Rapportage Discriminatiemonitor2023_def0.pdf
Tekst van het document
36
Amsterdammers een divers netwerk wat betreft etnische en culturele achtergronden (36%) en het minst vaak wat betreft religieuze opvattingen (19%). Als er gekeken wordt naar mensen met een divers netwerk valt op dat zij gemiddeld vaker discriminatie hebben ervaren dan het gemiddelde in de Burgermonitor (17% tegenover 14%). Als we verder inzoomen op welke kenmerken iemand een divers netwerk heeft, valt op dat Amsterdammers die uitsluitend of overwegend mensen met een andere religie of culturele achtergrond in hun netwerk hebben vaker discriminatie ervaren (beide 22%). Dat betekent overigens niet dat zij discriminatie ervaren binnen hun eigen netwerk, daarover zijn geen vragen gesteld. Figuur 4.5 Ervaren discriminatie door Amsterdammers met een divers of homogeen netwerk (procenten, n=2.074)
40 35 30 25 20 15 10 5
21
20 11
13
18
22 15
22 14
10
0
bron: O&S, Amsterdamse Burgermonitor
Het is moeilijk deze resultaten te duiden. Amsterdammers met een migratieachtergrond hebben vaker een divers netwerk. Omdat dit een groep is die ook vaker discriminatie ervaart is het mogelijk dat dit deels verklaart dat Amsterdammers met een divers netwerk vaker discriminatie ervaren. Echter, als we dit controleren zien we nog steeds dat er verband blijft te bestaan tussen Amsterdammers met een divers/homogeen netwerk en het percentage dat discriminatie ervaart. Daarnaast, zoals in hoofdstuk 1 ook benoemd wordt, vinden de meeste incidenten niet binnen de eigen kennissenkring plaatst maar op straat (36%). Een andere mogelijkheid is dat in diverse kennissenkringen meer bewust zijn is voor discriminatie (zoals eerder beschreven in: Andriessen, 2017, Discriminatie herkennen, benoemen en melden). We zien ook dat Amsterdammers die discriminatie ervaren vaker eenzaamheid ervaren, namelijk 18% van hen tegenover 13% van de Amsterdammers die geen discriminatie hebben ervaren. Zij hebben minder vaak mensen met wie ze echt kunnen praten, voelen zich vaker in de steek gelaten en hebben niemand die speciaal aandacht voor hen heeft.
37
5 Methode
Deze monitor bekijkt discriminatie naar verschillende herkomstlanden van Amsterdammers. Onderzoek en Statistiek denkt al langer na over de indeling naar herkomst van Amsterdammers in onze onderzoeken en statistieken. Zo is in 2021 besloten om geen gebruik meer te maken van de tweedeling Westers en niet-Westers. Deze indeling van landen is geografisch onjuist en sloot niet meer aan bij de maatschappij en hoe Amsterdammers zichzelf identificeren. Daarnaast wil Onderzoek en Statistiek ook aansluiten bij landelijke bureaus, zoals het CBS. Onderzoek en Statistiek maakt veel gebruik van registraties van het CBS, bijvoorbeeld om te kijken naar onderen overadvisering in het onderwijs. We zijn van mening dat per onderzoek gekeken moet worden of herkomst een variabele is die van belang is. Mocht dit van belang zijn, dan zal er gekeken moeten worden welke indeling hier het beste bij past. De onderzoeksvraag is daarbij leidend. Het CBS heeft in 2022 een nieuwe indeling gemaakt naar herkomst. Voor 2022 werden Nederlanders die zelf of waarbij minimaal één ouder in het buitenland is geboren ingedeeld onder de noemen ‘personen met een migratieachtergrond’. Allereerst maakt de nieuwe indeling geen gebruik meer van de term ‘migratieachtergrond’. Daarnaast worden personen onder verdeeld in drie groepen. Eerst wordt er naar het geboorteland van de persoon gekeken. 1.
