CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 2023-188H BP Hoofddorpplein en Schinkelbuurt 2022 - bijlagen regels

RAAD 8 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 VN2023-01995324.733 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Geluidgevoelige bestemmingen

Voor zover op grond van artikel 6.1 nieuwe, nog niet bestaande geluidsgevoelige objecten mogen worden gerealiseerd, zijn deze alleen toegestaan indien: a. de geluidsbelasting op de gevels van de geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of; b. hiervoor overeenkomstig Bijlage 1 een hogere grenswaarde is vastgesteld en in het geval van nieuwe woningen er minstens één geluidsluwe zijde wordt gerealiseerd.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 29

Artikel 8 8.1

Gemengd - 5

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd - 5' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke dienstverlening; b. kantoren; c. kleinschalige bedrijvigheid; alsmede voor: d. ondersteunende horeca, uitsluitend binnen maatschappelijke dienstverlening; e. een fietsenstalling, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'fietsenstalling'; 8.2

Bouwregels

Op en onder de in artikel 8.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met inachtneming van de onderstaande bepalingen. 8.2.1

Hoofdgebouwen en op de verbeelding aangeduide bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van hoofdgebouwen en op de verbeelding aangeduide bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.

maximale bouwhoogte: zoals op de verbeelding is aangegeven; maximale goothoogte: zoals op de verbeelding is aangegeven; uitsluitend bestaande kelders en souterrains zijn toegestaan; de bouwhoogte van de eerste bouwlaag bedraagt ten minste 3,5 meter; in afwijking van het bepaalde onder sub d is een bestaande eerste bouwlaag die lager is dan 3,5 meter toegestaan.

8.2.2

Bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken dienen te worden voorzien van een groen dak met een hemelwaterberging; b. de hemelwaterberging dient te voldoen aan de voorwaarden uit de Hemelwaterverordening Amsterdam (gepubliceerd op 26 april 2021). Indien deze voorwaarden worden gewijzigd, gelden de meest recente voorwaarden als toetsingskader. 8.3

Specifieke gebruiksregels

Voor de in artikel 8.1 genoemde gronden gelden de volgende specifieke gebruiksregels. 8.3.1

Ondersteunende horeca

Binnen maatschappelijke dienstverlening is ondersteunende horeca toegestaan, met inachtneming van de volgende regels: a. alleen horeca categorie 3 en 4 zijn toegestaan als ondersteunende horeca-activiteit; b. het ondersteunende horeca-gedeelte bedraagt maximaal 20 % van het netto vloeroppervlak van de hoofdfunctie.

Gemeente Amsterdam

blz. 30

Artikel 9 9.1

Gemengd - 6

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd - 6' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. kleinschalige bedrijvigheid, uitsluitend in de eerste bouwlaag, het souterrain en/of de kelder; b. woningen, uitsluitend in de tweede bouwlaag en hoger; alsmede voor: c. huisgebonden beroep, huisgebonden bedrijf en bed & breakfast, uitsluitend in woningen; d. bestaande, gebouwde parkeervoorzieningen onder het hoofdgebouw uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeergarage'. e. een kinderdagverblijf, uitsluitend in de eerste bouwlaag, het souterrain en/of de kelder ter plaatse van de functieaanduiding 'kinderdagverblijf'; 9.2

Bouwregels

Op en onder de in artikel 9.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met inachtneming van de onderstaande bepalingen. 9.2.1

Hoofdgebouwen en op de verbeelding aangeduide bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van hoofdgebouwen en op de verbeelding aangeduide bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.

maximale bouwhoogte: zoals op de verbeelding is aangegeven; maximale goothoogte: zoals op de verbeelding is aangegeven; uitsluitend bestaande kelders en souterrains zijn toegestaan; de bouwhoogte van de eerste bouwlaag bedraagt ten minste 3,5 meter; in afwijking van het bepaalde onder sub d is een bestaande eerste bouwlaag die lager is dan 3,5 meter toegestaan.

9.2.2

Bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken dienen te worden voorzien van een groen dak met een hemelwaterberging; b. de hemelwaterberging dient te voldoen aan de voorwaarden uit de Hemelwaterverordening Amsterdam (gepubliceerd op 26 april 2021). Indien deze voorwaarden worden gewijzigd, gelden de meest recente voorwaarden als toetsingskader. 9.3

Specifieke gebruiksregels

Voor de in artikel 9.1 genoemde gronden gelden de volgende specifieke gebruiksregels. 9.3.1

Wonen

In woningen is de uitoefening van een huisgebonden beroep, een huisgebonden bedrijf en een bed & breakfast toegestaan met inachtneming van de volgende regels: a. maximaal 40 % van het bruto vloeroppervlak van de woning mag voor deze functies worden gebruik, met een maximum van 60 m2; b. detailhandel en horeca zijn niet toegestaan;

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 31

c. een webwinkel is wel toegestaan; 9.3.2

Kleinschalige bedrijvigheid

a. voor kleinschalige bedrijvigheid geldt een maximum bruto vloeroppervlak van 300 m2.

Gemeente Amsterdam

blz. 32

Artikel 10 10.1

Gemengd - 7

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd - 7' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

maatschappelijke dienstverlening; kantoren; kleinschalige bedrijvigheid; woningen;

alsmede voor: e. ondersteunende horeca, uitsluitend binnen maatschappelijke dienstverlening; f. horeca van categorie 4, uitsluitend in de eerste bouwlaag, het souterrain en/of de kelder ter plaatse van de functieaanduiding 'horeca van categorie 4'. 10.2

Bouwregels

Op en onder de in artikel 10.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met inachtneming van de onderstaande bepalingen. 10.2.1 Hoofdgebouwen en op de verbeelding aangeduide bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van hoofdgebouwen en op de verbeelding aangeduide bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.

maximale bouwhoogte: zoals op de verbeelding is aangegeven; maximale goothoogte: zoals op de verbeelding is aangegeven; uitsluitend bestaande kelders en souterrains zijn toegestaan; de bouwhoogte van de eerste bouwlaag bedraagt ten minste 3,5 meter; in afwijking van het bepaalde onder sub d is een bestaande eerste bouwlaag die lager is dan 3,5 meter toegestaan.

