Raadsbesluit 2023-040B BP Westerpark Zuid Regels
Tekst van het document
X Gemeente X Amsterdam x
BEHOORT BIJ BEaurr VAN DE GEMEENTERAAD VAN AMSTERDAM , NR. le/a.'4: 2. VAN DE RAADSGRIFFIER,
Bestemmingsplan Westerpark Zuid
Vastgesteld
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Westerpark Zuid
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.E1804BPSTD-VG01
Datum print
20 April 2023
Planstatus
vastgesteld
blz. 3
Inhoudsopgave Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26 Artikel 27 Hoofdstuk 3 Artikel 28 Artikel 29 Artikel 30 Artikel 31 Artikel 32 Hoofdstuk 4
5 Inleidende regels
6
Begrippen Wijze van meten
6 17
Bestemmingsregels
18
Bedrijf Gemengd - 1 Gemengd - 2 Gemengd - 3 Gemengd - 4 Gemengd - 5 Gemengd - 6 Gemengd-7 Groen Maatschappelijk - 1 Maatschappelijk - 2 Tuin Verkeer - 1 Verkeer - 2 Verkeer - 3 Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4 Waarde - Archeologie 5 Waarde - Cultuurhistorie Waarde - Hoofdgroenstructuur Waarde - Landschap Water Wonen
18 19 23 27 31 34 38 41 43 45 47 49 51 53 55 56 58 60 62 64 66 68 69 70 72
Algemene regels
76
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels
76 77 78 80 81
Overgangs- en slotregels
82
Artikel 33 Overgangsrecht Artikel 34 Slotregel
82 83
Gemeente Amsterdam
blz. 4
bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 5
Regels
Gemeente Amsterdam
blz. 6
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels Begrippen
plan
Het bestemmingsplanWesterpark Zuid met identificatienummer NL.IMRO.0363.E1804BPSTD-VG01 van de gemeente Amsterdam. 1.2
bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
aanduidingsvlak
Een aangegeven vlak met eenzelfde aanduiding. 1.6
archeologisch rapport
Een rapportage waarin de archeologische waarden van een terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate wordt vastgelegd, en naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoet aan de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). 1.7
archeologische waarde
Waarde van terreinen wegens daar aanwezige of naar verwachting aanwezige vóór tenminste vijftig jaar vervaardigde zaken welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde. 1.8
architectonische eenheid
Een of meer bouwblokken die als eenheid ontworpen zijn en als zodanig herkenbaar. 1.9
automatenhal
Een voor het publiek toegankelijke ruimte waar meer dan twee spelautomaten of andere mechanische toestellen in de zin van artikel 30 van de Wet op de Kansspelen zijn opgesteld. 1.10
bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 7
1.11
bebouwingspercentage
Een met een maatvoeringsaanduiding of in de regels aangegeven percentage dat het gedeelte van bestemmingsvlak of bouwvlak aangeeft dat mag worden bebouwd. 1.12
bedrijven
ondernemingen, daaronder mede begrepen broedplaatsen, waar goederen worden vervaardigd, bewerkt, geïnstalleerd of verhandeld, waarbij ondergeschikte detailhandel, ondergeschikte horeca en kantoor als bedrijfsondersteunend onderdeel is toegestaan, met dien verstande dat alleen bedrijven (niet zijnde zelfstandig kantoor, detailhandel, horeca, onderwijs of gezondheids- en welzijnszorg) zijn toegestaan, zoals weergegeven in desbetreffend artikel. 1.13
bedrijfsvaartuig
Een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, niet zijnde een zeeschip, binnenschip of dienstvaartuig, hoofdzakelijk gebruikt voor de uitoefening van een reëel bedrijf of beroep dan wel voor de uitoefening van sociaal-culturele activiteiten. 1.14
Beleidsregel
De laatst vastgestelde versie van de beleidsregel Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam welke voor het eerst zijn vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders d.d. 7 september 2021, waarin de criteria zijn opgenomen waar bouwaanvragen voor kelders aan worden getoetst, 1.15
belhuis
een voor publiek toegankelijk ruimte waarin de hoofdactiviteit wordt gevormd door het gelegenheid bieden tot het voeren van telefoongesprekken, waaronder mede begrepen het verzenden en ontvangen van faxen 1.16
bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak. 1.17
bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.18
bouwblok
Een aaneengesloten, dan wel als geheel te beschouwen, reeks van gebouwen. 1.19
bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.20
bouwgrens
De grens van een bouwvlak.
Gemeente Amsterdam
blz. 8
1.21
bouwhoogte
De hoogte van de bebouwing vanaf het peil. 1.22
bouwlaag
Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren is begrensd, bijzondere bouwlagen niet inbegrepen. 1.23
bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.24
bouwwerk
Elke constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.25
bruto vloeroppervlak
De totale oppervlakte van de bouwlagen met inbegrip van de bouwconstructies, magazijnen, dienstruimten, bergingen en vergelijkbare ruimten. 1.26
bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.27
bijzondere bouwlaag
Kelder, souterrain, kap. 1.28
consumentverzorgende dienstverlening
Persoonlijke verzorging van consumenten, waaronder kapperszaken, schoonheidsinstituten, nagelstudio's, yoga, pilates en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven. 1.29
cultuur en ontspanning
Musea, (muziek)theaters, dansscholen, expositieruimten en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen, met inbegrip van bijbehorende ondergeschikte horeca en detailhandel. 1.30
dakopbouw
een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok van het dak of een toevoeging op een plat dak.
bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 9
1.31
dakterras
Een buitenruimte op een plat dak met bijbehorende afrastering en vloerconstructie ten dienste van de bewoners van de erop aansluitende woning(en). 1.32
daktoegang
Een bouwwerk dat op een gebouw wordt geplaatst dat uitsluitend als doel heeft om toegang tot het dak te verschaffen. 1.33
dakuitbouw
Een uitbouw aan de achterzijde van een bovenste bouwlaag of kap van de hoofdbebouwing. 1.34
deklaag
de bovenste bodemlaag die in de laatste ca. 10.0000 jaar is ontstaan en die tevens de ophooglaag bevat die door de mens is aangebracht voor bijvoorbeeld woningbouw. 1.35
detailhandel
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, het verhuren of het leveren van zaken aan in hoofdzaak personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met inbegrip van ondergeschikte horeca. 1.36
doorlaatvermogen (kD-waarde)
maat voor het vermogen van een watervoerend pakket om water door te laten 1.37
gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.38
geldwisselkantoor
Een voor publiek toegankelijke ruimte waarin de hoofdactiviteit wordt gevormd door het gelegenheid bieden tot het bedrijfsmatig wisselen van geld of waardepapieren. 1.39
geluidsgevoelige bestemming
Geluidsgevoelige gebouwen en terreinen, zoals bedoeld in de Wet Geluidhinder en het Besluit Geluidhinder. 1.40
geluidsgevoelige maatschappelijke voorzieningen
Medische- en onderwijsvoorzieningen en kinderdagverblijven, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en Besluit geluidhinder.
