Richtlijn Inkoop AJH 2028 - 2038.pdf
Tekst van het document
Deze is vaak specifiek omschreven en door partijen met forensische expertise geïndiceerd. De opdracht aan de AJH is: 1) Versterken van het gezin, veelal bij een relatief jongere doelgroep. De nadruk ligt op vroeg signalering en verbetering van de situatie thuis en in de buurt. Hier is intensieve ambulante ondersteuning nodig, gericht op het bieden van toekomstperspectief. De inzet is systeemgericht. Tijdelijk verblijf of deeltijd-verblijf elders dan thuis kan onderdeel uitmaken van deze inzet, maar altijd tijdelijk. Verbondenheid met de gebieden is van belang. Deze gezinnen zoeken vaak zelf de zorg niet op. Hierbij past de nuancering dat bij een deel van deze doelgroep het gezin juist een criminogene factor kan zijn, waardoor inzet op het gezin niet altijd wenselijk of haalbaar is. In dat geval moet hier een passende aanpak op worden toegepast. 2) Ondersteuning gericht op jongvolwassenen om een zelfstandig leven op te bouwen. Het gaat hier om een relatief oudere doelgroep (16+). Bij deze groep is sprake is van strafbare feiten of de veiligheid van de jeugdige of de omgeving staat dusdanig onder druk, dat thuis wonen echt geen optie is. Samenwerking, zowel in praktische zin als qua aanbod verblijf, met het volwassendomein is essentieel. Hierbij past de nuancering, met name bij jongeren met een lvb-achtergrond dat het perspectief van een zelfstandig leven soms te ambitieus is.
Hier is vaker sprake van een blijvende begeleidings- en ondersteuningsbehoefte (waarvoor de AJH deels verantwoordelijk is). Uitwerking van de thema’s in de uitvoering De uitwerking van de thema's wordt gebaseerd op de doelen die gemeenten willen bereiken. Hierbij wordt niet alleen uitgegaan van jeugdhulptrajecten zoals die nu bekend zijn, maar juist vanuit het gewenste toekomstbeeld. Om dit gewenste toekomstbeeld te bereiken moet daar doelgericht naar worden toegewerkt. Daarom wordt per thema bepaald: 1. Waar we naartoe willen;
23
Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038
Versie 1.0 17 februari 2026
2. Wat we willen bereiken en daarna; 3. Bepalen wat hiervoor nodig is. Het is wenselijk om dit gezamenlijk met gemeenten, aanbieders en relevante stakeholders vorm te geven. Als onderdeel hiervan wordt de rol van de AJH geformuleerd en de concrete, meetbare doelen die gedurende de contractperiode dienen te worden behaald en waarvan de realisatie kan worden gemonitord. Per thema worden de gewenste effecten in 2050 en de doelen voor de AJH aan het einde (2034) en aan begin (2028) van de initiële contractperiode uitgewerkt, evenals kritische succesfactoren in de uitvoering van de opdracht. Deels worden deze voorgeschreven en deels aangescherpt of ingevuld als onderdeel van de dialoogfase van de aanbesteding. Het is aan de gemeenten om de outcome te bepalen, omdat deze betrekking heeft op een gewenste ontwikkeling op het niveau van de samenleving. Verder schrijven gemeenten de indicatoren voor die direct in de invloedsfeer liggen van de AJH. Deze volgen uit die doelen 2034, waarvoor dat van toepassing is. Ook de gestelde doelen en prioriteiten kunnen verschillend zijn per gemeente of gebied. Ten behoeve van het leersysteem dat de benodigde verandering moet ondersteunen, is het belangrijk dat hiervoor ook data beschikbaar is. Bij het beoordelen van de hulp en de samenwerking wordt de ervaring van cliënten structureel betrokken.
Bovenstaande uitwerking zal worden opgenomen in de aanbestedingsdocumenten. Onderstaande tabel geeft een voorbeeld van hoe dit eruit zou kunnen zien met elementen van thema B (Creëren/ stabiliseren van een thuissituatie). Doelen Waarnaartoe gewerkt wordt (outcome 2050)
Alle kinderen groeien veilig thuis op en hebben toekomstperspectief Jeugdigen gaan naar school, hebben werk/ bijbaan, hebben sport/ hobby’s
Indicator
Doel AJH 2034
AJH 2028
Intensieve ambulante ondersteuning (gezinsgericht) ingezet, zodat kinderen thuis kunnen blijven wonen in plaats van verblijf. Beweging naar 0. Geen uithuisplaatsingen, geen doorplaatsingen en geen gesloten plaatsingen meer. Plan voor gezinsgerichte aanpak (intensief ambulant), samen met stakeholders veiligheid, volwassendomein. Waaronder een gedragen plan voor alternatieven vanuit de beweging naar nul.
Aantal uithuisplaatsingen per 1.000 jeugdigen % jeugdigen met stabiel perspectief (thuis, pleegzorg of gezinshuis) % jeugdigen dat participeert op minimaal 2 leefdomeinen (school/werk/vrijetijd) % afname verblijf t.o.v. nulmeting 2026. % casussen waarin intensieve ambulante ondersteuning is ingezet bij dreigende uithuisplaatsing. % afname nieuwe uithuisplaatsingen t.o.v. 2026. Door gemeenten goedgekeurd plan voor gezinsgerichte aanpak Vastgesteld bedrijfsvoeringsplan verblijf incl. planning
24
Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038
Kritische succesfactoren in uitvoeringspraktijk AJH
Versie 1.0 17 februari 2026
Bedrijfsvoeringsplan af- en ombouw verblijfsvoorzieningen in de regio (vast en flexibel), inclusief opbouw huidig IBO/NIA aanbod Effectieve samenwerking in de keten Voldoende en deskundig personeel (ambulant en verblijf)
Mate waarin feedback structureel wordt verwerkt in beleid en bedrijfsvoering % professionals dat is opgeleid in intensief ambulant; systemisch en verklarend werken
Per thema wordt in de aanbestedingsdocumenten een startfoto gemaakt waarin de jeugdhulp zoals die in 2024 geleverd is door de huidige jeugdhulpaanbieders, inzichtelijk is gemaakt. Dit bepaalt het vertrekpunt voor de partijen die aan de thema's uitvoering gaan geven. Dit kan per gemeente of gebied verschillend zijn. Het doel van de startfoto is om een indicatie te geven van de in te zetten hulp en middelen. Dit betekent dat 2024 en 2028 niet en volledig overeen zullen komen. Tussen 2024 en 2028 is er een jaarlijkse bezuinigingsopgave meegegeven. De startfoto zal gedurende de procedure geactualiseerd worden zodat de meest recente gegevens gebruikt kunnen worden als een van de uitgangspunten voor de verdeling van de opdracht.
3.2.4 Combinatie van ordeningsprincipes De scope van Aanvullende Jeugdhulp is breed in benodigde expertise, type behandelprogramma’s/ behandelmethodes. Dit brengt met zich mee dat veel verschillende soorten/ type partijen nodig zijn om met elkaar de gehele scope te kunnen dekken; er is geen sprake van een homogene dienst die gemakkelijk onderling vergeleken kan worden op prijs en kwaliteit. Bovendien wordt de komende jaren een doorontwikkeling gevraagd (zie voorgaande paragrafen), waarmee expertise, behandelingen en aanpakken gedurende de looptijd van de overeenkomst flexibel moeten kunnen meebewegen met specifieke (maatschappelijke en financiële) wensen en ontwikkelingen. De benodigde hulp kan hiermee op verschillende wijzen worden geordend, naar zogenoemde “ordeningsprincipes”. De meest gebruikte, of herkenbare ordeningsprincipes zijn: Principe a: naar zorgvorm (definities landelijke istandaarden) 1. Ambulant Verblijf pleegzorg 2. Verblijf gezinsgericht 3. Verblijf gesloten plaatsing 4. Verblijf anders 5. Ambulant in de opvang 6. Verlengde jeugdhulp Principe c: naar doelgroep 1. Jeugdigen met een beperking 2. Jeugdigen met GGZ problematiek 3. Jeugdigen met gedrags- of opvoedproblematiek
Principe b: naar expertise (voorbeelden, niet limitatief) 1. Cognitieve gedragstherapie (CGT) 2. Psycho-educatie 3. Multi- Systeemtherapie (MST) 4. Relationele Gezinstherapie (RGT) 5. Traumaverwerking (EMDR) 6. Individuele begeleiding 7. Groepstherapie Principe d: naar gemeente/ gebied 1. Amsterdam met zes gebieden: o Stadsdeel Centrum/Zuid; o Stadsdeel Nieuw West; o Stadsdeel West; o Stadsdeel Noord; o Stadsdeel Oost; o Stadsdeel Zuidoost/stadsgebied Weesp;
25
Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038
Versie 1.0 17 februari 2026
2. 3.
