CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 2023-244C Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

RAAD 20 december 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Aanvaarden MER Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier en vaststellen van het bestemmingsplan Overschiestraat 182 en 188 VN2023-02248532.210 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Nieuwe geluidgevoelige functies: geluidbelast oppervlak (%) Bestaande geluidgevoelige functies: verandering in geluidbelasting (dB) Mate van blootstelling aan luchtvaartgeluid Mate waarin hinder door grondgeluid optreedt Nieuwe geluidgevoelige functies: geluidbelast oppervlak (%) Bestaande geluidgevoelige functies: verandering in geluidbelasting (dB) Mate waarin trillinghinder optreedt Verandering in concentraties Verandering in concentraties Mate van blootstelling aan ultrafijnstof door wegverkeer Mate van blootstelling aan ultrafijnstof door luchtvaart Mate waarin geurhinder optreedt Mate waarin stofhinder optreedt Verandering van veiligheidsrisico’s rond inrichtingen Verandering van veiligheidsrisico’s rond snelwegen Verandering van veiligheidsrisico’s rond buisleidingen Verandering van veiligheidsrisico’s door luchtvaart Mate waarin stedelijk hitte-eiland optreedt Mate waarin lichthinder optreedt Mate waarin stralingshinder optreedt Mate waarin aan referentienorm sport wordt voldaan Mate waarin de omgeving bewegen bevordert Mate waarin de omgeving een gezonde leefstijl bevordert Mate van reductie van gebruik elektriciteit en warmte Mate van toepassing van duurzaam energiesysteem Verandering in mogelijkheden duurzame opwek energie Mate van hergebruik van grondstoffen Mate van duurzame afvalinzameling

Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwalitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwantitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwantitatief Kwalitatief Kwantitatief Kwalitatief Kwalitatief

De effectbeoordeling van de transformatie van Schinkelkwartier ten opzichte van de referentiesituatie vindt plaats aan de hand van onderstaande zevenpuntschaal (zie tabel 4.2). Daarin wordt uitgegaan van een bandbreedte van zeer positief tot zeer negatief.

49

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Beoordeling

Omschrijving

++ + 0/+ 0 0/--

zeer positief positief licht positief neutraal licht negatief negatief zeer negatief

Tabel 4.2 – Methodiek effectbeoordeling

Daarnaast is kwalitatief de impact op de zes ambities voor Schinkelkwartier beoordeeld. Daarbij is inzichtelijk gemaakt of sprake is van een positieve of negatieve bijdrage aan het behalen van de ambities. Deze beoordeling vindt plaats op basis van modelberekeningen, onderzoeksresultaten en expert judgement. Maatregelen en/of spelregels kunnen ertoe leiden dat de effecten en impact op de ambities worden gemitigeerd of geoptimaliseerd. Het effect van deze maatregelen en spelregels is niet betrokken bij de initiële effectbeoordeling, maar is apart inzichtelijk gemaakt. Na de beoordeling per omgevingsaspect is duidelijk in hoeverre sprake is van (zeer) positieve en/of (zeer) negatieve effecten ten opzichte van de referentiesituatie en wat de impact is op de ambities. Vervolgens zijn er twee opties: 1. De effecten en impact op ambities zijn beperkt en kunnen gemitigeerd of juist geoptimaliseerd worden door het formuleren van een of meerdere spelregels. 2. De effecten en impact op ambities zijn van dien aard dat voor dit omgevingsaspect gekeken moet worden naar alternatieven: een ‘nadere keuze’ is noodzakelijk.

Er is in ieder geval een nadere keuze nodig (optie 2) als sprake is van:  Een negatief of zeer negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie  Een negatieve of zeer negatieve impact op een van de ambities  Licht negatieve tot zeer negatieve impact op meerdere ambities In afwijking van het bovenstaande is voor enkele omgevingsaspecten in dit OER op basis van andere motivering een nadere keuze gemaakt. De uitwerking van de nadere keuzes is in deel C opgenomen. Drie voorbeelden om deze systematiek te illustreren 1. Voor archeologie geldt dat de er slechts lokaal sprake is van een hoge archeologische verwachtingswaarde. De effecten van de transformatie zijn beperkt. Met een eenvoudige spelregel kan worden gewaarborgd dat hier rekening mee gehouden moet worden bij de transformatie. 2. Voor natuur geldt dat vleermuizen en jaarrond beschermde nestplaatsen voor kunnen komen. Als hier geen rekening mee gehouden wordt, kan een significante impact op beschermde soorten ontstaan, wat leidt tot een negatieve effectbeoordeling. Dit is door het opstellen van spelregels te voorkomen en met aanvullende maatregelen kunnen de ecologische kansen zelfs worden vergroot. 3. Voor geluid geldt dat door de hoge geluidbelasting het woon- en leefklimaat voor nieuwe bewoners onder druk staat.

Dit vraagt om een beoordeling van alternatieven hoe met deze hoge geluidbelasting om kan worden gegaan, bijvoorbeeld door het effect van verschillende maatregelen te onderzoeken. Het is wenselijk deze andere alternatieven eerst te beschouwen en op basis daarvan maatregelen en spelregels te formuleren.

50

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Deel C – Nadere keuzes In deel C (hoofdstuk 9) staan de omgevingsaspecten centraal waarvoor in deel B is geconcludeerd dat een nadere keuze moet worden gemaakt. In dat geval is het nodig om alternatieven te beoordelen en een nadere keuze te maken om ongewenste effecten te voorkomen en/of de ambities te behalen. Voor de omgevingsaspecten, waarvoor een nadere keuze nodig is, zijn in deel C verschillende alternatieven (keuzemogelijkheden) geformuleerd en beoordeeld. De alternatieven bij een nadere keuze zijn beoordeeld op de impact op de zes ambities voor Schinkelkwartier. Dit is gevisualiseerd middels een zogenaamd scorebord (zie figuur 4.2).

Figuur 4.2 – Voorbeeld scorebord alternatievenafweging

Op basis hiervan is een voorkeursalternatief gekozen dat richtinggevend is geweest voor de inhoud van de projectnota Schinkelkwartier. Per hoofdkeuze zijn de maatregelen en spelregels voor het voorkeursalternatief geformuleerd, aan de hand waarvan het voorkeursalternatief in de verdere planontwikkeling wordt geborgd. De gemeentelijke maatregelen zijn opgenomen in de projectnota Schinkelkwartier en worden in de komende planfase verder uitgewerkt. De spelregels voor initiatiefnemers zijn opgenomen in een spelregelkader (opgenomen in bijlage 1 van het OER) en gekoppeld aan een digitale leefomgevingsfoto, zodat per locatie duidelijk is war rekening mee gehouden moet worden bij een concrete ontwikkeling.

Deel D – Toetsing projectnota Schinkelkwartier De uitkomsten van het concept OER zijn richtinggevend geweest voor de inhoud van de projectnota. Op 14 december 2021 heeft het college van B&W de projectnota Schinkelkwartier vastgesteld. In de projectnota is een stedenbouwkundig kader opgenomen, is het programma aangepast en zijn enkele aangepaste en aanvullende keuzes gemaakt. Op basis van de vastgestelde projectnota is in het OER nog een eindbeoordeling gedaan.

51

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

In deel D (hoofdstuk 10) is op dezelfde wijze als is omschreven bij deel B (beoordelingsmethodiek) de projectnota getoetst en vergeleken met de referentiesituatie. Daarnaast is op basis van het definitieve programma uit de projectnota en het meest recente verkeersmodel aanvullend onderzoek gedaan. Daarbij is uitgegaan van het vastgestelde programma, de opgenomen voorkeursalternatieven, aangepaste keuzes en de maatregelen en spelregels uit het spelregelkader. Op basis daarvan zijn de aangepaste scores inzichtelijk gemaakt en vergeleken met de initiële effectbeoordeling uit deel B. Dit OER heeft een belangrijke rol gespeeld bij de totstandkoming van de projectnota Schinkelkwartier, maar is procedureel gekoppeld aan het eerste ruimtelijk besluit voor een concrete ontwikkeling in Schinkelkwartier. De uitkomsten van het OER moeten doorwerken in dat plan, maar ook in toekomstige plannen in Schinkelkwartier. Dat kan gaan om een verankering in de planregels en/of een onderbouwing in de plantoelichting.

