CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit2021-158A 1. Beleidsprogramma Aanpak Dakloosheid 2021-2025 Een nieuwe

RAAD 7 juli 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Beleidsprogramma Aanpak Dakloosheid 2021-2025 ‘Een nieuwe start, samen op weg naar perspectief’ VN2021-01398019.275 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Actie 3.1: Strengere selectie bij toegang MO/BW-keten We gaan meer mensen met een beter perspectief op maatschappelijk herstel en binding elders, naar de gemeente leiden waar zij daadwerkelijk meer kans hebben op herstel. Dit doen we met behulp van een bindingsfunctionaris. Mensen die zich melden voor opvang hebben namelijk in sommige gevallen meer kans een bestaan op te bouwen in andere regio’s dan Amsterdam-Amstelland. Na melding wordt gekeken naar onder andere het woonverleden, sociaal netwerk en hulpverleningskader in de stad om te beoordelen of deze persoon hier of elders het meeste kans maakt op een succesvol traject en doorstroming naar huisvesting. Eventueel wordt na een korte periode in de nachtopvang, de persoon overdragen naar de regio waar de persoon in kwestie beter geholpen kan worden. Deze overdracht zal vanuit de gemeente begeleidt worden. Daarnaast testen we vanaf 2021 de aanpak ‘Wonen buiten Amsterdam’. Deze aanpak richt zich op Amsterdamse gezinnen en alleenstaanden die dakloos zijn of dreigen te worden, die gemotiveerd zijn om zelfstandig buiten Amsterdam te gaan wonen omdat ze daar meer perspectief hebben. Wij ondersteunen de zoektocht met tips, baanadviezen, zoekhulp en het ‘meeverhuizen’ van enkele voorzieningen, zoals bijzondere bijstand en SHV-trajecten.

We verwachten dat onze aanpak de kansen vergroot op het vinden van woonruimte en indien gewenst een betaalde baan buiten Amsterdam.

Actie 3.2: Nachtopvang en noodopvang gezinnen De nachtopvang is een noodzakelijke eerste kortdurende landingsplek van rust. Tevens is het een startpunt op weg naar maatschappelijk herstel. Een te grote instroom en te trage uitstroom ondermijnen deze functie. Hierdoor komt het voor dat mensen alsnog op straat blijven, terwijl zij nachtopvang nodig hebben. In januari 2021 is een motie aangenomen en uitgevoerd die voorkomt dat daklozen op straat worden beboet voor het buiten slapen. Door vroegtijdige interventies vanuit de buurtteams wordt verwacht dat de instroom in de nacht- en noodopvang wordt beperkt. Wanneer het om noodopvang gezinnen gaat zal er ook een strengere selectie worden gehanteerd op vier jaar rechtmatig verblijf in Nederland. Daarnaast zal er aan de voorkant van de opvang beter gekeken worden naar binding van de vrager. Dit is in lijn met de nieuwe huisvestingsverordening en in lijn met het convenant landelijke toegankelijkheid, bij een mogelijke toelating tot maatwerkvoorzieningen in de Wmo. Wanneer iemand terecht komt in de nachtopvang of noodopvang gezinnen wordt er gelijk met de betrokkenen actief ingezet op maatschappelijk herstel op alle bestaans­ zekerheden. Om dit te realiseren moeten professionals hier voor worden ingeschakeld, waar sturing op zal plaatsvinden.

Met deze verschillende interventies worden er tien lege plekken gerealiseerd zodat er altijd capaciteit beschikbaar is. Naast deze plekken is het ook altijd mogelijk om mensen die in acute precaire situaties belanden op te nemen. De GGD heeft regie over deze crisisplekken. Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

22

Actie 3.3: Resourcegroepen-methodiek Het is belangrijk om in een vroeg stadium het eigen netwerk te betrekken bij de triage en samen met een regieondersteuner een resourcegroep samen te stellen. Dit leidt in de praktijk tot meer maatwerk en zelfregie. Bovendien verbetert dit de samenwerking tussen formele en informele ondersteuning. In de Amsterdamse pilots leidde dit in 80% van de cases tot een actiever sociaal netwerk. De professionals in de pilots verwachten op termijn ook een afname van professionele inzet. In een pilot bij de Centrale Toegang leidde de resourcemethodiek bij 20% van de cases tot een eigen

woonoplossing, waarmee instroom in de keten kon worden voorkomen. De methodiek vraagt een forse tijdsinvestering bij de voorbereiding (opleiden van regie­ondersteuners) en aanvang van het traject (gemiddeld 15 uur per casus). Toch lijkt het op den duur zowel qua uitkomsten als kosten succesvol te zijn. Uitvoerende partijen bepalen normaal gesproken zelf binnen hun eigen budgetten welke methodiek wanneer wordt ingezet. Maar gezien de resultaten en de kosten van de resource­ methodiek willen we, vanuit de tijdelijke middelen van het Landelijke Plan van Aanpak, de inzet hiervan bevorderen. De methodiek kan ook in ‘light vorm’ worden ingezet bij enkelvoudige interventies onder vroegsignalering en vroeginterventie.

Na opname in een kliniek wilde Simon graag op zichzelf wonen. Dit kon alleen met financiële ondersteuning van zijn ouders die liever zagen dat Simon begeleid ging wonen. De regieondersteuner is het gesprek in de steungroep aangegaan en kon als ervaringsdeskundige de nodige ervaring mee brengen. Hierdoor begrepen de ouders waarom zelfstandig wonen een betere keuze zou zijn. Ze hebben samen een zelfstandige woning gevonden. Simon: “Door juist de steungroep is mijn moeder meegegaan in het idee dat ik hier kon wonen. Dit is nu mijn huis. Anders was ik dakloos geworden”.

Actie 3.4: Aanbod voor economisch daklozen De MO/BW-keten ontwikkelde de afgelopen jaren specialistische kennis over GGZ, verslaving en sociale problematiek. Deze specialistische kennis was echter niet toegankelijk voor economisch daklozen, omdat zij niet in aanmerking komen voor MO/BW. Daarnaast was er specifieke kennis op het gebied van dakloosheid bij de Regenboog Groep, zoals: hoe kom je aan een nieuw huis en wat moet je daarvoor regelen? Na de uitvoering van de pilot ‘Huizen van de Wijk’, waarbij kennis op het gebied van dakloosheid ingezet werd bij deze doelgroep door de Regenboog Groep, bleek dat de doelgroep wel degelijk baat had bij bepaalde ondersteuning. Daarom wordt specifieke kennis op het gebied van dakloosheid de komende jaren wel toegankelijk binnen de wijk in Amsterdam en de regiogemeenten, met behulp van Buurtteams Amsterdam. Het beschikbaar stellen van deze kennis vergroot de mogelijkheden voor passende ondersteuning.

Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

23

Actie 3.5: Herstel ondersteunende begeleiding start niet pas in de Wmo De overgang van cliënten die al ondersteuning krijgen vanuit voorliggende domeinen (zoals GGZ, jeugdhulp, forensische zorg, licht verstandelijke beperking of detentie) naar de MO/BW-keten wordt verbeterd. Dit gebeurt met name door eerder in het traject te werken aan herstel door middel van herstelondersteunende begeleiding. Concreet betekent dit dat tijdens de voorbereiding de resourcegroep methodiek wordt toegepast op een eigen plek in de wijk. Of in het geval van de Jeugdzorg met JIM en de Big Five wordt gewerkt. Professionals vanuit het gemeentelijke sociaal domein sluiten hier tijdig bij aan, zodat de overgang tussen bijvoorbeeld een GGZopname en ambulant begeleid wonen soepel verloopt. Door het vroegtijdig opzetten van een resourcegroep verwachten we twee uitkomsten. Enerzijds verwachten we dat meer mensen vanuit de voorliggende domeinen instromen in ambulante vormen van MO/BW, anderzijds kan het zelfs zijn dat dit niet meer nodig is wanneer ondersteuning vanuit de buurtteams voldoende is.

