CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Eenzaam gesloten - Jason Bhugwandass.pdf

RAAD 24 april 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het rapport Eenzaam gesloten een onderzoek naar de ervaringen van jongeren met zeer intensieve observatie en stabilisatie afdelingen (VN2024-004009)26.045 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

5 Maart 2024

Eenzaam gesloten

Onderzoek naar de ervaringen van jongeren met ZIKOS

‘Als gevangenispersoneel voor kinderen

met psychiatrische problemen zorgt’ Auteur: Jason Bhugwandass Opmaak: Garage2020

In memoriam

1

Tara 05 oktober 2004 - 06 februari 2024 Gesloten jeugdzorg: Het maakt je kind kapot maar anders maakt je kind zichzelf kapot Nooit had ik kunnen bedenken dat ik je tegen jezelf moest gaan beschermen De dag dat ik de keuze moest maken om je ‘te laten gaan’ naar de gesloten jeugdzorg is de dag dat een deel van mij stierf Keuzes die nooit keuzes hadden mogen zijn Anderhalf jaar was je eruit Vrij! Maar de schade was te groot ‘Mama? Ik ben op…’ ‘Ik kan niet meer…’ Je had alle recht. Je wilde gaan, ik begreep je. De strijd te groot, de trauma’s te diep Nooit meer fixaties, piepers uitgedaagd worden ambulances en sirenes Rust zacht, tartaartje, Ik vecht voor je door. Liefs, Mama

2

Gedurende de loop van dit onderzoek beëindigde één van de jongeren haar leven. Met haar moeder is afgesproken de eerste pagina van dit rapport in haar nagedachtenis te doen. Bovenstaande tekst is door haar moeder geschreven. 1

Inhoud Blz. 6 Blz. 10 Blz. 18 Blz. 20 Blz. 36 Blz. 40 Blz. 44 Blz. 54 Blz. 62 Blz. 64 Blz. 66 Blz. 70 Blz. 74 Blz. 78

Samenvatting Inleiding Resultaten Basisvoorzieningen en dagbesteding De behandeling Vrijheidsbeperkende maatregelen Psychisch, fysiek en seksueel geweld Bereikte doelen en neveneffecten Ervaringen van hulpverleners Wat hadden jongeren nodig gehad? Conclusie Aanbevelingen Nawoord Bijlage

Samenvatting ZIKOS staat voor ‘Zeer Intensieve Observatie en Stabilisatie’-afdeling. Het is gespecialiseerde zorg voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar, die in een crisis verkeren. Deze crisis is ontstaan door een psychiatrische stoornis. Er zijn momenteel 18 ZIKOSbedden in het land. 12 op locatie Harreveld, 6 op locatie Zetten.

vrijheidsbeperkende maatregelen ingezet als zij boos waren, maar ook als zij verdrietig waren, moesten huilen of zelfs opgewekt waren. Dat heeft geleid tot jongeren die enerzijds veel conflict hadden en anderzijds veel maskeerden. Jongeren gaven aan op eieren te moeten lopen en niet vrij hun mening te kunnen geven.

Achtergrond

De groepsleiders worden veelal beschreven als streng, machtsbelust en boos. Een groot deel van de jongeren geeft aan dat er ook een aantal uitzonderingen waren. Dit waren groepsleiders waarmee zij wel een band konden opbouwen, maar jongeren gaven aan dat dit slechts een klein deel van het personeel betrof. Groepsleiders maakten een niet betrokken indruk, bijvoorbeeld omdat zij veel tv keken of op de Playstation speelden en dan niet bezig waren met de jongeren.

Het onderzoek neemt de ervaringen van jongeren als uitgangspunt. Gesprekken zijn aan de hand van een semi-gestructureerd interview gevoerd. De volgende onderwerpen zijn besproken: • • • •

Dagbesteding Behandeling Groepsleiding en sfeer Gevolgen van de plaatsing

Aan het onderzoek deden 51 participanten mee. Allen, op één participant na, hebben in de periode vanaf 2015 op een ZIKOS-afdeling gewoond. 34 jongeren zijn op locatie Harreveld geplaatst. 15 op locatie Zetten. 2 jongeren zijn op beide locaties geplaatst.

Jongeren beschreven veel situaties waarin zij gekleineerd, vernederd, uitgescholden of gemanipuleerd zijn door groepsleiders. Zo geven meerdere jongeren aan dat zij of hun groepsgenoten uitgescholden zijn voor ‘mongool’ of ‘kankerhoer’. Verder zijn verhalen bekend van dikke jongeren, die door hun groepsleiders gepest werden om hun gewicht. Jongeren, die worstelden met zelfbeschadiging, gaven aan dat groepsleiders daar ongepaste grapjes over maken. Een aantal jongeren meldden situaties van discriminatie op grond van ras of genderidentiteit.

Bevindingen

De verhalen van de jongeren komen bijzonder veel overeen en schetsen een duidelijk beeld. De bevindingen zijn stabiel over tijd en plaats. Over ZIKOS Zetten en ZIKOS Harreveld worden dus dezelfde signalen afgegeven.

Daarnaast gaven jongeren aan dat er een gebrek aan kennis en kunde was onder de groepsleiders. Nul jongeren gaven aan dat groepsleiders goed in staat waren hen te helpen. Groepsleiders snappen meestal niet waar het gedrag van de jongeren vandaan komt en zouden beweren dat het allemaal voor aandacht is. Jongeren die aangeven dat groepsleiders wel kennis hadden van hun triggers en spanningsopbouw, gaven aan dat groepsleiders hier misbruik van maakten. Zij zouden bewust jongeren triggeren en escalatie uitlokken, hetgeen niet zelden tot vrijheidsbeperkende maatregelen zou leiden.

Dagbesteding De participanten gaven aan veel tijd op hun kamer door te brengen. Gemiddeld ging het om ongeveer 20,5 uur per dag. Zij maakten daarnaast weinig uren op school. Gemiddeld 2 uur per dag. Er komt tevens een beeld naar voren dat jongeren weinig in de buitenlucht kwamen. Duidelijk wordt dat kinderen op ZIKOS-afdelingen zich in een extreem isolement bevinden. Groepsleiders en sfeer Bijna alle jongeren beschrijven een kille, grimmige sfeer. De jongeren, die dat niet doen, refereren meestal aan het contact dat zij met hun groepsgenoten hadden. Veel jongeren geven aan dat zij geen emoties mochten tonen. Zo werden

Verwaarlozing Er zijn verschillende meldingen gemaakt van scenario’s die aan te merken zijn als (medische) verwaarlozing. Basale behoeften van jongeren

²Met ingang van de wet ‘rechtspositie gesloten jeugdhulp’ per 1 januari 2024 worden de kamermomenten gezien als afzonderingsmaatregelen, ook als de deur open blijft. 6

7

werden niet altijd vervuld.

wc te kunnen. Het kan dan lang duren voor een groepsleider hen toegang tot de wc geeft. Daarnaast staat het licht op hun kamers altijd aan, omdat cameratoezicht standaard is.3 Omdat het licht altijd aanstaat, is slapen moeilijk.

Sommige jongeren geven aan dat zij op momenten geen toegang hadden tot water of dat zij geen eten kregen. Een jongere in de isoleercel vertelde dat het drie dagen duurde voor een groepsleider haar vroeg of zij wilde douchen. Daarnaast gaven verschillende jongeren aan dat het erg koud kon zijn in de wintermaanden, in het bijzonder als zij anti-scheurkleding aan hadden. Soms kregen zij geen deken of kussen, waardoor zij op het koude incontinentie- zorgmatras moesten slapen. Daarnaast werden zij niet regelmatig gelucht; Sommige jongeren gaven aan dagen binnen te zitten alvorens zij een keer frisse lucht kregen.

Verschillende jongeren gaven aan dat er niet altijd gereageerd werd op de intercom, in het bijzonder in de nacht. Soms werd de intercom bewust uitgezet, omdat de groepsleiders er geen zin in hadden. Een aantal situaties zijn beschreven die hierdoor tot levensgevaar hebben geleid. Een deel van de jongeren beschreef medisch onverantwoorde situaties. Deze situaties zijn ofwel ontstaan door het beleid van de instelling of het gevolg van onttrokken worden aan medische zorg. ZIKOS lijkt in het bijzonder niet ingericht te zijn op

Op de locatie in Zetten is niet standaard toegang tot sanitair. Jongeren moeten inbellen om naar de 8

Gevolgen De gevolgen van bovenstaande beschreven leefomstandigheden zijn groot. Slechts één jongere gaf aan tevreden te zijn over diens plaatsing op een ZIKOS-afdeling. Bijna alle jongeren vertelden dat zij last hebben van trauma, traumaklachten, traumatherapie hebben gehad of traumatherapie gaan volgen als gevolg van hun plaatsing op een ZIKOS-afdeling. Door het vele maskeren, gaven verschillende jongeren aan dat zij hun problemen op een andere manier zijn gaan uiten. Het gevaar is niet weg, maar minder zichtbaar. Zo beschreef een jongere dat hij zich is gaan vergrijpen aan drugs in de nacht, omdat het minder zichtbaar was dan snijden.

jongeren met eetstoornissen. Verschillende jongeren beschreven dat zij naar het ziekenhuis gebracht hadden moeten worden, maar dat dit niet is gebeurd. Het duiden van gedrag als aandachtvragend lijkt hier een belangrijke beweegreden in.

