CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit2021-009bijl02. Bestemmingsplan Osdorperweg-Westrandweg

RAAD 20 januari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Osdorperweg Westrandweg. Nr. VN2020-03000827.412 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende vijf ambities centraal: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement Nederlanders leven waterbewust Met het Nationaal Waterplan 2016-2021 zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van het watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Hierbij wordt gestreefd naar een integrale benadering, door economie (inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie en cultureel erfgoed zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het beleid en de maatregelen in het Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland. 16.2.1.3

Waterbesluit

In het Waterbesluit zijn de regels gegeven die betrekking hebben op beheer en gebruik van watersystemen die in beheer zijn van het Rijk. Voor het gebruik maken van een waterstaatswerk (een oppervlaktewaterlichaam, waterkering of kunstwerk zoals een sluis) kan een watervergunning vereist zijn. Voor de waterstaatswerken in beheer bij het Rijk is dat geregeld in het Waterbesluit en de Waterregeling. Voor regionale waterstaatswerken staan de regels in de keur van het waterschap. Oppervlaktewaterlichamen in rijksbeheer zijn o.a. IJsselmeer en daaraan verbonden wateren zoals het Markermeer en IJmeer; de Rijn en daarmee verbonden wateren zoals het Amsterdam-Rijnkanaal, Buiten IJ, Afgesloten IJ en Noordzeekanaal (zie bijlage II van het Waterbesluit). Ook de zijwateren van deze oppervlaktewateren zijn in principe in beheer bij het rijk. Andere watergangen zoals het Nieuwe Diep ten oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal (Boven Diep) en de watergangen en sloten langs waterkeringen en sluizen zijn in beheer bij het Rijk. Voor het maken of behouden van werken, het plaatsen van vaste substanties of voorwerpen en het

bestemmingsplan_Osdorperweg-Westrandweg (vastgesteld)

blz. 65

uitvoeren van werkzaamheden op of in rijkswateren, anders dan in overeenstemming met de functie, is een watervergunning vereist. Met de toevoeging "anders dan in overeenstemming met de functie" wordt geregeld dat het varen op een vaarweg of het zwemmen in zwemwater niet vergunningplichtig is. Deze toevoeging moet echter vrij beperkt geïnterpreteerd worden; het maken van een laad- en losplaats voor schepen is wel degelijk vergunningplichtig, ook als het betreffende water de functie scheepvaart heeft. Op de vergunningplicht bestaat een flink aantal uitzonderingen. De volgende handelingen zijn niet vergunningplichtig: het uitvoeren van activiteiten genoemd in bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (behoudens enkele uitzonderingen); het uitvoeren van onderhoud, aanleg of wijziging van waterstaatswerken door of in opdracht van de beheerder; het maken van werken om oeverafslag tegen te gaan; het permanent afmeren van woonschepen of andere drijvende objecten in andere rijkswateren dan de grote rivieren Deze niet-vergunningplichtige activiteiten zijn in het algemeen wel meldingsplichtig op grond van artikel 6.14 van de Waterregeling. 16.2.2 Provinciaal beleid 16.2.2.1

Provinciale watervisie 2021

De Provinciale watervisie 2021 is de opvolger van het Waterplan 2010-2015. Het thema van de Watervisie is 'Buiten de oevers'. Om Noord-Holland veilig, leefbaar en groen te houden en tegelijkertijd een goed investeringsklimaat te hebben, is het nodig om over grenzen heen te kijken. Oplossingen zullen we meer buiten het eigenlijke waterdomein gaan vinden, met water als vanzelfsprekend onderdeel van ruimtelijke gebiedsontwikkelingen. Om de veiligheid te garanderen zijn slimme en ruimtelijke alternatieven nodig. Innovatieve oplossingen, waarvoor de provincie Noord-Holland volop ruimte wil bieden. De Watervisie zoekt de koppeling van wateropgaven met ruimte, economie en natuur. Alleen door water goed mee te nemen kunnen duurzame integrale afwegingen worden gemaakt. Zo is er op en aan het water rust, maar ook ruimte voor recreatie. Dit biedt kansen voor economische ontwikkeling, maatregelen ten behoeve van de veiligheid kunnen bijvoorbeeld worden gecombineerd worden met het aanleggen van recreatieve functies. De Watervisie 2021 is een zelfbindend document dat de kaders stelt voor wateropgaven in Noord-Holland. Dit doen wordt gedaan op basis van de kaders Veilig en Schoon & Voldoende. In het waterveiligheidsbeleid wordt landelijk een overstap gemaakt aar een risicobenadering, waarbij ook het effect van een overstroming op het achterland wordt meegewogen.

Met de waterpartners wordt gezorgd voor veilige dijken en keringen. Met het waterrobuust inrichten van de omgeving en goede evacuatiemogelijkheden wordt het effect van een eventuele overstroming beperkt. Schoon en voldoende water is onmisbaar voor een gezonde, productieve en aangename leefomgeving en een soortenrijke natuur. Er wordt voor gezorgd dat het grond- en oppervlaktewater duurzaam kan worden gebruikt en dat voorraden zorgvuldig worden beheerd, De Provinciale watervisie 2021 is de opvolger van het Waterplan 2010-2015. Het thema van de Watervisie is 'Buiten de oevers'. Om Noord-Holland veilig, leefbaar en groen te houden en tegelijkertijd een goed investeringsklimaat te hebben, is het nodig om over grenzen heen te kijken. Oplossingen zullen we meer buiten het eigenlijke waterdomein gaan vinden, met water als vanzelfsprekend onderdeel van ruimtelijke gebiedsontwikkelingen. Om de

Gemeente Amsterdam

blz. 66

veiligheid te garanderen zijn slimme en ruimtelijke alternatieven nodig. Innovatieve oplossingen, waarvoor de provincie Noord-Holland volop ruimte wil bieden. De Watervisie zoekt de koppeling van wateropgaven met ruimte, economie en natuur. Alleen door water goed mee te nemen kunnen duurzame integrale afwegingen worden gemaakt. Zo is er op en aan het water rust, maar ook ruimte voor recreatie. Dit biedt kansen voor economische ontwikkeling, maatregelen ten behoeve van de veiligheid kunnen bijvoorbeeld worden gecombineerd worden met het aanleggen van recreatieve functies. De Watervisie 2021 is een zelfbindend document dat de kaders stelt voor wateropgaven in Noord-Holland. Dit doen wordt gedaan op basis van de kaders Veilig en Schoon & Voldoende. In het waterveiligheidsbeleid wordt landelijk een overstap gemaakt aar een risicobenadering, waarbij ook het effect van een overstroming op het achterland wordt meegewogen. Met de waterpartners wordt gezorgd voor veilige dijken en keringen. Met het waterrobuust inrichten van de omgeving en goede evacuatiemogelijkheden wordt het effect van een eventuele overstroming beperkt. Schoon en voldoende water is onmisbaar voor een gezonde, productieve en aangename leefomgeving en een soortenrijke natuur.

Er wordt voor gezorgd dat het grond- en oppervlaktewater duurzaam kan worden gebruikt en dat voorraden zorgvuldig worden beheerd, zonder uitputting of verontreiniging. Diepe, watervoerende lagen kunnen worden gebruikt voor energieopslag. 16.2.3 Hoogheemraadschap 16.2.3.1

Waterbeheerplan AGV 2016-2021

Op 8 oktober 2015 heeft het Algemeen Bestuur van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht het Waterbeheerplan AGV 2016-2021 vastgesteld. Het is het tweede waterbeheerplan van AGV in de 6-jarige waterplancyclus van rijk, provincie en waterschap. Het waterbeheerplan heeft als titel meegekregen: 'Waterbewust en waterrobuust'. Het waterbeheerplan gaat in op de hoofdtaken van het waterschap: waterveiligheid, voldoende water en schoon water. Ook wordt aandacht gegeven aan de maatschappelijke (neven)taken: nautisch en vaarwegbeheer, recreatief medegebruik, natuurbeheer en cultuurhistorische, landschappelijke en architectonische waarden. Voor elk van deze thema's is aangegeven wat het wensbeeld is op de lange termijn. Deze ambitie voor de lange termijn is vervolgens herleid naar een aantal doelen voor de planperiode en een aanpak op hoofdlijnen. Door middel van indicatoren zijn de doelen voor de planperiode meetbaar gemaakt. 16.2.3.2

