Rapportage Discriminatiemonitor2023_def0.pdf
Tekst van het document
Discriminatiemonitor Onderzoek en Statistiek
1
In opdracht van: afdeling Diversiteit Projectnummer: 230164 Auteurs: Sara Rubingh, Mathilde van Rijsewijk en Sharita van Herwijnen Met medewerking van Sara de Wilde en Lotje Cohen E-mailadres: s.rubingh@amsterdam.nl Bezoekadres: Weesperstraat 113-117 Telefoon: 020 251 0333 Postbus 658, 1000 AR Amsterdam onderzoek.amsterdam.nl Amsterdam, maart 2024 Foto voorzijde: Kunstwerk Enzo Pérès-Labourdette in Tunnel tussen Javastraat en Tweede van Swindenstraat, fotograaf Edwin van Eis (2022)
2
Inhoud
Samenvatting
4
Inleiding
7
1 Ervaren discriminatie in Amsterdam
9
1.1 Toename in omvang van ervaren discriminatie onder Amsterdammers 1.2 Discriminatie komt vaakst voor op grond van ras/huidskleur en nationaliteit 1.3 Toename van ongelijke behandeling 1.4 Amsterdammers worden het vaakst op straat gediscrimineerd 1.5 Enkel een klein deel meldt het voorval 1.6 Sommige Amsterdammers ervaren discriminatie bij politiecontroles
2 Arbeidsmarktdiscriminatie
9 12 14 15 17 18
21
2.1 Lichte stijging in ervaren discriminatie op werk 21 2.2 Arbeidsdiscriminatie vooral op grond van huidskleur/migratieachtergrond en geslacht 22 2.3 Discriminatie vaakst door collega’s en door kwetsende grappen 23 2.4 Daling discriminatie bij sollicitaties 24 2.5 Grootste deel van de Amsterdammer meldt ervaren arbeidsdiscriminatie niet 26
3 Meldingen bij het discriminatie.nl 3.1 681 meldingen van discriminatie in 2022 3.2 Minder meldingen van arbeidsmarktdiscriminatie 3.3 Meldpunt geeft vooral advies en informatie bij meldingen
4 Samenleven in een diverse stad
28 28 29 30
31
4.1 Gediscrimineerde Amsterdammers kunnen vaak niet zichzelf zijn 31 4.2 Amsterdammers die discriminatie ervaren zijn vaker negatief over de omgang tussen verschillende groepen 33 4.3 Lichte toename acceptatie van rechten voor lesbische vrouwen en homoseksuele mannen 34 4.4 Amsterdammers meer accepterend over transpersonen dan de rest van Nederland 35 4.5 Amsterdammers met een divers netwerk ervaren vaker discriminatie 36
5 Methode
38
3
Samenvatting
Meer Amsterdammers ervaren discriminatie Zeventien procent van de Amsterdammers ervaart discriminatie. Dit is hoger dan gemiddeld in Nederland: in 2021 gaf 11% van de Nederlanders aan gediscrimineerd te zijn (CBS, 1,6 miljoen mensen voelden zich vorig jaar gediscrimineerd, 2022). Het aandeel gediscrimineerde Amsterdammers neemt de afgelopen jaren toe (zie figuur S.1). Niet alle Amsterdammers ervaren discriminatie in dezelfde mate. Vooral Caraïbische, Marokkaanse, Surinaamse en Turkse Amsterdammers hebben te maken met discriminatie. Ook Amsterdammers met een Hindoeïstische, Islamitische of Joodse geloofsovertuiging ervaren vaker discriminatie. Dit geldt ook voor lesbische, homoseksuele en biseksuele Amsterdammers. We hebben helaas geen cijfers van andere groepen uit de lhbtiq+ gemeenschap. De eerder genoemde stijging is ook vooral terug te zien onder deze groepen, maar ook onder vrouwen zien we een stijging in het aandeel dat discriminatie ervaart. Figuur S.1 Aandeel Amsterdammers dat zich in de afgelopen 12 maanden gediscrimineerd heeft gevoeld naar jaar, 2016 - 2022 (procenten)
20% 16% 14
18 14
17
15 13
12%
12
12
2019
2020
8% 4% 0% 2015
2016
2017
2018
2021
2022
Bron: O&S, Veiligheidsmonitor
Vooral discriminatie op grond van huidskleur, nationaliteit en geslacht wordt veel gerapporteerd. Het gaat daarbij met name om ongelijke behandeling en discriminerende opmerkingen. Ook discriminatie op de werkvloer wordt vaker ervaren in de afgelopen jaren: 16% van de werkende Amsterdammers zegt dit te ervaren. Ook hier zijn de meest genoemde gronden huidskleur, afkomst en geslacht. Discriminatie bij een afwijzing bij het solliciteren wordt daarentegen minder gerapporteerd. Daarbij gaat het vaker om leeftijdsdiscriminatie. Een klein deel van de gediscrimineerde Amsterdammers maakt een melding Een klein aandeel van de gediscrimineerde Amsterdammers maakt melding van discriminatie (8%). Ze denken vaak dat het geen zin heeft of achten de situatie niet erg genoeg. Veertien procent weet niet dat zij melding kunnen maken.
4
Figuur S.2 Redenen voor niet melden van discriminatie, 2022 (procenten)
ik heb het niet gemeld ik heb het wel gemeld
88 8
ik denk dat het geen zin heeft om te melden
50
ik vond het niet ernstig/belangrijk genoeg
34
ik heb het zelf opgelost
16
ik wist niet dat dat mogelijk was
14
anders
10
0%
20%
40%
60%
80%
100%
Bron: O&S, Veiligheidsmonitor
Wanneer Amsterdammers de ervaren discriminatie melden, doen ze dat vaak binnen de organisatie waar het plaatsvond. Op de arbeidsmarkt gaat het dan bijvoorbeeld om een melding bij een leidinggevende of vertrouwenspersoon op het werk. Een andere mogelijkheid is een melding maken bij discriminatie.nl Regio Amsterdam (voorheen MDRA). In 2022 zijn daar 681 meldingen van discriminatie gemaakt. Dit is iets lager dan in 2020 en 2021. In die jaren werden er relatief veel Corona-gerelateerde meldingen gedaan. In vergelijking met de jaren ervoor, is er een stijging te zien in het aantal meldingen. Net als eerdere jaren werden de meeste meldingen gemaakt van arbeidsdiscriminatie. Het gaat daarbij vaak om discriminatie op grond van afkomst of huidskleur. Discriminatie houdt ook verband met andere aspecten van het leven Discriminatie houdt ook verband met andere aspecten van het leven. Zo zien we dat Amsterdammers die discriminatie ervaren hun leven en de stad soms anders ervaren dan Amsterdammers die geen discriminatie meemaken. Gediscrimineerde Amsterdammers geven bijvoorbeeld aan vaker eenzaamheid te ervaren dan gemiddeld. Zij hebben minder vaak mensen met wie ze echt kunnen praten, voelen zich vaker in de steek gelaten en hebben vaker niemand die speciaal aandacht voor hen heeft. Ook vinden zij vaker dat verschillende groepen in de stad niet goed met elkaar omgaan.
Ze zijn met name relatief negatief over de omgang tussen Amsterdammers met verschillen etnische of culturele achtergronden. Bovendien kunnen gediscrimineerde Amsterdammers minder vaak zichzelf zijn en ervaren ze dit vaker als een probleem. Zij voelen zich vaker onveilig in Amsterdam.
5
Figuur S.3 Mate waarin Amsterdammers zichzelf kunnen zijn en dit als een probleem ervaren, naar ervaren discriminatie, 2021 (procenten)
geen discriminatie ervaren
19
discriminatie ervaren 0%
10
66
49 20%
6 40%
5 44
60%
80%
2 100%
kan niet zichzelf zijn, vindt dat een probleem
kan niet zichzelf zijn, vindt dat geen probleem
kan zichzelf zijn
weet niet Bron: O&S, Amsterdamse Burgermonitor
Ook zien we dat Amsterdammers die discriminatie op de werkvloer ervaren, minder tevreden zijn met hun werk. Bovendien voelen zij zich minder vaak gelukkig en beoordelen zij hun gezondheid minder vaak als goed. Over de discriminatiemonitor Om zicht te houden op hoe vaak discriminatie voorkomt in de stad en onder welke Amsterdammers heeft de afdeling Diversiteit aan Onderzoek en Statistiek (O&S) gevraagd om onderzoek te doen. In deze discriminatiemonitor worden verschillende bronnen gebruikt om de aard en omvang van discriminatie in Amsterdam in kaart te brengen. Aan de ene kant gaat het om enquêtedata van de Veiligheidsmonitor, Regionale Enquête Beroepsbevolking en de Amsterdamse Burgermonitor. Aan de andere kant is er gebruikt gemaakt van de registraties van meldingen bij discriminatie.nl Regio Amsterdam.
