CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 2024-166B Bijlagen bij gewijzigd exploitatieplan Buiksloterham 5e herziening

RAAD 18 september 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen van het exploitatieplan Buiksloterham 5e herziening reparatie (VN2024-009518)31.932 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

19

Figuur 20 Aantal toegekende hypotheken naar doel van de hypotheek, op kwartaalbasis, in de periode 1e kwartaal 2020 – 4e kwartaal 2022

Bron: HDN, 2023

Hiervoor is geconstateerd dat het absolute en relatieve aantal hypotheekaanvragen voor oversluitingen fors is gedaald en dat potentiële starters weer een iets groter aandeel in de aanvragen hebben gekregen. Deze verschuiving is inmiddels ook terug te zien in de verdeling van alle hypotheekoffertes naar leeftijd van de aanvrager. Het aandeel van de jongere huishoudens neemt namelijk al drie kwartalen op rij duidelijk toe (zie figuur 21). In het vierde kwartaal van 2022 behoort 35% van de aanvragers tot de jongste leeftijdsklasse. Daarmee is het aandeel jongere hypotheekaanvragers echter nog niet terug op het niveau van 2013 en eerder, toe bijna de helft van de potentiële kopers jonger dan 35 jaar was. Figuur 21 Aandeel hypotheekaanvragen naar leeftijdsklasse aanvrager, op kwartaalbasis, in de periode 4e kwartaal 2009 – 4e kwartaal 2022

Bron: HDN, 2023

Jongere huishoudens oriënteren zich de laatste kwartalen niet alleen vaker op het kopen van een woning, ook in de feitelijk toegekende hypotheken is al een voorzichtige toename te zien van het aandeel jongeren, zo blijkt uit figuur 22. Hoewel het absolute aantal hypotheekgevers onder de 30 jaar iets terugvalt, loopt hun aandeel in het totaal daarbij op van 11% in het eerst kwartaal van 2022 naar 17% in het vierde 20

kwartaal. Het absolute en relatieve aantal oudere hypotheekgevers neemt de laatste kwartalen juist af, waardoor hun aandeel in het vierde kwartaal van 2022 (15%) zelfs iets geringer is dan die van de jongere huishoudens. Figuur 22 Aandeel toegekende hypotheken naar leeftijdsklasse hypotheekgever, op kwartaalbasis, in de periode 1e kwartaal 2020 – 4e kwartaal 2022

Bron: HDN, 2023

Aantal nieuwe hypotheken stabiliseert vooralsnog op hoog niveau Niet alle hypotheekaanvragen worden ook daadwerkelijk omgezet in nieuw verstrekte hypotheken, maar ze vormen wel een goede indicatie voor de (te verwachten) activiteiten op de hypotheekmarkt. Het aantal nieuw afgesloten hypotheken, zoals geregistreerd door het Kadaster, kent normaal een seizoenpatroon, waarin op een terugval in het eerste kwartaal van een jaar steeds een (lichte) stijging in het erop volgende kwartaal van dat jaar volgt. De daling van het aantal nieuwe hypotheken in het eerste kwartaal van 2022 ten opzichte van het voorliggende kwartaal past dus in dit patroon, al is de daling wel forser dan in voorgaande jaren (zie figuur 23). Figuur 23 Aantal nieuw afgesloten hypotheken, op kwartaalbasis, in de periode 3e kwartaal 2008 – 4e kwartaal 2022

Bron: Kadaster, 2023

21

In het derde en vierde kwartaal van 2022 blijken er flink minder nieuwe hypotheken te zijn geregistreerd, waarmee deze ontwikkeling duidelijk afwijkt van het normale seizoenspatroon. In het vierde kwartaal van 2022 zijn uiteindelijk bijna 94.500 nieuwe hypotheken geregistreerd. In totaal zijn er in het jaar 2022 circa 461.900 nieuwe hypotheken ingeschreven, wat ruim 10% minder is dan in 2021 en vergelijkbaar is met het aantal nieuwe hypotheken in 2020. Dit correspondeert natuurlijk met het licht verminderd aantal transacties van koopwoningen gedurende 2022. Trends in hypotheekvoorwaarden in vierde kwartaal van 2022 Ontwikkelingen op de woningmarkt hebben invloed op de keuze die consumenten maken voor een hypotheekproduct. De voorkeur voor bepaalde hypotheekvoorwaarden verandert daarom in de tijd. Figuur 24 geeft de belangrijkste veranderingen in hypotheekvoorwaarden in het vierde kwartaal van 2022 weer1. Figuur 24 Verschuivingen in hypotheekvoorwaarden ten opzichte van het voorlaatste kwartaal op basis van de adviessoftware van De Hypotheekshop-adviseurs, vierde kwartaal 2022

Bron: De Hypotheekshop, 2023

Gevolgen hogere hypotheekrente De snel stijgende hypotheekrente in met name de eerste helft van 2022 had directe negatieve gevolgen voor de leencapaciteit en maandlasten van huizenkopers. Gekoppeld aan een lager vertrouwen in de woningmarkt zorgde dat voor een dalend aantal woningverkopen, wat duidelijk terug valt te zien bij de drie grootste dalers in gehanteerde hypotheekvoorwaarden (overbruggingen en geldigheid offerte). Indirect zorgde de fors hogere hypotheekrente voor een afname van twee van de belangrijkste hypotheekvoorwaarden van de afgelopen jaren: verhoging van de hypotheek in verband met consumptieve besteding en toetsing op werkelijke lasten (aflossingsvrij in plaats van de gebruikelijke annuïtaire toetsing). Daarnaast is oversluiten van de hypotheek door de hogere hypotheekrente voor veel woningeigenaren niet of nauwelijks meer interessant. Een hypotheekvoorwaarde die vorig jaar door de rentestijging als een komeet is opgekomen, betreft de verhuisregeling (ook wel meeneemhypotheek). Aan het begin van 2022 nog zo goed als onbekend, was het gebruik van de verhuisregeling in december reeds opgelopen tot bijna de helft van alle doorstromers (kopers van een volgende koopwoning). Daarmee worden de totale maandlasten van de nieuwe hypotheek niet alleen verlaagd, maar wordt ook de leencapaciteit op inkomen verhoogd.

Omdat de voorwaarden van verhuisregelingen tussen de verschillende geldverstrekkers sterk verschillen, is het belangrijk dat doorstromers zich daarover goed (laten) informeren voor de zoektocht naar een nieuwe woning start.

1

Deze informatie is aangedragen door De Hypotheekshop. De Hypotheekshop is één van de labels van Ingage Franchise, met ruim 260 aangesloten onafhankelijke financieel advieskantoren, en onderdeel van Ingage Group.

22

Toename desktoptaxaties en hypotheekaanvragen met NHG Een tweede hypotheekvoorwaarde die snel is opgekomen, is de desktoptaxatie. Sinds 1 juli van 2021 gelden er nieuwe Europese regels voor modelmatige taxaties en is de desktoptaxatie nieuw ontwikkeld als een vorm van hybride taxeren. In deze veranderende woningmarkt biedt de desktoptaxatie vooral doorstromers soms extra mogelijkheden om de koop van een volgende woning rond te maken. Ook wordt die veel ingezet voor bestaande woningeigenaren die verhogen voor verbouwing en/of verduurzaming. Jaarlijks past de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) per 1 januari haar Voorwaarden & Normen aan. Bekendste voorbeelden van deze voorwaarden & normen zijn de borgtochtprovisie en de NHG-kostengrens. De hoogte van de borgtochtprovisie wijzigt in 2023 niet (blijft 0,6%). De kostengrens wordt flink verhoogd naar 405.000 euro (was 355.000 euro). Een aantal geldverstrekkers kan al vanaf begin december offreren (renteaanbod of voorlopige offerte) op basis van de nieuwe NHG-regels, als het bindend aanbod in het nieuwe jaar wordt uitgebracht. Andere aanbieders kunnen aanvragen zonder NHG in 2023 alsnog omzetten naar NHG. Dit proces zorgt elk jaar voor een stijging in december van het aantal hypotheekaanvragen met NHG.

Uitgelicht: generieke versus individuele hypotheekverstrekking Sinds jaar en dag is de werkgeversverklaring in combinatie met een loonstrook leidend bij het bepalen van het toets-inkomen voor aanvragers in loondienst. Bij flexibele dienstverbanden wordt het gemiddelde inkomen van de laatste drie jaar gehanteerd. Toch is er ook kritiek op deze wijze van inkomen vaststellen. Kansrijke aanvragers zonder vaste aanstelling en een arbeidsverleden korter dan drie jaar komen er in de toetsing niet goed uit, terwijl dat andersom geen problemen geeft. Reden waarom bijna 10 jaar geleden andere instrumenten (Arbeidsmarktscan, Perspectiefverklaring) werden gelanceerd, waarmee ook naar het individuele toekomstperspectief wordt gekeken. Het gebruik is vooralsnog beperkt gebleven tot aanvragers met een flexibel dienstverband, hoewel deze instrumenten wel breder inzetbaar zijn en waarde zouden kunnen toevoegen. Ook bij het bepalen van de leencapaciteit op inkomen wordt een generieke toetsing gebruikt. De leennormen die het Nibud jaarlijks bepaalt gaan uit van een gemiddelde situatie. Daarbij wordt de hypotheekadviseur geacht rekening te houden met individuele kenmerken als aantal vakanties per jaar en dure hobby’s. Sinds kort is daar ook het energieverbruik bij gekomen.