Diemen, Uithoorn en Ouder-Amstel (DUO) gezamenlijk; Amstelveen en Aalsmeer gezamenlijk.
Om tot een aantal gecontracteerde partijen te komen die gezamenlijk de gehele opdracht AJH kunnen uitvoeren, wordt voor onderhavige opdracht gekozen voor het verdelen van de opdracht naar de 4 beschreven thema’s. Deze beslaan ieder een specifiek segment van de jeugdhulp. Dit heeft betrekking op de zorgvormen en expertise die voor de uitvoering van de AJH binnen dit thema nodig zijn en de doelgroepen en gebieden waarop dit betrekking heeft. Met andere woorden: ieder thema omvat de uitvoering van alle jeugdhulp die bij dat thema hoort, waarmee alle denkbare ordeningsprincipes door alle thema’s heen gedekt zijn. Bij het uitwerken en overeenkomen van de verdeling over de thema’s speelt stabiliteit in het stelsel en een soepele overgang van de huidige opdracht naar de nieuwe opdracht een belangrijke rol: 1. Zorgcontinuïteit; bij overgang opdracht geen of zo min mogelijk overheveling van cliënten. 2. Zorgcapaciteit; beschikbaarheid professionals voor onderhavige opdracht. 3. Kennis en expertise; kunnen aansluiten bij opdrachtdoelstellingen en kunnen voortbouwen op alles wat al is ingericht en ontwikkeld, waaronder een aantal nader in te vullen ontwikkelopdrachten.
3.2.5 Beperken aantal aanbieders Voor onderhavige opdracht worden meerdere aanbieders gecontracteerd die samen verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van de totale opdracht. Omdat het een opdracht betreft waarbij sprake is van een heterogene dienstverlening, is het van belang dat de groep contractanten samen kan voorzien in het dekken van de totale hulpvraag, of het daaraan gerelateerde zogeheten zorglandschap (scope). In het licht van schaarste van personeel en middelen, en de beoogde transformatie, is een definitie van een dekkend zorglandschap moeilijk te maken. Het is daarom belangrijk dat er te allen tijde ruimte is om aanbod aan het stelsel toe te voegen, uit te breiden en af te bouwen. De wijze van inkopen en contracteren moet hier ruimte voor bieden. Vanuit de leerpunten heeft het terugbrengen van het aantal aanbieders van Amsterdam DUO ten behoeve van de HSJH zichtbaar bijgedragen aan het sturen op- en beheersbaar krijgen van kosten. Ook heeft dit geleid tot nauwere afstemming en samenwerking op belangrijke thema’s waar de 4 centraal gestelde thema’s voor onderhavige opdracht uit voort vloeien. Dit leidt tot de keuze om ook voor onderhavige opdracht het aantal contractanten beperkt en beheersbaar te houden. Het aantal te contracteren partijen wordt vastgesteld op maximaal 20. Dit kunnen individuele partijen zijn of combinaties van partijen.
Ter indicatie: de huidige top 20 aanbieders die actief zijn over de hele regio Amsterdam- Amstelland, leveren gezamenlijk bijna 90% van de totale scope in waarde.
26
Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038
Versie 1.0 17 februari 2026
3.3 Budget, volume en verwachte financiële consequenties De uitgaven voor de Aanvullende Jeugdhulp (AJH) vormen in combinatie met dalende rijksbudgetten de komende jaren een substantiële financiële uitdaging voor de gemeenten en de jeugdhulpaanbieders. Er geldt een besparingsopgave die binnen onderhavige opdracht moet worden gerealiseerd. Dit leidt tot een visie die gaat over het streven naar minder en effectievere inzet van jeugdhulp. 3.3.1 Meerjarig perspectief De Amsterdam-Amstelland gemeenten (hierna: gemeenten) beogen de kernpartners een meerjarig perspectief mee te geven voor de opdracht AJH. Dit betekent dat voor aanbieders een financieel perspectief wordt geboden over de initiële contractperiode (2028-2034). De budgetten in de gemeentelijke begroting van 2025 vormen de basis voor het meerjarig perspectief 2028-2034 voor de AJH en daarmee de opdrachtwaarde. Belangrijk is dat dit meerjarenperspectief jaarlijks opnieuw wordt geëvalueerd en vastgesteld. De gemeenten zien erop toe dat de totale opdrachtwaarde niet zonder bestuurlijke of contractuele goedkeuring wordt overschreden. In de af te sluiten overeenkomsten zal op dit onderdeel een wijzigingsclausule worden opgenomen die ruimte biedt om budgetten aan te passen. In onderstaande tabel staat een overzicht van de budgetten per gemeente voor de periode 2028-2034 gebaseerd op de budgetten van 2025.
Dit betekent dat indexatie niet is meegenomen. Daarnaast betreft het bedragen inclusief de zorgcontinuïteitskosten. Hiermee wordt het budget bedoeld wat noodzakelijk is voor de continuering van zorg van de cliënten bij (straks) niet gecontracteerde aanbieders. Aalsmeer Amstelveen Amsterdam Diemen Uithoorn Ouder-Amstel
AJH AJH AJH AJH AJH AJH
Totaal
2028 € 6.600 € 20.000 € 253.315 € 5.500 € 8.000 € 2.600
2029 € 6.600 € 20.000 € 249.370 € 5.500 € 8.000 € 2.600
2030 € 6.600 € 20.000 € 249.370 € 5.500 € 8.000 € 2.600
2031 € 6.600 € 20.000 € 249.370 € 5.500 € 8.000 € 2.600
2032 € 6.600 € 20.000 € 249.370 € 5.500 € 8.000 € 2.600
2033 € 6.600 € 20.000 € 249.370 € 5.500 € 8.000 € 2.600
€ 296.015
€ 292.070
€ 292.070
€ 292.070
€ 292.070
€ 292.070
Overzicht voorlopige meerjarenbegroting AJH voor periode 2028-2034. De weergegeven bedragen dienen vermenigvuldigd te worden met 1.000 voor de totale omvang.
3.3.2 Uitdagingen De uitgaven Aanvullende Jeugdhulp en de dalende rijksbudgetten vormen de komende jaren een flinke financiële uitdaging voor gemeenten en jeugdhulpaanbieders. Aanpassing van de gemeentebegrotingen, door bijvoorbeeld veranderingen in de rijksbijdrage of andere (autonome) ontwikkelingen, vormen mogelijk aanleiding om de lumpsums naar boven of naar beneden aan te passen. Daarnaast is de verwachting dat er ook uitdagingen ontstaan op het gebied van personele tekorten. Dit noodzaakt tot het maken van scherpe keuzes. De ontwikkeling van andere vormen van jeugdhulp en meer inzet van andere onderdelen van het sociaal domein, innovatie en transformatie, dient op termijn te leiden tot minder inzet van Aanvullende Jeugdhulp en daarmee dalende uitgaven. De huidige meerjarenbegroting laat zien dat al vanaf 2028 substantieel minder middelen voor jeugdhulp beschikbaar zijn.
27
Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038
Versie 1.0 17 februari 2026
Reële prijs De gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om een taak te formuleren die aansluit bij de lumpsum. De gemeenten houden zich hierbij aan de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Reële prijzen Jeugd, die per 1 juli 2024 in werking is getreden. Het verstrekken van een reëel bedrag voor een uitvoerbare opdracht betekent dat gemeenten de gevraagde taak aan de jeugdhulpaanbieder hierop aanpast. De concrete uitwerking hiervan vindt plaats in dialoog/ onderhandeling met de partijen in de dialoog- en precontractuele fase van de aanbesteding. Gemeenten zullen daarbij de minimale kaders afgeven, deze in dialoog toetsen en hier gezamenlijk met de aanbieders nadere invulling aan geven. 3.3.3 Lumpsumafspraak Het totale budget voor de opdracht AJH zal in de dialoogfase op niveau van thema’s en naar individuele aanbieders worden onderverdeeld in de individuele lumpsumafspraken. De lumpsumafspraken kunnen jaarlijks worden bijgesteld. Bijstelling kan diverse redenen hebben en het is aan de individuele gemeente om hierover te besluiten. Dit kan naar aanleiding van bijvoorbeeld wijzigingen in de rijksbijdrage, resultaten die aangeven dat de begroting objectief aantoonbaar structureel te hoog of te laag is of onvoorziene maatschappelijke of beleidsmatige ontwikkelingen.
