Schriftelijke bijdrage dhr. Harry Moeskops inzake Hoofdgroenstructuur Kadoelerscheg - een groene long in Amsterdam-Noord
Tekst van het document
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
55
dit een positief effect op de in de omgeving voorkomende soorten. Op plaatsen waar wél (niet continue) licht gewenst is, zoals op bepaalde fietspaden en wandelgebieden, kan gekozen worden voor lantaarnpalen met een bewegingsdetectiesysteem. Zo wordt ervoor gezorgd dat een gebied ’s nachts zo lang mogelijk donker blijft. Op plaatsen waar continu licht dient te schijnen, om redenen zoals bijvoorbeeld veiligheid, moet gekeken worden naar de kleurtemperatuur, lichtintensiteit en verstrooiing van licht. Want niet het licht dat op de weg valt, maar het licht dat in de omgeving terecht komt, heeft de meeste impact. Dit kan komen door directe uitstraling door verstrooiing of door reflectie van het licht. Door het gebruik van armaturen die zeer gericht naar het wegdek verlichten, en niet de omgeving, kan dit effect verkleind worden. Een donker wegdek laat namelijk weinig licht weerkaatsen. Om het licht zo gericht mogelijk te laten schijnen kunnen het beste compacte lampen gebruikt worden uitgerust met reflector. Ook kan de armatuur voorzien worden van lichthinderconstructies zoals lamellen om het licht enkel naar beneden te laten richten. Voor alle soortgroepen (behalve vogels) geldt verder dat blauw licht het meest verstorend werkt. Bij zoogdieren verschilt het per soort, waardoor voor deze soortgroep moeilijk een ideale lichtkleur genoemd kan worden.
Rekening houdend met de ecologie van de meeste soorten zou bij groene corridors en parken daarom gebruik gemaakt moeten worden van licht met zo min mogelijk blauw. Rood blijkt het minst verstorend, maar heeft een zeer lage lichtintensiteit. Het meest realistische is daarom om te kiezen voor oranje of amber licht. Licht door en langs natuur dient zo warm mogelijk te zijn met als lichttemperatuur een maximum van 3000k. Verlichting van de sportvelden in de Scheg zorgt voor veel verlichting in de Scheg van groene structuren, gebruik van verlichting dient waar mogelijk geminimaliseerd (in tijd en uren) te worden. Om uitstraling naar de groene omgeving is een flinke hoog opgaande begroeiing rondom de sportvelden wenselijk.
6.2 Knelpunten in de verbindingen tussen de deelgebieden Figuur 6-2 toont elf genummerde infrastructurele barrières in de Kadoelerscheg. Met de rode, oranje of groene kleur is aangegeven of de verbinding (een brug, weg) tussen de deelgebieden nu wel of niet is te passeren en of er al specifieke voorzieningen door de gemeente zijn aangebracht om een eventueel knelpunt op te heffen. Uitgangspunt bij de beoordeling is of het al dan niet een knelpunt vormt voor soorten die zich lopend verplaatsen (egel, konijn, marters, amfibieën), behoudens nummers 7 en 10. Dit zijn twee gemalen. De verbindende functie heeft hier betrekking op de vispasseerbaarheid van het gemaal. Van de aanwezige knelpunten kunnen de nummers 1, 8 en 11 relatief gemakkelijk opgeheven worden.
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
56
Figuur 6-2. De aanwezige knelpunten in en rondom de Kadoelerscheg.
6.2.1
Deelgebied 1: Buiten de Ring; knelpunten 1 en 2
Deelgebied 1, vormt een geheel met de gehele Waterlandsscheg. Het staat in contact met de omgeving via waterwegen waaronder de Weersloot, Zuidsloot, de Nieuwe Gouw en het Noordhollandsch kanaal. Het gebied staat op een tweetal plekken in contact met de Scheg binnen de ring. De onderdoorgang aan de zijde van de IJdoornlaan wordt beschreven binnen het deelgebied Nieuwe Gouw/ Banne II. Halverwege het gebied liggen twee duikers onder de snelweg door (Figuur 6-2, knelpunt 1). Deze duikers bevatten geen landdelen, waardoor ze niet gebruikt kunnen worden als landverbinding voor zoogdieren zoals marters of egels, ook voor een otter zijn deze duikers ongeschikt. Ook begeleidende rasters ontbreken. Aangezien binnen de ring wel een (mooie) groenstructuur ligt, in het deelgebied Nieuwe Gouw/ Banne II, is dit als knelpunt aan te wijzen. Aan de oostzijde ligt een fietstunnel onder de snelweg door vanaf de Noorderbreedte naar het buitengebied. In deze tunnel zijn geen verdere schuilmogelijkheden aangebracht die voor landgebonden dieren gebruikt kunnen worden. Nog verder oostelijk bij het Noordhollandsch kanaal zijn onder het viaduct o.a. stenen als verbinding aangelegd, waardoor er sprake is van een verbeterde passage.
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
57
Figuur 6-3. Twee van de duikers die onder de A10 door lopen, hier zijn geen voorzieningen voor lopende dieren om de snelweg A10 onderlangs te passeren.
6.2.2
Deelgebied 2: Twiske en Marssloot; knelpunten 3, 4 en 5
In het noorden is het gebied mooi breed inclusief natuurlijke rietoevers. Onder de A10 door is een mooie ruime passage aanwezig met het buitengebied, waardoor dieren zowel via land als via het water zich kunnen verplaatsen. Ook is het hier voldoende donker in de nachtelijke uren. Richting het zuiden wordt het Twiske zelf en de groene oevers steeds smaller en eindigt het Twiske bij de voormalige sluis met Zijkanaal I. Hier is geen groene verbinding over het land richting deelgebied 4 en er is ook geen vispassage naar het Zijkanaal I (zie paragraaf 6.2.4) zoals die er vroeger wel was. De verschillende bruggen die over het deelgebied heen lopen vormen geen grote barrières, aangezien ze een brede overspanning hebben inclusief doorlopende oever onderlangs de bruggen. Alleen de bruggetjes rond de Stentorstraat en Walvisvaart bevatten stalen damwanden, waarbij de oever niet meer te bereiken is (Figuur 6-4). In het boek ‘’Ecologische kaart Noord’’ wordt al gesproken over het omzetten van deze damwanden naar ecologische plas/dras-oevers en op termijn het realiseren van natuurlijke drijvende vooroevers en faunauittreedplaatsen (FUP’s).
Figuur 6-4. Gedeelte van het Twiske met hoge stalen damwanden langs de westzijde.
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
58
6.2.3
Deelgebied 3: Kadoelenweg (oneven)/ De Bongerd; knelpunt 6
Tuinpark De Bongerd grenst aan de noordzijde direct aan de ringweg, de westzijde bestaat uit de aaneengesloten bebouwing van de Kadoelenweg. De Bongerd grenst aan de oostzijde aan deelgebied Nieuwe Gouw West echter de IJdoornlaan, de afrit S117 en o.a. Mc Donalds zorgen ervoor dat de gebieden gescheiden van elkaar zijn. Eén brede watergang verbindt De Bongerd met de Nieuwe Gouw onder de IJdoornlaan door (knelpunt 6). Onderlangs de brug zijn aan één zijde loopplanken voor zoogdieren aanwezig. Deze watergang staat in verbinding met het oude slotenpatroon van De Bongerd. De sloten aan de kant van de oneven nummers aan de Kadoelenweg vallen op door de hoge en steile oevers met houten beschoeiing (Figuur 6-5). Hoewel vissen en watervogels van het water gebruik kunnen maken, zorgt de harde begrenzing van de oevers ervoor dat de watergang ongeschikt is voor (gedeeltelijk) zwemmende zoogdiersoorten als waterspitsmuis. Ook kunnen dieren als huiskat, egel en muizen makkelijk verdrinken omdat het ontbreekt aan fauna-uittreedplaatsen of natuurlijke oeverbegroeiing- en oevers.
