Raadsbesluit 2024-130A Investeringsnota Couperusbuurt
Tekst van het document
Verschillende verkavelingstypologieën in de Couperusbuurt
Principeschets ambitie Burgemeester Röellstraat
Om de verdichting langs de Burgemeester Röellstraat passend binnen de traditie van het AUP te realiseren, is de opzet van de nieuwbouw gebaseerd op de kamstructuur die in Geuzenveld Slotermeer ook bijvoorbeeld langs de Burgemeester De Vlugtlaan voorkomt. De opzet van de kamstructuur bestaat daarbij uit koppen van 7 lagen met tussenleden van 3 tot 4 lagen om langs de Burgemeester Röellstraat een doorlopende gevelwand te maken. Principeschets visie voor de Couperusbuurt Investeringsnota Couperusbuurt 31
a
b
a
b
a
b
a
Bouwvelden in de Couperusbuurt Investeringsnota Couperusbuurt 32 Bebouwing
Trottoir
Niet openbaar groen
Bouwvelden
Openbaar groen
Plangrens
b
5.1 Bouwregels Het noordelijk deel De Couperusbuurt maakt deel uit van het door het Rijk aangewezen “Wederopbouwgebied van Nationaal Belang NieuwWest” en is daarmee een gebied waar bij de vernieuwing zorgvuldig met de erfgoedwaarden om moet worden gegaan. Het plan gaat daarom uit van renovatie van bestaande woningen in de noordelijke hoven tussen de Burgemeester Van Tienhovengracht en de Arthur van Schendelstraat. Daarbij worden niet alleen de woningen, maar ook de inrichting van de buitenruimte aangepakt. Hierbij wordt onderzocht of de tuinen op de begane grond kunnen worden uitgebreid waarmee er een mogelijkheid ontstaat om een uitbouw te realiseren. De woningen op de begane grond worden dan ruimer en de woningen op de verdieping krijgen de mogelijkheid voor een balkon op de uitbouw. Daar waar de woningen worden uitgebreid, gebeurt dit over het volledige bouwblok. Hiermee wordt de eenduidigheid die de hoven nu kenmerkt niet aangetast. De aansluiting van de hoeken dient zorgvuldig te worden opgelost en is maatwerk. De verschillende bouwblokken hebben met name richting de Burgemeester Van Tienhovengracht verschillende vloerpeilen die bij de uitbreidingen goed op elkaar moeten aansluiten.
De kapvorm van de te renoveren woningen dient grotendeels gelijkt te blijven. De hellingshoek en nokhoogte zijn daarom uitgangspunt. Het maken van dakkapellen is niet toegestaan, behalve eventueel aan de achterzijde. Deze moet aan onder-, en bovenzijde minimaal 3 dakpannen uit de goot en nok blijven. De breedte van een dakkapel is beperkt tot de breedte van de venster-as (zie ook opgenomen het beeldkwaliteitskader, paragraaf 5.2). De openbare ruimte wordt opnieuw ingericht. Om de verblijfskwaliteit van de hoven en de overgang van hof naar woning te verbeteren, krijgen de hoven een woonerf inrichting, daarmee wordt de aanwezigheid van de auto binnen de hoven teruggedrongen. De woningen blijven nog wel bereikbaar met de auto, maar het parkeren zal zo veel als mogelijk buiten, aan de randen van de hoven plaats gaan vinden. Daar waar dit niet haalbaar is, zal het parkeren geclusterd worden op een plek binnen het hof. De woonstraten langs de hoven worden opnieuw ingericht waarbij veel aandacht is voor de overgang van openbaar naar privé. Het parkeren langs deze straten wordt opnieuw vormgegeven.
Principeschets ambitie noordelijke hoven
De karakteristieke bergingen dienen in vorm te worden behouden. Wel wordt onderzocht of deze ruimtes anders kunnen worden ingezet. Ook kan worden onderzocht of de portieken kunnen worden verbeterd. Impressies toekomstige situatie noordelijke hoven vanuit vogelperspectief
Hof wordt toegankelijk vanuit de woningen
Impressies toekomstige situatie noordelijke hoven vanaf straatniveau Investeringsnota Couperusbuurt 33
Het middengebied In het middengebied tussen de Arthur van Schendelstraat en de Louis Couperusstraat bevinden zich momenteel een aantal onderwijsgebouwen, een moskee, het bedrijvencluster met woningen rond de Adriaan van Oordthof en een woonblok aan de Burgemeester Eliasstraat/Arij Prinsstraat. Adriaan van Oordthof (veld 10A) Het bedrijvencluster rond de Adriaan van Oordthof is een gemeentelijk monument. De gebouwen zelf worden gerenoveerd waarbij de monumentale eigenschappen van deze bebouwing als uitgangspunt zullen dienen. De openbare ruimte in het gebied wordt vergroend en meer ingericht als verblijfsgebied. Bij renovatie verdient het de voorkeur om de plinten beter publiekstoegankelijk te maken. Dit kan enerzijds door de keuze van functie in de plinten en anderzijds door te onderzoeken of er meer transparantie in de plinten kan worden gemaakt. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt door garageboxen te trans-formeren naar niet-woonfuncties met bijvoorbeeld een maatschappelijke of commerciële invulling. Het besluit om de garageboxen te behouden of te transformeren kan later bij het op te stellen renovatieplan worden gemaakt.
Vogelvlucht toekomstige situatie Adriaan van Oordthof Investeringsnota Couperusbuurt 34
Woningen Burgemeester Eliasstraat/Arij Prinsstraat (veld 1B) Aansluitend op de noordelijke hoven bevinden zich aan de westzijde een viertal in een parkachtige setting geplaatste bouwblokken. Deze bouwblokken sluiten een op een aan bij de typologie van de noordelijke hoven en worden in dit plan ook als onderdeel van de stedenbouwkundige eenheid gezien. De twee noordelijke stroken maken onderdeel uit van de te renoveren woningen in de noordstrook. Binnen het plan bestaat de mogelijkheid om de twee zuidelijke blokken met 18 woningen op de hoek van de Burgemeester Elliasstraat en de Arij Prinsstraat te slopen en hier nieuwbouw te realiseren. Indien van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, dient de nieuwbouw aan de volgende vereisten te voldoen: ■ De ontwikkelaar dient vooraf aan te tonen dat de nieuwbouw kan worden gerealiseerd zonder dat dat schade toebrengt aan de vleugelnootbomen langs de Burgemeester Eliasstraat. Indien dit niet mogelijk blijkt, dan zullen de woningen gerenoveerd worden. ■ De ontwikkelaar dient voorafgaand aan de bouw een plan aan de gemeente te overleggen op welke wijze de bomen tijdens de bouw worden beschermd; ■ Bij de bouw dient de ontwikkelaar een boomdeskundige in te schakelen die controleert of de bouwwerkzaamheden dusdanig worden uitgevoerd dat er geen schade optreedt aan de bomen;
Principeschets ambitie Van Oordthof
■ Een goede aansluiting op de bestaande bebouwing; ■ Bij nieuwbouw wordt uitgegaan van een vergelijkbare voetprint (L-vormig bouwblok); ■ De bestaande bebouwing heeft langs de voorgevel een halfverdiepte berging. Bij de nieuwbouw is een dergelijke aansluiting met de straat niet wenselijk. Bij de nieuwbouw is het mogelijk om over een vergelijkbare diepte een groenstrook te maken. Deze groenstrook heeft bij voorkeur een gemeenschappelijk karakter en vormt een overgang tussen privé en openbare ruimte; ■ Voordeuren en entrees bevinden zich aan de Burgemeester Eliasstraat en aan de Arij Prinsstraat; ■ Nieuwbouw biedt de mogelijkheid om de overgang van privé naar openbaar aan de parkzijde te verbeteren. Deze overgang dient in de vorm van een veranda-achtige terrasruimte te zijn. Het terras wordt omzoomd door een margestrook van circa 3 meter; ■ De bouwhoogte van de nieuwbouw beperkt zich tot maximaal 2 lagen met een kap of 3 lagen zonder kap. Indien een kap wordt toegepast dan heeft deze een vergelijkbare hellingshoek als de bestaande bebouwing.
