CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Over de grens.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 3 november 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief inzake grensoverschrijdend gedrag en het advies van de Raad voor Cultuur ‘Over de grens’ (VN2022-033436)30.058 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Adviescommissie Grensoverschrijdend gedrag

Raad voor Cultuur

over de eg w Op r een naa eelde ged uur cult

Over de grens Op weg naar een gedeelde cultuur

2. 3. 4. 5. 6. 7.

4 6 9 12

Positionering en theoretisch kader Een kwetsbare sector Het kunstvakonderwijs Preventie Interventie en nazorg Hoe voer je een goed gesprek? Samenvatting van de aanbevelingen

14 22 30 40 49 59 65

Eindnoten Gesprekspartners Literatuur en bronnen

68 76 78

Bijlagen Adviesaanvraag Doorverwijzingen

80 81 83

Colofon

84

Inhoud

1.

Proloog Samenvatting Inleiding Werkwijze en leeswijzer

3

Proloog

4

Dit advies heeft als oogmerk om handvatten te bieden voor een cultureel klimaat dat veilig is voor eenieder, ongeacht sekse, genderidentiteit, leeftijd, achtergrond of etniciteit. Dat vereist een omslag in doen en denken, het doorbreken van bestaande machtsstructuren, een open en eerlijke dialoog over inclusie en diversiteit, die wordt gevoerd op basis van wederzijds respect en gelijkwaardigheid. Met name dat laatste lijkt binnen veel instituties en overleg­‐ organen een lastige opgave te zijn. Mensen van kleur en anderen die niet tot de dominante groep behoren moeten altijd vechten voor hun perspectief. Ongeacht de setting is het een constant duwen en trekken, sleuren en slepen. Veranderingen die zij voorstaan worden in beperkte mate doorgevoerd en uitsluitend op de voorwaarden die door de poortwachters worden gesteld. Zo blijven die ingrepen vaak cosmetisch en verandert er in de praktijk weinig. Dit hangt samen met oude patronen die sinds jaar en dag zijn ingesleten.

Proloog

Vaak wordt over deze tijd gesproken als een periode van transitie en transformatie. Een tijd waarin we het oude noodgedwongen achter ons laten en overgaan naar structuren en systemen die duurzamer, eerlijker en inclusiever zijn. Als welwillende en weldenkende cultuur- en mediasector zijn we daar in principe voor, maar in de praktijk valt die slag vaak moeilijk te maken. Vreemd is dat niet, omdat we allemaal primair reageren vanuit onze eigen ervaringen en realiteit, ongeacht wie of wat we zijn en niettegenstaande de mythes van professionele distantie, objectiviteit en neutraliteit. Deze mythes worden in stand gehouden door degenen die over ‘definitiemacht’ beschikken en op grond daarvan bepalen wat goed is. Het is belangrijk dat wij ons hiervan bewust zijn en onze eigen positie en ons eigen functioneren durven en kunnen bevragen. Ook moeten we de kritiek van een ander horen en serieus nemen. Dat is een taak die niet alleen individuele cultuur­‐ professionals zich moeten stellen, maar ook instituten, besturen en raden. Zo ook de onze. De afgelopen maanden hebben we uitgebreid gesproken met vertegenwoordigers van instellingen, fondsen en belangenorganisaties alsook met makers, kunststudenten en activisten, die hun veelal schrijnende ervaringen hebben gedeeld. Daarnaast hebben we diepgaande gedachte­‐ wisselingen gehad met elkaar.

Over wat kunst is en wat cultuur en wie dat bepaalt, over seksisme en mechanismen van uitsluiting binnen de sector en (opleidings)instituten. Maar ook over eurocentrisme, witte superioriteit en discriminatie – belangwekkende thema’s die in de optiek van de één niet vallen binnen de opdracht die de minister ons vorig jaar heeft gesteld, terwijl ze in de ogen van de ander juist tot de essentie van de problematiek behoren. Als cultuur- en mediasector zijn we op zoek naar nieuwe gemeenschappelijkheden en nieuwe waarden – de queeste die wij hebben afgelegd sluit hier naadloos op aan. Het onderhavige advies is dan ook niet zonder slag of stoot tot stand gekomen, daar willen we transparant over zijn. Het heeft ons weer eens duidelijk gemaakt dat er nog heel wat stappen te maken zijn.

Een traditie die moeilijk te doorbreken is, want onlosmakelijk verbonden met status en macht. Daar komt bij dat de problemen waarmee gemarginaliseerde personen worden geconfronteerd voor de dominante groep vaak minder herkenbaar zijn. En ja, eenieder moet in staat zijn zich a seat at the table te verwerven, maar representatie wordt ook binnen onze sector nog veel te vaak als een doel op zichzelf beschouwd. [1] Als je aan tafel zit, is het nog een hele kunst om gehoord te worden. Proloog

Om bovengeschetst patroon te doorbreken, zou eenieder onderstaande vragen voor zichzelf moeten beantwoorden. – Praten is fantastisch, maar wordt er ook geluisterd? Wordt er echt iets gedaan met de perspectieven die vers worden ingebracht? – Wordt alle gedeelde kennis naar waarde geschat en beloond? Ook wanneer deze buiten het reguliere circuit is vergaard? – Tellen persoonlijke ervaringen, ook als er geen wetenschappelijk onderzoek naar is verricht? – Is het voor eenieder veilig om zich te uiten over de tekortkomingen van het systeem, zonder dat dit persoonlijk wordt opgevat, als ‘activistisch’ wordt afgedaan of verstrekkende consequenties heeft voor degene die zich uitgesproken heeft? Het herkennen en erkennen van bovenstaande gedragingen kan een eerste stap zijn richting de verandering die nodig is om onze sector future proof te maken. Dat is niet alleen een nobel doel, maar bittere noodzaak. Steeds meer talentvolle (jonge) mensen dreigen af te haken. Dat is een verlies voor de sector en een verspilling van potentieel. Eenieder kan en moet een bijdrage leveren aan het creatieve landschap dat ons allen voor ogen staat: veilig, eerlijk, inspirerend en inclusief. Hopelijk zal dit advies hiertoe een aanzet zijn.

5

Samenvatting

Samenvatting

De voormalig minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen Van Engelshoven heeft de Raad voor Cultuur verzocht advies uit te brengen over grensoverschrijdend gedrag in de culturele en creatieve sector. Zij beoogde daarmee een beter zicht te krijgen op wat er speelt op het gebied van ‘voorkoming, signalering en stoppen’ van grensoverschrijdend gedrag en ‘het tijdig bieden van passende hulp aan slachtoffers’. Daartoe heeft de raad beleidsdocumenten gelezen, wetenschappelijke literatuur bestudeerd en vele betrokkenen uit de cultuur- en mediasector gesproken. Op basis van dit onderzoek komt hij tot de volgende observaties: – Grensoverschrijdend gedrag behelst niet alleen seksuele intimidatie, maar ook andere vormen van ongewenst gedrag, die de bedoeling en/of het effect hebben de waardigheid van een persoon te schenden en/of een vijandige werkomgeving te creëren. Hieronder vallen ook allerlei vormen van pestgedrag, intimidatie, racisme en discriminatie op grond van huidskleur, geloof, gender of andere persoonskenmerken. – Binnen de cultuur- en mediasector zijn er verschillende risicofactoren die deze sector extra kwetsbaar maken voor grensoverschrijdend gedrag. Ten eerste is het een sector met veel aanbod en beperkte mogelijkheden tot afname.

Zogenoemde ‘poortwachters’, zoals casting-directeuren, curatoren, docenten aan kunstvakopleidingen of artistiek leiders, kunnen de toegang tot het werkveld verlenen of ontzeggen. Dit leidt tot machts­‐ verhoudingen die onveilige situaties in de hand werken. Ten tweede wordt er binnen de sector veelal gewerkt met los-vaste arbeidsverbanden, die baanonzekerheid veroorzaken. Ook dit kan leiden tot situaties waarbij grenzen makkelijk worden overschreden. Verder heersen er nog altijd romantische opvattingen over de kunstenaar, die moet lijden om tot grote kunst te komen, en wordt de sector gekenmerkt door een prestatiecultuur, wat ertoe leidt dat kunstenaars de lat steeds hoger leggen en onvoldoende luisteren naar hun eigen lichaam. – Gebrek aan inclusie binnen de sector is een hardnekkig probleem, dat tevens tot onveiligheid leidt. Veel poortwachters hanteren, bewust of onbewust, een standaard-referentiekader dat makers uit gemarginaliseerde groepen buitensluit. Daarom stuiten deze makers frequent op vooroordelen en stereotypen, wat zij als micro-agressies ervaren.

