Raadsbesluit2021-109F Bestemmingsplan - toelichting
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid Zuidas-Vivaldi kavel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.K1904BPGST-VG01
Datum print
24 Maart 2021
Planstatus
vastgesteld
blz. 3
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4 Hoofdstuk 8 8.1 8.2
7 Inleiding
9
Algemeen Bevoegdheden Crisis- en herstelwet Leeswijzer
9 9 10 11
Plankader
13
Ligging en begrenzing van het plangebied Doelstelling Geldend planologisch kader Beschrijving van het plangebied
13 14 14 18
Beleidskader
19
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
19 23 25 27
Het ruimtelijk kader
39
Algemeen Ruimtelijk-functionele uitgangspunten Bebouwingsregels Gebruiksregels
39 43 45 49
MER Zuidas - de Flanken
51
Algemeen Regelgeving MER Zuidas Flanken Conclusie
51 51 52 55
Verkeer en parkeren
57
Algemeen Verkeersbeleid Openbaar vervoer Langzaam verkeer Conclusie
57 57 65 66 68
Geluid
69
Algemeen Spoorweg Wegverkeer Conclusie
69 69 69 69
Luchtkwaliteit
71
Algemeen Regelgeving
71 71
Gemeente Amsterdam
blz. 4
8.3 8.4
Beleid Conclusie
73 74
Externe veiligheid
75
Algemeen Regelgeving Beleid Resultaten onderzoeken Verantwoording Conclusie
75 75 78 78 81 83
Bodem
85
Algemeen Regelgeving Trillingen spoor Conclusie
85 85 88 88
Water
91
Algemeen Regelgeving Beleid Watertoets Conclusie
91 91 93 95 96
Hoofdstuk 12
Natuur en Landschap
97
12.1 12.2 12.3 12.4
Algemeen Toetsingskader Resultaten onderzoeken Conclusie
97 97 98 102
Hoogbouwaspecten
103
13.1 13.2 13.3 13.4
Bezonning Windhinder Luchthavenindelingbesluit Schiphol Telecommunicatietoren
103 103 105 109
Hoofdstuk 14
Cultuurhistorie en archeologie
111
Algemeen Regelgeving Resultaten onderzoeken Conclusie
111 111 113 114
Duurzaamheid
115
Algemeen Toetsingskader Duurzaamheid in Zuidas Doorwerking planvorming
115 115 116 117
Juridische planbeschrijving
119
Algemeen Planvorm Milieuhinderlijke functies: Staat van Inrichtingen
119 119 119
Hoofdstuk 9 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6 Hoofdstuk 10 10.1 10.2 10.3 10.4 Hoofdstuk 11 11.1 11.2 11.3 11.4 11.5
Hoofdstuk 13
14.1 14.2 14.3 14.4 Hoofdstuk 15 15.1 15.2 15.3 15.4 Hoofdstuk 16 16.1 16.2 16.3
bestemmingsplan_Zuidas-Vivaldi k avel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening (vastgesteld)
blz. 5
16.4
Artikelgewijze toelichting
120
Hoofdstuk 17
Economische uitvoerbaarheid
127
Hoofdstuk 18
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
129
Algemeen Artikel 3.1.1. Bro en maatschappelijk overleg Inspraak en consultatie Behandeling van zienswijzen
129 129 130 130
18.1 18.2 18.3 18.4
Gemeente Amsterdam
blz. 6
bestemmingsplan_Zuidas-Vivaldi k avel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening (vastgesteld)
blz. 7
Toelichting
Gemeente Amsterdam
blz. 8
bestemmingsplan_Zuidas-Vivaldi k avel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening (vastgesteld)
blz. 9
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Algemeen
Zoals ook aangegeven in de door het Rijk opgestelde Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en de gemeentelijke structuurvisie ontwikkelt Zuidas zich tot internationale toplocatie voor wonen en werken in de Metropoolregio Amsterdam. De uitstekende bereikbaarheid, de kwalitatief hoogwaardige omgeving en de economische aantrekkingskracht van Amsterdam vormen de grondslagen voor een succesvolle ontwikkeling. Een ontwikkeling waarmee Amsterdam en Nederland de internationale concurrentie aankunnen. Sinds de vaststelling van het Masterplan Zuidas door de Gemeenteraad in 1998, wordt de ontwikkelingsstrategie voor Zuidas uitgewerkt in verschillende deelprojecten. Eén van deze deelprojecten is het project Vivaldi. Voor het project Vivaldi is op 22 juni 2016 het bestemmingsplan 'Zuidas-Vivaldi' vastgesteld, dat vervolgens bij raadsbesluit van 10 mei 2017 partieel is herzien. Binnen het plangebied is een aantal uitwerkingsplichten opgenomen. Het voorliggende bestemmingsplan 'Zuidas-Vivaldi kavel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening' geeft concrete invulling aan het ruimtelijke beleid voor dit gedeelte van Vivaldi en geeft, specifiek voor kavel 13 binnen projectgebied Vivaldi aan welke functies zijn toegestaan en hoe deze gronden bebouwd mogen worden. Kavel 13 is in het moederplan opgenomen als een uitwerkingsplicht.
De invulling van kavel 13 wordt voor wat betreft het functioneel programma ruimer dan in de uitwerkingsplicht is opgenomen. Naast de concrete invulling van kavel 13 zal ook de kavel op de hoek van de Antonio Vivaldistraat en Domenico Scarlattilaan (kavel voormalig Drentestaete), ten zuidwesten van kavel 13, voor wat betreft de eerste fase in ontwikkeling worden genomen en hiermee deel gaan uitmaken van voorliggend bestemmingsplan. Vivaldi bestaat onder andere uit kantoren, bedrijfsgebouwen, twee hotels en een woontoren. Het in procedure brengen van voorliggend bestemmingsplan is tweeledig. Ten eerste wordt met het bestemmingsplan een juridisch planologisch kader gegeven voor de ontwikkeling en concrete invulling van de eerder genoemde kavels. Voor de zone waarin kavel 13 is gelegen zijn stedenbouwkundige randvoorwaarden geformuleerd, voortbordurend op het herzien stedenbouwkundig programma van eisen dat in 2005 is vastgesteld en de opgenomen randvoorwaarden in de uitwerkingsplicht van het moederplan. Er is geen nieuw stedenbouwkundig plan opgesteld. Wel is een bouwenvelop opgesteld waarin de (nieuwe) randvoorwaarden en uitgangspunten zijn vastgelegd voor dit kavel en zijn gebruikt als kader voor dit bestemmingsplan.
Voor de hoek van de kavel ten zuidwesten van kavel 13 gaat het om een geheel nieuwe ontwikkeling voor een kantoortoren in combinatie met ten oosten hiervan op hetzelfde kavel een tijdelijke fiets- en scooterparkeervoorziening op het maaiveld met de mogelijkheid van een gemengd programma. Voor dit kavel is ook een bouwenvelop vastgesteld welke als uitgangspunt heeft gediend bij de opstelling van voorliggend bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een concrete eindbestemming voor beide kavels.
1.2
Bevoegdheden
Het plangebied is gelegen binnen de grenzen van het stadsdeel Zuid. Bij besluiten van de Gemeenteraad van 1997, 29 oktober 2003, 13 juli 2011 en 18 februari 2014, is de Zuidas, waar het bestemmingsplangebied deel van uitmaakt, aangewezen als grootstedelijk project. Hierbij is besloten dat de bevoegdheden op grond van de Wet ruimtelijke ordening, zoals het vaststellen van bestemmingsplannen, bij de centrale stad liggen.