6
Inleiding
Discriminatie en uitsluiting zijn belangrijke thema’s in het coalitieakkoord 2022-2026. Zo benoemt het college dat geen enkele vorm van discriminatie en racisme geaccepteerd wordt in de stad. “Iedereen moet zichzelf kunnen zijn en zich veilig voelen in de stad, ongeacht gender, leeftijd, geloof, culturele identiteit of seksuele oriëntatie”. Ook zet het college in op de strijd tegen uitsluiting en discriminatie. Dit vergt een lange adem en vastberadenheid meent het college. Zo is er onder andere een aanpak tegen discriminatie op de woningmarkt, stages, in het nachtleven en op de arbeidsmarkt. Ook wordt er een aanpak gestart tegen racisme in de zorg. Bovendien is er binnen de gemeente ook sprake van discriminatie (zie bijvoorbeeld het Parool, 2023). De gemeente wil een inclusieve werkcultuur creëren binnen het ambtenarenapparaat. Op dit moment lopen er bij Onderzoek en Statistiek (O&S) verschillende onderzoeken waar discriminatie een onderdeel van uit maakt; in de Veiligheidsmonitor, de Burgermonitor en de Regionale Enquête Beroepsbevolking zijn vragen over discriminatie opgenomen. In de Beleidsmonitor Diversiteit van O&S werden de verschillende programmalijnen vanuit de gemeente rondom inclusie en diversiteit gemonitord. In deze rapportage en in een aparte samenvattende factsheet werd ook de maatschappelijk context geschetst, waarbij discriminatie een onderdeel vormde.
Om zicht te houden op hoe vaak discriminatie voorkomt in de stad en onder welke Amsterdammers, en de ontwikkelingen hierin, heeft de afdeling Diversiteit aan O&S gevraagd om de discriminatie in de stad structureel te monitoren in een discriminatiemonitor. Dit onderzoek gaat dus niet in op discriminatie binnen het ambtenarenapparaat. Centraal in deze rapportage staat de vraag: Wat is de aard en omvang van discriminatie in Amsterdam? Discriminatie een complex fenomeen Discriminatie is een breed begrip en een complex fenomeen. Wat mensen ervaren, wat zij hierover in enquêtes zeggen en wanneer zij een melding of aangifte doen, kan sterk van elkaar verschillen. Enquêtes geven weer hoe mensen discriminatie ervaren, los van het wettelijk kader en de officiële definities. Lang niet alles wat burgers als discriminatie ervaren valt onder de wettelijke definitie. Maar ook niet alles wat wettelijk als discriminatie wordt gezien, wordt zo ervaren. Bovendien zijn in deze monitor resultaten uit verschillende bronnen gebundeld. Niet alle bronnen geven informatie over dezelfde aspecten van discriminatie. Dat maakt een vergelijking lastig. De gegevens zijn niet op dezelfde manier en in dezelfde tijd verzameld en weerspiegelen niet dezelfde realiteit. Toch geeft dit onderzoek een beeld van de ervaren discriminatie van Amsterdammers. Meer informatie over de bronnen is te vinden in hoofdstuk 5.
7
Figuur I.1 Beeld van discriminatie in verschillende bronnen
Indelen van groepen Amsterdammers In deze rapportage worden de uitkomsten beschreven voor de hele stad, maar ook voor groepen Amsterdammers. Dat doen we vooral op basis van achtergrondkenmerken zoals geslacht, leeftijd en herkomst. We doen dit omdat niet alle Amsterdammers discriminatie in dezelfde mate ervaren en de stad ook niet op dezelfde manier beleven. De nadruk ligt op resultaten die de grootste verschillen tussen groepen laten zien, of verschillen die relevant zijn in het licht van andere resultaten of maatschappelijke ontwikkelingen. Meer over de indeling van groepen Amsterdammers en onze reflectie daarop is te vinden in hoofdstuk 5. In deze monitor is niet gekeken naar combinaties van achtergrondkenmerken. Dit zal in een volgende monitor worden onderzocht. Leeswijzer In hoofdstuk 1 wordt de aard en omvang van discriminatie in kaart gebracht. Daarbij wordt gekeken naar de verschillende gronden, wijze en locatie van discriminatie. Daarnaast wordt er ingegaan op de meldingsbereidheid van Amsterdammers wat betreft discriminatie en ervaren discriminatie bij politiecontroles. Hoofstuk 2 gaat specifiek in op arbeidsmarktdiscriminatie, een veelvoorkomende vorm van discriminatie. Daarbij kijken we naar zowel discriminatie bij sollicitaties, als discriminatie op de werkvloer.
Hoe vaak komt discriminatie voor en op grond waarvan? Er wordt daarbij ook gekeken door wie wordt gediscrimineerd en op welke manier. Wanneer Amsterdammers discriminatie hebben ervaren, kunnen zij dat melden bij discriminatie.nl Regio Amsterdam. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het aantal meldingen dat het meldpunt binnenkrijgt. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de omvang, maar ook naar de aard van de meldingen. Discriminatie houdt ook verband met andere aspecten van de levens van Amsterdammers. In hoofdstuk 4 wordt daarom gekeken naar de diversiteit van netwerken, de omgang van verschillende groepen Amsterdammers, de acceptatie van rechten voor lhbtiq+-personen en in hoeverre men zichzelf kan zijn in Amsterdam. Meer informatie over de methodologische keuzes en verschillende bronnen is te vinden in hoofdstuk 5. 8
1 Ervaren discriminatie in Amsterdam
Dit hoofdstuk biedt inzicht in het aandeel Amsterdammers dat discriminatie heeft ervaren en de ontwikkeling hiervan over de afgelopen jaren. We gebruiken gegevens verzameld uit de Veiligheidsmonitor en werpen licht op verschillende aspecten van discriminatie, waaronder de ervaren grondslagen, de locaties waar het plaatsvond, de meldingsbereidheid en ervaren discriminatie bij controles door de politie.
1.1 Toename in omvang van ervaren discriminatie onder Amsterdammers In het jaar 2022 gaf 17 procent van de Amsterdammers aan dat ze zich in de afgelopen 12 maanden gediscrimineerd hebben gevoeld. Dit is hoger dan gemiddeld in Nederland: in 2021 gaf 11% van de Nederlanders aan gediscrimineerd te zijn (CBS, 1,6 miljoen mensen voelden zich vorig jaar gediscrimineerd, 2022). Vanaf 2021 zien we dat een groter aandeel Amsterdammers discriminatie heeft ervaren dan de jaren daarvoor. Toen schommelde het percentage rond de 13 procent (zie figuur 1.1.). Discriminatie is een complex fenomeen dat onder anderen te maken heeft met ervaringen en sociale context. Mogelijk heeft de groei in het aandeel Amsterdammers dat discriminatie heeft ervaren deels te maken met het groeiende bewustzijn van discriminatie door acties als Black Lives Matter, MeToo en de aflevering van Boos over the Voice (zie voor dit mechanisme: Andriessen, 2017, Discriminatie herkennen, benoemen en melden). Ook kan het te maken hebben met een methodewijziging van de Veiligheidsmonitor. Vanaf 2021 wordt de Veiligheidsmonitor enkel online afgenomen en zijn de discriminatievragen in de vragenlijst naar voren gehaald. Op andere gebieden van de Veiligheidsmonitor zien we echter niet soortgelijke stijgingen, daarom denken wij niet dat deze verandering voor de gehele stijging heeft gezorgd.
Figuur 1.1 Aandeel Amsterdammers dat zich in de afgelopen 12 maanden gediscrimineerd heeft gevoeld naar jaar, 2015 - 2022 (procenten)
20% 16% 14
18 14
17
15 13
12%
12
12
2019
2020
8% 4% 0% 2015
2016
2017
2018
2021
2022
bron: O&S, Veiligheidsmonitor
Discriminatie wordt het vaakst ervaren door Amsterdamse bewoners van Osdorp, BijlmerCentrum en Oud-Oost (zie figuur 1.2).Voor verdere uitsplitsingen naar wijken zie Dashboard kerncijfers van O&S. 9
Figuur 1.2 Aandeel Amsterdammers dat zich in de afgelopen 12 maanden gediscrimineerd heeft gevoeld naar stadsdeel, 2022 (procenten)
bron: O&S, Veiligheidsmonitor
Daarbij zien we verschillen tussen groepen Amsterdammers (zie figuur 1.3). Zo zien we bijvoorbeeld dat er verschil is in de omvang van ervaren discriminatie op basis van waar Amsterdammers en hun ouders zijn geboren. Wanneer het geboorteland niet Nederland is, noemen we dit in het vervolg van dit rapport: met een migratieachtergrond. De eilanden Aruba, Bonaire, Curaçao, Sint-Eustatius, Sint-Maarten en Saba noemen we voor de leesbaarheid van het rapport in het vervolg: de Caraïbische eilanden. Caraïbische Amsterdammers geven het vaakst aan dat ze zijn gediscrimineerd, gevolgd door Marokkaanse en Surinaamse Amsterdammers. Ook zien we dat in vergelijking met personen zonder geloofsovertuiging (14%) Amsterdammers met een Hindoeïstische geloofsovertuiging bovengemiddeld vaak discriminatie ervaren (29%), gevolgd door Amsterdammers met een Islamitische geloofsovertuiging (26%) en met het Joodse geloof (25%). Daarnaast valt op dat de groep lesbische, homoseksuele of biseksuele (lhb) Amsterdammers vaker dan heteroseksuele Amsterdammers discriminatie ervaren (28% versus 16%). We hebben geen informatie over de gehele lhbtiq+ gemeenschap en spreken om deze reden enkel over de groep lhbAmsterdammers. Voor vrouwen geldt dat zij in iets meerdere mate (19%) dan mannen (16%) discriminatie ervaren.