Keur AGV

De Waterschapswet zegt in artikel 78 dat het waterschap verordeningen mag opstellen voor de "behartiging van aan het waterschap opgedragen taken". In december 2017 is de Keur van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) vastgesteld. De Keur van het AGV is gericht op het beschermen van de water aan- en -afvoer, de bescherming tegen wateroverlast en overstroming en op het beschermen van de ecologische toestand van het watersysteem. In de toelichting bij de Keur is aangegeven dat de aanleg van verhard oppervlak in beginsel leidt tot een grotere belasting van het oppervlaktewatersysteem en/of rioleringssysteem, omdat pieken in de regenafvoer minder worden afgevlakt door infiltratie. Bij nieuwbouw in stedelijk gebied, verdichting in bestaand stedelijk gebied of de aanleg van wegen is sprake van verharding van gebieden waar voorheen water in de bodem kon worden geborgen. De toename van de belasting van het

bestemmingsplan_Osdorperweg-Westrandweg (vastgesteld)

blz. 67

oppervlaktewatersysteem moet daarom worden gecompenseerd door de initiatiefnemer. Dat betekent dat het watersysteem na de realisering van de verharding niet zwaarder belast mag worden dan voordien. Op grond van artikel 4.20, onder a, van de Keur is het verboden om in stedelijk gebied meer dan 1.000 vierkante meter verharding aan te brengen of het verhard oppervlak met 1.000 vierkante meter te laten toenemen. Het Dagelijks Bestuur van het waterschap kan ontheffing verlenen van deze verbodsbepaling. 16.2.3.3

Legger AGV

De legger is een openbaar register van AGV waarin wordt bepaald aan welke eisen (diepte, hoogte, sterkte etc.) de wateren, dijken en kunstwerken moeten voldoen. Het is een openbaar register van het waterschap en dient als uitwerking van de Keur. 16.2.4 Gemeente Amsterdam 16.2.4.1

Watervisie Amsterdam

Op 14 september 2016 heeft de gemeenteraad van Amsterdam de Watervisie Amsterdam 2040 vastgesteld. De visie geeft een ruimtelijk-economisch perspectief op het gebruik van water en oevers in Amsterdam op de lange termijn (2040) met een aantal speerpunten voor de korte termijn (2018). De Watervisie Amsterdam 2040 is een structuurvisie-uitwerking. Dat betekent dat de Watervisie na vaststelling door de gemeenteraad als een onderdeel van de Structuurvisie Amsterdam 2040 (een strategisch beleidsdocument voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad) wordt beschouwd. De visie is daarmee zowel een beleidsvisie als een planologisch-juridisch toetsinstrument. Ze wordt als planologisch-juridisch toetsingsdocument ingezet bij ruimtelijke plannen en initiatieven om water gerelateerde ontwikkelingen in balans met elkaar en integraal te laten plaatsvinden. Met de Watervisie willen we bewoners, ondernemers, bedrijven, verenigingen en bezoekers tevens stimuleren en inspireren om -in lijn met de Watervisie- nieuwe initiatieven te ontplooien en te realiseren. Voor nieuwe ruimtelijke initiatieven dienen de gebruikelijke (planologisch-juridische) procedures te worden gevolgd. De Watervisie is planologisch-juridisch alleen bindend voor het gebied binnen de gemeentegrenzen van Amsterdam. 16.2.4.2

Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 2016-2021

De gemeente Amsterdam is wettelijk verantwoordelijk voor drie watertaken. Deze zogenaamde zorgplichten betreffen: de inzameling en transport van stedelijk afvalwater; de inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater; het nemen van grondwatermaatregelen. In het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 2016 - 2021 staat hoe deze drie zorgplichten de komende periode door de gemeente Amsterdam worden ingevuld. Doel van het plan is om aan het bevoegd gezag te verantwoorden op welke wijze de gemeente Amsterdam deze watertaken uitvoert, en in hoeverre zij afdoende middelen heeft om dit in de toekomst te blijven doen. Hiermee voldoet de gemeente aan de planverplichting zoals die in de Wet milieubeheer (artikel 4.22) is opgenomen. Het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 2016-2021 is tot stand gekomen in samenwerking met de waterschappen Hollands Noorderkwartier, Rijnland, Amstel, Gooi en Vecht en Rijkswaterstaat. Dit is het tweede Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam waarin de drie zorgplichten zijn opgenomen. Het plan volgt op het eerdere 'Breed Water, plan gemeentelijke watertaken Amsterdam 2010 - 2015'.

Gemeente Amsterdam

blz. 68

16.2.5 Stadsdeel Nieuw-West 16.2.5.1

Waterplan Nieuw-West: visie 2040

Op 27 februari 2013 is het Waterplan Nieuw-West door de stadsdeelraad vastgesteld. De waterstructuur is leidend geweest bij de totstandkoming van Nieuw-West. Daarom is het onlosmakelijk verbonden met de fysieke leefomgeving. Om problemen omtrent water, zoals de gevolgen van de klimaatwijzigingen of het verbeteren van de waterkwaliteit, op te lossen, moeten ze integraal opgepakt worden. De verschillende wateraspecten staan niet allemaal los van elkaar, vaak beïnvloeden ze elkaar. In het Waterplan wordt de gezamenlijke focus aangebracht. Ambities en de resultaten kunnen worden vergroot door zowel de samenhang (inhoudelijke dimensie) als de samenwerking (procesmatige dimensie) te versterken. Naast ruimtelijke ordeningsaspecten worden ook aspecten als belevingswaarde, recreatie, biodiversiteit en cultuurhistorie in het waterplan beschreven en worden ambities voor de toekomst benoemd. Met betrekking tot het beheer en onderhoud van de watergangen (en alles daaromheen) geeft het waterplan inzicht in de verantwoordelijkheden en spreekt het ambities uit met betrekking tot ontbrekende inzichten.

16.3

Watertoets

Grondwater Grondwateroverlast dient te worden voorkomen. Bij nieuwbouwontwikkelingen moet worden voldaan aan de gemeentelijke grondwaternorm. Ondergrondse constructies moeten waterdicht worden uitgevoerd en mogen geen effect hebben op de grondwaterstanden in de omgeving. Dit wordt desgevraagd aangetoond in een geohydrologisch onderzoek. In het plangebied zijn geen nieuwbouwontwikkelingen voorzien met ondergrondse constructies. Veiligheid en waterkeringen Indien er een waterkering is gelegen binnen het plangebied moeten de kern- en beschermingszones van de kering worden opgenomen op de verbeelding en worden bestemd met de dubbelbestemming 'Waterkering'. Het uitvoeren van werkzaamheden binnen de kern- en beschermingszones van de waterkering is watervergunningsplichtig. In het voorliggende plangebied zijn de aanwezige waterkeringen bestemd met de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering. Verharden Op grond van artikel 4.20, onder a, van de Keur is het verboden om in stedelijk gebied meer dan 1.000 vierkante meter verharding aan te brengen of het verhard oppervlak met 1.000 vierkante meter te laten toenemen. Het Dagelijks Bestuur van het waterschap kan ontheffing verlenen van deze verbodsbepaling. Onderhavig bestemmingsplan voorziet niet in een wijziging van het verharde of bebouwde oppervlak.

Waterkwaliteit en riolering Vanuit Europa en het Rijk zijn er binnen de gemeente Amsterdam wateren aangewezen waarvoor strengere waterkwaliteitseisen gelden. Dit zijn de Kader Richtlijn Water en Natura 2000 gebieden. Deze

bestemmingsplan_Osdorperweg-Westrandweg (vastgesteld)

blz. 69

zijn omschreven in het Waterbeheerplan AGV 2016-2021. De bebouwing langs de Osdorperweg is aangesloten op de riolering. In het gebied is geen gescheiden rioleringssysteem aanwezig.

16.4

Conclusie

Het bestemmingsplan brengt geen wijzigingen in de waterstructuur. Een gedeelte van het plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' ten behoeve van de aanwezige waterkeringen in het plangebied. Bouwen overeenkomstig de medebestemming is slechts mogelijk, mits daartegen uit hoofde van de waterstaatbelangen geen overwegende bezwaren bestaan en de waterbeheerder daar vooraf over is gehoord. Derhalve kan worden geconcludeerd dat gelet op bovenstaande de watertoets de tenuitvoerlegging van het bestemmingsplan niet in de weg staat.

