Rapportage Economische zelfstandigheid vrouwen 2020
Tekst van het document
laag opgeleid
23
midden opgeleid
20
hoog opgeleid
13
totaal
6
61
9
10
60
9
12
16
11
67
8
65
9
%
0
10
20
30
ja, ik zou meer uren willen werken
40
50
60
70
80
90
100
ja, ik zou minder uren willen werken
nee
weet ik niet
bron: OIS, REB
Deeltijdwerkende vrouwen zonder migratieachtergrond willen minder vaak meer uren werken dan deeltijdwerkende vrouwen met een migratieachtergrond (zie figuur 3.3). Zij met een nietwesterse migratieachtergrond willen het vaakst verandering in hun aantal werkuren, vooral meer uren werken; bijna een kwart van hen (24%) wil meer uren werken. Paragraaf 3.3 gaat nader in op de groep vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond.
36
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Economische zelfstandigheid vrouwen
Figuur 3.3 Zou u binnen nu en zes maanden meer of minder uren willen werken al dan niet in een andere werkkring? Wetende dat uw inkomsten dan ook veranderen? (onder deeltijdwerkende vrouwen), naar migratieachtergrond, 2019-2020 (n=1.167, procenten)
niet-westerse migratieachtergrond
24
westerse migratieachtgrond
10
20
geen migratieachtergrond
14
totaal
16
56
6
10
11
10
65
9
70
6
65
9
%
0
10
20
ja, ik zou meer uren willen werken
30
40
50
60
70
80
ja, ik zou minder uren willen werken
nee
90
100
weet ik niet
bron: OIS, REB
Verder hebben we gekeken of de wensen van deeltijdwerkende vrouwen samenhangen met de hoogte van het eigen inkomen. Dat blijkt inderdaad sterk samen te hangen (zie figuur 3.4): de behoefte om meer uren te werken neemt toe naarmate het eigen inkomen lager is. En naarmate het inkomen hoger is, heeft men minder behoefte aan verandering in het aantal werkuren.
37
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Economische zelfstandigheid vrouwen
Figuur 3.4 Zou u binnen nu en zes maanden meer of minder uren willen werken al dan niet in een andere werkkring? Wetende dat uw inkomsten dan ook veranderen? (onder deeltijdwerkende vrouwen), naar eigen netto maandinkomen, 2019-2020 (n=1.167, procenten)
t/m €1350
35
tussen €1351 en €1750
23
tussen €1751 en €2400
4
69
11
9
12
68
12
7
weet ik niet, geen antwoord
44
5
14
boven €2400
8
6
76
9
6
71
11
%
0
10
20
30
ja, ik zou meer uren willen werken
40
50
60
70
80
90
100
ja, ik zou minder uren willen werken
nee
weet ik niet
bron: OIS, REB
3.2 Kwart deeltijdwerkende alleenstaande moeders wil meer uren werken In het voorafgaande zagen we dat alleenstaande moeders die deeltijd werken relatief vaak meer uren zouden willen werken (25% versus 16% gemiddeld). Dit roept de vraag op of zij gemiddeld minder uren werken dan andere moeders en wat hen tegenhoudt om meer uren te werken. Deeltijdwerkende alleenstaande moeders (n=83) blijken gemiddeld even veel uren per week te werken als andere moeders (beide gemiddeld 27 uur per week). Veel deeltijdwerkende alleenstaande moeders werken 25-32 uur per week (60%), vaak 32 uur per week (36%). 10% werkt 16 uur of minder, 27% werkt 17-24 uur. Alleenstaande moeders zullen vaak een lager huishoudinkomen hebben dan andere moeders omdat zij geen partner in het huishouden met inkomen hebben en mogelijk daarom meer uren willen werken. We zagen al hiervoor dat het al dan niet meer uren willen werken samenhangt met de financiële situatie. Maar wat houdt deze vrouwen tegen om meer uren te werken? Als redenen waarom zij momenteel niet meer uren werken, terwijl ze dat wel zouden willen, zijn genoemd: combinatie zorg en werk legt te grote druk (3x genoemd) kan niet meer uren of meer opdrachten krijgen binnen huidige werkkring (2x genoemd) kan geen ander werk vinden met meer uren financiële redenen nog geen budget voor
38
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Economische zelfstandigheid vrouwen
verdient niet genoeg ik red het zo en is prima zo wat rustiger niet nodig. Zij die meer uren willen werken, willen het vaakst 25 uur of meer per week werken, meestal 2532 uur. De deeltijdwerkende alleenstaande moeders die minder uren willen werken, willen het vaakst 12-24 uur werken en noemen als belangrijkste reden waarom ze op dit moment niet minder werken: financieel niet haalbaar (4x genoemd) het moet nog ingaan mijn huidige contract moet nog aflopen. De groep van deeltijdwerkende alleenstaande moeders is te klein in de enquête (n=83) om nadere uitsplitsingen op te kunnen doen naar achtergrondkenmerken (zoals opleidingsniveau of migratieachtergrond).
