Raadsbesluit2021-158A 1. Beleidsprogramma Aanpak Dakloosheid 2021-2025 Een nieuwe
Tekst van het document
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
Voorwoord Het aantal dak- en thuislozen in Nederland liep de afgelopen jaren op tot 39.000 in 2018. Alhoewel de cijfers lijken te stagneren, telt Nederland volgens het CBS op 1 januari 2020 nog steeds 36.000 dak- en thuislozen. In AmsterdamAmstelland hebben wij in 2020 ongeveer 4.700 mensen met een maatwerkvoorziening binnen Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen en dit is nog lang niet voldoende, want er staan daarnaast nog eens ongeveer 2.000 mensen op een wachtlijst. Dit zijn er te veel. Het gaat om volwassenen, jongvolwassenen en gezinnen met kinderen die om verschillende redenen geen dak boven het hoofd hebben. Niet alleen de meest kwetsbare groep – waarbij verslaving, schulden, licht verstandelijke beperking, psychiatrische ziektebeelden of psychische stoornissen een rol speelt – neemt toe, ook het aantal economisch daklozen groeide vanwege de economische crisis. Dit is een groep daklozen die geen (zware) zorgvraag heeft, maar bijvoorbeeld door echtscheiding of verlies van inkomen hun woning verliest en niet in staat is weer eigen woonruimte te vinden. De groei van deze groep zien we ook terug in de regio Amsterdam-Amstelland. De schattingen lopen uiteen van 1.100 tot 2.500 mensen die jaarlijks economisch dakloos raken. De situatie op de woningmarkt in onze regio draagt hier ook aan bij.
Er is immers sprake van een groot tekort aan sociale huurwoningen en fors gestegen prijzen van koopwoningen en huren van huurwoningen in de particuliere sector.
Ook is het zeker dat de huidige pandemie grote impact heeft op de Nederlandse samenleving. Zo zijn er veel bedrijven die hun omzet terug zien lopen, met als gevolg noodgedwongen ontslagen. Het is nog te vroeg om de effecten van de pandemie op dak- en thuisloosheid in zijn geheel te overzien, maar we zien nu in AmsterdamAmstelland al een toename van aanvragen voor ondersteuning en meer economisch daklozen vanwege COVID-19. Dakloosheid kan ons allemaal overkomen. Landelijke regelgeving, zoals de kostendelersnorm, kan ook tot dakloosheid leiden. Door de huidige kostendelersnorm kunnen mensen in de bijstand moeilijker hun woning delen met anderen. Zeker in het geval van jongvolwassenen leidt de kostendelersnorm soms tot schrijnende situaties. Zo komt het voor dat jongeren na hun 18e verjaardag op straat terechtkomen omdat de bijstand van de ouder anders verlaagd wordt. Jongeren hebben vaak niet voldoende inkomen om een betaalbare woonruimte te vinden en de kans dat zij via ‘bankhoppen’ in onveilige en uitzichtloze situaties terechtkomen neemt toe. Ondertussen zien we in Amsterdam-Amstelland ook dat de druk op de opvang oploopt. In voorgaande jaren is de opvang dan wel uitgebreid, toch zijn de wachtlijsten helaas niet korter geworden. De grenzen van uitbreiding zijn bereikt: daarvoor zijn geen middelen meer beschik baar.
De vraag blijft echter groeien en de uitstroom uit de opvang stagneert vanwege het gebrek aan betaalbare woningen. Ook is er een blijvend hoge vraag naar 24-uursopvang door ambulantisering van de GGZ en forensische zorg. Omdat de trajecten in de specialistische GGZ en forensische zorg korter duren Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
2
bieden op een nieuwe start en daarmee op maatschap al voor in, daar gaan we mee door en daar zetten we n gemeente meer integraal te werken. Dakloosheid is im ontstaat meestal vanuit andere leefgebieden zoals het nog winst te behalen. komen mensen met zwaardere problematiek binnen bij de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Zij hebben vaker dan voorheen intensievere onder steuning nodig. Dak- en thuisloosheid is schadelijk voor hen die het overkomt en voor de maatschappij. Het is onze maat schappelijke opdracht om inwoners die dak- en/of thuisloos (dreigen te) worden perspectief te bieden op een nieuwe start en daarmee op maatschappelijk en economisch herstel. Daar zetten we ons al voor in, daar gaan we mee door en daar zetten we nu weer nieuwe stappen in. Bijvoorbeeld door als gemeente meer integraal te werken. Dakloosheid is immers niet alleen een zorgprobleem, maar ontstaat meestal vanuit andere leefgebieden zoals het verliezen van een inkomen of een huis. Hier valt nog winst te behalen. Vroegsignalering en vroeginterventie is van groot belang. Om dakloosheid te voorkomen moeten we snel kunnen handelen als iemand zich meldt met een vraag naar ondersteuning. En als mensen toch dakloos worden willen we een springplank bieden naar maatschappelijk herstel en een zelfstandig bestaan.
De Buurtteams Amsterdam en de lokale teams in Amstelland hebben hier samen met de specialistische partners vanuit Maatschappelijke opvang/Beschermd wonen (MOBW) en de diensten vanuit Werk, Participatie en Inkomen
(WPI) een belangrijke rol in. Niet alleen ondersteuning, maar vooral een woning en een eigen plek dragen bij aan herstel en participatie. Creativiteit is noodzakelijk om elke kans in de regio te benutten om structurele, maar ook tijdelijke woonmogelijkheden te realiseren. Alleen zo kunnen we de opvangketen beschikbaar en betaalbaar houden voor acute nood in plaats van voor langdurige opvang. Een goede samenwerking binnen de regio Amsterdam-Amstelland is van groot belang om de ondersteuning bij dreigende dakloosheid snel en dichtbij te organiseren. De visie en uitgangspunten zijn in dit beleidsprogramma gedetailleerd uitgewerkt voor Amsterdam als centrumgemeente, maar de uitgangs punten zijn in nauwe samenwerking met de regio gemeenten opgesteld. In een apart regioplan zullen de uitgangspunten en de decentralisatie van MOBW naar Diemen, Uithoorn, Ouder- Amstel, Aalsmeer en Amstelveen worden uitgewerkt. Mede ondertekend namens Laurens Ivens (wethouder Wonen), Rutger Groot Wassink (wethouder Sociale Zaken en Diversiteit) en Marjolein Moorman (wethouder Onderwijs en Armoede). Alsmede door de wethouders zorg van de regio Amstelland: Wilma Alink-Scheltema (Aalsmeer), Marijn van Ballegooijen (Amstelveen), Jeroen Klaasse (Diemen), Rineke Korrel (Ouder-Amstel) en José de Robles (Uithoorn).