Andere factoren die het generieke plaatje kunnen beïnvloeden zijn het aantal kinderen, type auto, onderhoudskosten van de woning en uitgavenpatroon. Hoewel het Nibud vanaf 2024 rekening wil gaan houden met het energielabel van de woning bij het bepalen van de maximale hypotheek, zijn er dus nog vele andere individuele factoren die van invloed zijn op een verantwoorde hypotheekverstrekking. Voor een goede toetsing is generieke vaststelling derhalve niet afdoende. Net als bij het arbeidsmarktperspectief bieden ook hier data en de voortschrijdende techniek nieuwe mogelijkheden. Door de inwerkingtreding per februari 2019 van PSD2 - een Europese wet voor het betalingsverkeer van consumenten en bedrijven - zijn banken verplicht om derde partijen toegang te geven tot iemands betaalrekening als deze persoon daar toestemming voor geeft. Dankzij PSD2 ontstaan er veel nieuwe mogelijkheden, denk daarbij bijvoorbeeld aan een overzicht van iemands betaalrekeningen en betaaltransacties bij verschillende banken. Zo ontstaat een slim huishoudboekje dat met eerdere betaaltransacties voorspellingen kan doen. De hypotheekbranche zou deze innovatie kunnen inzetten voor een eigentijdse manier van hypotheekverstrekking, waarbij meer rekening wordt gehouden met de individuele situatie van de aanvrager.

23

Vraagondersteuning starters en middeninkomens blijft nodig In de afgelopen jaren zijn diverse aanscherpingen van de voorwaarden voor het verkrijgen van een hypothecaire lening doorgevoerd (striktere toepassing en aanscherping van LTI norm, maximale LTV stapsgewijs verlaagd, hypotheekrenteaftrek alleen bij aflossen op nieuwe hypotheek, alle bijkomende kosten voor het kopen van een woning met eigen geld moeten financieren). Hierdoor is vooral voor potentiële starters de financierbaarheid van koopwoningen in Nederland aangetast. Per 1 januari 2021 is hierin enige verandering gekomen, door de vrijstelling van de overdrachtsbelasting voor woningkopers tot 35 jaar (starters en jonge doorstromers) die een woning tot 355.000 euro kopen. Door bovengenoemde aanscherpingen, in combinatie met de sterk oplopende koopprijzen, zijn zowel de financierbaarheid, als de betaalbaarheid van koopwoningen voor starters en voor middeninkomens steeds meer onder druk komen te staan in de laatste vier jaar. De meer recente stijging van de hypotheekrente zorgt daarbij zeker niet voor meer mogelijkheden voor deze groep woonconsumenten; de huidige koopprijsdaling heeft dit verschil niet kunnen overbruggen.

Vraagondersteuning door NHG-hypotheken lijkt voorzichtig aan te trekken in 2022 De sterk verminderde financierbaarheid en betaalbaarheid van koopwoningen voor potentiële starters als gevolg van de aanhoudende koopprijsstijgingen, leiden de laatste jaren weer tot meer aandacht voor de vraagondersteuning voor deze groep woonconsumenten. In de afgelopen jaren is steeds per 1 januari de maximale kostengrens voor een NHG-hypotheek verhoogd van € 245.000 (in 2017), via € 265.000 (in 2018), € 290.000 (in 2019), € 310.000 (in 2020) en € 325.000 (in 2021) naar € 355.000 in 2022. De methodiek is sinds januari 2021 gebaseerd op de gemiddelde koopsom van de laatste 15 maanden met een correctiefactor van +2 procent 2. Als gevolg hiervan volgt NHG de prijsstijging van de koopwoningmarkt met iets meer vertraging dan in de oude methodiek. Figuur 25 Totaal aantal hypotheken met NHG, op kwartaalbasis, in de periode 1e kwartaal 2009 – 4e kwartaal 2022

Bron: NHG, 2023

Het totaal aantal uitstaande NHG-hypotheken is gegroeid van ruim 760.000 hypotheken begin 2009 naar ruim 1,46 miljoen hypotheken in het derde kwartaal van 2020. Deze stijging was met name het gevolg van het mee verhogen van de maximale kostengrens en het grotere rentevoordeel in deze periode. Doordat 2

Vanaf januari 2022 wordt dit opgehoogd naar 27 maanden en vier procent correctie en vanaf 2023 voor de laatste keer opgehoogd naar 39 maanden met een zes procent correctie.

24

NHG gedurende het jaar 2020 verbeteringen heeft doorgevoerd in de kwaliteit van NHGhypotheekgegevens, heeft er in het vierde kwartaal van 2020 een eenmalige administratieve correctie plaatsgevonden. Mede daardoor daalt het aantal actieve garanties in dat kwartaal naar 1,39 miljoen uitstaande NHG-hypotheken (zie figuur 25). Gedurende de jaren 2021 en 2022 neemt dit aantal steeds iets verder af en komt in het vierde kwartaal van 2022 uit op bijna 1,29 miljoen hypotheken. Dit betekent dat er een geringere instroom van nieuwe NHG-hypotheken is, dan dat er garanties uitstromen door het opheffen van de hypotheek. Vanaf het eerste kwartaal van 2022 neemt het aantal nieuw verstrekte NHG-garanties op kwartaalbasis echter weer toe van circa 12.700 garanties naar ruim 15.000 garanties in het vierde kwartaal van 2022. Deze licht stijgende trend in het laatste jaar is mede het gevolg van een wat ruimer aanbod van te koop staande woningen, die door de recente koopprijsdaling ook weer iets vaker onder de NHG-grens blijven qua koopprijs. Ook het feit dat een licht toenemend aantal kopers weer kiest voor een financiering zonder een aflossingsvrije hypotheek (een voorwaarde om recht te hebben op NHG), kan hierbij zeker een rol spelen.

Figuur 26 Aandeel NHG-hypotheken in het aantal transacties, op de markt van bestaande koopwoningen en de markt van nieuwbouw koopwoningen, op kwartaalbasis, in de periode 3e kwartaal 2008 – 4e kwartaal 2022

Bron: Kadaster, Vastgoed Dashboard, 2021; NVB/NEPROM/OTB, MonitorNieuweWoningen, 2021; NHG, 2021

De stijging van de NHG kostengrens heeft aanvankelijk bijgedragen aan het grotere aandeel van NHGhypotheken op bestaande woningen binnen alle nieuw afgesloten hypotheken in 2018 en 2019: van 35% naar ruim 40% (zie figuur 26). In de jaren 2020 en 2021 laat dit aandeel een licht dalende trend zien, waarschijnlijk als gevolg van een geringer aanbod van te koop staande woningen onder de NHG-grens en een lagere rentekorting bij NHG-hypotheken (de plotselinge daling van het aandeel in het vierde kwartaal van 2020 is mede het gevolg van een aanpassing in de overdrachtsbelasting - verhoging voor investeerders en verlaging voor jongere starters - per 1 januari 2021, waardoor investeerders nog snel woningen wilde kopen en veel jonge starters hun woningaankoop juist uitstelden). Gedurende de eerste kwartalen van 2022 neemt het aandeel NHG-hypotheken voorzichtig weer iets toe. Door de recente koopprijsdaling komt de koopprijs van te koop staande woningen in de bestaande voorraad weer iets vaker onder de NHG-grens terecht.

25

Met betrekking tot de nieuwbouwwoningen blijkt het aandeel verkochte woningen met NHG-hypotheek in de periode 2018-2021 een zeer stabiel beeld te vertonen met een percentage tussen de 10% en 15% (zie figuur 26). Het aanbod nieuwbouwwoningen in het prijssegment tot de maximale kostengrens voor een NHG-hypotheek was en is in veel woningmarktgebieden natuurlijk ook zeer beperkt, als gevolg van de (sterke) prijsstijging van nieuwbouwwoningen en de grote nadruk op nieuwbouw in de duurdere prijssegmenten. Gedurende het tweede en derde kwartaal van 2022 lijkt dit aandeel een licht opwaartse beweging te maken, maar is het nog te vroeg om deze ontwikkeling goed op waarde te kunnen schatten. Door de enorme druk op de koopwoningmarkt en de bijbehorende koopprijsstijgingen is er in de afgelopen jaren maar weinig beroep gedaan op het garantiefonds van NHG. Als er al een woning gedwongen verkocht moet worden, dan zal er onder de huidige omstandigheden maar zelden sprake zijn van een restschuld waarvoor men bij NHG moet aankloppen. Sinds het tweede kwartaal van 2020 registreert NHG ‘nog maar’ zo’n 20 tot 30 verliesdeclaraties en vanaf medio 2021 daalt dit aantal zelfs onder de 10 verliesdeclaraties.

