CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Richtlijn Inkoop AJH 2028 - 2038.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 15 april 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Vooraankondiging Inkoop AJH (VN2026-003825)19.617 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Versie 1.0 17 februari 2026

Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038 Aalsmeer Amstelveen Amsterdam Diemen Ouder-Amstel Uithoorn

Disclaimer: Dit document betreft in grote lijn de uitwerking van de voorgenomen inkoopprocedure. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Dit document heeft als functie om vroegtijdig partijen mee te nemen en te informeren. De definitieve aanbestedingsdocumenten, die op de daarvoor bestemde wijze zullen worden gepubliceerd, zijn te allen tijde leidend.

Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038

Versie 1.0 17 februari 2026

Samenvatting aan te besteden opdracht Onderdeel

Toelichting

De te vervullen inkoopbehoefte

Voorliggende opdracht omvat de inkoop van specialistische jeugdhulp voor ca. 17.000 jeugdigen in de Amsterdam – Amstelland gemeenten. Deze hulp wordt veelal verleend door multidisciplinaire teams en omvat de vormen van jeugdhulp zoals opgenomen in de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), behorend bij de wet Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg Resultaat van de procedure 1. Uitvoering wettelijke verplichting van gemeenten om Jeugdhulp beschikbaar te hebben voor haar inwoners. Kwalitatief goede jeugdhulp, afgebakend volgens de kaders en regels die de Jeugdwet hieraan stelt. 2. Uitvoering wettelijke verplichting rechtmatig inkopen conform de kaders van de Europese Aanbestedingswet. 3. Onder 1 Gemeenschappelijke Regeling (GR) met 6 gemeenten een beperkt aantal, maximaal 20, overeenkomsten sluiten voor het leveren van alle aanvullende jeugdhulp die onder de AMvB, behorende bij de wet Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg, is geformuleerd. 4. Om verandering mogelijk te maken en de beoogde samenwerking effectief te laten zijn, worden overeenkomsten gesloten voor de duur van 10 jaar volgens een model van taakgerichte bekostiging en sturing.

Doelstellingen

Ruimte voor inhoudelijke uitvoering en ontwikkeling 1. De opdracht/ contractering wordt vormgegeven in een taakgerichte context en bouwt voort op stappen die in Amsterdam-DUO in voorgaande jaren zijn gezet ten aanzien van: a. Gebiedsgerichte samenwerking b. Integraal samenwerken en afstemmen. a. Zorg ontschotten in toegang, budget en sturing. 2. De opdracht/ contractering biedt ruimte voor Amstelveen en Aalsmeer om in een realistisch tempo te transformeren naar het beoogde taakgerichte sturings- en bekostigingsmodel. 3. Financiële stuurbaarheid en beheersbaarheid. a. Een budgettair beheersbaar stelsel; schaarse middelen moeten efficiënt worden besteed aan jeugdigen en gezinnen in de meest kwetsbare situaties tegen optimale prijs- kwaliteit verhouding. b. Beter inzicht in kwaliteit en effectiviteit van zorg- en zorgverlener; transparantie. c. Terugloop Rijksbudgetten jeugdhulp in gemeentefonds en voorbereiden op krimp over meerdere jaren. d. Ruimte voor verschuiving in scope en budgetten over 10 jaar e. Proportionele administratie lasten voor zowel aanbieder als gemeenten.

Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038

4. 5.

Versie 1.0 17 februari 2026

Innovatie, transformatie en ontwikkeling om optimaal aansluiting te hebben bij zowel maatschappelijke- als financiële en arbeidsmarktontwikkelingen. Ruimte voor toevoegen nieuwe/ andere expertise of hulp van kleine specialistische partijen gedurende de looptijd van de overeenkomst.

Contractkeuze

Als resultaat van de voorgenomen aanbesteding wordt onder 1 Gemeenschappelijke Regeling (GR) met 6 gemeenten met maximaal 20 partijen een overeenkomst van opdracht gesloten voor de duur van initieel 6 jaar met een optie tot verlengen van 2 maal 2 jaar. De Overeenkomsten gaan in op 1 januari 2028 en eindigen van rechtswege op 31 december 2033. De finale einddatum is 31 december 2037.

Opdrachtwaarde

De totale waarde van de opdracht ligt rond € 300 miljoen per jaar.

Aanbestedingsprocedure

Het juridisch kader voor de voorgenomen aanbesteding is in onderstaande punten samengevat: De aanbestedende dienst is de Lead Buyer Sociaal van de gemeente Amsterdam. De opdracht betreft een overheidsopdracht voor diensten en wordt aangemerkt als Sociale of Andere Specifieke dienst (SAS). De geraamde waarde van de onderhavige opdracht ligt boven het Europese drempelbedrag. De aanbesteding wordt dus Europees gepubliceerd. Het Juridisch kader dat toegepast wordt is Aanbestedingswet 2012.

Planning – Mijlpalen1

-

Bijzonderheden

Het betreft een omvangrijke aanbesteding binnen een dynamisch model van ontwikkelingen en een grote mate van onzekerheid. Onzekerheid wordt veroorzaakt door teruglopende rijksmiddelen, krapte op de arbeidsmarkt van jeugdhulp professionals en verschillende maatschappelijke ontwikkelingen die de vraag naar jeugdhulp bepalen. Bovendien betreft het inkopen van een heterogene dienst: de opdracht is niet gedefinieerd naar duidelijke producten en kostprijzen. Daarmee zijn inschrijvingen slecht onderling te vergelijken op met name het component prijs. Daarnaast wordt voor deze aanbesteding ingekocht namens 6 gemeenten (Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Ouder-Amstel, Uithoorn: Amsterdam-Amstelland gemeenten), die nu op verschillende wijzen uitvoering geven aan de inkoop van jeugdhulp. Om op goede wijze invulling te geven aan de onderhavige opdracht wordt daarom ruim tijd uitgetrokken voor het uitvoeren van de aanbesteding. Er wordt een uitgebreide dialoogfase ingericht. Verschillende stakeholders uit het veld, waaronder verwijzers en cliëntvertegenwoordiging, worden betrokken bij de procedure.

Publicatie aanbesteding: juni 2026 Indienen inschrijvingen: juni-sept 2026 Beoordeling inschrijvingen: okt-dec 2026 Start dialoogfase: jan 2026 Def gunning: jun-jul 2027 Start uitvoering: 1 januari 2028

1 Sinds vaststelling van de strategie (februari 2026) is de planning aangepast. Dit is de geactualiseerde versie. Ten opzichte van

het origineel zijn de volgende mijlpalen in deze lijst aangepast: publicatie aanbesteding, indienen inschrijvingen, beoordeling inschrijvingen en start dialoogfase.

Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038

Versie 1.0 17 februari 2026

Inhoud 1 Inleiding ................................................................................................................. 5 2 Leer en verbeterpunten naar aanleiding van huidige overeenkomsten ......................... 7 3 De opdracht .......................................................................................................... 11 4 Type en looptijd overeenkomst .............................................................................. 35 5 Aanbestedingsprocedure ....................................................................................... 37 6 Planning – Voorlopig -............................................................................................ 50

Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038

Versie 1.0 17 februari 2026

1 Inleiding Voor u ligt de richtlijn voor de inkoop van Aanvullende Jeugdhulp (AJH) voor de regio AmsterdamAmstelland (gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn). De wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht de gemeenten als regio Amsterdam-Amstelland specialistische jeugdhulp gezamenlijk in te kopen. Dit vormt de aanleiding voor het opstellen van deze richtlijn. 1.1 Beschrijving van het project Gemeenten zijn sinds 2015 volgens de Jeugdwet verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van alle vormen van jeugdhulp aan kinderen en jongeren tot 18 jaar. Gemeenten hebben de plicht om jeugdhulp en ondersteuning te bieden als dat noodzakelijk is. Per 2026 is de Wet Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg in werking getreden. De wet moet ervoor zorgen dat (hoog)specialistische jeugdzorg beter beschikbaar wordt voor kinderen en gezinnen die deze zorg nodig hebben. De wet is een uitvloeisel van de Hervormingsagenda Jeugd, waarvoor het Rijk, gemeenten, aanbieders, cliëntenorganisaties en professionals gezamenlijk verantwoordelijk zijn. Hoewel de wet in 2026 van kracht is geworden, zullen de verschillende onderdelen gefaseerd worden ingevoerd, een en ander mede afhankelijk van de situatie in de verschillende regio's en de looptijd van huidige contracten.

