CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Verenigingsmonitor Voetbal Amsterdam.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 7 mei 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief onderzoek vitaliteit sportverenigingen (VN2025-005828)9.891 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niels Meulenbroeks | Janine van Kalmthout

Mulier Instituut | 2024

In opdracht van gemeente Amsterdam Mulier Instituut Niels Meulenbroeks Janine van Kalmthout

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het Mulier Instituut. © Mulier Instituut Utrecht, september 2024 www.mulierinstituut.nl info@mulierinstituut.nl Disclaimer U mag delen uit deze publicatie overnemen op voorwaarde van bronvermelding: auteur(s), de titel van de publicatie en het jaar van uitgave. Er gelden gebruiksvoorwaarden voor de foto's in deze publicatie. Neem foto's daarom niet over zonder toestemming van het Mulier Instituut.

Het Mulier Instituut doet sportonderzoek voor

Ons doel is bijdragen aan goed onderbouwd beleid,

beleid en samenleving. Voor overheden,

gericht op de bevordering van sport, sportief

maatschappelijke organisaties,

bewegen en versterking van de sportsector. Dit doen

onderwijsinstellingen, sportorganisaties en

we op verschillende manieren:

bedrijven onderzoeken we allerlei thema’s op het gebied van sport en sportief bewegen: van de

We verzamelen data en monitoren de Nederlandse

sportdeelname van (groepen) Nederlanders tot de

sportsector en beleidsprogramma’s.

motorische vaardigheden van kinderen, en van diversiteit en inclusie in de sport tot de economische impact van sportevenementen.

We ontwikkelen kennis en onderzoeksmethoden via verkennende en verdiepende studies. We duiden onderzoeksuitkomsten en vertalen deze

Het Mulier Instituut is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk.

naar de beleidspraktijk. We onderbouwen beleidsbeslissingen met expertise en advies. We bieden gevraagd en ongevraagd duiding en reflectie in de rol van ‘kritische vriend’ van de sportsector. We zetten ons in voor de bevordering van de sportwetenschap.

Hoofdstuk 1

Met deze verenigingsmonitor brengen we de organisatiekracht en maatschappelijke oriëntatie van de voetbalverenigingen in de gemeente Amsterdam in kaart. Zo kan de gemeente op de lange termijn een duurzaam beleid voor voetbalverenigingen voeren. Daarnaast bespreken we in hoeverre voetbalverenigingen bijdragen aan een pedagogisch sportklimaat, een positieve sportcultuur en duurzaamheid. De verenigingsmonitor geeft inzicht in het functioneren van sportverenigingen, de maatschappelijke rol die zij (willen) vervullen en eventuele bedreigingen in de toekomst.

Voor deze verenigingsmonitor hebben we aansluiting gezocht bij de vitaliteitsindex van de landelijke verenigingsmonitor van het Mulier Instituut. Hierbij hebben we aandacht voor de kernthema’s: ledenbestand, ervaren problemen, samenwerkingspartners, beleid, financiën, het (vrijwilligers)kader en de accommodatie. Deze thema’s bepalen mede de vitaliteit van sportverenigingen. De vitaliteitsindex bepalen we op basis van de organisatiekracht en de maatschappelijke oriëntatie van verenigingen. In bijlage 1 leest u hier meer over.

De gemeente Amsterdam heeft in samenwerking met het Mulier Instituut 74 voetbalverenigingen uitgenodigd om een vragenlijst in te vullen. Deze vragenlijst was in de vorm van een webenquête. 34 verenigingen hebben tussen 10 november 2023 en 12 januari 2024 de vragenlijst volledig ingevuld. Dat is een nettorespons van 46 procent. Op basis van de grootte van verenigingen (aantal leden) vormt de responsgroep geen goede afspiegeling van alle voetbalverenigingen in Amsterdam. De grote voetbalverenigingen (meer dan 250 leden) zijn oververtegenwoordigd in de responsgroep. Kleine verenigingen zijn ondervertegenwoordigd. De responsgroep vormt een betere afspiegeling van de populatie op basis van locatie (stadsdeel). Alleen de voetbalverenigingen uit Zuid zijn wat minder aanwezig in de responsgroep. De volledige responsanalyse staat in bijlage 2. Houd bij het lezen van de resultaten rekening met een lichte oververtegenwoordiging van de grote voetbalverenigingen. Percentages in figuren en tabellen tellen niet altijd op tot 100 procent vanwege afronding of als verenigingen meerdere antwoorden konden geven.

Leeswijzer Op de volgende pagina’s presenteren we de resultaten over organisatiekracht (hoofdstuk 2), maatschappelijke oriëntatie (hoofdstuk 3) en de vitaliteitsindex (hoofdstuk 4). Daarna gaan we in op de thema’s diversiteit, pedagogisch sportklimaat, positieve sportcultuur en duurzaamheid (hoofdstuk 5). In hoofdstuk 6 trekken we conclusies en doen we aanbevelingen voor de gemeente.

Hoofdstuk 2

De organisatiekracht van de sportvereniging definiëren we als de mate waarin de vereniging in staat is haar sportaanbod voor de (potentiële) leden te organiseren. In dit hoofdstuk bespreken we de organisatiekracht van de voetbalverenigingen in Amsterdam. We lichten ook de scores per criterium van de organisatiekracht toe. Deze index bestaat uit vijf criteria: leden, kader, accommodatie, financiën en beleid. De score per criterium delen we in onvoldoende, matig, voldoende of goed in. De scores op alle criteria bepalen samen de organisatiekracht van de vereniging. Zie bijlage 1 voor meer uitleg over de methode.

Helft voetbalverenigingen is organisatiekrachtig 53 procent van de voetbalverenigingen in Amsterdam scoort ‘voldoende’ tot ‘goed’ op de index organisatiekracht (figuur 2.1). Deze verenigingen zijn in staat het sportaanbod voor de (potentiële) leden te organiseren. Vier voetbalverenigingen scoren onvoldoende op organisatiekracht. Opvallend is dat verenigingen zonder eigen sportaccommodatie beter scoren dan verenigingen met een eigen accommodatie. Figuur 2.1 Organisatiekracht voetbalverenigingen in gemeente Amsterdam in 2023 (in procenten, n=34) 100 15

12

22

16

11

80 22

38

28

44

60

67

40

33

44

35

36

20

11

22

12

8

0 Amsterdam

≤250 leden

> 250 leden

Aantal leden

Onvoldoende

Matig

Voldoende

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

12

11

Ja

Nee

Eigen sportaccommodatie

Goed

Financiën en accommodatie zijn grootste aandachtspunten Op het gebied van organisatiekracht scoren voetbalverenigingen in de gemeente Amsterdam het hoogst op het criterium leden (figuur 2.2). 91 procent van de verenigingen scoort voldoende tot goed op dit criterium. De voetbalverenigingen in Amsterdam scoren het vaakst onvoldoende op het criterium financiën. 41 procent scoort onvoldoende op dit criterium. In Amsterdam scoren de kleinere voetbalverenigingen (≤ 250 leden) hierop vaker onvoldoende of matig dan de grote voetbalverenigingen (> 250 leden). Naast financiën is accommodatie een aandachtspunt. Van de Amsterdamse voetbalverenigingen scoort 64 procent matig tot onvoldoende op dit criterium. Figuur 2.2 Verdeling scores voetbalverenigingen Amsterdam op criteria van organisatiekracht (in procenten, n=34) 100 15 80

60

80 74

32

32 50 69

62 35

15

21

38 62

15 54 12

26 48 18

40

35 20

0

18 18 9 Leden

41

15 Kader Onvoldoende

18

38

15 Financiën

Beleid

Matig

Voldoende

12 Accommodatie Goed

Gemiddelde score

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

Ongeveer de helft van het ledenaantal bestaat uit jeugdleden De voetbalverenigingen in gemeente Amsterdam hebben gemiddeld ongeveer 650 leden. Het ledenaantal varieert van 30 tot iets meer dan 2.000 leden. Gemiddeld bestaat een voetbalvereniging voor iets minder dan de helft uit leden jonger dan 18 jaar (figuur 2.3). De grootte van de vereniging is hierbij een belangrijke variabele. Bij kleine verenigingen is het aandeel jeugdleden veel kleiner (25%) dan bij de grote verenigingen (53%). 21 procent van de Amsterdamse voetbalverenigingen heeft geen jeugdleden. Dit zijn vooral kleine verenigingen.