In geheel 2022 heeft NHG slechts 8 verliesdeclaraties hoeven te registreren! Mede door de lage werkloosheid en de forse stijging van de koopprijzen in de afgelopen jaren, is een opwaartse beweging van het aantal verliesdeclaraties ook nog niet te verwachten. Aanvragen voor Startersleningen trekken toch weer aan De sterk verminderde financierbaarheid en betaalbaarheid van koopwoningen voor potentiële starters, als gevolg van de forse koopprijsstijgingen in de jaren 2020 en 2021 en de meer recente stijging van de hypotheekrente, leiden de laatste jaren weer tot meer aandacht voor de vraagondersteuning voor deze groep woonconsumenten. Het verstrekken van Startersleningen aan starters op de koopwoningmarkt zit sinds begin 2020, wanneer de koopprijzen bovengemiddeld gaan oplopen, weer enigszins in de lift. Dit is terug te zien in met name het aantal aanvragen van Startersleningen, maar ook in het aantal nieuw verstrekte Startersleningen op kwartaalbasis (zie figuur 27). In de praktijk blijkt dat gemeenten een meer actief beleid voeren op dit punt en in hun regelingen meer aansluiting zoeken bij de NHG-grenzen. In 2022 verstrekken inmiddels 256 gemeenten Startersleningen (medio 2018 waren dat nog 234 gemeenten). Figuur 27 Totaal aantal aangevraagde en verleende Startersleningen, op kwartaalbasis, in de periode 3e kwartaal 2008 – 4e kwartaal 2022

Bron: SVn, 2023

26

De beide pieken die zichtbaar zijn rond 2009-2010 en 2013-2014 (zie figuur 27) zijn vooral veroorzaakt door een tijdelijke rijksbijdrage Startersleningen ter stimulering van de woningmarkt. Deze rijksbijdrage is een katalysator geweest voor provincies en gemeenten om meer middelen voor Startersleningen beschikbaar te stellen. Deze genoemde perioden buiten beschouwing gelaten, is er een zekere stabiliteit waar te nemen in deze vorm van ondersteuning voor starters op de koopwoningmarkt. In 2020 is het aantal door SVn ontvangen aanvragen van Startersleningen over het geheel genomen weer licht gestegen tot rond de 900 in het eerste kwartaal van 2021. Daarna treedt er in het vervolg van 2021 toch weer een lichte daling in (zie figuur 21). Waarschijnlijk speelt hier met name een gebrek aan passend aanbod van goedkopere tot middel dure koopwoningen een rol, waarop potentiële starters veelal zijn aangewezen. Naast de financierbaarheid en de betaalbaarheid van woningen, is ook de beschikbaarheid van koopwoningen een steeds grotere rol gaan spelen in de kansen voor potentiele starters op de koopwoningmarkt. Vanaf het vierde kwartaal van 2021 neemt het aantal aanvragen juist weer fors toe tot 1.250 aanvragen in het vierde kwartaal van 2022. Daarmee wordt het niveau van rond 2016 weer bereikt.

De potentiële starters lijken weer meer mogelijkheden op de woningmarkt te zien door de stabiliserende en zelfs dalende koopprijzen. Potentiële doorstromers op de koopwoningmarkt worden onder de huidige omstandigheden wat minder actief, waardoor de concurrentie voor starters iets verminderd. Het aantal nieuw verstrekte Startersleningen volgt met een lichte vertraging dezelfde trend als die bij de aanvragen. Het aantal verstrekte Startersleningen laat in 2020 eveneens een licht opwaartse trend zien en varieert daarbij tussen de 500 en 750 leningen per kwartaal (zie figuur 27). De kortstondige dip in het vierde kwartaal van 2020 en de forse toename van het aantal verstrekte Startersleningen in het eerste kwartaal van 2021 zijn volgens de SVN voornamelijk het gevolg van uitstelgedrag van starters. Door de overdracht van de gekochte woning (en dus de daadwerkelijke verstrekking van de lening) pas na 1 januari 2021 te laten plaatsvinden, kon men profiteren van de afschaffing van de overdrachtsbelasting voor starters per 2021. Vanaf het eerste kwartaal van 2022 volgt een stijgende trend in het aantal verstrekte Startersleningen, waarbij in het vierde kwartaal van 2022 circa 1.150 leningen zijn verstrekt. Volgens de SVn houden inmiddels meerdere gemeenten binnen hun regeling een hogere koopprijsgrens aan, als gevolg van de stijgende woningprijzen en de verhoogde NHG-grens.

Het gemiddelde bedrag van de nieuw verstrekte Starterslening is gedurende de periode 2019-2021 dan ook opgelopen tot bijna €34.000. In 2022 stabiliseert het gemiddeld bedrag op dat niveau. Circa 56% van alle nieuw verstrekte leningen in het vierde kwartaal van 2022 komt boven de €30.000 uit, tegenover 26% in het begin van 2019. Betalingsproblemen onder eigenaar-bewoner blijven zeer gering Het aantal bij Stichting BKR geregistreerde kredietnemers met minimaal één betalingsachterstand op lopende hypotheekcontracten laat sinds het tweede kwartaal van 2015 een daling zien: van bijna 113.300 naar ruim 41.600 kredietnemers in het derde kwartaal van 2022 (gegevens van Stichting BKR worden hier alleen in het 2e en 4e kwartaal geactualiseerd en met een kwartaal vertraging gepresenteerd). Dit is mede het gevolg van een flinke, redelijk constante uitstroom van het aantal kredietnemers dat de betalingsachterstand op de hypotheek weer inloopt in de jaren 2014-2018; een uitstroom die in de jaren daarna ook constant is, maar op een wat lagere volume niveau doorzet. In combinatie met een geringe instroom in de laatste jaren, is het totaal aantal kredietnemers met een betalingsachterstand met ruim 60% afgenomen ten opzichte van het record aantal medio 2015 (zie figuur 28).

In het derde kwartaal van 2020 neemt het aantal kredietnemers dat de betalingsachterstand op de hypotheek weer inloopt, plotseling fors toe (5.100). Door de coronacrisis zijn mensen spaarzamer geweest en is men (tijdelijk) ook meer doordrongen van risico’s als werkloosheid en betalingsproblemen. In de

27

eerste drie kwartalen van 2022 neemt de uitstroom kredietnemers met een betalingsachterstand iets in omvang af van ongeveer 3.800 naar 2.900 kredietnemers op kwartaalbasis (zie figuur 28). Hoewel het nog wat pril is om deze ontwikkeling goed te kunnen duiden, zou dit natuurlijk wel samen kunnen hangen met de forse kostenstijging voor het levensonderhoud in 2022.Het resterend aantal van 41.600 kredietnemers met een betalingsachterstand is, ongeveer 9 jaar na het eerste herstel vanuit de kredietcrisis, nog wel iets hoger dan het niveau van voor het uitbreken van deze crisis in 2008. Figuur 28 Aantal kredietnemers met minimaal één actueel betalingsprobleem op een lopende hypotheek en de uitstroom van kredietnemers die actuele betalingsproblemen op een hypotheek hadden, op kwartaalbasis, in de periode 3e kwartaal 2008 – 3e kwartaal 20223

Bron: BKR, 2023.

Toekomstige ontwikkelingen op de kortere termijn In Nederland lijkt een voor de koopwoningmarkt ‘giftige’ mix te zijn ontstaan van hoge inflatie, vooralsnog beperkte inkomensstijging, stijgende hypotheekrente, dalende kooprijzen en een dalend consumentenvertrouwen in de algemene economie en ook specifiek in de koopwoningmarkt. Een gemiddeld genomen verdere koopprijsdaling is in een dergelijke situatie natuurlijk zeer plausibel in de komende maanden en kwartalen. Een vergelijking met het begin van de Kredietcrisis medio 2008 dringt zich hierbij wellicht op. Er zijn echter een aantal verschillen te benoemen tussen de situatie destijds en de huidige uitgangspunten. Waar problemen op de financiële markt de oorzaak vormden voor de start van de Kredietcrisis van 2008, lijkt deze financiële markt nu veel meer solide te zijn en adequaat op de ontstane situatie te reageren. Omdat de rentestand op de diverse financiële markten in 2021 nog steeds historisch laag waren, konden renteverhogingen op de geldmarkt worden doorgevoerd en steeg eveneens de kapitaalmarktrente. Daarbij zijn de huidige kapitaal- en hypotheekrentes, overigens ook na deze verhogingen, momenteel nog steeds lager dan aan het begin van 2008.

3

Sinds juli 2016 noteert Stichting BKR de restschulden van hypotheken met en zonder Nationale Hypotheek Garantie (NHG) met aparte coderingen. Deze worden niet meer als hypothecaire betalingsachterstand geregistreerd, maar apart als restschuld op de hypotheek. Hierdoor is er eenmalig een correctie doorgevoerd in de uitstroom van het aantal kredietnemers dat de betalingsachterstand heeft ingelopen.

28

De Nederlandse overheid en de internationale wereld werden door de Kredietcrisis zelf ook erg hard geraakt in de financiële huishouding, waardoor ondersteuning van huishoudens en bedrijven minder snel en minder omvangrijk kon worden uitgevoerd. Eind 2022 heeft de overheid echter al meteen een ondersteuningspakket aangekondigd voor de energiekosten van huishoudens en het Midden en Kleinbedrijf om (de effecten van) de hoge inflatie op kortere termijn te bestrijden. De overheidsfinanciën laten dit vooralsnog toe, ondanks de eerdere forse uitgaven tijdens de COVID-19 pandemie in de periode 20202021 en de extra uitgaven voor de ondersteuning van Oekraïne gedurende 2022. De financiële situatie van veel huishoudens blijkt begin 2023 eveneens beter op orde dan in 2008. Gedurende de COVID-19 crisis hebben veel huishoudens kans gezien om hun spaargeldpotje te vergroten. Mede door het grote tekort aan arbeidskrachten is de werkloosheid momenteel veel lager dan destijds in 2008 (3,5% versus 5%). In combinatie met het hoge inflatieniveau in 2022 zal deze druk op de arbeidsmarkt vanuit de huidige CAO onderhandelingen ook tot duidelijke loonsverhogingen leiden voor veel mensen in loondienst. Door de te verwachten gemiddelde verhoging van huishoudeninkomens zal ook de maximale leencapaciteit zich gemiddeld genomen kunnen stabiliseren, wanneer de hypotheekrente toch nog iets zou gaan oplopen.