6

– Als het gaat om grensoverschrijdend gedrag heerst er binnen de cultuuren mediasector een zwijgcultuur. Ingegeven door schaamte en angst hebben werkenden in de sector die slachtoffer werden van ongewenste gedragingen de neiging hiervan geen melding te maken. Ook omstanders die getuige zijn van ongewenst gedrag grijpen vaak niet in. Dit houdt de onveilige werksituatie in stand.

– Het ontbreekt binnen de sector niet aan structuren gericht op sociale veilig­‐ heid, maar veel slachtoffers weten deze niet te vinden of hebben weinig vertrouwen in deze structuren. Protocollen, meldpunten en vertrouwens­­‐ personen hebben alleen zin als alle werknemers ermee bekend zijn en er toegang toe hebben.

Samenvatting

– Het kunstvakonderwijs brengt nog andere risico’s met zich mee. Van studenten wordt verwacht dat ze zich kwetsbaar opstellen en veel van zichzelf laten zien, letterlijk en figuurlijk. Binnen de opleiding lopen veel docenten rond met kleine aanstellingen, die niet altijd didactisch geschoold zijn. Deze docenten komen vaak rechtstreeks uit het werkveld, wat de onderlinge concurrentie tussen studenten versterkt en hen weinig ruimte laat om te falen.

Op basis van deze analyse komt de raad tot een aantal aanbevelingen: Aan instellingen: Praat erover De raad bepleit een cultuurverandering binnen de gehele cultuur- en mediasector. Werkenden in alle geledingen van de sector moeten zich beter bewust worden van hun eigen en elkaars grenzen. Dat begint met het voeren van een goed gesprek over veiligheid, gewenst en ongewenst gedrag. Zo ontstaat een open cultuur, waarbinnen werknemers zich vrij voelen elkaar aan te spreken op hun gedragingen. Leidinggevenden moeten een cultuur creëren van inspraak en tegenspraak. Laat werknemers trainingen volgen om dergelijke gesprekstechnieken aan te leren. Verbreed de canon Grensoverschrijdend gedrag in de vorm van discriminatie en racisme wordt in de hand gewerkt omdat opleidingen en instellingen nog te vaak een beperkt, westers referentiekader hanteren. Als er meer oog komt voor andere perspectieven en tradities, zal de cultuur- en mediasector als geheel een veiliger plek worden voor alle makers. Verbeter de arbeidspositie van werkenden in de sector Veel werknemers in de cultuur- en mediasector hebben flexibele dienstverbanden. Een zzp’er is kwetsbaar en daarom extra gevoelig voor grensoverschrijdend gedrag. Maak daarom van fair pay een speerpunt in het beleid en borg de rechten op een veilige werkomgeving, ook voor zzp’ers. Aan het kunstvakonderwijs:

7

Stel een didactische aantekening verplicht Docenten aan kunstvakopleidingen moeten niet alleen vakinhoudelijke ervaring hebben, maar ook didactische kennis. Stel daarom een didactische aantekening verplicht voor alle werkenden in het kunstvakonderwijs, ook de docenten met een kleine aanstelling. Dit kan eventueel in de vorm van een aanvullende cursus.

Aan het Rijk:

Doe onderzoek Er is weinig data beschikbaar met betrekking tot grensoverschrijdend gedrag in de cultuur- en mediasector. De behoefte aan structureel en terugkerend onderzoek is groot. Richt daarom een kenniscentrum op, dat de ontwikkelingen op het gebied van grensoverschrijdend gedrag monitort, en zorgdraagt voor de informatievoorziening over dit onderwerp binnen en buiten de sector.

Samenvatting

Zorg voor structurele ondersteuning van meldpunt Mores Mores heeft zich in korte tijd ontwikkeld tot het centrale meldpunt voor ongewenst gedrag. Verdere professionalisering is nu nodig. Om de zicht­‐ baarheid van het meldpunt verder te vergroten en de onafhankelijkheid te borgen, is structurele ondersteuning van Mores vereist.

8

Inleiding

Inleiding 9

Het Nederlandse culturele en medialandschap is rijkgeschakeerd en van hoge kwaliteit. Publiek kan genieten van de meest uiteenlopende dans-, muziek-, en theatervoorstellingen, van bijzondere exposities, van meeslepende tv- en filmproducties. Ondanks de recente coronacrisis is er nog steeds sprake van een veelzijdig aanbod van hoogwaardige kunst, in al haar uitingsvormen. Dat is de buitenkant. Maar wie de professionals in de sector aan het woord laat, krijgt een ander verhaal te horen. Achter de schermen gist en borrelt het. Op kunstvak­‐ opleidingen, bij dans- en toneelgezelschappen, op filmsets, in ateliers en op castingbureaus gaat er veel te vaak iets grondig mis. Binnenin die bloeiende cultuur- en mediasector gaat een hardnekkig probleem schuil. De laatste jaren kwam het ene na het andere geval van grensoverschrijdend gedrag aan het licht. Een castingdirecteur die acteurs tijdens audities vroeg zich te ontkleden. Een zangcoach van een tv-programma die jonge poptalenten dwong tot seksuele handelingen. Een filmproducent die discriminerende opmerkingen maakte over een zwarte actrice. Een museum­‐ directeur die zijn medewerkers intimideerde en een angstcultuur creëerde. Een directeur van een mode-platform die werd vervolgd om verschillende gevallen van verkrachting.

De ene na de andere kunst- en media-instelling zag zich geconfronteerd met vergelijkbare, schokkende verhalen van (ex-)werknemers, vrijwilligers of studenten. Dergelijke meldingen liepen uiteen van indringende blikken, grof, seksistisch en racistisch taalgebruik, pijnlijke stereotyperingen, machts­‐ misbruik, whatsappjes met een dubbelzinnige boodschap, ongevraagde dickpicks en stalking, tot aanrandingen en verkrachtingen. De recente onthullingen over de wantoestanden op de set van het populaire tv-programma The Voice of Holland brachten een nieuwe golf van beschuldigingen en aangiften op gang. De veelheid van deze meldingen doet vermoeden dat we tot op heden slechts het topje van de ijsberg van grens­‐ overschrijdend gedrag in de sector hebben waargenomen. Volgens Vlaams onderzoek uit 2019 heeft driekwart van de vrouwen in de cultuur- en mediasector in Vlaanderen ooit te maken gehad met grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer. [2] Er is weinig reden om aan te nemen dat dit in Nederland anders is. Een begrijpelijke reflex bij zoveel ellende is je oren en ogen ervoor te sluiten. Kunst en cultuur associëren veel mensen liever met schoonheid en grootsheid. Maar de raad wil ook de lelijke kanten van ons culturele en mediabestel belichten.

Het is onacceptabel dat zoveel kunstenaars, dansers, acteurs, fotografen, mode-ontwerpers, musici en anderen in de cultuur- en media­‐ sector iedere dag met een knoop in hun maag naar hun werk moeten.

