Raadsbesluit 2023-244C Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Tekst van het document
In de nabijheid van Schinkelkwartier komen de beschermde rugstreeppad en ringslang voor. Deze soorten kunnen ook in het plangebied worden aangetroffen.
74
Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Hoewel in het plangebied geen beschermde vis- en amfibiesoorten voorkomen is het van belang om de zorgplicht in acht te nemen. Dit betekent dat er geen water- en oeverwerkzaamheden mogen plaatsvinden in de paaiperiode (april tot juli). Op delen van de kademuren in deelgebied Schinkelhaven moet rekening worden gehouden met de beschermde tongvaren. In de buurt van het plangebied zijn broedplaatsen van de huismus (oranje), gierzwaluw (zwart) en spreeuw (paars) aanwezig. Het is dan ook niet uitgesloten dat zij ook in het plangebied broeden (zie figuur 5.25). In Schinkelkwartier zijn ook bomen aanwezig die geschikt zijn als broedlocatie voor roofvogels. Voor niet-jaarrond beschermde vogels geldt dat hun nesten gedurende het broedseizoen (maart tot september) beschermd zijn.
Figuur 5.25 – Broedlocaties huismus, gierzwaluw en spreeuw
Bomen In Schinkelkwartier zijn geen monumentale bomen aanwezig. De dichtstbijzijnde monumentale bomen staan in het Siegerpark, langs de Sloterweg en in de Oeverlanden. Wel is in het plangebied een groen gemeentelijk monument aanwezig, te weten begraafplaats Huis te Vraag. Op de begraafplaats staan enkele oude bomen, die bijdragen aan het unieke karakter van de plek. De volgende bomenlanen in het plangebied zijn als ‘groene linten’ onderdeel van de Amsterdamse hoofdbomenstructuur: Johan Huizingalaan, Plesmanlaan, Plantijnpad, Louwesweg, Aletta Jacobslaan, Vlaardingenlaan, Rijnsburgstraat, Spijtellaantje en Jaagpad. De hoofdbomenstructuur wordt te zijner tijd opgenomen in het nieuwe beleidskader hoofdgroenstructuur. Uit het verkennend bomenonderzoek (zie bijlage 6c) blijkt dat in het plangebied wel beeldbepalende bomenrijen aanwezig zijn. Het gaat om de volgende bomenrijen (zie figuur 5.26): Goudberken aan de Sportparklaan in deelgebied Riekerpark Italiaanse populieren naast metrostation Henk Sneevlietweg in deelgebied Sloterstrip Bergiepen aan de oostzijde van de Johan Huizingalaan in deelgebied Nieuwe Meer Oost Platanen langs de Albert Plesmanlaan in deelgebied De Plantijn Platanen langs Anthony Fokkerweg in deelgebied Schinkelhaven.
75
Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Figuur 5.26 – Monumentale en beeldbepalende bomen
5.3.3 Omgevingseffecten Landschap Het landschap vormt een belangrijke drager voor de transformatie van Schinkelkwartier. Het is mogelijk om landschappelijk groen en landschappelijke lijnen zichtbaar te houden en waar mogelijk te versterken. De historische Sloterweg en de groenvoorzieningen langs de lange lijnen (Jaagpad, Christoffel Plantijnpad en langs de Schinkel) vormen daarbij belangrijke elementen. Echter is nog niet duidelijk op welke wijze rekening kan worden gehouden landschappelijk groen en landschappelijke lijnen. Daarvoor moet het plan nader worden uitgewerkt. Zonder maatregelen heeft de transformatie impact op het landschappelijk groen. Daarom is dit aspect licht negatief (0/-) beoordeeld. Groen Voor de benodigde hoeveelheid groen in de toekomstige situatie dient te worden getoetst aan de Amsterdamse referentienormen voor groen. Op basis van het beoogde programma voor Schinkelkwartier is circa 18,5 hectare gebruiksgroen en circa 21,5 hectare ecosysteemgroen benodigd. Dit betekent dat groen moet worden toegevoegd om aan de referentienormen voor groen te kunnen voldoen. De transformatie van Schinkelkwartier heeft zonder maatregelen negatieve gevolgen voor de huidige groenstructuur. Op voorhand is niet geregeld dat bij de transformatie rekening wordt gehouden met het bestaande groen (waarvan een deel is aangewezen als hoofdgroenstructuur en/of ecologische structuur).
Ook is niet geregeld dat de benodigde toename van gebruiksgroen en ecosysteemgroen daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Dit moet nader worden uitgewerkt. Om die reden is dit aspect negatief (-) beoordeeld. Gebiedsbescherming Natura 2000 De transformatie van Schinkelkwartier heeft geen direct ruimtelijk effect op Natura 2000-gebieden. Op planniveau leidt de ontwikkeling van Schinkelkwartier mogelijk tot een bijdrage aan de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. In deze fase is dit aspect als licht negatief (0/-) beoordeeld, omdat niet met zekerheid te zeggen is of deze stikstofeffecten optreden. In deel D van het OER is dit in het kader van de toetsing van de projectnota specifiek onderzocht.
76
Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Natuurnetwerk Nederland De gebiedsontwikkeling heeft gevolgen voor de omliggende NNN-gebieden de Nieuwe Meer en Christoffel Plantijnpad. Deze gebieden zijn beschermd in het kader van Omgevingsverordening NH2020. Conform de verordening is het ‘nee, tenzij'-regime op het NNN van kracht (geen externe werking). De ontwikkeling van Schinkelkwartier leidt niet tot ruimtebeslag of versnippering van NNN-gebied of een verlaging van het grondwaterpeil in NNN-gebied. Wel is sprake van een mogelijke toename van verstoring in NNN door toename van de recreatiedruk (zie bijlage 6e). Daarom is dit als licht negatief (0/-) beoordeeld. Hoofdgroenstructuur en ecologische structuur Amsterdam Een deel van de hoofdgroenstructuur en ecologische structuur Amsterdam overlapt met delen van het plangebied. De transformatie van Schinkelkwartier heeft mogelijk impact op deze groenstructuren. Op voorhand is niet duidelijk op welke wijze bij de transformatie met deze groenstructuren rekening wordt gehouden. Dit moet nader worden uitgewerkt. Om die reden geldt een licht negatieve score (0/-). Er zijn mogelijke effecten op de natuurgebieden waar een beschermingsregime voor geldt. Voor de diverse onderdelen hiervan (Natura 2000, NNN en gemeentelijke groenstructuren) geldt een licht negatieve beoordeling. Voor het aspect als geheel is daarom logischerwijs ook een licht negatieve (0/-) beoordeling toegekend.
Er zijn wel diverse mitigerende maatregelen mogelijk die deze score verbeteren. Soortenbescherming In en rondom Schinkelkwartier kunnen beschermde soorten voorkomen. Nader onderzoek per ontwikkeling moet uitwijzen of deze beschermde soorten werkelijk aanwezig zijn. Als gevolg van de transformatie zullen (zonder maatregelen) aanwezige beschermde soorten worden verstoord en hun leefgebieden worden aangetast. Daarom is dit effect op voorhand licht negatief (0/-) beoordeeld. Bomen In het plangebied zijn enkele beeldbepalende bomenrijen aanwezig. Het is in dit stadium niet duidelijk of de transformatie van Schinkelkwartier een effect op deze bomenrijen heeft. Ondanks dat de beeldbepalende bomen geen beschermde status hebben, heeft het de voorkeur om deze bomenrijen op een duurzame wijze in te passen in het ontwerp. Berken, essen en populieren zijn snelgroeiende soorten die, in tegenstelling tot platanen en linden, in het algemeen minder geschikt voor inpassing in stedelijk gebied. In sommige gevallen kan het verplaatsen van bomen een duurzame oplossing zijn. Omdat er zonder maatregelen dus wel effecten op bomen optreden, is dit aspect licht negatief (0/-) beoordeeld.