Totaal

Figuur 2.3 Opbouw ledenbestand van voetbalverenigingen in Amsterdam naar leeftijd en geslacht (in procenten, n=34) 0

20

Totaal Klein (≤ 250 leden)

40

39 20

60 8

3

72

45

Jongens 0 tot 18 jaar

8

Meiden 0 tot 18 jaar

Heren 18 jaar en ouder

37 Dames 18 jaar en ouder

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

Het gemiddelde aandeel vrouwelijke leden binnen de voetbalverenigingen is 16 procent (figuur 2.3). De kleine verenigingen hebben een lager aandeel vrouwelijke leden dan de grote verenigingen. Niet alle voetbalverenigingen in Amsterdam hebben vrouwelijke leden. Van de 34 verenigingen hebben er 25 meiden of dames onder hun leden (74%). Voornamelijk kleine verenigingen hebben vaak geen vrouwelijke leden. Ledenaantal meestal geen bedreiging voor de toekomst De meeste voetbalverenigingen zien de ontwikkeling van het ledenaantal (voorlopig) niet als een bedreiging voor de toekomst van de vereniging (85%, figuur 2.4). Eén vereniging (3%) ziet de ontwikkeling van het ledental als bedreiging op korte termijn (binnen één jaar) en vier verenigingen (12%) zien een bedreiging op de langere termijn (twee jaar of later). Figuur 2.4 Ontwikkeling ledenaantal als bedreiging voor de toekomst van de vereniging in Amsterdam (in procenten, n=34) 3

12

35

Ja, op korte termijn (binnen 1 jaar) Ja, op langere termijn (over 2 jaar of later)

Nee, voorlopig niet

50

100 8

45

5

Groot (> 250 leden)

80

Nee

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

10

Hoewel 12 procent de afgelopen twee jaar te maken had met een (sterke) daling van het aantal leden, is er maar één vereniging die verwacht dat het ledental het komende jaar (sterk) daalt (figuur 2.5). Nagenoeg de helft van de verenigingen zag de afgelopen twee jaar het aantal leden (sterk) stijgen. Hetzelfde aantal verenigingen verwacht (ook) voor komend jaar een (sterke) stijging. Figuur 2.5 Ledenontwikkeling van de voetbalverenigingen in Amsterdam in de afgelopen twee jaar en de verwachting voor het komende jaar (in procenten, n=34) 0

20

Afgelopen twee jaar

3

Verwachting komend jaar

3

40

9

60

41

Dalen

29

Gelijk blijven

Stijgen

Sterk stijgen

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

Drie kwart van de voetbalverenigingen in Amsterdam (76%) heeft de ambitie om het ledental te doen groeien in 2024, bijvoorbeeld door nieuwe leden te werven of uitstroom van leden af te remmen (niet in figuur). De andere verenigingen hebben geen groeiambitie. Wat betreft leeftijd en geslacht richten de verenigingen zich niet op specifieke groepen bij ledenwerving (niet in figuur). We hebben de voetbalverenigingen ook gevraagd naar mogelijke aanwezigheid van beperkende factoren voor een ledengroeiambitie. 76 procent van de verenigingen geeft aan dat deze bestaan. De meest genoemde factoren zijn een gebrek aan velden en kleedkamers, zowel voor trainingen als wedstrijden, en een gebrek aan vrijwilligers, trainers en coaches.

Eén derde van de voetbalverenigingen heeft gebrek aan vrijwilligers Gemiddeld geven de voetbalverenigingen aan over 68 vrijwilligers (variërend van 5 tot 300) te beschikken. Bij de meeste verenigingen (79%) ontvangen de vrijwilligers (of een deel daarvan) een vrijwilligersvergoeding voor hun werkzaamheden. Twee derde van de verenigingen (68%) geeft aan voldoende vrijwilligers te hebben (figuur 2.6). Toch zijn de meeste van deze verenigingen nog op zoek naar vrijwilligers (21 van de 23 verenigingen).

100

38

50

Sterk dalen

80 9

18

Figuur 2.6 Voetbalverenigingen in Amsterdam met voldoende vrijwilligers, trainers en/of gekwalificeerde trainers/coaches (in procenten) 100 80

68

71

60 34

40

20 0 Vrijwilligers (n=34)

Trainers (n=32)

Gekwalificeerde, opgeleide trainers/coaches (n=32)

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

Twee verenigingen bieden geen trainingen, lessen of cursussen aan. Zij hebben geen trainers. Het overgrote deel van de verenigingen met trainers geeft aan er voldoende te hebben (figuur 2.6). 34 procent van de verenigingen heeft genoeg gekwalificeerde, opgeleide trainers of coaches. Geen enkele vereniging heeft een overschot aan gekwalificeerde trainers/coaches, 40 procent heeft er net genoeg. Iets meer dan de helft van de voetbalverenigingen (56%) heeft betaalde medewerkers in dienst (niet in figuur). Het aantal betaalde medewerkers varieert van 1 tot 22. Grotere verenigingen hebben vaker betaalde medewerkers in dienst dan de kleine voetbalverenigingen. Betaalde medewerkers vervullen verschillende rollen binnen de Amsterdamse voetbalclubs (niet in figuur). 94 procent van de voetbalverenigingen met betaalde medewerker(s) heeft een betaald (hoofd)trainer in dienst. Andere functies voor betaalde medewerkers die veel voorkomen zijn ‘verenigingsmanager’ (53%) en ‘hoofd jeugdopleiding’ (42%). Twee derde van de verenigingen heeft vacatures Twee derde van de voetbalverenigingen heeft momenteel vacatures voor betaalde medewerkers en vrijwilligers. Bij de helft van deze verenigingen staan vacatures open voor cruciale posities binnen de vereniging (figuur 2.7). De meeste openstaande vacatures zijn gericht op vrijwilligers.

Verenigingen zoeken vooral bestuurders (68%) en mensen die toernooien en wedstrijden willen organiseren (68%). Vacatures voor betaalde medewerkers zijn in mindere mate

aanwezig en richten zich voornamelijk op bar- en kantinepersoneel (45%) en trainers/coaches (36%). Zowel grote als kleine verenigingen hebben vacatures openstaan voor vrijwilligers, hoewel de meeste vacatures bij de grotere verenigingen te vinden zijn. Vacatures voor betaalde medewerkers zijn, op een enkele na, alleen te vinden bij de grote voetbalverenigingen. Figuur 2.7 Vacatures voor betaalde medewerkers en vrijwilligers bij voetbalverenigingen in Amsterdam (in procenten, n=34)

32

35

We hebben geen enkele vacature Enkele vacatures maar niet op cruciale posities Enkele vacatures en op cruciale posities

32

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

Helft voetbalverenigingen werkt planmatig Ongeveer de helft van de Amsterdamse voetbalverenigingen (53%) heeft in de afgelopen vier jaar plannen of nieuwe voornemens op papier gezet voor het functioneren van de vereniging of de organisatie van activiteiten (niet in figuur). Werving en behoud vrijwilligers en veilig sportklimaat belangrijkste thema’s Voor verenigingen die met beleidsplannen werken, zijn de werving en het behoud van vrijwilligers en het creëren van een veilig sportklimaat de belangrijkste thema’s (figuur 2.8). Voor beide onderwerpen heeft 72 procent van de verenigingen plannen. Andere thema’s die voor de voetbalverenigingen belangrijk geweest zijn de afgelopen vier jaar, zijn sporttechnische zaken, werving en behoud van leden en aandacht voor jeugd. Meer dan de helft van de verenigingen heeft hiervoor de afgelopen jaren plannen gemaakt.

