Rapport DNO en 104 plekken T6 fin
Tekst van het document
Afdeling EGZ
Kortdurende dag- en nachtopvang, de opvang voor EU burgers en ongedocumenteerden tussen wal en schip op de Transformatorweg 6.
Auteur(s)
Marcel Buster Afdeling EGZ
2022 GGD Amsterdam, afdeling EGZ / Gezond Leven
2
Inhoud
1 Samenvatting
5
2 Inleiding 2.1 Rapportage 2.2 Methode
10 10 11
3 Resultaten 12 3.1 Reguliere kortdurende dag- en nachtopvang 12 3.1.1 Aantal bezoekers, in- en doorstroom 13 3.1.2 Andere vormen van opvang bij deze groep in de periode 1 maart 2020/1 maart 2021 15 3.1.3 Vergelijking uitstroom bewoners T6 vs. nieuwe bewoners bestaande opvangvoorzieningen 18 3.1.4 Een momentopname van de bewoners 19 3.1.5 Trajectbedden 19 3.1.6 Extra opvang in A&O hostel 20 3.1.7 Aanbevelingen voor de kortdurende dag- en nachtopvang 21 3.1.8 Update van de Kortdurende Nachtopvang gedurende 2021 21 3.2 EU burgers en ongedocumenteerden tussen wal en schip 23 3.2.1 Update EU burgers (periode 1-4-2021, 1-1-2022) 28 3.3 Opvang voor de groep die tussen Wal en Schip verkeert 30 3.3.1 Update van het Tussen Wal en Schip (TWS) Project (1 april ’21 – 1 jan. ’22) 32 3.4 Breder kader; meerderheid van de mensen op de wachtlijst voor de MO verblijft niet in de MO maar krijgt een ‘ambulant traject’. 34
3
4
1 Samenvatting
Van de 206 mensen die tijdens de winteropvang 2018/19 gemiddeld per nacht opgevangen werden waren er ruim honderd personen met binding met Amsterdam of buitenlanders met een extra kwetsbaarheid. De winteropvang bood voor deze groep op de langere termijn echter weinig perspectief; deze opvang was beperkt tot de avond en nacht en werd eind maart beëindigd waardoor meer structurele begeleiding niet mogelijk was. Eind 2019 heeft het college besloten en is de raad geïnformeerd om het huidige model aaneengesloten winteropvang te vervangen voor een permanente opvang gedurende het hele jaar met toegang voor kwetsbare daklozen. Deze opvang en begeleiding is gerealiseerd op de voorziening aan de Transformatorweg. Hiermee heeft het college urgentie gegeven aan de opgave die de stad heeft met betrekking tot de zorg voor dak- en thuislozen. De capaciteit van de kortdurende dag- en nachtopvang (DNO) voor de Amsterdammers is uitgebreid met 50 plekken en daarnaast zijn er voor kwetsbare groepen zonder Nederlandse nationaliteit nieuwe vormen van opvang gestart.1 Het gaat daarbij om: - DNO aan de Transformatorweg voor kwetsbare mensen met een nationaliteit van een ander EU lidstaat dan Nederland zonder binding met Amsterdam die daarmee geen recht hebben op verblijf in de kortdurende dag- en nachtopvang en de Maatschappelijke Opvang / Beschermd Wonen (MO/BW).
- DNO voor ongedocumenteerden aan de Transformatorweg die tussen de Wal en het Schip dreigen te vallen; kwetsbare mensen met een nationaliteit buiten de EU die mogelijk in aanmerking komen voor een Nederlandse nationaliteit of begeleiding naar het land van herkomst. In deze rapportage wordt in kaart gebracht in hoeverre de uitbreiding van de DNO de druk op de opvang heeft verlicht en erin slaagt perspectief te bieden aan de groepen met een niet Nederlandse nationaliteit. De Coronapandemie heeft op verschillende wijze invloed gehad op de voorzieningen. De coronanoodopvang op de transformatorweg in het voorjaar van 2020 maakte dat de bovengenoemde uitbreiding pas in augustus 2020 van start ging, enkele maanden later dan gepland. De corona-pandemie heeft mogelijk ook een negatieve invloed gehad op de mogelijkheden tot repatriëring. Anderzijds bood de extra noodopvang in de winter 20/21 en voorjaar 2021 een alternatief waardoor beëindiging van het verblijf mogelijk makkelijker was.
Uitbreiding van de capaciteit in 2020/21 Binnen de tijdsperiode van deze rapportage (1 maart 2020 tot 1 maart 2021) zijn de voorzieningen voor de DNO voor kwetsbare Amsterdammers waar op 1 maart 2020 192 personen verbleven, uitgebreid met 50
1 Parallel hieraan wordt de winteropvang beperkt tot de winterkouderegeling afgekondigd in G4 verband.
5
plaatsen kortdurende dag- en nachtopvang op de Transformatorweg 6 (vanaf 1 augustus 2020). Daarna is de DNO op 1 juni 2021 tijdelijk uitgebreid met nog eens 30 extra plekken. Deze opvang wordt ook wel ‘Opvang met Perspectief’ genoemd. Deze 30 extra plekken zijn in ieder geval tot eind 2022 beschikbaar. De uitbreiding van de DNO heeft de druk op deze voorziening verlicht. Wanneer de duur van het verblijf in de DNO hoog blijft of verder toeneemt doordat een toenemend aantal bewoners dat op de wachtlijst staat voor een MOBW in de DNO verblijft bestaat de kans dat deze verlichting slechts van tijdelijk aard is. Naast de DNO zijn er 97 zogenaamde Trajectbedden; tijdelijke opvang voor kwetsbare Amsterdammers die extra aandacht behoeven tijdens het intakeproces. (zie paragraaf 3.1.5) De voorzieningen voor de EU burgers (30 bedden) en de ongedocumenteerden die zich tussen Wal en Schip bevinden (24 bedden) zijn op 1 augustus 2020 op de dezelfde locatie (Transformatorweg 6) van start gegaan. Kortdurende dag- en nachtopvang voor kwetsbare Amsterdammers De DNO is bedoeld voor een korte periode van verblijf (gestreefd wordt naar max.
3 maanden) waarbinnen basiszaken op orde worden gebracht en kan worden uitgezocht of iemand in aanmerking komt voor de MO/BW middels een intake bij de GGD/Centrale Toegang en zo ja, welke maatwerkvoorziening binnen de MO/BW het meest geschikt is of dat er een andere uitstroom optie mogelijk is. Uit deze rapportage blijkt dat voor ongeveer de helft van de groep die in de DNO verblijft de vervolgstap al bekend is maar nog niet in kan stromen omdat er een wachtlijst is . De periode van opvang is daardoor met een gemiddelde duur van ruim een half jaar ook langer dan de geplande 3 maanden. Hierdoor komen er minder bedden beschikbaar. Met een capaciteit van 242 bedden (1 april 2021) en een duur van verblijf van gemiddeld ruim 6 maanden komen er per week gemiddeld 9 bedden vrij voor mensen die zich nieuw aanmelden. In verband met de corona-maatregelen is een deel van deze bewoners naar een hostel (A&O hostel) verplaatst waar zij wel een eigen kamer hebben. In hoofdstuk 3.1.4 geven de teamleiders van de kortdurende dag- nachtopvang hun ervaringen hiermee weer. Andere groepen wachtend op een plaats in de MO/BW Een extra aandachtspunt als het gaat om de doorstroom van de DNO naar de MO/BW is dat de personen die op de wachtlijst staan en gebruik maken van DNO (of trajectbedden) niet de enige zijn die op de wachtlijst staan.
Uit paragraaf 3.4 blijkt dat de grote meerderheid (75%) van de 666 mensen op de wachtlijst voor de Maatschappelijke Opvang op 1 maart 2020 niet in een voorziening voor de DNO of trajectbed1 verblijft maar bij vrienden, familie of kennissen of passantenpensions. Voor de personen op de wachtlijst voor Beschermd Wonen (BW) is het percentage dat buiten de kortdurende dag-nachtopvang of trajectbedden valt nog hoger (95% van de 691 personen) maar hierbij gaat het ook om mensen met een eigen huis die wegens psychiatrische klachten woonbegeleiding nodig hebben. (Paragraaf 3.4; wachtlijst versus opvang op 1 maart 2020). Op 1 maart 2020 maakten 33 personen (2,4% van de mensen op de MO/BW wachtlijst) gebruik van de winteropvang die destijds operationeel was. Indien er geen winteropvang zou zijn geweest zouden deze
6
mensen die nacht mogelijk op straat verblijven. Omgekeerd zou de meerderheid van de groep die dakloos is en opgevangen wordt in de winter(koude)opvang niet voor de MO/BW in aanmerking komen. Het gaat daarbij om groepen zoals EU burgers zonder binding met Amsterdam, ongedocumenteerden of de minder kwetsbare groep Amsterdammers.
