CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit2021-227B. Regels en toelichting bestemmingsplan De Pijp 2018 Tweede herziening

RAAD 6 oktober 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan De Pijp 2018 Tweede herziening (2021)VN2021-01896525.660 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

detailhandel, bedrijven met inachtneming van het bepaalde in artikel 14, kantoren, dienstverlening en maatschappelijke dienstverlening voor wat betreft de eerste bouwlaag, het souterrain en/of de kelder; [...] e. horeca I, III en IV voor wat betreft de eerste bouwlaag, het souterrain en/of de kelder, ter plaatse van de in de bijlage bij deze voorschriften opgenomen lijst "Toegestane horeca" onder a. genoemde adressen; f. horeca III en IV voor wat betreft de eerste bouwlaag, het souterrain en/of de kelder ter plaatse van de in de bijlage bij deze voorschriften opgenomen lijst "Toegestane horeca" onder b. genoemde adressen; g. horeca IV voor wat betreft de eerste bouwlaag, het souterrain en/of de kelder ter plaatse

Uitspraak 201808944/1/R1

29

van de in de bijlage bij deze voorschriften opgenomen lijst "Toegestane horeca" onder c. genoemde adressen; h. een hotel, daar waar dat met de nadere aanduiding "hotel toegestaan" op de plankaart staat aangegeven.; [...]". Lid 9 van dit artikel luidt: "Het dagelijks bestuur is bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 1, onder g, met dien verstande dat Horeca IV tevens wordt toegestaan ter plaatse van de eerste bouwlaag, het souterrain en/of de kelder van de panden: - met de in dit artikel in lid 6 genoemde nadere aanduiding "winkellint"; - aan de Eerste Jacob van Campenstraat; - aan Sarphatipark aan de west- en zuidzijde; - aan de Eerste Van der Helststraat tussen Sarphatipark en de Quellijnstraat, met uitzondering van het Gerard Douplein; - aan de Quellijnstraat tussen het Marie Heinekenplein en de Eerste van der Helststraat; - aan de Amsteldijk; - aan de Stadhouderskade; met dien verstande dat het percentage van de lengte van de straatwand dat voor horeca I, III en IV wordt toegestaan in totaal maximaal 25% is." Artikel 14, lid 1, onder a, luidt: "Voor zover de gronden binnen dit plan mogen worden bebouwd en gebruikt voor bedrijven, zijn slechts bedrijven toegestaan die in de bij deze voorschriften behorende Staat van Inrichtingen vallen onder categorie I en II, met uitzondering van de in de Staat van Inrichtingen aangegeven stallingsbedrijven en particuliere

stalling, tenzij deze met de nadere aanduiding "parkeervoorzieningen toegestaan" op de plankaart staat aangegeven."

Uitspraak 201808944/1/R1

30

blz. 56

bestemmingsplan_De Pijp 2018 tweede herziening (2021) (vastgesteld)

blz. 57

Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing horeca van categorie 4B Van Woustraat 74A

Gemeente Amsterdam

Ruimtelijke onderbouwing horeca van categorie 4B Van Woustraat 74A

1

1.

Aanleiding

In het op 19 september 2018 vastgestelde bestemmingsplan De Pijp 2018 is op de verbeelding van het bestemmingsplan voor de het perceel Van Woustraat 74A de aanduiding ‘horeca van categorie 4’ opgenomen. Op grond daarvan mocht zich hier een horecagelegenheid in deze categorie vestigen. Tegen de mogelijkheid om hier horeca te vestigen is beroep aangetekend bij de Raad van State. In zijn uitspraak van 10 februari 2021 over dat beroep, heeft de Raad van State de aan het perceel toegekende aanduiding ‘horeca van categorie 4’ vernietigd. Daarmee is vestiging van horeca in de categorie 4 ter plaatse niet langer mogelijk. Volgens de uitspraak van de Raad van State heeft de gemeente bij zijn motivering om horeca van categorie 4 mogelijk te maken, onvoldoende inzichtelijk gemaakt waarom er niet voor is gekozen om alleen de lichtere variant horeca, te weten horecacategorie 4B, mogelijk te maken, terwijl het Horecabeleid Zuid 2011 uitdrukkelijk in een opsplitsing van deze categorie voorziet. Daarnaast is de gemeente volgens de Raad van State in het locatiespecifieke onderzoek dat gebruikt is als motivering voor horeca van categorie 4, wel ingegaan op de afstanden die in de VNG-brochure zijn aanbevolen en op de karakterisering van het gebied.

In dat onderzoek is echter niet ingegaan op de specifieke ruimtelijke gevolgen van een horeca van categorie 4 voor de directe woonomgeving, zoals mogelijke geluidoverlast en zichthinder, hinder van bezoekersen bevoorradingsverkeer en een aantasting van de privacy. De gemeente volgt de uitspraak van de Raad van State in die zin dat de vestiging van horeca van categorie 4 ter plaatse niet langer als gewenst wordt beschouwd. De vestiging van horeca van categorie 4B, de lichte variant van horeca 4, is hier in de beleving van de gemeente wel gewenst. In deze onderbouwing is aangegeven waarom volgens de gemeente Amsterdam de vestiging van horeca 4B op deze locatie wenselijk is en wordt onderbouwd waarom een vestiging van horeca van categorie 4B ruimtelijk aanvaardbaar is.

2

2.