10.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken dienen te worden voorzien van een groen dak met een hemelwaterberging; b. de hemelwaterberging dient te voldoen aan de voorwaarden uit de Hemelwaterverordening Amsterdam (gepubliceerd op 26 april 2021). Indien deze voorwaarden worden gewijzigd, gelden de meest recente voorwaarden als toetsingskader. 10.3

Specifieke gebruiksregels

Voor de in artikel 10.1 genoemde gronden gelden de volgende specifieke gebruiksregels. 10.3.1 Horeca Voor horeca geldt een maximum bruto vloeroppervlak van 300 m2.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 33

10.3.2 Ondersteunende horeca Binnen maatschappelijke dienstverlening is ondersteunende horeca toegestaan, met inachtneming van de volgende regels: a. alleen horeca categorie 3 en 4 zijn toegestaan als ondersteunende horeca-activiteit; b. het ondersteunende horeca-gedeelte bedraagt maximaal 20 % van het netto vloeroppervlak van de hoofdfunctie.Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:

Gemeente Amsterdam

blz. 34

Artikel 11 11.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.

parken; plantsoenen; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; voet- en fietspaden; waterlopen en waterpartijen; werken van beeldende kunst; terrassen, voor zover in de direct aangrenzende hoofdbebouwing een horeca-inrichting aanwezig is;

met daarbij behorende: i. verkeersvoorzieningen; j. waterhuishoudkundige voorzieningen; k. oeververbindingen (bruggen); l. openbare toiletvoorzieningen; m. nutsvoorzieningen; n. ondergrondse afvalcontainers; o. straatmeubilair. 11.2

Bouwregels

Op en onder de in artikel 11.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met inachtneming van de onderstaande bepalingen. 11.2.1 Gebouwen Er mogen geen gebouwen worden gebouwd. 11.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. maximale hoogte bouwwerken ten behoeve van verkeersregulering: 12 meter; b. maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 6 meter.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 35

Artikel 12 12.1

Maatschappelijk

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke dienstverlening; alsmede voor: b. ondersteunende horeca; c. ondersteunende detailhandel; d. bestaande, gebouwde parkeervoorzieningen onder het hoofdgebouw uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeergarage'; met daarbij behorende: e. f. g. h. i.

speelvoorzieningen; groenvoorzieningen; tuinen en erven; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; nutsvoorzieningen.

12.2

Bouwregels

Op en onder de in artikel 14.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met inachtneming van de onderstaande bepalingen. 12.2.1 Hoofdgebouwen en op de verbeelding aangeduide bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van hoofdgebouwen en op de verbeelding aangeduide bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. b. c. d.

gebouwen zijn alleen toegestaan binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken; maximale bouwhoogte: zoals op de verbeelding is aangegeven; maximale goothoogte: zoals op de verbeelding is aangegeven; uitsluitend bestaande kelders en souterrains zijn toegestaan.

12.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken dienen te worden voorzien van een groen dak met een hemelwaterberging; b. de hemelwaterberging dient te voldoen aan de voorwaarden uit de Hemelwaterverordening Amsterdam (gepubliceerd op 26 april 2021). Indien deze voorwaarden worden gewijzigd, gelden de meest recente voorwaarden als toetsingskader. 12.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. maximale bouwhoogte speelvoorzieningen: 6 meter; b. maximale bouwhoogte voor erf- en terreinafscheidingen in het voorerfgebied, dan wel in het achtererfgebied grenzend aan de openbare weg: 1 meter; c. maximale bouwhoogte overige bouwwerken geen gebouwen zijnde: 2 meter.

Gemeente Amsterdam

blz. 36

12.3

Specifieke gebruiksregels

Voor de in artikel 12.1 genoemde gronden gelden de volgende specifieke gebruiksregels. 12.3.1 Ondersteunende horeca Ondersteunende horeca is toegestaan, met inachtneming van de volgende regels: a. alleen horeca categorie 3 en 4 zijn toegestaan als ondersteunende horeca-activiteit; b. het ondersteunende horeca-gedeelte bedraagt maximaal 20 % van het netto vloeroppervlak van de hoofdfunctie.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 37

Artikel 13 13.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen; b. bijbehorende bouwwerken; alsmede voor: c. bestaande, ongebouwde parkeervoorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeerterrein'; d. bestaande gebouwde parkeervoorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'garage'; e. bestaande parkeergarages, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeergarage'; f. buitenruimtes bij kinderdagverblijven, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'kinderdagverblijf'; met daarbij behorende: g. waterhuishoudkundige voorzieningen; h. nutsvoorzieningen. 13.2

Bouwregels

13.2.1 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan, behalve ter plaatse van gronden waar de dubbelbestemming 'Waarde – Landschap' geldt b. bijbehorende bouwwerken mogen maximaal één bouwlaag hoog zijn; c. bijbehorende bouwwerken mogen maximaal 0,3 meter hoger zijn dan de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw, met een maximale hoogte van 5 meter; d. bijbehorende bouwwerken dienen te worden voorzien van een groen dak met een hemelwaterberging; e. de hemelwaterberging dient te voldoen aan de voorwaarden uit de Hemelwaterverordening Amsterdam (gepubliceerd op 10 mei 2021). Indien deze voorwaarden worden gewijzigd, gelden de meest recente voorwaarden als toetsingskader; f. uitsluitend bestaande kelders- en souterrains zijn toegestaan. 13.2.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen die naar het openbaar toegankelijk gebied zijn gericht bedraagt maximaal 1 meter; b. de bouwhoogte van overige erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 meter; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 3 meter. 13.3