10

Hij doet dit door een theoretisch kader te schetsen, naar de specifieke risicofactoren van de sector te kijken, maar ook door onderliggende patronen en machtsstructuren bloot te leggen. Het zijn juist die machtsstructuren die grensoverschrijdend gedrag in stand houden, verzwijgen en legitimeren. Behalve in het onderhavige advies, zal het thema diversiteit de komende jaren verder worden uitgewerkt in het nieuwe besteladvies en opgenomen worden in het meerjarenprogramma van de raad. Hetzelfde geldt voor het belang van fair pay, vooral van zzp’ers in de sector, die door hun slechte financiële positie afhankelijk en kwetsbaar worden gemaakt. De raad richt zich in dit advies om te beginnen op preventieve maatregelen. Die moeten zorgen voor een cultuurverandering die hoognodig is. Een omslag naar een cultuur- en mediasector waar werknemers veilig kunnen functioneren, die meerstemmigheid omarmt en bevordert, die leert en bereid is kritisch naar zichzelf te kijken. Culturele instellingen, mediabedrijven, opleidingen en andere opdrachtgevers dragen hierin een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Behalve bij preventie zal de raad stilstaan bij curatieve maatregelen en doeltreffende hulp aan slachtoffers, want grensoverschrijdend gedrag is van alle tijden en zal nooit volledig uit de samenleving verdwijnen. Dat mag echter nooit een reden zijn om weg te kijken.

De aandacht voor onveiligheid op de werkvloer is, als gezegd, het afgelopen jaar exponentieel gegroeid. Waar slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag jaren geleden nog nauwelijks serieus werden genomen, krijgen zij nu een stem en is er volop aandacht voor deze problematiek. Het onderwerp staat op

Inleiding

Grensoverschrijdend gedrag kent vele verschijningsvormen. Men denkt hierbij meestal aan seksuele intimidatie en geweld, maar ook andere dan zuiver fysieke grenzen worden veelvuldig overschreden, bijvoorbeeld door machts­‐ misbruik, pestgedrag, racisme, seksisme, discriminatie op grond van huidskleur, geloof, gender of andere persoonskenmerken. Grensoverschrijdend gedrag heeft een verregaande impact, in het bijzonder op de levens van degenen die met dit gedrag te maken krijgen en aangetast worden in hun menselijke waardigheid, maar ook op de maatschappij als geheel. Slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag voelen zich niet alleen onveilig en buitengesloten, zij ontwikkelen ook fysieke en mentale klachten die hen in het dagelijks leven plagen. [3] Grensoverschrijdend gedrag draagt direct bij aan ziekteverzuim en is mede de oorzaak van burn-out en over­‐ spannenheid. Bovendien blijkt uit ervaringsverhalen dat grensoverschrijdend gedrag een uitstroom van hooggekwalificeerde werknemers in de cultuuren mediasector veroorzaakt. Het voortbestaan van onveilige werksituaties roept de vraag op wat voor samenleving we willen zijn.

Hoe willen we met elkaar omgaan, als collega’s, als werkgevers en werknemers, als docent en leerling? Waar trekken we de grens? De Raad voor Cultuur is ervan overtuigd dat meerstemmigheid en diversiteit de broodnodige dialoog binnen organisaties in de cultuur- en mediasector op gang brengen, een dialoog die essentieel is om grensoverschrijdend gedrag te bestrijden. Met dit advies wil de raad handvatten bieden om vormen van gewenst en ongewenst gedrag en de grenzen daartussen binnen culturele en media-instellingen bespreekbaar te maken. Vervolgens formuleert hij maatregelen om die grenzen beter te bewaken.

Inleiding

de agenda van verschillende organisaties in de gehele keten, van culturele instellingen tot brancheorganisaties, en van bestuurlijke partijen tot studenten­‐ clubs. Recent werd Mariëtte Hamer benoemd tot onafhankelijk regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. De raad vindt die toegenomen aandacht zeer terecht. Maar ook is hij bevreesd dat de discussie over grensoverschrijdend gedrag en veiligheid op de werkvloer wordt verengd tot seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het is van het grootste belang om seksueel grensoverschrijdend gedrag zichtbaar te maken en alles in het werk te stellen om veilige werkomgevingen te creëren. Maar dat is niet voldoende: grensoverschrijdend gedrag gaat óók over racisme, discriminatie en meer of minder subtiele vormen van uitsluiting. Daarom kiest de raad in dit advies een breed perspectief. De raad constateert dat er in de sector nog veel blinde vlekken, lacunes en inconsistenties zijn, als het om beleid tegen grensoverschrijdend gedrag gaat. Waar er op sommige plekken uit angst of onwetendheid weinig gebeurt, ziet de raad op andere plekken juist overspannen reacties en paniekvoetbal. Met dit advies poogt hij hierin meer structuur aan te brengen. Dat gebeurt door voorbij de individuele casussen te kijken, al ontkomt hij er soms niet aan te verwijzen naar specifieke gevallen.

De complexe problematiek rond grensoverschrijdend gedrag begint met bewustwording. Het is van groot belang dat alle werkenden in de cultuuren mediasector zich afvragen of dat complimenteuze appje, die arm om een schouder, die grappig bedoelde opmerking over iemands etnische achter­‐ grond, dat wijntje in de kroeg met een ondergeschikte na werktijd, wel passend en gewenst zijn. Aan die bewustwording hoopt de raad met dit advies een bijdrage te leveren. Vervolgens komt de raad tot een integrale aanpak, met aanbevelingen die niet alleen gericht zijn aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, maar aan de complete sector, van kunstvakopleiding tot BIS-instelling, van publieke omroep tot commercieel radiostation, van jong tot oud, van amateur tot professional, van Limburg tot Groningen.

11

Werkwijze en leeswijzer

12

Dit advies is als volgt opgebouwd. In het eerste hoofdstuk wordt, aan de hand van enkele internationale onderzoeken en een drietal onderzoeken naar grensoverschrijdend gedrag in aanpalende sectoren, het theoretisch kader geformuleerd op basis waarvan dit advies is geschreven. Vervolgens onderzoeken we in hoeverre de cultuur- en mediasector extra kwetsbaar is voor ongewenste gedragingen. Het derde hoofdstuk richt zich specifiek op het kunstvakonderwijs. Vervolgens zetten we uiteen welke preventieve maatregelen nodig zijn om een veilige werkplek te garanderen, welke structuren er zijn op het gebied van interventie en nazorg en wat nog beter kan. Omdat het faciliteren van de dialoog volgens de raad een van de belangrijkste ingrediënten is voor zo’n veilige werkplek, staan we in hoofdstuk zes stil bij het voeren van een goed, effectief gesprek. Ten slotte zetten we de belangrijkste aanbevelingen op een rij. Wie wil weten welke initiatieven de sector al heeft genomen op het gebied van gedragscodes, protocollen, meldpunten et cetera, vindt hiervan in de Bijlagen een overzicht.

Werkwijze en leeswijzer

Op 1 juni 2021 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bij de Raad voor Cultuur een adviesaanvraag gedaan. Zij vroeg de raad te onderzoeken wat de sector kan doen om zijn verantwoordelijkheid passend vorm te geven en hoe het ministerie dit zou kunnen ondersteunen. Tevens gaf zij als extra aandachtspunten mee: (1) om de hele keten onder de loep te nemen, te beginnen bij het kunstvakonderwijs; (2) om stil te staan bij de positie van zzp’ers in de sector; (3) om speciale aandacht te geven aan subsectoren die vanwege hun aard extra kwetsbaar zijn voor deze thematiek; en (4) om daar waar relevant een vergelijking te maken met andere sectoren, zoals de sport. De raad heeft daartoe een tijdelijke commissie ingesteld, bestaande uit Leo ten Brink, Janice Deul, Monique Duurvoort, Bram Jansen, Pauline Meurs, en onder voorzitterschap van Winnie Sorgdrager. Vanuit de Raad voor Cultuur namen Brigitte Bloksma, Lennart Booij en Kristel Baele zitting in de commissie. Vanuit het bureau gaven Thomas van den Bergh, Karlijn Mofers en Irene van Renselaar ondersteuning.