Horeca 4B

Horecabeleid Zuid 2011 In het nog steeds geldende Horecabeleid Zuid 2011 is de categorie horeca 4 nader gespecificeerd door de categorie op te splitsen in de horecacategorie 4A (restaurant, eetcafé) en de horecacategorie 4B (lunchroom, ijssalon, koffiehuis, theehuis, juicebar). Deze categorisering vindt zijn grondslag in ruimtelijk en sociaal relevante aspecten als ruimtelijke uitstraling, verkeersaantrekkende werking, invloed op directe (woon)omgeving, geluid- en stank overlast en sociale veiligheid. Restaurants en eetcafés leveren een andere belasting op voor het woon- en leefklimaat doordat zij doorgaans pas aan het eind van de door de APV voorgeschreven uren sluiten (1.00 uur doordeweeks, 3.00 uur in het weekend). In Amsterdam sluiten koffiehuizen, lunchrooms en dergelijke in winkelstraten veelal eerder dan ‘reguliere’ horeca, aan het begin van de avonduren als de winkels zijn gesloten en er geen winkelend publiek meer door de straat loopt. Deze horeca wordt daarom ook wel getypeerd als ‘daghoreca’. Deze daghoreca functioneert als aanvullend op het winkelaanbod. Daarmee behoort deze categorie horeca (vergeleken met de andere categorieën horeca zoals snackbars, nachtzaken, cafés en restaurants) tot de lichtste vorm van horeca met de minste overlast voor het woon- en leefklimaat.

Horeca van categorie 4A en 4B volgens het Horecabeleid Zuid

Gehanteerde definitie In deze onderbouwing is de volgende definitie gebruikt voor horeca 4B: “Een inrichting die gericht is op het verstrekken van alcoholvrije dranken, dan wel van kleine etenswaren (niet vallende onder horeca van categorie 1), sandwiches en ijswaren, daaronder worden begrepen: lunchroom, koffie-/theehuis, juicebar en ijssalon”. Deze definitie sluit aan op de horecacategorie 4B zoals die in het Horecabeleid Zuid 2011 is gedefinieerd. In de bestemmingsplan ‘De Pijp 2018 tweede herziening (2021)’ is deze definitie overgenomen in de begrippen die onderdeel zijn van de regels van het bestemmingsplan.

3

3.

Locatiespecifieke kenmerken

3.1 Van Woustraat Hoewel de Pijp nog hoofdzakelijk een wijk betreft waar gewoond wordt, is in de Noord-Pijp een sterke mate van functiemenging aanwezig. Door de uitrol van het centrummilieu, begint de Noord-Pijp qua functionele structuur steeds meer gelijkenissen te vertonen met het centrum van Amsterdam. De functies die voorheen in de Noord-Pijp zaten, verplaatsen zich ook steeds meer naar het zuiden, waardoor de Zuid-Pijp en de Diamantbuurt ook steeds meer te maken krijgen met functies in de eerste bouwlaag. Uit de functiekaart van Amsterdam (zie afbeelding) valt op te maken dat langs de Ferdinand Bolstraat, Van Woustraat en de Ceintuurbaan de functiemenging zich met name manifesteert in detailhandel en horeca. Sporadisch zijn dienstverlenende instanties terug te vinden, zoals kapsalons, wasserettes of reisbureaus. In de zijstraten van deze 'winkelstraten' is een grotere mate van functiemenging aanwezig, waarbij ook meer ruimtes worden gebruikt voor (ambachtelijke) bedrijvigheid, kantoortjes en maatschappelijke dienstverlening.

Functiemenging in de Van Woustraat

3.2 Omgeving onderhavige locatie Als het gaat om de omgeving van de onderhavige locatie, dan bevinden zich tussen de Tweede Jan Steenstraat en de Ceintuurbaan diverse horecagelegenheden.

4

Horeca in de omgeving van Van Woustraat 74A

Het merendeel van de horeca in dit deel van de Van Woustraat en omgeving bestaat uit horeca van categorie 4 (de oranje en rode vestigingen op onderstaand kaartje). Van deze in totaal zeven horeca 4-gelegenheden zijn er echter maar twee die kunnen worden geschaard onder ‘daghoreca’ van categorie 4B door het aanbieden van koffie/thee, lunch en dergelijke en doordat zij zich hoofdzakelijk richten op winkelend publiek (de rode vestigingen op het kaartje):  Van Woustraat 47 (op de hoek met Tweede Jan Steenstraat);  Van Woustraat 192 (op de hoek met de Ceintuurbaan).

Horeca van categorie 4B in de omgeving van Van Woustraat 74A

5

De onderhavige locatie Van Woustraat 74A is gelegen tussen deze twee horecagelegenheden. De afstand van de locatie tot de horeca 4B op de hoek van de Ceintuurbaan bedraagt circa 55 meter. De afstand tot de horeca 4B op de hoek met de Tweede Jan Steenstraat is rond 75 meter. Daarmee ligt de onderhavige locatie vrijwel tussen de al aanwezige horeca 4Bgelegenheden in, op ruime afstand. 3.3.De locatie De gevels van het pand Van Woustraat 74A zijn gelegen aan de Van Woustraat (gevellengte circa 5 meter, met daarnaast toegangsdeur bovenwoningen) en de Tweede Jan van der Heijdenstraat (gevellengte circa 11 meter). De entree bevindt zich op de hoek van de beide straten (zie foto).

Van Woustraat 74A

Boven de plint bevinden zich woningen en in de Tweede Jan van der Heijdenstraat grenst ook direct aan het perceel Van Woustraat 74A een woning. In de Van Woustraat bevindt zich naast perceel 74A geen woning, maar een winkel. Tegenover het pand, op de andere hoeken van de Van Woustraat / Tweede Jan van der Heijdenstraat, bevinden zich winkels en een snackbar. De Van Woustraat is een levendige stadsstraat met veel verkeer en een tramlijn, die een belangrijke uitvalsweg is van de binnenstad naar buiten de stad en die in de plint geheel is ingevuld met winkels en horeca. De Tweede Jan van der Heijdenstraat is, op de hoekpanden na, voornamelijk een rustige woonstraat die uitmondt in het Sarphatipark. Tussen de Van Woustraat en het Sarphatipark bevinden zich geen andere horecavoorzieningen of hinderlijke bedrijfsactiviteiten.

6

4.