Deel E – Flexibiliteit en monitoring De projectnota en dit OER zijn een momentopname waarin richtinggevende keuzes voor de toekomstige ontwikkeling van Schinkelkwartier zijn geformuleerd. Het is echter lastig om voorspellingen te doen voor de situatie over 25 jaar. Daarom is ruimte voor flexibiliteit in de planvorming belangrijk, zodat met onzekerheden om kan worden gegaan. Flexibiliteit en fasering staan in hoofdstuk 11 centraal. Er is gekozen voor adaptieve planvorming en een ‘levend’ OER. Om de ontwikkelingen goed te kunnen volgen, effecten inzichtelijk te maken en waar nodig bij te kunnen sturen wordt een monitoringsplan voor Schinkelkwartier opgesteld. In hoofdstuk 12 is een aanzet voor dit monitoringsplan opgenomen. Op basis van een evaluatie aan de hand van de geformuleerde indicatoren kan worden geconcludeerd of er aanleiding is om bij te sturen in de transformatie. Ook kan de monitoring nieuwe inzichten opleveren over de fysieke leefomgeving. Op basis van monitoring blijft het OER actueel en kan het blijven dienen als passend kader voor toekomstige ruimtelijke besluiten voor ontwikkelingen in Schinkelkwartier.

52

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

DEEL B – Leefomgevingsfoto en effectbeoordeling transformatie

53

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Duurzame inrichting Ambitie voor Schinkelkwartier is een groene en klimaatadaptieve leefomgeving met een hoge ruimtelijke kwaliteit. De ruimtelijke kwaliteit wordt bepaald door inrichtingsaspecten zoals bodem, water en groen, maar ook landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden en bouwhoogte. In dit hoofdstuk zijn voor deze aspecten de effecten van transformatie en de impact op de geformuleerde ambities beoordeeld en zijn nader te maken keuzes gedefinieerd. In tabel 5.1 staan per thema de aspecten en bijbehorende criteria die in dit hoofdstuk zijn beoordeeld. Thema Bodem en ondergrond

Aspect Bodemopbouw Bodemkwaliteit Niet gesprongen explosieven Kabels en leidingen Oppervlaktewater

Water

Waterveiligheid Grondwater Waterkwaliteit Hemelwater Landschap

Landschap, groen en natuur

Groen

Gebiedsbescherming Soortenbescherming Bomen Cultuurhistorie Cultuurhistorie en archeologie Archeologie Vliegveiligheid Bouwhoogte Windhinder Schaduwwerking Tabel 5.1 – Beoordelingskader duurzame inrichting

Beoordelingscriterium Impact bodemopbouw Mate van bodemverontreiniging

Methodiek Kwalitatief Kwalitatief

Impact niet gesprongen explosieven

Kwalitatief

Impact aanwezige kabels en leidingen Impact op doorstroming en kwantiteit van oppervlaktewater Impact op bescherming tegen overstroming Impact op grondwater Mate van verontreiniging van oppervlakte- en grondwater Mate van bescherming tegen intensieve regenbuien Impact op landschappelijk groen Mate waarin aan de referentienorm groen wordt voldaan Impact op beschermde natuurgebieden Impact op beschermde soorten Impact op beeldbepalende bomen Impact op cultuurhistorische waarden Impact op archeologische waarden Impact op vliegveiligheid Mate waarin windhinder optreedt Mate waarin schaduwwerking optreedt

Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwantitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief

Bodem en ondergrond 5.1.1 Beoordelingskader In het kader van het OER is historisch bodemonderzoek en onderzoek naar kabels en leidingen uitgevoerd (zie bijlage 4 bij het OER). Op basis van tabel 5.2 zijn de effecten en de impact op de ambities beoordeeld. Aspect Beoordelingscriterium Bodemopbouw Impact bodemopbouw Bodemkwaliteit Mate van bodemverontreiniging Niet gesprongen explosieven Impact niet gesprongen explosieven Kabels en leidingen Impact aanwezige kabels en leidingen Tabel 5.2 – Beoordelingskader bodem en ondergrond

Methodiek Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief

54

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

5.1.2 Huidige situatie en referentiesituatie Bodemopbouw De bodemopbouw in het plangebied bestaat uit een zandlaag van 1-3 meter, daaronder het Holocene pakket (bestaande uit een laag Hollandveen van 2 tot 3 meter met daaronder een laag zand/klei van 9 tot 10 meter) en daaronder het basisveen van circa 0,5 meter dikte. In de diepere ondergrond is het Pleistocene zand aanwezig. Aan de noordoostzijde van het plangebied is dit zandpakket op een diepte van ongeveer 40 tot 60 meter -NAP vervangen door glaciale afzettingen. Dit glaciale bekken is na het afsmelten van het landijs opgevuld met sedimenten (zie figuur 5.1). Om die reden geldt dat hier in geval van hoogbouw onderzoek nodig is naar de benodigde funderingsdiepte.

Figuur 5.1 – Glaciale bekken

Figuur 5.2 – Geulensysteem

Het plangebied wordt doorkruist door een geulensysteem, dat in het noorden in verbinding staat met de geulen van het Oer IJ (zie figuur 5.2). Dit geulensysteem heeft mogelijk de eerste zandlaag geërodeerd. Uit onderzoek blijkt dat de geulen binnen het Holocene pakket liggen en naar verwachting een beperkte invloed hebben op de stabiliteit in de ondergrond. Nader geotechnisch onderzoek moet uitwijzen of de eerste zandlaag daadwerkelijk ontbreekt. Als dat het geval is moet rekening worden gehouden met de benodigde lengte van funderingspalen.

Figuur 5.3 – Zandophoging jaren vijftig

Figuur 5.4 – Hoogteligging maaiveld

In de jaren vijftig van de twintigste eeuw zijn, ter uitvoering van het AUP, grote delen Amsterdam NieuwWest opgehoogd met zand uit de Nieuwe Meer (zie figuur 5.3). Ook delen van Schinkelkwartier, waaronder

55

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Riekerpark en De Plantijn, zijn opgehoogd. In de huidige situatie zijn er verschillen in maaiveldhoogte (zie figuur 5.4), waarbij met name de hoge ligging van de infrastructuur en het hoogteverschil tussen deelgebied Schinkelhaven (stadspeil) en de overige deelgebieden opvalt. Bodemkwaliteit Op basis van de bodemkwaliteitskaart Amsterdam is de verwachting dat de bodem in het grootste deel van het plangebied niet verontreinigd is (zie figuur 5.5). Dit is aangeduid met zone 1 (lichtblauw). In het oosten van het plangebied zijn twee kleine delen die respectievelijk een lichte mate van verontreiniging (zone 3, oranje) en een sterke mate van verontreiniging (zone 5, paars) kennen. Uit het historisch bodemonderzoek (zie bijlage 4a en 4b) blijkt echter dat de bodem (roze) en waterbodem (bruin) in Schinkelkwartier als gevolg van historische bedrijfsmatige activiteiten of ophogingen licht tot sterk verontreinigd zijn (zie figuur 5.6). Er zijn echter in het verleden ook al diverse locaties gesaneerd. Het is mogelijk dat met de bouw of met eerdere sloop asbest in de bodem terecht is gekomen, zodat het gehele plangebied als asbestverdacht moet worden aangemerkt. Ook kan puin in de ondergrond worden aangetroffen. Bij concrete ontwikkelingen is daarom altijd verkennend bodemonderzoek nodig.

Figuur 5.5 – Bodemkwaliteitskaart Amsterdam

Figuur 5.6 – Bodemverontreiniging

Niet gesprongen explosieven In het kader van historisch bodemonderzoek is onderzoek gedaan mogelijk niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog (WOII). In WOII bevonden zich direct ten zuiden van het Aalsmeerplein loopgraven en geschutsopstellingen, zodat hier tot maximaal twee meter onder het (toenmalige) maaiveld geschutsmunitie, klein kaliber munitie, handgranaten in de bodem kunnen worden aangetroffen. Op de kruin van de ringspoorbaan, in WOII onderdeel van de Hauptkampflinie, waren bunkers, loopgraven en luchtafweerstellingen aanwezig, waardoor diverse locaties verdacht zijn op het voorkomen van klein kaliber munitie en granaten. Ten zuiden van de toenmalige Sloterweg is op 23 juni 1940 op het perceel Sloterweg 833 een Brits vliegtuig van het type Blenheim IV neergestort. De crashlocatie in deelgebied Riekerpark is verdacht van eventuele brisantbom(men) en patronen (zie figuur 5.7). Bovengenoemde verdachte locaties zijn weergegeven in figuur 5.7. Bij grondwerkzaamheden op die locaties moet een risicoanalyse conventionele explosieven worden uitgevoerd.

