CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 2023-191J bijlge 3d onderzoek natuur en bome

RAAD 8 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de projectnota Marineterrein en instemmen met de voorbereiding van een investeringsbesluit VN2023-02206639.435 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Quickscan natuur Marineterrein Amsterdam

COLOFON Quickscan natuur Marineterrein, Amsterdam OPDRACHTNEMER

idverde Advies Apeldoorn Oude Apeldoornseweg 41 7333 NR Apeldoorn T + 31 (0)55 312 4070 E adviesapeldoorn@idverde.nl

OPGESTELD DOOR VRIJGEGEVEN DOOR Opdrachtgever

Femke Cnossen Jeffrey Willems Gemeente Amsterdam t.a.v. Mevr. Rienstra Postbus 12693 1100 AR Amsterdam

Projectnummer KENMERK

725220114 AI 2019-0671 P1-72

Status VERSIE DATUM

Definitief 1.0 18-10-2022

Copyright 2022 idverde. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van idverde. idverde is niet aansprakelijk voor eventuele schade ontstaan bij gebruik van gegevens uit dit rapport. idverde Advies bv is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden, kaartmateriaal inclusief getoonde begrenzingen of andere gegevens verkregen van idverde Advies bv. De opdrachtgever vrijwaart idverde Advies bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. idverde Advies bv is lid van het Netwerk Groene Bureaus, brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging van ecologische adviesbureaus. Hierdoor zijn wij goed op de hoogte van de nieuwste ontwikkeling op het gebied van ecologie en wetgeving. Door de inzet van conform de wet ter zake kundige ecologen, waarborgen wij daarnaast onze onderzoekskwaliteit. Omdat ecologisch (veld)onderzoek een momentopname is, kan aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig.

idverde Advies bv is niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie.

2

Quickscan natuur Marineterrein, Amsterdam

INHOUDSOPGAVE COLOFON

2

1

INLEIDING

6

1.1 Aanleiding 1.2 Leeswijzer

6 7

BESCHRIJVING PLANGEBIED EN VOORGENOMEN INGREEP

8

2.1 Beschrijving plangebied 2.2 Voorgenomen ontwikkeling

8 8

2

3

WERKWIJZE

10

4

TOETSING GEBIEDSBESCHERMING

12

4.1 Wet Natuurbescherming gebiedsbescherming (gb) 4.1.1. Natura 2000 4.1.2. Natuurnetwerk Nederland (NNN) 4.2 Hoofdgroenstructuur en Ecologische structuur gemeente Amsterdam 4.3 Conclusie gebiedsbescherming

12 12 12 13 14

RESULTATEN SOORTBESCHERMING

15

5.1 (Potentiële) natuurwaarden per soortgroep 5.1.1. Vaatplanten 5.1.2. Grondgebonden zoogdieren 5.1.3. Vleermuizen 5.1.4. Vogels met jaarrond beschermde nestplaatsen 5.1.5. Algemene broedvogels 5.1.6. Vissen 5.1.7. Amfibieën en reptielen 5.1.8. Ongewervelde diersoorten 5.1.9. Invasieve exoten 5.2 (Potentiële) natuurrisico’s

15 15 16 17 19 21 21 21 21 22 22

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING

23

6.1 Vaatplanten 6.2 Grondgebonden zoogdieren 6.3 Vleermuizen 6.4 Vogels 6.5 Vissen 6.6 Amfibieën 6.7 Algemene zorgplicht

23 23 23 24 25 25 25

CONCLUSIE

26

7.1 Gebiedsbescherming 7.2 Soortbescherming 7.1.1. Wettelijke verplichtingen 7.1.2. Aanbevolen maatregelen / kansen

26 26 26 27

LITERATUURLIJST

29

5

6

7

8

3

BIJLAGE 1: IMPRESSIE PLANGEBIED

30

BIJLAGE 2: BELEIDSUITGANGSPUNTEN

39

BIJLAGE 3: WERKWIJZE

40

Quickscan natuur Marineterrein, Amsterdam

Samenvatting Soortbescherming In onderstaande tabel zijn de soortgroepen weergegeven waarvoor op basis van de Quickscan natuur is bepaald dat ze mogelijk binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden kunnen voorkomen. Beknopt zijn de conclusies en eventueel benodigde vervolgstappen beschreven. Beschermde soorten die niet in onderstaande tabel zijn opgenomen, zijn op basis van de quickscan uitgesloten binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. De verspreidingsgegevens en het oriënterend veldbezoek geven een voldoende duidelijk beeld van het (mogelijk) voorkomen van grondgebonden zoogdieren, vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelden. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van een soortgericht onderzoek om het voorkomen van bovengenoemde soorten en soortgroepen en/of hun verblijfplaatsen nader vast te stellen. Voor vaatplanten, vleermuizen en vogels (huismus, gierzwaluw) dient wel nader onderzoek uitgevoerd te worden. Met in achtneming van de Gedragscode soortenbescherming gemeenten, Stadswerk (2021) en de hieronder opgenomen maatregelen kunnen de werkzaamheden in overeenstemming met de Wet natuurbescherming plaatsvinden. Soortgroep

Ingreep verstorend

Vervolgonderzoek noodzakelijk

Ontheffing nodig

Vaatplanten

Mogelijk

Ja

Mogelijk

Vleermuizen

4

Mogelijk

Ja

Indien soorten worden aangetroffen die beschermd zijn onder het Amsterdamse muurflora beleid, dienen de soorten waar mogelijk te worden gehandhaafd, en dienen de werkzaamheden aan de kademuren op een natuurvriendelijke manier te worden uitgevoerd door het toepassen van kalkrijke mortel. • Nader onderzoek naar aanwezigheid van zomer-, paar-, kraam-, en massawinterverblijfplaatsen in de periode 15 mei t/m 15 oktober •

Nader onderzoek naar foerageergebieden in de periode 15 mei t/m 15 oktober.

•

Indien boom met spechtenholte gekapt moet worden: controle op geschiktheid als verblijfplaats en mogelijk nader onderzoek in de periode 15 mei t/m 15 oktober

•

Maatregelen voor zorgvuldig handelen vastleggen in een ecologisch werkprotocol

•

Tijdens de werkzaamheden rekening houden met tijdelijke verlichting, en in de eindsituatie rekening houden met aanbrengen van verlichting. In hoeverre deze maatregel van toepassing is hangt af van de uitkomsten van het nader onderzoek.

Mogelijk

Huismus

Mogelijk

Ja

Mogelijk

Gierzwaluw

Mogelijk

Ja

Mogelijk

Quickscan natuur Marineterrein, Amsterdam

Voorzorgsmaatregelen en mitigerende maatregelen De delen waar aan kademuren gewerkt gaat worden dienen te worden onderzocht op aanwezigheid van wettelijk beschermde muurplanten.

Nader onderzoek naar aanwezigheid van nestplaatsen in de periode 1 april t/m 20 juni Nader onderzoek naar aanwezigheid van nestplaatsen in de periode 1 juni t/m 15 juli

• •

Algemene broedvogels

Nee, mits aan voorzorgsmaatregelen wordt voldaan

Nee

Nee

• •

• Vissen Algemeen vrijgestelde soorten (algemene grondgebonden zoogdieren, amfibieën, etc.)

Mogelijk

Mogelijk

Nee

Nee

Nee

Nee

•

Werkzaamheden in principe uitvoeren buiten het broedseizoen. Bij werkzaamheden tijdens het broedseizoen: ecologische begeleiding laten uitvoeren door een deskundig ecoloog. Opstellen van een ecologisch werkprotocol. Voorafgaand aan de start van de werkzaamheden een broedvogelcheck laten uitvoeren door een deskundig ecoloog. Werkzaamheden in water uitvoeren in de periode september t/m januari Maatregelen vastleggen in ecologisch werkprotocol

Voldoen aan de zorgplicht: • Bij start van werkzaamheden voorzichtig en in één richting werken • Bij het aantreffen van een exemplaar deze de gelegenheid geven om te vluchten

Gebiedsbescherming Door de voorgenomen ontwikkeling binnen het plangebied kan door stikstofuitstoot een negatieve impact op Natura 2000gebieden hebben. Door Caubergh Huygen wordt hier reeds een Aeriusberekening voor opgesteld. Verder treden geen negatieve effecten op met betrekking tot de gebiedsbescherming in het kader van zowel de Wet natuurbescherming als het provinciaal en regionaal natuurbeleid.