Het feit dat de financieringsnormen voor het verkrijgen van een hypotheek op basis van het advies van het NIBUD in januari 2023 minder scherp zijn bijgesteld dan verwacht, draagt ook bij aan een meer robuuste ontwikkeling van de maximale leencapaciteit. Doordat de financieringsnormen in 2011 wel sterk zijn versoberd (maximaal 50% aflossingsvrije hypotheek en verplicht aflossen om in aanmerking te komen voor hypotheekrenteaftrek), hebben eigenaarbewoners in het afgelopen decennium bovendien meer buffer aan eigen vermogen in de woning opgebouwd. Woningen zullen daardoor minder snel ‘onder water komen te staan’ nu de koopprijzen dalen, dan in de jaren na het uitbreken van de Kredietcrisis in 2008. Met uitzondering voor de zeer recente kopers van een eigen woning, hebben de enorme koopprijsstijgingen in 2021 en 2022 die buffer ook zeer fors vergroot voor de eigenaarbewoners. De recente koopprijsdaling hoeft de koopwoningmarkt dus minder ‘op slot te zetten’ dan destijds tijdens de Kredietcrisis het geval was. Het consumentenvertrouwen in de algemene economie en in mindere mate ook het vertrouwen specifiek in de koopwoningmarkt waren in 2021 veel groter dan destijds in 2008.

De hoge inflatie, geringere economische groei, gestegen (hypotheek)rente en recente daling van de koopprijzen hebben dat vertrouwen gedurende 2022 wel laten dalen, maar desalniettemin ligt het vertrouwen momenteel nog steeds op een vergelijkbaar niveau als begin 2008. Een grotere bedreiging voor de dynamiek op de markt van bestaande koopwoningen (en daarmee voor de hypotheekmarkt) vormt echter de huidige woningbouwproductie van koopwoningen, die nu al bijna twee jaar sterk onder druk staat. De vooruitzichten voor de komende jaren zijn ook niet zo rooskleurig, gezien het afnemend aantal bouwvergunningen voor koopwoningen dat is verleend. Nieuwbouwwoningen vormen de start van een verhuisketen in de bestaande woningvoorraad, zodat minder transacties op de nieuwbouwmarkt met enige vertraging ook resulteert in minder transacties op de markt van bestaande koopwoningen. Hierin is wel een parallel te zien met de situatie in de periode 2008-2013, al zijn de oorzaken voor de huidige daling in de nieuwbouwproductie (capaciteitsgebrek, hoge prijzen bouwmaterialen, stikstofproblematiek) wel van andere aard dan destijds tijdens de Kredietcrisis (gebrek aan investeringen en vraaguitval). De gestegen hypotheekrente, het afnemend vertrouwen in de koopwoningmarkt onder woonconsumenten en de recente koopprijsdaling zullen de komende kwartalen wel leiden tot een verdere koopprijsdaling.

Toch zal de nog steeds grote woningvraag, de krapte op de koopwoningmarkt en de te verwachten stijging van de huishoudeninkomens op de midden lange termijn kunnen zorgen voor opnieuw koopprijsstijgingen en een nieuw prijsevenwicht op die koopwoningmarkt. Mits de economische schade van de oorlog niet nog

29

veel groter wordt en de hypotheekrente niet al te ver oploopt. De woning zal dan, evenals in het verleden wel het geval was, zijn functie kunnen vervullen als bescherming tegen een hoge inflatie. Verwachte aantallen hypotheken en transacties in het komende kwartaal Gegeven het seizoenspatroon zou normaal verwacht kunnen worden dat het aantal nieuw afgesloten hypotheken in het eerste kwartaal van 2023 lager uitkomt dan in het vierde kwartaal van 2022. Gezien het wederom veel geringer aantal nieuwe hypotheekaanvragen in het vierde kwartaal van 2022, zal de terugval deze keer veel sterker zijn dan in de voorliggende jaren. Het aantal nieuw afgesloten hypotheken in het eerste kwartaal van 2023 zal naar verwachting uitkomen op ongeveer 65.000 tot 70.000 hypotheken. Gezien het seizoenspatroon dat de koopwoningmarkt normaliter kenmerkt, is het te verwachten dat het aantal door NVM makelaars verkochte woningen in het eerste kwartaal van 2023 lager zal uitkomen dan in het vierde kwartaal van 2022. Door met name de daling van het nieuwbouwaanbod en de recente veranderingen in het verkoopproces (potentiele doorstromers willen eerst de huidige woning verkopen, voordat een andere woning wordt gekocht), zal deze daling forser zijn dan in de voorgaande jaren.

Het aantal door NVM makelaars verkochte woningen in het eerste kwartaal van 2022 kan daarbij uitkomen op circa 24.000 à 25.000 woningen. De ontwikkeling van de Eigen Huis Marktindicator (zeven maanden vertraagd) en de ontwikkeling van het aantal transacties van bestaande koopwoningen hebben normaal gesproken een hoge correlatie (de correlatiecoëfficiënt is 0.89; zie figuur 29). De periode tussen september 2020 en september 2021 vormt hierop een uitzondering. Gezien de dalende trend in het vertrouwen in de koopwoningmarkt gedurende het laatste anderhalf jaar, de daling van de nieuwbouwproductie en gegeven het normale seizoenpatroon dat de koopwoningmarkt kenmerkt, is een nog sterkere daling dan in voorgaande jaren te verwachten van het aantal transacties in de bestaande woningvoorraad in het eerste kwartaal van 2023 ten opzichte van het voorliggende kwartaal. Hier liggen daarom ongeveer 40.000 tot 42.000 transacties in de lijn der verwachting. Figuur 29 De samenhang tussen het aantal transacties in de bestaande woningvoorraad en de score op de Eigen Huis Marktindicator, op maandbasis, in de periode juni 2016 – april 2023

Bron: Kadaster, Vastgoed Dashboard, 2023; VEH, Eigen Huis Marktindicator, 2023

30

De ontwikkeling van de Marktindicator en de ontwikkeling van het aantal verkopen op de nieuwbouwmarkt hebben normaal gesproken eveneens een hoge correlatie. Gegeven het normale seizoenspatroon, waarbij het aantal transacties in het tweede en vierde kwartaal hoger uitkomt dan in het voorliggende kwartaal, maar ook rekening houdend met het dalend aanbod van nieuwbouwkoopwoningen, zal het aantal verkochte nieuwe koopwoningen in het vierde kwartaal van 2022 uit kunnen komen op circa 4.000 woningen. Gemiddelde koopprijs in Nederland zal dalen in 2023 en eerste helft 2024 Op basis van de modelvergelijking van het koopprijsmodel van de TU Delft over de periode 1971 – tweede helft 2022, de gestegen hypotheekrente, de te verwachte inkomensstijging en de afname van het aanbod, verwachten we dat er een forse daling van de gemiddelde koopprijs (-6% tot -6,5%) zal zijn waar te nemen in de eerste helft van 2023 ten opzichte van het voorliggende kwartaal. Deze daling zal gedurende de tweede helft van 2023 zeer waarschijnlijk worden doorgezet. Gezien de te verwachten inkomensstijging van huishoudens, de afvlakking van de inflatiestijging, een mogelijke stabilisatie van de hypotheekrente en de aanhoudende vraagdruk op de woningmarkt, is medio 2024 een koopprijsherstel te verwachten (zie figuur 30).

Indien de economie eerder aantrekt of de huishoudeninkomens fors gaan stijgen, kan eind 2023 of begin 2024 al een stabilisatie van de koopprijzen optreden. De onzekerheid bij de koopprijsvoorspelling is echter erg groot vanwege de onduidelijkheid over de ontwikkeling van de hypotheekrente. In het geval dat de gemiddelde hypotheekrente het komend jaar nog één procent verder zou oplopen, is het te verwachten dat een koopprijsstijging ook in de tweede helft van 2024 en begin 2025 nog uitblijft en zullen de prijzen eerder stabiliseren. Indien de hypotheekrente nog verder zou oplopen, is er volgens de modelschatting tot in 2025 geen prijsherstel te verwachten, mits de overige omstandigheden ongewijzigd blijven. Een procentuele mutatie van de mediane verkoopprijs van rond -6% ligt in de lijn der verwachting; vertaald naar de PBK zou dat een daling met zo’n -4% tot -5% in het eerste kwartaal van 2023 kunnen betekenen. Figuur 30 De gerealiseerde en geschatte gemiddelde verkoopprijs (nominaal) bij drie scenario’s van de hypotheekrenteontwikkeling1, op halfjaarbasis, in de periode 2000 – 2025

1: het betreft hier de gemiddelde rente van door de DNB nieuw geregistreerde hypotheken met een rentevaste periode van 5 tot 10 jaar. Bron: TU Delft-MBE, 2023

31

MBE – Management in the Built Environment Faculteit Bouwkunde, TU Delft Julianalaan 134 2628 BL Delft Postbus 5043, 2600 GA Delft Telefoon: +31 (0)15 278 41 59 E-mail: MBE-bk@tudelft.nl www.mbe.bk.tudelft.nl

32

Marktoverzicht Gemeente Amsterdam

NVM Woningmarkt kwartaalcijfers

Transactiecijfers

Gemeente Amsterdam | 4e kwartaal 2022

Aantal transacties

2021-4

2022-3

2022-4

%-jr.