De afgelopen acht maanden heeft de raad tientallen gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van en belanghebbenden in de sector: studenten, docenten, directeuren en bestuurders uit het kunstvakonderwijs, makers, werkgevers en brancheorganisaties van diverse subsectoren, vertrouwens­‐ personen en medewerkers van integriteitsinstellingen, onderzoekers en de Inspectie van het Onderwijs en de Nederlandse Arbeidsinspectie. Daarnaast organiseerde de raad diverse expertmeetings, onder meer met toezicht­‐ houders, met subsidieverstrekkers en -beoordelaars en met vertrouwens­‐ personen. Voor veel mensen die grensoverschrijdend gedrag hebben meegemaakt, is het moeilijk of zelfs traumatisch om hierover het gesprek aan te gaan. Hen wil de raad in het bijzonder danken voor het in hem gestelde vertrouwen. [4]

Als er wordt verwezen naar ‘het slachtoffer’ en ‘de dader’ worden de persoonlijk voornaamwoorden ‘hij’ en ‘zij’ at random door elkaar gebruikt. Hiermee wil de raad recht doen aan de diverse genders van slachtoffers en daders.

Werkwijze en leeswijzer

Woordgebruik In dit advies worden de termen ‘slachtoffer’ en ‘dader’ gebruikt. De raad is zich er terdege van bewust dat aan deze woorden juridische connotaties vastzitten, die niet altijd van toepassing zijn. Iemand die te maken krijgt met grensoverschrijdend gedrag hoeft zich niet altijd een slachtoffer te voelen, en andersom staat niet altijd zonder meer vast dat een beklaagde ook daadwerkelijk dader is. Bij gebrek aan een geschikter alternatief heeft de raad besloten toch gebruik te maken van deze termen.

13

1.

Positionering en theoretisch kader

14

In contrast met de overweldigende media-aandacht blijft het aantal wetenschappelijke onderzoeken naar grensoverschrijdend gedrag in de cultuur- en mediasector nog achter. Verschillende casussen zijn wel grondig onderzocht in opdracht van de instellingen die het betrof, maar er zijn nog maar weinig pogingen gedaan om een wetenschappelijke accolade te plaatsen rond deze ogenschijnlijk losse incidenten. [6] Het ontbrak de raad daardoor aan wetenschappelijke data over aard en omvang van dit probleem in de Nederlandse cultuur- en mediasector. Wel kon hij te rade gaan bij onderzoeken naar grensoverschrijdend gedrag in de sportsector, het onderwijs en aan academische instellingen. Ook van een aantal buitenlandse onderzoeken heeft hij dankbaar gebruik kunnen maken. Uit de nog lopende onderzoeken van de Inspectie van het Onderwijs en de Nederlandse Arbeidsinspectie en uit een grootscheeps onderzoek in de dans­‐ sector heeft de raad alvast bruikbare informatie mogen betrekken. [7] Hieronder zal worden uiteengezet hoe deze onderzoeken een basis hebben gelegd onder het onderhavige advies.

Positionering en theoretisch kader

De laatste jaren is de aandacht voor grensoverschrijdend gedrag exponentieel gegroeid. Vooral sinds het begin van de #MeToo-beweging in 2017 en de onderzoeken naar grensoverschrijdend gedrag in de sport is het onderwerp niet meer weg te denken uit de media. Deze constante stroom berichten heeft ervoor gezorgd dat het onderwerp hoog op de agenda is komen te staan bij de politiek, bij bestuurders, directies, toezichthouders en bij de mensen op de werkvloer. En dat is hoog tijd, want uit de Nationale Enquête Arbeids­‐ omstandigheden 2021 blijkt dat 13 procent van de werkenden in Nederland te maken heeft met intimidatie, ongewenste seksuele aandacht, pesten of lichamelijk geweld door een collega of leidinggevende op de werkplek. [5] Ook de cultuur- en mediasector is in beweging gekomen. Tal van ronde­‐ tafelgesprekken, conferenties en discussiemiddagen rond het thema van grens­overschrijdend gedrag vonden het afgelopen anderhalf jaar plaats. De Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten (NAPK) kwam met een uitgebreid beleidskader en richtte de Stichting Sociale Veiligheid Podiumkunsten op. De Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) publiceerde een adviesbrief over sociale veiligheid. De verenigde kunstvak­‐ opleidingen in het bekostigd hoger onderwijs stelden de contouren van een code sociale veiligheid op, die momenteel verder wordt uitgewerkt in een actieplan.

De Nederlandse Publieke Omroep (NPO), RTL en Talpa werken toe naar een breed gedragen convenant. Bijna gelijktijdig met dit advies publiceerde de KNAW een advies over grensoverschrijdend gedrag.

Brede definitie: aard

Positionering en theoretisch kader

Om te beginnen moet grensoverschrijdend gedrag als verschijnsel ingekaderd worden. Welk gedrag is precies ongewenst en waarom? Lange tijd lag de focus op seksueel grensoverschrijdend gedrag en gender. [8] Pas de laatste jaren wordt een bredere definitie gangbaar. In het onderzoek naar ‘Harassment in Dutch Academia’, dat in 2019 werd uitgevoerd in opdracht van het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren (LNVH), wordt het onderzochte gedrag omschreven als ‘an overarching term for patterns of intense behaviour that have the aim and/or effect of violating a person’s dignity and/or that create a hostile working environment’. [9] Binnen deze ruimere definitie komen ook andere vormen van grensoverschrijdend gedrag in beeld, zoals pesten, cyberpesten, fysieke en verbale agressie, vernedering en discriminatie op basis van afkomst, huidskleur, seksuele geaardheid, religie, lichaam of leeftijd.

Meer recent wordt grensoverschrijdend gedrag in het onderzoek naar wangedrag in de turnsector gedefinieerd als: ‘Elke vorm van verbaal, nonverbaal of fysiek gedrag met een (al dan niet seksuele) connotatie (duiding) dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een gewelddadige, manipulatieve, bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd.’ [10] De raad heeft ervoor gekozen dezelfde brede begripsbepaling te hanteren als de LNVH, waarbij ‘grensoverschrijdend gedrag’ wordt gezien als overkoepelende term voor gedragspatronen die de bedoeling en/of het effect hebben de waardigheid van een persoon te schenden en/of een vijandige werkomgeving te creëren. Nota bene: in dit advies wordt op verschillende plekken wetenschappelijk onderzoek aangehaald. Omdat er meer onderzoek is gedaan naar seksueel grensoverschrijdend gedrag dan naar andere uitingsvormen, hebben de conclusies uit het aangehaalde onderzoek naar verhouding vaker betrekking op seksueel grensoverschrijdend gedrag. De patronen die zich voordoen bij seksuele intimidatie geven echter ook goede aanknopingspunten voor de andere vormen van grensoverschrijdend gedrag. Daarom heeft de raad gemeend de inzichten uit deze onderzoeken te kunnen gebruiken voor het nadenken over grensoverschrijdend gedrag in brede zin.

Brede definitie: schaal

15

De raad wil de verbreding niet alleen opzoeken met betrekking tot de aard van grensoverschrijdend gedrag, maar ook tot de schaal van onveiligheid. Hij wil benadrukken dat grensoverschrijdend gedrag niet alleen moet worden gezien als incident tussen twee personen, waarbij de één de grenzen van een ander overschrijdt, maar ook als mogelijk symptoom of uitingsvorm van een onveilig klimaat waar machtsverhoudingen en afhankelijkheidsrelaties een voedings­‐ bodem voor grensoverschrijdend gedrag creëren. Dit klimaat kan gelden op diverse niveaus: binnen een team (micro), in de gehele organisatie (meso) of zelfs de gehele (sub)sector (macro). [11]

In een onveilige omgeving is het niet genoeg de slachtoffers voor te houden: ‘dan zeg je toch nee’ of ‘maak er melding van’. Met incidentgerichte oplossingen kun je structureel grensoverschrijdend gedrag niet tegengaan. Inzicht in de schaal waarop onveiligheid voorkomt, draagt bij aan oplossingsrichtingen.

Onderzoek onderscheidt een aantal factoren die de kans op zo’n onveilig klimaat – en dus de kans op grensoverschrijdend gedrag – vergroten. Machtsongelijkheid In het rapport An opportunity to create change van de Zweedse Commission on Sexual Harassment in the Performing Arts wordt gesteld: ‘Sexual harassment becomes completely incomprehensible as a phenomenon if it is not interpreted as an expression of inequality and power imbalance. It is through knowledge of how inequality is expressed in society and in organizations that sexual harassment becomes understandable’. [12] Ook de Vlaamse ombudsdienst De Genderkamer constateert dat er bij meldingen van grensoverschrijdend gedrag bijna altijd sprake is van ‘een onevenwichtige machtsverhouding met soms zeer complexe status­‐ hiërarchieën’. [13] De onderzoekers van misbruik aan de universiteit sluiten hierbij aan. Zij noemen het ‘sterk hiërarchische karakter’ [14] van de academie, waarbij individuen de macht hebben de carrière van een ander te maken of breken, als een van de belangrijkste mechanismen die wangedrag en intimidatie bevorderen.