5

Quickscan natuur Marineterrein, Amsterdam

1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Gemeente Amsterdam is voornemens om het Marineterrein in Amsterdam te herontwikkeling (figuur 1.1 en 1.2). Fase 0 van het project is in 2015 al gestart, waarbij een deel van het terrein en de daarop aanwezige gebouwen openbaar toegankelijk werden. In fase 1 zal een toekomstige kazerne worden gebouwd, inclusief ondergrondse parkeergarage en sportveld. Daarnaast wordt de bestaande vastgoedvoorraad uitgebreid. In de volgende fases zullen ook gebouwen worden gesloopt en wordt de rest van het terrein heringericht. Tot slot vindt overslag van goederen plaats aan de noordzijde. In het kader van de Wet natuurbescherming moet rekening worden gehouden met beschermde flora, fauna en natuurgebieden. Een quickscan natuur is nodig om te onderzoeken welke beschermde soorten mogelijk aanwezig zijn in en rondom het plangebied en of de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk negatieve effecten hebben op de aanwezige soorten en natuurgebieden. Idverde Advies is gevraagd deze quickscan natuur uit te voeren.

Figuur 1.1. Ligging van het plangebied t.o.v. centrum Amsterdam (bron: maps.amsterdam.nl).

Figuur 1.2. Ligging plangebied (rood omkaderd) t.o.v. de directe omgeving (maps.amsterdam.nl). Uitgangspunt voor de quickscan Natuur is het ‘Format quickscan natuur’, als onderdeel van de formats natuurproducten planvorming en engineering van de gemeente Amsterdam (versie 24 februari 2020). De gemeente Amsterdam heeft ook een eigen groenbeleid, vastgelegd in de Hoofdgroenstructuur en Ecologische structuur (maps.amsterdam.nl/ecopassages), waarmee 6

Quickscan natuur Marineterrein, Amsterdam

rekening dient te worden gehouden bij het uitvoeren van ruimtelijke ontwikkelingen. Ook wil de gemeente Amsterdam inzichtelijk hebben welke risicosoorten (invasieve exoten en overlast gevende dieren) aanwezig zijn binnen het projectgebied en welke maatregelen dienen te worden genomen om verder verspreiding of overlast van deze soorten te voorkomen. Daarnaast heeft de gemeente Amsterdam verschillende groene ambities (o.a. vergroten biodiversiteit en klimaatadaptatie). De mogelijke kansen hiervoor dienen ook benoemd te worden in de quickscan natuur.

1.2

Leeswijzer

Hoofdstuk 1 betreft de inleiding en aanleiding van het project. In hoofdstuk 2 worden het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling beschreven. In hoofdstuk 3 wordt gebiedsbescherming behandeld, met o.a. de potentiële effecten van de ontwikkeling op Natura2000 gebieden, Natuur Netwerk Nederland, en de Hoofdgroenstructuur en Ecologische structuur van de gemeente Amsterdam. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van het literatuur- en veldonderzoek besproken. Vervolgens worden in hoofdstuk 5 de bevindingen van het onderzoek getoetst aan de Wet natuurbescherming en worden in hoofdstuk 6 de conclusies en het advies gegeven. De geraadpleegde literatuur is beschreven in hoofdstuk 7. In de bijlagen zijn impressiefoto’s van het plangebied te vinden en daarnaast de beleidsuitgangspunten waarop deze rapportage is gebaseerd en de werkwijze voor deze quickscan.

7

Quickscan natuur Marineterrein, Amsterdam

2 Beschrijving plangebied en voorgenomen ingreep 2.1

Beschrijving plangebied

Het Marineterrein bevindt zich aan de noordoostzijde van het centrum van Amsterdam. Het gebied kan worden beschouwd als schiereiland, en wordt begrensd door de Kattenburgerstraat, de Dijksgracht en het Oosterdok. Grofweg de helft is momenteel in gebruik door Defensie, en is niet toegankelijk voor het publiek. De andere helft is wel toegankelijk voor het publiek. Meerdere kleine bedrijven en horecagelegenheden hebben zich gevestigd op het terrein, en de binnenhaven wordt door veel mensen gebruikt om te zwemmen. Op het terrein zijn 24 gebouwen aanwezig, een renbaan (defensie) en ca. 470 bomen (zie ook figuur 2.2). Het sportveld wordt (max. 10 keer per jaar) gebruikt als helikopterlandplaats.

Figuur 2.1. Luchtfoto van het plangebied (rood omkaderd) (bron: maps.amsterdam.nl).

2.2

Voorgenomen ontwikkeling

Gemeente Amsterdam is voornemens om het Marineterrein te herontwikkelen. Hiervoor zullen diverse gebouwen moeten worden gesloopt (figuur 2.2). Het gaat om gebouwen 07, 10, 12, 15, 17, 25, 26, 27L, 28, 28A, 29, 30, 34, 39, 40. In de toekomstige situatie worden diverse nieuwe gebouwen gebouwd, en worden een ondergrondse parkeergarage en een sportveld aangelegd (welke in de toekomst nog steeds dient als helikopterlandplaats). Ook wordt in de toekomst mogelijk een steiger aangelegd langs een deel van de kade.

8

Quickscan natuur Marineterrein, Amsterdam

Figuur 2.2. Overzicht van de gebouwen op het Marineterrein. De te slopen gebouwen zijn aangegeven met een rode stippellijn (bron: Gemeente Amsterstam).

9

Quickscan natuur Marineterrein, Amsterdam

3 Werkwijze Onderzoeksmethode Het onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming en natuurbeleid is in de vorm van een quickscan uitgevoerd conform eerdergenoemde beleidsuitgangspunten. De quickscan bestaat uit een bronnenonderzoek in combinatie met een eenmalig veldbezoek. Aangrenzende gebouwen, bomen, en het maaiveld zijn beoordeeld op de aanwezigheid van (potentieel) (beschermde) natuurwaarden, Rode Lijstsoorten en risicosoorten. In de beoordeling gebiedsbescherming is tevens de mate van externe werking op stikstofdepositie-gevoelige natuurtypen meegenomen. De waarnemingen en analyse in de quickscan worden ondersteund door heldere foto’s. In het format quickscan natuur is opgenomen welke informatie vermeld en onderzocht dient te worden. Aanvullend hierop is ook getoetst op invasieve exoten, zoals opgenomen in de Europese Unielijst Invasieve exoten, en op Aziatische duizendknopen. Bronnenstudie Voor het bronnen- en literatuuronderzoek worden voorafgaand aan het veldbezoek gegevens opgevraagd uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). In de NDFF is rondom het plangebied een polygoon ingetekend. De polygoon is ruimer ingetekend dan het plangebied, namelijk in een straal van ca. 1 km rondom het plangebied. Binnen dit polygoon zijn alle verspreidingsgegevens van beschermde soorten opgevraagd van de afgelopen vijf jaar.

Door de polygoon ruimer in te tekenen wordt de dataset vergroot. Hierdoor worden ook soorten die mogelijk in het plangebied voorkomen, maar hierin niet zijn waargenomen, meegenomen in het onderzoek. Eveneens zijn binnen de polygoon de waarnemingen van Rode lijst-soorten en invasieve exoten opgevraagd. Op basis van deze beschikbare gegevens wordt een eerste inschatting gemaakt van het voorkomen van beschermde soorten binnen het plangebied. Verder is in de map viewer van gemeente Amsterdam (maps.amsterdam.nl/) aanvullend gekeken naar het voorkomen van broedvogels met beschermde nesten (maps.amsterdam.nl/vogels), het voorkomen van muurplanten (https://maps.amsterdam.nl/muurplanten) en vleermuizen (maps.amsterdam.nl/vleermuizen) ter hoogte van het plangebied. Verder is gekeken naar de ligging van het plangebied ten opzichte van wettelijke beschermde Natura 2000-gebieden en het planologisch beschermde Natuur Netwerk Nederland (NNN). Ook is gekeken of Hoofdgroenstructuur en Ecologische structuur van de gemeente Amsterdam binnen het plangebied ligt. Biotooptoets De biotooptoets bestaat uit het uitvoeren van een veldbezoek met als doel een inschatting te maken van de ecologische kwaliteiten van het plangebied. Op het moment dat het veldbezoek wordt uitgevoerd, zijn niet alle soorten zichtbaar aanwezig.