Figuur 6-5. Een groot deel van de sloten aan de Kadoelenweg bevatten een steile en vaak hoge oeverbeschoeiing.
6.2.4
Deelgebied 4: Kadoelenweg (even)/ Wilmkebreek/ Zijkanaal I; knelpunt 7
Het meest opvallende deelgebied in de gehele Kadoelerscheg is wellicht wel de Wilmkebreek: het enige overgebleven poldergebied binnen de ring. Ondanks de geïsoleerde ligging is het gebied van waarde voor o.a. (weide)vogels. Dat het geen verbinding heeft met naastgelegen groengebieden is in dit geval geen direct knelpunt. De aanwezige gidssoorten (weidevogels) hechten niet aan verbindingszones en aanwezigheid van marters en vossen in de polder is juist niet gewenst i.v.m. predatie. Het water van het poldertje staat niet in verbinding met de Waterlandse boezem. In droge perioden wordt extra water vanuit de Waterlandse Boezem ingelaten doormiddel van een duiker die onder de Kadoelenweg doorloopt. De randsloot staat door middel van een duiker met regelklep in verbinding met de hooggelegen kwelslot langs de Landsmeerderdijk. Vanuit deze sloot wordt het water naar de sloten in de polder gelaten, deze sloten staan allemaal met elkaar in verbinding. Het elektrisch gemaal aan de Kadoelenweg is de enige plek waar het water de polder wordt uitgeslagen naar de Waterlandse boezem (de wegsloot van de Kadoelenweg).
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
59
De Oostzanerdijk vormt een zware fysieke barrière tussen het Twiske en Zijkanaal I (knelpunt 7). Ter hoogte van de woning aan nummer 38 lag tot circa 1966 een sluis, die de verbinding vormde tussen Zijkanaal I en het achtergelegen poldergebied (Figuur 6-6). Deze verbinding is verloren gegaan en ingewisseld voor een elektrische gemaal. Momenteel liggen bij de gemeente Amsterdam plannen om in de Oostzanerdijk een vispassage te realiseren, maar op welke termijn (en of) dit wordt uitgevoerd is onbekend.
Figuur 6-6. De sluis aan de linker zijgevel van Oostzanerdijk 38, gezien vanaf de walkant van het Twiske. Foto afkomstig uit oktober 1964. Bron: Stadsarchief Gemeente Amsterdam.
6.2.5
Deelgebied 5: Nieuwe Gouw/ Banne II; knelpunt 8
Het deelgebied en de aanwezige biotopen worden aan de noordzijde op een tweetal locaties ontsloten. Ter hoogte van het fietspad met bomenlaan ligt een tweetal duikers onder de A10 door (zie Figuur 6-2 en toelichting bij deelgebied 1). Aan de noordwestzijde van het plangebied gaat de Nieuwe Gouw onder de A10 door samen met de IJdoornlaan (knelpunt 8). Op deze locatie is bij de inrichting gedacht aan de aanwezigheid van een verbindingszone. Zo zijn hier op meerdere plekken rijen van zwerfkeien aangebracht (Figuur 6-7). Bij het viaduct zelf is harde oeverbeschoeiing aanwezig (Figuur 6-8), de natuurlijke oever ligt hier op enkele tientallen meters afstand van het viaduct, waardoor de verbindingszone niet optimaal wordt ingeschat, al is er wel een soort van vooroever aangelegd (Figuur 6-8). Daarnaast mist dekking net buiten het viaduct in de vorm van struwelen en bosschages, met name aan de noordzijde zou dit helpen om zoogdieren te verleiden het viaduct onderlangs de passeren.
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
60
Figuur 6-7. De zwerfkeien onder het viaduct aan de IJdoornlaan moeten dienen als ecopassage voor grondgebonden soorten. Bij voorkeur is er ook nog een doorlopende groene vegetatie aanwezig onder het viaduct, water is veelal de beperkende factor voor de groei van grassen of kruiden.
Figuur 6-8. Aan de IJdoornlaan is een vooroever gerealiseerd. De hoge beschoeiing maakt het voor diersoorten die niet goed kunnen zwemmen, een gevaarlijk oversteekpunt.
Het water rondom het gebied vormt een relatief harde barrière voor soorten die niet kunnen zwemmen. De hele westzijde van het deelgebied is zodoende afgesloten van de rest van de Kadoelerscheg. Aan de zuidzijde ligt de IJdoornlaan. Deze is alleen te passeren via een fietstunnel onder de weg door. Dit maakt dat het totale gebied slecht ontsloten is.
6.2.6
Deelgebied 6: Nieuwe Gouw West; knelpunt 9
De Nieuwe Gouw is de belangrijkste niet doorbroken groenblauwe ader in de Kadoelerscheg. Ook de oevers worden (haast) niet onderbroken tot aan de waterkering met gemaal Kadoelen in het zuiden van het gebied. De brug van de IJdoornlaan met de Nieuwe Gouw vormt groot geen knelpunt, aangezien er een betonnen richel inclusief nat-droog zone aanwezig is onder de brug door.
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
61
Figuur 6-9. Doorgang onder de IJdoornlaan (Bron: gemeente Amsterdam).
Over het algemeen zijn beide zijde van de Nieuwe Gouw begroeid met een doorlopende natuurlijke rietoever en houtige opslag (elzen, wilgen, populieren). Maar nabij bij het hockeyveld tegenover de McDonalds is het sportpark tot aan de waterkant doorgetrokken (geen bomen en gazonbeheer) waardoor er een ‘gat’ zit in doorlopende oeverbegroeiing. Het ontbreken van hoog opgaande begroeiing zorgt ook voor meer zichtbaarheid van het sportpark en lichtverstoring van de wateroppervlakte. De Nieuwe Gouw vormt voor trekvis de route tussen Noordzeekanaal en Waterland door de aanwezigheid van de vispassage bij het gemaal Kadoelen. Via het land vormt de groenzone langs de Nieuwe Gouw tot aan de Kadoelerbreek de kern van de Kadoelerscheg. Het deelgebied gaat, zonder barrières, bij de Kadoelerbreek over in het deelgebied 7.
6.2.7
Deelgebied 7: Kadoelerbreek/ Buiksloterbreek; knelpunt 10 en 11
De Kadoelerbreek was voor langere tijd afgesloten van de Noordzeekanaalboezem. In 2015 is bij het (concert)gemaal een vispassage gerealiseerd, die de breek verbindt met het Zijkanaal I (Figuur 6-10, knelpunt 10). Zo bestaat er weer een goede verbinding tussen de Nieuwe Gouw, Waterland en het Zijkanaal I (en uiteindelijk het IJ). De harde betonnen beschoeiing die langszijde het gemaal loopt vormt wel een barrière voor (pullen van) watervogels, amfibieën en zoogdieren. Deze kunnen de kade niet opklimmen en kunnen daardoor verdrinken, dit zou opgelost kunnen worden met het aanbrengen met wat fauna uittreed plaatsen.