Ruimtelijke onderbouwing

Het in de Van Woustraat 74A mogelijk maken van de lichtste variant horeca 4B dient ruimtelijk te worden onderbouwd. Uit de onderbouwing moet blijken of de horeca goed is in te passen in de omgeving en er geen belemmeringen zijn. Er moet sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij zijn verschillende omgevingsaspecten van belang. Daarbij moet worden gedacht aan geluid, geur, luchtkwaliteit, externe veiligheid en natuur, maar ook andere omgevingsaspecten kunnen relevant zijn. Hieronder komen eerst alle relevante aspecten aan bod. Voor een aantal aspecten is vervolgens getoetst aan de VNG brochure ‘Handreiking bedrijven en milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandsche Gemeenten (VNG) en het ‘Activiteitenbesluit milieubeheer’. 4.1 omgevingsaspecten  Geluid Een horecabedrijf kan effect hebben op de geluidsbelasting op gevoelige functies zoals woningen en maatschappelijke voorzieningen in de omgeving. Van belang hierbij zijn vooral het geluid van mensen en muziek (op een eventueel terras). Voor horeca 4B gelden in beginsel dezelfde door de APV voorgeschreven openingstijden als voor restaurants en cafés (1.00 uur doordeweeks, 3.00 uur in het weekend).

Zoals hierboven aangegeven, sluiten koffiehuizen, lunchrooms en dergelijke in winkelstraten veelal eerder dan ‘reguliere’ horeca, aan het begin van de avonduren als de winkels zijn gesloten en er geen winkelend publiek meer door de straat loopt. Exploitanten hanteren daarom uit zichzelf kortere openingstijden. De mogelijkheid voor zitgelegenheid voor de deur van de horeca zijn uiterst beperkt. Aan de zijde van de Tweede Jan van der Heijdenstraat is het trottoir al gevuld met fietsenrekken, waardoor aan deze zijde geen ruimte is voor een terras. Aan de zijde van de Van Woustraat is slechts in zeer beperkte mate ruimte voor een zitgelegenheid bij de horeca, omdat voor langslopend publiek op het trottoir voldoende doorloopruimte open dient te worden gehouden. Achtergrond van het Terrassenbeleid Stadsdeel Zuid 2017 (vastgesteld op 21 november 2017) is de zichtbare toename van fietsers en voetgangers in delen van Zuid. Hierdoor ontstaan verkeersonveilige situaties in de smalle en drukke stadsstraten. Bij verschillende herinrichtingsprojecten, waaronder voor de Van Woustraat (zie verder hierna), wordt daarom meer ruimte gecreëerd voor fietsers en voetgangers. Omdat het niet wenselijk is dat deze ruimte wordt ingenomen door de uitbreiding van terrassen, zijn voor bepaalde straten en buurten terrassenplannen opgesteld.

Daarin worden de locatie, het formaat en de kwantiteit van terrassen in het gebied vastgelegd, zodat horecaoverlast en verkeersonveilige situaties zoveel mogelijk worden beperkt. Het Terrassenplan Van Woustraat – Noordelijk deel (tussen Stadhouderskade en Ceintuurbaan) is op 20 maart 2018 vastgesteld door voorzitter van het dagelijks bestuur van de bestuurscommissie van stadsdeel Zuid, namens de burgemeester van Amsterdam. In het Terrassenplan is voor de onderhavige locatie opgenomen dat een zitgelegenheid uitsluitend is toegestaan in de vorm van een gevelbank aan de zijde van de Van Woustraat met een

7

maximale omvang van 0,50 meter diep en 2,70 meter lang (totaal maximaal 1,35 m2 oppervlak).

Van Woustraat 74A: maximaal mogelijke zitgelegenheid op straat volgens het Terrassenplan

Anders dan op een terras met tafels en stoelen (waar bezoekers langere tijd plaatsnemen) zullen bezoekers van horeca 4B relatief kort op de gevelbank plaatsnemen en het geluidsniveau van gehouden gesprekken zal niet méér zijn dan dat van het publiek dat reeds door de straat loopt. Doordat horeca in de categorie 4B bovendien alcoholvrij dient te zijn (er zal geen overlast ontstaan van dronken bezoekers van de horeca) en het gaat om daghoreca die aan het begin van de avonduren de deuren sluit (er zal ’s avonds geen sprake zijn van bezoekers van de horeca), is het niet te verwachten dat er als gevolg van de horeca 4B geluidsoverlast ontstaat. Aangezien Van Woustraat 74A niet is gelegen aan het binnenterrein, is er geen sprake van verstoring van de rust in de binnentuin. Iedere ondernemer is verplicht zich te houden aan het ‘Activiteitenbesluit milieubeheer’. Het aspect ‘Geluid’ is in paragraaf 4.2 aanvullend ook getoetst aan ‘Activiteitenbesluit milieubeheer’.  Geur Het realiseren van een horecabedrijf kan effect hebben op geurhinder van geurgevoelige objecten in de omgeving, zoals woningen. Een restaurant of eetcafë beschikt in de regel over een restaurantkeuken of keukendeel bij het eetcafé waar de maaltijden worden bereid.

In horeca van categorie 4B wordt eveneens voedsel bereid (lunch, koffie, ijs etc.), maar dat zal doorgaans niet plaatsvinden in een aparte keuken of keukendeel. In een lunchroom zal het bereiden van de lunch doorgaans plaatvinden in de publieksruimte, achter de balie. Als in een lunchroom in de zaak (naast bereiden van broodjes, salades en dergelijke) ook bijvoorbeeld een gebakken ei of een broodje kroket wordt bereid, zal dit aanzienlijk minder geur veroorzaken dan een restaurantkeuken of een keukendeel in een eetcafé. Bij deze laatste gaat het immers altijd om volledige, warm bereide maaltijden.