Verder zien we dat Amsterdammers onder de 54 jaar vaker dan Amsterdammers van 55 jaar of ouder aangeven gediscrimineerd te zijn.
10
Figuur 1.3 Aandeel Amsterdammers dat zich in de afgelopen 12 maanden gediscrimineerd heeft gevoeld, naar achtergrondkenmerken, 2022 (procenten, n = 12.941) geloofsovertuiging
Hindoeïsme
29
Islam
26
Jodendom
25
Protestants
20
Rooms-Katholiek
16
geen religie
14
herkomst
Caraïbische eilanden
32
Marokko
29
Suriname
28
Turkije
27
overig Zuid-Amerika, overig Afrika en overig Azië
23
Europa, Noord-Amerika en Japan
18
leeftijd
seksuele oriëntatie
geen migratieachtergrond
10
lhb
28
heteroseksueel
16
jonger dan 35 jaar
21
35 t/m 54 jaar
20
55 jaar en ouder
geslacht
gemiddelde percentage van ervaren discriminatie
vrouw man 0%
10 19 16 10%
20%
30%
40%
bron: O&S, Veiligheidsmonitor
Ook zien we dat ongeveer een kwart (24%) van de gediscrimineerde Amsterdammers in de afgelopen 12 maanden vijf keer of vaker is gediscrimineerd. Van de Amsterdammers die 5 keer of vaker zijn gediscrimineerd geven Amsterdammers zonder migratieachtergrond (29%) en Amsterdammers met een Surinaamse achtergrond (28%) dit het vaakst aan. Wanneer we het aandeel gediscrimineerde Amsterdammers per bevolkingsgroep vergelijken met resultaten vanaf 2016 dan zien we in 2022 bij de meeste groepen een stijging (zie de stijging tussen 2020 en 2022 in figuur 1.4). De grootste stijging is te zien onder Caraïbische Amsterdammers. Daarnaast is het opvallend dat het aandeel vrouwen, lhb-personen en personen jonger dan 55 jaar in voorgaande jaren relatief stabiel bleef, maar in het jaar 2022 is gestegen. Het percentage Amsterdammers zonder migratieachtergrond en Amsterdammers van 55 jaar en ouder dat discriminatie heeft ervaren, is in vergelijking met voorgaande jaren gelijk gebleven.
11
Figuur 1.4 Aandeel Amsterdammers dat zich in de afgelopen 12 maanden gediscrimineerd heeft gevoeld, naar achtergrondkenmerken, 2020 - 2022 (procenten)
32
herkomst
Caraïbische eilanden Marokko
29
Suriname
28
Turkije
27
geen migratieachtergrond
10
18
seksuele oriëntatie
Europa, Noord-Amerika en Japan
leeftijd
2020 (n = 11.757)
23
overig Zuid-Amerika, overig Afrika en overig Azië
28
lhb
16
heteroseksueel jonger dan 35 jaar
21
35 t/m 54 jaar
20
55 jaar en ouder
geslacht
2022 (n = 12.941)
10 19
vrouw
16
man
0%
10%
20%
30%
40%
bron: O&S, Veiligheidsmonitor
1.2 Discriminatie komt vaakst voor op grond van ras/huidskleur en nationaliteit Personen kunnen worden gediscrimineerd op basis van meerdere gronden. Bijna de helft van de personen (49%) die aangeven in de afgelopen 12 maanden te zijn gediscrimineerd, rapporteert twee of meer gronden van discriminatie. De vaakst genoemde grond van discriminatie is ras en/of huidskleur, namelijk 44% van de gediscrimineerden noemt dit. Personen worden ook relatief vaak gediscrimineerd op grondslag van nationaliteit (38%) en geslacht (23%). Deze trend zien we ook in heel Nederland: in 2021 gaf 36% van de gediscrimineerde Nederlanders aan dat dit op grond van ras en/of huidskleur, 27% op grond van nationaliteit en 20% op grond van geslacht was (CBS, 1,6 miljoen mensen voelden zich vorig jaar gediscrimineerd, 2022). In vergelijking met voorgaande jaren blijft het aandeel Amsterdammers dat op grond van ras en/of huidskleur wordt gediscrimineerd relatief stabiel. Opvallend is de stijging bij de grondslagen nationaliteit en geslacht (zie figuur 1.5).
12
Figuur 1.5 Grondslagen van ervaren discriminatie naar jaar, 2016 – 2022 (procenten onder de gediscrimineerden, meerdere antwoorden mogelijk)
50% 44 38
40% 30%
23 20%
17
14
12
10% 0%
ras/huidskleur
nationaliteit
2016 (n = 1.582)
geslacht
2018 (n = 1.597)
godsdienst 2020 (n = 1.555)
leeftijd
seksuele orientatie 2022 (n= 2.253)
bron: O&S, Veiligheidsmonitor
Wanneer we specifiek kijken naar de groep Amsterdammers die zijn gediscrimineerd vanwege ras en/of huidskleur dan zien we dat Amsterdammers met bepaalde migratieachtergronden dit vaker aangeven dan anderen. Van de gediscrimineerden met een achtergrond uit de Caraïbische eilanden geeft 96% aan (ook) op basis van ras en/of huidskleur te zijn gediscrimineerd (zie figuur 1.6). Daarnaast geven Amsterdammers met een Surinaamse achtergrond en Zuid-Amerikaanse, Afrikaanse of Aziatische achtergrond dit ook relatief vaak aan. Daarnaast merken we op dat zeventig procent van de gediscrimineerde Amsterdammers met een Turkse achtergrond discriminatie ervaart vanwege hun nationaliteit. Verder zien we dat gediscrimineerde Amsterdammers met een Europese, Noord-Amerikaanse of Japanse (55%), en Marokkaanse (54%) achtergrond relatief vaak aangeeft gediscrimineerd te zijn op basis van nationaliteit.
13
Figuur 1.6 Grondslag ras/huidskleur en nationaliteit als ervaren discriminatie, naar herkomst, 2022 (procenten onder gediscrimineerden, n = 2.253, meerdere antwoorden voor grondslagen mogelijk)
96
Caraïbische eilanden Suriname
ras/huidskleur
33
nationaliteit
85 20 64
overig Zuid-Amerika, overig Afrika en overig Azië
44 56 54
Marokko 39
Turkije
70 21
Europa, overig Noord-Amerika en Japan
55
geen migratieachtergrond 0%
25 12 20%
40%
60%
80%
100% bron: O&S, Veiligheidsmonitor
Als derde meeste genoemde grondslag werd geslacht genoemd. Wanneer we kijken naar de personen die aan hebben gegeven te zijn gediscrimineerd vanwege hun geslacht, dan valt op dat vrouwen vaker dan mannen melden dat ze slachtoffer zijn van discriminatie op grondslag van geslacht. Van de gediscrimineerde vrouwen geeft 34% aan dat de reden daarvan het geslacht was, terwijl van alle mannen negen procent dit aangeeft. Vervolgens is er gekeken naar Amsterdammers die hebben aangegeven te zijn gediscrimineerd vanwege hun geloofsovertuiging. Het valt op dat van de gediscrimineerde Amsterdammers met een Islamitische geloofsovertuiging zestig procent aangeeft op basis van religie te zijn gediscrimineerd. Ook zien we dat van de gediscrimineerde Amsterdammers met een Joodse geloofsovertuiging 58% aangeeft op basis van religie te zijn gediscrimineerd. Van de gediscrimineerde Amsterdammers die het Hindoeïsme aanhangen geeft 12% het aan. Vanwege het lage aantal gediscrimineerde respondenten met een Joodse (n = 26) of Hindoeïstische (n = 51) geloofsovertuiging is dit percentage indicatief. We weten wel uit ander onderzoek in heel Nederland dat mensen die deze geloven aanhangen, vaker discriminatie ervaren (CBS, 1,6 miljoen mensen voelden zich vorig jaar gediscrimineerd, 2022).
1.3 Toename van ongelijke behandeling De meerderheid van de Amsterdammers die in de afgelopen 12 maanden discriminatie heeft ervaren, kreeg te maken met ongelijke behandeling en/of discriminerende opmerkingen (zie figuur 1.7). Deze trend zien we terug in heel Nederland, waar in 2021 bijna zestig procent van de gediscrimineerden te maken kreeg met ongelijke behandeling, en bijna veertig procent discriminerende opmerkingen (CBS, 1,6 miljoen mensen voelden zich vorig jaar gediscrimineerd, 2022).