In de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg, is onder andere geregeld dat de in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) vastgelegde zorgvormen per jeugdzorgregio gezamenlijk moeten worden ingekocht. De wetgever beoogt hiermee dat specialistische vormen van jeugdhulp op voldoende grote schaal worden ingekocht, waarmee de beschikbaarheid hiervan wordt verbeterd en de administratieve lasten voor uitvoerende partijen afnemen. Gemeenten binnen een jeugdhulpregio2 moeten gezamenlijk de inkoop en sturing op de specialistische (aanvullende) jeugdhulp organiseren. De inkoop en de administratieve processen moeten via gelijke uitvoeringsvariant(en) plaatsvinden, met dezelfde verantwoordingseisen voor aanbieders. Hiermee ontstaat een wettelijke verplichting tot inkoop van Aanvullende Jeugdhulp op het niveau van de jeugdhulpregio Amsterdam- Amstelland. Dit betreft de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn (de laatste 3 gezamenlijk aangeduid als DUO). Op dit moment hebben de zes gemeenten de Aanvullende Jeugdhulp niet gezamenlijk gecontracteerd. Naar aanleiding van het wetsvoorstel, zijn gesprekken gestart hoe de inkoop Aanvullende Jeugdhulp namens de zes gemeenten kan worden vorm gegeven. De gemeenten van de regio Amsterdam Amstelland beogen de Aanvullende Jeugdhulp met voorliggende opdracht gezamenlijk in te kopen.

2 Nederland is opgedeeld in 42 jeugdhulpregio’s. Amsterdam Amstelland is een van de regio’s.

5

Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038

Versie 1.0 17 februari 2026

1.2 Context van het project De context waarbinnen de opdracht moet worden uitgevoerd is in beweging en onzeker. Deze onzekerheid wordt veroorzaakt door teruglopende rijksmiddelen, krapte op de arbeidsmarkt van jeugdhulp professionals en verschillende maatschappelijke ontwikkelingen die de vraag naar jeugdhulp bepalen. Dit betekent dat gemeenten en aanbieders met elkaar flexibel en kritisch moeten kijken op welke wijze de jeugdhulp steeds het meest effectief en efficiënt kan worden ingezet. De afgelopen periode is hiertoe door aanbieders, stakeholders en gemeenten gewerkt aan veranderingen binnen de jeugdhulp. De voorliggende opdracht bouwt hierop voort. De uitvoering van de opdracht vraagt om optimaal aan te sluiten bij de veranderende omstandigheden en zoveel mogelijk te voorkomen dat jeugdigen tussen wal en het schip belanden. Dit kan alleen als er gezamenlijk commitment is op de verschillende doelen, waarbij de grote onzekerheid op meerdere factoren erkent wordt en hier beheersmaatregelen op worden getroffen. De opdracht AJH is ambitieus. De context vraagt om realiteitszin. Gemeenten realiseren zich dat resultaten in de uitvoering moeten worden behaald en dat dit moet worden gerealiseerd door alle betrokken stakeholders samen. Hierin wordt een realistische fasering aangebracht. Gegeven het ambitieniveau moet worden bepaald wat haalbaar is en in welk tempo.

Gemeenten stellen daarom concrete doelen en prioriteiten die in de tijd worden uitgezet (zie paragraaf 3.2.3). Gemeenten zien voor zichzelf een nadrukkelijke verantwoordelijkheid om heldere kaders en doelen te stellen, en deze helder te communiceren, ten aanzien van de maatschappelijke opgave en wat hierin de taak van de AJH is en ook van andere betrokken stakeholders. Gemeenten bepalen hiermee de voorwaarden op basis waarvan (moeilijke) keuzes gemaakt moeten worden en sturen op een realistisch ontwikkeltempo.

6

Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038

Versie 1.0 17 februari 2026

2 Leer en verbeterpunten naar aanleiding van huidige overeenkomsten De voorgenomen aanbesteding bouwt voort op lopende opdrachten en ingezette ontwikkelingen in het jeugdhulpstelsel van Amsterdam-Amstelland. Om hiervoor de best passende keuzes te maken in de in te richten procedure, zijn de huidige overeenkomsten geëvalueerd. In dit hoofdstuk zijn de leerpunten uit voorgaande jaren vertaald naar concrete verbeterpunten en wordt een onderbouwing gegeven voor keuzes naar de toekomst, waar deze richtlijn zich op richt. 2.1 Lessons Learned In voorgaande jaren hebben de Amsterdam-Amstelland gemeenten de jeugdhulp, vallend onder de scope van voorliggende opdracht, op verschillende wijzen ingekocht en gefinancierd. De gemeenschappelijke deler hierbij is dat zij dit allemaal gedaan hebben langs gelijke uitgangspunten, namelijk:  De geldende wettelijke kaders en regelgeving, uit de Jeugdwet, de anticipatie op de Wet verbetering beschikbaarheid Jeugdzorg en de Hervormingsagenda Jeugd. De overeenkomsten komen samenvattend neer op: o Accepteren en ontzorgen. Niet alles is een zorgvraag, versterken van de basis waarin kinderen opgroeien: gezin, wijk, het gesubsidieerde aanbod in de sociale basis). Nabij organiseren en samenwerking over de domeinen heen en thuis en school nabij organiseren van de hulp en in deze beweging ook meer collectiviseren.

o Kansengelijkheid, ongelijk investeren met meer aandacht voor de kwetsbare gezinnen. o Focus op preventie.  Wens om kosten inzichtelijk en beheersbaar te krijgen om te kunnen sturen op inzet van schaarse middelen in een samenleving die om steeds meer zorg lijkt te vragen. Gemeenten hebben hier zelf specifieke woorden aan gegeven bij het formuleren van de verschillende opdrachten. Hierbij zijn gemeenten het eens over de algemene uitgangspunten dat hulp zoveel als mogelijk ambulant wordt geboden in de leefwereld van de jeugdigen en hun gezin, dat het eigen netwerk wordt versterkt/ ondersteund, dat kinderen zoveel als mogelijk kunnen deelnemen aan (regulier) onderwijs, en dat hulp zo zwaar als nodig maar ook zo licht als mogelijk blijft. In het huidige zorglandschap van deelnemende gemeenten zijn veel verschillende type aanbieders actief. Hieruit hebben de gemeenten geleerd dat toegevoegde waarde van een aanbieder niet zozeer gelegen is in de omvang van zijn organisatie of de capaciteit aan zorg die hij levert, maar meer in de bereidheid om over de grenzen van zijn eigen organisatie heen te stappen en zich te committeren aan de beoogde samenwerkings- en door- ontwikkeldoelen. In voorliggende richtlijn is na een kort en intensief proces in de regio een richting gekozen die vooral aansluit bij de ontwikkeling die in Amsterdam-DUO al enige jaren op gang is.

Amstelveen en Aalsmeer kunnen hierbij aansluiten omdat de visie op jeugd goed aansluit. Hierdoor konden 10 richtinggevende uitspraken voor de inkoop worden vastgesteld voor alle gemeenten, ondanks de verschillen die er nog zijn in de uitvoering op dit moment. Daarmee kan de richting samen worden bepaald.

7

Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038

Versie 1.0 17 februari 2026

Concreet betekent een en ander dat voor onderhavige aanbesteding de volgende inrichtingskeuzes zijn gemaakt: Inhoud De inhoudelijke doelen die van toepassing zijn op de opdracht zijn nader uitgewerkt in hoofdstuk 3. Deze doelen zijn uitgewerkt naar 10 richtinggevende uitspraken (RGU’s) die door alle gemeenteraden van betrokken gemeenten zijn vastgesteld. Daarnaast zijn 4 thema’s geformuleerd. De thema’s moeten helpen om scherper in te zetten op het mogelijk maken van de nodige verandering; jeugdhulp effectiever en efficiënter inzetten bij schaarste aan middelen en expertise en hiermee nog beter aansluiten bij de belangrijke doelen van de jeugdwet. Procedure en contractuele afspraken De 10 RGU's onderstrepen alle door gemeenten gelijk geformuleerde doelen uit eerdere opdrachten en scherpen deze op onderdelen aan. De voorgenomen Aanbesteding levert hier een bijdrage aan met een aantal inrichtingskeuzes. Hieronder volgt een samenvatting van de belangrijkste punten waar met de inrichting van de inkoopprocedure op ingezet wordt: 1.