Actie 3.6: Wachtlijstbegeleiding Wanneer cliënten in aanmerking komen voor een MO/BW-traject wordt er direct begeleiding ingezet. Hiermee voorkomen we een passieve wachtlijst met de kans dat cliënten verslechteren. Daarnaast kan de cliënt met ondersteuning direct aan zijn of haar hersteldoelen werken. Daarom start vanuit de tijdelijke middelen van het Landelijke Plan van Aanpak op 1 januari 2021 een project met als doel de toegang tot MOBW-trajecten te vernieuwen. Naast begeleiding in de zoektocht naar een

woning worden hier ook nog andere ondersteunings­ vormen breder ingezet. Cliënten worden vanuit een visie van herstel­ondersteuning geholpen bij het nemen van regie en het zoeken naar mogelijkheden in hun eigen netwerk. Aan de hand van ervaringen van dit project bouwen we voort. Dit gebeurt na het opstarten van Buurtteams Amsterdam, waarbij Amsterdam Extra – het samenwerkingsverband van MO/BW-aanbieders dat ambulante ondersteuning biedt – deze wachtlijstonder­ steuning verder vormgeeft.

Actie 3.7: Toeleiding naar werk en onderwijs voor jongvolwassenen De jongerenpunten werken momenteel aan de aanpak ‘Meer Kans Op Werk Jongeren’ (MKOWJ). Het doel hiervan is om jongeren naar passend werk en/of school te begeleiden, door flexibeler in te spelen op hun begeleidingsbehoeften. De jongerenpunten richten zich op verschillende doelgroepen jongeren, waaronder dak- en thuisloze jongeren. Hierbij ligt de focus primair op het wegnemen van belemmeringen, zoals schulden of psychische problemen. Hierdoor kunnen zij bemiddeld worden in de zoektocht naar werk, school of in sommige gevallen dagbesteding. Samenwerkingen met netwerk­ partners en interventies op maat maken dit mogelijk.

Actie 3.8: Schuldhulpverlening aan economisch daklozen Financiële Dienstverlening en Budgetbeheer (FiBu) onder­steunt kwetsbare Amsterdammers met een bijstands­ uitkering in het omgaan met geld. Op die manier zorgen ze ervoor dat mensen niet opnieuw in de problemen en schulden komen. Dat gebeurt onder andere door de vaste lasten te betalen en geld te reserveren voor te verwachten kosten en schuldhulpverlening. Vanaf 2021 wordt deze dienstverlening, van de tijdelijke middelen van het Herstelplan ‘Samen uit de Crisis’, ook aangeboden aan economisch daklozen. Zij hebben met name advies en ondersteuning nodig om zelfstandig weer financieel stabiel te worden. We zorgen dat ons aanbod en de dienstverlening tussen gemeente en onze subsidie­ partners (de MaDi’s) beter op elkaar aansluiten. Door een sluitende aanpak omtrent schuldhulpverlening te realiseren hoeft geen enkele burger met schulden tussen wal en schip te belanden. Binnen het traject Briefadressen zijn naar schatting 1.420 economisch daklozen in beeld. Dit zijn Amsterdammers die naast een bijstandsuitkering van WPI ook een briefadres van WPI hebben gekregen. Vermoed wordt dat er bij ongeveer 600 cliënten sprake is van financiële problemen en/of schulden. Dit wordt aankomend jaar aangepakt.

Momenteel worden er gemiddeld 100 cliënten per jaar begeleid door dedicated klantmanagers schuld­ hulpverlening en een schuldhulp­verlener. In 2021 krijgen alle 600 cliënten met financiële problemen en/of schulden een aanbod voor schuldhulp­verlening. Gezamenlijk monitoren de dedicated klant­manager en de schuld­ hulpverlener de cliënt om hen te helpen met het oplossen van schulden en uitval van de interventies te voorkomen. Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

24

Actie 3.9: Pilot Maatwerk dak- en thuislozen uitkering Met de pilot ‘Maatwerk dak- en thuislozenuitkering’ onderzoekt Wpi komend half jaar wat de gevolgen zijn voor economisch daklozen met het op maat aanbieden van een hogere uitkering, begeleiding of opvang. Deze pilot is aangepast naar aanleiding van een motie die 1 juni 2020 is ingediend om deze pilot uit te breiden. Hierin brengt Onderzoek Informatie en Statistiek in beeld waar bepaalde economisch daklozen het meest mee geholpen zijn. In eerder onderzoek (Muzus) gaven economisch daklozen aan dat extra geld welkom is, maar dat dit hun problemen niet structureel oplost.

Actie 3.10: Eigen regie over budget krijgen Deelnemers aan de FiBu kunnen begeleiding krijgen waarbij ze leren weer zelf de regie te krijgen over hun budget. Dit gaat via het Krefia-portaal, waardoor cliënten zelf hun spaargeld kunnen opnemen. Ook wordt zaakwaarneming als instrument verkend, wat betekent dat alle post voor bepaalde FiBu cliënten rechtstreeks bij FiBu binnenkomt. De komende jaren valt nog meer winst te behalen op het gebied van digitalisering van de dienstverlening.

Actie 3.11: Inzetten op snellere doorstroom en gefaseerde afbouw Aangezien de meeste cliënten die langdurige aanspraak maken op beschermd wonen tegenwoordig onder de Wlz financiering vallen, kan de ambulantisering binnen het segment van de Wmo worden geïntensiveerd. Vanaf 2022 wordt zowel voor Begeleid Thuis1 als voor Beschermd Verblijf (MO/BW) een realisatieafspraak van de cliënt­ populatie vastgelegd. Hierbij zullen ook afspraken worden gemaakt omtrent uitstroompercentages. Deze realisatieafspraak en uitstroompercentages zijn onderdeel van het contract en hier zal vanuit contract­ management op worden gestuurd. Daarnaast worden beschikkingen in principe voor maximaal een jaar afgegeven, met daarbij de mogelijkheid om uitzonderingen te maken. Het uitgangspunt bij afgifte is in principe kortdurend en niet onbeperkt te verlengen, waarbij er altijd gekeken zal worden naar dat wat past bij de onder­steuningsbehoefte van de client. Uitzonderingen worden gewogen in de Centrale Toegang. Deze werkwijze heeft binnen Beschermd Wonen voor mensen met een (licht) verstandelijke beperking al tot een hogere doorstroom geleid dan bij regulier Beschermd Wonen met indicaties met lange looptijden. Voor de inhoudelijke realisatie van deze focus op maatschappelijk herstel binnen Begeleid Thuis en Beschermd Verblijf worden sturing op de uitvoering en toerusten van professionals verder ontwikkeld.

Actie 3.12: Zelfregie versterken middels ondersteuningsplan Het ondersteuningsplan, dat al langer gemeengoed is binnen MO/BW, wordt samen met de cliënt opgesteld. Ook de ondersteuning vanuit de buurtteams wordt middels het ondersteuningsplan in samenspraak met de cliënt opgesteld. Bij het opstellen van dit ondersteunings­ plan is het centraal stellen van de cliënt belangrijk voor het aansluiten bij de leefwereld van de cliënt en het ervaren en versterken van zelfregie. De cliënt is mede­ verantwoordelijk voor de realisatie van het onder­ steuningsplan. Eigen inzet aan maatschappelijk herstel wordt hierin dan ook vastgelegd. Door de cliënt meer eigenaarschap te geven, verwachten we dat de cliënt op een duurzame wijze kan uitstromen, waardoor de kans op terugval in dakloosheid verkleint.

1 In de loop van 2022 worden de nieuwe producten Begeleid Thuis en Beschermd Verblijf geïntroduceerd. Deze vervangen de huidige MO/BW-producten. Begeleid Thuis richt zich op ondersteuning van de eigen woning of op een nog te verkrijgen woonplek. Beschermd Verblijf richt zich op verblijf en ondersteuning in een 24-uursvoorziening. Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

25

H6

Speerpunt 4: Duurzaam maatschappelijk herstel Inzetten op duurzame uitstroom Resultaten die we willen behalen: 1. In 2025 zijn de heraanmeldingen na uitstroom uit de MO/BW-keten nihil. 2. Alle daklozen die zich vrijwillig aanmelden worden begeleid naar financiële zelfredzaamheid. Daarbij kunnen diverse trajecten worden ingezet, waaronder financieel budgetbeheer (FiBu). 3. Daklozen die financieel zelfredzaam zijn krijgen trajecten naar werk aangeboden.