8

Op grond van het ‘Activiteitenbesluit milieuhinder’ (zie verder hierna) mag er geen geuroverlast worden veroorzaakt. Aangezien bij horeca 4B alleen kleine etenswaren worden bereid (zoals een gebakken ei of een broodje kroket, als onderdeel van een breder, koud geserveerd menu), wordt niet verwacht dat er sprake is van (extra) geuroverlast. Mocht dat wel het geval zijn, dan treedt de gemeente hiertegen handhavend op. Dit leidt er meestal toe dat er extra voorzieningen moeten worden getroffen in de vorm van afvoerpijpen en luchtinstallaties. Het aspect ‘Geur’ is in paragraaf 4.2 aanvullend hierop eveneens getoetst aan ‘Activiteitenbesluit milieubeheer’.  Externe veiligheid Horecabedrijven kunnen aangemerkt worden als (beperkt) kwetsbaar object. Bijvoorbeeld als er veel bezoekers komen. Horeca is dan niet zomaar mogelijk bij bronnen van externe veiligheid, zoals bevi-inrichtingen of transport van gevaarlijke stoffen. De onderhavige locatie ligt niet naast of nabij mogelijk bronnen van externe veiligheid. Gezien het vloeroppervlak van de begane grond van Van Woustraat 74A (95 m2 bvo), zijn geen grote bezoekersaantallen te verwachten. In paragraaf 4.2 is ook het aspect ‘Externe veiligheid’ aanvullend getoetst aan het Activiteitenbesluit milieuhinder.

 Zicht- en lichthinder Zicht- of lichthinder kan ontstaan als er bij een ontwikkeling onderdelen worden toegevoegd aan de bestaande bebouwing die het zicht belemmeren of als een ontwikkeling tot gevolg heeft dat er voor omwonenden een onaanvaardbaar lichtniveau ontstaat. Met de vestiging van horeca 4B wordt de bestaande gevel niet vergroot door bijvoorbeeld een extra aanbouw aan de straatzijde of erker in de gevel. Voor het aanbrengen van gevelreclame in de vorm van belettering van (winkel/horeca-) ruiten of het bevestigen van een lichtbak, is in sommige gevallen een omgevingsvergunning nodig. In andere gevallen kan worden volstaan met een melding. De voorwaarden zijn onderdeel van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV; Artikel 4.10 'Reclame op onroerende zaken') en de Welstandsnota van Amsterdam. Er kan worden volstaan met een melding als wordt voldaan aan de voorwaarden dat de veiligheid van het verkeer niet in het geding komt, er geen hinder ontstaat voor de omgeving, het stadsbeeld niet wordt verstoord en de kwaliteit van de openbare ruimte. Een omgevingsvergunning is nodig als de gevel moet worden aangepast, zoals bij het aanbrengen van een lichtbak, losse doosletters of een uithangbord, of als de reclame wordt aangebracht op of aan een monument.

Indien voor het aanbrengen van gevelreclame een omgevingsvergunning nodig is, wordt het initiatief getoetst op zijn ruimtelijke haalbaarheid. Daarmee is er voldoende zekerheid dat er als gevolg van de horecavestiging geen onaanvaardbare zicht- of lichthinder voor omwonenden zal ontstaan.

9

 Luchtkwaliteit De realisatie van een horecabedrijf kan effect hebben op de luchtkwaliteit in de omgeving. Het gaat daarbij om uitstoot van fijnstof door extra verkeer. Bij horeca 4B gaat het om daghoreca die gericht is op langslopend, winkelend publiek. De horeca zal daarmee geen extra bezoekers (bezoekers die doelgericht naar de horeca komen) of bezoekersverkeer aantrekken. De vestiging van horeca 4B leidt evenmin niet tot extra laad- en losverkeer ten opzichte van de huidige situatie. De reeds in het bestemmingsplan toegestane detailhandel dient immers ook reeds te worden bevoorraad. Ditzelfde geldt ten aanzien van de uitstoot van fijnstof door van kachels of stookinstallaties in de horecagelegenheid. Ook een winkel zal in de winter verwarmd moeten worden.  Natuur De realisatie van een horecabedrijf kan een negatief effect hebben op flora en fauna en de instandhouding van natuurgebieden. Dit kan het gevolg zijn van slopen van bebouwing of rooien van beplanting of de toename van stikstof door bijvoorbeeld extra verkeer. De onderhavige locatie ligt midden in centraal stedelijk gebied. Omdat er geen sprake is van het slopen van bebouwing, het rooien van beplanting etc., is er geen sprake van een negatief effect op flora en fauna. Zoals aangegeven onder ‘Luchtkwaliteit’, leidt de vestiging van horeca 4B niet tot extra verkeer ten opzichte van de huidige situatie.

Ook de reeds in het bestemmingsplan toegestane detailhandel dient immers te worden bevoorraad. Omdat het gaat om daghoreca die gericht is op langslopend, winkelend publiek, wordt geen extra bezoekersverkeer aangetrokken.  Ruimtelijke inpassing De ontwikkeling moet goed ruimtelijk in te passen zijn op de locatie. Het gaat erom of een functie past op een locatie, qua afstand tot omgeving, groene inpassing etc. De Van Woustraat is een levendige stadsstraat met veel verkeer en een tramlijn, die een belangrijke uitvalsweg is van de binnenstad naar buiten de stad en die in de plint geheel is ingevuld met winkels en horeca. Hierboven is in paragraaf 3.2 aangegeven dat in het deel van de Van Woustraat tussen de Tweede Jan Steenstraat en de Ceintuurbaan op dit moment twee horecagelegenheden zijn gevestigd van categorie 4B: op de hoek met Tweede Jan Steenstraat en op de hoek met de Ceintuurbaan, met een onderlinge afstand van 130 meter. De Van Woustraat 74A ligt vrijwel tussen deze twee horecagelegenheden in, op ruime afstand van beide. Vestiging van horeca 4B in de Van Woustraat 74A biedt het langslopend winkelend publiek, op ruime afstand van de reeds aanwezige daghoreca een extra gelegenheid om tussen het winkelen door een lunch te nuttigen, een kop koffie te drinken of een ijsje te eten.