14
Wanneer we de verschillende discriminatievormen vergelijken met voorgaande jaren zien we de grootste stijging bij ongelijke behandeling: in het jaar 2020 gaf namelijk veertig procent van de Amsterdammers aan ongelijk te zijn behandeld. In 2022 is dat 53%. Bij de discriminatievormen agressief gedrag, bedreiging en vernieling zien we daarentegen lichte dalingen in vergelijking met het jaar 2020. Figuur 1.7 Ervaren vormen van discriminatie naar jaar, 2016 - 2022 (procenten onder gediscrimineerden, meerdere antwoorden mogelijk) 53
ongelijke behandeling
52
discriminerende opmerking 28
stigmatisering 25
uitsluiting 19
meer gevoel dan dat er iets gebeurde 11
roddels
2018 (n = 1.597)
8
bedreiging
0%
2020 (n = 1.555)
9
agressief gedrag
vernieling
2022 (n= 2.253)
2016 (n = 1.582)
2 10%
20%
30%
40%
50%
60%
bron: O&S, Veiligheidsmonitor
1.4 Amsterdammers worden het vaakst op straat gediscrimineerd Een meerderheid van de gediscrimineerde Amsterdammers geeft aan dat de laatste keer dat zij discriminatie ervaarden, dit plaatsvond in Amsterdam (zie figuur 1.8). De voorvallen gebeurden volgens de getroffen Amsterdammers ongeveer even vaak in de eigen buurt als elders in Amsterdam. In vergelijking met de meting van 2020 zien we dat in 2022 een lager percentage Amsterdammers in de eigen buurt discriminatie heeft ervaren. Het aandeel Amsterdammers waarbij het voorval elders in Amsterdam heeft plaatsgevonden is ongeveer gelijk gebleven ten opzichte van 2020.
15
Figuur 1.8 Locaties van ervaren discriminatie, 2022 (procenten onder gediscrimineerden, n =2.253 )
100%
80%
in eigen buurt 32
in Amsterdam 60%
ergens anders in woonplaats ergens anders in Nederland in het buitenland onbekend
33 40%
20%
0%
27
buiten Amsterdam
2 6 bron: O&S, Veiligheidsmonitor
Wanneer we preciezer kijken naar de locaties waar de discriminatievoorvallen in Amsterdam hebben plaatsgevonden, dan valt op dat de meeste voorvallen plaatsvonden op straat (36%) (zie figuur 1.9). Daarnaast komt discriminatie in Amsterdam ook relatief vaak voor op het werk en in winkels. Twaalf procent van de gediscrimineerden geeft aan ergens anders discriminatie te hebben ervaren dan de voorgelegde antwoordopties. Het is echter niet bekend waar deze voorvallen hebben plaatsgevonden.
16
Figuur 1.9 Locaties van ervaren discriminatie in Amsterdam, 2022 (procenten onder gediscrimineerden in Amsterdam, n = 1.467)
op straat
36
ergens anders
12
op het werk
11
in een winkel
11
in of rondom een horecagelegenheid
5
in het openbaar vervoer
5
in een uitgaansgebied
4
op school
4
thuis
3
bij een sollicitatie
3
bij iemand anders in huis 1 geen antwoord 0%
4 5%
10%
15%
20%
25%
30%
35%
40%
bron: O&S, Veiligheidsmonitor
1.5 Enkel een klein deel meldt het voorval Een aanzienlijke meerderheid (88%) van de personen die in 2022 discriminatie hebben ervaren heeft het voorval niet gemeld; acht procent meldde het wel en vier procent is onbekend. Amsterdammers konden aangeven of zij het voorval hebben gemeld: bij een meldpunt voor discriminatie, het College voor de Rechten van de Mens, een werkgever/opleiding, bij een andere instantie of als zij het voorval niet hebben gemeld. Er zijn meerdere redenen waarom personen het voorval niet melden. De helft van de gediscrimineerde Amsterdammers die discriminatie niet hebben gemeld geeft als reden op dat het melden van de ervaren discriminatie geen zin heeft. Een ander aanzienlijk deel geeft als reden dat het voorval niet ernstig genoeg is om te melden (34%). Een kleiner deel van de respondenten wist niet dat het mogelijk was om het voorval te melden (14%) (zie figuur 1.10). Enkele individuen hebben aangegeven dat er een andere reden is waarom zij het voorval niet hebben gemeld. De meest genoemde andere reden is dat bijvoorbeeld de politie weinig tot geen actie zal en kan ondernemen.
17
Figuur 1.10 Redenen voor niet melden van discriminatie, 2022 (procenten, n = 2.253)
ik heb het niet gemeld ik heb het wel gemeld
88 8
ik denk dat het geen zin heeft om te melden
50
ik vond het niet ernstig/belangrijk genoeg
34
ik heb het zelf opgelost
16
ik wist niet dat dat mogelijk was
14
anders
10
0%
20%
40%
60%
80%
100%
bron: O&S, Veiligheidsmonitor
Een relatief klein aandeel van de personen die discriminatie hebben ervaren heeft de discriminatie wel gemeld (8%). Deze personen hebben ervaren discriminatie gemeld bij de werkgever of opleiding (3%), bij de politie (2%) of een meldpunt voor discriminatie (2%). Drie procent maakte een melding bij een andere instantie. Het is echter niet bekend over welke andere instanties het in dit geval gaat.
1.6 Sommige Amsterdammers ervaren discriminatie bij politiecontroles Discriminatie is een maatschappelijk thema waarbij in de berichtgeving ook aandacht wordt besteed aan discriminatie door ambtelijke organisaties. Hierbij kan gedacht worden aan de toeslagenschandaal bij de belastingdienst (zie bijvoorbeeld College voor de Rechten van de mens) en de discussie over etnisch profileren door de politie (zie bijvoorbeeld het Parool, 2023). Bovendien is er binnen de gemeente ook sprake van discriminatie (zie bijvoorbeeld het Parool, 2023). In de Veiligheidsmonitor wordt aan Amsterdammers gevraagd naar controles door de politie. Hieruit komt naar voren dat de meerderheid van de Amsterdammers (88%) in de afgelopen 12 maanden niet is gecontroleerd door de politie. Een klein deel (9%) van de Amsterdammers is in de afgelopen 12 maanden weleens gecontroleerd door de politie: 6% werd één keer gecontroleerd, 3% twee keer of vaker. Het aandeel dat aangeeft eenmaal of vaker te zijn gecontroleerd varieerde de afgelopen jaren tussen de 8% en 11%. Driekwart van de gecontroleerden geeft aan dat aan hen de reden van de controle is medegedeeld. Caraïbische Amsterdammers geven het vaakste aan dat ze in de afgelopen 12 maanden een of meerdere keren zijn gecontroleerd door de politie, gevolgd door Marokkaanse en Surinaamse Amsterdammers (zie figuur 1.11).
Ook zien we dat mannen vaker (13%) dan vrouwen (6%) aangeven door de politie te zijn gecontroleerd. Verder zien we dat Amsterdammers onder de 35 jaar vaker dan Amsterdammers in de leeftijdscategorieën 35 tot en met 54 jaar en 55 jaar of ouder aangeven te zijn gecontroleerd.
18
Figuur 1.11 Aandeel Amsterdammers dat in de afgelopen 12 maanden is gecontroleerd uitgesplitst naar achtergrondkenmerken, 2022 (procenten onder gecontroleerden, n = 1.174)
herkomst
Caraïbische eilanden
16
Marokko
13
Suriname
12
Turkije
11
geslacht
geen migratieachtergrond
9
man
13
vrouw
6
leeftijd
jonger dan 35 jaar
13
35 t/m 54 jaar 55 jaar en ouder 0%
8 5 10%
20%
30%
40%
bron: O&S, Veiligheidsmonitor
Van de Amsterdammers die aangeven in 2022 een of meerdere keren te zijn gecontroleerd door de politie denkt 23% dat diens afkomst, huidskleur of uiterlijk redenen waren om hen de laatste keer aan te spreken. Amsterdammers die vaker gecontroleerd zijn, denken dit iets vaker. Onder deze groep is het aandeel dat zegt dat de reden voor de controle is medegedeeld aanzienlijk lager (56%) dan de driekwart van de totale groep gecontroleerden. Het percentage gecontroleerden dat denkt dat diens afkomst, huidskleur of uiterlijk redenen waren om hen de laatste keer aan te spreken is de afgelopen drie jaar redelijk stabiel, rond de 20%. In 2022 denkt twee op de vijf gecontroleerde Marokkaanse, Surinaamse en Turkse Amsterdammers dat diens afkomst, huidskleur of uiterlijk redenen waren om hen te controleren. Ook zien we dat mannen dit vaker denken (24%) dan vrouwen (6%). Onder de Amsterdammers jonger dan 35 jaar denkt ruim een op de vier dit (zie figuur 1.12).
