Raadsbesluit 2022-057A 2. Buurtuitvoeringsplan Mole
Tekst van het document
Buurtuitvoeringsplan Molenwijk aardgasvrij (voorheen Investeringsnota)
Versie 1.0 Definitief 07 december 2021
Doel en status van het Buurtuitvoeringsplan Molenwijk Doel Het doel van het Buurtuitvoeringsplan Molenwijk is het vastleggen van een gebiedsgerichte aanpak voor het aardgasvrij maken van Molenwijk voor een periode van 10 jaar. In het verleden werd dit document de ‘investeringsnota’ genoemd. De ambitie om voor Molenwijk een plan van aanpak aardgasvrij te maken, is onderdeel van de bredere ontwikkelwijkplannen voor deze wijk. Aardgasvrij maken van de woningen en overige gebouwen vloeit voort uit de doelstelling om de CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving fors te reduceren en een stap te zetten op weg naar een klimaatneutrale stedelijke omgeving. Concreet betekent dit dat ernaar toegewerkt wordt dat alle woningen en overige gebouwen in Molenwijk in 2031 aardgasvrij zijn. Dit Buurtuitvoeringsplan bevat alle relevante informatie voor de aardgasvrij transitie, zoals de afwegingen voor het warmtealternatief voor aardgasvrij (warmtenet 70 graden), de fasering van de aanleg van het warmtenet en het aansluiten van de woningen, de gevolgde stappen om bewoners te betrekken en het bestedingsvoorstel voor de gemeentelijke subsidie. Het document is tot stand gekomen op basis van input van de verschillende partijen, uit bewonersbijeenkomsten en onderzoek.
Daarmee is het plan ook het eindproduct van het Wijken Aardgasvrij Maken (WAM) proces dat de City Deal partners gezamenlijk hebben doorlopen. Molenwijk is één van de eerste buurten waar aan de hand van de WAM-systematiek wordt gewerkt. Reservering gebiedsgerichte aardgasvrij subsidie Het plan dient ook als onderbouwing voor de gebiedsgerichte aardgasvrij subsidieregeling van de gemeente Amsterdam. Deze regeling is eind 2019 door de gemeenteraad goedgekeurd. Op basis van het Buurtuitvoeringsplan Molenwijk wordt de gemeenteraad gevraagd om binnen de bestaande subsidieregeling een gebiedsgerichte uitwerking te maken voor deze buurt. Bij een positieve besluitvorming wordt in het Klimaatfonds een reservering gemaakt van € 3.600.000 voor de aardgasvrij subsidie voor woningeigenaren, huurders, bedrijven en maatschappelijke organisaties die in Fase I hun woning cq gebouw van het aardgas afhalen. De looptijd van de reservering is tot en met 31 december 2026. Voor woningeigenaren, huurders, bedrijven en maatschappelijke organisaties die in fase II, met de looptijd van 01 januari 2027 tot en met 31 december 2031, hun woning cq gebouw van het aardgas afhalen, wordt in een latere fase een nieuw bestedingsvoorstel opgesteld en opnieuw een besluit aan de gemeenteraad voorgelegd voor gebiedsgerichte subsidie.
Particuliere woningeigenaren die besluiten om hun bezit in fase I aardgasvrij te maken door middel van een andere warmteoplossing dan aansluiting op het collectieve warmtenet, komen in aanmerking voor de subsidie, mits het geen nadelig effect heeft op de gebiedsgerichte oplossing. Inspanningsverplichting Het Buurtuitvoeringsplan Molenwijk brengt een inspanningsverplichting met zich mee. Door de ondertekening van het Buurtuitvoeringsplan gaan partijen met elkaar een inspanningsverplichting aan om een warmte-infrastructuur in de wijk aan te leggen en de besluiten voor te bereiden om woningen hierop aan te sluiten. Het Buurtuitvoeringsplan bevat geen resultaat- en leveringsverplichtingen. De contracten tussen partijen (zoals warmteleveringscontracten, huurdersinsteming en subsidiebeschikkingen) bevatten de bindende afspraken die partijen met elkaar overeenkomen.