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
62
Figuur 6-10. Het concertgemaal met op de voorgrond brede rietkragen.
In het oostelijke deel van het Buiksloterbreekpark gaat het water over in een brede watergang met brede groene oevers langs de Buiksloterdijk richting het Noordhollandsch kanaal. Er liggen meerdere viaducten over deze watergang, de grootste is de Kamperfoelieweg (Figuur 6-11, knelpunt 11) en het naastgelegen fietspad. De viaducten vormen een ecologisch knelpunt, omdat hier (nog) geen elementen zijn aangebracht die passage onderlangs door grondgebonden zoogdieren goed mogelijk maakt. Zoogdieren zijn mede afhankelijk van dekkende vegetatie, rotsen of andere structuren om zich langs te bewegen. Kale open ruimte zoals nu aanwezig onder de viaducten zullen bij voorkeur gemeden worden. Ook is de watergang aan beide kanten voorzien van een houten beschoeiing. Diersoorten die niet gemakkelijk klimmen, zoals bijvoorbeeld amfibieën en egels, kunnen hier niet of nauwelijks het water uit komen.
Figuur 6-11. Het viaduct van de Kamperfoelieweg, begeleidende structuren voor zoogdieren om het viaduct onderlangs te passeren ontbreken hier (knelpunt 11).
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
63
7 Visie op de Scheg Wat is de waarde en het belang van de Kadoelerscheg? Hoe krijg je meer natuur binnen de Scheg zelf en hoe behoud en versterk je het huidige groen? En hoe zorg je ervoor dat deze groene long binnen Amsterdam behouden blijft en beter kan functioneren? Dit is zowel van belang voor de in de Kadoelerscheg levende flora en fauna als voor bewoners en gebruikers van deze groene long in Amsterdam-Noord.
7.1 Aanbevelingen Uniek aan de Kadoelerscheg is de groenblauwe dooradering die noord-zuid georiënteerd is, met de oude veenstromen het Twiske, Nieuwe Gouw, de oude Kadoelerbreek, Buiksloterbreek, de Wilmkebreekpolder en de Waterlandse Zeedijk helemaal in het zuiden. Deze landschappen binnen de Kadoelerscheg zijn uniek en cultuurhistorisch waardevol. Ze huisvesten verscheidene biotopen en kennen een interessante biodiversiteit. Rietkragen, eilandjes, ruigten en bosjes langs de wateren. De breken in de Scheg zijn ecologisch interessant voor o.a. water- en rietvogels, insecten en zoogdieren. De Kadoelerscheg is één geheel en binnen dit geheel zijn verschillende deelgebieden te onderscheiden die via waterverbindingen, rietkragen en via droge groenstructuren (grasland, bermen, gazon, bosplantsoen) met elkaar verbonden zijn. Door stadsuitbreidingen is in de laatste tientallen jaren echter veel groen verloren gegaan. Door omvangrijke stedelijke ontwikkelingen is de druk op het groen in de Scheg groot en staat de aaneen geslotenheid en beleefbaarheid van de Kadoelerscheg sterk onder druk. De deelgebieden staan niet overal meer in verbinding en de aanwezigheid van de Scheg is niet overal nog ‘voelbaar’. Dit terwijl de urgentie voor behoud en ontwikkeling van groen in Amsterdam-Noord van groot belang is, zoals dat ook in de Amsterdamse Groenvisie 2050 is verwoord.
Voor het stadsleven is groen essentieel. Dat komt door het positieve effect dat het heeft op vier niveaus; op onze gezondheid, het sociale welzijn, de klimaatadaptatie en natuurlijk de natuur. Voor behoud, aanhelen en versterken van de Kadoelerscheg zijn de volgende aanbevelingen geformuleerd: 1. De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 uit 2021 zet in op verhoging van de kwaliteit van de scheggen. Hiertoe behoort ook de vergroting van het gebruiksgroen (rigoureus vergroenen) en het beschermen van de rust- en ruigtegebieden. Dat betekent dan ook dat verdere aantasting van het groen in de Kadoelerscheg niet is toegestaan gezien het verlies aan oppervlakte en kwaliteit dat is opgetreden in de afgelopen decennia. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen of verstorende activiteiten binnen de scheg zijn niet (meer) toe te staan. 2. De verbindende factor in de Scheg zijn de groenblauwe dooradering, de veenstromen, sloten en (riet) oevers en groenzones en breken. Dit vormt het netwerk binnen de Scheg, ontwikkelingen mogen deze waarden niet aantasten. Dit is de kracht van het gebied en dient benut en behouden te blijven. Het is in zijn algemeenheid te stellen dat het niet realistisch is om binnen de Kadoelerscheg te veel diversiteit aan biotopen te willen ontwikkelen om maar zoveel mogelijk dier- en plantsoorten aan te trekken.
Het kiezen voor een in het gebied al van nature aanwezige biotoop en het omvormen van potentiële locaties tot dit biotoop is logischer en verstrekt de ecologische waarden. Het versterkt daarnaast de samenhang en kwaliteit van het bestaande groen. 3. Het is van belang om bij beleidsafwegingen en ontwikkelingen de Kadoelerscheg als één planologische eenheid te beschouwen binnen de stad Amsterdam. Planologisch is nog niet de gehele Scheg onderdeel van de Hoofdgroenstructuur van Amsterdam. 4. Voor dieren die niet kunnen vliegen zijn de landverbindingen tussen de deelgebieden binnen de Scheg van belang. Voor zoogdieren en vissen dienen enkele verbindingen tussen de deelgebieden verbeterd te worden en er moet gezorgd worden dat het groen meer waarde heeft voor dieren (zie Figuur 6-2 en Figuur 7-1). Dit kan door meer overgangen te realiseren en daar waar overgangen hard zijn, bijvoorbeeld bij passages, verzachtende elementen toe te voegen, zodat een soort naar een nieuw gebied wordt toegetrokken en/of kan uitrusten. 5. Versterking en benuttig van het groen ter bescherming ervan. Naast de sportvelden zijn groenzones aanwezig die de potentie hebben om te worden ontsloten om de groenbeleving van bewoners te
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
64
verhogen. Het sportpark is maar een deel van de dag geopend. Door het ontsluiten van het gebied en het aanbrengen van een wandelpad van halfverharding (welke eventueel rondom het gehele sportpark doorgetrokken kan worden) wordt de recreatieve waarde verhoogd zonder af te doen aan de natuurwaarde en rust van het gebied. Daarnaast kunnen ook bestaande wandel- en fietspaden verbeterd worden om natuurbeleving te vergroten. 6. Klimaatmaatregelen zoals het inpassen van het parkeerterrein van het sportpark tussen heggen en onder bomen met een open groene bestrating om hitte-effect tegen te gaan. 7. Natuurbeheer. Er zijn verschillende locaties langs oevers en in kruidenrijke bermen die specifiek beheer vragen om de kwetsbare natuurwaarden te behouden. Rietoevers en eilandjes waar soortenrijke vegetaties aanwezig zijn met orchideeën vragen specifiek maaibeheer op het juiste tijdstip en met de juiste apparatuur. Dit dient geborgd te worden in het gemeentelijk groenbeheer, vrijwilligers kunnen hierin ook een rol spelen. 8. Opvolging van natuurherstelingrepen. Oostelijk van SV Kadoelen en AMHC (hockey) is in het verleden de Noordse woelmuis aangetoond. Hier zijn door de gemeente ingrepen uitgevoerd om het leefgebied van deze bijzondere soort te behouden en te versterken. Deze gebieden zijn aan het verruigen met ontwikkeling van bramenstruwelen, reuzenberenklauw en moerasbos.