Box 1. Waarom wel of niet (meer/minder uren) werken Alleenstaande moeder, hoogopgeleid, niet-westerse migratieachtergrond, één minderjarig kind en werkend: "Het werd te veel. Die 32 uur. Ik hikte al lang tegen de burn-out aan en kreeg mijn zaken niet meer op orde. Ik hou van dingen strak en op een rijtje. Dat had ik niet meer. Ik had geen rust meer in mezelf. Die 28 uur gaf me meer rust en meer tijd voor mijn dochtertje. Ik ben nu tevreden. Met 28 uur kan ik ervoor kiezen: ik werk twee dagen, dan ben ik er twee vrij. Ik werk drie dagen, dan ben ik weer drie vrij. Ik zorg wel dat ik aan mijn roosteruren kom. Qua salaris verschilt het niet zo veel. Ik vond het fijn dat ik mocht proefdraaien. Kijken hoe het was om 28 uren te werken. Mocht ook kijken hoe het was om nog minder te werken, maar dan kon ik mijn hypotheek niet betalen." Alleenstaande moeder, hoogopgeleid, zonder migratieachtergrond, één meerderjarig kind en niet-werkend: "Ik ben sinds de geboorte van mijn zoon alleen. Ik heb al die tijd gewerkt, maar het ging eigenlijk mis toen mijn zoon in de problemen raakte. Hij ging niet meer naar school en kwam in de criminaliteit terecht. Door deze situatie ben ik uitgevallen en arbeidsongeschikt geraakt. Ik ben momenteel op zoek naar een baan, maar ik kan nu geen baan vinden. Helaas lukt het niet om een baan te vinden, omdat ik vaak te hooggeschoold ben.
Psychisch kan ik nog niet aan om te starten met een baan die past bij mijn opleiding. Daarnaast is mijn situatie nog niet stabiel genoeg. “ bron: OIS (telefonische interviews onder moeders, januari-februari 2021)
39
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Economische zelfstandigheid vrouwen
3.3 Bijna kwart deeltijdwerkende laagopgeleide vrouwen wil meer werken De laagopgeleide vrouwen die deeltijd werken (n=186) hebben vaak een contract voor 24 uur of minder (59%) of voor tussen de 25 en 32 uur (38%, waarvan 17% voor 32 uur). Gemiddeld genomen hebben zij een contract voor 21 uur. Van de laagopgeleide vrouwen die deeltijd werken wil 23% meer uren werken. Dat is meer dan gemiddeld (16%). De meeste van hen zouden 25 t/m 32 uur willen werken (37%). Zij geven als reden waarom ze wel meer uren willen werken maar het nu nog niet doen: kan niet meer uren of meer opdrachten krijgen binnen huidige werkkring (12x genoemd) schooltijden sluiten niet aan (10x) kan geen ander werk vinden met meer uren (2x) nog bezig met afronden van opleiding (2x) net begonnen met zoeken / in afwachting sollicitatie nog geen budget voor te druk zware mantelzorgtaken. Zeven procent van de laagopgeleide deeltijdwerkende vrouwen wil minder uren werken. Bijna de helft van hen wil tussen de 12 en 24 uur werken. De genoemde redenen voor dat men dat nu nog niet doet, zijn dat het financieel niet haalbaar is (4x genoemd) en dat het niet toegestaan is in de huidige werkkring (1x genoemd). Voor de geënquêteerde laagopgeleide vrouwen die deeltijd werken, blijkt het hebben van thuiswonende kinderen niet significant uit te maken voor de keuze voor meer of minder uren te willen werken.
Het gaat in deze enquête maar om weinig laagopgeleide deeltijdwerkende vrouwen met kinderen (n=44), wat het niet vinden van een significant verschil kan verklaren. Wel doet de migratieachtergrond van laagopgeleide vrouwen ertoe: laagopgeleide deeltijd werkende vrouwen met een westerse migratieachtergrond willen het vaakst meer uren werken en zij zonder een migratieachtergrond het minst vaak, terwijl zij met een niet-westerse migratieachtergrond ertussen in zitten (zie figuur 3.5).
40
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Economische zelfstandigheid vrouwen
Figuur 3.5 Zou u binnen nu en zes maanden meer of minder uren willen werken al dan niet in een andere werkkring? Wetende dat uw inkomsten dan ook veranderen? (onder laagopgeleide deeltijdwerkende vrouwen), naar migratieachtergrond en al dan niet kinderen, 2019-2020 (n=186, procenten)
niet-westerse migratieachtergrond
26
6
westerse migratieachtergrond
47
geen migratieachtergrond
15
kind in huishouden
6
7
20
16
53
47
78
7
67
7
geen kind in huishouden of onbekend
24
6
59
10
totaal
23
6
61
9
%
0
10
20
ja, ik zou meer uren willen werken
30
40
50
60
ja, ik zou minder uren willen werken
70
80 nee
90
100
weet ik niet
bron:OIS, REB
Box 2. Waarom wel of niet meer/minder uren werken Vrouw, laagopgeleid, niet-westerse migratieachtergrond, meerder-en minderjarige kinderen, met partner en werkend: “Ik zou graag minder willen werken. Ik werk tot 4 uur in de middag. Mijn man vangt de zorgen voor de kinderen nu op, maar ik weet niet hoe lang hij nog blijft, want wij zijn nu niet meer bij elkaar. Ik heb geïnformeerd over (naschoolse) opvang, maar dat is veel te duur. Dat kan ik niet betalen. Ik kan ook niet minder gaan werken, want anders kan ik mijn huur niet betalen. Ik kan elke maand wel rondkomen, maar niet heel ruim. Ik maak gebruik van de voedselbank. Maar ik heb geen geld om de opvang te betalen.” bron: OIS (telefonische interviews onder moeders, januari-februari 2021)
3.4 Bijna kwart vrouwen met niet-westerse achtergrond wil meer werken Bijna de helft van deeltijdwerkende vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond (n=382) heeft een contract voor 25-32 uur, de andere helft een contract voor 24 uur of minder. Het gemiddeld aantal uren is 23, 32 uur komt het vaakst voor (24%).