Met de te contracteren aanbieders wordt op het niveau van de verschillende thema’s een taak overeengekomen (zie voor meer toelichting op de thema’s paragraaf 3.2.3). De bedoeling is dat over de periode 2028-2038 een verschuiving gaat plaatsvinden van traditionele (individuele) jeugdhulptrajecten naar andere, meer effectievere en efficiëntere vormen van jeugdhulp. De mate waarin en het tempo waarop dit gebeurt kan per gebied verschillen. Deze verschuiving is in samenwerking met de aanpalende domeinen: zorg, onderwijs, inkomen en wonen. De verdeling van taken en financiële middelen per transformatieopdracht onder de aanbieders vindt plaats binnen een samenwerkingsstructuur tussen de gecontracteerde aanbieders. Dit houdt in dat de aanbieders met elkaar samenwerken en per thema overeenstemming hebben over de wijze waarop zij deze samen gaan realiseren. Zij sluiten hiertoe een samenwerkingsovereenkomst waarin afspraken zijn vastgelegd over de gezamenlijke uitvoering en verantwoordelijkheid, de individuele verantwoordelijkheden daarbij en de inzet van de individuele lumpsum. De gemeenten verstrekken jaarlijks gezamenlijk één lumpsumbedrag aan iedere individuele jeugdhulpaanbieder.
Dit lumpsumbedrag is de optelsom van de budgetten van de 6 verschillende gemeenten en deze is opgebouwd uit de verschillende taken die een aanbieder heeft vanuit zijn betrokkenheid over wellicht meerdere thema’s. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat iedere gemeente betaalt voor haar eigen inwoners. De hulpinzet en verantwoording is verbonden aan het budget van de betreffende gemeente. Dit houdt in dat de aanbieder binnen het budget van de betreffende gemeente de jeugdigen uit die gemeente helpt, en verantwoordt (o.a.) per gemeente op input, output en outcome. Om de verdeling per aanbieder vorm te geven, wordt jaarlijks vastgesteld welk lumpsum bedrag per thema is begroot.
28
Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038
Versie 1.0 17 februari 2026
Alle gecontracteerde aanbieders werken binnen het lumpsumkader dat is overeengekomen. Hiermee ontstaat er meer samenhang tussen de aanbieders, eenvoudigere financiering en minder administratieve lasten. Daarnaast is er meer sturing op gezamenlijke verantwoordelijkheid van de totale opdracht en de beoogde veranderingen binnen de jeugdhulp. 3.4 Inrichting Contractmanagement Contractmanagement vormt een strategisch sturingsinstrument waarmee zes gemeenten in gezamenlijkheid sturen op een samenhangend en toekomstbestendig (aanvullend) jeugdhulpstelsel. We signaleren en sturen primair op de outcome van de taakgericht gefinancierde transformatieopdrachten, uitgewerkt in vier thema’s, en werken daarbij data gedreven, lerend en in zakelijk partnerschap met uitvoerende partners. De sturing beweegt van sturing over naar sturing en duiding met partners. Dit is gebaseerd op duidelijke kaders, wederzijds vertrouwen en professionele aanspreekbaarheid, waarbij partners ruimte hebben om binnen die kaders zelf invulling te geven aan de benodigde inzet. Wanneer de samenwerking niet werkt, of partners zich niet aan de gemaakte afspraken houden, richt contractmanagement zich op beheersing van risico's en eventuele maatregelen.
Contractmanagement vervult hierbij, vanuit multidisciplinaire teams, een duidelijke regierol in de relatie tussen gemeenten en externe partners, waarbij we continu reflecteren, samen leren en gericht werken aan verbetering van het (aanvullend) jeugdhulpstelsel. 3.4.1 Positionering contractmanagement Jeugdhulp In de huidige situatie zijn alle betrokken gemeenten zelf verantwoordelijk voor het organiseren van contractmanagement op de door hun afgesloten overeenkomsten. Onderhavige opdracht vraagt het ontwikkelen van een gezamenlijke aanpak, met structuur in operationeel, tactisch en strategisch contractmanagement, georganiseerd vanuit een multidisciplinair team met vertegenwoordiging van:
Contractmanagement; Beleid; Monitoring en data; Financiën; Sturing.
In een multidisciplinair team komt kennis en expertise van inhoud, financiën, data-analyse en uitvoering regelmatig en structureel bijeen. Ook kan er op afroep andere benodigde expertise, zoals juridisch advies, gevraagd worden om input te leveren op vraagstukken. Het inzetten van multidisciplinaire teams stelt het contractmanagement in staat om integraal, data gedreven, consistent, gezamenlijk en taakgericht te sturen op individuele- en collectieve (transformatie)doelen.
3.4.2 Prestatiedialoog Aan de sturing op kwaliteit, financiën en de transformatieopdrachten wordt invulling gegeven in de vorm van een interactieve prestatiedialoog. Voorafgaand aan een prestatiedialoog bundelt
29
Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038
Versie 1.0 17 februari 2026
contractmanagement vanuit het multidisciplinaire team beschikbare informatie uit verschillende databronnen (de monitor) en andere signalen vanuit stakeholders zoals cliëntbelang, verwijzers en lokale teams. De monitor beschikt in ieder geval over de bestaande bronnen zoals het berichtenverkeer, statistiek en overige data. Daarnaast zal er een jaarlijkse algemene en thema specifieke uitvraag aan aanbieders plaatsvinden. Er vinden verschillende (horizontale) evaluaties plaats, gericht op cliëntervaring (eens per twee jaar), het functioneren van AJH-aanbieders (eens per twee jaar) en ontwikkelingen van specifieke thema's. Zo geeft de prestatiedialoog naast sturing ook invulling aan het samen leren en verbeteren van het jeugdhulpstelsel (RGU 8). Er worden twee verschillende niveaus van de prestatiedialoog onderscheiden. Amsterdam-DUO gemeenten werken nu al volgens deze wijze, die in 2028 wordt gecontinueerd en (stapsgewijs) doorontwikkeld: Prestatiedialoog niveau 1 (PD1) Gemeenten hebben de rol van opdrachtgever. De dialoog vindt plaats tussen (een vertegenwoordiging van) de gemeenten en een individuele aanbieder. Het betreft dialoog over de uitvoering op twee niveaus: 1. Resultaten op regionaal niveau (algehele opdracht); de realisatie van de individuele taak binnen de samenwerking op de relevante thema’s. 2.
Resultaten op gemeente- en gebiedsniveau; realisatie van de individuele taak binnen gemeenten en gebieden. In dialoog worden de overeengekomen individuele taken gemonitord en waar nodig, passend binnen de kaders van de opdracht, bijgestuurd en aangepast. Hiervoor wordt minimaal 3 keer per jaar een gesprek ingepland en volgt ongeveer de volgende planning:
Gesprek 1: maart. In deze prestatiedialoog wordt onder andere de 12-maandse rapportage van het afgelopen jaar gedeeld en besproken. Gesprek 2: juni. In deze prestatiedialoog wordt onder andere de 4-maandse rapportage gedeeld waarin een eerste prognose van de realisatie van de lumpsum uiteengezet wordt. Gesprek 3: oktober. In deze prestatiedialoog wordt onder andere de 8-maandse rapportage gedeeld waarin een tweede prognose van de realisatie van de lumpsum uiteengezet wordt.
Buiten de reguliere gesprekken is altijd de mogelijkheid om in gesprek te gaan over de monitorcijfers en mogelijke gebied specifieke ontwikkelingen, bijvoorbeeld in het kader van beleidsdoeleinden. De prestatiedialogen zijn onderdeel van een cyclus van doorontwikkeling op de uitvoering van het jeugdstelsel. Ieder jaar worden concrete doelstellingen geformuleerd ten aanzien van omvang van geholpen cliënten, aard van de hulp, capaciteit, financiën en andere KPI’s waarop de beoogde outcome op de verschillende thema’s en daarbij horende transformatiedoelen kan worden gemeten. De resultaten die worden afgelezen uit de monitor geven handvatten voor controle en (bij)sturing waar in de dialoog nadere doelen en afspraken over worden gemaakt.
