CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 2022-198C BP Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 part. herziening - Toelichting

RAAD 5 oktober 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herzieningVN2022-02793143.445 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

26

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening tentoonstellingen, multimedia als meer traditionele atelier-settings. Foodlab - experimentele keuken en educatieve ruimtes voor workshops, onderdeel van het museumprogramma en gericht op de doelgroepen van het museum. Inclusief kantinedeel voor het AiR-programma en de medewerkers van het museum. Culturele horeca

Museumrestaurant - bestaande uit twee onderdelen, beiden met eigen terras. Bij de entree een bistro-gedeelte met publieke leeszaal, in open verbinding met de entreezone; en een restaurantgedeelte bovenin de toren, dat ook kan worden gebruikt als multifunctionele ruimte, met eigen entree, geschikt voor een breed scala aan culturele activiteiten, evenementen, samenkomsten en kleinschalige conferentie-settings. Muziekkelder - ruimte gericht op de artistieke programmering rond muziek en audiokunst. De ruimte zal breed te programmeren zijn voor de diverse doelgroep van het museum, bijvoorbeeld als oefenruimte of voor een optreden, met bijbehorende bar-en geluidsinstallatie. De functie bevindt zich in de kelder en de toegang tot deze voorziening is tussen 21:00 en 09:00 uur uitsluitend via de hoofdentree van het museum aan de Parnassusweg toegestaan. De entree aan de Fred. Roeskestraat mag gedurende die periode van de dag uitsluitend dienen als vluchtweg. De ruimte dient te voldoen aan alle eisen rond geluidsisolatie, zowel intern als extern, en eventuele wachtrijen van bezoekers zullen volledig inpandig worden afgewikkeld. Artist in Residence (AiR) Tijdelijke verblijf- en werkruimtes voor kunstenaars en denkers die aan het gastinstituut verbonden zijn via een AiR-programma (geen verhuur). In een creatieve omgeving waar leef- en maakplekken worden gecombineerd.

Inclusief collectieve ruimtes en voorzieningen. Zie ook paragraaf 4.1.5. Kantoorfuncties (voor museummedewerkers) Kantoorplekken medewerkers - toekomstgerichte, individuele werkplekken die geschikt zijn voor een post-Covid werkmilieu. Aandacht voor o.a. digitale vergaderingen, ventilatie en akoestiek. Deelwerkplekken - werkplekken voor parttime gebruik, in ruimtes met 2/3/4 werkplekken waar ook in teamverband kan worden gewerkt. Gericht op medewerkers van het museum en aan het museum gelieerde gastinstellingen en samenwerkingspartners. Meeting rooms - (digitale) vergaderruimtes van verschillende grootte Overige functies Techniek - technische ruimtes in de kelder en op het dak. Logistiek - (kunst)depot, (geklimatiseerde) expeditie en handling van in- en uitgaande objecten, algemene opslag en personeelsruimtes. Parkeren - geen autoparkeerplaatsen, wel inpandige fietsparkeerplekken voor bezoekers volgens de geldende fietsparkeernormen. . Circulatieruimte - gangen en (verticaal) transport, overige ruimtes inclusief liftinstallaties en toiletfaciliteiten. Buitenruimtes Daktuin - een groene (semi)openbare ruimte op het dak van het museum. Een combinatie van publiekstoegankelijke zones, groenvoorzieningen en zonnepanelen. Collectieve buitenruimte AiR-programma - de publiekstoegankelijke daktuin zal ook als collectieve buitenruimte voor het AiR-programma worden gebruikt. 4.1.3

Nadere toelichting: culturele horeca

Cultureel concept De culturele horeca die onderdeel is van het museumconcept valt onder te verdelen in twee componenten: A. Museumrestaurant. Bestaande uit twee onderdelen. Een publiek toegankelijke bistro op de begane grond van het museum, in open verbinding met de entree, en een museumrestaurant bovenin de toren, in een ruimte die ook kan worden gebruikt voor een breed scala aan culturele activiteiten, evenementen en samenkomsten. De primaire functie van de optopping is museumrestaurant. De ruimte kan daarnaast incidenteel (deels) worden gebruikt voor evenementen. Denk daarbij aan de openingsreceptie van een tentoonstelling, een sponsorbijeenkomst of kleinschalige conferentie-settings. De ruimte is geschikt voor max. 300 bezoekers. Beide onderdelen (bistro en museumrestaurant) hebben een eigen terras en zijn toegankelijk buiten openingstijden van het

27

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening museum en zonder entreebewijs. B. Muziekkelder. Een multifunctionele ruimte die te gebruiken is door de doelgroep van het museum,

gelieerd aan en als onderdeel van het museumprogramma en het culturele concept van het museum. Geschikt voor max. 400 bezoekers. De ruimte zal breed te programmeren zijn voor de diverse doelgroep van het museum, bijvoorbeeld als oefenruimte, danszaal of voor een optreden, met bijbehorende bar- en geluidsinstallatie. De muziekkelder is een onderdeel van het museum voor alles wat met geluid te maken heeft en voegt een plek van samenkomst toe aan het museumprogramma, waar de diverse gemeenschappen vanuit de lokale 'art community' eigenaarschap over kunnen nemen door specifieke, aan het museum gelieerde programmering. Dit programmaonderdeel wordt voorzien in de kelder en is tijdens de reguliere openingstijden van het museum toegankelijk voor museumbezoekers via het centrale atrium. De toegang tot deze voorziening is tussen 21:00 en 09:00 uur uitsluitend via de hoofdentree van het museum aan de Parnassusweg toegestaan. De entree aan de Fred. Roeskestraat mag gedurende die periode van de dag uitsluitend dienen als vluchtweg. De horeca-onderdelen zijn allen ondergeschikt aan (en ondersteunend aan en onderdeel van) het museale programma, worden geëxploiteerd door het museum cq. de stichting en maken een onlosmakelijk onderdeel uit van het culturele totaalconcept.

Het museuminitiatief heeft geen winstoogmerk, eventuele opbrengsten uit de horeca zullen altijd ten goede komen aan de stichting, die garant staat voor het functioneren van het MCA als geheel. Frequentie van gebruik Per programma-onderdeel: Museumrestaurant, dagelijks geopend met eigen openingstijden, wat wordt geregeld in de exploitatievergunning. Muziekkelder, tijdens de reguliere openingstijden van het museum via entree atrium geopend voor bezoekers als onderdeel van de reguliere museumprogrammering. Een beperkt aantal dagen per week geopend buiten de reguliere openingstijden, wat wordt geregeld in de exploitatievergunning. Terrasfunctie Binnen het gemeentelijk beleid voor culturele horeca / horecabestemmingscategorie 6, zoals dit veel in Stadsdeel Centrum wordt toegepast wordt een terras bij culturele horeca niet mogelijk gemaakt. In Stadsdeel Centrum wordt veel overlast ervaren als gevolg van terrassen in de openbare ruimte, bijvoorbeeld rondom drukke uitgaanspleinen. In dit geval en op deze locatie is sprake van een andere omgeving en is er niet of nauwelijks overlast als gevolg van horeca en bijbehorende terrassen. Voor dit gebied wordt gestreefd naar een zekere mate van verlevendiging. Een terrasfunctie bij de bistro en bij het museumrestaurant wordt op deze locatie en gelet op de kenmerken van de omgeving inpasbaar geacht gelet op: Publieksfunctie.

De terrassen behoren tot het museumrestaurant: de bistro op de begane grond en het restaurant bovenin de toren. De mogelijkheid om een buitenruimte bij deze functies te betrekken zal de beleving van de bezoekers van het museum verrijken en levendigheid toevoegen aan deze publieksfunctie op de Zuidas. Buitenterras op eigen grond. Beide museumterrassen zijn gesitueerd binnen de kavelgrens. Het terras van de museumbistro op de begane grond wordt duidelijk ingekaderd. Het buitenterras van het museumrestaurant is gepositioneerd op het bestaande dak van de monumentale toren, op de 8e verdieping. Overlast. De overlast zal zeer beperkt zijn. Het terras van de museumbistro is gesitueerd aan de zijde van het verhoogde viaduct van de Parnassusweg, in de zuidoost-hoek van de kavel, niet grenzend aan woningen. Het terras bovenin de toren is gepositioneerd op grote hoogte en op >50m van de dichtstbijzijnde woningen. Bovendien op een locatie met veel achtergrond-geluid (verkeer/snelweg). Er is een geluidsonderzoek uitgevoerd naar het stemgeluid van het terras en daaruit blijkt dat er sprake is van een aanvaardbaar woon-en leefklimaat. Gebiedsspecifieke aanpak. Het primaire doel van het gemeentelijke terrassenbeleid is het voorkomen van overlast.