%-kw

Tussenwoning

197

156

153

-22%

-2%

Hoekwoning

53

45

50

-6%

11%

2-onder-1-kap

20

13

13

-34%

2%

Vrijstaand

28

13

23

-18%

77%

Appartement

1.893

1.556

1.741

-8%

12%

Totaal

2.191

1.783

1.980

-10%

11%

Transactieprijs

2021-4

2022-3

2022-4

%-jr.

%-kw

Tussenwoning

769

693

688

-10,4%

-0,7%

Hoekwoning

689

677

689

-0,1%

1,7%

2-onder-1-kap

981

937

801

-18,3%

-14,5%

Vrijstaand

1.362

1.346

1.014

-25,6%

-24,7%

Appartement

568

533

512

-10,4%

-4,0%

Totaal

603

560

538

-10,4%

-3,9%

2021-4

2022-3

2022-4

%-jr.

%-kw

Tussenwoning

6.043

6.148

5.473

-9,4%

-11,0%

Hoekwoning

6.144

5.945

5.560

-9,5%

-6,5%

2-onder-1-kap

6.587

7.686

6.195

-6,0%

-19,4%

Vrijstaand

8.111

8.384

6.792

-16,3%

-19,0%

Appartement

7.767

7.841

7.544

-3,7%

-3,6%

Aantal transacties

Het aantal transacties laat zien hoeveel woningen er in een kwartaal zijn verkocht door NVM-makelaars.

Transactieprijs

Aantal transacties 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0

4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 2017 2018 2019 2020 2021 2022

Prijsontwikkeling

(x 1.000 euro) De transactieprijs toont de (mediane) verkoopprijs van alle in een kwartaal verkochte woningen.

Transactieprijs per m

2

Transactieprijs m2

30% 20%

10% 0% -10% -20%

4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 2017 2018 2019 2020 2021 2022

Transactieprijsontwikkeling per m2

(euro/m2 gbo wonen) 2

De transactieprijs per m toont de (mediane) vierkante meterprijs van alle in een kwartaal verkochte woningen. Hierbij wordt de verkoopprijs gedeeld door het aantal vierkante meters gbo wonen.

Verkooptijd

25% 20% 15% 10% 5% 0% -5% -10%

Totaal

7.567

7.648

7.316

Verkooptijd

2021-4

2022-3

2022-4

Tussenwoning

25

28

35

Hoekwoning

25

30

32

30

2-onder-1-kap

23

25

25

20

Vrijstaand

35

29

53

Appartement

23

27

28

Totaal

24

27

29

-4,5%

-4,6%

4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 2017 2018 2019 2020 2021 2022

Verkooptijd in dagen

in dagen De verkooptijd laat de tijd in dagen zien tussen het moment van te koop zetten van de woning en de verkoopdatum. Hierbij is de datum van de volledige ondertekening van de akte bij de makelaar leidend.

40

10 0

4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 2017 2018 2019 2020 2021 2022

1

NVM Woningmarkt kwartaalcijfers

Aantal in aanbod Het aantal in aanbod laat het aantal bij NVM-makelaars te koop staande woningen aan het eind van het kwartaal zien.

Vraagprijs

Aanbodcijfers

Gemeente Amsterdam | 4e kwartaal 2022 2021-4

2022-3

2022-4

%-jr.

%-kw

Tussenwoning

94

188

213

127%

13%

Hoekwoning

29

40

64

120%

59%

2-onder-1-kap

9

12

19

109%

56%

Vrijstaand

20

42

35

75%

-17%

Appartement

750

1.318

1.421

89%

8%

Totaal

902

1.600

1.752

94%

9%

2021-4

2022-3

2022-4

%-jr.

%-kw

Tussenwoning

1.000

830

829

-17,1%

-0,2%

Hoekwoning

683

892

809

18,4%

-9,3%

20%

10%

Aantal in aanbod

Vraagprijs

Aantal in aanbod 2.500

2.000 1.500 1.000 500 0

4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 2017 2018 2019 2020 2021 2022

Vraagprijsontwikkeling

(x 1.000 euro) De vraagprijs toont de (mediane) vraagprijs van alle aan het eind van het kwartaal in aanbod staande woningen.

2-onder-1-kap

827

1.098

929

12,3%

-15,4%

Vrijstaand

1.865

1.362

1.358

-27,2%

-0,3%

Appartement

542

578

592

8,5%

2,5%

30%

0% -10%

Totaal 2

Vraagprijs per m

626

640

647

4,7%

1,5%

2021-4

2022-3

2022-4

%-jr.

%-kw

Tussenwoning

6.843

5.698

5.921

-13,5%

3,9%

Hoekwoning

5.458

5.838

5.978

9,5%

2,4%

15%

2-onder-1-kap

5.796

7.767

6.861

18,4%

-11,7%

10%

Vrijstaand

7.321

7.331

7.413

1,3%

1,1%

Appartement

6.833

7.341

7.383

8,0%

0,8%

Vraagprijs per m2

4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 2017 2018 2019 2020 2021 2022

Vraagprijsontwikkeling per m2

(euro/m2 gbo wonen) De vraagprijs per m2 toont de (mediane) vierkante meterprijs van alle aan het eind van het kwartaal in aanbod staande woningen. Hierbij wordt de vraagprijs gedeeld door het aantal vierkante meters gbo wonen.

20%

5%

0%

Looptijd aanbod

Totaal

6.790

7.114

7.149

Looptijd aanbod

2021-4

2022-3

2022-4

Tussenwoning

54

39

56

Hoekwoning

42

48

47

2-onder-1-kap

28

14

67

Vrijstaand

155

111

116

Appartement

28

19

46

Totaal

34

25

49

5,3%

1,1%

4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 2017 2018 2019 2020 2021 2022

Looptijd aanbod in dagen

in dagen De looptijd van het aanbod laat zien hoeveel dagen het woningaanbod al te koop staat. Het gaat dan om het verschil in dagen tussen het moment van te koop zetten van de woning en de laatste dag van het kwartaal.

60 50 40 30 20 10 0

4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 2017 2018 2019 2020 2021 2022

2

NVM Woningmarkt kwartaalcijfers

Aantal te koop gezet Het aantal te koop gezette woningen laat zien hoeveel woningen er nieuw te koop zijn aangeboden gedurende een kwartaal.

Krapte-indicator De krapte-indicator geeft een benadering voor het aantal keuzemogelijkheden dat een potentiële koper op de woningmarkt heeft. Deze wordt berekend als het aanbod aan het begin van een kwartaal gedeeld door het aantal transacties gedurende het kwartaal.

Vraag-verkoopprijsverschil

Marktindicatoren

Gemeente Amsterdam | 4e kwartaal 2022 2021-4

2022-3

2022-4

%-jr.

%-kw

Tussenwoning

196

224

240

22%

7%

Hoekwoning

61

57

86

41%

51%

3.000

2-onder-1-kap

22

21

21

-5%

0%

2.000

Vrijstaand

27

26

25

-7%

-4%

Appartement

1.998

2.246

2.296

15%

2%

Totaal

2.304

2.574

2.668

16%

4%

Krapte-indicator

2021-4

2022-3

2022-4

Tussenwoning

1,4

3,6

4,2

Hoekwoning

1,6

2,7

3,8

2-onder-1-kap

1,4

2,8

4,3

Vrijstaand

2,1

9,7

4,6

Appartement

1,2

2,5

2,4

Totaal

1,2

2,7

2,7

2021-4

2022-3

2022-4

Tussenwoning

10,0%

6,9%

1,4%

Hoekwoning

14,3%

7,5%

2,9%

2-onder-1-kap

6,8%

11,8%

0,8%

Vrijstaand

2,5%

1,7%

-3,0%

Appartement

12,3%

7,5%

2,5%

Aantal te koop gezet

Vraag-verkoopprijs

Aantal te koop gezet 4.000

1.000 0

4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 2017 2018 2019 2020 2021 2022

Krapte-indicator 3 2,5 2 1,5 1 0,5 0

4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 2017 2018 2019 2020 2021 2022

Vraag-verkoopprijs verschil

verschil in % Het verschil laatste vraag- en transactieprijs laat zien hoeveel procent verschil er zit tussen de laatste vraagprijs van een woning en de uiteindelijke transactieprijs. Een positief verschil betekent dat er meer betaald is dan er voor de woning gevraagd werd.

% Boven vraagprijs verkocht

Totaal

12,0%

7,4%

2,3%

> vraagprijs verkocht

2021-4

2022-3

2022-4

Tussenwoning

79%

77%

56%

Hoekwoning

91%

69%

60%

2-onder-1-kap

70%

92%

54%

Vrijstaand

54%

62%

26%

Appartement

86%

83%

64%

Totaal

85%

82%

63%

15%

10% 5%

0%

4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 2017 2018 2019 2020 2021 2022

% boven de vraagprijs verkocht

in procenten Het percentage boven de vraagprijs verkocht laat zien hoeveel procent van het totaal aantal verkochte woningen met een verkoopprijs verkocht is die hoger lag dan de laatste vraagprijs.