Het bepalen van het moment waarop iemand de stap uit de schuldhulp maakt, of wanneer een ex-dakloze klaar is om vanuit de opvang door te stromen naar een nieuwe woonplek is maatwerk. Zowel te vroeg als te laat afschalen vormt een risico op terugval. Daarbij speelt ook het tekort aan betaalbare woningen in de regio Amsterdam. Hierdoor kan iemand niet altijd uitstromen op het moment dat hij of zij daar zelf wel klaar voor is. Hiervoor zijn voldoende betaalbare woonmogelijkheden voorwaardelijk. Een ex-dakloze die verhuist naar een nieuwe woonplek of iemand die net uit de schuldhulp komt, is vaak nog steeds kwetsbaar. Daarom is het belangrijk dat ook in deze fase samen met de betrokkenen de borging van het maatschappelijk herstel goed wordt georganiseerd om zo nieuwe bestaansonzekerheden te voorkomen.

Actie 4.1: Inzetten op brede ondersteuning richting maatschappelijk herstel Het is belangrijk dat de Amsterdammer tijdens zijn gehele traject – zeker wanneer veranderingen plaatsvinden en bestaansonzekerheden mogelijk risicovol worden – toegang blijft houden tot het brede aanbod van (vroeg) interventies, zoals omschreven bij eerdere speerpunten.

Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

26

Dit kan bijvoorbeeld zijn: ondersteuning gericht op toeleiding naar werk en schuldhulpverlening (pagina 25) of ondersteuning op gebied van zorg vanuit de buurtteams (pagina 15). Binnen het PHKG zijn de 10 werkafspraken ‘Thuis in de Wijk’ ontwikkeld, met als doel kwetsbare groepen zelfstandig te kunnen huisvesten. Uit ervaring blijkt dat deze werkafspraken een verbindende rol spelen tussen corporaties, cliënten, zorgaanbieders en de omgeving. In 2020 zijn deze werkafspraken herzien, waarbij onder andere de Nieuwe Kansregeling is toegevoegd. Hierbij wordt in samenwerking met de verhuurder gekeken of er naar aanleiding van overlast een nieuwe kans mogelijk is. Ook zijn er afspraken over woningruil toegevoegd. Dit houdt in dat als een woning niet passend blijkt, er zo snel mogelijk wordt geruild met een andere woning. De combinatie van de op maat gemaakte werk­ afspraken (in samenwerking met de Amsterdammer), een operationele resourcegroep en terugvalafspraken bieden een stabiele basis en borging voor verder maatschappelijk herstel. Aanbieders in de keten ­ (Buurt­teams Amsterdam, Ambulante Ondersteuning, MO/BW-aanbieders) verankeren deze werkwijze in de uitvoering.

De Amsterdammer heeft via de buurtteams ook toegang tot ondersteuning op het gebied van werk, inkomen en schulden en kan voor onafhankelijke cliënt­ ondersteuning onder andere bij het daklozenkantoor terecht waar de Straatalliantie deze ondersteuning biedt.

De tien werkafspraken 1. Afgestemd aanbod van wonen en zorg 2. Zorgbegeleiding op maat 3. Passend wonen met intermediaire verhuur 4. Wonen en goed huurderschap 5. Vroegsignalering en preventie 6. Voorkomen van en omgaan met overlast 7. Ondersteuning bij financieel beheer 8. Omklappen naar ‘contract op eigen naam’ 9. Zorg en ondersteuning na omklap 10. Respect voor privacy cliënt

Naast het beschikbaar houden van het aanbod worden bij en het liefst vóór uitstroom naar zelfstandige huisvesting duidelijke afspraken gemaakt met de Amsterdammer. Deze afspraken gaan over welke stappen de cliënt zelf moet zetten voor verder maatschappelijk herstel en welke ondersteuning of scholing daarbij helpt. Herstelondersteunende begeleiding helpt hen om weer écht mee te kunnen doen, maar ook om een negatief zelfstigma te voorkomen. Ook komt de focus meer te liggen op werk of zinvolle dagbesteding. Wanneer iemand geen werk of zinvolle dagbesteding heeft, is de kans namelijk groot dat iemand terugvalt in oude gewoontes. Denk specifiek bij jongvolwassenen aan (vak)onderwijs. Werk of zinvolle dagbesteding zijn niet alleen stimulerend, maar helpen ook bij het opbouwen van een nieuw sociaal netwerk. Sociaal isolement vormt immers een belangrijke risicofactor wanneer je de stap

maakt (opnieuw) zelfstandig te gaan wonen. Aandacht voor de ontwikkeling van een sociaal netwerk en een sociale agenda helpen hierbij. Het opbouwen of versterken van een (nieuw) sociaal netwerk kan namelijk ook belangrijk zijn bij het weerhouden van een oud negatief (crimineel) netwerk. Voor mensen met psychische kwetsbaarheden is duurzaam herstel afhankelijk van de capaciteit van ambulante GGZ. Die verantwoordelijkheid vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) gaat samen met de afbouw van klinische capaciteit die wordt gerealiseerd.

Actie 4.2: Begeleiding bij financiële zelfredzaamheid en werk Uiteindelijk is werk en een (financieel) stabiele toekomst natuurlijk het doel. Maar voor veel dak- en thuislozen is dit nog een stap te ver. Daarom biedt WPI trajecten financiële zelfredzaamheid (waaronder financieel budget­ beheer, oftewel FiBu) aan. Deze trajecten zorgen voor stabilisering van de leefsituatie van de cliënt en helpen weer financieel zelfredzaam te worden. Belangrijkste stappen in de weg naar werk zijn onder andere het activeren van de cliënt, maar ook het wegnemen van obstakels die de weg naar werk bemoeilijken. Zodra een cliënt in staat is om zich te richten op het vinden van werk, wordt hij/zij overgedragen naar trajecten gericht op woon-werkbegeleiding door jobcoaches. Begeleiding richting werk is de meest duurzame oplossing. Met een eigen inkomen kan iemand weer op eigen benen staan en een toekomst opbouwen. Ook is de kans op terugval naar oude problemen dan minder groot.

Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

27

Frans: “Ik was dertien toen ik het huis uitgezet werd. Ik heb een hele lange tijd buiten geleefd: 38 jaar. Veel meegemaakt. Op het laatst was het zo erg dat ik 50 kilo woog. Ik was verslaafd aan heroïne en cocaïne. Daarna zat ik in begeleid wonen, met 13 mensen in een huis met interne begeleiding.” Hiermee had Frans onderdak maar veranderde er nog weinig aan zijn leefstijl. Toen twee begeleiders van Housing First over zelfstandig wonen kwamen praten, leek hem dat eerst niet haalbaar: “je gelooft het niet meer”. Toch kreeg hij na een paar maanden de sleutel van zijn woning. “Ik heb de woning drie keer bijna teruggegeven. Ik kon het niet aan, had nog geen sociaal netwerk, geen dag­ besteding. Hier mag ik fouten maken, leren.’’ De eerste twee jaar maakte hij terugvallen mee, maar inmiddels is hij drie jaar verder. Frans weegt 86 kilo, is clean en trots op zijn part-time job bij een bierbrouwerij. Actie 4.3: “Housing first, work second” Waar mogelijk worden cliënten begeleid naar werk. Want werk, een eigen inkomen en een zinvolle dag­ besteding leiden tot zelfstandigheid en voorkomt terugval. WPI heeft een breed scala aan re-integratie­ trajecten. Ook voor de doelgroep (dreigend) dak- en thuislozen. Een cruciale voorwaarde voor het behouden van werk is het hebben van een (zelfstandige) woonplek. Vandaar dat in Amsterdam ‘Housing First’ als uitgangs­ punt wordt gehanteerd.

Maar na het vinden van een woonplek is het belangrijk vroegtijdig in te zetten op het vinden en behouden van een (betaalde) baan.

Oftewel: ‘work second’. Het hebben van werk biedt meer kans op een (hoger) inkomen, invulling en structuur aan de dag. Daarnaast zorgt het voor sociale contacten. Kortom: werk verhoogt de kans op succes­ volle uitstroom en maatschappelijk herstel. Vanuit WPI is een breed aanbod voor re-integratie beschikbaar. Daarnaast is er veel begeleiding mogelijk om uit te stromen naar werk, ook als daar (duurzaam) extra steun bij nodig is. Dit kan met inzet van de instrumenten van de Participatiewet zoals jobcoaching, werken naar loonwaarde en beschut werk. Op dit moment begeleidt Werk en Re-integratie jaarlijks 250 Amsterdammers uit de doelgroep ex-dak- en thuis­lozen. Daarvan zetten er normaal gesproken jaarlijks rond de 100 kandidaten de stap naar betaald werk. Aankomende jaren willen we, als het wonen is geregeld, direct aansluitend de invulling van de dag regelen. Dit kan via re-integratie naar werk, via het nieuwe WMO-product MeeDoen Werkt of door middel van dagbesteding.

