het zwaar te verduren bij wateroverlast en droogte. Klimaatverandering is een feit en we moeten er alles aan doen om te voorkomen dat het nog erger wordt. We moeten bewuster omgaan met wat de aarde ons biedt en vooral beseffen dat wij geen controle hebben over de natuur, maar er onderdeel van uitmaken. We moeten dus zorgen dat we onze stad klaar maken voor de veranderingen in het klimaat. De stad moet water afvoeren of opnemen, zodat het weer kan verdampen als het nodig is. Steden zoals Amsterdam scoren enorm hoog in onderzoeken naar hittestress: steen slaat warmte op en houdt dat vast. Waar er steeds meer huizen worden gebouwd en tuinen worden betegeld, neemt de hitte dus toe. Op warme dagen is het in grote steden wel 5 graden warmer dan daarbuiten. We moeten in actie komen, allemaal, waar het kan. De gemeente en projectontwikkelaars moeten zorgen voor
toekomst- en klimaatbestendige (nieuwe) wijken met voldoende groen en moeten samen met de landelijke overheid, waterschappen en provincies zorgen voor een waterveilige en robuuste stad; woningcorporaties moeten zorgen voor verduurzaming van de woningvoorraad, het bedrijfsleven voor het ontwikkelen van nieuwe technieken, en ook bewoners zelf kunnen hun eigen leefomgeving aanpassen om te zorgen voor meer waterberging en hitte- en droogtebestrijding. Volwassen bomen nemen wel 1.500 liter per dag op en verdampen water als het heet is, maar ook een groen dak of een groene gevel kunnen al een paar graden schelen in de opwarming van de stad. We zijn al gestart met prachtige vernieuwende projecten in de stad met blauwgroene daken of kunstgrasvelden die water kunnen opslaan. Maar ook veel verschillende buurtgerichte projecten die zorgen voor groene tuinen en pleintjes en die daarmee verstening tegengaan. Met deze strategie voor klimaatadaptatie wil ik zorgen voor samenhang en uitbreiding van dit soort projecten, zodat we samen deze grote opgave kunnen volbrengen en zorgen dat we klaar zijn voor het klimaat. Laurens Ivens Wethouder Openbare Ruimte en Groen 2
Samenvatting Het klimaat verandert.
Wat doen we nu al?
Al bijna 750 jaar is Amsterdam een stad waar geleefd en gewerkt wordt. Tijdens die 750 jaar heeft onze stad zich altijd aangepast aan de uitdagingen die de leefbaarheid van de stad op de proef stelde. Die uitdagingen blijven komen, nu en in de toekomst. Extremer weer is één van die uitdagingen. Als wereldbevolking putten we de aarde uit en langzaam maar zeker merken we de gevolgen hiervan. Volgens de KNMI’14-klimaatscenario’s moeten we in de toekomst rekening houden met hogere temperaturen, een sneller stijgende zeespiegel, nattere winters, heftigere buien en de kans op drogere zomers. We staan voor grote uitdagingen: hoe houden we onze stad leefbaar? Hoe gaan we om met zeespiegelstijging? Hoe zorgen we voor waterbuffering en meer groen in een steeds voller wordende ondergrond? De noodzaak om Amsterdam zo goed mogelijk voor te bereiden op klimaatverandering is groot, ook omdat klimaatverandering nu al gaande is. We werken vanuit de gemeente nu al samen met de waterschappen, het bedrijfsleven en maatschappelijke initiatieven aan het klimaatbestendig maken van Amsterdam, maar om goed voorbereid te zijn op het klimaat van de toekomst, is er meer nodig.
Er vinden al verschillende projecten plaats die bijdragen aan een klimaatbestendige stad. Zo zijn vanuit Rainproof allerlei projecten in de stad (publiek en privaat) afgerond om beter bestand te zijn tegen extreme regenbuien. Bij beheer- en onderhoudswerkzaamheden in de openbare ruimte neemt de gemeente het regenbestendigheidsprincipe mee: daar waar een verhoogde kans is op wateroverlast en -schade, wordt dit zogenaamde ‘regenwaterknelpunt’ versneld opgelost. Daarnaast bestaat er een noodprotocol Hoosbui; een draaiboek voor de crisis-organisatie van Waternet om bij extreme buien snel te kunnen handelen op meldingen. Ook aan het beperken van overstromingsrisico’s wordt gewerkt en de thema’s hitte en droogte krijgen meer aandacht. Zo wordt er volop geëxperimenteerd met groen-blauwe daken en projecten in de openbare ruimte. Daarnaast heeft de GGD een hitteplan om gezondheidsrisico’s te beperken. De gevolgen van klimaatverandering zijn de laatste jaren duidelijk voelbaar geworden. Gebeurtenissen zoals de hittegolven van 2018 en 2019 doen ons beseffen dat klimaatverandering, datgeen wat altijd ver weg leek, steeds dichterbij komt. Naar verwachting 3
zal het klimaat alleen maar sneller veranderen en worden de gevolgen alleen maar groter. In lijn met het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie is, op basis van reeds beschikbare stresstesten en gesprekken met ambtelijke vertegenwoordigers van de gemeentelijke organisatie en de waterschappen, een eerste inschatting gemaakt van de opgaven en risico’s voor Amsterdam, voor nu en in de toekomst. Hitte: door klimaatverandering neemt het aantal zomerse en tropische dagen toe. Hitte kan tot verschillende problemen leiden op het gebied van onder andere gezondheid, leefbaarheid, energievraag, arbeidsproductiviteit, biodiversiteit, infrastructuur zoals bruggen, netwerken waaronder elektriciteit, en de kwaliteit van het oppervlaktewater. Droogte: door neerslagtekort en verdamping ontstaat droogte. Droogte heeft verschillende risico’s, zoals schade aan het stedelijk groen en de ecologie, funderingsproblemen, veenoxidatie, afname (zwem)waterkwaliteit, verzilting, bodemdaling en daardoor mogelijk verzakkingen en beschadigingen aan leidingen en netwerkkabels. Wateroverlast: extreme buien kunnen het openbare leven flink beperken en hinderen, zeker als het water niet plaatselijk wordt vastgehouden, snel kan infiltreren of afvloeien. De risico’s zijn onder andere het onderlopen van straten met schade aan verharding en verslechterde bereikbaarheid tot gevolg; het afsterven van bomen en planten in
parken; schade aan kelders en gebouwen; uitval van vitale functies zoals de stroomvoorziening; afname van kwaliteit van het oppervlaktewater. Overstromingen: de kans op een overstroming is door reeds getroffen maatregelen klein, maar de gevolgen van een overstroming kunnen groot zijn. Te denken valt bijvoorbeeld aan maatschappelijke ontwrichting door onbereikbaarheid van de stad of delen ervan, ook voor de nood- en hulpdiensten; uitval van vitale functies; schade aan infrastructuur en bebouwing; lange hersteltijden; economische schade.
Wat willen we bereiken? Het is onze ambitie dat Amsterdam in 2050 zo goed mogelijk voorbereid is op het veranderende
klimaat. Klimaatadaptatie is essentieel om te zorgen dat Amsterdam in fysiek, sociaal en economisch opzicht waardevol blijft. Het is een kans om samen met alle Amsterdammers een belangrijke bijdrage aan een veilige, groene, leefbare en aantrekkelijke stad te leveren. Het streven is om klimaatadaptatie tot het ‘nieuwe normaal’ te maken; dit wil zeggen dat klimaatadaptatie als vanzelfsprekend wordt meegenomen in relevante ontwikkelingen en projecten in de stad. Het klimaatbestendiger en veerkrachtiger maken van onze stad vereist een nieuwe wijze van inrichten en beheren van de stad. Deze strategie is de eerste stap daartoe. Het streven is om beter bestand te zijn tegen hitte en in het bijzonder om schade en overlast veroorzaakt door hitte in zowel het fysieke als het sociale domein zoveel mogelijk te voorkomen en te beperken. Het streven is 4
om beter bestand te zijn tegen langdurige perioden van droogte en in het bijzonder om schade aan gebouwen, groen, infrastructuur, water en dijken zoveel mogelijk te voorkomen en overlast te beperken. Het streven is om schade en overlast door extreme regenbuien zoveel mogelijk te voorkomen en om regenwater tegelijkertijd te laten bijdragen aan een aantrekkelijke, comfortabele en leefbare stad. Het streven is om de kans op overstromingen in de stad te verkleinen, in aanvulling op de verantwoordelijkheden van- en in samenwerking met de andere bestuurslagen en -organen. Daarnaast streven we gevolgbeperking na bij een eventuele overstroming, zowel via de ruimtelijke inrichting als door middel van crisisbeheersing.