Figuur 2.8 Onderwerpen beleidsplannen van voetbalverenigingen in Amsterdam afgelopen vier jaar (in procenten, n=18, meerdere antwoorden mogelijk) 0

20

40

60

80

Werving en behoud vrijwilligers

72

Sportiviteit en respect/veilig sportklimaat

72

Sporttechnische zaken

67

Werving en behoud leden

61

Jeugd

56

Sfeer/cultuur op en van de vereniging

44

Financiën

44

Communicatie/PR/publiciteit

33

Professioneel kader (werven, behouden)

33

Beheer en onderhoud accommodatie

33

Realiseren van (top)sportambities

33

Competitie

28

Samenwerking met niet-sportorganisaties

22

Kwaliteit (verbeteren) sportaanbod

22

Activiteitenaanbod

11

Deskundigheid verenigingskader

11

Ontwikkelen (nieuw) sportaanbod

11

Opzetten van aanvullende diensten

11

Samenwerking met onderwijs

11

Samenwerking andere sportverenigingen

11

Specifieke doelgroepen

100

6

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

Verder lopen de onderwerpen uit de plannen van de voetbalverenigingen uiteen (zie figuur 2.8). Extra aandacht en inzet voor specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld ouderen of mindervalide sporters) heeft slechts één vereniging opgenomen in haar beleidsplannen de afgelopen vier jaar. Veilig sportklimaat ook het belangrijkste speerpunt We hebben alle voetbalverenigingen gevraagd naar hun drie belangrijkste speerpunten voor het komende jaar. Ze noemen een breed scala aan aandachtspunten. Geen enkel speerpunt werd door een meerderheid van de verenigingen genoemd (figuur 2.9).

Figuur 2.9 Speerpunten van voetbalverenigingen in Amsterdam voor komend jaar (in procenten, n=34, max. drie antwoorden per vereniging mogelijk) 0

20

40

60

Sportiviteit en respect/veilig sportklimaat

41

Werving en behoud vrijwilligers

38

Werving en behoud leden

32

Sfeer en cultuur op en van de vereniging

29

Jeugd

26

Beheer en onderhoud accommodatie

80

100

21

Financiën

15

Realisatie nieuwe/eigen accommodatie

15

Ontwikkelen van nieuw sportaanbod

12

Deskundigheid verenigingskader

9

Professioneel kader (werven, behouden)

9

Kwaliteit verbeteren bestaand aanbod

9

Opzetten van aanvullende diensten

9

Publiciteit, PR, communicatie

6

Samenwerking met andere sportvereniging(en)

6

Realiseren van (top)sportambities

6

Activiteitenaanbod

3

Samenwerking met niet-sportorganisaties

3

Competitie

3

Sporttechnische zaken

3

Anders

3

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

Een veilig sportklimaat/sportiviteit en respect is het meest genoemde speerpunt. 41 procent van de voetbalverenigingen bestempelde dit als een van de drie belangrijkste speerpunten voor het komende jaar (figuur 2.9). Vooral kleine voetbalverenigingen noemden dit vaak. Andere breder gedeelde aandachtspunten zijn werving en behoud van vrijwilligers en leden. Sportmedische zaken, samenwerking met onderwijs, en aandacht en inzet voor specifieke doelgroepen noemde geen enkele voetbalvereniging als een van de drie belangrijkste speerpunten voor het komende jaar. Meeste zorgen over vrijwilligers en accommodatie Bijna alle voetbalverenigingen in Amsterdam geven aan één of meerdere problemen te ervaren (97%) (niet in figuur). Bij een kwart van de voetbalverenigingen spelen er één of meerdere zeer grote problemen (24%).

De ontwikkeling van het aantal vrijwilligers vormt een (zeer) groot probleem voor twee vijfde van de voetbalverenigingen (38%, zie figuur 2.10). De drie verenigingen waarvoor het een zeer groot probleem is, geven ook aan dat dit het voortbestaan van de vereniging bedreigt. Figuur 2.10 Ervaren problemen door de voetbalverenigingen in Amsterdam (in procenten, n=34) 0

20

Ontwikkeling aantal vrijwilligers

9

De beschikbaarheid van sportaccommodatie(s)

15

Ontwikkeling aantal trainers/instructeurs/lesgevers

3

9

Financiële situatie van de vereniging

6

6

Wet- en regelgeving

9

21

Concurrentie van lokale sportaanbieders

3 3

29

Ontwikkeling ledenbestand

6

Een groot probleem

29

18 32

15 15

15

26

50 18

47

26

50

21

71

Een klein probleem

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

Een ander onderwerp van zorg voor een groot deel van de voetbalverenigingen is de beschikbaarheid van de sportaccommodatie. Ruim een kwart ervaart een (zeer) groot probleem op dit vlak. 15 procent zien dit als een zeer groot probleem en voor al deze verenigingen bedreigt dit ook hun voortbestaan. Opvallend is dat het vooral verenigingen met een eigen sportaccommodatie zijn die een zeer groot probleem hebben met de beschikbaarheid van de accommodatie (vier van de vijf hebben een eigen accommodatie). Een aantal verenigingen ervaart (zeer) grote problemen wat betreft de ontwikkeling van de energielasten, het aantal trainers/instructeurs/lesgevers of de financiële situatie (figuur 2.10). Op het vlak van wet- en regelgeving, ledenbehoud en veranderingen in de bevolkingssamenstelling van de regio ervaren verenigingen geen zeer grote problemen. Wel zijn hier enkele verenigingen met grote of matige problemen. Opmerkelijk is dat veel voetbalverenigingen werving en behoud van leden als een belangrijk speerpunt voor komend jaar zien (zie figuur 2.9), terwijl slechts een enkele vereniging dit als een groot knelpunt ervaart. Het knelpunt ‘ontwikkeling aantal vrijwilligers’ komt wel overeen met een vaak genoemd speerpunt.

21 50

21

Een matig probleem

15 29

35

24

100

24

35

18

3 6

80

24

12

6

Een zeer groot probleem

60

29

Ontwikkeling energielasten

Veranderingen in de bevolkingssamenstelling in de regio

40

Geen probleem

Concurrentie vooral van andere voetbalverenigingen Ruim de helft van de voetbalverenigingen in Amsterdam geeft aan een probleem te hebben met concurrentie van andere lokale sportaanbieders. Deze verenigingen ervaren vooral concurrentie van andere lokale voetbalverenigingen (83%) en van commerciële sportaanbieders (46%) (niet in figuur). Goede interne samenwerking We hebben de voetbalverenigingen drie stellingen voorgelegd over de interne samenwerking binnen de vereniging en hun visie (figuur 2.11). De samenwerking binnen de voetbalverenigingen in gemeente Amsterdam wordt gewaardeerd. De meeste verenigingen vinden dat er sprake is van een goede samenwerking tussen bestuur, commissies, vrijwilligers en andere betrokkenen. Figuur 2.11 Stellingen over visie en interne samenwerking, volgens voetbalverenigingen in Amsterdam (in procenten, n=34) 0

20

Er bestaat een goede samenwerking tussen bestuur, commissies, vrijwilligers en andere betrokkenen De vereniging beschikt over een duidelijke missie en visie voor de lange termijn

Het bestuur peilt ieder jaar wat er leeft onder de leden

40

60

18

82

9

21

15

71

24

(Helemaal) niet

62

Enigszins

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

Ruim twee derde van de voetbalverenigingen geeft aan te beschikken over een duidelijke missie en visie voor de lange termijn. Dit geldt in gelijke mate voor de kleinere en de grotere voetbalverenigingen. Bij een groot deel van de voetbalverenigingen staat het bestuur in nauw contact met de leden. Zes op de tien verenigingen peilen jaarlijks wat er leeft onder de leden (62%, figuur 2.11). Vooral de grote verenigingen geven aan dat dit maar enigszins of (helemaal) niet het geval is.

Ruim de helft van de voetbalverenigingen financieel gezond Ruim de helft van de Amsterdamse voetbalverenigingen ziet zichzelf als (zeer) gezond op financieel vlak (56 procent, figuur 2.12). Drie verenigingen geven aan dat de financiële situatie zorgwekkend of minder gezond is.

80

(Helemaal) wel

100

Figuur 2.12 Eigen inschatting financiële positie voetbalverenigingen Amsterdam (in procenten, n=34) 3 21

6

Zorgwekkend Minder gezond 35

Redelijk Gezond

35

Zeer gezond

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

De verenigingen die aangeven een zorgwekkende of minder gezonde financiële positie te hebben, linken deze situatie aan de accommodatie die gerenoveerd of nieuw gebouwd moet worden. Een deel van de verenigingen met een redelijke financiële positie is bezig de financiën te verbeteren nadat deze een tijd problematisch geweest zijn. Andere verenigingen geven aan voldoende inkomsten te hebben om te blijven draaien, maar geen reserves op te kunnen bouwen. De (zeer) gezonde verenigingen geven vaak aan al jaren een positieve balans te hebben. Hierdoor hebben ze buffers op kunnen bouwen die ze nu kunnen gebruiken om stijgende kosten op te vangen of duurzaamheidsinvesteringen te doen. Bijna twee derde heeft onvoldoende ruimte voor onverwachte uitgaven Vier op de tien Amsterdamse voetbalverenigingen (38%) stellen dat ze voldoende ruimte in hun begroting hebben voor onverwachte uitgaven, zonder hiervoor reserveringen aan te hoeven spreken (figuur 2.13). Bijna een derde (32%) geeft aan hiervoor (helemaal) geen ruimte te hebben in de begroting. De meeste verenigingen (71%) geven aan jaarlijks aan alle financiële verplichtingen te kunnen voldoen. 6 procent kan dit (helemaal) niet. Bijna twee derde van de voetbalverenigingen in Amsterdam (65%) denkt een aantal jaren vooruit in hun financieel beleid. Twee verenigingen (6%) geven aan dit (helemaal) niet te doen.

