CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

rapport kinderombudsman 22012025.pdf

RAAD 14 mei 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het rapport Kinderombudsman: 'Anders behandeld' (VN2025-006195)19.235 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

26

4.5. Emoties en ‘coping’: reflectie en verbinding Oudere jongeren zijn beter in staat om te reflecteren op hun ervaringen en deze in een bredere context te plaatsen. Ze hopen hiermee een dieper begrip van de problematiek te ontwikkelen en effectievere manieren te vinden om ermee om te gaan. Hun eerdere ervaringen kunnen zij in context plaatsen doordat zij hebben geleerd met hun gevoelens om te gaan. Oudere jongeren kunnen hun gevoelens over het algemeen goed onder woorden brengen en kunnen reflecteren op wat er in het verleden is gebeurd en wat dit met hen

Sommigen hebben geluk en kunnen zich eruit vechten. Ja, met mij is het goed gekomen. Op de trauma’s na die er ik aan heb overgehouden. Maar met sommigen komt het niet goed. Er wordt niet op tijd naar ze geluisterd en ze glijden af. Hun potentie gaat verloren. Het ergste wat er is. Het is belangrijk dat we actief luisteren voordat het te laat is.’

heeft gedaan. Zij ontwikkelen vaak een dieper inzicht in de problematiek. Helaas worden hun ervaringen niet altijd erkend.

‘Ja vroeger. Ik werd onwijs boos. En ik werd behandeld als het boze meisje. Maar als ik nu terugkijk is dat gewoon omdat ik niet wist hoe ik met mijn gevoelens moest omgaan. Ik werd anders behandeld dan de anderen. Omdat ik mij daar niet over kon uiten ging ik schreeuwen of weglopen. Dan werd dat op mij afgereageerd.’ (Meisje, 16-18 jr)

Het verhaal van deze jonge man staat helaas niet op zichzelf. De Kinderombudsman ziet met enige regelmaat deze patronen voorbijkomen waarbij dat ene incident ‘de druppel is’ na jarenlang getreiter en achtergesteld worden, met alle (negatieve) gevolgen van dien. De in dit rapport onder paragraaf 4.7. beschreven casus is hier een voorbeeld van.

‘Omdat ik alleen maar witte vrienden in mijn omgeving heb, merkte ik het veel (racisme). Maar zij zagen het niet, dus voelde ik me niet gehoord of bekeken. Het is heel pijnlijk als je daar alleen doorheen moet gaan.’ (Meisje, 16-18 jr)

4.6. Ervaringen en gevoelens bespreekbaar maken Ervaringen van discriminatie en racisme bespreekbaar maken is een belangrijke stap om het probleem het hoofd te bieden. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan, te meer omdat het voeren van gesprekken over racisme complex en uitdagend is vanwege een combinatie van emotionele, sociale en praktische factoren. Daarnaast is het zo dat kinderen verschillende behoeftes hebben over met wie zij het willen bespreken en wanneer. Uitdagingen die jongeren ervaren zijn bijvoorbeeld het gebrek aan actie en ondersteuning. Kinderen (en hun ouders) vertelden dat hun meldingen van racisme niet serieus worden genomen of dat er geen adequate actie wordt ondernomen. Jongeren voelen zich niet gehoord wanneer ze pesten of racisme melden met name als het gaat om klachten tegen docenten.

Tijdens de sessie van de Kinderombudsman bij het congres van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme 22 blikte een jonge man terug op wat hij als scholier heeft meegemaakt op een middelbare school in Amsterdam Zuid. Hij werd regelmatig uitgescholden met het ‘n-woord’ en stelselmatig buitengesloten, genegeerd en gekleineerd, ook door leerkrachten. Zijn meldingen over voorvallen werden niet serieus genomen. Niet gehoord en niet gezien begon hij om zich heen te slaan waardoor hij werd bestempeld als een probleemveroorzaker. Het gevolg was dat na een gevecht op school hij en niet de dader van het racistisch geweld van school werd gestuurd. Het doet de man pijn dat er in de afgelopen jaren blijkbaar niks is veranderd: ‘Veel kinderen zitten er nu in. Op school, op de sportclub, in de winkel en op straat. Ze worden anders behandeld. Racistische opmerkingen, etnisch profileren, beschuldigd worden van dingen, het houdt niet op. 22

‘Ja. Ze doen er (melding van racisme van een andere docent) niet heel veel aan. Ze nemen het allemaal voor elkaar op.’ (Meisje, 8-11 jr)

Zie ook Paragraaf 1.3 Reikwijdte en aanpak.

27

maar een grapje’ of men neemt een defensieve houding aan. De rollen worden als het ware omgedraaid en de daders voelen zich slachtoffer.

Gesprekken over discriminatie en racisme kunnen emotioneel belastend zijn, zowel voor de persoon die racisme ervaart als voor degenen die toehoren. Jongeren kunnen zich overweldigd voelen door de (onderdrukte) emoties, zoals woede, verdriet en machteloosheid die deze gesprekken oproepen en de luisterende partij kan zich juist snel aangevallen voelen. Dergelijke gevoelens staan een ‘onbevooroordeeld naar elkaar luisteren’ in de weg.

Een groot aantal kinderen houdt desgevraagd bepaalde ervaringen liever voor zichzelf. Uit angst voor negatieve gevolgen, zoals boosheid van ouders of het risico op nog meer racisme door de betrokkenen. Zij willen niet dat derden er zich mee gaan bemoeien (en ‘het erger’ maken) of ze willen niet als ‘een snitch’ (verrader) gezien worden.

‘Als je een les over racisme geeft, dan moet die niet alleen gaan om jezelf te verdedigen maar ook om een ander te verdedigen.’ (Jongen, 16-18 jr)

Een onafhankelijke partij zou het machtsevenwicht tussen school en ouders en leerlingen kunnen herstellen en de ontstane vicieuze cirkel van conflict en onbegrip kunnen doorbreken. 23

Sociale dynamiek en machtsverhoudingen spelen zeker een rol bij het al dan niet bespreekbaar maken van (ervaringen van) discriminatie en racisme. Jongeren kunnen zich geïntimideerd voelen om racisme aan te kaarten, vooral als de dader een autoriteitsfiguur is. Dit kan leiden tot een gevoel van machteloosheid en het idee dat hun stem niet telt.

‘Maar dat doe ik juist niet (praten over racisme). Straks worden ze boos.’ (Jongen, 8-11 jr) ‘M’n moeder zegt altijd, je moet geen geheimen voor mij hebben. Maar soms vind ik dat wel moeilijk. Misschien gaat ze boos worden of gaat ze niet zo gewoon leuk reageren. Daarom zeg ik het niet.’ (Jongen, 8-11 jr)

‘Dat is vaker gebeurd. Het wordt gewoon een welles-nietes eigenlijk. En ik merk dat het vaker gedaan wordt. Dus als er een probleem is met een bepaalde docent of bepaald gedrag van die docent, wat hij naar een leerling doet. Dan wordt de leerling daarin niet gerespecteerd.’ (Meisje, 16-18 jr)

Kinderen besluiten soms ook vanwege schaamte hun ervaringen niet met anderen te delen. Maar dan zoeken zij over het algemeen wel steun bij vrienden of familieleden die vergelijkbare ervaringen hebben gehad. Door verbinding te zoeken hopen ze zich minder geïsoleerd te voelen en emotionele steun te krijgen.

Een beeld dat overigens wordt bevestigd in recent onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam. Daarin wordt beschreven dat ouders en leerlingen zich vaak machteloos voelen tegenover leerkrachten als het gaat om pestgedrag door medeleerlingen of ongelijke behandeling of negatief gedrag van leerkrachten. Veel mensen hebben een tolerant beeld van zichzelf en een beschuldiging van racisme of discriminatie past niet in dat beeld. Opmerkingen worden vaak afgedaan als ‘dat was 23

Crul et al. (2024).