Wat is nog meer nodig? Om beter voorbereid te zijn op klimaatverandering, is het nodig om bestaande succesvolle (pilot) activiteiten op te schalen en te standaardiseren en nieuwe, innovatieve initiatieven te starten. Er zijn specifieke acties gekoppeld aan de vier klimaatopgaven nodig. Te denken valt aan het versneld aanpakken van de regenwaterknelpunten, toekomstbestendig beheer van de openbare ruimte en het koppelen van ruimtelijke adaptatie en crisisbeheersing. In aanvulling daarop is het nodig de volgende oplossingsrichtingen uit te werken. Structurele integratie in werkzaamheden en beheer: om klimaatadaptatie tot het nieuwe normaal te maken in relevante projecten en activiteiten, is een verandering van werkwijzen nodig. Zodra nieuwe informatie 1 2 3 4
5 6
beschikbaar is en nieuwe standaarden zijn vastgesteld, moeten deze in werkprocessen worden geïntegreerd. Samen en in gesprek met de stad: Iedereen in Amsterdam kan bijdragen aan het klimaatbestendig maken van de stad. We blijven koplopers actief betrekken, maar richten ons ook op de partijen die wel willen, maar ondersteuning en advies nodig hebben. Stimulering en ondersteuning van kansrijke projecten: om technische innovatie te stimuleren moeten pilotprojecten, die bepaalde klimaatadaptieve oplossingen of maatregelen in de praktijk toetsen, gestart en gesteund worden. Bij bestaande en lopende activiteiten moeten klimaatadaptieve maatregelen overwogen, zoveel mogelijk meegenomen en vervolgens gemonitord worden. Kennisdeling en communicatie: het is nodig om bewustwording over, en gezamenlijk eigenaarschap van, klimaatverandering en - adaptatie te creëren, door kennis over de risico's en kansen voor de stad te delen. Onderzoeken en monitoren: doordat niemand precies weet hoe het klimaat verandert, krijgen we steeds te maken met nieuwe informatie. Door een iteratieve aanpak te hanteren en deze steeds door te ontwikkelen, zorgen we ervoor dat we beter weten wat we kunnen verwachten en dat we beter weten hoe we daarop
moeten reageren. Naast het onderzoeken en monitoren van klimaatverandering, onderzoeken en monitoren we ook mogelijke oplossingen. In de uitvoeringsagenda volgt een nadere uitwerking, prioritering en fasering.
Wat betekent deze strategie? Met de strategie klimaatadaptatie zetten wij, de gemeente Amsterdam samen met de drie waterschappen Amstel, Gooi en Vecht, Hollands Noorderkwartier en Rijnland, een stip op de horizon voor een klimaatbestendige stad. Ons doel is om in 2050 zo goed mogelijk voorbereid te zijn op het veranderende klimaat. Hierbij hanteren we een iteratieve aanpak, zodat we nieuwe informatie over het veranderende klimaat kunnen verwerken en daarmee weten wat we kunnen verwachten en hoe we daarop moeten reageren. We stellen met deze strategie nog geen nieuwe plannen vast, maar het vormt wel de eerste stap hiertoe. Deze strategie is een opmaat voor het gesprek met de stad, want we kunnen het niet alleen. Klimaatadaptatie gaat de hele stad aan. Het is ons doel om in 2020 gezamenlijk een uitvoeringsagenda voor de komende jaren op te stellen met concrete plannen om Amsterdam klimaatbestendig te maken. Ondertussen blijven we doorwerken aan bestaande projecten, initiatieven en programma’s. De uitvoering van deze onderdelen gaat door, parallel aan het ontwikkelen van een brede aanpak.
5
Inhoud 1 Inleiding
7
5 Organisatie
31
1.1 Het klimaat verandert. Wat betekent dat voor Amsterdam?
8
6 Bronnenlijst
34
1.2 Wat betekent deze strategie?
9
1.3 Politieke, stedelijke en (inter)nationale context
10
1.4 Leeswijzer
11
Bijlagen
37
12
Bijlage I Context
38
Bijlage II Opgave voor de stad Opgave als gevolg van hitte Opgave als gevolg van droogte Opgave als gevolg van wateroverlast Opgave als gevolg van overstromingsrisico’s Samenhang opgave
39 40 43 45 47 49
2 Wat doen we nu al? 2.1 Kennis en ervaring per klimaatthema
13
2.2 Wat doen we op dit moment al per klimaatthema? 14 2.3 Amsterdam in actie
17
2.4 In beeld brengen van de opgave
18
3 Wat willen we bereiken?
21
3.1 Amsterdam zo goed mogelijk voorbereid in 2050 22 3.2 Wat streven we na per klimaatthema?
4 Wat is nog meer nodig?
23
24
4.1 Benodigde acties voor het creëren van het nieuwe normaal
25
4.2 Benodigde acties per klimaatthema
28
6
Inleiding 7
Klimaatscenario’s
1.1 Het klimaat verandert. Wat betekent dat voor Amsterdam? Al bijna 750 jaar is Amsterdam een stad waar geleefd en gewerkt wordt. Tijdens die 750 jaar heeft onze stad zich altijd aangepast aan de uitdagingen die de leefbaarheid van de stad op proef stelde. Die uitdagingen blijven komen, nu en in de toekomst.
Het KNMI heeft in 2018 een studie gedaan naar de gevolgen van extreem weer in de metropoolregio Amsterdam. Extreme neerslag komt nu al twee tot vijf keer zo vaak voor als in de jaren vijftig en zal in de toekomst nog vaker optreden: tot vijf keer zo vaak in 2050 en tot tien keer zo vaak in 2085 ten opzichte van de huidige situatie. Vaker dus, maar ook heviger. Soortgelijke analyses zijn ook te maken voor hittestress en droogte. De studie van het KNMI voor de metropoolregio Amsterdam is samengevat in een kort filmpje en is te zien via deze link: www.knmi.nl/overhet-knmi/nieuws/klimaatverandering-in-de-regioamsterdam. Het KNMI heeft aangekondigd rond 2023 met nieuwe informatie te komen over de gevolgen van extreem weer in Nederland op basis van het mondiale ‘assessment’-rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) dat in 2021 verwacht wordt.
Het klimaat verandert Extremer weer is één van die uitdagingen van nu en in de toekomst. Als wereldbevolking putten we de aarde uit en langzaam maar zeker merken we hiervan de gevolgen. Hogere temperaturen, een sneller stijgende zeespiegel, nattere winters, heftigere buien en kans op drogere zomers. Daar moeten we, volgens de KNMI’14klimaatscenario’s, in de toekomst in Nederland rekening mee houden. Ook het overstromingsrisico wordt steeds belangrijker om op te anticiperen (Gemeente Amsterdam et al. 2014, Deltares 2018 en 2019). De zeespiegel is in 130 jaar met 20cm gestegen (KNMI 2019) en de afgelopen vijf jaar waren de warmste ooit gemeten op aarde. Klimaatverandering is al gaande en daar kunnen we niet omheen. Uitgaande van het warmste KNMI-scenario zullen in Amsterdam maximumtemperaturen worden bereikt van 42 graden in 2050 en 43.4 graden in 2085. De nachten worden dan niet kouder dan 24.5 en 26 graden1.
1 Het Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions (AMS) heeft temperaturen die op de warmste dag van 2019 (40,4 graden Celsius) zijn gemeten vertaald naar 2050 en 2085 volgens de klimaatscenario’s van het KNMI.