5.3.4 Initiële effectbeoordeling Toetsing omgevingseffecten Bij een duurzame inrichting van Schinkelkwartier hoort een groene inrichting. Met name de wijze waarop met de huidige groenstructuren wordt omgegaan is nog onduidelijk. Dit zorgt ervoor dat voor de meeste aspecten nu nog de score licht negatief (0/-) is toegekend. De referentienormen voor groen worden niet zondermeer gehaald, zodat voor het aspect groen een negatieve beoordeling is gegeven. De volgende tabel geeft samenvattend de effectbeoordeling weer. Aspect Beoordelingscriterium Landschap Impact op landschappelijk groen Groen Mate waarin aan de referentienorm groen wordt voldaan Gebiedsbescherming Impact op beschermde natuurgebieden Soortenbescherming Impact op beschermde soorten Bomen Impact op beeldbepalende bomen Tabel 5.9 – Initiële effectbeoordeling landschap, groen en natuur
Omgevingseffect 0/0/0/0/-
77
Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Toetsing ambities Het niet halen van de referentienormen voor groen, het ontbreken van robuuste groene verbindingen, het mogelijk verdwijnen van groen, soorten en het aantasten van groenstructuren hebben een negatieve impact op de ambitie ruimtelijke kwaliteit. Aangezien voldoende groen van belang is voor bewegen, rust en ontmoeting wordt ook nagelaten om een positieve impact op de ambities gezondheid en veiligheid en sociale inclusiviteit te bewerkstelligen.
5.3.5 Nadere keuzes, maatregelen en spelregels Nadere keuzes Uit de effectbeoordeling volgt een negatieve score voor het niet behalen van de referentienormen voor groen. Daarnaast is sprake van een negatieve impact op de ambitie ruimtelijke kwaliteit. Daarom is een nadere keuze nodig om ervoor te zorgen dat voldoende en goed bereikbaar gebruiks- en ecosysteemgroen aanwezig is in Schinkelkwartier. Nadere keuze uitbreiding groenstructuur De huidige groenstructuur is ontoereikend om aan de referentienormen voor groen te voldoen. Zowel gebruiks- als ecosysteemgroen moet worden uitgebreid. Er is een nadere keuze nodig om de mogelijkheden voor uitbreiding van de groenstructuur af te wegen.
Spelregels Stikstofdepositie (algemeen) Bij nieuwe ontwikkelingen wordt onderzoek gedaan naar eventuele stikstofdepositie ter plaatse van Natura 2000 gebieden tijdens de bouwfase en in de gebruiksfase. In geval sprake is van negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden worden maatregelen getroffen. Hoofdgroenstructuur (locatie specifiek) Nieuwe ontwikkelingen moeten de bij het groentype behorende waarden vergroten, waarbij moet worden getoetst aan het instrumentarium uit de Structuurvisie Amsterdam 2040. Over initiatieven in de hoofdgroenstructuur wordt advies gevraagd aan de Technische Advies Commissie Hoofdgroenstructuur (TAC). Ecologische structuur (locatie specifiek) Nieuwe ontwikkelingen mogen in principe niet leiden tot aantasting of verzwakking van de ecologische structuur en bestaande knelpunten in de ecologische structuur worden zo veel mogelijk opgelost. Bij nieuwe ontwikkelingen in de ecologische structuur wordt advies gevraagd aan een stadsecoloog van de gemeente.
Beschermde soorten (algemeen) Bij nieuwe ontwikkelingen wordt onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna, de effecten op deze soorten en eventuele overtreding van verbodsbepalingen, waarbij rekening wordt gehouden met de Amsterdamse gedragscode flora en fauna en het onderzoeksprotocol zoals beschreven in de Quickscan natuurwaarden Schinkelkwartier. Uit dat onderzoek moet blijken of ontheffing Wet natuurbescherming nodig is en in hoeverre mitigerende of compenserende maatregelen nodig zijn om negatieve effecten op beschermde soorten te beperken of uit te sluiten. Natuurinclusief bouwen (algemeen) Bij nieuwe ontwikkelingen worden natuurwaarden en biodiversiteit zo veel mogelijk versterkt door invulling te geven aan de principes voor natuurinclusief bouwen. Uitgangspunt daarbij is dat minimaal wordt voldaan aan een ondergrens van 30 punten zoals opgenomen in het Handboek natuurinclusief
78
Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
bouwen en ontwerpen. Over de wijze waarop hier invulling aan kan worden gegeven wordt advies gevraagd aan een stadsecoloog van de gemeente. Beeldbepalende bomen (locatie specifiek) Bij nieuwe ontwikkelingen wordt rekening gehouden met beeldbepalende bomen, waarbij uitgangspunt is om deze bomen in te passen in het ontwerp en de inpasbaarheid te toetsen door het stappenplan zoals beschreven in het Verkennend bomenonderzoek Schinkelkwartier te doorlopen. Maatregelen en spelregels op basis van nadere keuze Op basis van de uitwerking van de nadere keuze voor groen in deel C zijn eventuele (aanvullende) maatregelen en spelregels geformuleerd.
5.3.6 Effectbeoordeling na maatregelen en spelregels Op basis van bovenstaande maatregelen en spelregels voor landschap, groen en natuur verbeteren voor de meeste aspecten de scores ten opzichte van de initiële effectbeoordeling. Deze verbeterde scores zijn in onderstaande tabel samengevat. Voor de aspecten landschap en groen verandert de score na maatregelen en spelregels niet. De uitwerking van de nadere keuze voor de groenstructuur leidt met bijbehorende (aanvullende) maatregelen en spelregels in deel C tot een aangepaste effectbeoordeling. Aspect
Beoordelingscriterium
Landschap
Impact op landschappelijk groen Mate waarin aan de referentienorm Groen groen wordt voldaan Gebiedsbescherming Impact op beschermde natuurgebieden Soortenbescherming Impact op beschermde soorten Bomen Impact op beeldbepalende bomen Tabel 5.10 – Effectbeoordeling na maatregelen en spelregels
Initiële effectbeoordeling 0/-
Effectbeoordeling na maatregelen en spelregels 0/-
-
-
0/0/0/-
0 0 0
Cultuurhistorie en archeologie 5.4.1 Beoordelingskader In het kader van het OER is onderzoek gedaan naar cultuurhistorische en archeologische waarden. Deze rapporten zijn opgenomen in bijlage 7 bij het OER. De effecten van de transformatie en de impact op de ambities zijn aan de hand van de criteria in onderstaande tabel beoordeeld. Aspect Beoordelingscriterium Cultuurhistorie Impact op cultuurhistorische waarden Archeologie Impact op archeologische waarden Tabel 5.11 – Beoordelingskader cultuurhistorie en archeologie
Methodiek Kwalitatief Kwalitatief
5.4.2 Huidige situatie en referentiesituatie Cultuurhistorie Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dienen cultuurhistorische waarden nadrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van ruimtelijke plannen. Bij cultuurhistorische waarden gaat het over
79
Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
structuren en bebouwing die een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. Deze waarden bepalen veelal de identiteit van een gebied en bieden aanknopingspunten voor gebiedsontwikkeling. Ontstaansgeschiedenis Schinkelkwartier bestond tot het begin van de twintigste eeuw grotendeels uit grasland met bijbehorende poldersloten, waarbij uitsluitend langs de middeleeuwse Sloterweg bebouwing aanwezig was. Een tweede belangrijke historische verbinding is het Jaagpad langs de Schinkel tussen de Sloterkade en de Nieuwe Meer, die voor het voortrekken van zeilschepen maar ook als wandelroute werd gebruikt.
Figuur 5.27 – Spijttellaantje (1928)
Figuur 5.28 – Generaal Vetterstraat (1934)
Op de locatie van de voormalige buitenplaats Huis te Vraag werd eind negentiende eeuw een begraafplaats aangelegd. Begin twintigste eeuw werd op de hoek met de Sloterweg de villa van scheepsbouwer Spijdel, waarnaar het latere Spijtellaantje is vernoemd, gebouwd. Parallel aan het Spijtellaantje (zie figuur 5.27) werd in de jaren twintig de Generaal Vetterstraat aangelegd, waaraan rijtjeshuizen werden gebouwd (zie figuur 5.28). Met de vestiging van betonpalenfabriek De Waal werd ten zuiden van de begraafplaats bebouwing gerealiseerd en infrastructuur aangelegd.