28

‘Het is moeilijk om je uit te spreken maar, soms ook moeilijk om te verbergen, vraag ernaar en denk niet: het gaat wel over. Ik werd heel eenzaam, ik had drie vrienden die me echt steunden in een groep van acht meiden. Vraag naar hun verhaal. Het is fijn om een vriend te hebben. Krabbel niet terug omdat je zelf niet gepest of gediscrimineerd wordt.’ (Jongen, 16-18 jr)

‘En ja, gewoon om... Ik wil gewoon beide kanten horen, zodat je niet alleen maar één partij hoort. Gewoon beide, zodat je weet hoe diegene het heeft ervaren en hoe diegene zich heeft gevoeld in dat gesprek of in die situatie.’ (Jongen, 8-11 jr)

4.7. De lange termijn gevolgen Discriminatie op basis van uiterlijke of andere persoonlijke kenmerken heeft vaak diepe gevolgen voor betrokkenen. Soms uiten de gevolgen zich in de vorm van trauma, afwijkend gedrag, suïcidale gedachten en andere ernstige reacties, die vervolgens ook regelmatig verkeerd worden geïnterpreteerd. 24 Het gebrek aan een effectieve aanpak en grip op het gebied van discriminatie en racisme kan verstrekkende gevolgen hebben voor een gezonde ontwikkeling van een kind. Wanneer een jong kind opgroeit met aanhoudende ervaringen van uitsluiting en vooroordelen kan dit een zware wissel trekken op zijn of haar motivatie om bijvoorbeeld naar school te gaan. In plaats van zich veilig en gesteund te voelen, kan het schoolleven voor het kind een extra bron van stress en ontmoediging worden. In de praktijk worden deze uitdagingen pijnlijk zichtbaar als kinderen zich terugtrekken of weerstand ontwikkelen tegen de schoolomgeving.

‘We delen wel allemaal dezelfde pijn. Omdat we allemaal een vorm van discriminatie meemaken.’ (Meisje, 16-18 jr) ‘Als klein kind wilde ik het niet zeggen, het werd me zoveel dat het uitbarstte.’ (Meisje, 12-15 jr)

‘Ik word gepest vanwege mijn cultuur, want ik ben Marokkaans. En volgens mij ook omdat ik hoge cijfers haal. In het begin ging ik naar de docent. Omdat ik dacht van nou ja……, ik voelde me gewoon een beetje eenzaam. Maar de docent heeft er naar mijn mening niet veel mee gedaan. We hebben een soort training gehad om de klas ‘closer’ te maken. Dat is niet gelukt, het pesten gebeurt nog steeds. Nu is het zo dat ik meer op mezelf ben en niet naar de docent ga. Want ik weet uit ervaring dat het niet gaat helpen.’ (Meisje, 12-15 jr)

Onderstaande casus laat zien dat bepaalde ‘coping’ strategieën juist tot meer problemen kunnen leiden voor het kind, dat juist hulp nodig heeft. Een kind dat in dergelijke omstandigheden opgroeit, moet voortdurend ‘vechten’ tegen deze negatieve ervaringen en kan daardoor niet zichzelf zijn.

Tot slot nog het volgende: het is voor kinderen van cruciaal belang om in een veilige en vertrouwde omgeving openlijk over racisme te kunnen praten. Als deze omgeving ontbreekt dan zullen zij terughoudend zijn of hun ervaringen niet delen. Veel kinderen vinden dat racisme in ieder geval bespreekbaar gemaakt moet worden. En dan zijn - zo vinden de meeste kinderen - alle kanten van het verhaal belangrijk. 24

Zie bijvoorbeeld Williams et al. (2019) en Verweij Jonker Instituut (2023).

29

Het kind kan gevoelens ervaren van sociaal falen, ontwikkelt soms depressieve symptomen, ongezonde ‘coping’ strategieën (geld- of middelenmisbruik op oudere leeftijd) of het raakt in een negatieve spiraal. 25

25 Verschillende (inter)nationale bronnen tonen dit verband aan: Browne et al. (2022), Gilbert C. Gee et al. (2009), Assari et al. (2018), Jung et al. (2022), UNICEF (2021), KIS (2024), Verweij Jonker Instituut (2023), Psychologie.nl (2023)

30

Een casus uit de praktijk van de Kinderombudsman:

Ongelijke behandeling en structurele bevooroordeling: Faisal kreeg niet dezelfde steun als zijn medeleerlingen. Hij werd vaak als dader afgeschilderd en kreeg de schuld in situaties waar hij juist kwetsbaar of hulpbehoevend was. Het patroon waarin Faisals gedrag consequent negatief werd geïnterpreteerd en gedocumenteerd (terwijl positieve aspecten zoals zijn havo-advies en goede CITO-scores onderbelicht bleven), suggereert dat Faisal structureel werd benadeeld in de beeldvorming door de school. Ondanks pogingen van de ouders om via gesprekken en afspraken de situatie te herstellen, bleef de school bij haar standpunt en werd Faisal van school verwijderd. Er was geen enkele ondersteuning voor Faisals leerbehoeften of omgevingsfactoren. School bood hem onvoldoende kansen om te groeien en zijn potentieel waar te maken. Faisals ouders ervaarden deze aanpak als onrechtvaardig en disproportioneel en vonden dat de school zich niet hield aan haar eigen protocollen voor gelijke behandeling. Volgens hen werd Faisal structureel benadeeld en mogelijk gediscrimineerd.

Faisal 26 een jongen met initieel een havoadvies, werd uiteindelijk naar een traject TL/Kader verwezen vanwege zijn gedrag op school. Hij zou moeite hebben met het naleven van schoolregels en meerdere incidenten op school, gecombineerd met een gebrek aan passende steun, leidden uiteindelijk tot verwijdering van school. Later wordt duidelijk dat Faisal te maken had met structureel onbegrip en mogelijk een discriminatoire behandeling. Wat is er gebeurd?

Cultureel onbegrip vanuit de school: Faisals ouders gaven aan dat de school niet voldoende rekening hield met zijn culturele achtergrond. Het gebrek aan sensitiviteit voor zijn achtergrond speelde een rol in de wijze waarop zijn gedrag is geïnterpreteerd en in de mate van ondersteuning die hij kreeg. Er is niet geprobeerd om zijn motivatie en behoeften in de juiste context te plaatsen. Met als gevolg dat zijn gedrag als problematisch en niet als hulpbehoevend is beschouwd.

4.8. Rondetafelgesprekken met stadsdelen In de reflectiegesprekken werden de emoties en ‘coping‘ strategieën die hierboven staan beschreven herkend. Een professional uit het onderwijs legde uit dat de gelatenheid en het cynisme van de leeftijdscategorie van 12- tot en met 15-jarigen een ‘dominante emotie’ is als er over discriminatie en racisme wordt gesproken. Jongeren hebben geen vertrouwen dat er dingen zullen veranderen en stoppen emoties liever weg. De noodzaak dat kinderen van jongs af aan weten dat discriminatie op grond van racisme niet normaal is en dat dit nooit geaccepteerd moet worden, werd door bijna alle deelnemers aan de rondetafelgesprekken onderschreven. Daarnaast vonden zij het belangrijk dat jonge kinderen ergens terecht kunnen met hun emoties en ervaringen, maar ook dat hier vervolgens actie op wordt ondernomen en het niet wordt ‘weggestopt'.

Pesterijen en reactie van de school: Faisal werd structureel gepest door andere leerlingen. Maar de school bestempelde die pesterijen als ‘‘incidenten’’. School bood geen adequate bescherming en steun. Integendeel, in plaats van slachtoffer werd Faisal door de school als dader aangemerkt. Dit is ook zo vastgelegd in zijn dossier. Suggestieve aannames over gedrag en achtergrond: School liet de ouders weten zich zorgen te maken over Faisals mogelijke contacten met politie en justitie. Hoewel er geen enkel bewijs voor deze bewering was, werd ook dit in zijn dossier vastgelegd. De suggestieve aannames en vooroordelen over Faisals mogelijke betrokkenheid bij criminaliteit creëerden een negatief beeld van Faisal. Een beeld dat, zo bleek later, ongefundeerd was. 26

Een gefingeerde naam.