56

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Figuur 5.7 – Verdachte locaties munitie/granaten Tweede Wereldoorlog

Kabels en leidingen In een inventarisatie (zie bijlage 4c) zijn de belangrijkste kabels en leidingen in Schinkelkwartier en daarmee samenhangende aandachtspunten voor de verdere planontwikkeling in beeld gebracht. Uit deze inventarisatie volgt dat in Schinkelkwartier veel belangrijke kabels en leidingen liggen. Het gaat om transportleidingen voor riool, drinkwater, hogedruk gas, stadswarmte en transportkabels voor hoogspanning en data. De belangrijkste tracés zijn gelegen parallel langs de A4, de A10 en de westzijde spoorlijn en ter plaatse van de Johan Huizingalaan, de Vlaardingenlaan/Aletta Jacobslaan, de Louwesweg, de Overschiestraat, de Anthony Fokkerweg, de Valschermkade en de Vliegtuigstraat. Naast doorgaande transportroutes door het gebied, heeft de hoeveelheid ondergrondse infrastructuur te maken met de aanwezigheid van enkele grote partijen met belangrijke nutsconnecties, zoals het NLR, IBM, twee datacenters en zorginstellingen in deelgebied De Plantijn.

Figuur 5.8 - Transportleidingen riool en persleiding

Figuur 5.9 – Transportleidingen drinkwater

In figuur 5.8 zijn de belangrijke transportleidingen voor riool (rood/gele lijnen) weergegeven. In het noordoostelijk deel van Schinkelhaven ligt een belangrijk persriool (groen/gele lijn). Rondom de

57

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

transportleidingen riool en het persriool geldt een bebouwingsvrije zone van 5 meter. Figuur 5.9 toont transportleidingen voor drinkwater (blauw/gele lijnen) in het plangebied. Deze zijn van groot belang voor de leveringszekerheid van drinkwater. Aan weerszijden van deze leidingen geldt een bebouwingsvrije zone van 10 meter. De rode lijnen op de kaart geven een indicatieve ligging weer van benodigde toekomstige uitbreidingen van het drinkwaternetwerk.

Figuur 5.10 – Hogedruk gasleidingen

Figuur 5.11 - Hoogspanningsleidingen

In figuur 5.10 zijn de hogedruk gasleidingen van Liander weergegeven. Rondom deze gasleidingen geldt een bebouwingsvrije zone van minimaal 2 meter. Ten zuiden van het plangebied, ter plaatse van de Oeverlanden, ligt een hogedruk aardgastransportleiding (Gasunie). Hiervoor geldt een bebouwingsvrije zone van 5 meter. Door Schinkelkwartier lopen verschillende ondergrondse 50 kV hoogspanningstracés van Liander (zie figuur 5.11). Dit zijn verbindingen tussen de onderstations Nieuwe Meer, Anderlechtlaan, Karperweg, Schipluidenlaan, Hemweg en Zorgvlied. Rondom deze tracés geldt een bebouwingsvrije zone van minimaal 2 meter. Direct ten zuiden van het plangebied, langs de A4, is een ondergrondse 150 kV hoogspanningsleiding van TenneT (groene lijn) aanwezig. Het datacenter Global Switch en het NLR hebben in verband met hun stroomverbruik en leveringszekerheid voor hun bedrijfsvoering een directe aansluiting op het hoogspanningsnet met bijbehorend 50 kV onderstation.

Figuur 5.12 – Stadswarmtenetwerk

58

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

In 2021 is in Schinkelkwartier een stadswarmtenet aangelegd en is in de driehoek tussen de spoorlijn, de metrolijn en de A4 een hulpwarmtecentrale gerealiseerd (zie figuur 5.12). Daarmee zijn de bestaande stadswarmtenetten van Amsterdam-Zuid en Nieuw-West met elkaar verbonden. Rondom deze warmteleidingen geldt voor heiwerkzaamheden en het slaan van damwanden een veiligheidszone van 10 meter, waarvan alleen na goedkeuring van het nutsbedrijf kan worden afgeweken. De aanwezigheid van de datacenters Global Switch in deelgebied Nieuwe Meer Oost en Colt Telecom in deelgebied Schinkelhaven zorgen voor omvangrijke bundels met datakabels in het hele plangebied. Global Switch is aangesloten op een van de grootste internetknooppunten, de Amsterdam Internet Exchange. Rondom de belangrijke kabels en leidingen gelden beperkingen voor graafwerkzaamheden en nieuwe bebouwing. Van de geldende afstanden kan alleen worden afgeweken na goedkeuring van het betrokken nutsbedrijf en/of de leidingbeheerder. Uitgangspunt daarbij is dat de beheerbaarheid, bereikbaarheid, de risicovrij ligging en de leveringszekerheid van deze kabels en leidingen gewaarborgd blijft. Om conflicten met bestaande ondergrondse infrastructuur zo veel mogelijk te voorkomen, is de bestaande ligging van kabels en leidingen het uitgangspunt bij de verdere planontwikkeling.

Het zal echter ook nodig zijn om in overleg met de nutsbedrijven bepaalde kabels en leidingen te verleggen. In de toekomst moet in of nabij Schinkelkwartier rekening worden gehouden met de benodigde verzwaring van het elektriciteitsnet, waaronder een nieuw onderstation en een ondergrondse hoogspanningsleiding. De netverzwaring leidt ook tot nieuwe traforuimtes die de elektra geschikt maken voor woningen en bedrijven. Niet alleen aanvoer van elektra vraagt een verzwaring van het elektranetwerk, ook moet rekening worden gehouden met teruglevering van elektra door zonnepanelen. Hiervoor moeten in overleg met Liander in veel gevallen extra transformatoren worden geplaatst. Om in 2040 aardgasvrij te zijn, zal ook het gasnetwerk in het plangebied geruimd of anders ingezet gaan worden. De benodigde ondergrondse infrastructuur, waaronder uitbreiding van het stadswarmtenet, is afhankelijk van de keuze voor het toekomstige energiesysteem. Ook de koudevraag kan een beslag leggen op de ondergrond. In geval van toepassing van warmte/koude opslag (WKO) is onderzoek nodig naar mogelijke interferentie. Voor afvalwater en drinkwater moet met Waternet per deelgebied gekeken worden naar de capaciteit van de huidige leidingen en de benodigde hoeveelheid nieuwe leidingen.

Uitgangspunt voor de verdere planontwikkeling is het opstellen van een masterplan energie en nutsvoorzieningen voor Schinkelkwartier. Doel daarvan is om als gemeente samen met de ontwikkelende partijen, nutsbedrijven en leidingbeheerders controle te houden op de toekomstige energievraag en om het huidige nutsnetwerk in stand te houden en uit te breiden. Hiermee kunnen ook vroegtijdig gewenste reserveringen voor nieuwe verbindingen en eventuele noodzakelijke verleggingen van kabels en leidingen in beeld worden gebracht.