Op de Zuidas is in tegenstelling tot de locaties in Stadsdeel Centrum waar culturele horeca mogelijk is gemaakt niet of nauwelijks overlast als gevolg van horeca en hier op de Zuidas zullen de publiekstoegankelijke terrassen een positieve bijdrage leveren door het activeren van de stedelijke ruimte en het toevoegen van levendigheid. Non-profit. De culturele horeca heeft geen winstoogmerk en dient dus geen commercieel doel. De

28

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening culturele horeca zal worden geëxploiteerd door de museumstichting zelf en alle baten zullen terugvloeien naar deze zelfde stichting. Omvang Per programma-onderdeel: 1. Museumbistro/-restaurant a. Bistrogedeelte van ca. 400 m2 in open verbinding met de entreezone, met een buitenterras van 200 m2. b. Restaurantgedeelte van ca. 800 m2 in de toren, met een buiten(dak)terras van 400 m2. 2. Muziekkelder, ca. 700 m2. 4.1.4

Nadere toelichting: Foodlab

Cultureel concept Innovatief programmaonderdeel waar wordt nagedacht over de toekomst van voedsel, eten als een beleving en de culturele rol van koken. Een plek voor experiment. Met een speciale focus op bewustwording rond duurzame voedselproductie en gezondheid. Door onderwijsprogramma's en maatschappelijke verankering zal jong talent vanuit lokale gemeenschappen bij het museuminitiatief worden betrokken en nieuwe kennis en vaardigheden worden bijgebracht. Het foodlab heeft een (deels) open, experimentele keuken waar plek is voor workshops en koks in opleiding, en daarnaast een kantine-deel voor medewerkers van het museum en het Artist-in-Residence-programma (AiR). Het foodlab is onderdeel van de culturele programmering van het museum en zal samenwerken met lokale maatschappelijke actoren en internationale initiatieven die op het raakvlak van kunst, duurzaamheid en voedsel opereren. Het foodlab kan worden gebruikt buiten openingstijden van het museum en zonder entreebewijs, maar uitsluitend t.b.v. de hoofdfunctie museum en niet als culturele horeca. Frequentie van gebruik Dagelijks geopend voor het AiR-programma en museummedewerkers als kantine, en incidenteel op uitnodiging voor gasten van het instituut. Daarnaast geopend als er workshops worden gegeven als onderdeel van de culturele programmering van het museum.

Uitsluitend geopend als onderdeel van het museum met dezelfde openingstijden. Omvang ca. 400 m2, deels te gebruiken als kantine. 4.1.5

Nadere toelichting: Artist-in-Residence-programma (AiR)

Cultureel concept De initiatiefnemer heeft het streven om met het MCA een instituut toe te voegen aan het Amsterdamse cultuurlandschap dat het begrip 'museum' herdefinieert. Een essentieel onderdeel van dat concept is het idee dat een museum meer is dan een verzameling ruimtes met kunst aan de wand. Het is een plek waar verschillende kunstdisciplines elkaar ontmoeten en waar een diverse creatieve gemeenschap kan samenkomen, werken, denken en elkaar kan inspireren. Van groot belang daarbij is dat de kunstenaars en denkers (zoals wetenschappers, onderzoekers en onderwijzers met een raakvlak met het artistieke domein) die bij de verschillende programma's betrokken zijn zich 24/7 aan het instituut kunnen verbinden door er fysiek te verblijven gedurende een bepaalde periode, of ze nu een workshop komen geven van twee weken, hun werk produceren voor een aankomende tentoonstelling, samenwerken met culturele gastinstellingen in het gebouw of voor een jaar onderdeel worden van het AiR-programma. Het is van belang om deze AiR verblijfs- en werkplekken te realiseren binnen de muren van het nieuwe museum, als integraal onderdeel van de maatschappelijke culturele functie. Samen leven, werken en denken schept een andere intensiteit van uitwisselingen en creatieve output.

De deelnemers aan het AiR-programma kunnen door hun fysieke aanwezigheid onderdeel worden van de dagelijkse gang van zaken in het instituut en de gemeenschap: de buurt, de bezoekers en lokale stakeholders. Het betreft hier plekken met genereuze collectieve ruimtes als onderdeel van het verblijfsgedeelte van het museumgebouw: om andere kunstenaars en denkers uit te kunnen nodigen, deelgenoot te maken van het proces en te kunnen opereren in een creatieve omgeving waar werk- en leefritmes met elkaar zijn verbonden. Een plek voor kunstenaars en denkers waar ze flexibel zijn om alleen of samen te werken,

29

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening dag of nacht, constant gebruikmakend van de faciliteiten, inspiraties en interacties van het museum. Verankering AiR-programma Het museuminitiatief heeft geen winstoogmerk. De beschikbare plekken zullen alleen ter beschikking worden gesteld aan personen die een bijdrage leveren aan (de programmering van) het museum, op uitnodiging of door het doorlopen van een selectieprocedure voor het AiR-programma. Er zal geen huur voor de ruimtes worden gevraagd, maar mogelijk slechts een onkostenvergoeding, mocht dit voor het goed functioneren van het programma noodzakelijk zijn (bestaande uit o.a. schoonmaakkosten en gebruikerslasten zoals water, gas, elektra). De verblijfsruimtes voor het AiR-programma zijn geen woonruimten en worden niet aan de bestaande woonvoorraad toegevoegd. De maximale verblijfsduur is begrensd tot 1 jaar. Het MCA zal een selectiebeleid hanteren dat ervoor zorgt dat de verblijven alleen gebruikt worden door de doelgroep van mensen die direct betrokken zijn bij het museum/de museumprogrammering. De stichting zal een selectiecommissie van kunstexperts benoemen die jaarlijks een selectie maakt. De selectiecommissie zorgt ervoor dat alle geselecteerden een relatie hebben met het culturele concept/programma van het museum.

De selectiecommissie bestaat uit een groep kunstprofessionals (museumdirecteuren, curatoren, kunstcritici etc.) en wordt telkens voor een begrensde periode benoemd. Omvang Het AiR-programma zal ruimte bieden voor 25-30 plekken, waarvan ca. 10-15 voor jonge talentvolle kunstenaars, 5-10 voor onderzoekers en (vrij)denkers en 5-10 voor curatoren in opleiding. In totaal ca. 1.900 m2. De ruimtes voor het AiR-programma zijn door hun centrale positie in de monumentale toren fysiek verbonden met de overige programma-onderdelen van het museum. De 1.900 m2 is nodig om een groep talent en kennis bij elkaar te brengen die een diverse en hoogwaardige programmering van het museum en al haar maatschappelijke activiteiten kan realiseren. Nationaal en internationaal. Van belang daarbij is dat het binnen het AiR-programma om meer gaat dan de vierkante meters voor alleen het verblijven/slapen. Het uitgangspunt van het museumconcept is dat atelier-/werkruimtes een vast onderdeel zijn van de verblijfsruimte - het museum als een plek voor makers - en dat er daarnaast ook voldoende ruimte is voor collectieve ruimtes met voorzieningen en plekken voor samenkomst, het uitwisselen van ideeën en voor debat en interactie. 4.1.6

Nadere toelichting: Museumwinkel

Cultureel concept In de buurt van de entree wordt een museumwinkel gesitueerd in een monumentale zittingszaal van de voormalige rechtbank. Er zullen uitsluitend artikelen worden verkocht die zijn gerelateerd aan de museumfunctie in algemene zin, en aan de wisselende programmering van het museum in het bijzonder. Bijvoorbeeld boeken en tijdschriften over kunst en cultuur, posters, educatieve artikelen. Verkoop van tentoongestelde (kunst)objecten is niet toegestaan. Het betreft ondergeschikte detailhandel, binnen de museumfunctie, waarbij de exploitant gelijk is aan de hoofdexploitant van het museum, namelijk de stichting. Alle baten zullen ook ten goede komen aan deze stichting. Binnen het gemeentelijke detailhandelsbeleid wordt onder 'ondergeschikte detailhandel' verstaan een BVO van maximaal 20%, echter met een plafond van 50 m2. De onderhavige museumwinkel heeft een oppervlakte (bvo) van 150 m2 in plaats van de maximaal toegestane 50 m2 bij ondergeschikte detailhandel. Een bvo van 150 m2 wordt in dit geval ruimtelijk inpasbaar geacht vanwege: 1. Proportionaliteit. Met een totaal cultureel programma van 19.500 m2 gaat het hier om een museumwinkel van <1% van het BVO. Dit blijft dus heel ruim onder de grens van 20% en is daarmee overduidelijk ondergeschikt, slechts de plafondwaarde van 50 m2 wordt overschreden. 2. Monumentale status van het gebouw.