Vooral grote verenigingen geven aan rekening te houden met de langere termijn bij het vaststellen van financieel beleid. Ruim de helft van de voetbalverenigingen in Amsterdam (56%) heeft jaarlijks een positief financieel resultaat. 35 procent geeft aan dat dit voor hun vereniging enigszins het geval is. Drie verenigingen, alle drie met minder dan 250 leden, zeggen jaarlijks geen positief resultaat te behalen.

Figuur 2.13 Stellingen over financiën, volgens voetbalverenigingen in Amsterdam (in procenten, n=34) 0

20

De vereniging kan jaarlijks aan alle financiële verplichtingen voldoen.

6

De vereniging denkt bij het financieel beleid een aantal jaren vooruit.

6

De vereniging heeft jaarlijks een positief financieel resultaat.

9

De vereniging heeft (zonder reserveringen aan te spreken) altijd ruimte binnen haar begroting voor onverwachte uitgaven. (Helemaal) niet

40

60

24

71

29

65 35

32

Enigszins

56 29

(Helemaal) wel

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

De meeste voetbalverenigingen in de gemeente Amsterdam (71%) beschikken over een eigen sportaccommodatie of -complex en kantine. Eén vereniging (3%) heeft alleen een eigen sportaccommodatie of -complex, 12 procent heeft alleen een eigen kantine. 15 procent van de verenigingen heeft geen eigen sportaccommodatie of -complex en geen eigen kantine. Ontevredenheid onder voetbalverenigingen over de accommodatie Ongeveer de helft van de voetbalverenigingen in gemeente Amsterdam is tevreden over de accommodatie waar ze gebruik van maken (figuur 2.14). Er zijn geen grote verschillen te zien in mate van ontevredenheid tussen voetbalverenigingen met en zonder eigen sportaccommodatie of -complex. Het meest positief zijn de verenigingen over de staat van de accommodatie waarvan ze gebruikmaken. Ruim de helft van de verenigingen (56%) geeft aan (helemaal) tevreden te zijn. Toch is ook een derde van de verenigingen (zeer) ontevreden. Opvallend is dat dit ook geldt voor een groot deel van de verenigingen met een eigen sportaccommodatie of -complex. Zij zijn zelf eigenaar en/of verantwoordelijk voor het onderhoud van de accommodatie. Het grootste knelpunt voor de voetbalverenigingen in Amsterdam is de beschikbaarheid van de sportaccommodaties en -complexen op langere termijn.

Slechts één derde van de verenigingen denkt nog jaren vooruit te kunnen met de huidige accommodatie op basis van de beschikbare uren (figuur 2.14). 41 procent van de verenigingen geeft zelfs aan (helemaal) niet vooruit te kunnen met hun accommodatie op de lange termijn.

80

38

100

Figuur 2.14 Stellingen over onderhoud en staat accommodatie, volgens voetbalverenigingen in Amsterdam (in procenten, n=34) 0 De vereniging kan op elk gewenst moment over de accommodatie beschikken conform de behoefte

20 21

40

60

80

32

47

Zaken als financiering, huur, onderhoud, beheer, exploitatie en privatisering van de accommodatie verlopen naar wens en zijn helder

29

18

53

De accommodatie is in goede staat

32

12

56

Met (het aantal beschikbare uren in) de huidige accommodatie op de huidige locatie kunnen we nog jaren vooruit

(Helemaal) niet

41

Enigszins

24

(Helemaal) wel

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

Over de beschikbaarheid van de accommodatie is ook ontevredenheid. De helft van de verenigingen kan op elk gewenst moment en naar behoefte gebruik maken van de sportaccommodatie, 21 procent (helemaal) niet. De praktische zaken rondom het gebruik van de sportaccommodaties zijn ook niet voor iedereen helder en naar wens. De helft geeft aan dat dit (helemaal) het geval is. Een laatste punt van aandacht is de veiligheid op en rondom de sportaccommodaties van de voetbalverenigingen. Meer dan de helft van de verenigingen (56%) geeft aan (zeer) ontevreden te zijn over de veiligheid (niet in figuur). De ontevredenheid is iets groter onder voetbalverenigingen met een eigen accommodatie dan bij verenigingen zonder eigen accommodatie.

35

100

Hoofdstuk 3

Om meer inzicht te krijgen in de bredere maatschappelijke oriëntatie van sportverenigingen buiten het aanbieden van regulier sportaanbod hebben we de index maatschappelijke oriëntatie ontwikkeld. In dit hoofdstuk bespreken we de resultaten van de voetbalverenigingen in Amsterdam daarop. De index bestaat uit twee criteria: maatschappelijke activiteit en maatschappelijke intentie. Maatschappelijke activiteit staat voor de mate waarin verenigingen actief een maatschappelijke rol vervullen. Maatschappelijke intentie staat voor de houding van verenigingen ten opzichte van een actieve bredere maatschappelijke rol. De score per criterium delen we in onvoldoende, matig, voldoende of goed in. De scores van de twee criteria bepalen de mate van brede maatschappelijke oriëntatie van een vereniging. Zie bijlage 2 voor meer uitleg over de methode.

Twee derde scoort voldoende op maatschappelijke oriëntatie In Amsterdam scoort 68 procent van de voetbalverenigingen voldoende of goed op maatschappelijke oriëntatie (figuur 3.1). 21 procent van de voetbalverenigingen scoort matig en 12 procent scoort onvoldoende. Figuur 3.1 Maatschappelijke oriëntatie van voetbalverenigingen in Amsterdam (in procenten, n=34) 100 21

24

11

80

60

11

47

44

0

22

48

44

60

40

20

20

21

11 24

33

Amsterdam

22

12

12 ≤250 leden

4

8

> 250 leden

Ja

Aantal leden

Onvoldoende

Matig

Nee

Eigen sportaccommodatie

Voldoende

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

Goed

Er is een groot verschil tussen de kleine voetbalverenigingen (≤ 250 leden) en de grote (> 250 leden). De kleine voetbalverenigingen scoren een stuk slechter. Er is nauwelijks verschil tussen voetbalverenigingen met en zonder eigen accommodatie. Helft voetbalverenigingen is maatschappelijk actief De helft van de voetbalverenigingen in Amsterdam blijkt, volgens de criteria, voldoende of goed maatschappelijk actief (figuur 3.2). Vooral de grote verenigingen (> 250 leden) scoren voldoende of goed. Figuur 3.2 Verdeling scores criteria maatschappelijke oriëntatie van voetbalverenigingen in Amsterdam (in procenten, n=34) 100 12 80 38 60

21

53 75

56

64

Goed

47

Voldoende Matig

40 38

Onvoldoende

29

Gemiddelde score 21

20 9 12

9

12

Maatschappelijk actief

Maatschappelijke intentie

Totaal

0

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

Alleen enkele kleine voetbalverenigingen in Amsterdam scoren onvoldoende op het criterium maatschappelijke activiteit. Kleinere verenigingen zijn in mindere mate actief in het uitvoeren van maatschappelijke activiteiten. Zich oriënteren op de maatschappij is voor deze verenigingen vaak lastiger dan hun eigen organisatie op peil houden. Maatschappelijke activiteiten nemen naar verwachting toe De meeste voetbalverenigingen (82%) hebben plannen voor maatschappelijke activiteiten of hebben een positieve houding tegenover een bredere maatschappelijke oriëntatie van hun vereniging (figuur 3.2). Deze verenigingen scoren voldoende of goed op het criterium maatschappelijke intentie. De overige 18 procent is gelijk verdeeld over verenigingen die matig en onvoldoende scoren. Hier zitten evenveel grote als kleine verenigingen bij.