Een beheerplan voor deze eilanden dient uitgewerkt te worden en te worden uitgevoerd om de kenmerkende biotoop voor de Noordse woelmuis te herstellen. Rietbeheer en afwisseling met dichte bosschages en hoog opgaande begroeiing houdt het gebied geschikt voor zowel de Noordse woelmuis als vele andere soortgroepen (vogels en marterachtigen). 9. Versterking herstel van de natuurlijke oevers van de Nieuwe Gouw (oostzijde). Op enkele locaties is de natuurlijke oeverzone erg smal geworden door uitbreiding van het sportpark, begeleidende bomen zijn niet aanwezig en gazonbeheer wordt tot aan de bomen langs de oevers uitgevoerd. Hier is ruimte voor een mantel- en zoomvegetatie. 10. Meer bomen en bosschages. De waarde van bomen is de stad is breeduit bekend. De bosrijke Kadoelerbreek en Buiksloterbreekpark liggen ruimtelijk van elkaar gescheiden langs de oude Waterlandse zeedijk, deze gebieden kunnen aan elkaar gehecht worden tot één groot bomenrijk park (‘Buiksloterdijkpark’). De zone tussen de Buiksloterdijk, Kadoelerbreek en de woonwijk bestaat nu voornamelijk uit kruidenrijkgras. Het op deze locatie ontwikkelen van parkachtig bos zorgt voor een groene bosrijke verbinding tussen beide breken. Dit bosrijke deel loopt dan door een groot deel van de Kadoelerscheg, met de meest brede en dicht begroeide delen bij de nutstuinen en het dieruitvaartcentrum.
Het planten van meer bomen langs de IJdoornlaan, het Vikingpad en langs de sportvelden en het optimaliseren van het beheer van de ruigten ten oosten van de voetbalvelden resulteren in een uitgestrekt moerasbos (punt 7 en 8). 11. Beheer van de Kadoelerbreek; het is van belang om cyclisch de oeverzones en rietvegetaties van de Kadoelerbreek te beheren zoals in 2024 is gebeurd op één locatie. Het openhouden en maaien van de oevers en rietlanden is van belang voor het behoud van overgangen tussen water en moerasbos met rietzones daartussen.
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
65
Voor delen van de Kadoelerscheg zijn door de gemeente Amsterdam al eerder plannen beschreven om de verschillende ecologische kansen te benutten, deze worden voor de volledigheid opgesomd. Deze ideeën zijn beschreven in de ‘’Ecologische kaart Amsterdam Noord’’ en komen (groten) deels overeen met de hierboven beschreven aanbevelingen. 1. 2. 3. 4.
5. 6. 7.
Het omvormen van gazons, zoals taluds van dijken naar bloemrijk en kruidenrijk grasland; Het aanplanten van meer bomen (diverse soorten iepen) op de Waterlandse Zeedijk (o.a. de Landsmeerderdijk); Het ontwikkelen van de oostoever van het Twiske tot plas/dras-oevers; Het maken van inhammen aan de noord- en westkant van de Kadoelerbreek door het dunnen van dicht struweel en het om te vormen naar veenweidesloot-gedeelten met natuurvriendelijke oevers en landjes met orchideeën; Het aanvullen van het bosplantsoen tussen de Buiksloterdijk en het Vikingpad met takkenrillen, houtwallen, het versterken van de mantelzoom met heesters en het plaatsen van een insectenhotel. Het omvormen van de harde oever met betonnen keermuur in het Buiksloterbreekpark naar natuurlijke oevers, het verwijderen van bramen en het aanbrengen van een amfibieënpoel. Het herstellen van een schakel in de Waterlandse zeedijk door de aanleg van het Buiksloterdijkpark.
Groene beleving Naast het bieden van leefgebied aan allerlei organismen heeft het groen binnen de Kadoelerscheg ook een grote recreatieve waarde. Alle parken en groenstroken (met of zonder aangelegde paden) binnen de Scheg worden redelijk intensief gebruikt voor buitensport, ontspanning, buitenspelen en het uitlaten van de hond. De aanwezigheid van het groen van de Kadoelerscheg heeft hiermee een grote invloed op de leefbaarheid van de omliggende woonwijken. Meer natuur rondom huis wordt gelinkt aan een hoger woongenot, betere mentale gezondheid, minder stress, meer concentratie en een gezonder gewicht. Ook draagt het elkaar buiten ontmoeten bij aan de sociale samenhang in de buurt. Een deel van de natuur binnen de Scheg is toegankelijk voor bewoners. Een gedeelte van het groen is echter niet te betreden. Natuurlijk is dit positief voor gebieden waar de bodem, flora of voorkomende diersoorten gevoelig zijn voor verstoring door betreding. Het is belangrijk om in een voornamelijk stedelijke omgeving plekken te hebben waar soorten zich terug kunnen trekken aan de drukte van de stad. Zo is het natte moerasbos grenzend aan de zuidkant van de Kadoelerbreek redelijk dicht begroeid en ‘wild’ met veel dood hout en omgewaaide bomen. Toch komen ook hier mensen.
Vooral hobbymatige vissers, die aan de waterkant van de breek platen hebben neergelegd om stabiel met hun vissersstoel en hengel te kunnen zitten. Verder wordt de ruigte tussen de Buiksloterdijk en het Vikingpad, maar zelfs ook het gedeelte moerasbos vaak gewandeld en ook honden uitgelaten. Hierdoor ontstaat in de nattere gedeelten insporing door voetstappen en in de drogere gedeelten is er sprake van kaalgelopen paden door het continue betreden door mensen. Om de natuurbeleving binnen deze unieke groenstrook te verhogen, maar ook de bodem intact te houden kan ervoor gekozen worden om door een deel een wandelpad te leggen. In de drogere gedeelten kan deze bestaan uit zand, grind, houtsnippers of schelpen zoals ook in het Buiksloterbreekpark aanwezig is. In het meest natte bosgedeelte is het interessant zijn om een vlonder te realiseren, zodat bewoners hier doorheen kunnen lopen zonder natte voeten te krijgen. Tevens zorgt dit ervoor dat de natte bodem, inclusief de daar groeiende mossen, varens en orchideeën, intact blijft. Klimaat Het belang van groen in de stad wordt steeds duidelijker in deze tijden van steeds verdergaande verstedelijking en klimaatverandering. Zo is bijvoorbeeld het hitte-eilandeffect een nieuw fenomeen dat gezien wordt in verstedelijkt gebied. Dit houdt in dat de temperatuur in stedelijk gebied hoger is dan in het omliggende landelijk gebied.