Actie 4.4: Respijtvoorzieningen Op dit moment zijn er twee respijtvoorzieningen in de stad. Daarnaast is er in 2020 een pilot gestart, genaamd Het Lichthuis. Respijtvoorzieningen zijn kleine voorzieningen in de wijk waar cliënten tijdelijk aanwezig kunnen zijn, wanneer dit in de eigen woning even niet lukt. Het doel is om de druk voor de cliënt te verlichten en rust te creëren, zodat terugkeer naar de eigen woning mogelijk is. Er wordt gekeken of uitbreiding mogelijk is.

Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

28

Actie 4.5: Wooncirkels en andere tussenvormen De stap van een intramurale voorziening naar een eigen woonplek kan groot zijn. Daarom kan het voor de betrokken inwoner, maar ook voor zijn naasten, de professional, de nieuwe buren en de verhuurder helpen als de verkregen woning op gepaste afstand van een inloopvoorziening is. Zo zijn er altijd bekende peers en professionals nabij, voor zomaar een praatje of een uitgestoken hand als de herstart op de woonplek even tegenzit. Dit concept van de Wooncirkel met inloopplek en 24-uurs nabijheid van professionals als steun voor omwonenden met ambulante ondersteuning, maakt uitstroom en maatschappelijk herstel voor meer mensen mogelijk. Op verschillende plekken in de stad wordt dit concept rondom bestaande infrastructuur uitgewerkt, in samenwerking tussen corporaties en aanbieders. Ook andere vormen van gemengd en gespikkeld wonen of zelfbeheerconstructies kunnen naast wooncirkels worden ontwikkeld. In gebieden met te ontwikkelen nieuwbouw kunnen dergelijke concepten al vanaf de tekentafel worden ondersteund.

Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

29

H7

Financiën Het beleidsprogramma en de bijbehorende maatregelen worden gefinancierd vanuit de reguliere budgetten van de directies OJZ, WPI en Wonen en daarmee grotendeels gedekt vanuit de begroting. Naast de reguliere budgetten zijn er extra middelen beschikbaar gesteld vanuit het Rijk met het Landelijke Plan van Aanpak en de middelen behorende bij het Herstelplan ‘Uit de crisis’. Het gaat wat betreft de maatregelen vanuit het Landelijke Plan van Aanpak om een bedrag van €11.252.000 euro. Als de middelen niet structureel gemaakt worden betekent dit dat deze maatregelen na 2021 of 2022 afgebouwd worden. Dit heeft dus gevolgen voor de ambitie van dit beleidsprogramma. Voor de directie Onderwijs Jeugd en Zorg, afdeling Zorg, is het budget voor Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen geoormerkt en is duidelijk wat het beschikbare budget is en welke maatregelen daarmee worden gefinancierd. Voor de directies Wonen en WPI worden maatregelen meestal voor een grotere groep Amsterdammers ingezet waar dak- en thuislozen een onderdeel van uitmaken. Daarmee is het niet goed weer te geven wat het totale budget is behorende bij dit beleidsprogramma. Hieronder is een overzicht van de incidentele middelen per speerpunt. In de rechterkolom van deze pagina is een overzicht opgenomen van de incidentele middelen per speerpunt.

Speerpunt 1: Vroegsignalering en vroeginterventie • €590.000 voor 2021 gedekt vanuit het Herstelplan ‘Uit de crisis’ voor de maatregel ‘Vroeginterventie: maatwerk als regel om dakloosheid te voorkomen’. Dit komt na 2021 te vervallen. • Vooralsnog heeft dit geen consequenties voor de beoogde doelstellingen. Speerpunt 2: Vergroten aanbod woonoplossingen • €640.000 incidenteel gedekt voor 2022, jaren 2023 en verder is nog niet gedekt. – De uitwerking en dekking voor deze extra middelen worden meegenomen in de uitwerking van de begroting 2022. Speerpunt 3: Goede ondersteuning op maat • €11.252.000 incidenteel tot en met 2022 gedekt vanuit het Landelijke Plan van Aanpak. – Consequenties bij het niet structureel maken van deze middelen vanuit het Rijk betekent dat de volgende maatregelen eind 2021 vervallen: uitbreiding passanten pensions, wachtlijstbegeleiding en de resourcegroepen. Het project Onder de Pannen vervalt vanaf 2023 bij het niet structureel maken van de middelen. • €1.069.000 incidenteel gedekt voor 2021 uit het Herstelplan ‘Uit de crisis’. De maatregel ‘Schuld­ hulpverlening aan economisch daklozen’ komt na 2021 te vervallen. Speerpunt 4: Duurzaam maatschappelijk herstel • Hier worden geen incidentele middelen ingezet.

Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

30

Doordecentralisatie Beschermd Wonen Vanaf 1 januari 2023 zullen volgens het nieuwe objectieve verdeelmodel de middelen voor Beschermd Wonen van de centrumgemeenten overgeheveld worden naar de individuele gemeenten. De fasering van de doordecentralisatie is 10 jaar. Besluitvorming over de besteding van deze middelen en governance wordt in het regioplan vastgelegd.

Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

31

H8

Monitoren en sturen Doel van monitoring Het beleidsprogramma zal integraal gemonitord worden. Dit is nodig om verschillende redenen: vanwege de groei van de daklozenpopulatie, de beschreven ontwikkelingen van het aanbod en de doelgroep, de mogelijke verandering van type problematiek door onder andere de coronapandemie én de betrokkenheid van verschillende gemeentelijke directies bij dit beleidsprogramma. De noodzaak hiervan wordt verder onderstreept door de ontwikkelingen in het veld. Met onder andere een nieuw sociaal stelsel vanwege Buurtteams Amsterdam, de openstelling van de WlZ, de beweging naar een sterkere sociale basis en inzet op verdere ambulantisering van onder andere de GGZ. Hierbij vormen de cliëntervaring en ontwikkeling van de doelgroep de kern, waardoor cliëntvertegenwoordigers en ervaringsdeskundigen een centrale rol gaan spelen bij deze monitor. Zowel in de ontwikkeling van de monitor als in de uitvoering daarvan. Daarnaast wordt, net als dit beleidskader, de monitor integraal uitgevoerd door de Amsterdamse gemeentelijke directies Zorg, WPI, Wonen, de GGD, de stadsdelen, vertegenwoordiging van regiogemeentes, zorgaanbieders, cliëntvertegenwoordiging en het bredere veld. Bovendien wordt er met deze directies een stuurgroep gevormd om integraal te sturen op de voortgang van, en in te spelen op de uitkomsten van, de monitor.

Daarom starten we de werkgroep Monitoring Beleidsprogramma, samen met vertegenwoordigers van de diverse partners. Deze werkgroep vormt een centraal punt dat enerzijds over de ontwikkelingen rondom Dakloosheid en het Beleidsprogramma in Amsterdam rapporteert en anderzijds ook zorgt voor doorontwikkeling van de monitor zelf. Zo worden de vertegenwoordigers

van de verschillende partijen vroegtijdig betrokken bij de (door)ontwikkeling van de monitor, kunnen ze invloeden uit de praktijk doorvertalen naar aanpassingen van de monitor én vormen ze het aanspreekpunt voor verdiepende onderzoeken. Vragen die tot verdiepende onderzoeken kunnen leiden, kunnen vanuit de gemeenten, zorgaanbieders, belangenbehartigers, de werkgroep zelf of andere partijen komen. Door te kiezen voor deze constructie met een werkgroep kan de monitor doorlopend worden doorontwikkeld. Ook kan de monitorkwaliteit worden verhoogd en kan er beter en centraler data-gestuurd worden gewerkt. Tot slot kan er ook sneller worden ingespeeld op de actualiteit. Door GGD Amsterdam de werkgroep Monitoring Beleidsprogramma te laten leiden, worden uitkomsten geduid en kunnen vragen gelijk worden omgezet naar onderzoeken in samenwerking met de partners van de werkgroep. De betrokken gemeentelijke directies zullen daarbij de personele inzet beschikbaar stellen en zorg dragen voor het aanleveren van de benodigde en beschikbare data.