Wolkbreuk 28 juli 2014 Tijdens de wolkbreuk op 28 juli 2014 viel er in korte tijd zoveel regen dat delen van de A10 werden afgesloten, vluchten op Schiphol werden geannuleerd en straten in grachten veranderden. Er kwamen honderden meldingen binnen bij Waternet en de brandweer over ondergelopen souterrains, woonkamers, stations en straten. Veel Amsterdammers hebben persoonlijk last gehad van deze extreme bui. Landelijk was er voor bijna 70 miljoen euro schade aan particuliere woonhuizen.
Voelbare gevolgen van klimaatverandering Door opwarming van de aarde zal de totale hoeveelheid neerslag in korte tijd toenemen en zullen we steeds vaker te maken krijgen met hevige piekbuien. De wolkbreuk van 28 juli 2014 is hier een voorbeeld van (zie kader). Het jaar 2018 was juist extreem droog en heet. Als gevolg van de droogte stierf in 2018 een groot deel van de jonge aanplant en in 2019 was de uitbraak van de eikenprocessierups heviger dan ooit. Tijdens de hittegolf eind juli 2019, waarbij de hoogste temperaturen ooit werden gemeten, overleden volgens
het CBS in Nederland zo’n 400 mensen meer dan in een gemiddelde zomerweek. Voor het koel houden van de stad en voor voldoende waterberging zijn de Amsterdamse stadsparken en straten met goed groeiende bomen belangrijk. Tegelijkertijd neemt de gebruiksdruk op parken toe, terwijl klimaatverandering op zich al een grote belasting vormt. Door steeds vaker voorkomende en hevigere piekbuien en door bodemdaling staan deze regelmatig blank. Dit is funest voor het groen (zie bijlage II voor meer informatie).
8
Sneller en heviger dan gedacht In de afgelopen jaren is steeds meer bekend geworden over klimaatverandering. We hebben dan ook niet stil gezeten. Er vinden al verschillende projecten plaats die bijdragen aan een klimaatbestendige stad. De gevolgen van klimaatverandering zijn echter de laatste jaren pas duidelijk voelbaar geworden. Het heeft de wereld, waaronder Amsterdam, enigszins overvallen. Gebeurtenissen zoals de hittegolven van 2018 en 2019 doen ons beseffen dat klimaatverandering, datgeen wat altijd ver weg leek, steeds dichterbij komt. Naar verwachting zal het klimaat alleen maar sneller veranderen en worden de gevolgen alleen maar groter. Daarom moeten we mee veranderen en Amsterdam hier goed op voorbereiden.
Niets doen is geen optie Hoewel de timing, reikwijdte en omvang van de gevolgen van de opwarming van de aarde onzeker blijven, zijn de potentiële risico’s aanzienlijk. Daarom moeten we de stad in de toekomst flexibel maken, zonder ons te binden aan een specifieke klimaatvoorspelling. Het is nodig ons voor te bereiden op zowel een geleidelijk veranderend klimaat, als ook op extreem weer en calamiteiten die hiermee gepaard kunnen gaan. Klimaatadaptatie moet als vanzelfsprekend in relevante projecten en activiteiten mee worden genomen. Zowel binnen de publieke, als de private ruimte. Goede kosten- en risicoafwegingen zijn hierbij essentieel. Als we de stad niet zouden aanpassen, en alleen zouden reageren via crisismanagement, zijn de risico’s voor de leefbaarheid en de economie van Amsterdam
binnen afzienbare tijd niet te overzien. Huizen kunnen verzakken en stroom, water- of hulpnetwerken kunnen uitvallen. Bewoners en bedrijven zijn dan op zichzelf aangewezen. Sommige Amsterdammers zullen hiertoe in staat zijn, anderen niet. Het risico bestaat dat ongelijkheid toeneemt en dat maatschappelijke ontwrichting dreigt. Het is daarom belangrijk om nu al maatregelen te gaan nemen voor het klimaat van de toekomst. Niets doen is geen optie.
klimaatadaptatie, nauw samenwerken en innovaties van derden en overige programma’s stimuleren en faciliteren. Door gezamenlijk in te zetten op klimaatadaptatie, dragen we niet alleen bij aan het veilig houden van Amsterdam en haar inwoners, maar tegelijkertijd ook aan het prettig bewoonbaar en leefbaar houden van onze stad. Klimaatadaptatie is daarmee een kans om onze stad groener en gezonder te maken.
Gedeelde verantwoordelijkheid Klimaatadaptatie is niet alleen de verantwoordelijkheid van de gemeente Amsterdam, maar ook van de waterschappen, de provincie, Rijkswaterstaat, het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en bewoners om voorbereidende maatregelen te treffen om de stad zo klimaatbestendig mogelijk te maken. Hiervoor moeten we prioriteit geven aan
Wat is klimaatadaptatie? Als gemeente Amsterdam zetten we ons in om onze bijdrage te leveren aan het tegengaan van klimaatverandering. Tegelijkertijd moeten we de stad ook voorbereiden op de onvermijdelijke gevolgen. Daarom is klimaatadaptatie onontkoombaar. Klimaatadaptatie is het aanpassen van samenlevingen en gebieden aan veranderingen in het klimaat, zodat de kwetsbaarheid hiervoor vermindert of er geprofiteerd wordt van de kansen die een veranderend klimaat biedt. Klimaatadaptatie is dus wat anders dan mitigatie: het gaat niet om het voorkomen van klimaatverandering, maar om het aanpassen aan klimaatverandering.
1.2 Wat betekent deze strategie? Met de strategie klimaatadaptatie zetten wij als gemeente Amsterdam samen met de drie waterschappen Amstel, Gooi en Vecht, Hollands Noorderkwartier en Rijnland een stip op de horizon voor een klimaatbestendige stad. Klimaatadaptatie is essentieel om te waarborgen dat Amsterdam in fysiek, sociaal en economisch opzicht waardevol blijft. Het is een kans om samen met alle Amsterdammers een belangrijke bijdrage aan een veilige, groene, leefbare en aantrekkelijke stad te leveren. We stellen met deze strategie nog geen nieuwe plannen vast, maar het vormt wel de eerste stap hiertoe. Op 28 mei 2019 heeft het College van Burgemeester en Wethouders de bestuursopdracht klimaatadaptatie vastgesteld, met als doel om een samenhangende en stadsbrede aanpak voor klimaatadaptatie in Amsterdam te ontwikkelen. De Amsterdamse strategie klimaatadaptatie is ontwikkeld in lijn met het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie en is de afronding 9
Amsterdam leeft al eeuwen met water Stadsuitbreidingen en waterbeheer gaan in Amsterdam al eeuwenlang samen. Dat moest ook wel, want de stad is niet op de meest gunstigste locatie gebouwd. Vanaf het moment dat de dam in de Amstel werd aangelegd, werden maatregelen genomen om wonen en werken in een moerasgebied mogelijk te maken. Toen in de zestiende eeuw huizen van baksteen in plaats van hout gebouwd werden, ging men op grote schaal palen van grenen- en vurenhout gebruiken om te zorgen dat ze niet wegzakten. In de 17de eeuw werd de grachtengordel aangelegd, om de grote bevolkingsgroei aan te kunnen. De slappe ondergrond vereiste dat deze uitbreiding volgens een integraal plan werd aangepakt. Er werd land opgehoogd, er werden grachten en sloten gegraven voor de ontwatering en daarnaast werden dijken, molens en sluizen gebouwd om de waterhuishouding op orde te houden. In de 19de eeuw kwam er een einde aan eb en vloed in de grachten door de aanleg van de Oranjesluizen. De stadsuitbreiding in die periode werd uitgevoerd met weinig groen en water. Aan ophoging werd wel gedacht, maar het materiaal dat gebruikt werd bestond uit puin en huisafval. Door de goedkope manier van bouwen en
van de eerste van drie fasen. Amsterdam vormt een werkregio ruimtelijke adaptatie, waarin de overheden samen vorm geven aan de afspraken uit het Deltaplan. De strategie is een afronding van de eerste fase waarin kwetsbaarheden en risico’s in kaart zijn gebracht voor de thema’s hitte, droogte, wateroverlast en overstroming. Door middel van stresstesten en interne (expert) gesprekken hebben we een eerste inschatting gemaakt van de risico’s van bovengenoemde vier klimaatthema’s voor nu en in de toekomst voor Amsterdam. In de tweede fase gaan we in gesprek met de stad in de vorm van risicodialogen. Hierbij zullen we samen met verschillende partners in de stad prioriteiten bepalen en de mate van kennis, inzicht en overzicht verder uitbouwen. Met de opbrengst zullen we in 2020 gezamenlijk de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie opstellen, waarin concrete plannen worden opgenomen voor de komende jaren. Tot slot start in fase 3 de
uitvoeringsfase: klimaatadaptatie wordt op basis van de uitvoeringsagenda concreet doorgevoerd in projecten en activiteiten. Ondertussen blijven we doorwerken aan bestaande projecten, initiatieven en programma’s. Dat betekent dat de uitvoering van deze onderdelen doorgaat, parallel aan het ontwikkelen van een brede aanpak. In het vervolg op deze strategie willen we bepalen wanneer we vinden dat Amsterdam het goed doet als het gaat om klimaatadaptatie. Deze vraag zullen we ons als stad in de toekomst vaker stellen, al naar gelang de omstandigheden veranderen.