5.1.3 Omgevingseffecten Bodemopbouw De transformatie van Schinkelkwartier heeft geen impact op de bodemopbouw. Immers, er is geen sprake van grootschalige bodemafgraving of veranderingen aan de bodemsamenstelling. Wel is in het geval van hoogbouw nader onderzoek naar de fundering noodzakelijk. Op dit aspect wordt neutraal (0) gescoord. Bodemkwaliteit De bodem is in delen van het plangebied licht tot sterk verontreinigd. Deze bodemverontreiniging kan een belemmering zijn voor toekomstig gebruik en de realisatie van nieuwe functies. Als een ernstige

59

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

verontreiniging wordt aangetroffen dan moet deze worden gesaneerd (isoleren, gedeeltelijk ontgraven, aanbrengen van een leeflaag of een combinatie daarvan), zodat de bodem geschikt wordt voor de beoogde functie. Daarbij moeten ook eventuele mogelijkheden van grondverwerking (mede in relatie tot PFAS) worden onderzocht. Het saneren van verontreinigde gronden in het kader van de transformatie is positief voor de bodem en voor de omgeving, omdat risico op verspreiding daarmee wordt voorkomen. Het omgevingseffect treedt niet voor het hele plangebied op en is daarom licht positief (0/+) beoordeeld. Niet gesprongen explosieven Er zijn enkele locaties in het plangebied verdacht op de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven. Op deze locaties is nader onderzoek naar de feitelijke situatie noodzakelijk wanneer er werkzaamheden in de bodem plaatsvinden. Het wegnemen van eventueel aangetroffen explosieven in het kader van de transformatie heeft een positief effect. Aangezien het om een beperkt aantal verdachte locaties gaat waar explosieven mogelijk aanwezig, is dit omgevingsaspect licht positief (0/+) beoordeeld. Kabels en leidingen Aangezien er relatief veel kabeltracés in Schinkelkwartier liggen moet hier bij de transformatie rekening mee gehouden worden.

Dit heeft niet zozeer een impact op de fysieke leefomgeving, maar levert wel een beperking op omdat bestaande kabels en leidingen mogelijk verlegd moeten worden. Om die reden wordt dit aspect licht negatief beoordeeld (0/-).

5.1.4 Initiële effectbeoordeling Toetsing omgevingseffecten De transformatie van Schinkelkwartier leidt tot ingrepen in de bodem. Op basis van de effectbeschrijving zijn de beoordelingen in onderstaande tabel samengevat. Aspect Beoordelingscriterium Bodemopbouw Impact bodemopbouw Bodemkwaliteit Mate van bodemverontreiniging Niet gesprongen explosieven Impact niet gesprongen explosieven Kabels en leidingen Impact aanwezige kabels en leidingen Tabel 5.3 – Initiële effectbeoordeling bodem en ondergrond

Omgevingseffect 0 0/+ 0/+ 0/-

Toetsing ambities De omgevingsaspecten behorend bij het thema bodem en ondergrond hebben impact op een enkele ambitie voor Schinkelkwartier. Zo heeft de mate van bodemverontreiniging een zekere impact op de ambitie gezondheid en veiligheid. Ook de mogelijke aanwezigheid van niet gesprongen explosieven heeft lokaal een impact op de omgevingsveiligheid. De omgevingsaspecten bij bodem en ondergrond hebben geen noemenswaardige impact op de overige geformuleerde ambities.

5.1.5 Nadere keuzes, maatregelen en spelregels Nadere keuzes Voor het thema bodem en ondergrond is geen sprake van (zeer) negatieve effecten of een (zeer) negatieve impact op de geformuleerde ambities. Om die reden is het niet nodig om nadere keuzes te maken. Maatregelen Masterplan energie en nutsvoorzieningen De gemeente stelt in de volgende planfase een masterplan energie en nutsvoorzieningen voor Schinkelkwartier op. Daarin worden de huidige en benodigde toekomstige ondergrondse infrastructuur in

60

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

kaart gebracht en afgestemd op de inrichting openbare ruimte. Verder volgt hieruit in hoeverre het verleggen van bepaalde kabels en leidingen noodzakelijk is en onder welke voorwaarden dat mogelijk is. Spelregels Bodemopbouw (algemeen) Bij nieuwe ontwikkelingen wordt rekenschap gegeven van de bodemopbouw ter plaatse. In geval van bebouwing hoger dan 30 meter wordt geotechnisch onderzoek uitgevoerd naar de bodemgesteldheid en de funderingsmethode. Over het geotechnisch onderzoek wordt advies gevraagd aan de gemeente (Ingenieursbureau). Maaiveldophoging (algemeen) Bij nieuwe ontwikkelingen wordt rekenschap gegeven van eventueel benodigde maaiveldophoging, waarbij rekening wordt gehouden met de geldende ontwateringsnorm. Over de eventueel benodigde maaiveldophoging wordt advies gevraagd aan Waternet. Bodemverontreiniging (algemeen) Bij (water)grondwerkzaamheden wordt een actueel verkennend (water)bodemonderzoek uitgevoerd naar mogelijke bodemverontreiniging ter plaatse. In geval van aantreffen van verontreiniging wordt advies gevraagd aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied over saneringsaanpak en de mogelijkheden van afvoer en verwerking. Niet gesprongen explosieven (locatie specifiek) Bij grondwerkzaamheden wordt een risicoanalyse conventionele explosieven uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van munitie en granaten uit WOII.

Over de risicoanalyse wordt advies gevraagd aan de gemeente (Ingenieursbureau). Transportleiding riolering (locatie specifiek) Bij bouw-, graaf- en heiwerkzaamheden wordt rekening gehouden met een beperkingenzone van 5 meter aan weerszijden van de leiding. Van de geldende afstanden kan alleen worden afgeweken na goedkeuring van het betrokken nutsbedrijf en/of de leidingbeheerder of in geval de leiding vanwege de gebiedsontwikkeling wordt verlegd. Transportleiding drinkwater (locatie specifiek) Bij bouw-, graaf- en heiwerkzaamheden wordt rekening gehouden met een beperkingenzone van 10 meter aan weerszijden van de leiding. Van de geldende afstanden kan alleen worden afgeweken na goedkeuring van het betrokken nutsbedrijf en/of de leidingbeheerder of in geval de leiding vanwege de gebiedsontwikkeling wordt verlegd. Hogedruk gasleiding (locatie specifiek) Bij bouw-, graaf- en heiwerkzaamheden wordt rekening gehouden met een beperkingenzone van 2 meter aan weerszijden van de leiding. Van de geldende afstanden kan alleen worden afgeweken na goedkeuring van het betrokken nutsbedrijf en/of de leidingbeheerder of in geval de leiding vanwege de gebiedsontwikkeling wordt verlegd. Hoogspanningsleiding (locatie specifiek) Bij bouw-, graaf- en heiwerkzaamheden wordt rekening gehouden met een beperkingenzone van 2 meter aan weerszijden van de leiding.

Van de geldende afstanden kan alleen worden afgeweken na goedkeuring van het betrokken nutsbedrijf en/of de leidingbeheerder of in geval de leiding vanwege de gebiedsontwikkeling wordt verlegd.

61

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Transportleiding warmtenet (locatie specifiek) Bij bouw-, graaf- en heiwerkzaamheden wordt rekening gehouden met een beperkingenzone van 10 meter aan weerszijden van de leiding. Van de geldende afstanden kan alleen worden afgeweken na goedkeuring van het betrokken nutsbedrijf en/of de leidingbeheerder.

5.1.6 Effectbeoordeling na maatregelen en spelregels Op basis van bovenstaande maatregelen en spelregels verbetert de score voor kabels en leidingen ten opzichte van de initiële effectbeoordeling. Voor de overige aspecten veranderen de scores niet. Deze scores zijn in onderstaande tabel weergegeven. Aspect

Beoordelingscriterium

Bodemopbouw Impact bodemopbouw Bodemkwaliteit Mate van bodemverontreiniging Niet gesprongen explosieven Impact niet gesprongen explosieven Kabels en leidingen Impact aanwezige kabels en leidingen Tabel 5.4 – Effectbeoordeling na maatregelen en spelregels

Initiële effectbeoordeling 0 0/+ 0/+ 0/-

Effectbeoordeling na maatregelen en spelregels 0 0/+ 0/+ 0

Water 5.2.1 Beoordelingskader In het kader van het OER is een wateradvies opgesteld, waarin aandacht is besteed aan oppervlaktewater, waterveiligheid, waterkwaliteit, grondwater en hemelwater. Ook is onderzoek gedaan naar het waterpeil in Riekerpark en is een notitie over droogte opgesteld. Deze rapporten zijn opgenomen in bijlage 5 bij het OER. Op basis van onderstaande tabel zijn de effecten en de impact op de ambities beoordeeld. Aspect Beoordelingscriterium Oppervlaktewater Impact op doorstroming en kwantiteit van oppervlaktewater Waterveiligheid Impact op bescherming tegen overstroming Grondwater Impact op grondwater Waterkwaliteit Mate van verontreiniging van oppervlakte- en grondwater Hemelwater Mate van bescherming tegen intensieve regenbuien Tabel 5.5 – Beoordelingskader water