De zuidstrook tussen Louis Couperusstraat en Burgemeester Röellstraat De circa 370 duplexwoningen tussen de Burgemeester Röellstraat en de Louis Couperusstraat worden gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Binnen deze strook wordt de verdichting van de buurt mogelijk gemaakt. Nieuwbouw velden 6, 7A, 8 en 9 (semi-gesloten bouwblokken) De nieuwbouw blokken tussen de Herman Robbertsstraat en de Burgemeester Rendorpstraat en tussen de Jacob van Looystraat en de Marianne Phillipsstraat hebben een sterke onderlinge samenhang. Zij hebben een kamstructuur die haaks op de Burgemeester Röellstraat is geplaatst. Over de eerste 45 meter vanaf de straat hebben de koppen van de bebouwing een uniforme bouwhoogte van 7 lagen. Tussen de 7-laagse koppen bevindt zich een lager en enigszins terugliggend bouwdeel van 3 bouwlagen. De semi-gesloten blokken hebben een duidelijke voor- en achterzijde waarbij de achterzijde geen relatie heeft met de openbare ruimte. Langs de buitenzijden, daar waar de bebouwing direct grenzen aan de openbare ruimte, is een heldere overgang van privé naar openbaar belangrijk. Om flexibiliteit in de uitwerking van de gevels te geven, zijn voor deze bebouwing basisregels opgesteld die zijn vertaald in de doorsnedes op de volgende pagina’s. Buitenruimtes bij de woningen dienen binnen de gevelrooilijn te worden opgelost. Ditzelfde principe geldt ook voor eventuele galerijen.
Gevels grenzend aan de binnenhoven kunnen worden voorzien van uitkragende balkons of galerijen mits de totale diepte (van voorgevel tot uiterste uitkraging balkons/galerijen niet meer dan 16 meter bedraagt.
Semi-gesloten bouwblokken: bouwvelden 6, 7a, 8 en 9 Principeschets ambitie semi-gesloten bouwblokken
Voor de nieuwbouw gelden de volgende vereisten: ■ De rooilijnen van de nieuwbouw sluiten grotendeels aan bij het huidige stratenpatroon. Langs de Louis Couperusstraat blijft voldoende ruimte om de bestaande bomen in de straat te handhaven en op een natuurlijke manier aan te sluiten bij de bouwblokken aan de Willem Paaphof en Nico van Suchtelenhof; ■ De rooilijn aan de Burgemeester Röellstraat sluit aan op het nieuwe straatprofiel zoals is voorgesteld in het openbare ruimte ontwerp herprofilering Burgemeester Röellstraat; ■ De kopse gevels zijn tot in de rooilijn gebouwd, de lagere tussendelen liggen minimaal 2 meter terug ten opzichte van de rooilijn; ■ De kopse gevels worden altijd vormgegeven als zijgevels, met uitzondering van de kopgevels aan de Burgemeester Röellstraat ■ Langs de Burgemeester Röellstraat heeft de bebouwing een uniforme hoogte. De daklijst en de vloer van de eerste verdieping vormen een horizontale lijn die zich over de gehele Burgemeester Röellstraat voortzet. De plinthoogte is afhankelijk van de vloerhoogte van de eerste verdieping.
■ ■
■
■ ■
■
Op de hoek van de Burgemeester Rendorpstraat en de Burgemeester Röellstraat heeft de plint een minimale hoogte van 5,5 meter; Aan de Louis Couperusstraat en de Burgemeester Rendorpstraat zijn de plinten minimaal 3.50 meter; Indien zich in het lagere tussendeel woningen op de begane grond bevinden, mag tot een maximale hoogte van 1.20 meter boven het straatpeil een bordes worden gemaakt. Dit bordes mag in gebruik komen t.b.v. van de woningen, maar dient wel vanaf de straat toegankelijk te zijn en heeft een open karakter; In de koppen van de schijven bevinden zich ruimtes voor niet-woonfuncties, de entrees van deze functies zijn georiënteerd naar de Burgemeester Röellstraat; Indien zich woningen in de plinten bevinden, hebben deze een eigen entree aan de straat of op het verhoogde bordes; Centrale entrees voor hoger gelegen woningen bevinden zich bij voorkeur aan de Louis Couperusstraat, de Burgemeester Rendorpstraat of aan de Burgemeester Röellstraat; Tuinen bevinden zich alleen aan de binnenzijde van de Investeringsnota Couperusbuurt 35
bouwblokken; ■ De bouwblokken kennen verschillende bouwhoogtes variërend van 7 lagen in de kopse bouwblokken, 4 lagen in de tussenstraten en 5 lagen langs de Louis Couperusstraat; ■ Balkons en galerijen bevinden zich binnen de rooilijnen van het gebouw en vormen een eenheid met de architectuur;
Doorsnede over nieuwbouw zuidelijke hoven
Impressie toekomstige situatie Burgemeester Röellstraat
max. 15m
Vogelvlucht toekomstige situatie zuidelijke hoven
25 m
7 LAGEN
18m 14m
12,5m
7 m t.o.v. Couperusbuurt
6 m NAP 4,7 m
5m
5m
5,1 m
5,1 m
5m
6m
5,7 m
5,4 m
4,6 m 4,3 m
3,2 m
Impressie toekomstige situatie Burgemeester Rendorpstraat Investeringsnota Couperusbuurt 36
67,9 m
20,2 m
24,8 m
18,5 m
Frederik van Eedenstraat
Herman Robbersstraat
Nico van Suchtelenhof
Marcellius Emantsstraat
20,2 m
Burgemeester Rendorpstraat
0m
Zuidelijke hoven (van Suchtelenhof en Willem Paaphof) (veld 12A en 12B) In afwijking van de kamstructuur zijn in de Van Suchtelenhof en de Willem Paaphof twee parallel aan de Burgemeester Röellstraat geplaatste nieuwbouwblokken mogelijk. Deze bouwblokken dienen in uitwerking en architectuur goed aan te sluiten op de reeds bestaande bebouwing van de twee hoven. De twee bouwvelden langs de Burgemeester Röellstraat wijken om twee reden af van deze structuur van kopse blokken. Op deze twee velden vindt geen sloop nieuwbouw plaats waardoor de ruimtelijke uitgangspunten anders zijn en het toepassen van kopse blokken hier niet geëigend is. Tevens vraagt de grote lengte van de Burgemeester Röellstraat om variatie in de gevelwand. Om die reden is hier gekozen om de bestaande haken aan te vullen met twee parallel aan de Burgemeester Röellstraat geplaatste bouwblokken. De toe te voegen bouwblokken vormen daarmee een duidelijke gevelwand langs de Burgemeester Röellstraat zonder daarbij het oorspronkelijk principe van hof te veel aan te tasten. Ook de opening van de hof naar de Burgemeester Röellstraat kan daarmee voldoende maat behouden om de openheid van het hof zichtbaar te maken langs de Burgemeester Röellstraat. De nieuwbouw vormt een uitbreiding van de bestaande bebouwing. Een goede uitwerking van de aansluiting van de nieuwbouw op de bestaande bebouwing is van groot belang.
Bouwvelden 12A en 12B
Principeschets ambitie bouwvelden 12A en 12B
Voor de nieuwbouw in deze hoven gelden de volgende voorwaarden: ■ De rooilijnen sluiten aan bij de rooilijnen van de overige bebouwing langs de Burgemeester Röellstraat. De nieuwbouw sluit aan de westzijde aan bij de bestaande bebouwing (indien dit technisch en cultuurhistorisch mogelijk is); ■ Door het hoogteverschil tussen de hof en de Burgemeester Röellstraat heeft de nieuwbouw plinten verdeeld over twee bouwlagen. De plint aan de Burgemeester Röellstraat bevindt zich op de tweede bouwlaag. De plint aan de hofzijde bevindt zich op de eerste bouwlaag. Beide plinten zullen een overwegend woonkarakter hebben. ■ De verdiepingshoogtes sluiten zoveel mogelijk aan op de verdiepingshoogtes van de bestaande bouw; ■ Aan de Burgemeester Röellstraat heeft de nieuwbouw een directe overgang tussen privé en openbaar, aan de hofzijde mag deze overgang meer indirect worden vormgegeven; ■ Het is wenselijk dat de woningen gelegen in de plint aan de Burgemeester Röellstraat een eigen voordeur hebben aan de Burgemeester Röellstraat;
■ De hoofdontsluiting van deze woningen bevindt zich aan de Burgermeester Roellstraat, ■ Woningen grenzend aan de hofzijde hebben op de begane grond een terras van maximaal 4 meter diep; ■ De nieuwbouw aan de Burgemeester Röellstraat bestaat uit vijf bouwlagen, aan de hofzijde uit zes bouwlagen. Om de overgang tussen bestaande en nieuwbouw goed te markeren, heeft de nieuwbouw een extra bouwlaag; ■ Balkons en galerijen aan de Burgemeester Röellstraat bevinden zich binnen de rooilijn; ■ Balkons aan de hofzijde steken maximaal 2 meter buiten de rooilijn.
