Rapport haalbaarheidsstudie forensenbelasting.pdf
Tekst van het document
30
Wat betreft publiekscommunicatie zijn er enkele communicatierisico’s. De forensenbelasting is weinig geliefd en in het proces van beoordeling met handmatige handelingen zijn (menselijke) fouten niet uitgesloten. Dat kan tot imagoschade voor de gemeente leiden, zeker als fouten bekende of kwetsbare mensen zouden treffen. Dat risico is niet erg groot, maar de opbrengsten (0,1% van de begroting) zijn ook niet erg groot. Als er voor de forensenbelasting kan worden aangesloten op een ontheffingsplicht, kan de communicatie over de ontheffing waarschijnlijk voor een belangrijk deel gecombineerd worden met communicatie over de belasting, Huisvesting | Huisvesting is geen beperkende factor Onder huisvesting verstaan we de gebouwen en faciliteiten die nodig zijn om forensenbelasting te heffen. Op dit punt zien we geen aandachtspunten. Deze belasting valt onder een bestaande afdeling (dienst Belastingen) en kan daar huisvesten. De extra benodigde personele capaciteit is niet dusdanig groot dat we aandachtspunten voor huisvesting ontstaan.
4. Haalbaarheid
Perspectief van de doelgroep
Op de vorige pagina’s is de forensenbelasting beschreven vanuit het perspectief van de gemeente. Op deze pagina beschouwen we het perspectief van de doelgroep: het draagvlak voor forensenbelasting en de gevraagde inspanning. Forensenbelasting is een van de minst geaccepteerde belastingen De belasting wordt vaak als oneerlijk gezien, omdat belastingplichtigen voor deze woning meestal ook al andere lokale belastingen betalen. Zij hebben het gevoel dubbel belast te worden. De forensenbelasting is dan ook tot aan het Europese Hof aangevochten. Deze bezwaren zijn echter nooit toegekend. Het is een reëel risico dat er ook in Amsterdam massaal geprocedeerd wordt tegen de belasting. Daarnaast bestaat het risico dat de potentieel belastingplichtigen zich laten adviseren naar constructies om de belasting te omzeilen. Om bezwaar en beroep te minimaliseren, is duidelijke en tijdige communicatie van belang. Dit geldt voor zowel de structurele communicatie als de communicatie bij het invoeren. Gezien de huidige woningmarkt kan het zijn dat er ook een groep in de samenleving is die een dergelijke belasting toejuicht. Forensenbelasting vraagt ook inspanning van de belastingplichtigen Het proces zoals beschreven in hoofdstuk 3, vraagt inspanningen van degenen die als potentieel belastingplicht zijn aangemerkt. Zij moeten een aangifteformulier invullen 1
31
Dit kan een juridisch aandachtspunt zijn; in theorie zou een rechter kunnen oordelen dat mensen te snel als potentieel belastingplichtig zijn aangemerkt. Andere gemeenten werken echter al op deze wijze, en die wijze lijkt ook de enige manier voor gemeenten om hun recht op het heffen van forensenbelasting uit te oefenen. Gedetailleerde juridische analyse is buiten scope van dit onderzoek.
en eventueel bewijsstukken meesturen. Dat betekent dat ook mensen die niet daadwerkelijk belastingplichtig zijn, toch het formulier moeten invullen. Als zij niet reageren, kan de gemeente hen een aanslag sturen.1 Op andere punten is het proces echter niet ‘klantonvriendelijk’. De gemeente kan veel andere gegevens ontsluiten uit de eigen systemen en is bereikbaar via verschillende kanalen voor vragen. Aangifte speelt in principe slechts één keer per jaar. De gevraagde bewijsstukken zouden in de meeste gevallen niet complex moeten zijn om mee te sturen. Voor burgers die graag digitaal communiceren met de gemeente, kan het een nadeel zijn dat in de eerste jaren de forensenbelasting deels met papieren processen werkt. Later kan het proces eventueel alsnog worden gedigitaliseerd.