41
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Economische zelfstandigheid vrouwen
Bijna een kwart van deze vrouwen (24%) zou meer uren willen werken. Het gaat dan het vaakst om 25-32 uur werken (40% wil dat). Als redenen voor dat ze nu (nog) niet meer uren werken, terwijl ze dat wel zouden willen, zijn genoemd: kan niet meer uren of meer opdrachten krijgen binnen huidige werkkring (23x genoemd) schooltijden sluiten niet aan (12x genoemd) kan geen ander werk vinden met meer uren (10x genoemd) afronden van opleiding (5x genoemd) combinatie zorg en werk legt te grote druk (3x genoemd) net begonnen met zoeken / in afwachting sollicitatie (2x genoemd) door corona (2x genoemd) vanwege gezondheid (2x genoemd) geen geschikte betaalde kinderopvang of zorg gezinsuitbreiding dacht dat 32 uur genoeg zou zijn ik red het zo prima, wat rustiger niet nodig verdient niet genoeg uren zijn afhankelijk van aantal clienten vind me werk niet leuk dus wil hier niet meer uren werken zware mantelzorgtaken. Tien procent van deeltijdwerkende vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond zou minder uren per week willen werken. Ruim de helft van hen zou 12-24 uur willen werken.
Zij geven aan nu niet minder uren te werken terwijl ze dat wel willen omdat: financieel niet haalbaar (15x genoemd) niet toegestaan in huidige werkkring (3x genoemd) gestart met eigen onderneming, financieel niet haalbaar zonder loondienst meer vrije tijd moet nog ingaan tekort aan leerkrachten contract loopt december af, dus nu nog niet mogelijk werk is leuk. Ook onder deze groep vrouwen zien we een duidelijk verschil tussen hoogopgeleide vrouwen en lager opgeleide vrouwen (zie figuur 3.6); hoogopgeleide deeltijdwerkende vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond willen minder vaak meer uren werken. En ook het al dan niet hebben van thuiswonende kinderen maakt onder hen verschil: de vrouwen met kinderen willen minder vaak meer uren werken dan andere vrouwen (zie figuur 3.6).
42
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Economische zelfstandigheid vrouwen
Figuur 3.6 Zou u binnen nu en zes maanden meer of minder uren willen werken al dan niet in een andere werkkring? Wetende dat uw inkomsten dan ook veranderen? (onder deeltijdwerkende vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond), naar opleidingsniveau en al dan niet kinderen, 2019-2020 (n=382, procenten)
laag opgeleid
26
midden opgeleid
28
hoog opgeleid
19
kind in huishouden
18
6
11
11
9
62
9
24
8
61
28
totaal
9
52
13
geen kind in huishouden of onbekend
16
53
10
52
10
10
56
%
0
10
20
ja, ik zou meer uren willen werken
30
40
50
60
ja, ik zou minder uren willen werken
70
80 nee
90
100
weet ik niet
bron:OIS/REB
43
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Economische zelfstandigheid vrouwen
Box 3. Waarom wel of niet (meer/minder uren) werken Vrouw, laagopgeleid, niet-westerse migratieachtergrond, vier minderjarige kinderen, met partner en niet-werkend: “Toen ik naar Nederland kwam wilde ik heel graag werken. Dat is mijn droom. Het is als ouder een voorbeeld voor de kinderen. Toen ik hier kwam was ik druk met zorgtaken voor de kinderen. En na een paar jaar werd mijn man ziek. Hij moest thuisblijven. Ik werk eigenlijk als mantelzorger voor hem. Daarom is het moeilijk om een baan te vinden. Als ik bijvoorbeeld als schoonmaakster wil werken, moet ik om 6 uur in de ochtend beginnen. Dat gaat mij niet lukken, want ik moet mijn kinderen klaarmaken voor school. En ik heb geen diploma om ander werk te gaan doen.” Vrouw, hoogopgeleid, niet-westerse migratieachtergrond, twee minderjarige kinderen, met partner en werkend: “Ik heb altijd fulltime gewerkt. Maar toen mijn zoontje was geboren, heb ik samen met mijn man besloten om een dagje minder te gaan werken. Mijn man heeft een goede baan, dus dit was mogelijk. Ik vind dat heel fijn die vier dagen. Ik vind het heel fijn om de vrijheid te hebben. Even tijd voor jezelf, voor jou en je partner. Toen de kinderen klein waren, waren mijn man en ik alleen maar met de kinderen bezig. Dan heb je geen tijd voor jezelf en nu is het mijn tijd. En ik verdien prima. Het is niet zo dat ik die vrijdag erbij moet gaan werken.
Absoluut niet.” bron: OIS (telefonische interviews onder moeders, januari-februari 2021)
44
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Economische zelfstandigheid vrouwen
4 Verdeling arbeid en zorg in het huishouden
Samenvatting Driekwart van de geënquêteerde vrouwen (74%) die wonen met een partner is (zeer) tevreden over de verdeling van werk-, huishoudelijke en zorgtaken binnen het huishouden, 5% is ontevreden. Ze zijn iets minder vaak tevreden hierover dan mannen (82%). o Vrouwen die geen betaald werk hebben, zijn minder vaak tevreden over deze verdeling, vooral wanneer hun partner ook geen betaald werk heeft. o Wanneer er kinderen zijn, zijn vrouwen minder vaak tevreden over de taakverdeling in het huishouden. o Laagopgeleide vrouwen en vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond zijn minder vaak tevreden over deze taakverdeling. De helft van de moeders met kinderen onder de 12 jaar en een partner heeft opvang of oppas ingeschakeld, 38% is minder uren gaan werken en 21% heeft geen maatregelen genomen. o Vooral werkende moeders nemen maatregelen, maar zij met een niet-westerse migratieachtergrond minder vaak, vooral minder vaak opvang. Bijna de helft van de werkende moeders heeft een enkele keer het gevoel dat ze op dit moment familie- of gezinsactiviteiten missen of verwaarlozen door hun werk. Dat is vaker dan onder werkende vaders. 13% heeft (zeer) vaak dat gevoel.
o Voltijdwerkende moeders hebben vaker dat gevoel; o werkende alleenstaande moeders relatief vaak; o evenals werkende vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond, terwijl zij niet minder tevreden zijn over de taakverdeling in het huishouden. 35% van de werkende vrouwen heeft soms en 10% vaak het gevoel het werk te verwaarlozen of te missen door familie- of gezinsverantwoordelijkheden. Dat is even vaak als onder werkende vaders. o Moeders die voltijds werken, zeggen vaker dergelijke gevoelens te hebben.