Vroegsignalering en vroeginterventie is van groot bela snel kunnen handelen als iemand zich meldt met een v dakloos worden willen we een springplank bieden naar bestaan. De Buurtteams Amsterdam hebben hier sam Maatschappelijke opvang/Beschermd wonen (MOBW) Inkomen (WPI) een belangrijke rol in. Niet alleen onde plek dragen bij aan herstel en participatie. Creativiteit benutten om structurele, maar ook tijdelijke woonmog opvangketen beschikbaar en betaalbaar houden voor a
Mede ondertekend namens Laurens Ivens (wethouder Sociale Zaken en Diversiteit) en Marjolein Moorman (w
Simone Kukenheim Wethouder Jeugd en Zorg
Simone Kukenheim Wethouder Onderwijs Jeugd en Zorg
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
3
Inhoudsopgave Voorwoord
2
1 Samenvatting
5
2 Focus 2021-2025
8
2.1 Ambitie en Speerpunten 2.2 Uitgangspunten 2.3 Dilemma’s 2.4 Doelgroep
8 10 11 12
3 Speerpunt 1: Vroegsignalering en vroeginterventie
13
4 Speerpunt 2: Vergroten aanbod woonoplossingen
17
4.1 Vergroten aanbod structurele woonoplossingen 4.2 Verbeteren tijdelijke opvang- en woonmogelijkheden
17 18
5 Speerpunt 3: Goede ondersteuning op maat
21
6 Speerpunt 4: Duurzaam maatschappelijk herstel
26
7 Financiën
30
8 Monitoren en sturen
32
Bijlage 1: Totstandkoming van het beleidsprogramma Bijlage 2: Trends & ontwikkelingen Bijlage 3: Evaluatie Koersbesluit Thuis in de Wijk 2016-2020 Bijlage 4: Begrippen- en afkortingenlijst
34 35 40 43
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
4
H1
Samenvatting Het Beleidsprogramma Aanpak Dakloosheid ‘Een nieuwe start’ is de opvolger van het Koers besluit Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen 2016-2020 ‘Thuis in de Wijk’. De evaluatie van ‘Thuis in de Wijk’ is opgenomen in bijlage 2. Met ‘Thuis in de Wijk’ is al een beweging van vermaatschappelijking en inclusie in gang gezet. Het huidige, vernieuwde beleidsprogramma zet daar de komende vier jaar vervolgstappen in. ’Een nieuwe start’ schetst de kaders voor ondersteuning van kwetsbare inwoners uit de
Leeswijzer Amstelland De speerpunten en uitgangspunten in dit beleids programma gelden voor Amsterdam-Amstelland; de uitwerking ervan en de bijhorende resultaten en acties, zijn in dit beleidsprogramma voornamelijk beschreven voor Amsterdam. De regiogemeenten Ouder-Amstel, Uithoorn, Diemen, Aalsmeer en Amstelveen stellen, in samenwerking met de gemeente Amsterdam, in 2021 een regioplan op in aanvulling op dit beleidsprogramma waarin de vertaalslag naar de lokale situatie goed gemaakt kan worden. De regiogemeenten zullen als gevolg van de toekomstige doordecentralisatie een groeiend aandeel leveren in de preventie, opvang en uitstroom rondom dakloosheid en beschermd wonen. Hierbij gaat het om het doordecentraliseren
regio Amsterdam-Amstelland. Hierbij gaat het om inwoners die dak- of thuisloos zijn of dreigen te worden, maar ook om inwoners die vanuit beschermd wonen een vorm van opvang of ondersteuning nodig hebben. Het programma loopt van 2021 tot en met 2025. De ambitie van dit beleidsprogramma is: iedereen die in de regio Amsterdam-Amstelland dakloos wordt of dreigt te worden ontvangt herstelondersteunende begeleiding. Op deze manier kunnen zij makkelijker aan maatschappelijk en economisch herstel werken.
van verantwoordelijkheden en financiën van de centrumgemeente. Het regioplan geeft richting aan de opbouw en ontwikkeling van preventie, de lokale expertise, de toegang, uitstroom naar de regio gemeenten en de financiële afspraken onder de doordecentralisatie. Bij de inrichting van de doordecentralisatie binnen de regio AmsterdamAmstelland is gekozen voor het leidend principe: lokaal wat kan, regionaal wat moet en subregionaal waar nodig. Dit betekent dat verschillende interventies anders vormgegeven kunnen worden. Een voorbeeld hiervan is dat verblijfsvoorzieningen voor MOBW regionaal worden georganiseerd, maar dat preventie passend bij de eigen gemeente lokaal ingericht kan worden. De opvang van economsich daklozen zal subregionaal georganiseerd worden.
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
5
Uitgangspunten Aankomende jaren zijn er acht algemene uitgangspunten die het beleidsprogramma inkleuren. 1. Wijkgericht en dichtbij: elke inwoner kan in zijn of haar eigen buurt of wijk zo snel mogelijk ondersteund worden. 2. Focus op tijdelijkheid en Housing first: de meeste mensen die blijvend 24-uurszorg nodig hebben vallen sinds 2021 niet meer onder de Wmo, maar onder de Wlz. Hierdoor is het tijdelijk karakter bij de herstel-ondersteunende begeleiding in de MO/BW-keten leidend. 3. Inzet op tijdelijke woonmogelijkheden: naast de bouw van nieuwe woningen versterken we de beweging naar nieuwe woonmogelijkheden. 4. Speciale aandacht voor economisch daklozen, dakloze jongvolwassenen en gezinnen met kinderen. Er is een groeiende groep economisch daklozen die een andere ondersteuningsvraag heeft dan de oorspronkelijke MO/BW-doelgroep. Ook moeten jongvolwassenen die aan het begin van hun leven staan alle kansen krijgen om zich te ontwikkelen en participeren. Tot slot verdienen gezinnen met kinderen speciale aandacht omdat de kinderen vaker in onveilige situaties opgroeien en dit zeer onwenselijk is. Bij al deze groepen is het van groot belang om snel de juiste hulp te kunnen bieden om daarmee erger te voorkomen. 5. Zelfregie als uitgangspunt: het is van belang dat cliënten zelf regie hebben, kunnen nemen en krijgen over hun eigen traject. 6.
Inzet van ervaringsdeskundigheid: het structureel inzetten van ervaringsdeskundigheid draagt bij aan
het bieden van de ondersteuning die het beste aansluit bij de behoefte van een cliënt. 7. Integrale aanpak vanuit de directies Zorg, GGD, Wonen en Werk, Participatie en Inkomen: hierdoor zijn interventies beter op elkaar afgestemd. Dakloosheid is niet alleen een zorgprobleem maar ontstaat meestal vanuit andere leefgebieden, zoals het verliezen van een inkomen of een huis. 8. Samenwerking in de regio: regiogemeenten leveren een groeiend aandeel in preventie, opvang en uitstroom rondom dakloosheid en beschermd wonen.
Dilemma’s Alhoewel alles op alles gezet wordt om de beoogde ambitie te behalen is het belangrijk om te realiseren dat dit beleidsprogramma de problematiek van dakloosheid niet kan oplossen. Dit heeft verschillende oorzaken: • In de eerste plaats is er een tekort aan betaalbare woningen, vooral voor kwetsbare doelgroepen. Met de inzet op het vergroten van het aanbod van woonoplossingen wordt er resultaat geboekt, maar het is goed te realiseren dat ondanks die stappen het tekort aan betaalbare woningen de komende jaren niet wordt opgelost. • In de tweede plaats is het budget voor opvang en hulpverlening onvoldoende om iedereen die zich meldt direct te kunnen helpen en daarmee dakloosheid in Amsterdam-Amstelland structureel op te lossen. • Bij het niet structureel maken van de middelen vanuit het Landelijke Plan van Aanpak worden een aantal maatregelen in het beleidsprogramma na 2021 of 2022 afgebouwd.
Speerpunten Bij de ambitie van dit beleidsprogramma horen vier speerpunten. Voor elk speerpunt zijn resultaten en acties benoemd. Speerpunt 1: Vroegsignalering en vroeginterventie We willen voorkomen dat mensen dakloos raken. De toegespitste expertise op gebied van huisvesting, werk, inkomen en GGZ is laagdrempelig en toegankelijk. Daarbij worden signalen van dreigende dakloosheid eerder opgepakt. Buurtteams Amsterdam speelt hierbij een belangrijke rol aangezien dit de eerste plek is waar mensen zich kunnen melden met een ondersteunings vraag. Daarnaast ondersteunen we de oprichting van een daklozenkantoor. Hier krijgen daklozen de mogelijkheid om te werken aan hun maatschappelijk herstel en kan men gebruik maken van onafhankelijke cliëntondersteuning vanuit de Straatalliantie. Economisch of dreigend daklozen hebben via het project ‘Briefadressen’ recht op een briefadres. Ze krijgen daarbij begeleiding met een op persoon gemaakt perspectiefplan. Tot slot biedt het team ‘economisch daklozen’ van De Regenboog Groep kortdurende en intensieve begeleiding aan economisch daklozen.
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
6
Speerpunt 2: Vergroten aanbod woonoplossingen Het behoud én vermeerdering van betaalbare woningen is één van de sleutels bij het oplossen en voorkomen van dakloosheid. Aankomende jaren worden er in Amsterdam veel nieuwe woningen gebouwd en wordt de bestaande voorraad beschermd. We willen een groter aanbod van omslagwoningen om zo de directe instroom van de MO/BW-doelgroepen te bevorderen. Daarnaast komt er met de regio een nieuw woonruimteverdeelsysteem. Hierdoor krijgen mensen in kwetsbare positie meer kans op een sociale huurwoning. Dit is echter nog niet genoeg. Daarom wordt er geïnvesteerd in tijdelijke bouw en transformatie van panden. Bij tijdelijke bouw zetten we in op huurcontracten die op maat zijn gesneden waar door een huurder voor een langere periode kan huren. Daarnaast worden tijdelijke woonmogelijkheden in Amsterdam en regio vergroot, zoals opvang in hotels en het project ‘Onder de Pannen’.