Donkere materialen van gebouwen (donkere stenen, bitumen daken) en wegen (asfalt) absorberen warmte van de zon. Menselijke uitstoot zoals van verwarming en verkeer laat ook nog eens meer warmte in de
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
66
omgeving vrijkomen. Het kan een verschil betekenen van tot wel 10 graden ten opzichte van het omliggende landelijke gebied. Zeker tijdens hittegolven, die de afgelopen jaren steeds veelvuldiger voorkomen, heeft zowel mens als natuur onder de hoge temperaturen te lijden. Een manier om het hitte-eilandeffect te verminderen is het planten van meer bomen. Door de schaduwvorming is de temperatuur rondom bomen lager. Ook verdampen ze water en absorberen ze minder zonlicht dan asfalt. Het parkeerterrein van het sportpark is een geschikte locatie om groener in te richten om het hitte-eilandeffect te beperken. Het voorkomen van meer warmteabsorptie van de zon kan gerealiseerd worden door nieuw aan te leggen verharding, zoals parkeerplaatsen, niet te laten bestaan uit asfalt of donkere stenen. Andere grote warmteabsorberende oppervlaken binnen de Kadoelerscheg zijn daken. De temperatuur van donkere dakbedekkingen zoals bitumen kunnen oplopen tot 70 graden. Waar mogelijk is het realiseren van groendaken of sedumdaken het beste. Naast het absorberen van zonlicht hebben deze een isolerende en waterbergende werking en hebben ze een positief effect op de biodiversiteit.
Figuur 7-1. Aanbevelingen behorende bij paragraaf 7.1. In de kaart zijn de verschillende opties weergegeven die uitgevoerd kunnen worden om de Kadoelerscheg te versterken.
Het planten van meer bomen en het realiseren van bosschages binnen de Kadoelerscheg, zoals aanbevolen onder punt 10, heeft niet alleen een direct gunstig effect op het microklimaat op deze locaties maar ook de biodiversiteit van beide breken doordat ze aaneengesloten worden. Een ander probleem binnen (gedeeltelijk) versteend gebied zoals een stedelijke omgeving is het opvangen en afvoeren van water. Verdichting van de bodem door beton, asfalt, tegels of andere ondoorlatende materialen zorgt ervoor dat water op deze plekken niet of moeilijk weg kan lopen. Door de klimaatverandering nemen extremen in regenval toe en zijn er veel vaker pieken in de hoeveelheid neerslag. Zowel de watergangen (inclusief de verschillende breken) als de groengebieden waar water op mag komen te staan hebben een enorm belangrijke rol in het bergen van een grote hoeveelheid water in de Scheg. Elders in de
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
67
Scheg wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met regenwaterafvoer door, waar dit mogelijk is, gebruik te (gaan) maken van vormvaste halfverharding in plaats van normale verharding. Op plaatsen met veel overlast kan ruimte gemaakt worden voor wadi’s. Dit zijn groene greppels die bij veel regenval tijdelijk gevuld raken met water en zo fungeren als waterafvoer buiten het klassieke rioleringssysteem om.
7.2 Beheer van het gebied Groenbeheer Ruim de helft van het oppervlakte groen van Amsterdam bestaat uit grasveldjes en bermen. Ongezien vormen ze een van de belangrijkste groene verbindingen door de gehele stad heen, zo ook in de Kadoelerscheg. Het maaibeheer in de Kadoelerscheg is grotendeels al extensief, met één of twee maaironden per jaar. De bodem bestaat voornamelijk uit klei/veen op veen, een grondsoort met een hoge voedselrijkdom. Het tweemaal per jaar blijven maaien van bermen is daarom nodig om ervoor te zorgen dat dominante soorten (bramen/ brandnetels etc.) met voorkeur voor een hoge voedselrijkdom niet de overhand nemen. •
•
Belangrijk is om na het maaien het maaisel tijdig op te ruimen om verdere verrijking van de bodem te voorkomen (dus maaien en afvoeren). Klepelen van bermen en groenzones binnen de Kadoelerscheg is gezien de ecologische ambities voor de Scheg niet passend. Er zijn mooie mantel- en zoomvegetaties aanwezig in het Buiksloterbreekpark, dit zijn waardevolle vegetaties die ook elders ontwikkeld kunnen worden (maatregel 10).
Groeiplaatsen van bijzondere soorten Binnen de Kadoelerscheg bestaan verschillende groeiplaatsen van bijzondere soorten. Zo groeien verschillende soorten orchideeën op Tuinpark De Bongerd. Tijdens de bloei worden de groeiplaatsen niet gemaaid, zodat ze de komende jaren weer terugkomen. De meest onopvallende plek met juist de meest opvallende soorten is misschien wel de gemeentelijk berm gelegen tussen de nutstuinen en de IJdoornlaan, aan de oostzijde van de Kerkesloot. Hier komen jaarlijks o.a. verschillende orchideeën tot bloei. Soorten die hier gevonden zijn betreffen bijenorchis, brede wespenorchis, gevlekte orchis, (gevlekte)rietorchis, brede orchis, grote keverorchis en moeraswespenorchis. • Om dit unieke orchideeënveld te bewaren is het belangrijk dat in het maaibeleid rekening gehouden wordt met de bloeitijd van deze soorten. Hetzelfde geldt voor andere locaties in de Kadoelerscheg waar groeiplaatsen van zeldzame of beschermde plantsoorten aangetroffen worden. Te vroeg of te vaak maaien van deze locaties kan betekenen dat de soorten afgemaaid worden voordat ze bestoven kunnen worden, waardoor ze uiteindelijk verdwijnen. Burgerparticipatie Niet al het beheer van het groen binnen de Kadoelerscheg hoeft uitgevoerd te worden door de gemeente. Doormiddel van burgerparticipatie kan ook veel werk verzet worden.
Tijdens de onderzoeksperiode in de Kadoelerscheg is veel samengewerkt met bewoners en hierbij bleek maar weer hoeveel enthousiaste mensen met uiteenlopende kennis en/of passie voor de natuur woonachtig zijn in Kadoelen. Ook zijn er veel bestaande burgerinitiatieven, (natuur)verenigingen en organisaties (zoals bijvoorbeeld de scouting) met betrokkenheid bij de natuur. Het samenwerken met al deze personen is enorm waardevol voor het beheer van het gemeentelijk groen, de sociale contacten tussen al deze mensen, het vergroten van de verbinding van bewoners met de natuur en het daarmee verhogen van de liefde en waardering voor natuur, zowel binnen de Kadoelerscheg als in het algemeen. Een voorbeeld hiervan is zogenoemd ‘’adoptiegroen’’. Dit is een gedeelte gemeentelijk groen wat in eigendom is (en blijft) van de gemeente, maar waar bewoners gezamenlijk voor de aanleg en/of het onderhoud zorgen. Voorbeelden van activiteiten binnen dit adoptiegroen is het aanplanten van nieuwe bomen of struiken, het aanleggen van een groenvak en snoeiwerkzaamheden. Het kan een taak van de gemeente zijn om bewoners actief bewust te maken van de opties die er zijn.