Gemeente Amsterdam

blz. 70

bestemmingsplan_Osdorperweg-Westrandweg (vastgesteld)

blz. 71

Hoofdstuk 17 17.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Waar de overige paragrafen van deze bestemmingsplantoelichting de achtergronden van het bestemmingsplan belichten, geeft deze paragraaf een toelichting op de bestemmingsplanregels. Uitgelegd wordt wat de bedoeling en strekking is van de verschillende onderdelen van de regels. Daartoe worden in deze paragraaf de regels per artikel toegelicht. Het (juridisch deel van het) bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding heeft een functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van de bestemming en overige regels. In de toelichting wordt ook een relatie met het relevante beleid gelegd en een gebiedsbeschrijving gegeven.

Op basis van het beleid en de gebiedsbeschrijving zijn vervolgens de uitgangspunten voor het bestemmingsplan geformuleerd.

17.2

Artikelgewijze toelichting

17.2.1 Toelichting op de plansystematiek Dit bestemmingsplan bestaat uit een GML-bestand, regels en een toelichting. Het GML-bestand bevat de verbeelding, waaraan de regels zijn gekoppeld. Deze vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Verbeelding Op de verbeelding van de plankaart wordt door middel van letters, cijfers, lijnen en aanduidingen het toegestane gebruik van de gronden en de mogelijke bouwhoogtes/volumes aangegeven. De kaart heeft, in samenhang met de regels, een juridisch bindend karakter. Als ondergrond is een recente topografische kaart gehanteerd. Daarmee kan exact worden bepaald waar het plan is gelegen en hoe begrenzingen lopen. Om de goede leesbaarheid van de verbeelding te waarborgen is gekozen voor een schaal van 1:1000. De kaarten zijn voorts voorzien van een legenda en een noordpijl. Het plangebied van het bestemmingsplan is aan de hand van een plangrens (bolletjeslijn) op de verbeelding weergegeven. Regels In de standaarden voor vergelijkbaarheid, de SVBP 2012, is voorgeschreven hoe de regels van het bestemmingsplan dienen te worden opgebouwd. Voor de leesbaarheid en raadpleegbaarheid dienen de regels in hoofdstukken te worden geplaatst. Daarbij dient een vaste volgorde te worden aangehouden. De regels van het bestemmingsplan zijn opgebouwd uit vier hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk worden de begrippen en wijze van meten behandeld.

Deze hebben als doel begrippen in de regels te verklaren en eenduidige richtlijnen te geven op basis waarvan de bouwmaten die zijn opgenomen in de regels dienen te worden gemeten.

Gemeente Amsterdam

blz. 72

In het tweede hoofdstuk zijn de regels opgenomen, die betrekking hebben op alle bestemmingen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Het derde en vierde hoofdstuk omvat een aantal regels, die niet op een bepaalde bestemming betrekking hebben, maar voor het gehele bestemmingsplan gelden. Het overgangsrecht en de anti-dubbeltelregel zijn opgenomen in het Bro met de verplichting deze over te nemen in het bestemmingsplan. In een bestemmingsregel wordt aangegeven waarvoor en – zo nodig – hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. Ter bevordering van de leesbaarheid en de raadpleegbaarheid is hierbij een vaste volgorde aangehouden. In de bestemmingsomschrijving is beschreven welke functies binnen de betreffende bestemming zijn toegestaan. In de bouwregels is weergegeven of en hoe gebouwd mag worden. Daarin wordt in algemene zin geregeld in alle bestemmingen dat er slechts gebouwd mag worden ten behoeve van de bestemming. In de navolgende (sub)leden zijn maten zoals oppervlakten en bouwhoogten opgenomen, die betrekking hebben op de toegestane gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. In een aantal gevallen is een afwijking van bepalingen in de eerder genoemde leden als direct recht mogelijk, in andere gevallen moet het dagelijks bestuur een besluit nemen om af te wijken van de regels uit het bestemmingsplan.

In de specifieke gebruiksregels zijn nadere bepalingen gegeven over de functies die zijn vermeld in de doeleindenomschrijving. Zo kan bijvoorbeeld de omvang van bepaalde functies beperkt worden, of de situering van functies worden aangewezen. 17.2.2 Toelichting op de bestemmingen In deze paragraaf worden de niet voor zichzelf sprekende en bijzondere juridische aspecten van de bestemmingsbepalingen toegelicht. Het beleid wordt niet toegelicht, maar de wijze van regelen. HOOFDSTUK 1 - INLEIDENDE REGELS Begrippen Artikel 1 geeft, in alfabetische volgorde, een omschrijving van een aantal begrippen die in de regels worden gebruikt. Hiermee wordt formeel vastgelegd wat wel en wat niet onder het betreffende begrip moet worden verstaan. Dit artikel is dus primair bedoeld om begrippen duidelijk te begrenzen en niet om de gedachten achter de gebruikte termen uit te leggen. Daarvoor is juist deze toelichting bedoeld. In deze toelichting worden gehanteerde begrippen waar nodig uitgelegd. Wijze van meten Met dit artikel wordt aangegeven op welke wijze moet worden beoordeeld in hoeverre een initiatief past binnen de minima en maxima die door de overige regels worden aangegeven. HOOFDSTUK 2 - BESTEMMINGEN Agrarisch met waarden De agrarische functie van de gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden' is beperkt tot agrarisch natuurbeheer (beweiding en maaien).

Grondgebonden veehouderij in combinatie met agrarisch natuurbeheer is derhalve mogelijk (koeien en schapen). Tevens zijn deze gronden bestemd voor het behoud, het herstel of de ontwikkeling van de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden van de uitgeveende Osdorper Bovenpolder. Werkzaamheden die de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het waterrijke veenweidegebied kunnen aantasten zijn alleen met een omgevingsvergunning toelaatbaar.

bestemmingsplan_Osdorperweg-Westrandweg (vastgesteld)

blz. 73

Via een wijzigingsbevoegdheid is het mogelijk een deel van de gronden te wijziging in de bestemming 'Natuur', hier zijn voorwaarden aan verbonden. Groen Deze gronden met de bestemming 'Groen' zijn bestemd voor groenvoorzieningen, extensief dfagrecreatief gebruik en water en waterhuishoudkundige zaken. Gebouwen zijn niet toegestaan binnen de bestemming. Natuur Ten oosten van de Westrandweg zijn een aantal gronden bestemd tot 'Natuur', overeenkomstig met de ecologische verbindingszone van de provincie en de gebieden uit het document de 'Groene AS-verbinding Osdorperbovenpolder Tuinen van West'. Ter plaatse van de gronden is het uitsluitend mogelijk bouwwerken, geen gebouwen zijnde te bouwen. Ter bescherming van de natuurwaarden geldt ook een omgevingsvergunning plicht voor werken en werkzaamheden die deze natuurwaarden kunnen aantasten. Tuin De bestemming 'Tuin' is gebruikt voor de bij de woning behorende voortuinen. In de voortuin zijn geen gebouwen toegestaan en mogen de erfafscheidingen niet hoger zijn dan 1 meter. Verkeer De bestemming Verkeer is gebruikt voor de bestaande wegen waaronder de Osdorperweg. Water In de bestemming 'Water' zijn verschillende watergangen opgenomen. Behoudens de gronden die de bestemming water hebben gekregen is water ook toegestaan op gronden met een andere bestemming.

Wonen De bestemming Wonen is gebruikt voor de woningen, niet zijnde bedrijfswoningen, al dan niet in combinatie met praktijkruimte of vrije beroepsuitoefenig aan huis en huisgebonden beroepen. Woningen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, waarbij de maximale bouw- en goothoogte op de verbeelding zijn weergeven. Waarde - Archeologie De gronden waarvoor een archeologische verwachting geldt, hebben een dubbelbestemming 'Waarde Archeologie' gekregen. Voor deze gronden is geregeld dat de initiatiefnemer bij ingrepen in de bodem, indien daarbij de bodemverstoring groter is dan 100 m² en dieper is dan 0,5 meter onder maaiveld, bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen of van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (voorheen de aanlegvergunning) een archeologisch rapport dient te overleggen. Op basis daarvan kunnen aan de betreffende vergunningen voorschriften worden verbonden. In de planregels is geregeld welke dit kunnen zijn. Waarde - Waterstaat De binnen het plangebied aanwezige waterkering gaat uit van de dubbelbestemming 'Waterstaat Waterkering'. Op grond van de Keur van Waternet gelden beschermende maatregelen. Omdat in de Keur al voldoende regels zijn opgenomen ter bescherming zijn aanvullende bouwregels niet in het bestemmingsplan opgenomen.