Investeringsnota Couperusbuurt 37
Nieuwbouw Burgemeester Rendorpstraat (velden 7B en 10B) Langs de westzijde van de Burgemeester Rendorpstraat zijn twee woonblokjes en een kantoorpand te vinden. Het woonblokje tegenover het ‘Couperusplein’ (veld 10B) heeft door de terugliggende rooilijn een overmaat aan voetgangersruimte. Het plan stelt daarom voor om de rooilijn van de twee bouwblokken gelijk te trekken. De kantoorvilla vormt geen concreet onderdeel van het plan. Bij eventuele sloop nieuwbouw dient het volume van dit pand gelijk te blijven. In het plan wordt langs de Burgemeester Rendorpstraat (de velden 7b en 10b) het principe van lineaire 5-laagse bebouwing toegepast waardoor langs deze straat een heldere doorlopend straatprofiel kan ontstaan. In de plinten van deze bebouwing is er de mogelijkheid om niet-woonfuncties te realiseren. Om flexibiliteit in de mogelijk uitwerking van de gevels te geven, zijn voor deze bebouwing basisregels opgesteld. De lineaire blokken zijn tweezijdig georiënteerd en hebben een voorgevel die helder op de openbare ruimte aansluit. De gehele plint of delen daarvan kunnen een niet-woonfunctie hebben. Ook deze gevels hebben, net als bij de semi-gesloten bouwblokken, een heldere overgang tussen privé en openbaar.
Kenmerkende bebouwing met kap in Slotermeer Investeringsnota Couperusbuurt 38
Buitenruimte bij de woningen dient binnen de gevelrooilijn te worden opgelost. Ditzelfde geldt ook voor eventuele galerijen. De achtergevels van de lineaire blokken grenzen aan openbare ruimte en spelen daardoor een belangrijke rol in het straatbeeld. Balkons of galerijen aan de tuinzijde zijn net als bij de voorgevel binnen de rooilijn geïntegreerd. Aan de achterzijde van de bebouwing dient aandacht te zijn voor de overgang tussen de private buitenruimtes en de openbare ruimte door middel van tuinen met een haag bij woonfuncties. Bij niet-woonfuncties wordt dit als verharde openbare ruimte ingericht.
Lineaire bouwblokken: bouwvelden 7b en 10b
Voor de sloop nieuwbouw van de woningen zijn de volgende randvoorwaarden opgesteld: ■ Indien in de plinten overwegend niet-woonfuncties zijn ontworpen, bestaat de mogelijkheid om de tuin met éénlaags uitbouw te bebouwen, deze komt ten goede aan de plintfunctie. Dit is alleen mogelijk in combinatie met entree van de boven gelegen woningen. Positionering ■ De twee nieuwbouwblokken hebben een gelijke rooilijn. Deze rooilijn is zo gesitueerd dat er minimaal 6 meter trottoir langs de Burgemeester Rendorpstraat mogelijk blijft; ■ Balkons en galerijen van de voorgevel bevinden zich binnen de rooilijn van het gebouw en vormen een eenheid met de architectuur (bijvoorbeeld loggia’s, danwel tweede gevel); ■ Het kantoorgebouw aan het eerste, zuidelijke deel van de Burgemeester Rendorpstraat blijft gehandhaafd. Dit alzijdige, tweelaagse gebouw vormt een accent binnen de nieuwe gelvelwand van de Burgemeester Röellstraat en markeert daarmee de entree van de Couperusbuurt; ■ Bij eventuele sloop van het kantoorgebouw is alleen een vergelijkbaar nieuw volume mogelijk; ■ Beide blokken hebben aan de westzijde een strook van maximaal 4 meter bestemd als achtertuin. Deze tuin wordt afgesloten met een haag die de overgang van privé markeert naar openbare ruimte. De haag maakt onderdeel uit van de tuin; ■ Bij niet-woonfuncties in de plinten zijn de tuinen open en ingericht als openbare ruimte.
Bouwhoogte ■ De blokken hebben maximaal 5 bouwlagen; ■ De plinten hebben een minimale hoogte van 3,5 meter; ■ De bouwblokken mogen worden voorzien van een flauwe kap passend binnen de stijl van de buurt. Functioneel ■ In de plint is ruimte voor niet-woonfuncties, wanneer deze in deze bouwblokken wordt opgenomen, bevinden deze functies zich met name op de hoeken van het bouwblok;
Principeschets ambitie lineaire bouwblokken
Ontsluiting ■ Daar waar in de plinten wordt gewoond, hebben deze woningen een eigen voordeur aan de Burgemeester Rendorpstraat; ■ De ontsluiting van de woningen op de hogere bouwlagen bevindt zich bij voorkeur aan de Burgemeester Rendorpstraat.
Impressie toekomstige situatie Burgemeester Rendorpstraat Investeringsnota Couperusbuurt 39
5.2 Beeldkwaliteitskader Algemeen De architectuur in de Couperusbuurt kenmerkt zich door: ■ Een relatief eenvoudige baksteenarchitectuur; ■ Gevelindelingen met heldere horizontale en verticale lijnen en geometrische vlakverdelingen met een doelmatig karakter en subtiele verfijningen; ■ Veel standaardisering en herhaling van architectuur en detaillering in de bebouwing (uniformiteit); ■ Een duidelijk onderscheid tussen meer gezinswoningen en grondgebondenwoningen (uitgaande dat de duplexwoningen oorspronkelijk als grondgebondenwoningen gedacht zijn); ■ Portieken en overgangen naar de openbare ruimte krijgen extra aandacht door middel van verdiepte ligging en een sterk alternerende ruimtelijke opbouw; ■ Kenmerkend is de prioriteit die aan de bezonning van de woningen is gegeven. Deze heeft een hogere prioriteit dan de traditionele voor en achterzijde binnen het stedelijk weefsel. Hierdoor grenzen met regelmaat achtertuinen aan belangrijke straten binnen de buurt. Dit kan leiden tot een onwenselijke verwatering van de overgangen tussen openbaar en privé. Bij renovatie wordt gezocht naar oplossingen om deze verwatering tegen te gaan. Bij nieuwbouw is dit een ontwerpopgave; ■ Binnen de buurt hebben niet-woonfuncties een afwijkende vormgeving waardoor deze als zodanig goed herkenbaar zijn.
Daar waar dit om commerciële ruimtes zoals winkels ging, is dit alleen vertaald in de ruimtelijke vormgeving, zoals grotere vensters. Wanneer er sprake is van bijzondere functies zoals scholen en kerken is de architectonische uitwerking van een hoger niveau en is er vaak sprake van een alzijdig vrijstaand bouwwerk.
Investeringsnota Couperusbuurt 40
Hieruit zijn de volgende uitgangspunten te distilleren: ■ Woningbouw heeft een relatief eenvoudige architectuur en detaillering; ■ Tussen verschillende ruimtelijke eenheden van gebouwen is architectonisch onderscheid mogelijk; ■ Binnen architectonische eenheden is sprake van herhaling op gebouw, unit en detailniveau; ■ Er is een duidelijke hiërarchie in de architectonische uitwerking van de verschillende functies in de buurt. Binnen de herontwikkeling zal een deel van de bestaande bebouwing worden gehandhaafd. De nieuwbouw dient logischerwijs aan te sluiten bij de bestaande architectuur. Dus geen architectuur in afwijkende stijlen en sterk afwijkende materialisering.
Ruimtelijke typologieën Binnen de nieuwbouw voor de Couperusbuurt zijn voor vier ruimtelijke typologieën geduid. Elk van de ruimtelijke typologieën heeft een sterke repetitie in een bij elkaar passende architectuur. Bij voorkeur wordt één architect aangesteld die de nieuwbouw binnen één ruimtelijke typologie uitwerkt. Hiermee ontstaat de garantie dat er binnen de typologie voldoende eenheid zal ontstaan. Elke ruimtelijke typologie heeft zijn eigen specifieke architectonische kenmerken.
Noordelijke hoven (2b, 3, 4, 5 en 6) Voor de renovatie van de noordelijke hoven geldt in beginsel de Welstandsnota “de Schoonheid van Amsterdam” als leidraad voor de architectonische uitwerking. In dit document is een aantal ruimtelijke randvoorwaarden meegegeven waaraan de mogelijke uitbreiding en aanpassingen aan de bestaande woningen dienen te voldoen. Ook wordt getracht om de renovatie restauratief aan te pakken waarbij details in metselwerk en daklijsten worden teruggebracht naar het oorspronkelijke ontwerp.