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
68
Met behulp van gebruiksvriendelijke invoerapplicaties zoals ObsIdentify is het tegenwoordig voor iedereen mogelijk om waarnemingen toe te voegen aan de database van waarneming.nl (observation.org). Dit invoeren en bijhouden kan ook gedaan worden zonder kennis van soorten. Achter het platform zitten vrijwillige moderators met soortenkennis die waarnemingen actief valideren. Dit maakt de drempel om mee te helpen aan soortenonderzoek lager dan ooit tevoren. Het invoeren van allerlei soorten door bewoners is enorm waardevol. Hoe meer mensen hun waarnemingen invoeren, hoe groter en vollediger de dataset wordt. Maar ook kennen de bewoners hun eigen wijk en groene gebieden het beste en zien zij zoveel meer dan een ecoloog tijdens een momentopname. Voor het gebied ongewone of zeldzame soorten die opduiken in de wijk worden tijdens de dagelijkse wandeling zo ook eerder opgemerkt en ingevoerd. Ook zitten er altijd wel een paar personen tussen met een bovengemiddelde interesse voor de natuur of zelfs specifieke soortgroepen, waardoor eerder onontdekte soorten binnen de Kadoelerscheg toch langzamerhand allemaal een keer op de gevoelige plaat worden vastgelegd. Het tellen of inventariseren en invoeren van soorten door bewoners en het daarmee bijdragen aan wetenschappelijk onderzoek wordt ook wel burgerwetenschap of citizen science genoemd.
Het aansporen en motiveren van bewoners om hieraan mee te doen draagt niet alleen bij aan data, maar maakt mensen ook automatisch meer enthousiast voor de natuur om hen heen.
Figuur 7-2. Citizen Science: het invoeren van zoveel mogelijk soorten tijdens gebiedsbezoeken in de deelgebieden van de Kadoelerscheg (fotograaf onbekend).
7.3 Aanbevelingen vervolgonderzoek(en) De volgende adviezen worden meegegeven om de natuurwaarde in Amsterdam Noord verder te versterken, aanhelen en te vergroten: Een beheerplan opstellen voor het ‘Noordse woelmuis-perceel’ gelegen ten oosten van de sportvelden; Ecologisch onderzoek van de andere scheggen in Amsterdam Noord en de Noorder IJplas. Waterkwaliteitsonderzoek, wat is de waterkwaliteit in de verschillende deelgebieden, hoe stroomt het water, hoe staat het met de hoeveelheid bagger en hoe kan de waterkwaliteit verbeterd worden?
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
69
Literatuur Rapporten Van Alst, Henk (2022). Insectentuin. Vijf jaar fotografische inventarisatie van insecten en andere geleedpotigen op de Kadoelenweg 358 30 januari 2022 van Asten, M., Kantermann, T., de Kok, D., Lolkema, D., van Poll, R., Rijswijk, L., Spoelstra, K., & van Wijnen, H. (2013). Milieudossier Thema Lichtvervuiling. Tijdschrift Milieu. 4-21. van Bochove, R., van Grunsven, R., Mosterd, K., Spoelstra, K., & Vogelaar, E. (2017). Richtlijn Licht op Natuur. Gemeente Den Haag, Van Grunsven, Nobralux, NIOO-KNAW & Zoogdierenwerkgroep Zuid-Holland. Daemen, N. (2020). Schellingwouderscheg op de kaart. Onderzoek naar ecologie en verbinding van de deelgebieden in de Schellingwouderscheg. Arda Natuur, Woerden. Gemeente Amsterdam en R&D. (2020). Integrale landschapskaart Amsterdam-Noord. Gemeente Amsterdam en R&D. (2020). Groenvisie 2020-2050. Een leefbare stad voor mens en dier. 21 december 2020. Gemeente Amsterdam en R&D. (2023). Ecologische Kaart Amsterdam-Noord. Scharringa, C., Ruitenbeek, W., & Zomerdijk, P. (2010). Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009. Heiloo: Vogelwerkgroepen Noord-Holland (SVN), Landschap Noord-Holland. Van der Riet, B., Van der Goes, H., Baas, T., van den Tempel, C., Menkveld, W., & Visbeen, F. (2014). Atlas van de Noord-Hollandse flora. Heiloo: Landschap Noord-Holland.
Websites Kadoelerscheg.nl Maps.noord-holland.nl Waarneming.nl Telmee.nl NDFF.nl Wilmkebreek.nl Hoofdgroenstructuur Ecologische passages en structuur Beeldbank Oostzanerdijk 38 - Amsterdam op de kaart Nachtvlinderen | Kadoeler Scheg Nachtvlinders bij het gemaal | Kadoeler Scheg
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
70
Bijlage 1: Rode lijst soorten per deelgebied.
Deelgebied Buiten de Ring Totaal Buiten de Ring Kadoelen/Marssloot Totaal Kadoelen/Marssloot Kadoelerbreek/ Buiksloterbreek
soort_ned Watersnip Som aantal soorten Distelbremraap Limnephilus Som aantal soorten Aardbeiganzerik Amandelwolfsmelk Boerenzwaluw Bolderik Bontbekplevier Bruin blauwtje Gele kwikstaart Genaveld tonnetje Gevlekte orchis Graspieper Grote lijster Grutto Haas Heemst Huismus Keep Knolsteenbreek Koekoek Konijn Korenbloem Kramsvogel Leptocerus Limnephilus Melkelfje Nachtegaal Oeverloper Ransuil Slobeend Smient Steenanjer Tapuit Torenvalk Tureluur Veldsalie Visdief Watersnip Wilde kievitsbloem Wintertaling Wulp Zacht vetkruid Zomerklokje Zomertaling
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
Rode Lijst: Gevoelig
Rode Lijst: Kwetsbaar
Rode Lijst: Bedreigd X 1
Rode Lijst: Ernstig Bedreigd
X 1
X 1 X
X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X
71
Totaal Kadoelerbreek/ Buiksloterbreek Kadoelenweg / De Bongerd
Totaal Kadoelenweg / De Bongerd Nieuwe Gouw West
Totaal Nieuwe Gouw West Nieuwe Gouw / Banne II
Som aantal soorten Bevertjes Brede orchis Gevlekte orchis Huismus Kleine parelmoervlinder Knolsteenbreek Laatvlieger Limnephilus Moeraswespenorchis Scheefvlekplatvoetje Steenanjer Veenhommel Som aantal soorten Gevlekte orchis Grutto Huismus Kleine kartuizerslak Koekoek Moeraswespenorchis Nachtegaal Steenanjer Tureluur Som aantal soorten Boerenzwaluw Bolderik Brede orchis Dwerg-korfslak Grutto Huismus Huiszwaluw Kapjesmorielje Kleine ratelaar Koekoek Korenbloem Laatvlieger Moeraswespenorchis Nachtegaal Ransuil Slobeend Smient Torenvalk Tureluur Visdief Watersnip Wintertaling Zomerklokje
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
17
19 X X
5
0
X X X X X X X X
3 X X X
X X 8
1
0
X X X X X X 4 X
4
1
0
X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X
72
Totaal Nieuwe Gouw / Banne II Wilmkebreek / Zijkanaal I
Totaal Wilmkebreek/ Zijkanaal I
Som aantal soorten Blauwe metselbij Boerenzwaluw Bontbekplevier Boomvalk Brakwatermossel Gele kwikstaart Genaveld tonnetje Gewone korsetzweefvlieg Graspieper Grote koekoekshommel Grutto Haas Huismus Huiszwaluw Kamgras Keep Kemphaan Kleine kartuizerslak Koekoek Konijn Kramsvogel Leptocerus Limnephilus Moeraswespenorchis Paapje Ransuil Rugstreeppad Slobeend Smient Tapuit Torenvalk Tureluur Visdief Waterdrieblad Watersnip Wintertaling Wulp Zomertaling Zwarte mees Som aantal soorten
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
9
13 X
1
0
X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X 18
15
5
1
73
•
Aantal waarnemingen van vlinders geregistreerd op de NDFF in de afgelopen 5 jaar.