Gemeente Amsterdam
blz. 10
Op 12 juni 2013 heeft de gemeenteraad besloten tot intrekking van de Verordening op de stadsdelen en tot vaststelling van de Verordening op de bestuurscommissies 2013. Deze verordening is op 19 maart 2014 (gewijzigd) in werking getreden. Directe aanleiding voor de wijziging was de wijziging van de Gemeentewet en enige andere wetten in verband met het afschaffen van de bevoegdheid van gemeentebesturen om deelgemeenten in te stellen (Wet afschaffing deelgemeenten). Op 21 maart 2018 is de Verordening op het lokaal bestuur in werking getreden. Met deze verordening is een nieuwe stap gezet in de ontwikkeling van het bestuurlijk stelsel. Het besluit is mede gebaseerd op de evaluatie van het in het 2014 ingevoerde bestuurlijke stelsel door een onafhankelijke evaluatiecommissie onder leiding van de professor A.F.M. Brenninkmeijer. Amsterdam houdt nadrukkelijk vast aan lokaal bestuur naast het centrale gemeentebestuur. Het stelsel is daarbij tot de kern teruggebracht in die zin dat er in elk van de zeven stadsdelen twee lokale onderdelen zijn ingesteld: een bestuurscommissie die wordt benoemd door het college van burgemeester en wethouders en die de taken en de bevoegdheden uitoefent die voorheen aan de algemene besturen van de stadsdelen waren toegekend en een stadsdeelcommissie die direct wordt gekozen en bestaat uit twee tot vier gebiedscommissies per stadsdeel.
Deze stadsdeelcommissies geven zwaarwegende adviezen aan het dagelijks bestuur van het stadsdeel over zaken die spelen binnen hun stadsdeel. De bevoegdheid tot het vaststellen van bestemmingsplannen in het (groot)stedelijk gebied Zuidas blijft onveranderd bij de gemeenteraad.
1.3
Crisis- en herstelwet
1.3.1
Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte
Bij besluit van 25 januari 2019 tot wijziging van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (zeventiende tranche) is het plangebied Zuid As, gemeente Amsterdam, aangewezen als plangebied als bedoeld in artikel 7c, zeventiende lid, van het Besluit uitvoering Chw (bijlage 149). In dit artikel zijn de aangewezen plangebieden opgenomen en staan wettelijke bepalingen vermeld waarvan bij wijze van experiment kan worden afgeweken, evenals de voorwaarden en tijdsduur die gelden voor het experiment. Dit betekent onder andere dat de mogelijkheid wordt geboden om vooruitlopend op de Omgevingswet te experimenteren met het opstellen van een omgevingsplan, ook wel bekend als een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. In aanvulling op artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening kunnen in het bestemmingsplan hiermee ook regels worden gesteld die strekken ten behoeve van het: 1. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit (artikel 7c, eerste lid, onder a van het Besluit Chw); en 2. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies (artikel 7c, eerste lid, onder b van het Besluit Chw).
Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan wordt toepassing gegeven aan het bestemmingsplan verbrede reikwijdte door de gemeente Amsterdam en wordt op de volgende onderdelen uit de Chw gebruik gemaakt: regels voor de gehele fysieke leefomgeving; planperiode van 20 jaar; open normen/beleidsregels; vormvrij bestemmingsplan (afwijken RO-standaarden). Het bestemmingsplan verbrede reikwijdte wijkt af van de huidige reguliere bestemmingsplannen. Er gelden dan ook andere regels. Voor een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte op basis van de 7e tranche geldt niet de actualiseringsplicht ex. artikel 3.1, tweede lid, Wro. Voor de looptijd kan worden aangesloten bij het in de 6e tranche van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet opgenomen bestemmingsplan_Zuidas-Vivaldi k avel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening (vastgesteld)
blz. 11
experiment met een looptijd van 20 jaar (artikel 7b van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet). Dientengevolge behoeft ook niet te worden voldaan aan de in de jurisprudentie ontwikkelde verplichting dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan moet worden aangetoond dat de beoogde ontwikkeling binnen tien jaar kan worden gerealiseerd." In de vijftiende tranche van de Chw (Stb. 2017, 275) is tevens de mogelijkheid opgenomen om duurzaamheidsnormen te stellen, zoals gasloos bouwen en een energieprestatiecoëfficiënt (EPC) van maximaal 0,2. Het betreft normen die op grond van het Besluit uitvoering Chw reeds een bindende werking hebben (artikel 6p en 7c) voor de aangewezen delen. De normen gelden op grond van dat besluit overigens alleen verplicht voor woningen. Op 1 januari 2021 zijn de wettelijke eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) in werking getreden, waarbij een nieuwe bepalingsmethode (NTA 8800) van kracht is geworden. Alle vergunningaanvragen voor nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw moet aan deze eisen voldoen. Hierop zal onder het hoofdstuk duurzaamheid verder worden ingegaan. 1.3.2
Procedurele aspecten
Met ingang van 13 april 2011 is in de Crisis- en herstelwet het project Amsterdam Zuidas aangewezen in bijlage II (bijlage Aa, nummer 3). Als gevolg daarvan is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit brengt onder meer met zich mee dat bij een eventueel beroep alle beroepsgronden in het beroepschrift dienen te worden opgenomen en deze na afloop van de beroepstermijn niet meer kunnen worden aangevuld. Verder verloopt de behandeling van het beroep versneld.
1.4
Leeswijzer
Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. De verbeelding en de planregels vormen samen de bestemmingsplanregeling zoals deze door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De toelichting geeft de achtergronden (relevant beleid, resultaten van onderzoeken) bij de bestemmingsplanregeling. In de hoofdstukken 2 en 3 wordt het algemeen kader weergegeven. In hoofdstuk 4 wordt een beschrijving gegeven van het ruimtelijk en stedenbouwkundig kader. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de wijze waarop met de uitgevoerde milieueffectrapportage-procedure is rekening gehouden. In hoofdstuk 6 tot en met 14 worden de achtergronden bij de bestemmingsplanregeling beschreven. In hoofdstuk 16 wordt uitgelegd op welke wijze dit is vertaald in juridische zin. In hoofdstuk 17 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 18 op de maatschappelijke uitvoerbaarheid. In het laatste hoofdstuk zal een beschrijving worden gegeven van de uitkomsten van het overleg met de artikel 3.1.1 Bro-diensten. Daarnaast wordt, overeenkomstig artikel 3.1.6, eerste lid, onder e, van het Besluit ruimtelijke ordening, een beschrijving gegeven van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken.
Gemeente Amsterdam
blz. 12
bestemmingsplan_Zuidas-Vivaldi k avel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening (vastgesteld)
blz. 13
Hoofdstuk 2 2.1
Plankader
Ligging en begrenzing van het plangebied
Het plangebied maakt onderdeel uit van het gebied dat bestuurlijk is aangewezen als grootstedelijk projectgebied Zuidas. Het projectgebied Vivaldi ligt in de zuidoosthoek van Zuidas, aan de zuidkant van Station Amsterdam RAI. De ontwikkelingen vinden plaats binnen het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing. Op onderstaande kaart is de globale ligging van het projectgebied Vivaldi.