Gemeente Amsterdam
blz. 10
1.41
Geohydrologisch rapport
Het resultaat van een geohydrologisch onderzoek neergelegd in een rapport met daarin de eigenschappen en kenmerken van het grondwatersysteem op een bepaalde locatie. In het geohydrologisch rapport worden in ieder geval in beeld gebracht: de bodemopbouw; de doorlatendheid (k-waarde) van de bodem; de grondwaterfluctuatie; de grondwaterstroming; de gevolgen voor het grondwatersysteem door de voorgenomen activiteit; de mitigerende maatregelen om grondwaterneutraal te kunnen bouwen. 1.42
goothoogte
De hoogte vanaf het peil tot de snijlijn tussen het verticaal gevelvlak en het al dan niet hellend dakvlak. 1.43
groenvoorzieningen
Ruimten in de open lucht, waaronder in ieder geval worden begrepen (bos)parken, plantsoenen, groen en open speelplekken, met de daarbij behorende sloten, vijvers en daarmee gelijk te stellen wateren. 1.44
Grondwaterneutraal bouwen
het bouwen van een kelder waarbij de stand en stroming van het grondwater buiten het perceel waarop de kelder is geprojecteerd niet of nauwelijks veranderen, waar mogelijk zal verbeteren, en geen negatieve grondwatereffecten optreden. Tot negatieve effecten worden in ieder geval gerekend risico's op opbarsten van de deklaag, welvorming, grondwateroverlast en grondwateronderlast. 1.45
hoofdgebouw
Eén of meerdere panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.46
horeca van categorie 1
Fastfood (waaronder begrepen automatiek, snackbar, loketverkoop, fastfoodrestaurant en naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven). 1.47
horeca van categorie 2
Nachtzaak (dancing, discotheek, sociëteit, zaalaccomodatie, nachtcafé en naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven). 1.48
horeca van categorie 3
Café (café, bar en naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven).
bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 11
1.49
horeca van categorie 4
Restaurant (restaurant, koffie-, en theehuis, espressobar, lunchroom, juicebar en naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven). 1.50
horeca van categorie 5
Hotel (waaronder begrepen hotel, motel, jeugdherberg en naar de aard daarmee te vergelijken functies) inclusief bijbehorende bar, bijbehorend restaurant en het bieden van vergaderaccommodatie. 1.51
horecaterras
een buiten de besloten ruimte liggend deel van het horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden ten dienste van het horecabedrijf en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. 1.52
internetcafé
Een voor publiek toegankelijke gelegenheid waar de hoofdactiviteit wordt gevormd door het bedrijfsmatig gelegenheid bieden tot internet. 1.53
jachthaven
haven met de daarbij behorende grond waarbij overwegend gelegenheid wordt gegeven tot het aanleggen, afmeren of afgemeerd houden van pleziervaartuigen. 1.54
kantoor
Gebouw of deel van een gebouw waarin kantoorwerkzaamheden zoals administratie, bestuur, vergaderingen of andere bureauwerkzaamheden plaatsvinden. 1.55
kap
een bijzondere bouwlaag die geheel of gedeeltelijk door een dakconstructie is omgeven welke uit tenminste twee hellende vlakken bestaat, die elkaar al dan niet snijden. 1.56
kelder
ondergronds (deel van een) gebouw, zoals souterrains, kelders, uitgezonderd funderingsconstructies, voor zover de onderkant van de vloer van de betreffende bouwlaag dieper is gelegen dan 0,5 meter onder het peil. 1.57
kinderopvangvoorziening
Een voorziening voor opvang van kinderen van 0 tot 12 jaar in bedrijfsmatig georganiseerd verband, waaronder in elk geval begrepen kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en buitenschoolse opvang en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen.
Gemeente Amsterdam
blz. 12
1.58
ligplaats voor een woonboot
een met een woonboot in het water aan de walkant ingenomen plaats die daartoe als zodanig is aangewezen. 1.59
ligplaats voor passagiersvaartuigen
een met één of meerdere passagiersvaartuigen ingenomen plaats die daartoe als zodanig is aangewezen. 1.60
maatschappelijke dienstverlening
Overheids-, sociale, culturele-, medische, onderwijs-, sport- (niet zijnde sportschool/fitness), religieuze en vergelijkbare maatschappelijke voorzieningen, waaronder mede begrepen kinderopvangvoorzieningen, met inbegrip van bijbehorende ondergeschikte horeca. 1.61
maatvoeringsvlak
Een geometrisch bepaald vlak waarbinnen maatvoeringsaanduidingen gelden. 1.62
nutsvoorziening
Een voorziening ten behoeve van de distributie van gas, water en elektriciteit, en de telecommunicatie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, gemalen, telefooncellen en zendmasten, ondergrondse afvalsystemen en ondergrondse infrastructurele voorzieningen. 1.63
omgevingsvergunning
vergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.64 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1., eerste lid, onder aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.65
ondergeschikte detailhandel
Niet-zelfstandige detailhandel, die wordt of is gerealiseerd binnen een andere hoofdfunctie, tot een maximum van 20% van het vloeroppervlakte van de hoofdfunctie tot maximaal 100 m². 1.66
ondergeschikte horeca
niet-zelfstandige horeca, uitsluitend zijnde horeca van categorie 3 of horeca van categorie 4 die wordt of is gerealiseerd binnen een andere hoofdfunctie en daar naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is, met dien verstande dat in geval van ondergeschikte horeca in detailhandel, maximaal 20% van de verkoop vloeroppervlakte van de winkel tot maximaal 20 m² voor ondergeschikte horeca gebruikt mag worden.
bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 13
1.67
openbare ruimte
Rijwegen, voet- en fietspaden, pleinen, groenvoorzieningen en water, met in begrip van bij deze voorzieningen behorende nutsvoorzieningen, bermen, taluds, waterlopen en waterbouwkundige kunstwerken, ondergrondse afvalsystemen en ondergrondse infrastructurele voorzieningen. 1.68
overbouwing / onderdoorgang
Een op de verbeelding aangegeven gebied waar, binnen de bestemming een doorgang mogelijk moet zijn waarboven bebouwing mag worden opgericht. 1.69
passagiersvaartuig
een bedrijfsvaartuig, hoofdzakelijk gebruikt voor of bestemd tot: 1. vervoer van personen, of 2. om beschikbaar te worden gesteld aan een of meer personen ten behoeve van varende recreatie. 1.70
peil
Bij bovengrondse bouwwerken a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw; Bij kelders a. voor gebouwen direct grenzend aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang tot het perceel waar het gebouw zich op bevindt; Bij bouwen op het water: het waterpeil. 1.71
pleziervaartuig
Een schip, hoofdzakelijk gebruikt en bestemd voor niet-bedrijfsmatige varende recreatie. 1.72
praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis / bedrijf aan huis
Consumentverzorgende of zakelijke dienstverlening, webwinkel of bedrijf uitsluitend zijnde categorie A uit de Staat van inrichtingen waarbij: a. in overwegende mate de woonfunctie behouden blijft; b. deze een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die geen onevenredige afbreuk doet aan de woonfunctie. 1.73
prostitutie
Het aanbieden of verrichten van seksuele diensten tegen een materiële vergoeding. 1.74
prostitutiebedrijf
Een bedrijf waar prostitutie wordt bedreven.