■ De kapvorm met voor de jaren vijftig kenmerkende flauwe hellingshoek dient te worden gehandhaafd; ■ Het maken van dakkappelen wordt gezien als aantasting van deze kapvorm. Wel is er de mogelijkheid om op een niet contrasterende dakvensters en of PV-panelen aan te brengen. Aan de achterzijde kan eventueel een dakkapel worden geplaatst. Deze moet aan onder-, en bovenzijde minimaal 3 dakpannen uit de goot en nok blijven. ■ De breedte van een dakkapel is beperkt tot de breedte van de venster-as.
De te renoveren woningen zullen verder moeten worden geïsoleerd. Hierbij is het van belang om in goed overleg met Monumenten & Archeologie en de Commissie Omgevingskwaliteit tot een accpetabele aanpak te komen. In het algemeen gelden de volgende kaders:
Onderscheid van architectonische eenheden in de Couperusbuurt
Woningen langs de Burgemeester Rendorpstraat Investeringsnota Couperusbuurt 41
Binnen de ruimtelijke kaders van het plan is het mogelijk om per blok een uitbouw te maken. Voor deze uitbreiding gelden de volgende voorwaarden; ■ Bij het realiseren van uitbouwen is de uniformiteit van de bouwblokken uitgangspunt; ■ Alleen over het gehele blok aangebrachte uitbouwen zijn mogelijk (per haak); ■ Architectuur sluit aan bij de bestaande bebouwing; ■ Raamverdeling is geënt op de bestaande bebouwing; ■ Indien op de uitbouwen dakterrassen worden gerealiseerd, geldt ook hier dat dit uniform over alle uitbouwen moet gebeuren. ■ De uitbouwen hebben een terughoudend karakter. Dat wil zeggen dat ze qua vormgeving ondergeschikt zijn aan de bouwblokken Bij herprofilering van de straat moet worden nagedacht over de overgang van de tuin naar de straat. Deze overgang moet duurzaam uniform zijn. Het gebruik of het uitnodigen tot gebruik van erfafscheidingen hoger dat 1,20 meter is niet wenselijk.
Mogelijke uitwerking van uitbouw aan de te renoveren woningen
Investeringsnota Couperusbuurt 42
Nieuwbouwveld (1B) De nieuwbouw van het parkblok heeft een verwantschap met de woningen aan de noordelijke hoven. De architectonische uitstraling is sober, doelmatig en zonder veel detailleringen. Het haakvormig blok heeft duidelijke voorgevels. In de knik van het pand mag een verbijzondering plaatsvinden. De parkgevels zijn open en gaan een relatie aan met het parklandschap. Het gebouw staat hier in het park en heeft een duidelijke overgang van privé naar openbaar. Buitenruimtes voor de woningen bevinden zich aan de parkzijde van het gebouw. Eventuele buitenruimte op de begane grond heeft een met het gebouw mee ontworpen tuin kadering die transparant en niet hoger dan 1,20 is. ■ Gevels hebben een overwegend horizontale opbouw waarbij uitgegaan wordt van geometrische vlakverdelingen; ■ De architectuur heeft een sober karakter en minimalistische detailleringen; ■ Verbijzonderingen zijn mogelijk ter plaatse van gemeenschappelijke entrees; ■ Zij/kopgevels zijn ondergeschikt aan de overige gevels en hebben een vlakke afwerking.
Adriaan van Oordthof De bebouwing rondom het Adriaan van Oordthof is monumentaal en zal worden gerestaureerd. Ook is het de ambitie om de openbare ruimte, die het hart van dit complex vormt, meer verblijfskwaliteit te geven. Plinten die meer geopend zijn kunnen daaraan een bijdrage leveren. De keuze om de garageboxen te handhaven of om te zetten naar bedrijfsruimte zal worden gemaakt worden bij het opstellen van het renovatieplan. Bij de afweging worden Monumenten & Archeologie en Commissie Omgevingskwaliteit betrokken.
Burgemeester Rendorpstraat (7b en 10b) Zowel de oost- als de westzijde van de Burgemeester Rendorpstraat biedt ruimte aan een deel van de voorzieningen in de buurt. De plinten sluiten daarom goed aan op de openbare ruimte met een heldere overgang van privé naar openbaar. De architectuur heeft een overwegende horizontale uitwerking waarbij galerijen en buitenruimtes worden ingezet als architectonische elementen. ■ Gevels hebben een overwegend horizontale opbouw waarbij uitgegaan wordt van geometrische vlakverdelingen; ■ De architectuur heeft een sober karakter en minimalistische detailleringen; ■ Verbijzonderingen zijn alleen mogelijk ter plaatse van gemeenschappelijke entrees. ■ Zij/kopgevels zijn ondergeschikt aan de overige gevels en hebben een vlakke afwerking.
Winkelplint onder woningen, Burgemeester de Vlugtlaan (Amsterdam)
Zuidelijke hoven (kamstructuur) (6, 7a, 8 en 9) De zuidelijke hoven, met op de Burgemeester Röellstraat gerichte kopse blokken zullen gezichtsbepalend worden voor de Couperusbuurt. Dat maakt de overige zijdes van de bouwblokken echter niet minder belangrijk. De gevels langs de Burgemeester Rendorpstraat en Louis Couperusstraat begeleiden de twee hoofdassen van de buurt en kunnen afwisselend een woon-of niet-woonkarakter hebben. In deze gevels zal het woon-karakter niet alleen in de hogere verdiepingen, maar ook in de plinten goed tot uitdrukking moeten worden gebracht. Ook de tussenstraten verdienen aandacht. Deze straten zullen sterk op het verblijf van de bewoners zijn gericht. De overgang van privé naar openbaar is daarbij een belangrijk element.
Burgemeester Röellstraat (6, 7a, 8 en 9) Gevels aan de Burgemeester Röellstraat hebben een representatieve uitstraling en dragen bij aan de stadslaan. De indeling van de gevel bestaat uit horizontalen en verticalen en hebben een eenvoudige geometrische opbouw, waarbij de kopse gevels gericht naar de Burgemeester Röellstraat enige vorm van verbijzondering kennen. De tussenleden vormen een architectonische eenheid, maar zijn in uitwerking ondergeschikt aan de kopse gevels. Niet-woonplinten hebben een open uit-straling en sluiten goed aan op de openbare ruimte. Bij woonplinten is sprake van een architectonische overgang van privé naar openbare ruimte. ■ Voorgevels zijn gericht naar de Burgemeester Röellstraat; ■ De architectuur heeft een sober karakter; ■ Gevels hebben een overwegend horizontale opbouw, waarbij uitgegaan wordt van geometrische vlakverdelingen; ■ Buitenruimtes en galerijen zijn geïntegreerd in het gevelontwerp; ■ Niet-woonfuncties sluiten aan op het maaiveld Burgemeester Röellstraat.
Woningcomplex aan stadslaan, Varna (Bulgarije)
Investeringsnota Couperusbuurt 43
Voor de overige gevels gelden de volgende regels: ■ De gevels hebben naar de Burgemeester Rendorpstraat toe representatieve gevels. ■ De architectuur heeft een sober karakter en minimalistische detailleringen; ■ Gevels hebben een overwegend horizontale opbouw waarbij uitgegaan wordt van geometrische vlakverdelingen; ■ Zij/kopgevels zijn ondergeschikt aan de overige gevels en hebben een vlakke afwerking; ■ Buitenruimtes en galerijen zijn geïntegreerd in het gevel ontwerp; ■ Verbijzonderingen zijn alleen mogelijk ter plaatse van gemeenschappelijke entrees.