Figuur 5.29 – Zandoverslag Valschermkade (1953)
Figuur 5.30 – EAKB Riekerhaven (1954)
In het AUP (1935) werd Schinkelhaven bestemd als industrieterrein. Tussen 1938 en 1941 werd in het noordelijk deel van het terrein het Nationaal Luchtvaartlaboratorium gebouwd. In 1950 werd het Uitbreidingsplan industrieterrein Schinkel vastgesteld. Op basis daarvan werd een gridvormige stedenbouwkundige structuur en een insteekhaven gerealiseerd. In de daaropvolgende jaren vestigden
80
Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
zich diverse bedrijven in Schinkelhaven, waaronder een zandoverslag aan de zuidzijde (zie figuur 5.29) en het Eerste Amsterdamse Kalkmortel Bedrijf aan de noordzijde van de insteekhaven (zie figuur 5.30). Deelgebied Riekerpark was in het AUP bestemd als woongebied. Dit gebied werd in opeenvolgende structuurplannen aangeduid als groen en uiteindelijk in gebruik genomen als sportpark (zie figuur 5.31). Na een wijziging van het AUP vestigde eind jaren vijftig computerfabrikant IBM zich in het plangebied, met eerst een hoofdvestiging aan de Aletta Jacobslaan, gevolgd door bedrijfshallen, onder meer voor de assemblage van typemachines, ten zuiden daarvan. In 1977 werd het hoofdkantoor van IBM gebouwd in de zuidpunt van deelgebied Nieuwe Meer Oost.
Figuur 5.31 – Sportpark Riekerhaven (1985)
Figuur 5.32 – IBM terrein en ACTA gebouw (1987)
De bebouwing in deelgebied Sloterstrip is grotendeels in de jaren zestig en zeventig gerealiseerd. Opvallend is het langwerpige gebouw van het voormalige Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) aan de Louwesweg (zie figuur 5.32, midden rechts). Deelgebied De Plantijn is, als onderdeel van Slotervaart Zuid, ontwikkeld als gebied met diverse zorginstellingen. Eind jaren negentig werd Rieker Business Park (Nieuwe Meer West) ontwikkeld als zichtlocatie voor kantoren langs de A4. Cultuurhistorisch waardevolle structuren In Schinkelkwartier, maar vooral langs de randen van het plangebied, bevinden zich structuren die vanuit cultuurhistorisch oogpunt waardevol zijn en bij de gebiedsontwikkeling benut kunnen worden. Hieronder volgt een beschrijving van deze waardevolle structuren en worden aanknopingspunten benoemd voor de gebiedsontwikkeling, zoals opgenomen in de Cultuurhistorische verkenning (zie bijlage 7a). Sloterweg De middeleeuwse Sloterweg stopt in de huidige situatie bij de Johan Huizingalaan en is alleen tussen de Ringvaart en de Johan Huizingalaan nog als zodanig ervaarbaar. De boerderijen en landarbeidershuisjes wijzen op het oorspronkelijk agrarische karakter van het gebied. In de verbinding tussen Schinkelkwartier en de gebieden ten westen daarvan kan de Sloterweg aan de gebiedsontwikkeling een eigen identiteit verlenen.
In het geval de Sloterweg in de toekomst zou worden doorgetrokken dan kan worden overwogen om het profiel van het bestaand tracé als uitgangspunt te nemen. Jaagpad Het Jaagpad langs de Schinkel (zie figuur 5.33) is aangelegd om zeilschepen voort te trekken (‘jagen’) met behulp van paarden- en mankracht. Het Jaagpad is cultuurhistorisch gezien een belangrijke verbinding tussen Huis te Vraag tot aan de brug over de Ringvaart. Een groot deel van het tracé van het Jaagpad is nog herkenbaar en moet bij de gebiedsontwikkeling Schinkelkwartier worden behouden.
81
Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Figuur 5.33 – Jaagpad langs Schinkel (1910)
Figuur 5.34 – Begraafplaats Huis te Vraag
Huis te Vraag De begraafplaats Huis te Vraag is een in cultuur gebracht perceel in een groene omgeving (zie figuur 5.34). Omdat het als geheel in één hand bleef, heeft het gebied weerstand kunnen bieden aan de stedelijke ontwikkelingen in de directe omgeving. De langzame transformatie van een plek van herinnering naar een plek van bezinning maakt de begraafplaats samen met het zuidelijk gelegen weiland tot een uniek ensemble in de cultuurgeschiedenis van Amsterdam, dat behouden moet blijven. Woonbuurt Generaal Vetterstraat De dorpsachtige bebouwing aan de Generaal Vetterstraat en het Spijtellaantje aan de westzijde vormt een pré-stedelijke enclave die door de stedenbouwkundige aanhechting aan de Hoofddorppleinbuurt stevig verankerd is aan de stadsrand. Uitgangspunt is om de rooilijnen van de woonbebouwing langs de Generaal Vetterstraat en het Spijtellaantje te behouden. Industrieterrein Schinkel De rooilijnen en insteekhavens houden de oorspronkelijke gridvormige structuur van industrieterrein Schinkel leesbaar en worden om die reden bij voorkeur zo veel mogelijk gehandhaafd (zie figuur 5.35).
Figuur 5.35 – Gridvormige structuur industrieterrein Schinkel
82
Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Door het contrast tussen het groen rond Huis te Vraag en industrieterrein Schinkel, de structuur en de gevarieerde bebouwing als uitgangspunt voor de transformatie te hanteren, kan Schinkelhaven zijn identiteit en historische gelaagdheid behouden. De bestaande zandtrechter bij de Valschermkade kan bij de transformatie mogelijk een rol spelen om het industriële verleden van het gebied te benadrukken. Johan Huizingalaan In het ontwerp voor Tuinstad Slotervaart kreeg de Johan Huizingalaan de functie van een stadstraat. Voorbij de Plesmanlaan is van dat concept weinig meer te merken. Mogelijk kan de Johan Huizingalaan in de gebiedsontwikkeling deze functie alsnog gaan vervullen. Siegerpark Dit park, gelegen direct ten westen van het plangebied, is vernoemd naar opdrachtgever dr. W. Sieger. Hij liet het park inrichten als een bij-vriendelijke tuin in de Engelse landschapsstijl. Het park past naadloos in de landelijk sfeer van de bebouwing langs de Sloterweg. Bij de aanleg van de A4 ging een aanzienlijk deel van het park verloren. In de jaren vijftig heeft de familie Sieger de grond aan de gemeente verkocht, op voorwaarde dat het altijd de functie van park zou behouden. Tuin IBM-kantoor Het getrapt oplopend IBM-kantoor is alzijdig ontworpen in samenhang met de als omgevingskunst vormgegeven tuin eromheen.
Door zijn vrije, geïsoleerde ligging heeft het gebouw de betekenis van een baken in het te ontwikkelen gebied. De tuin is deels geometrisch aangelegd en deels ruig natuurgebied dat via de onderdoorgang van de A4 in directe verbinding staat met de noordoever Nieuwe Meer. Noordoever Nieuwe Meer De geschiedenis van de noordoever Nieuwe Meer wordt gekenmerkt door half uitgewerkte plannen en toevallige infrastructurele ingrepen die het gebied doorkruisen. Het gebied bezit echter de potentie om te worden ontwikkeld tot een samenhangend groengebied met een belangrijke recreatieve functie voor Schinkelkwartier, waarbij gebruik wordt gemaakt van de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteit. Cultuurhistorische waardevolle bebouwing Naast cultuurhistorisch waardevolle structuren is in Schinkelkwartier ook cultuurhistorisch waardevolle bebouwing aanwezig. Meerdere gebouwen zijn opgenomen op waarderingskaarten voor de 19e eeuwse Ring, Gordel 20-40 en AUP. De waardering van bebouwing is gebaseerd op kwaliteit van de typologie, architectonische uitwerking, plaats binnen het ensemble en de bijdrage aan de stedenbouwkundige context. De waardering loopt op van basisorde naar orde 3 (oranje), orde 2 (rood) en orde 1 (paars). Bij orde 1 gaat het veelal om monumenten of monumentwaardige bebouwing.
Ook de stedenbouwkundige waarde van de straten en pleinen zijn aangeduid, oplopend van basisorde naar zone A. Op de waarderingskaart 19e eeuwse Ring en Gordel 20-40 is de bebouwing in de woonbuurt Generaal Vetterstraat/Spijtellaantje en het NLR gewaardeerd. De Generaal Vetterstraat en de Rijnsburgstraat hebben een zone B waardering (zie figuur 5.36). Enkele gebouwen in Schinkelkwartier zijn opgenomen op de waarderingskaart AUP (zie figuur 5.37). In 2017 is Monumenten en Archeologie in opdracht van de gemeenteraad gestart met het inventariseren en waarderen van naoorlogs erfgoed tot 1985, inclusief kantoren, havens en bedrijventerreinen, zodat ook met gebouwen uit deze periode zorgvuldig wordt omgegaan. Op de concept waarderingskaart voor kantoren, havens en bedrijventerreinen 1965-1985 hebben diverse gebouwen in Schinkelkwartier een orde
83
Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
2 (rood) of orde 3 (oranje) waardering gekregen. Deze concept waarderingskaart (zie figuur 5.38, versie 2020) is inmiddels op onderdelen aangepast en wordt naar verwachting in 2023 vastgesteld.