Specifieke gebruiksregels

13.3.1 Bijbehorende bouwwerken Voor bijbehorende bouwwerken geldt dat:

Gemeente Amsterdam

blz. 38

a. aan- en uitbouwen mogen worden gebruikt ten behoeve van de functie van het op het perceel aanwezige hoofdgebouw; b. het gebruikt van vrijstaande bijgebouwen ondergeschikt dient te zijn aan de functie van het op het perceel aanwezig hoofdgebouw; 13.4

Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in 13.1 onder f afwijking verlenen voor het gebruik van tuinen voor kinderopvang, onder voorwaarde dat: a. het op het perceel aanwezige hoofdgebouw wordt gebruikt als kinderopvang; b. het woon- en leefklimaat ter plaatse niet onevenredig wordt aangetast.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 39

Artikel 14 14.1

Verkeer - 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

wegen, straten en pleinen; voet- en fietspaden; parkeervoorzieningen; laad- en losvoorzieningen; tramvoorzieningen; terrassen, voor zover in de direct aangrenzende hoofdbebouwing een horeca-inrichting aanwezig is;

alsmede voor: g. een staanplaats voor een verkoopkraam op de hoek Amstelveenseweg - Zeilstraat; met daarbij behorende: h. groenvoorzieningen; i. speelvoorzieningen; j. werken van beeldende kunst; k. waterhuishoudkundige voorzieningen; l. oeververbindingen (bruggen); m. nutsvoorzieningen; n. ondergrondse afvalcontainers; o. straatmeubilair. 14.2

Bouwregels

Op en onder de in artikel 14.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met inachtneming van de onderstaande bepalingen. 14.2.1 Gebouwen Er mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van: a. een verkoopkraam op de hoek Amstelveenseweg - Zeilstraat met een maximum grondoppervlak van 22 m2 en een maximale bouwhoogte van 3 meter; 14.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. maximale bouwhoogte van lichtmasten, zendmasten, sirenemasten, bewegwijzering, verkeersregelinstallaties, werken voor de beeldende kunst en daarmee vergelijkbare bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 12 meter; b. maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 6 meter.

Gemeente Amsterdam

blz. 40

Artikel 15 15.1

Verkeer - 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

wegen, straten en pleinen; voet- en fietspaden; parkeervoorzieningen; laad- en losvoorzieningen; terrassen, voor zover in de direct aangrenzende hoofdbebouwing een horeca-inrichting aanwezig is;

alsmede voor: f.

een staanplaats voor een verkoopkraam langs de oostzijde van de Haarlemmermeerstraat bij het Theophile de Bock-plantsoen, op de hoek Haarlemmermeerstraat - Theophile de Bockstraat; g. een ondergrondse parkeergarage uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeergarage'; h. een luifel ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1'; met daarbij behorende: i. groenvoorzieningen; j. speelvoorzieningen; k. werken van beeldende kunst; l. waterhuishoudkundige voorzieningen; m. oeververbindingen (bruggen); n. nutsvoorzieningen; o. ondergrondse afvalcontainers; p. straatmeubilair. 15.2

Bouwregels

Op en onder de in artikel 15.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met inachtneming van de onderstaande bepalingen. 15.2.1 Gebouwen Er mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van: a. een verkoopkraam op de hoek Haarlemmermeerstraat - Theophile de Bockstraat met een maximum grondoppervlak van 12 m2 en een maximale bouwhoogte van 3 meter; 15.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. maximale bouwhoogte van lichtmasten, zendmasten, sirenemasten, bewegwijzering, verkeersregelinstallaties, werken voor de beeldende kunst en daarmee vergelijkbare bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 12 meter; b. maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 6 meter.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 41

Artikel 16 16.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterwegen; met daarbij behorende: b. c. d. e. f. g.

kades en oevers; werken voor de beeldende kunst; kunstwerken ten behoeve van de waterhuishouding; oeververbindingen (bruggen); waterhuishoudkundige voorzieningen; nutsvoorzieningen.

16.2

Bouwregels

Op en onder de in artikel 16.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met inachtneming van de onderstaande bepalingen. 16.2.1 Gebouwen Er mogen geen gebouwen worden gebouwd. 16.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte bedraagt 4 meter; b. de bouw van steigers is niet toegestaan.

Gemeente Amsterdam

blz. 42

Artikel 17 17.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, met dien verstande dat woningen in de kelder en/of het souterrain niet zijn toegestaan ter plaatse van de functieaanduiding 'fietsenstalling'. alsmede voor: b. huisgebonden beroep, huisgebonden bedrijf en bed & breakfast; c. bestaande, gebouwde parkeervoorzieningen onder het hoofdgebouw en/of in op de verbeelding aangeduide bijbehorende bouwwerken, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage'; d. een fietsenstalling onder het hoofdgebouw, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'fietsenstalling'; e. een openbaar voetpad, ter plaatse van de bouwaanduiding 'onderdoorgang'. 17.2

Bouwregels

Op en onder de in artikel 17.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met inachtneming van de onderstaande bepalingen. 17.2.1 Hoofdgebouwen en op de verbeelding aangeduide bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van hoofdgebouwen en op de verbeelding aangeduide bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. maximale bouwhoogte: zoals op de verbeelding is aangegeven; b. maximale goothoogte: zoals op de verbeelding is aangegeven; c. uitsluitend bestaande kelders en souterrains zijn toegestaan. 17.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken dienen te worden voorzien van een groen dak met een hemelwaterberging; b. de hemelwaterberging dient te voldoen aan de voorwaarden uit de Hemelwaterverordening Amsterdam (gepubliceerd op 26 april 2021). Indien deze voorwaarden worden gewijzigd, gelden de meest recente voorwaarden als toetsingskader. 17.2.3 Onderdoorgang Ter plaatse van de bouwaanduiding 'onderdoorgang' moet de bestaande onderdoorgang in stand worden gehouden. 17.3