Gemeente Amsterdam
blz. 14
1.75
publieksgerichte zakelijke dienstverlening
Het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek in overwegende mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren, en bankfilialen. 1.76
scootsafe
Constructie voor de stalling van een scootmobiel of een daarmee te vergelijken hulpmiddel voor invaliden en mindervaliden. 1.77
seksinrichting
Een gebouw of een gedeelte van een gebouw waarin tegen betaling handelingen en/of voorstellingen plaatsvinden van erotische en/of pornografische aard. Hieronder worden mede begrepen een seksbioscoop, -theater, -automatenhal en -winkel en naar de aard daarmee te vergelijke inrichtingen. 1.78
souterrain
Een bijzondere bouwlaag waarvan de vloer onder het gemiddeld aangrenzend peil is gelegen en waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 0,50 tot 1,50 meter boven het peil is gelegen. 1.79
sportschool/fitness
een voorziening die vooral is ingericht met toestellen om de lichamelijke conditie op peil te houden of te verbeteren. 1.80
Staat van inrichtingen
De als bijlage opgenomen lijst, behorende bij deze regels, waarin vormen van gebruik anders dan wonen, zijn aangegeven, ingedeeld in categorieën van toenemende hinder. 1.81
supermarkt
Een vorm van detailhandel waar in overwegende mate levensmiddelen worden verkocht waarbij de winkel een bruto vloeroppervlakte heeft van minimaal 500 m2. 1.82
terras
Een buiten de besloten ruimte liggend deel van het horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden ten dienste van het horecabedrijf en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. 1.83
toeristische voorziening
Vormen van detailhandel en dienstverlening die zich blijkens hun reclame-uiting, presentatie, assortiment en/of bedrijfsvoering hoofdzakelijk richten op dagjesmensen en/of toeristen. 1.84
verharding
Bodembedekking van de tuin die infiltratie van regenwater in de bodem in vergaande mate verhindert.
bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 15
1.85
bestaande verharding
Bestaande oppervlak van verharding ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en daarna niet verwijderd wordt, tenzij sprake is van normaal onderhoud en beheer. 1.86
nieuwe verharding
Het aanbrengen van verharding aanvullend op bestaande verharding en/of ter vervanging van bestaande verharding, tenzij sprake is van normaal onderhoud en beheer. 1.87
verkeersareaal
Gronden die als verkeersruimte worden gebruikt, bestaande uit rijwegen, parkeervoorzieningen, fiets- en voetpaden en bermen. 1.88
waterbouwkundige kunstwerken
Kunstwerken, verband houdend met het gebruiksmogelijkheden van het water, zoals steigers, remmingswerken, afmeervoorzieningen, kades en bruggen. 1.89
waterhuishoudkundige voorzieningen
Werken, waaronder begrepen kunstwerken, verband houdend met de waterhuishouding, zoals dammen, dijken, sluizen en beschoeiingen. 1.90
webwinkel
Het verkopen van goederen via internet, waarbij de goederen elders worden bezorgd en er geen sprake is van voor publiek toegankelijke winkelruimte of showroom. 1.91
woning
een complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.92
woonboot
Een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt als of is bestemd tot woonverblijf, bedoeld voor de huisvesting van één huishouden inclusief ruimten ten behoeve van praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis / bedrijf aan huis. 1.93
woonzorgcentrum
Een gebouw of gedeelte van een gebouw waar een specifieke doelgroep, zoals ouderen, woont die algemene en medische verzorging geniet en waar naast ruimten voor verzorging tevens bij het zorgcentrum behorende ruimten zoals ondergeschikte detailhandel, eetzaal en overige nevenruimten zijn inbegrepen.
Gemeente Amsterdam
blz. 16
1.94
zorginstelling
Een gebouw of gedeelte van een gebouw met een oppervlak van minimaal 1.500 m², waar een specifieke doelgroep zoals ouderen woont die algemene en medische verzorging geniet en waar naast ruimten voor verzorging tevens bij de zorginstelling behorende ruimten als een winkel, eetzaal en overige nevenruimten bij zijn inbegrepen.
bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 17
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
bebouwingspercentage
Het bebouwingspercentage wordt bepaald door projectie van de bebouwing in het bestemmingsvlak, tenzij anders is bepaald, de kelder en het souterrain niet meegerekend. 2.2
bouwdiepte van een bouwwerk
vanaf peil tot aan het laagste punt van het bouwwerk, met uitzondering van fundering of ondergeschikte onderdelen van een bouwwerk. 2.3
bouwhoogte van een antenne-installatie
Tussen de voet van de antennedrager en het hoogste punt van de antenne-installatie; als de antennedrager aan de gevel van een gebouw wordt bevestigd, wordt gemeten tussen het punt waarop de antenne met antennedrager het dakvlak kruist en het hoogste punt van de antennedrager. 2.4
bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5
bruto vloeroppervlakte van een gebouw
De bruto vloeroppervlakte van de afzonderlijke bouwlagen bij elkaar opgeteld, inclusief de bijzondere bouwlagen. 2.6
goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.7
bruto vloeroppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren
Gemeente Amsterdam
blz. 18
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. nutsvoorzieningen; met bijbehorende: b. c. d. e. f. g. h. i. j.
tuinen en erven, zulks met uitzondering van horecaterrassen; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; parkeervoorzieningen; verblijfsgebied; nutsvoorzieningen; afvalinzamelingssystemen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; bergingen en andere nevenruimten.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Op en onder de in lid 3.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met in achtneming van de volgende bepalingen. 3.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. maximum bebouwingspercentage bestemmingsvlak: 100%; b. maximum goot- en bouwhoogte: de hoogte van (de te onderscheiden delen van) gebouwen zoals die op grond van een omgevingsvergunning is gerealiseerd ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of op dat moment kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning, dan wel in geval een oorspronkelijk bouwwerk geamoveerd is ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan, de in het voorgaande bestemmingsplan rechtens toegestane bouwhoogte. 3.2.3
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. maximum bouwhoogte: 1 meter.
bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 19
Artikel 4 4.1
Gemengd - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor Gemengd - 1 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel, niet zijnde een supermarkt, inclusief bijbehorende ondergeschikte horeca in de kelder, souterrain en eerste bouwlaag; b. consumentverzorgende dienstverlening in de kelder, souterrain en eerste bouwlaag; c. publieksgerichte zakelijke dienstverlening in de kelder, souterrain en eerste bouwlaag; d. toeristische voorzieningen, waar deze ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan rechtmatig zijn gerealiseerd; e. woningen, al dan niet in combinatie met praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis / bedrijf aan huis, in de tweede en hoger gelegen bouwlagen, waarbij toegangen tot woningen tevens in de eerste bouwlaag zijn toegestaan; f. woningen inclusief ruimten ten behoeve van praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis / bedrijf aan huis in de kelder, souterrain en eerste bouwlaag, waar deze ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan rechtmatig zijn gerealiseerd; alsmede voor: g. een supermarkt, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "supermarkt"; h. horeca van categorie 1 en horeca van categorie 4 in de kelder, souterrain en eerste bouwlaag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "horeca van categorie 1"; i.
horeca van categorie 3 en horeca van categorie 4 in de kelder, souterrain en eerste bouwlaag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "horeca van categorie 3"; j. horeca van categorie 4 in de kelder, souterrain en eerste bouwlaag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "horeca van categorie 4"; k. maatschappelijke dienstverlening niet zijnde geluidsgevoelige bestemmingen in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "maatschappelijk"; l. een sportschool, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "sportschool"; m. bijbehorende gebouwde parkeervoorzieningen in de kelder met bijbehorende in- en uitritten, bergingen en technische ruimten ter plaatse van de aanduiding "parkeergarage"; n. horeca van categorie 3, horeca van categorie 4, kantoren, bedrijven en maatschappelijke dienstverlening niet zijnde geluidsgevoelige bestemming in de kelder, souterrain en eerste bouwlaag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van gemengd-1". met bijbehorende; o. p. q. r. s. t. u. v.
tuinen en erven, zulks met uitzondering van horecaterrassen; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; verblijfsgebied; nutsvoorzieningen; afvalinzamelingssystemen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; bergingen en andere nevenruimten.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Op en onder de in lid 4.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met in achtneming van de volgende bepalingen.
Gemeente Amsterdam
blz. 20
4.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. maximum bebouwingspercentage bestemmingsvlak: 100%, tenzij er in het betreffende bestemmingsvlak een bouwvlak is aangegeven, dan geldt een maximum bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak; b. maximum goot- en bouwhoogte: de hoogte van (de te onderscheiden delen van) gebouwen zoals die op grond van een omgevingsvergunning is gerealiseerd ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of op dat moment kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning, dan wel in geval een oorspronkelijk bouwwerk geamoveerd is ten tijde van de in werkingtreding van het bestemmingsplan, de in het voorgaande bestemmingsplan rechtens toegestane bouwhoogte; c. het kapprofiel van panden met een orde-1, een orde-2 en met een orde-3 aan hoge gewaardeerde stedenbouwkundige zones mag aan de straatzijde niet gewijzigd worden. d. ter plaatse van de aanduiding "onderdoorgang" mogen de gronden niet worden bebouwd tot een hoogte die benodigd is voor de vrije doorgang voor het verkeer, behoudens de voor de hoger opgaande bebouwing benodigde ondersteuningsconstructies; e.
het bouwen van hoofdgebouwen of bijbehorende bouwwerken is slechts toegestaan als er wordt voorzien in de aanleg van een waterberging van ten minste 60 liter per vierkante meter (dak)oppervlak (60 mm), die vertraagd wordt geleegd met een snelheid van 2,5 mm/uur (60 mm in 24 uur). 4.2.3
Dakuitbouwen
De maximum bouwhoogte als bedoeld 4.2.2 onder b mag worden overschreden door een uitbouw van de bovenste bouwlaag of kap, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. een dakuitbouw is niet toegestaan op orde-1 en orde-2 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidelijke welstandskaarten; b. een dakuitbouw mag uitsluitend direct aangrenzend worden gerealiseerd, uitsluitend aan de achtergevel (de van de openbare ruimte afgekeerde zijde) van het hoofdgebouw; c. de afstand tot de achtergevel of dakrand minimaal gelijk is aan de hoogte van de uitbouw. d. de dakuitbouw mag uitsluitend worden gebruikt als deel van een woning; e. de maximale bouwhoogte bedraagt 3 meter, tenzij het direct bestaande aangrenzende deel (kap of dakopbouw) van het hoofdgebouw lager is, dan geldt de bouwhoogte van het direct aangrenzende deel van het hoofdgebouw als maximum; f. in geval het direct aangrenzende deel van het hoofdgebouw een kap is, mag de dakuitbouw uitsluitend worden gebouwd indien deze wordt gerealiseerd op minimaal 0,5 meter onder de bestaande maximale nokhoogte van het hoofdgebouw; g. op de nieuw gerealiseerde dakuitbouw is een dakterras toegestaan, met inachtneming van het bepaalde onder 4.2.4. 4.2.4
Dakterrassen
Het dak van de gebouwen mag worden ingericht en gebruikt als dakterras, waarbij de maximaal toelaatbare bouwhoogte mag worden overschreden, met dien verstande dat: a. dakterrassen niet zijn toegestaan op orde-1 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidelijke welstandskaarten; b. dakterrassen alleen zijn toegestaan op daken die plat zijn afgedekt; c. Het dakterras mag niet groter zijn dan 50% van een plat dak, met uitzondering van de eventueel aan te brengen benodigde constructie; d. de afstand tussen dakterrassen en de dakrand die grenst aan lager gelegen tuinen of
bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 21
gemeenschappelijke binnentuinen minimaal 1,0 meter bedraagt, met dien verstande dat dit niet geldt voor aanbouwen; e. de afstand tussen dakterrassen en de dakrand die grenst aan lager gelegen openbare ruimte minimaal 2,0 meter bedraagt, met dien verstande dat dit niet geldt voor aanbouwen; f. de totale hoogte vanaf het dakvlak tot de bovenkant van de terrasvloer maximaal 0,5 meter bedraagt; g. hekwerken zijn toegestaan van maximaal 1,20 meter, gemeten vanaf de te realiseren terrasvloer. h. het bepaalde onder a. is niet van toepassing voor zover een dakterras legaal aanwezig was ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 4.2.5
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. maximum bouwhoogte: 1 meter. 4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1
Onbebouwde gronden
De onbebouwde gronden mogen slechts worden ingericht en gebruikt als tuin en ten behoeve van de op grond van lid 4.1 toegestane functies. 4.3.2
Vestigingsgrootte