Het museum maakt gebruik van de herbestemming van een monumentaal pand. De ruimte voor de museumwinkel is een oude zittingzaal van 150 m2. Deze ruimte verder opdelen zal het monumentale karakter van de ruimte onnodig aantasten. 3. Vergelijkbare museumwinkels. Nagenoeg alle (kunst)musea hebben een museumwinkel. Bij een

30

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening museum van vergelijkbare grootte, zoals Het Stedelijk Museum, is de winkel bijvoorbeeld 375 m2. Met 150 m2 gaat het hier dus om een relatief bescheiden museumwinkel. 4. Non-profit. De museumwinkel heeft geen winstoogmerk. De overschrijding van 50 m2 dient geen commercieel doel. De museumwinkel zal worden geëxploiteerd door de museumstichting en alle baten zullen terugvloeien naar deze zelfde stichting. 5. Uitzonderingspositie. Een museumwinkel is een vrij bijzondere en niet-courante vorm van detailhandel. Een overschrijding van het plafond van 50 m2 zal daarom niet leiden tot concurrentie of aantasting van het bredere stedelijke detailhandelsbeleid van winkelstraten of clustering in winkelgebieden. De museumwinkel dient slechts ter ondersteuning van het gebruik voor de hoofdfunctie museum. Frequentie van gebruik De museumwinkel zal alleen geopend zijn tijdens de reguliere openingstijden van het museum. Omvang De museumwinkel zal maximaal 150 m2 beslaan. 4.1.7

Doelgroepen

Doelgroep museumconcept Het museum wil een open, experimentele, vormende en collectieve plek zijn, waar ruimte is voor discussie over kunst en voor kunstzinnige ontmoetingen. Een plek voor iedereen. Waar kunst wordt gezien als een gedeelde cultuur en als motor achter maatschappelijke leerprocessen. Het wil ook ideeën initiëren over het museum als plek waar zowel wordt geïnvesteerd in de opbouw van een fysieke collectie artistiek erfgoed als in experimenten met identiteit en vorming. Behalve bestaande formats wil het museum ook een voorbeeldfunctie vervullen op het gebied van maatschappelijke betrokkenheid: het wil een flexibele leeromgeving bieden en bijdragen aan discussies over urgente maatschappelijke en collectieve vraagstukken en veranderingen in de samenleving. De structurele functionele elementen zijn hierin essentieel en programmatisch: leren, ontmoetingen met een grote diversiteit aan lokale, nationale en internationale betrokkenen en voortdurend openstaan voor maatschappelijke veranderingen en urgente vraagstukken zijn vaste waarden voor het museum, dankzij de permanente aanwezigheid van externe deskundigen, AiR en curatoren in opleiding. Leren en educatie in de breedst mogelijke zin staan centraal in het format van het museum.

Leren speelt een cruciale rol in alle activiteiten die het museum ontplooit, maar ook in de permanente ontwikkeling van de medewerkers van het museum. Het MCA richt zich daarbij niet alleen op een jong publiek dat net zo divers is als de samenleving, maar ook op mensen die jong zijn van geest en openstaan voor nieuwe modellen en voor de ideeën van jongere en toekomstige generaties over hun cultuur en de cultuur waar zij verantwoordelijkheid voor willen nemen. Specifieke doelgroepen culturele horeca Het horecaprogramma is een integraal onderdeel van het museumconcept en richt zich daarmee op een zeer brede en diverse doelgroep: voor alle leeftijden en achtergronden; lokaal, nationaal en internationaal. Per programma-onderdeel een nadere toelichting: Museumrestaurant, met de ambitie om een functie te vervullen als publieke plek gericht op lokale en internationale gasten, buurtbewoners en alle bezoekers van het museum. Muziekkelder, gericht op de diverse gemeenschappen uit de lokale 'art community' die bij het museum betrokken worden door specifieke programmering. Het museum functioneert hierbij als gastvrije 'host' voor aan het museum gelieerde groepen en programma dat aansluit bij het culturele concept van het museum. Specifieke doelgroepen AiR-programma Het instituut als geheel wil een gastheer zijn voor talentvolle kunstenaars, onderzoekers en denkers,

31

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening lokaal en internationaal, en ze een plek bieden om te verblijven en werken in het Amsterdamse kunstlandschap. Binnen deze doelgroep zal gezocht worden naar talenten die aansluiten bij de actuele programmering van het museum, de visie van het team van curatoren en de verschillende gastinstellingen die op dat moment bij het instituut betrokken zijn. De plekken zullen uitsluitend beschikbaar worden gesteld aan kunstenaars, denkers en curatoren-in-opleiding die zijn geselecteerd via het AiR-programma en zich voor een periode van max. 1 jaar aan het instituut verbinden. De groep zal bestaan uit zowel nationaal als internationaal talent met een speciale focus op jong toptalent dat nog weinig heeft geëxposeerd in grote instellingen. Daarnaast zullen er plekken beschikbaar zijn voor kunstenaars, onderzoekers en vrijdenkers, die voor een aantal maanden verbonden zijn aan de actuele programmering van het museum. Ook is er ruimte voor kunstenaars, onderzoekers en vrijdenkers die op uitnodiging van het museum voor een korte periode - van een aantal dagen tot weken - verbonden zijn aan het museum voor het geven van lezingen, workshops en het verzorgen van educatieve programma's voorgedragen vanuit de verschillende (educatieve) programmaonderdelen en het team van curatoren van het instituut.

De doelgroep van het AiR-programma kan in grote lijnen worden ingedeeld in drie subgroepen, die alledrie onlosmakelijk met de artistieke programmering en het culturele concept zijn verbonden: 1. Kunstenaars, met een focus op jong talent. Zij vormen de kern van het museum als een plek voor makers, waar naast ruimte voor tentoonstellingen ook continu kunst wordt geproduceerd. Hun aanwezigheid zorgt ervoor dat ze kunnen bijdragen aan de educatieve programmering en banden kunnen opbouwen met diverse lokale gemeenschappen. Het delen van ervaringen en uitwisselen van kennis staat daarbij centraal. Hiervoor zijn aanwezigheid en intensief contact van groot belang, net als het in elkaar overlopen van leef- en werkritmes. 2. Onderzoekers en (vrij)denkers. In de breedste zin. Het MCA ambieert een multidisciplinair instituut te zijn, waarbij de grenzen van het begrip 'kunst' worden opgezocht en buiten de klassieke kaders wordt gedacht: van koks tot wetenschappers, van timmermannen tot techfanaten. Ook is het van belang dat het instituut midden in de samenleving staat en door haar AiR-programma in nauw contact komt met relevante maatschappelijke debatten en actuele discussies, door gedurende een langere periode banden op te bouwen met lokale stakeholders.