Aanbevelingen voor de kortdurende dag- en nachtopvang: •
•
Maak de verhouding tussen vraag en aanbod voor de kortdurende dag- en nachtopvang inzichtelijk. Hoe vaak komt het voor dat het niet mogelijk of zeer moeilijk is om iemand in de kortdurende dag- en nachtopvang te plaatsen terwijl deze wel tot de doelgroep behoort? Anticipeer op mogelijk capaciteitsgebrek in de toekomst: o Streef naar de mogelijkheid om snel tijdelijk extra bedden in te kunnen zetten als de capaciteit in gevaar komt voor kwetsbare Amsterdamse daklozen. Dit is in lijn met het beleidsprogramma Aanpak Dakloosheid ‘Een nieuwe start’ waarin staat dat middels verschillende interventies tien lege plekken in de nacht- en noodopvang worden gerealiseerd zodat er altijd plek is. o Geef blijvend aandacht voor doorstroom in de gehele MO/BW keten en reductie van de MO/BW wachtlijst.
Update tot januari 2022 Gedurende het jaar 2021 is de capaciteit in de Transformatorweg verder uitgebreid en in gebruik genomen. Aandachtspunt blijft de doorstroom. Van de mensen die op 1 januari 2022 in de nachtopvang verbleven was 75% daar al 3 maanden of langer. Eind 2021 en ook bij de afbouw van de corona noodopvang begin 2022 waren er echter ook positieve signalen vanuit Veldregie van de GGD. Er bleek voldoende capaciteit om de kwetsbare rechthebbende mensen met een indicatie voor MOBW over te kunnen dragen naar de kortdurende Dag en Nachtopvang. (Veldregie;GGD). Samen met verschillende stakeholders wordt de kortdurende DNO geoptimaliseerd. Inzet is om al tijdens het verblijf in de DNO te starten met het werken aan perspectief. Ook is positief ervaren hoe het is om kleinschaliger/ met minderpersoonskamers te werken vanwege de corona maatregelen (minder incidenten, meer ruimte bij de cliënt om te werken aan perspectief). Er zal onderzocht worden hoe dit verder door te ontwikkelen. EU-burgers aan de Transformatorweg. De voorziening voor 30 kwetsbare dakloze EU burgers beoogt perspectief te bieden in de vorm van een zelfstandig bestaan in Nederland of terugkeer met begeleiding naar het land van herkomst voor deze doelgroep met veelal verslavingsproblemen.
Op grond van de eerste resultaten slaagt het project erin deze groep te bereiken en voor een aanzienlijk deel te stabiliseren door de geboden opvang, verslavingszorg en begeleiding door maatschappelijk werk. Het bieden van perspectief zoals boven genoemd lijkt haalbaar voor de helft van de 50 personen die tot 1 april 2021 gebruik maakten van deze voorziening. Zo werd bij 21 personen een zelfstandig(er) bestaan
7
realistisch geacht (waarvan er 10 voor 1 april 2021 zijn uitgestroomd), voor 4 personen is repatriëring naar Polen uitgevoerd (n=2) of voorbereid (n=2). Van de overige personen is bij 13 het verblijf voortijdig beëindigd (meestal wegens een verslavingsgerelateerd incident) en wordt ook bij de overgebleven 12 personen noch een zelfstandig bestaan noch repatriëring haalbaar geacht. Bij vier van deze chronisch zorgafhankelijke personen uit de doelgroep was de situatie zo ernstig dat door de samenwerkende hulpverleners toegang tot de MO als oplossing werd voorgesteld. Eén van deze vier is ook doorgestroomd naar de reguliere dag- en nachtopvang. Belangrijk verschil met de oorspronkelijke doelstelling is de duur van verblijf; in plaats van de geplande periode van maximaal 2 maanden is de inschatting van de gemiddelde verblijfsduur nu 7 maanden. Repatriëring met een warme overdracht naar de zorg in eigen land is geen populaire optie gebleken en is ook niet altijd realistisch wegens het ontbreken van mogelijkheden voor behandeling in het land van herkomst. Hierdoor ontstaat een dilemma: het stoppen van de zorg aan deze chronisch zorgafhankelijke groep betekent waarschijnlijk een terugval, het continueren van de zorg betekent dat deze voorziening voor EU-burgers geleidelijk meer tot een verblijfsvoorziening wordt en de oorspronkelijke functie (het bieden van perspectief) verloren gaat.
Aanbevelingen voor de opvang van EU burgers aan de Transformatorweg:
Aanbevelingen van de GGD voor de opvang van EU-burgers • Om dichtslibben van de voorziening te vermijden is er regelmatig casusoverleg tussen hulpverleners en de GGD. Bij bewoners die ondanks begeleiding geen perspectief op een zelfstandig(er) bestaan of repatriëring hebben wordt besloten tot einde verblijf. • Zorg voor bestendiging en uitbreiding van de contacten met zorgvoorzieningen in andere belangrijke landen van herkomst.
•
Ter preventie van (langdurige) dakloosheid bij arbeidsmigranten: Onderzoek de mogelijkheden voor hulp bij het vinden van werk voor EU-arbeidsmigranten in het algemeen (o.a. door de inzet van de Regenboog Groep, het Werkgeversservicepunt en WPI). Draag zorg voor het voldoen aan basisvoorwaarden bij het geven van werk en huisvesting aan arbeidsmigranten door uitzendbureaus en werkgevers zoals ook beschreven in het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten2. Dit wordt landelijk opgepakt.
Update januari 2022: Gedurende de laatste 9 maanden van 2021 was het beeld qua door- en uitstroom vrijwel onveranderd. Inmiddels heeft een tweewekelijks casuistiekoverleg tussen GGD, HVO en de Regenboog vorm gekregen. In dit overleg worden de bewoners individueel besproken, een plan gemaakt en een einddatum voor verblijf vastgesteld. Verwacht wordt dat dit de doorstroom en effectiviteit van de voorziening zal bevorderen. Momenteel word onder regie van het Ministerie van VWS een landelijk plan van aanpak dakloze arbeidsmigranten gemaakt. Verwacht wordt dat dit plan in de medio 2022 verschijnt.
2 Tweede advies aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten.
8
Ongedocumenteerden aan de Transformatorweg. Bij de opvang aan ongedocumenteerden die tussen “Wal en Schip” dreigen te vallen is het deel aan wie een perspectief kan worden geboden in de vorm terugkeer naar het land van herkomst of het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit slechts beperkt. Van de 36 personen die in de periode 1 augustus tot 1 april gebruik hebben gemaakt van de voorziening zijn er tot dan toe vier personen die doorgestroomd zijn naar de LVV (Landelijke Vreemdelingen Voorzieningen) en waarschijnlijk in aanmerking komen voor legalisering. Daarnaast zijn er drie personen waarbij er gewerkt wordt aan een terugkeertraject. Bij dertig personen was er op 1 april nog geen concreet perspectief. Ook hier speelt het dilemma van de chronisch zorgafhankelijke personen die niet in aanmerking kunnen komen voor legalisering en ook niet naar hun land van herkomst terug willen of kunnen. Evenals bij de EU burgers dreigt de voorziening zich meer te ontwikkelen tot een verblijfsvoorziening in plaats van een voorziening voor kortdurend verblijf met perspectief. Met de huidige doorstroomsnelheid dient rekening gehouden te worden met een verblijftijd van 1,5 jaar en een instroom van ongeveer 16 nieuwe personen per jaar.
Naast juridische en maatschappelijke hulpverlening aan de groep in de voorziening werd ook bij mensen die aangemeld werden voor deze voorziening vooraf kritisch gekeken naar de nut en noodzaak van verblijf in deze voorziening en een begin gemaakt met de dossiervorming. Verwacht wordt dat hierdoor een betere selectie gemaakt kan worden voor deze voorziening. Aanbevelingen voor de opvang aan ongedocumenteerden: • Op basis van de ervaringen uit de eerste fase de selectie vooraf verder vorm te geven, zodat de groep ongedocumenteerden die langdurig in de opvang verblijft en waarvoor noch een verblijfsvergunning, noch repatriëring mogelijk is, beperkt wordt. • Om dichtslibben van de voorziening te vermijden is er regelmatig casusoverleg tussen hulpverleners en de GGD. Bij bewoners die ondanks begeleiding geen perspectief op een zelfstandig(er) bestaan of repatriëring hebben wordt besloten tot einde verblijf. • In geval van naturalisatie: op basis van jurisprudentie inzetten op een regeling voor een grotere groep die in dezelfde omstandigheden verkeert, zoals de groep die reeds voor de onafhankelijkheid van Suriname, van Suriname naar Nederland is gekomen.