30
Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038
Versie 1.0 17 februari 2026
Naast concrete (transformatie)doelen en de cijfers uit de monitor, worden kansen en knelpunten in toekomstige ontwikkelingen in thema's en transformatieopdrachten besproken waar de aanbieder invloed op kan uitoefenen of die van invloed kunnen zijn op de individuele taak. De prestatiedialogen volgen de sturingsfilosofie Sociaal Domein en worden gevoerd langs de vijf sturingselementen: 1.
Budget en eindejaar prognose;
Contractmanagement bespreekt de uitnutting en prognose in het PD1 gesprek. Daarbij wordt voornamelijk gekeken naar de inzet van de financiële middelen volgens gemaakte afspraken. 2. Tijdigheid en volledige informatievoorziening; Contractmanagement stuurt aan de hand van beschikbare data (monitor, berichtenverkeer, wachtlijsten). Er zullen concrete afspraken gemaakt worden over het beschikbaar stellen van de benodigde data om te sturen op doelstellingen. Tijdige informatievoorziening is hiervoor cruciaal. Er wordt aandacht besteed in het PD1 gesprek zodat de benodigde informatie tijdig en volledig wordt aangeleverd. 3. Cliënt aantallen en –stromen; Contractmanagement voert inhoudelijke gesprekken over onder andere cliëntstromen en nog uit te werken (outcome) indicatoren. Er worden afspraken gemaakt over de wijze waarop verklaard en gevolgd kan worden of de ingezette bewegingen leiden tot een positief dan wel negatief resultaat in relatie tot de transformatiedoelen (outcome indicatoren). 4. Inhoudelijke opgave en (ontwikkel)doelen; Contractmanagement is onderdeel van een multidisciplinair team dat stuurt op de inhoudelijke opgave en (transformatie)doelen van een thema. Voortgang op (transformatie)doelen wordt gemonitord aan de hand van concrete en meetbare (deel)resultaten. 5.
Kwaliteit van de zorg; Contractmanagement bespreekt de uitkomsten van de eigen cliënttevredenheidsonderzoeken, klachten, signalen en eventuele rapporten vanuit bijvoorbeeld de inspectie. Er worden concrete afspraken gemaakt over het aanleveren van gegevens, en de consequenties bij het ontbreken van deze gegevens, ten behoeve van het sturen op resultaat. Ook zal het contractmanagement dialoog voeren met andere belangrijke stakeholders zoals het lokale team/ OKT en de GI's, teneinde de prestatiedialoog niveau 1 met de individuele aanbieders goed te faciliteren. Prestatiedialoog niveau 2 (PD2) Gemeenten hebben zowel de rol van opdrachtgever als die van partner en stelselverantwoordelijke (binnen het jeugddomein en sociaal domein breed). In collectieve dialoog worden overeengekomen gezamenlijke taken en doelen gemonitord en waar nodig en passend
31
Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038
Versie 1.0 17 februari 2026
binnen de kaders van de opdracht bijgestuurd en aangepast. Deze dialoog kent drie vormen met verschillende samenstellingen en richt zich op de volgende onderwerpen: 1. Overleg op themaniveau: inzet, realisatie, ontwikkelingen en (bij)sturing op de collectieve afspraken binnen de verschillende thema’s en daarbij horende transformatiedoelen. Een afvaardiging van gemeenten en aan de specifieke thema’s verbonden aanbieders nemen deel aan de dialoog per thema. Aanbieders zijn deels verantwoordelijk om de agenda te vullen en presenteren gezamenlijk de voortgang en ontwikkelingen van het specifieke thema en de daarbij horende transformatiedoelen. Dit gesprek vindt minimaal drie keer per jaar plaats. 2. Overleg op opdrachtniveau: de algehele afstemming en samenwerking binnen de totale opdracht. In deze dialoog wordt de samenwerking in het stelsel in relatie tot de collectieve opdrachtdoelen die onder andere toezien op gebiedsgerichte samenwerking, ongelijk investeren voor gelijke kansen, inzetten van ervaringsdeskundigheid en inzetten op diverse en inclusieve hulp besproken. Dit dialoog wordt gevoerd op minimaal drie verschillende momenten met verschillende aanwezigen: (1) Dit overleg richt zich op de inhoud en financiën over de totale opdracht. Hier zal afvaardiging van gemeenten en de directeuren van aanbieders aanwezig zijn.
(2) Dit overleg richt zich op de financiële verantwoording, uitnutting, ontwikkelingen en (mogelijke) herijking. Hier zal afvaardiging van de gemeenten en afvaardiging van de aanbieders aanwezig zijn. De benodigde voorbereiding voor dit overleg vindt plaats met afvaardiging van gemeenten en afvaardiging van aanbieders. (3) Dit overleg richt zich op stelsel brede knelpunten, kansen en ontwikkelingen. Ook biedt dit gesprek de mogelijkheid om met aanwezigen de stelsel brede thema's uit te diepen. Hier zal een afvaardiging van de gemeenten en een afvaardiging vanuit AJH-aanbieders, onderwijs, verwijzers, cliëntbelang, lokale teams en de GGD aanwezig zijn. Contractmanagement heeft hierbij een passieve rol en focust zich op verbinden en signaleren. 3. Overleg op gebiedsniveau: hier worden per gebied specifieke stakeholders bij elkaar gebracht om kansen en knelpunten in gebiedsontwikkelingen te signaleren en te bespreken. Contractmanagement heeft hierbij een passieve rol en focust zich op verbinden en signaleren. Dit overleg zal minimaal twee keer per jaar plaatsvinden waarbij afvaardiging vanuit gemeenten en stakeholders aanwezig zullen zijn. Op afroep kunnen stakeholders binnen het stelsel, zoals cliëntvertegenwoordiging en verwijzers, uitgenodigd worden in collectieve gesprekken of kunnen er aanvullende bijeenkomsten gepland worden om specifieke ontwikkelingen te bespreken.
De focus ligt op de collectieve inzet op- en realisatie van de gezamenlijke transformatie- en opdrachtdoelen op de verschillende onderdelen. Net als bij prestatiedialoog niveau 1 zijn de gesprekken onderdeel van een cyclus van doorontwikkeling op de uitvoering van het jeugdhulpstelsel. De monitor wordt gevolgd op de overeengekomen doelen en prestaties, deze vormt de basis voor het gesprek. De resultaten uit de monitor bieden handvatten voor de dialoog, waarin nadere doelen, kansen en ontwikkelingen kunnen worden verkend en waar nodig kunnen
32
Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038
Versie 1.0 17 februari 2026
leiden tot nieuwe afspraken. De planning hiervan wordt afgestemd op de planning voor de gesprekken op niveau 1. Beoogd wordt om deze zo veel als mogelijk te laten aansluiten op bestaande overlegstructuren. Verantwoording aan de raad Dit betreft de publieke verantwoording van de colleges van B&W naar de gemeenteraden. De opbrengsten van de prestatiedialogen genoemd onder 1 en 2, de kengetallen en de financiële voortgang worden (half)jaarlijks gedeeld en besproken met de gemeenteraden. Daarnaast worden kerncijfers natuurlijk ook opgenomen in de begroting en het jaarverslag van de gemeenten. Op die manier kan de raad steeds in samenhang tussen inhoud en financiën zijn toezichthoudende en sturende rol invullen. 3.5 Stakeholders De onderstaande tabel geeft de belangrijkste stakeholders in het (aanvullend) jeugdhulpstelsel weer. De rol, belang en informatiebehoefte verschilt per stakeholder en is weergegeven in de tabel. Behoefte stellend Jeugdigen en hun ouders
X
Cliëntenraden
X
Indicatie stellend
Medische verwijzers
X
Lokale teams
X
Gecertificeerde instellingen
X
Zorg verlenend
Kader stellend
X
Gemeenten
X
Zorgaanbieders
X
3.6 Algemene beleidsdoelen en speerpunten De gemeente Amsterdam heeft een visiedocument “Inkopen en Opdrachtgeven met invloed”, waarin de visie wordt beschreven over het invullen van 7 algemene beleidsthema’s door middel het maken van inkoopafspraken. Voor onderhavige opdracht is voor al deze beleidsthema’s afgewogen of er kansen zijn om impact te maken. Onderstaand volgt hierop een toelichting. Thema
Effectuering
Toelichting
Duurzaam
Ja
Er zal een minimale richtlijn worden opgesteld, waarin de ambitie is dat contractanten binnen twee jaar na start van de overeenkomst in het bezit zijn van een gecertificeerd CO2-managementsysteem zoals de CO2prestatieladder. Echter, de inzet en kwaliteit van jeugdhulp wegen zwaar en het niet behalen van deze ambitie mag derhalve niet leiden tot zwaarwegende (financiële) consequenties voor contractanten met daaruit voortvloeiende risico’s voor de kwaliteit en beschikbaarheid van jeugdhulp.