100% 80%

60% 40% 20% 0%

4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 2017 2018 2019 2020 2021 2022

3

Ontwikkelingen commercieel vastgoed 2022 Q4

Inhoud Samenvatting ontwikkelingen Q4 2022

Horeca

Kantorenmarkt

Beleggingsmarkt

Winkelmarkt

Verantwoording

Bedrijfsruimtemarkt & logistiek

Ontwikkelingen commercieel vastgoed 2022 Q4

2

Samenvatting ontwikkelingen Q4 2022

Samenvatting ontwikkelingen Q4 2022 • De cijfers van NVM business uit het vierde kwartaal van 2022 geven aan dat zowel de gebruikersmarkt als de beleggingsmarkt voor commercieel vastgoed verzwakken. • Het aantal beschikbare objecten in aanbod van alle soorten commercieel vastgoed is toegenomen. De trend van dalend aanbod lijkt hierdoor ten einde. Vooral in de kleinere oppervlakteklassen zien we meer aanbod. • Aan de vraagzijde zien we ten opzichte van dezelfde periode in 2021 een dalend opnameniveau. Met name in de kantoren- en winkelmarkt worden gebruikers voorzichtiger. • Het positieve sentiment voor beleggingen neemt sterk af door de gestegen rente. Hoewel in de markt zichtbaar is dat prijzen dalen, voldoen vraagprijzen vaak niet aan de prijzen die beleggers bereid zijn te betalen. Hierdoor stagneert de markt. • De hard gestegen energieprijzen krijgen vat op de huisvestingsbeslissingen van bedrijven. Dat geldt vooral voor kleinere bedrijven voor wie de energierekening een relatief grote kostenpost is. • Gebrek aan uitbreidingsmogelijkheden spelen de markt voor bedrijfsruimten en logistiek vastgoed blijvend parten. Een groot deel van het bedrijfsleven merkt nog weinig van economische stagnatie en vindt nauwelijks kansen in de bestaande voorraad. Dit heeft effect op de prijsvorming. • NVM-leden zien een duidelijke neerwaartse druk op huurprijzen.

Dit uit zich vooral in de kantoren- en winkelmarkt. De hoge indexatie van huurprijzen zijn vooral voor winkeliers een bron van zorg.

Ontwikkelingen commercieel vastgoed 2022 Q4

4

Kantorenmarkt Resultaten uit de NVM-data en de enquête onder NVM-Business leden

Ontwikkelingen commercieel vastgoed 2022 Q4

5

Ontwikkelingen kantorenmarkt – landelijke cijfers Q4-2022 Volume in m² Verandering t.o.v. Q3-2022 Verandering t.o.v. Q4-2021

Aantallen

AANBOD

OPNAME

4,37 mln.

307.900

- 2%

+ 41%

- 10%

•

De kantooropname kwam in Q4 2022 uit op 307.900 m². Hoewel vergeleken met Q3 sprake was van een forse stijging (+41%) lag het volume 14% lager dan in dezelfde periode in 2021. Het aantal geregistreerde opnames (329) lag 18% lager dan Q4 2021.

•

In de oppervlakteklasse tussen 2.000 en 5.000 m² werd opvallend veel kantoorruimte opgenomen. Transacties boven 5.000 m² blijven schaars. Veel grote organisaties krimpen eerder in, dan dat zij nieuwe kantoorvloeren in gebruik nemen.

•

In Q4 daalde het aanbod met 2% tot 4,37 miljoen m² vergeleken met Q3. Gemeten in aantallen nam het aanbod echter met 2% toe tot 2.316 objecten.

•

Reden hiervoor is de afname van metrages boven 5.000 m², waar het aanbod met 210.000 m² kromp. Tegelijkertijd steeg het aanbod in de kleinere oppervlakten.

•

Huurniveaus stijgen door de indexering met de hoge inflatie. Reëel is echter sprake van stabilisering tot daling in grote delen van de markt. Toename van huurniveaus vinden wel degelijk plaats op populaire vestigingslocaties als de Zuidas en centrum Rotterdam.

•

Meer vraag gaat uit naar moderne kantoren met een laag energieverbruik.

•

De opname over geheel 2022, op provinciaal niveau, laat zien dat in Utrecht en Groningen fors meer is opgenomen dan in 2021. In Noord-Holland en Noord-Brabant was juist sprake van een daling. In Zuid-Holland stabiliseerde het niveau.

•

Zie volgende pagina’s voor de achtergrondfiguren van aanbod en opname.

- 14%

2.316

329

Verandering t.o.v. Q3-2022

+ 2%

+ 14%

Verandering t.o.v. Q4-2021

- 3%

- 18%

6 Ontwikkelingen commercieel vastgoed 2022 Q4

Ontwikkelingen kantorenmarkt - opname % ontwikkeling t.o.v. zelfde kwartaal voorgaand jaar 450

350

400

300

350

250

300

200

250

150

200

100

150

50

100

0%

50

-20%

0 2020 2020 2020 2020 2021 2021 2021 2021 2022 2022 2022 2022 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4

Opname in m²

120% Aantal transacties

x 1.000 m²

Opname kantoorruimte 400

96%

100%

80%

67%

60% 40%

24%

20%

-40%

6%

-12%

-20%

6%

9%

-14%

-20%

-30%

-32%

2020 2020 2020 2020 2021 2021 2021 2021 2022 2022 2022 2022 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4

Transacties in aantal

Opname per oppervlakteklasse (x 1.000 m²) 400 350 300

250

60 33

91

200

12 67

58

52

54 44 44

51

2022 Q3

2022 Q4

2.000-5.000 m²

> 5.000 m²

65

150

88

100

54

44

66

57

50 38 51

2021 Q4

2022 Q1

2022 Q2

200-500 m²

500-1.000 m²

1.000-2.000 m²

50 -

32 44

98

-32%

75

51

31% -27%

7 Ontwikkelingen commercieel vastgoed 2022 Q4

Meer weten? Ga naar de brainbay tool business marktanalyse

Ontwikkelingen kantorenmarkt - aanbod % ontwikkeling t.o.v. zelfde kwartaal voorgaand jaar 3.500

5.000

3.000 2.500

4.000

2.000

3.000

1.500

2.000

1.000

1.000 -

3%

5%

5%

0% -5% -10%

500

-15%

-

-20%

2020 2020 2020 2020 2021 2021 2021 2021 2022 2022 2022 2022 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Aanbod in m²

10% Aanbod in aantal

x 1.000 m²

Aanbod kantoorruimte 6.000

-4% -9%

-4% -9%

-10%

-8%

-10%

-10%

-13% -20%

-25% 2020 2020 2020 2020 2021 2021 2021 2021 2022 2022 2022 2022 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4

Aanbod in aantallen

Aanbod per oppervlakteklasse (x 1.000 m²) 5.000

4.000

1.654

1.498

1.409

1.520

1.310

1.357

1.335

1.306

1.374

979

1.002

983

987

774

641

696

670

696

2021 Q4

2022 Q1

2022 Q2

2022 Q3

2022 Q4

3.000 1.466

2.000 1.000

1.078

-

500-1.000 m²

1.000-2.000 m²

2.000-5.000 m²

-28%

80%

> 5.000 m²

8 Ontwikkelingen commercieel vastgoed 2022 Q4

Meer weten? Ga naar de brainbay tool business marktanalyse

Ontwikkelingen kantorenmarkt (enquête)

•

•

• •

•

Uit de enquête onder NVM-leden blijkt dat de hoge energiekosten de belangrijkste trend is in de kantorenmarkt. Bedrijven letten veel vaker op energiezuinigheid van kantoren, terwijl dit nog niet zo lang geleden niet hoog op de agenda stond. Verduurzaming van kantoren is mede door de stijgende energieprijzen een belangrijke trend. Zo is er een verduurzamingsplicht maar voldoen veel kantoren per 1 januari 2023 nog niet aan minimaal energielabel C. Ook is er nog altijd een tekort aan kwalitatief goede kantoren. Duurzame kantoren zijn gewild en worden in meeste gevallen tegen hogere prijzen verhuurd. Maar ook kantoren bij OV-knooppunten blijven schaars. Als gevolg van stijgende energieprijzen worden gebruikers ook kritischer op huisvestingskosten en daarmee op de omvang van het oppervlakte in gebruik. Grote kantoorgebruikers lijken gaandeweg meters af te willen stoten. Door hybride werken is benutting van kantoren nog niet op precoronaniveau. Er zijn meer bedrijven die ongebruikte kantoormeters in onderhuur aanbieden. Uit de enquête van Q4 blijkt dat de NVM-leden minder vraag zien naar kantoren in alle oppervlakteklassen vergeleken met Q3. Kleinschalige metrages tot 200 m² en tussen 200 m² en 1.000 m² liggen nog wel beter in de markt dan grote metrages.