ophogen verzakten op verschillende plekken de woningen nog voordat ze bewoond waren. Integrale ophoging (bij nieuwbouw) door de gemeente vond pas plaats na de invoering van het erfpachtstelsel in 1896. Aanvankelijk gebeurde dit met baggerspecie, zoals in de Vogelbuurt en de Van der Pekbuurt, maar vanaf circa 1925 werd voor onder andere de aanleg van de Rivierenbuurt schoon zand zonder klei en slib gebruikt. Halverwege de 20ste eeuw werden nieuwe woongebieden aangelegd volgens het Algemeen Uitbreidingsplan aan de west- en zuidkant van de stad. De dreiging van overstroming vanuit de zee was destijds door de aanleg van de Afsluitdijk en de sluizen bij IJmuiden zodanig klein geworden dat de eisen aan ophogen flink werden teruggeschroefd. We profiteren nog steeds van de investeringen die de afgelopen 700 jaar zijn gedaan in de waterrobuustheid van de stad, zoals de ophoging van de binnenstad. Besparingen uit het verleden door minder ophoging of slechter materiaal en minder goede afwatering zorgen in delen van de stad voor extra opgaven nu het klimaat verandert (Van Baaren, 2010).
1.3 P olitieke, stedelijke en (inter)nationale context Bij het toewerken naar een klimaatbestendige stad dient rekening te worden gehouden met een aantal maatschappelijke transities en trends die Amsterdam voor grote opgaven stelt de komende decennia. Te denken valt aan het groeiend aantal inwoners, het groeiend aantal toeristen, en ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit, de energietransitie en circulaire economie. Meer informatie hierover is opgenomen in bijlage I.
Klimaatadaptatie gaat de hele stad aan. Extreem weer treft iedereen. Bovendien bestaat ongeveer de helft van het grondgebied van de stad uit privaat terrein. Daarmee is klimaatadaptatie zowel een publieke als private opgave. 10
Omgevingsvisie Op 1 januari 2021 treedt de Omgevingswet in werking. Rijk, provincies en gemeenten stellen ieder een omgevingsvisie op: een strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie heeft betrekking op alle terreinen van de leefomgeving. Een omgevingsvisie gaat in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. Daarbij worden het beleid en de aanpak vernieuwd, zodat er meer samenhang ontstaat. Het toenemende toerisme, verdere verstedelijking en de daarmee gepaard gaande druk op de openbare ruimte hebben invloed op de stad van de toekomst. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Klimaatadaptatie is in de NOVI opgenomen als één van de vijf grootste opgaven (www.denationaleomgevingsvisie.nl). Amsterdam werkt op dit moment aan een omgevingsvisie. Het streven is om de gevolgen van het veranderende klimaat mee te nemen in een toekomstbeeld van de stad Amsterdam. Het veranderende klimaat heeft impact op álle onderdelen; op het fysieke, maar ook op het sociale en economische domein.
Landelijk is het veranderende klimaat aanleiding geweest om bestuurlijke afspraken te maken in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (IenW & EZ, 2017). Deze zijn opgenomen in het Deltaprogramma 2018, dat op Prinsjesdag 2017 is verschenen als onderdeel van de miljoenennota. De afspraken zetten in op versnelling en intensivering van ruimtelijke adaptatie op lokaal en regionaal niveau, omdat de urgentie van klimaatadaptatie steeds meer groeit. De afspraken zijn door het huidige kabinet, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Unie van Waterschappen en het Interprovinciaal Overleg (IPO) eind 2018 bekrachtigd met een bestuursakkoord in de context van het Interbestuurlijk Programma. Belangrijk hierbij is dat er geen landelijke norm of
ambitie voor klimaatadaptatie komt, maar dat lokale overheden en hun maatschappelijke partners voor eind 2020 moeten besluiten over hun ambitie: in hoeverre worden klimaateffecten geaccepteerd en wie neemt welke maatregelen. Extra financiële middelen in het bestuursakkoord zijn gekoppeld aan de mate waarop lokale overheden invulling geven aan de afspraken uit het landelijk bestuursakkoord. Ook internationaal is klimaatadaptatie een belangrijk onderwerp. Als hoofdstad van Nederland werkt Amsterdam nauw samen met andere steden en gemeenten. Daarnaast wordt er in oktober 2020 in Amsterdam een mondiale top georganiseerd, waarin het onderwerp klimaatadaptatie centraal staat. Amsterdam heeft landelijke afspraken gemaakt en neemt deel aan internationale samenwerkingsverbanden zoals de C40 (Cities Climate Leadership Group).
1.4 Leeswijzer In dit eerste hoofdstuk is toegelicht waarom we aan het werk moeten om Amsterdam klimaatbestendiger te maken en leest u over de Amsterdamse en (inter) nationale context. In hoofdstuk 2 is beschreven wat we al doen aan klimaatadaptatie in Amsterdam en worden een aantal voorbeeldprojecten uitgelicht. In hoofdstuk 3 wordt de ambitie voor klimaatadaptatie beschreven en wordt per klimaatthema benoemd welk doel we nastreven op basis van de stresstesten en interne (expert)gesprekken. In hoofdstuk 4 is per thema beschreven wat er nog nodig is om zoveel mogelijk hitte-, droogte-, regen- en overstromingsbestendig te worden en in hoofdstuk 5 staat hoe we dat willen organiseren. Meer achtergrondinformatie over de opgave waar we voor staan vindt u in bijlage II.
11
Wat doen we nu al? 12
Rainproof
In Amsterdam gebeurt al veel om de stad klimaatbestendiger te maken. Er lopen verschillende projecten en initiatieven die bijdragen aan een klimaatbestendiger Amsterdam. Zo wordt er in de openbare ruimte gewerkt aan het verkennen van een 'nieuwe normaal' en het ontwikkelen van standaarden en werkwijzen, samen met kennisinstellingen en marktpartijen. Ook zijn in het dagelijks beheer aanpassingen gedaan, waarvoor wordt samengewerkt met partners en medeoverheden. In dit hoofdstuk volgt een toelichting hierop.
2.1 Kennis en ervaring per klimaatthema Voor sommige klimaatthema’s loopt Amsterdam voorop, voor andere is nog veel werk te verzetten. Als het bijvoorbeeld gaat om het regenbestendig maken van de stad, zijn we al goed op weg. In 2014 is het programma Amsterdam Rainproof gestart, waarmee een breed netwerk is opgebouwd (zie kader). Bij beheer- en onderhoudswerkzaamheden in de openbare ruimte neemt de gemeente het regenbestendigheidsprincipe mee. Daar waar een verhoogde kans is op wateroverlast en -schade, wordt dit zogenaamde ‘regenwaterknelpunt’ versneld opgelost. Daarnaast bestaat er een noodprotocol Hoosbui; een draaiboek voor de crisis-organisatie van Waternet om bij extreme buien snel te kunnen handelen op meldingen.