Figuur 1: Ligging projectgebied Vivaldi Het projectgebied Vivaldi wordt globaal begrensd door de ringweg A10 aan de noordkant, Europaboulevard aan de oostkant, De Boelelaan aan de zuidkant en Antonio Vivaldistraat aan de westkant. Binnen het projectgebied ligt het plangebied waar dit bestemmingsplan specifiek betrekking op heeft. Het gaat om twee kavels. De eerste kavel (kavel 13) wordt begrensd door: aan de noordzijde de ringweg A10, aan de oostzijde het Van der Valk hotel (kavel 14), aan de zuidzijde de Domenico Scarlattilaan en aan de westzijde EMA (kavel 12). De tweede kavel (voormalig Drentestaete fase I) wordt begrensd door: aan de noordzijde de Domenico Scarlattilaan, aan de oostzijde bestaande bebouwing van KPN en aan de zuidzijde door de Barbara Strozzilaan. Op onderstaande afbeelding zijn de kavels omlijnd weergegeven. Voormalig Drentestaete fase I is hier aangegeven met NSI (erfpachter). Hierna zal dit kavel worden aangeduid met voormalig Drentestaete fase I conform de naamgeving van voorliggend bestemmingsplan. Met de overige plangrenzen wordt aangesloten bij de begrenzing van het grootstedelijk project Zuidas.
Gemeente Amsterdam
blz. 14
Figuur 2: Ligging plangebied en plangrens Zuidas-Vivaldi kavel 13 en kavel NSI (voormalig Drentestaete fase I) en 2e partiële herziening Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de plangrens zoals deze op de verbeelding is aangegeven.
2.2
Doelstelling
Op grond van het vigerende bestemmingsplan Zuidas-Vivaldi geldt voor kavel 13 een uitwerkingsplicht. Gelet op de huidige wet- en regelgeving is het noodzakelijk een bestemmingsplan in procedure te brengen dat in de eerste plaats voorziet in mogelijkheid om ruimer te bestemmen dan de uitwerkingsplicht in bestemmingsplan Zuidas-Vivaldi toestaat voor kavel 13 en in de tweede plaats de nieuwe ontwikkeling op de kavel ten zuidwesten hiervan mogelijk maakt. Dit bestemmingsplan beoogt hierin met een juridisch-planologisch kader te voorzien.
2.3
Geldend planologisch kader
Zuidas-Vivaldi Op 22 juni 2016 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan 'Zuidas-Vivaldi' vastgesteld.
bestemmingsplan_Zuidas-Vivaldi k avel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening (vastgesteld)
blz. 15
Figuur 3: Verbeelding bestemmingsplan 'Zuidas-Vivaldi' Kavel 13 heeft op grond van het bestemmingsplan 'Zuidas-Vivaldi' de bestemming 'Gemengd- Uit te werken'. De gronden zijn bestemd voor een tijdelijk werkterrein ten behoeve van de aanpassingen van de A10, kantoren, horeca I, II, III en IV, maatschappelijke dienstverlening, ontspanning en vermaak, detailhandel, consumentverzorgende dienstverlening, zakelijke dienstverlening, sportvoorzieningen, groenvoorzieningen, etc. (artikel 15 van de planregels van dat bestemmingsplan). Voor kavel 13 bieden de uitwerkingsregels uit het moederplan Zuidas-Vivaldi onvoldoende ruimte om de kavel vanuit een gewenst stedenbouwkundig oogpunt te ontwikkelen en is ervoor gekozen om van de regels in het moederplan af te wijken zowel qua bouwen als gebruik. Voor kavel 13 wordt daarom in afwijking van de randvoorwaarden in de uitwerkingsplicht extra ruimte gecreëerd. Om die reden is een nieuw bestemmingsplan vereist. Zuidas-Vivaldi partiële herziening Op 10 mei 2017 is het bestemmingsplan 'Zuidas-Vivaldi' deels herzien en is het bestemmingsplan 'Zuidas-Vivaldi partiële herziening' vastgesteld. Hoewel voorliggend bestemmingsplan is gelegen binnen het projectgebied Vivaldi vallen de gronden van kavel 13 buiten het plangebied van de partiële herziening Gemeente Amsterdam
blz. 16
en kunnen de gronden voor deze kavel dan ook buiten beschouwing worden gelaten. De te ontwikkelen hoek van de kavel ten zuidwesten van kavel 13 en de ten oosten daarvan beoogde parkeervoorziening (hierna: voormalig Drentestaete fase I) vallen wel binnen de gronden van de partiële herziening. Met de partiële herziening is artikel 8 (Kantoor-1) dat betrekking had op deze gronden, komen te vervallen en vervangen door artikel 2.1 met opnieuw de bestemming Kantoor-1. De bestemming Kantoor-1 is verder inhoudelijk niet gewijzigd ten opzichte van het bestemmingsplan 'Zuidas-Vivaldi'. Alleen de bouwhoogten die bij deze bestemming behoren zijn met de partiële herziening gewijzigd. Op grond van de partiële herziening is op de beoogde locatie van de ontwikkeling op de noordwestelijke hoek van de kavel van voormalig Drentestaete geen bebouwing toegestaan. In de bestaande situatie is een toegangsgebouw van 4 meter aanwezig ten behoeve van de bestaande ondergrondse parkeergarage. Met het vaststellen van de partiële herziening is het toegangsgebouw niet meer opgenomen op de verbeelding, maar wordt dit geacht onder het overgangsrecht te vallen. Op het overige deel van de gronden van de herziening zijn, zoals onderstaande figuur weergeeft, bestaande kantoorgebouwen aanwezig.
Figuur 4: Verbeelding 'Zuidas-Vivaldi partiële herziening' Naast de voorziene ontwikkeling op de noordwestelijke hoek van de voormalig Drentestaete kavel van is ten oosten hiervan een parkeervoorziening beoogd met de mogelijkheid daarbinnen functioneel programma te realiseren. Ten gevolge van de partiële herziening is de bouwhoogte van dit bouwvlak voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gewijzigd van 5 naar 2,5 meter.
bestemmingsplan_Zuidas-Vivaldi k avel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening (vastgesteld)
blz. 17
Figuur 5: Verbeelding Zuidas - Vivaldi partiële herziening Voorliggend bestemmingsplan zal (naast kavel 13) betrekking hebben op de kavel op de noordwestelijke hoek van de Antonio Vivaldistraat en Domenico Scarlattilaan en het deel van de kavel ten oosten hiervan. Voor deze locaties zal voorliggend bestemmingsplan een geheel nieuwe planregeling kennen. Hiermee wordt de regeling van de gronden met de bestemming Kantoor-1 van Zuidas-Vivaldi partiële herziening voor het betreffende deel vervangen door de nieuwe regeling binnen de bestemming Kantoor 2 en Kantoor - 3. Voor de exacte begrenzing van de gronden waarin voorliggend bestemmingsplan in een nieuwe regeling voorziet, wordt verwezen naar de verbeelding en de daarbij behorende regels, die in samenhang met elkaar moeten worden gelezen. Tracébesluit Zuidasdok Door de Minister van Infrastructuur & Milieu is het Tracébesluit Zuidasdok vastgesteld, dat voor een deel ook betrekking heeft op het plangebied ter hoogte van kavel 13. Een deel van kavel 13 is bij het Tracébesluit aangewezen als tijdelijk werkterrein. Bij brief van 22 december 2017 heeft de directeur van Zuidasdok te kennen gegeven dat de reservering voor het werkterrein is komen te vervallen. De kavel kan dan ook worden ontwikkeld. Hiermee zal het werkterrein geen deel meer uitmaken van voorliggend bestemmingsplan.