Vrijheidsbeperkende maatregelen Vrijwel alle jongeren beschreven dat vrijheidsbeperkende maatregelen excessief werden ingezet. Hierbij worden de vele kamermomenten buiten beschouwing gelaten. Jongeren werden snel, onnodig en te hard gefixeerd. Eén jongere vertelde: ‘Praten bij hun is optie 2.’ Als een maatregel wel terecht werd ingezet, werd deze volgens verschillende jongeren veel te lang aangehouden.

Een substantieel deel van de jongeren gaf aan dat zij vertrouwen verloren zijn in hulpverlenende instanties en mensen in bredere zin. Er is niet één jongere die beschrijft fundamenteel beter te functioneren door plaatsing op de ZIKOS-afdeling. Waar de meeste jongeren een veelvoud aan klachten beschreven, is een enkeling optimistischer: ‘Ik ben er niet beter uitgekomen, maar ik ben er ook niet slechter uitgekomen.’ Het gaat om twee jongeren, die geen nieuwe klachten beschreven.

Fysiek geweld Meer dan de helft van de jongeren beschreef fysiek geweld. Onder fysiek geweld vallen: pijnprikkels, nekklemmen, wurggrepen, slaan en dreigen met slaan, schoppen in knieholtes, jongeren bij de keel grijpen en fixaties die veel te hard gaan. Verschillende jongeren gaven bijvoorbeeld aan letsel te hebben overgehouden aan de fixaties. Dit konden blauwe plekken zijn, maar ook verwondingen aan hun hoofd of gebroken ledematen.

Verder is het een belangrijke bevinding dat veel jongeren op het moment van hun plaatsing gewend waren geraakt aan de manier waarop zij behandeld werden. Het duurde lang voor zij beseften dat de omgang niet oké was. Soms was overplaatsing naar een instelling met een vriendelijker regime nodig om te beseffen hoe erg hun periode op ZIKOS was geweest. Sommige jongeren gaven aan dat zij ‘gehersenspoeld’ waren.

Fixaties, die zonder goede aanleiding worden ingezet, zijn eigenlijk ook gewelddadig, maar zijn in dit onderzoek niet als ‘fysiek geweld’ gecategoriseerd. Verder is er geen vraag opgenomen in de vragenlijst die expliciet naar fysiek geweld vraagt, dus zal er mogelijk sprake zijn van onderrapportage. Seksueel grensoverschrijdend gedrag Op beide locaties zijn meerdere meldingen gemaakt van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Dit gedrag kan zowel komen van groepsgenoten als groepsleiders. De ‘mildste’ meldingen betreffen groepsleiders die seksueel getinte opmerkingen maken. Daarnaast zijn er verschillende meldingen gemaakt van handtastelijkheid tijdens het fouilleren. Dit lijkt in het bijzonder op de locatie in Zetten een probleem, maar is ook op locatie in Harreveld gemeld. Daarnaast is er een aantal jongeren dat vertelde dat hun lichaam is binnengedrongen, door zowel groepsgenoten als groepsleiders. Slechts één jongere gaf aan dat groepsleiders hier adequaat op gereageerd hebben. Andere jongeren vertelden dat zij niet geloofd werden, uitgelachen werden of zelf de schuld kregen. Jongeren beschreven een cultuur waarin seksueel grensoverschrijdend gedrag gefaciliteerd wordt.

Conclusie

Dit onderzoek laat er geen twijfel over bestaan dat kinderen op ZIKOS-afdelingen onveilig zijn. Deze onveiligheid speelt al decennia en is niet onbekend bij de inspectie. Het zo snel mogelijk sluiten van alle ZIKOS-afdelingen is noodzakelijk. Daarnaast dient er gereflecteerd te worden op de nalatigheid van alle betrokken partijen, maar in het bijzonder dat van de aanbieders en de inspectie.

Dit strookt niet met het nee-tenzij-principe dat per 1 januari 2024 wettelijk verplicht is te volgen. Volgens dat principe moet de uitgangssituatie zijn dat vrijheidsbeperking niet wordt ingezet, tenzij anders bepaald is. 3

9

Hoofdstuk 1

Inleiding Mijn gezinsvoogd zocht mij op in de isoleercel van de crisisdienst. De experttafel had besloten dat ik naar ZIKOS moest, een afdeling van ’t Anker in Harreveld. Na drie mislukte opnamen, was het een wanhoopsdaad. Een laatste strohalm. Ik had conflicten met mijn moeder en bovenal wilde ik niet leven. Had mijn gezinsvoogd geweten wat zij nu wist, dan had zij wellicht een andere keuze gemaakt. Maar zij wist van niets.

was het eerste rapport dat ik las. In dat rapport schrijft de inspectie dat het onzeker is of het LTAarrangement voor ZIKOS beschikbaar blijft. Dat is een contractbasis voor aanbieders met uitzonderlijk aanbod. De inspectie verzoekt de VNG snel duidelijkheid te scheppen over de toekomst van ZIKOS. Hierbij benadrukt zij dat er aandacht moet zijn voor de landelijke functie van ’t Anker. Ik heb dit onderzoek initieel opgezet, om de VNG te voorzien van informatie over de ZIKOS-afdelingen. Informatie is momenteel schaars. Over de ZIKOSafdelingen is weinig bekend. Informatie zou de VNG de mogelijkheid geven een gewogen, inhoudelijk besluit te nemen over de toekomst van de afdelingen. Dit onderzoek was een zelfstandige afweging en is niet in opdracht van de VNG of andere partijen uitgevoerd. Daarnaast is dit onderzoek ook een bron van informatie voor naasten, de inspectie, de aanbieders, verwijzers en geïnteresseerden.

Dat was in 2015. In de jaren daaropvolgend heb ik geprobeerd mensen te informeren over het functioneren van de ZIKOS-afdelingen. In 2019 zat ik zelfs samen met mijn groepsgenootje Sanne bij Omroep Gelderland. We vertelden over eenzaamheid, de isoleercel, nekklemmen, pijnprikkels en eindeloze dagen alleen opgesloten op kamer. De uitzending zorgde niet voor verandering. Sterker nog, ons verhaal werd door velen niet eens geloofd. Maar tijd passeert. Het is bijna een decennium geleden dat ik in de instelling woonde. Het is zo lang geleden, dat mensen mij erop wijzen dat het wel erg lang geleden is. Waar anderen de aanname doen dat tijd een belofte voor verandering is, zie ik daar een onderzoeksvraag in. Ik wens dat de kinderen die na mij zijn geplaatst, een wezenlijk andere ervaring hebben dan Sanne of ik. Maar of dat zo is, vereiste onderzoek.

1.1 De ZIKOS-afdeling

In Nederland worden jongeren met problemen soms toevertrouwd aan de gesloten jeugdzorg. Sommige afdelingen bieden ‘bijzonder aanbod’ en worden gezien als gespecialiseerde zorg voor een kleine, specifieke doelgroep. Een voorbeeld hiervan is ZIKOS. Dat staat voor Zeer Intensieve Kortdurende Observatie- en Stabilisatieafdeling. De ZIKOSafdelingen zijn bedoeld voor jongeren tussen de 12 en de 18 jaar, die in crisis verkeren. Volgens de instellingen gaat het om jongeren met psychiatrische

Er beweegt momenteel veel in de wereld van de gesloten jeugdzorg. De inspectie heeft dan ook aan alle gesloten jeugdzorginstellingen een bezoek gebracht. Het inspectierapport over Harreveld 10

problematiek en gedragsproblemen, waarbij de nadruk op de emotie-regulatiestoornissen van de jongeren ligt. Vaak is er sprake van suïcidaliteit en/ of automutilatie.1 Het doel van de afdelingen is – zoals de naam impliceert - hen te stabiliseren en observeren. Hoe de instellingen dat precies doen, wordt nergens concreet uitgelegd. Er zijn momenteel drie ZIKOS-afdelingen in Nederland, op twee vestigingen. Meander 1 en Meander 2 van ’t Anker in Harreveld behoren tot Horizon, Jeugdzorg en Onderwijs. De Cirkel in Zetten is later ontstaan en behoort tot Pactum. De totale landelijke capaciteit bestaat uit 18 bedden.1 De abstracte beschrijving van de ZIKOS-aanpak wekt het idee dat kinderen geholpen worden. In een interview met afdelingshoofd Carlo Verheijen wordt zelfs gesteld dat de aanpak ertoe leidt dat jongeren die lijden aan zeer complexe problematiek veelal stabiliseren. Hier is echter geen onderbouwing voor te vinden. Er zijn maar enkele openbare informatiebronnen over ZIKOS: de pagina’s van de aanbieder, de kwaliteitseisen van de gemeenten en enkele inspectierapporten. Er wordt benadrukt dat de afdeling afwijkt, maar niet hoe dat zich uit. De ZIKOS-afdelingen genieten daarmee een bijzondere positie. Als de inspectie in mei 2023 onderzoek doet naar het leefklimaat op ’t Anker, laten zij de ZIKOSafdelingen buiten beschouwing.