Hoe kijken vrouwen aan tegen de verdeling van werk en huishoudelijke en zorgtaken in hun huishouden, zijn ze daar tevreden over? Gaat het werkende moeders goed af om werk en taken in het gezin te combineren, of voelen zij zich soms tekortschieten? En welke maatregelen hebben zij genomen om dit te combineren? Deze vragen staan centraal in dit hoofdstuk, waarbij wordt gekeken naar verschillen hierin tussen groepen vrouwen. De resultaten komen uit de REB (Regionale Enquête Beroepsbevolking) over de periode januari 2019-december 2020. In de toelichtende tekstboxen zijn casussen en hun quotes uit de telefonische interviews opgenomen die zijn gehouden in de periode januari-februari 2021.
45
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Economische zelfstandigheid vrouwen
4.1 Driekwart vrouwen met partner tevreden over verdeling taken Driekwart van de geënquêteerde vrouwen die een huishouden vormen met een partner (n=2.005) is (zeer) tevreden over de verdeling van werk-, huishoudelijke en zorgtaken binnen het huishouden. Zij zijn hierover iets minder (zeer) tevreden dan mannen (74% versus 82%). Slechts 5% van de vrouwen is hier ontevreden over. Vrouwen die geen betaald werk hebben, zijn minder tevreden over de verdeling van deze taken in hun huishouden (70%) dan vrouwen die wel betaald werk hebben (zie figuur 4.1). Wanneer hun partner ook geen betaald werk heeft, zijn zij het minst vaak tevreden over deze taakverdeling (58%). Deeltijdwerkende vrouwen zijn minder vaak tevreden wanneer hun partner niet werkt (66% versus 78% bij werkende partner). Figuur 4.1 In welke mate bent u tevreden over de verdeling van werk-, huishoudelijke en zorgtaken in uw huishouden? (onder vrouwen wonend met partner), naar werksituatie en al dan niet kinderen, 2019-2020 (n=2.005, procenten)
werkt voltijds
24
werkt deeltijd
22
werkt niet/niet bekend
kinderen
15
jonge kinderen
18
5
17
53
7
3 3
14
53
6
20 53
22
4 1
19
50
26
4 2
14
53
19
geen kinderen
totaal
56
20
53
17
5 7
2
5
4 %
0 zeer tevreden ontevreden
10
20
30 tevreden
40
zeer ontevreden
50
60 70 80 90 niet tevreden/niet ontevreden
100
weet ik niet
bron:OIS, REB
Ook het hebben van kinderen is van invloed: vrouwen met een partner en kinderen zijn minder vaak tevreden over de taakverdeling van huishoudelijk werk, arbeid en zorg in hun huishouden dan vrouwen zonder kinderen (zie figuur 4.1). Daarbij maakt het al dan niet hebben van jonge kinderen (onder de 4 jaar) geen verschil.
46
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Economische zelfstandigheid vrouwen
4.1.1 Laagopgeleide vrouwen minder vaak tevreden dan hoger opgeleiden Laagopgeleide vrouwen die met een partner wonen (n=271), zijn minder vaak tevreden over de verdeling van werk-, huishoudelijke en zorgtaken dan hoger opgeleide vrouwen (zie figuur 4.2). Toch is tweederde van hen (zeer) tevreden over deze verdeling. Figuur 4.2 In welke mate bent u tevreden over de verdeling van werk-, huishoudelijke en zorgtaken in uw huishouden? 2019-2020 (onder vrouwen wonend met partner), naar opleidingsniveau (n=2.005, procenten)
laag opgeleid
midden opgeleid
hoog opgeleid
15
51
20
54
23
3
19
16
53
11
4
5
5 1
17
%
0 zeer tevreden
10
ontevreden
20
30 tevreden
40
50
zeer ontevreden
60 70 80 90 niet tevreden/niet ontevreden
100
weet ik niet
bron:OIS, REB
De laagopgeleide vrouwen geven als redenen voor hun ontevredenheid over de verdeling:
Er is veel werk thuis en mijn man kan niet meehelpen.
Mijn vrouw kan niets, ze is arbeidsongeschikt, ik doe alles.
Vanwege gezondheid.
Ze verwachten alles van me thuis en op werk
De druk ligt nu meer bij mijn man.
Kijken we naar de achtergrondkenmerken van laagopgeleide vrouwen dan zien we dat vrouwen met een niet-westerse achtergrond minder vaak tevreden zijn over de taakverdeling in het huishouden dan vrouwen met een andere achtergrond (zie figuur 4.3). Laagopgeleide vrouwen die niet werken zijn ook minder vaak tevreden dan vrouwen die wel betaald werk hebben. Het al dan niet hebben van kinderen maakt geen significant verschil onder de laagopgeleide vrouwen.