Positionering en theoretisch kader

Risicofactoren

Onzekere werkomstandigheden Een tweede element dat vaak terugkomt in gevallen van ongewenst gedrag zijn onzekere werkomstandigheden. Uit cijfers van de International Labour Organization (ILO) blijkt dat minder dan 20 procent van de slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag full-time in dienst was, waar 60 procent van de slachtoffers als freelancer werkzaam was en 35 procent een tijdelijke aanstelling had. [15] Dit betekent dat zij dus minder job-zekerheid, en minder makkelijk toegang hadden tot vakbonden en klachtencommissies. “Men komt niet voor zichzelf op omdat men bang is voor ruzie, bang om niet meer gevraagd te worden. Staan op je rechten wordt gezien als overvragen. Machtsmisbruik is volledig onderdeel van de sector geworden.” – Actrice

16

Ook de Zweedse commissie die grensoverschrijdend gedrag in de podium­‐ kunsten onderzocht, constateerde dat het werken met een groot aantal freelancers een risicofactor vormt. Het vergroot de onderlinge competitie tussen werknemers, en hun bereidheid over hun eigen grenzen heen te gaan. Daarnaast zorgt het voor onduidelijkheid over wie er eindverantwoordelijk is binnen een organisatie, wat het verankeren van een nieuw, op veiligheid gericht beleid in de instelling bemoeilijkt. [16] Hetzelfde geldt voor pesten op de werkvloer. Uit angst om hun werk te verliezen, zullen tijdelijke of freelance medewerkers minder weerstand bieden aan pesterijen van hun leidinggevenden. Baanonzekerheid is een veroorzaker

van onduidelijkheid en onbeheersbaarheid, wat kan leiden tot een onveilige werksituatie. [17]

Impact van grensoverschrijdend gedrag

Positionering en theoretisch kader

Wie het slachtoffer wordt van grensoverschrijdend gedrag ondervindt hiervan vergaande gevolgen. In het geval van seksuele intimidatie wordt er inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer, wat kan leiden tot ernstig fysiek maar ook psychisch letsel. Onderzoekers noteerden chronische pijn, maagklachten, hoge bloeddruk, hartritmestoornissen, paniekaanvallen, burn-out en depressie. Meer dan de helft van de slachtoffers kampt met verminderde gevoelens van eigenwaarde en psychisch welzijn. Zij ervaren woede, angst, wantrouwen, vernedering en schaamte. Ook het algehele vertrouwen in andere mensen kan een knauw krijgen. [18] Dit geldt niet alleen voor fysiek, maar ook voor mentaal ongewenst gedrag, zoals pesten, discriminatie en intimidatie. In alle gevallen leidt dit tot onveiligheid, een aantasting van de persoonlijke integriteit en de ervaring dat je niet gezien wordt, met uitsluiting tot gevolg. Wat begint op de werkvloer (lagere productiviteit, vergeetachtigheid, twijfel, gebrek aan motivatie), breidt zich zo al snel uit naar het privé-domein. Uit onderzoek blijken de effecten van discriminatie op het welzijn van slachtoffers groot. Er is een verband tussen ervaren discriminatie en depressie: mensen kunnen er letterlijk ziek van worden, zij kampen met een lager zelfbeeld en voelen zich onveiliger in bepaalde situaties.

[19] Wanneer mensen steeds opnieuw tegenslag ervaren of kritiek krijgen vanwege wie ze zijn, kan dit ertoe leiden dat ze maatschappelijk afhaken en zich terugtrekken. Zij doen dit onder meer om te voorkomen dat ze steeds opnieuw worden blootgesteld aan dezelfde pijnlijke ervaring. Volgens onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau stopte 9 procent van de studenten en scholieren met de opleiding na te zijn geconfronteerd met discriminatie. Door die uitval heeft discriminatie niet alleen een impact op de mensen die dat overkomt, maar op de samenleving als geheel. [20] In de wetenschappelijke literatuur wordt erop gewezen dat personen die indirect, als getuige of vertrouwenspersoon, met dit soort gedrag worden geconfronteerd, evenzeer negatieve effecten kunnen ervaren. Met andere woorden: grensoverschrijdend gedrag kan het gehele werkklimaat bederven. [21] De bestrijding van ongewenst gedrag is dus cruciaal voor het welzijn van de gehele cultuur- en mediasector.

Grijs gebied en veranderende normen

17

Zoals onderzoekers overeenkomsten hebben aangetoond tussen uiteenlopende casussen van grensoverschrijdend gedrag, zo zijn er ook veel verschillen. In diverse studies is vastgesteld dat grensoverschrijdend gedrag een zekere mate van subjectiviteit in zich draagt. In de adviesbrief van de RRKC wordt een onderscheid gemaakt tussen juridische onwettelijkheid en sociale onveiligheid. [22] De eerste categorie is objectief vast te stellen, aan de hand van de wetsartikelen in het Wetboek van Strafrecht. De tweede is subjectief, en gaat over de beleving van het slachtoffer.

In de praktijk is de interactie tussen twee mensen vaak minder zwart-wit dan in de casussen over grensoverschrijdend gedrag die breed zijn uitgemeten in de berichtgeving. Het spel van verleiden en verleid worden kan best ingewikkeld zijn. Soms bevinden beide partijen zich in dat spel op een ander punt, zonder dat van elkaar in de gaten te hebben. Dit kan tot verkeerde interpretaties en pijnlijke situaties leiden. Positionering en theoretisch kader

Ook bij discriminatie kan de ervaring van de één anders zijn dan die van de ander. Wat voor de één een onschuldige grap of opmerking is, kan voor de ander het zoveelste incident zijn van microagressie op basis van gender of etnische of culturele achtergrond. Een verwijzing naar uiterlijke kenmerken, bedoeld als compliment, kan bijdragen aan de ervaring steeds op dezelfde manier gezien en beoordeeld te worden. Ook al is het zo niet bedoeld, het kan wel zo overkomen. Juist door de voortdurende herhaling krijgt zo’n opmerking een kwetsend karakter. Vele druppels kerven uiteindelijk een holte in een steen. De communicatie in het artistieke proces is een gevoelig onderdeel. De grens tussen het geven van stevige feedback, nodig voor het artistieke proces, en het afbranden van een danser, toneelspeler of kunstvak­student kan dun zijn. Veel gevallen van ongewenst gedrag spelen zich af in dit grijze gebied. Iemand kan zich onbewust schuldig maken aan ongewenst gedrag. Dit verklaart waarom de ervaringen van mensen over één en dezelfde situatie zo uiteen kunnen lopen. Verschillende onderzoekers wijzen op de veranderlijkheid van normen en waarden op het gebied van man-vrouw-verhoudingen, seks, relaties, macht, huwelijkse trouw, geweld en integriteit. De heersende opvattingen zijn afhankelijk van tijd en plaats.

Wat dertig jaar geleden als normaal werd gezien, hoeft dat nu niet meer te zijn, en vice versa. Behalve tijdsgebonden zijn die normen ook sterk cultureel bepaald. Dat merken culturele instellingen waar veel mensen van diverse nationaliteiten en etniciteiten werkzaam zijn, zoals dansgezelschappen en orkesten. Onderzoekers van het SHIFT-project van de Europese Unie stelden vast dat er in verschillende landen anders wordt aangekeken tegen grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik. Ook over de manier waarop ongelijkheid, racisme en seksueel misbruik moet worden bestreden, bestond niet altijd consensus tussen mensen met een verschillende culturele en etnische achtergrond. [23] Hoewel normen dus veranderlijk zijn en afhankelijk van tijd en plaats, moet het altijd mogelijk zijn om ze onderwerp van gesprek te maken en te onderzoeken of gedeelde normen mogelijk zijn. Dit zal op z’n minst leiden tot een erkenning en waardering van de onderlinge verschillen. De raad komt hierop terug in hoofdstukken vier en zes van dit advies.