Belangrijkste trends kantorenmarkt o.b.v. totaal behaalbare rangscores* 1. De hoge kosten van energie

26%

2. Verduurzaming van vastgoed (o.a. energielabel C)

24%

3. Tekort aan kwalitatief goede kantoren

16%

5. De verhuur- en verkoopbaarheid van verouderde kantoren

15% 0%

Ontwikkelingen commercieel vastgoed 2022 Q4

5%

10%

15%

20%

25%

30%

Ontwikkeling van de vraag naar kantoorruimte Q4

5%

Q3 4%

16%

54%

13%

20%

50%

4%

27%

6%

Q4

5%

32%

42%

17%

Q3

8%

22%

52%

16%

Q4

14%

Q3

12% 0%

*Zie bijlage voor nadere uitleg

19%

4. Gevolgen hybride werken op gebruik van kantoren

Boven 200 1.000 m² 1.000 m² tot 200 m²

•

Sterke afname

38%

42%

31% 20% Afname

6%

45% 40% Neutraal

4%

12%

60%

80%

Stijging

Sterke stijging

100%

9

Ontwikkelingen kantorenmarkt (enquête)

•

•

•

Ontwikkeling beschikbare aanbod van kantoorruimte Boven 200 1.000 m² 1.000 m² tot 200 m²

•

In Q4 zien meer leden het aanbod toenemen van metrages tussen de 200 m² en 1.000 m² en boven de 1.000 m². In het segment tot 200 m² blijft het aanbod redelijk stabiel. Het aanbod van vooral kwalitatief goede kantoren (met laag energieverbruik) op prime locaties is beperkt. Met als gevolg stijgende kantoorprijzen en dalende incentives. Kantoren van slechte kwaliteit verliezen steeds meer aan populariteit. Volgens de NVM-leden is het beeld van de huurprijsontwikkeling redelijk stabiel gebleven. Bij kantoorruimtes tot 200 m² verwachten iets meer leden een afname van de huurprijzen te zien vergeleken met vorig kwartaal. Huurders worden vaker geconfronteerd met hoge huurindexeringen. De hoge indexaties beperken de financiële mogelijkheden van bedrijven. Vooral voor startende bedrijven is de huur een grote kostenpost. Voor het tweede kwartaal op rij is het sentiment voor kantoor beleggingen fors gedaald. Veel leden geven aan dat de interesse voor beleggingen in kantoren daalt (zie onderdeel beleggingsmarkt).

Q4 Q3

28% 5%

20%

47%

20%

Q4

24%

50%

Q3

21%

59%

Q4

8%

28%

Q3

24%

19%

54%

20%

Sterke afname

16%

43%

28% 40%

Afname

Neutraal

11%

60%

80%

100%

Stijging

Sterke stijging

Ontwikkeling van de gemiddelde transactiehuurprijs/m² van kantoorruimte Q4

7%

66%

Q3

27%

60%

35%

Q4

13%

67%

20%

Q3

10%

71%

18%

Q4

15%

Q3

70%

13% 0%

Sterke afname

Ontwikkelingen commercieel vastgoed 2022 Q4

52%

27%

0%

Boven 200 - tot 200 1.000 m² 1.000 m² m²

•

10%

73% 20% Afname

40% Neutraal

12% 60%

80%

Stijging

Sterke stijging

100%

10

Winkelmarkt Resultaten uit de NVM-data en de enquête onder de NVM-Business leden

Ontwikkelingen commercieel vastgoed 2022 Q4

11

Ontwikkelingen winkelmarkt – landelijke cijfers Q4-2022 Volume in m² Verandering t.o.v. Q3-2022 Verandering t.o.v. Q4-2021

AANBOD

OPNAME

1,28 mln.

157.100

0%

+ 36%

•

Ondanks de beëindiging van steunmaatregelen, de oplopende kosten (o.a. energie) voor winkeliers en de terugval in koopkracht bij consumenten zakt de winkelmarkt niet weg. Wel zien we meer winkels in aanbod komen en vlakt de opname af.

•

Met ruim 157.000 m² ligt de opname van winkelruimte in Q4 circa 36% hoger dan Q3. Vergeleken met hetzelfde kwartaal in 2021 is het niveau echter 15% lager. Voor het derde kwartaal op rij ligt de opname lager dan hetzelfde kwartaal in 2021.

•

Hoewel de winkelleegstand daalt (bron:Locatus), registreren we voor het derde kwartaal op rij een hoger aanbodvolume. We zien vooral meer kleine metrages op de markt komen. Grotere metrages nemen af, deels door transformatie naar andere functies.

- 7%

- 15%

4.272

658

•

Verandering t.o.v. Q3-2022

De winkelhuren in de winkelmarkt zijn de afgelopen jaren sterk afgenomen en staan nog steeds onder druk ondanks de indexatie. Zeker in gebieden waar de bezoekersaantallen na Corona niet zijn hersteld.

+ 4%

+ 31%

•

Verandering t.o.v. Q4-2021

+ 2%

- 8%

Het aanbod stijgt in slechts drie van de twaalf provincies, waarvan het meest in Flevoland (+15% t.o.v. vorig jaar). De toename in Noord-Holland (+4%) komt grotendeels voor rekening van Amsterdam waar het aanbod 9.000 m² steeg.

•

In het sectorrapport winkelruimtemarkt 2022 van NVM Business/brainbay staan alle ontwikkelingen in de winkelmarkt beschreven, ook op provinciaal niveau.

•

Zie volgende pagina’s voor de achtergrondfiguren van aanbod en opname.

Aantallen

12 Ontwikkelingen commercieel vastgoed 2022 Q4

Ontwikkelingen winkelmarkt - opname Opname winkelruimte

% ontwikkeling t.o.v. zelfde kwartaal voorgaand jaar 900 800 700 600 500 400 300 200 100 -

x 1.000 m²

150

100 50 2020 2020 2020 2020 2021 2021 2021 2021 2022 2022 2022 2022 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Opname in m²

57%

60% Aantal transacties

200

40% 20%

19% 10%

6%

2%

4%

2%

0% -20%

-13%

-15%

-20% -28%

-40% -40%

-60% 2020 2020 2020 2020 2021 2021 2021 2021 2022 2022 2022 2022 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4

Transacties in aantal

Opname per oppervlakteklasse (x 1.000 m²) 200 150

54 49

100

28 52

34 13

11 24

37

38

50 -

32

24

19

36

40%

28

34

32

30

17

16

23 13

34

16 2021 Q4

2022 Q1

2022 Q2

2022 Q3

2022 Q4

A. 0-100 m²

B. 100-200 m²

200-500 m²

500-1000 m²

> 1.000 m²

15

22% -10%

13 Ontwikkelingen commercieel vastgoed 2022 Q4

Meer weten? Ga naar de brainbay tool business marktanalyse

Ontwikkelingen winkelmarkt - aanbod Aanbod winkelruimte

% ontwikkeling t.o.v. zelfde kwartaal voorgaand jaar

x 1.000 m²

2.000

7.500

0%

6.500

-5%

5.500 1.500

4.500

1.000

3.500 2.500

500

1.500

0

500 2020 2020 2020 2020 2021 2021 2021 2021 2022 2022 2022 2022 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Aanbod in m² Aanbod in aantallen

Aanbod in aantal

2.500

-1% -4%

-4%

-10%

-7%

-8%

-15% -15% -15%

-20%

-15%

-25% -25% -26%

-26%

-30%

-30% -35% 2020 2020 2020 2020 2021 2021 2021 2021 2022 2022 2022 2022 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4

Aanbod per oppervlakteklasse (x 1.000 m²) 1.500

1.250

500

1.000

484

453

448

435

221

211

213

205

750

240

500

371

342

340

333

341

219 70

204 65

207 67

215 69

227 74

2021 Q4

2022 Q1

2022 Q2

2022 Q3

2022 Q4

B. 100-200 m²

200-500 m²

500-1000 m²

> 1.000 m²

250 -

A. 0-100 m²

15%

-22%

14 Ontwikkelingen commercieel vastgoed 2022 Q4

Meer weten? Ga naar de brainbay tool business marktanalyse

Ontwikkelingen winkelmarkt (enquête)

• • •

o.b.v. totaal behaalbare rangscores* 1. De hoge kosten van energie

Ontwikkelingen commercieel vastgoed 2022 Q4

21% 21%

4. Personeelstekorten

19%

5. Leegstand in winkelgebieden

16%

0%

5%

10%

15%

20%

25%

Ontwikkeling van de vraag naar winkelruimte Q4

6%

Q3

7%

Q4

9%

43%

42%

6%

Q3

10%

43%

38%

8%

29% 35%

53%

13%

42%

17%

Q4

22%

38%

37%

Q3

19%

41%

40%

0% *Zie bijlage voor nadere uitleg

23%

2. De indexering van huurprijzen met hoog inflatieniveau 3. Lagere omzetten door dalende consumentenbestedingen

Boven 500 m²

•

Belangrijkste trends winkelmarkt

tot 100 m²

•

De hoge energiekosten zijn volgens de NVM-leden de belangrijkste trend voor winkelvastgoed. Gedurende 2022 zagen gebruikers van winkelruimten de energierekening hard oplopen. Ook de indexering van de huren met de inflatie scoort hoog en zorgt ervoor dat de exploitatiekosten voor winkeliers fors stijgen. Door de hoge inflatie zijn prijzen voor producten en diensten fors gestegen en dat zet de consumentenbestedingen onder druk. Het consumentenvertrouwen ligt eind 2022 op een zeer laag niveau. Ook de personeelstekorten spelen een rol en raken net als de oplopende kosten, de continuïteit van winkeliers. Kleinschalige winkelruimten liggen net als het voorgaande kwartaal beter in de markt dan grotere winkels. Ongeveer 13% van de leden ziet een toename in de vraag naar kleine winkelruimten tot 100 m², maar 35% ziet nog wel een daling. Net zoals voorgaand kwartaal is de vraag naar grote winkelruimten boven 500 m² erg laag. Grotere panden zijn steeds moeilijker te verhuren. Een lichtpuntje is dat een klein deel van de leden dit kwartaal een lichte toename ziet.