5. Antwoord op onderzoeksvragen 32
5. Antwoord op de onderzoeksvragen
Antwoord op de onderzoeksvragen
Hieronder vatten we het antwoord op de onderzoeksvragen samen. Dit is gebaseerd op de analyses in de vorige hoofdstukken. Eerst bespreken we het antwoord op de vier deelvragen. We sluiten met het antwoord op de hoofdvraag.
▹ De forensenbelasting is relatief klein. Omdat er wel veel bezwaar te verwachten is, kan dit binnen de dienst leiden tot onevenredige managementaandacht voor deze belasting.
1. Welke rollen zouden bestaan in de keten? Zijn die effectief uit te voeren?
2. Kan de heffingssystematiek technisch worden verankerd in de IV?
Er zijn verschillende ketenprocessen denkbaar voor de heffing van forensenbelasting. Wanneer er kan worden aangesloten op een ontheffingsplicht voor tweede woningen, dan zou er een gedeelde verantwoordelijkheid zijn tussen directie Wonen en de dienst Belastingen. De precieze rolverdeling is afhankelijk van hoe de ontheffingsplicht er precies uit zou zijn. Wanneer er niet wordt aangesloten op een ontheffingsplicht, dan zou de dienst Belastingen zelf verantwoordelijk zijn voor vrijwel het hele ketenproces. Voor de dienst is het heffen van forensenbelasting in principe niet onuitvoerbaar, maar wel omgeven met flinke aandachtspunten rond de effectiviteit. De drie belangrijkste zijn:
▹ De dienst heeft geen compleet overzicht van belastingplichtigen. Om dat overzicht te creëren, moet die dienst werken met informatie uit aangifteformulieren. Op die manier informatie verkrijgen, vergt op onderdelen omkering van de bewijslast. We kunnen niet uitsluiten dat daarbij juridische knelpunten kunnen ontstaan. ▹ De dienst heeft geen overzicht van ‘gemeubileerde’ woningen. Dit zijn woningen met bijvoorbeeld sanitair. Controle hierop is alleen mogelijk met fysieke controlebezoeken. Daarbij geldt dat Belastingen nu geen buitendienst heeft. 33
Belastingen werkt met een IV-systeem dat in principe ook geschikt is voor forensenbelasting. De techniek hoeft geen beperkende factor te zijn voor de implementatie. Daarbij geldt wel dat een aantal processtappen dan op papier of handmatig verlopen; die processtappen kunnen niet op korte termijn volledig gedigitaliseerd worden - of alleen tegen hoge kosten en risico’s. De forensenbelasting kan op zijn vroegst in 2025 worden ingevoerd. Het inrichten van beleid, regelgeving, communicatie en processtappen vergt daarbij waarschijnlijk het meeste tijd, al zijn er ook enkele IV-aanpassingen nodig. 3. Is het mogelijk om de heffing op doelmatige wijze uit te voeren? Forensenbelasting is een relatief klein belastingmiddel. In Maastricht omvat forensenbelasting nu 0,3% van de belastinginkomsten en 0,1% van de totale inkomsten. We hebben geen reden om aan te nemen dat die percentages in Amsterdam hoger zouden zijn. Vervolgd op de volgende pagina
5. Antwoord op de onderzoeksvragen
Antwoord op de onderzoeksvragen
De verhouding tussen inkomsten en uitgaven is moeilijk te voorspellen. Die is afhankelijk van een aantal factoren die nu nog onbekend zijn, zoals het tarief dat Amsterdam zou hanteren en het aantal belastingplichtigen.
Er zijn verschillende manieren om forensenbelasting (legaal) te ontwijken. Voor het tegengaan van ontwijking zou een moreel appèl eventueel wel kunnen spelen, maar het is onduidelijk of dat effectief zou zijn.
Onze ‘best guess’ is dat de uitvoeringskosten in de eerste jaren meer dan 10% van de totale inkomsten zouden bedragen.1 Daarmee zou de belasting binnen de normen van Amsterdam als ondoelmatig worden gezien. In latere jaren, als de gemeente kan voortbouwen op gegevens van eerdere jaren en het aantal bezwaar- en beroepszaken afneemt, zouden de kosten wel onder de 10% komen.