Een van de leerpunten uit de huidige uitvoeringspraktijk is dat het niet mogelijk is om met een groot aantal partijen partnerschap te ontwikkelen. En dat blijkt een van de cruciale randvoorwaarden te zijn om de benodigde samenwerking en samenhang in de uitvoering mogelijk te maken. Ook in de hervormingsagenda is opgenomen dat het inzetten op minder, maar grotere contractpartijen bijdraagt aan het verbeteren van het jeugdhulpstelsel. Dit draagt samen met de verplichte regionale inkoop van aanvullende jeugdhulp vanuit robuuste regio's bij aan de verbetering van beschikbaarheid jeugdhulp. Uit de leerpunten uit de huidige uitvoeringspraktijk blijkt ook dat het terugbrengen van het aantal aanbieders van AmsterdamDUO ten behoeve van de Hoog Specialistische Jeugdhulp (HSJH) zichtbaar heeft bijgedragen aan het sturen op- en beheersbaar krijgen van kosten. Ook is geleerd dat een beperkt aantal aanbieders het samenwerken in partnerschap mogelijk maakt en leidt tot minder versnipperd aanbod en gerichter contractmanagement. Dit leidt tot de keuze om voor de opdracht AJH het aantal contractanten beperkt en beheersbaar te houden. Zie verder de paragraaf 3.2.5. 2. Taakgericht werken en sturen blijkt ingewikkeld zolang het lumpsumbudget en de taak worden geformuleerd op basis van output, oftewel een werkwijze die een PxQ denkwijze in stand houdt.

Bij Amsterdam-DUO is hier in voorgaande jaren een ontwikkeling in doorgemaakt. Zo is er niet enkel naar aantallen gekeken maar ook naar de beoogde doelen en opgaven vanuit de ontwikkelagenda. Om het taakgericht werken en sturen met voorliggende opdracht nog beter te faciliteren, zal de taak bestaan uit een outcome omschrijving, welke het mogelijk maakt om de verandering en het leveren van hulp gezamenlijk te evalueren en beoordelen. De voorgenomen aanbesteding zet daarom in op 2 belangrijke veranderingen:  De opdracht formuleren langs 4 thema’s met allemaal hun eigen doelstellingen en daarbij horende concrete en meetbare indicatoren zodat er beter gemonitord en gestuurd kan worden (zie verder paragraaf 3.2.3). Ook zullen er duidelijk definities gesteld worden wanneer een kernpartner het ‘goed’ doet en wanneer niet. De consequenties van het niet naar behoren functioneren of het niet behalen van de doelstelling(en) zullen duidelijk en concreet afgesproken worden. Zulke concrete afspraken stellen contractmanagement beter in staat om taakgericht te sturen.

8

Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038

Versie 1.0 17 februari 2026

Contractmanagement gezamenlijk inrichten namens 6 gemeenten samen en dit uitvoeren vanuit multidisciplinaire teams (contractmanagement, beleid, monitoring en data, financiën, sturing). 3. Geleerd is om geen uitzonderingen te creëren ten aanzien van cliëntgebonden overeenkomsten (IBO’s/ NIA’s) maar direct bij de start van de opdracht te sturen op de opdracht zoals deze in de markt is gezet. Aanbieders zijn verantwoordelijk voor alle Aanvullende Jeugdhulp en dienen deze ook vanuit hun lumpsum budgetten te bekostigen. Om dit voor elkaar te krijgen is nodig dat:  Per direct, in de huidige uitvoering, het aantal IBO’s wordt afgebouwd door de hulp af te ronden, dan wel over te dragen naar huidige kernpartners. De kernpartners kunnen de hulp ook in onderaannemerschap bieden.  Budgetten zoals begroot voor de IBO’s gelijkmatig aan de afbouw worden overgeheveld naar de kernpartners. Per 2028 zullen er geen middelen meer begroot worden voor IBO’s/ NIA’s. Deze middelen zitten verwerkt in de totale opdracht AJH.  Contractmanagement beter wordt geëquipeerd om geen uitzonderingen meer te maken ten aanzien van de inzet van IBO’s door: o Verantwoordelijkheid van contractanten eenduidig op te nemen als eis in de overeenkomst. o Consequenties te verbinden aan het niet voldoen aan afspraken, maar ook incentives op te nemen die het nakomen juist stimuleren. 4.

Stakeholders in het veld van met name Amsterdam (Ouder- en Kindteam, cliëntvertegenwoordiging, GI, huisartsen) zetten op dit moment samen met de jeugdhulpverleners stappen in samenwerking en afstemming met op onderdelen een positief resultaat voor de ingezette jeugdhulp. Om deze positieve stappen ook voor onderhavige opdracht te borgen, worden deze stakeholders, en ook de stakeholders Amstelveen/ Aalsmeer en DUO actief betrokken in de voorgenomen aanbestedingsprocedure; bij het inhoudelijk uitwerken/ formuleren van de opdracht en ook in de dialoogfase. 5. Individuele partijen committeren zich om vergaand samen te werken met andere gecontracteerde aanbieders en herkenbaar (gezamenlijk) deel te nemen aan thema's en ontwikkelopdrachten. Om dit voor elkaar te krijgen is het nodig dat contracten zodanig zijn ingericht, dat wordt gestimuleerd dat partijen over de grenzen van de eigen organisatie heen kijken en anders tegen de hulpvragen aankijken. In een veld met meerdere individuele contractanten, met allemaal een eigen bedrijfsbelang en bedrijfscultuur, blijkt dat in de huidige situatie niet op alle vlakken gemakkelijk. In de uitwerking van de voorliggende opdracht zal hier meer aandacht voor zijn door bijvoorbeeld: a. Hier scherpe selectiecriteria op te formuleren, die kwaliteit en continuïteit van hulp borgen; b.

De opdracht meer te formuleren naar ''maatschappelijke impact", “outcome” in plaats van “input” en “output”. c. Partijen te stimuleren om jeugdhulp om te bouwen naar andere inzet, die beter aansluit bij de doelen van de opdracht. Besparingen die dit eventueel oplevert kunnen worden geïnvesteerd om het ontwikkelproces te versnellen, zodat het voor een partij aantrekkelijk blijft om te investeren.

9

Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038

Versie 1.0 17 februari 2026

d. Formuleren van een beperkt aantal thema’s met een veranderopdracht om de gewenste beweging voor de langere termijn beter te duiden en partijen zich hier bij inschrijving aan te laten committeren. e. Bij publicatie van de opdracht en als onderdeel van de inschrijving, partijen niet alleen te selecteren op het leveren van individuele jeugdhulptrajecten, maar ook op hun visie over de thema’s en de bereidheid om hun organisatie hierop in te richten en hierop samen te werken met andere aanbieders. 6. Er wordt een uitgebreide dialoogfase ingericht om nog vóór het sluiten van overeenkomsten alle beoogde partners en stakeholders goed op elkaar af te stemmen en overeenstemming te hebben over doelen en de daarbij horende opdrachten en taken. Om na het afsluiten van de overeenkomsten de gewenste effecten te bereiken, zetten gemeenten in om de volgende zaken (naast voorliggende aanbesteding) ook goed te organiseren, voor zover deze binnen de eigen invloedsfeer liggen: 1.

Beschikbaar maken en beschikbaar houden van beleidscapaciteit. Gemeenten anticiperen actief in zowel de implementatie als de uitvoering van de opdracht. Veranderkracht vraagt ook inzet van de gemeenten. Contractanten moeten zich zo veel als mogelijk kunnen richten op de inzet van jeugdhulp, zij hebben niet altijd (veel) organisatiecapaciteit om ook beleidsmatige lijnen uit te werken en te implementeren. Gemeenten houden er rekening mee dat zij hier zelf ook voldoende capaciteit en kennis borgen. 2. Beschikbaar maken en houden van contractmanagement. Het gezamenlijk aanbesteden van voorliggende opdracht, betekent ook iets in sturen en bekostigen en afstemmen tussen de verschillende gemeenten. Voor een deel worden hiervoor zaken geregeld in de op te stellen Gemeenschappelijke Regeling. Gemeenten zorgen ervoor dat zij de capaciteit en kennis van contractmanagement hiervoor op orde hebben. Hiervoor zullen zij een contractmanagementplan opstellen en nadenken over de positionering van het contractmanagement: de wijze waarop 6 gemeenten gezamenlijk een multidisciplinair contractmanagementteam inrichten, de sturingselementen die zij daarbij kunnen inzetten om te sturen op de 4 thema’s. 3. Het voor elkaar krijgen van de gewenste beweging in jeugdhulp betekent dat ook aanpalende domeinen als Onderwijs, Sociale basis, Werk, Wonen, Zorg en Veiligheid hierop moeten worden afgestemd.