Figuur 5.36 – Waardering 19e eeuwse Ring / Gordel 20-40
Figuur 5.37 – Waardering AUP
Figuur 5.38 – Concept waardering kantoren, havens en bedrijventerreinen tot 1985
Monumentale gebouwen In het plangebied zijn diverse monumentale gebouwen aanwezig, die op de waarderingskaarten als orde 1 zijn opgenomen. Twee gebouwen zijn aangewezen als rijksmonument (hoofdgebouw en tunnelgebouw NLR). Vier gebouwen en begraafplaats Huis te Vraag zijn aangewezen als gemeentelijk monument. Voor het wijzigen van monumentale bebouwing is een omgevingsvergunning vereist. Nationaal Luchtvaartlaboratorium (Anthony Fokkerweg 2) Het hoofdgebouw en het tunnelgebouw van het Nationaal Luchtvaartlaboratorium (inmiddels Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum genaamd), ontworpen door H. Maaskant en W. van Tijen, zijn tussen 1938 en 1941 gebouwd. De panden, aangewezen als rijksmonument (zie figuur 5.39), zijn van belang vanwege de architectonische waarde, het gecombineerd gebruik van traditionele en moderne materialen en de cultuurhistorische waarde voor de ontwikkeling van de luchtvaart- en vliegtuigbouw in Nederland.
84
Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Voormalig kantoorgebouw Betonpalenfabriek De Waal (Generaal Vetterstraat 75-77) Het bedrijfsgebouw uit 1959-1962 aan de Generaal Vetterstraat 75-77 heeft stedenbouwkundige waarde omdat de ligging op de punt van de kavel geheel benut is in de architectonische uitwerking van het plan (zie figuur 5.40). Het complex, ontworpen door M. Stam, heeft daarnaast architectonische waarde (karakteristiek bedrijfsgebouw) en cultuurhistorische waarde (gebouwd in opdracht van uitvinder pulspaal-funderingstechniek).
Figuur 5.39 – Nationaal Luchtvaartlaboratorium
Figuur 5.40 – Kantoor Betonpalenfabriek De Waal
Figuur 5.41 – Entree begraafplaats Huis te Vraag
Figuur 5.42 – Villa van Spijtel
Huis te Vraag en aangrenzend weiland (Rijnsburgstraat 51) Het ensemble Begraafplaats Huis te Vraag omvat het ontvangstgebouw, de gehele begraafplaats met graven en grafstenen, groenvoorziening, het toegangshek en het portiersgebouw (zie figuur 5.41). Het zuidelijk gelegen weidegebied is van belang voor de cultuurhistorie. De begraafplaats dankt haar naam aan een 19e-eeuwse buitenplaats op deze plek. De begraafplaats, aangelegd in 1891, is tot de sluiting in 1962 een familiebegraafplaats voor protestantse burgers geweest. De begraafplaats vormt samen met het zuidelijk gelegen weiland een uniek gegeven in de cultuurgeschiedenis van Amsterdam. Boerderij Villa van Spijtel (Rijnsburgstraat 75) Rijnsburgstraat 75 werd eind negentiende eeuw als boerderij gebouwd aan de toenmalige Sloterweg. De boerderij kreeg de bijnaam ‘Villa van Spijtel’, naar de scheepsbouwer en opdrachtgever L.D. Spijdel (zie figuur 5.42). Het pand heeft geen bijzondere architectonische betekenis, maar is wel van belang als onderdeel van een waardevol pre-stedelijk ensemble tussen Rijnsburgstraat, Schinkel en Spijtellaantje.
85
Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Christelijke MTS (Vlaardingenlaan 25) Het schoolcomplex uit 1973, ontworpen door J.B. Ingwersen, bestaat uit een rechthoekig bouwvolume van drie bouwlagen en zes kleinere bouwvolumes van een enkele bouwlaag gelegen aan twee gangen (zie figuur 5.43). Het hoofdgebouw bevat de hoofdentree, de aula en het hoofdtrappenhuis. De verschillende bouwdelen hebben elk eigen architectonische kwaliteiten. Een belangrijke kwaliteit in ieder bouwdeel is de sterke verticale geleding van de gevels met betonnen schijven die voor de vensters staan. Hoofdkantoor IBM (Johan Huizingalaan 765) Het hoofdkantoor van IBM uit 1977, ontworpen door W.T. Ellerman van bureau Lucas & Niemeijer, is een baken in het bedrijfsgebied in de westelijke curve van de spoorlijn (zie figuur 5.44). Het getrapt oplopend gebouw is alzijdig ontworpen en is samengesteld uit bouwvolumes van afwisselende afmetingen. De gevels zijn ontworpen volgens een vergelijkbaar strak grid, met een samenstelling van afgeronde kubusachtige vormen. Uit de beschrijving van het monument wordt niet duidelijk in hoeverre de omliggende tuin en waterpartijen (ontwerp: Han Petri) onder de bescherming van het complex valt.
Figuur 5.43 – Christelijke MTS
Figuur 5.44 – Hoofdkantoor IBM
Overige cultuurhistorisch waardevolle gebouwen Op de concept waarderingskaart kantoren, havens en bedrijventerreinen (1965-1985) zijn gebouwen in Schinkelkwartier als orde 1 en 2 gewaardeerd. Hieronder wordt deze bebouwing beschreven. Nationaal Luchtvaartlaboratorium (Anthony Fokkerweg 2) De elektriciteitscentrale en de westvleugel van het NLR, ook ontworpen door Maaskant en Van Tijen, werden vanwege WOII aan het einde van de jaren veertig gebouwd (zie figuur 5.45). Deze gebouwen sluiten qua vormentaal zodanig aan op het hoofd- en windtunnelgebouw dat van één complex kan worden gesproken. Deze delen zijn niet aangewezen als rijksmonument, maar hebben wel een beoogde orde 1 waardering. Bedrijfsgebouw De Generaal (Generaal Vetterstraat 76) Dit middelhoge bedrijfsgebouw uit 1956 is in gebruik geweest bij de Rietveld Academie (zie figuur 5.46). Later is het gebouw gerenoveerd en herbestemd tot bedrijfsverzamelgebouw ‘De Generaal’. De kenmerkende architectonische details zoals de luifel zijn hierbij behouden gebleven. De architect is onbekend. De beoogde waardering is orde 1. Bedrijfsgebouw Bull (Vliegtuigstraat 26-28/Pilotenstraat 22-24) Relatief goed bewaard bedrijfsgebouw uit begin jaren vijftig (zie figuur 5.47). Het gebouw heeft een Uvormige plattegrond. De voorgevel aan de Vliegtuigstraat is voorzien van drie risalieten, één in het midden
86
Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
en één op elke hoek. Oorspronkelijk was het gebouw onderdeel van het complex van computerfabrikant Bull, waartoe ook het achtergelegen hogere kantoorgebouw behoorde. De beoogde waardering is orde 2.