Methodiek Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief

5.2.2 Huidige situatie en referentiesituatie Oppervlaktewater Schinkelkwartier bestaat uit vier polders met verschillende peilgebieden en daarmee verschillende waterhuishoudkundige eisen en wensen (zie figuur 5.13): de Riekerpolder (polderpeil -1,9 meter NAP), de Sloterbinnen- en Middelveldsepolder (polderpeil -2,1 meter NAP), de stadsboezem (polderpeil -0,4 meter NAP) en Huis te Vraag (polderpeil -0,6 meter NAP). Het peilgebied Riekerpolder watert af naar het gemaal aan de Nieuwe Meer, door middel van twee onderdoorgangen onder de A4 bij de Johan Huizingalaan (in het plangebied) en de Anderlechtlaan (ten westen van het plangebied). Vroeger werd de polder bemalen door de Riekermolen. Deelgebied Riekerpark maakt deel uit van de Riekerpolder, maar heeft grotendeels een hoger peil (winterpeil -1,2

62

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

meter NAP en zomerpeil -0,7 meter NAP). Dit deelgebied watert via stuwen af op de Riekerpolder. In het knooppunt Nieuwe Meer is voor de opvang van hemelwateroverschot een vijver gecreëerd, die via een persleiding wordt geloosd op dit peilgebied Riekerpark. Het afwijkende polderpeil in Riekerpark is vanuit het oogpunt van waterbeheer een onwenselijke situatie. De Sloterbinnen‐ en Middelveldse polder ligt in het noordelijk deel van het plangebied en wordt van de boezem gescheiden door een sluis in de grote (bevaarbare) Slotervaart. De afvoer uit het plangebied naar de hoofdafvoerroute de Slotervaart gaat via twee duikers onder de Plesmanlaan en één duiker onder de Heemstedestraat.

Figuur 5.13 – Polderpeilgebieden en primaire watergangen

Deelgebied Schinkelhaven ligt binnen de stadsboezem van Amsterdam. De Schinkel is een belangrijke doorvaartroute voor recreatie en beroepsvaart en is onderdeel van de verbinding tussen de ringvaart van Haarlemmermeer en het IJ (de zogenaamde ‘staande mastroute’). De Riekerhaven en het aangrenzende deel van de Westlandgracht is een industriële insteekhaven, die wordt gebruikt door de beroepsvaart. Tot slot is er nog één klein peilgebied, polder Huis te Vraag, in het noordoosten van het plangebied. Deze polder loost via een gemaal op de stadsboezem. Waterveiligheid Waterkeringen zorgen voor de waterveiligheid. Om deze veiligheid te kunnen waarborgen zijn eisen gesteld, deze zijn opgenomen in de Keur van Amstel, Gooi en Vecht (AGV). In het plangebied zijn twee waterkeringen aanwezig (zie figuur 5.14). Beide keringen zijn verholen en niet te zien in het maaiveld. De eerste is een secundaire kering en ligt ter plaatse van de Vliegtuigstraat, de Anthony Fokkerweg en de Westlandgracht. Deze kering beschermt de Riekerpolder tegen overstroming vanuit de stadsboezem of de Nieuwe Meer en heeft een overstromingsrisico van 1/1.000 jaar. De tweede kering loopt vanaf de Henk Sneevlietweg in de richting van het Christoffel Plantijnpad.

Deze indirecte secundaire kering heeft geen normering en dient uitsluitend ter bescherming van het achterland (Sloterbinnen- en Middelveldse polder) wanneer de secundaire kering faalt. Rondom de waterkeringen zijn kern- en beschermingszones van kracht waarbinnen, zonder ontheffing van

63

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

de Keur, graaf- en bouwbeperkingen gelden. In de kernzone zijn dergelijke werkzaamheden in principe niet toegestaan. In de beschermingszone rondom de kernzone is bebouwing alleen mogelijk, onder voorwaarden dat advies wordt ingewonnen bij het waterschap. Het verleggen van een waterkering is uitsluitend mogelijk bij zwaarwegend maatschappelijk belang en onder voorwaarde dat een dijkverleggingsplan is opgesteld dat door AGV is goedgekeurd.

Figuur 5.14 – Waterkeringen

Grondwater In het verleden is het plangebied opgehoogd met een zandlaag, die voor het grondwater als freatisch pakket fungeert. Verschillen in de ophoogperioden hebben gezorgd voor gevarieerde bodemlagen per deelgebied. Daardoor kan ook de waterdoorlatendheid van het ophoogzand sterk verschillen. Vooral in deelgebied Riekerpark is sprake van een slecht doorlatende bovenlaag, afkomstig uit de Nieuwe Meer. Dit leidt tot hoge grondwaterstanden en een slechte afwatering.

Figuur 5.15 – Systematische weergave ontwateringsdiepte en opbolling

64

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

De gemiddelde grondwaterstanden in Schinkelkwartier verschillen per deelgebied. Met het ophogen van de deelgebieden is ervoor gezorgd dat het grondwater middels een lichte bolling in de ophoging kan afstromen naar de omliggende watergangen (en in Riekerpark naar de drainage). Vlakbij de watergang ligt de grondwaterstand dichtbij het polderpeil, terwijl verder van de watergang af opbolling van 0,5 meter kan ontstaan (zie figuur 5.15). De inschatting is dat in natte perioden de opbolling tot 1 meter boven het polderpeil kan bedragen. De ontwateringsdiepte geeft aan hoe diep het grondwater zich onder het maaiveld bevindt. Amsterdam hanteert voor de ontwateringsdiepte minimaal 0,9 meter. Maximaal 1 keer per twee jaar gedurende maximaal vijf aaneengesloten dagen mogen deze normen voor de ontwateringsdiepte worden overschreden. De mate van opbolling is maatgevend voor de inrichting van het gebied en de noodzaak tot ophoging van het maaiveld. Om de ontwateringsnorm te behalen, rekening houdend met klimaatverandering en het toekomstige verhardingspercentage, dient per deelgebied nader te worden onderzocht hoeveel moet worden opgehoogd. De huidige ontwateringsdiepte varieert tussen enkele decimeters in de gebieden met grondwateroverlast tot ruim een meter in de opgehoogde gebieden in de Riekerpolder en Sloterbinnenen Middelveldse polder.

In de stadsboezem is de opbolling beperkter en ligt de gemiddelde grondwaterstand dichter bij het boezempeil. Naast Riekerpark is met name in (het noordoostelijk deel van) Schinkelhaven (nabij polder Huis te Vraag) sprake van grondwateroverlast. De ontwateringsdiepte is hier zeer beperkt. Ook zijn hier waarschijnlijk houten paalfunderingen aanwezig die, om paalrot te voorkomen, onder de grondwaterstand moeten blijven. Daar komt bij dat het peil niet aangepast kan worden in verband met de aanwezige begraafplaats Huis te Vraag. In figuur 5.16 zijn de gebieden met hoog grondwater, waar de ontwatering minder dan 0,9 meter is, weergegeven. In de gele delen is drainage in principe mogelijk, in de rode gebieden zou drainage het risico op onderlast te veel vergroten.

Figuur 5.16 – Gebieden met grondwaterproblemen

Waterkwaliteit Het oppervlaktewater en het grondwater in Schinkelkwartier is op diverse plekken in meer of mindere mate verontreinigd. Deze verontreinigingen mogen door bodemingrepen niet worden verspreid en zullen, afhankelijk van de beoogde ontwikkeling, eerst gesaneerd moeten worden.