Gemeente Amsterdam
blz. 18
Figuur 6: Tracébesluit ter hoogte van deelgebied Vivaldi Voor de exacte begrenzing van het plangebied van voorliggend bestemmingsplan wordt verwezen naar de (digitale) verbeelding.
2.4
Beschrijving van het plangebied
In het plangebied wat betrekking heeft op kavel 13 is nu een verhard terrein aanwezig, dat gedurende de bouw van kavel 12 en kavel 14 in gebruik is geweest als werkterrein. Op de hoek van de ten zuidwesten daarvan gelegen kavel waar tevens het voormalig complex van Drentestaete I en II is gelegen, is in de huidige situatie een toegangsgebouw aanwezig ten behoeve van de ondergrondse parkeergarage en staat een aantal bomen en fietsparkeerplaatsen. Om de ontwikkeling van laatstgenoemde kavel mogelijk te maken zal het toegangsgebouw naar de parkeergarage worden gesloopt. Op deze kavel zal naast de beoogde nieuwbouw op de hoek ten oosten van deze ontwikkeling op dezelfde kavel ruimte worden gemaakt voor een nieuw gebouw voor het parkeren van fietsen en scooters. Op inpassing, omgeving en ontwikkeling van beide kavels inclusief de parkeervoorziening zal in hoofdstuk 4 nader worden ingegaan.
bestemmingsplan_Zuidas-Vivaldi k avel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening (vastgesteld)
blz. 19
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)
Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Om in te spelen op ontwikkelingen en uitdagingen in dit kader heeft het Rijk op 13 maart 2012 de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De SVIR kent drie hoofddoelen: het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijke economische structuur van Nederland; het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Uit deze drie hoofddoelen komen onderwerpen voort die van nationaal belang zijn. Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de structuurvisie die juridische borging vragen, worden daarom geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Bij de inwerkingtreding van de SVIR en het Barro kwamen de Nota Ruimte en de bijbehorende Realisatieparagraaf nationaal ruimtelijk beleid te vervallen.
In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid wordt meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Hieronder valt bijvoorbeeld het landschapsbeleid. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts dertien nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze dertien belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijk ordening. Daarnaast kan rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt. Bijvoorbeeld ruimte voor militaire activiteiten en opgaven in de stedelijke regio's rondom de mainports, brainport, greenports en de valleys; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan. Bijvoorbeeld voor biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of werelderfgoed; een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelingsrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is.
Bijvoorbeeld de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners. Deze drie criteria zijn leidend voor het formuleren van ruimtelijk rijksbeleid. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR drie rijksdoelen geformuleerd: de concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken. Dit betekent bijvoorbeeld een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat; de bereikbaarheid verbeteren; zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Gemeente Amsterdam
blz. 20
De SVIR stelt in relatie tot het stedelijk gebied onder meer het volgende. Voor de concurrentiekracht van Nederland is het van belang dat internationaal opererende bedrijven niet alleen in Nederland blijven, maar dat er zich ook meer bedrijven, ondernemers en internationale kenniswerkers blijvend vestigen. Het bieden van een bijhorend vestigingsklimaat is hiervoor noodzakelijk. Het gaat daarbij niet alleen om kwalitatief hoogwaardige ruimte voor werken, verplaatsen en wonen (waaronder differentiatie in woonmilieus, het belang van openbaar vervoer voor de stedelijke regio en multimodaliteit ten behoeve van logistiek), maar ook om voldoende aanbod van onderwijs, cultuur, toegankelijk groen en recreatiemogelijkheden. Dit wordt ook wel de 'quality of life' genoemd. Het Rijk kiest voor het versterken van de ruimtelijk-economische structuur door het integraal benutten en uitbouwen van de kracht van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren, internationale verbindingen en mainports. Daarnaast zijn het borgen van ruimte voor bestaande en nieuwe energievoorziening, ruimte voor buisleidingen voor transport van (gevaarlijke) stoffen en het creëren van bestemmingsplan_Zuidas-Vivaldi k avel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening (vastgesteld)
blz. 21
een efficiënt gebruik van de ondergrond belangrijke randvoorwaarden. Het eerste door het Rijk aangemerkte nationaal belang is een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren. Voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat in de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren is het nodig om te beschikken over een voldoende voorraad (kwalitatief en kwantitatief ) woningen, bedrijventerreinen, kantoren en andere voorzieningen. Vanwege de complexiteit van de verstedelijkingsopgave in de stedelijke regio's rond de mainports (Noordvleugel en Zuidvleugel) maakt het Rijk met decentrale overheden afspraken over de programmering van de verstedelijking. Het Rijk vindt de stedelijke regio's van de mainports, brainport, greenports en de valleys van nationale betekenis. Gebiedsontwikkelingen van nationaal belang zoals Zuidas (als het grootste internationale zakendistrict), de Structuurvisie Mainport Schiphol Amsterdam Haarlemmermeer, Rotterdam-Zuid en Brainport Avenue rond Eindhoven worden doorgezet. De opgave voor Zuidas is het ontwikkelen van Zuidas als economische toplocatie en infrastructuurknooppunt (weg, spoor en openbaar vervoer) samen met andere overheden).
Zuidas: gebiedsontwikkeling van nationaal belang: In de Rijksstructuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt Zuidas gekwalificeerd als een 'gebiedsontwikkeling van nationaal belang'. Als nationaal belang acht het Rijk het bewerkstelligen van 'een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren'. De ontwikkeling van Zuidas, als economische toplocatie en infrastructuurknooppunt (weg, spoor en openbaar vervoer) draagt hieraan bij. Voorliggend bestemmingsplan geeft op onderdelen uitvoering aan het gegeven beleid, en is voor het overige daarmee niet in strijd. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
De nationale belangen uit de SVIR worden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) juridisch geborgd. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte planologische kernbeslissingen (PKB's) die juridisch moeten doorwerken tot in bestemmingsplannen. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. Deze onderwerpen zijn niet aan de orde in het voorliggende bestemmingsplan. De uitbreiding van de ruimtelijke ordeningsregels Barro is op 1 oktober 2012 in werking getreden. Deze uitbreiding betreft rijksregels ten aanzien van de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening, de uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet, de veiligheid rond rijksvaarwegen, de verstedelijking in het IJsselmeer, de bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en de toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Deze uitbreiding van het Barro heeft voor wat betreft het voorliggende plan geen consequenties.
Voorliggend bestemmingsplan past binnen de gestelde bepalingen en is daarmee niet in strijd.
Gemeente Amsterdam
blz. 22
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Onder een stedelijke ontwikkeling wordt op grond van artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Bro verstaan: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Wat tot het bestaand stedelijk gebied moet worden gerekend, volgt uit artikel 1.1.1, eerste lid, onder h, van het Bro: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. In alle gevallen geldt dat de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling onderbouwd moet worden. Daarbij wordt in het derde lid van voornoemd artikel de mogelijkheid geboden de toets aan de ladder door te schuiven naar het moment dat een uitwerkings- of wijzigingsplan wordt vastgesteld.