Door deze doelgroep onderdeel te laten zijn van de kern van het museum, zullen er interessante kruisbestuivingen ontstaan en blijft het instituut 'hedendaags' in de ware zin van het woord. Net als voor de kunstenaars geldt dat het voor deze groep van belang is om in het museum te verblijven en werken om zo tot intensieve samenwerkingen te komen en onverwachte uitkomsten te genereren, die veel verder gaan dan het geven van een lezing. 3. Curatoren-in-opleiding. Een derde essentieel onderdeel van het museum is het team van curatoren. Zij staan voor de dagelijkse programmering van het museum en de culturele invulling. Talentontwikkeling en educatie staan in alle aspecten van het museum centraal. Het team van curatoren zal daarom continu in ontwikkeling zijn. Doordat het museum een plek kan bieden aan deze curatoren in opleiding, leren ze het instituut grondig kennen en ontmoeten ze alle actoren die bij het instituut betrokken zijn. Ook kunnen ze op deze manier bestendige relaties opbouwen met de buurt, lokale partners en internationale gasten.

4.2

Stedenbouwkundige aspecten

4.2.1

Stedenbouwkundige context

Zuidas Het voormalige rechtbankcomplex is gelegen aan de kruising van de Parnassusweg en Fred. Roeskestraat in Amsterdam en maakt deel uit van de Zuidas. Binnen de Visie Zuidas 2016 vormt het Parnasgebied een eigen deelgebied. Het Parnasgebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Spinozabuurt (onderdeel van de Prinses Irenebuurt), aan de oostzijde door de Parnassusweg, aan de zuidzijde door de A10 en het toekomstig Zuidasdok en aan de westzijde door de Begraafplaats Buitenveldert.

32

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening

In de visie Zuidas 2016 is de ambitie neergelegd om de Zuidas door te ontwikkelen van een puur zakelijk naar een gemengd stedelijk gebied. Er is behoefte aan meer woningen en meer diversiteit in het woonaanbod, onder andere middeldure en sociale huur. Dit zal leiden tot een grotere vraag naar voorzieningen, met name voor bewoners (bijvoorbeeld zorg en onderwijs). Voor het Parnasgebied ligt de nadruk op wonen, gemengd met kantoren en voorzieningen. Een belangrijke ontwikkeling in de Zuidas is het Zuidasdok. De rijksweg A10 Zuid gaat van vier naar zes rijstroken en verdwijnt in het hart van de Zuidas onder de grond. Station Amsterdam Zuid wordt compleet vernieuwd, verschillende vormen van (openbaar) vervoer komen er straks samen. Het stationsgebied krijgt een nieuwe, groene inrichting. Met de realisatie van de nieuwe Brittenpassage komt het Parnasgebied nog dichter bij het nieuwe station Amsterdam Zuid te liggen. In 2019 is gestart met de voorbereidende bouwwerkzaamheden van Zuidasdok.

Er is een aantal specifieke beleidsdocumenten voor de Zuidas relevant voor de opgave van het Parnasensemble: Principenota Parnas 2019 Visie Zuidas 2016 Welstandsnota Zuidas 2011 Plan voor een Groene Zuidas 2018 Handout duurzaam bouwen Amsterdam (via website: duurzaamontwikkelen.amsterdam) Een vast onderdeel van alle plannen in Zuidas en waar sterk op ingezet wordt, is duurzaamheid; zowel in de gebouwen als op straat. Een duurzame Zuidas betekent een groene, gezonde, schone en energieneutrale leefomgeving. Samen met bedrijven, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties wordt dit in praktijk gebracht. Dit betekent onder andere dat er wordt gewerkt aan duurzame energieopwekking, energiebesparing, schone lucht, een klimaatbestendige stad en een circulaire economie. Fred. Roeskestraat De Fred. Roeskestraat maakt deel uit van de lange lijn IJsbaanpad, Fred. Roeskestraat, Irenestraat: een rustige, groene straat parallel aan de rijksweg A10 die de Schinkel verbindt met het Beatrixpark. De straat vormt de overgang tussen de grote schaal van de Zuidas en de stedelijke schaal van de naastgelegen buurten. In het geval van de Fred. Roeskestraat is dit de overgang naar de Stadionbuurt. De straat wordt gekenmerkt door de groene sfeer, losse gebouwen en variatie in hoogte.

Opvallend is de bijzondere mix van functies: wonen, werken, leren en verblijven komen bij elkaar, dat zorgt voor een rijke mix van gebruik en mensen. De begraafplaats heeft een terras waar kantoormedewerkers tussen de middag lunchen, scholieren skateboarden op straat, bezoekers van de rechtbank en kunstenaars van de Rietveldacademie drinken koffie op de stoep. Er zijn weinig straten in Amsterdam waar zo veel functies bij elkaar komen. De Fred. Roeskestraat is ter hoogte van deze locatie niet toegankelijk voor auto’s. Het Parnasgebied

33

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening

Inmiddels is de bouw van het nieuwe rechtbankcomplex afgerond. In de zuidwestelijke hoek van het Parnasgebied verdwijnt straks de rijksweg A10 onder de grond. De bovenkant van de tunnelbak wordt vergroend (ambitie “DokDakPark”). Door al deze ontwikkelingen wordt het Parnasgebied meer onderdeel van de Zuidas. Aan de zuidzijde krijgt het een hoogstedelijk karakter, direct naast station Zuid. Om de veranderingen goed samen te brengen en aan te laten sluiten op de sfeer van de Fred. Roeskestraat heeft de gemeente een overkoepelende visie voor het Parnasgebied vastgesteld (de Principenota Parnas). In deze Principenota staan de thema’s overgang en verbinding (van formeel naar informeel), een divers karakter en ontvangst en ontmoeting centraal. De gemeente zet in de Principenota in op een mix van doelgroepen, een sterke community en een gebied met een groen karakter. De ambities zoals beschreven in de volgende paragraaf sluiten aan op de Principenota. Van oude naar een nieuwe rechtbank Het oorspronkelijke rechtbankcomplex is ontworpen door architect Ben Loerakker en kwam in verschillende fasen tot stand in de periode 1969-1996. Deel E is het oudste deel en is gebouwd in 1970. De verschillende uitbreidingen (delen A, B, C, D en F) die door de jaren heen zijn gerealiseerd zijn ook door Loerakker ontworpen. Dit complex met al haar bijgebouwen voldeed echter niet meer.

Onlangs is het nieuwe rechtbankcomplex, op de naastgelegen kavel, gerealiseerd. In dit nieuwe rechtbankcomplex vallen alle rechtbankfuncties weer onder een dak.

Afbeelding: gesloopte / behouden gebouwdelen

Het nieuwe rechtbankcomplex is gebouwd op een deel van de locatie van het voormalige rechtbankcomplex. Hiervoor zijn enkele delen van het voormalige complex gesloopt (delen A, B, C en D). De rechtbankorganisatie was daarna gehuisvest in de delen E en F (kavel C1), uitgebreid met een tijdelijk rechtbankgebouw: een gebouw speciaal ontworpen om de periode tot de voltooiing van het nieuwe rechtbankcomplex te overbruggen (kavels C2 en C3). Nu de nieuwe huisvesting af is, is de hele rechtbankorganisatie verhuisd naar het nieuwe pand. Het tijdelijke rechtbankgebouw wordt gedemonteerd en verplaatst naar een andere bestemming. De kavels C2 en C3 komen, na demontage van het tijdelijke rechtbankgebouw, naar verwachting medio 2022 bouwrijp beschikbaar. Het nieuwe rechtbankcomplex is een groot volume van 50 meter hoog. Het is alzijdig ontworpen met transparante gevels. De hoofdentree van het nieuwe rechtbankcomplex ligt aan een nieuw voorplein aan

34

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening de zuidzijde op de hoek Parnassusweg – rijksweg A10, aan het toekomstige DokDakPark en direct nabij station Zuid. De hoofdontsluiting voor de parkeergarage (medewerkers, gedetineerden vervoer en goederen) is via het rechtbankcarré aan de noordzijde van de nieuwe rechtbank. Hiervoor is een hellingbaan aangelegd in het verlengde van de Strawinskylaan, over het bestaande fietspad. Deze route is ook bestemd voor autoverkeer naar de kavels C2 en C3 en is onderlangs ook bruikbaar voor fietsers. Op de noordoosthoek schermt een natuurstenen muur de inrit naar de fietsenkelder en parkeergarage van het nieuwe rechtbankcomplex af. Het nieuwe rechtbankcarré vormt de zuidelijke kavelgrens van de te bebouwen kavels. Hier dient dan ook de inrit van de parkeergarage onder de nieuwbouw gesitueerd te worden.