Grootste deel van de voetbalverenigingen heeft samenwerkingen Het afgelopen jaar hebben de meeste voetbalverenigingen (91%) samengewerkt met één of meerdere organisaties (figuur 3.3). De gemeente is de organisatie waarmee de meeste voetbalverenigingen samengewerkt hebben. Andere veel genoemde samenwerkingspartners zijn andere sportverenigingen (59%) en de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) (56%) . Figuur 3.3 Organisaties waar voetbalverenigingen in Amsterdam het afgelopen jaar mee hebben samengewerkt en waar ze interesse in hebben om mee samen te werken (in procenten, meerdere antwoorden mogelijk, n=34) 0

20

Gemeente

40

59

12

KNVB

9

(Sport)fysiotherapeut/huisartsen

9

56 41

School

35

15

Bedrijven

29

24

Jeugdorganisaties

26

21 24 24 24

Ajax (Foundation) NOC*NSF

18 18

Na- en buitenschoolse opvang Buurt-/wijk-/welzijnsorganisatie

15

Commerciële dienstverlener

15

3

Politie/Justitie Sportraad

6 6

Sportschool/fitnesscentrum

6

Sciandri

6

GGD

3 3

Dynamo

3

21 44

12 26 18

12 9

Topsport Amsterdam

24

Dock

15

Combiwel

15

Geen enkele samenwerking

38

26

Team Sportservice Amsterdam

6 9

80 71

18

Andere sportvereniging(en)

Revalidatie- en/of zorginstelling

60

15 Samengewerkt

Belangstelling

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

100

Er zijn drie Amsterdamse voetbalverenigingen (9%) die met geen enkele organisatie samengewerkt hebben. Dit zijn alle drie kleine verenigingen. De voetbalverenigingen in Amsterdam zijn positief gestemd over hun samenwerkingspartners. De verenigingen die samenwerken met een of meerdere organisaties, willen deze samenwerking(en) behouden en soms intensiveren (niet in figuur). Het merendeel van de voetbalverenigingen (85%) heeft ook belangstelling voor een of meerdere nieuwe samenwerkingen (figuur 3.3). Voor samenwerking met buurt/wijk-/welzijnsorganisaties is het meeste animo (44%). Andere partners waar Amsterdamse voetbalverenigingen veel belangstelling voor hebben, zijn de sportraad, scholen, bedrijven en Ajax (Foundation). Ook enkele partners die nu nog niet samenwerken met een voetbalvereniging staan in de belangstelling, zoals Topsport Amsterdam, Dock en Combiwel. Opvallend is dat geen enkele vereniging heeft samengewerkt met instellingen voor kunst en cultuur of MEE en dat hier ook geen belangstelling voor is (niet in figuur). Drie kwart van de voetbalverenigingen betrokken bij projecten Het afgelopen jaar is drie kwart van de voetbalverenigingen in Amsterdam betrokken geweest bij een of meer sportprojecten/-functionarissen (figuur 3.4).

De betrokkenheid bij het Jeugd Fonds Sport was het grootst (65%), gevolgd door Stadspas 18- en verenigingsondersteuning vanuit de gemeente (respectievelijk 44% en 35%). Vooral kleine verenigingen zijn het afgelopen jaar niet betrokken geweest bij activiteiten of projecten (zes van de acht). De animo om ook komend seizoen betrokken te worden of blijven bij een project of samenwerking met een functionaris is groot. Een vijfde van de voetbalverenigingen (18%) geeft aan hierin geen interesse te hebben. Naast de projecten en functionarissen die het afgelopen jaar al veel belangstelling genoten, is de interesse in betrokkenheid bij het Sportakkoord en de subsidieregeling Sociale Basis groot (beide 35%). Ook Team:fit (gezonde sportkantine), het afgelopen jaar nog zonder samenwerking met de Amsterdamse voetbalverenigingen, kan rekenen op belangstelling.

Figuur 3.4 Projecten/functionarissen/activiteiten/regelingen waar voetbalverenigingen in Amsterdam het afgelopen jaar bij betrokken waren en/of belangstelling voor hebben (in procenten, meerdere antwoorden mogelijk, n=34) 0

20

40

60

Jeugd Fonds Sport

47

Stadspas 18-

38

Verenigingsondersteuning (een cursus of maatwerk) via gemeente Amsterdam

35

Het Sportakkoord

24

Geen van deze activiteiten/projecten

18

24

Subsidieregeling Sociale Basis

18

Amsterdamse Sport- en Beweegweek

18

Clubkadercoaches

12

Sportstimuleringsprojecten zoals kennismakingslessen en naschools sportaanbod en evenementen

12

Buurtsportcoach

9

Stadspas 55+

9

Team:fit (gezonde sportkantine) Anders

44 44

35

35 32 29 29 29 24

21 3

6

Geen van deze activiteiten/projecten Betrokken bij geweest

18

24

Belangstelling

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

Drie kwart voetbalverenigingen heeft aanbod voor niet-leden Bijna drie kwart van de voetbalverenigingen (74%) in Amsterdam organiseerde afgelopen jaar sportaanbod waarbij niet-leden welkom waren (figuur 3.5). Bij de meeste verenigingen (59%) bleef het aanbod beperkt tot één of twee keer per jaar/seizoen. 15 procent organiseerde zulke activiteiten met enige regelmaat. Negen voetbalverenigingen organiseerden het afgelopen jaar/seizoen geen enkele keer (sport)activiteiten waarbij deelname openstond voor niet-leden.

80 65

100

Figuur 3.5 Organiseren van (sport)activiteiten waarbij deelname openstond voor nietleden door voetbalverenigingen in Amsterdam (in procenten, n=34)

Ja, 1-2 keer per jaar/seizoen 26 Ja, ongeveer een keer per kwartaal 6

Ja, 5 of meer keer per jaar/seizoen

59 9

Nee

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

Weinig aandacht voor vernieuwing sport- en spelactiviteiten Ongeveer de helft van de voetbalverenigingen is beperkt actief of zeer actief bezig met het introduceren van nieuwe sport- en spelactiviteiten voor nieuwe/potentiële leden (59%), eigen leden (56%) en/of specifieke doelgroepen (50%) (figuur 3.6). Figuur 3.6 Aanbieden van activiteiten voor leden en niet-leden door voetbalverenigingen in Amsterdam (in procenten, n=34) 0

20

Flexibiliseren van lidmaatschappen/contributievormen

40

15

29

Introduceren van nieuwe sport- en spelactiviteiten voor de eigen leden

6

50

Introduceren van (nieuwe) sport- en spelactiviteiten voor nieuwe/potentiële leden

6

53

Introduceren van (nieuwe) sport- en spelactiviteiten voor specifieke doelgroepen

6

44

Beperkt actief

Niet actief

Zeer actief

80 53

38 47

N.v.t.

Voor het flexibiliseren van lidmaatschappen/contributievormen is iets minder aandacht. Hoewel een aantal, vooral grote, verenigingen hier zeer actief mee bezig is (15%), geeft ongeveer de helft van de verenigingen aan hier niet actief mee bezig

100 3

38

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

te zijn (53%).

60

6 3 3

Meeste activiteiten rondom veiligheid, normen en waarden Alle voetbalverenigingen in Amsterdam onderschrijven dat sportverenigingen (enigszins) een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben (niet in figuur). Veel voetbalverenigingen zijn dan ook betrokken bij maatschappelijke thema’s of projecten (figuur 3.7). Vooral op de thema’s normen en waarden, veilig sportklimaat (68%) en (sociale) veiligheid (62%) voeren veel voetbalverenigingen al activiteiten uit. Iets minder dan de helft voert activiteiten uit voor kwetsbare doelgroepen en ruim één derde is betrokken bij duurzaamheidsprojecten. Kleine verenigingen zijn actiever bezig met maatschappelijke thema’s dan grote verenigingen (niet in figuur). Figuur 3.7 Betrokkenheid voetbalverenigingen in Amsterdam bij maatschappelijke thema’s en/of projecten (in procenten, n=34) 0

20

40

Normen en waarden, veilig sportklimaat

60

80

68

(Sociale) veiligheid

21

62

Activiteiten voor kwetsbare doelgroepen

26

47

Duurzaamheid, milieu

15

38

15

18

Bevorderen sportdeelname van andere (doel)groepen dan reguliere leden

24

Leefbaarheid in de wijk/buurt/omgeving van de club

24

Gezondheid, gezonde leefstijl

21

12

Werkgelegenheidsproject/arbeidsre-integratie

21

9

35 26

Aandachtspunt korte termijn

Geen belangstelling

N.v.t.