ZIKOS zou namelijk geen reguliere gesloten jeugdzorg zijn.4 Dit blijkt een terugkerend patroon. Als in 2013 wordt geconstateerd dat een jongere in politiehandboeien in een afzonderingsruimte is achtergelaten, volgt een opnamestop. De inzet van politiehandboeien is tegen de wet. De opnamestop wordt opgeheven als ZIKOS, als enige jeugdzorgafdeling in het land, toestemming krijgt om te werken met ‘mechanische middelen.’ Het constateren van een schending van de wet, leidde in dit geval dus tot het uitbreiden van de maatregelen die op de afdeling zijn toegestaan. In 2018 besloten jeugdzorgaanbieders dat zij het aantal afzonderingen zoveel mogelijk wilden terugdringen. Er was op dit punt nog geen uniforme definitie van ‘afzonderen’. Er werd daarom eerst bepaald wat afzonderen is: ‘Het tegen de wil van de jongere plaatsen in een ruimte die hij of zij niet mag of kan verlaten.’5 Deze definitie is ruim. Het gaat dus niet alleen om opsluiting in isoleercellen en andere speciale afzonderingsruimtes, maar ook om plaatsingen op kamer. Verder is er ook sprake van een afzonderingsmaatregel als de deur open is, maar het kind de ruimte niet mag verlaten. De Academische Werkplaats Risicojeugd (AWRJ)

kreeg de taak de ontwikkelingen rondom het afzonderen te monitoren. Zij begonnen met een nulmeting aan de hand van de nieuwe, breed gedragen definitie van afzonderen. De ZIKOSafdelingen werden buiten beschouwing gelaten in deze nulmeting, omdat de werkwijze op deze afdelingen ‘kan verschillen’ van andere gesloten jeugdzorginstellingen. De afdelingen werden niet meegenomen in de rits van veranderingen. In plaats daarvan werd overgegaan op een case-study gebaseerd op één werkbezoek.6 Na de case-study wordt geconstateerd dat het aantal geplande afzonderingen op ZIKOS sterk afwijkt van andere gesloten jeugdzorggroepen. Waar de rest van de gesloten jeugdzorg aan de slag moet met het verminderen van afzonderen, wordt in dit geval geopperd dat ZIKOS haar methodiek moet beschrijven, onderbouwen en onderzoeken.7 In het derde rapport wordt ZIKOS niet meer benoemd. Met de nieuwe wet rechtspositie gesloten jeugdhulp zijn geplande afzonderingen inmiddels verboden. Dat jeugdigen op ZIKOS-afdelingen zoveel tijd spenderen op hun kamer is al zeker 13 jaar bekend. Zo schreef de inspectie in juni 2011: ‘De jongeren in deze groep zitten relatief veel op hun kamer. Er wordt naar gestreefd hen aan minimaal twee eetmomenten op de groep te laten deelnemen’.

Het dagprogramma zou afhangen van hoeveel prikkels de jongere aan kan.8 In het inspectierapport dat in januari 2024 verscheen, vindt de inspectie het onacceptabel dat jongeren op de ZIKOS zonder gegronde reden op kamer moeten verblijven.9 Lieke van Domburg, bestuurder bij iHUB, vertelt in 2022 dat zij weet dat er veel kritiek is op de ZIKOS-afdelingen. Jongeren zijn getraumatiseerd geraakt, maar Harreveld zou werken aan een warm en veilig klimaat. De locatie zou zelfs tot landelijk expertisecentrum worden gevormd voor de meest kwetsbare jongeren.10 Die ambitie is opvallend, lettend op het verleden van Harreveld. Zij hebben zich eerder onterecht expertise toegeëigend, zoals in de alinea’s die hierop volgen te lezen is. Voor 2008 werden kinderen zonder strafblad regelmatig opgesloten in de jeugdgevangenis. Toen de overheid daarmee wilde stoppen, is de gesloten jeugdzorg ontstaan. Een aantal gevangenissen werd aangewezen en kreeg de taak jeugdzorgaanbieder te worden. Avenier, de voorloper van de Horizon, had in hun gevangenissen speciale FOBA-afdelingen. Dit is de justitiële variant van de ZIKOS-afdeling. Het gevangenispersoneel dat op de FOBA werkte, mocht haar werkwijze nu toepassen in de jeugdzorg. De medewerkers bleven gelijk, maar

12

Jongeren Aan dit onderzoek deden 51 jongeren mee. Op één jongere na, verbleven alle participanten tussen 2015 en februari 2024 op een ZIKOS-afdeling. Ongeveer de helft verbleef de afgelopen 3 jaar op een ZIKOSafdeling. Omdat de locatie in Zetten later is ontstaan dan de locatie in Harreveld, komen alle participanten van voor 2019 uit Harreveld. Twee jongeren verbleven op beide ZIKOS-afdelingen. Met hen is de vragenlijst per instelling apart ingevuld, zodat duidelijk onderscheid gemaakt kon worden tussen de gedragingen van beide locaties. Bij elkaar betreft het dus 51 jongeren, maar 53 plaatsingen.

de doelgroep veranderde fors. ZIKOS-afdelingen zijn dus in wezen justitiële afdelingen. Kinderen met psychiatrische stoornissen zijn ondergebracht bij gevangenispersoneel, met het idee dat het specialistische zorg is. De aanname dat dit personeel geschikt is voor het behandelen van psychiatrische problematiek, is onterecht gebleken. In 2013 liet de inspectie een cliënt met zware problematiek overplaatsen naar een instelling voor Jeugd-GGZ, omdat de ZIKOSafdeling niet toegerust was de benodigde zorg te bieden. Er volgde tijdelijk zelfs een opnamestop, tot verbetermaatregelen waren uitgevoerd.11 Die opnamestop lijkt onterecht opgeheven, als in 2019 een casusonderzoek wordt uitgevoerd na de zelfdoding van een jongere. De inspectie schrijft dat het team ervaren en stabiel is, maar ‘onvoldoende specifiek’ opgeleid is voor de populatie kinderen die op de afdeling belanden. Een deel van de medewerkers heeft niet voldoende kennis van psychiatrische problematiek.12 In het meest recente inspectierapport geven medewerkers van ’t Anker aan dat een deel van de jongeren op de ZIKOS niet voldoende behandeld kunnen worden voor hun psychiatrische problematiek.9 Op de website van de Horizon wordt beweerd dat medewerkers zijn gespecialiseerd in de interactie tussen psychiatrischeen gedragsproblemen13, maar bronnen ondersteunen die stelling niet.

Hoewel het gebrek aan deskundigheid meerdere keren geconstateerd is, mag ZIKOS in 2019 uitbreiden. Voorheen beschikte alleen ’t Anker over ZIKOS-aanbod. Nu kwam er een afdeling in Zetten bij. Over die afdeling is informatie schaars.

De jongeren waren tussen de 12 en 17 jaar oud toen zij op de afdeling geplaatst werden. Hoewel opnamen op ZIKOS-afdelingen kortdurend zouden moeten zijn, verbleven de jongeren er gemiddeld 8 maanden. Slechts 36% gaf aan dat de opname 3 maanden of korter duurde. 23% verbleef er langer dan een jaar. De jongeren zijn geworven door middel van een oproep op social media. Zij kwamen allemaal via Instagram of TikTok. In de video-oproep is benadrukt dat het niet relevant is of zij positieve of negatieve ervaringen hebben. Er reageerden veel jongeren. Bij elkaar ongeveer 60, maar door verschillende persoonlijke omstandigheden van de jongeren is het niet bij iedereen gelukt de vragenlijst in te vullen. De vragenlijst is uiteindelijk door 51 jongeren ingevuld. Met de meeste deelnemers zijn de vragen telefonisch doorgenomen. Vanwege de bijzondere doelgroep, was dit niet bij iedereen mogelijk. Zo gaf één jongere bijvoorbeeld aan dat zij niet durfde te bellen. Andere jongeren vertelden dat zij in een terugval zaten. Gepoogd is voor zoveel mogelijk jongeren een oplossing te vinden. Eén interview is daarom bijvoorbeeld over de chat gegaan. De jongeren zijn in een tijdsspanne van twee weken geïnterviewd.