Afbeelding: de nieuwe rechtbank gezien vanuit de noordwesthoek waar de herontwikkeling op aansluit

Te (her)ontwikkelen kavels: het Parnas ensemble Nu het nieuwe rechtbankcomplex haar deuren heeft geopend komen er drie kavels vrij: Kavel C1 met hierop de bouwdelen E en F van het voormalige rechtbankcomplex. Deze kavel C1 is door de gemeente gekocht en wordt door middel van het voorliggende bestemmingsplan herontwikkeld tot museum. Kavels C2 en C3 (ong. 3.017 m2), de kavels van bouwdeel G, het tijdelijke rechtbankgebouw. Op deze kavels is nieuwbouw voorzien. Kavels C2 en C3 komen naar verwachting medio 2022 vrij. Hierna zal naar deze kavels gezamenlijk worden verwezen als ‘het Parnas ensemble’.

35

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening

Afbeelding: kavels

4.2.2

Middenschaal tussen Zuidas en Roeske

Eigen milieu en oriëntatie Het Parnas ensemble grenst zowel aan het centrale deel van de Zuidas als aan de Fred. Roeskestraat. Deze bijzondere ligging biedt de kans om de aanwezige kwaliteit en sfeer van de Fred. Roeskestraat te combineren met de energie en dynamiek van de Zuidas. Een eigen milieu tussen de groene, stedelijke mix van de Fred. Roeskestraat en het hoogstedelijke van de Zuidas. De ontwikkeling draagt bij aan de beleving van de Fred Roeskestraat. Vanaf de Fred. Roeskestraat word je verleid het gebied te verkennen. Bouwhoogte Aan de zuidzijde van het Parnas ensemble wordt hoog gebouwd: het nieuwe rechtbankcomplex is 50 meter hoog. Het nieuwe rechtbankcomplex voegt zich in de reeks van grote gebouwen in het centrale deel van de Zuidas. De bebouwing aan de Fred. Roeskestraat is daarentegen van een andere schaal: aan de overzijde van het Parnasensemble liggen de Warnersblokken met een hoogte van 12,5 meter. Verderop vinden we de Rietveldacademie van 32 meter en het wooncomplex de Fred van 38 meter hoog. Het voormalige rechtbankcomplex sluit met de hoogbouw van 8 lagen (+ dakopbouw) en laagbouw met een hoogte variërend van 10 tot 14 meter goed aan op de diverse hoogtes in de Fred. Roeskestraat, maar valt wat in het niet bij de nieuwe rechtbank. Er is daarom voor gekozen bij de herontwikkeling van het complex de middenhoogte die in de nieuwbouw van de Fred.

Roeskestraat zichtbaar is als uitgangspunt te nemen voor de nieuwbouw op kavels C2 en C3 en optopping van C1. De hoogbouw van het monument (nu 32 meter incl. dakopbouw) kan toenemen tot 40 meter (vanaf NAP). De nieuwbouw op C2/C3 zal in hoogte variëren: direct aan de Fred. Roeskestraat zal de maximale bouwhoogte 27,5 meter (7 lagen) mogen bedragen. Aan de zijde van het nieuwe rechtbankcomplex zal de maximale bouwhoogte 41,5 meter (10 lagen) mogen bedragen. De planvorming voor de kavels C2/C3 moet echter nog plaatsvinden, hiervoor is alleen nog een Nota van Uitgangspunten vastgesteld. Tezamen met de hoogbouw van het monument ontstaat zo een divers ensemble dat varieert rond de 30 meter. Alle dakinstallaties dienen binnen deze maximale bouwhoogte niet zichtbaar vanaf het maaiveld te worden gerealiseerd. Het dak is vanuit de omgeving zichtbaar en dient zodoende als vijfde gevel

36

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening zorgvuldig vormgegeven te worden. Aan de Fred. Roeskestraat is de afstand tot de overzijde ruim. De maat tussen de nieuwbouw en de Warnersblokken varieert van 41 tot 51 meter. 4.2.3

Ontwerpconcept Museumgebouw

Uitgangspunt van het ontwerpconcept is om zoveel mogelijk de essentiële componenten van het monumentale gerechtsgebouw E te behouden. De twee grootste ingrepen aan de bestaande bebouwing zijn de sloop van het in de jaren '90 toegevoegde gebouw F en aanpassingen aan een kleiner volume van gebouw E aan de Parnassusweg. Door het aanpassen van dit volume ontstaat ruimte voor het maken van een nieuwe hoofdentree waarbij je direct in het indrukwekkende monumentale atrium binnenkomt. Ter plekke van gebouw F zal een laag nieuwbouwvolume worden gerealiseerd dat de hele westzijde van het perceel beslaat met nieuwe tentoonstellingszalen. Dit om grote, flexibel en vrij indeelbare ruimtes te creëren die in de oudbouw niet realiseerbaar zijn. Het laagbouwvolume van maximaal 15 meter hoog vanaf maaiveld (16 m vanaf NAP) verhoudt zich tot de bestaande hoogte van Gebouw F. Langs de noordgrens van het kavel wordt een hoogte van maximaal 14 meter vanaf maaiveld (15 m vanaf NAP) aangehouden om goed aan te sluiten op de bestaande gevels van de monumentale zittingszalen en geen afbreuk te doen aan de bezonning van de tegenoverliggende woonbuurt. Het streven is om het dak van dit volume te benutten voor het opwekken van zonne-energie. Daarnaast zal op het bestaande dak van het monumentale atrium een voor de museumbezoeker toegankelijk daklandschap worden gecreëerd.

Op het dak van de toren van gebouw E wordt een optopping geprojecteerd tot 40 meter hoogte (vanaf NAP), voor het museumrestaurant. Hiermee blijft de toren lager dan het nieuwe rechtbankvolume van 50 meter, maar wordt de zichtbaarheid van het museum wel versterkt en aangepast aan de nieuwe functie en situatie. In de uitwerking van het plan zullen in de vormgeving van de optoppping de monumentale kwaliteiten van de bestaande toren nauwkeurig worden afgewogen.

Afbeelding: vergelijking bestaand - nieuw

37

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening

Afbeelding: bouwenveloppe nieuwe situatie

Aan de zuidzijde zal het autoverkeer en de logistiek worden afgewikkeld in een zone rond de afrit die ook door de nieuwe rechtbank voor dit doeleinde wordt gebruikt. Aan de oostzijde, langs de Parnassusweg, zal een entreezone worden gecreëerd met de mogelijkheid voor een drop-off (bestemmingsverkeer). De AiR-verblijven in de bestaande toren zullen een eigen entree krijgen vanaf de zuidoostzijde. Ten noorden zal de groenzone langs de Fred. Roeskestraat in stand worden gehouden en waar mogelijk worden versterkt. Het streven is om ook de westzijde, de zone tussen de kavels C1 en C2/3, een groen karakter te geven. Het is de ambitie van het nieuwe museum om de publieke ruimte rondom (en op) het gebouw te activeren. Gezien de uitdagende locatie, ingeklemd tussen de nieuwbouw van de Rechtbank en een woonwijk, zal dit een centraal thema zijn in de uitwerking van het plan.