10

Een versterking van het aanbod van daghoreca op deze locatie heeft tot gevolg dat het winkelend publiek langer in de straat verblijft en meer winkels bezoekt. Dat draagt bij aan het in stand houden van de diversiteit in het winkelaanbod in de straat.  Privacyaspecten Langs de Van Woustraat zijn op de begane grond aangrenzend alleen winkels gevestigd. Hier wordt op de begane grond niet gewoond. Er zal geen sprake zijn van een terras, maar uitsluitend een gevelbank die met de rug tegen de gevel staat. Vanaf de gevelbank zal daarmee geen inkijk ontstaan naar woningen op de hogere etages. Aan de zijde van de Tweede Jan van der Heijdenstraat wordt in het buurpand op de begane grond gewoond. Omdat het plaatsen van een terras/gevelbank alleen vergund kan worden vóór de gevel, is een terras/gevelbank in de Tweede Jan van der Heijdenstraat uitgesloten. Daarmee ontstaat er vanuit de Tweede Jan van der Heijdenstraat eveneens geen aantasting van de privacy. In het algemeen zullen omliggende woningen aan de overzijde van de Van Woustraat wel schuin zicht hebben op het terras/gevelbank, en andersom. Dit geldt echter voor vrijwel alle horeca in Stadsdeel Zuid, en is zeker geen uitzondering.

Gezien de beperkte omvang van de gevelbank zal er (voor zover er al sprake is van aantasting van de privacy in deze woningen) niet méér aantasting zijn dan reeds het geval als gevolg van het door de Van Woustraat reeds langslopende winkelende publiek. De achterzijde van de Van Woustraat 74A ligt niet aan het binnenterrein. De vestiging van horeca 4B heeft daarom geen gevolgen voor de rust en privacy in de binnentuin.  Verkeer en parkeren Nieuwbouw van / nieuwe bedrijven kunnen leiden tot extra verkeer. Goede bereikbaarheid en voldoende parkeerplaatsen zijn belangrijk. Er mag geen probleem ontstaan met de verkeersafwikkeling. Zoals boven aangegeven, zal de vestiging van horeca 4B niet tot leiden tot extra bezoekersverkeer, omdat de daghoreca zich richt op langslopend, het winkelend publiek dat toch al in de straat loopt en verblijft. Ten opzichte van de hier nu toegestane winkel, wordt ook geen extra laad- en losverkeer aangetrokken, aangezien een winkel eveneens bevoorraad moet worden. Dat neemt niet weg dat de afwikkeling van het bestaande laad- en losverkeer op dit moment een aantal knelpunten met zich meebrengt. Eén van de doelstellingen van de geplande herinrichting van het noordelijke deel van de Van Woustraat is dat de bevoorrading en bezorging in de straat zonder problemen kan worden afgewikkeld.

Laden en lossen noordelijk deel Van Woustraat De Van Woustraat is zowel een drukke winkelstraat als een drukke doorgaande route voor fiets-, tram- en autoverkeer. Voor een winkelstraat zijn de voetpaden relatief smal en door de vele obstakels vaak slecht toegankelijk. De straat kent bovendien achterstallig onderhoud en is verkeersonveilig voor met name de voetgangers en fietsers:

11

Voor fietsers is er geen fietsstrook of fietspad. Zij rijden ingeklemd tussen de trambaan en de rijdende en geparkeerde voertuigen. Doordat inhalen vaak alleen mogelijk is door uit te wijken naar de trambaan, ontstaan vaak gevaarlijke situaties; Voor voetgangers is de straat, door het vele verkeer dat met hoge snelheid rijdt, slecht oversteekbaar. Doordat er geen zebrapaden zijn, de straat slecht overzichtbaar is en de lange oversteek zonder veilige steunpunten, is oversteken moeilijk en onveilig.

Op dit moment leidt de afwikkeling van het laad- en losverkeer in het noordelijke deel van de straat (tussen Stadhouderskade en Ceintuurbaan) tot knelpunten. In dit deel van de straat zijn drie laad- en losvakken aanwezig. Hierop gelden venstertijden voor bevoorrading van maandag tot en met zaterdag tussen 09.00 en 13.00 uur. De straat kent vele aflevermomenten vanwege de kleine panden. Winkeliers hebben niet voldoende ruimte om in één keer grote hoeveelheden op te slaan. Bevoorrading vindt daarom vaak verspreid over de dag plaats en op meerdere momenten. Ook post- en pakketdiensten komen verspreid over de dag. Er wordt regelmatig dubbel geparkeerd wat bijdraagt aan onveilige situaties voor met name fietsers. Ruimere venstertijden zijn daarom gewenst. Herinrichting noordelijk deel Van Woustraat Om van het noordelijke deel van de Van Woustraat een veilige, bereikbare, toekomstbestendige en aantrekkelijke stadsstraat te maken, zal de straat worden heringericht. Met de herinrichting wordt gestart in het eerste kwartaal van 2023. Het definitieve ontwerp voor de herinrichting straat wordt begin 2022 gepresenteerd, maar de Nota van uitgangspunten maakt wel al een aantal belangrijke aankomende veranderingen duidelijk. De auto en de tram krijgen de minimaal benodigde veilige ruimte. De voetpaden worden zo breed mogelijk en zoveel mogelijk obstakelvrij aangelegd.