Deelgebied Buiten de Ring
Kadoelen/Marssloot
Kadoelerbreek/ Buiksloterbreek
Kadoelenweg/ De Bongerd
VLINDERS Atalanta Bont zandoogje Citroenvlinder Dagpauwoog Kleine vos Atalanta Bont zandoogje Boomblauwtje Bruin zandoogje Dagpauwoog Distelvlinder Gehakkelde aurelia Groot koolwitje Klein geaderd witje Klein koolwitje Kleine vos Koolwitje (soort onbepaald) Argusvlinder Atalanta Bont zandoogje Boomblauwtje Bruin blauwtje Bruin zandoogje Citroenvlinder Dagpauwoog Distelvlinder Gehakkelde aurelia Groot koolwitje Icarusblauwtje Klein geaderd witje Klein koolwitje Kleine vos Kleine vuurvlinder Koninginnenpage Oranjetipje Zwartsprietdikkopje Atalanta Bont zandoogje Boomblauwtje Bruin zandoogje Citroenvlinder Dagpauwoog Distelvlinder Gehakkelde aurelia Groot koolwitje Icarusblauwtje Klein geaderd witje Klein koolwitje Kleine parelmoervlinder Kleine vos Landkaartje Oranjetipje
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
Waargenomen X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X
74
Nieuwe Gouw West
Nieuwe Gouw/ Banne II
Wilmkebreek/ Zijkanaal I
Atalanta Bont zandoogje Bruin zandoogje Groot koolwitje Hooibeestje Icarusblauwtje Klein geaderd witje Klein koolwitje Kleine vuurvlinder Atalanta Bont zandoogje Bruin zandoogje Citroenvlinder Dagpauwoog Gehakkelde aurelia Groot koolwitje Icarusblauwtje Klein geaderd witje Klein koolwitje Kleine vos Atalanta Bont zandoogje Boomblauwtje Bruin zandoogje Citroenvlinder Dagpauwoog Distelvlinder Gehakkelde aurelia Groot koolwitje Icarusblauwtje Klein geaderd witje Klein koolwitje Kleine vos Kleine vuurvlinder Koolwitje (soort onbepaald) Landkaartje Oranjetipje
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X
75
Bijlage 2: Resultaten cameraval-onderzoek Locatie 1: langs de geluidsschermen van de A10 Deze struikrover is op di 30 juli 2024 op een van de betonplaten tegen de geluidschermen van de A10 geplaatst. Hierdoor had de camera een gedeelte vrij zicht zonder dat hier vegetatie zou gaan groeien. De plaatsingslocatie bleek een goede: binnen slechts enkele dagen na plaatsing (namelijk: 2 augustus 2024) verscheen een hermelijn voor de lens. Het dier kwam dezelfde dag op een later tijdstip nog eens langs, waarna het in de overige weken niet meer is waargenomen.
Een hermelijn springt net weg van de camera. Hierdoor is de staart met kenmerkende zwarte pluim wel duidelijk in beeld.
Een huiskat vond de plek voor de struikrover uitermate geschikt als wasplaats.
Verder kwamen nog andere soorten grondgebonden zoogdieren langs. Verschillende huiskatten; waarvan één zelfs zo brutaal was zich te gaan wassen voor de struikrover. Daarnaast is eenzelfde (herders)hond meerdere keren langsgekomen. De berm wordt dus door ten minste één van de bewoners van de wijk gebruikt als uitlaatroute. Van de inheemse soorten zoogdieren kwam de bosmuis het vaakste langs om aan het blik sardines te likken of te ruiken. Verder zijn egel, bruine rat en een ruiende mannelijke fazant waargenomen met de struikrover.
De bosmuis kwam het vaakste langs op de beelden van de struikrover.
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
Een mannelijke fazant, bijna onherkenbaar door het ruiende verenkleed, kwam enkele keren langs.
76
Locatie 2: op het terrein van Tuinpark De Bongerd De struikrover op het Tuinpark De Bongerd is geplaatst in het gedeelte met de naam kabouterland, langs een slingerpaadje van houtsnippers, en tegen een takkenril aan. De soortendiversiteit lag hier lager dan bij de andere struikrovers; enkel de huiskat, bosmuis, bruine rat en huisspitsmuis kwamen hierlangs. Naarmate het blik met sardines langer in de zon lag, en de geur van de vis steeds sterker en rotter werd, kwam de huisspitsmuis steeds vaker langs om een likje te nemen van het vocht wat uit het blik sijpelde. Geen enkele andere soort, ook niet de bosmuis, kwam vaker langs de struikrover in het Tuinpark. Enkele vogelsoorten, namelijk zanglijster, winterkoning en merel zijn ook vastgelegd door de struikrover. Een overige waarneming is die van het bont zandoogje, een dagvlinder, welke kort even kwam rusten op het stuk bodem voor de struikrover.
Huisspitsmuizen kwamen in het Tuinpark het meeste langs de struikrover om telkens aan de openingen in het blik sardines te likken.
Een mannelijke merel zont kortdurig voor de lens van de struikrover.
Locatie 3: moerasbosjes nabij het concertgemaal Ten zuiden van de Kadoelerbreek ligt een vrij nat en dicht begroeid stuk bosschage. Toch is zelfs hier menselijke activiteit. Op de achtergrond is een enkele keer een hond langs gekomen, en ook een persoon die waarschijnlijk richting de waterkant aan het lopen was om hier te gaan vissen. De wildcamera was vastgebonden aan een boom en gericht op een boomstam. Op deze boomstam is een lokstof gesmeerd om de kans op langskomende zoogdieren te vergroten. Qua grondgebonden zoogdieren zijn op deze locatie huiskat, konijn, egel en bosmuis waargenomen. Bij het plaatsen van de camera werden bedelende jonge sperwers gehoord. De aanwezigheid van een broedgeval in deze bosschage werd later bevestigd door een exemplaar die verschillende keren voor de camera is verschenen. Verder kwamen merel, ekster, roodborst en koolmees langs.
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
77
Het gaat slecht met het Europees konijn. Ze komen tegenwoordig relatief vaker in- en bij grote steden voor.
Een sperwer kwam pontificaal voor de lens van de wildcamera zitten.
Een egel test zijn behendigheid door op de boomstam te klimmen, om aan de daar aangebrachte lokstof te kunnen ruiken.
Locatie 4: bosschages langs de A10 De struikrover die eind augustus aan de rand van de A10 is geplaatst had na slechts enkele dagen een steenmarter gefotografeerd. Op 31 augustus is het dier tweemaal langsgekomen om aan de lokstof te proeven en kwam op 3 en 14 september nogmaals langs de lens van de struikrover. Verder zijn qua zoogdieren huiskat, bosmuis en bruine rat vastgelegd. Naast de aanwezigheid van een steenmarter, die sterk afhankelijk is van een omgeving met voldoende voedsel en dekking, blijkt het belang van de bosschages langs de A10 als groene verbindingszone ook uit de verscheidenheid aan vogelsoorten die met de struikrover zijn vastgelegd. Zangvogels die tijdens de onderzoeksperiode zijn waargenomen, betreffen zanglijster, merel, koolmees, tjiftjaf, winterkoning, roodborst en heggenmus. Een opvallende overige waarneming was die van een doodgraver, een aasetende keversoort.