Gemeenten hebben hier vanuit hun verbindende verantwoordelijkheid een brede taak, die overigens weerbarstige problemen kent, waar gemeenten niet altijd rechtstreeks op kunnen sturen. Dit vraagt van gemeenten, aanbieders en andere belangrijke stakeholders begrip voor elkaars beperkingen en mogelijkheden om samen te werken aan de integrale doelen. Gemeenten zullen hierop regie voeren waar dit kan. 4. Gemeenten zorgen, in de overgang naar de nieuwe contractering, voor een goed ingericht zorgcontinuïteitproces. Uit ervaring is gebleken dat het implementeren en uitvoeren van zorgcontinuïteit een complex en tijdrovend proces is waar voldoende middelen voor gereserveerd dienen te worden. Naast inzet vanuit contractmanagement is ook voldoende inzet nodig vanuit aanpalende expertises zoals beleid, financiën, IV-backoffice en juridisch advies.

10

Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038

Versie 1.0 17 februari 2026

3 De opdracht 3.1 Scope 3.1.1 Omvang opdracht Het betreft het leveren van jeugdhulp aan ca. 17.000 jeugdigen per jaar. In onderstaande tabel is het aantal jeugdigen dat AJH ontvangt voor 2024 opgenomen. Dit aantal is onderverdeeld naar gemeente: Gemeente Aalsmeer Amstelveen Amsterdam Diemen Ouder-Amstel Uithoorn

Aantal jeugdigen per jaar dat AJH ontvangt (2024) 410 1.016 14.378 424 206 508

TOTAAL

16.942

3.1.2 Leveren van jeugdhulp Samenvattend omvat de voorliggende opdracht specialistische jeugdhulp. Deze hulp wordt veelal verleend door multidisciplinaire teams en omvat de vormen van jeugdhulp zoals opgenomen in de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), behorend bij de wet Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg: Dit betreft de volgende vormen van jeugdhulp: a. Jeugdhulp met verblijf; b. Pleegzorg als bedoeld in artikel 1.1 van de wet; c. Multidisciplinaire specialistische jeugdhulp in verband met meervoudige of complexe problemen, waarbij: 1. De jeugdige als gevolg van de betreffende problemen aanzienlijke beperkingen in het dagelijks functioneren ervaart; 2. Sprake is van: o Een hoog risico voor de jeugdige of diens omgeving o Ernstige ontwikkelingsproblemen o Ernstige opvoedproblemen; of o Crimineel gedrag dan wel een vermoeden daarvan; en 3. In het geval van multidisciplinaire specialistische jeugdhulp mede bestaande uit geestelijke gezondheidszorg tevens: o Sprake is van een psychische aandoening of een vermoeden daarvan; en o Onvoldoende resultaat wordt verwacht of is gebleken van jeugdhulp bestaande uit generalistische basis geestelijke gezondheidszorg of monodisciplinaire specialistische geestelijke gezondheidszorg;

11

Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038

Versie 1.0 17 februari 2026

d. Jeugdhulp die wordt verleend door een forensische jeugdhulpaanbieder, mede is gericht op het voorkomen van recidive en is gesteld als bijzondere voorwaarde als bedoeld in artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht of wordt verleend ter uitvoering van de jeugdreclassering; e. Jeugdhulp in verband met een zintuiglijke beperking; f. Jeugdhulp bestaande uit crisishulp die gezien de ernst van de problemen 7 x 24 uur beschikbaar is; g. Multidisciplinaire jeugdhulp bestaande uit dagbehandeling in groepsverband aan jeugdigen met een verstandelijke beperking, een lichamelijke beperking, ernstige psychische problemen, opvoedproblemen dan wel een vermoeden daarvan of ernstige gedragsproblematiek; h. Jeugdhulp bestaande uit hoogspecialistische geestelijke gezondheidszorg aan jeugdigen die onvoldoende baat hebben gehad of naar verwachting zullen hebben bij jeugdhulp bestaande uit generalistische basis geestelijke gezondheidszorg of specialistische geestelijke gezondheidszorg en waarbij sprake is van één of meer ernstige, complexe of zeldzame aandoeningen dan wel van een voorspelbaar ernstig beloop van klachten; i. Specialistische jeugdhulp in verband met seksueel misbruik, geweld in afhankelijkheidsrelaties of eer gerelateerd geweld; j. Jeugdhulp in verband met ernstige problemen op het gebied van onzindelijkheid.

Vormen van jeugdhulp in veiligheidscasuïstiek vallen wel onder de scope van onderhavige opdracht, maar Jeugdbescherming en Jeugdreclassering niet. Hiervoor zijn overeenkomsten afgesloten met Gecertificeerde Instellingen vanuit een andere inkoopprocedure. Crisisdienst Jeugd De Crisisdienst Jeugd is onderdeel van de opdracht. Reden hiervoor is dat het werk van de Crisisdienst niet los gezien kan worden van het ambulant werken in de gebieden ter voorkoming van de crisis en van het organiseren en voorkomen van verblijf. Bij de uitwerking van de opdracht zullen voor de Crisisdienst Jeugd specifieke voorwaarden worden opgesteld. Daarin speelt ook de recente ‘Zorgstandaard Integrale crisisjeugdzorg’ een rol. Landelijk Transitiearrangement (LTA) Ten aanzien van hulp uit het LTA, hanteren de gemeenten het volgende uitgangspunt: Hulp die gecontracteerd is via het Landelijk Transitie Arrangement (LTA) valt buiten de scope van voorliggende opdracht. Indien er sprake is van overlap als landelijke gecontracteerde LTA-hulp wordt geboden door partijen die voor onderhavige opdracht worden gecontracteerd, maakt deze hulp wél onderdeel uit van de scope. Persoons Gebonden Budget (PGB) Hulp ingezet onder een Persoons Gebonden Budget (PGB) blijft bestaan op basis van de wettelijke verplichtingen die de gemeenten hiervoor hebben en valt daarmee buiten scope van onderhavige opdracht.

In de regel is een PGB alleen toegestaan als de zorgbehoefte dusdanig specifiek en op maat is, dat deze niet, of niet voldoende, wordt gedekt vanuit voorliggende opdracht (zogeheten Zorg In Natura (ZIN) contracten). De procedure is gericht op een dekkend aanbod door ingekochte aanbieders, dat tijdig kan worden geleverd, zodat niet onnodig gebruik hoeft te worden gemaakt van PGB. Om te voorkomen dat PGB’s een oneigenlijk ventiel vormen

12

Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038

Versie 1.0 17 februari 2026

om hulp buiten de lumpsum zorg te regelen, zullen duidelijke afspraken worden gemaakt over de beoordeling van- en sturing op het toekennen van PGB’s op basis van de verordeningen jeugd van gemeenten. Individuele cliëntgebonden overeenkomsten De jeugdhulpaanbieders bieden in gezamenlijkheid alle Aanvullende Jeugdhulp voor het hele verzorgingsgebied die valt onder de scope van de opdracht. Dit betekent dat er dus geen sprake meer zal zijn van Individuele Betaalovereenkomsten (IBO) en Niet Ingekocht Aanbod (NIA). Dit geldt ook voor buitenregionale plaatsingen (woonplaatsbeginsel), jeugdhulp die voortvloeit uit rechterlijke uitspraken en zeer dure trajecten. JeugdGGZ in Ziekenhuizen Jeugdhulp die wordt ingezet vanuit ziekenhuizen, waarbij sommatie en psychische zorg onlosmakelijk zijn verbonden, valt niet onder de scope van onderhavige opdracht. 3.2 De opdracht

3.2.1 Invulling geven aan doorontwikkeling en samenwerking De opdracht aan de Aanvullende Jeugdhulp (AJH) is om alle jeugdhulp te leveren die valt onder de scope van de AJH en om deze beschikbaar te houden voor het verzorgingsgebied van de 6 gemeenten van de regio Amsterdam-Amstelland. Jeugdhulp moet worden geleverd met een tijdigheid die past bij de urgentie en veiligheidsrisico van de vraag. Wachttijden voor deze jeugdhulpvragen moeten zo kort mogelijk zijn. De AJH dient dit te realiseren binnen teruglopende rijksbijdragen voor jeugdhulp en toenemende schaarste op de arbeidsmarkt van jeugdhulp professionals. Dit betekent dat kritisch moeten worden gekeken naar hoe jeugdhulp het meest effectief en efficiënt kan worden ingezet. Doel van de inkoop AJH is partijen te contracteren die de Aanvullende Jeugdhulp uitvoeren op een wijze die past bij deze opgave. Hierin staan kinderen en gezinnen centraal: niet de jeugdhulp is het belangrijkste in de wereld van jeugdigen en gezinnen maar het dagelijks leven op school, de kinderopvang, de buurt en het gezin. Kern is om het belang van kinderen (en ouders) eerst te stellen. Jeugdhulp wordt ‘aanvullend’ ingezet omdat deze – indien nodig – toegevoegd wordt aan de leefwereld van kinderen en ter ondersteuning van het netwerk rondom het kind en gezin.