Figuur 5.45 – NLR-complex in 1952 (bron: NLR)
Figuur 5.46 – Bedrijfsgebouw De Generaal
Figuur 5.47 – Bedrijfsgebouw Bull
Fabrieksgebouw Simplex (Pilotenstraat 35-45, Vliegtuigstraat 25) Het voormalige fabrieksgebouw van rijwielfabrikant Simplex, naar een ontwerp van de gebroeders G.J. en A.J. Langhout werd in 1952 in gebruik genomen. Het complex bestaat uit twee haaks verbonden kantoorgebouwen op de kop van het blok en zes geschakelde langshallen met sheddaken. Bij de herbestemming tot bedrijfsverzamelgebouw zijn er binnenplaatsen gecreëerd, maar is het oorspronkelijke ontwerp goed bewaard gebleven. De beoogde waardering op de concept waarderingskaart is orde 2. Schrijfmachinefabriek IBM (Johan Huizingalaan 759-763) Het complex van de schrijfmachinefabriek van IBM is in drie fases tot stand gekomen en ontworpen door D. van Mourik en J.W. du Pon. De eerste en derde fase bestaan uit een laagbouw ten behoeve van de schrijfmachinefabrieken uit respectievelijk 1969 en 1974. De tweede fase betreft een tien lagen hoog gebouw uit 1972. Het als abstract, kubische vorm ontworpen kantoorgebouw waartegen de vluchttrappen
87
Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
als sculpturen zijn aangezet is met de toepassing van getint glas typerend voor de jaren zeventig. De beoogde waardering van deze gebouwen op de concept waarderingskaart is orde 2. Bedrijfsgebouw Nederlandse Radiateurenfabriek (Anthony Fokkerweg 53-57) Dit bedrijfspand uit 1955 is door M.P. Capelle ontworpen voor de Nederlandse Radiateurenfabriek. Het betreft een typologisch kenmerkend ontwerp voor dit soort bedrijfsterreinen en daarmee representatief voor de historische identiteit van het gebied. Naderhand zijn diverse wijzigingen uitgevoerd. De beoogde waardering op de concept waarderingskaart was aanvankelijk orde 2, maar in verband met de recente sloop van een deel van de bebouwing is dit afgewaardeerd tot orde 3. Slotervaart ziekenhuis (Louwesweg 6) De bouw van het Slotervaartziekenhuis, ontworpen door B.J. Odink/Dienst Publiek Werken, begon in 1971. De kruisvormige opzet van de torens was typerend voor de ziekenhuisbouw in de jaren zeventig. Door de dwars op deze vleugels geplaatste laagbouwen zijn vier hoven ontstaan. De brutalistische vormgeving van betonplaten, zorgt samen met de scherp belijnde, rechthoekige laagbouwen voor een sculpturale en introverte architectuur die typerend is voor de jaren zeventig. De beoogde waardering is orde 2.
Kantoorpand De Schinkel (Rijnsburgstraat 9-11) Kantoorcomplex met grindbetonnen gevelbekleding, dat kenmerkend is voor de bouwperiode van de jaren zestig en het oeuvre van architect A. Staal. Stedenbouwkundig en als volume-opzet interessant met opengewerkte entreezone en typische Staal-kenmerken zoals vleugels op dak en overstek toren op onderbouw aan waterkant. Archeologie Vanaf de twaalfde eeuw ontstond de eerste lintbewoning langs de Sloterweg. Met de snelle groei van Amsterdam ontwikkelde de Sloterweg zich van een eenvoudig pad op een veendijk tot een belangrijke stedelijke ontsluitingsweg. Tot in de twintigste eeuw had het plangebied een landelijk karakter, met als enige bebouwing boerderijen en landhuizen langs de Sloterweg (zie figuur 5.48).
Figuur 5.48 – Lintbewoning langs Sloterweg (circa 1700)
In de jaren twintig van de twintigste eeuw zijn de eerste boerderijen langs de Sloterweg gesloopt voor stadsuitbreiding. In de decennia daarna werd alle aanwezige bebouwing afgebroken en werd het
88
Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
polderland gereed gemaakt voor bebouwing en infrastructuur door dit met zand op te hogen. Eventuele archeologische sporen zijn daardoor afgedekt door een ophogingspakket van circa 1,5 meter. De Sloterweg is ten westen van het plangebied nog aanwezig, maar is in Schinkelkwartier alleen nog herkenbaar in de eigendomsgrenzen. Uit archeologisch bureauonderzoek (zie bijlage 7c) volgt dat de bewoningszone van 75 meter langs de Sloterweg een hoge archeologische verwachtingswaarde heeft (zie figuur 5.49). Dit duidt op een dichtere verspreiding van archeologische resten met een onderlinge samenhang. Hier kunnen bewoningssporen voorkomen zoals huisterpen, funderingen, erfafscheidingen, ophogingslagen en materiële losse vondsten.
Figuur 5.49 – Archeologische beleidskaart
Direct ten westen van de Schinkel, rondom de locatie van de middeleeuwse buitenplaats Huis te Vraag, hebben enkele kleinere zones een hoge verwachtingswaarde. Deze houden direct verband met bewoningsactiviteiten sinds de middeleeuwen. Na de sloop van de buitenplaats werd het terrein eind negentiende eeuw opgehoogd met 3 meter zand en in gebruik genomen als begraafplaats. Voor het grootste deel van het plangebied is sprake van recente verstoringen door grondverzet, ophogingen en infrastructuur. Aangezien daar de oorspronkelijke veenbodem is vergraven zijn hier geen relevante archeologische sporen te verwachten.
5.4.3 Omgevingseffecten Cultuurhistorie De transformatie van Schinkelkwartier kan impact hebben op de aanwezige cultuurhistorisch waardevolle structuren en bebouwing. Deze waarden kunnen worden aangetast als hier in de planvorming
89
Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
onvoldoende rekening mee wordt gehouden. Monumentale bebouwing in het plangebied (orde 1) is beschermd en wordt behouden. Dat is ook het uitgangspunt voor monumentwaardige gebouwen met een orde 1 waardering op de concept waarderingskaart Kantoren, havens en bedrijventerreinen (1965-1985). Voor gebouwen met een orde 2 en 3 waardering op die kaart geldt dat deze waardering als een signalering moet worden gezien om bij ontwikkel- en eventuele sloopplannen eerst nader onderzoek te doen naar de cultuurhistorische waarden. Dit betekent dat deze panden niet hetzelfde beschermingsniveau hebben als monumentale orde 1 panden en niet zondermeer behouden blijven. Het omgevingseffect is negatief (-) beoordeeld, omdat het behoud van de beschreven cultuurhistorische waarden niet volledig is geborgd. Archeologie Zonder het treffen van maatregelen kan de transformatie van Schinkelkwartier gevolgen hebben voor de archeologische waarden in het gebied. Voor het overgrote deel van het plangebied geldt dat er geen archeologische verwachtingswaarde geldt en er om die reden geen archeologisch bodemonderzoek nodig is. In de zone rondom het tracé van de voormalige Sloterweg is wel sprake van een hoge archeologische verwachtingswaarde. Dat geldt ook voor enkele zones rondom begraafplaats Huis te Vraag.
Omdat zonder maatregelen in een beperkt gedeelte van Schinkelkwartier wel sprake is van mogelijke aantasting van archeologische waarden, is dit aspect licht negatief (0/-) beoordeeld.
5.4.4 Initiële effectbeoordeling Toetsing omgevingseffecten Doelstelling bij de transformatie is dat cultuurhistorisch waardevolle structuren en bebouwing zo veel mogelijk behouden blijven en worden ingebed in de nieuwe omgeving. De impact op cultuurhistorische waarden is negatief (-) beoordeeld, omdat het behoud van cultuurhistorisch waardevolle structuren en bebouwing niet volledig is geborgd. Voor de impact op archeologische waarden geldt een licht negatieve (0/-) beoordeling, aangezien de transformatie zonder maatregelen effect kan hebben. Dit leidt tot de volgende tabel. Aspect Beoordelingscriterium Cultuurhistorie Impact op cultuurhistorische waarden Archeologie Impact op archeologische waarden Tabel 5.12 – Initiële effectbeoordeling cultuurhistorie en archeologie
Omgevingseffect 0/-
Toetsing ambities De aanwezige cultuurhistorisch waardevolle structuren en bebouwing laten de ontstaansgeschiedenis van Schinkelkwartier zien en dragen daarmee bij aan de identiteit van het gebied. Door deze structuren en bebouwing te behouden blijft deze identiteit behouden. Zonder het treffen van nadere maatregelen en spelregels is het behoud van de cultuurhistorisch waardevolle structuren en sommige cultuurhistorisch waardevolle bebouwing onvoldoende geborgd. Dat is negatief voor de ambitie ruimtelijke kwaliteit. Aan de andere kant zou het strikt beschermen van alle beschreven cultuurhistorische waarden een negatieve impact op de ambitie stedelijkheid kunnen hebben, omdat de verdichtingsopgave op die locaties mogelijk onder druk komt te staan. De negatieve impact op ruimtelijke kwaliteit leidt tot het maken van een nadere keuze voor de omgang met cultuurhistorische waarden. Archeologische waarden kunnen ook bijdragen aan de identiteit van het gebied. De archeologische waarden hebben echter geen noemenswaardige impact op de ambitie ruimtelijke kwaliteit en de overige ambities. Vandaar dat de score voor archeologie neutraal is en een nadere keuze niet nodig is.