Diersoorten zijn bijvoorbeeld alleen nachtactief of in een bepaalde periode van het jaar afwezig. Daarom zijn de eisen die soorten/soortgroepen met betrekking tot vaste rust- en verblijfplaatsen, foerageergebieden en migratierouten aan hun leefomgeving stellen, vergeleken met en getoetst aan de situatie in het veld. Vleermuizen Onderdeel van de biotooptoets is het inschatten of vleermuizen verblijfplaatsen kunnen hebben op het terrein. Aangezien veel gebouwen aanwezig zijn op het terrein, zijn de gebouwen ingedeeld op potentie voor vleermuisverblijfplaatsen. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen paarverblijfplaatsen, zomerverblijfplaatsen, kraamverblijfplaatsen en massawinterverblijfplaatsen. Paarverblijfplaatsen en zomerverblijfplaatsen worden vaak gebruikt door één tot enkele vleermuizen. In kraam- en massawinterverblijfplaatsen kunnen echter zeer veel vleermuizen aanwezig zijn. De eisen die door vleermuizen gesteld worden aan de gebouwen waar deze verblijfplaatsen zich bevinden verschillen dan ook. Massawinterverblijven worden aangetroffen in omvangrijke holten in gebouwen. Dergelijke verblijfplaatsen zijn goed beschermd tegen winterkou en bieden verschillende microklimaten zodat de vleermuizen zich binnen de holte kunnen verplaatsen.

Voorbeelden van massawinterverblijfplaatsen zijn de mergelgroeven in Limburg, bunkers en kastelen, maar ook in grote gebouwen als ziekenhuizen, appartementencomplexen en kantoren. In kraamverblijfplaatsen is het ook van belang dat de temperatuur zo veel mogelijk constant blijft t.b.v. de ontwikkeling van de jongen. Kraamverblijfplaatsen hebben dan ook, net als massawinterverblijven, vaak verschillende microklimaten zodat vleermuizen zich binnen de verblijfplaats kunnen verplaatsen om de ideale temperatuur te vinden. Aan paar- en zomerverblijfplaatsen worden minder strenge eisen gesteld door vleermuizen. Daarnaast hebben zij vaak meerdere opties, en kunnen ze verplaatsen als een verblijfplaats te warm of koud wordt. Paarverblijfplaatsen kunnen zich bijvoorbeeld ook bevinden in vleermuiskasten en boomholten.

10

Quickscan natuur Marineterrein, Amsterdam

Tijdens de biotooptoets is per gebouw vastgesteld wat de potentie is voor verblijfplaatsen van vleermuizen. De gebouwen zijn onderverdeeld in drie categorieën: hoge, gemiddelde en lage potentie voor vleermuisverblijfplaatsen. • Hoge potentie: hoge gebouwen met stootvoegen en omvangrijke spouwmuren, veel kieren en muren met een zuidelijke oriëntatie. • Gemiddelde potentie: Lagere gebouwen, minder omvangrijke spouwmuren, kieren langs de dakrand. • Lage potentie: gebouwen met slechts enkele kieren, slechte isolatie, slechte uitvliegmogelijkheden (bijv. door bomen of panelen), en geen stootvoegen. • Geen potentie: geen openingen of kieren, dus geen invliegmogelijkheden. In gebouwen met hoge potentie is de kans groter dat massawinterverbijfplaatsen of kraamverblijfplaatsen aanwezig zijn. In gebouwen met gemiddelde potentie kan dit ook niet worden uitgesloten, maar is de kans wel kleiner. Wel zijn deze gebouwen vermoedelijk geschikt voor paar- en zomerverblijfplaatsen. Gebouwen met lage potentie zijn mogelijk geschikt voor paar- of zomerverblijfplaatsen, maar de kans is groter dat de vleermuizen in een meer geschikt gebouw in de nabijheid zitten. Effectenbeoordeling Op basis van de uitkomsten van het bronnen- en veldonderzoek is beoordeeld of het plan (negatieve) effecten kan hebben op beschermde soorten.

Indien sprake is van een conflictsituatie tussen de aanwezigheid van beschermde soorten en de geplande ruimtelijke ingreep, is in onderhavige rapportage aangegeven welke voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen. Indien negatieve effecten door het nemen van voorzorgsmaatregelen niet te voorkomen of uit te sluiten zijn, is aangegeven of vervolgonderzoek, mitigerende maatregelen en/of een ontheffingsaanvraag noodzakelijk is.

11

Quickscan natuur Marineterrein, Amsterdam

4 Toetsing gebiedsbescherming 4.1 4.1.1.

Wet Natuurbescherming gebiedsbescherming (gb) Natura 2000

De Natura 2000–gebieden die op de kortste afstand van het plangebied liggen zijn Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske (± 6,2 km) en het Markermeer & IJmeer (op ± 4 km) (figuur 4.1). Door de grote afstand en de tijdelijke aard van de voorgenomen werkzaamheden zijn de meeste type effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van deze Natura 2000gebieden uitgesloten. Stikstofdepositie kan echter op grote afstand optreden. Indien tijdens de werkzaamheden langdurig en met zware machines gewerkt wordt, is een negatief effect door uitstoot van stikstof niet geheel uit te sluiten. Door Caubergh Huygen wordt daarom een Aeriusberekening uitgevoerd, om te achterhalen wat de stikstofdepositie zal zijn in de bouw- en gebruiksfase.

Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske

± 6,2 km Markermeer en IJmeer

± 4 km

Figuur 4.1. Ligging van het plangebied (rood) t.o.v. de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden (groen en blauw) (bron: www.maps.amsterdam.nl).

4.1.2.

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Het plangebied overlapt niet met het Natuurnetwerk Nederland (figuur 4.2: groen gearceerde gebieden). Significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden zijn daardoor uitgesloten. Conflicten met provinciaal natuurbeleid zijn daardoor niet aan te orde.

12

Quickscan natuur Marineterrein, Amsterdam

Figuur 4.2: Ligging van het plangebied (rode stip) t.o.v. de dichtstbijzijnde NNN-gebieden (groen gearceerde gebieden) (bron: www.maps.amsterdam.nl).

4.2

Hoofdgroenstructuur en Ecologische structuur gemeente Amsterdam

De groene verbindingen (de ecologische structuur) zijn bedoeld om de groene gebieden met elkaar te verbinden en daarmee het leefgebied voor dier- en plantensoorten te vergroten. Een goede ecologische structuur is essentieel voor de biodiversiteit. De Amsterdamse ecologische structuur betreft een netwerk van zowel grote als kleine ‘groene’ en ‘blauwe’ gebieden en maakt het verbindende groene netwerk binnen de stad en de verbinding met het omringende landschap zichtbaar (Ecologische visie gemeente Amsterdam, d.d. 20 april 2012). De Hoofdgroenstructuur betreft alle groengebieden in de gemeente Amsterdam, inclusief parken en sportcomplexen. Ook voor deze gebieden geldt een nee, tenzij beleid. Het Marineterrein bevindt zich nabij een Ecologische structuur element, namelijk het spoortracé aan de overkant van de Dijksgracht (figuur 4.3). De voorgenomen herontwikkeling heeft hier echter geen invloed op. De voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied zijn dan ook niet in conflict met bovengenoemde gemeentelijke groenstructuren.

13

Quickscan natuur Marineterrein, Amsterdam

Figuur 4.3. De ligging van de Hoofdgroenstructuur (licht groen) en Ecologische structuur (donkergroen) van de gemeente Amsterdam t.o.v. het plangebied (rood) (bron: www.maps.amsterdam.nl).

4.3

Conclusie gebiedsbescherming

Door de voorgenomen herontwikkeling van het Marineterrein treden mogelijk negatieve effecten op in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Er wordt daarom al door een andere partij een Aerius-berekening uitgevoerd. Andere negatieve effecten met betrekking tot gebiedsbescherming in het kader van zowel de Wet natuurbescherming als het provinciaal en regionaal natuurbeleid zijn niet aan de orde.

14

Quickscan natuur Marineterrein, Amsterdam

5 Resultaten soortbescherming Het veldbezoek is op 16-08-2022 uitgevoerd door twee ecologen van idverde Advies (Femke Cnossen en Jeffrey Willems). De weersomstandigheden waren op dat moment zonnig, ca. 28 graden met weinig wind. De bevindingen van het bronnenonderzoek zijn in het veld getoetst en waar nodig aangevuld.

5.1 5.1.1.