38

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening

Hoofdstuk 5 5.1

M ER Zuidas - de Flanken

Algemeen

In het kader van de milieueffectrapportage (m.e.r.) behorende bij het bestemmingsplan Kenniskwartier Noord-West (vastgesteld door de Gemeenteraad op 14 juli 2011 en onherroepelijk) heeft een beoordeling plaatsgevonden van de milieueffecten die zijn te verwachten vanwege de ontwikkeling van de Zuidas Flanken. Met afronding van de m.e.r.-procedure is de m.e.r.-plicht als procedure uitgewerkt. Het Milieueffectrapport (MER) bevat die informatie die nodig is om de gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben in de besluitvorming behorende bij het betreffende bestemmingsplan te betrekken. Inmiddels is een aantal bestemmingsplannen vastgesteld, dat eveneens betrekking heeft op de Zuidasontwikkeling, waarbij de informatie van het MER telkens betrokken is. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de achtergronden en uitkomsten van de m.e.r.. In de hierop volgende hoofdstukken 6 tot en met 16 wordt per relevant onderwerp vervolgens ingegaan op de wijze waarop het plan voldoet aan de ter zake doende wetgeving en de wijze waarop, voor zover aan de orde, negatieve milieueffecten worden ondervangen. Daarbij zal tevens, voor zover aan de orde, worden ingegaan op aanvullend onderzoek dat heeft plaatsgevonden. Volledigheidshalve is het Milieueffectrapport MER Zuidas - De Flanken, deel A en deel B, als bijlagen 2 en 3 toegevoegd.

5.2

Regelgeving

Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieubelang een volwaardige plaats in bepaalde plan- en besluitvormingsprocessen te geven. Enerzijds maakt het opstellen van een Milieueffectrapport (MER) de initiatiefnemer bewust van de milieugevolgen en anderzijds kan de overheid diverse milieugevolgen in samenhang met elkaar en op een voor de burger transparante wijze bij de besluitvorming betrekken. De regelgeving met betrekking tot de milieueffectrapportage is verankerd in de Wet milieubeheer. Voor sommige plannen of activiteiten geldt direct de verplichting om een MER op te stellen, maar er zijn ook plannen waarvoor het bevoegd gezag moet beoordelen of zij het nodig vindt om ter voorbereiding van een besluit een MER te laten maken (m.e.r.-beoordeling). In het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is opgenomen voor welke activiteiten de m.e.r.-(beoordelings)plicht bestaat. Het gaat dan met name om activiteiten die aanzienlijke nadelige effecten op het milieu kunnen hebben. De categorieën en besluiten waarvoor een directe m.e.r.-plicht, dan wel een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, zijn aangewezen in het Besluit m.e.r. Het project Zuidas kwalificeert onder de huidige regeling niet als één van de gevallen waarvoor een directe m.e.r.-plicht geldt. Wel is sprake van een project waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd.

Op grond van die beoordeling moet worden besloten of er een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Met betrekking tot de voorgenomen ontwikkeling van de Zuidas Flanken is een milieueffectrapportage uitgevoerd, resulterend in het Milieueffectrapport MER Zuidas - De Flanken. Met de uitkomsten van dit Milieueffectrapport wordt ook in voorliggend bestemmingsplan rekening gehouden.

5.3

MER Zuidas Flanken

Het plangebied Zuidas Flanken ligt aan weerszijden van de infrabundel (A10 Zuid, trein, metro en tram) van Amsterdam. Naast de A10, trein- en metrostations en tramhaltes is de Zuidas op zeer korte afstand gelegen van de binnenstad van Amsterdam en van Schiphol.

39

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening

Afbeelding: plangebied MER Zuidas - de Flanken

5.3.1

Uitgangspunten m.e.r.

In het MER is uitgegaan van een ontwikkelingsprogramma, bovenop de reeds aanwezige functies, van ca. 763.000 m2 wonen, zo'n 837.500 m2 kantoren en ca. 360.500 m2 overige voorzieningen. In het MER zijn de effecten van dit ontwikkelprogramma in beeld gebracht. Daarnaast is gekeken naar de effecten van een alternatief met 85% van het voorgestelde programma en een alternatief met 115% van het voorgestelde programma. Hiermee wordt de bandbreedte van gevolgen van een grotere en kleinere ontwikkeling inzichtelijk gemaakt. 5.3.2

Te verwachten nadelige gevolgen voor het milieu

De referentiesituatie en de alternatieven zijn met elkaar vergeleken en beoordeeld op diverse milieuaspecten en criteria. Voor de beoordeling is gebruik gemaakt van de volgende zevenpuntsschaal:

Om tot een beoordeling te komen is de beschrijving van de effecten gegeven. De beschrijving van de effecten vormt de onderbouwing van de beoordeling. In veel gevallen is gebruik gemaakt van expert judgement om tot een beoordeling te komen. Onderstaande tabel met de effectvergelijking geeft aan dat op diverse milieuaspecten en criteria de alternatieven niet verschillen van de referentiesituatie (score

40

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening neutraal) en dat op een aantal criteria de alternatieven wel verschillen van de referentiesituatie, maar onderling geen verschil in effectbeoordeling laten zien.

Effectbeoordeling Voor de criteria waarbij een verschil optreedt ten opzichte van de referentiesituatie wordt in het MER een onderbouwing van de beoordeling gegeven. Voor een volledige beschrijving wordt verwezen naar het MER. Het MER geeft maatregelen aan ter beperking van de nadelige milieugevolgen van de voorgenomen activiteit. Het gaat met name om maatregelen die betrekking hebben op de verbetering van het stedelijk wegennet ter bevordering van de bereikbaarheid en maatregelen op het gebied van geluid. Voor wat betreft verkeer zijn reeds veel maatregelen genomen. Middels een programmatische aanpak met periodieke monitoring wordt voortdurend gezorgd dat, voor zover nodig, nieuwe maatregelen tijdig zullen

41

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening worden getroffen (zie hierover ook paragraaf 6.2 Verkeersbeleid). Voor wat betreft geluid worden maatregelen over het algemeen per bestemmingsplan bepaald. Daarnaast zal het project Zuidasdok voor wat betreft de beperking van geluidhinder aanzienlijke positieve gevolgen hebben voor grote delen van de Zuidas Flanken (zie ook Hoofdstuk 7 Geluid). Verder zijn optimalisaties mogelijk. Deze worden echter niet noodzakelijk geacht ter beperking van de nadelige milieugevolgen van de voorgenomen activiteit. Het betreft maatregelen die betrokken kunnen worden bij de concrete plan- en besluitvorming per deelproject binnen de Flanken en die veelal ook reeds in het kader van een goede ruimtelijke ordening per plan aan bod komen. Daarbij kan per plan en besluit worden afgewogen welke maatregelen in het bestemmingsplan worden geborgd en welke bij de verdere planuitwerking aan bod kunnen komen.

5.4

Conclusie

Gelet op de programmatische bandbreedte waarnaar in het kader van het MER onderzoek is gedaan, de kennis die de afgelopen jaren met betrekking tot verschillende thema's is opgedaan op basis van aanvullend onderzoek en het aanvullend onderzoek dat in het kader van voorliggend bestemmingsplan heeft plaatsgevonden, is de conclusie dat alle benodigde milieutechnische informatie voor de besluitvorming voorhanden is. Op het gebied van de verkeersafwikkeling bleken maatregelen ten aanzien van een aantal kruisingen noodzakelijk. Deze zijn inmiddels genomen. Voor Zuidas is gekozen voor een programmatische aanpak, waarbij middels monitoring en actualisatie van verkeerskundig onderzoek tijdig in beeld wordt gebracht welke knelpunten zich kunnen voordoen, zodat ook maatregelen tijdig kunnen worden genomen. Deze aanpak wordt onverminderd voortgezet. Alle overige aspecten hebben vooral betrekking op de concrete plan- en besluitvorming per deelproject. Hieraan wordt in het voorliggende bestemmingsplan de nodige aandacht besteed. In de hierna volgende hoofdstukken wordt hier nader op ingegaan.