De fietsstroken worden tenminste 2.00 meter breed aan beide kanten van de weg. Om voetgangers en fietsers zo veel mogelijk veilige ruimte te bieden, wordt het autoparkeren in het noordelijke deel van de Van Woustraat opgeheven. De straat wordt autoluw gemaakt door het doorgaand autoverkeer te weren, maar de auto verdwijnt niet helemaal. De straat blijft een rol vervullen voor de ontsluiting van de naastliggende buurten en bevoorrading van de Van Woustraat. Verkeer dat de straat inrijdt, dient er ook weer vlot en veilig uit te kunnen. Voor personenauto’s, busjes en kleine vrachtauto’s met bestemming in de straat of de buurt hebben de maatregelen een beperkt effect. Keerbewegingen dienen zo veel als mogelijk voorkomen te worden. Keren met grote vrachtwagens is onveilig. Vrachtwagens dienen daarom de route via de Hemonylaan en de Hemonystraat richting de Stadhouderskade te gebruiken. Tegelijk wordt deze route afgesloten voor het overige autoverkeer om sluipverkeer te voorkomen. De bevoorrading van de Van Woustraat geschiedt zoveel mogelijk in de straat zelf. Fysieke ruimte in de zijstraten voor het creëren van laad- en losvakken is nauwelijks aanwezig. De woonstraten zijn relatief smal en hebben smalle trottoirs. Op de koppen van de zijstraten zijn veel fietsparkeervoorzieningen aanwezig vanwege de hoge fietsparkeerdruk in de buurt. Ook staan in de zijstraten bomen op de kop.

Om aan de behoefte te voldoen voor voldoende laad- en losruimte blijven de drie bestaande laad- en losvakken behouden. Deze vakken zijn nodig om bevoorrading op een veilige

12

locatie te faciliteren op het trottoir. De vakken zijn zo gesitueerd dat er voldoende ruimte overblijft voor voetgangers.

De drie bestaande en te behouden laad- en losvakken: na de herinrichting 24 uur per dag voor bevoorrading ingezet

Zoals boven aangegeven, vindt de bevoorrading en de bezorging op dit moment gedurende de gehele dag plaats, ook buiten de daarvoor ingestelde venstertijden. Omdat de laad- en losvakken niet permanent bezet zijn, wordt het mogelijk om deze vakken permanent (24uur per dag) voor bevoorrading in te zetten. Zo ontstaat er een duidelijke situatie waarbij zo veel mogelijk wordt voorkomen dat zowel bevoorradingsverkeer als post- en pakketservices stil gaan staan op de drukke fietsroute.

13

4.2 Toetsing ‘Handreiking Bedrijven en milieuzonering’ en ‘Activiteitenbesluit milieubeheer’ Omdat bij een ruimtelijke ontwikkeling sprake moet zijn van een goede ruimtelijke ordening, is de vestiging van horeca van categorie 4B in deze onderbouwing tevens getoetst aan de ‘Handreiking bedrijven en milieuzonering’ en het ‘Activiteitenbesluit milieuhinder’.  Handreiking Bedrijven en milieuzonering Voor het bepalen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt in de praktijk veelal aangesloten bij de richtlijn en van de VNG zoals opgenomen in de brochure ‘Handreiking Bedrijven en milieuzonering 2009’.1 De publicatie geeft voor vele bedrijfstakken en installaties aan: - welke milieuonderwerpen een rol kunnen spelen; - welke gemiddelde afstanden tot de woonbebouwing 'passend' zijn. De handreiking bevat een lijst die snel inzichtelijk maakt welke milieuaspecten van belang zijn en in welke milieucategorie een bedrijf ingedeeld zou kunnen worden. Het voordeel van het instrument is dat het een integrale benadering geeft. Er is per bedrijf in beeld gebracht welke richtafstand aan de orde is voor de aspecten geluid, geur, stof en externe veiligheid. De milieucategorie wordt bepaald op de maatgevende (grootste) afstand.

In jurisprudentie heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State aangegeven dat de VNG-brochure een indicatief en globaal karakter heeft en kan dienen als hulpmiddel bij de vaststelling van een bestemmingsplan. In dat geval dient de VNG-brochure gemotiveerd te worden toegepast. De raad is niet verplicht om de VNG-brochure toe te passen. Twee systemen voor de beoordeling van de toelaatbaarheid De VNG-brochure bevat twee systemen voor de beoordeling van de toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten in de buurt van woningen in nieuwe situaties. In de eerste plaats is dit het systeem van richtafstanden tussen bedrijven en gevoelige functies. 2 Voor de richtafstanden wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende omgevingstypen, namelijk ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. - Een ‘gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging; direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voor het omgevingstype gemengd gebied gelden kortere richtafstanden dan voor het omgevingstype rustige woonwijk. Het begrip ‘gemengd gebied’ wordt in de VNGbrochure gebruikt om richtafstanden tussen een bedrijventerrein of bedrijfslocatie en een gebied met een variatie aan functies aan te geven.

1

De Afdeling bestuursrecht van de Raad van State heeft in een uitspraak aangegeven dat een gemeente gebruik kan blijven maken van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering 2009 en niet verplicht is de Handreiking Milieuzonering nieuwe stijl van mei 2019 toe te passen. Wel kan het toepassen van de handreiking uit 2019 nuttig zijn bij bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte. Dit laatste is hier niet het geval. 2

Dit systeem is beschreven in paragraaf 2.3, onderdelen a en b, en, voor bestemmingsplannen die in nieuwe woningen voorzien, paragraaf 4.2 van de VNG-brochure.

14

-

Daarnaast kent de VNG-brochure een afzonderlijke beoordelingssystematiek voor zogenoemde ‘gebieden met functiemenging’.3 Bij gebieden met functiemenging is eveneens sprake van een matige tot sterke functiemenging.