12

29

18

Voeren activiteiten uit

100

24 47 29

Meer aandacht voor gezondheid, leefbaarheid en andere doelgroepen Gezondheid en een gezonde leefstijl, leefbaarheid in de wijk/buurt/omgeving en het bevorderen van sportdeelname van niet-leden behoren op het moment nog maar bij ruim 20 procent van de verenigingen tot de activiteiten (figuur 3.7). Deze drie thema’s zijn wel aandachtspunten voor (ruim) de helft van de Amsterdamse voetbalverenigingen. Vooral leefbaarheid in de wijk/buurt/omgeving is regelmatig een prominent agendapunt voor de korte termijn (26% van de verenigingen). Werkgelegenheid en arbeidsre-integratie is het thema waarvoor de verenigingen de minste belangstelling hebben. Een op de vijf verenigingen voert activiteiten uit op dit thema. 38 procent heeft het als aandachtspunt voor korte of lange termijn.

3

9

3

12 9

6

15

9

18

9 15

26

Aandachtspunt lange termijn

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

9

6 15

Hoofdstuk 4

In dit hoofdstuk bespreken we hoe de voetbalverenigingen in Amsterdam tot de vier verschillende segmenten van de vitaliteitsindex behoren. Dat brengen we in beeld door organisatiekracht en maatschappelijke oriëntatie te combineren. De matrix die zo ontstaat kan een hulpmiddel zijn voor segmentatie van verenigingen en kan maatwerk bieden bij ondersteuning. Met de vitaliteitsindex zijn globaal vier soorten verenigingen te onderscheiden: de zogeheten kwetsbare verenigingen, maatschappelijke verenigingen, krachtige verenigingen en vitale verenigingen. Een vitale vereniging is volgens deze index een organisatiekrachtige vereniging die maatschappelijk georiënteerd is. Bijna twee op de vijf voetbalverenigingen een vitale vereniging Dertien voetbalverenigingen in Amsterdam (38%) behoren tot het segment vitale vereniging (figuur 4.1). Deze verenigingen hebben voldoende organisatiekracht en zijn maatschappelijk georiënteerd. Het gaat hierbij vooral om grote voetbalverenigingen (> 250 leden). Slechts één kleine voetbalvereniging (≥ 250 leden) kan zich een vitale vereniging noemen. Amsterdam heeft ook een aanzienlijk aantal maatschappelijke verenigingen (29%). Deze voetbalverenigingen scoren voldoende of goed op maatschappelijke oriëntatie, maar hebben moeite met de organisatie van de vereniging. Het gaat hier vooral om grote verenigingen met een eigen sportaccommodatie of -complex.

Als deze verenigingen hun organisatiekracht verbeteren, kunnen ze doorgroeien naar het segment vitale vereniging. Figuur 4.1 Matrix vitaliteit voetbalverenigingen (in procenten, n=34

Maatschappelijk totaal

Organisatiekracht totaal

Onvoldoende

Onvoldoende

Matig

Voldoende

3

3

6

9

3

18

21

6

9

Kwetsbaar Matig

3

Voldoende

6

Goed

0

Maatschappelijk

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

Goed Krachtig

0 6

Vitaal

3 6

Een op de vijf voetbalverenigingen is kwetsbaar 18 procent van de voetbalverenigingen in Amsterdam scoort op zowel organisatiekracht als maatschappelijke oriëntatie onvoldoende/matig (figuur 4.1): dit zijn kwetsbare verenigingen. Vier van de zes kwetsbare voetbalverenigingen in Amsterdam zijn kleine verenigingen. Vijf van de zes hebben een eigen sportaccommodatie of -complex 15 procent van de voetbalverenigingen behoort tot de categorie ‘krachtige vereniging’. Dit zijn verenigingen met voldoende organisatiekracht, maar (nog) nauwelijks maatschappelijke oriëntatie. Tot de krachtige verenigingen behoren relatief veel kleine voetbalverenigingen in Amsterdam. Krachtige verenigingen kunnen vitale verenigingen worden. Wanneer de organisatie goed en sterk is, hebben de verenigingen mogelijkheden om buiten de vereniging te kijken.

Hoofdstuk 5

In dit hoofdstuk gaan we in op de thema’s vaardig in bewegen, positieve sportcultuur en duurzaamheid uit het Nationaal Sportakkoord. Het doel van het Nationaal Sportakkoord is om zoveel mogelijk mensen met plezier te laten sporten en bewegen. Daarvoor zijn zes ambities geformuleerd: inclusief sporten & bewegen, duurzame sportinfrastructuur, vitale sport- en beweegaanbieders, positieve sportcultuur, vaardig in bewegen en topsport die inspireert. In een lokaal sportakkoord, zoals het sportakkoord van Amsterdam, maken partijen afspraken over hoe zij met elkaar de ambities op het gebied van sport en bewegen binnen hun gemeente willen bereiken. In het Amsterdams Sportakkoord1 wordt voornamelijk ingezet op sociale veiligheid, positieve sportcultuur en de ondersteuning van trainers en coaches.

Leden met beperking of chronische aandoening bij een op de drie voetbalverenigingen Een derde van de voetbalverenigingen (32%) heeft leden met een beperking en/of chronische aandoening (niet in figuur). De helft van de verenigingen heeft dit niet. De overige voetbalverenigingen weten dit niet van hun leden of willen dit niet delen. Bij de meeste voetbalverenigingen met leden met een beperking en/of chronische aandoening is deze groep leden de afgelopen twee jaar ongeveer even groot gebleven. Eén vereniging geeft aan dat ze meer leden met een beperking en/of chronische aandoening hebben mogen verwelkomen. Twee verenigingen hebben te maken gehad met een daling. Drie kwart van de verenigingen heeft diversiteitsbeleid voor werving Drie kwart van de voetbalverenigingen in Amsterdam houdt rekening met diversiteit bij de werving en keuze van bestuurders. 62 procent doet dit ook bij trainers/coaches (figuur 5.1). Van de kleine voetbalverenigingen hebben iets minder verenigingen aandacht voor diversiteit in het wervingsproces dan bij de grote verenigingen. Aan de voetbalverenigingen met een diversiteitsbeleid bij de werving van bestuurders (en trainers/coaches) hebben we gevraagd waarop dit beleid zich richt (niet in figuur). Het meest noemen zij geslacht (77%), etniciteit (73%) en leeftijd

1

Gemeente Amsterdam. 2020. Amsterdams Sportakkoord.

(62%). Seksuele voorkeur en een mogelijke beperking bij een kaderlid krijgen minder aandacht in het diversiteitsbeleid. Figuur 5.1 Diversiteit bij de werving en keuze van bestuurders en/of trainers/coaches (in procenten, n=34)

15

24

Ja, alleen bij bestuurders Ja, bij zowel bestuurders als trainers/coaches

Nee 62

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

Meeste verenigingen zien diversiteit als meerwaarde De meeste voetbalverenigingen (88%) geven aan dat ze de meerwaarde zien van streven naar een divers kader en ledenbestand (figuur 5.2). Geen enkele vereniging is het (zeer) oneens met die stelling. Daarnaast zijn zeven op de tien voetbalverenigingen tevreden met de huidige vertegenwoordiging van verschillende groepen in het kader. Figuur 5.2 Stellingen over diversiteit bij Amsterdamse voetbalverenigingen (in procenten, n=34) 0

20

Onze vereniging ziet meerwaarde in het streven naar diversiteit onder leden en kader

Zeer eens

Eens

Neutraal

47

12

21

Oneens

29

21

35

21

35

Zeer Oneens

Weet niet/n.v.t.