ZIKOS-afdelingen zijn dus bedoeld voor een uiterst complexe, psychiatrische doelgroep en worden gezien als de crisisafdeling van het land. Tegelijkertijd is onduidelijk op welke manier de ZIKOSafdelingen zich onderscheiden van andere gesloten voorzieningen. Er is weinig informatie te vinden over de concrete werkwijze die op de afdelingen wordt gehanteerd. Dit onderzoek streeft ernaar dat beeld te verduidelijken en doet dit voornamelijk vanuit het jongerenperspectief.

Hoewel de jongeren niet op basis van een willekeurige steekproef zijn geselecteerd, is de kans groot dat de uitkomsten van dit onderzoek representatief zijn. De participanten met hun verblijfsduur, bezetten ongeveer 23% van de maximale capaciteit vanaf 2015. Als alle ZIKOSbedden vanaf 2015 altijd gevuld waren en er nooit sprake was van leegstand, is dus ongeveer 1 op de 4 jongeren gesproken. Daarnaast waren de jongeren heel consistent in hun antwoorden. Slechts bij één plaatsing weken de antwoorden opvallend af van dat van de andere jongeren. Het betreft dus een grote groep jongeren, die over een periode van 9 jaar een consistent beeld van de afdelingen schetst. Redelijkerwijs kan dus worden aangenomen dat dit beeld overeenkomt met het beeld dat de gehele populatie zou schetsen.

1.2 Methode

Dit onderzoek streeft ernaar een beeld te schetsen van de ZIKOS-afdelingen, vanuit het perspectief van de jongeren die er verbleven. Het onderzoek moet antwoord geven op twee vragen. Allereerst, hoe ervaren jongeren hun verblijf op een ZIKOS-afdeling? Daarnaast is onderzocht welke gevolgen hun plaatsing op de afdeling heeft gehad. In hoeverre was hun plaatsing op een ZIKOS-afdeling helpend? 13

Aantal jongeren per locatie Locatie

Aantal jongeren

Zetten

15

Harreveld

34

Beide locaties

2

Jaar van vertrek Jaar Freq.

2007 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 1

3

1

6

7

6

3

Opzet Gesprekken zijn aan de hand van een semigestructureerd interview gevoerd. Bij aanvang van het interview kregen alle jongeren dezelfde voorlichting. Deze voorlichting is te lezen in onderstaand kader.

8

9

8

1

‘Zeer oneens’ en ‘oneens’ zijn samengevoegd tot ‘oneens.’ Hier is voor gekozen, om dit onderzoek voor de lezer overzichtelijker te houden. Alle stellingen zijn positief verwoord. Bijvoorbeeld: ‘Mijn groepsleiders kwamen deskundig over.’ De participanten zijn gevraagd de gesloten vragen toe te lichten. De volgende onderwerpen zijn besproken: • Dagbesteding • Behandeling • Groepsleiding en sfeer • Gevolgen van de plaatsing

Voorlichting vooraf: Ik doe een onderzoek, waarin personen mij vertellen over hun ervaring met één van de ZIKOSafdelingen. Hiervoor neem ik een interview af aan de hand van een vragenlijst. Het gaat om jouw ervaring, ds er zijn geen goede of foute antwoorden. De vragenlijst zal ongeveer een half uur duren en je gegevens worden anoniem verwerkt. Mocht je een vraag niet willen beantwoorden, voel je vrij om dat aan te geven. Je mag ook te allen tijde stoppen met het interview. Heb je hierover nog vragen?

Daarnaast bevat de vragenlijst een aantal standaard open vragen. Bijvoorbeeld: ‘Hoe zou jij je periode op ZIKOS beschrijven?’ of ‘Terugkijkend, wat had jij nodig?’ Waar onduidelijkheden waren, is doorgevraagd. Gedurende het hele interview is de jongere leidend geweest in wat er verteld werd. Omdat het een kwetsbare groep jongeren betreft, is met een bepaalde terughoudendheid vragen gesteld. Als een jongere niet van zichzelf spraakzaam was, is dat niet geforceerd. Sommige jongeren hebben daarom aanzienlijk meer verteld dan andere jongeren. Hulpverleners Na de interviews met jongeren, is gesproken met 3 (oud-)medewerkers van een ZIKOS-afdeling. Tijdens deze interviews waren de rode draden uit de gesprekken met jongeren al duidelijk. Aan medewerkers is gevraagd of zij de signalen herkennen. Daarnaast zijn vragen gesteld over de werkcultuur op ZIKOS.

De vragenlijst bestond uit zowel open als gesloten vragen. Voor de gesloten vragen is de Likertschaal gebruikt. Participanten konden stellingen beantwoorden met: zeer eens, eens, neutraal, oneens of zeer oneens. Bij het evalueren van de antwoorden zijn ‘zeer eens’ en ‘eens’ samengevoegd tot ‘eens.’

Ouders Bij de opzet van het onderzoek was het initieel het 14

idee uitsluitend jongeren te spreken. Zij hebben immers als enige volledig zicht op wat hen overkomt. Maar gedurende het onderzoek meldde één ouder zich, die ook haar verhaal wilde doen. Dat verhaal is opgenomen in dit rapport.

onderzoek hoog moet liggen. Een alternatief is dossieronderzoek, maar dossieronderzoek leent zich mijns inziens niet goed voor het schetsen van een accuraat beeld van het leven op groepen. Een dossier wordt immers altijd geschreven door de hulpverlenende partij, niet door de jongeren zelf. Mocht er sprake zijn van repressie, misbruik of mishandeling, dan is het onwaarschijnlijk dat desbetreffende hulpverlener alles noteert.

1.3 Verantwoording en beperkingen

Dit onderzoek bevat een aantal beperkingen. Allereerst, de interviews zijn in een tijdsspanne van twee weken afgenomen. De reden hiervoor is dat de inspectie in haar laatste rapport de VNG verzocht snel duidelijkheid te scheppen over de toekomst van de ZIKOS-afdelingen. Het leek gepast dit onderzoek te publiceren voordat dit besluit werd genomen. Door deze nauwe tijdspanne, hebben minder jongeren kunnen participeren dan maximaal haalbaar was geweest.

Ik ben me ervan bewust dat velen ervan overtuigd zijn, dat jongeren met negatieve ervaringen eerder reageren op zo’n oproep dan jongeren met positieve ervaringen. Ik denk dat die conclusie voorbarig is, want ik herken bij veel jongeren een loyaliteit naar hulpverleners. Ook jongeren die niet tevreden zijn over hun hulpverleningstraject. In dit onderzoek is duidelijk geworden dat ook op de ZIKOS-afdelingen enkele hulpverleners rondliepen die wel begaan met de jongeren waren.

Verder werd tijdens het plannen van de interviews duidelijk dat het voor sommige jongeren niet mogelijk was het telefonische interview zoals gepland uit te voeren. Dat had meestal te maken met hun mentale staat op dat moment. Soms was dat op te vangen door de afspraak te verzetten. Andere jongeren kozen ervoor om van het interview af te zien. Voor twee formulieren geldt dat deze erg summier zijn ingevuld, omdat ze zelfstandig zijn ingevuld. Alleen de gesloten vragen zijn beantwoord en de toelichtingen bevatten een enkele zin. Er is ervoor gekozen deze vragenlijsten alsnog mee te nemen in de analyse, om de stem van deze jongeren niet in te perken.

Daarnaast, de enige participant die tevreden was over diens plaatsing, gaf aan graag ‘een positief geluid te willen laten horen.’ Daaruit blijkt een duidelijke drijfveer mee te doen met dit onderzoek. De tegenhanger is dat verschillende jongeren met negatieve ervaringen niet hebben kunnen meedoen. 46 van de participanten gaven aan te kampen met trauma, als gevolg van hun verblijf op een ZIKOSafdeling. Redelijkerwijs zal dit ook gelden voor jongeren die niet hebben kunnen participeren. Eén van hen gaf aan: ‘Ik heb op een ZIKOS-afdeling gezeten, maar door PTSS kan ik helaas de ervaring niet delen.’ Wie kampt met trauma, moet over voldoende stabiliteit beschikken om een interview aan te kunnen. En daarnaast is vermijding een symptoom passend bij een posttraumatische stressstoornis. Lettend op de participanten die zijn uitgevallen, is het aannemelijker te concluderen dat een onderzoek met deze opzet eerder werkt in het voordeel van de ZIKOS-afdelingen. Iemand die over een positieve ervaring beschikt, zal vanuit loyaliteit naar de hulpverlener een positief geluid willen laten klinken. Deze participant zal daarbij niet de hordes ervaren, die de getraumatiseerde groep wel ervaart.