a. Voor de in lid 4.1 genoemde functies geldt een maximale bruto vloeroppervlakte van 250 m2 per vestiging; b. in afwijking van het bepaalde onder a is ter plaatse van de aanduiding supermarkt (su) een maximale bruto vloeroppervlakte toegestaan van maximaal 1.000 m2 per vestiging; c. in afwijking van het bepaalde onder a. is een groter bruto vloeroppervlakte per vestiging toegestaan indien dit is gerealiseerd of kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; d. het bepaalde onder a. is ter plaatse van de aanduiding gemengd alleen van toepassing op detailhandel. 4.4
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen, gelet op het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wet ruimtelijke ordening, in afwijking van het bepaalde in lid 4.3.2 onder a. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, verlenen ten behoeve van de: a. in lid 4.1 onder a genoemde functie (detailhandel) tot een maximale bruto vloeroppervlakte (bvo) per vestiging van 500 m2. b. het gebruik van gebouwen ten behoeve van toeristische voorzieningen, mits de diversiteit van het voorzieningenaanbod en het woon- en leefklimaat ter plaatse niet onevenredig worden aangetast. 4.5
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
4.5.1
Vergunningvereiste
Het is verboden om orde-1 of orde-2 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten, geheel of gedeeltelijk te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. Het is verboden om orde-3 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten en voor zover gecombineerd met een stedenbouwkundige zone A of B, geheel of gedeeltelijk te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. Gemeente Amsterdam
blz. 22
4.5.2
Uitzondering vergunningvereiste
Het in lid 4.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden: a. welke reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; b. waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan reeds vergunning voor het slopen is verleend; c. welke voortvloeien uit bouwactiviteiten waarvoor een vergunning voor het bouwen is verleend ingevolge een aanschrijving van het bevoegde gezag; d. bij regulier onderhoud aan de gevel, zoals het vervangen van rotte kozijnen of deuren, het vervangen van voegwerk en (houten) onderdelen; e. bij wijzigingen aan de voorgevel of bouwdelen die aan de voorgevel bevestigd zijn (zoals balkons) die het aanblik van de gevel aan de straatzijde niet wezenlijk veranderen; f. die alleen inpandig worden uitgevoerd en niet van invloed zijn op het gevelbeeld. 4.5.3
Criteria voor vergunningverlening
De omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk kan worden verleend indien: a. met de sloopactiviteiten de beeldbepalende of kenmerkende elementen van het cultuurhistorisch waardevolle bouwwerk niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord; b. over het verzoek om vergunning de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Amsterdam een advies heeft uitgebracht.
bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 23
Artikel 5 5.1
Gemengd - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor Gemengd - 2 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel, niet zijnde een supermarkt, inclusief bijbehorende ondergeschikte horeca in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag; b. consumentverzorgende dienstverlening in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag; c. publieksgerichte zakelijke dienstverlening in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag; d. maatschappelijke dienstverlening, niet zijnde geluidsgevoelige bestemmingen, inclusief bijbehorende ondergeschikte horeca in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag; e. kantoren in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag; f. bedrijven in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag; g. woningen, al dan niet in combinatie met praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis / bedrijf aan huis, in de tweede en hoger gelegen bouwlagen, waarbij toegangen tot woningen tevens in de eerste bouwlaag zijn toegestaan; h. woningen inclusief ruimten ten behoeve van praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis / bedrijf aan huis in de kelder, souterrain en eerste bouwlaag, waar deze ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan rechtmatig zijn gerealiseerd; alsmede: i.
horeca van categorie 1 en horeca van categorie 4 in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "horeca van categorie 1"; j. horeca van categorie 3 en horeca van categorie 4 in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "horeca van categorie 3"; k. horeca van categorie 4 in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "horeca van categorie 4"; l. een supermarkt, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "supermarkt"; m. woningen al dan niet in combinatie met praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis in de kelder, souterrain en eerste bouwlaag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "wonen"; n. een sportschool/fitness inclusief bijbehorende ondergeschikte horeca in de kelder, het souterrain en de begane grond, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "sportschool"; o. bijbehorende gebouwde parkeervoorzieningen in de kelder met bijbehorende in- en uitritten, bergingen en technische ruimten ter plaatse van de aanduiding "parkeergarage"; p. een verkooppunt van motorbrandstoffen in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag, met uitzondering van LPG, ter plaatse van de aanduiding "verkooppunt motorbrandstoffen"; q.
cultuur en ontspanning in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag, ter plaatse van de aanduiding "cultuur en ontspanning"; r. voor consumentverzorgende dienstverlening, publieksgerichte zakelijke dienstverlening, maatschappelijke dienstverlening, niet zijnde geluidsgevoelige bestemmingen, inclusief bijbehorende ondergeschikte horeca in de tweede bouwlaag, ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van gemengd - 1"; met bijbehorende: s. t. u. v. w. x. y.
tuinen en erven, zulks met uitzondering van horecaterrassen; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; verblijfsgebied; nutsvoorzieningen; afvalinzamelingssystemen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; Gemeente Amsterdam
blz. 24
z. bergingen en andere nevenruimten. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Op en onder de in lid 5.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met in achtneming van de volgende bepalingen. 5.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. maximum bebouwingspercentage bestemmingsvlak: 100%, tenzij er in het betreffende bestemmingsvlak een bouwvlak is aangegeven, dan geldt een maximum bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak; b. maximum goot- en bouwhoogte: de hoogte van (de te onderscheiden delen van) gebouwen zoals die op grond van een omgevingsvergunning is gerealiseerd ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of op dat moment kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning, dan wel in geval een oorspronkelijk bouwwerk geamoveerd is ten tijde van de inwerkingreding van het bestemmingsplan, de in het voorgaande bestemmingsplan rechtens toegestane bouwhoogte; c. het kapprofiel van panden met een orde-1, een orde-2 en met een orde-3 aan hoge gewaardeerde stedenbouwkundige zones mag aan de straatzijde niet gewijzigd worden. d. ter plaatse van de aanduiding "onderdoorgang" mogen de gronden niet worden bebouwd tot een hoogte die benodigd is voor de vrije doorgang voor het verkeer, behoudens de voor de hoger opgaande bebouwing benodigde ondersteuningsconstructies; e.