De dubbelbestemming heeft hiermee feitelijk uitsluitend een signalerende functie. HOOFDSTUK 3 - ALGEMENE REGELS

Gemeente Amsterdam

blz. 74

Anti-dubbeltelregel Dit artikel bevat een algemene regeling waarmee kan worden voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd. Algemene bouwregels In deze regel wordt geregeld dat bepaalde overschrijdingen van de bouwregels zijn toegestaan. Algemene gebruiksregels In deze regel worden de algemene regels omtrent gebruik vastgelegd. Naast het algemene gebruiksverbod om de gronden en opstallen in strijd met de bestemming te gebruiken, is een aantal activiteiten uitgezonderd. Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden algemene afwijkingsregels opgesomd. Er kan voor gebouwen van nutsvoorzieningen en elektriciteitsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals gedenktekens, plastieken en dergelijke worden afgeweken van de regels. Ook kan van de regels worden afgeweken voor geringe afwijkingen en tevens mag de in de regels toegestane maximale bouwhoogte worden overschreden in bepaalde gevallen. Hetzelfde geldt voor de op de verbeelding aangegeven bestemmings- of bouwgrenzen. Overgangsrecht De overgangsregel is evenals de anti-dubbeltelregel overgenomen uit de standaardregels uit het Bro. Slotregel De slotregel ten slotte geeft de officiële benaming van dit bestemmingsplan weer alsmede de datum van vaststelling door de gemeenteraad.

bestemmingsplan_Osdorperweg-Westrandweg (vastgesteld)

blz. 75

Hoofdstuk 18

Economische uitvoerbaarheid

Omdat het bestemmingsplan conserverend van aard is bevat het plan geen ontwikkelingen waarvoor een exploitatieplan noodzakelijk is zoals bedoeld in artikel 6.12 Wro. Deze plicht geldt enkel voor plannen waarin een bouwplan wordt mogelijk gemaakt, zoald bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. De gronden met de bestemming Natuur zijn als onderdeel van het project Groene As-verbinding Osdorperbovenpolder ingericht. Deze gronden maken deel uit van de natuurcompensatie van de Westrandweg. De noodzakelijke middelen voor de inrichting en beheer van deze gronden zijn door rijk, provincie en gemeente vrijgemaakt. Voor dit bestemmingsplan is geen kostenverhaal noodzakelijk en voor de inrichting van het gebied zijn voldoende middelen beschikbaar. Het plan is economisch uitvoerbaar.

Gemeente Amsterdam

blz. 76

bestemmingsplan_Osdorperweg-Westrandweg (vastgesteld)

blz. 77

Hoofdstuk 19 19.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Overleg met betrokken overheden (art. 3.1.1. Bro)

In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het concept ontwerpbestemmingsplan verzonden aan: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Provincie Noord Holland Gemeente Haarlemmermeer Het dagelijks bestuur van stadsdeel Nieuw West Rijksvastgoedbedrijf directie Transacties en Projecten Brandweer Amsterdam Amstelland Waternet; Gasunie N.V.; Rijkswaterstaat.

daarnaast is het bestemmingsplan in het kader van de interne afstemming verzonden aan: 9. Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur TAC 10. Structuurvisietoets 11. Gemeentelijk Vervoersbedrijf (GVB) 12. Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 13. secretariaat Economische Zaken 14. Parkeernormen VOR 15. Monumenten en Archeologie Alle ingekomen Bro-reacties zijn gebundeld en als bijlage 5 bij de toelichting opgenomen. De volgende partijen hebben gereageerd. 2. Gemeente Haarlemmermeer Onze reactie kan positief en kort zijn. Hartelijk dank voor de toezending. Wij hebben geen inhoudelijke opmerkingen. Mooi dat hiermee enkele ‘opengevallen’ locaties op deze manier gedicht worden. Succes met de verdere besluitvorming. De reactie van de gemeente Haarlemmermeer heeft niet tot aanpassing van het bestemmingsplan geleid. 6. Waternet Het bovengenoemde bestemmingsplan geeft geen aanleiding om te reageren. Zoals in het plan al genoemd is ligt er een waterkering in het plangebied. Bij het realiseren van bebouwing (of andere ingrepen in de openbare ruimte) dient er een watervergunning aangevraagd te worden. De reactie van Waternet heeft niet tot aanpassing van het bestemmingsplan geleid. 8. Rijkswaterstaat Bedankt voor het sturen van de bestemmingsplan Osdorperweg Westrandweg. De Ruimtelijke plannen van Gemeente Amsterdam kunt u voortaan sturen naar het e-mailadres in de cc.

Rond dit plan heb ik wat vragen. Voor Rijkswaterstaat is het van belang of er nieuwe ontwikkelingen

Gemeente Amsterdam

blz. 78

rondom de Westrandweg zullen plaatsvinden. Is het een conserverende plan of maak t het plan nieuwe ontwikkelingen mogelijk? Daarnaast worden er witte vlakken meegenomen in dit plan die in het verleden zijn overgebleven. Kunt u aangeven waar deze vlakken zich bevinden indien die binnen 2 km van de snelweg zich bevinden? Wij zien uw reactie tegemoet. De reactie van Rijkswaterstaat heeft niet tot aanpassing van het bestemmingsplan geleid. 9. Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur TAC Omdat er geen nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden in het plangebied en het bestaande gebruik wordt vastgelegd, ziet het secretariaat van de TAC geen reden voor agendering van het bestemmingsplan Osdorperweg Westrandweg voor een formeel advies van de TAC. De TAC is akkoord met het bestemmingsplan Osdorperweg – Westrandweg voor zover het de inpasbaarheid in de Hoofdgroenstructuur betreft. De reactie van de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur TAC heeft niet tot aanpassing van het bestemmingsplan geleid. 14. Parkeernormen VOR Hartelijk dank voor de toezending van het concept ontwerp bestemmingsplan OsdorperwegWestrandweg. In dit bestemmingsplan gebied zijn nagenoeg geen functies aanwezig c.q. mogelijk die parkeerbehoefte genereren. Toch is het m.i. goed dat in de bestemmingsplanregels (artikel 13.2 en 14.2) en in de toelichting (h. 6.4) verwezen wordt naar de geldende parkeernormen c.q.

de nota’s. Ik neem aan dat de regel in de artikelen 13.2 en 14.2 bedoeld is als ‘dynamische verwijzing’ naar het geldende beleid. Is de verwijzing met deze formulering juridisch waterdicht, met andere woorden: zijn de nu geldende en de in de toekomst vast te stellen beleidsregels m.b.t. parkeernormen hiermee voldoende geborgd? In de toelichting worden pp. 28 de beide nota’s genoemd. De namen van de nota’s zijn net niet helemaal goed geschreven, de juiste spelling is resp. Nota Parkeernormen Auto en Nota Parkeernormen Fiets en Scooter. Althans, zo staat het op de omslag van de beide nota’s. De reactie van Parkeernormen VOR heeft tot aanpassing van het bestemmingsplan geleid. In de toelichting is de naam van de nota's aangepast. Door het opnemen van een dynamische regeling moet er aan het huidige als toekomstige parkeerbeleid voldaan worden. 15. Monumenten en Archeologie Naar aanleiding van je verzoek d.d. 23 januari 2020 om een reactie op het voorontwerpbestemmingsplan Osdorperweg Westrandweg in het kader van het overleg art. 3.1.1. Bro heeft Monumenten en Archeologie (MenA) de volgende opmerkingen. Ten aanzien van archeologie Er zijn geen opmerkingen.

Ten aanzien van bovengrondse cultuurhistorische waarden Er zijn geen opmerkingen. De reactie van Monumenten en Archeologie heeft niet tot aanpassing van het bestemmingsplan geleid.

bestemmingsplan_Osdorperweg-Westrandweg (vastgesteld)

blz. 79

19.2

Maatschappelijk overleg

19.2.1 Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Dit wordt ingevuld nadat de terinzagelegging van het ontwep bestemmingsplan is afgerond.