De olifant in de ruimte, is dat ik niet neutraal ben. Toen ik 17 was heb ik zelf 4 maanden op een ZIKOSafdeling gezeten. Het was bij uitstek de meest verschrikkelijke tijd van mijn leven. Dat niet laten meespelen is een ingewikkelde opgave. Desondanks heb ik verschillende stappen ondernomen om neutraliteit zoveel mogelijk te waarborgen. Allereerst heb ik een onderzoeksopzet gebruikt. Het was geenszins mijn intentie om een zwartboek te schrijven. Ik wilde een zo compleet mogelijk beeld hebben van de ZIKOS-afdelingen. Participanten zijn daarom ook niet geworven op basis van de aard van hun ervaring. In de video die ik als oproep heb gebruikt, is benadrukt dat het niet relevant is of de jongere negatief of positief is over diens plaatsing op ZIKOS.

Ondanks het gegeven dat de steekproef niet willekeurig is, is de groep participanten wel bijzonder groot. Het betreft 51 jongeren, 53 plaatsingen, met een gemiddeld verblijf van 8 maanden. Zoals eerder benoemd, is dit ongeveer 23% van de maximale capaciteit vanaf 2015. Daarnaast waren de jongeren heel consistent in hun antwoorden. Slechts bij één plaatsing weken de antwoorden opvallend af van dat

Jongeren konden zich aanmelden. Er is dus geen sprake van een willekeurige steekproef. Dat is sowieso niet goed mogelijk met deze doelgroep, omdat de bereidheid mee te doen met

Bhugwandass, J. [@JasonErvd]. (2024, januari 18). Heb jij in de jeugdzorg op een ZIKOS afdeling gezeten? contact mij [Video]. Tiktok. https://www.tiktok.com/@jasonervd/video/7325330189322292513 4

15

van de overige jongeren.

vraag zo vroeg werd gesteld, is omdat sturing op dit punt nog niet mogelijk is geweest. Aannemelijk is dat het antwoord op de eerste vraag overeenkomt met het beeld dat participanten later in het interview schetsen. Als daar een forse discrepantie in ontstaat, kan je redelijkerwijs aannemen dat er misschien gestuurd is.

Bij het maken van de vragenlijst heb ik verschillende maatregelen getroffen om zoveel mogelijk vooringenomenheid te elimineren. Zo heb ik ervoor gekozen alle vraagstellingen positief te verwoorden. Participanten kregen dus te maken met stellingen als ‘ik voelde me veilig’ en ‘er was sprake van een goede sfeer.’ Normaliter zit er in een vragenlijst meer balans en worden positieve verwoordingen afgewisseld door negatieve verwoordingen. Omdat ik mij bewust ben van mijn positie in de jeugdzorg en sturing zoveel mogelijk wilde voorkomen, heb ik ervoor gekozen negatieve verwoordingen geheel weg te laten.

De vragenlijst is voorgelegd aan verschillende personen. Een ervaringsdeskundige, twee jeugdzorgwerkers en een hoogleraar. Alle feedback is, zonder uitzondering, verwerkt. De citaten die in dit rapport staan komen letterlijk uit de interviews. Een deel van de citaten was niet bruikbaar, omdat deze direct herleidbaar waren naar de jongere en/of groepsleider. De Inspectie Jeugdzorg en Gezondheidszorg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zijn in bezit van de onverwerkte formulieren.

Elk interview had een vaste structuur, waarbij participanten eerst een voorlichting kregen. In deze voorlichting is benadrukt dat er geen goede of foute antwoorden zijn. Nadat algemene informatie is verzameld, zoals de locatie en het jaar van plaatsing, begint het interview met een open vraag: ‘Hoe zou jij je tijd op ZIKOS beschrijven?’ De reden dat deze

Wat jongeren hebben verteld is onderverdeeld in 35 (sub)onderwerpen. De onderwerpen

16

betroffen terugkerende thema’s die door meerdere jongeren waren benoemd. De uitkomsten daarvan zijn beschreven in dit rapport. De volledige onderverdeling heb ik gearchiveerd, zodat dit door andere onderzoekers gecontroleerd kan worden Na het verwerken van de resultaten heb ik mijn conceptrapport door meerdere personen laten nakijken. Het gaat om twee jeugdzorgmedewerkers, een hoogleraar en twee participanten. Daarnaast heeft een extra persoon zonder affiniteit met het onderwerp het conceptrapport beoordeeld op taal en leesbaarheid. Dat gezegd hebbende, als soortgelijke onderzoek in de toekomst wordt uitgevoerd, draagt het bij aan de kwaliteit als er ruimte is voor een breder tijdspanne, interviews in real-life kunnen plaatsvinden en er expliciet gevraagd wordt naar geweldservaringen.

17

18

Resultaten Ervaringen van jongeren

In dit hoofdstuk zijn de ervaringen van jongeren beschreven, geïllustreerd met citaten. Ze zijn gegroepeerd aan de hand van de volgende onderwerpen: •

Dagbesteding. In dit deel gaat het over een extreem isolement, school, luchten en sport.

•

Behandeling

•

Groepsleiding en sfeer. In dit deel wordt onder anderen gesproken over deskundigheid van het personeel en vrijheidsbeperkende maatregelen

•

Geweld: psychisch, fysiek en seksueel

•

Basisbehoeften:

•

Intercom negeren

•

Medische zorg, contact met netwerk

•

Gevolgen van de plaatsing, waaronder trauma, verlies van vertrouwen, angst, gewenning

Het hoofdstuk sluit af met antwoorden op de vraag ‘wat had je nodig’, qua zorgvorm en benadering 19

Hoofdstuk 2

Basisvoorzieningen en dagbesteding Extreem isolement door zeer beperkt verblijf op de groep

cameratoezicht soms worden gestopt. “Maar als je één incident had, werd gelijk alles afgepakt. Begon je weer helemaal opnieuw. Zat je weer in je scheurkleding. En dan kon je weer opnieuw beginnen met elke keer drie dingen aanvragen in de week. Maar dan werd de eerste keer alles afgewezen. Dan duurde het wel even voordat je alles weer kon aanvragen.”

De jongeren, die op een ZIKOS-afdeling verbleven, hebben veel tijd alleen doorgebracht op hun kamer. Een aantal jongeren legde uit dat het eigenlijk een ‘cel’ betreft. De architectuur van beide locaties is verouderd en nog zo ingericht dat er een justitieel geplaatste populatie opgevangen kan worden. De deuren zijn zwaar en op ooghoogte is een luikje ingebouwd. Wie de groepsleiders wil bereiken, kan drukken op de intercom. De kamers hebben een televisie, maar deze is geplaatst in een dichtgetimmerde kast. In Harreveld kunnen jongeren de televisie niet zelf aan- of uitzetten. De groepsleiders bedienen hem van buitenaf. De televisie wordt pas aangezet als de schooldag voorbij is, maar de meeste jongeren spenderen bijna geen tijd op school. Zij zitten uren ingesloten, zonder het vermaak van een televisie. Soms zelf zonder de mogelijkheid om te schrijven of te tekenen. In de kamer heeft de jongere een stalen toiletpot, met bijpassende stalen wasbak. Deze zijn verscholen achter een halve muur. Aan de andere kant van de muur bevindt zich het stalen bed dat vastgeschroefd is aan de grond. Harreveld verwijderde in 2023 de tralies, dus het zicht wordt sindsdien niet langer versperd door metaal.

De 51 jongeren die voor dit onderzoek gesproken zijn, gaven aan dat zij gemiddeld 20 uur en 38 minuten per dag alleen hebben doorgebracht in hun cel. Zij bevonden zich dus nog geen 3,5 uur per dag op de groep. Dit is vergelijkbaar met de hoeveelheid tijd die gedetineerden in hun cel doorbrengen in de zwaarst beveiligde gevangenis van Europa, de Extra Beveiligde Inrichting in Vught. Een groot deel van de jongeren beschreef hun verblijf op de afdeling dan ook als ‘eenzaam.’ “Ik ging op een gegeven moment gewoon tegen poppen praten, omdat ik zo lang op kamer zat en niemand om me heen had. Toen ik weer op een open groep kwam, heb ik ze allemaal weggegooid.” – Harreveld, 2015. “Het mooiste van het nieuwjaar vond ik dat we met z’n allen vanuit de kamer door het luikje schreeuwden: ‘Happy New Year.’ En dat was dan je nieuwjaar. En je hebt geen vuurwerk gezien. Maar toch ga je dan die kleine dingen wel waarderen. Dat is ook wel fijn of zo. Dat je dat wel kunt waarderen. Dan mocht je tv ook eindelijk aanblijven tot twaalf uur. Maar de TV ging ook precies om vijf over twaalf uur weer uit.” – Harreveld, 2017.