Dit vraagt in de uitvoering om een fundamenteel andere manier van kijken en handelen van professionals. De opdracht aan de AJH is om hiervoor verantwoordelijkheid te nemen en dit te vertalen naar inzet en bedrijfsvoering. Dit is zowel een organisatie- als een cultuurverandervraagstuk. Hierop vragen gemeenten commitment van de te contracteren kernpartners. De uitvoering van de opdracht wordt gebiedsgericht ingevuld, waarbij de startpositie en het tempo van verandering per gebied en per gemeente kan verschillen. De opdracht AJH staat niet op zichzelf. De kernpartners AJH maken onderdeel uit van een breder stakeholdersveld om de hierboven beschreven beweging waar te maken. Dit vraagt dus om nauwe samenwerking tussen alle spelers in het brede sociaal domein en om concrete afspraken tot op het niveau van de uitvoering. Deze afspraken gaan ook over hoe deze spelers gezamenlijk leren en verbeteren.

13

Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038

Versie 1.0 17 februari 2026

Cliëntervaringen zijn een belangrijke motor voor leren en ontwikkelen sociaal domein breed, maar ook voor de innovatie binnen de AJH. Er wordt zoveel mogelijk gewerkt met ervaringsdeskundigen om het cliëntperspectief te borgen, er wordt aangesloten bij de specifieke kenmerken van de gebieden en identiteit van de gezinnen en feedback van cliënten is leidend in een systeem van continu leren en in onze monitoring.

3.2.2 Richtinggevende uitspraken (RGU’s) Voor de uitvoering van de opdracht AJH moeten partijen met elkaar samenwerken aan verdere doorontwikkeling van het jeugdhulpstelsel en invulling geven aan een aantal uitgangspunten. De opdracht wordt vormgegeven langs de 10 richtinggevende uitspraken (RGU's) die door de zes gemeenteraden zijn vastgesteld. RGU 1: De Aanvullende Jeugdhulp is een taakgerichte opdracht en wordt in partnerschap uitgevoerd Gemeenten kiezen voor de taakgerichte uitvoeringsvariant. Bij taakgericht werken wordt een vast bedrag (lumpsum) per jaar, opgebouwd uit aparte inleg van zes gemeenten, verbonden aan een breed omschreven taak. De taakgerichte opdracht vermindert de administratieve last voor aanbieders. Jeugdhulpaanbieders ontvangen geen bedrag per jeugdige of product. Dit biedt kansen op flexibele inzet en voorkomt dat ‘product denken’ wordt gestimuleerd. Deze aanpak met een jaarlijkse lumpsum biedt eenvoud, flexibiliteit, meer kans op innovatiekracht en de mogelijkheid om de inzet te richten op de maatschappelijke opgaven. Doel: Aanbieders nemen in gezamenlijk verantwoordelijkheid voor de uitvoering en de kwaliteit van de jeugdhulp en de inhoudelijke ontwikkeling binnen het beschikbare budget. Gemeenten en jeugdhulpaanbieders en jeugdhulpaanbieders onderling hebben: 1. Consensus over de doelen van de jeugdhulp. 2.

Een gedeelde visie op de ontwikkelingsrichting in de uitvoering, delen van informatie en onderling vertrouwen. RGU 2: De Aanvullende Jeugdhulp wordt gecontracteerd vanuit één opdracht. De jeugdhulpaanbieders bieden in gezamenlijkheid alle Aanvullende Jeugdhulp voor het hele verzorgingsgebied. Zij worden ieder apart gecontracteerd. Voor het uitvoeren van de eisen die door het collectief van aanbieders moeten worden uitgevoerd, maken zij samenwerkingsafspraken met elkaar. De opdracht heeft betrekking op diverse doelgroepen, expertises, zorgvragen en zorgvormen. Partijen hoeven daarin zelf niet alles te kunnen, maar vullen elkaar hierop aan. Een gezamenlijke visie van partijen op uitvoering leidt ertoe dat er een eenduidige opvatting is over de inzet van jeugdhulp en andere mogelijkheden bij ondersteuningsvragen. Beoogd wordt dat er dan geen sprake meer is van contra-indicaties en handelingsverlegenheid, zoals in de huidige praktijk wel het geval is. Gemeenten sturen daarom op de kansen en kwaliteit van duurzame onderlinge samenwerkingsmogelijkheden bij de jeugdhulpaanbieders. Van aanbieders wordt verwacht dat zij

14

Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038

Versie 1.0 17 februari 2026

zich committeren aan vergaande samenwerking met andere gegunde partijen. Ook wordt van hen verwacht dat zij afspraken over onderlinge samenwerking vastleggen. In Amsterdam-DUO zijn hierin al stappen gezet in de huidige uitvoeringspraktijk. Doel  Contractanten voeren de opdracht in samenhang uit ten behoeve van jeugdigen en gezinnen die hulp en ondersteuning nodig hebben. Zij committeren zich om vergaand samen te werken met andere gecontracteerde aanbieders en herkenbaar (gezamenlijk) deel te nemen aan thema's en ontwikkelopdrachten (co-creatie).  Samenwerking organiseren; onderlinge afspraken vastgelegd in een overeenkomst met ontwikkeling van gezamenlijke governance structuur, gericht op het borgen van de kwalitatieve doelen. RGU 3: Aanvullende jeugdhulp sluit aan op de basisjeugdhulp en preventie De opdracht Aanvullende Jeugdhulp omvat specialistische jeugdhulp, die vaak langduriger en intensiever is dan de basisjeugdhulp van de lokale teams. Deze hulp wordt veelal verleend door multidisciplinaire teams en omvat ambulante hulp (op locatie van de aanbieder of in het netwerk van de jeugdige), daghulp op locatie van een aanbieder en alle vormen van verblijf, waaronder pleegzorg. Basisjeugdhulp betreft de meer eenvoudige en enkelvoudige vormen van jeugdhulp. Preventie omvat een breed aanbod aan opvoed- en opgroeiondersteuning, zowel individueel als in groepsverband.

De uitvoerders van de basisjeugdhulp (OKT/lokale teams) moeten op eenvoudige wijze gebruik kunnen maken van de expertise van de AJH. Gemeenten stellen richtlijnen en bakenen de taken af waarmee partijen in staat zijn om in de uitvoering afspraken te maken over wat nodig is en wie wanneer wat doet en dit te vertalen naar werkafspraken voor de uitvoering. Doel De hulp geboden door de jeugdhulpaanbieders AJH is aanvullend op de ondersteuning en hulp georganiseerd door ouders, hun eigen netwerk en de basisjeugdhulp (OKT's/lokale teams). RGU 4: Jeugdhulpaanbieders werken gebiedsgericht Het verzorgingsgebied van de opdracht Aanvullende Jeugdhulp is opgedeeld in acht gebieden:

1.

Amsterdam met zes gebieden: o Stadsdeel Centrum/Zuid; o Stadsdeel Nieuw West; o Stadsdeel West; o Stadsdeel Noord; o Stadsdeel Oost; o Stadsdeel Zuidoost/stadsgebied Weesp; 2. Diemen, Uithoorn en Ouder-Amstel (DUO) gezamenlijk; 3. Amstelveen en Aalsmeer gezamenlijk.