Gemeente Amsterdam

blz. 80

bestemmingsplan_Osdorperweg-Westrandweg (vastgesteld)

blz. 81

bijlagen bij toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 82

bestemmingsplan_Osdorperweg-Westrandweg (vastgesteld)

blz. 83

Bijlage 1

Akoestisch onderzoek TB Westrandweg

Gemeente Amsterdam

Akoestisch onderzoek OTB Westrandweg

Rijkswaterstaat Noord Holland juli 2006

Akoestisch onderzoek OTB Westrandweg

dossier : X1302-02.001 registratienummer : MD-MO20060486 versie : 1

Rijkswaterstaat Noord Holland juli 2006

DHV B.V. Niets uit dit bestek/drukwerk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt d.m.v. drukwerk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van DHV B.V., noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Het kwaliteitssysteem van DHV B.V. is gecertificeerd volgens ISO 9001. ©

DHV B.V.

SAMENVATTING Dit rapport vormt het verslag van het akoestisch onderzoek voor de nieuw aan te leggen Westrandweg. In dit rapport zijn de resultaten van het akoestisch onderzoek opgenomen ter voorbereiding van het ontwerp-tracébesluit Westrandweg. De Westrandweg zal de verbinding vormen tussen het knooppunt Raasdorp en de Coentunnel. In verband met deze aanleg wordt ook een beperkt deel van het knooppunt Raasdorp aangepast. Ook de gevolgen van de wijzigingen die in verband hiermee aan de A9 en A5 worden doorgevoerd, zijn in dit onderzoek meegenomen. Uit het onderzoek is gebleken dat vanwege de Westrandweg zonder maatregelen bij 155 woningen de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) zou worden overschreden. Voor alle locaties met overschrijdingen is onderzocht welke geluidsreducerende maatregelen kunnen worden getroffen. De maatregelen zijn beoordeeld op kosten-effectiviteit. Aan de maatregelen, die voldoen aan het kosten-effectiviteitscriterium, zijn de maatregelen toegevoegd die nodig zijn om te voorkomen dat de maximaal toelaatbare geluidsbelasting die in het uiterste geval kan worden toegestaan, wordt overschreden. Met dit totale maatregelenpakket wordt nog bij 70 woningen en 1 woonwagenlocatie de voorkeursgrenswaarde overschreden. Voor deze woningen zal in het ontwerp-tracébesluit een hogere ten hoogst toelaatbare waarden worden vastgesteld.

De woningen zijn vermeld in hoofdstuk 9. In onderstaand overzicht zijn per cluster de maatregelen vermeld. Maatregelen aan de Westrandweg locatie

Omschrijving

lokatie

maatregel Raasdorperweg 171 en 173 Lijnderdijk-Raasdorp Osdorperweg

Osdorperweg zuid-oost

-

km

km eind

begin

lengte

hoogte

(m)

kant

t.o.v.

aantal hogere waarden i.v.m.

verharding(m)

Westrandweg 2

--

--

--

--

--

--

tweelaags zoab

nvt

9.700

12.000

2300

nvt

scherm

NW

9.900

10.230

330

1.0m

scherm

NW

10.230

10.900

670

2.0m

Scherm

NW

10.900

11.700

800

3.0m

tweelaags zoab

nvt

9.700

12.000

2300

nvt

scherm

ZO

10.850

11.650

800

2.0m

Tijnmuiden

--

--

--

--

--

--

Weth van Essenweg

--

--

--

--

--

--

19

21 12 2 woningen + woonwagenlocatie

Jarmuiden

scherm

Z

14.100

14.300

200

2.0m

4

Basisweg 62-66

scherm

N

15.700

15.900

200

1.5m

3

Basisweg 36

scherm

N

16.900

17.100

200

1.5m

1

Basisweg-zuid

scherm

Z

16.400

16.700

300

1.5m

6

scherm

Z

16.700

17.300

600

1.0m

totaal

70+ woonwagenlocatie

Bij de te wijzigen weg Dortmuiden is sprake van een “aanpassing van een weg”; bij 4 woningen wordt de grenswaarde overschreden. Voor deze woningen zijn geluidsbeperkende maatregelen niet mogelijk en voor deze woningen zal dan ook een hogere maximaal toelaatbare geluidsbelasting worden vastgesteld.

Rijkswaterstaat Noord Holland/Akoestisch onderzoek OTB Westrandweg MD-MO20060486

17 juli 2006, versie 1 -2-

DHV B.V.

Van de kruisende wegen is bij de Lijnderdijk, voor zover liggend binnen het tracé van de Westrandweg, bij twee woningen sprake van een niet afgehandelde saneringssituatie. Maatregelen voor deze woningen zijn niet doelmatig en voor deze woningen zal een maximaal toelaatbare geluidsbelasting worden vastgesteld. Met betrekking tot de wijzigingen aan de A9 en A5 is geconcludeerd dat er geen sprake is van een “aanpassing van een weg”. Binnen het onderzoeksgebied liggen ca. 37 woningen en een paardensportcentrum. Bij de A9 is bij 13 woningen sprake van een nog niet afgehandelde saneringssituatie. Bij één woning - Hoofdweg oostzijde nr. 110 - zou de geluidsbelasting hoger zijn dan 70 dB(A). De geluidsbelasting kan tot onder de 70 dB(A) worden gereduceerd met een geluidsscherm van 2 meter hoog en 55 meter lang. De kosten van deze voorziening zijn lager dan de normkosten die in het kader van de sanering worden gehanteerd en deze voorziening is dan ook in het ontwerp-tracébesluit opgenomen. Voor alle 13 saneringswoningen zal een hogere maximaal toelaatbare geluidsbelasting worden vastgesteld. Maatregelen aan de A9 locatie

Omschrijving

lokatie

km begin

km eind

maatregel Hoofdweg Oostzijde

Scherm

Noord

37.462

Rijkswaterstaat Noord Holland/Akoestisch onderzoek OTB Westrandweg MD-MO20060486

37.517

lengte

hoogte

(m)

kant verharding

waarden A9 i.v.m

(m)

de Westrandweg

55

2.0

t.o.v.

aantal hogere

13

17 juli 2006, versie 1 -3-

DHV B.V.

INHOUD

BLAD

1

INLEIDING

6

2 2.1 2.2 2.3

UITGANGSPUNTEN, ALGEMEEN De te onderscheiden situaties Afbakening van het onderzoeksgebied/zonering Het onderscheid in afzonderlijke wegen

7 7 7 8

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7

WETTELIJK KADER Algemeen De plicht tot toetsing aan grenswaarden Nieuwe wegaanleg Wijziging van een weg De gevolgen van een hogere grenswaarde Cumulatie Toepassing op de Westrandweg

9 9 9 9 9 12 13 13

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14

UITGANGSPUNTEN MET BETREKKING TOT DE AKOESTISCHE MODELLEN Verkeersgegevens Snelheid Verharding De ligging van de weg Rijlijnverdeling in het dwarsprofiel Afschermende voorzieningen De ligging van de geluidsgevoelige objecten De niet-geluidsgevoelige (recreatieve) objecten Te amoveren woningen en gebouwen Geluidsgevoelige objecten waarvoor een hogere waarde is vastgesteld Rekenpunten Aftrek ex. artikel 103 van de Wet geluidhinder Rekenmethode en geluidmodellen Inventarisatie

14 14 14 15 15 16 16 16 17 17 17 17 18 18 18

5 5.1 5.2 5.3

GELUIDSBELASTING EN MAATREGELEN Geluidsbelasting en toetsing Mogelijke maatregelen Het maatregelcriterium

19 19 19 20

6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7

RESULTATEN EN BEOORDELING AANLEG WESTRANDWEG (WRW) Algemeen Cluster 1 - Raasdorperweg 171-173, Lijnderdijk 152 (bijlage 2) Cluster 2– Lijnderdijk-Osdorperweg noord-westzijde, bijlage 3 Osdorperweg zuidoostzijde (bijlage 4) Tijnmuiden, bijlage 5 Weth. van Essenweg, bijlage 6 Jarmuiden, bijlage 7

25 25 25 26 29 30 32 34

Rijkswaterstaat Noord Holland/Akoestisch onderzoek OTB Westrandweg MD-MO20060486

17 juli 2006, versie 1 -4-

DHV B.V.