In de motivering van het bestemmingsplan wordt de nieuwe stedelijke ontwikkeling in het licht geplaatst van een goede ruimtelijke ordening en wordt de behoefte aan die ontwikkeling met het oog op het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik onderbouwd. De behoefte wordt onderbouwd en afgewogen op het niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling. De aard en de omvang van de ontwikkeling zijn daarbij bepalend voor de reikwijdte van de beschrijving van en het overleg over de behoefte, waarvan de resultaten ook zijn opgenomen in de beschrijving. Het gaat daarbij niet alleen om de kwantitatieve behoefte, maar ook om de kwalitatieve behoefte, zijnde de behoefte aan het specifieke karakter van de voorziene stedelijke ontwikkeling. Het gebied van de Zuidas kenmerkt zich als een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, werken, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en/of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Met het gestelde in voorliggende toelichting bij het bestemmingsplan wordt invulling gegeven aan bovenstaande. In het onderhavige geval is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling die wordt gerealiseerd binnen het bestaand stedelijk gebied.
Dat sprake is van bestaand stedelijk gebied, volgt uit het voorgaande waarbij aanvullend wordt opgemerkt dat dit voor kavel 13 onder meer reeds is onderbouwd in het bestemmingsplan 'Zuidas-Vivaldi' en het gebied als zodanig. Met het gestelde in voorliggende toelichting bij het bestemmingsplan wordt invulling gegeven aan het bovenstaande. Voor een nadere toelichting op de behoefte die met deze stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt wordt verwezen naar paragraaf 3.4.5.4.
bestemmingsplan_Zuidas-Vivaldi k avel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening (vastgesteld)
blz. 23
3.1.4
Vierde Nationaal Milieubeleidsplan
In het Vierde Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4) licht het kabinet het te voeren milieubeleid toe. Het milieubeleid moet bijdragen aan een gezond en veilig leven in een aantrekkelijke leefomgeving te midden van een vitale natuur zonder de mondiale biodiversiteit aan te tasten of natuurlijke hulpbronnen uit te putten. Het NMP4 wil een eind maken aan het afwentelen van milieulasten op de generaties na ons en op mensen in arme landen. De nota is geen allesomvattend milieubeleidsplan, daarom blijft het NMP 3 grotendeels van kracht. Het NMP4 kijkt verder vooruit (beleidshorizon is 2030) dan de voorgaande NMP's en betrekt de wereldwijde dimensie van het milieuvraagstuk erbij. In het NMP4 is geconstateerd dat het beleid voor gevaarlijke stoffen vanwege gebrekkige handhaving en het ontbreken van een wettelijke grondslag geen garantie biedt dat de risico's voor de bevolking zo laag mogelijk worden gehouden. Het kabinet heeft na de vuurwerkramp in Enschede van het externe veiligheidsbeleid een topprioriteit gemaakt. De toenmalige minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) functioneerde daarbij als coördinator op rijksniveau. De norm voor het plaatsgebonden risico heeft daarom een wettelijke status gekregen, aan de hand van het Besluit externe veiligheid bij inrichtingen (Bevi) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt).
Voorliggend bestemmingsplan geeft op onderdelen uitvoering aan het gegeven beleid, en is voor het overige daarmee niet in strijd. Externe veiligheid wordt nader besproken in hoofdstuk 9. 3.1.5
Structuurvisie Zuidasdok
Op 9 juli 2012 is de Rijksstructuurvisie Zuidasdok vastgesteld. Zuidasdok zorgt ervoor dat de bereikbaarheid van de noordelijke Randstad verbetert en Zuidas een stevige impuls krijgt om zich verder te ontwikkelen als internationale toplocatie en hoogwaardig stedelijk gebied. De doorstroming van de A10 wordt verbeterd door de uitbreiding van de capaciteit van de A10 tussen de knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel. Tegelijkertijd wordt het doorgaande verkeer en het bestemmingsverkeer van elkaar gescheiden. Door een verbeterde doorstroming op de A10 Zuid ontstaat een robuust autonetwerk in de noordelijke Randstad. Ter hoogte van het centrumgebied van Zuidas wordt de A10 ondergronds aangelegd, waardoor de milieukwaliteit in de flanken van Zuidas (de gebieden ten noorden en zuiden van de infrastructuurbundel A10/spoor) verbetert en de barrièrewerking wordt verminderd. Het huidige station Amsterdam Zuid wordt aangepast tot een kwalitatief hoogwaardige OV-terminal, waar de Noord/Zuidlijn, trams en bussen in geïntegreerd zijn. Niet alleen vanuit de stad en regio is Zuidas goed bereikbaar, door aanlanding van de Hanzelijn en de hogesnelheidstreinen is een groot deel van Nederland beter aangesloten op Zuidas en Amsterdam.
In voorliggend bestemmingplan is bij het bepalen van de situering van nieuwbouw evenals bij het gebruik van de gronden rekening gehouden met de ontwikkeling van het Zuidasdok (zie paragraaf 2.3). Ook bij het bepalen van de plangrens is rekening gehouden met de plangrens van het Tracébesluit en het bestemmingsplan Zuidasdok.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie NH 2050
Op 19 november 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie NH 2050 vastgesteld.
Gemeente Amsterdam
blz. 24
De Omgevingsvisie is gebaseerd op de Wet op de ruimtelijke ordening, de Wet milieubeheer, de Waterwet, de Planwet Verkeer en Vervoer en de Wet natuurbescherming. Het heeft dus de status van respectievelijk een provinciale structuurvisie, een provinciaal milieubeleidsplan, een regionale watervisie, een provinciaal verkeers- en vervoersplan en een provinciale natuurvisie. De huidige Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan, het Milieubeleidsplan 2015-2018, de Watervisie 2021 en de Agenda Groen worden ingetrokken en gaan op in de Omgevingsvisie NH2050 met onderliggende programma's. In de omgevingsvisie wordt de ambitie geschetst een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau vast te houden. Daarvoor moet een goede balans gezocht worden tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. De ambities die worden nagestreefd, zijn: 1. Een gezonde en veilige basiskwaliteit van de leefomgeving, met als doel: a. een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland; b. het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; c. het vergroten van de biodiversiteit in Noord-Holland. 2. Ruimtelijke ontwikkelingen faciliteren, met als doel: a.
een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor; b. vraag en aanbod van woon- en werklocaties beter met elkaar in overeenstemming brengen c. dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. d. het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. 3. Noord-Holland als samenleving in 2050 klimaatneutraal en gebaseerd op hernieuwbare energie. Voorliggend bestemmingsplan is in lijn met de ambitities uit de Omgevingsvisie. 3.2.2
Omgevingsverordening NH2020
Tegelijk met de invoering van de Structuurvisie Noord-Holland 2040 werd in juni 2010 de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie (PRVS) vastgesteld als een van de instrumenten om de beleidsdoelen die de provincie in de structuurvisie heeft gesteld te bereiken. De PRVS is na haar vaststelling meerdere keren gewijzigd. Door de term 'structuurvisie' te laten vallen is bovendien verduidelijkt dat de PRV een zelfstandig en, in tegenstelling tot de Provinciale Structuurvisie Noord-Holland 2040, een voor burgers bindend document is. In de PRV hadden Provinciale Staten in het kader van een goede ruimtelijke ordening een aantal algemene regels vastgesteld omtrent de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen over onderwerpen in zowel het landelijke als het bestaand bebouwd gebied van Noord-Holland, inclusief Amsterdam, waar een provinciaal belang mee gemoeid is en waaraan ruimtelijke plannen moesten voldoen. De PRV is inmiddels opgevolgd door de Omgevingsverordening NH 2020 die op 17 november 2020 in werking is getreden.