De jongeren die op de locatie in Zetten verbleven, beschreven hun kamer als een isoleercel: “Je begint altijd in scheurkleding. Iedereen heeft als je daar binnenkomt cameratoezicht. Hierdoor hoeven ze jou minder snel naar de isoleercel te brengen, omdat ze jouw kamer kunnen leegtrekken. Dan heb je jouw kamer als isoleercel.”

“Ik kon echt heel goed praten met mijn advocaat, dus ik hing gewoon een keer in de twee dagen met mijn advocaat aan de telefoon. Ik deed dat om iets van contact te hebben, want ook al drukte ik op de bel om met iemand te praten, dan nog werd er niet gepraat. Dus de enige manier om enigszins mijn ei kwijt te kunnen was mijn advocaat.” – Harreveld, 2019.

In Zetten is interieur een beloning. Televisie kijken kan. Jongeren genieten dan zelfs de autonomie dat zij zelf de televisie aan- of uit kunnen zetten. Daarvoor moet wel eerst de afstandsbediening verdiend zijn. Een jongere legde uit dat je wekelijks een aantal dingen kon aanvragen. Mag ik een pen op kamer? Een stoel? Een gordijn? Een afstandsbediening? Mag ik in mijn eigen kleren slapen? Na overleg konden de verzoeken worden ingewilligd of afgewezen. Als iemand bijna kon uitstromen, kon het voortdurende

“Je weet eigenlijk niet wanneer je eraf wordt gehaald. Want soms vergaten ze je ook gewoon, ook na rustuur 20

21

bijvoorbeeld. En dan zit je ‘s avonds bijvoorbeeld nog maar 15 minuten op de groep. En soms deden ze dat dan ook expres. Dus je wist eigenlijk gewoon nooit precies wat je te wachten stond.” – Zetten, 2023.

Dit verschil is echter niet significant, t(33) = -3,3, p = 0,22. Dat jongeren zoveel tijd op kamer spendeerden, komt omdat er op de ZIKOS-afdelingen ‘in groepjes wordt gedraaid’. Dat houdt in dat de jongeren die er verblijven opgedeeld worden in verschillende groepjes. Als er één groepje op de afdeling is, zitten de andere groepen op cel. Hoeveel tijd jongeren verblijven in hun cel, is dus sterk afhankelijk van het aantal groepjes dat gehanteerd wordt. Zijn er vier groepjes, dan wordt de tijd die jongeren normaliter op de afdeling zouden doorbrengen door vier gedeeld. Hoeveel tijd jongeren op de groep zijn, is dus ook afhankelijk van het welzijn van andere jongeren.

Er is een significant verschil in kamertijd tussen de 27 jongeren die de afgelopen 3 jaar op ZIKOS verbleven (M = 21,68, SD = 1,28) en de 26 jongeren die er langer dan drie jaar geleden verbleef (M = 19,93, SD = 1,81), t(51) = -3,2, p = 0,05. De oudere groep gaf aan gemiddeld ruim 21,5 uur per dag op cel te hebben gezeten. Dat is ongeveer 1 uur en 45 minuten langer dan de groep die recenter heeft gezeten. Zij gaven een gemiddelde van 20 uur aan. Dit verschil lijkt te komen door de latere toevoeging van de locatie in Zetten. Van de jongeren, die vanaf 2019 op een ZIKOS-afdeling verbleven, gaven de jongeren van Harreveld extremere kamertijden door dan de jongeren van Zetten. Zo kwamen jongeren op Harreveld gemiddeld 3 uur per dag van cel en was dit voor jongeren op Zetten gemiddeld ruim 4,5 uur.

Het isolement, dat jongeren beschrijven, betreft niet alleen de extreme kamertijden. ‘In groepjes draaien’ impliceert dat jongeren altijd gecombineerd werden met andere jongeren als zij op de afdeling waren. Dit is niet het geval. Jongeren konden ook ‘individueel draaien’. Er was dan sprake van 2-op-1 begeleiding,

“Ik ging op een gegeven moment gewoon tegen

poppen praten, omdat ik zo lang op kamer zat en

niemand om me heen had.” 22

waarbij jongeren afgezonderd werden van hun groepsgenoten. Bij aanvang van de opname draaiden jongeren altijd individueel. Daarnaast kon er ook op een later punt gekozen worden voor het individueel laten draaien van de jongere. Aanleidingen die zijn genoemd, zijn: •

Als een jongere niet lekker in diens vel zat

•

Als er een conflict was geweest

•

Als de jongere zich uitsprak over het regime op de afdeling

•

Als de jongere niet at

•

Als de jongere ’s nachts had ingebeld, bijvoorbeeld met een vraag

•

Als de jongere van school was gehaald, bijvoorbeeld omdat die een herbeleving had

•

Als de jongere ‘een sfeer zette’ op de groep

In het meest recente inspectierapport over ’t Anker in Harreveld, waar twee ZIKOS-afdelingen onder vallen,

wordt benoemd dat de gedragswetenschappers van de locatie vertellen dat vrijwel alle jongeren op de ZIKOS-afdeling individueel draaien. De jongeren zijn dus enerzijds consistent afgezonderd, voor de totale duur van hun verblijf (8 maanden gemiddeld). Naast de geplande kamertijden, gaven zij aan ook regelmatig naar hun cel te zijn gestuurd, terwijl daar weinig aanleiding voor was. Anderzijds mochten zij op de afdeling ook niet altijd contact hebben met groepsgenoten. Zij zijn daarmee structureel onttrokken aan contact met leeftijdsgenoten. “Ik heb veel periodes gehad dat ik alleen gedraaid werd. Maar ik heb ook wel periodes gehad dat ik wel gewoon samen draaide. Veel contact was het in ieder geval niet. Ik werd apart gedraaid, want ik beschadig mezelf. Nu nog steeds. Ik was suïcidaal. En... ja, als ik mezelf dan beschadigd had, of als ik niet goed in contact kon komen en niet ging vertellen wat er bijvoorbeeld in mijn hoofd omging... of als ik niet kon praten... of omdat ik te verdrietig was... of omdat ik gewoon te bang was om het te vertellen... dan werd ik om dat soort kleine dingetjes

eruit gezet... en dan werd ik uit de groep gehaald. Dan werd ik apart gedraaid.” – Harreveld, 2017.

Over de locatie op Harreveld hebben 10 jongeren een breed scala aan inperkingen van basale behoeften gemeld, maar er komt geen duidelijk patroon naar voren. Het lijkt daarom niet om structurele beperkingen te gaan, maar omdat dit geen vraag in de vragenlijst was is deze conclusie niet zeker vast te stellen. Situaties die zijn beschreven betreffen:

“Ik heb voor het grootste deel van mijn tijd op ZIKOS in een scheurjurk in een isoleercel gezeten. En ik heb niet echt heel veel menselijk contact gehad daar. Ik was het echt niet eens met het regime, dus ik verzette me heel erg tegen wat ze wilden dat ik deed. Dus toen heb ik vrij veel de isoleercel gezien.” – Zetten, 2023.

Beperkingen in de basale behoeften

Hoewel er geen vraag over opgenomen was in de vragenlijst, beschreven 18 jongeren (35%) situaties waarin zij beperkt zijn in hun basale behoeften. Met basale behoeften worden randvoorwaarden bedoeld die nodig zijn om lichamelijk te functioneren, zoals slapen en eten. Op locatie in Zetten benoemden zeven jongeren dat zij niet zelfstandig gebruik konden maken van het toilet. De kamer van de jongeren beschikt over een wc, maar de deur die hiernaar leidt wordt op slot gedraaid. Dit heeft te maken met het cameratoezicht dat bij alle jongeren in Zetten standaard aanwezig is. De wc-deur wordt op slot gedraaid, zodat jongeren zich niet aan het cameratoezicht kunnen onttrekken. Op de wc zit immers geen camera. Het gevolg is dat jongeren moeten inbellen, om naar de wc te kunnen. Jongeren gaven aan dat groepsleiders niet altijd binnen een paar minuten aanwezig waren om de deur te openen. Het kon zomaar een half uur duren, al zijn ook extremere tijden genoemd. Verder gaf één jongere aan dat zij tijdens het rustuur niet mocht inbellen en dan geen toegang had tot de wc. Een andere jongere vertelde dat zij erg nodig moest plassen, maar dat groepsleiders pas wilden komen als zij eerst zou ‘stoppen met janken.’