Afwijken van de bouwregels

17.3.1 Schinkelhavenkade 6 Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in 17.2.1 onder a een omgevingsvergunning verlenen voor een extra bouwlaag ter plaatse van de Schinkelhavenkade 6 met inachtneming van de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte bedraagt 6,5 meter;

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 43

b. de afstand tot de achtergevel van de tweede bouwlaag van het pand aan de Amstelveenweg 70 bedraagt ten minste 10 meter 17.3.2 Eerste Schinkelstraat 26-40 Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in 17.2.1 onder a een omgevingsvergunning verlenen voor twee extra bouwlagen ter plaatse van de Eerste Schinkelstraat 26-40 met inachtneming van de volgende regels: a. de twee extra bouwlagen zijn alleen toegestaan ter plaatse van het deel van het pand waar een maximale bouwhoogte van 10 meter is toegestaan; b. de maximale bouwhoogte bedraagt 16 meter. 17.4

Specifieke gebruiksregels

Voor de in artikel 17.1 genoemde gronden gelden de volgende specifieke gebruiksregels. 17.4.1 Huisgebonden beroep, huisgebonden bedrijf en bed & breakfast In woningen is de uitoefening van een huisgebonden beroep, een huisgebonden bedrijf en een bed & breakfast toegestaan met inachtneming van de volgende regels: a. maximaal 40 % van het bruto vloeroppervlak van de woning mag voor deze functies worden gebruik, met een maximum van 60 m2; b. detailhandel en horeca zijn niet toegestaan; c. een webwinkel is toegestaan; 17.4.2 Geluidsgevoelige objecten Voor zover op grond van artikel 17.1 nieuwe, nog niet bestaande geluidsgevoelige objecten mogen worden gerealiseerd, zijn deze alleen toegestaan indien: a. de geluidsbelasting op de gevels van de geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of; b. hiervoor overeenkomstig Bijlage 1 een hogere grenswaarde is vastgesteld en in het geval van nieuwe woningen er minstens één geluidsluwe zijde wordt gerealiseerd.

Gemeente Amsterdam

blz. 44

Artikel 18 18.1

Leiding - Gas

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, naasr de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van (ondergrondse) gasleidingen met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde. 18.2

Bouwregels

18.2.1 Gebouwen Het is niet toegestaan om op of in de in 18.1 genoemde gronden gebouwen op te richten. 18.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegestaan tot een bouwhoogte van maximaal 3 meter. 18.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in 18.2 een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van bouwwerken en toestaan dat er op of in deze gronden een bij de andere bestemming toelaatbaar bouwwerken wordt gebouwd, mits: a. de veiligheid met betrekking tot de gasleiding niet wordt geschaad en er geen kwetsbare objecten worden toegelaten; b. er een positief advies is verkregen van de betrokken leidingbeheerder. 18.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 18.4.1 Vergunningplicht Op en in de in 18.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen en/of rooien van diepwortelende beplanting, waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting; b. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding en ophoging; c. het verrichten van grondroeractiviteiten (bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage) ander dan normaal spit- en ploegwerk; d. diepploegen; e. het aanbrengen van gesloten verhardingen; f. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; g. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; h.

het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; i. het indrijven van voorwerpen in de bodem. 18.4.2 Uitzonderingen op de vergunningplicht Het bepaalde in 18.4.1 is niet van toepassing op werken geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden: a. die het normale onderhoud en beheer betreffen; b. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 45

18.4.3 Afwegingskader Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de leiding en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen. 18.4.4 Advies Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt niet eerder verleend dan nadat advies is verkregen van de betrokken leidingbeheerder.

Gemeente Amsterdam

blz. 46

Artikel 19 19.1

Leiding - Hoogspanning

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanning' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en) – mede bestemd voor een: a. hoogspanningsverbinding van ten hoogste 150 kV met de daarbij behorende voorzieningen, waarbij voor de bescherming en het beheer en instandhouding van de verbinding een belemmerende strook van 5 meter ter weerzijden van de buitenste kabel van de leiding in acht moet worden genomen. 19.2

Bouwregels

Op en onder de in lid 19.1 genoemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een bouwhoogte van maximaal 3 meter ten dienste van de in lid 19.1 bedoelde bestemming worden gebouwd. 19.3

Afwijken van de bouwregels

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 19.2 voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), indien: a. de belangen en de veiligheid van de betrokken ondergrondse kabelverbinding niet worden geschaad; b. hieromtrent positief schriftelijk advies is verkregen van de leidingbeheerder(s). 19.4

Specifieke gebruiksregels

Onder gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval begrepen het gebruik van gronden voor het permanent opslaan van goederen, (brandbare) stoffen en/of materialen. 19.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 19.5.1 Verbod Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen en/of rooien van diepwortelende beplantingen en/of bomen, dieper dan 0,80 meter onder maaiveld; b. het indrijven van voorwerpen in de bodem (incl. heiwerkzaamheden), dieper dan 0,80 meter onder maaiveld; c. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, afgraven alsmede door ophogen; d. het aanbrengen van gesloten verhardingen; e. het verrichten van grondroer werkzaamheden, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage, dieper dan 0,80 meter onder maaiveld; f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; g. het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; h. het opslaan van goederen, (brandbare)stoffen en/of materialen; i. het aanleggen van zonnepanelen.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 47

19.5.2 Toegestane werkzaamheden Het verbod als bedoeld in lid 19.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. die reeds in uitvoering zijn bij het van kracht worden van het plan; b. die het normale onderhoud en beheer ten aanzien van de hoogspanningsverbinding op gronden gelegen binnen de belemmeringenstrook betreffen; c. die vallen onder de Wet Informatie-uitwisseling Boven- en Ondergrondse Netten; d. die verband houden met de aanleg, aanpassing of onderhoud van de ondergrondse kabelverbining. e. het vervangen van het wegdek bij bestaande wegen betreffen. f. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 19.5.3 Voorwaarden en advies De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 19.5.1 kan worden verleend indien en voor zover dit niet strijdig is met de belangen van de leiding en uit het verkregen positief schriftelijk advies van de netbeheerder is gebleken dat hierdoor de veiligheid en leveringszekerheid niet blijvend onevenredig worden geschaad.