31

5. Welke oplossingen en uitdagingen zien kinderen? 5.1 Inleiding Kinderen en jongeren die in het kader van dit onderzoek zijn gesproken hebben verschillende oplossingen voorgesteld om met discriminatie en racisme om te gaan. Ze willen weten of er hoop is op een toekomst zonder racisme. Sommigen zijn pessimistisch en denken dat het wereldbeeld van mensen moeilijk te veranderen is. Andere kinderen denken dat met veel moeite en tijd racisme wel verminderd kan worden. Opvallend is dat ook de pessimisten in dit onderzoek met voorstellen kwamen waarmee discriminatie en racisme misschien wel (gedeeltelijk) aangepakt kunnen worden. Zij zijn gemotiveerd door de behoefte om iets te kunnen doen en niet passief af te wachten. De meer optimistische deelnemers aan het onderzoek zien in deze strategieën een kans om racisme te verminderen en een inclusievere samenleving te bevorderen.

van hun gedrag, het geven van voorlichting, het invoeren van straffen, en het voeren van gesprekken over racisme. Hoewel er overlap is tussen oplossingsrichtingen en ‘coping‘ strategieën, ligt het belangrijkste verschil in hun focus en doel. ‘Coping‘ strategieën zijn gericht op het persoonlijk omgaan met de emotionele en psychologische impact van racisme en discriminatie (vaak individueel en intern gericht). Oplossingsrichtingen zijn meer extern en collectief gericht. Het doel is bredere veranderingen te bewerkstelligen in de manier waarop racisme en discriminatie kunnen worden aangepakt. 27

5.3. De verschillende oplossingsrichtingen In deze paragraaf worden de verschillende oplossingsrichtingen die kinderen aandragen om discriminatie en racisme te bestrijden, opgesomd. Het gaat om voorlichting, straffen of belonen, laagdrempelig melden, het gesprek aangaan, toezicht houden, aanspreken, opvoeden en zorgen voor een inclusievere samenleving.

5.2. ‘Coping’ strategieën en oplossingsrichtingen nader uitgelegd De manier waarop kinderen en jongeren omgaan met racisme verandert met hun leeftijd en ontwikkeling. De voorgestelde oplossingen variëren van het negeren van racisme tot het aanpassen

Zowel coping strategieën als oplossingen zijn essentieel voor het creëren van een inclusieve en rechtvaardige leefomgeving. Bovendien vullen de persoonlijke en collectieve benaderingen elkaar aan om zo effectief mogelijk racisme en discriminatie aan te pakken. 27

32

‘Ik zou willen dat we bijvoorbeeld sociale media-agenten hebben die kijken wie discriminerende of racistische opmerking maakt. Dan kan iemand even, hoe zeg je dat, verbannen worden van sociale media.’ (Jongen, 8-11 jr)

5.3.1. Het verstrekken van adequate voorlichting Kinderen stellen voor om voorlichting te geven over racisme en discriminatie. Dit kan helpen om bewustzijn te creëren en anderen te laten weten dat ze niet alleen staan. Door voorlichting te geven, hopen jongeren dat er meer begrip en bewustzijn ontstaat over racisme. Ze willen anderen informeren over de impact van racisme en discriminatie en laten zien dat het een serieus probleem is dat aangepakt moet worden. Door bijvoorbeeld een krant uit te geven, kunnen kinderen hun eigen verhalen vertellen. Ook informatieverstrekking door een (laagdrempelig) meldpunt speciaal voor kinderen met een advies- en voorlichtingsfunctie voor volwassenen kan bijdragen aan de bewustzijnswording.

‘Ik zou zeggen… Als je discrimineert of racistisch doet tegen een ander. Dan krijg je een boete.’ (Jongen, 8-11 jr)

‘Nou, dat er eerst een paar proefkonijnen zijn. Die een geldprijs krijgen als ze zes maanden niet racistisch zijn.’ (Jongen, 8-11 jr)

5.3.3. Laagdrempelig melden Voorts willen kinderen de mogelijkheid hebben om hun ervaringen met racisme te uiten bijvoorbeeld via (anonieme) meldpunten of door in gesprek te gaan met een aangewezen persoon. Door hun ervaringen te delen, voelen kinderen zich gehoord en gesteund. Ze willen dat er iets gedaan wordt met hun meldingen én dat er concrete stappen worden ondernomen om de situatie te verbeteren.

‘Of bijvoorbeeld dat de gemeente een keer per jaar een voorlichting geeft voor volwassenen, waarin ze leren hoe je je moet gedragen.’ (Jongen, 811 jr) ‘Maar je moet gewoon voorbeelden geven hoe het wel kan. En bijvoorbeeld in voetbal, dat statement dat ze met hun armen naast elkaar gingen, dat vond ik heel dik.’ (Jongen, 16-18 jr)

‘Want het is wel slim die meldpunten, omdat als je bijvoorbeeld je niet veilig voelt om met een juf of een meester of je ouders erover te praten, dan is het wel slim om naar die meldplek te gaan en hen te laten weten hoe je je voelt. Dan kunnen ze je tips geven, of hoe je er beter mee om kan gaan.’ (Meisje, 8-11 jr)

5.3.2. Straffen en belonen Ook werd voorgesteld dat mensen die zich racistisch gedragen, gestraft zouden moeten worden door hen bijvoorbeeld geldboetes te laten betalen of een sociale media time-out op te leggen. Door straffen in te voeren, hopen kinderen dat racistische gedragingen ontmoedigd worden en dat tegelijkertijd een duidelijke boodschap wordt afgegeven dat racisme onacceptabel is. De kinderen willen hiermee een afschrikwekkend effect bewerkstelligen en rechtvaardigheid bevorderen. Het belonen van iemand als die zich langere tijd ‘goed gedraagt’ is tevens als een oplossingsrichting aangedragen.

‘Wat ik wil gewoon, is een tevredenheidsding op school. En dan kan je zonder je naam in te vullen of je je veilig of onveilig voelt. Maar de juffen en meesters, ik begrijp niet wat ze daarmee doen. Want die juffen zeggen wel elk jaar, ja bijna de helft van de school voelt zich onveilig. Maar dan, het maakt geen verschil eigenlijk, want het blijft nog steeds school.’ (Meisje, 8-11 jr) 33

Omdat het voor kinderen spannend kan zijn om discriminatie te melden, is het belangrijk dat eventuele meldpunten laagdrempelig en toegankelijk zijn. Hoewel er vanuit het Kinderrechtencomité in 2022 28 op is gewezen dat iedere gemeente een kindvriendelijk antidiscriminatiebureau zou moeten hebben waar kinderen gemakkelijk gevallen van discriminatie kunnen melden, zijn die er op dit moment (nog) niet. 29

omdat die persoon heeft geleerd. Dus ik hoop dat als wij volwassen worden het niet meer een probleem gaat zijn.’ (Meisje, 16-18 jr)

‘Er kan altijd een oplossing zijn. Zolang je het gesprek maar aangaat.’ (Meisje, 16-18 jr)

Het bespreken met vrienden kan helpen maar er moet ook steun van ouders, leraren en andere volwassenen zijn. De indruk is dat het voor kinderen belangrijk is een volwassen persoon te hebben die op ze lijkt, die een soort voorbeeldfunctie vervult of ervaringsdeskundige is.

5.3.4. Het gesprek aangaan Kinderen en jongeren geven aan dat het belangrijk is om het gesprek over racisme onderling, op of met school of met familie aan te gaan. Door gesprekken te voeren denken jongeren meer begrip en bewustzijn te creëren over racisme. Als racisme bespreekbaar is dan kunnen er duidelijke afspraken worden gemaakt over wat wel en wat niet gezegd kan worden, én grenzen worden gesteld. Hierbij is het belangrijk dat iedereen elkaars meningen respecteert en dat er een open dialoog over het thema mogelijk is.

‘We hebben wel een juffrouw met wie we het hier over kunnen hebben, onze lievelingsjuf.’ (Jongen, 8-11 jr)

‘Als jij een Turks meisje bent en je hebt een Turkse docent, dan ga je veel eerder met haar in gesprek. Of als je een donkere jongen bent en je hebt een donkere docent. Dan voel je je veiliger bij die docent. En ik merk dat dat ook echt helpt.’ (Meisje, 16-18 jr)

‘Dat vind ik wel een goed idee, dat we daar over discussiëren. We gaan over regels discussiëren. Naar elkaar luisteren, elkaars meningen respecteren, en niet dat iedereen elkaar gaat uitschelden en dat soort dingen.’ (Jongen, 8-11 jr)

‘Ooit toen er iets racistisch was gebeurd, gingen we het er met de hele klas over hebben. Toen hadden we het erover dat het eigenlijk niet normaal is om het daar zo over te hebben. Daarna werd het minder, dus dat was wel fijn.’ (Meisje, 8-11 jr)

‘Voor kinderen onderling vind ik het belangrijk dat we het hierover kunnen hebben. En ook het is fijn dat we het er lachend over kunnen hebben. Maar ook gewoon serieus. Want waarom gebeurt het nou eigenlijk? [ ] En dat we dan ook niet per se iemand de schuld geven omdat hij een opmerking maakt, maar iemand leren waarom het niet goed is. Dan kan je er zand overheen gooien en kan je weer verder gaan

28

‘Bij mijn ouders kom ik wel eens thuis met wat er in de les is gebeurd met een docent. Dan zeggen mijn ouders, ja dat kan natuurlijk niet.’ (Meisje, 16-18 jr)

Https://www.kinderrechten.nl/assets/2022/02/CO-2022-ENG.pdf.