Bebouwing met verschillende hoogtes dwars op een straat (Le Havre) Investeringsnota Couperusbuurt 44
U-vormige bouwblokken (12a en 12b) Bij de opgave voor uitbreiding van de hoven moet een keuze worden gemaakt. Een optie is dat de nieuwbouw een geheel vormt met de bestaande bebouwing aan de hoven. Een andere optie is dat ze een contrastrijke aanvulling vormen daarop. Welke vorm ook gekozen wordt, de nieuwbouw dient te reageren op de volgende elementen van het bestaande: ■ De sterke geometrische vlakverdeling waarbij verticaliteit de boventoon voert; ■ De bestaande bebouwing is door kleurkeuzen en materialisering relatief licht binnen het pallet in het AUP. De nieuwbouw dient deze lichtheid te respecteren; ■ Het gebouw heeft een “formele” zijde aan de
Expressie in gevel door middel van uitkragende balkons (geometrisch gerangschikt), Willem Paaphof (Amsterdam)
Burgemeester Röellstraat en een informele zijde aan de hofzijde; ■ De kopse gevels zijn ondergeschikt aan de voor- en achtergevel; ■ Het verbindende element tussen oudbouw en nieuwbouw dient met grote zorgvuldigheid te worden vormgegeven. Een contrastrijk element lijkt hier op zijn plaats; ■ De nieuwbouw heeft een heldere plint die aansluit op de Burgemeester Röellstraat.
a
a b
b a
b
a
a
b
b
a
b
a
b
a
b
Plankaart stedenbouwkundige plan Investeringsnota Couperusbuurt 45
6 Programma wonen en niet-wonen
Marianne Philipsstraat Investeringsnota Couperusbuurt 46
6. Programma wonen en niet-wonen 6.1 Woonprogramma Huidige situatie De woningvoorraad binnen het plangebied bestaat momenteel uit: ■ 127 eengezinswoningen (Vetermanstraat, e.o.) (deels koop, deels sociale huur); ■ 5 villa’s langs de Burgemeester Eliasstraat (koop); ■ 186 appartementen aan de Willem Paaphof, Nico van Suchtelenhof en Herman Robbersstraat en Burgemeester Van de Pollstraat (sociale huur); ■ Circa 30 bovenwoningen aan de Adriaan van Oordthof (sociale huur); ■ 666 duplexwoningen (sociale huur). In totaal staan er ca. 1.000 woningen in de Couperusbuurt. De vernieuwing richt zich met name op de in totaal 696 duplexwoningen inclusief woningen in het Adriaan van Oordthof. Vernieuwing Van de duplexwoningen en de woningen aan de Adriaan van Oordthof worden er ca. 168 gerenoveerd en blijven in de sociale huur. Circa 162 woningen worden gerenoveerd en samengevoegd tot 81 eengezinswoningen en worden verkocht. De overige ca. 370 duplexwoningen worden gesloopt en vervangen door circa 948 nieuwe woningen in een mix van ca. 528 sociale huur, ca. 200 - 230 middeldure huur en ca. 200 - 230 vrijesectorkoopwoningen. In de vernieuwde buurt staan straks, net als nu het geval, minimaal 696 sociale huurwoningen.
Dit zijn circa 168 volledige renoveerde en gasloze sociale huurwoningen (duplex in de noordelijke velden en appartementen aan het Adriaan van Oordthof) en circa 528 nieuwe sociale huurwoningen. Omdat in de nieuwbouw grotere woningen worden toegevoegd zal het aanbod van sociale huurwoningen straks gedifferentieerd zijn. Programma In de kleine duplexwoningen wonen relatief veel huurders met een 5-jaren contract. Conform de stedelijke kaderafspraken
krijgen deze huurders een andere woning in de stad aangeboden. De huurders met een regulier contract kunnen kiezen voor een gerenoveerde woning of een nieuwe woning in de Couperusbuurt. De bewoners kunnen er ook voor kiezen om met hun stadsvernieuwing (SV)-status naar een woning buiten de buurt te verhuizen. In zowel de nieuwbouw als de gerenoveerde woningen is er een plek voor bewoners die terug willen keren in de buurt. Er zal een mix aan sociale huurwoningen worden gebouwd voor 1 en 2 persoons huishoudens, kleine en grote gezinnen, ouderen en jongeren. In de Couperusbuurt woont een aantal gezinnen in een te kleine woning. In de nieuwbouw worden zowel in de sociale huur als in middeldure huur en vrije sector ook grotere woningen gebouwd, zodat ook deze gezinnen in de buurt kunnen blijven wonen. Binnen de sociale huur is minimaal één project met (geclusterde) woningen voor ouderen gepland. Als uitwerking van het programma huisvesting kwetsbare groepen is ook afgesproken om een aantal grote rolstoelwoningen te maken in de buurt. Naast de huidige huurders zal er ook een nieuwe instroom zijn: binnen sociale huur, het middensegment en de koop worden verschillende woningtypes gebouwd (zie tabel hiernaast), zodat de buurt een grotere diversiteit aan huishoudens krijgt.
De opgave is om in de nieuwe situatie minimaal hetzelfde aantal sociale huurwoningen als er nu staan (696 sociale huurwoningen) te realiseren. In de nieuwbouw worden ongeveer 528 sociale huurwoningen gerealiseerd en daarnaast worden circa 168 sociale huurwoningen gerenoveerd.
6.2 Herhuisvesting Om de vernieuwing uit te kunnen voeren zullen de bewoners in zowel de te renoveren als in de te slopen woningen tijdelijk of definitief moeten verhuizen. Ongeveer de helft van de woningen in de Couperusbuurt wordt verhuurd aan jongeren met een 5-jaren contract. Conform de “Kaderafspraken bij Sloop en Renovatie” krijgen deze bewoners een nieuw aanbod voor
Sociale huur
Ca. 528
GBO (m²)
Kamers 50 70 90
Percentage (%) 2 3 5
45 35 20
Middensegment
Ca. 200 - 230
GBO (m²)
Kamers 50 70 90
Percentage (%)
2 3 4 tot 5
45 30 25 100%
Totaal
Vrije sector
Ca. 200 - 230
GBO (m²)
Kamers 50 > 90
2 4 tot 5
Percentage (%) 80 20
Nieuwe woonprogramma Couperusbuurt een woning buiten de buurt. De bewoners met een reguliere huurovereenkomst kunnen kiezen om of terug te keren naar een gerenoveerde woning of naar een nieuwbouwwoning in de buurt of kiezen om met hun stadsvernieuwingsurgentie te verhuizen naar een andere woning buiten de buurt. Uitgangspunt voor de gemeente bij de te renoveren woningen die niet fundamenteel wijzigen is, dat de bewoners de keuze hebben om terug te keren naar de huidige woning met behoud van de huurovereenkomst of kunnen kiezen om met hun SVstatus naar een andere woning in of buiten de buurt te verhuizen.
Investeringsnota Couperusbuurt 47
Huidig programma in de Couperusbuurt
Investeringsnota Couperusbuurt 48
6.3 Maatschappelijk en economisch programma Uitgangspunt bij de vernieuwing van de Couperusbuurt is dat er niet alleen woningen worden bijgebouwd maar dat er ook circa 2.000 m2 BVO extra ruimte wordt gecreëerd voor maatschappelijke en economische functies. Huidige situatie In de huidige situatie is er momenteel in de Couperusbuurt ongeveer 14.700 m2 niet-woonruimte aanwezig. Hiervan zal ongeveer 200 m2 worden gesloopt. Een groot deel van het huidige niet-woonprogramma bestaat uit onderwijs. De buurtgerichte functies die momenteel aanwezig zijn, zijn: Louis Couperusstraat: ■ Bakker ■ Pizzeria (afhaal/bezorging) ■ Buurtzorg ■ Buurthuiskamer de Cactus ■ Basisschool Prorege Noorderhof ■ Basisschool Al Wafa (heeft ook een fucntie voor een breder gebied) Burgemeester van de Pollstraat ■ Dierenarts Burgemeester Rendorpstraat ■ Stichting Aanpak Overlast Amsterdam Gewenst maatschappelijk en economisch programma Maatschappelijke voorzieningen zijn gebouwen en buitenruimte voor maatschappelijke functies en activiteiten, die niet vanzelfsprekend door de markt worden gerealiseerd. Daarom is het noodzakelijk dat de gemeentelijke overheid een actieve rol inneemt om deze voorzieningen een plek te geven. Voor een groot deel vraagt dit om gebouwen, zogenaamd maatschappelijk vastgoed.
Daarnaast vraagt sport ook om ruimte voor (anders) georganiseerde buitensport en voor sporten in de openbare ruimte. Ook moet er voldoende ruimte zijn voor spelen in de openbare ruimte. De openbare ruimte dient ook
plek te bieden aan uitingen van kunst en cultuur. Het beleid voor maatschappelijke voorzieningen is verankerd in het beleid voor onderwijs, sport, zorg, cultuur, basisvoorzieningen, groen en openbare ruimte. De ruimtelijke consequenties voor de groei van de stad zijn vastgelegd in de door het college in de in 2018 vastgestelde ‘referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen’. Deze normen zijn als uitgangspunt opgenomen in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (OVA). Het realiseren van een complete stad, inclusief alle benodigde voorzieningen, staat in de OVA centraal. Doel is de groei van de stad in de verschillende planfasen te voorzien van een voldoende maatschappelijk programma, inclusief ruimte voor sport, groen en recreatie, omdat we bouwen aan een gezonde en sociaal duurzame stad. Op basis van de normen uit de nota ‘Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen’ is nagegaan of de verdichting van de buurt extra maatschappelijke voorzieningen nodig maakt.