het bouwen van hoofdgebouwen of bijbehorende bouwwerken is slechts toegestaan als er wordt voorzien in de aanleg van een waterberging van ten minste 60 liter per vierkante meter (dak)oppervlak (60 mm), die vertraagd wordt geleegd met een snelheid van 2,5 mm/uur (60 mm in 24 uur). 5.2.3
Dakuitbouwen
De maximum bouwhoogte als bedoeld 5.2.2 onder b mag worden overschreden door een uitbouw van de bovenste bouwlaag of kap, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. een dakuitbouw is niet toegestaan op orde-1 en orde-2 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidelijke welstandskaarten; b. een dakuitbouw mag uitsluitend direct aangrenzend worden gerealiseerd, uitsluitend aan de achterzijde (de van de openbare ruimte afgekeerde zijde) van het hoofdgebouw; c. de afstand tot de achtergevel of dakrand minimaal gelijk is aan de hoogte van de uitbouw. d. de dakuitbouw mag uitsluitend worden gebruikt als deel van een woning; e. de maximale bouwhoogte bedraagt 3 meter, tenzij het direct bestaande aangrenzende deel (kap of dakopbouw) van het hoofdgebouw lager is, dan geldt de bouwhoogte van het direct aangrenzende deel van het hoofdgebouw als maximum; f. in geval het direct aangrenzende deel van het hoofdgebouw een kap is, mag de dakuitbouw uitsluitend worden gebouwd indien deze wordt gerealiseerd op minimaal 0,5 meter onder de bestaande maximale nokhoogte van het hoofdgebouw; g. op de nieuw gerealiseerde dakuitbouw is een dakterras toegestaan, met inachtneming van het bepaalde onder 5.2.4.
bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 25
5.2.4
Dakterrassen
Het dak van de gebouwen mag worden ingericht en gebruikt als dakterras, waarbij de maximaal toelaatbare bouwhoogte mag worden overschreden, met dien verstande dat: a. dakterrassen niet zijn toegestaan op orde-1 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidelijke welstandskaarten; b. dakterrassen alleen zijn toegestaan op daken die plat zijn afgedekt; c. Het dakterras mag niet groter zijn dan 50% van een plat dak, met uitzondering van de eventueel aan te brengen benodigde constructie; d. de afstand tussen dakterrassen en de dakrand die grenst aan lager gelegen tuinen of gemeenschappelijke binnentuinen minimaal 1,0 meter bedraagt, met dien verstande dat dit niet geldt voor aanbouwen; e. de afstand tussen dakterrassen en de dakrand die grenst aan lager gelegen openbare ruimte minimaal 2,0 meter bedraagt, met dien verstande dat dit niet geldt voor aanbouwen; f. de totale hoogte vanaf het dakvlak tot de bovenkant van de terrasvloer maximaal 0,5 meter bedraagt; g. hekwerken zijn toegestaan van maximaal 1,20 meter, gemeten vanaf de te realiseren terrasvloer. 5.2.5
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. maximum bouwhoogte: 1 meter. 5.3
Specifieke gebruiksregels
5.3.1
Onbebouwde gronden
De onbebouwde gronden mogen slechts worden ingericht en gebruikt als tuin en ten behoeve van de op grond van lid 5.1 toegestane functies. 5.3.2
Kinderopvangvoorzieningen
a. Ten aanzien van de op grond van 5.1 toegestane maatschappelijke dienstverlening geldt een maximum aantal van één kinderopvangvoorziening per bouwblok met een maximum bruto vloeroppervlak van 250 m2 per vestiging; b. In afwijking van het bepaalde onder a zijn twee of meer kinderopvangvoorzieningen per bouwblok toegestaan indien deze rechtmatig aanwezig was op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; c. In afwijking van het bepaalde onder a is een kinderopvangvoorziening niet toegestaan als zich in hetzelfde bouwblok reeds een school bevindt waarvan de speelplaats grenst aan de binnentuin. 5.3.3
Vestigingsgrootte
a. Voor de in lid 5.1 genoemde functies geldt een maximale bruto vloeroppervlakte van 250 m2 per vestiging; b. in afwijking van het bepaalde onder a. onder a is een groter bruto vloeroppervlakte per vestiging toegestaan indien dit is gerealiseerd of kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan;
Gemeente Amsterdam
blz. 26
5.4
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
5.4.1
Vergunningvereiste
Het is verboden om orde-1 of orde-2 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten, geheel of gedeeltelijk te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. Het is verboden om orde-3 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten en voor zover gecombineerd met een stedenbouwkundige zone A of B, geheel of gedeeltelijk te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. 5.4.2
Uitzondering vergunningvereiste
Het in lid 5.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden: a. welke reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; b. waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan reeds vergunning voor het slopen is verleend; c. welke voortvloeien uit bouwactiviteiten waarvoor een vergunning voor het bouwen is verleend ingevolge een aanschrijving van het bevoegde gezag; d. bij regulier onderhoud aan de gevel, zoals het vervangen van rotte kozijnen of deuren, het vervangen van voegwerk en (houten) onderdelen; e. bij wijzigingen aan de voorgevel of bouwdelen die aan de voorgevel bevestigd zijn (zoals balkons) die het aanblik van de gevel aan de straatzijde niet wezenlijk veranderen; f. die alleen inpandig worden uitgevoerd en niet van invloed zijn op het gevelbeeld. 5.4.3
Criteria voor vergunningverlening
De omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk kan worden verleend indien: a. met de sloopactiviteiten de beeldbepalende c.q. kenmerkende elementen van het cultuurhistorisch waardevolle bouwwerk niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord; b. over het verzoek om vergunning de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Amsterdam een advies heeft uitgebracht.
bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 27
Artikel 6 6.1
Gemengd - 3
Bestemmingsomschrijving
De voor Gemengd - 3 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. consumentverzorgende dienstverlening in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag; b. publieksgerichte zakelijke dienstverlening in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag; c. maatschappelijke dienstverlening, niet zijnde geluidsgevoelige bestemmingen, inclusief bijbehorende ondergeschikte horeca in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag; d. kantoren in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag; e. bedrijven categorie A uit de bij deze regels gevoegde Staat van inrichtingen in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag; f. woningen, al dan niet in combinatie met praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis / bedrijf aan huis, in de tweede en hoger gelegen bouwlagen, waarbij toegangen tot woningen tevens in de eerste bouwlaag zijn toegestaan; g. woningen inclusief ruimten ten behoeve van praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis / bedrijf aan huis in de kelder, souterrain en eerste bouwlaag, waar deze ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan rechtmatig zijn gerealiseerd; alsmede: h. horeca van categorie 3 en horeca van categorie 4 in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "horeca van categorie 3"; i.
horeca van categorie 4 in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag ter plaatse van de aanduiding "horeca van categorie 4"; j. detailhandel in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "detailhandel"; k. maatschappelijke dienstverlening, inclusief geluidsgevoelige bestemmingen en bijbehorende ondergeschikte horeca in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag ter plaatse van de aanduiding "maatschappelijk"; l. bijbehorende gebouwde parkeervoorzieningen in de kelder met bijbehorende in- en uitritten, bergingen en technische ruimten ter plaatse van de aanduiding "parkeergarage"; m. voor consumentverzorgende dienstverlening, publieksgerichte zakelijke dienstverlening, maatschappelijke dienstverlening, niet zijnde geluidsgevoelige bestemmingen, inclusief bijbehorende ondergeschikte horeca in de tweede bouwlaag, ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van gemengd - 1"; n. wonen in de eerste bouwlaag ter plaatse van de aanduiding 'wonen'; met bijbehorende: o. p. q. r. s. t. u. v. w.
tuinen en erven, zulks met uitzondering van horecaterrassen; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; parkeervoorzieningen; verblijfsgebied; nutsvoorzieningen; afvalinzamelingssystemen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; bergingen en andere nevenruimten.