In de Omgevingsverordening 2020 zijn de eerste stappen gezet om in het de geest van de Omgevingswet naar nieuwe regels te streven die zien op het 'hoe': 'hoe kom je tot een goede fysieke leefomgeving ?' De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland die nog is gebaseerd op de huidige wet- en regelgeving. De Omgevingsverordening vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving bestemmingsplan_Zuidas-Vivaldi k avel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening (vastgesteld)
blz. 25
zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. Bij het opstellen van de Omgevingsverordening NH2020 is zoveel mogelijk voorgesorteerd op de Omgevingswet. De regels voor de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd in een verordening zodat duidelijk is welke regels waar gelden in Noord-Holland. Er is een digitale viewer (kaartbeelden) waarmee met een klik op locatie direct kan de daarbij behorende regels en toetsingskaders kunnen worden gezien. De kantoorontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt is in overeenstemming met de geldende provinciale kaders uit de Omgevingsverordening NH2020 en voor kantoren (Plabeka, hierover later meer). Het gaat hier om kantoorlocaties die kwalitatief aansluiten op de vraag van de markt. Zuidas is een locatie die uitstekend ontsloten is op het OV netwerk, op een aantrekkelijke en aansprekende plek in de stad is gevestigd en over voldoende stedelijke voorzieningen in de nabijheid beschikt. De Omgevingsverordening NH 2020 heeft geen gevolgen voor het plangebied.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Vervoerregio Amsterdam
De Stadsregio Amsterdam, een bestuurlijk samenwerkingsverband tussen verschillende gemeenten in de regio, is opgehouden te bestaan. Dit samenwerkingsverband is verder gegaan als Vervoerregio Amsterdam, een samenwerkingsverband van vijftien gemeenten en is sinds 1 januari 2017 opgericht. De vervoerregio werkt onder meer aan verbetering van de bereikbaarheid, de leefbaarheid en de economische ontwikkeling en heeft in dat kader een aantal beleidsnota's opgesteld, waarvan in dit kader vooral het Plabeka relevant is. 3.3.2
Metropoolregio Amsterdam
De Metropoolregio Amsterdam is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Staten en gemeenteraden van de aangesloten gemeenten en provincies. Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. Om in de Europese top mee te kunnen blijven spelen, is de gezamenlijke ambitie gericht op het creëren van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leef- en woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven. Rond de beleidsvelden verkeer en vervoer, economie, verstedelijking, landschap en duurzaamheid zijn drie regionale bestuurlijke overlegorganen geformeerd. De samenwerking in metropoolverband levert de regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk. 3.3.3
Plabeka
Op 23 juni 2017 heeft het Platform Economie de Uitvoeringsstrategie 3.0 vastgesteld: 'Ruimte voor werken in de MRA van morgen: 2017-2030'. Hoofddoel in de Uitvoeringsstrategie is voldoende en kwalitatief passend aanbod van werklocaties in de Metropoolregio Amsterdam, om bij te dragen aan het versterken van de (inter)nationale concurrentiepositie en het verbeteren van het regionale vestigingsklimaat. Gemeente Amsterdam
blz. 26
In deze Uitvoeringsstrategie zijn bestuurlijke afspraken gemaakt over Een adaptieve strategie: de nieuwe uitvoeringsstrategie is minder kwantitatief dichtgetimmerd. Als het gevolg van de crisis wordt er meer rekening gehouden met onvoorspelbaarheid en onzekerheid. De afspraken moeten dus wendbaar en flexibel zijn. De marktvraag en kwaliteit van het vestigingsklimaat zijn leidend in de strategie. Programmering: de planvoorraden van zowel bedrijventerreinen als kantoren moeten worden bewaakt om overaanbod te beperken en te voorkomen. Voor Amsterdam wordt versneld bijgeschakeld als (inter)nationale kansen daarom vragen. Voor alle deelregio's wordt in aanvulling op de kantorenvraag naar formele locaties extra ruimte geboden voor kantoorontwikkeling in informele milieus. Transformatie: Zowel voor kantoren als voor bedrijventerreinen zijn de transformatieambities hoog. Als gevolg daarvan wordt een uitplaatsingsvraag verwacht, met name vanuit Amsterdam. Herstructurering: de herstructurering van bedrijventerreinen blijkt een belangrijk aandachtspunt. Het meest recente jaarlijkse verslag van de ontwikkelingen op de kantoren- en bedrijventerreinenmarkt in de MRA is de Monitor Plabeka 2017-2018. Daaruit blijkt dat de economie van de MRA in 2017 voor het vijfde jaar op rij een groei vertoonde.
Bijna 60% van de banen in de MRA is gesitueerd op gemengde werkmilieus als woonwijken, centrumgebieden en creatieve wijken. Vooral binnen de creatieve wijken groeit de werkgelegenheid sterk. Kantoorruimte concentreert zich in centrumgebieden en woonwijken. De kantorenleegstand in gemengde milieus is in de afgelopen twee jaar gedaald tot 11%. Vooral in centra en creatieve wijken is de leegstand laag. In 2017 was bovendien meer transformatie zichtbaar dan ooit (0,5 miljoen m2, 4% van de totale voorraad). Wonen is de voornaamste nieuwe functie (minstens de helft van de getransformeerde ruimtes). Tot 2030 beschikt de MRA over 0,9 miljoen m2 hard planaanbod op kantoorlocaties, waarvan bijna de helft op internationale vestigingslocaties als Zuidas. De vraag concentreert zich met name op aantrekkelijke, multimodaal bereikbare plekken met een hoog voorzieningenniveau. In Amsterdam is de voorraad in dit segment krap. Ook de markt voor bestaande bedrijfsruimte lijkt in de gemeente Amsterdam krapper dan elders in de MRA. Het transactievolume van bedrijfsruimte ligt er relatief hoog en de leegstand van industrieel vastgoed en kantoorruimten op bedrijventerreinen is laag. De mogelijkheden voor kantoren in dit plan passen binnen de uitvoeringsstrategie van het Plabeka en de daarin neergelegde planningsopgave.