19
Figuur 1.12 Denkt u dat uw afkomst, huidskleur of uiterlijk voor de politie redenen waren om u de laatste keer aan te spreken?, 2022 (procenten onder gecontroleerden, uitgesplitst naar achtergrondkenmerken, n =
totaal gecontroleerden
1.174)
2022
23
2021
18
2020
20
herkomst
Marokko Suriname
41
Turkije
40
Caraïbische eilanden geen migratieachtergrond
geslacht
45
23 9
man
24
vrouw
19
leeftijd
jonger dan 35 jaar
27
35 t/m 54 jaar 55 jaar en ouder 0%
19 11 10%
20%
30%
40%
50%
bron: O&S, Veiligheidsmonitor
Het is belangrijk om op te merken dat we op dit moment (nog) geen gegevens hebben over discriminatie in de interactie met andere organisaties, zoals gemeenteambtenaren, artsen of docenten. Ook gaan bovenstaande uitkomsten enkel over controles door de politie. Wat Amsterdammers verstaan onder controles hoeft daarbij niet overeen te komen met wat de politie verstaat onder controles. Daarnaast zijn er nog geen cijfers beschikbaar over dit onderwerp op landelijk niveau of op niveau van de andere G4-steden (Den Haag, Utrecht, Rotterdam en Amsterdam). Deze cijfers worden in 2024 wel verwacht, maar hierdoor kunnen we op dit moment nog geen vergelijkingen maken met andere organisaties en de rest van Nederland en een volledig beeld schetsen.
20
2 Arbeidsmarktdiscriminatie
Discriminatie kan zich voordoen in diverse contexten, waaronder op het werk of tijdens sollicitatieprocessen. Dit hoofdstuk onderzoekt de ervaren discriminatie op de werkvloer en tijdens sollicitaties. Hierbij wordt onder andere belicht welk aandeel van de Amsterdammers discriminatie ervaart op het werk en tijdens sollicitaties, op welke gronden dit plaatsvindt, hoe dit tot uiting komt en door wie zij gediscrimineerd worden. Tevens wordt gekeken naar de meldingsbereidheid, binnen de eigen organisatie of daarbuiten bij bijvoorbeeld de politie of discriminatie.nl regio Amsterdam. De gegevens zijn afkomstig van de Regionale Enquête Beroepsbevolking (REB) van O&S.
2.1 Lichte stijging in ervaren discriminatie op werk Zestien procent van de werkende Amsterdammers gaf aan discriminatie te hebben ervaren op werk in de afgelopen 12 maanden. Net als bij discriminatie in het algemeen, zien we een lichte stijging ten opzichte van voorgaande jaren (zie figuur 2.1). Als we naar het landelijke cijfer kijken zien we dat in 2022 10% Nederlanders die werken discriminatie ervaren (CBS, 1 op de 10 werknemers voelde zich in 2022 gediscrimineerd op werk, 2023). Het percentage ervaren discriminatie op de werkvloer ligt in Amsterdam dus hoger dan in Nederland. Figuur 2.1 Aandeel werkenden dat zich in de afgelopen 12 maanden gediscrimineerd heeft gevoeld op het werk naar jaar, juli 2019 - juni 2023 (procenten)
20% 15% 10% 5% 0% juli 2019 - juni 2020 (n=3.074)
juli 2020 - juni 2021 (n=3.477)
juli 2021 - juni 2022 (n=3.232)
juli 2022 - juni 2023 (n=3.584)
bron: O&S, Regionale Enquête Beroepsbevolking
Als we kijken naar achtergrondkenmerken zien we dat Amsterdammers die in het buitenland geboren zijn (21%) en vrouwen (19%) vaker dan gemiddeld discriminatie ervaren op de werkvloer. Daarbij zien we dat Amsterdammers met een Marokkaanse achtergrond het vaakst aangeven discriminatie te ervaren op de werkvloer (29%). Ook laten de cijfers zien dat respondenten met een tijdelijk contract vaker discriminatie rapporteren (20%) dan Amsterdammers met een vast contract (14%). 21
Hierbij moet wel benoemd worden dat de achtergrondkenmerken van Amsterdammers met een vast en tijdelijk contract verschillen en daarbij ook verband kunnen hebben met discriminatie. Zo hebben mannen iets vaker een vast contract en jongeren vaker een tijdelijk contract. Figuur 2.2 Aandeel werkenden dat zich in de afgelopen 12 maanden gediscrimineerd heeft gevoeld op het werk naar achtergrondkenmerken in de periode juli 2022 –juni 2023 (procenten n=3.584) zelf in buitenland geboren
21
ouders in buitenland geboren ouders & zelf in nederland geboren
18 10
man
12
vrouw
19
vast contract
14
tijdelijk contract 0%
20 5%
10%
15%
20%
25%
bron: O&S, Regionale Enquête Beroepsbevolking
In deze rapportage is niet gekeken naar intersectie van verschillende kenmerken. Dit houdt in dat er bijvoorbeeld niet nagegaan is of vrouwen met een Marokkaanse achtergrond, vaker discriminatie ervaren. In de factsheet arbeidsmarktdiscriminatie 2021 van O&S is dit wel onderzocht. Daarin zien we dat in 2021 bijvoorbeeld mannen met een Marokkaanse achtergrond vaker discriminatie ervaren op de werkvloer. Amsterdammers met een hbo/wo opleiding zonder migratieachtergrond ervaren het minst vaak discriminatie.
2.2 Arbeidsdiscriminatie vooral op grond van huidskleur/migratieachtergrond en geslacht Aan werkende Amsterdammers is ook gevraagd op welke grond zij discriminatie ervaren op de werkvloer, daarbij konden zij meerdere gronden aangeven. De meest genoemde gronden van discriminatie op de werkvloer zijn huidkleur/migratieachtergrond (41% van de gediscrimineerden), geslacht (29%) en leeftijd (25%). Ook hierin zien we dat net als in hoofdstuk 1 wordt benoemd, huidskleur en migratieachtergrond de meest genoemde vormen van discriminatie is. Daarnaast komt leeftijdsdiscriminatie op de werkvloer vaker voor dan in het algemeen, zoals beschreven is in hoofdstuk 1. Er is een kleine verschuiving in de grond waarop respondenten aangeven gediscrimineerd te zijn in de afgelopen jaren. Zo werd minder vaak aangegeven dat discriminatie werd ervaren op basis van huidskleur of migratieachtergrond. Ook gaven minder Amsterdammers aan gediscrimineerd te worden vanwege hun leeftijd. Wel werd vaker genoemd dat discriminatie op grond van geslacht plaatsvond (zie figuur 2.3). 22
Respondenten konden ook andere gronden waarop zij discriminatie ervaren op de werkvloer benoemen. Daarbij werd onder anderen benoemd dat zij gediscrimineerd werden omdat ze de geen of minder goed Nederlands spreken, uitzendkracht of ZZP’er zijn of door ouderschap. Figuur 2.3 Discriminatiegronden op de werkvloer naar jaar (procenten onder diegenen die discriminatie ervaarden, meerdere gronden mogelijk)
41
huidskleur / migratieachtergrond geslacht
22
25
leeftijd
24 10 10 7 10 9
uiterlijk geloofsovertuiging seksuele voorkeur ziekte / handicap
25
47
juli 2022 - juni 2023 (n= 569) 50
juli 2021 - juni 2022 (n = 478)
29
juli 2020 - juni 2021(n = 507) 31
13
7 6 5 5 5 3
andere reden 0%
18 15 14 20%
40%
60%
bron: O&S, Regionale Enquête Beroepsbevolking
2.3 Discriminatie vaakst door collega’s en door kwetsende grappen Amsterdammers geven, net als voorgaande jaren, het vaakst aan door collega’s gediscrimineerd te worden op de werkvloer (46% van de gediscrimineerden). Daarnaast worden klanten, patiënten en opdrachtgevers (25%) en leidinggevenden (23%) genoemd. De manier waarop Amsterdammers op de werkvloer gediscrimineerd worden die het vaakst genoemd wordt is het maken van kwetsende grappen (38%). Andere uitingen van discriminatie die genoemd worden zijn minder betaald krijgen voor hetzelfde werk (19%) en de vervelende klussen krijgen (13%). Er zijn geen grote verschillen tussen de verschillende periodes.
23
Figuur 2.4 Top 3 personen door wie respondenten gediscrimineerd werden op de werkvloer en top 3
manier van discriminatie
door wie gediscrimineerd
manieren van discriminatie naar jaar (procenten)
46
collega's
juli 2021 - juni 2022 (n = 478)
25
klanten, patiënten, opdrachtgevers
juli 2020 - juni 2021(n = 507)
23
mijn leidinggevende
38
kwetsende grappen 19
krijg minder betaald voor zelfde werk
moet altijd vervelende klussen doen
juli 2022 - juni 2023 (n= 569)
13
0%
20%
40%
60%
bron: O&S, Regionale Enquête Beroepsbevolking
In de Regionale Enquête Beroepsbevolking is ook gevraagd naar tevredenheid met werk en hoe gelukkig mensen zijn. Van de Amsterdammers die discriminatie ervaren op werk geeft 14% aan (zeer) ontevreden te zijn met hun werk. Van de groep die geen discriminatie ervaart op werk is dit slechts 4%. Ook het percentage dat aangeeft (zeer) ongelukkig te zijn onder mensen die gediscrimineerd zijn op werk is 14%. Voor de groep die geen discriminatie ervaart op werkt is dit slechts 5%.