Gemeente Amsterdam

blz. 48

Artikel 20 20.1

Waarde - Archeologie 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beschermen van archeologische waarden. 20.2

Bouwregels

20.2.1 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen dient een archeologisch onderzoek uit te voeren, indien ter plaatse van de in 20.1 genoemde gronden sprake is van bodemverstoring met een oppervlak groter dan 100 m2. 20.2.2 Uitzondering onderzoeksplicht Het bepaalde in 20.2.1 is niet van toepassing indien de bodemverstoring: a. minder diep is dan 0,5 meter onder maaiveld; b. reeds in uitvoering is op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of uitgevoerd kan worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning; c. plaatsvindt ter plaatse van gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig zijn of meer aanwezig zijn. 20.2.3 Voorwaarden Indien uit het onder 20.2.1 genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

20.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 20.3.1 Vergunningplicht Ter plaatse van de in 20.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning grondbewerkingen met een oppervlak groter dan 100 m2 uit te voeren. 20.3.2 Uitzondering vergunningplicht Het bepaalde in 20.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. die minder diep zijn dan 0,5 meter onder het maaiveld; b. die het normale onderhoud betreffen; c. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning;

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 49

d. in en op gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig of meer aanwezig zijn. 20.3.3 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in 20.3.1 dient een archeologisch onderzoek uit te voeren. 20.3.4 Voorwaarden Indien uit het onder 20.3.3 genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning als bedoeld in 20.3.1 de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

Gemeente Amsterdam

blz. 50

Artikel 21 21.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beschermen van archeologische waarden. 21.2

Bouwregels

21.2.1 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen dient een archeologisch onderzoek uit te voeren, indien ter plaatse van de in 21.1 genoemde gronden sprake is van bodemverstoring met een oppervlak groter dan 100 m2. 21.2.2 Uitzondering onderzoeksplicht Het bepaalde in 21.2.1 is niet van toepassing indien de bodemverstoring: a. minder diep is dan 2,5 meter onder maaiveld; b. reeds in uitvoering is op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of uitgevoerd kan worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning; c. plaatsvindt ter plaatse van gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig zijn of meer aanwezig zijn. 21.2.3 Voorwaarden Indien uit het onder 21.2.1 genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

21.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 21.3.1 Vergunningplicht Ter plaatse van de in 21.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning grondbewerkingen met een oppervlak groter dan 100 m2 uit te voeren. 21.3.2 Uitzondering vergunningplicht Het bepaalde in 21.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. die minder diep zijn dan 0,5 meter onder het maaiveld; b. die het normale onderhoud betreffen; c. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning;

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 51

d. in en op gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig of meer aanwezig zijn. 21.3.3 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in 21.3.1 dient een archeologisch onderzoek uit te voeren. 21.3.4 Voorwaarden Indien uit het onder 21.3.3 genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning als bedoeld in 21.3.1 de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

Gemeente Amsterdam

blz. 52

Artikel 22 22.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beschermen van archeologische waarden. 22.2

Bouwregels

22.2.1 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen dient een archeologisch onderzoek uit te voeren, indien ter plaatse van de in 22.1 genoemde gronden sprake is van bodemverstoring met een oppervlak groter dan 500 m2. 22.2.2 Uitzondering onderzoeksplicht Het bepaalde in 22.2.1 is niet van toepassing indien de bodemverstoring: a. minder diep is dan 2,5 meter onder maaiveld; b. reeds in uitvoering is op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of uitgevoerd kan worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning; c. plaatsvindt in en op gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig of meer aanwezig zijn. 22.2.3 Voorwaarden Indien uit het onder 22.2.1 genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

22.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 22.3.1 Vergunningplicht Ter plaatse van de in 22.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning grondbewerkingen met een oppervlak groter dan 500 m2 uit te voeren. 22.3.2 Uitzondering vergunningplicht Het bepaalde in 22.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. b. c. d.

die minder diep zijn dan 2,5 meter onder het maaiveld; die het normale onderhoud betreffen; die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; in en op gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig of meer

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 53

aanwezig zijn. 22.3.3 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in 22.3.1 dient een archeologisch onderzoek uit te voeren. 22.3.4 Voorwaarden Indien uit het onder 22.3.3 genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning als bedoeld in 22.3.1 de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

Gemeente Amsterdam

blz. 54

Artikel 23 23.1

Waarde - Archeologie 4

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beschermen van archeologische waarden. 23.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 23.2.1 Vergunningplicht Op en onder de in 23.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning ingrepen in de waterbodem met een oppervlak groter dan 10.000 m2 uit te voeren. 23.2.2 Uitzondering vergunningplicht Het bepaalde in 23.2.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. die het normale onderhoud betreffen; b. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning; c. in en op gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig of meer aanwezig zijn. 23.2.3 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in 23.2.1 dient een archeologisch onderzoek uit te voeren 23.2.4 Voorwaarden Indien uit het onder 23.2.3 genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning als bedoeld in 23.2.1 de volgende voorschriften verbinden: a.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 55

Artikel 24 24.1

Waarde - Cultuurhistorie 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde – Cultuurhistorie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en de versterking van de architectonische en cultuurhistorische waarden van gebouwen. 24.2