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

100 12

21

38

15

80

53

24

Wij ervaren weinig bereidheid onder vrouwen voor bestuursen/of trainer/coachfuncties Wij ervaren weinig bereidheid onder etnische minderheden voor bestuurs- en/of trainer/coachfuncties

60

35

Wij zijn tevreden over de vertegenwoordiging van verschillende groepen leden in het bestuurlijk en sporttechnisch kader Streven naar diversiteit in kaderfuncties is een luxeprobleem: het is al lastig genoeg om competente bestuurders en trainers te vinden die iets voor de club willen doen

40

6 3

12

9

15

9

24

6

De helft van de Amsterdamse voetbalverenigingen vindt diversiteit een luxeprobleem. Voetbalverenigingen hebben überhaupt al moeite om voldoende (gekwalificeerde) vrijwilligers, bestuurders en/of trainers/coaches te vinden wanneer ze geen rekening houden met diversiteit binnen de vereniging (zie ook paragraaf 3.2). Vooral onder kleine verenigingen leeft dit sentiment sterk. (Ruim) de helft van de voetbalverenigingen geeft aan voldoende bereidheid te ervaren onder vrouwen of etnische minderheden voor kaderfuncties (respectievelijk 50% en 59%).

De vragen over ‘van jongs af aan vaardig in bewegen’ hebben we alleen gesteld aan voetbalverenigingen met leden in de leeftijdscategorie tot 12 jaar (79%). Kinderen mogen gemiddeld op een leeftijd van 5 jaar komen sporten bij voetbalverenigingen in Amsterdam. Bij acht voetbalverenigingen zijn kinderen welkom vanaf 4 jaar. Voetbalverenigingen die werken met selectieteams (n=19) voor kinderen, beginnen hier gemiddeld mee als kinderen 10 jaar oud zijn. Acht voetbalverenigingen werken niet met selectieteams. De meeste verenigingen (92%) hebben altijd of vaak aandacht voor een verschillende aanpak van kinderen die past bij hun leeftijd (figuur 5.3). Ruim de helft van de voetbalverenigingen (60%) besteedt bij kinderen tot 8 jaar even veel aandacht aan brede ontwikkeling van de beweegvaardigheden van de kinderen als het aanleren van voetbaltechnieken. Figuur 5.3 Stellingen over vaardig in bewegen, volgens voetbalverenigingen in Amsterdam (in procenten, n=27) 0

20

Bij de activiteiten/trainingen voor kinderen werken we heel bewust met een verschillende aanpak voor de verschillende leeftijdsgroepen

40

60

80

59

Voor kinderen tot 8 jaar besteden we aan brede ontwikkeling van beweegvaardigheden net zoveel aandacht als aan het aanleren van de eigen sporttechniek

22

Bij het bevorderen van de beweegvaardigheid van kinderen werken we als club samen met scholen en ouders

7

Onze lessen/trainingen voor kinderen zijn heel gevarieerd en niet alleen gericht op de eigen tak van sport

7

33

37

22

15

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

Vaak

15

33

44

Altijd

4 4

26

22

100

15

33

Soms

Zelden

Nooit

De Amsterdamse voetbalverenigingen werken weinig samen met scholen en ouders om de beweegvaardigheid van kinderen te bevorderen. De helft doet dit zelden of nooit (figuur 5.3). 7 procent zegt dit altijd te doen. Daarnaast zijn trainingen voor kinderen bij veel voetbalverenigingen weinig gevarieerd en vooral gericht op voetbal. Vier op de vijf voetbalverenigingen geven aan soms of zelden gevarieerde training aan te bieden die niet alleen op voetbal is gericht.

De meeste verenigingen geven aan dat onwenselijk gedrag van leden en/of het kader niet of nauwelijks een probleem is (niet in figuur). Bij slechts één voetbalvereniging in Amsterdam is het een groot probleem. Alle verenigingen die behoorlijke of grote problemen hebben met onwenselijk gedrag, behoren tot de grote voetbalverenigingen. Bijna alle verenigingen nemen maatregelen voor een veilige sportomgeving Nagenoeg alle verenigingen hebben beleid dat een sociaal veilige sportomgeving moet bevorderen (figuur 5.4). Slechts één vereniging geeft aan dit niet te hebben (3%). De aanwezigheid van een vertrouwenscontactpersoon (97%) en het werken met een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voor kaderleden (94%) zijn de meest voorkomende maatregelen. Ook gedragsregels zijn bij nagenoeg alle verenigingen aanwezig (97%, niet in figuur), al hebben ze deze op verschillende wijze vastgelegd (zie figuur 5.4). Figuur 5.4 Maatregelen ter bevordering van een sociaal veilige sportomgeving (in procenten, n=34, meerdere antwoorden mogelijk) 0

20

40

60

80

Vertrouwenscontactpersoon

97

VOG voor bestuursleden, trainers en/of vrijwilligers

94

Gedragsregels in huisregels

71

Gedragsregels in statuten of regelement

59

Gedragsregels in andere vorm (bv. poster, website)

50

Klachtenregeling

47

Overig beleid voor mensen die met kinderen werken Geen van deze zaken

100

12 3

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

Verenigingen die werken met een VOG, stellen het aanvragen hiervan het vaakst verplicht voor trainers (59%, niet in figuur). Bij de helft van de verenigingen geldt dit voor bestuurders (53%) en coaches (50%). Bij de helft van de voetbalverenigingen is een VOG alleen verplicht voor trainers, coaches en vrijwilligers die met jeugd werken. Een op de zes verenigingen (16%) stelt het aanvragen van een VOG ook verplicht voor overige vrijwilligers. Minder dan de helft van de verenigingen werkt met een pedagogische cursus voor trainers/coaches (44%, niet in figuur). 15 procent stelt een dergelijke cursus verplicht voor alle trainers/coaches. Evenveel verenigingen stellen deze alleen verplicht voor trainers/coaches die met jeugd werken. Een deel van de verenigingen (15%) biedt een pedagogische cursus aan, maar stelt die niet verplicht. Bijna de helft van de verenigingen voldoet aan de vier V’s Een verenigingsbrede gedragscode, een vertrouwenscontactpersoon, VOG-beleid en vakkundig geschoolde trainers (de vier V’s)vormen samen de basis voor een sociaal veilige sportomgeving. Iets minder dan de helft van de voetbalverenigingen (44%) voldoet aan alle vier de V’s. De helft van de verenigingen (50%) voldoet aan drie van de vier V’s. Eén vereniging voldoet aan geen van de vier V’s.

De helft van de voetbalverenigingen stelt dat ze investeren in coaching van het clubkader met als doel een positieve sportcultuur (niet in figuur). Een derde van de verenigingen geeft aan hier belangstelling voor te hebben. Veel van deze verenigingen geven aan ondersteuning nodig te hebben om deze investering daadwerkelijk door te voeren. Drie kwart van de verenigingen wil middelbareschooljeugd beter bereiken De meeste Amsterdamse voetbalverenigingen (85%) geven aan een of meer (specifieke) doelgroepen (beter) te willen bereiken (figuur 5.5). Basisschooljeugd, middelbareschooljeugd en vrouwen zijn de meest genoemde doelgroepen die de voetbalverenigingen willen bereiken. De doelgroepen die het minste interesse genieten (mensen met een beperking en/of chronische aandoening en mensen met lage inkomens) worden toch nog door één vijfde van de voetbalverenigingen genoemd.

Figuur 5.5 Doelgroepen die de voetbalverenigingen in Amsterdam graag (beter) willen bereiken (in procenten, n=34, meerdere antwoorden mogelijk) 0

20

40

60

80

Middelbareschooljeugd

74

Vrouwen

62

Bassischooljeugd

62

Buurtbewoners

38

Mensen met een migratieachtergrond (incl. vluchtelingen)

24

Ouderen

24

Mensen met lage inkomens

21

Mensen met een beperking en/of chronische aandoening

21

Geen

15

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

Twee derde heeft gewerkt aan energiebesparing en duurzaamheid De vragen over duurzaamheid hebben we alleen gesteld aan voetbalverenigingen met een eigen sportaccommodatie en/of kantine (29 verenigingen, 85%). Twee derde van de voetbalverenigingen (65%) geeft aan in de afgelopen drie jaar geïnvesteerd te hebben in energiebesparende maatregelen of duurzame energieopwekking (niet in figuur). 7 procent heeft een dergelijke investering al eerder gedaan. Relatief veel kleine voetbalverenigingen hebben nog geen investeringen gedaan in duurzame energieopwekking en geen energiebesparende maatregelen genomen. Twee derde van de verenigingen (69%) is van plan om de komende drie jaar aan de slag te gaan met energiebesparende maatregelen of duurzame energieopwekking (niet in figuur). Slechts één vereniging geeft aan hier de komende drie jaar niet mee bezig te zijn. Bij de overige voetbalverenigingen is hier nog geen duidelijkheid over. Financiën grootste belemmering voor investeringen De Amsterdamse voetbalverenigingen ervaren meerdere belemmeringen om (meer) te investeren in energiebesparende maatregelen of duurzame energieopwekking (figuur 5.6). De helft ziet onvoldoende financiën als een belemmering. Ook onvoldoende tijd en kennis noemt een deel van de verenigingen.