2.4 Daling discriminatie bij sollicitaties De Regionale Enquête Beroepsbevolking (REB) omvat vragen over sollicitaties in de afgelopen 12 maanden. Hierbij konden respondenten aangeven of ze het gevoel hadden gediscrimineerd te zijn tijdens het sollicitatieproces na een afwijzing, of dat ze twijfels hadden over mogelijke discriminatie. Van de Amsterdammers die gesolliciteerd hebben en zijn afgewezen, gaf 16% aan dat de afwijzing mogelijk te maken had met discriminatie. Daarnaast geeft 15% aan daarover te twijfelen. De resultaten laten zien dat er een daling is in ervaren discriminatie tijdens sollicitaties in de afgelopen jaren (zie figuur 2.5). Daarentegen blijft het percentage twijfel over discriminatie tijdens sollicitaties gelijk met het voorgaande jaar.
24
Figuur 2.5 Aandeel dat denkt dat afwijzing voor een sollicitatie (soms) met discriminatie te maken had, naar jaar, juli 2019 – juni 2023 (procenten)
40% twijfel over discriminatie
30% 10
13
15 15
20% 10% 0%
21
21
20
juli 2019 - juni 2020 (n=746)
juli 2020 - juni 2021 (n=1.099)
juli 2021 - juni 2022 (n=938)
gediscrimineerd
16 juli 2022 - juni 2023 (n=987)
bron: O&S, Regionale Enquête Beroepsbevolking
Als gekeken wordt naar achtergrondkenmerken valt op dat de leeftijdsgroep van 45 tot 66 jaar het vaakst aangeeft discriminatie te ervaren bij een sollicitatie of daarover twijfelt (samengenomen 41% tegenover een gemiddelde van 32%). Amsterdammers die zelf in het buitenland geboren zijn of ouders hebben die in het buiteland geboren zijn, ervaren ook gemiddeld genomen vaker discriminatie of twijfelen daarover (beide 39%). De belangrijkste gronden voor ervaren discriminatie tijdens sollicitaties zijn leeftijd en huidskleur/migratieachtergrond. In de meest recente metingsperiode is te zien dat leeftijd als belangrijkste grond van discriminatie tijdens sollicitaties genoemd wordt (38%). Dit percentage ligt lager dan de metingen van voorgaande jaar (zie figuur 2.6). Het gaat daarbij vaker om de oudere leeftijdsgroep (45 tot 66 jaar) die aangeeft gediscrimineerd te zijn op grond van leeftijd. Ook het aandeel respondenten dat aangeeft gediscrimineerd te zijn op basis van huidskleur of migratieachtergrond is gedaald (van 44% in de voorgaande meting naar 37% in de huidige meting). Respondenten noemen ook andere gronden waarop zij discriminatie ervaarden bij een sollicitatie, zoals dat zij gediscrimineerd zijn omdat ze geen of slecht Nederlands spreken.
Als we de redenen voor discriminatie bij sollicitaties vergelijken met die in hoofdstuk 1 (discriminatie in het algemeen), blijkt dat huidskleur/migratieachtergrond over het algemeen nog steeds de meest voorkomende reden is voor discriminatie. Aan de andere kant zien we dat leeftijdsdiscriminatie vaker voorkomt na een afwijzing bij een sollicitatie dan in het algemeen.
25
Figuur 2.6 Discriminatiegronden bij afwijzing sollicitatie juli 2019 – juni 2023 (meerdere gronden mogelijk, procenten onder diegenen die (soms) discriminatie ervaarden)
leeftijd huidskleur / migratieachtergrond
37
juli 2021 - juni 2022 (n=323) juli 2020 - juni 2021 (n=369)
7
geloofsovertuiging
6
uiterlijk
seksuele voorkeur
juli 2022 - juni 2023 (n=313)
10
geslacht
ziekte / handicap
38
4 2 19
andere reden weet niet, geen antwoord 0%
14
10%
20%
30%
40%
50%
bron: O&S, Regionale Enquête Beroepsbevolking
In de REB worden ook vragen gesteld over hoe gezond en gelukkig Amsterdammers zijn. Daarbij zien we dat Amsterdammers die aangeven discriminatie te hebben ervaren bij afwijzing van een sollicitatie, minder vaak gelukkig zijn met hun leven en zich minder vaak gezond voelen. Van de groep die discriminatie ervaart na afwijzing is 22% (zeer)ongelukkig met het leven.
2.5 Grootste deel van de Amsterdammers meldt ervaren arbeidsdiscriminatie niet Net als bij discriminatie in het algemeen (zie het vorige hoofdstuk) wordt ook van discriminatie op de werkvloer of bij sollicitatie vaak geen melding gemaakt. Zo meldt 62% van de Amsterdammers die discriminatie op de werkvloer ervaren dit niet. Bij sollicitatie ligt dit percentage nog hoger, 93% meldt dit niet. Wanneer werkenden wel kiezen om een melding te maken van discriminatie gebeurt dit voornamelijk bij een leidinggevende of vertrouwenspersoon. We zien daarbij geen verschillen tussen verschillende gronden of manier van discriminatie.
26
Figuur 2.7 Heeft u deze discriminatie gemeld? (bij afgelopen 12 maanden ervaren discriminatie op werkplek, procenten, n=569)
nee
62
ja, bij een (hogere) leidinggevende
17
ja, bij een vertrouwenspersoon op mijn werk
12
ja, (nog) ergens anders
8
ja, bij het Meldpunt Discriminatie Regio 1 Amsterdam 0%
20%
40%
60%
80%
100%
bron: O&S, Regionale Enquête Beroepsbevolking
De belangrijkste reden die genoemd worden voor het niet melden van discriminatie op de werkvloer is dat respondenten het idee hebben dat melden geen zin heeft (47% van de nietmelders). Daarnaast wordt genoemd dat zij het incident niet ernstig of belangrijk genoeg vonden om te melden (38%). Verder geven Amsterdammers aan dat zij zelf een oplossing hebben gevonden (19%) of dat zij niet wisten dat het mogelijk was om een melding te maken (7%). De vraag over het melden van arbeidsdiscriminatie wordt sinds juli 2022 gemeten, daarom kan er geen vergelijking gedaan worden met voorgaande jaren.
27
3 Meldingen bij discriminatie.nl
Discriminatie.nl (voorheen Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam) is een onafhankelijke stichting, gericht op het direct bestrijden van discriminatie en het verminderen van de gevolgen van discriminatie. Het meldpunt doet dat door middel van klachtenbehandeling, voorlichting en advies en het uitvoeren van onderzoek. Amsterdammers die discriminatie ervaren, kunnen bij een meldpunt een melding maken en worden door hen geholpen.
3.1 681 meldingen van discriminatie in 2022 In 2022 zijn er 681 meldingen van discriminatie binnengekomen bij discriminatie.nl Regio Amsterdam. Dit is iets minder dan twee jaar eerder, maar meer dan in 2019. In 2020 en 2021 kwamen relatief veel Corona-gerelateerde meldingen binnen, waaronder meldingen over het stigmatiserende radio 10-lied “Voorkomen is beter dan Chinezen”. Net als in de eerdere hoofstukken, zien we ook bij de meldingen, dat herkomst en huidskleur de meest voorkomende grond is voor discriminatie. Andere veelvoorkomende gronden zijn geslacht en seksuele geaardheid. Ook over discriminatie op grond van godsdienst komen relatief veel meldingen binnen, vaak gaat het dan om moslimdiscriminatie. Figuur 3.1 Discriminatiegronden van meldingen 2022 (meer gronden per melding mogelijk, aantallen)
herkomst/huidskleur
311
geslacht
68
seksuele geaardheid
66
godsdienst
49
beperking
47
niet wettelijke gronden
26
antisemitisme 22 leeftijd 20 nationaliteit 10 0
50
100
150
200
250
300
350
bron: discriminatie.nl, bewerking O&S
De meldingen van discriminatie gaan vaak over vijandige bejegening (359 meldingen) of omstreden behandeling (310 meldingen). In veel mindere mate gaat om bedreiging of geweld (64 en 23 meldingen).