(Potentiële) natuurwaarden per soortgroep Vaatplanten

Bronnenstudie In de NDFF-database zijn meldingen bekend van drie beschermde soorten vaatplanten. Het gaat om één melding van kartuizer anjer op ca. 750 meter afstand, twee meldingen van schubvaren, beide op ca. 500 meter afstand, en 19 meldingen van wolfskers. De meldingen van wolfskers zijn allemaal afkomstig van één groeilocatie aan de Oostenburgervoorstraat, op ca. 500 meter afstand van het Marineterrein. Daarnaast zijn meldingen bekend van zwartsteel, steenbreekvaren, tongvaren, gele helmbloem, muurnavel en muurfijnstraal. Deze soorten zijn niet beschermd volgens de Wnb maar hebben aanvullende bescherming door het “Beleid Muurflora” van de Gemeente Amsterdam (april 2021), onderdeel van de ontwikkeling van het Amsterdamse florabeleid. In de kaartviewer van gemeente Amsterdam zijn geen meldingen bekend van beleidsmatig beschermde soorten binnen het plangebied.

Ook zijn een aantal Rode Lijst-soorten gemeld binnen een straal van 1 km rondom het plangebied, namelijk: • Absintalsem • Dubbelloof • Selderij • Akkerleeuwenbek • Franse silene • Slanke mantelanjer • Amandelwolfsmelk • Gewone agrimonie • Steenanjer • Beemdkroon • Heemst • Tripmadam • Blauwe knoop • Kamgras • Valse kamille • Bolderik • Korenbloem • Veldsalie • Bosaardbei • Muurganzenvoet • Wilde kievitsbloem • Donkergroene • Muurhavikskruid • Zacht vetkruid basterdwederik • Oosterse morgenster • Zwartmoeskervel Een aantal van deze soorten is ook gemelde binnen de grenzen van het plangebied, namelijk absintalsem, akkerleeuwenbek, korenbloem, oosterse morgenster en selderij. Slechts twee van deze Rode Lijst-soorten vallen onder aanvullende bescherming van de Amsterdamse gedragscode Flora en Fauna, namelijk heemst en slanke mantelanjer. Meldingen hiervan zijn niet bekend binnen het plangebied. Veldbezoek Wettelijk beschermde vaatplanten Tijdens het veldbezoek zijn geen wettelijk beschermde vaatplanten aangetroffen. Het grootste deel van de vegetatie in het gebied bestaat uit kort gemaaid gazon. Op enkele plekken zijn struiken en klimop aanwezig. De kademuren zijn in theorie geschikt voor beschermde muurplanten, zoals schubvaren. Op de kademuren groeien ten tijde van het veldbezoek o.a. muurvaren en eikvaren. Ook is één tongvaren aangetroffen.

De muren zijn echter niet tot in detail onderzocht maar steekproefsgewijs, waardoor het mogelijk is dat ook andere soorten aanwezig zijn. De kartuizer anjer uit de bronnenstudie is gevonden aan de overkant van Het IJ. Deze soort verspreidt zich d.m.v. knoppen onder de grond en zaad dat dicht bij de plant op de grond terecht komt. Dit betekent dat het vrijwel onmogelijk is voor deze plant om zich over grote afstand te verspreiden, zonder dat de soort op meerdere plekken wordt waargenomen. Daarnaast komt kartuizer anjer niet van nature voor in Amsterdam, en niet-wilde populaties zijn niet beschermd onder de Wnb. Wolfskers is aangetroffen op ca. 500 meter afstand van het plangebied. Tijdens het veldbezoek is deze soort niet waargenomen. Het veldbezoek is uitgevoerd tijdens de bloeiperiode van deze soort, waardoor eventueel aanwezige exemplaren zouden zijn waargenomen. Daarnaast groeit wolfskers op vochtige, vaak verstoorde grond met veel organische stof. Aangezien het Marineterrein intensief beheer wordt en er schrale grond aanwezig is, zijn er geen geschikte groeicondities. Het voorkomen de bloei van deze soort op deze locatie is daarmee uit te sluiten.

15

Quickscan natuur Marineterrein, Amsterdam

Amsterdams muurflora beleid & Rode Lijst-soorten Tijdens het veldbezoek is een tongvaren aangetroffen, één van de soorten die beschermd wordt onder het Amsterdamse muurflora beleid (figuur 5.2). De kademuur rondom het Marineterrein is daarnaast geschikt voor diverse andere muurplanten. Ook kunnen diverse Rode Lijst-soorten voorkomen op het terrein. Heemst en slanke mantelanjer (welke aanvullende bescherming genieten onder de Amsterdamse gedragscode Flora en Fauna) zijn niet aangetroffen tijdens het veldbezoek. Heemst groeit voornamelijk in brak milieu in rietmoerassen, slootkanten en in verruigde gebieden. Geen van deze omstandigheden zijn aanwezig op het Marineterrein, dus aanwezigheid van heemst kan worden uitgesloten. Slanke mantelanjer komt voor op kalkrijke graslanden. Omdat het Marineterrein intensief beheerd wordt (kort gazon), is het niet mogelijk voor slanke mantelanjer om zich te vestigen. Aanwezigheid van deze soort kan dus ook worden uitgesloten. De overige Rode Lijst-soorten die op het Marineterrein aanwezig zouden kunnen zijn, genieten geen aanvullende bescherming.

Figuur 5.1a (links) en 5.1b (rechts). Impressie van de vegetatiestructuur op het Marineterrein (links: gebouw 30; rechts: gebouw 2).

Figuur 5.2. De locatie van de tijdens het veldbezoek ontdekte tongvaren is aangegeven met een rode stip (bron ondergrond: Google Maps).

5.1.2.

Grondgebonden zoogdieren

Bronnenstudie Binnen een straal van ca. 1 km rondom het plangebied zijn meldingen bekend van boommarter (2 meldingen), egel (20 meldingen), haas (1 melding), konijn (2 meldingen) en woelrat (1 melding). De meldingen van de boommarter gaan om 1 verkeersslachtoffer en 1 levend dier dat op ca. 500 meter afstand is gevangen door de Dierenambulance. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde grondgebonden zoogdieren waargenomen. De kans bestaat wel dat egel gebruik maakt van het plangebied. Geschikte locaties voor zowel winterslaap als voortplanting zijn aanwezig in het struweel. 16

Quickscan natuur Marineterrein, Amsterdam

Er is geen geschikt habitat aanwezig voor boommarter en woelrat. De boommarter leeft voornamelijk in bossen. Het is onduidelijk wat de individuen uit de bronnenstudie deden in het centrum van Amsterdam, ver weg van parken of bossen, maar geschikt leefgebied op het Marineterrein is niet aanwezig. De woelrat leeft langs wateren met steile begroeide oevers waar holen in gegraven kunnen worden, dit is niet aanwezig binnen het plangebied. De meldingen van konijn zijn afkomstig vanaf het spoortracé langs de Dijksgracht. Omdat het Marineterrein is afgesloten door muren en water, en er slechts enkele manieren zijn voor grondgebonden zoogdieren om op het terrein te komen, is de kans klein dat konijnen hier aanwezig zijn. Daarnaast zijn nooit konijnen waargenomen op het terrein, en zijn tijdens het veldbezoek geen sporen (holen, keutels) gezien, aanwezigheid van konijn kan worden uitgesloten. De enige melding van haas is afkomstig uit Amsterdam Noord, aan de overkant van het IJ. Het IJ vormt een barrière voor deze soort, de enige manier om bij het plangebied te komen zou zijn om het IJ over te steken. Aanwezigheid van haas kan worden uitgesloten.

5.1.3.

Vleermuizen

Bronnenstudie Bij het gebruik van het landschap door vleermuizen kan onderscheid gemaakt worden in vaste verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. Op basis van literatuuronderzoek is het bekend dat in de directe omgeving van het plangebied vleermuizen voorkomen. In de NDFF-database zijn binnen een straal van 1 km 53 meldingen bekend van vleermuizen. Het gaat om meerdere meldingen van gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis. Ook is 1 melding bekend van rosse vleermuis. Geen van de meldingen is afkomstig vanaf het Marineterrein zelf, vermoedelijk door een gebrek aan onderzoeken omdat het terrein pas recentelijk is opengesteld. Ook tijdens een fietstraject zijn veel waarnemingen gedaan van vleermuizen in de omgeving van het Marineterrein, voornamelijk gewone dwergvleermuis (figuur 5.3). Uit een eerder onderzoek is gebleken dat een foerageergebied van gewone dwergvleermuizen aanwezig is bij de Dijksgracht Oost, nabij het Marineterrein.