Speerpunt 4: Duurzaam maatschappelijk herstel We willen voorkomen dat mensen die uit de schuldhulp verlening komen of klaar zijn om vanuit de opvang door te stromen naar een nieuwe werkplek of zelfstandige woning terugvallen. Het is belangrijk dat de inwoner tijdens het gehele traject toegang blijft houden tot het brede aanbod van interventies, zoals bij andere speer punten omschreven. Het snel kunnen op- en afschalen van ondersteuning draagt bij aan een duurzaam herstel.
Monitoring Dit beleidsprogramma heeft grote ambities die worden nagestreefd door verschillende wethouders. Om te zorgen dat we deze ambities kunnen waarmaken én tijdig kunnen bijsturen is monitoring van essentieel belang. Niet alleen om te zien of we de resultaten behalen, maar ook vanwege de groei van de daklozenpopulatie, de beschreven ontwikkelingen van het aanbod en de doelgroep en de gevolgen van de coronapandemie. Daarom wordt er een integrale monitor opgezet en uitgevoerd door de Amsterdamse gemeentelijke directies Zorg, WPI, Wonen, GGD, de stadsdelen, vertegenwoordiging van regio gemeenten, zorgaanbieders, cliëntvertegenwoordiging en het bredere veld.
Speerpunt 3: Goede ondersteuning op maat We zetten zo snel mogelijk in op een breed en op maat ingericht ondersteuningstraject waarbij het doel maatschappelijk en economisch herstel is. Uiteraard passend bij het perspectief van de inwoner. Momenteel staan mensen te lang op de wachtlijst voor een MOBWtraject. We proberen met verschillende maatregelen de instroom in de MOBW-keten te verkleinen en trajecten te verkorten. We zetten direct begeleiding in wanneer iemand in aanmerking komt voor een MOBW-traject en we vergroten de succesvolle resourcegroepen methodiek. Ook zetten we in op maatwerk van interventies op gebied van werk, wonen, inkomen en schulden. Op die manier is de ondersteuning passend bij de ondersteuningsvraag en staan er geen bureaucratische belemmeringen in de weg. Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
7
H2
Focus 2021-2025 In dit hoofdstuk leest u onze ambities en bijbehorende speerpunten. De maatschappelijke trends en ontwikkelingen zijn opgenomen in bijlage 2.
2.1 Ambitie en Speerpunten Ambitie: een beter perspectief bij (dreigende) dakloosheid Huisvesting is een mensenrecht en herstel begint met een huis, zoals ook het advies van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (hierna RVS) stelt. Het is de ambitie van dit beleidsprogramma om met iedereen die in de regio Amsterdam-Amstelland dakloos wordt of dreigt te worden samen aan een nieuwe start en daarmee maatschappelijk en economisch herstel te werken. Bij deze ambitie horen vier speerpunten. Speerpunt 1: Vroegsignalering en vroeginterventie Dakloosheid voorkomen is beter dan dakloosheid oplossen. Kwetsbare inwoners die dakloos dreigen te worden hebben we daarom eerder in beeld. Woonproblemen of andere bestaansonzekerheden die kunnen leiden tot dakloosheid – zoals schulden of eenzaamheid – worden snel en vroegtijdig gesignaleerd. Samen met de kwetsbare inwoner wordt via vroeginterventie getracht om dakloosheid te voorkomen. Tevens wordt dakloosheid sneller omgebogen naar maatschappelijk herstel. Vroegsignalering en vroeg interventie worden dus ingezet op alle leefgebieden.
Speerpunt 2: Vergroten aanbod woonoplossingen De meest voor de hand liggende en noodzakelijke oplossing voor dakloosheid is meer betaalbare woningen. Daarom gaan we in Amsterdam de komende jaren veel nieuwe woningen bouwen en moeten we de bestaande voorraad blijven beschermen. Ook zullen we met de regio een nieuw woonruimteverdeelsysteem invoeren, waarin mensen die in een kwetsbare positie zitten meer kans krijgen. Dit is echter niet genoeg om de woonvraag van met name lage inkomensgroepen op te lossen. Daarom investeren we in tijdelijke bouw en transformatie van bestaande panden. Bij tijdelijke bouw zetten we in op tijdelijke huur contracten die op maat zijn gesneden. Het is hierdoor mogelijk dat een huurder voor een langere periode kan huren dan de gebruikelijke drie jaar. Voor de corporaties verlaagt dit de drempel om deze woningen voor een langere periode aan dezelfde persoon te verhuren, zonder het risico dat de persoon de woning niet meer verlaat zodra het tijdelijke complex ophoudt te bestaan. Niettemin moet het doel blijven dat de huurder terecht komt in een permanente woning met een huurcontract voor onbepaalde tijd. Kanttekening bij alle te nemen acties is dat ook met deze aanvullende maatregelen er niet voldoende woonruimte zal zijn voor alle daklozen in Amsterdam.
Landelijke inzet voor extra woningen en beter spreiden van de opvang en huisvesting van statushouders is noodzakelijk. Daarom lobbyen we bij het Rijk ook voor een brede en integrale afweging van de diverse doel groepen die opvang en huisvesting nodig hebben in een gemeente.
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
8
Speerpunt 3: Goede ondersteuning op maat We zetten zo snel mogelijk in op een breed en op maat ingericht ondersteuningstraject waarbij maatschappelijk en economisch herstel het doel zijn. Hierbij gaat het om maatwerk van ondersteuning door hulpverleners, maar ook eigen inzet op de leefgebieden wonen, werk, inkomen, onderwijs en veiligheid is van belang. Het doel is dat mensen gegeven hun perspectief zo snel mogelijk, in een veilige omgeving, weer kunnen participeren. Speerpunt 4: Duurzaam maatschappelijk herstel We willen voorkomen dat mensen terugvallen die uit de schuldhulpverlening komen of klaar zijn om vanuit de opvang door te stromen naar een nieuwe werkplek of zelfstandige woning. Om dit te realiseren is het van belang dat er sprake is van duurzaam maatschappelijk herstel om zodoende nieuwe bestaansonzekerheden te voorkomen. Dit plan omschrijft niet het volledige aanbod waar dakof thuisloze inwoners van Amsterdam-Amstelland gebruik van kunnen maken. Dit beleidsprogramma legt de nadruk op nieuwe Amsterdamse maatregelen of daar waar een intensivering plaatsvindt. De beschrijving van de maatregelen in dit beleidsprogramma zijn dus niet alomvattend. We doen nog zoveel meer dan beschreven.
Speerpunt 1:
Vroegsignalering en vroeginterventie Speerpunt 2:
Vergroten aanbod woonoplossingen Speerpunt 3:
Goede ondersteuning op maat Speerpunt 4:
Duurzaam maatschappelijk herstel
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
9
2.2
Uitgangspunten
Naast de ambitie en speerpunten die wij de komende jaren nastreven is er een aantal algemene uitgangs punten dat dit beleidsprogramma inkleurt.
Wijkgericht en dichtbij Sinds 1 april 2021 kan elke Amsterdammer – ook daken thuislozen – terecht bij een buurtteam in een wijk naar keuze voor vragen en ondersteuning op het gebied van wonen, welzijn, inkomen, schulden en veiligheid. Het buurtteam doet aan brede vraagverheldering en ondersteunt waar mogelijk de Amsterdammer zelf. Brede vraagverheldering betekent dat er op alle leef gebieden wordt gekeken welke ondersteuning een Amsterdammer nodig heeft. Er wordt niet gefocussed op één bepaald leefgebied. Omdat de toegang tot ondersteuning via het buurtteam verloopt kan iemand in zijn of haar eigen buurt of wijk zo snel mogelijk ondersteund worden.
Focus op tijdelijkheid en Housing First Sinds 1 januari 2021 vallen de meeste mensen die blijvend 24-uurs zorg nodig hebben niet meer onder de Wmo, maar onder de Wet langdurige zorg (Wlz). Daarmee wordt het tijdelijke karakter en dus de gerichtheid op maatschappelijk herstel leidend in de ontwikkeling van de ondersteuning in de stedelijke en regionale Maatschappelijke Opvang/Beschermd Wonen (hierna MO/BW-keten). Uit onderzoek blijkt herstel in de eigen woonomgeving tot 70% beter en sneller te verlopen.