6.8 6.9 6.10

Basisweg 62-66, bijlage 8 Basisweg 36, bijlage 9 Basisweg 47, Kastrupstraat 2 en 4, Rhoneweg 28, Mekongweg 1, bijlage 10

35 37 39

7 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7

WIJZIGING VAN EEN BESTAANDE WEG Geluidsbelastingen A5 Geluidsbelastingen A9 Wijziging Australiëhavenweg Wijziging Dortmuiden Wijziging Luvernes Osdorperweg Lijnderdijk

41 41 41 46 46 47 47 48

8

VOLKSTUINENCOMPLEX DE GROOTE BRAAK

50

9

HOGERE GRENSWAARDEN

51

10 10.1 10.2 10.3 10.4 10.5

GECUMULEERDE GELUIDSBELASTINGEN Inleiding Rekenmethode Beoordeling Bronnen die relevant zijn voor cumulatie Resultaten

52 52 52 53 53 54

11

COLOFON

55

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12.

Verkeersgegevens Resultaten Raasdorp 171-173 Resultaten Cluster 2 Lijnderdijk, Raasdorperweg en Osdorperweg Resultaten Cluster 7 Osdorperweg Zuid Resultaten Cluster 5 Tijnmuiden Resultaten Cluster 4 Weth. Van Essenweg Resultaten Cluster 6 Jarmuiden Resultaten Cluster 8 Basisweg 62-66 Resultaten Cluster 9 Basisweg 36 Resultaten Cluster 10 Basisweg Zuid Resultaten A9 Gecumuleerde geluidsbelastingen

Rijkswaterstaat Noord Holland/Akoestisch onderzoek OTB Westrandweg MD-MO20060486

17 juli 2006, versie 1 -5-

DHV B.V.

1

INLEIDING

Rijkswaterstaat Noord Holland werkt aan de voorbereiding van een ontwerp-tracébesluit voor de Westrandweg. Deze weg zal een verbinding vormen tussen het knooppunt Raasdorp en de Coentunnel. Het ontwerp-tracébesluit heeft ook betrekking op de wijzigingen die, in verband met de aanleg van de Westrandweg, in het knooppunt Raasdorp worden doorgevoerd. In het tracébesluit dient inzicht te worden gegeven in de te treffen geluidsbeperkende maatregelen, de van toepassing zijnde grenswaarden en in de woningen en andere geluidsgevoelige objecten waarbij, ondanks de te treffen voorzieningen, niet kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Teneinde dit inzicht te kunnen geven is een gedetailleerd akoestisch onderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek is nagegaan wat de consequenties zijn van de aanleg van de weg voor de omliggende woningen en andere geluidsgevoelige objecten. Bovendien is nagegaan welke geluidsbeperkende maatregelen dienen te worden getroffen om te voldoen aan de geldende grenswaarden. Het onderzoek kent de volgende fase: x fase 1: Check uitgangspunten; x fase 2: Onderzoek en concept-rapportage x fase 3: Opstellen definitieve rapportage Dit rapport vormt het verslag van het gehele onderzoek Leeswijzer In hoofdstuk 2 van dit rapport zijn de algemene uitgangspunten opgenomen; in hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de regels en grenswaardenregimes.

In hoofdstuk 4 zijn de gehanteerde basisgegevens beschreven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de maatregelen die in algemene zin in beschouwing zijn genomen en op de afwegingscriteria die bij het keuzeproces zijn gehanteerd. In hoofdstuk 6 zijn de resultaten voor de Westrandweg besproken en in hoofdstuk 7 de resultaten voor de A9, de A5 en de kruisende wegen. In hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de situatie bij niet geluidsgevoelige bestemmingen en in hoofdstuk 9 zijn de woningen waarvoor een hogere grenswaarde wordt vastgesteld opgenomen. Tenslotte wordt in hoofdstuk 10 ingegaan op het totale akoestisch klimaat bij de hogere waarde-woningen.

Rijkswaterstaat Noord Holland/Akoestisch onderzoek OTB Westrandweg MD-MO20060486

17 juli 2006, versie 1 -6-

DHV B.V.

2

UITGANGSPUNTEN, ALGEMEEN

In dit hoofdstuk is aangegeven welke algemene uitgangspunten aan het akoestisch onderzoek ten grondslag liggen.

2.1

De te onderscheiden situaties In het kader van het akoestisch onderzoek wordt inzicht gegeven in de geluidsbelastingen van de geluidsgevoelige objecten. Voor de Westrandweg (WRW) gaat het alleen om de situatie in het jaar 2022: Tabel 2-1 geluidsbelastingen vanwege de Westrandweg Doel Toekomstige situatie, zonder maatregelen Toekomstige situatie, met maatregelen

Jaar 2022 2022

Voor de bestaande wegen die al dan niet een wijziging ondergaan, wordt ook de situatie in 1986 en de huidige situatie onderzocht: Tabel 2-2 geluidsbelastingen vanwege de A5 en A9 en de kruisende wegen

2.2

Doel

Jaar

t.b.v. vaststelling saneringssituaties Bestaande situatie, zonder maatregelen, t.b.v. grenswaarde bepaling Toekomstige situatie, zonder maatregelen Toekomstige situatie, met maatregelen

1986 2011 2022 2022

Afbakening van het onderzoeksgebied/zonering Het onderzoeksgebied wordt in de breedterichting begrensd door de grens van de geluidzone en in de lengterichting door de “eindewerk grenzen”. Het onderzoeksgebied strekt zich nog tot een 1/3 van de zonebreedte voorbij de eindewerk grenzen uit. In de volgende tabel is het onderzoeksgebied aangegeven. Tabel 2-3

Begrenzing onderzoeksgebied

wegaanduiding

zonebreedte

“einde werkgrens””

onderzoeksgebied km A5 6.20-km A10 28.30

Westrandweg

400 meter

km A5 6.35-km A10 28.10

A5

400 meter

km A5 6.35-km WRW 8. 7

km A5 6.20-km WRW 8.7

A9

600 meter

km 36.900-km 40.060

km 36.700-km 40.260

Dortmuiden

200 meter

zuid: ca. 200 m vanaf WRW

Australiëhavenweg

200 meter

noord: ca. 450 m vanaf WRW zuid: ca. 230 m vanaf WRW noord: ca. 230 m vanaf WRW Verlegde Noordzeeweg

200 meter

Verbindingsweg Noordzeeweg-Basisweg

200 meter

zie tekening 3 zie tekening 3

Osdorperweg

200 meter

Zie tekening 2

Lijnderdijk

250 meter

Zie tekening 1

Voor het onderzoeksgebied van de A5 is de einde werkgrens als onderzoeksgebied aangehouden omdat er anders een overlapping zou plaatsvinden met het akoestisch onderzoek voor het OTB van de Westrandweg.

Rijkswaterstaat Noord Holland/Akoestisch onderzoek OTB Westrandweg MD-MO20060486

17 juli 2006, versie 1 -7-

DHV B.V.

2.3

Het onderscheid in afzonderlijke wegen In de Wet geluidhinder vindt de toetsing aan de grenswaarden per weg plaats. Dit maakt het noodzakelijk om onderscheid te maken tussen de WRW en de overige wegen. De toedeling is uitgevoerd conform de Handleiding Akoestisch Onderzoek Wegverkeer van Rijkswaterstaat, Dienst Weg- en Waterbouwkunde. De op- en afritten zijn steeds toegekend aan de hoofdrijbaan.

Rijkswaterstaat Noord Holland/Akoestisch onderzoek OTB Westrandweg MD-MO20060486

17 juli 2006, versie 1 -8-

DHV B.V.

3

WETTELIJK KADER

3.1

Algemeen In artikel 11 van de Tracéwet is aangegeven dat het ontwerp-tracébesluit (onder andere) dient te bevatten: x de resultaten van het akoestisch onderzoek zoals bedoeld in artikel 87d Wet geluidhinder (Wgh.) x de hogere waarden voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelastingen ingevolge artikel 87e tot en met 87i Wgh. De regels en grenswaarden die in deze afdeling 2a van hoofdstuk VI van de Wet geluidhinder zijn opgenomen, gelden in principe voor alle wegen waarvoor een Tracébesluit wordt voorbereid. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de aanleg van een hoofdweg en een wijziging of verbreding van een hoofdweg. In onderhavige situatie gaat het om nieuwe wegaanleg en om “wijziging van een weg” voor de A9, de A5 en de overige kruisende wegen.