33
Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038
Gezond
Ja
Versie 1.0 17 februari 2026
De opdracht zet per definitie integraal in op de gezondheid van jeugdigen in betrokken gemeenten. De geformuleerde opdracht zet in op het versterken van een aantal basisprincipes. Er worden hier bovenop geen gunningscriteria geformuleerd op dit onderwerp waarmee extra of meer specifieke impact wordt bereikt.
Inclusie en diversiteit
Ja
Ten aanzien van I&D worden volgens het handelingskader I&D een aantal eisen geformuleerd die minimaal gelden bij uitvoering van de opdracht. Het onderdeel I&D zal tevens door de gehele opdracht heen onderwerp van gesprek zijn (dialoog over uitwerking gebiedsgerichte samenwerking, ongelijk investeren, inzet op verschillende kernthema’s), waarbij partijen hun specifieke meerwaarde kunnen laten zien. Er worden hier bovenop geen gunningscriteria geformuleerd op dit onderwerp waarmee extra of meer specifieke impact wordt bereikt.
Innovatie
Ja
Er wordt gebruik gemaakt van het verlichte regime onder de SAS procedure. Er wordt een uitgebreide dialoogfase ingericht om samen met beoogde partners de opdracht nader te definiëren en hier in samenwerking met elkaar overeenstemming over te bereiken. 1 januari 2028 vormt een begin punt vanuit waar de volgende 10 jaar jeugdhulp wordt doorontwikkeld en geïnnoveerd.
Regionaal en MKB
Ja
Via constructies van onderaanneming en samenwerking is er ruimte voor MKB bedrijven om een deel van de opdracht uit te voeren. Gezien het lokale karakter van de gevraagde dienstverlening, zullen lokale aanbieders naar verwachting het beste aan kunnen sluiten bij de gevraagde eisen.
Sociaal
Ja
Ketenverantwoordelijkheid Nee
Nader te bepalen uitvoeringsvoorwaarde Deze opdracht leent zich niet om specifieke impact te genereren op dit thema.
3.7 Marktverkenning- en consultatie Alle gekozen uitgangspunten voor deze richtlijn en de nadere uitwerking hiervan in de nog op te stellen aanbestedingsdocumenten zijn- en worden in samenwerking en afstemming met huidige contractpartners en relevante stakeholders en experts getoetst. Hierbij zijn- en worden steeds de algemene beginselen voor aanbesteden, waaronder transparantie en non-discriminatie zorgvuldig afgewogen.
34
Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038
Versie 1.0 17 februari 2026
4 Type en looptijd overeenkomst 4.1 Perceelindeling De opdracht wordt niet opgedeeld in percelen. In de voorgenomen aanbesteding schrijven partijen in op één integrale opdracht, waarbij zij zich committeren aan samenwerken aan (cultuur)verandering, samenwerken door meedenken en meedoen binnen multidisciplinaire vraagstukken en het met elkaar borgen van een volledig zorglandschap voor de gehele zorgregio. Dit sluit aan bij de wijze waarop het stelsel van Amsterdam-DUO nu is ingericht, de stappen die hier in voorgaande jaren zijn gezet en de Richting Gevende Uitspraken die zijn geformuleerd (m.n. RGU 1, 2 en 8). Partijen schrijven in op de totale opdracht, maar zij hoeven niet individueel alles zelf te kunnen leveren. Zij hoeven bijvoorbeeld niet zelf de hele zorgregio te dekken of in alle expertises te kunnen voorzien. Partijen brengen in de uitvoering focus aan binnen een specifiek thema waarop zij hun kennis en expertise inbrengen en daarmee het verschil maken. Deze kennis en expertise kan van toepassing zijn op meerdere thema’s.
En deze kan gericht zijn op bijvoorbeeld het oplossen van/ ondersteunen bij specifieke maatschappelijke problemen die kenmerkend zijn binnen enkele, specifieke gebieden, maar dit kan ook betrekking hebben op juist brede doelgroepen, verspreid over de hele regio of specifieke aanpakken die nodig zijn om de beoogde ontwikkelopgaven rakend aan meerdere thema’s te realiseren. Hiervoor is te allen tijde nodig dat de te selecteren partijen:
Over de gemeentegrenzen beter met elkaar samenwerken in het afstemmen van hulp aan jeugdigen en hun gezin en optimale procesinrichting. Expertise over meerdere thema’s kunnen inzetten waar deze nodig is, zonder enige belemmering van schotten. Bereid zijn om hun eigen organisatie door te ontwikkelen en kennis, expertise en aanpakken aan te laten sluiten bij wat regio breed nodig is.
Iedere vorm van een perceelindeling belemmert deze ontwikkeling. Immers, een partij die over hele specifieke kennis en expertise beschikt en goede resultaten behaalt, moet inzetbaar zijn over de hele opdracht, daar waar nodig, zonder belemmering van schotten veroorzaakt met de inrichting van percelen. En ook moet er over 10 jaar bezien ruimte zijn voor verschuiving, op- en afbouw van specifieke aanpakken, zonder dat dit leidt tot wezenlijke wijzigingen van individuele opdrachten veroorzaakt door de inrichting van percelen. Tevens vraagt het inrichten van percelen om duidelijke afbakening van die percelen, direct bij publicatie. Dit is ingewikkeld omdat er geen statische opdracht wordt ingekocht. De afbakening die nu geldt, kan over 1 of 2 jaar anders zijn omdat er wordt geleerd, veranderd en ontwikkeld. Hoe deze verandering er uit ziet over de komende 10 jaren, is onzeker en slecht voorspelbaar. Gemeenten kiezen er daarom voor om uit te gaan van een selectie van partijen die zich gezamenlijk committeren aan één integrale opdracht en bereid zijn om daarbinnen met elkaar te werken aan een gezamenlijke veranderstrategie.
35
Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038
Versie 1.0 17 februari 2026
4.2 Type Overeenkomst + looptijd Als resultaat van de voorgenomen Aanbesteding wordt onder één Gemeenschappelijke Regeling (GR) met 6 gemeenten met maximaal 20 partijen een overeenkomst van opdracht gesloten voor de duur van initieel 6 jaar met een optie tot verlengen van 2 maal 2 jaar. De Overeenkomsten gaan in op 1 januari 2028 en eindigen van rechtswege op 31 december 2033. De finale einddatum is 31 december 2037. Een meerjarig perspectief draagt bij aan commitment en zorgt voor duidelijkheid bij zowel gemeenten als de jeugdhulpaanbieders. Hieronder worden de voordelen beschreven voor een meerjarig financieel perspectief: • Voldoende tijd om de ontwikkelopgave in de Aanvullende Jeugdhulp te realiseren. • De investering die gemeenten en aanbieders doen in het versterken van samenwerking en werken in partnerschap. Continuïteit in geschikte locaties voor verblijf voor kwetsbare jeugdigen die passen in de beweging naar zo thuis mogelijk in kleinschalige voorzieningen (Thuis voor Noordje). • Continuïteit van de beschikbaarheid van (schaarse) jeugdhulp voorzieningen en expertise. • De investering die aanbieders moeten doen in de gewenste beweging die volgt uit de jeugdvisie, zoals trainen van personeel en ontwikkelen van nieuw aanbod. De looptijd van de contracten moet lang genoeg zijn om verantwoord te kunnen investeren en om de investering te laten renderen.