Inzet op tijdelijke woonmogelijkheden De druk op de Amsterdamse en regionale woningmarkt is groot. Er is een groot tekort aan betaalbare woningen. Als gevolg hiervan maken we naast de bouw van nieuwe woningen ook een beweging naar nieuwe woonmogelijk heden, door onder andere de inzet van hotels of sloop woningen. Met het voorlopig achterblijvende aanbod in de sociale huursector zullen we lokaal moeten blijven monitoren waar de kansen op transformatie (vastgoed, hotels, etc.) of (tijdelijke) nieuwbouw zich aandienen. Alternatieve en/of zelfgekozen woonoplossingen kunnen we daarnaast ook bevorderen en ondersteunen. Huisvestingsvragen van mensen die kunnen door stromen uit opvang en verblijfsvoorzieningen zijn dan ook niet langer alleen afhankelijk van vrijkomende sociale huur. Ook voor hen geldt dat, indien passend bij hun perspectief, een eigen huis ook in een studio, een verbouwd hostel of een tijdelijke woning kan worden gevonden.
Speciale aandacht voor economisch daklozen, dakloze jongvolwassenen en gezinnen met kinderen Er is een aantal groepen dat specifieke aandacht nodig heeft: • Economisch daklozen: deze groep is de laatste jaren erg gegroeid en heeft een andere behoefte aan ondersteuning dan de doelgroep die van oorsprong in aanmerking komt voor MO/BW. Onder economisch daklozen vallen ook daklozen uit andere EU-landen. • Dakloze jongvolwassenen: jongvolwassenen vragen om extra aandacht omdat hun situatie zich onder scheidt van die van volwassenen. Ze staan aan het begin van hun leven en moeten alle kansen krijgen
om zich te ontwikkelen en te participeren. Aandacht is er ook voor biculturele dakloze jong volwassen met een lhbtiq+ achtergrond en kwetsbare jongvolwassen vrouwen. • Gezinnen met kinderen: omdat kinderen in deze gezinnen vaker in onveilige situaties opgroeien, hebben extra aandacht en het snel kunnen inzetten van de juiste hulp prioriteit, zodat deze kwetsbare kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen. Een ontwikkeling die positief kan uitwerken voor de hierboven genoemde groepen is het nieuwe punten systeem van woonruimteverdeling, dat medio 2022 zal ingaan. In actie 3 onder speerpunt 2 lichten we dit systeem verder toe.
Zelfregie als uitgangspunt Het is van belang dat cliënten zelf regie hebben, kunnen nemen en krijgen over hun eigen traject. Het ervaren van zelfregie draagt bij aan herstel en vormt dan ook een belangrijk onderdeel van de dienstverlening die geboden wordt binnen MO/BW. Uiteindelijk is het de cliënt die de ondersteuning ontvangt en in samenspraak met de begeleider zijn traject bepaalt. De dienstverlening binnen MO/BW is gericht op blijvende stimulering van zelfredzaamheid, passend bij de cliënt. Hiertoe zijn de volgende leidende principes opgesteld: 1. Focus op een duurzame relatie met een cliënt, in plaats van op gestandaardiseerde processen; 2. Focus op doen en ontwikkelen, in plaats van op praten en denken; 3. Meer focus op een ondersteunend sociaal netwerk, in plaats van op praktische woonvaardigheden.
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
10
Vanuit een gelijkwaardig perspectief kijken we samen met mensen naar de passende stappen voor herstel. Daarom is het van belang dat bij (dreigende) dakloosheid zo snel mogelijk een goede probleemanalyse wordt gemaakt, zodat een ondersteuningstraject op maat sneller kan beginnen.
Inzet van ervaringsdeskundigheid Het uitbreiden en structureel inzetten van ervarings deskundigen draagt bij aan de ontwikkeling van het ondersteuningsaanbod. Op die manier vind je de beste aansluiting op de behoefte van een cliënt. Daarbij sturen we enerzijds op de inzet van professionele of vrijwillige ervaringsdeskundigen die direct bijdraagt aan het herstel van anderen. Anderzijds betrekken we doorlopend ervaringsdeskundigen bij het (door)ontwikkelen en monitoren van het aanbod.
Integrale aanpak vanuit de directies Zorg, GGD, Wonen en Werk, Participatie en Inkomen (WPI) We constateren dat dakloosheid toeneemt in de maatschappij. Hierbij blijkt steeds vaker dat dakloosheid niet alleen een zorgprobleem is, maar ook ontstaat vanuit andere leefgebieden. Denk aan het verliezen van een inkomen of een woning. Daarom is het belangrijk dat we het vraagstuk van dakloosheid niet alleen vanuit zorg aanvliegen, maar dat er een gezamenlijke verantwoordelijkheid bestaat vanuit de verschillende directies Zorg, GGD, Wonen en WPI. Oftewel: een gezamenlijke verantwoordelijkheid bij de voorkoming van dakloosheid. Hier is integrale sturing en verantwoording voor nodig. Daarnaast werken r egiogemeenten aan de
transformatie van het sociaal domein om tot een integrale aanpak te komen die ook op dakloosheid van toepassing is.
Samenwerking in de regio De gemeente Amsterdam ontvangt als centrumgemeente de middelen voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen voor de regio Amsterdam-Amstelland. De regio gemeenten mandateren Amsterdam om uitvoering te geven aan deze beleidsterreinen. Deze mandatering en de bijhorende dienstverleningsovereenkomst lopen tot eind 2021. Per 1 januari 2022 start de inhoudelijke doordecentralisatie van Beschermd Wonen plaats. Per 1 januari 2023 volgt de financiele doordecentralisatie. Naar verwachting zullen eind 2021 de defintieve financiele effecten van het nieuwe verdeelmodel bekend worden. Dit vraagt om hernieuwde (financiële) samen werkingsafspraken. Deze zullen hun beslag krijgen in het eerder genoemde regioplan waar naast de financiën ook afspraken over preventie, toegang en uitstroom uit MOBW worden vastgelegd. Het uitgangspunt in de regionale samenwerking is: lokaal wat kan, regionaal wat moet en subregionaal waar nodig. Deze richting doet het meeste recht aan de lokale verantwoordelijkheid, efficiëntere verdeling van de taken en de beste begeleiding voor de kwetsbare inwoners. Het beleids programma zal samen met het regioplan in het najaar van 2021 aan de gemeenteraden van de Amstelland gemeenten worden voorgelegd.
2.3
Dilemma’s
In de voorgaande hoofdstukken lichtten we de ambitie, het viertal speerpunten en de uitgangspunten van het beleidsprogramma toe. Dit laat de focus voor de komende jaren zien. Alhoewel we alles op alles zetten om de beoogde ambitie te behalen is het tegelijkertijd goed om te realiseren dat dit beleidsprogramma de problematiek van dakloosheid niet structureel kan oplossen. Dit heeft verschillende oorzaken: • In de eerste plaats is er een tekort aan betaalbare woningen, met name voor kwetsbare doelgroepen. Door in te zetten op het vergroten van het woning aanbod wordt er zeker resultaat geboekt, maar ondanks dat blijft er een groot tekort aan betaalbare woningen. Het probleem wordt hiermee de komende jaren dus nog niet opgelost. • In de tweede plaats is het budget voor opvang en hulpverlening onvoldoende om iedereen die zich meldt direct te kunnen helpen en daarmee dakloosheid structureel op te lossen. In het kader van het Landelijk Plan van Aanpak Dakloosheid is richting het Rijk aangegeven dat de extra incidentele middelen veel mogelijkheden bieden, maar dat een structurele oplossing vraagt om structureel extra middelen. Dit betekent dat er binnen het budget keuzes gemaakt moeten worden. Denk bijvoorbeeld aan een strengere selectie bij de toegang tot de MOBW-keten.
• Een aantal maatregelen in het beleidsprogramma worden gefinancierd vanuit de incidentele middelen van het Landelijke Plan van Aanpak. Het gaat om een bedrag van €11.252.000 euro. Als de middelen Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
11
niet structureel gemaakt worden betekent dit dat een aantal maatregelen na 2021 of 2022 afgebouwd worden. Dit heeft dus gevolgen voor de ambitie van dit beleidsprogramma.