Figuur 5.3. Waarnemingen van vleermuizen in de omgeving van het Marineterrein. Vrijwel alle meldingen betreffen gewone dwergvleermuizen (bron: maps.amsterdam.nl). Veldbezoek Verblijfplaatsen In vrijwel alle gebouwen op het Marinetterrein kunnen verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen aanwezig zijn. Zoals uitgelegd in hoofdstuk 3 “Werkwijze” kan onderscheid gemaakt worden tussen paarverblijfplaatsen, zomerverblijfplaatsen, kraamverblijfplaatsen en massawinterverblijfplaatsen. In paar- en zomerverblijfplaatsen zijn vaak 1 tot enkele vleermuizen aanwezig. In kraam- en massawinterverblijfplaatsen kunnen echter zeer veel vleermuizen aanwezig zijn. De eisen die door vleermuizen gesteld worden aan gebouwen verschillen per type verblijfplaats. In onderstaande tabel (5.1) zijn daarom de 17

Quickscan natuur Marineterrein, Amsterdam

gebouwen op het Marineterrein onderverdeeld in drie categorieën: hoge, middel en lage potentie voor vleermuisverblijfplaatsen. De verdeling is gemaakt door te kijken naar aanwezigheid van spouwmuren, stootvoegen, kieren in de muren en de dakrand, de ligging van muren (zuid, west), hoogte en uitvliegruimte (zie H3: Werkwijze). Voor slechts twee gebouwen kon op voorhand worden uitgesloten dat verblijfplaatsen aanwezig zijn, namelijk gebouw(en) 022 en de schuur van gebouw 040. Ook is één boom aanwezig met een boomholte (gemaakt door specht) die potentieel geschikt is voor boombewonende vleermuizen. De locatie van de boom is te zien op figuur 5.4. Deze locatie correspondeert met boom 94 uit de bomeninventarisatie (idverde Advies, 2022). Tabel 5.1. In onderstaande tabel is per gebouw weergegeven of deze gesloopt zal worden, en wat de potentie is voor verblijfplaatsen van vleermuizen. Gebouw Wordt Hoge potentie voor Gemiddelde potentie voor Lage potentie voor Verblijfplaatsen nummer gesloopt verblijfplaatsen: verblijfplaatsen: lagere verblijfplaatsen: enkele op voorhand (voor omvangrijke gebouwen kieren bij kieren, slechte isolatie, uitgesloten zover nu spouwmuren, dakrand, minder slechte bekend)? stootvoegen, kieren, omvangrijke spouwmuren uitvliegmogelijkheden, hoog, zuidelijke geen stootvoegen oriëntatie

18

001

nee

x

002

nee

x

003

nee

x

006

nee

007

ja

x

010

ja

x

012

ja

014

nee

015

ja

017

ja

022

nee

024

nee

025

ja

026

ja

027

nee

027L

ja

x

028

ja

x

028A

ja

x

029

ja

x

x

x x x x x x x x x

030

ja

x

031

nee

x

034

ja

039

ja

040

ja

x (sportschool)

041

nee

x

x (zuidwestzijde)

Quickscan natuur Marineterrein, Amsterdam

x x (delen zonder panelen)

x (delen met panelen) x (schuur)

Figuur 5.4. Boom met boomholte (specht) die mogelijk geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen (coördinaten: 52.373461, 4.915226). Foerageergebied en vliegroutes Vleermuizen gebruiken vliegroutes: lijnvormige landschapselementen om zich te kunnen oriënteren. Grachten (en kades) zijn lijnvormige elementen. Tijdens een onderzoek in 2020 (Bolle, 2020) is aangetoond dat langs de Dijksgracht geen vliegroute loopt, echter ook aan de westzijde van het Marineterrein zou een vliegroute kunnen zijn. Grachten worden veel gebruikt door vleermuizen als foerageergebied. De wateren rondom het Marineterrein zijn dan ook zeer geschikt als foerageergebied. Op het Marineterrein zelf kunnen mogelijk ook vleermuizen foerageren. De bomen nabij gebouw 040 zouden geschikt kunnen zijn als foerageergebied, evenals de bomen langs de westrand van het terrein. De rest van het terrein wordt echter erg intensief beheerd, wat betekent dat weinig insecten aanwezig zullen zijn, en daarom dus weinig voedsel aanwezig is voor vleermuizen. Verder zijn bijvoorbeeld in de Kattenburgerstraat veel bomen aanwezig die als alternatief zouden kunnen dienen als foerageergebied vanaf het Marineterrein zou verdwijnen.

5.1.4.

Vogels met jaarrond beschermde nestplaatsen

Bronnenstudie In de NDFF zijn binnen 1 km van het plangebied verschillende soorten waargenomen waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn (cat. 1 t/m 4 Wet natuurbescherming). Het gaat om: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, huismus, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer en wespendief. Geen van de meldingen is afkomstig uit het plangebied zelf. Daarnaast zijn meldingen in de NDFF bekend uit de omgeving van het plangebied van categorie 5-soorten, waarvan de nesten alleen jaarrond beschermd zijn onder ecologisch zwaarwegende redenen: blauwe reiger, boerenzwaluw, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, ekster, gekraagde roodstaart, grauwe vliegenvanger, groene specht, grote bonte specht, huiszwaluw, ijsvogel, koolmees, oeverzwaluw, pimpelmees, spreeuw, tapuit, torenvalk, zwarte kraai en zwarte roodstaart. In de mapviewer van Amsterdam is te zien dat in de omgeving van het Marineterrein nesten van huismussen, gierzwaluwen en spreeuwen aanwezig zijn (figuur 5.5). Deze bevinden zich ten oosten van de Kattenburgerkade, geen van de meldingen is afkomstig van het Marineterrein zelf. Mogelijk heeft dit te maken met gebrek aan onderzoek op het afgesloten gedeelte van het Marineterrein. 19

Quickscan natuur Marineterrein, Amsterdam

Figuur 5.5. Locaties van nesten van gierzwaluwen, huismussen en spreeuwen in de omgeving van het plangebied (bron: maps.amsterdam.nl). Veldbezoek Categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek zijn geen vogels waargenomen met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4). Twee van de gebouwen zijn potentieel geschikt voor huismussen, namelijk gebouw 003 en 024. Beide gebouwen blijven bestaan in de toekomstige situatie, echter wanneer toch renovatiewerkzaamheden aan deze gebouwen moeten plaatsvinden kan schade plaatsvinden aan huismusnesten. De gebouwen die geschikt zijn voor verblijfplaatsen van vleermuizen, zijn ook potentieel geschikt voor verblijfplaatsen van gierzwaluwen. In tabel 5.1 is te zien om welke gebouwen het gaat. Op ca. 900 meter afstand is eenmalig een slechtvalk waargenomen. Slechtvalk kan broeden op hoge gebouwen, zelfs midden in de stad. Door het gebrek aan waarnemingen is het echter onwaarschijnlijk dat een slechtvalk broedt in de omgeving van het Marineterrein, aangezien het een opvallende vogel is. Aan de zuidkant van het centrum van Amsterdam is een nestkast bezet door slechtvalk, hier zijn in 2022 al 132 waarnemingen gemeld. Nesten van slechtvalk op het Marineterrein kunnen worden uitgesloten. Het plangebied biedt geen geschikte broedlocaties voor roofvogels en uilen (boomvalk, buizerd, ransuil, sperwer en wespendief).

Ook zijn geen nesten van ooievaar en roeken waargenomen in het plangebied. Nesten van deze soorten kunnen worden uitgesloten Ook zijn in de omgeving meldingen bekend van grote gele kwikstaart. Aangezien broedparen alleen bekend zijn in het oosten en zuiden van Nederland, kunnen nesten op het Marineterrein worden uitgesloten. Categorie 5 nesten Tijdens het veldbezoek zijn waarnemingen gedaan van eksters. Een medewerker op het terrein vertelde dat de ekster heeft gebroed in de binnentuin van gebouw 014. Daarnaast komen vermoedelijk ook soorten als boomklever, koolmees, pimpelmees, spreeuw en zwarte kraai voor op het Marineterrein. Ook is een spechtenhol aangetroffen, wat indiceert dat groene specht of grote bonte specht aanwezig is op het terrein.

20

Quickscan natuur Marineterrein, Amsterdam

5.1.5.

Algemene broedvogels

Bronnenstudie In de omgeving van het plangebied zijn veel meldingen bekend van algemene broedvogels. Het gaat om soorten als gaai, heggenmus, houtduif, roodborst, tjiftjaf en stormmeeuw. Nesten van algemene broedvogels zijn beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn een aantal algemene broedvogels waargenomen in en rondom het plangebied, namelijk merel, stadsduif, heggenmus, meerkoet en fuut. De bomen in het plangebied zijn geschikt voor algemene broedvogels om een nest in te bouwen. Daarnaast kunnen watervogels een nest bouwen in het water grenzend aan het Marineterrein. Tijdens een eerder veldbezoek is een broedende meerkoet waargenomen tussen het Scheepvaartmuseum en het Marineterrein.