Update ongedocumenteerden tussen Wal en Schip 2022: Ook bij de ongedocumenteerden Tussen Wal en Schip wordt inmiddels een casuïstiekoverleg gevoerd met Zorgtoeleiding van de afdeling MGGZ van de GGD. Evenals bij het EU project wordt gewerkt met een fasemodel waardoor er ook meer duidelijkheid is welke doelen behaald dienen te worden en wat de belemmeringen daarbij zijn. Wanneer mensen niet meewerken wordt er eerder naar einde verblijf gekeken.
9
2 Inleiding
2.1 Rapportage In deze rapportage wordt het gebruik van de kortdurende dag- en nachtopvang beschreven. Hoeveel mensen maken er gebruik van? Wat zijn hun kenmerken? Waar verbleven ze voor en na de periode in de dag- nachtopvang? Extra aandacht wordt besteed aan de uitbreiding van de dag- nachtopvang bij de Transformatorweg t.a.v. de uitstroom (3.1.3). De kortdurende dag- en nachtopvang is aangepast wegens Corona, het aantal mensen dat hier verblijft moest worden gereduceerd om aan de coronamaatregelen (1,5 meter) te kunnen voldoen. Een deel van deze groep is in het A&O hostel geplaatst.3 Wat dat betekent voor de hulpverlening wordt in een gesprek met de teamleiders aangegeven. (3.1.6) Daarnaast worden twee projecten beschreven die op 1 augustus van start zijn gegaan: 1) Een project voor kwetsbare, dakloze EU burgers die met opvang en begeleiding de gelegenheid krijgen om zich te bezinnen op een toekomst in Amsterdam; hierbij is het streven om perspectief te bieden door te helpen bij het opbouwen van een zelfstandig bestaan in Amsterdam of bij repatriatie naar het land van herkomst. 2) Een project voor kwetsbare ongedocumenteerden die zich figuurlijk tussen de Wal en het Schip bevinden, ze kunnen niet terug naar het land van herkomst maar kunnen ook geen Nederlandse nationaliteit verkrijgen.
Hier is het streven om perspectief te bieden door te helpen bij het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit of bij repatriatie naar het land van herkomst. Tenslotte wordt de kortdurende dag- en nachtopvang in een groter kader geplaatst. Hoe verhoudt het zich tot andere vormen van opvang buiten de keten? Welk deel van de mensen op de wachtlijst voor MO/BW maakt hier gebruik van? De Coronapandemie heeft op verschillende wijze invloed gehad op de voorzieningen. De coronanoodopvang op de transformatorweg in het voorjaar van 2020 maakte dat de bovengenoemde uitbreiding pas in augustus 2020 van start ging, enkele maanden later dan gepland. De corona-pandemie heeft mogelijk ook een negatieve invloed gehad op de mogelijkheden tot repatriëring. Anderzijds bood de extra noodopvang in de winter 20/21 en voorjaar 2021 een alternatief waardoor beëindiging van het verblijf mogelijk makkelijker was.
3 Totaal aantal plekken bleef hierbij gelijk,
10
2.2 Methode Voor deze rapportage is gebruik gemaakt van gegevens in Trajectus (het cliëntvolgsysteem van de MO) aangevuld met een extra inventarisatie door veldregie van de GGD. Voor de evaluatie van het project EU burgers en Wal en Schippers is ook gebruik gemaakt van de evaluatie door de betrokken hulpverleners. Daarnaast zijn gesprekken met hulpverleners gevoerd.
11
3 Resultaten
3.1 Reguliere kortdurende dag- en nachtopvang Onder de kortdurende dag- en nachtopvang verstaan we de locaties waar dakloze kwetsbare Amsterdammers tijdelijk kunnen verblijven. Het gaat daarbij om mensen waarvan vast is komen te staan of waarvan het vermoeden bestaat dat zij kwetsbaar zijn en binding hebben met Amsterdam4. Hierbij wordt gestreefd wordt naar een verblijftijd van maximaal 3 maanden. Hier wordt de opvang gedurende de periode van een jaar (van 1-3-2020 t/m 1-3-2021) beschreven. In deze periode nam het aantal mensen dat er gebruik van maakte toe van 192 tot 242 per nacht (zie §3.1.1.) en hebben in totaal 569 personen gebruik gemaakt van de kortdurende Amsterdamse dag- en nachtopvang. 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
ZRM score 1,2
ZRM score 3
ZRM score 4,5
Figuur 1: Score op de ZRM domeinen5 bij screening voor aanmelding Maatschappelijke Opvang.
De gemiddelde leeftijd van de bewoners van de kortdurende dag- en nachtopvang is 44 jaar, 85% is man en 75% heeft de Nederlandse Nationaliteit. De Scores op de Zelfredzaamheidmatrix (figuur 1) laten zien dat naast het tekortschieten van de zelfredzaamheid op het domein huisvesting dit ook het geval is op andere sociaal maatschappelijke domeinen. Met betrekking tot gezondheid zijn geestelijke gezondheid
4 Met binding met Amsterdam wordt bedoeld dat opvang in Amsterdam de meeste kansen biedt op herstel, naast de
woongeschiedenis wordt ook het sociale netwerk en zorgnetwerk meegewogen. 5 Bij 469 van de 569 personen is de Zelfredzaamheidmatrix in Trajectus geregistreerd. Screening wordt uitgevoerd bij de
screeningsbalie van de GGD op de Jan van Galenstraat.
12
en middelengebruik vaker problematisch (ZRM-score 1,2; duidend op een zorgtekort) dan lichamelijke gezondheid.6
3.1.1 Aantal bezoekers, in- en doorstroom Figuur 2 laat de uitbreiding en veranderingen in de kortdurende dag- en nachtopvang voorzieningen zien in de periode 1/3/2020 en 1/3/2021. Op 1 maart 2020 maakten in totaal 192 mensen gebruik van de kortdurende dag- en nachtopvang waartoe de Gastenburgh (LdH), Zuiderburgh (LdH), Poeldijkstraat (HVO/Querido) en Anton de Komplein (HVO/Querido) in stadsdeel Zuidoost worden gerekend. In verband met Corona is een deel van de bewoners van de dag- en nachtopvang overgeplaatst naar het A&O Hostel aan de Hogehilweg in stadsdeel Zuidoost. In totaal hebben hier in de periode tot 1 maart 2021 98 personen gebruik van gemaakt. 300
238
241
242
50
52
46
49
52
53
50
113
115
112
114
19
18
21
24
24
1 maart '20
1 juni '20
1 sept '20
1 dec '20
1 maart '21
250 200
192
180
150 100
8
173
50 0
Anton de Kom kort verblijf T6 Nachtopvang
Reguliere Nachtopvang T6 Perspectief
A&O Hostel
Figuur 2: (geregistreerde) bezetting van de kortdurende dag- en nachtopvang7 (3-maandelijkse peilmomenten in de periode 1/3/20-1/3/21)
Daarnaast is de kortdurende dag- en nachtopvang vanaf 1 augustus 2021 uitgebreid met 50 extra plekken op de Transformatorweg (T6). Hierdoor is het aantal personen dat gebruik maakt van de dag- en nachtopvang toegenomen tot 242 op het peilmoment 1 maart 2021. Dit is inclusief acht personen bij “Opvang met perspectief”.
6 7
Zie ook www.zelfredzaamheidmatrix.nl Onder dag- en nachtopvang wordt Gastenburgh, Zuiderburgh en Poeldijkstraat en Anton de Kom ‘Kortverblijf’ verstaan, tijdens de corona-maatregelen is een deel van hun bewoners naar A&O hostel verhuisd. Naast deze vormen van nachtopvang biedt het Stoelenproject in de wintermaanden en AMOC voor EU burgers laagdrempelige opvang.