29 Discriminatie.nl heeft inmiddels wel een protocol klachtbehandeling voor kindvriendelijke antidiscriminatievoorzieningen opgesteld.

34

5.3.5. Toezicht houden Kinderen stellen voor om een toezichthouder in het leven te roepen, bijvoorbeeld door iemand die rondloopt en alles in de gaten houdt of door cameratoezicht. Door meer toezicht verwachten kinderen en jongeren dat racistische gedragingen sneller worden opgemerkt en aangepakt. Ze willen dat mensen zich meer naar de regels gedragen en dat er een veilige omgeving wordt gecreëerd.

5.3.7. Opvoeden en een inclusievere samenleving bevorderen Het is nodig dat discriminatie en racisme al tijdens de opvoeding wordt aangepakt, zeggen kinderen die in het onderzoek zijn gesproken. Als ouders hun kinderen al van jongs af aan leren aandacht en respect te hebben voor verschillende achtergronden, zal racisme in de toekomst verminderen, is de gedachte. Volwassenen moeten het goede voorbeeld geven aan kinderen. Door een multiculturele omgeving te creëren, hopen de kinderen dat iedereen zich gelijkwaardig voelt en dat er geen ruimte is voor racisme. Ze willen een inclusieve omgeving bevorderen waarin iedereen zich geaccepteerd voelt.

‘Misschien is het gewoon een dingetje, dat er bijvoorbeeld iemand rondloopt die alles een beetje in de gaten houdt. En als hij binnenkomt, dan schrijft hij bijvoorbeeld op een notitieblokje als het misgaat.’ (Meisje, 8-11 jr)

‘Mijn idee is dat als je zo begint met de opvoeding, dan begint het daar al. En hoe meer kind daaraan wordt blootgesteld, hoe meer het kind ook zich daaraan gaat aanpassen.’ (Jongen, 8-11 jr)

‘Het is wanneer de juffrouw weg is dat ze dan schelden. Dus cameratoezicht op scheldwoorden.’ (Jongen, 8-11 jr)

5.3.6. Daders aanspreken Daarnaast willen kinderen dat iemand wordt aangesproken op racistische gedrag bij voorkeur door een docent of een andere volwassene. Door iemand op zijn of haar racistische gedragingen aan te spreken, hopen jongeren dat degene zich bewust wordt van zijn of haar gedrag. De kinderen zouden willen dat er verantwoordelijkheid wordt genomen en dat er een cultuur van respect ontstaat.

‘Ik denk ook wel dat ik weet soms hoe het komt dat er racisme is. Want ik denk ook dat het thuis een beetje wordt ingeplant. Dat er bijvoorbeeld mensen zeggen, ‘ga niet met deze om, ga niet met die om.’ Want ik speelde vroeger, toen ik klein was, met veel Nederlandse jongetjes. Maar in de loop van de tijd speel ik meer met buitenlandse kinderen. Ik had een Nederlandse jongen heel vaak naar mijn huis uitgenodigd, naar mijn feestjes. Maar hij heeft mij nooit terug uitgenodigd, dus dat voelt wel een beetje raar.’ (Jongen, 8-11 jr)

‘Als je met diegene die al iets tegen je heeft gedaan in gesprek moet dan kan je misschien niet goed in dat gesprek zijn. Want dan kun je ook gelijk boos worden, want ja, diegene heeft je wel pijn gedaan.’ (Meisje, 8-11 jr)

‘Als de school multicultureel is, is er geen minderheid. Pas bij minderheden wordt er gepest.’ (Jongen, 8-13 jr)

‘Ik vind eigenlijk dat zij (docenten) dan ook moeten aanspreken. Dat je bijvoorbeeld als leerling wordt gediscrimineerd, dat je eigenlijk naar de leraar moet gaan.’ (Meisje, 8-11 jr)

‘Ik denk dat ze bang zijn dat dat gewoon niet gaat werken (verschillende achtergronden samen). Terwijl je het een keertje moet gaan proberen. En

35

dan gaat er aan alle twee de kanten een aanpassing komen. Dan heb je wel die diversiteit.’ (Jongen, 16-18 jr)

agressies minder snel. Het is wel belangrijk om hier met jonge kinderen aan te werken.

5.4. Rondetafelgesprekken met stadsdelen Met deelnemers is gesproken over de oplossingsrichtingen die kinderen en jongeren aandragen om discriminatie en racisme aan te pakken. Een groot obstakel om tot oplossingen te komen, is volgens de betrokken ambtenaren in de eerste plaats het met elkaar praten over het dit thema. De moeilijkheid om het te bespreken komt met name door de polarisatie in de samenleving en de spanning die er leeft tussen professionals die met kinderen werken. Die spanningen kunnen bijvoorbeeld ontstaan als microagressies worden gebagatelliseerd onder het mom van ‘het was maar een grapje’ of ‘ik bedoelde het niet zo’. Waar professionals mee worstelen is de vraag hoe je een gesprek voert zonder bevoogdend over te komen (‘‘wat je doet, is niet goed’’) zonder te beschuldigen (‘‘wat je doet, is racistisch’’).

Bevorderd moet worden dat volwassenen en kinderen zich eerder leren uitspreken als er sprake is van racisme en discriminatie.

In de rondetafelgesprekken werd eveneens naar voren gebracht dat het soms lastig is dat de meeste beleidsambtenaren geen migratieachtergrond hebben en nauwelijks discriminatie op grond van racisme meemaken. Hierdoor kunnen zij zich minder goed een voorstelling maken wat de impact ervan is. Bovendien kampt het onderwijs bijvoorbeeld met tal van andere problemen waardoor aandacht voor het thema discriminatie en racisme ondersneeuwt. Een aantal deelnemers aan de rondetafelgesprekken ziet potentie in het vergroten van expertise van de professionals die werken met (jonge) kinderen als het gaat om antiracistisch opvoeden (door middel van coaching of cursussen). Scholing alleen is echter geen oplossing. Het thema staat niet bij alle professionals die met (jonge) kinderen werken op het netvlies. Daardoor herkennen zij racisme en micro-

36

6. Wat zijn de conclusies en hoe verder? er toch niks verandert. Kennelijk ervaren zij dat racisme en discriminatie zo in (de structuren van) onze samenleving zijn verweven, dat zij afhaken en zich terugtrekken. Zij hebben het gevoel

6.1. Inleiding Centraal in dit onderzoek staan de ervaringen van Amsterdamse kinderen en jongeren met discriminatie en racisme en de vraag hoe zij met deze ervaringen omgaan. In hoeverre kunnen zij deze bespreekbaar maken en met wie? Zien kinderen oplossingsrichtingen om discriminatie en racisme te bestrijden? En zo ja, wat en wie hebben ze daarbij nodig? Om deze vragen te kunnen beantwoorden heeft de Kinderombudsman met bijna 80 Amsterdamse kinderen en verschillende betrokken professionals en ouders gesproken. De conclusies die de Kinderombudsman op basis van het onderzoek trekt en de acties die hieruit volgen komen in dit hoofdstuk aan de orde. 6.2. Kinderen lijden onder discriminatie en racisme en dat heeft gevolgen voor hun ontwikkeling Veel kinderen en jongeren in Amsterdam lijden onder pesten, vaak door discriminatie of racisme. De verontrustende ervaringen die zij in dit onderzoek met ons deelden, betreffen niet alleen discriminatoir gedrag door leeftijdsgenoten, maar ook door volwassenen in verschillende rollen zoals leerkracht, sportcoach of winkelpersoneel. Wat het nóg verontrustender maakt, is dat een (groot) aantal van de jongeren het niet (meer) de moeite waard vindt om zich er druk om te maken of er aandacht aan te schenken. Deze jongeren verwachten dat

er niet ‘bij te horen’ en dat vormt een risico op het ontwikkelen van psychische problematiek en een negatief zelfbeeld. Een urgente en breed gedragen aanpak is daarom nodig in de strijd tegen discriminatie en racisme.