5.1.6.

Vissen

Bronnenstudie In de NDFF zijn in een straal van 1 km rondom het plangebied geen waarnemingen bekend van beschermde vissen. Uit literatuuronderzoek (o.a. Verspreidingsatlas Vissen, Stichting RAVON) is gebleken dat de rivierdonderpad aanwezig is binnen de Amsterdamse grachtengordel. De rivierdonderpad wordt aanvullend beschermd vanuit het gemeentelijk beleid vanuit de Gemeente Amsterdam. Ook wordt de kroeskarper (Rode Lijst – kwetsbaar) beschermd onder het gemeentelijk beleid. Vanuit het programma dient daarnaast ook zoveel mogelijk rekening gehouden worden met het welzijn van alle soorten vissen die in de gracht kunnen voorkomen. Veldbezoek De waterbodem ter plekke ligt diep en stortstenen zijn niet waargenomen (habitat rivierdonderpad). Echter kan niet worden uitgesloten dat er op de bodem puin of stortstenen liggen. Daarnaast is er een kunstmatig rif aangelegd in de haven van het Marineterrein, bestaande uit gevormde betonblokken, geclusterd op een stellage van steigerpijp. Of er al successen zijn behaald voor vissen is niet bekend. Door de aanwezigheid van dit rif is aanwezigheid van rivierdonderpad en kroeskarper niet uit te sluiten. Ook is het aannemelijk dat algemeen voorkomende vissoorten aanwezig zijn.

5.1.7.

Amfibieën en reptielen

Bronnenstudie In de NDFF zijn binnen een straal van 1 km rondom het plangebied meldingen bekend van algemene amfibieën, namelijk bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Ook zijn meldingen bekend van de beschermde vroedmeesterpad, echter zijn al deze meldingen afkomstig uit Artis en de naastgelegen Hortus Botanicus. De enige meldingen van reptielen betreffen de roodwangschildpad, een invasieve exoot. Veldbezoek Binnen het plangebied zijn geen geschikte voortplantingswateren aanwezig voor beschermde en/of algemeen voorkomende amfibieën. Eventueel kunnen individuen van algemeen voorkomende soorten het Marineterrein gebruiken als landhabitat. Geschikte voortplantings- of overwintergebieden zijn niet aanwezig binnen het plangebied. De vroedmeesterpad kan ook worden uitgesloten binnen het plangebied, aangezien de soort tot op heden op slechts 2 afgebakende locaties is waargenomen en geen geschikt leefgebied aanwezig is binnen het plangebied. Ook beschermde reptielen zijn niet te verwachten binnen het plangebied, aangezien geschikt leefgebied ontbreekt.

5.1.8.

Ongewervelde diersoorten

Bronnenstudie In de NDFF-database is 1 melding gedaan van de beschermde iepenpage. Deze melding is afkomstig uit het Wertheimpark, op ca. 750 meter afstand. In 2022 zijn op diverse andere plekken in het centrum van Amsterdam iepenpages aangetroffen. Andere beschermde ongewervelden zijn niet bekend binnen een straal van 1 km rondom het plangebied. Veldbezoek In het plangebied zijn meerdere iepen aanwezig waar eventueel iepenpage en grote vos in zou kunnen zitten. Er vindt uitgebreide monitoring van iepenpages plaats in Amsterdam. Bomen binnen een straal van 150 meter van waarnemingslocaties moeten worden onderzocht op de aanwezigheid van de iepenpage. Aangezien de waarnemingen meer dan 700 meter van het plangebied zijn gedaan, kan de aanwezigheid van iepenpages in het plangebied redelijkerwijs worden uitgesloten.

21

Quickscan natuur Marineterrein, Amsterdam

5.1.9.

Invasieve exoten

Bronnenstudie In de omgeving van het plangebied zijn in de NDFF en op maps.amsterdam.nl/duizendknoop enkele meldingen bekend van Japanse duizendknoop. Binnen het plangebied zelf zijn geen meldingen bekend. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen invasieve exoten waargenomen.

5.2

(Potentiële) natuurrisico’s

Risicosoorten – Aziatische duizendknopen Aziatische duizendknopen (ADK) komen voor in Amsterdam. Voor de werkzaamheden wordt grond verzet, wat met betrekking tot ADK altijd een risico vormt. De voornaamste oorzaak van de verspreiding van de ADK is dat grond vervuild is met de wortel van duizendknoop die vervolgens zeer gemakkelijk weer ontspruit op de nieuwe locatie. Omdat ADK voorkomt in de omgeving, altijd het risico dat de soort toch ook binnen het plangebied voorkomt. Het is van belang dat het uitvoerend personeel bekend is met de duizendknoopsoorten, zodat deze in het veld herkend worden. Wanneer grond van buiten het gebied wordt aangevoerd dan dient ook gegarandeerd te kunnen worden dat deze vrij is van ADK. Risicosoorten – Dieren Bij een bouwplaats kan altijd overlast ontstaan door o.a. ratten, stadsduiven en meeuwen wanneer er etensresten en rommel achterblijven. Dit kan worden voorkomen door bij uitvoering van de werkzaamheden te zorgen dat de bouwlocatie schoon en opgeruimd is. In en rondom het plangebied zijn op maps.amsterdam.nl geen meldingen gedaan van de eikenprocessierups.

22

Quickscan natuur Marineterrein, Amsterdam

6 Toetsing aan wet- en regelgeving In dit hoofdstuk is een analyse gemaakt van de te verwachten effecten van de werkzaamheden op de soorten die aanwezig zijn of verwacht worden. Op basis van de gegevens uit het bronnen- en veldonderzoek is het voorkomen van vissen, reptielen en ongewervelden uitgesloten. Hierdoor is het optreden van negatieve effecten op deze soorten of soortgroepen niet aan de orde en worden zij onderstaand niet verder behandeld. 6.1

Vaatplanten

De kademuur van het plangebied is geschikt voor wettelijk beschermde vaatplanten als schubvaren. Op locaties waar werkzaamheden plaats zullen vinden aan de kademuren is het nodig om nader onderzoek uit te voeren naar (beschermde) muurflora. Dit geldt ook voor nieuwe locaties waar overslag van goederen zal plaatsvinden, aangezien vaatplanten beschadigd kunnen raken door boten, maar ook wanneer zij langdurig in de schaduw komen te liggen. Indien beschermde vaatplanten worden aangetroffen, zal het nodig zijn ontheffing aan te vragen. Daarnaast is de muur ook geschikt voor soorten die onder het Amsterdamse muurflora beleid beschermd zijn, zoals tongvaren, gele helmbloem of zwartsteel. Deze soorten waren voorheen beschermd onder de Flora- en faunawet. Nu verloopt de bescherming via een aangepast regime gekoppeld aan de zorgplicht, waarbij de inzet is om deze soorten waar mogelijk op (kade)muren te handhaven. Indien dit niet mogelijk is, moet worden ingezet op muurplantvriendelijke herontwikkeling. Dit betekent dat gelijkwaardige of zelfs verbeterde omstandigheden worden teruggebracht in de nieuwe situatie, bijvoorbeeld door het toepassen van muurplantvriendelijke mortel. Het verplaatsen van deze soorten en/of compensatie is niet voorgeschreven.

Andere Rode Lijst-soorten die beschermd worden onder de Amsterdamse gedragscode Flora en Fauna kunnen worden uitgesloten binnen het plangebied, bescherming hiervan is niet aan de orde.

6.2

Grondgebonden zoogdieren

Streng beschermde zoogdieren zijn uitgesloten in het plangebied. Wel kan de egel mogelijk gebruik maken van het plangebied. Voor de egel geldt in de provincie Noord-Holland een vrijstelling op verbodsbepalingen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Wel geldt voor deze soort de algemene zorgplicht onverminderd. Bij uitvoering van de werkzaamheden dient zodanig te worden gewerkt dat de kans op schade voor deze soorten wordt voorkomen of tot een minimum beperkt blijft. Dit is vooral van belang bij werkzaamheden waarbij struweel wordt verwijderd.