100 - 500 m²

•

Sterke afname

20% Afname

40% Neutraal

60%

80%

Stijging

Sterke stijging

3%

100%

15

Ontwikkelingen winkelmarkt (enquête)

•

tot 100 m²

Q4

7%

Q3

10%

Q4

8%

14%

52%

Q3

8%

9%

63%

10%

Q3

17%

44%

39% 60% 32%

4%

31%

3%

54%

20%

Sterke afname

40%

Afname

Neutraal

4% 22%

54%

0%

25%

60%

80%

100%

Stijging

Sterke stijging

Ontwikkeling van de gemiddelde transactiehuurprijs/m² van winkelruimte

Boven 500 m²

•

Q4

100 - 500 m²

•

Ontwikkeling beschikbare aanbod van winkelruimte

Boven 500 m²

•

De NVM-leden zijn in Q4 iets negatiever over het verloop van het aanbod van winkelruimten. Het merendeel ziet een stijging van beschikbare winkelruimten. Opvallend is de oppervlakteklasse tot 100 m², waar 43% een stijging ziet. De enquête geeft aan dat NVM-leden overwegend negatief zijn over de huurprijsontwikkeling van winkelruimten. Transactiehuren bevinden zich in een dalende trend. Bezoekersaantallen in winkelgebieden zijn nog niet hersteld. Ondanks het opheffen van de COVID-19 maatregelen. Potentiële huurders zijn dan ook, mede door de onzekerheid in de economie, nog steeds terughoudend. Courante winkels in de populaire steden blijven gewild bij ketens. Echter openen er minder nieuwe formules en streven grote ketens naar minder winkels in een winkelgebied. Beleggers haken vaker af bij aankoop vanwege de hoge rente, de vraag als belegging is vooral daarom verder gedaald. Door de dalende vraag naar beleggingspanden moeten eigenaren vaak afwaarderen op winkelvastgoed. Met als gevolg stijgende aanvangsrendementen (zie onderdeel beleggingsmarkt).

100 - 500 tot m² 100 m²

•

Q4

29%

61%

7%

Q3

32%

59%

8%

Q4 4%

46%

49%

Q3

49%

44%

Q4

5%

48%

46%

Q3

7%

47%

44%

0% Sterke afname

20% Afname

40% Neutraal

60%

80%

Stijging

Sterke stijging

3%

100%

16 Ontwikkelingen commercieel vastgoed 2022 Q4

Bedrijfsruimtemarkt & logistiek Resultaten uit de NVM-data en de enquête onder de NVM-Business leden

Ontwikkelingen commercieel vastgoed 2022 Q4

17

Ontwikkelingen bedrijfsruimtemarkt – landelijke cijfers Q4-2022

•

De opname van bedrijfsruimten lag in Q4 2022 ruim 30% lager dan in dezelfde periode in 2021. Tegelijkertijd was het aantal geregistreerde gebruikerstransacties juist 20% hoger.

•

We registreerden dan ook uitzonderlijk veel kleinschalige transacties tot 1.000 m², maar ook van middelgrote metrages tussen 1.000 en 5.000 m². Dit beeld zagen we ook in Q3.

•

Het lagere opnameniveau is grotendeels te wijten aan een tekort aan geschikte grotere oppervlakten. De economische teruggang heeft voorlopig nog beperkt effect op de vraagzijde. Veel bedrijven zijn gezond en zoeken uitbreiding of nieuwe huisvesting.

- 31%

•

Aan de aanbodzijde treedt een opvallende ontwikkeling op. Het volume aan beschikbare bedrijfsruimten is licht afgenomen met 1% tot 6,85 miljoen m². Maar het aantal objecten in aanbod is 5% gestegen.

4.558

1.403

•

+ 8%

+ 33%

Reden hiervoor is de toename van kleine oppervlakten tot 300 m² met circa 33.000 m². Maar ook in andere oppervlakteklassen zien we dit kwartaal meer aanbod. De afname van metrages boven 25.000 m² zorgt ervoor dat het totale aanbodvolume alsnog daalt. Na jaren van flinke daling, lijkt het aanbodniveau van bedrijfsruimten iets af te vlakken.

•

Dat neemt niet weg dat tekorten blijven zorgen voor opwaartse druk op huur- en koopprijzen. Kwaliteit en locatie van het object bepalen in welke mate. De koopmarkt staat onder druk door de hogere rente.

•

Ten opzichte van 2021 is het aanbod in bijna alle provincies gedaald. Alleen in Utrecht (+13%), Friesland (+12%) en Zuid-Holland (+2%) is het aanbod gestegen. In Noord-Brabant daalde het aanbod met 39%.

•

Zie volgende pagina’s voor de achtergrondfiguren van aanbod en opname.

AANBOD

OPNAME

6,85 mln.

1.385.100

Verandering t.o.v. Q3-2022

- 1%

+ 14%

Verandering t.o.v. Q4-2021

- 18%

Volume in m²

Aantallen

Verandering t.o.v. Q3-2022

Verandering t.o.v. Q4-2021

+ 5%

Ontwikkelingen commercieel vastgoed 2022 Q4

+ 20%

18

Ontwikkelingen bedrijfsruimtemarkt - opname Opname bedrijfsruimte

% ontwikkeling t.o.v. zelfde kwartaal voorgaand jaar

2.500

1.700 1.300

72%

1.100

1.500

900 1.000

700 500

500

300

0

100 2020 2020 2020 2020 2021 2021 2021 2021 2022 2022 2022 2022 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Opname in m²

62%

Aantal transacties

2.000

x 1.000 m²

80%

1.500 60% 33%

40% 20%

33%

13%

0% -1%

-20%

-11%

-12%

-19%

-22%

-40%

-35%

-31%

2020 2020 2020 2020 2021 2021 2021 2021 2022 2022 2022 2022 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4

Transacties in aantal

Opname per oppervlakteklasse (x 1.000 m²) 2.100 1.800

621

1.500 1.200 900 600 300

-

470

290

164 262 176 222 88

241 210 162 131 190 101

310 98 147 158 159 164 85

2021 Q4

2022 Q1

2022 Q2

318

296 198 162 161 125 176 92

2022 Q3

100-300 m²

300-1000 m²

1000-2000 m²

5000-10000 m²

10.000-25.000 m²

> 25.000 m²

181 171 185 181 221 129

2022 Q4

2000-5000 m²

-8%

69% -16%

19 Ontwikkelingen commercieel vastgoed 2022 Q4

Meer weten? Ga naar de brainbay tool business marktanalyse

Ontwikkelingen bedrijfsruimtemarkt - aanbod Aanbod bedrijfsruimte

% ontwikkeling t.o.v. zelfde kwartaal voorgaand jaar 9.000 8.000 7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 -

10.000

7.500 5.000 2.500 0 2020 2020 2020 2020 2021 2021 2021 2021 2022 2022 2022 2022 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Aanbod in m²

5%

1%

2%

2%

2%

0% Aanbod in aantal

x 1.000 m²

12.500

-5% -5%

-10%

-7%

-15% -20%

-18% -21%

-25% -30%

-27% -30%

-35%

-30% -35%

-40%

2020 2020 2020 2020 2021 2021 2021 2021 2022 2022 2022 2022 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4

Aanbod in aantallen

Aanbod per oppervlakteklasse (x 1.000 m²) 9.000 8.000 7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 -

1.802

1.723

1.312

1.348

1.128

1.763

1.590

1.440

1.473

937

916

845

776

1.612

1.423

1.411

1.327

1.395

1.012

913 795 227 2022 Q1

869 823 248 2022 Q2

862 809 262 2022 Q3

934 847 295 2022 Q4

1.797 1.077

880 247 2021 Q4

100-300 m²

300-1000 m²

1000-2000 m²

5000-10000 m²

10.000-25.000 m²

> 25.000 m²

-36%

-2% -30%

2000-5000 m²

20 Ontwikkelingen commercieel vastgoed 2022 Q4

Meer weten? Ga naar de brainbay tool business marktanalyse

Ontwikkelingen bedrijfsruimtemarkt niet-logistiek (enquête)

•

•

•

•

Belangrijkste trends bedrijfsruimtemarkt o.b.v. totaal behaalbare rangscores* 1. Tekort aan direct beschikbare bedrijfsruimten

Ontwikkelingen commercieel vastgoed 2022 Q4

24%

3. De hoge kosten van energie

19%

4. Beleid van overheden (bijv. stikstof, herbestemming bedrijfslocaties)

16%

5. Effect van economische terugval op gebruikers bedrijfsruimte

13% 0%

5%

10%

15%

20%

25%

30%

Ontwikkeling van de vraag naar bedrijfsruimte Q4 Q3

5%

Q4

7%

38%

Q3

6%

39%

34%

Q4 Q3

51%

31%

20% 50%

5%

44% 48%

8% 0%

14%

44%

15%

Sterke afname *Zie bijlage voor nadere uitleg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14544715/1