Hoofdvraag: Kan een robuuste heffingssystematiek worden ontwikkeld?
4. In hoeverre kan wederzijds vertrouwen (moreel appèl) een uitgangspunt zijn? Forensenbelasting is een belasting met weinig draagvlak binnen de doelgroep, dus wederzijds vertrouwen of een moreel appèl als belangrijkste uitgangpunt lijkt geen stabiel uitgangspunt voor het heffen van forensenbelasting. In principe is een moreel appèl als uitgangspunt ook niet nodig: de gemeente kan theoretisch gezien alle benodigde gegevens verzamelen. Maar in sommige gevallen zijn daar wel controlebezoeken of omkering van de bewijslast voor nodig; waarbij inwoners moeten bewijzen dat ze níet voor forensenbelasting in aanmerking komen. Dat laatste kan juist op gespannen voet staan met een uitgangspunt als wederzijds vertrouwen.
1
34
Daarvoor nemen we als voorbeeld een tarief van € 825, het bedrag dat Amsterdam aan inkomsten uit het Gemeentefonds misloopt. De gemeente kan ook een ander tarief kiezen; dan zou de verhouding anders liggen.
Gemeente Amsterdam spreekt van een ‘robuuste’ heffingssystematiek als die effectieve en efficiënte uitvoering, controle en handhaving mogelijk maakt. Dit onderzoek laat zien dat de heffing van forensenbelasting voor Amsterdam het best zou werken als die aansluit op een ontheffingsplicht voor tweede woningen. In dat geval lijkt effectieve en efficiënte uitvoering van de belasting goed haalbaar. De precieze uitwerking is echter afhankelijk van hoe de ontheffingsplicht eruit zou zien, en daar is nu nog geen gedetailleerd zicht op. Als er niet wordt aangesloten op een ontheffingsplicht, is er ook nog een heffingssystematiek denkbaar, maar die kent meer aandachtspunten. Voor effectieve controle is dan gedeeltelijke omkering van de bewijslast nodig. We kunnen niet uitsluiten dat daarbij juridische knelpunten kunnen ontstaan. In sommige gevallen zijn ook fysieke controlebezoeken nodig. De uitvoeringskosten zijn dan in de eerste jaren relatief hoog.
Bijlagen 35
Bijlagen
Bijlage 1: Gesprekspartners Functie Fase 1
Fase 3
36
Feitenonderzoek Directeur Belastingen Bestuursadviseurs (twee) Senior Fiscaal-juridisch adviseur Senior Belastinginspecteur/senior fiscaal-juridisch adviseur Senior Beleidsmedewerker Beleidsadviseur Data-analisten (twee) Accountmanager BsGW Bijzonder hoogleraar Heffingen van Lokale Overheden Senior Beleidsmedewerker Uitvoerbaarheid scenario’s Directeur Belastingen Bestuursadviseurs (twee) Senior Fiscaal-juridisch adviseur Senior Belastinginspecteur/senior fiscaal-juridisch adviseur Bijzonder hoogleraar Heffingen van Lokale Overheden Data-analisten (twee) Accountmanager BsGW Senior Communicatieadviseur Coördinator Senior Business- en informatieanalist Keten Informatie manager Medewerker Teamleider Heffing en Juridische zaken & Advies Procescoördinator