13
De opvang met perspectief plekken zijn half januari 2021 gestart op de 2e etage van de Transformatorweg. Aanvankelijk maakten hier maar weinig mensen gebruik van, mogelijk doordat zij met de destijds lopende corona-opvang een alternatief hadden. In juni 2021 is de capaciteit uitgebreid tot 30 bedden. Figuur 3 geeft naast de cijfers van het aantal personen in de kortdurende dag- en nachtopvang op de eerste nacht van het meteorologische seizoen ook de cijfers met betrekking tot de in- en uitstroom die in de daaropvolgende 3 maanden plaatsvindt. In de eerste periode (voorjaar 2020) is de invloed van de Corona-pandemie duidelijk te zien. De uitstroom stagneerde maar ook de instroom werd verder beperkt waardoor het aantal bewoners iets daalde. In het tweede kwartaal is er een duidelijk grotere instroom als gevolg van de uitbreiding van de capaciteit. In de winter 20/21 (tussen 1 december 2020 en 1 maart 2021) zijn er 115 mensen ingestroomd (zie figuur 2) en 114 personen uitgestroomd. Van de nieuwe instromers, stroomden er 59 in dezelfde periode ook weer uit. De meerderheid (77%) van de bewoners die op 1 maart 2021 in de kortdurende dag- en nachtopvang verbleef, verbleef hier ook al op 1 december. In de laatste 3-maands periode (1 december ’20 - 1 maart ’21) is het uitstroompercentage 189% (het aantal uitstromers per 100 bedden per jaar).
Dit staat gelijk aan een gemiddelde duur van verblijf van 6,4 maanden. Hoewel de gemiddelde duur van verblijf iets hoger is dan het voorgaande jaar8, komen er, door de grotere capaciteit per saldo meer bedden vrij. Wekelijks komen er nu gemiddeld 9 bedden vrij in de reguliere dag- en nachtopvang.
8 Zie hoofdstuk nachtopvang in de rapportage winteropvang 2019/20. Toen was de gemiddelde verblijfstijd 5 a 6 maanden en kwamen er wekelijks 7 bedden vrij.
14
300
300%
250
250%
200 150
172% 150%
135% 180 110
192
52 50 0
34
46
17
17
start in
uit
mrt-mei 2020
242
241
238 100
200%
189%
180%
56
55
50
59
59
uit
start in
uit
56
53
100% 50%
42
42
50
start in
uit
start in
0% jun-aug 2020
sept-nov 2020
aantal instroom Doorstroom per 100 bedden per jaar(%)
dec '20 feb '21
start in
uit
mrt '21
zowel in- als uitstroom in periode uitstroom
Figuur 3: In-, uitstroom en doorstroompercentage voor de kortdurende dag- en nachtopvang.
3.1.2 Andere vormen van opvang bij deze groep in de periode 1 maart 2020/1 maart 2021
Een groot gedeelte van de periode 1 maart 2020 tot 1 maart 2021 is er sprake geweest van winterkoudeopvang of coronanoodopvang. In deze paragraaf wordt uitgezocht in hoeverre deze groep daar voor of na verblijf in de kortdurende dag- en nachtopvang gebruik van heeft gemaakt. Daarnaast is bekeken in hoeverre mensen in deze periode voor of na verblijf in de nachtopvang gebruik hebben gemaakt van de MO/BW.
15
600 500
119
159
68
400 300
176
200
42
100
192
140
242
0 Aanvangssitatie Aanvangssituatie
Eindsituatie
Nachtopvang (1 maart)
MOBW/Trajectbed
Winter/coronanoodopvang
geen opvang (voor of na nachtopvang)
Figuur 4: aanvangs- en eindsituatie van de groep van 569 personen die in de periode 1/3/2020 en 1/3/2021 gebruik heeft gemaakt van de kortdurende dag- en nachtopvang .9
Figuur 4 beschrijft de aanvangs- en eindsituatie van de groep van 569 personen die in de periode 1/3/2020 en 1/3/2021 gebruik heeft gemaakt van de kortdurende dag- en nachtopvang. Hiervoor is gekeken naar de aanvangssituatie in deze periode (de kortdurende dag- en nachtopvang of laatste opvangvoorziening voorafgaand aan de kortdurende dag- en nachtopvang) en is een vergelijking gemaakt met de eindsituatie in de periode (de kortdurende dag- en nachtopvang of eerste opvangvoorziening volgend op de kortdurende dag- en nachtopvang). Op groepsniveau is de vooruitgang ten opzichte van de aanvangssituatie te zien aan de stijging van het aantal mensen dat na verblijf in de kortdurende dag- en nachtopvang gebruik maakt van de MO/BW en de afname van het aantal mensen dat na verblijf in de kortdurende dag- en nachtopvang gebruik maakt van de winter of coronanoodopvang. Dat een deel van de doelgroep van de kortdurende dag- en nachtopvang voorafgaand aan het verblijf in de kortdurende dag- en nachtopvang gebruik heeft gemaakt van de laagdrempelige winter- of Coronanoodopvang is mogelijk een indicatie van een tekort aan capaciteit bij de kortdurende dag- nachtopvang. Daarnaast kan het zijn dat deze mensen pas later als doelgroep voor de dag- en nachtopvang geïdentificeerd zijn of zelf de voorkeur gaven aan een meer vrijblijvende vorm van opvang.
Daarnaast kan de laagdrempelige en vrijblijvende noodopvang hebben gediend als een opstapje naar de nachtopvang waarbij van mensen verwacht wordt dat er meer gestructureerd naar doelen wordt gewerkt (op orde brengen van financiën, in zorg voor verslavings- of psychiatrische problemen etc.) . Bij de beschrijving van de eindsituatie valt op dat 140 (43%) van de uitstromers in de MO/BW terecht komt. Niet iedereen die van de kortdurende dag- en nachtopvang gebruik maakt krijgt dan ook werkelijk een indicatie voor MO/BW en komt op de wachtlijst. De meerderheid van de groep (46 van de 68) die na de kortdurende dag- en nachtopvang van de noodopvang gebruik maakt had aan het eind van de periode
9 (Aanvangssituatie: Nachtopvang op 1/3/2020 of de eerste voorziening voor verblijf in Nachtopvang vanaf 1/3/2020;
eindsituatie: Nachtopvang op 1/3/2021 of laatste voorziening na verblijf Nachtopvang tot 1/3/2021) bij de 569 personen die in deze periode van een jaar gebruik hebben gemaakt van de reguliere dag- nachtopvang.
16
geen indicatie voor toegang tot de MO/BW, wat mogelijk ook de reden van vertrek uit de kortdurende dag- en nachtopvang is geweest10. Mensen die lang in de kortdurende dag- en nachtopvang verblijven stromen vaker door naar een stabielere voorziening. Figuur 5 laat zien dat de mate waarin naar de MO/BW uitgestroomd wordt gerelateerd is aan de duur van verblijf in de kortdurende dag- en nachtopvang. Hiervoor is de groep die is uitgestroomd ingedeeld in 4 groepen van ongeveer dezelfde grootte (kwartielen). Duidelijk is dat in de groep die na meer dan 197 dagen uit de kortdurende dag- en nachtopvang vertrekt, er nauwelijks mensen zijn die na uitstroom van de noodopvang gebruik hebben moeten maken. Toch is er ook bij de groep die korter dan 6 dagen in de kortdurende dag- en nachtopvang verblijft sprake van uitstroom naar een meer stabiele vorm van opvang (MO/BW of trajectbed). Deels zijn dit mensen die wegens schorsing bij een MO/BW voorziening tijdelijk gebruik maken van de kortdurende dag- en nachtopvang. 90 80
Aantal personen
70 60
24 32
3
50 40
19
32
19 21
18
30
55
20 10
26
29
minder dan 6 dagen
6 t/m 56 dagen
37
0 MOBW/passantenhotel/trajectbed/Isolatie
57 t/m 197 dagen Noodopvang
meer dan 197 dagen
Geen vervolg in Trajectus
Figuur 5: Voorziening volgend op het verblijf in de kortdurende dag- en nachtopvang versus duur van verblijf11 bij uitstroom.
10
Reden van vertrek uit de nachtopvang is niet duidelijk omdat dit niet wordt ingevuld in Trajectus.
11 Indien er sprake is van meerdere achtereenvolgende periodes van nachtopvang wordt de duur vanaf het begin van de 1e
periode tot uitstroom gerekend mits de tijd tussen twee periodes niet meer dan 14 dagen bedraagt.
17
3.1.3 Vergelijking uitstroom bewoners T6 vs. nieuwe bewoners bestaande opvangvoorzieningen
Bij vergelijking van personen die van de opvang in de Transformatorweg gebruik maakten met de groep die vanaf 1 juli 2020 instroomde in een van de andere voorzieningen voor de kortdurende dag- en nachtopvang blijkt dat er in beide groepen ongeveer de helft op 1 maart nog steeds gebruik maakt van de kortdurende dag- en nachtopvang. Figuur 6 laats zien dat het percentage personen dat vanuit de T6 doorstroomt naar de noodopvang relatief groot (T6:19% vs. Elders:10%) en het percentage dat doorstroomt naar de MO/BW relatief klein is (Elders: 18%, bij de T6:8%). 100% 90%
33
29
80% 70%
15
60%
26
25 10
50% 40% 30% 72
67
Andere nachtopvang (n=146)
T6 (n=131)
20% 10% 0%
Geen opvang Noodopvang/Isolatie Corona MOBW/traject Nachtopvang
Figuur 6: Nieuwe instroom na 1/7/2021; situatie op 1/3/2021 (indien nachtopvang) of eerste opvang na verblijf nachtopvang.