28
3.2 Minder meldingen van arbeidsmarktdiscriminatie Net als eerdere jaren worden de meeste meldingen bij het meldpunt gemaakt over arbeidsdiscriminatie. Door Amsterdammers zijn in 2022 109 meldingen bij het meldpunt gedaan van arbeidsmarktdiscriminatie, waarvan 86 meldingen op de Amsterdamse arbeidsmarkt. Daarmee is het aantal meldingen van discriminatie op de arbeidsmarkt lager dan eerdere jaren (zie figuur 3.2). Figuur 3.2 Aantal meldingen van arbeidsdiscriminatie door Amsterdammers, 2018-2022 (aantallen)
160 140 120 100
86
80 60 40 20 0 2018
2019
2020
2021
2022 bron: discriminatie.nl, bewerking O&S
De meeste meldingen gaan over ervaren discriminatie op de werkvloer, gevolgd door discriminatie tijdens het werving- en selectieproces en discriminatie bij uitstroom zoals een ontslagprocedure (zie figuur 3.3). Dit is vergelijkbaar met eerdere jaren. Figuur 3.3 Type discriminatie van meldingen arbeidsdiscriminatie, 2020-2022 (meer typen per melding mogelijk, percentages)
44
werkvloer
2020
15
uitstroom 6
arbeidsvoorwaarden
0%
2021
22
werving en selectie
arbeidsbemiddeling
2022
5
10%
20%
30%
40%
50%
bron: discriminatie.nl, bewerking O&S
Meldingen over discriminatie op de arbeidsmarkt betreffen, net zoals in de enquête, het vaakst discriminatie op basis van herkomst of huidskleur. Dit gevolgd door geslacht en handicap/chronische ziekte (zie figuur 3.4). Er zijn in 2022 relatief minder meldingen op basis van herkomst of huidskleur, en meer op basis van geslacht en handicap/chronische ziekte 29
binnengekomen dan in eerdere jaren. Dit heeft ook te maken met dat er in 2020 en 2021 relatief veel Corona-gerelateerde meldingen zijn gedaan, die werden geregistreerd onder niet-wettelijk gronden. Figuur 3.4 Discriminatiegronden van meldingen arbeidsdiscriminatie, 2022 (meer gronden per melding mogelijk, percentages)
afkomst/huidskleur
47
geslacht
21
handicap/chronische ziekte
10
leeftijd
8
nationaliteit
5
godsdienst
3
seksuele geaardheid
2
niet-wettelijke gronden
0
0%
10%
20%
30%
40%
50%
bron: discriminatie.nl, bewerking O&S
3.3 Meldpunt geeft vooral advies en informatie bij meldingen Wanneer er een melding wordt gedaan bij het meldpunt zijn er verschillende werkwijzen mogelijk. De meest voorkomende werkwijze is dat het meldpunt advies en informatie geeft (zie figuur 3.5). Voor 183 is de melding alleen geregistreerd, zonder vervolgstappen. Dit zijn veelal anonieme meldingen, waardoor vervolgstappen niet mogelijk zijn. Figuur 3.5 Werkwijze bij afgeronde meldingen discriminatie, 2022 (aantallen)
advies/informatie
240
alleen registratie
183
doorverwijzing
29
bemiddeling
23
bijstaan in procedures 13 eigen onderzoek Meldpunt 7 overig 6 beïnvloeding beleid 4 0
50
100
150
200
250
300
bron: discriminatie.nl, bewerking O&S
30
4 Samenleven in een diverse stad
De drie voorgaande hoofdstukken gingen in op de aard en omvang van discriminatie in Amsterdam, maar discriminatie kan ook verband houden met andere aspecten van het leven. Dit hoofdstuk biedt daarom iets meer context. We gaan in op hoe gediscrimineerden aankijken tegen het leven in de stad. Kunnen gediscrimineerde Amsterdammers zichzelf zijn in de stad? Voelen zij zich eenzaam? En hoe vinden zij dat verschillende groepen met elkaar omgaan? Een groep waar we niet altijd veel informatie over hebben zijn Amsterdammers uit de lhbtiq+gemeenschap. In dit hoofdstuk kijken we naar hoe Amsterdammers in het algemeen aankijken tegen rechten voor lhbtiq+-personen. De data zijn afkomstig van de Burgermonitor 2021.
4.1 Gediscrimineerde Amsterdammers kunnen vaak niet zichzelf zijn Meer dan de helft van de gediscrimineerde Amsterdammers kan niet altijd zichzelf zijn (55%). Een groot deel daarvan, 49% van de gediscrimineerde Amsterdammers ziet dit ook als een probleem. Dit is twee keer zo vaak als Amsterdammers die niet gediscrimineerd zijn (zie figuur 4.1). Daarnaast wordt duidelijk dat lesbische, homoseksuele en biseksuele Amsterdammers ook relatief vaak niet zichzelf kunnen zijn (55%). Van de lhb-Amsterdammers geeft 42% aan dit als probleem te ervaren. Daarnaast geven Amsterdammers die zelf in Nederland zijn geboren, en van wie minstens een ouder in het buitenland, vaker aan dat ze niet zichzelf kunnen zijn en dit als een probleem ervaren (28%) dan Amsterdammers die zelf in het buitenland zijn geboren (21%) of Amsterdammers zonder migratieachtergrond (24%). Deze observatie kan deels ondersteund worden door een landelijk SCP onderzoek (Dagevos, de Voogd-Hamelink & Damen, 2022, Gevestigd, maar niet thuis) Uit dit onderzoek bleek bijvoorbeeld dat mensen waarvan de ouders in het buitenland geboren zijn vaker aangaven het eens te zijn met de stelling “Nederland is een gastvrij land voor personen met een migratieachtergrond” in tegenstelling tot mensen die zelf in het buitenland zijn geboren.
Daarnaast gaven mensen waarvan de ouders in het buitenland geboren zijn vaker aan discriminatie te ervaren, dan mensen die zelf in het buitenland zijn geboren. Andere groepen laten ook verschillen zien, zo ervaren vrouwen iets vaker dat zij niet zichzelf kunnen zijn en dat een probleem vinden dan mannen (26% tegenover 21%). Verder zien we dat voornamelijk in stadsdeel Nieuw West Amsterdammers vaker aangeven niet zichzelf te kunnen zijn en dat als probleem te ervaren (28%).
31
Figuur 4.1 Mate waarin Amsterdammers zichzelf kunnen zijn en dit als een probleem ervaren, naar verschillende achtergrondkenmerken, 2021 (procenten, n=2.074)
geen discriminatie ervaren
19
10
discriminatie ervaren heteroseksueel
66
49 19
6
10
lhb 21
vrouw
26
zelf in buitenland geboren
21
ouders in buitenland geboren
28
ouders & zelf in Nederland geboren
24
0%
2
41
3
3
13 11 9 11
65
4
62
4
60 9
9 20%
44 69
42
man
5
40%
8 63
1
65
2
60%
80%
100%
kan niet zichzelf zijn, vindt dat een probleem
kan niet zichzelf zijn, vindt dat geen probleem
kan zichzelf zijn
weet niet bron: O&S, Amsterdamse Burgermonitor
In een toelichting konden de respondenten meer vertellen over waarom of in welke situatie zij niet zichzelf kunnen zijn. Er waren meerdere toelichtingen die gelinkt kunnen worden aan discriminatie. Zo gaf 25% aan zich onveilig te voelen als vrouw of seksisme te ervaren. Daarnaast gaf 14% aan zich onveilig te voelen als lhb persoon en werd ook meerdere keren situaties benoemd die gelinkt kunnen worden aan racisme en discriminatie op basis van huidskleur (8%). Het ligt aan de buurt. In de ''rijke'' buurten voel ik mij niet mezelf door mijn huidskleur en ben ik me erg bewust dat er meer naar mij gekeken wordt of dat er in winkels meer opgelet wordt. Tegelijk kan ik in andere stadsdelen niet per se met een veilig gevoel over straat (Nieuw-West/ oost/ Noord) vanwege het feit dat ik een vrouw ben.
Ik ben een homoseksuele man en heb in veel delen van de stad het gevoel dat ik beter niet hand in hand met mijn partner kan lopen.
32
4.2 Amsterdammers die discriminatie ervaren zijn vaker negatief over de omgang tussen verschillende groepen Amsterdammers werden ook bevraagd over hun perceptie van de omgang tussen verschillende groepen. Amsterdammers die gediscrimineerd zijn, geven vaker aan dat sommige groepen Amsterdammers niet goed met elkaar omgaan. Zo geven zij vaker aan dat groepen met verschillende sociale klasse en culturele achtergrond (heel) slecht met elkaar omgaan (zie figuur 4.2). Figuur 4.2 Omgang met verschillende groepen gaat (heel) slecht, naar ervaren discriminatie, 2021 (procenten, n=2.074)
28
verschillende religieuze opvattingen
21
verschillende etnische/culturele achtergrond
25 15 23
verschillende politieke opvattingen
17 20
verschillende sociale klasse
11 14
jongeren en ouderen 0%
9 5%
discriminatie meegemaakt
10%
15%
20%
25%
30%
geen discriminatie meegemaakt bron: O&S, Amsterdamse Burgermonitor
Respondenten konden ook een toelichting geven over hun antwoord. Amsterdammers die positief zijn over de onderlinge omgang beschrijven hun stadsgenoten als sociaal, open en tolerant. Ze geloven dat mensen in Amsterdam elkaars verschillen respecteren en proberen elkaar te begrijpen. Ze ervaren weinig problemen en spanningen, en vinden dat mensen zich beleefd gedragen. Aan de andere kant leggen Amsterdammers die zich negatief uitten over de onderlinge omgang uit dat mensen uit verschillende groepen elkaar weinig ontmoeten. Ze noemen segregatie op de woningmarkt en in sociale kringen, wat leidt tot weinig sociale cohesie en toenemende polarisatie. Ze vinden dat Amsterdammers niet goed naar elkaar luisteren en noemen specifieke groepen die zich niet sociaal gedragen of niet openstaan voor anderen.