6.3. Aanpak van discriminatie en racisme en inzichten die daarin helpend zijn Uit dit onderzoek komen de volgende rode draden en inzichten naar voren die aandacht en inzet vragen van betrokken partijen om discriminatie en racisme aan te pakken: 1. Ervaringen met discriminatie en racisme zijn structureel. 2. (Jonge) kinderen reageren anders op ervaringen dan (oudere) jongeren. 3. Pas als er vertrouwen is, zijn ervaringen bespreekbaar. 4. Volwassen moeten het goede voorbeeld geven en normeren.

37

Ad. 1. Ervaringen met discriminatie en racisme zijn structureel Discriminatie en racisme komen regelmatig voor en vinden overal plaats waar kinderen zich in de publieke ruimte bevinden. De kinderen die in het kader van het onderzoek zijn gesproken geven aan dat het hier niet om incidenten gaat. Er is een aantal domeinen waar ogenschijnlijk meer discriminatie en racisme voorkomt, zoals op school, in winkels, op straat, en online. Gegeven voorbeelden laten zien dat in veel gevallen de basis ligt bij de manier van omgaan met elkaar. Omdat het niet om losse incidenten gaat, wordt met elke ervaring het effect en de impact op de kinderen groter.

vanzelfsprekende beschermende reactie die hen helpt om kritisch te blijven. Het kan echter ook tot isolatie leiden of de gedachte dat volwassenen toch nooit zullen ingrijpen.

Op latere leeftijd reflecteren op ervaringen uit de jeugd kan veel impact op oudere jongeren hebben. Sommigen weten hun weg te vinden in het leven en komen goed terecht in de maatschappij. De bijzondere uitdagingen en moeilijke omstandigheden die zij hebben meegemaakt, zien zij als een levenservaring. Maar dat geldt niet voor iedereen. Er zijn ook (jong)volwassenen bij wie er een grotere kans is op het ontwikkelen van negatieve patronen en vervreemding van de samenleving. Dit, door langdurige blootstelling aan discriminatie en racisme, vooroordelen, pesterijen en ongelijke kansen.

Ad. 2. Jonge kinderen reageren anders op ervaringen dan jongeren Jonge kinderen reageren anders op discriminatie en racisme dan (jong)volwassenen. Zij gaan hier ook anders mee om. Op jongere leeftijd hebben kinderen moeite met het verwerken van emoties. Zij voelen zich niet begrepen, onveilig en zetten boosheid in als verdedigingsmechanisme. Hiermee proberen zij zichzelf te beschermen, en autonomie in en controle over de onveilige situatie te krijgen. Het is van belang alert te zijn op woede als coping-strategie. In dat geval moet worden voorkomen dat dat kinderen als ‘dader’ worden aangemerkt. De jongvolwassenen zijn cynischer. Zij denken dat discriminatie op grond van racisme een onoplosbaar en onvermijdelijk probleem is omdat zij met regelmaat meemaken dat uitingen van discriminatie en racisme zonder gevolgen blijven voortbestaan en worden genormaliseerd. Zij reageren daarom eerder sceptisch dan boos. Veel jongeren zien er geen heil in om erover te praten en weggestopte emoties op te rakelen. Het leidt bij hen tot groot wantrouwen als volwassenen problemen met discriminatie niet serieus aanpakken en hier zelfs in sommige gevallen aan bijdragen. Personen en organisaties die aangeven discriminatie en racisme te willen aanpakken beschouwen zij ‘als niet oprecht’. Wat levert het praten erover op, behalve het herbeleven van oud zeer? Wantrouwen is een voor hen

Ad. 3. Pas als er vertrouwen is, zijn ervaringen bespreekbaar Om wantrouwen bij kinderen en jongeren weg te nemen en hen uit isolatie te halen is het belangrijk dat zij het gesprek aangaan en aan de bel trekken als er iets naars is gebeurd. Een gesprek kan plaatsvinden met vrienden en familie waarmee al een (natuurlijke) vertrouwensband is. De kinderen en jongeren geven aan makkelijker en vaker steun bij vrienden en familie te zoeken. Maar zoals uit de groepsgesprekken bleek, durven ze hun ervaringen uiteindelijk ook te delen in een groep die ze minder goed kennen. Een voorwaarde is echter wel dat er sprake is van vertrouwen binnen de groep en met een aangewezen vertrouwenspersoon. Dit kost tijd en aandacht.

38

Zodra deze vertrouwensbasis er is dient iedereen de ruimte en tijd te krijgen om persoonlijke ervaringen te delen. Hierbij hoeven emoties niet onderdrukt te worden. Door vervolgens kinderen en jongeren elkaar te laten steunen en te voorzien van advies wordt het ontwikkelen van gezonde coping strategieën bevorderd. Eenmalig contact levert niets op. Zeker omdat schaamte een belemmering kan

Passief reageren roept namelijk een gevoel van onveiligheid en onbegrip op. Wanneer volwassenen niet actief reageren of niet ‘normeren’ dan geven zij impliciet de boodschap dat discriminatoir of racistisch gedrag acceptabel is. En dat leidt tot het verergeren van het probleem. Volwassenen die veel aan hun hoofd hebben, kunnen soms op een manier reageren waar ze achteraf spijt van hebben of waarvan ze zich niet bewust zijn. De vraag is dan ook wat zij nodig hebben om hun leiderschapsrol goed te kunnen vervullen.

vormen om te praten over ervaringen. Ook voor het melden bij instanties, zoals een discriminatiemeldpunt, een vertrouwenspersoon op school of de Kindertelefoon, geldt dat er in ieder geval een basis van vertrouwen moet zijn. Deze instanties moeten laagdrempelig en toegankelijk voor kinderen zijn. Ad. 4. Volwassenen moeten het goede voorbeeld geven en normeren Als het gaat om het voorkomen van discriminatie en racisme hebben volwassenen een grote verantwoordelijkheid, vinden kinderen en jongeren. Als volwassenen zich niet actief inzetten om een norm te stellen en deze uit te dragen, zullen kinderen dit nu of later in hun volwassen leven ook niet doen. Daarbij moet de impact van (sociale) media offline en online én de impact van politiek (en de wijze waarop volwassenen met een voorbeeldfunctie met elkaar omgaan) niet worden onderschat. Interventies om discriminatie en racisme tegen te gaan, moeten gericht zijn op de rol van volwassenen, (sociale) media en de impact van de wijze waarop volwassenen met een voorbeeldfunctie met elkaar omgaan.

Recent onderzoek 30 naar een leergang voor docenten wijst uit dat onder meer het bieden van historische kennis, wetenschappelijk gefundeerde inzichten en persoonlijke ervaringen bijdragen aan het herkennen en bespreekbaar maken van racisme en uit het ’daderslachtoffer frame’ te komen. Volwassenen geven een goed voorbeeld als zij ook daadwerkelijk laten zien hoe nare ervaringen verwerkt kunnen worden, bijvoorbeeld door daar op een emotioneel volwassen manier over te praten. Goede omgang met eigen emoties bij nare ervaringen, vooral direct als het gebeurt, is nodig om die ervaringen een plek te geven. Zo wordt voorkomen dat het steeds moeilijker wordt om erover te praten. Volwassenen kunnen ook leren van jonge kinderen omdat zij over het algemeen juist níet hun emoties verbergen en open communiceren over wat hen boos of verdrietig heeft gemaakt.

Dat is een uitdaging in een tijd waarin politici herhaaldelijk laten zien op dit gebied geen voorbeeldfunctie te vervullen. Juist dán is het van belang dat volwassenen voldoende ruimte bieden zodat kinderen over hun ervaringen durven én kunnen praten. En dat discriminatie en racisme uit de taboesfeer worden gehaald.