•

Geen toegang hebben tot de wc

•

Onttrokken worden aan water

•

Onttrokken worden aan eten

•

Geen rekening houden met religieuze wensen mbt het eten

•

Geen toegang hebben tot maandverband

•

Afgepakt beddengoed, terwijl het koud was

•

Meerdere dagen niet mogen douchen

•

Geen schone lakens na in bed plassen

•

Geen scheurkleding in de isoleercel

“Je moest inbellen en hopen dat iemand naar de deur kwam, eigenlijk. En dan hadden sommige jongeren soms wel eens ongelukjes. Want als jij naar het toilet moet en niemand komt de deur openmaken, dan heb je wel een probleem natuurlijk. Maar er was dus een incident gebeurd. Een meisje had gepoept. En dat kan gebeuren. De groepsleiders liepen zo kokhalzend naar de woonkamer toe. En uh, ‘gadverdamme, gadverdamme.’ Heel erg. Dat meisje is echt een week niet uit de kamer gekomen nadat het gebeurd is. En wij als jongeren begrepen het natuurlijk. Want wij wisten hoe het voelde. Maar ja, dat wordt niet zo gezien door die groepsleiders.” – Zetten, 2021. “De kamers hadden allemaal geen verwarming. Er was geen mogelijkheid om je kamer te verwarmen. Ook niet in de winter. En soms werd ook je deken afgenomen, aangezien eigen veiligheid en zo. Maar dan zat je dus gewoon in je scheurjurk op een ijskoude kamer. Scheurdekens hebben ze ook vaak genoeg ingenomen, omdat ze dan niet genoeg zicht op mij hadden. Het is zo koud daar geweest al die tijd. Scheurkleding is ook echt koud. Ik had zo’n jurkje.” – Zetten, 2023.

Een ander gevolg van het cameratoezicht, is dat het licht in de kamers altijd aan staat. Het zou gaan om het grote licht of zelfs een bouwlamp. Eén van de jongeren vertelde dat zij daarom niet goed kon slapen. Aanvullend benoemden twee jongeren dat dekens en/of kussens soms werden afgepakt en dat er geen verwarming zou zijn. Onder die omstandigheden zou het koud zijn geweest.

“Ik had een groepsgenootje met een eetstoornis. En toen zij binnenkwam, de eerste dag… Ik hoorde dat gesprek tussen de begeleiding en haar, zeg maar, als cliënt. En ze kwamen die kamer binnen en ze zeiden: ‘Je hebt een eetstoornis? Is goed, zullen we zien hoe lang je dat volhoudt. Vanaf vandaag komen we je ook geen eten meer brengen. Dan roep je vanzelf om eten.’ Dat deden ze ook echt, ja, zeker. Want ik heb dat allemaal in de gaten gehouden natuurlijk. Want ik dacht, dit kan niet. Ik zat daar ook pas net. Zo kunnen jullie niet zijn.” – Harreveld, 2018.

Daarnaast hebben drie jongeren hun beklag gedaan over het eten op Zetten. Zij kregen zakvoer (of bakvoer) en vonden dit vies. Eén van hen benoemde dat de groepsleiders wel voor zichzelf kookten, maar niet voor hen. Eén jongere vertelde dat zij meerdere keren in de kussenkamer is opgesloten voor langere tijd en dan geen drinken kreeg. 24

“Je hebt een eetstoornis? Is goed, zullen we zien

hoe lang je dat volhoudt.

Vanaf vandaag komen we je ook geen eten meer brengen. Dan roep je vanzelf om eten.”

Intercom negeren

– Zetten, 2023.

8 jongeren, gelijk verdeeld over beide locaties, benoemden dat de intercom bewust werd genegeerd of uitgezet werd. Dit lijkt ’s nachts riskanter dan overdag. Twee jongeren beschreven levensgevaarlijke situaties als gevolg van het niet bereikbaar zijn van werknemers. Daarbij is tenminste één groepsgenoot overleden.

“Ik was in gesprek met een gedragswetenschapper. Hij had slecht nieuws en toen moest ik heel hard huilen. Toen werd ik naar mijn kamer gesleept. Ik ging inbellen, want ik wilde sorry zeggen omdat ik was gaan huilen. Wat natuurlijk echt idioot is, maar... Toen zeiden ze: ‘Niet meer inbellen.’ En toen hebben ze die intercom uitgedaan. Toen heb ik tien uur achter elkaar op mijn kamer gezeten, zonder intercom. Zonder dat ze mij naar de groep lieten komen. En ook zonder eten. Ik werd 10 uur lang op mijn kamer gezet, omdat ik moest huilen.” -Harreveld, 2023.

“Er was een meisje. En die had haar slagader doorgesneden, per ongeluk. En daarna had ze de beveiliging ingebeld. Maar die kwam niet. Dus uiteindelijk zijn we met z’n allen tegen de deur aan gaan trappen op onze kamer. Toen kwamen ze kijken waar het geluid vandaan kwam. In de nacht was er eigenlijk bijna niemand fatsoenlijk te bereiken. De beveiliging werd na 11 uur ‘s avonds ingeschakeld. Maar als er één beveiliging z’n rondje zou doen op het terrein voor de drempelcontroles, kon het goed zijn dat je een uur moest wachten voordat de intercom werd opgenomen. Of dat meisje oké is? Nooit meer iets van gehoord. Wij allemaal niet”

Zeer beperkt aantal uren onderwijs en niet passend bij niveau

Jongeren gaven aan dat zij gemiddeld ongeveer 2 uur per dag naar school gingen. Er is geen verbetering te zien over tijd. De jongeren die langer dan drie jaar geleden op ZIKOS verbleven, verschillen niet significant van de groep die recenter verbleef, t(51) = 2,3, p = 0,12. Daarnaast is er ook geen significant

“Ze hebben de

intercom uitgezet. (..) Ik werd 10 uur lang

op mijn kamer gezet,

omdat ik moest huilen” 26

verschil tussen de jongeren die na 2019 op locatie Harreveld (M = 2,13, SD = 1,54) en locatie Zetten (M = 2.62, SD = 1,75) verbleven, t(33)= -0,9, p = 0,82. 6 jongeren (11%) vertelden zelfs dat zij helemaal geen school volgden. Als jongeren naar school gingen, was het onderwijs veelal niet passend bij hun niveau of leerjaar. Van de 53 plaatsingen op de ZIKOS-afdelingen, gaven 8 jongeren (15%) aan dat zij passend onderwijs volgden. Dit zijn allemaal jongeren die op Harreveld waren geplaatst. De jongeren die passend onderwijs volgden, hadden vaak een school van herkomst die betrokken bleef. Ze werkten daarnaast meestal uit hun eigen boeken. Van de jongeren die op Zetten waren geplaatst, volgde geen enkele passend onderwijs. Zij gaven bijna allemaal aan dat zij op school niet echt onderwijs volgden, maar vooral tekenden, knutselden of spelletjes speelden. Meer dan een kwart van de bevraagde jongeren vertelde dat zij voorheen havo of vwo deden. Er

is niet expliciet naar gevraagd, dus het aantal ligt wellicht hoger. Ze gaven aan dat het onderwijs in de instellingen erg gericht is op praktijkgericht onderwijs. Havo en vwo wordt niet aangeboden. Daarnaast zeiden drie jongeren dat de docenten niet bevoegd waren hen te helpen met hun schoolwerk. Desondanks is het algemene beeld, dat van de docenten wordt geschetst, positief. Zij zouden vriendelijker zijn dan de groepsleiders. Jongeren waren blij en opgelucht als zij naar school mochten. Het was een afwisseling van de vele kamertijden. Hoe lang jongeren op Harreveld naar school gingen, hing sterk samen met het aantal groepjes dat gedraaid werd. Zoals de uren op de afdeling werden onderverdeeld, werden ook de uren van de docent onderverdeeld. Verschillende jongeren vertelden dat als zij individueel draaiden, zij helemaal niet naar school mochten. Daarnaast vertelden zij dat naar school gaan een privilege was. Hoewel school een basisrecht is en kinderen leerplichtig zijn, moesten deze jongeren onderwijs verdienen. Onderwijs

Beperkt verblijf in de buitenlucht

kon ook weer afgepakt worden bij ‘slecht gedrag’. Voorbeelden van slecht gedrag waren: •

Lawaai maken in de nacht

•

Niet eten

•

In crisis raken

Iedereen, die van zijn vrijheid is beroofd, heeft het recht tenminste één uur per dag in de buitenlucht te verblijven, en dat geldt zeker voor jongeren. De jongeren in dit onderzoek gaven aan dat er bij hen zelfs niet aan dat minimumvereiste was voldaan en dat ze gemiddeld slechts 23 minuten per dag in de buitenlucht hadden doorgebracht. Opvallend is dat de groep die langer dan drie jaar geleden op de ZIKOSafdeling verbleef, meer tijd in de buitenlucht had doorgebracht dan de groep die korter dan drie jaar geleden op de afdeling verbleef. Hoewel het verschil niet significant is, t(51)= 4,0, p = 0,51, benoemden de oudere jongeren vaker dat zij een uur per dag ‘gelucht’ werden. Het is mogelijk dat het personeel het recht van elke dag minimaal twee keer 30 minuten ‘luchten’ in de eerste jaren na de overgang naar gesloten jeugdzorg nog toepasten. Zij werkten voorheen immers in de jeugdgevangenis, waar deze regelgeving strikt opgevolgd dient te worden. Het lijkt daarna verwaterd te zijn. Hoewel de groep jongeren, die op ZIKOS verblijft. niet gedetineerd is, komen zij dus minder lang buiten dan jongeren die vanwege een delict vastzitten. Jongeren die de afgelopen 3 jaar op een ZIKOS-afdeling verbleven, gaven zelfs aan gemiddeld maar 13 minuten op een dag ‘gelucht’ te zijn. Ze vertelden dat dit niet standaard gebeurde en soms dagen niet buiten kwamen.