2.4
Doelgroep
Het beleidsprogramma ‘Een nieuwe start’ richt zich op een diverse groep kwetsbare burgers. Hierbij gaat het om verschillende groepen daklozen, maar ook burgers die ondersteuning vanuit beschermd wonen nodig hebben. Al deze groepen zijn enorm divers. Denk hierbij aan verschillende leeftijden, maar ook verschil in cultureleen seksuele identiteit. We benoemen de verschillende doelgroepen hieronder:
Doelgroepen onderdeel van dit beleidsplan: Kwetsbare daklozen: hiermee doelen we op de groep die in aanmerking komt voor ondersteuning thuis, of met verblijf binnen de MO/BW-keten. Mensen met een achtergrond van dak- of thuisloosheid komen hiervoor in aanmerking vanwege een stapeling van psychosociale en/of psychiatrische en/of lichtverstandelijke beperking (LVB) en andere complexe ondersteuningsvragen. Ook na een afgerond verblijf in voorliggende domeinen zoals Jeugdzorg, de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ), LVB-zorg en forensische zorg kunnen mensen in deze groep instromen. Economisch daklozen: hier gaat het om mensen met een huisvestingsprobleem waarbij ook problemen op diverse andere leefgebieden spelen. Het lukt hen niet
zelfstandig of met naasten de problematiek op te lossen. Deze doelgroep krijgt verschillende benamingen (zoals nieuwe daklozen, recent daklozen, zelfredzame daklozen). In dit beleidsprogramma hanteren we de term economisch daklozen. Deze groep neemt de laatste jaren al toe, maar het is voorstelbaar dat deze groep de komende jaren nóg verder toeneemt als gevolg van COVID-19. Jongvolwassen daklozen: dit zijn mensen in de leeftijdscategorie 18-23 jaar die onder de doelgroep van de Maatschappelijke Opvang Jongvolwassenen (MOJ) vallen. Deze groep bestaat uit alleenstaande jongvolwassenen, maar ook jongvolwassenen met een of meer kinderen. Onder de 18 jaar vallen deze jongvolwassenen niet onder de Wet maatschappelijke opvang (Wmo), maar onder de Jeugdwet. Iedereen boven de 23 jaar valt onder de volwassenketens van MO/BW. Met deze leeftijdsgrenzen wordt overigens flexibel omgegaan. Er wordt per persoon gekeken met welk ondersteuningsaanbod de jongere het beste geholpen is. Dakloze gezinnen: een of twee ouders met een of meer kinderen die dakloos zijn, en die geen verblijfsalternatief hebben (in hun netwerk, of anderszins). Daklozen uit andere EU-landen: in de EU is er vrij verkeer van personen tussen de landen die onderdeel vormen van de EU. De afgelopen jaren is vooral de instroom van personen uit Midden- en Oost-Europese landen (MOE-landen) naar Nederland groot.
Een aanzienlijk deel van deze immigranten is tijdelijk in Nederland om te werken. Helaas zijn er ook velen die dit (tijdelijk) niet redden, dakloos worden, op straat slapen of een beroep
moeten doen op de voorzieningen. Binnen deze groep is ook een deel dat problemen heeft of ontwikkelt op het gebied van middelenmisbruik of psychiatrie. De toegang tot de opvang voor deze groep is beperkt en onder andere afhankelijk van de duur van het (werkzame) verblijf in Nederland. In het algemeen komen zij hierdoor niet in aanmerking voor een traject in de maatschappelijke opvang. Wel zijn er in de verschillende steden organisaties die helpen bij repatriëring en overdracht naar hulp verlening in het eigen land. Kwetsbare mensen met psychiatrische problematiek: dit zijn mensen vanaf 18 jaar en ouder die te maken hebben met psychiatrische problematiek, of waarbij sprake is van een licht verstandelijke beperking. Hierdoor kunnen ze mogelijk (nog) niet zelfstandig wonen en deelnemen aan de samenleving.
Doelgroepen die geen onderdeel van dit beleidsplan zijn: Het programma richt zich niet op de groep ongedocumenteerden. Ter verduidelijking is hieronder de omschrijving van deze groep opgenomen. Ongedocumenteerden: de meest recente schatting van het aantal ongedocumenteerde vreemdelingen in Nederland is 35.530. In 2013 verbleef ruim een derde van hen in één van de vier grootste steden. De grootste groep vindt onderdak bij familie of vrienden, maar een deel van hen kan niet op het sociale netwerk bouwen en kan geen aanspraak maken op reguliere sociale voorzieningen. Hierdoor belanden ze op straat. Voor deze groep zijn 24-uursvoorzieningen ingericht.
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
12
H3
Speerpunt 1: Vroegsignalering en vroeginterventie Voorkomen dak- en/of thuisloosheid Resultaten die we willen behalen: 1. Vanaf 1 april 2021 kan elke Amsterdammer, ook een dak- of thuisloze, terecht bij een buurtteam voor vragen en ondersteuning op het gebied van wonen, welzijn, inkomen, schulden en veiligheid. 2. In 2025 zijn cliënten die zich met (dreigende) dakloosheid melden bij een buurtteam of onafhankelijke cliëntonder steuning tevreden over: • toegankelijkheid van informatievoorziening over het ondersteuningsaanbod; • vraagverheldering (snelheid, passend); • mate van zelfregie; • bejegening. 3. Mensen met schulden die dakloos dreigen te raken, worden zodanig geholpen op het gebied van werk, inkomen en schulden dat zij hun woning kunnen behouden. 4. Buurtteams, Veldwerk Amsterdam, Jongerenwerk en Meidenwerk en onderwijs werken nauw samen om jongvolwassenen met (dreigende) dak- en thuisloosheid te bereiken.
Omdat voorkomen beter is dan genezen willen we daken/of thuisloosheid voorkomen. Daar is vroegtijdige signalering van dreigende dakloosheid voor nodig. Enerzijds betekent dit dat op dakloosheid toegespitste expertise op het gebied van huisvesting, werk, inkomen en GGZ laagdrempelig moet zijn. Anderzijds betekent dit ook dat signalen van dakloosheid actief moeten worden opgehaald. Het buurtteam heeft hierin een belangrijke rol, aangezien dit de eerste plek is waar mensen zich kunnen melden met een ondersteunings vraag. De samenwerking tussen Buurtteam Amsterdam en andere partijen zoals stichting Woon!, Amsterdam Extra en onafhankelijke cliëntondersteuning voor daken thuislozen is hierbij van groot belang. Naast vroeg tijdig signaleren, moeten we de problemen die tot dreigend woningverlies leiden ook oplossen. Op die manier zorg je ervoor dat iemand in zijn of haar eigen woning kan blijven. Hierbij is het belangrijk dat er zo snel mogelijk een goed (eerste) gesprek wordt gevoerd met dreigend dak-en thuislozen. Aan de hand daarvan kan er beoordeeld worden welk ondersteuningstraject het best past. Hierbij moet aandacht zijn voor cultuuren gendersensitiviteit.
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
13
Actie 1.1: Expertise en ondersteuningsaanbod: nabij en toegankelijk Een sterke sociale basis in buurten en wijken is cruciaal voor vroegsignalering en vroeginterventie van dreigende dakloosheid. En dit is precies de beweging die Amsterdam op dit moment maakt door de sociale basis te versterken de buurtteams te introduceren. Op dit moment kunnen dak- en thuislozen terecht bij de screeningsbalie op de Jan van Galenstraat. Sinds 1 april 2021 kan elke Amsterdammer, ook (dreigend) dak- en thuislozen, terecht bij een buurtteam voor vragen en ondersteuning op het gebied van wonen, welzijn, inkomen, schulden en veiligheid. Het buurtteam doet aan brede vraagverheldering en ondersteunt waar mogelijk de Amsterdammer zelf. Als een buurtteam niet goed weet om te gaan met de hulpvragen van een cliënt, dan kunnen zij expertise inschakelen vanuit Amsterdam Extra (het netwerk van MOBW aanbieders), de Centrale Toegang of onafhankelijke cliëntondersteuning. De buurt teams worden geleidelijk uitgerold, waardoor de Centrale Toegang ieder geval nog in 2021 in de huidige vorm blijft bestaan. Uiteindelijk wordt de Centrale Toegang een tweedelijns toegang. Voor de regio betekent dit dat ook (dreigend) dakloze inwoners zich moeten kunnen melden bij de eigen gemeente, en waar mogelijk geholpen worden.