15

Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038

Versie 1.0 17 februari 2026

De opdracht aan de AJH is gebiedsgericht te werken en hun inzet in deze acht gebieden te realiseren. Met gebiedsgericht werken bedoelen de gemeenten ook de manier waarop in de gebieden wordt samengewerkt. Momenteel werken Amsterdam-DUO gemeenten al samen om het gebiedsgericht werken vorm te geven. De aanpak in een gebied wordt bepaald door kenmerken en uitdagingen van een gebied. Deze gaat uit van een diepgaand begrip van en verbinding met de lokale context en de gemeenschappen waarin jeugdigen opgroeien. De opdracht aan de AJH is om multidisciplinaire gebiedsteams te formeren die door de lokale teams laagdrempelig erbij kunnen worden gehaald en tegelijkertijd specialistische programma's te bieden die kunnen worden ingezet bij problematiek die in aard en ernst niet bij een generalistisch wijkteam past. Invulling en het tempo waarop kan per gebied verschillen. Er zijn ook vormen van ondersteuning die, bijvoorbeeld door schaalgrootte, stedelijk of regionaal zijn georganiseerd. Van de aanbieder AJH wordt verwacht dat bij de inzet hiervan de samenwerking een samenhang wordt gezocht met wat gebiedsgericht is georganiseerd. Doel Hulp wordt geboden vanuit een gedegen kennis en begrip van de lokale context en gemeenschappen waarin jeugdigen opgroeien. Jeugdhulpaanbieders stellen hiervoor voldoende expertise en personeel beschikbaar.

Gebiedsgericht werken heeft verschillende dimensies: - Fysieke aanwezigheid van locaties en professionals voor de gezinnen in het gebied, zoveel mogelijk vanuit één voor de inwoners herkenbare locatie. - Kennis van de thuissituatie van de jeugdigen en gezinnen, en de mogelijkheden en de netwerken van de sociale basis en de informele zorg in de gebieden. Dit geldt ook voor het betrekken van vertegenwoordigers van lokale (zelf) organisaties en organisaties binnen de sociale basis (en bijvoorbeeld in Amsterdam ook in samenwerking met de masterplanorganisaties) in het gebied, mede gericht op het versterken van de verbinding met het sociale netwerk en de gemeenschappen waarin de hulp wordt geboden. - Afhankelijk van het gebied bijdragen aan een gebiedsgericht netwerk van aanvullende jeugdhulp in het gebied voor meedenken en meedoen (zonder dat er een verwijzing AJH is). - Verdelen van de expertise op capaciteit en vragen in de gebieden. - Maatwerk bieden. RGU 5: De toegang tot aanvullende jeugdhulp wordt gebiedsgericht georganiseerd De toegang is per gebied georganiseerd. In Amsterdam en de DUO gemeenten heten dit gebiedsknooppunten. Dit is een netwerk per gebied in Amsterdam -DUO waar de AJH voor verantwoordelijk is. Alle verzoeken voor AJH komen per gebied op één centraal punt binnen en worden door de jeugdhulpaanbieders opgepakt.

Zij nemen gezamenlijk de verantwoordelijk om te zorgen dat, indien nodig, de AJH door de meest geschikte AJH-partner wordt uitgevoerd In Amstelveen en Aalsmeer bestaat een veelzijdige samenwerking tussen huisartsen, gemeentelijk lokaal team en aanbieders. Er zijn praktijkondersteuners bij de huisartsen, waarbij de dekking per gemeente varieert. Met aanbieders bestaan korte lijnen waar het gaat om afstemming over

16

Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038

Versie 1.0 17 februari 2026

verwijzingen. Uitgangspunt is dat de gemeente betrokken wil zijn bij de toegang en ook bij het beperken of beëindigen van hulp. Het lokaal team is met gerichte instrumenten periodiek betrokken bij het zorgtraject, zoals regievoering bij complexe casus of herindicatie van medische verwijzingen. Die instrumenten hebben ook betrekking op de verwijsfunctie van gecertificeerde instellingen, waar dat kan of helpend is, bijvoorbeeld op het vlak van uitstroom bij volwassenheid of einde jeugdbeschermingsmaatregel. In de komende periode wordt bekeken of en hoe de rol van de lokale toegang versterkt kan worden door aanbieders AJH daar meer bij te betrekken. De opdracht aan de AJH is om in elk gebied capaciteit en expertise beschikbaar te stellen om samen te werken met het lokale team en de GI, om ondersteuning te bieden aan gezinnen en specialistische jeugdhulp aan jeugdigen die dat nodig hebben. Doel: Een per gebied passende samenwerking in de toegang, zodat kinderen en gezinnen tijdig de juiste hulp en ondersteuning krijgen. RGU 6: De Aanvullende Jeugdhulp heeft de opdracht om eraan bij te dragen dat kinderen gezinsgericht binnen hun eigen omgeving steun, ruimte en deskundigheid krijgen zodat zij veilig opgroeien en onderwijs krijgen.

De opdracht aan de AJH is erop gericht de jeugdige te versterken binnen het systeem waarin hij of zij opgroeit, zodat ze veilig opgroeien en onderwijs krijgen. Dit in plaats van aparte, op de individuele jeugdige gerichte hulp te geven die buiten het dagelijks leven is georganiseerd, alsof het daar los van staat. De dagelijkse omgeving van de jeugdige is hiermee nadrukkelijker in beeld om de jeugdige te helpen veilig en gezond op te groeien en de dagelijkse omgeving zo in te richten dat dit mogelijk is. Hiervoor is niet altijd een classificatie nodig. In de afgelopen contractperiode is door jeugdhulpaanbieders regionaal en lokaal, in samenwerking met gemeenten en andere samenwerkingspartners, gewerkt aan andere vormen van ondersteuning. Veelal gaat het om programma's die volgen uit landelijk beleid. Deze ontwikkelingen worden gecontinueerd. Kern van wat gevraagd wordt aan de AJH is expertise toe te voegen aan (vanzelfsprekende) professionals en het eigen netwerk rond het kind, zodat zij de benodigde begeleiding kunnen bieden. Dit in plaats van het kind uit zijn omgeving te halen en jeugdhulp te bieden in de vorm van individuele jeugdhulptrajecten. Ook wordt de beweging gemaakt van vooral individuele ondersteuning naar meer collectieve vormen van ondersteuning en van kindgericht naar gezinsgericht (gezinshulp).

Er wordt gebruik gemaakt van ervaringsdeskundigen voor feedback en verbetering van de hulp en om het cliëntperspectief vast te houden. Sommige bestaande vormen van jeugdhulp worden dus afgebouwd, zoals verblijf en kinderdagcentra (Kdc's). Jeugdhulpaanbieders wordt gevraagd binnen deze beweging kwalitatief hoogwaardige jeugdhulp te leveren conform de jeugdwet. Waar bestaande voorzieningen van toegevoegde waarde zijn, blijven deze uiteraard bestaan. De opdracht is erop gericht om de inzet van jeugdhulp effectiever te maken en daarmee mede te zorgen dat de jeugdhulp beschikbaar blijft voor degenen die het echt nodig hebben.

17

Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038

Versie 1.0 17 februari 2026

Doel Organiseren van (andere) vormen van ondersteuning, die er op is gericht de jeugdige te versterken binnen het systeem waarin hij of zij opgroeit, zoals gezinsgericht, collectief, praktische en lerende hulp en het beiden van expertise aan ‘vanzelfsprekende’ professionals. RGU 7: Er wordt niet vanzelfsprekend Aanvullende Jeugdhulp ingezet als andere oplossingen voor het gezin beter/duurzamer zijn. Problemen met inkomen, armoede, onveiligheid, wonen en andere problemen, kunnen ertoe leiden dat ouders hun rol als opvoeder niet altijd waar kunnen maken. Alleen jeugdhulp inzetten omdat bij kinderen signalen worden opgevangen, is dan niet effectief. Het vraagt om meer aandacht en inzet van andere onderdelen van het sociaal domein, gericht op het hele gezin. Om hier in de uitvoering invulling aan te geven wordt gewerkt volgens de maatwerkmethode. Dit is een gestructureerde methode van samenwerken in het sociaal domein. Professionals werken vanuit een integrale blik en vanuit het perspectief van het gezin. Soms betekent het dat jeugdhulp pas op de plaats maakt totdat andere problemen zijn aangepakt. De toegang onderzoekt allereerst het perspectief van het gezin: hoe willen zij dat de toekomst er uit ziet? Dan wordt een feitelijke situatieschets gemaakt, over alle domeinen heen.