• De verantwoordelijkheid en risico’s die aanbieders moeten nemen. Zij zullen eerder geneigd zijn dit te doen als gedurende de initiële contractperiode de investering kan renderen en de resultaten zichtbaar kunnen worden gemaakt. • Duidelijkheid voor aanbieders en daarmee de mogelijkheid om medewerkers aan zich te binden. Het is gezien de krapte op de arbeidsmarkt van belang dat de jeugdhulpaanbieders als een aantrekkelijke en betrouwbare werkgever worden gezien. • Minder kans op reactief beleid. • Minder verlies van tijd en energie; aanbesteding vraagt om een forse investering. De Overeenkomst die wordt gesloten is het landelijke format3 van i-contractstandaarden voor jeugdhulpovereenkomsten. Deze is aangevuld met specifieke bepalingen van de Gemeenten, waaronder de Beleidsregel Integriteit in Overeenkomsten (BIO). Voor overige documenten (inkoopleidraad en Programma van Eisen) worden de standaard formats van de gemeente Amsterdam gebruikt, maar hierin wordt zoveel mogelijk aangesloten bij specifieke voorwaarden die in de landelijke formats zijn opgenomen.
3 Versie 1.4 CS Jeugd (definitief) · Implementatie Contractstandaarden (Jeugd en Wmo) · Ketenbureau i-Sociaal Domein
36
Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038
Versie 1.0 17 februari 2026
5 Aanbestedingsprocedure 5.1 Type en inrichting aanbestedingsprocedure - SAS Binnen de specialistische jeugdhulp is beperkt sprake van een ’commerciële markt’. Aanbieders zijn niet over de hele breedte concurrerend aan elkaar, zij richten zich vaak op een specifieke doelgroep of specifiek zorgaanbod. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende aanbieders om aan de totale zorgvraag van cliënten te kunnen voldoen. De zorgmarkt is ook in beweging en ontwikkelt steeds nieuwe en meer effectieve behandelmethodieken om aanbod aan te laten sluiten bij de zorgvraag. Deze zorgvraag is zeer onderhevig aan maatschappelijke en landelijke (politieke) ontwikkelingen. Dit alles vraagt om het afsluiten van overeenkomsten die flexibiliteit bieden ten aanzien van de doorontwikkeling en (her)allocatie van het aanbod en de sturingsparameters om dit te beheersen, maar die, in het geval van de voorgenomen aanbesteding, tegelijkertijd wel een goed kader geven voor houvast in sturing en beheersing van kosten. Dit betekent dat gekozen moet worden voor een procedure onder de werking van de aanbestedingswet. In dit geval is dat een procedure voor Sociale en Andere Specifieke (SAS) diensten waarvoor een verlicht regime geldt. Er hoeft niet te worden gekozen voor één van de geregisseerde procedures die de aanbestedingswet beschrijft. De (enige) minimale eisen waaraan moet worden voldaan: 1.
Er moet een vooraankondiging worden gedaan en/of een aankondiging van de opdracht. 2. Er gelden de algemene regels voor gelijkheid, non-discriminatie, transparantie en proportionaliteit. Deze regels zijn vastgelegd in de Aanbestedingswet en de Gids Proportionaliteit. 3. Er moet een gunning van de opdracht bekend gemaakt worden. Er is ruimte om de procedure voor een groot deel naar eigen inzicht vorm te geven. De gemeenten zijn niet gehouden aan voorgeschreven termijnen en ook niet aan het toepassen van gunningscriteria. Volgens de aanbestedingswet zijn gunningscriteria erop gericht om op basis van gelijke uitgangspunten offertes te ontvangen en op basis van de gunningscriteria de beste inschrijving te selecteren. Binnen de SAS is er vrijheid om de inschrijvingen te beoordelen op eigen wijze. De wijze van beoordelen moet wel objectief zijn. De beoordeling gaat immers niet uit naar één beste inschrijving of aanbieding, maar naar de meest geschikte aanbieders die in combinatie met elkaar in staat zijn om op de juiste wijze invulling te geven aan de opdracht. Bij de inrichting van de procedure zal rekening worden gehouden met de best passende methode om binnen de betreffende markt de beste aanbieders te selecteren.
Het moet naar de inschrijvers toe wel altijd transparant zijn op welke wijze de beoordeling gaat plaatsvinden en er moet gelijkheid worden bewaakt in kansen en mogelijkheden. 5.2 Juridisch kader Het juridisch kader voor de aanbesteding is in onderstaande punten samengevat: - De aanbestedende dienst is de Lead Buyer Sociaal van de gemeente Amsterdam. - De opdracht betreft een overheidsopdracht voor diensten.
37
Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038
-
Versie 1.0 17 februari 2026
De geraamde waarde van de onderhavige opdracht ligt boven het Europese drempelbedrag. De aanbesteding wordt dus Europees gepubliceerd. Het Juridisch kader dat toegepast wordt is Aanbestedingswet 2012
5.3 Motiveringen en afwijkingen Er is bij deze aanbesteding geen sprake van afwijkingen in het kader van de AW, de Gids Proportionaliteit die moeten worden gemotiveerd. 5.4 Doel selectie- en gunningsprocedure De procedure zet in op een aantal specifieke projectdoelen die voortvloeien uit de Richtinggevende uitspraken of die het gevolg zijn van de geleerde lessen in de uitvoering in voorgaande jaren. De partijen die worden geselecteerd, moeten gezamenlijk invulling kunnen geven aan: Voldoende capaciteit en expertise om aan de totale hulpvraag te kunnen voldoen (omvang) voor heel Amsterdam-Amstelland conform de scope die wordt beschreven in hoofdstuk 3. De opdrachten (inhoud) die voortvloeien uit de Richtinggevende uitspraken, waaronder: o Samenwerking organiseren, tot op het niveau van cliëntprocessen; o Gebiedsgerichte samenwerking mede gericht op het versterken van de verbinding met de gemeenschappen waarin de hulp wordt geboden. o Samenwerken in een netwerk in gelegenheidsteams rondom vraagstukken. o Consultatie bieden wanneer het lokale team daarom vraagt. o (Gezamenlijk) eigenaarschap nemen in de nodige innovaties en te constateren ontwikkelopgaven gedurende de looptijd van het contract. o Samen met gemeenten en andere partijen (nieuwe) duurzame oplossingen uitwerken en verantwoordelijkheid nemen voor vervolgacties.
o Samen sturen op kwaliteit en financiën door het voeren van prestatiedialoog. Een aantal uitgangspunten staat hierbij integraal centraal: Ongelijk investeren voor gelijke kansen. Betrekken van cliëntvertegenwoordiging en cliënttevredenheid. Inzetten ervaringsdeskundigheid. Inclusieve ondersteuning, passend bij wat nodig is. Aanwezigheid van diversiteit voor passende bejegening, benadering en uitvoering. 5.5 Uitvoeringseisen Bij publicatie van de opdracht, wordt een Programma van Eisen (PvE) gedeeld. Dit PvE beschrijft een aantal minimale uitvoeringseisen aan de opdracht, die de gemeenten samen bepalen. Deze zien bijvoorbeeld op (niet limitatief): Verplichtingen ten aanzien van rapportage en verantwoording. Verplichtingen ten aan zien van gezondheid en deskundigheid van personeel. Verplichtingen ten aanzien van aansluiten bij een diverse en inclusieve samenleving. Verplichtingen ten aanzien van (gebiedsgericht)samenwerken en ontwikkelen. Verplichtingen ten aanzien van kwaliteit van de hulp (zoveel mogelijk bewezen effectief).
38
Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038
Versie 1.0 17 februari 2026
Verplichtingen ten aanzien van bedrijfsvoering.
Daarnaast zal een duidelijk kader bij de 4 thema’s zijn uitgewerkt: Voorwaarden per thema die niet onderhandelbaar zijn. Voorwaarden per thema die in de dialoog met elkaar en relevante stakeholders nader worden ingevuld en overeengekomen. Voorwaarden die in de uitvoering aan kernpartners voor eigen verantwoordelijkheid zijn. 5.6 Selectiecriteria 5.6.1 Geschiktheidseisen - beroep bekwaam Voor de selectie van partijen geldt een aantal algemene geschiktheidseisen waarvoor geldt dat niet voldoen leidt tot uitsluiting: 1. Inschrijvers zijn integer volgens de eisen die de gemeente Amsterdam in haar “Beleidsregel Integriteit in Overeenkomsten (BIO)” heeft opgenomen. De andere regiogemeenten onderschrijven dit principe. Bij inschrijving wordt dit criterium getoetst aan de hand van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) en de bewijsmiddelen daarbij (gedragsverklaring aanbesteden) en een verklaring van de belastingdienst dat aan alle fiscale verplichtingen is voldaan. De screeningsunit (onderdeel van Bureau Integriteit) en het team FinEc van de gemeente Amsterdam worden betrokken bij het beoordelen van inschrijvingen op integriteit. Indien hier aanwijsbare risico indicatoren worden gesignaleerd en een inschrijver kan deze niet weerleggen of herstellen, dan leidt dit tot uitsluiting van de opdracht. 2.