Zuidas is een aantrekkelijke vestigingslocatie met kwalitatief hoogwaardige kantoorfuncties, waarmee aangesloten wordt op de behoeftevraag van de markt. Daarnaast is Zuidas zeer goed ontsloten op het OV netwerk. 3.3.4
Regionaal Verkeer en Vervoerplan
Het Regionaal Verkeer en Vervoerplan (RVVP) is in december 2004 vastgesteld door de Regioraad en opgesteld in samenwerking met de zestien gemeenten van de Vervoerregio Amsterdam. De gezamenlijke ambitie is een gezonde en gedifferentieerde economie met internationale concurrentiekracht, het bieden van een goed sociaal klimaat voor inwoners en het zorgen voor een duurzame leefomgeving. De mobiliteitsgroei is hierbij een gegeven. Deze groei moet wel worden opgevangen om voldoende recht te doen aan de geformuleerde ambities maar mag niet leiden tot onbereikbaarheid en aantasting van de leefbaarheid. Beleid is noodzakelijk om niet alleen de bereikbaarheidsproblemen op te lossen maar ook om de veiligheid en leefbaarheid te waarborgen. Het RVVP gaat uit van een samenhangende aanpak van de bereikbaarheidsproblemen. Er wordt ingezet op het benutten van de sterke kanten van het bestaande aanbod van openbaar vervoer (OV) en wegcapaciteit, maar het kan niet zonder uitbreiding van deze capaciteit en verdere beïnvloeding van de bestemmingsplan_Zuidas-Vivaldi k avel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening (vastgesteld)
blz. 27
vraag naar mobiliteit. Goed samenspel tussen ruimtelijke ontwikkelingen en verkeer en vervoer is noodzakelijk. Jaarlijks wordt voor het RVVP een uitvoeringsprogramma opgesteld en iedere twee jaar wordt het beleidskader geëvalueerd. Met de uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd is in het bestemmingsplan rekening gehouden. In hoofdstuk 6 wordt verder ingegaan op het aspect bereikbaarheid. 3.3.5
Regionale OV-Visie 2010-2030 van de Stadsregio Amsterdam
De OV-Visie 2010-2030 is samen met gemeenten van de Stadsregio Amsterdam (thans Vervoerregio Amsterdam), aangrenzende overheden, maatschappelijke organisaties (reizigersverenigingen) en vervoerbedrijven ontwikkeld en op 24 juni 2008 vastgesteld door de Regioraad. Het aanleggen van grootschalige infrastructuur vraagt een lange voorbereidingstijd. Daarom is een visie nodig voor de langere termijn. Op basis van de visie wordt ook een investeringsstrategie gemaakt. Met de visie kunnen juiste en toekomstbestendige keuzes worden gemaakt in de aanleg of aanpassingen van het OV-netwerk in de regio.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie Amsterdam 2040 en Omgevingsvisie 2050
De gemeenteraad heeft in zijn vergadering van 17 februari 2011 de Structuurvisie Amsterdam 2040: Economisch Sterk en Duurzaam vastgesteld. De centrale ambitie van de structuurvisie is dat Amsterdam zich verder ontwikkelt als kernstad van een internationaal concurrerende, duurzame, Europese metropool. Om economisch sterk en duurzaam te zijn en Amsterdam en de regio verder te kunnen ontwikkelen wil Amsterdam onder meer een intensiever gebruik van de bestaande stad en het openhouden van landschap. Intensivering van het grondgebruik in de stad biedt tal van mensen woon- en werkruimte. Het betekent extra draagvlak voor voorzieningen, extra investeringen in de openbare ruimte, efficiënter omgaan met energie en vervoer en er hoeft minder landschap te worden aangetast. Daarnaast betekent het ook 70.000 woningen en bijbehorende voorzieningen erbij tot 2040, intensiever gebruik van de haven en huidige bedrijventerreinen en ruimte voor waterberging. Zuidas ontwikkelt zich de komende jaren als het deel van het stadscentrum voor internationaal zakendoen en kennisontwikkeling, maar er zal ook op grote schaal gewoond worden en er komen voorzieningen als winkels, kinderopvang, (internationale) scholen en horeca. Exclusieve retail- en culturele voorzieningen moeten de internationale aantrekkingskracht versterken.
Het wordt niet alleen het zakencentrum voor de metropool Amsterdam maar van heel Nederland. Nergens in Nederland zijn vergelijkbare kansen aanwezig voor een internationaal vestigingsmilieu. Amsterdam is de stad met de internationale hoofdkantoren en met Zuidas wordt die positie verder bevestigd. Met het plan voor Zuidas wordt beoogd de stedelijke kwaliteit te realiseren die nodig is om de rol van toplocatie te bestendigen en verder te ontwikkelen.
Gemeente Amsterdam
blz. 28
Zuidas in de Structuurvisie Amsterdam 2040 Zuidas is aangemerkt als metropolitaan kerngebied. Een zeer gedifferentieerd gebied waar sprake is van een optimale menging van wonen en werken met daarin internationale toplocaties voor kantoren, winkels bestemmingsplan_Zuidas-Vivaldi k avel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening (vastgesteld)
blz. 29
van internationale allure en ook woningen. Uit het vervolg van deze toelichting zal blijken dat aan de uitgangspunten van de structuurvisie uitwerking wordt gegeven. Omgevingsvisie 2050 Momenteel werkt de Gemeente Amsterdam vanuit de Structuurvisie aan een Omgevingsvisie Amsterdam 2050 waarin vijf strategische keuzes worden gemaakt: 1. meerkernige ontwikkeling: Amsterdam is uit balans met één centrum waar alles op is gericht is. Een van de hoofddoelen van deze visie is een stad te worden met meer stedelijke centra. Ook in de regio willen we de kernen meer stedelijke kwaliteit geven; 2. groeien binnen de grenzen: duurzame, compacte stedelijke ontwikkeling en intensief ruimtegebruik. Daarmee maken we sociaal sterke buurten, met veel ruimte ondernemerschap en beperken we de ecologische voetafdruk van de stad; 3. duurzaam en gezond bewegen: in een compacte stad staan ontmoeten en bewegen in de openbare ruimte voorop. In de hele stad krijgen lopen, fietsen en openbaar vervoer ruim baan. 4. rigoureus vergroenen: nieuwe parken en meer groen in de openbare ruimte en op en aan gebouwen houdt de stad klimaatbestendig en leefbaar voor mens, dier en plant. 5. samen stad maken: meer mogelijkheden voor maatschappelijk initiatief. Samen met Amsterdammers, corporaties en private partijen bouwen we aan de stad.
Daarbij maken we meer ruimte voor experimenten en verantwoordelijk en eigenaarschap voor onze inwoners. De ontwerpomgevingsvisie van Amsterdam heeft ter inzage gelegen van 21 januari tot en met 3 maart 2021. Naar verwachting wordt de Omgevingsvisie medio 2021 ter vaststelling aan de gemeenteraad voorgelegd. In de ontwerpomgevingsvisie zijn geen onderwerpen opgenomen die voorliggend bestemmingsplan in de weg staan. 3.4.2
Koers 2025: Ruimte voor de stad
Om uitvoering te kunnen geven aan de Structuurvisie Amsterdam 2040 is het belangrijk om goed in beeld te hebben waar de beschikbare ruimte zich in Amsterdam bevindt. Daarom heeft de gemeente Amsterdam in april 2016 Koers 2025: Ruimte voor de stad opgesteld; een integrale en stadsbrede inventarisatie van woningbouwlocaties. Koers 2025 operationaliseert de structuurvisie en de ambitie voor de bouw van 50.000 woningen in een ontwikkelstrategie voor de stad tot 2025. Naast het accommoderen van groei wil Amsterdam kwaliteit aan de stad toevoegen. Door het veranderende karakter van de toenemende bedrijvigheid wordt de klassieke scheiding tussen wonen en bedrijvigheid steeds vager. Gemengd stedelijke milieus, functioneel en duurzaam, zijn het best in staat om aan deze ontwikkeling ruimte te bieden. Zuidas wordt in Koers 2025 aangewezen als gebied waar mogelijkheden zijn voor nieuwe gebiedsontwikkeling. De ontwikkelingen in Zuidas kenmerken zich bij uitstek door hun gemengde functies, functionaliteit en duurzaamheid en zijn dan ook volledig in lijn met Koers 2025.