33
4.3 Lichte toename acceptatie van rechten voor lesbische vrouwen en homoseksuele mannen In deze paragraaf wordt ingezoomd op de acceptatie van lesbische vrouwen en homoseksuele mannen in Amsterdam. Dit is een groep die relatief vaak discriminatie ervaart (zie hoofdstuk 1). In de Burgermonitor zijn vier stellingen, afkomstig van het SCP (Huijnk, 2022, Opvattingen over seksuele en genderdiversiteit in Nederland en Europa 2022), opgenomen over de rechten homoseksuele mannen en lesbische vrouwen om zo een inschatting te maken hoe de houding is tegenover deze groep. Een negatieve houding kan daarbij effect hebben op de mate waarin een deel van lhbtiq+ gemeenschap zichzelf kan zijn en daarbij ook de mate waarin zij discriminatie kan ervaren. Aan de hand van de stellingen is een schaal opgesteld waarin 1 staat voor niet accepterend en 5 heel accepterend ten aanzien van de rechten van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen. In 2021 was het gemiddelde cijfer een 4.6 op deze schaal, vergelijkbaar met eerdere jaren. Bijna de helft (47%) geeft aan geen enkele moeite te hebben met de gelijke rechten van lesbische vrouwen en homoseksuele mannen. Vijf procent staat aan de andere kant van het spectrum. Dit verschilt licht met 2019 waar 41% aangaf volledig accepterend te zijn en 8% niet.
Als we naar specifieke stellingen kijken zien we ook een lichte stijging van acceptatie ten opzichte van 2019. Zo geeft 78% in 2021 aan geen moeite te hebben als hun kind een relatie zou hebben met iemand met hetzelfde geslacht, in 2019 was dit nog 74%. Daarnaast zien we bij de stelling over het adopteren van kinderen door homoseksuele paren dat in 2021 75% van de Amsterdammers dit volledig accepteren tegenover 71% in 2019. Omdat de stellingen afkomstig zijn uit landelijk onderzoek van het SCP is het gedeeltelijk mogelijk om Amsterdam te vergelijken met Nederland in het algemeen (zie figuur 4.3). Over het algemeen lijken Amsterdammers vaker accepterend te zijn in vergelijking met Nederland in het algemeen. Er bleek geen verband te zijn tussen ervaren discriminatie en acceptatie van lesbische vrouwen en homoseksuele mannen.
34
Figuur 4.3 Stellingen homoacceptatie* in Amsterdam (2021) en Nederland (2019-2020), (procenten)
Ik zou het geen probleem vinden als mijn kind op school les krijgt van een homoseksuele leraar of een lesbische lerares.
87 83
Het homohuwelijk moet worden behouden.
83 84
Homoseksuele paren moeten dezelfde rechten hebben als heteroseksuele paren bij het adopteren van kinderen.
Amsterdam Nederland
75 69
Ik heb er geen moeite mee als ik twee mannen hand in hand zie lopen.
85
Als ik een man en een vrouw hand in hand zie lopen, heb ik daar niet minder moeite mee dan wanneer ik twee mannen hand in hand zie lopen.
62
Ik zou er geen moeite mee hebben als mijn kind een homoseksuele of lesbische relatie zou hebben.
78
0%
50%
100%
* Sommige stellingen zijn negatief gesteld in de vragenlijst, bijvoorbeeld ‘het homohuwelijk moet worden afgeschaft’. Voor de leesbaarheid zijn deze in de rapportage omgekeerd. bron voor Nederland: Huijnk 2022 bron voor Amsterdam: O&S, Amsterdamse Burgermonitor
Uit deze paragraaf kunnen we afleiden dat de acceptatie van homoseksualiteit in Amsterdam over het algemeen hoog is. Bovendien tonen Amsterdammers vaker een positieve houding ten opzichte van stellingen met betrekking tot lesbische en homoseksuele Amsterdammers in vergelijking met Nederland in zijn geheel. Niettemin hebben we in hoofdstuk 1 geconstateerd dat een relatief hoog percentage lhb-Amsterdammers discriminatie ervaart.
4.4 Amsterdammers meer accepterend over transpersonen dan de rest van Nederland Daarnaast zijn er stellingen voorgelegd aan respondenten in de Burgermonitor over transgenderpersonen en genderdiversiteit, ook afkomstig uit het landelijke SCP onderzoek (Huijnk, 2022, Opvattingen over seksuele en genderdiversiteit in Nederland en Europa 2022). In O&S-enquêtes zijn weinig gegevens beschikbaar over discriminatie van transgender personen. Mogelijk kunnen gegevens over de acceptatie van deze groep toch enig inzicht bieden. Aan de hand van stellingen is een schaal opgesteld om transgenderacceptatie te meten waarbij een 1 staat voor afwijzend naar transgenderacceptatie en een 5 voor heel accepterend. Amsterdammers scoren gemiddeld een 4,0 op deze schaal, lager dan voor de acceptatie van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen met gemiddeld 4,5. Wel bestaat er een overlap tussen transgenderacceptatie en homoacceptatie. Amsterdammers die een positieve houding hebben tegenover transgenderpersonen, hebben dat ook vaker tegenover homoseksuele mannen en lesbische vrouwen. Twintig procent geeft aan volledig accepterend te zijn naar 35
transgender personen (score 5), acht procent scoort lager dan een 3 op de transgenderacceptatieschaal. Dit is moeilijk te vergelijken met eerdere jaren omdat er toen andere vragen werden gesteld. Maar we kunnen wel naar een paar specifieke vragen kijken (zie figuur 4.4). Twee van de vragen laten zien dat de acceptatie stabiel is gebleven, maar bij één vraag is er een afname in acceptatie te zien: 56% vindt het niet belangrijk om te weten of iemand man of vrouw is als ze iemand ontmoeten. In 2019 was dit 63%. Figuur 4.4 Stellingen transgenderacceptatie* in Amsterdam, 2019 en 2021 (procenten)
Als iemand goed heeft nagedacht over het veranderen van zijn of haar geslacht, dan is een operatie een goed idee
73 2021
Er is niets mis met mensen die zich geen man of vrouw voelen
79 81
Ik ga niet liever niet om met mensen van wie duidelijk is of ze man of vrouw zijn
86 85
Als ik iemand ontmoet, dan vind ik het niet belangrijk om te weten of iemand man of vrouw is 0%
2019
56 63 20%
40%
60%
80%
100%
* Sommige stellingen zijn negatief gesteld in de vragenlijst, bijvoorbeeld ‘Er is iets mis met mensen die zich geen man of vrouw voelen’. Voor de leesbaarheid zijn deze in de rapportage omgekeerd. Verder: in de vraagstelling van het landelijk onderzoek (SCP, SLI ’19/’20) was er geen antwoordoptie ‘weet ik niet.’ Voor de vergelijkbaarheid is daarom voor Amsterdam het percentage berekend exclusief respondenten die ‘weet ik niet’ of niets hebben geantwoord. bron: O&S, Amsterdamse Burgermonitor
Op alle gebieden tonen Amsterdammers meer acceptatie dan de gemiddelde Nederlander. Het grootste verschil wordt gezien bij de stelling: "Er is iets mis met mensen die zich geen man of vrouw voelen." In Amsterdam is 86% het hiermee oneens, terwijl het landelijk gemiddelde in Nederland 65% is.
4.5 Amsterdammers met een divers netwerk ervaren vaker discriminatie In hun boek ‘De nieuwe minderheid’ schrijven Lelie en Crul over de belangrijke rol van interetnische vriendschappen om discriminatie tegen te gaan. Ook zouden vriendschappen tussen mensen uit verschillende groepen sociale cohesie bevorderen in een buurt. Zij zien echter ook dat deze vriendschappen niet zonder meer tot stand komen. Amsterdam is een stad met een diverse bevolking, de vraag is echter in hoeverre verschillende groepen Amsterdammers met elkaar omgaan. In de Amsterdamse Burgermonitor 2021 is aan Amsterdammers gevraagd hoeveel van hun vrienden en kennissen tot anderen groepen behoren dan zijzelf op het gebied van sociale klasse, leeftijd, politieke en religieuze opvattingen en culturele achtergrond. Bij een divers netwerk gaat een persoon op zijn minst in enige mate om met personen uit anderen groepen. Driekwart van de Amsterdammers geeft aan een divers netwerk te hebben (73%). Dat betekent niet dat ze op alle vlakken een divers netwerk hebben: het vaakst hebben