Uit de berekeningen blijkt dat op basis van de referentienormen er mogelijk behoefte is aan de volgende maatschappelijke voorzieningen, te weten: Maatschappelijk vastgoed ■ Buurtkamer (120 m2 BVO) (reeds aanwezig in Adriaan van Oordthof en Louis Couperusstraat) ■ Jeugdbuurtkamer (120 m2 BVO) ■ Kinderdagverblijf (inclusief buitenruimte) (ongeveer 350 m2 + 150 m2 buitenruimte) ■ Huisartsenpraktijk (nader te onderzoeken in afstemming met Dichtersbuurt Daarnaast hanteert Stadgenoot als uitgangspunt dat er binnen het woonprogramma ruimte komt voor geclusterde ouderenwoningen.
Onderwijs en kinderopvang Bij volledige realisatie van het beoogd programma (circa 1500 woningen), ook in naastgelegen twee Röellbuurten, bieden de bestaande scholen voldoende capaciteit. De geplande nieuwe school in de Lodewijk van Deysselbuurt is optioneel fysiek uit te breiden met extra leslokalen, wanneer er extra onderwijscapaciteit nodig is. Jeugd In de directe omgeving bevinden zich twee locaties Ouder- en Kindteams; locatie De Honingraat en locatie Alberdakade. In de Couperusbuurt woont een groot percentage jeugd in grote gezinnen dat krap woont. Voor deze doelgroep is een jongerencentrum nodig. Zorg In het nieuwe community center in de Lodewijk van Deysselbuurt komt een locatie voor het buurtteam. Bij de Dichtersbuurt wordt ruimte gereserveerd voor eerstelijnszorg en/of apotheek. Binnen de Couperusbuurt wordt ruimte gereserveerd voor eerstelijnszorg. Basisvoorzieningen In de Couperusbuurt is de Buurtkamer De Cactus gesitueerd. Recent heeft Stadgenoot een ontmoetingsruimte “Het Paleis” geopend in het Adriaan van Oordthof. Vanuit de referentienorm en de gebiedsopgave is er een minimale ruimte nodig van 120m2. In de komende jaren wordt nader onderzocht of één grotere buurtkamer in het Adriaan van Oorthof wenselijk is. Kunst & Cultuur Er worden voor nu geen nieuwe voorzieningen voor kunst & cultuur in de buurt gepland.
Mogelijk liggen er kansen voor tijdelijke initiatieven in (tijdelijk) leegkomende bedrijfsruimten en openbare ruimten. Hiervoor zal, op basis van tijdelijke leegstand, contact worden gelegd met Bureau Broedplaatsen.
Investeringsnota Couperusbuurt 49
oen
Openbaar groen
aar groen
mmercieel reca
id
Sport & spel
Nieuw groen
Entrees voordeuren + fietsen Entree grondgebonden woningen
Spelen Sport
Structureel groen Tuinen ? Mogelijk groen Structureel water
Entree grondgebonden woningen op 1e bouwlaag
Water Fiets
Entree appartementen
Bestaand groen Vrijliggend Meefietsend
Openbaar groen Tuinen
Functiekaart Onderwijs Religie Zorg Kantoren Bedrijven Detailhandel/commercieel
Nieuw groen Openbaar groen Structureel groen Tuinen ? Mogelijk groen Structureel water Water
Horeca
Brancheringsstudie voor de nieuwe Couperusbuurt Ordewaardering Orde 1 Orde 2 Orde 3 Basisorde
Investeringsnota Couperusbuurt 50
Sport & spel Spelen Sport
Entrees voordeuren + fietsen
Entree fietsenstalling Entree grondgebonden woningen
Entree grondgebonden woningen op 1e bouwlaag Entree appartementen Entree fietsenstalling
Sport, Spelen en Bewegen In de Couperusbuurt komen vier nieuwe speelplekken. Voor kleinschalige buitensport is er ruimte in het parkje bij de Burgemeester Eliasstraat en de groenstrook bij de Herman de Manstraat. Daarnaast zijn Gerbrandypark en Sloterpark goed bereikbaar. Deze parken bieden volop ruimte voor buitensport en spel. Om voldoende groen te houden is het de wens om 16 m2 gebruiksgroen per woning te hebben. In totaal heeft de Couperusbuurt straks ongeveer 38.000 m2 groen en 1350 woningen (inclusief te behouden woningen). Dit is ongeveer 28 m2/woning. Daarnaast kunnen de bewoners gebruik maken van het nabij gelegen Gerbrandypark en het Sloterpark. Locaties De commerciële ruimten bevinden zich nu vooral langs de Louis Couperusstraat en in het Adriaan van Oordthof. De bedrijfsruimten in de Adriaan van Oordthof blijven behouden en worden gerenoveerd. De nieuwe nietwoonruimten komen met name langs de Burgemeester Rendorpstraat en op de hoeken met de Burgemeester Röellstraat. Door Bureau voor Stedelijke Planning (BSP) is een brancheringsstudie gedaan voor de nieuwe Couperusbuurt. In deze studie doet BSP een voorstel voor een positionering van de verschillende werklocaties.
Adriaan van Oordthof: Maken en verblijven Als bestaande locatie heeft het Adriaan van Oordthof de potentie om uit te groeien tot een kleine werklocatie in de buurt, met plek voor kantoren, bedrijfsruimten, ambachtelijke dienstverleners, daghoreca en (ondergeschikte) cultuur. De huidige uitstraling en invulling is suboptimaal om voor een grote positieve impuls voor de wijk te zorgen. Door de panden te verbouwen en een meer open uitstraling te geven en tegelijkertijd door te selecteren op het gewenste aanbod kan er een dynamische plek in de wijk ontstaan. Burgemeester Rendorpstraat: Hart van Buurt (ontmoeten, zorg en voorziening) De Burgemeester Rendorpstraat kan het hart van de buurt worden waar samenkomen centraal staat door de combinatie van commerciële en maatschappelijke voorzieningen en enkele werkplekken.
De Burgemeester Rendorpstraat is de uitgang van de Couperusbuurt. Het gedeelte vanaf de Louis Couperusstraat tot aan de Burgemeester Röellstraat biedt ruimte aan een aantal kantoor- en bedrijfsfuncties in de plint. De plek creëert een extra plek voor werkgelegenheid in de wijk. Invulling bedrijfsmatige voorzieningen De invulling en specifieke branchering van de bedrijfsmatige voorzieningen wordt nader ingevuld en onderzocht. Dit is onder meer afhankelijk van behoefte en vraag.
Door een mix van publieksfuncties, nabij de entree en het knooppunt van de wijk, ontstaat hier het hart van de buurt. De moskee aan het plein zorgt ervoor dat de locatie deze functie momenteel al deels heeft. Door hier functies te situeren waar bewoners uit de buurt en omliggende buurten op af komen, ontstaat de gewenste dynamiek en levendigheid. Een aantrekkelijke openbare ruimte is daarbij ook essentieel.
Investeringsnota Couperusbuurt 51
7 Nieuwe inrichting openbare ruimte
Louis Couperusstraat Investeringsnota Couperusbuurt 52
7. Nieuwe inrichting openbare ruimte Als onderdeel van de vernieuwing van de Couperusbuurt zal ook de openbare ruimte deels opnieuw worden ingericht. In de investeringsnota is een schetsontwerp opgenomen voor de herinrichting van de openbare ruimte. In de volgende fase zal dit schetsontwerp in overleg met V&OR en Stadswerken uitgewerkt worden naar een definitief ontwerp. Bewoners worden bij de uitwerking betrokken. Bij de uitwerking zal ook gebruik gemaakt worden van de inzichten en conclusies die zijn opgehaald in het kader van “Amsterdam maakt ruimte”. Uitgangspunt is dat de openbare ruimte uitnodigt om elkaar te ontmoeten. In een buurt die drukker wordt en meer differentiatie gaat krijgen, is dit belangrijk om een echte buurt te maken. Conform de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 wordt de openbare ruimte zo groen mogelijk en klimaatadaptief ingericht. Hierbij worden de straten autoluw gemaakt en komen er extra groenvakken.
7.1 Hoofdstructuur
Voor een kwalitatief goede inrichting van de openbare ruimte van Amsterdam, die ook op lange termijn te onderhouden is, is de Leidraad CVC en de Puccinimethode leidend. Daarbij is de toegankelijkheid en bereikbaarheid van de woningen en de diverse voorzieningen in de buurt van belang en draagt een heldere structuur bij aan het juiste, gewenste gebruik van de verschillende ruimtes.