Organisatie Gemeente Amsterdam Belastingen, Gemeente Amsterdam Belastingen, Gemeente Amsterdam Belastingen, Gemeente Amsterdam Wonen, Gemeente Amsterdam Wonen, Gemeente Amsterdam Belastingen, Gemeente Amsterdam Belastingen, Gemeente Maastricht Erasmus Universiteit Team Financiën, VNG Gemeente Amsterdam Belastingen, Gemeente Amsterdam Belastingen, Gemeente Amsterdam Belastingen, Gemeente Amsterdam Erasmus Universiteit Belastingen, Gemeente Amsterdam Belastingen, Gemeente Maastricht Belastingen, Gemeente Amsterdam Team Gebruikersheffingen, Belastingsamenwerking GBLT Belastingen, Gemeente Amsterdam Belastingen, Gemeente Amsterdam Belastingsamenwerking Amstelland Belastingen, Gemeente Amsterdam Belastingen, Gemeente Amsterdam
Bijlagen
Bijlage 2: Geraadpleegde documenten
▹ Aangifteformulier forensenbelasting – Gemeente Coevorden ▹ Amsterdams Coalitieakkoord 2022 – 2026 - Gemeente Amsterdam, mei 2022 ▹ Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting – Gemeente Amsterdam, februari 2023 ▹ Beantwoording schriftelijke vragen Flentge: mensen met tweede woningen – Gemeenteraad Amsterdam, oktober 2020 ▹ Beantwoording vragen belastingen – Gemeenteraad Amsterdam, 2022 ▹ Beantwoording vragen belastingen – Gemeenteraad Maastricht, augustus 2020
▹ Discriminatie heffen van forensenbelasting – VNG Forum, februari 2023 ▹ Herziening Gemeentelijk Belastinggebied – Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mei 2020 ▹ Huisvestingsverordening Den Haag – Gemeente Den Haag, juni 2019 ▹ Model verordening forensenbelasting - VNG ▹ Notitie forensenbelasting – Gemeente Den Haag, november 2005 ▹ Quickscan forensenbelasting – Belastingen Amsterdam, Augustus 2022 ▹ Raadsvoorstel forensenbelasting – Gemeente Maastricht, oktober 2020 ▹ Staat van de Uitvoering: Belastingen – Belastingen Amsterdam ▹ Toelichting verordening forensenbelasting - Gemeente Westland, 2022 ▹ Uitspraak gemeubileerde woning – Rechtbank Noord-Nederland, juni 2019 ▹ Uitspraak bewijslast – Rechtbank Rotterdam, september 2020 ▹ Voorstel raadsbesluit verordening forensenbelasting – Gemeente Westland, december 2021 37
Bijlagen
Bijlage 3: Lokale belastingen en heffingen woningen
Hieronder een overzicht van de lokale belastingen en heffingen op woningen in Amsterdam. Alleen de afvalstoffenheffing wordt uitsluitend geïnd bij ingezetenen. Via gemeente: ▹ Afvalstoffenheffing: Ingezetenen betalen afvalstoffenheffing aan de gemeente1 ▹ Onroerendezaakbelasting (OZB): Eigenaren van woningen betalen OZB ▹ Rioolheffing: Eigenaren van woningen en bedrijfspanden betalen rioolrecht voor de aansluiting op het riool. ▹ Toeristenbelasting: degene die tegen betaling overnachtingen aanbiedt Via Waterschap: ▹ Watersysteemheffing gebouwd: voor eigenaren woningen ▹ Watersysteemheffing ingezetenen: vast bedrag per huishouden (indien geen ingezetene wordt eigenaar aangeslagen) ▹ Zuiveringsheffing woonruimten: vervuilingseenheden per ingezetene (indien geen ingezetene wordt eigenaar aangeslagen) Via Waternet: ▹ Watergeld: vast bedrag per eenheid of via watermeter
38
1
In sommige gevallen heeft een eigenaar van een tweede woning zichzelf gemeld als ‘gebruiker’. Dit wordt overgenomen in het systeem. Deze eigenaren betalen wel de afvalstoffenheffing.