Is de persoon in het buitenland geboren? Dan spreekt het CBS over een ‘migrant’. 2. Is de persoon in Nederland geboren, dan wordt er gekeken naar het geboorteland van de ouders. Wanneer één of beide ouders in het buitenland is geboren dan wordt er gesproken over ‘kind van migrant(en)’. 3. Is de persoon zelf en beide ouders in Nederland geboren dan wordt er gesproken over een Nederlander met een ‘Nederlandse herkomst’. Een andere belangrijke aanpassing ten opzichte van de eerdere indeling is dat de nieuwe indeling gebaseerd op zowel veelvoorkomende immigratielanden als werelddelen. De nieuwe indeling maakt gebruik van vier verschillende lagen. Allereerst wordt er een onderscheid gemaakt tussen Nederland, Europa (exclusief Nederland) en Buiten Europa. Vervolgens splitst de categorie Buiten Europa verder uit naar: Turkije, Marokko, Suriname, Indonesië, Nederlandse Cariben en Overig Buiten Europa. Laag drie splitst de categorie Overig buiten Europa verder uit naar de categorieën: Overig Afrika, Overig Azië en Overig Amerika en Oceanië. Als laatste kan er door middel van laag vier gekeken worden naar afzonderlijke landen (bron: CBS, 2022). Onderzoek en Statistiek wijkt af van de CBS-indeling op enkele punten. Het eerste onderscheid zit in de labels. Voor generatie gebruikt O&S geen migrant of kind van migrant, maar eerste of tweede generatie migrant.
We vinden het niet passend om een volwassen persoon kind van migrant te noemen. Een alternatief is om te benoemen hoe de variabele is opgebouwd: een Amsterdammer die in het buitenland is geboren of een Amsterdammer waarvan tenminste een ouder in het buitenland is geboren. CBS gebruikt daarnaast het label ‘Nederlandse herkomst’: voor mensen die in Nederland zijn geboren met twee ouders die ook in Nederland zijn geboren. Wij vinden dat het gebruik van deze term uitsluitend werkt en hebben een voorkeur voor het gebruik van de termen ‘geen/ zonder migratieachtergrond’. Een alternatief is om te benoemen
38
hoe de variabele is opgebouwd: een Amsterdammer die zelf en wiens ouders in Nederland zijn geboren. Voor deze monitor is deels gebruik gemaakt van de oude indeling in verband met het gebruik van data uit eerdere jaren. Op deze manier kunnen we voor bepaalde groepen ook kijken wat de ontwikkelingen zijn over de jaren heen. Daarbij is gebruik gemaakt van de indeling naar werelddelen. Enkele herkomstlanden zijn apart bekeken, namelijk Marokko, Turkije, Suriname en de Caraïbische eilanden. We kijken specifiek naar deze landen, omdat er relatief veel Amsterdammers zijn met deze achtergronden, onder andere door de koloniale geschiedenis en de geschiedenis van de arbeidsmigranten. Daarbij zien we ook dat deze groepen relatief vaak discriminatie ervaren. Onze voorkeur gaat daarom uit naar zo specifiek mogelijk zijn, dus wanneer mogelijk het afzonderlijke land te bekijken en benoemen. Tot slot is het goed om te benoemen wat deze indeling wel en niet inhoudt. Deze indeling kijkt namelijk alleen naar het geboorteland van de persoon en de ouders, maar gaat niet verder terug in de tijd. We kunnen om deze reden bijvoorbeeld niets zeggen over de derde generatie. We zien daarnaast dat herkomst weleens gelijk wordt gesteld aan huidskleur, maar op deze manier is dat niet zomaar te categoriseren. Bovendien zegt deze variabele niet hoe de Amsterdammers zichzelf identificeren.