Dader-slachtoffer-omstander-dynamiek 18

Er lijkt momenteel een grote behoefte te bestaan aan quick wins en snel ingrijpen. Daarmee wordt in sommige gevallen voorbijgegaan aan de complexiteit van de problematiek. Kennis en inzicht zijn van belang om te begrijpen waarom bepaalde oplossingsrichtingen effectiever zijn dan andere. Zo wil de raad stilstaan bij de complexe dader-slachtoffer-omstanderdynamiek in gevallen van grensoverschrijdend gedrag. In een groepsproces

kan meespelen dat meerdere mensen getuige waren van het grens­‐ overschrijdend gedrag en niemand heeft ingegrepen. Dit is het zogeheten ‘bystander-effect’. De impliciete boodschap die hiervan uitgaat is dat het kennelijk niet zo erg was, anders had iemand anders wel ingegrepen. [24]

Positionering en theoretisch kader

Angst blijkt een belangrijke reden om geen melding te maken: de angst niet serieus genomen te worden, niet geloofd te worden, de controle te verliezen. Ook de – soms stilzwijgende, soms hardop uitgesproken – suggestie de seksuele grensoverschrijding zelf uitgelokt te hebben, snoert veel slachtoffers bij voorbaat de mond, zo constateerden de onderzoekers van Universiteit Gent. [25] Dit is ‘victim blaming’, waarbij het slachtoffer van grensover­‐ schrijdend gedrag hiervan zelf de schuld krijgt. Dit schaadt het slachtoffer opnieuw en laat de dader vrijuit gaan. [26] In zo’n situatie is het ook voor omstanders niet makkelijk in te grijpen. Zij zullen integendeel het slachtoffer aansporen zich niet te veel druk te maken en zich op de toekomst te richten, waarmee ze de schuld in feite bij het slachtoffer leggen. [27] Dit effect treedt vooral op in situaties waarin de omstander zich in een kwetsbare financiële positie bevindt, zoals op veel kunstvakopleidingen het geval is, waar docenten vaak met tijdelijke contracten werken (zie ook hoofdstuk 3 ‘Het kunstvakonderwijs’). “Ik heb erg geworsteld met de vraag wat mijn eigen rol hierin is geweest, ik heb mijzelf heel lang niet als slachtoffer willen beschouwen. Ik begon met schrijven over mijn daderschap, over hoe ík dit heb laten gebeuren. Maar zeventien versies later moest ik toegeven dat dat niet klopte.

Ik moest onder ogen zien dat ik een slachtoffer was. Ik had te maken met iemand die veel ouder was, meer levenservaring en een machtige positie had.” – Schrijver en dramaturg

19

In sommige sectoren is het spreken over ongewenst gedrag nog altijd taboe. De redenen hiervoor zijn uiteenlopend. Volgens onderzoek van Rutgers werden beschuldigingen van dergelijke gedragingen in de sportsector bijvoorbeeld lange tijd in de doofpot gestopt of simpelweg ontkend vanuit de aanname ‘zoiets komt bij ons niet voor’. [28] Sportverenigingen waren daarom huiverig het onderwerp op de agenda te zetten, uit angst daarmee een probleem te creëren. De sporters zelf deden er soms liever het zwijgen toe, uit angst hun plek in het topteam en daarmee hun enige kans op een medaille te verspelen. [29] Om zo’n zwijgcultuur te doorbreken, is een sterk zelfreinigend vermogen binnen de organisatie vereist. Hiervoor is een grote mate van zelfreflectie, openheid en veiligheid nodig. Als een instelling daartoe niet in staat is, zal alleen onder sterke externe druk een cultuurverandering op gang gebracht worden. [30] Vaak gebeurt dit pas als een geval van wangedrag in de buiten­‐ wereld is terechtgekomen, wat meestal gepaard gaat met veel media-aandacht en publieke verontwaardiging. Hier is het proces van een zorgvuldige afhandeling en herstel doorgaans niet mee geholpen. De manier waarop een slachtoffer omgaat met de ongewenste gedragingen, ook ‘coping’ genoemd, is een belangrijk criterium voor een succesvolle verwerking.

In de wetenschappelijke literatuur worden vier copingstrategieën onderscheiden: (1) melding doen en/of professionele steun zoeken; (2) de confrontatie aangaan door zelf de dader aan te spreken op zijn gedrag; (3) sociale coping, ofwel emotionele steun en advies bij vertrouwde anderen zoeken; (4) ontwijken of ontkennen.

Positionering en theoretisch kader

Vlaams onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag in de cultuur- en mediasector heeft aangetoond dat een meerderheid van de slachtoffers kiest voor die vierde copingstrategie. 15 procent van de slachtoffers trachtte het voorval te vergeten, 13,5 procent prentte zichzelf in dat het gebeurde niet zo belangrijk was, een derde van de personen probeerde het voorval te minimaliseren of te ontkennen. [31] Op de lange termijn is deze strategie echter niet succesvol, omdat het slachtoffer de gebeurtenis op deze manier niet goed kan verwerken. Bovendien verandert het niets aan de omgeving waarin dit gedrag plaats kon vinden. En ook voor daders van grensoverschrijdend gedrag is zwijgen op de lange termijn ongewenst. Het ontneemt hen de kans verantwoordelijkheid te nemen voor hun daden en aan te sturen op een verandering. Dit frustreert het gesprek en leidt niet tot een mogelijke verzoening. [32] Met het oog op deze dader-slachtofferdynamiek streeft de raad in dit advies naar het doorbreken van deze giftige zwijgcultuur. Hij beschouwt het voeren van het goede gesprek als primair preventief doel. De raad wil hierbij nog een kanttekening plaatsen. Binnen het grijze gebied is er ook ruimte voor misbruik van meldingen.

Hoewel valse aangiften verhoudingsgewijs een klein aandeel van het geheel uitmaken, zijn er in de casuïstiek gevallen van schijnmeldingen bekend, zowel van de kant van slachtoffers als van de kant van daders. Wanneer een dader die feitelijk schuldig is, claimt vals te zijn beschuldigd als strategie om straf te ontlopen, is dat opnieuw traumatiserend voor het slachtoffer. Andersom is een valse aangifte desastreus voor de onterecht beschuldigde en zijn omgeving. Dit noopt tot voorzichtigheid bij instellingen, media en bij het grote publiek, waar daders vaak al veroordeeld zijn nog voor er enig onderzoek verricht is en slachtoffers soms niet serieus worden genomen. Aandacht voor verscheidenheid in perspectief is van het grootste belang. De raad wil hiermee uiteraard niets afdoen aan al die gevallen waarin de integriteit van mensen op evidente wijze werd geschonden. Maar hij acht het van belang om het grijze gebied binnen het grensoverschrijdende gedrag te erkennen en pleit voor terughoudendheid en nuance wanneer dit passend is.

20

Wet- en regelgeving

Positionering en theoretisch kader

De nationale wetgeving omtrent grensoverschrijdend gedrag is verankerd in twee wetsfamilies: de Algemene wet gelijke behandeling en de Arbeids­‐ omstandigheden- ofwel ‘Arbowet’, die regels bevat om de veiligheid en de gezondheid van werknemers te bevorderen. In de Arbowet is bepaald dat de werkgever maatregelen moet nemen om ‘Psychosociale Arbeidsbelasting’ (PSA) te voorkomen. Hieronder worden agressie, geweld, pesten, werkdruk en seksuele intimidatie verstaan. Het Arbobesluit bevat concrete invulling van die maatregelen: zo zijn werkgevers verplicht een Risico-Inventarisatie & Evaluatie (RIE) uit te voeren, waarin potentiële factoren die PSA veroorzaken worden geïdentificeerd. Vervolgens moet de werkgever een plan van aanpak opstellen om deze factoren aan te pakken, en dient hij hierover voorlichting en onderricht te geven aan zijn werknemers. De Arbowet heeft alleen betrekking op werknemers in loondienst en wanneer zij ‘onder gezag werken’. Hiervan is sprake wanneer zelfstandig ondernemers en zzp’ers in opdracht werken. Vrijwilligers vallen buiten de Arbowet, maar een groot aantal bepalingen van de Arbowet en het Arbobesluit is van toepassing verklaard op ‘degenen bij wie vrijwilligers werkzaam zijn’. [33] De verantwoordelijkheid van organisaties beperkt zich dus niet tot medewerkers in loondienst, maar geldt ook voor zzp’ers en vrijwilligers.