90
Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
5.4.5 Nadere keuzes, maatregelen en spelregels Nadere keuzes Uit de effectbeoordeling komt een negatieve score, omdat het behoud van cultuurhistorische waarden niet volledig is geborgd. Daarnaast is sprake van een negatieve impact op de ambitie ruimtelijke kwaliteit. Daarom is een nadere keuze nodig voor de omgang met cultuurhistorische waarden. Nadere keuze omgang cultuurhistorie Doelstelling voor Schinkelkwartier is om ruimte te bieden voor verdichting maar ook cultuurhistorische waarden zo veel mogelijk te behouden. Om dit nader af te wegen is voor de omgang met cultuurhistorie een nadere keuze nodig.
Maatregelen Stedenbouwkundige inpassing cultuurhistorisch waardevolle structuren De gemeente houdt in het stedenbouwkundig kader en de daaropvolgende planfase rekening met de cultuurhistorisch waardevolle structuren zoals beschreven in de cultuurhistorische verkenning Schinkelkwartier (zie bijlage 7a bij het OER). Spelregels Stedenbouwkundige zone (locatie specifiek) Bij nieuwe ontwikkelingen wordt rekening gehouden met het uitgangspunt handhaving van de ruimtelijke structuur, het historisch straatbeeld, groenvoorziening en waterpartijen en wordt advies gevraagd aan de gemeente (Monumenten en Archeologie). Rijks- en gemeentelijke monumenten (locatie specifiek) Bij nieuwe ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de bepalingen voor bescherming van rijks- en gemeentelijke monumenten zoals opgenomen in de Erfgoedwet en gemeentelijke erfgoedverordening en wordt in geval van restauratie advies gevraagd aan de gemeente (Monumenten en Archeologie). Meldplicht (algemeen) In geval van aantreffen van archeologische waarden bij veldonderzoek of andere bodemingrepen wordt melding gedaan bij en advies gevraagd aan de gemeente (Monumenten en Archeologie) over eventuele maatregelen. Beleidsvariant 3 - niet opgehoogd (locatie specifiek) Bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 0,5 meter wordt veldonderzoek gedaan naar archeologische waarden.
Beleidsvariant 5A – opgehoogd (locatie specifiek) Bij bodemingrepen groter dan 500 m2 en dieper dan 1,5 meter wordt veldonderzoek gedaan naar archeologische waarden. Beleidsvariant 5B – opgehoogde begraafplaats (locatie specifiek) Bij bodemingrepen groter dan 500 m2 en dieper dan 3 meter wordt veldonderzoek gedaan naar archeologische waarden. Beleidsvariant 6 – niet opgehoogd (locatie specifiek) Bij bodemingrepen groter dan 500 m2 en dieper dan 0,5 meter wordt veldonderzoek gedaan naar archeologische waarden.
91
Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Beleidsvariant 9 – waterbodem (locatie specifiek) Bij bodemingrepen in waterbodem groter dan 10.000 m2 en dieper dan 1,5 meter wordt veldonderzoek gedaan naar archeologische waarden. Maatregelen en spelregels op basis van nadere keuzes Op basis van de uitwerking van de nadere keuze voor cultuurhistorie in deel C zijn eventuele (aanvullende) maatregelen en spelregels geformuleerd.
5.4.6 Effectbeoordeling na maatregelen en spelregels Bovengenoemde spelregels voor cultuurhistorie geven geen aanleiding voor een aangepaste effectbeoordeling. Op basis van bovenstaande spelregels voor archeologie verbetert de score wel ten opzichte van de initiële effectbeoordeling. De scores zijn in onderstaande tabel samengevat. De uitwerking van de nadere keuze voor cultuurhistorie leidt met bijbehorende (aanvullende) maatregelen en spelregels in deel C tot een aangepaste effectbeoordeling. Aspect
Beoordelingscriterium
Cultuurhistorie Impact op cultuurhistorische waarden Archeologie Impact op archeologische waarden Tabel 5.13 – Effectbeoordeling na maatregelen en spelregels
Initiële effectbeoordeling 0/-
Effectbeoordeling na maatregelen en spelregels 0
Bouwhoogte 5.5.1 Beoordelingskader Voor de beschrijving van de huidige situatie en referentiesituatie voor de bouwhoogte is gebruik gemaakt van informatie uit de huidige bestemmingsplannen. In het kader van het OER is onderzoek gedaan naar de toegestane bouwhoogte op grond van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol. Dit is opgenomen in bijlage 8 bij het OER. Het aspect bouwhoogte is conform onderstaande tabel beoordeeld. Aspect Beoordelingscriterium Vliegveiligheid Impact op vliegveiligheid Windhinder Mate waarin windhinder optreedt Schaduwwerking Mate waarin schaduwwerking optreedt Tabel 5.14– Beoordelingskader bouwhoogte
Methodiek Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief
5.5.2 Huidige situatie en referentiesituatie In de huidige situatie is in sommige deelgebieden van Schinkelkwartier relatief hoge bebouwing aanwezig. In Schinkelhaven is de toegestane bouwhoogte op grond van het bestemmingsplan 20 meter. Deze ruimte is slechts op een beperkt aantal locaties benut. Het kantoorgebouw aan de Rijnsburgstraat is ruim 33 meter hoog. In deelgebied Sloterstrip staan langs de A10 gebouwen van circa 25-30 meter hoog, het voormalige ACTA-gebouw is 40 meter hoog, het Corendon hotel aan de Aletta Jacobslaan is circa 30 meter hoog. Het hoogste gebouw in Nieuwe Meer Oost is het IBM-hoofdkantoor met 43 meter. De tijdelijke bebouwing in Riekerpark is 8 meter hoog. In deelgebied De Plantijn is relatief hoge bebouwing aanwezig, met het voormalig MC Slotervaart als hoogste gebouw (47 meter). De hoogste bebouwing van Schinkelkwartier is
92
Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
te vinden in deelgebied Nieuwe Meer West: hier staan enkele gebouwen van 45 tot 55 meter hoog (PWC, Mexx, Atradius en voormalig Dynatos). In de Structuurvisie Amsterdam 2040 is het huidige beleid voor hoogbouw vastgelegd. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen gebieden waar hoogbouw wordt gestimuleerd en gebieden waar hoogbouw zeer terughoudend wordt toegepast. Onder hoogbouw wordt verstaan: gebouwen vanaf 30 meter hoogte of tweemaal de hoogte in hun directe omgeving. In het bijzonder wordt ingezet op verdichting in gebieden en zones in de zuidflank, langs het waterfront en langs de A10/ringlijn. In een zone van 2 kilometer rondom de als Unesco aangewezen binnenstad wordt terughoudend met hoogbouw omgegaan (zie figuur 5.50).
Figuur 5.50 – Hoogbouwvisie Amsterdam
Schinkelkwartier valt voor een deel in de zone langs infrastructuur bundel (paarse aanduiding). In die zone wordt ingezet op verdichting en toepassing van hoogbouw met name rond OV-knooppunten. Daarbij wordt een gedifferentieerd hoogbouwmilieu beoogd, met ensembles van circa 60 meter hoogte bij de knooppunten. In het hoogbouwbeleid wordt het opstellen van een hoogbouweffectrapportage (HER) voor initiatieven met een bouwhoogte hoger dan 30 meter aanbevolen. Daarmee worden onder andere de effecten van hoogbouw op bezonning, windhinder, privacy, sociale veiligheid en hoogtebeperkingen vanwege Schiphol in beeld gebracht. Op basis van een HER kunnen waar nodig maatregelen worden getroffen om negatieve effecten weg te nemen of te beperken. Momenteel wordt een nieuw hoogbouwbeleid voorbereid, waarin voor Schinkelkwartier binnen de kaders van het LIB wordt voorzien in ruimte voor bebouwing hoger dan 30 meter. Vliegveiligheid Schinkelkwartier ligt in de nabijheid van luchthaven Schiphol. Om de vliegveiligheid te waarborgen zijn in een gebied rondom de luchthaven hoogtebeperkingen van kracht, die zijn opgenomen in het Luchthavenindelingbesluit (LIB) Schiphol. Op grond van het LIB geldt een maatgevende toetshoogte en een toetshoogte radar. De hoogte van nieuwe gebouwen, overige bouwwerken en tijdelijke objecten moet hieraan worden getoetst.
Doorsnijding van een toetshoogte is onder voorwaarden mogelijk.