Bij de introductie van deze nieuwe werkwijze houden we rekening met het feit dat buurtteams een groeimodel hebben: in volume en in expertise. Zo blijft de Centrale Toegang voor MO/BW in 2021 direct toegankelijk voor
cliënten. We verwachten dat steeds meer Amsterdammers de weg naar een buurtteam vinden, waar zij eerder, beter en laagdrempeliger ondersteund worden. Bij de ontwikkeling van deze klantroute is de aandacht voor het eerste gouden gesprek van belang. Door ervaringsdeskundigen en onafhankelijke cliënt ondersteuters in te zetten worden cliënten gehoord, gezien en erkend. De lijnen tussen de buurtteams, ervaringsdeskundigen en onafhankelijke cliëntonder steuners zijn kort.
onderling expertise uit te wisselen en elkaar te betrekken bij het vinden van passende ondersteuning. Aanvullend blijven onafhankelijke cliëntondersteuners ook outreachend werken en bieden zij onafhankelijke ondersteuning wanneer cliënten vastlopen in het systeem. De cliënt voert zelf de regie en er is speciale aandacht voor zijn of haar unieke behoefte en kracht. De capaciteitsbehoefte van cliëntondersteuning zal vanaf 2022 gemonitord worden en is afhankelijk van de ontwikkelende rol van Buurtteams Amsterdam.
Binnen dit buurtteam starten alle klantroutes, ongeacht de mate van zelfredzaamheid. Ook voor EU-burgers of andere niet rechthebbenden. Met (dreigend) dak- en thuislozen beoordelen we samen welke mix van onder steuning en instrumenten passend is voor de snelste weg naar maatschappelijk herstel.
Om de vroegsignalering verder te verbeteren onder zoeken we hoe de eerste signalen bij vindplaatsen (huisartsen, leerplichtambtenaren, aanvraag brief adressen, jongerenpunten, schuldhulp meldpunt ZWO en corporaties) kunnen leiden tot vroeginterventies. De vindplaatsen worden ook geïnformeerd over de nu nog stedelijke startpunten van de klantroutes. Daarnaast onderzoekt de Chief Technology Officer in 2022 hoe Artificial Intelligence kan worden toegepast om dreigende dak- en thuisloosheid eerder te kunnen signaleren.
Naast buurtteams zullen er ook onafhankelijke cliënt ondersteuners beschikbaar zijn voor laagdrempelige ondersteuning en snelle vraagverheldering. Dit doen zij door nauwe relaties te onderhouden met de buurtteams,
“Ik neem alleen wat van anderen aan als ze zelf iets hebben meegemaakt, als ze mijn wereld begrijpen. Zoals de persoon die op onze school kwam om over drugs te vertellen. Diegene had zelf gebruikt en was in de problemen geraakt, naar zo iemand luister ik, daar heb ik wat aan.” Over het belang van ervaringsdeskundigheid - Lina
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
14
Tot slot ondersteunen we in 2021/2022 de oprichting van een Daklozenkantoor. Hier krijgen daklozen de mogelijkheid zelf aan hun herstel te werken door gebruik te maken van faciliteiten, zoals computers en printers. Daarnaast ontvangen ze laagdrempelige ondersteuning van cliëntondersteuners en ervaringsdeskundigen. Door deze laagdrempelige ondersteuning kunnen cliënten (zelf) werken aan oplossingen en kan voorkomen worden dat ze verder afglijden in dak- en thuisloosheids problematiek. Het Daklozenkantoor is er niet alleen bij het begin van dakloosheid, maar is er ook voor clienten die al gebruik maken van de opvang of zelfstandig wonen met ondersteuning. Het Daklozenkantoor en de diensten die daar door de Straatalliantie geboden worden zijn altijd toegankelijk voor wie dat wil. Allereerst starten we dit Daklozenkantoor voor een periode van twee jaar, zodat we na deze periode kunnen kijken hoe het gehele sociale stelsel (en dus ook de buurtteams) werkt en eventueel kunnen bijsturen waar nodig.
Actie 1.2: Vroeginterventie: maatwerk als regel om dakloosheid te voorkomen Om dakloosheid te voorkomen is maatwerk het uitgangspunt. De problematiek van de groep dreigend daklozen is immers zeer divers. Amsterdammers met geldproblemen willen we vroeg in beeld krijgen. Op die manier willen we voorkomen dat betalingsachterstanden escaleren, problematische schulden ontstaan en er huisuitzetting en afsluitingen dreigen. Het college heeft daarom op 30 juni 2020 besloten om de aanpak ‘Vroegsignalering’ per direct te intensiveren. Deze is er op gericht om betalingsproblemen rond de meest essentiële vaste lasten – waaronder huur – in beeld te krijgen. Door op tijd betalingsregelingen te treffen kan huisuitzetting en daardoor dakloosheid worden voorkomen. De maatschappelijk dienstverlening gaat nu eerder op meldingen van vaste lastenpartners af en blijft langer proberen om in contact te komen met Amsterdammers. Schuldeisers passen maatwerk en coulance toe. Deze actie wordt gefinancierd vanuit het herstelplan ‘Samen uit de crisis’. Ons streven is dat niemand dakloos wordt door toedoen van de kostendelersnorm. De kostendelersnorm heeft tot negatief gevolg dat jongeren – soms zelf, soms door hun ouders – uit huis gaan en uitgeschreven worden op het adres, omdat anders de bijstand van de ouders verlaagd wordt.
Hierdoor komen ze op straat terecht, met grote nadelige gevolgen voor de jongeren. Daarom wordt (waar mogelijk) maatwerk toegepast door in sommige individuele gevallen tijdelijk de kostendelers norm niet toe te passen.
Onder andere hierom voert Amsterdam samen met andere steden een landelijke lobby om de leeftijdsgrens van de kostendelersnorm te verhogen naar 28 jaar. De Tweede Kamer heeft hier in februari 2021 een motie over aangenomen. Hierin wordt de regering verzocht een voorstel te doen om daklozen, mantelzorgers en kwetsbare jongeren tot en met 27 jaar uit te zonderen van de kostendelersnorm. Wij vinden dat de kosten delersnorm of de jongerennorm nooit een reden mag zijn voor iemand onder de 28 jaar om niet te kunnen samenwonen. Daarom passen we waar dat kan maatwerk toe en monitoren we of en wanneer de uitzonderings positie wordt toegepast. In het kader van het actieprogramma ‘Dak- en thuisloze jongeren 2019-2021’ hebben staatssecretarissen Blokhuis en Van Ark aan Divosa gevraagd om gemeenten te ondersteunen bij het terugdringen van de dakloosheid onder jongvolwassenen, door de mogelijkheden voor de toepassing van maatwerk binnen de Participatiewet te beschrijven. Het gaat hierbij specifiek om het bieden van maatwerk dat binnen de wet is toegestaan, met betrekking tot: • de kostendelersnorm; • de lagere norm voor jongeren van 18, 19 of 20 jaar; • de zoekperiode van 4 weken voor jongeren tot 27 jaar. De zeven Jongerenpunten in Amsterdam zijn geïnformeerd en passen dit maatwerk zoveel mogelijk toe.
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
15
Actie 1.3: Project briefadressen Iedere economisch dakloze of dreigend dakloze heeft (indien nodig) recht op een briefadres en krijgt begeleiding voor een op persoon gemaakt perspectief plan. Ook als je geen uitkering hebt kun je begeleiding krijgen met een perspectiefplan. Het plan is erop gericht dakloosheid te voorkomen door de persoon te helpen bij zijn of haar specifieke problemen. Dat kan schulden problematiek zijn, maar moeite bij het zoeken naar een betaalbare woning. Het is ook belangrijk dat formele en informele netwerken tijdig worden betrokken. Dit doen we onder andere via resourcegroepen. De begeleiding kan op verschillende manieren gebeuren. Een onderdeel van dit aanbod is bijvoorbeeld project VIND en pilot ‘bankslapersregeling’ die in 2021 start.