Pas daarna wordt gekeken wat er aan de hand is in het gezin: welke persoonlijke problemen zijn er, welke systeem problemen? Samen met het gezin wordt beslist wat de eerste stap wordt, wie wat doet en wanneer er wordt geëvalueerd. De opdracht aan de AJH is hun expertise beschikbaar te stellen om minder inzet van jeugdhulp mogelijk te maken door: - Deel te nemen aan de maatwerkmethode en professionals daarin te trainen. - Te signaleren waar en wanneer inzet van jeugdhulp niet effectief is, maar andere oplossingen beter zijn voor jeugdigen en het gezin, al dan niet in combinatie met jeugdhulp. - Samen met gemeenten en andere partijen (nieuwe) duurzame oplossingen uit te werken en verantwoordelijkheid te nemen voor vervolgacties. - Op casusniveau verantwoord nee te zeggen met mandaat van de gemeenten. Hierbij geldt dat veiligheid voorop staat en het gezin en de jeugdige niet tussen wal en schip mogen vallen. Via de samenwerking in de gebiedsknooppunten kan voorliggende ondersteuning erbij gehaald worden. Expertise van de jeugdhulpaanbieders en veiligheidsexperts zoals Veilig Thuis in te zetten om te bepalen of en hoe een behandelplan uitvoerbaar is, gegeven de omstandigheden. - Te escaleren richting gemeenten als vormen van ondersteuning niet of onvoldoende van de grond komen.

Doel Minder jeugdhulp inzetten door meer aandacht voor- en inzet van andere onderdelen in het sociaal domein.

18

Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038

Versie 1.0 17 februari 2026

RGU 8: Gemeenten sturen taakgericht op de aanvullende jeugdhulp Taakgerichte sturing houdt in dat sturing zich richt op het bereiken van de inhoudelijke (ontwikkel)doelen en wie en wat daarvoor nodig is aan inzet en randvoorwaarden. Deze vorm van sturing kent een inhoudelijke kant, maar ook een zakelijke: het bewaken of jeugdhulpaanbieders hun contractafspraken nakomen. De gemeenten hebben diverse rollen: zij sturen als opdrachtgever, maar ook als partner van de uitvoerende partijen en als regisseur van het jeugdstelsel. De inrichting van de monitoring en verantwoording is hiervan afgeleid. De structuur die hiervoor de afgelopen jaren is ingericht wordt verder ontwikkeld. Kernelementen van taakgericht sturen zijn de prestatiedialoog en samen leren en verbeteren. Het ontwikkelkarakter van de opdracht noodzaakt tot samen leren en verbeteren, omdat dit vraagt om een andere manier van werken en organiseren van de uitvoering. Dus vindt leren en verbeteren plaats op verschillende niveaus: in de casuïstiek (hoe worden jeugdigen en gezinnen beter geholpen), binnen de organisatie (hoe kan deze slimmer worden ingericht) en in de samenwerking tussen partijen (hoe kan de samenwerking worden verbeterd). Er wordt gewerkt aan een hiervoor ingerichte leerinfrastructuur.

Bestaande netwerken, worden versterkt en de aanwezige expertise wordt beter benut, bijvoorbeeld vanuit academische functies en werkplaatsen. Onderwerpen zoals de duurzaamheid van de jeugdhulpoplossingen, efficiëntie, kwaliteit van geboden hulp en samenwerking staan hierbij centraal. Doel Sturing gericht op het bereiken van de inhoudelijke doelen, per gebied en voor het hele verzorgingsgebied, en leren en verbeteren vanuit partnerschap De gemeente stuurt met de gebiedsgerichte opdrachten op inhoudelijke en financiële doelen. Jeugdhulpaanbieders dragen hieraan bij door: 1. Deelname in een actieve rol aan de prestatiedialoog 1 en 2 per gebied (zie paragraaf 3.4 voor uitleg) 2. Deelname in een actieve rol aan de nader in te richten leerinfrastructuur. 3. Aanleveren van verantwoordingsinformatie en benodigde data. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de landelijke standaarden. RGU 9: Gemeenten bieden jeugdhulpaanbieders een meerjarig financieel perspectief binnen de budgettaire kaders en kopen gezamenlijk de Aanvullende Jeugdhulp in. Een meerjarig perspectief draagt bij aan commitment en zorgt voor duidelijkheid bij zowel gemeenten als de jeugdhulpaanbieders. De totale contractperiode beslaat de periode 2028-2038. De initiële looptijd van het contract is zes jaar, met twee verlengingsopties van elk twee jaar.

Aanbieders werken taakgericht vanuit een, uit aparte gemeentelijke bijdragen opgebouwd, lumpsum budget dat de gemeenten ieder jaar per jeugdhulpaanbieder toekennen. Dit is verder uitgewerkt in paragraaf 3.3.

19

Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038

Versie 1.0 17 februari 2026

Doel Vanuit een meerjarig perspectief doelgericht sturen op financiële doelen, inhoudelijke ontwikkeling en beheersing RGU 10: Gemeenten maken onderling afspraken over hun aandeel in het totale budget van de opdrachten Aanvullende Jeugdhulp. Uitgangspunt is dat elke gemeente betaalt voor de eigen inwoners. Deze RGU is met name gericht is op de samenwerking en afstemming tussen gemeenten onderling. De opdracht aan aanbieders is om de inzet per gemeente inzichtelijk te maken en deze evenredig te laten plaatsvinden langs het budget dat door die gemeente beschikbaar is gesteld. Doel Gezamenlijke sturing op- en beheersing van het Jeugdhulpbudget. 3.2.3 De organisatie van de opdracht in vier thema's met een transformatieopdracht In de vorige contractperiode is geleerd dat het niet effectief is om alle aanbieders dezelfde rol te geven in de uitvoering van de opdracht AJH, zeker waar het om transformatie van de jeugdhulp gaat. Daarom is de opdracht AJH geordend aan de hand van vier thema's, die alle vier een specifiek segment van de jeugdhulp beslaan. De vier thema's met transformatieopdracht zijn: A. Inclusief onderwijs en kinderopvang B. Creëren/stabiliseren van een thuissituatie C. Het kind met zijn eigen uitdagingen in zijn eigen netwerk D.

Jeugdigen met en slachtoffers van crimineel gedrag Ieder thema kenmerkt zich onder meer door specifieke jeugdhulpexpertise, een samenwerkingsnetwerk en een eigen transformatieopdracht. Elk thema omvat de uitvoering van alle jeugdhulp die bij dat thema hoort. Per thema wordt een beperkt aantal kernpartners gecontracteerd, die gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor het bieden van die specifieke (individuele) jeugdhulp en de transformatie die daarbij hoort. Per thema wordt bepaald welke transformatie wenselijk is en in welk tempo haalbaar. Dit kan per gebied verschillen. Hierbij wordt voortgebouwd op wat in de afgelopen periode is ontwikkeld met samenwerkingspartners. Deze thema’s vormen de basis voor nadere ordening van de opdracht onder de te selecteren aanbieders. De wijze waarop dit gebeurt maakt onderdeel uit van de uitwerking onder hoofdstuk 5: Aanbestedingsprocedure. Hierbij geldt dat de gecontracteerde partijen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de gehele opdracht AJH. Gedurende de looptijd van de contracten kan er bijstelling plaatsvinden in de doelen en de ordening van de thema's. In voorgaande jaren is door jeugdhulpaanbieders regionaal, en lokaal in samenwerking met gemeenten en andere samenwerkingspartners, gewerkt aan transformatie van de jeugdhulp.

Voorbeelden zijn afbouw van verblijf, Thuis voor Noordje, Aanpak het Jonge Kind, Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming en Manifest Energiek en Impulsief Amsterdam.