47
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Economische zelfstandigheid vrouwen
Figuur 4.3 In welke mate bent u tevreden over de verdeling van werk-, huishoudelijke en zorgtaken in uw huishouden? naar al dan niet werk, al dan niet kinderen en migratieachtergrond, 2019-2020 (onder laagopgeleide vrouwen wonend met partner, n=271, procenten)
werkt
16
werkt niet
15
geen kinderen
18
kinderen
niet-westese migratieachtergrond geen/westerse migratieachtergrond
totaal
59 48
3
19
52
13
1 4
18
48 58
15
9 14
4
20
21
15
20
51
12
3 4
19
16 16
51
19
3
1 4
11 %
0 zeer tevreden ontevreden
10
20
30 tevreden
40
zeer ontevreden
50
60 70 80 90 niet tevreden/niet ontevreden
100
weet ik niet
bron:OIS, REB
Box 4. Verdeling van werk en huishoudelijke en zorgtaken in het huishouden Vrouw, laagopgeleid, niet-westerse migratieachtergrond, meerder-en minderjarige kinderen, met partner en werkend: “Mijn partner brengt de kinderen om 8 uur naar school. Alleen de jongste blijft thuis bij hem. En om 12 uur haalt hij de kinderen weer op. Hij zorgt voor de kinderen tot ik thuis ben om half 5. Maar verder doet hij niks in het huishouden en hij heeft ook geen baan. Ik doe alle huishoudelijke taken in de ochtend en wanneer ik thuiskom van werk. Het gaat maar door. Helaas doet mijn partner helemaal niets. Het hoort namelijk niet bij onze cultuur dat de man helpt in het huishouden. Omdat ik fulltime werk heb ik ook minder tijd voor mijn kinderen. Ik zou graag meer tijd willen besteden met mijn kinderen. Maar hoe kan ik dit oplossen? Ik wil ook naar mijn werk gaan zonder stress en zorgen. Als ik alles op een rijtje kan krijgen dan kan ik tevreden naar mijn werk gaan en de kinderen zijn dan ook tevreden. Ik wil dat mijn kinderen gelukkig zijn. Het is heel moeilijk. “ bron: OIS (telefonische interviews onder moeders, januari-februari 2021)
48
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Economische zelfstandigheid vrouwen
4.1.2 Vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond minder vaak tevreden Tweederde van de vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond wonend met een partner (n=652) is (zeer) tevreden over de taakverdeling in haar huishouden. Zij zijn minder vaak tevreden hierover dan vrouwen met een westerse migratieachtergrond en dan vrouwen zonder migratieachtergrond. Een klein deel van de niet-westerse vrouwen (6%) is (zeer) ontevreden over de taalverdeling, zij verschillen daarin niet van de andere vrouwen, zie figuur 4.4. Figuur 4.4 In welke mate bent u tevreden over de verdeling van werk-, huishoudelijke en zorgtaken in uw huishouden? naar migratieachtergrond, 2019-2020 (onder vrouwen met een partner, n=2.005, procenten)
niet-westerse migratieachtergrond
14
52
westerse migratieachtergrond
24
geen migratieachtergrond
26
5
20
53
5
15
53
8
16
3
5 1
%
0 zeer tevreden ontevreden
10
20
30 tevreden
40
50
zeer ontevreden
60 70 80 90 niet tevreden/niet ontevreden
100
weet ik niet
bron:OIS, REB
Als redenen voor ontevredenheid over de taakverdeling noemen zij het vaakst dat hun man veel werkt en geen of weinig huishoudelijke en/of zorgtaken doet. Bijvoorbeeld:
Vaak ben ik toch wel degene die de huishoudtaken uitvoert, ook al vraag ik of hij mij ook weleens wilt helpen. Hij werkt minder uren, maar doet ook minder thuis met de huishoudtaken.
Ik doe alles, mijn man heeft al een volle werkweek.
Ze verwachten alles van me, thuis en op het werk.
Ik zou graag minder willen werken en er meer zijn voor de kinderen.
Ik zit onvrijwillig thuis. Mijn partner werkt. Dat geeft scheve verhoudingen.
Ook veranderingen als gevolg van de coronacrisis worden genoemd, bijvoorbeeld:
Door de coronacrisis is alle aandacht van partner op behoud van bedrijf gericht, dat nu geen opdrachten/betalingen krijgt.
49
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Economische zelfstandigheid vrouwen
Doordat er geen kinderopvang is moet ik meer thuis zijn voor kind.
Vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond die geen betaald werk hebben, zijn iets minder vaak (zeer) tevreden over de taakverdeling dan anderen (zie figuur 4.5). Opvallend is dat zij relatief vaak het antwoord ‘weet niet’ hebben gegeven op deze vraag naar tevredenheid. Het al dan niet hebben van kinderen maakt voor vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond geen significant verschil in tevredenheid. Het opleidingsniveau doet er wel toe: de hoogopgeleide vrouwen zijn wat vaker zeer tevreden over de taakverdeling, terwijl de laagopgeleide vrouwen relatief vaak aangaven het niet te weten. Figuur 4.5 In welke mate bent u tevreden over de verdeling van werk-, huishoudelijke en zorgtaken in uw huishouden? naar al dan niet werk, al dan niet kinderen en opleiding, 2019-2020 (onder niet-westerse vrouwen wonend met partner n=652, procenten)
werkt voltijds
19
werkt deeltijd
16
werkt niet/niet bekend
11
53
geen kinderen kinderen
laagopgeleid
12
middenopgeleid
12
totaal
14
30 tevreden
40
zeer ontevreden
3 1
23
5
4 1
52
20
13
5 1
19
20
50
7 9
2
6
16 31
21
52
10
2
21
20 57
17
ontevreden
47
48
hoogopgeleid
313
18
51
17
6 04
26 5
53
12
21
16
18
jonge kinderen
0 zeer tevreden
51 52
9 5
5 1
60 70 80 90 niet tevreden/niet ontevreden
2 3
8
%
100
weet ik niet
bron:OIS, REB
50
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Economische zelfstandigheid vrouwen
Box 5. Verdeling van werk en huishoudelijke en zorgtaken in het huishouden Vrouw, laagopgeleid, niet-westerse migratieachtergrond, vier minderjarige kinderen, met partner en niet-werkend: “Ik ben eigenlijk de hele dag bezig met het zorgen voor mijn man en kinderen. Soms is het heel druk. Dan voel ik me soms wel echt moe. Meestal lukt het gelukkig. Soms ben ik onzeker of alles gaat lukken en of ik genoeg doe voor mijn kinderen. “ Vrouw, hoogopgeleid, niet-westerse migratieachtergrond, twee minderjarige kinderen, met partner en werkend: “Ik heb altijd oppas in huis gehad. Iemand in huis, werkster, die kookt, die deed alles in huis op de dagen dat ik werkte. Dat betalen we natuurlijk ook. Mijn dochter is nu alweer 11, dus nu doe ik zelf alles. Het huishouden en koken en werken. Dat is prima, omdat de kinderen groter zijn. Ik heb mijn eigen taken en mijn man zijn eigen taken. Mijn man doet bijvoorbeeld de afwas. Hij kan helaas niet koken, dus het koken doe ik. De kinderen helpen ook mee in het huishouden.” bron: OIS (telefonische interviews onder moeders, januari-februari 2021)
4.2 Genomen maatregelen; veelal opvang of oppas Welke maatregelen hebben ouders (stellen) van kinderen onder de 12 genomen om werk en zorgtaken te kunnen combineren? En verschilt dit tussen groepen vrouwen? Deze vragen staan centraal in deze paragraaf. De helft van de moeders met kinderen onder de 12 jaar en een partner (n=521, 50%) heeft opvang of oppas ingeschakeld, 38% is minder uren gaan werken en 21% heeft geen maatregelen genomen. Moeders met een niet-westerse migratieachtergrond (n=223) hebben wat minder vaak maatregelen genomen (zie figuur 4.6). De groep van laagopgeleide moeders met schoolgaande kinderen is te klein in de enquête om uitspraken over te kunnen doen (n=33) en deze vraag is niet aan alleenstaande moeders gesteld. Uiteraard heeft het al dan niet nemen van maatregelen ook te maken met of de moeder betaald werk heeft; moeders zonder betaald werk hebben vaker zelf geen maatregelen genomen (31%), dan moeders die wel werken. Er is hierin geen significant verschil tussen deeltijd- (12%) en voltijdswerkende moeders (13%). Hetzelfde geldt voor moeders met een niet-westerse migratieachtergrond. Zij die werken hebben echter minder vaak maatregelen genomen dan gemiddeld (18% geen maatregelen versus 13%).
51
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Economische zelfstandigheid vrouwen
Figuur 4.6 Welke maatregelen heeft u genomen om werk en zorg voor uw kind(eren) te kunnen combineren? 2019-2020 (onder werkende vrouwen met partner en kinderen jonger dan 12 jaar , n=521, meer antwoorden mogelijk, procenten)
geen
minder uren werken meer uren werken niet-westerse migratieachtergrond (n=223)
opvang/oppas geregeld meer thuis werken
allen (n=521)
dichter bij huis werken gaan werken als zelfstandige
tijdelijk ouderschapsverlof anders
%
0
10
20
30
40
50
60
bron:OIS, REB
In de nu volgende figuur is weergegeven in hoeverre ouders gebruik maken van verschillende soorten opvang. Drie van de tien moeders met kinderen tot 12 jaar maken gebruik van een kinderdagverblijf (31%) en de buitenschoolse opvang wordt door ruim een kwart gebruik (26%). Wat opvalt is dat moeders met een niet-westerse migratieachtergrond veel minder vaak gebruik maken van kinderopvang. Voor deze vraag zijn wederom de aantallen respondenten te klein om verder op te splitsen naar werkende lageropgeleide (n=47) of alleenstaande moeders (n=88).
52
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Economische zelfstandigheid vrouwen
Figuur 4.7 Maakt u gebruik van kinderopvang (kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of een gastouder)? naar al dan niet niet-westerse migratieachtergrond, 2019-2020 (onder vrouwen met kinderen jonger dan 12 jaar, n=521, meer antwoorden mogelijk, procenten)
geen KDV BSO
niet-westerse migratieachtergrond (n=260)
gastouder
allen (n=588) (schoon)ouder oppas aan huis voorschool
anders %
0
10
20
30
40
50
60
bron:OIS, REB
Het gebruik van kinderopvang hangt logischerwijs samen met het hebben van betaald werk van de moeders. Moeders die geen betaald werk hebben maken vaker geen gebruik van kinderopvang (55% niet) dan moeders die voltijd of deeltijd werken (resp. 20% en 23% niet). Dat geldt ook voor moeders met een niet-westerse migratieachtergrond; zeven van de tien van hen die niet werken maken geen gebruik van opvang (68%). Maar ook werkenden onder hen maken vaker geen gebruik van kinderopvang dan gemiddeld (deeltijdwerkenden: 42% niet, voltijdswerkenden: 33% niet).
4.3 Helft heeft (weleens) gevoel van verwaarlozing taken In hoeverre vinden werkende vrouwen met kinderen dat ze hun familie- of gezinsactiviteiten missen of verwaarlozen door hun werk? Of vinden ze dat ze juist dat ze hun werkzaamheden missen of verwaarlozen door familie- of gezinsverantwoordelijkheden? Bijna de helft van de werkende moeders (46%, n=617) heeft een enkele keer het gevoel dat ze op dit moment familie- of gezinsactiviteiten missen of verwaarlozen door hun werk. Dat is vaker dan onder werkende vaders, ruim een derde van hen (36%) heeft een enkele keer dat gevoel. Dertien procent van de werkende moeders heeft (zeer) vaak dat gevoel en dat verschilt niet significant van de werkende vaders (15%).