Het was ook afhankelijk van of de groepsleiders zelf naar buiten wilden. Groepsleiders zouden er niet altijd zin in hebben. 8 jongeren gaven aan dat zij nooit in de buitenlucht kwamen. Er was geen significant verschil tussen de twee locaties, t(33) = 1,16, p = 0,15.

“De leraren waren echt... Die waren aardiger dan de groepsleiders. Veel aardiger. Ik heb zelfs met een mentor [van school], later nog een keer opgebeld. Ik heb met haar afgesproken. Zij was fantastisch.” – Harreveld, 2023. “Ik heb zoveel school gemist, eigenlijk doordat ik op Harreveld kwam. Ik heb me zo erg ingezet voor school. Maar op een gegeven moment kan je je niet elke keer blijven inzetten als alles van je wordt ontnomen. Want ja, wat ga je doen als je zo erg achterloopt op een gegeven moment? Als ik nu 16 jaar ben, dan kan ik moeilijk zeggen: ik ga nog een keer de middelbare school doen. En het op een gymnasium niveau proberen. Ze konden ook school van mij afpakken. Dat deden ze ook vaak gewoon, want dat moest ik verdienen. Het was een privilege. Het was niet iets waar ik recht op had in hun ogen. Terwijl ik ook gewoon heel duidelijk zei: Het is gewoon dikke, zware verwaarlozing wat jullie doen. Jullie sturen me niet naar school. Jullie sturen me niet naar de tandarts. Jullie sluiten me hier zo op. Dat zijn dan drie vlakken waarop jullie mij verwaarlozen.” – Harreveld, 2024. “Ik ging naar school, alleen ik deed VWO en dat was er niet op dat niveau. Dus ik moest een lager niveau doen. Ze hadden wel boeken besteld. Maar dat waren ook weer niet de juiste boeken.

En als ik dan vragen had over de lesstof, dan kon niemand die beantwoorden, want niemand was, zeg maar, bevoegd om die lesstof te geven. Dus ik liep al snel vast.” – Zetten, 2021.

“Ik kwam er pas achter dat er een luchtplaats was na twee weken. Eh, en dat was eigenlijk omdat er toen heel toevallig ter sprake kwam onder de jongeren van, mogen we luchten? En dat ik dacht, luchten? Waar zit jij nou over te praten? En dat het toen op den duur dus was dat ze gingen luchten en dat ik dus mee mocht die avond. Eh, maar dat was uiteindelijk echt wel per uitzondering, want het was ook een beetje altijd het idee dat de begeleiding er maar net zin in moest hebben of zo. Uiteindelijk werd ik één à twee keer per week gelucht. En dan moest je net geluk hebben dat het dan net toevallig jouw groepje moest zijn dat ging luchten. Want het was dan niet dat als ze met het ene groepje gingen luchten, ze daarna met het andere groepje gingen luchten. Dat was afhankelijk van toeval, want de begeleiding had op dat moment geen zin om buiten te zitten bijvoorbeeld.” – Harreveld, 2020.

“In de week waren het, denk ik, drie activiteiten. En school was elke dag. Maar je had ook niet de hele dag school. Alleen je leefde echt toe naar die momenten. Dat waren echt de lichtpunten. Je kon in een kooitje voetballen, terwijl alle hekken er omheen zaten. Ik was drie jaar niet naar school geweest en ik kwam daar en ik mocht een nulmeting doen. En, eh, ja, ik had best wel een achterstand, maar ik kreeg echt sommetjes van een veel te laag niveau. En het niveau wat ik nodig had, dat was er niet. Het was te hoog of het was te laag, maar er was geen tussenweg. Je kreeg eigenlijk de hele dag een beetje een iPad in je hand gedrukt: Doe dan maar spelletjes. Ga maar tekenen, of zo. Ik heb daar niet uit een boek gewerkt. Of echt lesstof binnengekregen.” – Zetten, 2023.

“Ik heb een half jaar echt super gesloten gezeten en gewoon geen buitenlucht gehad. En ik weet nog dat het op dat moment sneeuwde. Ze hadden zo’n tuin met hoge hekken. Ik vroeg of ik alsjeblieft in die tuin de sneeuw mocht aanraken. En dan antwoorden: Sneeuw? Nee, 28

29

mag niet. Op een gegeven moment mocht ik meer, toen ik iets verder was, maar ik heb een half jaar bijna geen luchtmomenten gehad.” – Zetten, 2021.

gaan. Er is geen significant verschil tussen de locaties, t(33) = -2,54, p = 0,06.

Sport

In het kwaliteitskader, dat is opgesteld voor gesloten jeugdzorginstellingen, is de eis opgenomen dat jongeren contact moeten kunnen onderhouden met hun ouders en/of netwerk.5 Aan alle jongeren is de volgende stelling voorgelegd: ‘Ik kon goed contact onderhouden met mijn ouders en netwerk’. 5 jongeren (9,4%) waren het hiermee eens. 41 jongeren (77,3%) waren het niet met de stelling eens.

Beperkingen in het contact met de buitenwereld

Op beide locaties zijn sportvoorzieningen. Jongeren gaven aan gemiddeld 1 uur en 40 minuten in de week aan sport te doen. Jongeren die de afgelopen drie jaar op een ZIKOS-afdeling verbleven, sportten significant meer dan jongeren die langer dan drie jaar geleden op één van de afdelingen verbleven, t(51) = --2,98, p = 0,02. Waar jongeren voorheen gemiddeld 1 uur sport in de week hadden, is het toegenomen tot een gemiddelde van 2 uur en 20 minuten in de week. Wat er onder sport wordt verstaan, is breed te interpreteren. Zo geven jongeren op Zetten bijvoorbeeld aan dat het ook om Just Dance kon

De jongeren vertelden dat zij beperkt waren in het contact met hun naasten. De meeste jongeren hadden vaste belmomenten, variërend van één keer per week tot vier keer per week. Het betroffen dan 30

belmomenten van ongeveer 10 minuten. Zij belden dan meestal hun moeder of vader, soms opa en oma. Eens in de week was er een bezoekuur. Vrienden mochten veelal niet gebeld worden en niet op bezoek komen. In sommige gevallen kon het contact met vrienden onderhouden worden door brieven te sturen. Omdat het contact met vrienden wegviel of verwaterde, gaf een aantal jongeren aan dat zij vriendschappen zijn verloren. Bij anderen werd ook het contact met ouders en familieleden slechter. Dat was bij een enkeling niet het geval. Zo vertelde één jongere bijvoorbeeld dat zij haar ouders meer is gaan waarderen, omdat ze zag dat haar groepsgenoten minder betrokken ouders hadden.

slechte relatie met mijn ouders. Maar ik ben vanaf toen mijn ouders niet meer als ouders gaan zien. Omdat ik ze al bijna niet sprak. Het waren meer mijn opvoeders, dan mijn ouders, zeg maar.” – Harreveld, 2021. “Ik heb niet goed contact kunnen onderhouden. Ik vind eigenlijk dat je elke dag zou moeten mogen bellen. En ook gewoon twee keer in de week bezoek, eigenlijk. Want je zit daar zo geïsoleerd. Je zit daar zo alleen. Je bent eigenlijk de hele dag alleen. En je hebt geen mensen om je heen. Dus dat belmoment, is het enige waar ik naar uit kon kijken. En zeker omdat je het ook niet leuk mocht hebben met groepsgenoten. Dus ik voelde me heel alleen toen. Echt heel alleen.” – Harreveld, 2023.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14059744/1