Bijlagen
Bijlage 4a: Berekening volume potentieel belastingplichtigen We moeten assumpties doen over de schaalgrootte Voor een beschrijving van het proces, moeten we eerst assumpties doen over het aantal (potentieel) belastingplichtigen in Amsterdam. Een werkproces voor tientallen gevallen zal er immers anders uitzien dan een werkproces voor duizenden gevallen. Vooraf is niet precies bekend hoeveel mensen er (potentieel) belastingplichtig zouden zijn. De gemeente heeft nu geen cijfers over het aantal tweede woningen in Amsterdam. Gedetailleerd onderzoek daarnaar is buiten scope van dit rapport. Om toch een beeld van de schaalgrootte te krijgen, werken we dus met assumpties. We gaan uit van ca. 4.700 potentieel belastingplichtigen Om een assumptie op te stellen, heeft team GGR van de gemeente het aantal eigenaren met minimaal één woning dat voldoet aan de volgende criteria vastgesteld: ▹ Object in Amsterdam dat is aangemerkt als woning ▹ De betreffende eigenaar is een natuurlijk persoon ▹ Waarvan wel een eigenaar is geregistreerd, maar geen ‘gebruiker’1 ▹ Waar minstens 90 dagen geen gebruiker is geregistreerd ▹ Eigenaar staat niet ingeschreven in gemeente Amsterdam. Uit gegevens van team GGR blijkt dat van de 538.000 woningen in Amsterdam er op dit 1
39
‘Gebruiker’ is een term in de systemen voor de persoon die in een woning woont. Dat is iemand die (volgens de BRP) staat ingeschreven in Amsterdam. Als een woning geen gebruiker heeft, is dat dus een indicatie dat de eigenaren elders hun hoofdverblijf hebben.
moment ca. 4.700 eigenaren minimaal één woning hebben die aan deze criteria voldoen. De tabel hieronder geeft dit weer. Tijd zonder gebruiker 3-<6 maanden 6-<9 maanden 9 mnd.-<1 jaar 1-<2 jaar 2-<5 jaar 5-<10 jaar >=10 jaar Totaal
Aantal eigenaren dat minstens één woning in deze categorie bezit 699 439 267 719 1.066 454 1.081 4.725
Van deze 4.700 woningen zijn circa 1.700 woningen in het bezit van een eigenaar die meerdere woningen bezit. Het dus kan gebeuren dat een eigenaar meerdere woningen heeft die aan de criteria voldoen. Daarnaast kunnen er nog mensen zijn die een tweede woning huren van een niet-natuurlijk persoon. Beide groepen zouden nog bovenop het aantal van 4.700 komen, maar we kunnen hun omvang niet kwantificeren. Daarom gaan we hier uit van een schaalgrootte van ca. 4.725 woningen waarvan de eigenaar potentieel belastingplichtig is.
Bijlagen
Bijlage 4b: Berekening volume daadwerkelijk belastingplichtigen Zoals beschreven op de vorige pagina gaan we uit van een schaalgrootte van ca. 4.700 woningen waarvan de eigenaar potentieel belastingplichtig is.1 We gaan van ca. 3.500 belastingplichtigen uit In de praktijk zullen niet alle potentieel belastingplichtigen ook daadwerkelijk forensenbelasting moeten betalen. Dat kan als: ▹ Een woning te koop staat, te huur staat, verbouwd wordt of niet gemeubileerd is ▹ De eigenaar is vrijgesteld van forensenbelasting (zie pagina 9) ▹ De gegevens inmiddels verouderd zijn Het is onbekend hoeveel van de 4.700 woningen aan één van deze criteria voldoen. Op basis van interviews doen we de ruwe schatting dat het 25% van de gevallen betreft. Dan zou 75%, oftewel 3.500 woningen, daadwerkelijk belastingplichtig zijn. Deze cijfers zijn een assumptie en géén onderzoeksuitkomst De volumes van 4.725 en 3.500 woningen zijn sterk onzeker. Het zijn assumpties, géén onderzoeksuitkomsten. Deze cijfers zijn alleen bedoeld om de schaalgrootte van forensenbelasting beter in beeld te krijgen om daarmee de haalbaarheid van de werkprocessen te kunnen analyseren. Voor preciezere ramingen van de aantallen (en opbrengsten) zou specifiek onderzoek noodzakelijk zijn.
40
1
Sommige eigenaren bezitten meerdere woningen.
Bijlagen
Bijlage 5a: Berekening incidentele uitvoeringskosten
Voor de schatting van de structurele uitvoeringskosten is eerst een ‘puntschatting’ gemaakt: een ‘best guess’ van de meest waarschijnlijke kosten. Hiervoor is per activiteit geschat hoeveel inzet de activiteit vergt, en in welke salarisschaal. De uurtarieven zijn overgenomen uit de Handleiding Overheidstarieven van 2023. In die tarieven zijn ook overhead en indirecte uren verdisconteerd. Deze puntschatting kent onzekerheden. Daarom houden we een bandbreedte aan van 17,5% boven en onder de puntschatting (35% in totaal). Deze raming is afgerond op tienduizenden euro’s om schijnnauwkeurigheid te voorkomen.