6.4. Effectieve aanpak vereist verscheidenheid aan strategieën De verhalen van kinderen en jongeren in dit onderzoek wijzen erop dat voor een effectieve aanpak van racisme verschillende strategieën nodig zijn die passen bij de ontwikkelingsfase en context van deze doelgroep. Er bestaat geen eenvoudige oplossing om discriminatie en racisme te bestrijden. Er is een breed scala aan interventies nodig die elkaar aanvullen en versterken. Daarbij is het van belang dat één instantie of één persoon de regie neemt. Juist omdat discriminatie en racisme een probleem is van iedereen maar van niemand in het bijzonder. Door concrete praktijkvoorbeelden te gebruiken wordt

Er is een belangrijke rol weggelegd voor ouders en familie in het ondersteunen van kinderen en jongeren. Door hen te betrekken bij gesprekken over discriminatie en racisme en te voorzien van de juiste tools en kennis, kan er ondersteuning vanuit de thuisomgeving worden gecreëerd. Er moet daadwerkelijk een gesprek plaatsvinden in plaats van wegkijken van het probleem. Het onverschillig ophalen van schouders veroorzaakt schade. 30

Movisie (2024)

39

discriminatie en racisme zichtbaar en tastbaar. Persoonlijke verhalen brengen de verborgen ervaringen (en het leed) naar de oppervlakte en dat draagt bij aan begrip en (h)erkenning. Naast het feit dat iemand zich gehoord voelt, is het ook een uitnodiging tot een persoonlijke reflectie voor anderen. De verhalen van de kinderen dragen bij aan een diepere bewustwording van de impact die discriminerend gedrag kan hebben. Soms kan het helpen om in rollenspellen bepaalde situaties na te bootsen. Tijdens een evaluatie van het rollenspel kan dan worden besproken hoe het voelt om in de schoenen van iemand anders te staan, en hoe situaties bespreekbaar gemaakt kunnen worden zonder te escaleren. Hierbij rekening houdend met de leeftijd van kinderen en jongeren. Het gaat om het samenwerken aan structurele oplossingen, om verantwoordelijkheid nemen en om positief en respectvol gedrag aan te moedigen. Door op die manier het goede voorbeeld te geven kunnen volwassen kinderen helpen en ondersteuning bieden. Wegkijken is geen optie. Er moet nu actie worden ondernomen.

dat oudere kinderen en jongeren eerder ontmoedigd zijn en weinig verwachten van interventies op het gebied van discriminatie en racisme. Ook om die reden is het van belang dat kinderen op jonge leeftijd het vertrouwen krijgen dat er daadwerkelijk iets gebeurt als zij signalen over racisme en discriminatie melden en bespreekbaar maken. Kinderen zelf moeten niet alleen handelingsperspectief krijgen en weerbaar worden, maar volwassenen en andere kinderen dienen ook aangesproken te worden. Zij moeten beseffen dat als bepaalde grenzen worden overschreden dit niet zonder consequenties zal zijn. Dat is geen makkelijke opgave en het vereist een lange adem. Ongetwijfeld zal dit proces gepaard gaan met ongemak, moeilijke en schurende gesprekken en de confrontatie met het eigen handelen.

De Kinderombudsman roept de gemeente op om samen met haar de handschoen op te pakken en opvolging te geven aan dit rapport. De oplossingsrichtingen die door de kinderen zijn bedacht om het veelkoppig monster van discriminatie en racisme te bestrijden te weten, goede voorlichting geven, straffen en belonen, laagdrempelig melden, het gesprek aangaan, toezicht houden, aanspreken en normeren, én opvoeden en stimuleren van een inclusieve samenleving, kunnen hiertoe als leidraad dienen. Door met elkaar over deze oplossingsrichtingen in gesprek te gaan, kan worden bepaald welke stappen op welk domein gezet moeten worden om interventies te doorgronden en door te ontwikkelen.

6.5. Oproep tot actie Het huidige maatschappelijke debat over discriminatie en racisme is sterk gepolariseerd. Beleidsmakers en professionals die met kinderen werken, geven aan dat zij het mede hierdoor moeilijk vinden om een gesprek over het thema aan te gaan. Tegelijkertijd laten de resultaten van dit onderzoek zien dat er een noodzaak is om het gesprek hierover met elkaar te voeren. Het effect van discriminatie en racisme op kinderen is groot. Zo kunnen kinderen een negatief zelfbeeld ontwikkelen en daardoor langdurige psychische problemen krijgen die invloed hebben op meerdere levensgebieden. Dit onderzoek laat zien

40

Bijlagen Felten, H., Andriessen, I., Does, S., Donker, R., & de Winter Koçak, S. (2021). Institutioneel racisme in Nederland: Literatuuronderzoek naar de aanwijzingen voor institutioneel racisme op de domeinen arbeidsmarkt, woningmarkt, onderwijs en politie. Kennisplatform Integratie & Samenleving. Geraadpleegd van https://www.kis.nl/sites/default/files/202206/institutioneel_racisme_in_nederland_-_literatuuronderzoek1.pdf.

B1. Bronvermelding Assari, S.; Mistry, R.; Caldwell, C.H. (2018). Perceived Discrimination and Substance Use among Caribbean Black Youth; Gender Differences. Brain Sci. 2018, 8, 131. https://doi.org/10.3390/brainsci8070131.

Andriessen, I., Fernee, H., & Wittebrood, K. (2014). Ervaren discriminatie in Nederland. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. Geraadpleegd van https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/statistischetrends/2022/gediscrimineerd-gevoeld-?onepage=true#c-3–Grondenvan-discriminatie.

Gilbert C. Gee, Annie Ro, Salma Shariff-Marco, David Chae (2009). Racial Discrimination and Health Among Asian Americans: Evidence, Assessment, and Directions for Future Research. Epidemiologic Reviews, Volume 31, Issue 1, 1 November 2009, Pages 130–151, https://doi.org/10.1093/epirev/mxp009.

Crul, M., Steinmetz, C.H.D., Lelie, F. (2024). Achterstelling en Discriminatie in het Amsterdamse Onderwijs.

Greelane (n.d.). Wat is een microagressie? Alledaagse beledigingen met schadelijke gevolgen. Geraadpleegd van https://www.greelane.com/nl/science-tech-math/socialewetenschappen/microaggression-definition-examples-4171853/.

Brown, T. N., & Lee, S. J. (2022). Sexual and gender identity-based microaggressions: Differences by sexual and gender identity, and sex assigned at birth among Dutch youth. Journal of Interpersonal Violence, 37(3-4), 1234-1256. https://doi.org/10.1177/08862605211056729.

Jung, M.Y., Juon, HS., Slopen, N. et al. (2022). Racial Discrimination and Health-Related Quality of Life: An Examination Among Asian American Immigrants. J. Racial and Ethnic Health Disparities 9, 1262–1275. https://doi.org/10.1007/s40615-021-01067-8.

Browne, R.K., Duarte, B.A., Miller, A.N. et al. (2022). Racial Discrimination, Self-compassion, and Mental Health: the Moderating Role of Self-judgment. Mindfulness 13, 1994–2006. https://doi.org/10.1007/s12671-022-01936-1.

Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS). (2024). Discriminatie en de gevolgen voor welzijn en gezondheid. En wat je daartegen kan doen. Geraadpleegd van Discriminatie en de gevolgen voor welzijn en gezondheid | KIS.

Counter Narratives. (2019). Onderzoek naar racisme in Nederland: Een overzicht van literatuur. Geraadpleegd van https://counternarratives.nl/2019/01/30/onderzoek-naar-racismein-nederland-een-overzicht-van-literatuur/. 41

LaFont, S. (2019). The development and initial validation of the Child Perceived Discrimination Questionnaire. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 60(12), 1345-1353. https://doi.org/10.1111/jcpp.13000.

interviews with pupils in preschool, elementary, and primary schools. Journal of Educational Psychology, 114(2), 345-360. https://doi.org/10.1037/edu0000678.

Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme. (2023). Aard, omvang en oorzaken van discriminatie en racisme in Nederland. Geraadpleegd van https://www.staatscommissietegendiscriminatieenracisme.nl/publica ties/publicaties/2023/12/12/index.

Movisie. (2019). Intersectionaliteit: Wat moeten we ermee? Geraadpleegd van https://www.movisie.nl/artikel/intersectionaliteitwat-moeten-we-ermee. Movisie. (2024). Hoe kun je racisme bespreekbaar maken? Inzichten uit evaluatieonderzoek van de leergang ‘Inclusief onderwijs’ van Fawaka WereldBurgerschap. Geraadpleegd van Hoe kun je racisme bespreekbaar maken? | Movisie.

Tellings, A. (2021). De relatie tussen normoverdracht, normwaarneming, en tolerante attitudes bij Nederlandse brugklassers en 18-25-jarigen: Een experimenteel vragenlijstonderzoek. Pedagogiek, 41(3), 207-223. https://doi.org/10.5117/PED2021.3.007.TELL.