Amsterdam Rainproof is een netwerkaanpak van meer dan 90 partijen in de stad. Het gezamenlijk doel is om Amsterdam beter bestand te maken tegen steeds vaker voorkomende hoosbuien. En daarbij geldt: elke druppel telt. Zowel in de openbare ruimte als op privaat terrein. In het netwerk geïnitieerd door Waternet en de gemeente, zitten ondernemers, woningcorporaties, lokale groen initiatieven, kennisinstellingen, hoveniers, Amsterdammers en nog vele andere partijen. Het netwerk brengt beleid, praktijk en kennis bij elkaar; die wisselwerking zorgt voor innovatie en diversiteit. Zo vinden bijvoorbeeld tuinacties plaats waarbij woningcorporaties met tuincentra en vrijwilligersorganisaties tuinen onttegelen en bewoners op een laagdrempelige manier motiveren om met groen aan de slag te gaan.
het ontwerp moet regenbestendig zijn, maar ook de communicatie en het meenemen van de buurt over de nieuwe inrichting is van groot belang. De aanpak van de knelpunten in de Rivieren- en Bellamybuurt is hier een voorbeeld van. In de Bellamybuurt was de riolering en de openbare ruimte verouderd en moest daarom worden vernieuwd. De buurt is een van de laagstgelegen gebieden in Amsterdam en heeft veel hoogteverschillen. Als het hard regent, ontstaat er veel wateroverlast. Bij de nieuwe inrichting is de gehele buurt aangepakt. Er zijn verschillende maatregelen genomen om de kwetsbare plekken te ontlasten en het overtollige regenwater tijdelijk een plek te geven. Zo wordt door drempels het regenwater richting het Bellamyplein geleid, waar het in verlaagde groenstroken tijdelijk wordt vastgehouden.
In de openbare ruimte is Rainproof betrokken bij het oplossen van waterknelpunten. Bij de herinrichting van die knelpunten zitten vele aspecten. De techniek en
Verder worden Rainproof coaches ingezet om bewoners en eigenaren te adviseren over hoe ze hun eigen perceel klimaatadapatief kunnen maken.
Ook aan het beperken van de overstromingsrisico’s wordt al lange tijd gewerkt door de waterschappen. Zij werken van oudsher aan het op orde houden van de dijken, waardoor de kans op overstromingen in Nederland klein is. In Amsterdam is de afgelopen jaren in diverse pilots ervaring opgedaan om aanvullend daarop te kijken naar de mogelijkheden om de gevolgen van overstromingen, als deze zich in uitzonderlijke gevallen toch voordoen, te beperken door middel van een duurzame ruimtelijke inrichting en adequate crisisbeheersing (Gemeente Amsterdam et. al 2012; 2013; 2014; 2017, De Urbanisten 2012).
Voorbeelden hiervan zijn slimme locatiekeuzes voor vitale functies en het waterbestendig aanleggen van vitale infrastructuur bij nieuwe ontwikkelingen en nieuwe aanleg van netwerken in het kader van de energietransitie. Lange tijd heeft de nadruk gelegen op het omgaan met wateroverlast en in mindere mate op de thema’s hitte en droogte, waardoor de kennis en implementatie van deze thema’s achterloopt. Voor de ontwikkeling van voorliggende strategie is er een begin gemaakt met het ontwikkelen van kennis op het gebied van hitte en droogte.
Op basis van de pilots heeft Amsterdam ervoor gekozen om deze ‘gevolgbeperking overstromingen’ vooral te richten op vitale en kwetsbare infrastructuur, zoals elektriciteitsvoorziening, telecommunicatie, ziekenhuizen etc. Het is belangrijk om het bewustzijn over overstromingsrisico’s te vergroten en duidelijkheid te creëren in rollen en verantwoordelijkheden. 13
Binnentuin “I can change the world with my two hands” Een in onbruik geraakte speeltuin in AmsterdamWest is op initiatief van een bewoonster omgetoverd tot een groene eetbare oase en ontmoetingsplek waar buurtbewoners inspiratie vinden op het gebied van lokale voedselproductie, lokaal composteren en regenwateropvang. Regenwater van omliggende daken wordt opgevangen en tijdelijk opgeslagen in grote regencontainers en infiltratiekratten. Via druppelleidingen krijgen de groentegewassen hieruit een continue aanvoer van water. Deze containers zijn goed voor maar liefst 50.000 liter regenwater per seizoen. Dit initiatief is een goed voorbeeld hoe Rainproof werken bijdraagt aan verminderen van droogte.
2.2 Wat doen we op dit moment al per klimaatthema? Hitte Op het gebied van het omgaan met, en voorbereiden op, hitte werken we onder andere al aan: •• Het vergaren van kennis over de effecten van hitte op mensen, flora, fauna en infrastructuur en over ontwerpoplossingen. We moeten nog wel extra inzetten op het beleggen en verspreiden van deze kennis binnen de gemeente.
•• Het verbeteren van de kwaliteit van parken om beter om te kunnen gaan met extreme weersomstandigheden en drukte, bijvoorbeeld door het verbeteren van de groeiplaatsomstandigheden van de bomen. •• Het aanpakken van vervuilingsbronnen voor het oppervlaktewater. •• Het vergroten van het aantal tapwaterpunten en waterspeelplaatsen. •• Een hitte- en droogteplan voor het groen, verhardingen en civiele constructies in de stad, zoals bruggen. Hierin zijn kortetermijnmaatregelen benoemd om de negatieve gevolgen van droogte en hitte te beperken. Eén van de acties is het in beeld brengen van risicobomen en -beplanting en het extra
water geven hiervan. Voor het koelen van bruggen tijdens hete dagen bestaat een apart hitte-draaiboek. •• Communicatie in periodes van hitte primair gericht op kwetsbare mensen middels het GGD hitteplan om gezondheidsrisico’s te beperken. •• Communicatie over gezondheid in de fysieke leefomgeving (waaronder schaduw, groen en waterberging) en bij evenementen waar hitte of waterkwaliteit een rol speelt, zoals de Dam tot Damloop of de City Swim.
14
Hemelwaterverordening De gemeente heeft wettelijk de zorg om afvloeiend hemelwater te verwerken. In het door de gemeenteraad aangenomen Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam (GRP) 2016-2021 staat hoe de gemeente Amsterdam deze verantwoordelijkheid invult. Voor hemelwater zijn daarin de uitgangspunten onder andere:
Droogte Op het gebied van het omgaan met, en voorbereiden op, droogte werken we onder andere al aan: •• Het verkrijgen van inzicht in de gevolgen van langdurige periodes van droogte voor het grondgebied van Amsterdam. Er is een start gemaakt met aanvullende stresstesten voor de invloed van lage grondwaterstanden tijdens droogte voor groen en funderingen. •• Het opschalen van succesvolle innovatieve oplossingen in de private en publieke ruimte (zoals RESILIO, een voorbeeld van opschaling van het project Smart Roof 2.0. Voor meer informatie, zie paragraaf 2.3). •• Het aanpassen van beplanting op bodemgesteldheid door middel van een groenplan met hierin gebiedspecifieke en robuuste beplanting. •• Diversiteit van beplanting om risico op uitval tijdens periodes van droogte te verlagen. •• Lokaal actieve grondwater-aanvulling in de openbare ruimte. •• Regenwater lokaal vasthouden en hergebruiken.