Inschrijvers beschikken over voldoende gekwalificeerd en integer personeel. 3. Inschrijvers voldoen minimaal aan gestelde wettelijke eisen en kaders. Waaronder de Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen (WNT), die beperkingen oplegt aan de bezoldiging van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector. Opdrachtnemer dient dit bij zijn inschrijving aan te tonen door te voldoen aan de openbaarmakingsplicht van de WNT. 4. Inschrijvers voldoen minimaal aan gestelde eisen ten aanzien van financiële stabiliteit en inrichting van de governance. Hier worden minimaal de volgende richtlijnen gehanteerd: a. Inschrijver verklaart door middel van het doen van een inschrijving bekend te zijn met het JIJ kader van de IGJ, https://www.igj.nl/publicaties/toetsingskaders/2021/01/05/het-jijkader en te werken conform hetgeen opgenomen in dit kader. b. Inschrijver verklaart door middel van het doen van een inschrijving dat de governance is vormgegeven langs de 7 richtlijnen van de governancecode zorg: https://www.governancecodezorg.nl/. c. Inschrijver verklaart door middel van het doen van een inschrijving volledige medewerking te verlenen aan eventuele onderzoeken van toezichthoudende instanties zoals de Inspectie Gezondheidszorg of Jeugd of Gemeente. d.
Inschrijver verklaart door middel van het doen van een inschrijving te beschikken over een vastgelegd privacyreglement en te voldoen aan de wettelijke kaders van de AVG. e. Inschrijver verklaart door middel van het doen van een inschrijving bij start van uitvoering (1 januari 2028) te kunnen beschikken over een kwaliteitscertificaat (HKZ-certificaat of vergelijkbaar4). Omdat de doorlooptijd van certificering enige tijd bedraagt moet 4 Vergelijkbaar is in ieder geval:certificaat KIWA-ZZP, certificaat Prezo, certificaat HKZ Kleine organisaties, EN 15224 (ISO 9001
voor de zorg), ISO 9001 (algemeen), visitatiecertificaat LVVP.
39
Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038
Versie 1.0 17 februari 2026
contractant aantonen dat hij binnen 3 maanden na definitieve gunning van de opdracht het proces voor certificering in gang heeft gezet. Het certificaat moet vervolgens binnen 6 maanden na aanvraag aan de Gemeente worden overlegd. Dit betekent dat het certificaat niet verplicht bij inschrijving hoeft te worden overlegd. 5. Inschrijvers hebben de bedrijfsvoering op orde (laag ziekteverzuim en verloop e.d.). 6. Inschrijvers beschikken over een adequate beroeps- en bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering. 5.6.2 Technische bekwaamheid - uitvoering bekwaam Voor de selectie van partijen geldt een aantal eisen ten aanzien van technische bekwaamheid waarvoor geldt dat onvoldoende onderbouwing leidt tot uitsluiting: 1. Inschrijvers hebben aantoonbaar ervaring met- of beschikken aantoonbaar over een relevant netwerk om ervaringsdeskundigheid in te zetten zowel behandeling als afstemming- en doorontwikkeling van hulpvragen en aanbod. 2. Inschrijvers hebben aantoonbaar een realistische visie over het afstemmen van hun bedrijfsvoering op taakgericht werken in de vorm van lumpsumbekostiging en samenwerken binnen een groot netwerk van stakeholders, ook van aanpalende domeinen. 3. Inschrijvers kunnen aantoonbaar invulling geven aan een substantieel deel van de opdracht.
NB: De wijze waarop de technische bekwaamheid wordt uitgevraagd en getoetst, waaronder de uitwerking van het begrip “substantieel”, wordt in de aanbestedingsleidraad nader uitgewerkt. Substantieel kan bijvoorbeeld op meerdere manieren worden uitgelegd: % van de totale opdracht, minimaal x aantal gebieden, personele bezetting etc. Hier wordt richting de aanbestedingsdocumenten een afweging gemaakt die proportioneel is in relatie tot de opdracht en die bovendien goed toetsbaar is. 5.7 Kwaliteitscriteria Gemeenten hebben een gezamenlijke visie over waar een kernpartner, de partners die zij wensen te selecteren voor onderhavige opdracht, minimaal aan moet voldoen. Deze heeft in ieder geval de volgende kenmerken (niet limitatief, deze worden voor de aanbestedingsleidraad concreter uitgewerkt): Is in staat om te werken aan algehele cultuurverandering binnen de eigen organisatie waarmee wordt aangesloten bij de uitgangspunten van de jeugdvisie. Deze cultuurverandering is dynamisch en kent daarmee een zekere mate van onzekerheid voor de langere termijn. Heeft een zekere mate van omvang en daarmee slagkracht om verandering mogelijk te maken. Is in staat om de opdracht onder een taakgerichte bekostiging en sturing uit te voeren.
Is in staat om over de grenzen van de eigen organisatie heen te kijken en zich te positioneren als partner in het samen met gemeenten en andere kernpartners werken aan de beoogde (cultuur) verandering. Hier hoort bij, wanneer dit nodig en helpend is, andere vormen van hulp en ondersteuning betrekken uit aanpalende domeinen als zorg, werken, inkomen en wonen. Maar ook de eigen organisatie veranderen en aanpassen om nieuwe vormen van hulp te ontwikkelen, of bestaande vormen af te bouwen wanneer dit nodig is om op gevraagde wijze invulling te geven aan de opdracht.
40
Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038
Versie 1.0 17 februari 2026
Om bovenstaande kenmerken te toetsen, wordt ten behoeve van fase 1 aan inschrijvers gevraagd een visiedocument in te dienen waarin minimaal een aantal vragen worden beantwoord. Dit visie document wordt beoordeeld langs een nog uit te werken beoordelingskader. Het algemene uitgangspunt is dat inschrijvers zich met hun Inschrijving committeren aan de totale, integrale opdracht waarbij zij samenwerken aan (cultuur)verandering, samenwerken door meedenken en meedoen bij multidisciplinaire vraagstukken en met elkaar een volledig zorglandschap (de scope) borgen voor de gehele zorgregio. Dit betekent niet dat iedere inschrijver ook dusdanig groot moet zijn dat hij in alle gebieden aanwezig is of het hele palet aan zorg zelf kan bieden. Van inschrijvers wordt gevraagd om voor 1 of meerdere thema’s aan te geven op welke wijze de inschrijver kennis en expertise inbrengt waarmee hij het verschil kan maken op de gestelde doelen van dat thema. De individuele Inschrijvingen brengen hiermee gezamenlijk focus aan op de verschillende thema’s, maar leiden individueel niet tot diskwalificatie op andere thema’s, waar individueel de focus niet ligt. Gezamenlijk blijven inschrijvers aanspreekbaar op de gehele opdracht wat betekent dat zij over alle thema’s inzetbaar zijn waar nodig.
Het verdelingsvraagstuk is er echter wel op gericht dat er per thema duidelijk een aantal partijen aan de lat staan die hier het verschil op maken. Het visie document dat inschrijvers bij hun Inschrijving indienen bevat bijvoorbeeld de volgende onderwerpen (niet limitatief, deze worden voor de aanbestedingsleidraad concreter uitgewerkt): 1. Organisatieplan dat minimaal invulling geeft aan de volgende vragen: 1.1. Welke ervaring heeft de inschrijver met het taakgericht werken en wat heeft de inschrijver te organiseren in zijn bedrijfsvoering om hier met oog op de nieuwe opdracht goed bij aan te sluiten; welke essentiële veranderingen zijn nodig om op goede wijze invulling te geven aan het gevraagde? (Denk aan monitoring van de uitvoering, bereidheid om over eigen grenzen heen te kijken, bereidheid in afschalen/ beëindigen van hulp, maar ook ontwikkelen van vormen van hulp en samenwerking). 1.2. Wat is de visie van inschrijver op de beoogde transformatie in relatie tot krapte op de arbeidsmarkt en krimpend budget (waarmee stoppen of hoe anders inzetten?), samenwerken (over de eigen grenzen heen stappen), beschikbaarheid (ontwikkelen, krimpen, uitbreiden). Welke concrete (meetbare) resultaten (trackrecord) heeft inschrijver hier al in de praktijk gerealiseerd en welk verschil maakt inschrijver hiermee als kernpartner (slagkracht)? 1.3.