6.3

Vleermuizen

Verblijfplaatsen In vrijwel alle gebouwen op het Marinetterrein kunnen vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen aanwezig zijn. Hierbij gaat het mogelijk om winter-, kraam-, zomer- en /of paarverblijfplaatsen van soorten als gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis of laatvlieger. Alleen van gebouwen 022 en de schuur van gebouw 040 kunnen verblijfplaatsen op voorhand worden uitgesloten. Bij het slopen van alle overige gebouwen kunnen verblijfplaatsen verloren gaan, waardoor sprake kan zijn van een overtreding van de Wnb. Om meer inzicht te krijgen in het gebruik van de bebouwing door vleermuizen dient nader onderzoek uitgevoerd te worden. Niet elk gebouw is even geschikt voor verblijfplaatsen. Een aantal gebouwen zijn zeer geschikt, bijvoorbeeld omdat zij stootvoegen en spouwmuren hebben op een gunstige locatie. Andere gebouwen hebben slechts enkele kieren bij de dakrand, waardoor zij niet geschikt zijn voor kraam- en massawinterverblijfplaatsen, maar wel voor zomer- en paarverblijfplaatsen. In tabel 5.1 is per gebouw aangegeven wat de potentie is voor verblijfplaatsen van vleermuizen. Een optie is om in overleg met bevoegd gezag te kijken of kan worden afgeweken van het vleermuisprotocol, en de benodigde onderzoeksinspanning te verlagen voor gebouwen waarvan de potentie voor verblijfplaatsen laag is.

Ook is één boomholte aangetroffen die mogelijk geschikt is als verblijfplaats. Indien deze boom gekapt wordt, kan er sprake zijn van een overtreding van de Wnb. De boomholte moet nader onderzocht worden op geschiktheid als verblijfplaats. Foerageergebied

23

Quickscan natuur Marineterrein, Amsterdam

Essentieel foerageergebied is beschermd onder de Wnb. De wateren rondom het Marineterrein kunnen worden gebruikt als foerageergebied. Ook kunnen vleermuizen foerageren op het Marineterrein zelf, bijvoorbeeld bij de bomen nabij gebouw 040 en de bomen aan de westrand van het terrein. Echter zowel op het water als op het Marineterrein gaat het niet om essentieel foerageergebied, omdat er in de omgeving voldoende alternatieven zijn. Bij werkzaamheden worden dus geen verbodsbepalingen overtreden m.b.t. essentiële foerageergebieden. Vliegroutes Boven de wateren rondom het Marineterrein zouden vliegroutes aanwezig kunnen zijn. De wateren worden echter niet (volledig) afgesloten/geblokkeerd tijdens de werkzaamheden, waardoor vliegroutes niet worden onderbroken. Het risico bestaat dus niet dat essentiële vliegroutes verdwijnen. Algemene verstoring Door het gebruik van tijdelijke (felle) werkverlichting tijdens de actieve periode van vleermuizen (ca. april t/m oktober) kunnen vleermuizen verstoord worden. Dit kan voorkomen worden door alleen tussen november en maart te werken, of alleen tussen zonsopkomst en zonsondergang te werken. Indien toch gebruik wordt gemaakt van tijdelijke werkverlichting, deze zo richten dat geen licht schijnt op de bomen en het water.

Als uit het onderzoek blijkt dat geen vleermuizen gebruik maken van het gebied, kan wel verlichting worden gebruikt in de actieve periode. Ook is het nodig om rekening te houden met de verlichting in de eindsituatie. Uit nader onderzoek zal blijken waar op het terrein vleermuizen zich voornamelijk bevinden, en een lichtplan kan hierop worden aangepast.

6.4

Vogels

Vogels met jaarrond beschermde nestplaatsen (categorie 1 t/m 4) Verblijfplaatsen van vogels, die hun verblijfplaats het hele jaar door gebruiken of elk jaar terugkeren naar hetzelfde nest, zijn permanent beschermd (cat. 1 t/m 4 Wet natuurbescherming). Enkele van deze soorten maken gebruik van bebouwing om hun nestplaatsen te maken, waaronder huismus en gierzwaluw. Huismus Gebouwen 003 en 024 zijn potentieel geschikt voor huismussen. Beide gebouwen staan niet op de planning om gesloopt te worden. Verstoring kan er echter voor zorgen dat deze nesten toch ongeschikt worden, bijvoorbeeld wanneer vlak naast de nestplaats een werkplaats is of een gebouw wordt gesloopt. Ook is de functionele leefomgeving onderdeel van het nest. Het gaat daarbij om schuil- en kwetterplekken in struiken, zand om zandbaden in te nemen en water om van te drinken. Als deze worden aangetast, wordt indirect ook het nest aangetast, wat een overtreding van de Wnb betekent, en waarvoor een ontheffing nodig is. Om te onderzoeken of huismussen aanwezig zijn in gebouw 003 en 024 is nader onderzoek nodig. Een ter zake kundige ecoloog kan vervolgens bepalen welke elementen onderdeel uitmaken van de functionele leefomgeving van de huismussen. Gierzwaluw In de gebouwen waar vleermuizen verblijfplaatsen kunnen hebben, kunnen ook gierzwaluwen een verblijfplaats hebben (tabel 4.1).

Wanneer gebouwen met verblijfplaatsen van gierzwaluwen worden gesloopt, betekent dit een overtreding van de Wnb, waarvoor een ontheffing noodzakelijk is. Om inzicht te krijgen in het gebruik van het plangebied door gierzwaluw is nader onderzoek noodzakelijk. Vogels waarvan de nesten alleen jaarrond beschermd zijn onder zwaarwegende ecologische omstandigheden (categorie 5). Soorten als ekster, koolmees, pimpelmees, spreeuw, spechten en zwarte kraai kunnen voorkomen op het Marineterrein. Zij kunnen nesten bouwen in de bomen of in holtes in de bebouwing (spreeuw). Van zwaarwegende omstandigheden is echter geen sprake, aangezien in de omgeving (Kattenburgerstraat) voldoende alternatieve nestbomen zijn. Eventueel kan ernstige verstoring broedlocaties in de buurt ongeschikt maken zonder de nestlocaties daadwerkelijk te vernietigen. Wanneer broedlocaties zich binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden bevinden (in de bomen of op andere locaties binnen of direct grenzend aan het plangebied), kan niet zomaar worden uitgesloten dat de werkzaamheden verstorend zijn. Bij voorkeur worden de (meest verstorende) werkzaamheden dan ook ruim buiten het broedseizoen uitgevoerd, wat globaal medio maart tot en met augustus duurt.

Om overtreding van het verbodsartikel te voorkomen dient in het kader van broedvogels een ecologisch werkprotocol te worden opgesteld op basis van de Gedragscode soortenbescherming gemeenten (Stadswerk, 2021) en de Amsterdamse gedragscode flora & fauna (Gemeente Amsterdam, 2022). Hierin worden de maatregelen opgenomen om het overtreden van verbodsbepalingen (vernietigen of ernstig verstoren van broedgevallen) te voorkomen. Daarnaast dient voorafgaande aan de werkzaamheden een controle op aanwezigheid van broedgevallen te worden uitgevoerd door een ecologisch deskundige. Alleen wanneer geen broedgevallen aanwezig zijn kunnen werkzaamheden plaatsvinden zonder verbodsbepalingen te overtreden. Indien wel broedgevallen aanwezig zijn, dient door een ter zake kundig ecoloog bepaald te worden of en op welke manier de 24

Quickscan natuur Marineterrein, Amsterdam

werkzaamheden doorgang kunnen vinden. Door deze maatregel wordt getracht ernstige verstoring, met als gevolg dat het nest ongeschikt raakt, te voorkomen. Om te voorkomen dat vogels tot broeden komen binnen het plangebied, kan 2 maanden voor de werkzaamheden een broedvogelcontrole uitgevoerd worden, waarna het plangebied ongeschikt wordt gemaakt voor broedvogels. Ook gedurende de werkzaamheden kunnen vogels tot broeden komen binnen het plangebied. Doormiddel van een ecologisch werkprotocol en begeleiding door een deskundig ecoloog wordt voorkomen dat verbodsbepalingen worden overtreden. Algemene broedvogels De meeste vogelsoorten maken elk jaar een nieuw nest. Nesten van algemene broedvogels zijn beschermd wanneer zij in gebruik zijn (Wnb art. 3.1, lid 2). De aanwezige bomen en struiken binnen het plangebied vormen geschikt nesthabitat voor tal van algemene broedvogels. Door de werkzaamheden uit te voeren buiten de broedperiode wordt overtreding van de Wnb voorkomen. Het indicatieve broedseizoen van de meeste vogels loopt van 15 maart tot 15 juli, voor water- en moerasvogels loopt het broedseizoen veelal door tot 15 augustus. Deze periode is slechts indicatief, weersomstandigheden kunnen zorgen voor verschuiving van het broedseizoen. Net als bij vogels met jaarrond beschermde nesten kan wezenlijke verstoring zorgen voor het ongeschikt maken van nesten van algemene vogels.