Wateroverlast Om schade en overlast door extreme regenbuien zoveel mogelijk te voorkomen en om regenwater tegelijkertijd te laten
•• de perceeleigenaar is in principe zelf verantwoordelijk voor de verwerking van hemelwater op eigen terrein; •• hemelwatergebruik heeft de voorkeur boven direct lozen; •• de gemeente houdt bij de inrichting van de openbare ruimte rekening met het tijdelijk opvangen van extreme buien. In het GRP is de ambitie geformuleerd dat de stad, op zowel privaat als publiek terrein, in 2020 een bui van 60 mm per uur kan verwerken zonder schade aan huizen en
bijdragen aan een aantrekkelijke, comfortabele en leefbare stad, werken we nu onder andere al aan: •• Het zoveel mogelijk opvangen en vasthouden van het regenwater waar het valt, het regenwater hergebruiken of tijdelijk een plek geven en dan vertraagd afvoeren naar bodem, oppervlaktewater of het riool. •• Het zo goed mogelijk benutten van vastgehouden en opgeslagen regenwater voor vergroening, verkoeling en aanvulling van grondwater. En daarmee het tegen gaan van negatieve effecten van hitte en droogte. •• Regenbestendig inrichten: bij alle fysieke veranderingen in de stad (dak, tuin, park, straat, riolering en plein) is regenbestendigheid de standaard. De ambitie van de gemeente is dat de stad (zowel de openbare als de private ruimte) een bui van 60 mm in een uur kan verwerken zonder dat er schade ontstaat aan huizen en vitale infrastructuur. Deze ambitie is opgenomen in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2021. •• Regenbestendigheid (tijdelijke waterberging én aandacht voor drempels en vloerpeil) bij
vitale infrastructuur. De gemeente is gehouden aan haar eigen vastgestelde beleidsambities. Het GRP is echter niet afdwingbaar op particulier terrein. Daartoe zijn aanvullende regels nodig en hiervoor is een hemelwaterverordening in voorbereiding. De kern van de Hemelwaterverordening is: •• Om wateroverlast en waterschade bij extreme regenbuien tegen te gaan, wordt bij nieuwe bouwwerken verplicht het hemelwater op eigen perceel te bergen; •• Daarbij dient minimaal 60 liter hemelwater te worden opgevangen per m2 bebouwd oppervlak en dient deze hoeveelheid hemelwater binnen 60 uur weer te worden afgevoerd met een maximum lozing op het riool van 1 liter per m2 bebouwd oppervlak; •• Uitzonderingen zijn gemaakt voor hergebruiksystemen, centraal bestuurde systemen en vergunningsvrije bouwwerken.
gebiedsontwikkeling en nieuwbouw. Het vormt een uitgangspunt vanaf de initiatiefase, ook voor de ontwikkelende partijen. Er is een hemelwaterverordening in voorbereiding om waterberging en -vertraging te verplichten voor alle nieuwe bouwwerken (zie kader). •• Het versterken en uitbouwen van de Rainproofnetwerkaanpak om zo alle partijen die invloed hebben op de regenbestendige stad te verbinden, faciliteren en activeren. •• Het stimuleren van particulieren, woningbouw corporaties en bedrijven om regenwater vast te houden op eigen terrein, zoals ontharden en vergroenen. •• Het stroomlijnen van waterafvoer in Amsterdam van Waterschap AGV: tussen de Amstel en het gemaal Zeeburg worden vijf bruggen aangepast om de waterafvoer te verbeteren, zodat het peil in de Amstel, de grachten en in de gebieden ten zuiden van de stad in natte perioden niet te hoog wordt.
15
Waterveiligheid Om de kans op overstromingen in de stad te verkleinen en de gevolgen in het geval van een overstroming te beperken, werken we, in aanvulling op de verantwoordelijkheden van de andere bestuurslagen en -organen, onder andere al aan: •• Het inspecteren, onderhouden en eventueel vervangen van kunstwerken in de waterkeringen, zoals sluizen, stuwen en inlaten. •• Het zoveel mogelijk voorkomen van uitval van de riolering, drinkwater en oppervlaktewaterbeheer als gevolg van extreem weer of overstromingen, voor zover dat mogelijk is tegen redelijke kosten. Anders wordt tenminste de schade aan de assets en de hersteltijd beperkt. •• Het inzetten op klimaatadaptatie in MRA-verband (Metropoolregio Amsterdam). De Adaptatiestrategie Waterbestendig Westpoort heeft daarin onder andere een vervolg gekregen in het onderdeel ‘klimaatbestendige vitale en kwetsbare infrastructuur’ onder regie van de provincie. Ook wordt hierbij een link gelegd tussen klimaatadaptatie en de grote woningbouwopgave in de MRA.
16
2.3 Amsterdam in actie Naast de bovengenoemde werkzaamheden per klimaat thema worden er verschillende projecten uitgevoerd in de stad om Amsterdam klimaatbestendiger te maken. In deze paragraaf worden een aantal voorbeelden van lopende projecten en initiatieven genoemd.
Topconsortia voor Kennis en Innovatie: City Sports Het Marineterrein en het sportpark Laan van Spartaan kennen sinds 2019 een natuurlijk gekoeld kunstgrasveld, waardoor zelfs wanneer het heel warm is, erop gesport kan worden. Normale kunstgrasvelden zijn bij hoge temperaturen niet prettig en kunnen bij zeer hoge temperaturen zelfs gevaarlijk zijn om op te sporten. Een natuurlijk gekoeld kunstgrasveld blijft door de verdamping van regenwater koel bij zeer hoge temperaturen en is ook bespeelbaar bij zware regenval. Zonder complexe sproei-installaties of energie te gebruiken wordt zo door het opvangen en opslaan van regenwater het waterprobleem van de stad omgezet in een oplossing die de gezondheid en prestatie van sporters bevordert. Het project CitySports draagt bij aan stedelijke verkoeling, circulair materiaal- en regenwatergebruik.
Groenvisie Amsterdam heeft een sterke groentraditie. Denk aan de bomenrijen langs de grachten, uit de 17e eeuw. Of aan de scheggen, de grote groengebieden die als vingers in de stad steken. De gemeente legde deze groenstructuur in 1934 vast in het Algemeen Uitbreidingsplan. Met maximaal 15 minuten fietsen kunnen alle Amsterdammers in één van die groengebieden zijn. Om groen in de stad structureel in plannen te blijven opnemen wordt er een stedelijke visie op het groen ontwikkeld. Het doel is een leefbare stad voor mens en dier. In de groenvisie wordt een toekomstbeeld geschetst met een robuuste groenstructuur en met een uitvoeringsagenda voor de komende jaren. Op alle niveaus: van kavel tot scheg. De groenvisie is een van de bouwstenen voor de Omgevingsvisie Amsterdam 2050.
Tuinacties
Slimme blauw-groene daken: Smart Roof & RESILIO Blauw-groene daken geven verkoeling, bieden waterberging en dragen bij aan meer biodiversiteit. Onder een laag van planten op het dak wordt extra regenwater opgevangen. Weer-, water-, dak- en gebruikersdata worden slim gecombineerd, zodat water op wijkniveau kan worden vastgehouden of geloosd op basis van de weersvoorspellingen. Onder leiding van wateronderzoeksinstituut KWR wordt voor Project Smartroof 2.0 met hoogwaardige sensoren de exacte verdamping en energie balans van een dergelijk blauw-groen dak gemeten om daarmee inzicht te krijgen in de verkoelende capaciteit van blauw-groene daken in steden. Tegelijkertijd wordt voor het RESILIOonderzoeksproject gedurende drie jaar alvast 8.000 M2 dak van woningcorporaties getransformeerd in slimme blauw-groene daken. Door deze daken met elkaar te verbinden in een netwerk ontstaat er een nieuwe vorm van watermanagement. De aanleg van het eerste dak start in januari 2020 op een complex van woningcorporatie De Key in Kattenburg.
Amsterdam Rainproof organiseert in samenwerking met de stadsdelen, woningcorporaties, stichting Present, Sociaal tuinieren en tuincentra tuinacties om tuinen te onttegelen en te vergroenen. Hierdoor kan het regenwater beter de bodem in zakken en het grondwater aanvullen. Als regenwater op beplante grond valt in plaats van op tegels, gaat het direct de grond in en hoeft het niet via het riool afgevoerd te worden. Dit helpt wateroverlast te beperken bij heftige regenbuien. Ook biedt het weghalen van tegels meer ruimte aan flora en fauna en natuurlijk het bodemleven. Inheemse vaste planten die op de bodem afgestemd zijn, hebben minder water nodig. Bodembedekkers beschermen de bodem tegen uitdroging en bieden voedsel voor vogels, vlinders, bijen en insecten. Hierdoor verbetert de biodiversiteit. Het groen houdt bovendien de tuin koeler op hete zomerse dagen. In 2019 waren er tuinacties in Zuidoost, in Amsteldorp en in de Jordaan. Om bewoners te ondersteunen bij het onttegelen van hun tuin wordt een tegelservice opgezet. Met deze service worden tegels bij de voordeur opgehaald op afspraak. In 2020 volgt een eerste pilot.