Het begrip ‘gebied met functiemenging’ wordt daarentegen gebruikt om aan te geven welke functies binnen een gebied met functiemenging onder welke voorwaarden toelaatbaar zijn. De VNG-brochure bevat daarvoor geen richtafstanden, maar kent drie milieucategorieën aan de hand waarvan de toelaatbaarheid van activiteiten wordt beoordeeld. De aanbevelingen uit de VNG-brochure voor gebieden met functiemenging houden in dat bedrijven van categorie A toelaatbaar zijn aanpandig aan woningen. Bedrijven van categorie B zijn toelaatbaar als ze bouwkundig zijn afgescheiden van woningen. De VNG-brochure stelt daarbij geen eisen aan de afstand tot de woningen. Gebied met functiemenging Een gebied met functiemenging is in de VNG-brochure omschreven als een gebied met een variatie aan functies. Uit de afbeelding op p. 63 van de VNG-brochure is af te leiden dat de functies binnen dat gebied elkaar ten minste in enige mate moeten afwisselen. De omgeving van Van Woustraat 74A is, zoals hierboven in paragraaf 3.1 blijkt, een ‘gebied met functiemenging. In de ‘Bedrijvenlijst functiemenging’ van de VNG zijn ‘restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d.‘ opgenomen als bedrijven in categorie A. Horeca in de categorie 4B is toe te delen aan deze zelfde groep in de bedrijvenlijst.

In een gebied met functiemenging zijn deze functies, inclusief de hier aan de orde zijnde horeca van categorie 4B in de Van Woustraat 74A, daarmee aanpandig aan woningen toelaatbaar. Richtafstanden Ook indien de richtafstanden van de VNG-publicatie zouden worden toegepast is de vestiging van een eetcafé op het adres Van Woustraat 74A toelaatbaar. De richtafstanden uit de brochure gelden tot het gebiedstype ‘rustige woonwijk’. In bepaalde gevallen kan gemotiveerd worden dat er geen sprake is van een ‘rustige woonwijk’, maar een ‘gemengd gebied’. Bij een ‘gemengd gebied’ kunnen de richtafstanden met 1 afstandsstap verkleind worden. Uitzondering hierop is de richtafstand voor externe veiligheid. Deze wordt niet verkleind. Een gemengd gebied is een gebied met een matige of sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Bij het toepassen van de richtafstanden moet het oordeel omtrent de aard van de omgeving waarbinnen de milieuzonering wordt toegepast dan ook worden onderbouwd.

Op basis van bijlage 1 van de VNG-publicatie valt de groep ‘Restaurants, cafetaria’s, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d.’ (inclusief de gehele

3

De systematiek is beschreven in paragraaf 2.3, onderdeel c, en paragraaf 4.4 van de VNG-brochure.

15

bestemmingsplan-categorie 4, zowel horeca 4A als horeca 4B) onder milieucategorie 1. Hiervoor geldt: - In het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ voor wat betreft geur, geluid en gevaar een richtafstand van 10 meter; - In het omgevingstype ‘gemengd gebied’ voor wat betreft geur en geluid een richtafstand van 0 meter. Ten aanzien van het aspect ‘gevaar’ blijft in gemengd gebied de richtafstand van 10 meter echter van toepassing. Gezien de ligging in De Pijp met daarin een veelheid aan winkels, horeca en kleine bedrijven is sprake van ‘gemengd gebied’. Omdat de geur- en geluidgevoelige bestemmingen niet binnen deze richtafstand van 0 meter zijn gelegen, is geen nader geur- of akoestisch onderzoek noodzakelijk. Er is geen sprake van een bijzondere situatie met specifieke omstandigheden die in dit geval aanleiding geven alsnog onderzoek uit te voeren: er bevinden zich in De Pijp vele vergelijkbare horecavoorzieningen van categorie 4 en daarbij is niet gebleken van onevenredige geur- en geluidhinder. Voor zover zich overtredingen voordoen is dat een kwestie van handhaving. Dat staat echter niet in de weg aan de planologische toestemming.

 Activiteitenbesluit milieuhinder De richtafstand van 10 meter voor het aspect ‘gevaar’ is in de richtafstandenlijst opgenomen als gevolg van de brede reikwijdte van de categorie ‘Restaurants, cafetaria’s, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d.’ en vergt de volgende nadere afweging. Een horeca in categorie 4B restaurant valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor activiteiten/installaties/opslagen die voorkomen bij een lunchroom, koffie/theehuis en dergelijke zijn in het Activiteitenbesluit geen te respecteren veiligheidsafstanden opgenomen die reiken tot buiten de inrichtingsgrens. Vanuit de milieuwet- en regelgeving die van toepassing is op een horeca van categorie 4B zijn derhalve geen veiligheidsafstanden van toepassing die niet kunnen worden gerespecteerd door de aanwezigheid van woningen binnen de richtafstand. Vanuit een horeca van categorie 4B is geen sprake van gevaar naar de omgeving. Op basis daarvan is het in deze specifieke situatie gerechtvaardigd om af te wijken van de richtafstand van 10 meter voor het aspect ‘gevaar’. Het aspect ‘gevaar’ vanuit een lunchroom, koffie-/theehuis en dergelijke heeft derhalve geen invloed op het woon- en leefklimaat ter plaatse van de omliggende woningen.

Nu er geen sprake is van te respecteren veiligheidsafstanden die tot buiten de perceelgrens reiken van de horeca 4B, is ook geen sprake van aantasting van het woon- en leefklimaat.

16

5.

Conclusie

Een horeca van categorie 4B in van Woustraat 74A presenteert zich aan de Van Woustraat en de Tweede Jan van der Heijdenstraat, de entree bevindt zich precies op de hoek. Het binnenterrein wordt niet beïnvloed door de vestiging. De Van Woustraat is een levendige stadsstraat met veel verkeer en een tramlijn, die een belangrijke uitvalsweg is van de binnenstad naar buiten de stad en die in de plint geheel is ingevuld met winkels en horeca. Wat betreft aard, omvang en uitstraling is een vestiging van horeca 4B in de Van Woustraat 74A gewenst en passend, gezien de functie als stadsstraat met een veelheid aan voorzieningen. De omliggende woningen in de Tweede Jan van der Heijdenstraat en de Van Woustraat worden door de vestiging van deze lichtste vorm van horeca niet overmatig belast. Ook bij toepassing van de richtafstanden van de VNG is wegens de gebiedstypering als ‘gemengd gebied’ en de daarbij behorende richtafstanden van 0 meter, de vestiging van een horeca 4B op deze locatie aanvaardbaar.