Volgens de teamleiders is een mogelijke verklaring hiervoor dat een deel van de mensen die voor de dagen nachtopvang in de T6 mensen zijn geselecteerd eerder al geschorst of uitgevallen was in de bestaande dag-/nachtopvang en daar ook niet meer welkom was. Deze bewoners hadden een hoog uitvalrisico vanwege gedragsproblematiek en agressie. Bij een deel van deze groep is ook de kortdurende dag- en
18
nachtopvang op de T6 beëindigd als gevolg van grensoverschrijdend gedrag en/of niet willen meewerken aan een MO traject/zorgplan.
3.1.4 Een momentopname van de bewoners Door de veldregie van de GGD zijn de bewoners van de kortdurende dag- en nachtopvang op 22-6-2021 beschreven. De resultaten van deze exercitie zijn samengevat in tabel 1. De conclusie van deze inventarisatie was dat de grote meerderheid van de bewoners tot de doelgroep voor de MO/BW hoort.12 Zo’n 4% van de bewoners bleek niet tot de doelgroep voor de Amsterdamse MO/BW te horen. De doelgroep voor de Amsterdamse kortdurende dag- en nachtopvang bestaat met name uit de groep die dakloos is maar waarbij nog onbekend is of en voor welke MO/BW voorziening iemand in aanmerking komt. Bij 5% was nog onduidelijk of iemand voor de MO/BW in aanmerking kwam. Voor 41% was nog onduidelijk voor welke maatwerkvoorziening iemand in aanmerking zou komen. Bij bijna de helft van de personen bleek de maatwerkvoorziening voor de MO/BW al wel bekend te zijn. Zij stonden op de wachtlijst voor deze voorziening. Deze wachtlijstgroep is een groep die eigenlijk niet in de kortdurende dag- en nachtopvang thuishoort maar wegens plaatsgebrek in de MO/BW hier toch nog gebruik van maakt. Tabel 1: beschrijving van de bewoners van de kortdurende dag- nachtopvang door Veldregie
Aantal % Ongedocumenteerd/EU-burger Zelfredzaam/Geen doelgroep MO/BW Nog niet gescreend/zelfredzaamheid onduidelijk Doelgroep MO/BW maatwerkvoorziening nog onbekend Reeds op de MO/BW wachtlijst (maatwerkvoorziening bekend) Totaal aantal
3 8 12 100 119 242
1% 3% 5% 41% 49% 100%
3.1.5 Trajectbedden Naast de reguliere dag- en nachtopvang zijn er “trajectbedden” in de locatie Poeldijkstraat en het Instroomhuis aan de Zeeburgerdijk (Tussenvoorziening) . Dit zijn bedden waar personen bij wie extra observatie nodig is tijdens het intakeproces tijdelijk kunnen verblijven. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om mensen bij wie nog niet duidelijk is of een 24-uursvoorziening de meest geschikte vervolgstap is
12 Blijkend uit een screening op de Jan van Galenstraat, intake bij de Centrale Toegang MO/BW of bekendheid op de
wachtlijst MO/BW.
19
Volgens Trajectus maken er op 1 maart 2020 92 personen gebruik van een trajectbed en op 1 maart 2021 zijn dit er 97. In totaal hebben in de periode van een jaar 178 personen hiervan gebruik gemaakt. Dit betekent dat er 81 personen zijn uitgestroomd, het doorstroompercentage op 86% en de gemiddelde duur van verblijf op 14 maanden geschat kan worden.
3.1.6 Extra opvang in A&O hostel Interview met teamleiders van Gastenburgh en Zuiderburgh
Er zijn 28 mensen van Zuiderburgh en 20 mensen van de Gastenburgh naar het A&O Hostel overgeplaatst. In elk van onze nachtopvanglocaties blijven er 50 personen over. De mensen die in het Hostel zitten zijn de mensen met een indicatie voor de MO. Het zijn mensen die eigenlijk al uitgestroomd hadden moeten zijn maar waarbij dit bij gebrek aan uitstroommogelijkheden nog niet gebeurd is. Bij de Zuiderburgh waren er driepersoonskamers en bij de Gastenburgh waren er ook kamers met meer dan drie personen. “De mensen krijgen in het A&O Hostel meer rust; als je geen eigen ruimte hebt kan je niet rustig even bellen, mensen zijn bang dat hun spullen gepikt worden of houden elkaar wakker door gesnurk. Het risico op conflicten is groter. Als mensen lang in een dergelijke situatie zitten verliezen ze het doel dat ze voor ogen hebben, geloven er niet meer in en dan krijg je een soort selffulfilling prophecy, ze gaan gedrag vertonen zoals ze dat nodig hebben om op straat te overleven en kunnen dan ook weer echt op straat terecht komen. Een verblijf in de kortdurende dag- en nachtopvang zou eigenlijk niet langer dan 3 maanden moeten duren”. Nu verblijven er in de Zuiderburgh maximaal twee en in de Gastenburgh maximaal 3 personen op 1 kamer. Dat kon omdat het grotere kamers zijn, dat hebben we samen met de GGD bekeken. In het A&O hostel heeft iedereen een eenpersoonskamer en een eigen douche.
Daar zie je dat mensen trots zijn dat ze er zitten. Naast rust krijgen ze meer eigenwaarde. “De meest kansrijke groep zit in het hostel. We hebben gescreend welke mensen al een indicatie hadden voor MO/BW. Het lijkt dan ook op de stap naar zelfstandig wonen. Ze hebben te maken met buren. Er zitten namelijk ook andere gasten in het hotel. Omdat ze niet anders willen zijn dan de andere gasten wordt het afwijkend gedrag ook minder. Ook is er meer sociale controle onder elkaar; ze willen deze voorziening niet kwijtraken”. Er waren mensen die moeite hadden met de eenzaamheid. Ze zijn dan zo gewend om met meerdere mensen op een kamer te zitten, dat ze daar een terugslag van kregen. Anderen floreren pas na verloop van tijd. In zo’n hotel reflecteren mensen meer over hun situatie. Sommige geven aan nog wel begeleiding nodig te hebben. Daardoor krijg je bijvoorbeeld een discussie over de aard van begeleiding die ze nodig hebben bij de volgende stap als ze individueel zouden gaan wonen. Kan ik dat wel? Is het aan mij wel besteed? Het leuke van dit hostel is dat er ook huisdieren toegelaten worden. Sommige bewoners hadden een hond die ze al die tijd dat ze bij ons zaten bij anderen hadden ondergebracht. Nu kunnen ze daar voor zorgen. Een ander verschil is dat ze wat spullen voor zichzelf in de kamer kunnen neerzetten. Een koelkastje of eigen tv.
Bij ons komen mensen met twee tasjes en moeten ze ook weer gaan met twee tasjes.
20
Voordeel van de spreiding met het A&O hostel is dat we ook de mensen die in de voorziening zijn gebleven wat meer aandacht kunnen geven. Mensen zijn beter in beeld, voelen zich beter, we hebben weinig crisis-incidenten mensen zitten minder op elkaars lip. Wat nu wel beter opvalt is het aantal mensen dat medische zorg nodig heeft Van het A&O Hostel naar de kortdurende dag- en nachtopvang zou weer een stap terug betekenen. We halen een enkele keer wel mensen terug als het niet goed gaat. Dat wordt ervaren als een sanctie.
3.1.7 Aanbevelingen voor de kortdurende dag- en nachtopvang
•
•
Maak de verhouding tussen vraag en aanbod voor de kortdurende dag- en nachtopvang inzichtelijk. Hoe vaak komt het voor dat het niet mogelijk of zeer moeilijk is om iemand in de kortdurende dag- en nachtopvang te plaatsen terwijl deze wel tot de doelgroep behoort? Anticipeer op mogelijk capaciteitsgebrek in de toekomst: o Streef naar de mogelijkheid om snel tijdelijk extra bedden in te kunnen zetten als de capaciteit in gevaar komt voor kwetsbare Amsterdamse daklozen. Dit is in lijn met het beleidsprogramma Aanpak Dakloosheid ‘Een nieuwe start’ waarin staat dat middels verschillende interventies tien lege plekken in de nacht- en noodopvang worden gerealiseerd zodat er altijd plek is. o Geef blijvend aandacht voor doorstroom in de gehele MO/BW keten en reductie van de MO/BW wachtlijst.