Vogelvlucht van de toekomstige Burgemeester Röellstraat
Belangrijk aandachtspunt bij de verdere uitwerking is de sociale veiligheid en het voorkomen van overlast. De eisen en aanbevelingen vanuit het ‘Politiekeurmerk Veilig Wonen’ zijn hierbij richtinggevend, zoals voldoende zicht vanuit woningen op de entrees naar de hoven, voldoende verlichting en een inrichting die overlastgevend sport en spel zoveel mogelijk voorkomt.
Investeringsnota Couperusbuurt 53
Inrichting openbare ruimte Couperusbuurt toekomstige situatie Investeringsnota Couperusbuurt 54
Investeringsnota Couperusbuurt 55
Legenda Parkstrook
Privétuinen
Groenstrook Openbaar hof Groenstructuur in toekomstige Couperusbuurt Investeringsnota Couperusbuurt 56
7.2 Groenstructuur Uitgangspunt bij de vernieuwing en verdichting van de buurt is het behoud en versterken van het groene karakter van de buurt. Daarbij is de doorkoppeling van de groene ruimtes vanaf woning tot in het landschap van belang. Net als in het oorspronkelijke ontwerp kunnen bewoners vanaf hun woning de stedelijke groene gebieden bereiken. De opeenvolgende reeks van privaat groen naar openbaar groen blijft gehandhaafd en wordt waar mogelijk versterkt. Vanuit de tuin of margestrook loopt men via het collectief of openbaar hof en de buurtstraat naar de parkachtige ruimte tussen de Burgemeester Eliasstraat en de A.M. de Jongstraat. Langs de ‘Frans Bastiaansegracht’ liggen wandel- en fietspaden die naar de Sloterplas leiden. De groenstrook langs de Herman de Manstraat leidt voetgangers – en in de toekomst ook fietsers – naar de Van Tienhovengracht. Vandaar is het Gerbrandypark goed te voet en met de fiets te bereiken. De bestaande groenstructuren blijven zoveel mogelijk intact. Bij nieuw groen – in de vorm van bomen, heesters, kruidachtigen en gras – gelden de principes en aanbevelingen van het Puccini Handboek Groen.
Noord- en renovatiestrook De fysieke verbinding met het groene hof in de noordelijke renovatiestrook wordt geoptimaliseerd door via de tuinen toegang te realiseren tot het hof. Niet zozeer formeel met verharde paden, maar eenvoudigweg door een poortje in de erfafscheiding is het mogelijk om direct vanuit de achtertuin het hof te betreden. De blokken die met de voordeuren aan het hof grenzen krijgen een margestrook, een private ruimte die naar eigen inzicht in te richten is met bijvoorbeeld een bankje of enkele bloembakken. Tussen de private ruimte en de openbare weg staat een haag. Deze staat op in erfpacht uitgegeven grond en is dermate beeldbepalend dat uniformiteit wenselijk is. Hoogte en soort haag zal in het voorlopig ontwerp vastgesteld worden. De vijf hoven zijn familie van elkaar en dat kenmerkt zich in het materiaalgebruik van de verharding en het toe te passen (zit) meubilair. In het schetsontwerp zijn slechts suggesties voor de inrichting van de hoven opgenomen. Voor de uiteindelijke invulling in een later stadium is samenwerking met de omwonenden wenselijk.
Impressies toekomstige situatie noordelijke hoven vanaf straatniveau
Midden - hart van de buurt De Couperusbuurt heeft – zo valt in de voorgaande hoofdstukken – te lezen een dorps karakter. Het middengebied, het Adriaan van Oordthof en de pleinruimte op de hoek van de Burgemeester Rendorpstraat en de Louis Couperusstraat kunnen in die context gezien worden als het dorpsplein. In dit hart van de buurt liggen bij uitstek kansen om de leefbaarheid te vergroten. Het Adriaan van Oordthof – nu een versteend oppervlak waar auto’s geparkeerd staan – krijgt een groenere uitstraling. In het zuidelijke deel wordt, tussen de geparkeerde auto’s en de gevel, een groenstrook opgenomen. Verder wordt de verbinding tussen het noordelijke en het zuidelijke deel afgesloten voor auto’s. Daarmee wordt het meer een hof enkel voor bestemmingsverkeer. In het schetsontwerp wordt vooralsnog uitgegaan dat de garageblokken worden herbestemd tot werklocaties. Daarmee vervallen de inritconstructies voor de garageblokken en is er ruimte voor een trottoir met bomen en langsparkeerplaatsen. Een definitieve keuze over de garageboxen vindt plaats bij het opstellen van het renovatieplan. De pleinruimte op de hoek van de Burgemeester Rendorpstraat en de Louis Couperusstraat krijgt een meer menselijke maat en wordt, door toevoeging van groenvakken, een aangenaam ontmoetings- en verblijfsgebied.
Helaas zijn drie van de zeven forse paardenkastanjes langs de school aangetast door kastanjebloedingsziekte en slechts één paardenkastanje heeft een – bij ongewijzigde groeiplaatsomstandigheden – toekomstverwachting langer dan 10 jaar. Wanneer de maaiveldinrichting rondom de bomen wordt aangepast, wordt geadviseerd nieuwe groeiplaatsen in te richten en de bomen te vervangen. Met alle bouwactiviteiten in de buurt is in het voorliggende schetsontwerp uitgegaan van het slechtste geval, kap van alle paardenkastanjes. Een gedegen boomonderzoek voorafgaand aan de verdere uitwerking van deze specifieke plek tot voorontwerp wordt nadrukkelijk geadviseerd om daarmee de mogelijkheid tot het langdurig behoud van deze beeldbepalende bomen vast te stellen. Investeringsnota Couperusbuurt 57
Zuid - vernieuwing De kansen voor verbeteren van de groenstructuur in de zuidstrook zijn beperkt. Hier is de stedelijke verdichting hoog. In het schetsontwerp zijn de straten die aansluiten op de parkachtige ruimte tussen de Burgemeester Eliasstraat en de A.M. de Jongstraat en de groenstrook langs de Herman de Manstraat extra groen ingericht: bestaande bomen worden gehandhaafd en tussen de parkeervakken is zoveel mogelijk groen opgenomen. Daarmee wordt het groen van noord tot zuid de buurt ingetrokken, vanaf de Burgemeester van Tienhovengracht tot aan de Burgemeester Röellstraat. Voor de gevels langs de Burgemeester Röellstraat ligt een trottoir en vervolgens een (groenblijvende) haag. Daarmee wordt binnen de beperkte ruimte het groen tussen fietspad en trottoir langs de nieuw ingerichte Burgemeester Röellstraat toch gecontinueerd. Ook in ecologische zin is deze zuidzone het minst kansrijk, vanwege de combinatie stedelijke verdichting en de relatief hoge verkeersdruk op de Burgemeester Röellstraat. Zuidoost - verdichting De inrichting van het groen in de zuidoosthoek van de Couperusbuurt blijft gelijk, wel neemt het oppervlakte groen hier af ten gevolge van nieuwbouw, optimalisatie (van de maatvoering) van de rijbaan en parkeervakken.
Groennormen In de referentienormen ‘‘maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen’’ zijn normen voor Groen en Ecosysteemgroen (ecologische groenstructuur) geformuleerd (zie paragraaf 4.4). Vanuit de leefomgeving dienen voldoende groenvoorzieningen in de buurt aanwezig te zijn. Na realisatie van de plannen is er ongeveer 38.000 m2 groen aanwezig binnen het plangebied voor zo’n 1.350 woningen. Hiermee is er ongeveer 28 m2 groen/woning beschikbaar en voldoet het plan ruimschoots aan de groennormen.
7.3 Boomstructuur De Bomentaal5 van Nieuw-West, de kenmerkende plaatsing en keuze van de bomen in de stedelijke ruimte in het stadsdeel, wordt gehandhaafd. Daar waar kap van bomen onvermijdelijk is, zal worden gecompenseerd en worden bomen teruggeplaatst volgens het principe van de bomentaal. De bomen langs de straten blijven zoveel als mogelijk bestaan. Desalniettemin zullen er ongeveer 100 bomen binnen het plangebied moeten worden gekapt, hetzij vanwege hun beperkte toekomstverwachting, hetzij vanwege sloop- en nieuwbouw. In het schetsontwerp zijn vooralsnog 115 nieuwe bomen opgenomen. Langs de Burgemeester Rendorpstraat staan aan beide zijden van de straat valse christusdoorns die vanaf de Burgemeester Röellstraat en de Van Tienhovengracht een poort vormen de buurt in. In het middendeel, ter hoogte van plein, staan de bomen enkel aan de westzijde van de straat. Aan de oostzijde staan relatief jonge amberbomen (plantjaar 2010) in een blokje op het plein. Begin deze eeuw zijn er rijen berken haaks op de eerder beschreven forse paardenkastanjes geplaatst. Indien de paardenkastanjes moeten wijken, dan zal in overleg met een bomendeskundige bepaald worden wat voor soort bomen op deze plek passend zijn teneinde zo spoedig mogelijk een gelijkwaardig en toekomstbestendig beeld te verkrijgen.