Werkgroep Monitoring Beleidsprogramma GGD Amsterdam stelt een werkgroep samen en wordt de trekker van deze monitor. Deze werkgroep zal tenminste bestaan uit onderzoekers van de GGD, beleidsmede­ werkers en data-deskundigen van diverse gemeentelijke directies (Zorg, Wonen, WPI, regiogemeenten en de stadsdelen), vertegenwoordigers van ervarings­ deskundigen en onafhankelijke cliëntondersteuning en vertegenwoordigers van (zorg)aanbieders.

Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

32

De werkgroep zal zorg dragen voor de voortgangs­ rapportage en input geven voor de doorontwikkeling. De frequentie van de werkgroep wordt bij de start vastgesteld en bevindingen zullen tenminste jaarlijks worden opgeleverd in een voortgangsrapportage.

Integrale Monitoring Beleidsprogramma De werkgroep zal de eerste zes maanden gebruiken om de indicatoren van de monitor vast te stellen en een nulmeting uit te voeren. Naast de vaststelling van de indicatoren die de voortgang van de maatregelen in kaart brengen, zal deze groep ook de indicatoren bepalen die meerjarig de ontwikkeling van de doelgroep en het effect van het beleidsprogramma kunnen aantonen. Tot slot wordt bepaald welke aanvullende verdiepende cijfers van de gemeentelijke directies nodig zijn om bevindingen in de context te plaatsen en een overzicht te maken van lopende monitors, onderzoeken en rapportages die benut kunnen worden. Om deze integrale en brede monitor op een heldere wijze te organiseren, deelt de werkgroep de monitor op in drie taken: • Actieve kwantitatieve monitoring, waarbij de werk­ groep actief cijfers verzamelt over de verschillende maatregelen, ketens en doelgroep. • Actieve kwalitatieve monitoring, waarbij de werk­ groep actief kwalitatief onderzoek doet naar de cliënt-ervaring. • Passieve dataverzameling, waarbij de werkgroep in de gaten houdt welke data vanuit Amsterdamse, G4- of landelijke bronnen (monitors, onderzoeken, rapportages) beschikbaar is en daar gebruik van maakt in de rapportage.

De actieve kwantitatieve monitoring bestaat uit een basisset van cijfermatige prestatie indicatoren voor Beleidsprogramma-maatregelen. Op die manier kan de voortgang van deze maatregelen in kaart worden gebracht. Deze cijfers worden aangevuld met verdiepende cijfers van de betrokken directies, zoals cijfers over: • de in-, door- en uitstroom van de MO/BW-, MOJ- en MOG-ketens; • het aantal buitenslapers in Amsterdam; • de kortdurende (nood)opvang; • de Centrale Toegang; • veldwerk; • overgang jeugdwet-WMO; • uitschrijvingen GBA jongvolwassenen; • kostendelersnorm; • schuldhulpverlening; • briefadressen; • bijstand; • meldpunt zorg en woonoverlast; • huisuitzettingen. Aanvullend worden per speerpunt indicatoren bepaald die het effect van het beleidsprogramma en de ontwikkeling van de doelgroep kwantificeren. De verwachting is dat deze set doorontwikkeld en aangevuld zal worden.

Amsterdam, de ervaring van economisch daklozen, jongvolwassenen, gezinnen met kinderen en de ervaring van hulpverleners. Ook worden er verschillende onder­ werpen in kaart gebracht om te kunnen onderzoeken of de Amsterdammer adequaat en naar behoefte geholpen wordt om dakloosheid te voorkomen en duurzaam op te lossen’. Belangrijke thema’s hierbij zijn; de toegankelijkheid van informatievoorziening en aanbod, ondersteuning bij vraagverheldering, mate van zelfregie, benutten van de kwaliteiten en krachten van een cliënt en diens sociale omgeving, inclusiviteit van aanbod en bejegening. Tot slot zal er een passieve dataverzameling plaatsvinden. Hiermee wordt beoogd gebruik te maken van lopende monitors, onderzoeken en beschikbare rapportages. Door deze te laten bundelen en verbinden door de werkgroep kan integraal duiding worden gegeven aan de bevindingen vanuit verschillende hoeken of gemeentelijke directies. Bovendien kunnen nieuwe inzichten uit andere rapportages, zoals over Buurtteams Amsterdam of capaciteitsmanagement-rapportages, gebruikt worden om de monitor te blijven ontwikkelen en zo de meest relevante data te verzamelen. Door niet alleen naar Amsterdam, regio Amsterdam-Amstelland, maar ook op G4- of landelijk niveau data te verzamelen, kunnen we ontwikkelingen nog beter in context plaatsen en belangrijke ontwikkelingen meenemen.

De actieve kwalitatieve monitoring bestaat uit een eigen onderzoek om cliëntervaring inzichtelijk te maken. Ervaringsdeskundigen vullen hierbij de sleutelrol in, bij zowel de ontwikkeling als de uitvoering van dit onderzoek én het ontwikkelen van de benodigde kennis­ infrastructuur rondom ervaringsonderzoek. Binnen dit onderzoek – dat jaarlijks uitgevoerd wordt – is er speciale aandacht voor de ontwikkelingen van Buurtteams Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

33

B1

Bijlage 1: Totstandkoming van het beleidsprogramma Dit beleidsprogramma is opgesteld in samen­ werking met de afdelingen (Jeugd)Zorg, Wonen, Werk, Participatie en Inkomen (WPI), stadsdelen, zorgaanbieders MOBW, clientvertegenwoordiging en het Groot MO/GGZ. Van juni 2020 tot en met maart 2021 heeft veelvuldig contact plaats­ gevonden met interne en externe partners om input op te halen voor het plan. Dit beleidsprogramma is geen blauwdruk, maar wel richtinggevend voor de inzet van alle partijen, in de komende vijf jaar: de gemeente Amsterdam, de regio­gemeenten Amstelveen, Uithoorn, Aalsmeer, ­ Ouder-Amstel en Diemen, cliëntvertegenwoordigers, aanbieders Wmo, MO/BW, Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ), Licht Verstandelijke Beperking zorg (LVB), woning­ corporaties en zorgverzekeraars. Bij de verdere uitwerking wordt een beroep gedaan op het eigenaarschap van alle partijen.

Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

34

B2

Bijlage 2: Trends & ontwikkelingen We zien een aantal ontwikkelingen die de komende jaren belangrijk zijn voor de wijze van ondersteuning aan dak- en thuislozen in Amsterdam-Amstelland. Deze ontwikkelingen worden hieronder toegelicht.

Regionale Ontwikelingen Aantal dak- en thuislozen Er is sprake van een toenemend aantal daklozen in de regio Amsterdam-Amstelland, net als in de andere steden van de G4. Dit concludeert een onderzoek naar ontwikkelingen binnen de groep van daklozen in de periode 2016 – 2018. Anno 2020 zijn deze conclusies nog steeds actueel. De stijging van het aantal dak- en thuislozen is opvallend omdat in alle steden het aantal huisuitzettingen gedaald is, ook in Amsterdam. Zo waren dat er circa 1.000 vóór 2010, en daalde dit in 2019 tot 84 huisuitzettingen. De stijging van het aantal dak- en thuislozen is onder andere terug te zien in het aantal briefadressen en het aantal mensen dat zich aan de balie van de Centrale Toegang meldt. Belangrijke oorzaak van de stijging is – naast het feit dat er meer mensen dak- of thuisloos worden en de vermaatschappelijking van de GGZ – vooral het gebrek aan betaalbare woonruimte. Hierdoor blijven mensen langer in de situatie van dak- en thuis­ loosheid en loopt het aantal op.

Wanneer we kijken naar specifieke groepen zien we met name dat het aantal economisch daklozen in de regio toeneemt. Naar schatting zijn tussen de 2.200 en 3.000 inwoners van Amsterdam-Amstelland op dit moment economisch dakloos. Daarbij is het voorstelbaar dat deze groep de komende jaren nog verder toeneemt als gevolg van COVID-19. Voor de dak- en thuisloze jongvolwassenen ligt het aantal aanmeldingen juist lager. Waar zich in 2019 nog totaal 362 dak- en thuisloze jongvolwassenen aanmeldden bij de Centrale Toegang MOJ2, meldden zich vanaf 1 januari 2020 tot 1 november 2020 totaal 213 dak- en thuisloze jongeren aan. Dit is echter geen positieve, maar juist een zorgelijke ontwikkeling. GGD Amsterdam wijt dit aan de effecten van COVID-19. Professionals doen er alles aan om de jongvolwassenen op te sporen en door te verwijzen naar de MOJ, aangezien de problemen bij een deel van deze groep nu alleen maar toenemen.