Bouwregels

Het bestaande kapprofiel van de in 24.1 bedoelde gebouwen mag niet worden gewijzigd en de oorspronkelijke, waardevolle karakteristiek van bestaande winkelpuien mag niet worden verstoord. 24.3

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

24.3.1 Vergunningsplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor de activiteit slopen bouwwerken geheel of gedeeltelijk te slopen. 24.3.2 Uitzonderingen op de vergunningsplicht Het bepaalde in 24.3.1 is niet van toepassing op sloopactiviteiten: a. die het normale onderhoud betreffen en/of inpandig plaatsvinden; b. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; c. die uitgevoerd mogen worden krachtens een voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan verleende dan wel aangevraagde vergunning; d. die voortvloeien uit een aanschrijving of een besluit van het bevoegd gezag. 24.3.3 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in 24.3.1 dient een cultuurhistorisch onderzoek uit te voeren. 24.3.4 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in 24.3.1 wordt slechts verleend indien: a. uit het in 24.3.3 genoemde onderzoek naar voren komt dat de architectonische en cultuurhistorische waarden zodanig laag zijn, dat behoud van het bouwwerk niet te rechtvaardigen is; b. er een omgevingsvergunning is verleend voor de ter plaatse geprojecteerde geheel of gedeeltelijke nieuwbouw. 24.3.5 Advies Het bevoegd gezag wint ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag als bedoeld in 24.3.1 advies in bij de dienst die belast is met erfgoedbescherming.

Gemeente Amsterdam

blz. 56

Artikel 25 25.1

Waarde - Cultuurhistorie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde – Cultuurhistorie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en de versterking van de architectonische en cultuurhistorische waarden van gebouwen. 25.2

Bouwregels

25.2.1 Kapprofiel beschermd Het bestaande kapprofiel van de in 25.1 bedoelde gebouwen mag niet worden gewijzigd en de oorspronkelijke, waardevolle karakteristiek van bestaande winkelpuien mag niet worden verstoord. 25.2.2 Kapprofiel niet beschermd In afwijking van het bepaalde in 25.2.1 is het toegestaan om het kapprofiel van het adres Sloterkade 48 te wijzigen, mits de maximaal toegestane goot- en bouwhoogte niet worden overschreden. 25.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in 25.2.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het wijzigen van het kapprofiel van de in 25.1 bedoelde gebouwen in de onderstaande situaties. 25.3.1 Daklaag achter een schijnkap Bij gebouwen met een schijnkap is achter de kap één daklaag op het oorspronkelijke platte dak toegestaan, mits: a. de daklaag niet zichtbaar is vanuit de openbare ruimte; b. de achtergevel van de daklaag onder een hoek van tenminste 45 graden terug ligt ten opzichte van de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw dan wel indien aanwezig de overstek van het platte dak ter plaatse van de vlakke achtergevel; c. de daklaag een bouwhoogte van maximaal 3 meter heeft, gemeten vanaf het oorspronkelijke platte dak achter de schijnkap; d. de daklaag tenminste 1 meter lager is dan de nok van de schijnkap; e. van het bepaalde onder sub b, c en d kan worden afgeweken, indien het wenselijk is om met het oog op de eenheid van het daklandschap dezelfde maatvoering te hanteren als bestaande daklagen in de straatwand; f. de realisatie van de daklaag niet leidt tot een onevenredige aantasting van het daklandschap. 25.3.2 Daklaag achter een setback Bij gebouwen met een setback is achter de setback één daklaag op het oorspronkelijke platte dak toegestaan, mits: a. de daklaag niet zichtbaar is vanuit de openbare ruimte; b.

de achtergevel van de daklaag onder een hoek van tenminste 45 graden terug ligt ten opzichte van de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw dan wel indien aanwezig de overstek van het platte dak ter plaatse van de vlakke achtergevel; c. de daklaag dezelfde bouwhoogte heeft als de setback; d. van het bepaalde onder sub b en c kan worden afgeweken, indien het wenselijk is om met het oog

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 57

op de eenheid van het daklandschap dezelfde maatvoering te hanteren als reeds bestaande daklagen in de straatwand; e. de realisatie van de daklaag niet leidt tot een onevenredige aantasting van het daklandschap. 25.3.3 Daklaag achter een afgeplatte langskap Bij gebouwen met een afgeplatte langskap is achter de kap één daklaag op het oorspronkelijke platte dak toegestaan, mits: a. de daklaag niet zichtbaar is vanuit de openbare ruimte; b. de achtergevel van de daklaag onder een hoek van tenminste 45 graden terug ligt ten opzichte van de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw dan wel indien aanwezig de overstek van het platte dak ter plaatse van de vlakke achtergevel; c. de daklaag dezelfde bouwhoogte heeft als het afgeplatte dak van de kap; d. van het bepaalde onder sub b en c kan worden afgeweken, indien het wenselijk is om met het oog op de eenheid van het daklandschap dezelfde maatvoering te hanteren als reeds bestaande daklagen in de straatwand; e. de realisatie van de daklaag niet leidt tot een onevenredige aantasting van het daklandschap. 25.3.4 Daklaag achter een dwarskap Bij gebouwen met een dwarskap mag de kap naar achteren worden verlengd op het oorspronkelijke platte dak, indien aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a.

de nok van de verlengde dwarskap ligt onder een hoek van tenminste 45 graden terug ligt ten opzichte van de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw dan wel indien aanwezig de overstek van het platte dak ter plaatse van de vlakke achtergevel; b. de verlengde dwarskap heeft dezelfde kapvorm als de bestaande dwarskap; c. indien de daklaag zichtbaar is vanuit de openbare ruimte, mag er geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van cultuurhistorische waarden. Dit is ter beoordeling van de dienst die belast is met erfgoedbescherming; d. de realisatie van de daklaag niet leidt tot een onevenredige aantasting van het daklandschap. 25.4

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

25.4.1 Vergunningsplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor de activiteit slopen bouwwerken geheel of gedeeltelijk te slopen. 25.4.2 Uitzondering op de vergunningsplicht Het bepaalde in 25.4.1 is niet van toepassing op sloopactiviteiten: a. die het normale onderhoud betreffen en/of inpandig plaatsvinden; b. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; c. die uitgevoerd mogen worden krachtens een voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan verleende dan wel aangevraagde vergunning; d. die voortvloeien uit een aanschrijving of een besluit van het bevoegd gezag. 25.4.3 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in 25.4.1 dient een cultuurhistorisch onderzoek uit te voeren.