Welke visie en aantoonbare ervaring heeft inschrijver op het borgen van de algehele kwaliteit van hulp? Op welke wijze betrekt de inschrijver hierbij het cliëntperspectief (meten van kwaliteit, organiseren van feedbackloop, sturen op resultaat, inzetten ervaringsdeskundigheid, bejegening, diversiteit, klachten)? 1.4. Wat is de visie op het verdelingsvraagstuk; wat zou inschrijvende partij op zich willen nemen waar het gaat om logische deelname aan 1 of meerdere specifieke thema’s, en welke uitdagingen ziet hij in het dekkend krijgen van de zorgvraag, ook met oog op doorontwikkeling en behouden van de eigen bedrijfscontinuïteit? Op welk thema/ thema’s kan inschrijver het verschil maken en waarom?
41
Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038
Versie 1.0 17 februari 2026
1.5. Welke specifieke schaarste of specialistische expertise definieert inschrijver, die in de praktijk niet mag ontbreken, maar welke dusdanig specifiek is dat het voor partijen moeilijk is om deze zelf te ontwikkelen? En welke visie of welk voorstel zou inschrijver hiervoor hebben richting fase 2? Daarnaast wordt aan inschrijvers gevraagd om input te leveren, aanvulling te geven, op zaken die de gemeenten moeten weten/ opleveren/ uitvragen teneinde de dialooggesprekken goed te faciliteren. Deze input wordt niet beoordeeld in het kader van selectie of gunning, maar wordt gebruikt door gemeenten om zich goed te kunnen voorbereiden op de dialooggesprekken. De dialoog is verdeeld in 3 dialoogonderwerpen: 1. Dekking: a. Dekking van benodigde zorg. Inventarisatie van alle individuele capaciteit en expertise; met elkaar vaststellen waar eventuele risico’s ontstaan van overcapaciteit, ondercapaciteit en lacunes in het totale aanbod. b. Plan voor ontwikkelen en dekkend maken van aanbod. Op basis van dreigende ondercapaciteit of lacunes met elkaar bepalen of de strategie wordt a) zelf ontwikkelen of b) onderaannemers aantrekken. Potentiële onderaannemers kunnen op initiatief van de geselecteerde inschrijvers aan de dialoogtafel worden uitgenodigd.
Om deze dialoog goed te faciliteren zal aan alle inschrijvers worden gevraagd welke minimale en maximale capaciteit zij bij aanvang van de opdracht zouden kunnen leveren en welke expertises zij hierbij inzetten. Gemeenten stellen gezamenlijk een richtlijn op voor de wijze waarop zij deze dialoog gaan inrichten en op welke onderwerpen de gemeenten sturend en beslissend zijn. 2. Verdeling: Gezamenlijk (inschrijvers, gemeenten en andere relevante stakeholders) plan maken ten aanzien van verdeling van de opdracht langs de verschillende thema’s. Hier hoort bij een inhoudelijke uitwerking en vertaling naar een verdeling naar financiële omvang. Om deze dialoog goed te faciliteren zal aan alle inschrijvers worden gevraagd op welke wijze zij kijken naar een berekening van een gemiddelde kostprijs, dan wel andere methodieken om inhoud te verbinden aan prijs. Gemeenten stellen gezamenlijk een richtlijn op voor de wijze waarop zij deze dialoog gaan inrichten en op welke onderwerpen de gemeenten sturend en beslissend zijn. Voor het opstellen van deze richtlijn wordt externe expertise betrokken. In de op te stellen richtlijn wordt minimaal inhoudelijk en financieel een startbeeld van de beoogde verdeling opgenomen. 3. Samenwerking: Gezamenlijk (inschrijvers, gemeenten en andere relevante stakeholders) plan maken ten aanzien van inzet op gebiedsgericht samenwerken, gebiedsknooppunten.
Onderdeel hiervan is borging van uitgangspunten op Inclusie & Diversiteit, innovatie, inbrengen ervaringsdeskundigheid, en ongelijk investeren. Om deze dialoog goed te faciliteren zullen gemeenten alle relevante eisen ten aanzien van samenwerken delen met alle inschrijvende partijen. Daarnaast zullen gemeenten op basis van een stakeholdersanalyse ook andere stakeholders dan inschrijvers en gemeenten uitnodigen bij de
42
Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038
Versie 1.0 17 februari 2026
verschillende dialoogonderwerpen. Gemeenten stellen gezamenlijk een richtlijn op voor de wijze waarop zij deze dialoog gaan inrichten en op welke onderwerpen de gemeenten sturend en beslissend zijn. 5.8 Algemene uitgangspunten inschrijvingen Met zijn Inschrijving conformeert de inschrijver zich aan deze opdracht en committeert zich aan de geformuleerde opdracht- en Projectdoelen. Een aanbieder kan als een op zichzelf staande organisatie voldoen aan de geschiktheidseisen en de technische bekwaamheid. Met een inschrijving op het gunningscriterium laat de inschrijver tevens zien aan de kenmerken van een kernpartner te voldoen. Ook kunnen meerdere (kleine) aanbieders samen voldoen aan de kenmerken van een kernpartner en samen een organisatievermogen waarborgen om de gewenste effecten van de opdracht te kunnen bewerkstelligen. Zij kunnen zich dan samen inschrijven als kernpartner. Indien meerdere (kleine) aanbieders zich samen inschrijven, dan moeten zij samen 1 penvoerder aanwijzen die voor de gemeente optreedt als contactpersoon in de uitvoering van de opdracht en die het lumpsum budget krijgt toegewezen. Na contracteren kunnen contractpartners indien nodig aanvullend aanbod binnen de eigen organisatie organiseren of via onderaanneming.
Gemeenten stellen eisen ten aanzien van integriteit en kwaliteit die de aanbieders binnen hun eigen organisatie aantoonbaar geborgd moeten hebben, ook richting hun onderaannemers. Op basis van de selectie- en gunningscriteria, die rekening houden met de beschreven ambities en doelen van de gemeenten, wordt met maximaal 20 aanbieders een overeenkomst gesloten. Per saldo kunnen meer aanbieders een rol in het stelsel krijgen, doordat een contractant een combinatie van partijen kan zijn dan wel meerdere partijen als onderaannemer betrekt.
43
Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038
Versie 1.0 17 februari 2026
5.9 Plan van aanpak5 De procedure is grofweg verdeeld in 3 fases:
Fase 1: publicatie en inschrijving
Fase 2: Dialoog
Fase 3: pre- contractuele fase
Fase 1 – deel 1: publicatie en inschrijving – juni t/m september 2026: 1. De markt wordt op de hoogte gebracht van het starten van de selectieprocedure. 2. De aankondiging van de start van de procedure gaat gepaard met de afbakening van de scope/opdracht en informatie over de wijze waarop de Amsterdam-Amstelland gemeenten zich per 1 januari 2028 willen gaan organiseren. Hiervoor wordt in ieder geval de door 6 gemeenten geaccordeerde document met richtinggevende uitspraken openbaar gedeeld en hierbij wordt een inschrijfleidraad verstrekt. De inschrijfleidraad beschrijft de regels binnen de inkoopprocedure, waaronder hoe de markt kan inschrijven. 3. De markt wordt uitgenodigd om haar interesse actief kenbaar te maken. In de inschrijfleidraad wordt uitgewerkt waar aanbieders zich met hun inschrijving aan committeren, wat zij minimaal moeten indienen en waar een visie of een onderbouwing aan moet voldoen. In hoofdlijn wordt gevraagd: Onderbouwing van geschiktheidseisen en technische bekwaamheid (paragraaf 5.6). Een visiedocument waarmee inschrijvers hun visie en toegevoegde waarde beschrijven op de onderdelen die zijn beschreven onder paragraaf 5.7.