3.1.8 Update van de Kortdurende Nachtopvang gedurende 2021
Voor een update van de situatie met betrekking tot de kortdurende Dag en Nachtopvang is gebruik gemaakt van gegevens in Trajectus en navraag gedaan bij de Veldregiseurs van de afdeling MGGZ van de GGD Amsterdam. In Figuur 6b geeft het aantal mensen weer dat op de peildatum aan het eind van het kwartaal in de kortdurende dag en Nachtopvang verblijft (lijn). Voor 1 januari ’22 zijn dat er 244. De mate van doorstroom blijft een belangrijk aandachtspunt: driekwart van de mensen verblijven op dat moment tenminste 3 maanden in de kortdurende Dag- Nachtopvang.
21
400 350
Aantal
300 250
250
249
244
kwart2-21
kwart3-21
kwart4_21
232
200 150 100 50 0 kwart1_21
periode 2021 per kwartaal blijft gedurende kwartaal
instroom in kwartaal
uitstroom in kwartaal
in- en uitstroom in kwartaal
aantal peildatum einde kwartaal
Figuur 6b: in- uit en doorstroom bij de kortdurende dag- en nachtopvang per kwartaal (2021)
Bij de afbouw van de corona-noodopvang in begin 2022 waren er echter ook positieve signalen van Veldregie van de GGD. Er bleek voldoende capaciteit om de kwetsbare rechthebbende mensen met een indicatie voor MOBW over te kunnen dragen naar de kortdurende Dag en Nachtopvang. (Veldregie;GGD) Samen met verschillende stakeholders wordt de kortdurende DNO geoptimaliseerd. Inzet is om al tijdens het verblijf in de DNO te starten met het werken aan perspectief. Ook is positief ervaren hoe het is om kleinschalliger/ met minderpersoonskamers te werken vanwege de corona maatregelen (minder incidenten, meer ruimte bij de cliënt om te werken aan perspectief). Er zal onderzocht worden hoe dit verder door te ontwikkelen.
22
3.2 EU burgers en ongedocumenteerden tussen wal en schip Naast een uitbreiding van de capaciteit van de reguliere nachtopvang met 50 personen is er een project gestart waarbij hulp geboden wordt aan kwetsbare dakloze EU burgers (n=30), en personen zonder verblijfsstatus die niet meer terug kunnen naar eigen land en daardoor tussen de wal en het schip vallen (n=24). In dit stuk worden beide projecten beschreven. Hiervoor is gebruik gemaakt van gegevens van Trajectus en de tussenevaluatie die recent door Regenboog, HVO/Querido en GGD is beschreven.
3.2.1.
Kwetsbare dakloze EU burgers
Het project slaagt erin opvang te bieden aan kwetsbare EU burgers die in Amsterdam een dakloos bestaan leiden. Een aanzienlijk deel is mede door de geboden opvang, begeleiding door maatschappelijk werk en verslavingszorg gestabiliseerd, al wil dat niet altijd zeggen dat zij ook in hun eigen levensonderhoud zouden kunnen voorzien. Het aanbod is bedoeld voor niet-rechthebbende EU-burgers die kampen met psychische- en verslavingsproblemen en reeds langere tijd in Amsterdam verblijven. Het overleg ‘stedelijke casuïstiek EU-burgers’ onder voorzitterschap van de GGD, bepaalt of iemand in aanmerking komt voor opname in een 24-uursvoorziening: Het project werd bij aanvang als volgt beschreven: • Een afgebakende periode van maximaal acht weken voor bezinning, rust en toekomstoriëntatie; • Diagnostiek, medicatie en kortdurende behandeling uitgevoerd door Arkin; • Het in kaart brengen van perspectief op een regulier bestaan in Amsterdam of terugkeer naar land van herkomst; • Het organiseren van repatriëring (indien gewenst door bewoner); • Intensieve begeleiding door gespecialiseerd maatschappelijk werk. Instroom In totaal zijn er 55 personen die tussen 1 augustus en 1 april gebruik hebben gemaakt van de opvang geregistreerd in Trajectus.13 Ze hebben een gemiddelde leeftijd van 42 jaar en 95% van hen is man.
De meerderheid (55%) heeft de Poolse nationaliteit, 32% een nationaliteit van een ander Midden of Oost Europees lidstaat, 15% heeft een nationaliteit van één van de oude EU lidstaten.
13
Er is een discrepantie tussen het aantal personen dat volgens Trajectus in de periode in de voorziening verbleef en hoeveel er aan het eind nog steeds verbleven. In de week voor 1 april zijn er 3 mensen ingestroomd, deze zijn niet meegerekend.
23
Van de 55 personen waren er 46 (84%) eerder bekend in Trajectus. Aangezien deze groep niet in aanmerking komt voor de reguliere Maatschappelijke Opvang was de eerdere opvang in Amsterdam in het algemeen op beperkt tot winteropvang of Corona-gerelateerde noodopvang. Eén persoon heeft ook vóór het project een periode in een MO voorziening verbleven.
Bezetting op peildatum, in- en uitstroom (1 aug. 2020- 1 april 2021) 35 30 25 20 15 10 5 0
apr-01
uitstroom
instroom
aantal peildatum 1 feb
uitstroom
uitstroom
instroom
instroom
aantal peildatum 1 dec
uitstroom
instroom
aantal peildatum 1 okt
uitstroom
instroom
aantal peildatum 1 aug
op peildatum
in en uitstroom in periode
Figuur 7: bezetting, in- en uitstroom EU-burgers in tweemaandelijkse periodes (Trajectus)
De voorziening voor kwetsbare EU burgers startte op 1 augustus 2020 met 28 personen, in totaal zijn er in de 8 maanden tot aan 1 april 2021 nog 27 andere personen ingestroomd en zijn er inmiddels 31 uitgestroomd, op 1 april 2021 verbleven er dan ook 24 personen.14 In die periode is de instroom beperkt omdat er (tevergeefs) actief op zoek werd gegaan naar kandidaten die positief stonden ten opzichte van repatriëring. Mogelijk speelt ook mee dat er in april voor de EU burgers nog een alternatief was in de vorm van de noodopvang in verband met corona. 2 maanden bleek te kort Figuur 9 geeft een beeld van de uitstroom in de tijd (aantal maanden na de start van de opvang). Hoewel vooraf een duur van twee maanden als streeftermijn werd gehanteerd bleek uitstroom na twee maanden eerder een uitzondering dan de regel. Na 2 maanden verblijft 90% nog in de voorziening, na vier maanden is dit 59%. Ook na acht maanden verblijft 30% van de bewoners nog in de noodvoorziening.
14
In de tussenrapportage van de Regenboog wijken de cijfers over het aantal deelnemers iets af.
24
Aanvankelijk werd gerekend op een maximale verblijftijd van 2 maanden waardoor er jaarlijks ongeveer 200 personen van de voorziening gebruik zouden konden maken. De 2 maanden bleek niet realistisch. Op grond van de huidige in- en uitstroom is een gemiddelde verblijfstijd van tenminste 7 maanden realistischer. Dit betekent dat er (op 30 plekken) jaarlijks maximaal 50 nieuwe dakloze EU burgers in kunnen stromen. Enerzijds zijn de corona maatregelen mogelijk een extra hindernis geweest voor het regelen van zorg en uitstroom, anderzijds was de drempel om mensen alsnog uit te laten stromen mogelijk minder groot doordat vanaf half november winterkoude- en noodopvang beschikbaar was zodat mensen bij beëindiging van verblijf niet direct de straat op werden gestuurd. Ook de noodopvang in zelfbeheer is een creatieve oplossing waardoor ook mensen die een zelfstandiger bestaan aan kunnen maar nog geen huisvesting hadden gevonden toch uit konden stromen.
% dat in voorziening verblijft
100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 0
1
2
3
4
5
6
7
maanden sinds start verblijf Figuur 9: uitstroom naar maanden sinds start van verblijf.15 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
16%
8
22% 55% 33%
82%
2%
2%
44%
44%
Bij uitstroom voorziening na verblijf T6 (anders T6)
Voorziening op 1 april
2% voorziening voorafgaand Transformatorweg
MO/Reguliere Nachtopvang
WKR/corona-opvang
onbekend
Figuur 10: in Trajectus geregistreerde voorzieningen vóór verblijf T6 (ooit), na verblijf in T6 en op peildatum 1 april.