65

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

In peilgebied Riekerpolder heeft het oppervlaktewater een relatief hoog fosfaatgehalte: tussen 0,14 en 0,8 mg p/l, terwijl meer dan 0,3 mg p/l niet acceptabel is. Het hoge fosfaatgehalte betekent een toename van algengroei wat een negatieve impact op de waterkwaliteit heeft. In de Riekerhaven en het aangrenzend deel van de Westlandgracht is een verontreiniging aanwezig. In het water en de waterbodem is cadmium aanwezig, de verontreiniging zit voornamelijk in het slib op de bodem. In de waterbodem van de sloten rondom Riekerpark is een verhoogde concentratie dioxine gevonden. De ecologische kwaliteit van het water kan uitgedrukt worden in een ecologische kwaliteitsratio (EKR). Uit een vergelijking van de EKR tussen de jaren 2012 en 2016 kan worden geconcludeerd dat, ondanks de voorbetering, de ecologische kwaliteit van het water in het plangebied nog altijd matig tot slecht is. In het plangebied zelf is geen officieel zwemwater aanwezig. Wel is in de directe nabijheid van Schinkelkwartier, bij de noordoever van de Nieuwe Meer, een zwemwaterlocatie aanwezig. Hemelwater Als gevolg van klimaatverandering worden meer en intensere buien verwacht. Om hiermee om te kunnen gaan is het van belang dat gebieden ‘rainproof’ worden ingericht.

Het aanleggen van steeds grotere riolen is een relatief dure oplossing dus moet er gezocht worden naar alternatieven, door het aanleggen van meer (lager gelegen) groen, waterneutrale daken en afstroming via het maaiveld. Hierin is leidend dat extreme neerslag niet mag leiden tot schade aan eigendommen en vitale infrastructuur. In Amsterdam geldt daarvoor de rainproof norm van 70 mm in een uur, alles hieronder is niet klimaatbestendig. Bij dat ambitieniveau zijn enkele rainproof knelpunten aanwezig (zie figuur 5.17), bijvoorbeeld rondom de Anthony Fokkerweg, de Vlaardingenlaan en in de sporendriehoek wordt overlast ervaren. In de huidige situatie bevindt zich in het plangebied één rainproof knelpunt: de Johan Huizingalaan ter hoogte van De Plantijn. Als gevolg van klimaatverandering worden de buien frequenter en intenser. Voor een klimaatbestendige inrichting van het plangebied moet rekening worden gehouden met buien waarbij 120-150 mm per uur valt. In die situatie komen Riekerpark en Anthony Fokkerweg als extra rainproof knelpunt uit de analyse naar voren (zie figuur 5.18). Het KNMI verwacht dat de nieuwe klimaatscenario’s nog heviger zullen zijn dan de huidige scenario’s.

Figuur 5.17 – Waterdiepte na bui van 70 mm in uur

Figuur 5.18 – Waterdiepte na bui van 120 mm in uur

De kavels in het plangebied moeten worden ingericht volgens de principes van de waterneutrale bouwenvelop. Dit betekent concreet: 70 mm neerslag vasthouden, afvoernorm 2,5 mm/uur, hoge plaatsing van technische/elektrische installaties en vitale infrastructuur, voldoende hoog bouwpeil, waterkerende plint en benutting van opgevangen hemelwater.

66

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Als gevolg van klimaatverandering treden ook langere perioden van droogte op (zie bijlage 5c). Dit kan leiden tot verschillende problemen, waarvan inklinking van veengronden en paalrot in stedelijk gebied de voornaamste zijn. Er is beperkt risico op van inklinking vanwege de eerdere ophogingen in het plangebied. In deelgebied Schinkelhaven zijn mogelijk nog houten palen aanwezig, waardoor bij toenemende droogte de grondwaterstand daalt met paalrot als bijkomend risico. Het infiltreren van water kan een oplossing zijn om paalrot tegen te gaan.

5.2.3 Omgevingseffecten Oppervlaktewater In de huidige situatie is al sprake van verschillende verbeterpunten in de waterstructuur. De transformatie van Schinkelkwartier lost deze punten niet zonder meer op. In geval van toevoegen van verharding moet hiervoor binnen hetzelfde peilgebied watercompensatie worden toegevoegd in de vorm van extra oppervlaktewater. Deze compensatie kan in plaats van te graven water ook gerealiseerd worden door alternatieve waterberging, bijvoorbeeld wadi’s of door de toepassing van waterneutrale daken. Als gevolg van het ontbreken van diverse watergangen en de aanwezigheid van meerdere doodlopende watergangen is er geen sprake van een fijnmazige waterstructuur en is de doorstroming beperkt. Ook het afwijkende hoge waterpeil in Riekerpark ten opzichte van de rest van de Riekerpolder werkt belemmerend voor deze fijnmazige waterstructuur. Er is daarom sprake van een negatieve beoordeling (-) van de kwantiteit en de doorstroming van het oppervlaktewater. Waterveiligheid De transformatie van Schinkelkwartier heeft geen direct effect op waterveiligheid. Het veiligheidsniveau van de aanwezige waterkeringen in het plangebied wordt namelijk aanvaardbaar geacht. In het risicodiagram omgevingsveiligheid Schinkelkwartier (zie bijlage 12 bij het OER) is de overstromingskans bestempeld als onwaarschijnlijk. Dit aspect wordt om die reden neutraal (0) gescoord.

Grondwater In algemene zin kan gesteld worden dat de realisatie van ondergrondse parkeergarages, kelders en damwanden niet mag leiden tot negatieve effecten ten aanzien van grondwater. Dit wordt per ontwikkeling beschouwd. Rondom de Westlandgracht zijn grondwaterproblemen. Het grondwaterpeil kan hier echter nauwelijks verlaagd worden omdat hier anders funderingspalen bloot komen te liggen. Ook het Riekerpark kent door het afwijkende polderpeil grondwaterproblemen. De transformatie van Schinkelkwartier voorziet niet expliciet in het wegnemen van deze knelpunten en omdat het probleem mogelijk zelfs versterkt wordt is het effect negatief (-) beoordeeld. Waterkwaliteit De transformatie van Schinkelkwartier heeft geen directe impact op de waterkwaliteit. Echter, door toename van verkeer, mensen en gebouwen is de kans op afstromen van verontreinigingen in het water mogelijk groter. Veelal kan dit met maatregelen worden beperkt. Omdat deze maatregelen niet zonder meer worden getroffen is het aspect licht negatief (0/-) gescoord. Hemelwater Het gebied wordt getransformeerd van een monofunctioneel werkgebied naar een gemengd gebied met meer groen. Dit heeft in principe een positief effect op het waterbergend vermogen, zeker ook als daken (deels) groen worden uitgevoerd. Maatregelen in het kader van rainproofbeleid hebben een positief effect op het waterbergend vermogen.

Echter, zonder deze maatregelen te borgen is de kans aanwezig dat

67

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

hemelwater niet goed wordt opgevangen en tot aandachtspunten leidt. Daarom is het aspect hemelwater licht negatief (0/-) beoordeeld.

5.2.4 Initiële effectbeoordeling Toetsing omgevingseffecten De waterstructuur van Schinkelkwartier is op dit moment weinig robuust met veel doodlopende watergangen; dit is belemmerend voor de doorstroming en de waterkwaliteit. Ook zijn op meerdere locaties grondwaterproblemen die opgelost moeten worden. Dit is overigens ook in de huidige situatie al zo. Uitgangspunt is dat moet worden voorzien in een goede opvang en geleidelijke afvoer van overtollig hemelwater. Waterveiligheid is voldoende geborgd. Samengevat leidt dit tot de volgende beoordelingen. Aspect Beoordelingscriterium Oppervlaktewater Impact op doorstroming en kwantiteit van oppervlaktewater Waterveiligheid Impact op bescherming tegen overstroming Grondwater Impact op grondwater Waterkwaliteit Mate van verontreiniging van oppervlakte- en grondwater Hemelwater Mate van bescherming tegen intensieve regenbuien Tabel 5.6 – Initiële effectbeoordeling water

Omgevingseffect 0 0/0/-

Toetsing ambities De transformatie van Schinkelkwartier voorziet in de realisatie van nieuwe bebouwing en verharding. Het is daarbij van belang om de waterhuishouding op orde te houden. Toch leidt de transformatie zonder maatregelen tot problemen ten aanzien van de waterhuishouding. Het watersysteem is niet circulair, de grondwaterstand is op meerdere locaties hoog (met name in Riekerpark) en de afwatering van hemelwater is niet optimaal. Dit leidt tot een negatieve impact op de ambitie ruimtelijke kwaliteit en in het geval van effecten op waterkwaliteit mogelijk op een licht negatieve impact op de ambitie gezondheid en veiligheid. Er zijn mogelijkheden om bij de transformatie op beide ambities een positieve impact mogelijk te maken. Om deze redenen is het nodig om voor het thema water meerdere nadere keuzes te maken.