Gemeente Amsterdam
blz. 28
6.2
Bouwregels
6.2.1
Algemeen
Op en onder de in lid 6.2 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met in achtneming van de volgende bepalingen. 6.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. maximum bebouwingspercentage bestemmingsvlak: 100%, tenzij er in het betreffende bestemmingsvlak een bouwvlak is aangegeven, dan geldt een maximum bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak; b. maximum goot- en bouwhoogte: de hoogte van (de te onderscheiden delen van) gebouwen zoals die op grond van een omgevingsvergunning is gerealiseerd ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of op dat moment kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning, dan wel in geval een oorspronkelijk bouwwerk geamoveerd is ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan, de in het voorgaande bestemmingsplan rechtens toegestane bouwhoogte; c. het kapprofiel van panden met een orde-1, een orde-2 en met een orde-3 aan hoge gewaardeerde stedenbouwkundige zones mag aan de straatzijde niet gewijzigd worden. d. het bouwen van hoofdgebouwen of bijbehorende bouwwerken is slechts toegestaan als er wordt voorzien in de aanleg van een waterberging van ten minste 60 liter per vierkante meter (dak)oppervlak (60 mm), die vertraagd wordt geleegd met een snelheid van 2,5 mm/uur (60 mm in 24 uur). 6.2.3
Dakuitbouwen
De maximum bouwhoogte als bedoeld 6.2.2 onder b mag worden overschreden door een uitbouw van de bovenste bouwlaag of kap, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. een dakuitbouw is niet toegestaan op orde-1 en orde-2 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidelijke welstandskaarten; b. een dakuitbouw mag uitsluitend direct aangrenzend worden gerealiseerd, uitsluitend aan de achterzijde (de van de openbare ruimte afgekeerde zijde) van het hoofdgebouw; c. de afstand tot de achtergevel of dakrand minimaal gelijk is aan de hoogte van de uitbouw. d. de dakuitbouw mag uitsluitend worden gebruikt als deel van een woning; e. de maximale bouwhoogte bedraagt 3 meter, tenzij het direct bestaande aangrenzende deel (kap of dakopbouw) van het hoofdgebouw lager is, dan geldt de bouwhoogte van het direct aangrenzende deel van het hoofdgebouw als maximum; f. in geval het direct aangrenzende deel van het hoofdgebouw een kap is, mag de dakuitbouw uitsluitend worden gebouwd indien deze wordt gerealiseerd op minimaal 0,5 meter onder de bestaande maximale nokhoogte van het hoofdgebouw; g. op de nieuw gerealiseerde dakuitbouw is een dakterras toegestaan, met inachtneming van het bepaalde onder 6.2.5. 6.2.4
Dakopbouwen
Op gebouwen zijn ter plaatse van de "specifieke bouwaanduiding - 1" dakopbouwen toegestaan, waarbij de maximaal toelaatbare bouwhoogte mag worden overschreden, met dien verstande dat: a. dakopbouwen niet zijn toegestaan op orde-1 en orde-2 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten;
bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 29
b. de met de aanduiding "maximale bouwhoogte" aangegeven bouwhoogte met maximaal 3 meter mag worden overschreden; c. de dakopbouw uitsluitend dient ter vergroting van de bestaande woning; d. voor dakopbouwen moet een minimale afstand tot de voor- en achtergevel worden aangehouden van 3 meter indien de afstand tussen het betreffende bestemmingsvlak en het meest nabij gelegen bestemmingsvlak Wonen, Gemengd-3, Gemengd-6 danwel een buiten de grenzen van dit bestemmingsplan gelegen bestaande woning minder dan 20 meter bedraagt; e. de bepaling als bedoeld onder d geldt niet voor de bouwdelen waar een maximum bouwhoogte van 12 meter geldt; f. deze in de gehele architectonische eenheid wordt gerealiseerd; g. de voorwaarde onder f opgenomen geldt niet voor die delen van een bouwblok met een maximale bouwhoogte van 15 meter die minder dan de helft van het oppervlak vormen van het grondvlak. 6.2.5
Dakterrassen
Het dak van de gebouwen mag worden ingericht en gebruikt als dakterras, waarbij de maximaal toelaatbare bouwhoogte mag worden overschreden, met dien verstande dat: a. dakterrassen niet zijn toegestaan op orde-1 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidelijke welstandskaarten; b. dakterrassen alleen zijn toegestaan op daken die plat zijn afgedekt; c. Het dakterras mag niet groter zijn dan 50% van een plat dak, met uitzondering van de eventueel aan te brengen benodigde constructie; d. de afstand tussen dakterrassen en de dakrand die grenst aan lager gelegen tuinen of gemeenschappelijke binnentuinen minimaal 1,0 meter bedraagt, met dien verstande dat dit niet geldt voor aanbouwen; e. de afstand tussen dakterrassen en de dakrand die grenst aan lager gelegen openbare ruimte minimaal 2,0 meter bedraagt, met dien verstande dat dit niet geldt voor aanbouwen; f. de totale hoogte vanaf het dakvlak tot de bovenkant van de terrasvloer maximaal 0,5 meter bedraagt; g. hekwerken zijn toegestaan van maximaal 1,20 meter, gemeten vanaf de te realiseren terrasvloer. 6.2.6
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. maximum bouwhoogte: 1 meter. 6.3
Specifieke gebruiksregels
Voor de in lid 6.1 genoemde gronden gelden de volgende gebruiksregels. 6.3.1
Kinderopvangvoorzieningen
a. Ten aanzien van de op grond van 6.1 toegestane maatschappelijke dienstverlening geldt een maximum aantal van één kinderopvangvoorziening per bouwblok met een maximum bruto vloeroppervlak van 250 m2 per vestiging; b. In afwijking van het bepaalde onder a zijn twee of meer kinderopvangvoorzieningen per bouwblok toegestaan indien deze rechtmatig aanwezig was op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; c. In afwijking van het bepaalde onder a is een kinderopvangvoorziening niet toegestaan als zich in hetzelfde bouwblok reeds een school bevindt waarvan de speelplaats grenst aan de binnentuin; d. In afwijking van het bepaalde onder a is een groter bruto vloeroppervlakte per vestiging toegestaan indien dit is gerealiseerd of kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan.