93
Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
De maatgevende toetshoogte loopt ter plaatse van Schinkelkwartier op van +17 meter NAP in het zuidwestelijk deel van het plangebied tot +48 meter NAP in het noordoostelijk deel van het plangebied. Objecten hoger dan de maatgevende toetshoogte (zie figuur 5.51) zijn alsnog mogelijk als hiervoor door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) een verklaring van geen bezwaar (vvgb) is verleend. Een vvgb wordt door ILT alleen afgegeven als uit toetsing aan diverse beschermingsvlakken blijkt dat de vliegveiligheid niet in gevaar komt.
Figuur 5.51 – Maatgevende toetshoogte LIB
De maatgevende toetshoogte is opgebouwd uit diverse vlakken. Sommige van deze vlakken vormen harde grenzen (zoals noodklimvlakken, naderingsvlakken en obstakelvrije ruimte), andere vlakken zijn zachter (zoals het horizontale binnenvlak). Het horizontale binnenvlak ligt voor grofweg de zuidwestelijke helft van Schinkelkwartier op 41 meter hoogte, in Schinkelhaven en een deel van Sloterstrip ligt dit hoger.
Figuur 5.52 – Afscherming bestaande bebouwing
94
Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Doorsnijding van het horizontale binnenvlak is niet toegestaan, tenzij het obstakel wordt afgeschermd door een bestaand gebouw of met een luchtvaartstudie wordt aangetoond dat de veiligheid en continuïteit van het vliegverkeer gewaarborgd zijn. Het doorsnijden van een klim- of naderingsvlak kan alleen als sprake is van afschermende werking. Het NLR heeft deze afschermende werking van bestaande gebouwen in Schinkelkwartier in beeld gebracht (zie figuur 5.52). De toetshoogte in verband met radar loopt ter plaatse van Schinkelkwartier op van +35 meter NAP in het zuidwesten tot +44 meter NAP in het noordoosten (zie figuur 5.53). Objecten hoger dan deze toetshoogte zijn alleen toegestaan als Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) een positief radaradvies heeft afgegeven. De ILT levert mede op basis van de input van LVNL een advies over het plan in relatie tot een veilige werking van de radar. Het resulterende advies is bindend. De procedure voor radar kan meelopen in een aanvraag van een vvgb.
Figuur 5.53 – Toetshoogte radar LIB
Windhinder Er is geen wetgeving ter voorkoming van windhinder of windgevaar. Windhinder treedt op als gevolg van verhoogde windsnelheden rond hoge gebouwen, waardoor het verblijf in de directe omgeving van deze gebouwen onaangenaam of zelfs gevaarlijk kan zijn. In geval van bebouwing hoger dan 30 meter moet onderzoek worden gedaan naar mogelijke windhinder. De beoordeling van het windklimaat vindt plaats aan de hand van criteria zoals voorgeschreven in de Nederlandse norm NEN 8100 ‘Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving’. Daarbij worden de uurgemiddelde windsnelheden (m/s) gerelateerd aan de overschrijdingskans in percentage van uren per jaar. Op basis daarvan wordt voor verschillende situaties en activiteiten een beoordeling van het windklimaat gegeven (slecht, matig, goed). In de huidige situatie en de referentiesituatie is rond bestaande bebouwing in Schinkelkwartier mogelijk sprake van een zekere mate van windhinder. Windhinder wordt met name relevant in de plansituatie. Uitgangspunt van de transformatie is verdichting, waarbij meer hoge bebouwing zal worden gerealiseerd. Bovendien is het windklimaat in een gemengd woon-werkgebied relevanter dan in een werkgebied, omdat de openbare ruimte intensiever en anders wordt gebruikt.
95
Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Schaduwwerking Er is geen wet- en regelgeving voor bezonning of ter voorkoming van schaduwwerking. Wel bestaan er de zogenaamde 'lichte' en 'strenge' TNO-norm voor bezonning van woonkamers. Volgens de afgeleide Amsterdamse versie van de lichte TNO-norm is er sprake van een voldoende bezonning bij tenminste 2 mogelijke bezonningsuren/dag in de periode van 21 maart tot en met 21 oktober (gedurende acht maanden) ter plaatse van het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam. Om de schaduwwerking van gebouwen te bepalen, dient ook te worden beoordeeld op twee maatgevende data in juni en september. In de huidige situatie en de referentiesituatie is in de omgeving van bestaande bebouwing in Schinkelkwartier mogelijk sprake van een zekere mate van schaduwwerking. Schaduwwerking wordt echter met name relevant in de plansituatie. Uitgangspunt van de transformatie is verdichting, waarbij meer hoge bebouwing zal worden gerealiseerd. Bovendien geldt net als bij het windklimaat dat de bezonning van de openbare ruimte in een gemengd woon-werkgebied relevanter is dan in een werkgebied, omdat de openbare ruimte intensiever en anders wordt gebruikt.
5.5.3 Omgevingseffecten Vliegveiligheid In Schinkelkwartier is op grond van het hoogbouwbeleid ruimte voor verdichting en toepassing van hoogbouw. De toegestane b0uwhoogte wordt echter beperkt door de maatgevende toetshoogte en toetshoogte radar uit het LIB. Het hoogbouwbeleid biedt dus ruimte voor hoogbouw, maar de beperkingen van het LIB zijn maatgevend voor de maximale bouwhoogte. Vanuit vliegveiligheid bezien is het niet wenselijk om op grote schaal hoogbouw in Schinkelkwartier te realiseren. Ook zonder hoogbouw is het in principe mogelijk om een relatief hoge bebouwingsdichtheid te realiseren. Uitgangspunt daarbij is dat uitsluitend op locaties waar dit stedenbouwkundig verantwoord is hoogteaccenten worden toegestaan. Voorwaarde is wel dat de vliegveiligheid hierdoor niet negatief wordt beïnvloed. Omdat dit niet op voorhand is geborgd wordt voor dit aspect een licht negatieve beoordeling (0/-) toegekend. Windhinder Windhinder is niet altijd geheel te voorkomen: als het stormt is de wind hinderlijk, wat voor maatregelen er ook getroffen worden. Rondom hogere gebouwen kan sprake zijn van extra windhinder omdat luwe plekken op korte afstand afgewisseld kunnen worden met plekken waar door situering van gebouwen de wind sterker is. Daarbij geldt dat de gevoeligheid van de mens voor wind sterk afhankelijk is van de activiteit waarmee men bezig is.
Bij hogere windsnelheden kan tevens sprake zijn van gevaarlijke situatie, zoals evenwichtsverlies bij het passeren van gebouwhoeken. Omdat de transformatie van Schinkelkwartier afhankelijk is van particuliere initiatieven, geldt dat op voorhand niet duidelijk is welke bebouwing waar wordt gerealiseerd. Dit betekent dat er in deze fase nog geen inzicht gegeven kan worden in het optreden van potentiële windhinder op een specifieke plek. Wel kan met zekerheid worden gesteld dat de verdichting in Schinkelkwartier een zekere impact zal hebben op windhinder. Om die reden wordt dit aspect licht negatief (0/-) beoordeeld. Schaduwwerking Omdat de transformatie van Schinkelkwartier afhankelijk is van particuliere initiatieven, geldt net als bij windhinder dat op voorhand niet duidelijk is welke bebouwing waar wordt gerealiseerd. Dit betekent dat er in deze fase nog geen inzicht gegeven kan worden in het optreden van potentiële schaduwwerking op
96
Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
een specifieke plek. Wel kan met zekerheid worden gesteld dat als gevolg van de verdichting in Schinkelkwartier aandachtspunten ten aanzien van bezonning en schaduwwerking optreden. Om die reden wordt dit aspect licht negatief (0/-) beoordeeld.