# Activiteit
Medewerker (schaal)
Uurtarief
a Projectleiding
Projectleider (12)
€ 97
224
€ 21.728 Bron: Projectplan rioolheffing
b Inrichting IV
Functioneel beheerder (9)
€ 72
540
€ 38.880 Assumptie: helft van rioolheffing
c Inrichting CCA
Projectleider (12)
€ 97
48
€ 4.656 Bron: Projectplan rioolheffing
d Inrichting documenten
Communicatie adviseur (11)
€ 86
32
€ 2.752 Bron: Projectplan rioolheffing
e Inrichting nabewerking
Nabewerker (8)
€ 67
32
€ 2.144 Bron: Projectplan rioolheffing
f Procesbeschrijving
Projectleider (12)
€ 97
48
€ 4.656 Bron: Projectplan rioolheffing
g Ontwikkelen rapportages
Projectleider & funct. beh. (10)
€ 78
80
€ 6.240 Bron: Projectplan rioolheffing
h Aansluiten AFS
Projectleider (12)
€ 97
32
€ 3.104 Bron: Projectplan rioolheffing
i Aanpassen verordening
Beleidsmedewerker (12)
€ 97
96
€ 9.312 Bron: Projectplan rioolheffing
j Opstellen communicatieplan
Communicatie medewerker (10)
€ 78
80
€ 6.240 Bron: Projectplan rioolheffing
k Bestuurlijke communicatie
Communicatie adviseur (11)
€ 86
80
€ 6.880 Bron: Projectplan rioolheffing
l Aanpassingen systeem
Materiële kosten
€ 50.000
1
€ 50.000 Bron: Interviews
Bandbreedte:
Kosten
Toelichting
€ 156.592
Totaal puntschatting 41
Uren
Puntschatting -17,5% en +17,5%, afgerond op 10k€.
€ 130.000 - € 180.000
Bijlagen
Bijlage 5b: Berekening structurele uitvoeringskosten
Voor de schatting van de structurele uitvoeringskosten is eerst een ‘puntschatting’ gemaakt: een ‘best guess’ van de meest waarschijnlijke kosten. Hiervoor is per activiteit geschat hoeveel inzet de activiteit vergt, en in welke salarisschaal. De uurtarieven hebben we overgenomen uit de Handleiding Overheidstarieven van 2023. In die tarieven zijn overhead en indirecte uren verdisconteerd. Deze puntschatting kent onzekerheden. Daarom houden we een onzekerheidsmarge aan van 35% (17,5% boven en onder de puntschatting). Deze raming is afgerond op tienduizenden euro’s om schijnnauwkeurigheid te voorkomen. De schatting van volumes staat beschreven in Bijlage 4. De bandbreedte drukt alleen onzekerheid uit van tarieven en uren, niet van volumes. Stap
Activiteit
2
Formulier versturen
3
Medewerker (schaal)
Uren Volume 7.088
€ 10.631 4.725 (zie bijlage 4a), plus 50% herinnering / aanmaning. Kosten € 1,50 per stuk
Formulier beoordelen Medewerker beoordelen (7)
€ 63,00
0,33
4.725
€ 98.233 Schatting 0,33 uur (20 min) = 24 formulieren pp. per dag
3
Uitval/uitworp
Medewerker beoordelen (7)
€ 63,00
0,75
1.181
€ 55.814 Assumptie: 25% is geen ‘happy flow’ en vergt drie kwartier extra
4
Vragen meer info
Medewerker beoordelen (7)
€ 63,00
0,42
945
€ 25.600 Assumptie: bij 20% van de gevallen is meer informatie nodig. Dit vergt 25 minuten 1
4
Controlebezoek
Medewerker buitendienst (8) € 67,00
2,00
236
€ 31.658 Assumptie: bij 5% van de gevallen controlebezoek van 2 uur per casus (incl. reistijd) 1
5
Aanslag versturen
Nabewerker (vaste prijs)
€ 1,50
1,00
3.544
6
Bezwaar afhandelen
Medewerker bezwaar (8)
€ 67,00
1,00
709
€ 47.486 Assumptie: 20% dient bezwaar in (Maastricht is 10% bezwaar & beroep)
6
Beroep afhandelen
Medewerker beroep (11)
€ 86,00
4,00
213
€ 73.143 Assumptie: 30% van bezwaar gaat in beroep (Maastricht is 10% bezwaar & beroep)
Functioneel beheerder (8)
€ 67,00
136,3
1
Bandbreedte: 42
Toelichting
1,00
Totaal puntschatting 1
Kosten
€ 1,50
Alg Beheer systeem
Nabewerker (vaste prijs)
Tarief
€ 5.316 Assumptie: 75% krijgt aanslag. De rest is niet belastingplichtig
€ 9.132 0,1 fte, waarbij 1,0 fte = 1363 uur € 357.013
Puntschatting -17,5% en +17,5%, afgerond op 10k€.