Wachtlijst Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen De wachtlijst Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen is een groeiend knelpunt. Mensen staan nu gemiddeld 1,5 tot 2 jaar op de wachtlijst voor een traject in MO/BW. In de voorgaande jaren is de opvang uitgebreid, maar de duur op de wachtlijst helaas niet afgenomen. 2 De CTMOJ is belegd bij de GGD Amsterdam, waar de screening plaatsvindt en een beschikking voor instroom wordt afgegeven. Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

35

De grenzen van de uitbreiding zijn bereikt; daarvoor zijn geen middelen meer beschikbaar. De vraag blijft echter groeien door een veelheid aan factoren, waaronder: te weinig betaalbare woningen, landelijke toegankelijkheid, en blijvend hoge vraag naar 24-uursopvang door ambulantisering van de GGZ. Omdat bij GGZ de trajecten korter duren, komen mensen met zwaardere problematiek binnen bij de Wmo. In dat geval hebben zij vaker dan voorheen intensievere ondersteuning nodig. Dezelfde effecten zijn in de MOBW-keten zichtbaar bij de ambulantisering van de LVB-zorg en de forensische zorg.

Veranderende locatie wensen in de keten Het beeld over hoe een (tijdelijke) locatie er in de MOBWketen uit moet zien is aan verandering onderhevig. Zo is er meer behoefte aan kleinere locaties met zelfstandige eenheden en gemengde en gespikkelde vormen in de wijk. Ook is een toenemend draagvlak voor zelfbeheer, wooninitiatieven en kansen voor Wooncirkels wenselijk. In de ‘Groei van de stad’ is voorzien in een aantal nieuwe MOBW-locaties als vervanging voor bestaande volumes. Samen met de cliëntvertegenwoordigers, corporaties en aanbieders wordt er gekeken hoe die nieuwe locaties invulling kunnen geven aan de de veranderende wensen en nieuwe concepten.

Amsterdamse ontwikkelingen Woningschaarste Amsterdam heeft een overspannen woningmarkt. Er is een groot tekort aan betaalbare woningen. Ook is er een gebrek aan huurwoningen onder de huurtoeslag­ grens3. Daarnaast groeit het gat tussen sociale huurgrens en vrije sector huur- en koopwoningen, waardoor de doorstroming uit de sociale huurwoningen beperkt blijft. Door deze krapte verblijven mensen langer op straat, in de nachtopvang, of bij vrienden en familie. Ook de ambulantisering van beschermd wonen, de GGZ en de forensische en LVB-zorg vergroot de druk op de woning­ markt. Specifiek bij jongvolwassenen wordt benoemd dat zij te lang bij hun ouders of in hun netwerk moeten verblijven omdat zij geen eigen woning kunnen vinden. Dit leidt tot escalatie van de problematiek en uitputting van het sociale netwerk, vooral wanneer de jong­ volwassenen ook geen mogelijkheid zien om wel thuis te blijven wonen. In de Samenwerkingsafspraken 2020 – 2023 tussen de woningcorporaties, de huurderskoepels en de gemeente is afgesproken dat corporaties jaarlijks 1.800 sociale huurwoningen toewijzen aan kwetsbare doelgroepen. De gemeente besluit over de verdeling van deze woningen. Door het tekort aan woningen is niet voor iedere kwetsbare direct plek. De 1.800 woningen blijken 3 De huurtoeslaggrens is afhankelijk van de leeftijd van de aanvrager.

Voor inwoners jonger dan 23 jaar (18-22) is de maximale huur € 432,51. En voor inwoners vanaf 23 jaar is de maximale huur € 737,14.

niet genoeg te zijn. In 2020 was het verschil tussen vraag en aanbod een tekort van 650 woningen. In 2021 loopt dit waarschijnlijk op tot 1.950 woningen. Benodigde woningen per doelgroep

2020

2021

700

970

1.250

1.700

Statushouders

500

1.100

TOTALE VRAAG

2.450

3.770

Beschikbaar aanbod

1.800

1.800

Tekort aan woningen

650

1.970

Wonen zonder begeleiding (met name sociaal medisch urgenten) Wonen met begeleiding (met name uitstroom uit MO/BW)

Het Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen geeft uitvoering aan deze samenwerkingsafspraken.

Kansen sociaal domein Inwoners met problematische huisvestingsvragen worden vaak direct doorverwezen naar de Centrale Toegang. Zo ontwikkelden de spelers in de sociale basis weinig expertise om deze vragen te ondersteunen, waardoor deze expertise steeds meer beperkt bleef tot de Centrale Toegang. Proeven met ondersteuning binnen Huizen van de Wijk met aanvullende expertise vanuit De Regenboog Groep toonden aan dat er al veel verlichting van de vraag in de sociale basis kan worden gerealiseerd. Dit is in lijn met de gehele beweging van de extramuralisatie. Kwetsbare bewoners worden sneller en duurzamer opgevangen in de wijk. Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

36

Samenwerking tussen de eerste en tweede lijn is noodzakelijk en wordt vanzelfsprekender. Met door­ ontwikkeling van lokale teams kan deze werkwijze worden verbreed.

EPA-agenda Met de cliëntvertegenwoordigers, financiers en aanbieders is de afgelopen jaren gewerkt aan de ontwikkelagenda voor de groep mensen met een Ernstig Psychische Aandoening (EPA). Ook gericht op participatie, inclusie en herstel, focust de EPA-ontwikkelagenda de samen­ werking rondom de borging van bestaanszekerheden voor deze kwetsbare groep. Goed en betaalbaar wonen en individueel verbindende zorg als basis voor maatschappelijk herstel staan boven aan de lijst van speerpunten. Vanaf 2021 worden EPA-netwerken ontwikkeld die in samenhang met de lokale infrastructuur uitwerking geven aan de agenda. Daarin krijgen parallel aan dit beleidsprogramma onder andere ook de ontwikkeling van bijzondere woonvormen, toeleiding naar werk en de toepassing van de resourcegroepenmethodiek een plek.

Nieuw sociaal stelsel Amsterdam De gemeente werkt aan een nieuw sociaal stelsel in Amsterdam. Een onderdeel hiervan is het versterken van de sociale basis en de lokale teams in de buurt. Er komen op verschillende plekken in Amsterdam buurtteams die de toegang zijn naar sociale basiszorg voor volwassenen.

Buurtteams Amsterdam Op 1 april 2021 hebben 33 buurtteams in Amsterdam hun deuren geopend. Dit aantal wordt geleidelijk verder uitgebreid, waarmee de toegankelijkheid voor alle Amsterdammers is geborgd. Bij het buurtteam kan elke Amsterdammer terecht voor vragen en ondersteuning op het gebied van wonen, welzijn, inkomen, werk, schulden en veiligheid. Elk buurtteam bestaat uit professionele hulpverleners met verschillende expertises. Samen met de Ouder- en Kindteams worden de buurt­ teams daarmee de spil in de wijk waar alle zorg en ondersteuning samenkomt. Fysiek nabij, in de buurt en in samenhang georganiseerd: eenvoudig, herkenbaar en laagdrempelig. Een plek in de buurt waar men kan binnenlopen of naartoe kan bellen. Zorg en ondersteuning wordt daarmee beter vindbaar voor inwoners. De buurt­ teams ondersteunen cliënten om hun situatie duurzaam te verbeteren en op die manier zo zelfstandig mogelijk mee te kunnen doen aan de samenleving. Dit gebeurt altijd in afstemming met de cliënt en zijn of haar specifieke situatie: dicht bij zijn of haar leefwereld. Er wordt gekeken welke mogelijkheden er zijn in de directe omgeving en er wordt een verbinding gemaakt met collectieve voorzieningen in de buurt. Waar nodig wordt specialistische hulp ingeschakeld.

Wanneer Amsterdammers eerder en sneller onder­ steuning ontvangen die zij nodig hebben, wordt hun zelfredzaamheid beter ondersteund. Op die manier kunnen lichte hulpvragen opgelost worden vóórdat deze complex worden. Zo wordt voorkomen dat zij later in aanraking komen met (multi)problematiek en zij een beroep moeten doen op zwaardere ondersteuning.