Gemeente Amsterdam

blz. 58

25.4.4 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in 25.4.1 wordt slechts verleend indien: a. uit het in 25.4.3 genoemde onderzoek naar voren komt dat de architectonische en cultuurhistorische waarden zodanig laag zijn, dat behoud van het bouwwerk niet te rechtvaardigen is; b. er een omgevingsvergunning is verleend voor de ter plaatse geprojecteerde geheel of gedeeltelijke nieuwbouw. 25.4.5 Advies Het bevoegd gezag wint ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag als bedoeld in 25.4.1 advies in bij de dienst die belast is met erfgoedbescherming.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 59

Artikel 26 26.1

Waarde - Cultuurhistorie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde – Cultuurhistorie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en de versterking van de architectonische en cultuurhistorische waarden van gebouwen. 26.2

Bouwregels

Het bestaande kapprofiel van de in 26.1 bedoelde gebouwen mag niet worden gewijzigd en de oorspronkelijke, waardevolle karakteristiek van bestaande winkelpuien mag niet worden verstoord. 26.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in 26.2 een omgevingsvergunning verlenen voor het wijzigen van het kapprofiel van de in 26.1 bedoelde gebouwen in de onderstaande situaties. 26.3.1 Daklaag achter een schijnkap Bij gebouwen met een schijnkap is achter de kap één daklaag op het oorspronkelijke platte dak toegestaan, mits: a. de achtergevel van de daklaag onder een hoek van tenminste 45 graden terug ligt ten opzichte van de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw dan wel indien aanwezig de overstek van het platte dak ter plaatse van de vlakke achtergevel; b. de daklaag een bouwhoogte van maximaal 3 meter heeft, gemeten vanaf het oorspronkelijke platte dak achter de schijnkap; c. de daklaag tenminste 1 meter lager is dan de nok van de schijnkap; d. van het bepaalde onder sub a, b en c kan worden afgeweken, indien het wenselijk is om met het oog op de eenheid van het daklandschap dezelfde maatvoering te hanteren als bestaande daklagen in de straatwand. 26.3.2 Daklaag achter een setback Bij gebouwen met een setback is achter de setback één daklaag op het oorspronkelijke platte dak toegestaan, mits: a. de achtergevel van de daklaag onder een hoek van tenminste 45 graden terug ligt ten opzichte van de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw dan wel indien aanwezig de overstek van het platte dak ter plaatse van de vlakke achtergevel; b.

de daklaag dezelfde bouwhoogte heeft als de setback; c. van het bepaalde onder sub a en b kan worden afgeweken, indien het wenselijk is om met het oog op de eenheid van het daklandschap dezelfde maatvoering te hanteren als reeds bestaande daklagen in de straatwand. 26.3.3 Daklaag achter een afgeplatte langskap Bij gebouwen met een afgeplatte langskap is achter de kap één daklaag op het oorspronkelijke platte dak toegestaan, mits: a. de achtergevel van de daklaag onder een hoek van tenminste 45 graden terug ligt ten opzichte van de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw dan wel indien aanwezig de overstek van het platte dak ter plaatse van de vlakke achtergevel; Gemeente Amsterdam

blz. 60

b. de daklaag dezelfde bouwhoogte heeft als het afgeplatte dak van de kap; c. van het bepaalde onder sub a en b kan worden afgeweken, indien het wenselijk is om met het oog op de eenheid van het daklandschap dezelfde maatvoering te hanteren als reeds bestaande daklagen in de straatwand. 26.3.4 Daklaag achter een dwarskap Bij gebouwen met een dwarskap mag de kap naar achteren worden verlengd op het oorspronkelijke platte dak, indien aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. de nok van de verlengde dwarskap ligt onder een hoek van tenminste 45 graden terug ligt ten opzichte van de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw dan wel indien aanwezig de overstek van het platte dak ter plaatse van de vlakke achtergevel; b. de verlengde dwarskap heeft dezelfde kapvorm als de bestaande dwarskap.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 61

Artikel 27 27.1

Waarde - Hoofdgroenstructuur

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Hoofdgroenstructuur' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de Hoofdgroenstructuur 27.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 27.2.1 Vergunningplicht Op de in 27.1 genoemde gronden is het verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren: a. het omzetten van landgebonden groen naar water; b. het omzetten van water naar landgebonden groen. 27.2.2 Nadere eisen Voordat een omgevingsvergunning zoals bedoeld in 27.2.1 wordt verleend, heeft de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur hierover een advies uitgebracht. 27.2.3 Uitzonderingen op de vergunningplicht Het bepaalde in 27.2.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. die het normale onderhoud betreffen; b. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan, dan wel uitgevoerd mogen worden conform een aangevraagde en/of verleende vergunning. 27.3

Wijzigingsbevoegdheid

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, het bestemmingsplan te wijzigen door: a. één of meerdere bestemmingsvlakken met de dubbelbestemming 'Waarde - Hoofdgroenstructuur' geheel of gedeeltelijk te verwijderen, mits de betreffende gronden niet langer zijn aangewezen als Hoofdgroenstructuur en de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur hierover heeft geadviseerd; b. aan gronden de dubbelbestemming 'Waarde - Hoofdgroenstructuur' toe te kennen, mits de betreffende gronden worden aangewezen als hoofdgroenstructuur en de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur hierover heeft geadviseerd.