Wanneer bijvoorbeeld een ouder in Marokko is geboren, categoriseren we deze persoon als Amsterdammer met een Marokkaanse achtergrond. Dit hoeft echter niet te betekenen dat de Amsterdammer zichzelf zo identificeert. Voor deze monitor is deze indeling de enige die we beschikbaar hebben. We zijn nu aan het nadenken hoe we dit in de toekomst kunnen doen, bijvoorbeeld door in enquêtes te vragen naar zelfidentificatie, huidskleur of vervolgvragen bij de gronden van discriminatie. Gebruik van de groepen lhb en lhbtiq+ Deze monitor bevat informatie met betrekking tot de groep lesbische, homoseksuele en biseksuele Amsterdammers. Er ontbreekt informatie over andere groepen binnen de samengestelde lhbtiq+ groep. Om deze reden wordt er gesproken over de groep lhbAmsterdammers. In hoofdstuk 4 wordt er gekeken naar hoe Amsterdammers aankijken tegen de lhbtiq-gemeenschap als geheel. Daarbij wordt er ook aandacht besteed aan transgender personen. Geloofsovertuiging Een ander punt gaat over discriminatie op grond van geloof. De respondenten hebben in de enquête zelf kunnen aangeven welk geloof zij aanhangen. Wanneer iemand heeft aangegeven te zijn gediscrimineerd op grond van geloof, is ook naar deze vraag gekeken. Het is mogelijk dat iemand is gediscrimineerd op grond van geloof, zonder dat zij hebben aangegeven een specifiek geloof aan te hangen.
Voor hen weten we dus niet op welk geloof zij discriminatie meemaakten. Bronnen De data uit deze monitor verschillende bronnen. De bronnen zijn hieronder beschreven. Veiligheidsmonitor (VM) De Veiligheidsmonitor meet de ervaringen van bewoners over veiligheid. De cijfers uit het onderzoek bieden daarnaast zicht op specifieke veiligheidsvraagstukken, zoals straatintimidatie, digitaal slachtofferschap en seksueel geweld en seksuele intimidatie. Voor de Veiligheidsmonitor 39
worden Amsterdammers vanaf 15 jaar en ouder uitgenodigd. Drie keer per jaar wordt er een nieuwe steekproef getrokken. Zij krijgen allemaal een uitnodigingsbrief. Zij kunnen vervolgens online de vragenlijst invullen. In 2022 deden er 12.941 Amsterdammers mee aan de Veiligheidsmonitor. Amsterdamse Burgermonitor (ABM) De Burgermonitor biedt een overzicht van het gedrag en de opvattingen van Amsterdammers op het gebied van (lokale) politiek, politiek (zelf)vertrouwen, samenleven in de stad en het gebruik van media en de gemeentelijke dienstverlening. Voor dit onderzoek worden Amsterdammers vanaf 16 jaar per brief uitgenodigd. Zij kunnen de vragenlijst online en op papier invullen, ook in het Engels. Daarnaast kunnen zij telefonisch en face-to-face benaderd worden door enquêteurs. Dit onderzoek vindt eens in de twee jaar plaats. Het meest recente onderzoek is uit 2021. Toen deden er 2.074 Amsterdammers mee. Regionale Enquête Beroepsbevolking (REB) De Regionale Enquête Beroepsbevolking brengt de ontwikkelingen op het gebied van werk, werk zoeken en het volgen van onderwijs in kaart. Voor de enquête worden Amsterdammers tussen 15 en 74 jaar uitgenodigd. Zij kunnen online, schriftelijk of telefonisch meedoen met de enquête. Vier keer per jaar wordt een nieuwe groep Amsterdammers uitgenodigd om mee te doen.
In de periode juli 2022 – juni 2023 deden er 4.886 Amsterdammers mee met dit onderzoek. Discriminatie.nl Regio Amsterdam Voor deze monitor is er samengewerkt met discriminatie.nl Regio Amsterdam (voorheen MDRA). Zij registeren meldingen van discriminatie in de metropoolregio Amsterdam. Bovendien ondersteunen en bieden zij hulp aan melders. Zij kunnen eventueel ook bemiddelen bij een melding. Jaarlijks brengen zij een rapportage uit over de bij hen geregistreerde meldingen. Hierbij kijken ze bijvoorbeeld naar verschillende gronden, wijzen en terreinen van discriminatie. Ook kijken ze naar de meldingen per gemeente in de regio. Onder de Regio Amsterdam vallen de gemeenten: Amsterdam, Amstelveen, Aalsmeer, Diemen, Uithoorn en Ouder-Amstel. De cijfers in deze rapportage gaan over de gemeente Amsterdam.
40