De start van Buurtteams Amsterdam heeft gevolgen voor de toegang tot de keten van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen en daarmee op de manier waarop zorg voor onder andere dak- en thuislozen wordt geregeld. Toegang Amsterdamse keten Voor alle (dreigend) dak- en thuislozen, ongeacht de mate van zelfredzaamheid, wordt het buurtteam het eerste aanspreekpunt. Dit zorgt ervoor dat de vindbaar­ heid, bereikbaarheid en toegankelijkheid van onder­ steuning verhoogd wordt. Zeker in de beginfase van (dreigende) dak- of thuisloosheid valt er geen tijd te verliezen en zijn de eerste paar maanden cruciaal om afglijden te voorkomen De buurtteams kunnen gebruik­ maken van de expertise van Amsterdam Extra. Amsterdam Extra bestaat uit gecontracteerde aanbieders voor Begeleid Thuis, dat bedoeld is voor mensen met of zonder woonplek. Amsterdam Extra biedt waar nodig aanvullende individuele ondersteuning en kan de buurt­ teams expertise en consultaties bieden rondom de groep mensen met verhoogd risico op dak- of thuisloosheid en/of een ernstig psychische aandoening EPA. Het voordeel van dit nieuwe model is daarmee ook dat kennis en expertise over de doelgroep beter ontsluit en beschikbaar wordt gemaakt buiten de MO/BW-keten.

Voor het signaleren van dak- of thuisloze jong­ volwassenen en hen toeleiden naar ondersteuning heeft het onderwijs en de Sociale Basis (bijvoorbeeld het Jongerenwerk) een belangrijke functie.

Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

37

Met de buurtteams wordt binnen twee jaar tijd 70% afname van het aantal aanmeldingen bij de Centrale Toegang verwacht. Daarbij verwachten we dat er eind 2025 nauwelijks nog afwijzingen zijn in verband met zelfredzaamheid. Alleen de kwetsbare dak- of thuislozen die in aanmerking komen voor de MO/BW-keten zullen dan nog door het buurtteam worden doorverwezen naar de Centrale Toegang. Wanneer aanvullende ondersteuning van zorgaanbieders nodig is verlenen de buurtteams de toegang hiertoe. Voor Aanvullende Individuele Ondersteuning of het product Begeleid Thuis (zonder wooncomponent) zal het buurtteam een beschikking kunnen afgeven. Bij hulpvragen waarvoor meer ondersteuning nodig is op het gebied van GGZ en Veiligheid, en MO/BW met verblijf heeft het buurtteam heldere samenwerkings­ afspraken met de relevante aanvullende ketens. Hierbij volgt indien nodig een screening bij de Centrale Toegang. De Centrale Toegang kan beschikkingen afgeven voor de overige producten; Begeleid Thuis (met wooncomponent) en Beschermd Verblijf. De nieuwe producten Begeleid Thuis en Beschermd Verblijf worden in paragraaf 6.2 nader toegelicht. Eén Centrale Toegang met nieuwe Wmo-producten De invoering van de buurtteams heeft ook gevolgen voor de Centrale Toegang.

De Centrale Toegang bestaat anno 2020 uit vier verschillende toegangen (twee voor volwassenen, een voor jongvolwassenen en een voor gezinnen) voor de verschillende ketens met MO/BWproducten. Deze worden samengevoegd ten bate van overzichtelijkheid, bundeling van kennis en het makkelijker maken van het vinden van ondersteuning. Alle dak- en thuislozen die volgens het buurtteam of zorgaanbieder in

aanmerking komen voor een MO/BW-traject (Begeleid Thuis met wooncomponent of Beschermd Verblijf) kunnen terecht bij de Centrale Toegang. Daarmee wordt de Centrale Toegang een tweedelijns voorziening, naast de buurt­teams, om toegang tot de genoemde producten te krijgen. De expertise van de dienstverlening aan dak- en thuis­ lozen vanuit de Participatiewet ligt nu bij de Centrale Toegang op de Jan van Galenstraat in West en de Geïntegreerde voorzieningen in Centrum, Zuidoost en Noord. Dak- en thuislozen kunnen bij de Centrale Toegang terecht voor het aanvragen van opvang en bijstandsuitkering in combinatie met een briefadres. Op dezelfde locatie kunnen jong­volwassenen terecht bij de screeningsbalie Jongerenpunt Dak- en Thuislozen. Met de ontwikkeling van de buurteams kan deze expertise op termijn ook meer naar de buurten gebracht worden, zodat ook dak- en thuislozen die zich daar melden goed (op weg) geholpen kunnen worden. Vooralsnog blijft de Centrale Toegang inclusief de postkamer met briefadressen centraal georganiseerd en bereikbaar als tweedelijns voorziening, ook voor de regiogemeenten.

Wmo de focus komt te liggen op het tijdelijke karakter, op maat­schappelijk herstel en dus op het perspectief van door- of uitstroom naar een ambulante vorm van begeleiding vanuit de Wmo. Beschermd wonen wordt voor de meeste cliënten (met uitzondering van de meerzorgcliënten) eerder een trainingsaanbod dan een verblijfslocatie. In de regio Amsterdam-Amstelland betekent dit dat van de circa 1.800 mensen binnen beschermd wonen er circa 1.000 overgaan naar financiering vanuit de Wlz. Hoe dit in de praktijk in zijn werk gaat wordt nog uitgewerkt met zorgkantoor en aanbieders.

Ook is er een aantal landelijke ontwikkelingen met gevolgen voor de wijze van ondersteuning van dak- en thuislozen in Amsterdam-Amstelland.

Landelijk Plan van Aanpak Dak- en thuisloosheid Vanuit het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is incidenteel € 200 miljoen beschikbaar gesteld voor de aanpak van dak- en thuisloosheid in 2020 en 2021. Amsterdam heeft een aanvraag ingediend van € 49 miljoen aan maatregelen en hiervan is € 47 miljoen is toegekend, waarvan € 4 miljoen is bedoeld voor de regio Amstelland. Daarnaast is door het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) landelijk incidenteel € 50 miljoen beschikbaar gesteld om daarmee extra (tijdelijke) woonplekken specifiek voor kwetsbare groepen te realiseren. In de zomer van 2020 heeft Amsterdam drie projecten bij BZK voorgedragen voor extra (tijdelijke) woonplekken. In november 2020 werd bekend dat er € 2,32 miljoen is toegekend.

Wijziging Wet Langdurige Zorg Sinds 1 januari 2021 vallen mensen met een langdurige en levensbrede behoefte aan beschermd wonen onder de Wet Langdurige Zorg (Wlz). Deze verschuiving betekent dat binnen beschermd wonen onder de

Deze middelen worden besteed aan: • meer dak- en thuislozen een (tijdelijke) woonplek bieden (middelen BZK); • meer dak- en thuislozen ondersteuning en begeleiding bieden (Landelijk Plan van Aanpak);

Landelijke ontwikkelingen

Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

38

• innovatie en kwaliteitsverbetering, waaronder realiseren van een prikkelarme voorziening en introductie van vernieuwende begeleidings­ methodieken (Landelijk Plan van Aanpak). De projecten zijn meegenomen in dit beleidsprogramma.

Actieprogramma dak- en thuisloze jongeren 2019-2021 Dit Actieprogramma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bevat vijf centrale thema’s: • preventie, nazorg en regie • financiële bestaanszekerheid • persoonlijke ontwikkeling en scholing • opvang en wonen • helpende regels Amsterdam is één van de veertien pilotgemeenten die deelneemt aan dit actieprogramma. In het verlengde hiervan heeft Amsterdam een 100%-ambitie pilot opgezet, gericht op dak- en thuisloze jongvolwassen vrouwen. Vijfentwintig jonge vrouwen van 18 tot 23 jaar die bedreigd worden met dak- of thuisloosheid krijgen volgens een doorbraakmethodiek ondersteuning om te voorkomen dat ze dak- of thuisloos worden. De pilot heeft als doel meer maatwerk voor deze groep kwetsbare vrouwen te ontwikkelen en wordt gemonitord door het Instituut Publieke Waarden om zo te komen tot een aantal werkbare elementen om dak- en thuisloosheid in een vroeg stadium te voorkomen.