Behalve op de Arbowet kan een slachtoffer van grensoverschrijdend gedrag zich beroepen op het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Strafrecht en wetgeving op het gebied van gelijke behandeling, meer bepaald de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) en specifieke wetten voor de gelijke behandeling van mannen en vrouwen op grond van leeftijd, handicap of chronische ziekte. [34] Klachten over ongelijke behandeling worden behandeld door het College voor de Rechten van de Mens. De uitspraken van dit college zijn niet bindend. Wie naar de burgerlijke rechter wil stappen, moet zich beroepen op de anti-discriminatiewetgeving in het Burgerlijk Wetboek (artikel 7:646). Dit artikel houdt mede een verbod in op intimidatie en seksuele intimidatie. Slachtoffers van ongelijke behandeling kunnen ook terecht bij de strafrechter.

21

2.

Een kwetsbare sector

Een kwetsbare sector

In dit hoofdstuk neemt de raad de specifieke kenmerken van de cultuur- en mediasector onder de loep. Hieruit volgen risicofactoren die de kans vergroten om in deze sector slachtoffer te worden van grensoverschrijdend gedrag. Informatie hierover heeft de raad onder meer verkregen uit gesprekken met mensen die grensoverschrijdend gedrag hebben meegemaakt. De inzichten uit deze gesprekken heeft de raad benut om een breed beeld te krijgen van de problematiek en de patronen die meespelen bij grensoverschrijdend gedrag. Het is van belang te vermelden dat de raad geen uitspraken doet over individuele casussen. Het gaat in dit advies niet om situaties tussen individuen, maar om de patronen en het systeem waarbinnen deze gedragingen voorkomen. Grensoverschrijdend gedrag staat niet op zichzelf, maar vindt plaats in een stelsel van waarden, normen en opvattingen. De auteurs van het SHIFT-onderzoek formuleren het aldus: ‘It is important to keep in mind that the roots of gender-based violence are often tied to the ideologies behind patriarchy, racism and colonialism. These forms of widespread discrimination and violence are intertwined, and those seeking effective, far-reaching solutions will need to understand and adress this.

Individual testimonies should not be heard as exceptional, singular stories, but as symptoms of larger, historical dynamics present in many societies.’ De individuele getuigenissen die in de kantlijn van dit advies staan weergegeven, moeten in dit kader worden bezien als symptomen van een groter probleem. Zoals in het vorige hoofdstuk is vastgesteld, zijn in het algemeen twee factoren bepalend voor het veroorzaken van een onveilige werksituatie: 1. 2.

Scheve machtsverhoudingen Los-vaste arbeidsverbanden

In hoeverre gaat dit ook op voor de cultuur- en mediasector? En zijn er daarnaast specifieke factoren aan te wijzen die het gevaar van grensoverschrijdend gedrag in deze sector vergroten? De kenmerken die hieronder als risico worden aangewezen, zijn veelal niet exclusief voor de cultuur- en mediasector, maar passen bijvoorbeeld ook bij het risico op grensoverschrijdend gedrag in de zorg, advocatuur, in de universitaire wereld of de sport.

Machtsverhoudingen

22

Als we de eerste risicofactor in ogenschouw nemen, constateert de raad dat een grote groep werkenden in de cultuur- en mediasector naar verhouding sterk afhankelijk is van een kleine, homogeen samengestelde groep leiders. Of het nu gaat om de selectie en beoordeling van studenten in het kunstvak­­‐ onderwijs, het scouten van nieuw talent, het beoordelen van subsidieaanvragen, het toekennen van productiemiddelen in de media, het program­‐

“Tijdens solo-repetities zei hij: ‘Doe het dan maar even lekker met jezelf.’ Ik zei: ‘Maar wat bedoel je dan?’ ‘Nou gewoon, lekker masturberen.’ Ik zei: ‘Maar je bedoelt dit toch niet serieus?’ Hij zei: ‘Ik merk dat je heel veel blokkades hebt, ik denk dat wij niet meer met elkaar verder kunnen werken.’” – Muzikant

Een kwetsbare sector

meren in de podiumkunsten en musea, of het casten van een rol in een tv-serie, de macht is geconcentreerd bij een beperkt aantal zogenoemde ‘poortwachters’. [35] Op zichzelf is dit een onvermijdelijk gegeven in een wereld waar het aanbod zoveel groter is dan de vraag. Er zal altijd geselecteerd moeten worden. Maar het risico op grensoverschrijdend gedrag neemt dan toe. Onderzoekers toonden aan dat de kans op seksuele intimidatie in organisaties met grote machtsverschillen significant hoger is dan in organisaties met minder grote verschillen. [36]

Machtsverhoudingen kunnen een competitieve sfeer veroorzaken, waarbij het belang van informele contacten prevaleert boven inhoudelijke kwaliteiten. [37] Als hierbij transparantie over beoordelingscriteria ontbreekt, ligt een onveilige situatie op de loer. Ook tolereren slachtoffers sneller grensoverschrijdingen van boven hen geplaatsten, uit angst voor carrière-verlies. [38] Slachtoffers zien dergelijke ongewenste gedragingen dan als ‘onprettig maar onvermijdelijk’. [39] Cijfers uit buitenlands onderzoek wijzen uit dat in veel gevallen van grensoverschrijdend gedrag in de cultuur- en mediasector inderdaad sprake was van een machtsverhouding. Vlaams onderzoek toonde dat 78 procent van de vrouwelijke slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag in de culturele sector benaderd waren door een persoon met een hogere professionele status. In de mediasector lag dit percentage zelfs op 82 procent. Engels onderzoek over ‘sexual harassment in the entertainment industry’ wijst in dezelfde richting. De meeste daders waren hier ‘creative decision makers’ en ‘persons with managing power’. [40] De raad heeft geen reden om aan te nemen dat dit in de Nederlandse situatie anders is.

Los-vaste arbeidsverbanden

23

In de arbeidsmarktverkenning die de Raad voor Cultuur in 2016 samen met de SER uitvoerde, werd een beeld geschetst van een culturele sector waarin een groot aandeel zzp’ers actief is. Bovendien bleek dat aandeel harder te groeien dan in andere sectoren. Er is sprake van een steeds groter aantal flexibele dienstverbanden. [41] [42] De raad ziet hiervan de voordelen: de sector is soepel plooibaar en kan snel schakelen. Door op projectbasis te werken kunnen makers onderling gemakkelijk kennis uitwisselen en hun netwerk vergroten. De keerzijde hiervan is, dat werknemers in de cultuur- en mediasector een zwakke financiële positie hebben en een sterke afhankelijkheidsrelatie ten opzichte van hun opdrachtgevers. Het ontbreekt hen daardoor aan de ruimte voor tegenspraak wanneer zij ongewenst gedrag meemaken. Het goed opvolgen van tegenspraak leidt immers tot vertraging van het proces, en dat is onwenselijk in een sector waar vaak met beperkt budget en een krappe planning wordt toegewerkt naar een deadline. En niemand wil bekend staan als lastpost, vooral zzp’ers niet. Het risico om de volgende keer niet meer gevraagd te worden voor een project is simpelweg te groot.