Langs de lange lijn in de buurt – de Louis Couperusstraat – staan zilverlindes in een gevelritme aan de zuidzijde van de straat. Een enkele boom moet wijken vanwege de herinrichting van de straatjes tussen de nieuwbouwblokken. Een groter aantal moet vervangen worden vanwege de beperkte toekomstverwachting van de bomen. De bomen worden in deze straat vervangen door dezelfde soort.
5
De helderheid waarmee in Nieuw-West met behulp van de bomen de stedenbouwkundige structuur is aangebracht en ondersteund in samenhang met de bebouwing. Bron: Commissie Beschermwaardige Houtopstanden
Investeringsnota Couperusbuurt 58
In de Arthur van Schendelstraat staan elzen langs de rijbaan, soms in een rij aan de zuidzijde, soms juist aan de noordzijde. Ze kunnen allen behouden blijven en er is ruimte voor wat extra aanplant, uiteraard van dezelfde soort. In de noordelijke hoven staan de bomen los in ruime grasvlakken, het zijn met name kleinere soorten met een hogere sierwaarde. Daar waar ruimte is voor nieuwe bomen zal het principe van de losse bomen voortgezet worden. In de Marianne Phillipsstraat, in de zuidwesthoek tussen de school en de nieuwbouw in staat een rij forse zilverlindes. De toekomstverwachting van deze bomen is goed en zij leveren een groot aandeel in de groene dooradering van de buurt zoals beschreven in de groenstructuur. De overige doodlopende straten tussen de Louis Couperusstraat en de Burgemeester Röellstraat behouden de bomen en/of krijgen een rij nieuwe bomen tussen de plantvakken. Voorgesteld wordt bij nieuwe aanplant per straat eenzelfde soort aan te planten en elke straat een eigen soort te geven. Daarmee krijgt elke straat zijn eigen identiteit. Het fietspad van de Herman de Manstraat wordt aan weerzijden begeleid door ruwe berken. Los in het gras staan kersen, meelbessen en groepen valse acacia’s (middengebied) en groepen platanen (noord). Bij eventuele herplant en nieuwe aanplant worden de berken langs het fietspad aangevuld.
Vanuit het oogpunt van (bio)diversiteit zijn voor los in het gras geplaatste bomen juist andere dan reeds aanwezige soorten wenselijk. Hetzelfde geldt voor de bomen in het parkje langs de Burgemeester Eliasstraat. Waarbij de bomen in de straat juist weer gelijk blijven, te weten gewone vleugelnoot. Tussen de bouwblokken langs de Burgemeester Röellstraat is telkens - net achter de rooilijn een zogenaamde accentboom van de 1ste orde grootte opgenomen. Net achter de rooilijn, zodat de voetgangers ongehinderd door kunnen lopen. En een boom die groot wordt, zodat de stenige gevelwand telkens onderbroken wordt door een groene uitkragende boomkruin.
Legenda
Overzicht bomen: te behouden, kappen en nieuw
Investeringsnota Couperusbuurt 59
7.4 Verkeer en parkeren
In hoofdlijnen blijft de verkeerstructuur in de buurt hetzelfde, dat wil zeggen tweerichtingsverkeer straten met een maximale snelheid van 30 km/uur. De inrichting van de straat met overwegend langsparkeervakken is volgens Puccini 30 km/uur, Klassiek 3 - nieuw. Deze variant uit het Puccini Handboek Rood – Standaard voor het Amsterdamse straatbeeld, is het meest rainproof. Om de leefbaarheid van de noordelijke hoven te vergroten, het gebruik en de ontmoeting van in de openbare ruimte te verbeteren en tegelijkertijd de bereikbaarheid van de woningen te behouden, worden de straten tussen de Arthur van Schendelstraat en de Van Tienhovengracht ingericht als woonerven. Puccini Handboek Rood zegt hierover: “Bij erven gaat het primair om het ontwerpen van een goede verblijfsruimte. De inrichting mag er dus niet uitzien als verkeersruimte. Dat betekent dat er zo veel mogelijk voorkomen moet worden dat er een ‘gebaand’ wegbeeld ontstaat (geen duidelijke indeling in rijweg en trottoir). Automobilisten en fietsers mogen in een erf ook niet de indruk krijgen dat zij de belangrijkste gebruikers zijn (alleen bestemmingsverkeer en lage intensiteit). Integendeel, de inrichting van een erf moet duidelijk maken dat verkeer ‘te gast’ is.
De ruimte waarin men zich bevindt is niet primair bedoeld voor het (auto)verkeer, maar voor wandelaars, voetgangers en spelende kinderen.” De openbare ruimte van deze hoven is ingericht volgens de ontwerpuitgangspunten van Puccini Rood, met een maximale snelheid van 15 km/uur en parkeervakken geclusterd aan de zuidwestzijde van de hoven.
Vanuit zowel de Dichtersbuurt en de Couperusbuurt wordt er veel overlast ervaren van zogenaamd ‘sluipverkeer’. Autoverkeer dat strik genomen niets te zoeken heeft in de buurten, maar deze wel gebruikt om van A naar B te rijden. Ook in het Adriaan van Oordthof wordt door omwonenden overlast ervaren van autoverkeer dat deze route gebruikt om door te rijden. Het voorstel is om van de route Henriëtte Roland Holststraat - Couperusstraat eenrichtingsverkeer te maken van de Dichtersbuurt richting de Couperusbuurt, waarmee het sluipverkeer via de Burgemeester Rendorpstraat - Louis Couperusstraat - Henriëtte Roland Holststraat wordt tegen gegaan. Het Herman de Manplantsoen wordt geheel autovrij. Daarom wordt de westzijde van de Arthur van Schendelstraat vanaf de Burgemeester Rendorpstraat - ter hoogte van de moskee - ingericht als een erf en ter hoogte van de school (voorbij de Marsmanstraat) een fietspad. Dat betekent ook dat er aan de oostzijde van het Herman de Manplantsoen voor de bewoners en bezoekers van de Arthur van Schendelstraat nr. 2-11 een keermogelijkheid voor auto’s gerealiseerd moet worden. Voorgesteld wordt dat in een later stadium met betrokkenen te onderzoeken en nader uit te werken. Tenslotte zal een onderbreking in de rijbaan en de plaatsing van extra bomen tussen het Adriaan van Oordthof noord en zuid ook daar de overlast van autoverkeer verminderen.
Bij de herinrichting van de straten wordt de maatvoering volgens de Leidraad van de Centrale Verkeerscommissie aangehouden, dat betekent met name in het westelijke deel van
Investeringsnota Couperusbuurt 60
de Arthur van Schendelstraat een verbreding van de rijbaan, ten koste van enkele parkeervakken. Nader onderzoek is nodig naar de gewenste verkeers- en parkeersituatie rond de ProRege-school Noorderhof. Mogelijk kunnen haaksparkeervakken vervangen door langsparkeren, maar dat is afhankelijk van de parkeerdruk door onder andere halen en brengen van de schoolkinderen. Verder zullen er in de uitwerking van het ontwerp op diverse plekken verkeersremmende maatregelen getroffen worden in de vorm van met name verkeersdrempels. In de huidige situatie loopt het fietspad in de Herman de Manstraat van de Louis Couperusstraat naar de Herman Poortstraat. Olifantenpaadjes tussen de Herman Poortstraat en de Van Tienhovengracht maken duidelijk dat een aansluiting op de Van Tienhovengracht wel degelijk wenselijk is. Aan deze wens is in het schetsontwerp gehoor gegeven. Rekening houdend met het comfort voor de gebruikers wordt er gestreefd naar een maximum helling van 4% om het hoogteverschil tussen de buurt en de Burgemeester van Tienhovengracht te overbruggen. Dit lijkt nagenoeg haalbaar en zal in het voorontwerp nader worden uitgewerkt. Het maaiveld van de Couperusbuurt ligt aan zowel de noord- als de zuidzijde beduidend lager dan de Van Tienhovengracht en de Burgemeester Röellstraat.