3.2

De plicht tot toetsing aan grenswaarden In het kader van het Tracébesluit dient alleen een toetsing aan de grenswaarden plaats te vinden indien er sprake is van een "aanpassing van een weg" zoals gedefinieerd in artikel 87 lid 1 sub h. van de Wet geluidhinder en wanneer er sprake is van “nieuwe wegaanleg”. In het volgende wordt op deze regimes nader ingegaan.

3.3

Nieuwe wegaanleg Bij de aanleg van een nieuwe weg wordt in de Wet geluidhinder een voorkeursgrenswaarde op de gevels van onder andere woningen en op de grens van woonwagenlocaties gehanteerd van 50 dB(A). Wanneer deze waarde aan de gevel van de woning wordt overschreden, zal moeten worden nagegaan welke maatregelen kunnen worden getroffen om deze overschrijding terug te brengen. Deze maatregelen kunnen bestaan uit maatregelen aan de bron (c.q. het verkeer en de weg) en uit maatregelen in het overdrachtsgebied (geluidsschermen en -wallen, vergroten van de afstand tussen weg en woning). Indien deze maatregelen niet mogelijk zijn of niet voldoende effect hebben, kunnen hogere maximaal toelaatbare geluidsbelastingen worden toegelaten. Deze waarde kan bij nieuwe wegaanleg zoals de Westrandweg maximaal 60 dB(A) bedragen. Voor woonwagenlocaties geldt een maximale waarde van 55 dB(A). Daarbij moet in ieder geval worden aangetoond dat geluidsbeperkende maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn of wel dat deze voorzieningen om stedenbouwkundige, vervoerskundige, landschappelijke of om financiële redenen niet wenselijk zijn. Wanneer in het OTB een hogere maximaal toelaatbare geluidsbelasting wordt opgenomen, geldt voor de geluidsgevoelige vertrekken in de woning een maximaal geluidsniveau van 35 dB(A).

3.4

Wijziging van een weg Een wijziging van een aanwezige weg heeft in het kader van een Tracébesluit pas gevolgen als: x er sprake is van een saneringssituatie x er sprake is van een “aanpassing van een weg”

Rijkswaterstaat Noord Holland/Akoestisch onderzoek OTB Westrandweg MD-MO20060486

17 juli 2006, versie 1 -9-

DHV B.V.

3.4.1

Saneringssituaties Men spreekt van een saneringssituatie wanneer de geluidsbelasting vanwege de betreffende weg op 1 maart 1986 hoger was dan 55 dB(A) terwijl bovendien voor deze woningen nog geen hogere grenswaarde is vastgesteld. Voor eventuele maatregelen moet worden uitgegaan van de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Deze waarde moet worden gezien als streefwaarde, zoals in paragraaf 5.3.1 nader wordt toegelicht.

3.4.2

Aanpassing van een weg In artikel 87b lid 1 sub h van de Wet geluidhinder is de volgende definitie van “aanpassing van een weg”gegeven: "een aanpassing met betrekking tot een aanwezige weg die leidt tot een toename van de geluidsbelasting vanwege die weg van 2 dB(A) of meer". Als referentie voor deze toetsing of er sprake is van een toename van de geluidsbelasting, wordt aangehouden de geluidsbelasting in het jaar voor de fysieke ingreep. Alleen wanneer er in het verleden al eens een maximaal toelaatbare geluidsbelasting is vastgesteld, wordt de laagste waarde van de volgende twee waarden als referentie aangehouden: x de geluidsbelasting een jaar voor de fysieke ingreep (2011) x de eerder vastgestelde waarde. Als toekomstige geluidsbelasting dient volgens de brochure "Geluid en Tracébesluit" van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (ISBN 90-76776-07-5) te worden aangehouden "de geluidsbelasting in het akoestisch maatgevende jaar na openstelling van de weg, zonder eventueel te treffen overdrachtsmaatregelen". Hiervoor wordt het tiende jaar na gereedkomen van de reconstructie gehanteerd. In het Reken- en Meetvoorschrift Wegverkeerslawaai 2002 is aangegeven hoe de afronding dient plaats te vinden. De geluidsbelastingen worden berekend tot op twee cijfers achter de komma.

Het verschil wordt dan afgerond conform de artikel 5 van het Reken- en Meetvoorschrift Wegverkeerslawaai 2002. Dat houdt in dat wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele even getal waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het even getal; 1.49 dB(A) wordt naar 1 dB(A) afgerond en 1.50 dB(A) naar 2 dB(A). In de situaties waarin een vastgestelde waarde als referentie dient, wordt de berekende geluidsbelasting eerst afgerond op een geheel getal.

3.4.3

Grenswaarden In de Wet geluidhinder worden voorkeursgrenswaarden gegeven en zogenaamde plafondwaarden. De plafondwaarden mogen in geen geval overschreden worden.

3.4.4

De voorkeursgrenswaarden De wijze waarop de voorkeursgrenswaarde wordt bepaald, is voor alle geluidsgevoelige gebouwen gelijk. Hierbij is de juridisch/akoestische geschiedenis van het gebouw of terrein van belang. Het gaat om: x de geluidsbelasting op 1 maart 1986 x de maximaal toelaatbare geluidsbelasting die eventueel in het verleden is vastgesteld.

Rijkswaterstaat Noord Holland/Akoestisch onderzoek OTB Westrandweg MD-MO20060486

17 juli 2006, versie 1 - 10 -

DHV B.V.

Eerder vastgestelde waarden Wanneer er eerder, hetzij door Gedeputeerde Staten, hetzij door de Minister van VROM, een hogere maximaal toelaatbare geluidsbelasting is vastgesteld, geldt altijd de laagste van de volgende twee waarden als voorkeursgrenswaarde: x de vastgestelde waarde x de geluidsbelasting een jaar voor de fysieke ingreep Daarbij geldt dat 50 dB(A) ten allen tijde toelaatbaar is. Voor geluidsgevoelige terreinen, niet zijnde woonwagenstandplaatsen, is dat 55 dB(A). Niet eerder vastgestelde waarden Indien er niet eerder een waarde is vastgesteld geweest, is de geluidsbelasting op 1 maart 1986 van belang. Wanneer deze waarde toen hoger was dan 55 dB(A), geldt een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) (zie paragraaf 3.4.1). In alle overige gevallen geldt dat "de geluidsbelasting een jaar voor de fysieke ingreep" (heersende waarde) als voorkeursgrenswaarde moet worden aangehouden. Samenvatting voorkeursgrenswaarden In de volgende tabellen zijn de voorkeursgrenswaarden samengevat

Tabel 3-1 Voorkeursgrenswaarden bij aanpassing van een weg situatie eerder waarde vastgesteld

geen vastgestelde waarde; geluidsbelasting in 1986 > 55 dB(A) overige gevallen

voorkeursgrenswaarde in dB(A) laagste van:*) heersende waarde hogere (vastgestelde) waarde 50 dB(A) heersende geluidsbelasting*)

*) 50 dB(A) is te allen tijde toelaatbaar

Tabel 3-2 Voorkeursgrenswaarden zonder een aanpassing van een weg

3.4.5

situatie

voorkeursgrenswaarde in dB(A)

geen vastgestelde waarde; geluidsbelasting in 1986 > 55 dB(A) overige gevallen

50 dB(A) geen toetsing aan grenswaarden

De plafondwaarden In situaties waarin de toepassing van geluidsbeperkende maatregelen onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige landschappelijke of financiële aard, kunnen de Ministers een hogere waarde dan de voorkeursgrenswaarde vaststellen. Bij saneringsgevallen gelden hiervoor alleen absolute plafonds en bij de andere gevallen geldt er behalve een absoluut plafond ook een limiet aan de toename van de geluidsbelasting; Indien er sprake is van een aanpassing van een weg, is de maximale toename 5 dB(A) boven de voorkeursgrenswaarde. De hoogte van de plafondwaarden of maximale ontheffingswaarde is afhankelijk van: x al dan niet een saneringssituatie waarvoor ex. artikel 90 van de Wet geluidhinder een waarde is vastgesteld x het gebruik/ bestemming van het geluidsgevoelig gebouw of terrein x ligging in buitenstedelijk en stedelijk gebied.

Rijkswaterstaat Noord Holland/Akoestisch onderzoek OTB Westrandweg MD-MO20060486

17 juli 2006, versie 1 - 11 -

DHV B.V.