5.2.5 Nadere keuzes, maatregelen en spelregels Nadere keuzes Op basis van de effectbeoordeling en de beoordeling van de impact op de ambities moet voor de volgende onderdelen van het thema water een nadere keuze worden gemaakt. Deze komen in deel C aan bod. Nadere keuze aanpassing watersysteem Het huidige watersysteem leidt tot problemen voor de doorstroming, kwantiteit en kwaliteit van het oppervlaktewater. Er is een nadere keuze nodig om de mogelijkheden voor aanpassing van het watersysteem te beoordelen. Nadere keuze waterpeil Riekerpark Het huidige waterpeil in Riekerpark levert grondwaterproblemen op. Ook komt het peil niet overeen met de omliggende polderpeilen. Om die reden is voor het waterpeil in Riekerpark een nadere keuze nodig.

Spelregels Watercompensatie (algemeen) Bij een toename van verhard oppervlak wordt dit gecompenseerd door binnen hetzelfde watersysteem nieuw oppervlaktewater toe te voegen ter grootte van minimaal 10 procent van de verhardingstoename. Onder voorwaarden kan compensatie worden gerealiseerd door alternatieve waterberging. In geval van verplichte watercompensatie wordt advies gevraagd aan Waternet.

68

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Demping oppervlaktewater (algemeen) Bij demping van oppervlaktewater wordt hetzelfde wateroppervlak binnen hetzelfde watersysteem teruggebracht. In geval van demping van oppervlaktewater wordt advies gevraagd aan Waternet. Waterverontreiniging (algemeen) Bij grondwerkzaamheden wordt een actueel verkennend onderzoek uitgevoerd naar mogelijke verontreiniging van oppervlakte- en grondwater ter plaatse. In geval van aantreffen van verontreiniging geldt dat eventuele verontreiniging niet mag worden verspreid en advies wordt gevraagd aan Waternet. Uitlogende materialen (algemeen) Bij nieuwe ontwikkelingen is het gebruik van uitlogende materialen niet toegestaan in verband met negatieve effecten op de kwaliteit van hemel- en oppervlaktewater. Kernzone waterkeringen (locatie specifiek) Bouw-, graaf- en heiwerkzaamheden zijn in principe niet toegestaan, tenzij een ontheffing van de Keur van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht is verkregen. Beschermingszone waterkeringen (locatie specifiek) Bouw-, graaf- en heiwerkzaamheden zijn toegestaan, mits een positief advies is verkregen van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Ontwateringsnorm (algemeen) Bij nieuwe ontwikkelingen is een ontwateringsnorm van 90 cm voor bouwen met kruipruimte het uitgangspunt, waarbij rekening wordt gehouden met voldoende groeimogelijkheden voor bomen.

Grondwaterneutrale kelders (algemeen) Bij nieuwe ondergrondse ontwikkelingen is grondwaterneutraal bouwen het uitgangspunt, waarbij wordt getoetst aan de beleidsregel Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam en wordt aangetoond dat de ontwikkeling geen onaanvaardbare grondwatereffecten heeft. In geval sprake is van negatieve grondwatereffecten wordt advies gevraagd aan Waternet over benodigde maatregelen. Waterneutrale inrichting (algemeen) Bij nieuwe ontwikkelingen is waterneutrale inrichting het uitgangspunt, waarbij per uur 70 mm hemelwater wordt vastgehouden op de kavel, geleidelijk 2,5 mm per uur wordt afgevoerd en opgevangen hemelwater optimaal wordt benut. Technische/elektrische installaties en vitale infrastructuur worden hoog worden geplaatst en er wordt voorzien in een voldoende hoog bouwpeil (10 cm hoger dan gemiddelde maaiveld) en een waterkerende plint van 20 cm. Maatregelen en spelregels op basis van nadere keuzes Op basis van de uitwerking van de nadere keuzes voor water in deel C zijn eventuele (aanvullende) maatregelen en spelregels geformuleerd.

5.2.6 Effectbeoordeling na maatregelen en spelregels Op basis van bovenstaande maatregelen en spelregels voor water verbeteren voor de meeste aspecten de scores ten opzichte van de initiële effectbeoordeling. Deze verbeterde scores zijn in onderstaande tabel samengevat. Voor oppervlaktewater verandert de score na maatregelen en spelregels niet. De uitwerking van de nadere keuzes voor water leidt met bijbehorende (aanvullende) maatregelen en spelregels in deel C tot een aangepaste effectbeoordeling.

69

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Aspect

Beoordelingscriterium

Impact op doorstroming en kwantiteit van oppervlaktewater Impact op bescherming tegen Waterveiligheid overstroming Grondwater Impact op grondwater Mate van verontreiniging van Waterkwaliteit oppervlakte- en grondwater Mate van bescherming tegen intensieve Hemelwater regenbuien Tabel 5.7 – Effectbeoordeling na maatregelen en spelregels Oppervlaktewater

Initiële effectbeoordeling

Effectbeoordeling na maatregelen en spelregels

-

-

0

0

-

0/-

0/-

0

0/-

0

Landschap, groen en natuur 5.3.1 Beoordelingskader In het kader van het OER zijn voor het thema landschap, groen en natuur diverse onderzoeken gedaan: een landschappelijke analyse, een onderzoek naar stikstofdepositie, een beoordeling van de effecten op Natuurnetwerk Nederland, een quickscan natuurwaarden en ecologische kansen en een verkennend bomenonderzoek. Deze rapporten zijn opgenomen in bijlage 6 bij het OER. De effecten van de transformatie en de impact op de ambities zijn voor de volgende aspecten in beeld gebracht. Aspect Beoordelingscriterium Landschap Impact op landschappelijk groen Groen Mate waarin aan de referentienorm groen wordt voldaan Gebiedsbescherming Impact op beschermde natuurgebieden Soortenbescherming Impact op beschermde soorten Bomen Impact op beeldbepalende bomen Tabel 5.8 – Beoordelingskader landschap, groen en natuur

Methodiek Kwalitatief Kwantitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief

5.3.2 Huidige situatie en referentiesituatie Landschap Uit de landschappelijke analyse (zie bijlage 6a) blijkt dat Schinkelkwartier landschappelijk gezien te verdelen valt in drie categorieën met een eigen identiteit en kwaliteit: groene voegen, lange lijnen en gevarieerde enclaves. De ‘groene voegen’ langs de randen van de enclaves en langs de infrastructuurlijnen zorgen voor landschappelijke samenhang in het plangebied (zie figuur 5.19). Het gaat onder andere om het groene talud langs de A10 en de spoordijken en de groenstroken langs de Henk Sneevlietweg en de Johan Huizingalaan. De groene voegen zijn geen op zichzelf staande groene lijnen, maar volgen het verloop van de dijken van de infrastructuur, waterlopen en de Nieuwe Meer. Verder bevinden zich in Schinkelkwartier enkele ‘verborgen tuinen’: omsloten, geheimzinnige en verstilde plekken waar de tijd stil lijkt te staan. Deze karakteristiek is aanwezig in de volkstuincomplexen, het Siegerpark langs de Sloterweg, de begraafplaats Huis te Vraag en de moestuin bij Aalsmeerplein. Een tweede landschappelijk kenmerk in Schinkelkwartier zijn de ‘lange lijnen’: wegen, groene verbindingen en waterlopen. De planmatige opzet van het AUP heeft geresulteerd in lange noord/zuid- en

70

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

oost/west-verbindingen. Ook enkele historisch belangrijke routes vallen onder deze landschapstypologie. De lange lijnen in Schinkelkwartier zijn onder andere te herkennen in de Johan Huizingalaan, de ringspoorbaan, het Jaagpad langs de Schinkel, de historische Sloterweg aan de westzijde van het plangebied en de Westlandgracht. De bestaande infrastructuur en de groene omzoming daarvan, zorgen voor barrières en afscheidingen in het plangebied. De landschappelijke analyse onderscheidt daarbinnen acht ‘gevarieerde enclaves’, die grotendeels overeenkomen met de gedefinieerde deelgebieden: Schinkelhaven, strook Sneevlietweg/Aletta Jacobslaan, kantorenstrook Riekerhaven, sportpark Riekerhaven, driehoek tussen de dijken, Nieuwe Meer Oost, Nieuwe Meer West en de Oeverlanden.