15 Kaplan Maier analyse met correctie voor personen die minder dan 8 maanden aanwezig zijn maar nog wel in de opvang
verblijven.
25
Figuur 10 laat zien dat de laatste bekende opvangvoorziening voor verblijf in de T6 in 82% winter of corona opvang was. Na opvang in de T6 is 2/3 van de mensen die uitstroomt weer in de winter of coronaopvang te zien. Op de peildatum 1 april 2021 verbleef echter geen van de ex-participanten meer in de corona noodopvang (terwijl deze nog wel beschikbaar was). Dit roept de vraag op of zij mogelijk toch een alternatieve vorm van verblijf gevonden hebben. Opvallend is dat 1 persoon vóór het verblijf van de T6 al eerder verbleef in een voorziening voor de MO met extra verzorging en verpleging en na verblijf in de T6 hiervoor in aanmerking kon komen. Deze persoon verblijft inmiddels in de reguliere nachtopvang. Observaties van de hulpverlening gedurende het verblijf Gedurende het verblijf hebben de hulpverleners van 50 bewoners de voortgang beschreven. Het gaat hierbij om 29 personen die reeds uitgestroomd zijn en 21 personen die op 1 april nog in de opvang verblijven. De subcategorieën worden weergegeven in figuur 11.
chronisch zorgbehoevend ; 4 (nog) niet goed in zorg; 4
Voortijdig afgebroken; 13 Uitstroom; 29
Gestabiliseerd op zoek naar werk/huisvesting; 11
noodopvang + versl.zorg; 3 MO; 1 Zelfstandig(er) bestaan/werk; 10 gerepatrieerd; 2
werken aan repatriering; 2
Figuur 11: Stand van zaken op 1 april voor de bewoners die nog in de voorziening verblijven en de bewoners die zijn uitgestroomd (n=50)
Mensen met perspectief op een zelfstandig(er) leven in Amsterdam Bij 21 van de 50 personen (42%) is een zelfstandig(er) verblijf in Amsterdam met werk en huisvesting gerealiseerd of wordt dit op termijn haalbaar geacht. Hiervan zijn er 10 reeds uitgestroomd. Een aantal mensen is uitgestroomd naar nachtopvang in zelfbeheer van de Regenbooggroep.
26
Weinig repatriëringen16 Bij vier van de 50 personen (8%) is repatriatie uitgevoerd of wordt dit voorbereid. In de praktijk blijken, ook na stabilisatie, weinig mensen de voorkeur te geven aan terugkeer naar het land van herkomst. De 4 personen waarbij dit wel uitgevoerd is of voorbereid wordt komen allen uit Polen. Polen is een land waar hulpverlening aanwezig is en waar een warme overdracht geregeld kan wordt. Hierdoor is het makkelijker voor mensen om een perspectief te zien. Dit is echter niet voor alle landen mogelijk waardoor repatriëring voor personen uit andere landen vaak een minder aantrekkelijk perspectief biedt. De andere helft De andere helft (n=25) van de EU burgers ziet niets in terugkeer naar het land van herkomst en wordt door de hulpverlening niet in staat geacht om binnen afzienbare termijn in hun eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. Een deel van deze groep (13 personen) heeft, meestal na een incident onder invloed van alcohol, de voorziening voortijdig verlaten. Blijft over groep die dankzij de beschermende omgeving van de voorziening en bijbehorende zorg beter functioneert, maar niet van zins is terug te gaan naar het land van herkomst en, volgens de hulpverlening, niet in het eigen levensonderhoud zal kunnen voorzien. Hierbij speelt het dilemma of de opvang gestopt of gecontinueerd moet worden.
Dilemma stoppen of doorgaan met begeleiding? Stoppen met de opvang en bijbehorende zorg leidt er mogelijk toe dat de vooruitgang die tot dan toe is geboekt te niet gedaan wordt. Anderzijds leidt het continueren van de opvang ertoe dat het aantal personen dat weliswaar gestabiliseerd is maar geen alternatief heeft geleidelijk cumuleert. Dit zal ertoe leiden dat de Transformatorweg meer en meer een verblijfsvoorziening worden. De oorspronkelijke doelstelling van de voorziening, het bieden van perspectief aan niet rechthebbende dakloze EU-burgers, zou daarmee in gevaar komen. Doorstroom naar Maatschappelijke Opvang slechts bij uitzondering mogelijk Drie personen uit deze groep zijn met behoud van begeleiding door de verslavingszorg uitgestroomd naar de noodopvang. Eén 1 persoon is doorgestroomd naar een MO traject. Door de hulpverleners wordt doorstroom naar de MO ziekenboeg voor nog eens 3 andere deelnemers als noodzakelijk gezien. Volgens veldregie van de GGD Amsterdam is een tijdelijke opname in de ziekenboeg van de Maatschappelijke Opvang voor deze groep in uitzonderlijke situaties met acute medische problemen mogelijk. Bij de EU burgers gaat het echter vooral om een chronisch zorgbehoevende groep met weinig perspectief op verdere doorstroom.
16 Vanuit Amsterdam werden in 2020 ongeveer 450 dakloze EU-burgers gerepatrieerd door stichting de Regenboog en
Veldwerk.
27
Aanbevelingen voor de opvang van EU burgers aan de Transformatorweg:
•
•
•
Om dichtslibben van de voorziening te vermijden: periodieke identificatie en bespreking door hulpverleners en GGD, om bij de bewoners die ondanks begeleiding geen perspectief op een zelfstandig(er) bestaan of repatriëring blijken te hebben, besluiten tot einde verblijf. Zorg voor bestendiging en uitbreiding van de contacten met zorgvoorzieningen in andere belangrijke landen van herkomst. Ter preventie van (langdurige) dakloosheid bij arbeidsmigranten: Onderzoek de mogelijkheden voor hulp bij het vinden van werk voor EU-arbeidsmigranten in het algemeen (o.a. door de inzet van de Regenboog Groep, het Werkgeversservicepunt en WPI). Draag zorg voor het voldoen aan basisvoorwaarden bij het geven van werk en huisvesting aan arbeidsmigranten door uitzendbureaus en werkgevers zoals ook beschreven in het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten. Dit wordt landelijk opgepakt.
3.2.1 Update EU burgers (periode 1-4-2021, 1-1-2022)
De resultaten en aanbevelingen in de bovenstaande paragraaf zijn aan de hand van een conceptrapportage besproken met de partners GGD, Regenboog en HVO. In deze paragraaf volgt een update met gegevens tot 1-1-2022 en een beschrijving van de in gang gezette interventies. Hieruit blijkt dat de mate van doorstroom in de loop van 2021 verder verminderde. Inmiddels zijn afspraken gemaakt tussen GGD (Veldregie) en Regenboog/HVO met betrekking tot de uitstroom van langverblijvende cliënten. Trajecten worden aangescherpt. Een traject duurt max 6 maanden tenzij er specifiek en in overeenstemming met de betrokken partijen tot een uitzondering wordt besloten. Doorstroom, nieuwe instroom
In de periode 1 april 2021 – 1 januari 2022 zijn er 32 nieuwe EU burgers ingestroomd en 28 uitgestroomd. Op basis van bezettings- en uitstroomcijfers wordt de gemiddelde duur van verblijf op 9,4 maanden geschat. Hierbij zou deze voorziening met 30 bedden jaarlijks plaats zou kunnen bieden aan 30 zittende en 38 nieuwe EU-burgers. De mensen die in deze periode nieuw instroomden waren overwegend man (90%) hadden een gemiddelde leeftijd van 40 jaar en 46% had Poolse nationaliteit. Op 1 januari ’22 bleken 8 van de 28 personen (28%) al langer dan een jaar in de voorziening te verblijven. Reden van uitstroom De reden van uitstroom geeft een vergelijkbaar beeld als in de eerste periode. Van de 28 personen die zijn uitgestroomd was er bij 14 (50%) sprake van een afsluiting met perspectief zoals bedoeld in het project. Dit kan op grond van een zelfstandig(er) verblijf in Amsterdam (n=8). Deze cliënten stromen uit naar de
28
Nachtopvang in Zelfbeheer (NOIZ17) of een zelfstandig verblijf. Zij hebben inmiddels een baan gevonden, en hebben dus inkomen. “Regenboog: De meeste cliënten willen niet terug naar land van herkomst. T6 richt zich op herstel van perspectief, als cliënt dit in Nederland wil realiseren zetten we hierop in.” Daarnaast is er uitstroom door repatriëring of verhuizing buiten Amsterdam (n=6). Voor twee cliënten die uit Amsterdam vertrokken is er gebruik gemaakt van het project “zachte landing” met aansluiting met hulpverlening in Polen, 1 maal is repatriëring via de dienst terugkeer en vertrek van Justitie verlopen. De andere zijn zelfstandig uit Amsterdam vertrokken. Regenboog: “Zachte landing” of repatriëring wordt aangeboden wanneer de hulpvragen te groot zijn om in Nederland te verhelpen of wanneer een traject naar werk is misgelopen. Eén persoon uit het project kwam in aanmerking voor verblijf in de MO. Tenslotte zijn er 13 mensen (46%) uitgestroomd zonder perspectief zoals bedoeld in het project. Zij blijven dakloos in Amsterdam. Toch zijn ook van deze groep successen behaald, 4 zijn er gestabiliseerd en in behandeling bij GGD of Jellinek.