Actie 1.4: Innovatieve begeleiding door Team economisch daklozen van de Regenbooggroep Team economisch daklozen van de Regenboog Groep biedt kortdurend en intensieve begeleiding aan economisch daklozen. Daarnaast ontwikkelen ze nieuwe woonoplossingen, zowel buiten de regio als in de stad. Tevens zorgen zij voor kennisoverdracht aan de buurt teams en MaDi’s over de mogelijkheden voor economisch daklozen. Met deze kennis en dit aanbod kunnen we in een vroegtijdig stadium ingrijpen én erger voorkomen.
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
16
H4
Speerpunt 2: Vergroten aanbod woonoplossingen Resultaten die we willen behalen: • We hebben één integrale aanpak ontwikkeld om het huisvestingsvraagstuk voor alle kwetsbare groepen in Amsterdam aan te pakken vanuit een totaalopgave: sociaal en fysiek. Hiermee hebben we de beschikbare capaciteit aan woningen/ woonoplossingen met reguliere en onorthodoxe methodes vergroot. • De gemiddelde wachttijd voor de zogenaamde spoedzoeker is omlaag gebracht.
4.1 Vergroten aanbod structurele woonoplossingen ’’Herstel begint met een huis”, stelt RVS in haar gelijk namige advies over stijgende dakloosheid in Nederland. Dat is net zo waar als dat het een complexe opgave is. Met name in een volle regio met een overspannen woningmarkt. In 2017 was de gemiddelde woon- en inschrijfduur van doorstromers en starters respectievelijk 10,8 en 20,3 jaar. Gemiddeld moest je vijftien jaar wachten op een sociale huurwoning. In 2019 – het jaar waarvan de meest recente cijfers beschikbaar zijn – was dit gedaald tot 13,2 jaar. In dat jaar was de gemiddelde woon- en inschrijfduur van doorstromers en starters respectievelijk 10,6 en 17,7 jaar. Hieronder schetsen we een aantal maatregelen waarmee we de schaarste willen verkleinen. We willen voor de kwetsbare groepen een nieuw aanbod van woonoplossingen creëren. De oplossingen willen we langs verschillende lijnen realiseren: • Vergroten van woonoplossingen voor kwetsbare groepen onderzoeken (onderdeel van een integrale aanpak). • Nieuwe locaties onderzoeken voor (tijdelijke) woningbouw. Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
17
• Onderzoeken of gemeentelijk vastgoed ingezet kan worden voor tijdelijke huisvesting. • Nieuwe locaties ontwikkelen (bijvoorbeeld hotels). • Projecten uitvoeren, gefinancierd door extra middelen vanuit het Landelijke Plan van Aanpak Dakloosheid.
Actie 2.1: Nieuwbouwopgave sociale huurwoningen Meer betaalbare woningen is de meest noodzakelijke en toekomstbestendige oplossing voor dakloosheid. In 2020 zijn 5.932 woningen in aanbouw genomen, waarvan 2.812 sociale huurwoningen. Van deze sociale huur woningen worden er 2.270 door woningcorporaties gebouwd en de rest door overige partijen. De gemeente en corporaties streven ernaar om gemiddeld 2.500 sociale huurwoningen per jaar in aanbouw te nemen.
Actie 2.2: Omslagwoningen We willen dat er voor alle kwetsbare groepen een passend woningaanbod is. Dit betekent dat er ook voor clienten vanuit MO/BW meer aanbod nodig is. Er is momenteel een een achterstand van 600 woningen die geleverd hadden moeten worden aan mensen die moeten doorstromen. Daarnaast zijn er jaarlijks 800 woningen noodzakelijk voor reguliere doorstroming. We willen een ruimer aanbod van omslagwoningen voor directe instroom van de MO/BW-doelgroepen. Bepalend voor het aanbod in 2021 zijn de uitkomsten van de bestuurlijke overleggen met corporaties en huurderskoepels over het vergroten van het aantal van 1800 sociale huurwoningen van het Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen (PHKG).
Actie 2.3: Regionale herziening woonruimte verdeelsysteem Door de verdeelsystematiek te herzien moeten sociale huurwoningen in de regio’s Amstelland-Meerlanden, Amsterdam en Zaanstreek-Waterland vanaf medio 2022 meer terechtkomen bij de groepen die ze het hardst nodig hebben. Het nieuwe systeem werkt met punten. Iedereen die ingeschreven staat op WoningNet of Woonmatch bouwt punten op met inschrijftijd, zoekduur en speciale omstandigheden; de zogenaamde situatie punten. Deze worden toegekend aan bepaalde groepen die in een problematische situatie verkeren. Denk aan relatiebreuk met kinderen, inwonend met kinderen en bepaalde categorieën van problematisch thuiswonende jongeren. Dit zijn groepen met een verhoogde kans om dakloos te worden en aan te kloppen bij de Centrale Toegang MO, Noodopvang Gezinnen of bij het loket voor woonurgentie. Door situatiepunten toe te kennen worden de kansen van deze groepen op een sociale huurwoning vergroot. De gemeenteraden van vijftien gemeenten die betrokken zijn bij de nieuwe woonruimteverdeling zijn in het voorjaar van 2021 akkoord gegaan en moeten dit beleid verwerken in hun huisvestingsverordening. Dat gebeurt in de tweede helft van 2021. Dit jaar starten ook de voorbereidingen voor het invoeren van het nieuwe systeem. Het nieuwe woonruimtesysteem voor sociale huurwoningen begint medio 2022.
De effecten van de herziening woonruimteverdeling worden pas later zichtbaar voor woningzoekenden.
4.2 Verbeteren tijdelijke opvang- en woonmogelijkheden Daarnaast is het cruciaal dat het Rijk reële en betaalbare doelen stelt voor het huisvesten van kwetsbare groepen. Statushouders, daklozen en mensen in onhoudbare woonsituaties zijn hier anders de dupe van. Deze keuzes moeten niet afgewenteld worden op gemeenten. De gemeente en corporaties kunnen namelijk in de huidige woningmarkt en vanwege de financiële en juridische kaderstelling van het Rijk niet alle kwetsbare groepen huisvesten. Hierdoor ontstaat een ongewenst verdringings effect. Wij willen een integrale reële taakstelling met bijbehorende financiering. Dit is één van de belangrijke lobbypunten die de komende jaren op de agenda staat.
Actie 2.4: Tijdelijke woonlocaties door transformatie en nieuwbouw We zijn ambitieus in het ontwikkelen van alle reguliere en onorthodoxe mogelijkheden om het aanbod van woonruimte te vergroten, zodat er een buffer ontstaat om de komende jaren op te kunnen vangen. Denk aan nieuwe tijdelijke woonlocaties voor kwetsbare groepen, statushouders en economisch daklozen, uitstroom bij de maatschappelijke opvang, al of niet in combinatie met huisvesting voor jongeren en studenten. Er zijn geen makkelijk te ontwikkelen locaties. Momenteel zijn er drie lijnen uitgezet om huisvesting los te trekken in de vorm van tijdelijke woningen of tijdelijke opvang:
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
18
1. Locaties die in onderzoek of ontwikkeling zijn. Het betreft nieuwe te ontwikkelen locaties die tijdelijk gebruikt kunnen worden als woning. Daarnaast worden locaties die al in portefeuille bij de gemeente of zorgaanbieders zijn gefinancierd met incidentele BZK-middelen. 2. Huisvesting in hotels. Op dit moment is er al sprake van opvang in hotels en dit neemt nog toe. Door middel van gerichte acties wordt er geprobeerd dit uit te breiden. Daarnaast wordt onderzocht of er ook mogelijkheden zijn voor wonen. Onderdeel hiervan is een marktuitvraag bij hotels voor het hele spectrum van onderdak: van opvang tot wonen. Zie ook de actie onder benutten van tijdelijke woonmogelijkheden. 3. Gemeentelijke panden inzetten. Op dit moment vindt ook een inventarisatie plaats binnen het gemeentelijke vastgoed om gemeentelijke panden in te zetten voor tijdelijke huisvesting. Bijvoorbeeld door middel van tijdelijke woonunits.