Doordecentralisatie Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen De doordecentralisatie houdt in dat vanaf 1 januari 2022 alle gemeenten zich inzetten voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. De nieuwe financiële verdeling gaat in vanaf 1 januari 2023. Dit beleids­ programma is voor de regio Amsterdam-Amstelland, maar zoomt verder in op de Amsterdamse maatregelen, omdat de regio met een eigen invulling van het regio­plan komt. In 2021-2022 wordt verder invulling gegeven aan het regioplan waarin Amsterdam de regiogemeenten ondersteunt bij het opbouwen van expertise om ook lokaal in de regiogemeenten de preventie, door- en uitstroom van de MO/BW-keten te organiseren.

Ombudsman Een echt integrale aanpak is nodig, zonder dat actoren naar elkaar wijzen en het probleem vervolgens blijft bestaan. Daarvoor is een herbezinning van het huidig systeem noodzakelijk. We moeten op weg naar een systeem waarin overheden, zorginstellingen en corporaties samen verantwoordelijkheid hebben en nemen, en waarin individuele budgetten ondergeschikt zijn.

“Wat boven alles opvalt, is dat er – ondanks de al eerder­ genoemde tomeloze inzet van professionals – veel wordt gesproken over wat er niet kan. Hierdoor lukt het nog te vaak niet goed om integraal te kijken naar wat nodig is en te zoeken naar onconventionele oplossingen. Onconventionele oplossingen en maatwerk kunnen voorkomen dat situaties verder escaleren, dat zorgvragen complexer worden en dat de kosten om iemand te helpen verder oplopen. Daarvoor is wel lef nodig. Lef om out of the box te denken, lef om tegen nationale regelingen in te gaan (in overeenstemming met de doelstelling van de wet), en lef om met elkaar te besluiten dat het anders moet,”aldus de Ombudsman in het rapport ‘Opvang voor Iedereen – Dak- en thuisloos in Amsterdamse context’.

Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

39

B3

Bijlage 3: Evaluatie Koersbesluit Thuis in de Wijk 2016-2020 Het Koersbesluit Thuis in de Wijk bestond uit drie actiesporen: voorkomen van instroom, bevorderen van participatie en borgen van uitstroom. Aan deze actiesporen zijn tien prestatie-indicatoren toegevoegd om de voortgang te meten. Gebleken is dat niet alle indicatoren consequent en op dezelfde wijze te monitoren waren. Ter compensatie zijn, daar waar mogelijk, meetmethodes toegepast in lijn met de bedoeling van de oorspronkelijke indicator. In de tabel op de volgende pagina zijn de resultaten toegelicht. De resultaten tezamen geven een inzichtelijk beeld van de voortgang op de drie actiesporen in de afgelopen vijf jaar.

Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

40

Nr.

Prestatie indicator

Bevindingen

1

Aantal ontruimingen (zowel corporatie en particulier) is in 2020 ten opzichte van 2015 met 20% gedaald.

In 2015 waren er 595 huisontruimingen. Daarna is er een sterke daling te zien, tot 84 huisontruimingen in 2019. Het doel is daarmee ruimschoots gehaald. In deze cijfers wordt dreigende uitzetting, waarbij mensen vrijwillig uit huis gaan en de uitzetting niet afwachten, niet zichtbaar (aandachtspunt van het RVS).

2

Het aantal buitenslapers is in 2020 op een gemiddelde nacht in de winter gedaald tot 50 personen of minder.

De GGD schat het aantal buitenslapers in als onderdeel van het onderzoek tijdens de winterkoudeopvang. De resultaten over het aantal buitenslapers zijn in de jaren 2016, 2017 en 2019 stabiel met circa 70 buitenslapers op een gemiddelde winter­ nacht. Echter zijn in 2018 en 2020 het aantal buitenslapers niet meegenomen in het winterkoudeonderzoek, waardoor data ontbreekt. In 2019 en 2020 heeft De Regenboog Groep bij inloopvoorzieningen wel tellingen uitgevoerd en deze suggereren een mogelijke toename van het aantal buitenslapers in 2019 en 2020.

3

80% van de mensen die in 2020 gebruik maakten van de nacht­ opvang is doorgeleid naar een passend traject.

Dit betrof een ontwikkelindicator, waarvan de verwachting was dat deze in 2018 gemeten kon worden. Uiteindelijk is dit niet gerealiseerd, maar is wel een aantal keer een rapportage gemaakt over de cliënten van de nachtopvang. Informatie daaruit, en vanuit signalen van ketenpartners, laat zien dat het gewenste resultaat hier niet is behaald.

4

Het aantal nieuwe cliënten dat in aanmerking komt voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen is 20% gedaald in 2020 ten opzicht van 2015.

De nieuwe aanmeldingen voor, en daarmee de vraag naar, MO/BW is onverminderd hoog gebleven.

5

Van de nieuwe instroom Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen woont 60% zelfstandig in 2020.

Tussen 2015 en 2017 zien we dat 40% van de nieuwe instroom in aanmerking komt voor een vorm van zelfstandig wonen. Daarna is meer ingezet op zelfstandig wonen (door uitbreiding van de capaciteit en de levering van extra woningen) en is besloten om naar de verhouding van de totale groep in de opvang te kijken aangezien dit een beter inzicht geeft in het aandeel dat zelfstandig (individueel of in groepsverband) woont. In 2019 zien we dat de meerderheid (58%) zelfstandig woont (ten opzichte van circa 40% in 2015). Alhoewel de cijfers van 2020 nog niet bekend zijn, is de verwachting dat deze doelstelling wordt behaald.

6

Minimaal 20% van de 24-uurs­ voorzieningen Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen is afgebouwd na 2020.

Circa 10% van de 24-uurscapaciteit is afgebouwd. Gedurende de periode van het Koersbesluit is op twee momenten besloten de afbouwdoelstelling bij te stellen: • In 2018 is de afbouw zes maanden opgeschort. Dit is gedaan om de stagnerende uitstroom uit de GGZ klinieken op gang te brengen • In februari 2020 is besloten met afbouw te stoppen. Dit is gedaan vanwege de toename op de wachtlijst. Na zomer 2020 volgde een tijdelijke opbouw van capaciteit door het in gebruik­ nemen van leegstaande capaciteit om aan deze groeiende behoefte te voldoen.

Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief

41

Nr.

Prestatie indicator

Bevindingen

7

Alle mensen die in aanmerking komen voor MO/BW kunnen binnen drie maanden gebruikmaken van een integraal aanbod gericht op participatie na 2020.

De wachttijd voor de volwassenketen is in de eerste jaren gedaald. Dit werd veroorzaakt doordat meer mensen vanuit de wachtlijst op een voorziening werden geplaatst; met name plaatsingen op individueel begeleid wonen steeg sterk. Dit is grotendeels te danken aan de successen van het Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen. Ondanks de daling bleef de wachttijd hoger dan de gestelde doelstelling. Sinds 2018 is de wachttijd toegenomen. Vanaf medio 2018 is de levering van het aantal sociale huurwoningen achtergebleven bij de afspraak. Ook valt de toename van de wachttijd samen met de periode waarin de vraag is toegenomen (indicator 4). In 2020 zien we ongeveer een verdubbeling van het aantal mensen dat >1 jaar op de wachtlijst staat, ten opzichte van begin 2019.

8

Nieuwe aanmeldingen van MO of BW voorziening zijn – waar nodig – binnen drie maanden voorzien van een passende financiële ondersteuning.

De aanmeldingen voor FiBu worden allemaal binnen drie maanden afgehandeld. Daarmee is de doelstelling behaald. Sinds 2019 is de doelstelling aangescherpt, aangezien de meeste aanmeldingen binnen 7 weken worden afgehandeld.

9

Alle mensen in de Maatschappelijke Opvang/Beschermd Wonen die doorstromen naar een woning beschikken over een terugval­ preventieplan na 2020.

Doelstelling ten aanzien van terugvalpreventieplannen voor mensen in een omslag­ woning is omgezet in verschillende acties waarvan de resultaten niet als geheel te kwantificeren zijn. Deze acties betreffen onder andere de introductie van de Crisiskaart en de doorontwikkelingen van verschillende Respijtvoorzieningen om een extra vangnet te bieden en daarmee terugval in de MO/BW-keten te voorkomen. Resultaten van deze acties worden nog verzameld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10408860/1