5.5.4 Initiële effectbeoordeling Toetsing omgevingseffecten Bij het thema bouwhoogte zijn effecten te verwachten ten aanzien van vliegveiligheid, windhinder en schaduwwerking. De transformatie van Schinkelkwartier voorziet immers in een hogere bebouwingsdichtheid en meer hoge bebouwing. Veel van de effecten zijn in deze fase nog niet bekend, maar mogelijke effecten zijn niet uit te sluiten. Op basis daarvan gelden de volgende beoordelingen. Aspect
Beoordelingscriterium
Vliegveiligheid Windhinder Schaduwwerking
Impact op vliegveiligheid Mate waarin windhinder optreedt Mate waarin schaduwwerking optreedt
Omgevingseffect 0/0/0/-
Tabel 5.15 – Initiële effectbeoordeling bouwhoogte
Toetsing ambities De bouwhoogte in Schinkelkwartier is van invloed op diverse ambities. Meer hoogbouw betekent meer programma. Ondanks dat dit door de maximaal toegestane bouwhoogte enigszins wordt beperkt, is dit positief voor de ambitie stedelijkheid. De bouwhoogte heeft ook impact op de ambitie ruimtelijke kwaliteit: hoogbouw kan gevolgen voor de beleving van de openbare ruimte en landschappelijke waarden. Dit is niet per definitie negatief of positief, maar meer smaakgevoelig. Voldoende bezonning en voorkomen van onaanvaardbare schaduwwerking als gevolg van hoge bebouwing dragen ook bij aan ruimtelijke kwaliteit. Hoge bebouwing leidt echter altijd tot een zekere mate van schaduwwerking. Verder heeft hoge bebouwing mogelijk een licht negatieve impact op de ambitie gezondheid en veiligheid vanwege het ontstaan van windhinder en brandveiligheidrisico’s. Tot slot wordt ook een licht negatieve impact op de ambitie sociale inclusiviteit verwacht. Met name ouderen hebben op hogere verdiepingen minder contact op straatniveau, wat kan leiden tot meer eenzaamheid.
5.5.5 Nadere keuzes, maatregelen en spelregels Nadere keuzes Voor het thema bouwhoogte is geen sprake van (zeer) negatieve effecten of een (zeer) negatieve impact op de geformuleerde ambities. Om die reden is het niet nodig om nadere keuzes te maken. Maatregelen Nadere uitwerking bouwhoogte De gemeente werkt in het stedenbouwkundig kader en de daaropvolgende planfase de ontwerpprincipes en spelregels voor de bouwhoogte van toekomstige bebouwing in Schinkelkwartier nader uit. Spelregels Hoogbouweffectrapport (algemeen) Voor nieuwe bebouwing hoger dan 30 meter wordt een hoogbouweffectrapport (HER) opgesteld, waarmee wordt getoetst aan het gemeentelijk hoogbouwbeleid en waarin de effecten van het bouwplan op onder andere windhinder, bezonning/schaduwwerking, sociale veiligheid en de hoogtebeperkingen op grond van het LIB worden beoordeeld. Over het HER wordt advies gevraagd aan de gemeente (Ruimte en Duurzaamheid).
97
Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
Windhinder (algemeen) Bij ontwikkeling van nieuwe bebouwing met een bouwhoogte van 30 meter of hoger wordt aan de hand van een windhinderonderzoek aangetoond dat geen sprake is van onaanvaardbare windhinder of windgevaar, waarbij wordt getoetst aan NEN 8100. In geval van onaanvaardbare effecten wordt advies gevraagd aan de gemeente (Ruimte en Duurzaamheid) over eventueel benodigde maatregelen. Schaduwwerking (algemeen) Bij ontwikkeling van nieuwe bebouwing met een bouwhoogte van 30 meter of hoger wordt aan de hand van een bezonningsonderzoek aangetoond dat geen sprake is van een onaanvaardbare schaduwwerking, waarbij wordt getoetst aan de Amsterdamse afgeleide van de lichte bezonningsnorm van TNO. In geval van onaanvaardbare effecten wordt advies gevraagd aan de gemeente (Ruimte en Duurzaamheid) over eventueel benodigde maatregelen. Maatgevende toetshoogte (locatie specifiek) Nieuwe bebouwing (inclusief technische installaties) of op te hogen bestaande bebouwing mag de maatgevende toetshoogte op grond van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol niet overschrijden, tenzij een verklaring van geen bezwaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) is verkregen.
Een verklaring van geen bezwaar voor doorsnijding van het horizontale binnenvlak wordt uitsluitend verleend als de bebouwing is gelegen in de schaduw van bestaande hogere bebouwing danwel aan de hand van een luchtvaartstudie is aangetoond dat er geen negatieve gevolgen zijn voor de vliegveiligheid. Toetshoogte radar (locatie specifiek) Nieuwe bebouwing (inclusief technische installaties) of op te hogen bestaande bebouwing mag de toetshoogte radar op grond van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol niet overschrijden, tenzij een positief radaradvies van de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) is verkregen.
5.5.6 Effectbeoordeling na maatregelen en spelregels De geformuleerde spelregels op grond van de bepalingen in het LIB zorgen ervoor dat de vliegveiligheid wordt geborgd. De effectbeoordeling verbetert daarmee naar neutraal. Op basis van bovenstaande spelregels worden negatieve effecten ten aanzien van windhinder en schaduwwerking voorkomen, al kan niet worden uitgesloten dat er wel effecten optreden. Daarmee verbetert de initiële beoordeling. De scores zijn in onderstaande tabel samengevat. Aspect
Beoordelingscriterium
Vliegveiligheid Windhinder Schaduwwerking
Impact op vliegveiligheid Mate waarin windhinder optreedt Mate waarin schaduwwerking optreedt
Initiële effectbeoordeling 0/0/0/-
Effectbeoordeling na maatregelen en spelregels 0 0 0
Tabel 5.16 – Effectbeoordeling na maatregelen en spelregels
Conclusie 5.6.1 Effectbeoordeling In dit hoofdstuk zijn de effecten van de transformatie van Schinkelkwartier voor het hoofdthema duurzame inrichting in beeld gebracht. Daarbij is onderscheid gemaakt naar effecten op vijf thema’s: 1) bodem en ondergrond, 2) water, 3) landschap, groen en natuur, 4) cultuurhistorie en archeologie en 5)
98
Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier
bouwhoogte. In onderstaande tabel zijn de initiële effectbeoordeling en de effectbeoordeling na maatregelen en spelregels voor de genoemde omgevingsaspecten weergegeven. De spelregels zijn opgenomen in het spelregelkader OER (bijlage 1 OER). Thema
Aspect
Beoordelingscriterium
Impact bodemopbouw Mate van bodemverontreiniging
0 0/+
Bodem en ondergrond
Bodemopbouw Bodemkwaliteit Niet gesprongen explosieven
Score na maatregelen en spelregels 0 0/+
Impact niet gesprongen explosieven
0/+
0/+
0/-
0
-
-
0
0
-
0/-
0/-
0
0/-
0
0/-
0/-
-
-
0/-
0
0/0/-
0 0
-
-
0/0/0/-
0 0 0
0/-
0
Impact aanwezige kabels en leidingen Impact op doorstroming en Oppervlaktewater kwantiteit van oppervlaktewater Impact op bescherming tegen Waterveiligheid overstroming Water Grondwater Impact op grondwater Mate van verontreiniging van Waterkwaliteit oppervlakte- en grondwater Mate van bescherming tegen Hemelwater intensieve regenbuien Landschap Impact op landschappelijk groen Mate waarin aan de referentienorm Groen Landschap, groen wordt voldaan groen en Impact op beschermde natuur Gebiedsbescherming natuurgebieden Soortenbescherming Impact op beschermde soorten Bomen Impact op beeldbepalende bomen Impact op cultuurhistorische Cultuurhistorie Cultuurhistorie waarden en archeologie Archeologie Impact op archeologische waarden Vliegveiligheid Impact op veiligheid vliegverkeer Windhinder Mate waarin windhinder optreedt Bouwhoogte Mate waarin schaduwwerking Schaduwwerking optreedt Tabel 5.17 – Samenvattende effectbeoordeling duurzame inrichting Kabels en leidingen
Initiële score
5.6.2 Doelbereik ambities Een duurzame inrichting van Schinkelkwartier is afhankelijk van de omgang met fysieke belemmeringen en waarden. Daarbij blijkt dat deze belemmeringen en waarden met name vragen om een balans tussen de ambities stedelijkheid en ruimtelijke kwaliteit. Een duurzame inrichting van Schinkelkwartier wordt belemmerd door de huidige ontoereikende water- en groenstructuur. De verdichtingsopgave leidt tot een kwantitatieve als kwalitatieve water- en groenopgave. De verdichting van Schinkelkwartier vraagt om een nadere afweging voor het aanpassen van de water- en groenstructuur, waarbij inzet is om de huidige waterproblemen op te lossen, de referentienorm voor groen in te vullen en ecologische waarden te behouden en te versterken. Bij de ambitie om te verdichten door een hoge bebouwingsdichtheid te realiseren moet rekening worden gehouden met mogelijke negatieve effecten op ruimtelijke kwaliteit, bijvoorbeeld in de vorm van