Gemeente Amsterdam
blz. 30
3.4.3
Hoogbouw in Amsterdam
Binnen het instrumentarium van de Structuurvisie Amsterdam 2040 (en de Nota Hoogbouw in Amsterdam, vastgesteld door het College van B&W op 10 mei 2011) zijn de uitgangspunten voor hoogbouw in Amsterdam genoteerd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebieden waar hoogbouw wordt gestimuleerd en gebieden waar hoogbouw zeer terughoudend wordt toegepast. Onder hoogbouw wordt verstaan: gebouwen vanaf 30 meter hoogte of tweemaal de hoogte in hun directe omgeving. Onderhavig bestemmingsplangebied ligt in een gebied (langs de ringweg A10/Ringlijn, met name rond de OV-knooppunten) waar hoogbouw wordt gestimuleerd. Aan de hand van een hoogbouweffectrapportage (HER), waarin de effecten van het hoogbouwplan op het stedelijke landschap in beeld zijn gebracht, wordt beoordeeld of een hoogbouwplan verantwoord is. In bepaalde gevallen is het opstellen van een HER verplicht. Dat doet zich voor in situaties waarin terughoudendheid met hoogbouw wordt beoogd. De Zuidas is als locatie aangewezen waar hoogbouw wordt gestimuleerd. Het opstellen van een HER is niet verplicht gesteld. In het kader van voorliggend bestemmingsplan is wel onderzoek gedaan naar een aantal hoogbouwgerelateerde onderwerpen zoals bezonning, windhinder, straalpaden en het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (Lib). In hoofdstuk 13 wordt inhoudelijk ingegaan op de stedenbouwkundige inpassing in en effecten op de omgeving.
3.4.4
Visie Zuidas 2016
De gemeenteraad heeft op 5 oktober 2016 de Visie Zuidas 2016 vastgesteld. In de Visie Zuidas wordt beschreven hoe, waar en waarom er ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Zuidas is in korte tijd uitgegroeid tot een uniek deel van Amsterdam met internationale allure, maar wordt ook steeds meer tot een levendige stadswijk. Zuidas staat aan de vooravond van de grootste bouwoperatie uit de geschiedenis van het gebied, er komen duizenden nieuwe woningen en bewoners bij. Daarnaast reizen steeds meer mensen via station Amsterdam Zuid van en naar Amsterdam. Het wordt, kortom, op alle mogelijke manieren drukker in Zuidas met een mix van bewoners, studenten, werknemers, reizigers, congresbezoekers en toeristen. Het behouden en versterken van kwaliteit van wonen en werken in Zuidas, gecombineerd met de aanleg van Zuidasdok, is de belangrijkste uitdaging voor de komende periode. De Visie Zuidas 2016 benoemt daarbij de volgende thema's: Zuidas in uitvoering De visie staat in het teken van het voortzetten en versterken van het succes van Zuidas in een periode met veel bouwactiviteiten. Het is onvermijdelijk dat bewoners en bezoekers last gaan ondervinden van bouw- en funderingswerkzaamheden, omleidingen en bouwverkeer, maar de overlast mag niet overheersen.
Alle reden om juist nu extra aandacht te schenken aan hoe we de kwaliteit van het gebied hoog kunnen houden en waar mogelijk kunnen verbeteren. Door zorgvuldige gebiedsregie en goede communicatie wordt geborgd dat Zuidas ook tijdens de bouw leefbaar en bereikbaar blijft. Internationaal en ambitieus De kracht van Zuidas wordt onder andere bepaald door de goede bereikbaarheid, zowel vanuit de stad als vanuit de regio, en dankzij de nabijheid van Schiphol. Daar bovenop maakt de aanwezigheid van gekwalificeerde werknemers en kennisinstellingen van Zuidas een gewilde locatie voor internationaal opererende topbedrijven. Het succes en de kracht van Zuidas als internationale toplocatie wordt met deze visie verder uitgebouwd en versterkt. Het internationale karakter wordt op straat voelbaar en bestemmingsplan_Zuidas-Vivaldi k avel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening (vastgesteld)
blz. 31
zichtbaar, door hoogwaardige voorzieningen, hotels, kunst en cultuur. Het 'Kenniskwartier', een menging van universitaire- en stedelijke voorzieningen, bedrijven en wonen, zal een belangrijke plek krijgen in de internationale en ambitieuze Zuidas. Een levendige woonwijk Het is de ambitie om van Zuidas een gemengd woongebied te maken voor jong en oud; een wijk met een grote verscheidenheid aan nieuwe, lichte woningen in een hoog stedelijke omgeving en met een moderne en kosmopolitische sfeer. Om de verblijfs- en woonkwaliteit in Zuidas te garanderen wordt blijvend ingezet op meer levendigheid en voldoende voorzieningen, zoals scholen, zorgfuncties en winkels. Verbonden door groen en water Een belangrijke voorwaarde voor een gezonde en leefbare Zuidas is de aanwezigheid van voldoende en kwalitatief hoogwaardig groen en water. Dat is niet alleen belangrijk vanwege recreatieve functies, maar ook om Zuidas bestendig te maken tegen extreme regenbuien en hoge temperaturen en een habitat te bieden aan flora en fauna. Daarom worden er plekken in het groen of bij het water aangelegd, worden bestaande plekken verbeterd en worden het groen en water beter met elkaar verbonden. De samenhangende structuur van groen en water wordt een belangrijke drager van de identiteit van het gebied. Kiezen voor fiets en OV Het aantal vervoerbewegingen neemt de komende jaren flink toe.
De ambitie om de bereikbaarheid van Zuidas te behouden en tegelijkertijd een aantrekkelijk verblijfsgebied te vormen, dwingt tot het maken van expliciete keuzes. Fiets en openbaar vervoer krijgen meer ruimte als aantrekkelijke alternatieven voor het autogebruik. Met een aantal reeds geplande (in het kader van Zuidasdok) en beoogde ingrepen (op lange termijn) wordt de OV-bereikbaarheid vergroot. Fietsen van en naar Zuidas en het stallen van fietsen wordt zo snel, goedkoop, veilig en gemakkelijk als mogelijk. De daklaan wordt onderzocht; een verhoogde fietsverbinding in een groene setting. Tot slot worden bestaande en voorziene infrastructuur slimmer en efficiënter benut. Het bedrijfsleven speelt hierbij een belangrijke rol. 3.4.5
Kantoorbeleid
3.4.5.1 Kantorenstrategie Amsterdam 2017: het juiste kantoor op de juiste plek In 2011 werd met vaststelling van de Kantorenstrategie beleid geformuleerd om de kantorenmarkt gezonder te maken en het totale aanbod van kantoorvloeroppervlak terug te dringen. Hierbij werd sterk ingezet op transformatie en herontwikkeling van leegstaande kantoren en het beperken van nieuwbouw. Deze inzet is succesvol gebleken met een daling van de leegstand van 18 % naar 12,8 % per 1 januari 2017. Sinds 2015 is de dynamiek op de kantorenmarkt weer sterk toegenomen en dit vroeg om een actualisering van de huidige strategie en onderzoek naar de doelmatigheid hiervan. De veranderingen op de kantorenmarkt, maar ook de banengroei en een Brexit zijn aanleiding geweest om de in 2011 vastgestelde Kantorenstrategie te actualiseren. Amsterdam als economische motor Amsterdam huisvest een aantal grote en bovengemiddeld snel groeiende dienstensectoren waarin de Metropoolregio Amsterdam (MRA) een comparatief voordeel heeft ten opzichte van de rest van Nederland. De belangrijkste hiervan is de zakelijke en financiële dienstverlening. Ook de industrie IT- en softwaredienstverlening droeg relatief sterk bij aan de economische groei van Amsterdam. De werkgelegenheid nam in 2016 in de hele MRA toe met 2,3 %. De stijging is bijna geheel toe te schrijven aan Amsterdam. Op Zuidas groeide het aantal banen het snelst.