De steenmarter kijkt tijdens het eten eventjes recht in de lens van de struikrover.
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
Veel nieuwsgierige zangvogels, zoals deze heggenmus, kwamen langs de camera.
78
De gewone doodgraver, -zoals de soortnaam al aangeeft, een aaseter- kwam af op de geur van dode vis.
Locatie 5: bosschages voetvalvelden S.V. Kadoelen Deze struikrover is in de bosschages geplaatst ten noordwesten van de sportvelden, en dicht bij de rietkraag langs de Nieuwe Gouw. Ook met deze struikrover is de steenmarter waargenomen. Mogelijk gaat het om hetzelfde dier als bij de bosschages langs de A10, gezien de locaties van de geplaatste cameravallen niet heel ver (circa 430m) uit elkaar liggen. Andere zoogdiersoorten die met de cameraval zijn vastgelegd zijn huisspitsmuis, bosmuis, bruine rat en egel. Ook bij deze struikrover kwamen weer meerdere vogelsoorten langs. Dit waren zanglijster, merel, roodborst, waterhoen en de zeer schuwe waterral.
Een steenmarter deelt zijn maal met een Spaanse wegslak (naaktslak).
Een zeer schuwe rietvogel stapt snel langs de lens. De deels gestreepte flanken verraden dat het hier om een waterral gaat.
Locatie 6: Buiksloterbreekpark Het park rondom de Buiksloterbreek is in de stadsjungle (dichte haast onbereikbare bos) een van de grotere groene gebieden binnen Kadoelen en dus werd ook hier een cameraval geplaatst. Hier is een wildcamera bevestigd aan een jonge boom, zodat het zicht had over een wat groter gedeelte vergeleken met dat van een struikrover. Hier zijn binnen de onderzoeksperiode geen marterachtigen waargenomen. Wel kwamen huiskat, bosmuis, huisspitsmuis en bruine rat langs. Vogelsoorten die een of meerdere keren voor de lens zijn verschenen betreffen zanglijster, merel, roodborst en gaai.
Voor de camera in het Buiksloterbreekpark kwamen vooral veel vogels langs, zoals deze gaai.
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
Qua zoogdieren waren de bosmuis en bruine rat (foto) het meest talrijk in het Buiksloterbreekpark.
79
Resultaten cameraval-onderzoek Soortnaam
Locatie 1
Locatie 2
Locatie 3
Locatie 4
Locatie 5
X
X
Locatie 6
Zoogdieren Steenmarter Hermelijn
X
Egel
X
Bosmuis
X
X
Bruine rat
X
X
Huisspitsmuis
X X
X X
X
X
X
X
X
X
X
X
Konijn
X
Huiskat
X
Hond
X
X
X
X
X
X
Vogels Fazant
X
Zanglijster
X
Winterkoning
X
Merel
X
X
X
X
X
X
X
X
X X
Koolmees
X X
Ekster Roodborst
X
X
Tjiftjaf
X
Heggenmus
X
Waterral
X
Waterhoen
X
Gaai
X
Sperwer Bont zandoogje Gewone doodgraver
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
X X X
80
Bijlage 3: Resultaten vleermuisonderzoek
Beeld van de vleermuisactiviteiten gedurende een gehele nacht boven de Kadoelerbreek. De Gewone dwergvleermuis is het meest aanwezig (donkerbruin, hoogste frequentie ca. 46kHz). Ruige dwergvleermuis laat lijkt juist actief te zijn wanneer de gewone dwerg zich minder vertoont (lichtbruin, frequentie ca. 39 kHz). Meervleermuizen vliegen langs tussen 21:00 en 21:45 uur (lichtgroene stippen ca. 35 kHz, groen omcirkeld), dit zijn waarschijnlijk dieren die vanuit een kolonie in een gebouw de stad verlaten om in het buitengebied te foerageren boven watergangen en plassen.
Twiske (Jacob Groenplantsoen), voornamelijk gewone dwergvleermuizen vlogen langs. In totaal zijn minder opnames gemaakt doordat het deel van de watergang minder aantrekkelijk is al jachtgebied ten opzichte van de omgeving.
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
81
Het aantal roepen die vleermuizen maken per opname heeft duidelijk een piek in de eerste uren van de avond en midden in de nacht, richting de ochtend ligt de focus meer op terug vliegen dan foerageren boven de watergangen.
Twiske (Jacob Groenplantsoen): doordat in de omgeving meer geschikt jachtgebied is, is er geen duidelijke piek te zien in het aantal roepen per opname. Lichtelijk in het begin van de avond en duidelijk minder naarmate de ochtend nadert.
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
82
Bijlage 4: Dagvlinder – en libellenonderzoek
Vlinder- en libellenroutes en totaal vastgelegde waarnemingen.
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
83
Totaal aantal getelde libellen per soort op de routes in 2024.
Som van aantal
Gehele plangebied 600 500 400 300 200 100 Totaal
0
Libellensoort
Totaal aantal libellen in deelgebied Nieuwe Gouw/Banne II
Som van aantal
Nieuwe Gouw/Banne II 350 300 250 200 150 100 50 0
Totaal
Libellensoort
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
84
Totaal aantal libellen in deelgebied Kadoelenweg/De Bongerd
Kadoelenweg/De Bongerd 120
Som van aantal
100 80 60 40 20
Totaal
0
Libellensoort
Totaal aantal gevonden libellen in deelgebied Nieuwe Gouw West
Som van aantal
Nieuwe Gouw West 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0
Totaal
Libellensoort
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
85
Totaal gevonden libellen in deelgebied Kadoelerbreek/Buiksloterbreek
Som van aantal
Kadoelerbreek/ Buiksloterbreek 50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0
Totaal
Libellensoort
Totaal aantal getelde dagvlinders per soort op de routes in 2024.
Gehele plangebied 80
Som van aantal
70 60 50 40 30 20
Totaal
10 0
Dagvlindersoort
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
86
In totaal gevonden dagvlinders in deelgebied Nieuwe Gouw/Banne II
Nieuwe Gouw/Banne II 12
Som van aantal
10 8 6
4
Totaal
2 0 Bont zandoogje
Bruin zandoogje
Groot koolwitje
Klein koolwitje
Klein geaderd witje
Atalanta Dagpauwoog
Dagvlindersoort
In totaal gevonden dagvlinders in deelgebied Kadoelenweg/De Bongerd
Som van aantal
Kadoelenweg/De Bongerd 60 50 40 30 20 10 0
Totaal
Dagvlindersoort
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
87
In totaal gevonden dagvlinders in deelgebied Nieuwe Gouw West
Som van aantal
Nieuwe Gouw West 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0
Totaal
Dagvlindersoort
In totaal gevonden dagvlinders in deelgebied Kadoelerbreek/Buiksloterbreek
Kadoelerbreek/Buiksloterbreek 30
Som van aantal
25 20 15
10 5
Totaal
0
Dagvlindersoort
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
88
Foto: Tom Jongeling
Kadoelerscheg: een groene long in Amsterdam-Noord
90