Figuur 5.19 – Groene voegen en verborgen tuinen

Groen Er zijn geen wettelijke normen voor het voorzien in voldoende groen. Wel gelden er referentienormen voor groen op basis van de Amsterdamse referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen. Uitgaande van een gemengde stadsbuurt bedraagt de referentienorm voor gebruiksgroen 16 m2 per woning. Gebruiksgroen is stedelijk attractief groen dat gebruikt kan worden. De oppervlakte dient minimaal 0,5 hectare aaneengesloten te zijn en dient voor 60 procent te bestaan uit levend groen. Voor ecosysteemgroen bedraagt de referentienorm voor een gemengde stadsbuurt 6 m2 per woning en 0,1 m2 per 1 m2 bvo kantoor-, winkel- of bedrijfsruimte. Ecosysteemgroen heeft tot doel de buurt klimaatadaptief te maken (onder andere door middel van binnentuinen en groene daken). Tot slot is er een referentienorm voor afstanden tussen groen en woningen: voor buurtgroen geldt een afstandsnorm van 250 meter, voor stadsparken is de afstandsnorm 750 meter. Deze referentienormen voor groen zijn in Amsterdam richtinggevend voor gebiedsontwikkeling. Het voorzien in voldoende kwalitatief en openbaar toegankelijk groen is een belangrijke randvoorwaarde voor de transformatie van Schinkelkwartier. In een verdichtende stad is er een toenemende behoefte aan gebruiksgroen.

Groen is immers essentieel voor verblijven, ontspannen, bewegen, ontmoeten, maar ook voor het versterken van biodiversiteit, het 0pvangen van hemelwater en het tegengaan van hittestress. In

71

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

de huidige situatie is in Schinkelkwartier onvoldoende kwalitatief en openbaar toegankelijk gebruiksgroen aanwezig. Gebiedsbescherming Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn beschermde natuurgebieden die deel uitmaken van de Europese ecologische hoofdstructuur. Voor deze gebieden gelden op grond van de Wet natuurbescherming strenge beschermingsregimes en instandhoudingsdoelen. Schinkelkwartier ligt niet in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn De Botshol (ten zuiden van het plangebied), Markermeer & IJmeer (ten westen van het plangebied) en Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske (ten noorden van het plangebied). Al deze gebieden liggen op circa 10 kilometer afstand van het plangebied (zie figuur 5.20). Natuurnetwerk Nederland De nationale ecologische hoofdstructuur is vastgelegd in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit vormt een samenhangend netwerk van bestaande en toekomstige natuurgebieden in Nederland. De Nieuwe Meer, ten zuiden van Schinkelkwartier, is onderdeel van het NNN (zie figuur 5.21). Het Christoffel Plantijnpad, direct ten westen van het plangebied, is als verbinding onderdeel van het NNN. De kenmerken en waarden van een NNN-gebied mogen niet worden aangetast.

Figuur 5.20 – Natura 2000-gebieden (groen)

Figuur 5.21 – Natuurnetwerk Nederland (groen)

Hoofdgroenstructuur Amsterdam De Amsterdamse hoofdgroenstructuur omvat de minimaal benodigde hoeveelheid groen die Amsterdam wil borgen en bestaat uit gebieden die waardevol zijn voor de stad. De hoofdgroenstructuur omvat uiteenlopende typen groen, zoals stadspark, ruigtegebied/struinnatuur, corridor, volkstuinenpark, sportpark en begraafplaats. In en nabij het plangebied zijn enkele locaties onderdeel van de hoofdgroenstructuur (zie figuur 5.22). Het gaat om begraafplaats Huis te Vraag, de westoever van de Schinkel, tennispark Jaagpad en een deel van Park Schinkeleilanden. Direct grenzend aan het plangebied zijn het Siegerpark, Christoffel Plantijnpad en de Oeverlanden aangewezen als hoofdgroenstructuur. Bebouwing en verharding die het specifieke groentype niet ondersteunt, is in principe niet inpasbaar. Initiatieven in de hoofdgroenstructuur moeten worden getoetst aan het instrumentarium zoals opgenomen in de Structuurvisie Amsterdam 2040. Daarbij moet advies worden gevraagd aan de bevoegde afdeling van de gemeente Amsterdam.

72

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Figuur 5.22 – Hoofdgroenstructuur Amsterdam

Figuur 5.23 – Ecologische structuur Amsterdam en knelpunten

Ecologische structuur Amsterdam De ecologische structuur Amsterdam, opgenomen in de Ecologische Visie Amsterdam, heeft als doel de NNN te versterken en aan te vullen. In het plangebied Schinkelkwartier zijn de volgende delen onderdeel van de ecologische structuur: de westoever van de Schinkel, de groenstroken langs de A10 en A4, de taluds en sloten van de spoor- en metrolijnen en de waterpartijen in Nieuwe Meer West (zie figuur 5.23). De volgende locaties in de directe nabijheid van Schinkelkwartier zijn ook onderdeel van de ecologische structuur: het Christoffel Plantijnpad, het Siegerpark en de Oeverlanden. Er zijn drie ecologische verbindingszones in en nabij het plangebied aanwezig: het historische Jaagpad langs de Schinkel, het Christoffel Plantijnpad als verbinding tussen de Sloterplas en de Nieuwe Meer en de dijklichamen van spoor en metro. In de ecologische structuur zijn enkele knelpunten aanwezig. Het Christoffel Plantijnpad wordt een aantal keren doorkruist door autowegen, namelijk de Plesmanlaan,

73

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Louwesweg en Sloterweg. Ook de Henk Sneevlietweg vormt een barrière tussen twee groenstroken. Bij de Plesmanlaan, Louwesweg en Henk Sneevlietweg is het toevoegen van faunavoorzieningen (passages en uittreedplaats) gewenst. Momenteel wordt een nieuw beleidskader voor de Amsterdamse hoofdgroenstructuur voorbereid, waarin de ecologische structuur Amsterdam als stadsnatuurverbinding wordt opgenomen. Soortenbescherming Natuurwaarden Uit de natuurwaardenkaart Amsterdam blijkt dat de stadsranden, waaronder de noordoever van de Nieuwe Meer, de meest waardevolle gebieden zijn vanuit het oogpunt van stedelijke natuur en biodiversiteit (zie figuur 5.24). De meest waardevolle natuur is logischerwijs te vinden in de gebieden die ook als ecologische structuur zijn aangewezen.

Figuur 5.24 – Natuurwaardenkaart Amsterdam

Beschermde plant- en diersoorten In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen die toeziet op bescherming van flora en fauna. Daarnaast zijn bepaalde plant- en diersoorten specifiek beschermd. In de quickscan natuurwaarden zijn de beschermde soorten beschreven die in Schinkelkwartier kunnen voorkomen. Per deelgebied is een richtinggevend onderzoeksprotocol opgenomen, op basis waarvan per ontwikkeling nader onderzoek moet worden gedaan naar aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Daaruit volgt of voor de beoogde werkzaamheden een ontheffing nodig is en in hoeverre mitigerende of compenserende maatregelen nodig zijn. De belangrijkste beschermde soorten om rekening mee te houden tijdens ruimtelijke ontwikkelingen in het plangebied zijn vleermuizen, kleine marterachtigen, ringslang, rugstreeppad en vogels waarvan het nest het gehele jaarrond is beschermd (huismus, gierzwaluw, spreeuw en roofvogels). In het kader van de quickscan (zie bijlage 6b) zijn de volgende bevindingen gedaan:  Sommige bebouwing in Schinkelkwartier is mogelijk geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Daarnaast zijn delen van het plangebied geschikt als vliegroute en foerageergebied. In het hele plangebied kunnen kleine marterachtigen voorkomen, zoals de wezel, de bunzing en de hermelijn. Zowel de dieren zelf als de territoria zijn beschermd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13658706/1