17

blz. 75

Gemeente Amsterdam

blz. 76

bestemmingsplan_De Pijp 2018 tweede herziening (2021) (vastgesteld)

blz. 77

Regels

Gemeente Amsterdam

blz. 78

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Voor zover planregels hieronder niet zijn gewijzigd blijven alle planregels, die in het bestemmingsplan De Pijp 2018 en De Pijp 2018 eerste herziening zijn vastgesteld, van kracht. Alle begrippen van het plan en de eerste herziening blijven gelden.

Artikel 1

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan

Het bestemmingsplan De Pijp 2018 met identificatienummer NL.IMRO.0363.K1603BPSTD-VG01 van de gemeente Amsterdam. 1.2

eerste herziening

Het bestemmingsplan De Pijp 2018 eerste herziening met identificatienummer NL.IMRO.0363.K1902BPSTD-VG01 van de gemeente Amsterdam. 1.3

tweede herziening

Het bestemmingsplan 'De Pijp 2018 tweede herziening (2021)' met identificatienummer NL.IMRO.363. K2103BPSTD-VG01 van de gemeente Amsterdam. 1.4

Horeca van categorie 4B

Een inrichting die gericht is op het verstrekken van alcoholvrije dranken, dan wel van kleine etenswaren (niet vallende onder horeca van categorie 1), sandwiches en ijswaren, daaronder worden begrepen: lunchroom, koffie-/theehuis, juicebar en ijssalon.

bestemmingsplan_De Pijp 2018 tweede herziening (2021) (vastgesteld)

blz. 79

Hoofdstuk 2 Artikel 2

Bestemmingregels Gemengd -1

Aan artikel 5.1 wordt toegevoegd: o. ter plaatse van het adres Karel du Jardinstraat 67 zijn fietsparkeerplaatsen in de begane grond toegestaan. p. ontsluiting van ondergrondse parkeervoorzieningen uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'ontsluiting'. De planregels voor de bestemming 'Gemengd - 1' in het plan en de eerste herziening zijn voor het overige ongewijzigd van kracht.

Gemeente Amsterdam

blz. 80

Artikel 3

Gemengd - 2

Aan artikel 6.1 wordt toegevoegd: j. horecacategorie 4B, uitsluitend in de eerste bouwlaag, het souterrain en/of de kelder ter plaatse van de functieaanduiding 'horeca van categorie 4B'. Artikel 6.1, onder f., wordt gewijzigd: f. kantoor, uitsluitend in de eerste bouwlaag, het souterrain en/of de kelder ter plaatse van de functieaanduiding 'kantoor' en ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 3' uitsluitend in de tweede bouwlaag en hoger; De planregels voor de bestemming 'Gemengd - 2' in het plan en de eerste herziening zijn voor het overige ongewijzigd van kracht.

bestemmingsplan_De Pijp 2018 tweede herziening (2021) (vastgesteld)

blz. 81

Artikel 4

Maatschappelijk

Aan artikel 11.1 wordt toegevoegd: k. ontsluiting van ondergrondse parkeervoorzieningen uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'ontsluiting'. Aan artikel 11.2 wordt toegevoegd: 11.2.6 Ondergeschikte bouwdelen Ter plaatse van het adres Karel du Jardinstraat 61-65 zijn balkons aan de achterzijde toegestaan tot 1,25 meter diep ten opzichte van de achtergevel. De planregels voor de bestemming 'Maatschappelijk' in het plan en de eerste herziening zijn voor het overige ongewijzigd van kracht.

Gemeente Amsterdam

blz. 82

Artikel 5

Tuin

In het plan wordt artikel 13.5.1, en in de eerste herziening wordt artikel 7.5.1 gewijzigd: Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1, onder c van de Wet ruimtelijke ordening, om in afwijking van het in artikel 13.1 onder a genoemde gebruik een omgevingsvergunning te verlenen ten behoeve van het gebruik van onbebouwde gronden voor kinderopvang onder voorwaarden dat: a. het gebruik ten dienste is van de functie in het hoofdgebouw; b. het woon- en leefklimaat ter plaatse niet onevenredig wordt aangetast; c. aangetoond is dat de ontwikkeling in de tuin niet ten koste gaat van (waardevolle) bomen in de (binnen)tuin. De planregels voor de bestemming 'Tuin' in het plan en de eerste herziening zijn voor het overige ongewijzigd van kracht.

bestemmingsplan_De Pijp 2018 tweede herziening (2021) (vastgesteld)

blz. 83

Artikel 6

Wonen

Dit artikel is louter opgenomen vanwege technische redenen. Inhoudelijk is er aan dit artikel niets gewijzigd ten opzichte van de bestemmingsplannen De Pijp 2018 en De Pijp 2018 eerste herziening.

Gemeente Amsterdam

blz. 84

Artikel 7

Waarde - Landschap

Dit artikel is louter opgenomen vanwege technische redenen. Inhoudelijk is er aan dit artikel niets gewijzigd ten opzichte van de bestemmingsplannen De Pijp 2018 en De Pijp 2018 eerste herziening.

bestemmingsplan_De Pijp 2018 tweede herziening (2021) (vastgesteld)

blz. 85

Hoofdstuk 3 Artikel 8 8.1

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het college kan eenmalig in afwijking van onderdeel a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Onderdeel a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

Gemeente Amsterdam

blz. 86

Artikel 9

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan De Pijp 2018 tweede herziening (2021)

bestemmingsplan_De Pijp 2018 tweede herziening (2021) (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10671555/1