100

Andere belemmeringen die voetbalverenigingen noemen, zijn huur- of erfpachtconstructies met de gemeente, onduidelijke wet- en regelgeving, verouderde accommodaties die moeilijk te verduurzamen zijn en onzekerheid over de energie van de toekomst (allemaal genoemd in de categorie ‘anders’). Figuur 5.6 Belemmeringen voor investeringen in energiebesparende maatregelen en/of duurzame energieopwekking volgens voetbalverenigingen in Amsterdam (in procenten, n=29) 0

20

40

Onvoldoende financiën

48

Onvoldoende tijd

28

Er zijn geen belemmeringen

17

Onvoldoende kennis over deze maatregelen

17

Onvoldoende draagvlak binnen de vereniging voor het doorvoeren van de energiebesparende maatregel(en)

3

Anders Binnen onze vereniging zijn energiebesparende maatregelen of duurzame energieopwekking niet aan de orde

60

34 3

Bron: Mulier Instituut, bevraging voetbalverenigingen gemeente Amsterdam, 2023.

80

100

Hoofdstuk 6

In dit hoofdstuk vatten we de resultaten van de organisatiekracht, maatschappelijke oriëntatie, vitaliteit en onderdelen van het Nationaal Sportakkoord voor de voetbalverenigingen in Amsterdam samen. Ook doen we enkele aanbevelingen voor de gemeente.

Helft voetbalverenigingen scoort voldoende of goed De helft van de voetbalverenigingen (53%) is voldoende tot goed in staat hun sportaanbod te organiseren. De overige verenigingen slagen daarin matig of onvoldoende. Kleine voetbalverenigingen (≤250 leden) en verenigingen met een eigen accommodatie scoren lager op organisatiekracht dan grote voetbalverenigingen (>250 leden) en verenigingen zonder eigen accommodatie. Accommodatie en financiën grootste aandachtspunten De accommodatie en de financiën van de voetbalverenigingen vormen de grootste aandachtspunten. Slechts de helft van de verenigingen kan op elk gewenst moment over de accommodatie beschikken conform de behoefte. Twee op de vijf verenigingen geven aan dat de huidige accommodatie niet voldoende ruimte biedt om in de toekomst op de huidige locatie door te kunnen. Voor 15 procent van de verenigingen vormt de beschikbaarheid van de accommodatie een zeer groot probleem dat het voortbestaan van de vereniging bedreigt. Niet alle verenigingen financieel gezond Ruim de helft van de voetbalverenigingen heeft (zonder reserves aan te spreken) niet altijd ruimte voor onverwachte uitgaven. Twee op de vijf verenigingen behaalt niet jaarlijks een positief financieel resultaat. Voor een derde van de verenigingen geldt dat ze niet vooruit kijken bij het vormgeven van het financieel beleid.

Met name kleine verenigingen (≤250 leden) scoren lager op het criterium financiën. Minste problemen op het gebied van leden De voetbalverenigingen scoren het hoogst op het criterium leden. Slechts een op de tien heeft de afgelopen twee jaar te maken gehad met een (sterke) ledendaling. Ook voor het komende jaar zijn de voorspellingen goed. Maar één vereniging verwacht een sterke afname. 47 procent verwacht een (sterke) toename. De meeste verenigingen zien de ontwikkeling van het ledenaantal (voorlopig) dan ook niet als een bedreiging voor de toekomst van de vereniging.

Twee derde maatschappelijk georiënteerd, helft maatschappelijk actief De voetbalverenigingen in Amsterdam scoren goed op maatschappelijke oriëntatie. Twee derde van de verenigingen scoort voldoende of goed. Zij zijn in staat om naast het reguliere sportaanbod ook een maatschappelijke rol te vervullen. Met name de

grote voetbalverenigingen (>250 leden) scoren hoog op maatschappelijke oriëntatie. De helft van de voetbalverenigingen is maatschappelijk actief. Zij vervullen actief een maatschappelijke rol, zoals samenwerken met andere organisaties, activiteiten organiseren voor niet-leden en actief bezig zijn met maatschappelijke thema’s. Meeste verenigingen staan open voor maatschappelijke rol Vier op de vijf verenigingen hebben plannen voor activiteiten of een positieve houding tegenover een (nog) bredere maatschappelijke rol voor hun vereniging. Zo is er veel animo om samen te werken met buurt-, wijk- en welzijnsorganisaties en willen veel verenigingen betrokken worden bij diverse projecten, zoals het Sportakkoord en sportstimuleringsprojecten. De verenigingen geven ook aan op de korte termijn in te willen zetten op maatschappelijke thema’s als leefbaarheid en sociale veiligheid. Wanneer verenigingen hiermee daadwerkelijk aan de slag gaan, biedt dit kansen om de maatschappelijke oriëntatie te vergroten. De gemeente kan hierin een faciliterende rol spelen. Met name voor kleine verenigingen liggen er kansen om beter betrokken te worden bij projecten, samenwerkingen en maatschappelijke thema’s.

Een derde van de verenigingen is vitaal Ruim een derde van de voetbalverenigingen is te beschouwen als een vitale vereniging. Deze verenigingen zijn krachtig in hun organisatie en maatschappelijk georiënteerd. Eén op de zes verenigingen is kwetsbaar Een op de zes verenigingen scoort op zowel organisatiekracht als maatschappelijke oriëntatie onder de maat: dit zijn kwetsbare verenigingen. Dit zijn vooral kleine voetbalverenigingen (≤250 leden). Drie op de tien zijn maatschappelijke verenigingen Drie op de tien verenigingen valt in het segment maatschappelijk: zij zijn maatschappelijk georiënteerd, maar hebben moeite met de organisatie van de sportactiviteiten. Door de organisatiekracht te verbeteren kunnen deze verenigingen doorgroeien tot vitale verenigingen. 15 procent is een krachtige vereniging 15 procent van de voetbalverenigingen is te beschouwen als een krachtige vereniging. Deze verenigingen hebben hun organisatie op orde, maar kunnen hun maatschappelijke oriëntatie nog verbeteren. Als dit lukt, kunnen ook deze verenigingen zich ontwikkelen tot vitale verenigingen.

Verenigingen vinden diversiteit belangrijk Drie kwart van de voetbalverenigingen houdt rekening met diversiteit bij de werving van kaderleden. De voetbalverenigingen in Amsterdam zijn positief over de waarde die diversiteit heeft voor de vereniging. Twee derde van de verenigingen is tevreden over de huidige diversiteit binnen het kader. Wisselende aandacht voor ontwikkeling van jeugd De meeste verenigingen met jeugdleden passen hun trainingen aan op de leeftijd van de kinderen. Bij drie op de vijf verenigingen is er voor de jongste kinderen ook aandacht voor algemene beweegvaardigheden naast het voetballen. In het kader van beweegvaardigheid kunnen de voetbalverenigingen kunnen nog stappen zetten in de samenwerking met scholen en een gevarieerder sportaanbod. Veel aandacht voor sociale veiligheid De meeste sportverenigingen zijn bezig met een sociaal veilige sportomgeving. Iets minder dan de helft van de verenigingen voldoet aan alle vier de V’s: zij hebben gedragsregels, VOG-beleid en een vertrouwenscontactpersoon en bieden pedagogische cursussen aan voor trainers/coaches. De helft van de verenigingen voldoet aan drie van de vier V’s. Verenigingen willen verduurzamen, maar ervaren belemmeringen Twee derde van de verenigingen wil de komende jaren aan de slag met verduurzaming en energiebesparende maatregelen.

De meeste verenigingen geven aan belemmeringen te ervaren om hierin (meer) te investeren. Bij de helft speelt een gebrek aan financiën een rol. Een kwart geeft aan onvoldoende tijd te hebben. Ook clubgebouwen die te oud zijn om nog te verduurzamen en toestemming van de gemeente spelen een rol.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15467881/1