< Amsterdamse voetbaljeugd is blij met het gekoelde kunstgrasveld. (september 2019)
17
richting de 401. Op tropische dagen is de stad een stedelijk hitte-eiland. Metingen en studies wijzen uit dat de temperaturen dan met circa 12 graden kunnen verschillen tussen stad en buitengebied (TNO, 2011). Het zogenoemde hitte-eiland kan leiden tot hittestress. Bij hittestress kan het lichaam zichzelf niet goed afkoelen. Dat kan verschillende gevolgen hebben: huiduitslag, krampen, oververmoeidheid, beroertes, nierfalen en ademhalingsproblemen. In het ergste geval kun je eraan overlijden. Dit zijn fysiologische gevolgen, hitte kan daarnaast ook invloed hebben op het menselijk gedrag (bijvoorbeeld agressiviteit) en op slaapkwaliteit (RIVM, 2019).
2.4 In beeld brengen van de opgave In de afgelopen jaren is steeds meer bekend geworden over klimaatverandering en de gevolgen worden steeds meer voelbaar. Op 28 mei 2019 heeft het College van Burgemeester en Wethouders de bestuursopdracht klimaatadaptatie vastgesteld, met als doel om een samenhangende en stadsbrede aanpak voor klimaatadaptatie in Amsterdam te ontwikkelen. In lijn met het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is de opgave voor de stad in beeld gebracht voor de volgende vier klimaatthema’s: hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen. Deze thema’s hebben elk individueel specifieke risico’s voor de stad, maar ook
is er onderlinge samenhang. De weersextremen vinden niet in isolement plaats en de daarmee gepaard gaande risico’s kunnen elkaar versterken. Op basis van reeds beschikbare stresstesten en gesprekken met ambtelijke vertegenwoordigers van de gemeentelijke organisatie en de waterschappen is een eerste inschatting gemaakt van de opgaven en risico’s voor Amsterdam, voor nu en in de toekomst. De kaarten en de geïdentificeerde risico’s zijn per thema te raadplegen in bijlage II. Hier is de opgave voor de stad samengevat.
Hitte In het huidige klimaat worden gemiddeld 20 zomerse dagen gemeten in de regio Amsterdam. In 2085 zal dit aantal oplopen
Naast de gezondheidsrisico’s, kan hitte tot problemen leiden op het gebied van onder andere arbeidsproductiviteit (bijv. door afname comfort in gebouwen), de openbare ruimte (bijv. door schade aan stedelijk groen), netwerken (bijv. beweegbaarheid van bruggen en oververhitting van elektriciteitsnetwerken) en de afname van waterkwaliteit (bijv. door opwarming van het oppervlaktewater). Meer informatie over de opgave als gevolg van hitte is te vinden in bijlage II.
Droogte Als er langere tijd minder regen valt dan normaal en er tegelijkertijd veel verdamping plaatsvindt, spreken we van droogte. In Nederland wordt droogte gemonitord door het KNMI aan de hand van het potentiële neerslagtekort (KNMI, 2018). De zomer van 2018 1O p basis van meetstation op Schiphol: http://klimaatverandering-mra.vormgeving.com
18
behoorde tot de vijf procent droogste zomers sinds het begin van de vorige eeuw. Het neerslagtekort was groter dan in de meeste andere jaren. Bovendien verdampte er veel meer water dan erbij kwam door regen. Daardoor was er weinig water in de bovenste laag van de bodem. De grondwaterstand in Amsterdam was extreem laag. Droogte kent een aantal risico’s, zoals schade aan het stedelijk groen en de ecologie, funderingsproblemen, veenoxidatie, een afname van de (zwem)waterkwaliteit, verzilting, bodemdaling en daardoor mogelijk verzakkingen en beschadigingen aan leidingen en netwerkkabels. Tegelijkertijd is er behoefte aan meer kennis en bewustzijn over de problematiek op maatschappelijk en professioneel niveau. Ook is van veel mogelijke maatregelen nog niet duidelijk of ze de problematiek oplossen. Meer informatie over de opgave als gevolg van droogte is te vinden in bijlage II.
Wateroverlast Regen hoort bij Amsterdam. De laatste jaren zien we echter een trend van steeds vaker en voornamelijk zomerse buien, waarbij in een korte tijd heel veel regen valt met een hoge intensiteit. De kans op extreme buien verdubbelt richting 2050 (bron: KNMI2). De regenknelpuntenkaart laat zien op welke plekken in Amsterdam een hoge kans bestaat op wateroverlast en schade als het extreem hard regent (zie bijlage II).
2 www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/extreme-neerslag
De stad is nog onvoldoende in staat om extreme buien te verwerken. De hoeveelheid regenwater dat kan worden afgevoerd en tijdelijk geborgen bepaalt de kans op wateroverlast en schade. Dit is afhankelijk van zowel de riolering, als de inrichting van de openbare en private ruimte. Het rioolstelsel is niet ontworpen en aangelegd om extreem grote hoeveelheid water in korte tijd af te voeren. En tegelijk is de stad niet ingericht om dan het overtollige regenwater tijdelijk op te vangen. De mate van verharding is een andere factor die van grote invloed is; hoe meer verharding des te minder water de bodem kan infiltreren en des te groter de potentiele schade. Extreme buien kunnen het openbare leven flink beperken en hinderen, zeker als het water niet plaatselijk wordt vastgehouden,
snel kan infiltreren of afvloeien. De risico’s zijn onder andere het onderlopen van straten met schade aan verharding en verslechterde bereikbaarheid tot gevolg, het afsterven van bomen en planten in parken, schade aan kelders en gebouwen, uitval van vitale functies zoals de stroomvoorziening en afname van kwaliteit van het oppervlaktewater. Meer informatie over de opgave als gevolg van wateroverlast is te vinden in bijlage II.
Overstromingen Overstromingen in Amsterdam kunnen optreden vanuit de Noordzee (via IJmuiden), de Lek, het Markermeer en de regionale watersystemen (Gemeente Amsterdam et al. 2012). Voor het watersysteem komen de limieten in 19
zicht en er is weinig flexibiliteit over om extremen op te vangen.3 Diepe polders, zoals de Watergraafsmeer, zijn het meest kwetsbaar voor overstromingen. Desondanks is het bewustzijn over overstromingsrisico’s zeer laag. De kans op een overstroming is door reeds getroffen maatregelen klein, maar de gevolgen van een overstroming zijn groot. De risico’s van overstromingen zijn onder andere maatschappelijke ontwrichting door onbereikbaarheid van de stad of delen ervan (ook voor de nood- en hulpdiensten), uitval van vitale functies, schade aan infrastructuur en bebouwing, lange hersteltijden en economische schade. Meer informatie over de opgave als gevolg van overstromingsrisico’s is te vinden in bijlage II.
3 www.slimwatermanagement.nl/regio/regio-amsterdam-rijnkanaalnoordzeekanaal/toekomstbestendig-watersysteem
20
Wat willen we bereiken? 21
3.1 A msterdam zo goed mogelijk voorbereid in 2050 Vanwege de geïdentificeerde risico’s is het onze ambitie ervoor te zorgen dat Amsterdam in 2050 zo goed mogelijk voorbereid is op het veranderende klimaat. De komende decennia werken we hier in stappen naartoe samen met partners in de stad. Daarbij is het van belang gebruik te maken van innovaties en nieuwe mogelijkheden om de stad klimaatbestendiger en veerkrachtiger te maken. Het klimaatbestendiger, veerkrachtiger maken van onze stad, vereist een nieuwe wijze van inrichten en beheren van de stad. Deze ambitie vraagt om investeringen in groen en biodiversiteit, waterbescherming, klimaatbestendige bouw, robuustere infrastructuur, verbeterde water- en afvalbeheersystemen, energielevering en sterkere communicatie- en transportsystemen en het tegengaan van sociale ongelijkheid.