Het buitenstedelijk gebied is gedefinieerd als het gebied buiten de bebouwde kom alsmede het gebied binnen de bebouwde kom voor zover liggend in de geluidzone van een auto- of autosnelweg. Het stedelijk gebied is het complement hiervan. Dit komt er op neer dat er bij autosnelwegen altijd sprake is van een buitenstedelijk gebied. In de volgende tabel zijn de plafondwaarden bij aanpassing van een weg vermeld. Deze waarden zijn afgeleid uit art. 87f en art. 98g lid 4 Wgh.).

Tabel 3-3 Plafondwaarden voor niet-saneringsgevallen bij aanpassing van een weg situatie

maximaal toelaatbare geluidsbelasting in dB(A) stedelijk gebied

wetsartikel woningen woonwagenterreinen scholen, ziekenhuizen, verpleeghuizen andere gezondheidszorggebouwen andere geluidsgevoelige terreinen

art 87f Wgh 65 55 65 55 60

buitenstedelijk gebied art 87f Wgh 60 55 60 55 60

waarde is vastgesteld ex. art. 90 Wgh. art. 87g Wgh. 70 -70 60 --

In de volgende tabel zijn de plafondwaarden bij sanering vermeld (artikel 87g lid 5 Wgh).

Tabel 3-4 Plafondwaarden voor saneringsgevallen Situatie

maximaal toelaatbare geluidsbelasting in dB(A)

Woningen scholen, ziekenhuizen, verpleeghuizen andere gezondheidszorggebouwen

70 en hoger*) 70 60

*) voor woningen kan krachtens artikel 87g lid 5 een hogere waarde dan 70 dB(A) worden vastgesteld wanneer blijkt dat -

de toepassing van maatregelen die strekken tot vermindering van de geluidsoverdracht van de weg naar de 1

betrokken woningen niet mogelijk is of duurder zal zijn dan € 74.329,20 per woning; -

het onttrekken aan de bestemming van de betrokken woningen binnen het bedrag van € 74.329,20 per woning niet mogelijk is; en

-

koppeling van het treffen van maatregelen aan andere activiteiten niet kan leiden tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege de weg, tot 70 dB(A) binnen het bedrag van € 74.329,20 per woning.

3.5

De gevolgen van een hogere grenswaarde Wanneer er een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde aan de orde is en er wordt een hogere grenswaarde vastgesteld, gelden voor het betreffend pand grenswaarden voor de geluidsbelasting in de geluidsgevoelige ruimten. Deze grenswaarde bedraagt voor woningen die geen saneringsgevallen zijn 35 dB(A) en voor woningen die wel voor sanering in aanmerking komen, 45 dB(A). Bij de uitvoering van de maatregelen wordt er echter naar gestreefd om een binnenwaarde van 40 dB(A) te realiseren. Voor reeds gesaneerde woningen geldt eveneens 45 dB(A) als grenswaarde. Teneinde na te gaan of deze grenswaarden worden overschreden, zal er een gevelisolatie-onderzoek moeten worden uitgevoerd. Wanneer uit dit onderzoek blijkt dat de grenswaarden worden overschreden,

1

Dit bedrag is opgenomen in ‘Saneringsbesluit geluidhinder wegverkeer 1998’ Stb. 2002, 582

Rijkswaterstaat Noord Holland/Akoestisch onderzoek OTB Westrandweg MD-MO20060486

17 juli 2006, versie 1 - 12 -

DHV B.V.

zullen er zodanige voorzieningen aan de gevel moeten worden getroffen dat de overschrijding teniet wordt gedaan. De kosten van deze maatregelen zijn voor rekening van de wegbeheerder.

3.6

Cumulatie Bij het vaststellen van een hogere grenswaarde voor een geluidsgevoelige bestemming moet op grond van artikel 157 Wgh aandacht geschonken worden aan de eventuele cumulatie met andere gezoneerde geluidsbronnen, indien de geluidsgevoelige bestemming tevens binnen de geluidszone van een of meer van deze geluidsbronnen ligt. De geluidsniveaus van verschillende bronnen kunnen echter niet eenvoudigweg gesommeerd worden tot één totaalniveau. Verschillende soorten geluid leveren bij hetzelfde geluidsniveau in dB(A) namelijk in verschillende mate hinder op. Om de cumulatieve effecten van verschillende soorten lawaai op een correcte manier in beeld te kunnen brengen heeft het NIPG-TNO een methode ontwikkeld waarmee dit mogelijk is. Deze methode staat bekend als de Miedema-methode. Met behulp van de Miedema-methode worden de geluidsbelastingen vanwege de verschillende geluidssoorten energetisch gesommeerd naar rato van hindercoëfficiënten ten opzichte van binnenstedelijk wegverkeer. Op basis van de zo bepaalde gecumuleerde geluidsbelastingen kan de akoestische kwaliteit van de omgeving worden beoordeeld. Een beschrijving van deze methode is opgenomen in hoofdstuk 10.

3.7

Toepassing op de Westrandweg In deze paragraaf is aangegeven welke regimes, die in dit hoofdstuk zijn beschreven, van toepassing zijn op het ontwerp-tracébesluit Voor de wegen in het onderzoeksgebied geldt het volgende: nieuwe wegaanleg x de Westrandweg wijziging van een weg x A9 tussen km 36.900-km 40.060 x A5 tussen km A5 6.350-km WRW 8. 7 x De overige kruisende wegen

Rijkswaterstaat Noord Holland/Akoestisch onderzoek OTB Westrandweg MD-MO20060486

17 juli 2006, versie 1 - 13 -

DHV B.V.

4

UITGANGSPUNTEN MET BETREKKING TOT DE AKOESTISCHE MODELLEN

4.1

Verkeersgegevens De verkeersgegevens die voor de geluidsberekeningen als basis zijn gebruikt, zijn ontleend aan de bestanden: x “06-04-05 Geluidscijfers Westrandweg 2011 levering.xls” van 6 april 2006; x “06-04-05 Geluidscijfers Westrandweg 2022 levering.xls” van 6 april 2006; x “Cijfers onderliggend wegennet WRW.xls” van 7 juli 2005. x Intensiteiten locale wegen WRW 2011/2022 van 8 juli 2005 Voor de onderzochte wegen betreft het de gemiddelde weekdag uurintensiteiten voor de verschillende perioden van het etmaal. In bijlage 1 zijn de ingevoerde verkeersgegevens opgenomen. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de etmaalintensiteiten van de hoofdstromen. Tabel 4-1 Etmaalintensiteiten aan te leggen en te reconstrueren wegvakken Wegvak

2011 1986

2022

etmaal-

max.

etmaal-

max. snelheid

intensiteit

snelheid

intensiteit

Osdorperweg noord

6160

7700

50

3774

50

Osdorperweg zuid

6160

7700

50

3162

50

Lijnderdijk

5300

6646

60

7836

60

--

2.100

50

31.155

50

Dortmuiden (Basisweg-Verlegde Noordzeeweg) Dortmuiden (Basisweg-Daveren)

--

2.100

50

27.785

50

Australiëhavenweg (Verlegde Noordzeeweg-Theemsweg)

--

6.300

50

4.692

50

Australiëhavenweg (Verlegde Noordzeeweg-WRW)

--

3.500

50

4.692

50

Verlegde Noordzeeweg –noord

--

--

50

24.204

50

Verlegde Noordzeeweg-zuid

--

--

50

21.258

50

Verlegde Noordzeeweg-Basisweg

--

--

50

--

50

WRW Raasdorp-Dortmuiden

--

--

100

76.191

100

WRW Dortmuiden-aansl Verlegde Noordzeeweg

--

--

100

74.374

100

WRW Verlegde Noordzeeweg-Coentunnel

--

--

100

65.078

100

A5 ten westen van Raasdorp

--

65.357

120

100.061

120

A9 ten noorden van Raasdorp

75.900

148.903

120

186.094

120

A9 ten zuiden van Raasdorp

75.900

114.380

120

143.822

120

A9 knooppunt Raasdorp

75.900

99.266

120

106.278

120

De verkeersgegevens voor het jaar 2011 en 2022 zijn voor de verschillende perioden van het etmaal vermeld in bijlage 1 van dit rapport. Uit de gegevens blijkt dat voor alle wegvakken in alle situaties de nachtperiode maatgevend is voor de etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau. In bijlage 1 zijn de etmaalintensiteiten, het aantal lichte, middelzware en zware voertuigen in alle perioden vermeld. Tevens zijn in deze tabellen per wegvak het type wegverharding en de snelheid opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9700643/1