€ 290.000 - € 420.000
Assumptie: van 80% van de potentieel belastingplichtigen is direct duidelijk of zij al dan niet belastingplichtig zijn. Bij 10% van de potentieel belastingplichtigen is dat niet duidelijk en is enige controle nodig: in eerste instantie een verzoek om meer informatie. Daarbij gaan we er vanuit dat in driekwart van die gevallen (15%) het informatieverzoek afdoende is en in een kwart van die gevallen (5%) de vraag is of de woning gemeubileerd is en een controlebezoek noodzakelijk is.
Bijlagen
Bijlage 5c: Berekening benodigde capaciteit
De tabel hiernaast geeft een indicatie van benodigde extra structurele capaciteit. Dit is gebaseerd op de schatting hoeveel tijd de belangrijkste handmatige activiteiten uit het proces vergen, zoals beschreven in Bijlage 5b op de vorige bladzijde. We gaan uit van de volumes zoals berekend in Bijlage 4. Het uitgangspunt zijn de puntschattingen plus een onzekerheidsmarge van 35% (17,5% naar boven en 17,5% naar onder), afgerond op honderden uren om schijnnauwkeurigheid te voorkomen. De bandbreedte weerspiegelt onzekerheid in de schattingen van uren, niet de onzekerheid van volumes. Deze cijfers zijn erg onzeker omdat ze sterk afhankelijk zijn van de aantallen potentieel en daadwerkelijk belastingplichtigen, waarover we nu alleen assumpties kunnen doen. De cijfers zijn dus niet bedoeld als exacte raming maar als indicatie van de orde van grootte van de benodigde extra capaciteit.
43
1 2
De genoemde aantallen zijn assumpties; géén onderzoeksuitkomst. Exclusief capaciteit Postkamer en KCC
Activiteit
Medewerker
Formulier beoordelen (in stap 3) Uitval en uitworp (vooral in stap 3) Meer informatie vragen (in stap 4) Controlebezoek doen (in stap 4) Bezwaar afhandelen (in stap 6) Beroep afhandelen (in stap 6) Systeem beheren (algemeen) Totaal puntschatting Bandbreedte:
Mdw beoordelen Mdw beoordelen Mdw beoordelen Mdw buitendienst Mdw beoordelen Jurist Funct. beheerder
Uur 0,33 0,75 0,42 2,00 1,00 4,00 163
Totaal -17,5% en +17,5%
Aantal1 Capaciteit2 4.725 1.181 945 236 709 213 1
1.559 uur 886 uur 406 uur 472 uur
709 uur 851 uur 136 uur 5.020 uur 4.100 – 5.900 uur
Bijlagen
Bijlage 6: Gemeenten met forensenbelasting
1. Aa en Hunze 21. Bunschoten 2. Aalsmeer 22. Castricum 3. Aalten 23. Coevorden 4. Achtkarspelen 24. De Bilt 5. Alphen-Chaam 25. De Fryske Marren 6. Ameland 26. De Ronde Venen 7. Baarle-Nassau 27. De Wolden 8. Baarn 28. Den Helder 9. Barneveld 29. Dijk en Waard 10. Berg en Dal 30. Dinkelland 11. Bergeijk 31. Drechterland 12. Bergen (L) 32. Dronten 13. Bergen (NH) 33. Echt-Susteren 14. Beuningen 34. Ede 15. Blaricum 35. Eersel 16. Bodegraven-Reeuwijk 36. Eijsden-Margraten 17. Borger-Odoorn 37. Elburg 18. Borsele 38. Enkhuizen 19. Boxmeer 39. Epe 20. Bronckhorst 40. Ermelo