53
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Economische zelfstandigheid vrouwen
Voltijdwerkende moeders hebben vaker het gevoel dat ze hun gezin verwaarlozen, evenals werkende alleenstaande moeders. Werkende vrouwen die geen migratieachtergrond hebben, ervaren minder ‘(zeer) vaak’ gevoelens van verwaarlozing dan vrouwen met een migratieachtergrond. Op de werkende moeders met een niet-westerse migratieachtergrond wordt in de volgende subparagraaf nader ingegaan. Het aantal laagopgeleide werkende moeders is in de enquête te klein om uitspraken over te doen (n=26). Figuur 4.8 Mist u of verwaarloost u, voor uw gevoel, op dit moment familie- of gezinsactiviteiten door uw werk? 2019-2020 (onder werkende moeders, n=617, procenten)
werkt voltijds
30
50
werkt deeltijds
38
niet-alleenstaand
40
alleenstaande moeder
43
39
0
10
20
ja, een enkele keer
2 3
8
2 3 5
11
49
totaal
10
17
35
30 39
5 1
47 39
geen migratieachtergrond
nee, nooit
47
36
niet-westese migratieachtergrond westerse migratieachtergrond
14
4
13
ja, vaak
50
60
ja, zeer vaak
4 8
46
40
6 5
52
30
3
10
70
80
90
10
3 3
%
100
geen antwoord
bron:OIS, REB
Het gevoel het werk te verwaarlozen of te missen door familie- of gezinsverantwoordelijkheden komt minder vaak voor dan andersom. Zo heeft 35% van de werkende moeders dat gevoel een enkele keer en 10% (zeer) vaak. Dat verschilt niet significant van de gevoelens van werkende vaders. Het maakt ook hieruit of de moeders voltijds of deeltijds werken: zij die voltijds werken zeggen meer frequent dergelijke gevoelens van het missen of verwaarlozen van hun werk te hebben. In de nu volgende subparagrafen wordt nader ingegaan op werkende moeders met een nietwesterse migratieachtergrond en op alleenstaande werkenden moeders.
54
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Economische zelfstandigheid vrouwen
4.3.1 Moeders met niet-westerse achtergrond ervaren minder vaak verwaarlozing werk Ruim een derde (35%) van de werkende moeders met een niet-westerse migratieachtergrond (n=163) heeft een enkele keer het gevoel door werk gezin- of familietaken te verwaarlozen en 15% heeft (zeer) vaak dat gevoel. Zij hebben minder vaak een enkele keer dat gevoel dan vrouwen die geen migratieachtergrond hebben (35% versus 52%) maar wel meer vaak dat gevoel (15% versus 9%). Wanneer zij voltijds werken hebben ze vaker dat gevoel van verwaarlozing van hun gezin dan wanneer zij deeltijd werken. Maar het aantal voltijdswerkende moeders met een niet-westerse migratieachtergrond is in de enquête maar klein (n=53 versus 110 deeltijdwerkenden). Het gevoel het werk te verwaarlozen als gevolg van gezinstaken komt minder bij hen voor dan onder andere vrouwen: 21% een enkele keer en 10% (zeer) vaak (versus 43% en 12% onder moeders zonder migratieachtergrond). Ook hier hebben deze moeders die voltijds werken vaker dat gevoel dan moeders die deeltijd werken, al zijn de verschillen minder groot dan bij het verwaarlozen van gezinstaken.
4.3.2 Alleenstaande moeders voelen vaker gezinstaken te missen of verwaarlozen Twee van de tien (22%) alleenstaande werkende moeders (n=95) vinden dat zij (zeer) vaak door hun werk gezinstaken missen of verwaarlozen. Dat is meer dan onder werkende moeders met een partner (22% versus 11%). Vier van de tien vinden dat dat een enkele keer voor komt (39% versus 47% onder moeders met partner). Zij vinden ongeveer even vaak als werkende moeders met een partner dat zij werk missen of verwaarlozen door gezinsverantwoordelijkheden: 28% een enkele keer en 15% (zeer) vaak. Ook hierbij lijkt het erop dat voltijdswerkenden vaker dergelijke gevoelens van missen of verwaarlozing hebben dan deeltijdwerkenden, maar het aantal respondenten in de enquête is te klein om harde uitspraken over te doen (resp. n=20 en n=70).
55
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Economische zelfstandigheid vrouwen
Box 6. Gevoel van verwaarlozing taken Alleenstaande moeder, hoogopgeleid, niet-westerse migratieachtergrond, één minderjarig kind en werkend: "Het was veel en druk. Daardoor slaap ik slecht. In de ochtend stond ik op, bracht ik mijn dochter naar school. Daarna ging ik mijn huishouden doen, boodschappen. Dan thuis eten. Dan heb je geen rust. Dan stort ik al in terwijl ik me om 14 uur klaar moet maken om mijn dochter van school te halen en naar mijn moeder te brengen. Daarna moet ik naar mijn werk. Soms ging ik na het werk nog naar iemand toe. Dan moet je thuis weer acclimatiseren en dan lag ik pas om 4 uur in bed terwijl de wekker weer om 7 uur gaat. Dat bleef maar door gaan en dat helpt niet mee. Daarom zit ik in die burn-out. Ik raakte super geïrriteerd met collega’s en zo ben ik niet. Iedereen kent me als het zonnetje in huis. Je verloor ook vriendschappen met collega’s die je niet begrijpen. Dat hakt er wel in. Ik moet wel voor mezelf kiezen. Ik was blij dat mijn leidinggevende het begreep en me nu laat herstellen. Ik heb echt het gevoel gehad dat ik mijn huis twee jaar niet heb schoongemaakt Dat was gewoon niet goed. Je trekt het niet meer. Je merkt het aan je gedrag, je hebt een kort lontje. Ik verloor mezelf ook." bron: OIS (telefonische interviews onder moeders, januari-februari 2021)
4.4 Veranderingen in gezin als gevolg van corona In de telefonische interviews is de moeders gevraagd of de situatie in hun huishouden is veranderd als gevolg van het coronavirus. De vrouwen gaven daarbij deze antwoorden: Het is nog moeilijker om een baan te vinden in deze periode. Vanwege corona is het niet mogelijk om te sporten en er is een groot tekort aan zorgmedewerkers. Daarom werk ik tijdelijk vier uur extra in de week. Doordat iedereen thuis is, is het vaak te druk in huis. De kinderen hebben moeite met het concentreren op huiswerk en school. Er is niks veranderd. De kinderen kunnen nog steeds naar school.