(Nationale) Kinderombudsman (2021). Buiten spel. Uitsluiting van kinderen (h)erkennen en aanpakken! Geraadpleegdvan Opening onderzoek Buiten spel. Uitsluiting van kinderen (h)erkennen en aanpakken!

Tweede Kamer. (2023). Aard, omvang en oorzaken van discriminatie en racisme in Nederland. Geraadpleegd van https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=2023D49662 .

(Nationale) Kinderombudsman (2022). In eenzaamheid gepest Kinderen over hun ervaringen met pesten en (het gebrek aan) hulp bij pesten. Geraadpleegd van In eenzaamheid gepest.

UNICEF. (2021). The State of the World's Children 2021. On My Mind: Promoting, protecting and caring for children’s mental health. Geraadpleegd van The State of the World's Children 2021 | UNICEF.

NJI. (n.d.) Als pesten samengaat met discriminatie. Geraadpleegd van Als pesten samengaat met discriminatie | Nederlands Jeugdinstituut.

UNICEF Nederland. (2023). 1 op 2 jongeren in Nederland ziet discriminatie op basis van huidskleur of afkomst. Geraadpleegd van https://www.unicef.nl/nieuws/2023-12-15-unicef-1-op-2-jongerenin-nederland-ziet-discriminatie-op-basis-van-huidskleur-of-afkomst.

Open Democracy. (n.d.). Become like us: the Dutch and racism. Geraadpleegd van https://www.opendemocracy.net/peoplemigrationeurope/article_1616.jsp.

Psychologie.nl. (2023). De verwoestende gevolgen van discriminatie. Geraadpleegd van https://psycholoog.nl/blogs/de-verwoestendegevolgen-van-discriminatie/.

Smith, J., & Johnson, L. (2022). Discrimination experience among children and adolescents: Results of an instrument search and cognitive 42

Van der Ent, B., Dagevos, J., & Stam, T. (2020). Syrian-born children with a refugee background in Rotterdam: A child-centred approach to explore their social contacts and the experienced social climate in the Netherlands. International Journal of Qualitative Studies on Health and Well-being, 15(1), 1721985. https://doi.org/10.1080/17482631.2020.1721985

Vedder, P., Wenink, E., & van Geel, M. (2017). Intergroup contact and prejudice between Dutch majority and Muslim minority youth in the Netherlands. Journal of Social Issues, 73(4), 819-835. https://doi.org/10.1111/josi.12250.

Verweij Jonker Instituut. (2023). Discriminatie schaadt mentale gezondheid van jongeren met migratieachtergrond. Nieuw onderzoek naar mentale gezondheid van jongeren in Nederland. Geraadpleegd van Discriminatie schaadt mentale gezondheid van jongeren met migratieachtergrond - Verwey-Jonker Instituut.

Verweij Jonker Instituut. (2023). Ongelijkheid in welzijn. Een mixedmethode onderzoek naar de mentale gezondheid van Nederlandse jongeren met en zonder migratieachtergrond. Geraadpleegd van 322030_Ongelijkheid-in-welzijn.pdf.

Williams DR, Lawrence JA, Davis BA. Racism and Health: Evidence and Needed Research. Annu Rev Public Health. 2019 Apr 1;40:105-125. doi: 10.1146/annurev-publhealth-040218-043750. Epub 2019 Feb 2. PMID: 30601726; PMCID: PMC6532402.

43

B2. Verantwoording werkwijze

Verder bevat de gespreksleidraad voor de focusgesprekken in dit onderzoek, naast vragen voor kinderen en jongeren (8-18 jaar) over de onderzoeksthema’s verschillende onderdelen die zijn bedoeld om de respondenten te informeren over het onderzoek, anonimiteit en informed consent en kennis te laten met elkaar en de onderzoekers.

Het onderzoek bestaat uit drie fasen: voorbereiding, uitvoering en conclusie en aanbeveling. In de voorbereiding is een korte literatuurstudie gedaan en zijn door de Kinderombudsman gesprekken gevoerd met relevante instanties. In de uitvoeringsfase werkte de Kinderombudsman samen met Stichting Alexander bij het raadplegen van kinderen en jongeren.

In samenwerking met de Kinderombudsman heeft Stichting Alexander een leidraad opgesteld voor focusgesprekken met kinderen en er is een wervingsplan uitgevoerd om een diverse groep kinderen te bereiken. Het netwerk van beide instanties is gevraagd om hen in contact te brengen met kinderen en jongeren die ervaringen hebben met discriminatie en racisme. De focusgroepen zijn georganiseerd per leeftijdsgroep. Er is gebruik gemaakt van actieve werkvormen om de kinderen te betrekken. De aanpak van de focusgroepen, met nadrukkelijke aandacht voor gesprekstechniek en –proces met jongeren uit verschillende leeftijdsgroepen – zijn gebaseerd op methodes van eerdere focusgroepen van Stichting Alexander en op werkwijzen en adviezen van de leden van de klankbordgroep. 32

Focusgroepen 31

De focusgroepen worden idealiter georganiseerd op locaties waar kinderen en jongeren zich al bevinden, zoals scholen, jongerenwerk en kerkelijke gemeenschappen. De Kinderombudsman Amsterdam heeft haar contacten ingezet voor de werving, de logistieke organisatie, zoals het regelen van data, locaties, catering en toestemmingsformulieren was de verantwoordelijkheid van Stichting Alexander.

Bij een focusgroep wordt gedurende ongeveer één tot anderhalf uur met (idealiter) zes tot acht deelnemers gepraat aan de hand van een leidraad, onder leiding van een gespreksleider. Focusgroepen zijn geschikt om te achterhalen welke meningen, opvattingen en waarden er binnen bepaalde groepen bestaan over een probleem of vraagstuk. Een belangrijk kenmerk van focusgroepen is dat respondenten direct op elkaar kunnen reageren waardoor ketens van associaties, persoonlijke ervaringen, normen en waarden ontstaan: het onderwerp wordt in de breedte afgetast. De leidraad van een focusgroep is semigestructureerd: van tevoren wordt een lijst met onderwerpen vastgesteld die dienen als houvast tijdens het gesprek. Er worden open vragen gesteld die uitnodigen tot het delen van ervaringen en perspectieven. 31

In totaal zijn op zes locaties focusgroep sessies uitgevoerd, variërend van 4 tot 35 deelnemers. De bijeenkomsten vonden plaats in stadsdeelkantoren (Nieuw-West, Zuidoost, Noord), in een multifunctioneel gebouw (Oost), een jongerencentrum (Zuid) en in een boksschool (Bos en Lommer). Hiernaast is nog een gesprek gevoerd, op basis van voorlopige bevindingen uit dit onderzoek, met een kinderpanel tijdens het nationaal congres (20 juni 2024) van de Nationaal Coördinator Discriminatie en Racisme. Ook is over de voorlopige bevindingen gesproken met zeven kinderen van ‘Discussiëren kun je leren’. Zij hebben op de bevindingen kunnen reflecteren en hebben tevens meegedacht over oplossingsrichtingen.

Zie Bijlage B3 Leidraad focusgroepen.

32 Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR), Fawaka Wereldburgerschap, Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam, Stichting Alexander.

44

Respondenten

Tot slot is (een afvaardiging van) de Kinderraad van de gemeente Amsterdam gevraagd naar hun ervaringen en hun op de voorlopige resultaten van het onderzoek. De focusgesprekken zijn uitgevoerd door onderzoekers van Stichting Alexander en de Kinderombudsman gezamenlijk.

Het doel van het onderzoek was om minimaal 50 kinderen te spreken, verdeeld over verschillende stadsdelen in Amsterdam, in de leeftijd van 8 tot 18 jaar. Dit omvat zowel bovenbouwleerlingen van het primair onderwijs als leerlingen van het voortgezet onderwijs. Om een veilig klimaat te creëren, zijn de kinderen ingedeeld in leeftijdscohorten: 8-11 jaar, 12-15 jaar, en 16-18 jaar. Uiteindelijk zijn 78 kinderen geraadpleegd in focusgroepen en 2 kinderen in individuele diepte-interviews.