Actie 2.5: Benutten tijdelijke woon-/ opvangmogelijkheden We zetten op verschillende manieren in op het vergroten van de tijdelijke woonmogelijkheden in Amsterdam en de regio. • Tijdelijk huisvesten van economisch daklozen in hotels gedurende coronacrisis De leegstand van hotelkamers biedt in ieder geval voor de duur van de effecten van de coronacrisis de mogelijk heid deze in te zetten voor de groeiende groep economisch daklozen. Veel mensen weten zelf al hun weg te vinden naar dit aanbod. Anderen worden na bemiddeling door WPI, een MaDi en De Regenboog Groep ondersteund bij deze matching. Inmiddels hebben circa 200 mensen op deze manier onderdak gevonden. We gaan in gesprek met geïnteresseerde hoteliers over uitbreiding, ook voor andere kwetsbare
groepen binnen het PHKG. De beschikbaarheid van deze oplossing is echter beperkt tot de tijd van de crisis. Opvolging voor deze groep vraagt aandacht op het moment dat de hotelbranche weer aantrekt. • Project ‘Tijdelijk Onder Dak’ Woningcorporaties, de Regenboog Groep en de gemeente werken sinds 2020, vanuit de tijdelijke middelen van het Landelijke Plan van Aanpak, samen aan het project ‘Tijdelijk Onder Dak’. Het doel van dit project is om economisch daklozen aan een tijdelijke woning te helpen en ze zo een ‘adempauze’ te geven. De woningcorporaties verwachten jaarlijks circa 200 woningen beschikbaar te stellen, waarbij het gaat om woningen die op de nominatie staan voor renovatie of sloop. Op elke woning kunnen steeds twee mensen maximaal een jaar wonen. Gedurende deze periode moeten zij zelf blijven zoeken naar een meer structurele woonplek (ook buiten Amsterdam) en eventueel naar betaald werk. Daarbij krijgen ze begeleiding.
Nathalja is, na scheiding, al een tijd dakloos. Ze heeft in een periode van 16 maanden bij kennissen, in onderverhuur, in hotels en ook even in de winteropvang overnacht. Nathalja heeft verschillende gezondheidsproblemen en ontvangt een bijstandsuitkering. Vanwege de onrust die ze heeft door haar woonvraagstuk komt er niets terecht van de verkennende gesprekken met betrekking tot activering. Sinds november kan ze een woning huren via Tijdelijk Onderdak. Er komt veel op haar af maar ze geniet van haar eigen plek. Ze haalt veel energie uit de cursus ‘Werken aan je toekomst’. Ze is begonnen met een baan en haar gezondheidsklachten zijn veel minder. Elk weekend komt een vrijwilligster langs die met haar alle woningnetten en websites afstruint op zoek naar een vervolgplek en met wie ze praat over haar week. Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
19
• Project Onder de Pannen ‘Onder de Pannen’ is een project waarbij daklozen (die niet verslaafd zijn of psychiatrische aandoeningen hebben) tijdelijk onderdak krijgen bij mensen die een kamer beschikbaar hebben en bereid zijn een stadgenoot hulp te bieden. Degene die het onderdak ontvangt, betaalt hiervoor huur en een onkostenvergoeding. Het is tot dusver een goedlopend project. Zo waren er in 2019 al 55 succesvolle matches, en liep dit aantal in 2020 op tot 86 succesvolle matches. Daarbij was het uitstroompercentage naar eigen woonplekken 49%. Schaarste op de woningmarkt leidt echter tot terug houdendheid bij woningdelen. Vanuit de tijdelijke middelen van het Landelijke Plan van Aanpak streven we ernaar het project uit te breiden naar 150 matches in 2022. Hierbij kijken we ook naar extra plekken voor jongvolwassenen. Daarbij hebben we ook rekening gehouden met (extra) kwetsbare jongvolwassenen, zoals biculturele dakloze jongvolwassenen met een lhbtiq+ achtergrond en kwetsbare jongvolwassen vrouwen. Deze woonvorm is uitermate geschikt voor deze groep jongvolwassenen. We willen het project ook bij woning eigenaren onder de aandacht brengen. Daarnaast wordt er in de regio onderzocht of en hoe Onder de Pannen kan worden ingezet.
• Uitbreiden van passantenpensions De afgelopen 4 jaar is de capaciteit van passanten pensions uitgebreid. Passantenpensions bieden opvang aan economisch daklozen, waar mensen maximaal een half jaar mogen verblijven. Tijdens dit half jaar kunnen zij in alle rust aan een oplossing voor hun problemen werken. Wij zien momenteel nog steeds een groeiende populatie en een lange wachtlijst voor deze opvang. Dit betekent dat economisch daklozen nog altijd (te) lang moeten wachten op een plek in een passanten pension. Daarom zetten we vanuit het Landelijke Plan van Aanpak in op het uitbreiden van passantenpensions in de regio. Zo wordt er in Amstelveen momenteel gewerkt aan de inzet van passantenpensions, waarvoor tijdelijke middelen vanuit het Landelijk plan van Aanpak worden ingezet.
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
20
H5
Speerpunt 3: Goede ondersteuning op maat Resultaten die we willen behalen: 1. Vanaf 2022 zijn er structureel 10 bedden beschikbaar voor nachtopvang. 2. De instroom van mensen met een beter perspectief en/of binding elders wordt beperkt. 3. Het is onwenselijk dat kapitaal vernietigd wordt op het moment dat er lange wachtlijsten ontstaan bij instroom vanuit voorliggende domeinen. Vooral voor de cliënt, maar ook voor de hulpverlening en de financiële middelen. Er wordt een proces ingericht waarbij onder zocht wordt of en hoe bij aanmelding voor MO/BW vanuit een voorliggend domein (Jeugd, GGZ, Forensische en LVB-zorg) de wachttijd in 2025 kan worden beperkt tot maximaal drie maanden voor toeleiding naar passende onder steuning op alle leefgebieden. 4. De aanmelding voor MO/BW vanuit voorliggende domeinen is in 2025 met 20% afgebogen naar ambulante ondersteuning. 5. Alle mensen die in aanmerking komen voor MO/BW kunnen vanaf 2025 binnen drie maanden na screening gebruikmaken van een integraal aanbod gericht op participatie.
6. Met alle cliënten die in 2025 instromen vanuit een voorliggend domein starten we voorafgaand aan de instroom met een herstelondersteunend traject (zoals resourcegroepen methodiek). 7. Geen uitval van jongvolwassenen in 2025 bij de overgang jeugdwet-Wmo. 8. In 2025 ontvangen alle dak- en thuislozen zo snel mogelijk passende ondersteuning om verergering van hun problematiek te voorkomen. 9. In 2025 hebben cliënten die instromen in MO/BW binnen één maand werk of zinvolle dagbesteding. 10. In 2025 hebben alle cliënten die uitstromen uit MO/BW werk of zinvolle dagbesteding. 11. Alle mensen die zich melden met dakloosheid problematiek krijgen een maatwerk aangeboden op het gebied van inkomen, werk en schuldhulpverlening. 12. In alle gezinsopvang voorzieningen is een eenduidige basis aan opvoed- en opgroeihulp en ontwikkelingsmogelijkheden voor kinderen georganiseerd.
Een nieuwe start Samen op weg naar perspectief
21
Op het moment dat een Amsterdammer zich meldt, wordt er samen met de betrokkene naar opvang of onderdak gezocht. Daarnaast start ook de ondersteuning op andere leefgebieden. Vanaf het allereerste moment wordt er gestart met ondersteuning met de focus op herstel, uiteraard passend bij het perspectief van de Amsterdammer. Ook is het belangrijk dat er zo snel mogelijk op een goede manier met de betrokkene wordt gesproken over de problematiek die speelt én wat er nodig is om weer deel te kunnen nemen aan de maatschappij. Dit is de basis voor een goede probleem analyse, waarna een ondersteuningstraject op maat sneller kan beginnen. Op dit moment staan mensen anderhalf à twee jaar op de wachtlijst voor een MO/BW-traject. Dit is onacceptabel lang. Met verschillende acties proberen we de instroom te beperken. Zo passen we een strengere selectie toe bij de toegang tot de MO/BW-keten, waardoor mensen toegang krijgen die dat het hardst nodig hebben. Maar we zetten ook in op maatwerk van interventies op het gebied van werk, wonen, inkomen en schulden voor het ombuigen van (dreigende) dakloosheid naar bijvoorbeeld eigen woonoplossingen met inkomensondersteuning.