Een kwetsbare sector

Het gebrek aan tegenspraak bestaat voor sommige makers ook op overkoepelend niveau. Zo is de beroepsvertegenwoordiging van dansers en acteurs zwak. Zij proberen al jaren om een steviger positie ten opzichte van de werkgeversinstanties te verkrijgen. Op politiek-bestuurlijk niveau blijkt dit echter lastig. [43] Zoals we in het vorige hoofdstuk hebben betoogd, kan zo’n afhankelijkheids­‐ relatie leiden tot onveilige situaties op de werkvloer. Onderzoek naar grens­‐ overschrijdend gedrag aan Nederlandse universiteiten brengt dit scherp in beeld: postdocs en wetenschappelijk medewerkers hebben vaak tijdelijke aanstellingen, waarbij deze onderzoekers niet zelden afkomstig zijn uit het buitenland. Hun verblijfsvergunning is dan gekoppeld aan hun kortlopende contract. Dit betekent dat niet alleen hun carrière en hun financiële zekerheid, maar ook hun woonplek in handen ligt van hun meerdere, wat hen bijzonder kwetsbaar maakt. Het uiten van kritiek of het indienen van een klacht wordt dan een bijzonder riskante kwestie. [44] De cultuur- en mediasector laat zich op dit punt goed vergelijken met de academische wereld. Er lopen veel werknemers rond met tijdelijke contracten, en de arbeidsgemeenschap is internationaal samengesteld – denk aan buiten­‐ landse kunstenaars met een residency, internationale gastdocenten, et cetera.

Een groot contingent werknemers met tijdelijke contracten draagt bij aan een gevoel van onderlinge concurrentie. Personen die hun werkomgeving als competitief ervaren, maken significant meer grensoverschrijdend gedrag mee. [45] Het zijn bovendien juist deze kwetsbare groepen, die het minst goed op de hoogte zijn van de geldende procedures inzake grensoverschrijdend gedrag bij een culturele instelling. Mensen met tijdelijke contracten zijn minder bekend in de organisatie en weten veelal de weg niet naar meldpunten of hr-functionarissen, of hebben weinig vertrouwen dat er iets met een melding gedaan zal worden. [46]

Mystificatie van kunst en de kunstenaar

24

Er zijn meer factoren die de cultuur- en mediasector extra gevoelig maken voor grensoverschrijdend gedrag. Zo hangt rondom het kunstenaarschap nog altijd een romantisch waas. [47] Binnen dat narratief passen noties als ‘alles voor de kunsten’ en ‘de losbandige kunstenaar’, die vooral niet preuts is maar vrijgevochten en libertijns. Een andere romantische notie is die van ‘de lijdende kunstenaar’: het idee dat de ware artiest moet afzien om tot grote kunst te komen. Dit brengt jonge makers er sneller toe hun grenzen op te zoeken. Een onderzoek onder studenten van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten wees uit dat zij kregen voorgeleefd: ‘wij zijn kunstenaars met andere waarden en normen’ dan de in de samenleving gangbare waarden en normen. Melding maken van ongewenst gedrag werd in die context nadrukkelijk ontmoedigd. [48] Onder invloed van een docent die dergelijke romantische kunstenaarsmythen voedt, kan een gevaarlijke groepsdynamiek ontstaan. Zo voelden studenten aan het AMFI in Amsterdam groepsdruk om voorbij hun eigen grenzen te gaan. Ze werden bijvoorbeeld in de positie gedwongen om intieme details te delen met de klas, toen docenten daar om vroegen. [49]

Informele netwerken In de cultuur- en mediasector lopen zakelijke en privéverhoudingen vaak door elkaar. Er zijn makers die sterk hechten aan een informele sfeer op de werkvloer. Die stimuleert hun creatieve proces, voedt het gesprek binnen een artistiek team, zorgt voor een vrije uitwisseling van ideeën. Hoe vruchtbaar voor sommigen ook, er kleeft aan deze informele werksituatie een gevaar. Als een zakelijke omgang geleidelijk overloopt in intieme betrekkingen, neemt het risico op een onveilige situatie toe. De verleiding om die intimiteit ook fysiek op te zoeken is dan immers groot. Bijkomend probleem van de vermenging van werk en privé is dat de professionele distantie kan wegvallen. Harde (selectie)criteria of een heldere artistieke leidraad worden schimmiger. Opeens gaat het er niet meer om hoe goed je bent, maar of je wel aardig gevonden wordt. Het onderhouden van het informele netwerk wordt dan cruciaal om nieuwe opdrachten te acquireren, of om überhaupt aan het werk te blijven. Dergelijke informele netwerken of ‘cliques’ zijn een potentiële bron van grensoverschrijdend gedrag, zo concludeerden onderzoekers. Ze kunnen gemakkelijk leiden tot discriminatie en uitsluiting, op het gebied van gender, ras en sociale klasse. [50]

Een kwetsbare sector

Een andere romantische opvatting van kunst is dat de kunstenaar en zijn idee onaantastbare grootheden zijn. Uitvoerende kunstenaars die in opdracht van iemand anders werken zijn daarom extra kwetsbaar. Zij dienen andermans visie of idee te belichamen. De ander heeft zodoende de macht hen dingen te laten doen die soms haaks staan op hun eigen visie. Dit hoeft geen probleem te zijn, zolang er ruimte blijft voor gesprek en discussie. Maar als dat gesprek stokt, ontstaat er een klimaat waarin grensoverschrijdend gedrag op de loer ligt.

Prestatiecultuur

25

Het streven naar excellentie, het telkens de lat nog hoger leggen, kan leiden tot grote kunst. Maar er schuilt een risico in. In de cultuur- en mediasector heerst een prestatiecultuur, vergelijkbaar met die in de sportsector. Zoals topsporters alles opzijzetten om op het juiste moment te pieken, zo kunnen ook werkenden in de media en de kunsten genadeloos zijn voor zichzelf, in de aanloop naar een première, boeklancering of vernissage. Niet zelden worden hierbij de eigen fysieke en mentale grenzen opgerekt. In zo’n prestatiecultuur is weinig ruimte voor (zelf)kritiek. Vooral wanneer deze aanpak tot succes leidt – volle zalen, mooie kritieken, hoge verkoopcijfers – zal er minder snel worden bijgestuurd. Uit een recent onderzoek naar het topsportklimaat bij het Nederlandse vrouwenhockeyteam door de KNHB kwam naar voren dat er een onveilige situatie was ontstaan door dit niet aflatende streven naar succes. Hiervan dreigden vooral de jongere speelsters de dupe te worden. Zij voelden zich geïntimideerd en zagen nauwelijks mogelijkheden voor het uiten van kritiek. [51] Zo deed zich de paradoxale situatie voor dat meer succes leidde tot meer onveiligheid. Ter vergelijking: bij het mannenhockey-elftal, dat de laatste jaren minder successen boekte, bleek meer ruimte voor interne tegenspraak juist doordat tegenvallende prestaties werden geëvalueerd.

Professionals in de cultuur- en mediasector zouden zich gedurende het maakproces voortdurend bewust moeten blijven van hun eigen grenzen en die van hun collega’s, en steeds ruimte moeten bieden voor onderlinge reflectie daarop.

Gebrek aan inclusie kan leiden tot onveiligheid Een kwetsbare sector

In het Britse onderzoek ‘Culture is bad for you’ constateerden de onderzoekers dat structurele ongelijkheid op basis van sociale, etnische en genderkenmerken is ingebakken in de Britse cultuursector en leidt tot uitsluiting en ongelijke kansen op een succesvolle carrière in de cultuur. Vier opvallende patronen werden onderscheiden: ‘The first is that responsibility for these inequalities is commonly placed on the individual. This means that structural causes of inequality are neglected and often invisible. The second is that the shared experiences of cultural workers hide significant differences. These differences reflect and replicate social inequalities. The third is that senior cultural workers see themselves as lucky and talented, and not the beneficiaries of the cultural sector’s structural inequalities. The fourth and final theme is the long-term nature of the problems. For example, social mobility in the cultural workforce has barely changed since the 1980s.’ [52] In de Nederlandse cultuur- en mediasector ontbreekt het aan een dergelijk onderzoek naar structurele ongelijkheid of de relatie tussen inclusie en veiligheid. Wel weten we dat vrouwen, non-binaire personen, trans personen en personen van kleur nog steeds zijn ondergerepresenteerd in de Nederlandse media.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11963101/1