Gemeente Amsterdam

blz. 62

Artikel 28 28.1

Waarde - Landschap 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde – Landschap' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, herstel en de versterking van het groene karakter van de binnentuinen in gesloten bouwblokken. 28.2

Bouwregels

Ter plaatse van de in artikel 28.1 genoemde gronden gelden de volgende bouwregels: a. Er mogen geen gebouwen worden opgericht, bestaande bijbehorende bouwwerken daarop uitgezonderd. De in artikel 28.1 genoemde gronden dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan. b. In afwijking van het bepaalde onder a is de bouw van één vrijstaand bijgebouw per perceel toegestaan, mits er wordt voldaan aan de onderstaande voorwaarden: 1. de maximale bouwhoogte van het vrijstaande bijgebouw bedraagt 3 meter; 2. het totale grondoppervlak van alle bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 25 % van de in artikel 28.1 genoemde gronden met een maximum van 9 m2; 3. het vrijstaande bijgebouw dient te worden voorzien van een groen dak met een hemelwaterberging; 4. de hemelwaterberging dient te voldoen aan de voorwaarden uit de Hemelwaterverordening Amsterdam (gepubliceerd op 10 mei 2021). Indien deze voorwaarden worden gewijzigd, gelden de meest recente voorwaarden als toetsingskader. c. In afwijking van het bepaalde onder a mogen bestaande bijbehorende bouwwerken worden herbouwd, mits er wordt voldaan aan de onderstaande voorwaarden: 1.

de te herbouwen bijbehorende bouwwerken dienen te worden voorzien van een groen dak met een hemelwaterberging; 2. de hemelwaterberging dient te voldoen aan de voorwaarden uit de Hemelwaterverordening Amsterdam. Indien deze voorwaarden worden gewijzigd, gelden de meest recente voorwaarden als toetsingskader. 28.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden 28.3.1 Verbodsregel Het is verboden om per perceel meer dan 50 % van de in artikel 28.1 genoemde gronden te verharden, waarbij het grondoppervlak van bebouwde gronden als verharding wordt meegerekend. 28.3.2 Uitzondering Het bepaalde in 28.3.1 is niet van toepassing, indien de verharding reeds is aangebracht op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of mag worden aangebracht op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde, dan wel verleende vergunning.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 63

Artikel 29 29.1

Waarde - Landschap 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Landschap 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, herstel en de versterking van het groene karakter van de (binnen-)tuinen in het plangebied. 29.2

Bouwregels

Ter plaatse van de in artikel 29.1 genoemde gronden gelden de volgende bouwregels: a. De in artikel 29.1 genoemde gronden dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment dvan de datum van inwerkingtreding van dit plan. b. Op maximaal 50 % van de in artikel 29.1 genoemde gronden mogen gebouwen worden opgericht, bestaande bijbehorende bouwwerken worden hierbij meegerekend. Daarbij gelden de volgende bouwregels: 1. bijbehorende bouwwerken mogen maximaal één bouwlaag hoog zijn; 2. bijbehorende bouwwerken mogen maximaal 0,3 meter hoger zijn dan de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw, met een maximale hoogte van 5 meter; 3. aangebouwde bijbehorende bouwwerken mogen op een afstand van niet meer dan 2,5 meter vanaf de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw worden gerealiseerd; 4. vrijstaande bijbehorende bouwwerken mogen een maximaal grondoppervlak van 9 m2 en een maximale bouwhoogte van 3 meter hebben; 5. bijbehorende bouwwerken dienen te worden voorzien van een groen dak met een hemelwaterberging; 6. de hemelwaterberging dient te voldoen aan de voorwaarden uit de Hemelwaterverordening Amsterdam (gepubliceerd op 10 mei 2021). Indien deze voorwaarden worden gewijzigd, gelden de meest recente voorwaarden als toetsingskader; 7.

uitsluitend bestaande kelders en souterrains zijn toegestaan. c. Bestaande bijbehorende bouwwerken mogen worden herbouwd, mits er wordt voldaan aan de onderstaande voorwaarden: 1. de te herbouwen bijbehorende bouwwerken dienen te worden voorzien van een groen dak met een hemelwaterberging; 2. de hemelwaterberging dient te voldoen aan de voorwaarden uit de Hemelwaterverordening Amsterdam (gepubliceerd op 10 mei 2021). Indien deze voorwaarden worden gewijzigd, gelden de meest recente voorwaarden als toetsingskader.

Gemeente Amsterdam

blz. 64

Artikel 30 30.1

Waterstaat - Waterkering

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en het behoud van een waterkering.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 65

Hoofdstuk 3 Artikel 31

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Gemeente Amsterdam

blz. 66

Artikel 32 32.1

Algemene bouwregels

Ontbreken bouwhoogte

Voor zover op de verbeelding of in de regels van dit bestemmingsplan geen maximum bouwhoogte is opgenomen, geldt de bestaande bouwhoogte als de maximale bouwhoogte. 32.2

Toegelaten overschrijdingen

Het is toegestaan de in dit plan aangegeven bouw- en bestemmingsgrenzen te overschrijden ten behoeve van: a. gevelelementen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, standleidingen voor hemelwater, wanden van ventilatiekanalen, schoorstenen en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding van bouw- en bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,5 meter bedraagt; b. gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding van de bouw- en bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt; 32.3

Autoparkeren

Bij het verlenen van een omgevingsvergunning moet ten behoeve van de te realiseren functies voldoende parkeergelegenheid voor auto's aanwezig zijn of gerealiseerd worden. Hierbij moet voldaan worden aan de beleidsregels in de 'Nota Parkeernormen Auto' (gepubliceerd op 22 december 2017). Indien deze beleidsregels in de planperiode worden gewijzigd, gelden de meest recent vastgestelde beleidsregels als toetsingskader. 32.4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13476838/1