Gemeente Amsterdam
blz. 30
6.3.2
Vestigingsgroottes
a. Voor de in lid 6.1 genoemde functies geldt een maximale bruto vloeroppervlakte van 250 m2 per vestiging; b. in afwijking van het bepaalde onder a. is een groter bruto vloeroppervlakte per vestiging toegestaan indien dit is gerealiseerd of kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; 6.4
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
6.4.1
Vergunningvereiste
Het is verboden om orde-1 of orde-2 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten, geheel of gedeeltelijk te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. Het is verboden om orde-3 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten en voor zover gecombineerd met een stedenbouwkundige zone A of B, geheel of gedeeltelijk te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. 6.4.2
Uitzondering vergunningvereiste
Het in lid 6.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden: a. welke reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; b. waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan reeds vergunning voor het slopen is verleend; c. welke voortvloeien uit bouwactiviteiten waarvoor een vergunning voor het bouwen is verleend ingevolge een aanschrijving van het bevoegde gezag; d. die alleen inpandig worden uitgevoerd en niet van invloed zijn op het gevelbeeld; e. worden uitgevoerd in het kader van regulier onderhoud. 6.4.3
Criteria voor vergunningverlening
De omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk kan worden verleend indien: a. met de sloopactiviteiten de beeldbepalende c.q. kenmerkende elementen van het cultuurhistorisch waardevolle bouwwerk niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord; b. over het verzoek om vergunning de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Amsterdam een advies heeft uitgebracht.
bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)
blz. 31
Artikel 7 7.1
Gemengd - 4
Bestemmingsomschrijving
De voor Gemengd - 4 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. consumentverzorgende dienstverlening in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag; b. publieksgerichte zakelijke dienstverlening in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag; c. maatschappelijke dienstverlening, niet zijnde geluidsgevoelige bestemmingen, inclusief kantoor in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag; d. bedrijven categorie A uit de bij deze regels gevoegde Staat van inrichtingen in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag; e. woningen, al dan niet in combinatie met praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis / bedrijf aan huis, in de tweede en hoger gelegen bouwlagen, waarbij toegangen tot woningen tevens in de eerste bouwlaag zijn toegestaan; alsmede: f.
ter plaatse van de aanduiding "horeca van categorie 4" tevens voor horeca van categorie 4 in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag; g. ter plaatse van de aanduiding "detailhandel" tevens voor detailhandel in de kelder, het souterrain en de eerste bouwlaag; met bijbehorende: h. tuinen en erven, zulks met uitzondering van horecaterrassen; i. groenvoorzieningen; j. speelvoorzieningen; k. parkeervoorzieningen; l. verblijfsgebied; m. nutsvoorzieningen; n. afvalinzamelingssystemen; o. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; p. bergingen en andere nevenruimten. 7.2
Bouwregels
7.2.1
Algemeen
Op en onder de in lid 7.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met in achtneming van de volgende bepalingen. 7.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. maximum bebouwingspercentage: 100%, tenzij er in het betreffende bestemmingsvlak een bouwvlak is aangegeven, dan geldt een maximum bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak; b. maximum goot- en bouwhoogte: de hoogte van (de te onderscheiden delen van) gebouwen zoals die op grond van een omgevingsvergunning is gerealiseerd ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of op dat moment kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning, dan wel in geval een oorspronkelijk bouwwerk geamoveerd is ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan, de in het voorgaande bestemmingsplan rechtens toegestane bouwhoogte; Gemeente Amsterdam
blz. 32
c. het kapprofiel van panden met een orde-1, een orde-2 en met een orde-3 aan hoge gewaardeerde stedenbouwkundige zones mag aan de straatzijde niet gewijzigd worden. d. ter plaatse van de aanduiding "onderdoorgang" mogen de gronden niet worden bebouwd tot een hoogte die benodigd is voor de vrije doorgang voor het verkeer, behoudens de voor de hoger opgaande bebouwing benodigde ondersteuningsconstructies; e. het bouwen van hoofdgebouwen of bijbehorende bouwwerken is slechts toegestaan als er wordt voorzien in de aanleg van een waterberging van ten minste 60 liter per vierkante meter (dak)oppervlak (60 mm), die vertraagd wordt geleegd met een snelheid van 2,5 mm/uur (60 mm in 24 uur). 7.2.3
Dakuitbouwen
De maximum bouwhoogte als bedoeld 7.2.2 onder b mag worden overschreden door een uitbouw van de bovenste bouwlaag of kap, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. een dakuitbouw is niet toegestaan op orde-1 en orde-2 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidelijke welstandskaarten; b. een dakuitbouw mag uitsluitend direct aangrenzend worden gerealiseerd, uitsluitend aan de achterzijde (de van de openbare ruimte afgekeerde zijde) van het hoofdgebouw; c. de afstand tot de achtergevel minimaal gelijk is aan de hoogte van de uitbouw. d. de dakuitbouw mag uitsluitend worden gebruikt als deel van een woning; e. de maximale bouwhoogte bedraagt 3 meter, tenzij het direct bestaande aangrenzende deel (kap of dakopbouw) van het hoofdgebouw lager is, dan geldt de bouwhoogte van het direct aangrenzende deel van het hoofdgebouw als maximum; f. in geval het direct aangrenzende deel van het hoofdgebouw een kap is, mag de dakuitbouw uitsluitend worden gebouwd indien deze wordt gerealiseerd op minimaal 0,5 meter onder de bestaande maximale nokhoogte van het hoofdgebouw; g. op de nieuw gerealiseerde dakuitbouw is een dakterras toegestaan, met inachtneming van het bepaalde onder 7.2.4. 7.2.4
Dakterrassen
Het dak van de gebouwen mag worden ingericht en gebruikt als dakterras, waarbij de maximaal toelaatbare bouwhoogte mag worden overschreden, met dien verstande dat: a. dakterrassen niet zijn toegestaan op orde-1 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidelijke welstandskaarten; b. dakterrassen alleen zijn toegestaan op daken die plat zijn afgedekt; c. Het dakterras mag niet groter zijn dan 50% van een plat dak, met uitzondering van de eventueel aan te brengen benodigde constructie; d. de afstand tussen dakterrassen en de dakrand die grenst aan lager gelegen tuinen of gemeenschappelijke binnentuinen minimaal 1,0 meter bedraagt, met dien verstande dat dit niet geldt voor aanbouwen; e. de afstand tussen dakterrassen en de dakrand die grenst aan lager gelegen openbare ruimte minimaal 2,0 meter bedraagt, met dien verstande dat dit niet geldt voor aanbouwen; f. de totale hoogte vanaf het dakvlak tot de bovenkant van de terrasvloer maximaal 0,5 meter bedraagt; g. hekwerken zijn toegestaan van maximaal 1,20 meter, gemeten vanaf de te realiseren terrasvloer. 7.2.5