In de respondentengroep zijn 12-15-jarigen ondervertegenwoordigd. Om deze groep te bereiken is geworven in stadsdeel Nieuw-West in verschillende netwerken van jongerenwerk, een sportschool en het programma Kansen voor de Jeugd van het stadsdeel. Veel jongeren kwamen op het laatste moment niet bij het focusgesprek waarna in overleg met jongerenwerkers en sporttrainers de wervingsstrategie is aangepast. Dat leverde geen nieuwe aanmeldingen op. Van de 19 jongeren die wel zijn gesproken, meende de meerderheid dat er eigenlijk geen problemen werden ervaren met discriminatie en racisme, hoewel dat volgens hun begeleiders juist wel het geval was en wat ze ook konden onderbouwen met voorbeelden. De onderzoekers constateren daarom dat deze aanzienlijk grote groep niet bereid was om hun ervaringen met de onderzoekers en wellicht ook in bijzijn van hun ‘peers’ te delen. Het is voorstelbaar dat voor aanvullende verklaringen en oplossingen voor de lage respons in deze leeftijdsgroep expertise van andere disciplines nodig is.

Analyse en rapportage

De focusgroepen en alle interviews zijn opgenomen. De audioopnames zijn vervolgens getranscribeerd. Voor de analyse is gebruik gemaakt van het dataverwerkingsprogramma WebQDA. In dit programma zijn alle getranscribeerde interviews geüpload. De data zijn vervolgens gecategoriseerd met codes die door de onderzoekers zijn aangemaakt. Het proces van coderen verliep als volgt: eerst zijn er op deductieve wijze grove codes aangemaakt. Deze zijn afgeleid van de onderzoeksvragen. Vervolgens is binnen deze grove codes inductief gecodeerd om de verschillen in ervaringen, perspectieven en behoeften te kunnen ordenen en groeperen. De onderzoekers hebben via het coderingsproces de data geordend en gegroepeerd, en uitspraken van de respondenten geduid.

Individuele diepte-interviews

Naast de focusgroepen zijn semigestructureerde diepte-interviews gehouden. In principe volgt het gesprek de leidraad van de focusgroepen, maar de volgorde en de focus wordt mede bepaald door de deelnemer. De diepte-interviews zijn uitgevoerd door onderzoekers van de Kinderombudsman.

45

B3. Leidraad focusgroepen

•Er zijn geen goede of slechte antwoorden en je mag delen wat je wilt delen. Het is ook helemaal niet erg als je iets niet begrijpt. Heb je een vraag? Steek je hand op of zeg het hardop. Je mag ook opschrijven wat onduidelijk of lastig is en wat je leuk vindt. •De enige afspraak die we met jullie willen maken is deze: we willen graag dat iedereen zich fijn voelt om vrij te kunnen praten, daarom behandelen we elkaar en elkaars mening tijdens dit klassengesprek met respect. •Als je iets hebt gezegd waar je je niet fijn bij voelt, dan mag je dat ook zeggen. Dan gaan wij dat niet gebruiken in ons onderzoek. Ook mag je op elk moment zeggen dat je er geen zin meer in hebt. •Verder gaan we het ook hebben over oplossingen voor de problemen die jullie aangeven. Helaas kunnen wij niet beloven dat deze ook echt allemaal uitgevoerd gaan worden. Wat we wel kunnen beloven is dat wij ervoor zorgen dat jullie ideeën bij de juiste mensen terechtkomen die dat kunnen.

Doel: Een ontdekkend onderzoek naar de ervaringen van kinderen en jongeren in Amsterdam met discriminatie en racisme, en naar mogelijke oplossingen die zij zien. Meenemen: Een bal – Tafelkleed om op te schrijven – Tijdlijn – Post-its Uitvoerders: Onderzoekers Stichting Alexander en onderzoekers Kinderombudsman – teams worden per panel bepaald.

1. Welkom, toelichting, kennismaking – 15 minuten •De deelnemers verwelkomen. •Stichting Alexander toelichten: Wij zijn een landelijke organisatie die zich inzet voor de inspraak en invloed van kinderen en jongeren. Wij doen allerlei projecten door het land om ervoor te zorgen dat er beter naar kinderen en jongeren hun stem wordt geluisterd, dit kan over allerlei onderwerpen gaan die voor kinderen en jongeren belangrijk zijn. •Het project toelichten door Kinderombudsman. In opdracht van de Kinderombudsman van Amsterdam organiseert Stichting Alexander bijeenkomsten met groepen jongeren om een beter beeld te krijgen van het racisme dat kinderen ervaren in Amsterdam en om samen met de jongeren na te denken over oplossingen.

Belangrijke zaken voordat we beginnen: •Veiligheid: wat jullie vertellen wordt anoniem verwerkt (check: weet iedereen wat dat betekent). •Wij begrijpen dat dit een gevoelig onderwerp is. En we doen ons best om jullie te helpen om je op je gemak te voelen. Wat hebben jullie nodig? •Wat jullie vertellen wordt anoniem verwerkt (check: weet iedereen wat dat betekent).

IJsbreker •Voordat we gaan beginnen gaan we even een kleine oefening doen om wakker te worden. •Iedereen gaat staan. •Ik geef een bal aan één iemand. Diegene gooit dan de bal door naar degene naast hem/haar. Als je de bal vangt zeg je je naam. • Nu doen we nog een rondje. Nu, als je de bal vangt moet je jezelf beschrijven in 1 woord. 2. Groepsgesprekken De groep in drieën opdelen zodat er meer begeleiding is. Groepen worden begeleid door onderzoeker Alexander en/of onderzoeker Kinderombudsman.

46

A. Woordweb – 5 minuten In dit onderdeel krijgen de kinderen gezamenlijk een woordweb te zien met als centraal woord ‘racisme’. Ze krijgen 5 minuten de tijd om op te schrijven of te tekenen (voor jongeren kinderen) wat in ze opkomt als ze dit woord zien.

stiften waarmee tijdens het gesprek de onderzoeker en de deelnemers hun antwoorden opschrijven en tekenen.

Objectieve vragen = vragen naar feiten Heb je weleens gezien dat iemand werd gediscrimineerd door een volwassene? Kun je voorbeelden noemen van een gebeurtenis. • Wat zag je gebeuren? • Wat werd er toen gezegd? (Letterlijke woorden) • Waar gebeurde dit? Heb je weleens ervaring gehad met discriminatie van een volwassene? (School/vrije tijd/openbaar (buurt)/online/politie maatschappij) • Wat zag je gebeuren? • Wat werd er toen gezegd? (Letterlijke woorden) • Waar gebeurde dit?

B. Tijdlijn maken – 15 minuten In dit onderdeel krijgt de groep op een groot vel / stuk behangpapier een tijdlijn van een dag voor zich: de tijdlijn loopt van ‘Ik word wakker’ tot ‘Ik ga slapen’ (per leeftijdsgroep worden de tijden verschillend ingevuld door de kinderen). Ze worden gevraagd of ze hierbij een normale dag kunnen beschrijven, wat ze doen, met wie, wie ze tegenkomen en wat ze meemaken. Vervolgens laten we deelnemers op de tijdlijn iets schrijven of tekenen in antwoord op de vraag: op welke momenten op zo’n dag kan je (of een ander?) discriminatie of racisme meemaken? Hierbij doen we eventueel een check op locaties / leefdomeinen aan de hand van voorbeelden, voor zover deze niet door de deelnemers zijn genoemd.

Reflectieve vragen = vragen naar reacties en associaties Toen je zag dat iemand anders gediscrimineerd werd door een volwassene: • Hoe voelde je je daardoor toen over? • Hoe voel je je er nu over? • Was je er verbaasd door? Toen jij een keer gediscrimineerd werd door een volwassene: • Hoe ging je daar toen mee om? • Hoe voelde je je daar toen over? • Hoe voel je je nu als je daarop terugkijkt? • Hoe zou je er nu mee om gaan? • Was je er verbaasd door? • Liet je toen zien aan je omgeving dat je dat niet fijn vond? Interpretatie vragen: vragen naar betekenis van ervaringen

C. Focused Conversation – 45 minuten We bespreken een aantal van die situaties (in de tijdlijn) in een Focused Conversation. Dit is een gespreksmethode waarin achtereenvolgens 4 gesprekfasen (met bijbehorende vragen) doorlopen: (1) Objectieve vragen (2) Reflectieve vragen (3) Interpretatie vragen (4) Besluitvormende vragen. Het voordeel van deze structuur is dat alle deelnemers de logica van het gesprek kunnen volgen, en over dezelfde informatie en begrip beschikken voordat ze tot (gezamenlijke) conclusies komen. Dit gesprek vindt plaats in 2 groepen, waarbij elke groep aan een tafel(groep) zit. Op tafel ligt een papieren tafelkleed met pennen en 47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15504672/1