4.5 Mogelijke rol van gemeente of overheid De moeders in de telefonische interviews is gevraagd of zij ten aanzien van de verdeling van werk en zorgtaken binnen het huishouden (en eventuele wensen en problemen daarbij) een rol zien voor de gemeente of de overheid. De gegeven antwoorden daarop waren vaak aanbevelingen: Maak kinderopvang goedkoper zodat vrouwen zonder zorgen over hun kinderen naar het werk kunnen gaan. Zorg dat wachtlijsten voor kinderopvang verdwijnen. Help mensen, vooral tijdens de coronacrisis, bij het vinden van een baan. Veel regelingen zijn onbekend voor de mensen die het nodig hebben. Zorg voor een betere communicatie van deze regelingen, zoals een gratis laptop voor schoolkinderen. Help gezinnen in het vinden van een groter huis. Vooral tijdens de coronacrisis, waarbij iedereen thuis zit, is dit belangrijk.
56
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Economische zelfstandigheid vrouwen
Organiseer bijeenkomsten in buurthuizen of scholen om moeders bij elkaar te brengen. Op deze manier kan er voorlichting gegeven worden over gezondheid en het zorgen voor jezelf en er kan gewerkt worden aan het zelfvertrouwen van de vrouwen. Bied een vitaliteitscoach/budgetcoach aan voor vrouwen met (mentale) problemen.
57
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Economische zelfstandigheid vrouwen
Bijlage 1 Lijst met definities (bron: CBS)
Opleidingsniveau Laag: Dit omvat onderwijs op het niveau van basisonderwijs, het vmbo, de eerste 3 leerjaren van havo/vwo of de assistentenopleiding (mbo-1). Middelbaar: Dit omvat de bovenbouw van havo/vwo, de basisberoepsopleiding (mbo-2), de vakopleiding (mbo-3) en de middenkader- en specialistenopleidingen (mbo-4). Hoog: Dit omvat onderwijs op het niveau van hbo of wo. Sociaaleconomische categorie: Sociaaleconomische categorie wordt bepaald op basis van de belangrijkste inkomensbron van het individu op jaarbasis. De belangrijkste bron van inkomen wordt bepaald op basis van het hoogste inkomensbedrag. Daarnaast wordt meegenomen of een persoon ingeschreven staat bij een onderwijsinstelling of als meewerkend gezinslid actief is. De categorie ‘zelfstandig ondernemer’ bestaat uit directeur-grootaandeelhouders (eigenaren van een bedrijf als directeur in loondienst van het eigen bedrijf), zelfstandig ondernemers (personen met een eigen bedrijf of praktijk), overige zelfstandigen (zelfstandigen zonder eigen bedrijf, bijvoorbeeld freelancers) en personen die meewerken in het eigen bedrijf van een gezinslid. Migratieachtergrond Kenmerk dat weergeeft met welk land een persoon verbonden is op basis van het geboorteland van de ouders of van zichzelf. Een persoon met een eerste generatie migratieachtergrond heeft als migratieachtergrond het land waar hij of zij is geboren.
Een persoon met een tweede generatie migratieachtergrond heeft als migratieachtergrond het geboorteland van de moeder, tenzij dat ook Nederland is. In dat geval is de migratieachtergrond bepaald door het geboorteland van de vader. Bij personen met een tweede generatie migratieachtergrond is er ook een onderscheid tussen personen met één of twee in het buitenland geboren ouders.
Positie in het huishouden Plaats die een persoon in een huishouden inneemt ten opzichte van de referentiepersoon van het huishouden. Referentiepersoon Lid van het huishouden ten opzichte van wie de posities van de andere leden in het huishouden worden bepaald en van wie de kenmerken eventueel ook aan het huishouden worden toegekend. Uit de leden van het huishouden wordt de referentiepersoon als volgt gekozen: - als er een paar is binnen het huishouden: de man; - als het paar van gelijk geslacht is: de oudste van het paar; - in een eenouderhuishouden: de ouder;
58
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Economische zelfstandigheid vrouwen
- in een overig huishouden: de oudste meerderjarige man of - als deze ontbreekt - de oudste meerderjarige vrouw. Alleenstaand: Persoon die alleen in een woonruimte woont en een eenpersoonshuishouden vormt. Tot alleenstaanden worden ook personen gerekend die met anderen op eenzelfde adres wonen maar een eigen huishouding voeren. Alleenstaanden kunnen een relatie hebben en zelfs gehuwd zijn met een persoon met wie ze niet samenwonen. Eenouderhuishouden: Particulier huishouden bestaande uit één ouder met één of meer thuiswonende kinderen. Thuiswonend kind: Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouderrelatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders. Adoptie- en stiefkinderen in het huishouden worden wel gezien als thuiswonende kinderen, maar pleegkinderen niet.
59