Samenwerking met GGD Het EU casuïstiek overleg: De GGD, Regenboog en HVO zijn een twee wekelijks casuïstiek overleg gestart. Het overleg is gestart met het bespreken van deze cliënten die er al vanaf 2020 verblijven; waarom zitten zij hier nog? Wat is hun motivatie? Wat is er gelukt? Wat is er niet gelukt en waarom niet? waarom zijn ze niet uitgestroomd op de vastgestelde uitstroomdatum? Wat is überhaupt het perspectief nog en moet daaraan gewerkt worden? Wie kunnen er gebruik maken van Zachte Landingsbedden? Aan ieder van hen is een nieuwe uitstroomdatum gekoppeld. Volgens de planning moet deze groep eind februari, op 1 persoon na, uitgestroomd zijn. Vervolgens worden elk overleg, 5 cliënten van de EU afdeling besproken. Op deze manier komt elke cliënt aan bod en kijken Regenboog, HVO en zorgtoeleiding gezamenlijk wat de voortgang is. Zo dragen we het traject van cliënt in gezamenlijkheid. De Regenboog is momenteel gestart met het implementeren van het fasemodel (met HVO) en het inrichten van een digibord. Dit laatste met behulp van Zorgtoeleiding. Zo maken we de stand van zaken en het traject inzichtelijk per cliënt en kunnen we sneller signaleren.
17 De Regenboog biedt Nacht Opvang In Zelfbeheer (NOIZ) aan. T6'ers kunnen uitstromen naar de NOIZ in het bijgebouw.
Voorwaarde is dat zij werk hebben en werk weten te behouden. Doel is om geld te sparen om een eigen kamer te kunnen bekostigen en behouden. Verblijf is 3 maanden met mogelijkheid tot verlenging van 3 maanden. We merken wel dat begeleiding cruciaal blijft. De begeleiding wordt nu gedaan uit de Regenboog middelen van de T6.
29
Betere voorbereiding voor instroom Ten aanzien van de instroom op de pilot zijn de criteria, verslavingsproblematiek, psychische problematiek, gemotiveerd voor hulpverlening, uitzicht op werk, zachte landing of repatriëring van kracht. Na een gezamenlijk akkoord voor opname in aanmeldoverleg wordt er al ten tijde van de wachtlijst zoveel mogelijk in gang gezet zoals aanmelding bij het Jellinek Outreachend Team, gesprek Zorgtoeleiding, klikgesprek voeren. Er worden afspraken/doelen voor verblijf gemaakt en een termijn/uitstroomdatum afgesproken zodat we al meteen richting hebben zodra een cliënt op de afdeling EU geplaatst wordt. De wachtlijst is altijd kort (rond de 6 wachtende) geweest sinds de start van deze pilot. Strakker Schorsingsbeleid Daarnaast wordt het schorsingsbeleid aangescherpt. GGD hoort soms achteraf dat cliënten geschorst worden nadat zij zich geruime tijd (te lang) niet aan afspraken hebben gehouden en op welke manier dan ook gevaarlijk gedrag vertonen (rondslingerende spuiten op kamer, vervuiling, agressief gedrag). Een strak schorsingsbeleid zal helpend zijn hierin. Update Landelijke aanpak dakloze arbeidsmigranten Momenteel word onder regie van het Ministerie van VWS een landelijk plan van aanpak dakloze arbeidsmigranten gemaakt. Verwacht wordt dat dit plan in de medio 2022 verschijnt.
3.3 Opvang voor de groep die tussen Wal en Schip verkeert Opvang voor de groep die tussen de wal en het schip verkeren is bestemd voor mensen die kwetsbaar zijn (verslaving en/of psychiatrie) en al langdurig in Nederland aanwezig zijn (20-40 jaar). Er zijn verschillende redenen waardoor mensen tussen de wal en het schip geraken. Zo zijn er Surinamers die reeds voor of rond de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 naar Nederland zijn gekomen maar hier de Nederlandse nationaliteit niet hebben geregeld, personen uit een veilig land waarvan de nationaliteit niet meer worden erkend door het land van herkomst maar in Nederland niet als stateloos worden beschouwd. Tenslotte zijn er vluchtelingen bij wie de status door justitie is afgenomen maar die niet naar het land van herkomst terug kunnen. Doel van het project is het bieden van stabiliteit en rust te bieden, zodat mensen uit de overlevingsmodus komen, en kunnen reflecteren op de toekomst. Om vervolgens met maatschappelijk werk en juridische bijstand de opties, terugkeer naar het land van herkomst, legalisering in Nederland te onderzoeken. Binnen het project wordt de woonvoorziening door de HVO/Querido en de maatschappelijke ondersteuning door De Regenbooggroep geboden. Zij worden bijgestaan door stichting Goedwerk en het Steunpunt Vluchtelingen (ASKV).
De doelgroep wordt aangemeld door de Regenboog, GGD, HVO/Querido en het Wereldhuis.
30
De locatie kan gezien worden als een voorbereiding voor een verblijf in de LVV (Landelijke Vreemdelingen Voorziening) waarvoor er een concreet perspectief op terugkeer naar het land van herkomst danwel legalisering moet zijn. De cijfers van deze evaluatie zijn ontleend uit de tussenrapportage door de hulpverleners van de T6.18 Stabilisatie Evenals in het project voor de EU burgers lukt het ook hier om de groep te bereiken en met extra zorg stabiliteit en rust te bieden. Verscheidene mensen hebben met behulp van de Geïntegreerde Voorziening van de GGD en JOT (Jellinek Outreachend Team) hun verslaving onder controle gekregen. In totaal zijn er in de periode van 1 augustus 2020 en 1 april 2021 36 personen begeleid. In de evaluatie van de hulpverlening worden drie groepen onderscheiden. 1) de groep die uit Suriname afkomstig is (n=7) 2) de groep die uit een veilig land19 afkomstig is (n=25) 3) mensen die vluchtelingenstatus zijn verloren doordat zij met justitie in aanraking zijn gekomen (n=4).
Lage uitstroom In de 8 maanden van 1 augustus 2020 tot 1 april 2021 zijn 11 van de 36 personen uitgestroomd. Waarvan 4 naar de LVV, 5 personen zijn uitgestroomd met een vervolgopvang in de corona-noodopvang, bij 2 personen werd het verblijf wegens detentie beëindigd. Het meest kansrijk voor naturalisatie bleek de Surinaamse groep; drie van de zeven stroomden uit naar de LVV. Zij hadden perspectief op een legaal bestaan in Nederland. Het minst kansrijk zijn de vluchtelingen wiens status door justitie is afgenomen. Evenals bij de EU burgers zijn in de ‘tussen Wal en Schip’ groep slechts weinig personen die interesse tonen voor terugkeer naar het land van herkomst. Bij drie personen wordt een terugkeertraject voorbereid. Langdurig verblijf De uitstroom was gering; met een uitstroom van 11 personen op 24 plekken in 8 maanden dient rekening gehouden te worden met een gemiddelde duur van verblijf van 1,5 jaar.20 Dit betekent dat ook deze voorziening nog meer dan die van de EU burgers een verblijfsvoorziening dreigt te worden en het aantal mensen dat nieuwe instroomt naar schatting beperkt zal zijn tot 16 personen per jaar. Wachtlijst Opvallend is dat in de evaluatie ook beschreven wordt dat er onder de aanmeldingen voor de voorziening reeds juridische en maatschappelijke hulp verleend wordt.
Van de 62 personen die aangemeld werden, werden er 20 daadwerkelijk op de wachtlijst voor de voorziening aangemeld. De overige konden ambulant worden geholpen en/of kon vooraf worden gezegd dat een verblijf in de voorziening weinig meerwaarde zou hebben.
19
Lijst van veilige landen van herkomst
20 Dit in tegenstelling tot de vermelding in het evaluatierapport waarbij vermeld wordt dat de gemiddelde verblijfsduur een