42

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening

Hoofdstuk 6 6.1

Verkeer en parkeren

Algemeen

In het kader van het MER Zuidas - de Flanken is een verkeersstudie uitgevoerd door de Dienst Infrastructuur Verkeer en Vervoer van de gemeente Amsterdam d.d. 17 januari 2011 (opgenomen als bijlage in het MER Zuidas - de Flanken deel B, zie Bijlage 3). Hierin is onderzoek gedaan naar de effecten op het gebied van verkeer en vervoer van de ontwikkeling van de Zuidas Flanken. In deze verkeersstudie zijn meerdere modelvarianten onderzocht. In relatie tot voorliggend bestemmingsplan is modelvariant 2 van belang waarbij het programma van de Zuidas Flanken voor 100% wordt gerealiseerd. Ontwikkeling van het programma van dit bestemmingsplan maakt hier onderdeel van uit. De effecten op het gebied van verkeer en vervoer zijn verder beschreven in het rapport deel B behorende bij het MER. Uit het verkeersonderzoek in het kader van het MER bleek dat bij de totale plantoevoeging een aantal knelpunten zou ontstaan. Het programma zoals onderzocht in het kader van het MER zal echter gefaseerd worden gerealiseerd en ook een langere ontwikkelingstermijn in beslag nemen dan 10 jaar. Het onderzoek in het kader van het MER gaf geen inzicht in het moment waarop knelpunten zich zouden gaan voordoen. Om die reden is een aanvullende verkeersstudie Zuidas 2011 gedaan. Daarin is aan de hand van verwachte programma-oplevering gekeken naar het moment waarop en waar knelpunten zijn te verwachten.

Dit heeft geleid tot het Actieplan weginfrastructuur 2011, waarin aan de hand van een programmatische benadering wordt zorggedragen voor een tijdige aanpak van de infrastructuur. Bij vaststelling van het Actieplan weginfrastructuur 2011 is tevens aangegeven dat het onderliggend verkeersonderzoek periodiek zou worden geactualiseerd. Tegelijk groeide ook het besef dat behoud en verder verbeteren van de bereikbaarheid van Zuidas gezamenlijk moet worden opgepakt met de gebruikers van Zuidas. Bedrijfsleven en gemeente werken daarom samen aan de bereikbaarheid van de Amsterdamse Zuidas. Daartoe is medio 2012 een nieuwe impuls gegeven aan de Taskforce Bereikbaarheid Zuidas. De Taskforce bestaat uit vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en instellingen in Zuidas en de overheid. Onder andere de RAI, de VU en het WTC zijn vertegenwoordigd in dit gremium. Op vrijdag 15 februari 2013 is het Convenant Bereikbaarheid Zuidas ondertekend door de partijen aangesloten bij de Taskforce. De Taskforce is betrokken geweest bij de actualisaties van de verkeersstudie 2011 die in 2013, 2014 en 2017 zijn uitgevoerd. Om de programmatische aanpak en de bereikte resultaten beter toe te lichten wordt eerst een samenvatting gegeven van de eerdere verkeersonderzoeken.

Daarna worden de uitkomsten van het Verkeersonderzoek Zuidas 2017 behandeld en de uitkomsten van het meest recente verkeersonderzoek dat specifiek voor voorliggend bestemmingsplan is uitgevoerd. Tevens wordt het samenwerkingsverband en de afspraken van het Convenant nader toegelicht. Daarna wordt ingegaan op andere verkeergerelateerde onderwerpen, zoals openbaar vervoer, langzaam verkeer en parkeren.

6.2

Verkeersbeleid

6.2.1

Programmatische aanpak

Het grootschalige karakter van het project Zuidas, in combinatie met de lange doorlooptijd en de grote mate van onvoorspelbaarheid van wijze waarop de daadwerkelijke ontwikkeling plaatsvindt, noodzaakten tot een programmatische aanpak. Daarmee is in 2011 gekozen voor een werkwijze ter onderbouwing van juridisch-planologische besluiten. Deze werkwijze zal onverkort worden voortgezet. Het doen van onderzoek is een belangrijk onderdeel van de werkwijze, maar de programmatische aanpak behelst meer. Behalve te onderzoeken welke knelpunten zich kunnen voordoen, wordt ook bekeken welke maatregelen mogelijk zijn, wordt in beeld gebracht wanneer de knelpunten zich kunnen voordoen, zodat maatregelen ook tijdig kunnen worden genomen, en ook daadwerkelijk worden genomen. Dit vraagt om periodieke actualisatie van onderzoeken, maar ook bijsturing van onderzoeken wanneer zich bijvoorbeeld programmatische wijzigingen voordoen. Met de programmatische aanpak is de afgelopen jaren werk gemaakt van de daadwerkelijke verbetering

43

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening van de bereikbaarheid van Zuidas. Een groot aantal knelpunten is reeds aangepakt en verdere verbetering is in voorbereiding. Daarmee onderstreept de programmatische aanpak ook dat de gemeente het goed bereikbaar maken en houden van de Zuidas serieus aanpakt. Potentiële knelpunten zijn en worden in beeld gebracht, zodat maatregelen tijdig konden en kunnen worden genomen. Geconcludeerd moet dan ook worden dat de programmatische aanpak in de praktijk zeer goed functioneert. 6.2.2

Werkwijze van de afgelopen jaren

De programmatische aanpak zoals die tot op heden is gehanteerd, kende een aantal stappen: Allereerst is de eindsituatie in beeld is gebracht. Hiermee werd de uitvoerbaarheid van het flankenprogramma als geheel onderbouwd (Verkeersstudie MER Flanken en VU/VUmc, versie: 17-01-2011, bijlage bij deel B van het MER). Vervolgens is onderzocht wanneer deze knelpunten zich redelijkerwijze op zijn vroegst zouden voordoen (Verkeersstudie Zuidas 2011, Concept Versie 20 april 2011, geaccordeerd door de Gemeenteraad op 14 juli 2011). Daarbij is gekeken naar de effecten bij een verwachte programmaontwikkeling voor de jaren 2015 en 2020. Voor de situatie 2015 werd als input voor het onderzoek dat programma genomen waarvan het de verwachting was dat dit in 2015 zou zijn opgeleverd en in gebruik genomen. Voor de situatie 2020 werd als input genomen het totale programma van de bestemmingsplannen waarmee we op dat moment bezig waren, of op korte termijn mee aan de slag zouden gaan. Dit was niet het totale eindprogramma (dat immers reeds was beschouwd in het kader van de Verkeersstudie MER). Hiermee was in beeld gebracht dat het totale project gerealiseerd kon worden, welke knelpunten er op langere termijn (2020) zouden gaan optreden, en welke knelpunten er op korte termijn (2015) zouden optreden. Op basis van deze gegevens is het Actieplan weginfrastructuur 2011 opgesteld.

Hierin zijn per knelpunt ook de maatregelen beschreven, en is een kostenraming voor de benodigde oplossingen en op hoofdlijnen een planning van de aanpak opgenomen. Uitgangspunt is daarbij dat het potentiele knelpunt wordt aangepakt voor het knelpunt zich zou voordoen. Het actieplan is door de Gemeenteraad vastgesteld (Actieplan weginfrastructuur, vastgesteld door de Gemeenteraad 14 juli 2011). Vervolgens is ook met de daadwerkelijke aanpak van de knelpunten begonnen. Een programmatische aanpak vraagt (behalve om een actieplan) ook om monitoring, en waar nodig, bijsturing. In het actieplan is aangegeven dat periodiek monitoring en actualisatie zal plaatsvinden. Het actieplan geeft daarmee een aanzet tot de werkwijze van programmatische aanpak, en is inhoudelijk een onderdeel daarvan. Reeds in 2013 is het verkeersonderzoek geactualiseerd (Verkeersstudie 2013 Zuidas - Flanken, 10 april 2013). Reden voor actualisatie waren onder meer aanpassingen in het gemeentelijk verkeersmodel, maar ook een aangepaste vastgoedprogrammering en -fasering. Bij de actualisatie zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd. De meeste van de maatregelen uit het actieplan zijn hierin als reeds genomen betrokken. Daarbij is gekeken naar de situatie tien jaar vooruit, met daarin het programma van alle bestemmingsplannen Zuidas zoals die waren vastgesteld of op stapel stonden.