Voor deze vogels gelden dezelfde voorzorgsmaatregelen als hierboven benoemd voor vogels met jaarrond beschermde nesten en is een ecologisch werkprotocol en een broedvogelcheck vooraf noodzakelijk.

6.5

Vissen

De wateren zijn geschikt voor algemene vissoorten, rivierdonderpad en kroeskarper. Met deze soorten dient rekening gehouden te worden in het kader van de algemene zorgplicht en vanuit het beleid van de gemeente Amsterdam. Het is nog niet duidelijk of het kunstmatige rif dat zich in de haven bevindt aangetast zal worden. Mocht dit het geval zijn, dan moeten deze werkzaamheden worden uitgevoerd in de periode september – januari (buiten de voortplantingsperiode van vissen). Indien bij werkzaamheden aan de kademuren rondom het Marineterrein een kuip geplaatst wordt, moet ook rekening worden gehouden met aanwezigheid van vissen, en moeten de werkzaamheden plaatsvinden in de periode september – januari. Maatregelen dienen te worden vastgelegd in een ecologisch werkprotocol.

6.6

Amfibieën

Aanwezigheid van algemeen voorkomende soorten (bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander) binnen het plangebied is niet geheel uit te sluiten. Het zal hierbij echter alleen gaan om individuen die incidenteel tijdens migratie tussen leefgebieden binnen het plangebied zouden kunnen voorkomen. Geschikt voortplantingswater is niet aanwezig. Voor deze soorten geldt daarnaast een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Dat wil zeggen dat in gevallen waar de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, geen ontheffing hoeft aangevraagd te worden. Schadelijke effecten dienen wel zoveel mogelijk beperkt te worden, doordat de algemene zorgplicht te allen tijde van toepassing is. Dit houdt in dat de werkzaamheden zorgvuldig en met zo min mogelijk schade uitgevoerd moeten worden. Tijdens de werkzaamheden dient daarom aandacht te zijn voor eventueel aanwezige amfibieën (met name in het water). De werkzaamheden dienen in een richting te worden uitgevoerd zodat eventueel aanwezige dieren de kan krijgen om te vluchten of buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden kunnen worden geplaatst.

6.7

Algemene zorgplicht

Voor alle levende flora en fauna geldt de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat uitvoerder de werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.

25

Quickscan natuur Marineterrein, Amsterdam

7 Conclusie In dit hoofdstuk zijn de conclusie en het advies opgenomen. Er is aangegeven of sprake kan zijn van een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, er voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden om overtreding te voorkomen, of dat aanvullend onderzoek en/of mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn. Indien een ontheffing noodzakelijk is, is dit aangegeven. 7.1

Gebiedsbescherming

Door de voorgenomen ontwikkeling binnen het plangebied kan door stikstofuitstoot een negatieve impact op Natura 2000gebieden hebben. Door Caubergh Huygen wordt hier reeds een Aeriusberekening voor opgesteld. Verder treden geen negatieve effecten op met betrekking tot de gebiedsbescherming in het kader van zowel de Wet natuurbescherming als het provinciaal en regionaal natuurbeleid.

7.2

Soortbescherming

De verspreidingsgegevens en het oriënterend veldbezoek geven een voldoende duidelijk beeld van het (mogelijk) voorkomen van grondgebonden zoogdieren, vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelden. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van een soortgericht onderzoek om het voorkomen van bovengenoemde soorten en soortgroepen en/of hun verblijfplaatsen nader vast te stellen. Voor vaatplanten, vleermuizen en vogels (huismus, gierzwaluw) dient wel nader onderzoek uitgevoerd te worden. Met in achtneming van de Gedragscode soortenbescherming gemeenten, Stadswerk (2021) en de hieronder opgenomen maatregelen (zie tabel 7.1), kunnen de werkzaamheden in overeenstemming met de Wet natuurbescherming plaatsvinden.

7.2.1

Wettelijke verplichtingen

Tabel 7 .1 Overzichtstabel met verschillende conclusies en mitigerende maatregelen per soortgroep. Vervolgonderzoek Ontheffing Voorzorgsmaatregelen en mitigerende Soortgroep Ingreep verstorend noodzakelijk nodig maatregelen De delen waar aan kademuren gewerkt gaat worden dienen te worden onderzocht op aanwezigheid van wettelijk beschermde muurplanten.

Vaatplanten

Vleermuizen

26

Mogelijk

Mogelijk

Quickscan natuur Marineterrein, Amsterdam

Ja

Ja

Mogelijk

Indien soorten worden aangetroffen die beschermd zijn onder het Amsterdamse muurflora beleid, dienen de soorten waar mogelijk te worden gehandhaafd, en dienen de werkzaamheden aan de kademuren op een natuurvriendelijke manier te worden uitgevoerd door het toepassen van kalkrijke mortel. • Nader onderzoek naar aanwezigheid van zomer-, paar-, kraam-, en massawinterverblijfplaatsen in de periode 15 mei t/m 15 oktober •

Indien boom met spechtenholte gekapt moet worden: controle op geschiktheid als verblijfplaats en mogelijk nader onderzoek in de periode 15 mei t/m 15 oktober

•

Maatregelen voor zorgvuldig handelen vastleggen in een ecologisch werkprotocol

•

Tijdens de werkzaamheden rekening houden met tijdelijke verlichting, en in

Mogelijk

Huismus

Mogelijk

Ja

Mogelijk

Gierzwaluw

Mogelijk

Ja

Mogelijk

Algemene broedvogels

Nee, mits aan voorzorgsmaatregelen wordt voldaan

Nee

Nee

Vissen

Mogelijk

Nee

Nee

Algemeen vrijgestelde soorten (algemene grondgebonden zoogdieren, amfibieën, etc.

7.2.2

Mogelijk

Nee

Nee

de eindsituatie rekening houden met aanbrengen van verlichting. In hoeverre deze maatregel van toepassing is hangt af van de uitkomsten van het nader onderzoek. Nader onderzoek naar aanwezigheid van nestplaatsen in de periode 1 april t/m 20 juni Nader onderzoek naar aanwezigheid van nestplaatsen in de periode 1 juni t/m 15 juli • Werkzaamheden in principe uitvoeren buiten het broedseizoen. • Bij werkzaamheden tijdens het broedseizoen: ecologische begeleiding laten uitvoeren door een deskundig ecoloog. • Opstellen van een ecologisch werkprotocol. • Voorafgaand aan de start van de werkzaamheden een broedvogelcheck laten uitvoeren door een deskundig ecoloog. • Werkzaamheden in water uitvoeren in de periode september t/m januari • Maatregelen opnemen in ecologisch werkprotocol Voldoen aan de zorgplicht: • Bij start van werkzaamheden voorzichtig en in één richting werken • Bij het aantreffen van een exemplaar deze de gelegenheid geven om te vluchten

Aanbevolen maatregelen / kansen

Om (potentieel) aanwezige soortgroepen in het plangebied meer kans te geven zich te ontwikkelen, worden onderstaande aanvullende maatregelen aanbevolen. In 2023 is gemeente Amsterdam voornemens de Kattenburgerstraat te herinrichten. Onderdeel hiervan is 30 km/uur in plaats van 50 km/uur en het verbeteren van het bestaande groen. Dit biedt kansen om vanaf het Marineterrein ecologische verbindingen te creëren met de Kattenburgerstraat, de tuinen van de appartementencomplexen, en het parkje dat grenst aan de Kattenburgervaart (figuur 6.1). Deze verbinding zou zich vooral moeten richten op kleine zoogdieren (zoals egel), vogels en algemeen voorkomende amfibieën, gelet op het soortenspectrum dat in de omgeving voorkomt. Daarnaast kan het vergroten van de geschiktheid voor de insecten bijdragen aan het vergroten van de biodiversiteit in de stad. Dit is alleen zinvol als ook het groen op het Marineterrein zelf ecologisch wordt ingericht. Het groen moet dekking bieden, en geschikt leefgebied vormen voor insecten, vogels en kleine zoogdieren. De afwisseling van bloemrijke delen en inheems struweel is hiervoor geschikt. Vruchtdragende, inheemse struiken bieden de grootste meerwaarde, met soorten als sleedoorn, meidoorn of Gelderse roos. Dergelijke soorten zijn tijdens de bloei waardevol als voedselbron voor insecten; wanneer ze vruchten dragen profiteren vogels ervan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13476857/1