Met de voorbeelden van werkzaamheden en (pilot) projecten die in het voorgaande hoofdstuk zijn genoemd, is in Amsterdam tot nu toe bijgedragen aan het klimaatbestendig maken van de stad. Dit is echter niet voldoende. Er zijn inmiddels nieuwe klimaatscenario’s gepubliceerd en de gevolgen van
klimaatverandering worden duidelijk voelbaar. Met behulp van de stresstesten en risicodialogen is de opgave voor de stad in beeld gebracht. Er is behoefte aan een gerichte en integrale aanpak, waarbij we in een iteratief proces regelmatig onze kennis ontwikkelen en de gezamenlijkheid opzoeken.
Wij willen de stad voorbereiden op de potentiële gevolgen van klimaatverandering op fysiek, sociaal en economisch vlak. Deze strategie is de eerste stap daartoe. Om de stad klimaatbestendiger te maken, zullen we in gesprek met de stad komen tot een aanscherping van wat in deze strategie staat en tot een beeld van de prioriteiten in de stad. Daarbij is het verkennen van een nieuwe normaal en het ontwikkelen van standaarden en werkwijzen (zie tekstkader op p23) een belangrijk onderdeel. Gezien de omvang van de taak zijn we afhankelijk van innovatieve technieken, 22
Klimaatadaptatie als het nieuwe normaal Met het ‘nieuwe normaal ’ wordt bedoeld dat klimaatadaptatie een vanzelfsprekend en geaccepteerd thema is. Dit betekent dat klimaatadaptatie systematisch meegenomen wordt bij onder andere ruimtelijk beleid, gebiedsontwikkeling, uitvoeringsagenda’s, duurzaamheidsprogramma’s, bouw, vervanging en onderhoud en niet als separaat of vrijblijvend thema wordt behandeld. Dit vraagt om brede kennis over de aard en omvang van de risico’s van de weersextremen en om een goede koppeling van die kennis met de specifieke kenmerken van de betreffende projecten en programma’s. Dit moet geborgd worden in gemeentelijke processen door bijvoorbeeld het opstellen van normen, afwegingskaders, specifieke ontwerpoplossingen en het meegeven van bepaalde materiaalkeuzes/-vereisten. Daarnaast gaat het om het creëren van bewustzijn, kennis en voorlopers binnen de gemeentelijke organisatie en bij partners en belanghebbenden, zoals particulieren en (nuts)bedrijven. Zo kan bijvoorbeeld het integreren van de thema’s water en klimaat in de onderwijsprogramma’s in de stad ook bijdragen aan een nieuw normaal. Nieuwe generaties krijgen zo als vanzelfsprekend het belang van klimaatadaptatie mee. In 2020 worden in de uitvoeringsagenda dit soort ambities op basis van de risicodialogen verder geconcretiseerd.
uitvoeringsmethoden en financieringsbronnen. Dit vereist een aanpassing van de manier waarop wij nu werken en investeren. Klimaatadaptatie is een gezamenlijk opgave. Het is van belang draagvlak voor en eigenaarschap over klimaatadaptatie te stimuleren. Als gemeente en waterschappen zullen wij de samenwerking opzoeken met bijvoorbeeld burgers, kennisinstellingen, publiek-private partners, institutionele beleggers, verzekeringsmaatschappijen, vastgoedeigenaren en het Rijk om zo binnen alle lagen van de maatschappij bewustzijn te organiseren. Klimaatverandering raakt ons immers allemaal.
3.2 W at streven we na per klimaatthema? Hitte: Het streven is om beter bestand te zijn tegen hitte en in het bijzonder om schade en overlast veroorzaakt door hitte in zowel het fysieke als het sociale domein zoveel mogelijk te voorkomen en te beperken. Droogte: Het streven is om beter bestand te zijn tegen langdurige perioden van droogte en in het bijzonder om schade aan gebouwen, groen, infrastructuur, water en dijken zoveel mogelijk te voorkomen en overlast te beperken. Wateroverlast: Het streven is om schade en overlast door extreme regenbuien zoveel mogelijk te voorkomen en om regenwater tegelijkertijd te laten bijdragen aan een aantrekkelijke, comfortabele en leefbare stad. Overstromingen: Het streven is om de kans op overstromingen in de stad te verkleinen, in aanvulling op de verantwoordelijkheden van de andere bestuurslagen en -organen hiervoor. Daarnaast streven we gevolgbeperking na bij een eventuele overstroming, zowel via de ruimtelijke inrichting als door middel van crisisbeheersing. 23
Wat is nog meer nodig? 24
Om goed voorbereid te zijn op klimaatverandering zijn de huidige werkzaamheden en activiteiten niet voldoende. Naast het feit dat de gevolgen van klimaatverandering naar verwachting steeds groter worden, hebben we voortdurend te maken met nieuwe informatie over het klimaat. We zullen daar onze aanpak dus steeds op moeten aanpassen. Om beter voorbereid te zijn is het nodig een grote schaalsprong in de inzet op klimaatadaptatie te maken. Niet alleen moeten bestaande succesvolle (pilot) activiteiten zoveel mogelijk worden opgeschaald, maar ook moeten andere nieuwe initiatieven worden gestart om klimaatadaptatie in de breedte tot het nieuwe normaal te maken. Een aantal activiteiten zullen voor alle vier de klimaatthema’s gelden, andere activiteiten zijn klimaatthema-specifiek. In het vervolg op deze strategie is het nodig de mate van kennis, inzicht en overzicht verder uit te bouwen. Ook moeten we bepalen wanneer we vinden dat Amsterdam het goed doet als het gaat om klimaatadaptatie. Op basis daarvan moeten we activiteiten concretiseren en prioriteren. Deze vraag zullen we ons als stad in de toekomst vaker stellen, al naar gelang de omstandigheden veranderen. Deze strategie is een vertrekpunt voor een continu proces.
4.1 Benodigde acties voor het creëren van het nieuwe normaal Om klimaatadaptatie tot het nieuwe normaal te maken, is het nodig voor de vier klimaatthema’s overkoepelend de volgende oplossingsrichtingen uit te werken: •• Structurele integratie in werkzaamheden en beheer •• Samen en in gesprek met de stad •• Stimulering en ondersteuning van kansrijke projecten •• Kennisdeling en communicatie •• Onderzoeken en monitoren
In de uitvoeringsagenda volgt een nadere uitwerking, prioritering en fasering.
1 2 3
Structurele integratie in werkzaamheden en beheer
Om klimaatadaptatie tot het nieuwe normaal te maken in relevante projecten en activiteiten, is een verandering van werkwijzen nodig, zodat klimaatadaptatie continu een centrale rol speelt, naast onder andere klimaatmitigatie. Zodra nieuwe informatie beschikbaar is en nieuwe standaarden zijn vastgesteld, moeten deze zoveel mogelijk in de werkprocessen van onder andere gebiedsontwikkeling, vervanging en onderhoud worden geïntegreerd. Daarmee komen er duidelijke standaarden, waaraan projecten en activiteiten moeten voldoen, zodat klimaatadaptatie altijd meegenomen wordt. 4
5 6
25
Stimulering en ondersteuning van kansrijke projecten
Hiervoor zijn de volgende acties nodig: •• In gesprek met relevante partijen het 'nieuwe normaal' uitwerken; waar willen we heen? •• Het opstellen van (minimale) eisen waaraan projecten en activiteiten moeten voldoen en de naleving hiervan bevorderen. Dit kan verschillen per type project, per domein en per weersomstandigheid. •• Het in kaart brengen van raakvlakken met andere stedelijke dossiers (zoals Autoluw, Circulair, Klimaatneutraal, Stadsbehoud) en processen (zoals Omgevingsvisie, Groenvisie, maar ook programmeerprocessen van de assets).