20

Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038

Versie 1.0 17 februari 2026

De inzet in deze ontwikkelprogramma’s wordt vanuit onderhavige opdracht gecontinueerd in de vier thema's. De thema's zijn in bijlage 1 nader uitgewerkt en toegelicht. Onderstaand volgt hier een samenvatting van. Thema A: Inclusief onderwijs en kinderopvang De Rijksoverheid streeft ernaar dat in 2035 de meeste scholen de overgang naar inclusief onderwijs hebben gemaakt. Binnen inclusief Primair en Voortgezet onderwijs en kinderopvang zijn alle kinderen en jongeren welkom op een school dicht bij huis. Wie je ook bent en wat je talenten ook zijn, iedereen telt mee, doet mee en verdient gelijke kansen. Vanzelfsprekend is inclusief onderwijs in eerste instantie de verantwoordelijkheid van het onderwijs zelf. De realisatie hiervan vraagt om een gezamenlijke aanpak van onderwijs, samenwerkingsverbanden, kinderopvang met de AJH, basisjeugdhulp OKT/lokale teams) en ouders en kinderen. In Amsterdam-Diemen is dit vertaald in de ambitieagenda passend onderwijs en jeugdhulp en wordt hier al invulling aan gegeven op grond van de experimenteerwet. Binnen Amstelveen, Aalsmeer, Uithoorn en Ouder-Amstel verschilt het vertrekpunt: daar waar al een lokale visie aanwezig is (Uithoorn), wordt deze vervolgd via het samenwerkingsverband onderwijs en de regionale visie en werkagenda.

Daar waar nog geen lokale visie ligt, wordt deze ontwikkeld in samenhang met het samenwerkingskader en de regionale visie en werkagenda (Amstelland en Meerlanden), in het kader van het versterken van de samenwerking tussen jeugdhulp, kinderopvang en onderwijs. Bij de start van de AJH-opdracht zal voor de gemeenten Uithoorn, Ouder-Amstel, Amstelveen en Aalsmeer bekeken worden hoe de rol van de AJH het beste kan worden ingezet, in lijn met bestaande structuren en visies. Voor de gemeente Amstelveen en Aalsmeer geldt dat zij de inzet van jeugdhulp in het onderwijs eerst nog nader onderzoeken. Bij de start van de opdracht AJH in 2028 verschilt daarom de rol van de AJH in de verschillende gemeenten, afhankelijk van hun vertrekpunt op dat moment. De opdracht van Amsterdam/DUO aan de aanvullende jeugdhulp is aan het begin van de contracten in 2028 een mix van plekken voor dagbehandeling op locatie (waarbij in Amsterdam/ Diemen een gezamenlijke financiering met het onderwijs is ingevoerd) en een groot deel ambulante fte die wordt ingezet op kinderopvang en onderwijs, ter versterking of ondersteuning van professionals in het onderwijs. Zodat ook die kinderen die nu nog een verwijzing krijgen naar speciale voorzieningen, op school kunnen blijven.

Het is voor het onderwijs lastig om deze kinderen op dit moment de juiste begeleiding in de klas te geven; hierop zijn de scholen nog niet altijd toegerust. De AJH brengt jeugdhulpexpertise zodat school en kinderopvang en hun professionals zelf (of in samenwerking met de AJH) kinderen en jongeren kunnen ondersteunen op school/ kinderopvang. Het gaat niet om het aanbieden van (individuele) hulptrajecten op een onderwijslocatie als vindplek. De inzet van de AJH is aanvullend op de rol van de leerkracht, de basisjeugdhulp (OKT/lokale teams) en de JGGZ in de scholen. In Amsterdam wordt aan dit thema al gewerkt in de aanpak Jonge Kind. Inzet van aanvullende jeugdhulp die past bij de transformatieopgave in dit thema is:  Expertise toevoegen (tijdelijk) ter ondersteuning of versterking van professionals in het onderwijs.

21

Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038

Versie 1.0 17 februari 2026

Groepsaanbod in kinderopvang en het onderwijs (ontwikkelgroepen, vaste krachten samen met onderwijs en kinderopvang, vast aanbod).

Thema B: Creëren/ stabiliseren van een thuissituatie De kern van dit thema is het creëren of stabiliseren van een thuissituatie voor kinderen en gezinnen waarvoor een (veilige) thuissituatie een issue is. Uithuisplaatsingen willen we voorkomen. Bij dit thema gaat het over complexe situaties, waar vraagstukken leven op diverse levensdomeinen die betrekking hebben op verschillende leden van het gezin (vaak ouders). De opdracht aan de AJH is: 1. Thuis ondersteuning bieden, zodat kinderen thuis kunnen blijven wonen en gebruik kunnen maken van contacten die het gezin al heeft en waar ze vertrouwen in hebben. De ondersteuning die hiervoor nodig is, is gericht op het hele systeem waarin het kind zich beweegt. Dit betekent een andere inzet van de AJH (meer ambulant) en nauwe samenwerking met GI en Veilig Thuis en andere partners volgens het Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming. 2. Waar jeugdhulp met verblijf nodig is, willen gemeenten een verschuiving van grootschalige verblijfsvoorzieningen naar kleinschaliger verblijfsvoorzieningen in de buurt. Hiermee wordt zoveel mogelijk een thuissituatie in de voor kinderen bekende omgeving gecreëerd, zodat zij hun leven kunnen voortzetten en opbouwen in hun eigen netwerk (peer groups). (Zo thuis als mogelijk). De tweede opgave betekent een transformatie van het verblijfsaanbod van de AJH.

Thema C: Het kind met zijn eigen uitdagingen in zijn eigen netwerk Waar kinderen het moeilijk hebben met de dagelijkse dingen in het leven, krijgen ze steun en ruimte in hun eigen omgeving, in het eigen netwerk. Daar wordt kinderen geleerd om te gaan met wat er op hun pad komt en de problematiek die zij daar soms bij ervaren, zoals angsten, eetproblematiek, sociale omgang, enz. In de huidige praktijk blijkt dat bij dergelijke vraagstukken nog vaak onnodig een diagnostisch label wordt gegeven en daarop geënte individuele jeugdhulptrajecten worden ingezet. Ondersteuning is daarom ook gericht op de acceptatie van de omgeving en om hen de handvatten te bieden kinderen hiermee te helpen. Het gaat daarbij dus niet alleen om te zorgen dat de omgeving het kind accepteert, maar ook om het begeleiden, coachen en of trainen van de omgeving (ouders, opvoeders, sociaal werkers etc.) in het omgaan met jeugd die soms ‘anders’ is. En dat de omgeving dus aan het werk wordt gezet om de stress waar het kind op reageert aan te pakken. Hiervoor is niet altijd een classificatie nodig. Een deel van deze kinderen heeft wel degelijk hulp nodig als de uitdagingen ernstiger zijn of van lange duur. Hiervoor zijn specifieke specialismen of behandelmethoden beschikbaar. Ondersteuning vindt zoveel mogelijk plaats in de eigen omgeving van het kind.

Opdracht aan de AJH is: 1) Het toevoegen van expertise aan de basisjeugdhulp (OKT/lokale teams) zodat deze effectieve ondersteuning in het eigen netwerk van de jeugdige kan bieden (en dit ook durven te doen, omdat ze op de expert terug kunnen vallen als het lastig wordt). In samenspraak met het OKT/lokale team kan deze expertise worden toegevoegd aan jongerenwerk, sociale basis, etc.

22

Richtlijn Inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028 - 2038

Versie 1.0 17 februari 2026

2) Het ontwikkelen van andere vormen van ondersteuning (collectief/ gericht op uitwisseling met ervaringsdeskundigen) in het netwerk van kinderen en jongeren en in samenspraak met de basisjeugdhulp (OKT/lokale teams) en sociale basis. 3) Het uitvoeren van specifieke behandelingen, waarbij deze zoveel mogelijk worden geïncorporeerd in het dagelijks leven en gericht op het netwerk van kinderen en jongeren, outreachend (professional op de fiets in de wijk, op het sportveld in plaats van in de behandelkamer). Thema D: Jeugdigen met-, en slachtoffers van, crimineel gedrag Kern van het thema is eraan bij te dragen dat jeugdigen en gezinnen die te maken hebben (gehad) met crimineel gedrag (zowel als slachtoffer als dader), een stabiel en veilig leven kunnen leiden met toekomstperspectief. Crimineel gedrag is een signaal dat jongeren steun, structuur en kansen missen om goed op te groeien. Hun gedrag heeft gevolgen voor henzelf en hun omgeving. Jeugdigen met- en slachtoffers van crimineel gedrag hebben jeugdhulp nodig met een specifieke expertise. Bij deze doelgroep spelen vaak veiligheidsissues in de context (buurt/ omgeving) en deze zijn een belangrijke afweging om zorg in te zetten naast bijvoorbeeld handhaving. Voor jeugdigen met crimineel gedrag geldt dat de benodigde jeugdhulp volgt uit een gerechtelijke maatregel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16789254/1