44
41. Gennep 42. Goeree-Overflakkee 43. Goes 44. Gulpen-Wittem 45. Haaksbergen 46. Hardenberg 47. Harderwijk 48. Hattem 49. Heerenveen 50. Het Hogeland 51. Hilvarenbeek 52. Hof van Twente 53. Hollands Kroon 54. Hoogeveen 55. Hulst 56. Kaag en Braassem 57. Kapelle 58. Koggenland 59. Laren 60. Lochem
61. Losser 62. Maasgouw 63. Maashorst 64. Maastricht 65. Medemblik 66. Middelburg 67. Midden-Drenthe 68. Mook en Middelaar 69. Neder-Betuwe 70. Nieuwkoop 71. Nijkerk 72. Nissewaard 73. Noardeast-Fryslân 74. Noord-Beveland 75. Noordenveld 76. Noordwijk 77. Nunspeet 78. Oirschot 79. Oisterwijk 80. Oldebroek
81. Ommen 101.Steenwijkerland 121.Waterland 82. Ooststellingwerf 102.Stichtse Vecht 122.West Maas en Waal 83. Opmeer 103.Súdwest-Fryslân 123.Westerveld 84. Ouder-Amstel 104.Terneuzen 124.Westerwolde 85. Peel en Maas 105.Terschelling 125.Westland 86. Putten 106.Texel 126.Weststellingwerf 87. Raalte 107.Teylingen 127.Wierden 88. Reimerswaal 108.Tholen 128.Wijdemeren 89. Reusel-De Mierden 109.Tubbergen 129.Winterswijk 90. Rheden 110.Twenterand 130.Woensdrecht 91. Rijssen-Holten 111.Tynaarlo 131.Wormerland 92. Rucphen 112.Uitgeest 132.Zaltbommel 93. Schagen 113.Uithoorn 133.Zandvoort 94. Schiermonnikoog 114.Utrechtse Heuvelrug 134.Zeewolde 95. Schouwen-Duiveland 115.Vaals 135.Zuidplas 96. Sluis 116.Veere 136.Zundert 97. Smallingerland 117.Vlieland 137.Zutphen 98. Staphorst 118.Vlissingen 138.Zwartewaterland 99. Stede Broec 119.Voorne aan Zee 100.Steenbergen 120.Waalwijk
Bijlagen
Bijlage 7: Bijdrage aan beleidsdoelstellingen
In het onderstaande schema staat het effect van de forensenbelasting op verschillende (mogelijke) beleidsdoelstellingen.
45
Beleidsdoelstelling
Draagt het bij aan beleidsdoelstelling?
Toelichting
Bijdragen lokale voorzieningen
Ja
Belastingplichtigen voor de forensenbelasting betalen geen Afvalstoffenheffing aangezien ze niet als ingezetene in het systeem staan.
Gemiste algemene inkomsten
Ja
Belastingplichtigen voor de forensenbelasting tellen niet door in het deel van het Gemeentefonds dat berekend wordt aan de hand van het inwoneraantal.
Extra inkomsten
Kan, maar niet substantieel
Forensenbelasting genereert extra inkomsten. Maar de opbrengsten van de forensenbelasting zijn voor de gemeente Amsterdam geen significante extra inkomstenpost.
Terugdringen tweede woningen
Niet te verwachten
We zijn niet bekend met onderzoek dat de mate van dit effect weergeeft. Het ligt ook niet in de verwachting dat de forensenbelasting leidt tot afzien van het aanschaffen van een tweede woning of het afstoten van tweede woning reeds in bezit.