De actualisatie borduurde daarmee voort op de eerdere bevindingen. De studie bracht geen nieuwe knelpuntlocaties in beeld. Wel bleken de voorgenomen maatregelen met betrekking tot enkele eerder in beeld gebrachte knelpunten niet afdoende. Hiervoor zijn aanpassingsvoorstellen gedaan. Deze konden nog worden betrokken bij de uitvoering van de te nemen maatregelen. Ze zijn als aanvulling op het actieplan beschouwd. Omdat zich geen nieuwe knelpunten voordeden was het niet nodig in beeld te brengen wanneer de knelpunten zich zouden voordoen. Dat was voor de bestaande knelpunten immers reeds bekend. Ook in 2014 was er aanleiding tot actualisatie van de verkeersstudie. Daarin zijn eveneens eerder voorziene maatregelen als reeds genomen betrokken. Op zichzelf zijn de eerdere studies daarmee achterhaald, ware het niet dat telkens in de opeenvolgende studies is voortgeborduurd op de voorgaande studie, in die zin dat de daarin voorgestelde maatregelen als reeds genomen werden beschouwd. Dit past binnen de hiervoor gekozen programmatische aanpak. Tegelijkertijd is voor een goed begrip van het laatste onderzoek enig inzicht in de bevindingen van 44

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening eerdere studies noodzakelijk. In paragraaf 6.2.3 is een inhoudelijk overzicht gegeven van de voorafgaande studies. Het Verkeersonderzoek Cultureel instituut Parnassusweg 220 uit 2021 is het meest recente verkeersonderzoek opgesteld specifiek voor het voorliggend bestemmingsplan. Het verkeersonderzoek wordt besproken in paragraaf 6.2.6. 6.2.3

Voorgaande onderzoeken

6.2.3.1 Verkeersstudie MER Zuidas de Flanken In het MER is voor het eindbeeld van de flankenontwikkeling van Zuidas geconstateerd dat een aantal knelpunten zal optreden indien geen maatregelen worden genomen. Voor wat betreft het autoverkeer wordt geconstateerd dat bij volledige realisatie van modelvariant 2 een aantal kruispunten moet worden aangepast. Effect op verkeersintensiteiten op het wegennet Geconcludeerd werd dat de ontwikkeling vooral effect zou hebben op de belasting van het wegennet ten zuiden van de A10. De beide uiteinden van de De Boelelaan, de aansluitende wegen (Amstelveenseweg en Europaboulevard), de Beethovenstraat (tussen Gustav Mahlerlaan en de De Boelelaan) en de aansluitingen op de A10 lieten het grootste effect zien. Ten noorden van de A10 (richting Amsterdam-Centrum) was het effect van de Flanken op de verkeersintensiteiten beperkt. Intensiteit / Capaciteit Een maat voor de kwaliteit van de verkeersafwikkeling is de verhouding tussen I (intensiteit) en C (capaciteit) op een wegvak. De I/C-verhoudingen zijn in betreffende verkeersstudie bepaald voor de avondspits. I/C-verhoudingen worden uitgedrukt in een getal tussen de 0 en de 1, waarbij een getal dicht bij 1 duidt op een kans op vertraging. In het studiegebied bleek de A10 in de referentiesituatie reeds een hoge I/C-verhouding te hebben.

Ondanks de relatief kleine toename van de belasting van de A10 is daardoor de I/C-verhouding van de A10 en van enkele toe- en afritten aan de hoge kant. De I/C-verhouding bij de diverse op- en afritten van de A10 zou verslechteren ten opzichte van de referentiesituatie. Ook op de A10 in het oostelijke deel was een verschuiving waar te nemen van de I/C-verhouding. Het ging echter om een toename van slechts 0.01 bij de I/C-verhouding voor de A10. Kruispunten In het stedelijk gebied is de capaciteit van kruisingen over het algemeen meer maatgevend voor de doorstroming van het verkeer dan de capaciteit van de wegvakken. Om deze reden werden in een kruispuntenanalyse alle relevante kruispunten in Zuidas beschouwd. Uit het onderzoek bleek dat binnen Zuidas maatregelen nodig zouden zijn. Wanneer de knelpunten zich zouden voordoen, was niet onderzocht. Daartoe werd in 2011 een aanvullende studie gedaan. 6.2.3.2 Verkeersstudie Zuidas 2011 en Actieplan weginfrastructuur Zuidas 2011 De verkeersstudie Zuidas 2011 (zie bijlage 5) is in feite een nadere uitwerking van de verkeersstudie die in het kader van de MER Zuidas - Flanken was opgesteld. In deze verkeersstudie is onder andere een analyse gemaakt van de intensiteiten van het (auto)verkeer en de capaciteit van de weginfrastructuur in relatie tot de feitelijk verwachte vastgoedontwikkeling van de Zuidas Flanken.

Daarbij zijn twee fases beschouwd: verkeerskundige effecten bij verwacht programma 2015 en verkeerskundige effecten bij verwacht programma (eindbeeld) in 2020. Het beeld kwam grotendeels overeen met dat wat uit het MER naar voren kwam. Op enkele onderdelen bleek er sprake van een te verwachten beperkte verslechtering of verbetering. In de studie werd geconcludeerd dat er een aantal infrastructurele maatregelen genomen moest worden om het autoverkeer van de flanken op een acceptabele wijze afgewikkeld te krijgen. Op basis daarvan is een actieprogramma vastgesteld (Actieplan weginfrastructuur Zuidas 2011, zie bijlage 6). Daarin staan de maatregelen beschreven, waarbij per maatregel een situatieomschrijving van het knelpunt wordt weergegeven, de voorgestelde oplossing, een kostenraming voor deze benodigde oplossing en een

45

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening planning op hoofdlijnen. 6.2.3.3 Verkeersstudie 2013 Zuidas Flanken De verkeersstudie 2011 werd middels de Verkeersstudie 2013 Zuidas - Flanken geactualiseerd (zie bijlage 7). Een belangrijke wijziging ten opzichte van het vorige model is dat niet langer wordt uitgegaan van het doorgaan van de kilometerheffing. Ook werd een aangepaste vastgoedprogrammering en een aangepaste fasering van de ontwikkeling van dit programma (het gevolg van marktontwikkelingen) in de actualisatie betrokken. Evenals de verkeersstudie van 2011 was het onderzoek met name gericht op de autobereikbaarheid en de vraag of de infrastructuur van het onderliggend weggennet toereikend is om de groei van het autoverkeer, als gevolg van de ontwikkeling van Zuidas, op te vangen. In de Verkeersstudie 2013 is beoordeeld of de maatregelen uit het Actieplan nog toereikend en/of noodzakelijk waren. In de Verkeersstudie 2013 zijn de voorgestelde maatregelen uit het Actieplan weginfrastructuur 2011 om die reden, voor zover nog niet genomen, als reeds genomen betrokken. Uitgegaan werd van een eindjaar 2023. Geconstateerd is dat er zich, ten opzichte van de in het actieplan reeds gesignaleerde te verwachten knelpunten, naar verwachting geen nieuwe knelpuntlocaties zouden gaan voordoen. De meeste in het actieplan opgenomen maatregelen bleken nog altijd afdoende.

Op een drietal locaties werden er, wanneer er geen (ten opzichte van het actieplan aangepaste) maatregelen zouden worden genomen, problemen verwacht met de doorstroming in modeljaar 2023: 1. De Boelelaan – Van der Boechorststraat – Gustav Mahlerlaan; 2. De Boelelaan – Van Leijenberghlaan – Beethovenstraat; 3. De Boelelaan – Europaboulevard – op/afrit A10. 6.2.3.4 Verkeersstudie Zuidas 2014 In 2015 heeft met de afronding van de Verkeersstudie Zuidas 2014 wederom een actualisatie van de onderzoeken plaatsgevonden (zie bijlage 8). Reden voor actualisatie was dat enkele projecten eerder of met een ander programma zouden worden uitgevoerd dan in 2011 en 2013 was voorzien. De Verkeersstudie 2014 is dan ook vooral een actualisatie van het verkeersonderzoek op basis van gewijzigd ruimtelijk programma. Om de doorstroming op de kritieke kruispunten te verbeteren, is een aantal maatregelen ontwikkeld: Aansluiting Amstelveenseweg / s108-zuid: Uit de nieuwe verkeerscijfers blijkt dat de huidige indeling van de Amstelveenseweg ter hoogte van de s108-zuid kritiek is. Er is een extra rechtsafvak nodig. Hiervoor is in het wegprofiel (uitbreiding richting het fietspad of richting de middenberm) ruimte. Aansluiting Amstelveenseweg / s108-noord: Het betreft het omklappen van de aansluiting richting A10 west naar de westzijde van het kruispunt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11927318/1