2
Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 Achtergrond 1.2 Geografische ligging 1.3 De buurt in beeld 1.4 Partijen
blz. 4 blz. 4 blz. 4 blz. 5 blz. 8
2. Ambities en Kansen 2.1 Ontwikkelwijkplannen 2.2 Plannen bestaande woningen 2.3 Geplande werkzaamheden openbare ruimte 2.4 Geplande werkzaamheden drinkwater, riolering, gas en elektranetwerk 2.5 Fasering 2.5.1 Fase I 2.5.2 Fase II
blz. 9 blz. 9 blz. 9 blz. 11 blz. 11 blz. 12 blz. 12 blz. 12
3. Voorkeursscenario warmte 3.1 Vergelijking alternatieven 3.2 Ontwikkelstrategie 3.3 Technische aspecten
blz. 13 blz. 13 blz. 15 blz. 15
4. Participatie en communicatie 4.1 Overzicht participatie activiteiten 4.2 Participatie en communicatie werkgroep
blz. 18 blz. 18 blz. 20
5. Bestedingsvoorstel 5.1 Proceskosten 5.2 Investeringskosten Fase I 5.3 Nieuw bestedingsvoorstel Fase II 5.4 Gebiedsgerichte subsidieregeling aardgasvrij Molenwijk 5.5 Reservering Klimaatfonds 5.6 Risico’s en mogelijke maatregelen
blz. 20 blz. 21 blz. 22 blz. 23 blz. 23 blz. 25 blz. 26
6. Organisatie 6.1 Bezetting regiegroep 6.2 Bezetting werkgroep 6.3 Bezetting participatie- en communicatiewerkgroep 6.4 Bezetting technische werkgroep 6.5 Uitvoeringsorganisatie
blz. 27 blz. 27 blz. 27 blz. 27 blz. 28 blz. 28
7.
Voorwaarden
blz. 29
8. Ondertekening
blz. 30
9. Bijlagen - Bijlage I Stadswarmte-etiket 2020 Vattenfall - Bijlage II procesbeschrijving WAM 2.0 (Wijken Aardgasvrij Maken)
blz. 31
3
1. Inleiding 1.1 Achtergrond De Molenwijk is gebouwd in de tweede helft van de jaren ’60 met een scheiding tussen wonen, werken, recreëren en verkeer. De Molenwijk bestaat uit ruim 1400 woningen. Hiervan zijn een kleine 1200 sociale huurwoningen die in bezit zijn van de woningcorporaties Eigen Haard en de Alliantie. De Alliantie heeft met ruim 750 woningen het grootste aandeel. Zo’n 240 woningen zijn van particuliere eigenaren (eigenaar/bewoners en commerciële vastgoedeigenaren). Particuliere eigenaren en corporatie zijn per flat verenigd in een VvE. De Molenwijk is in 2017 aangewezen als ontwikkelbuurt. Voor een uitgebreide omschrijving van de Molenwijk, haar bewoners en historie verwijzen we graag naar de Principenota Verkenning van kansen in Molenwijk, d.d. 23 september 2020. De plannen hiervoor zijn in nauw overleg met de bewoners uitgewerkt. Eén van de pijlers van de plannen is het verbeteren van de energetische kwaliteit van de woningen in de buurt. Het aardgasvrij maken van de wijk maakt hier onderdeel van uit. Met alle woningeigenaren wordt hier actief over gesproken. Aanleiding voor het Buurtuitvoeringsplan (BUP) aardgasvrij zijn de plannen van de woningcorporaties de Alliantie en Eigen Haard om in de komende jaren de woningen te verbeteren en te verduurzamen.
Deze grootschalige werkzaamheden aan de panden omvat ook een overstap naar een andere warmtevoorziening dan aardgas en brengt werkzaamheden in de ondergrond met zich mee. De gemeente, Liander, Waternet en West Poort Warmte zijn daarom ook stakeholders in deze buurt. 1.2 Geografische ligging Molenwijk ligt in het Noordwesten van Amsterdam en wordt aan de noord- en noordoostkant begrensd door de Molenaarsweg. Aan de oostkant door de Stellingweg met een stukje van het Zuideinde. Aan zuid- en westzijde wordt de wijk begrensd door de Stellingweg. Dit zijn de grenzen die het CBS hanteert.
Kaart uit Principenota ontwikkelbuurt Molenwijk
4
1.3 De buurt in beeld In 1966 is een gedeelte van de Gemeente Oostzaan aangekocht om ruimte te maken voor het Molenwiekenplan, dat is ontworpen door architect Klaas Geerts. Dit plan was in verschillende opzichten revolutionair. Het plan is geïnspireerd door de functionele stadideeën van de CIAM en de Zwitserse architect Le Corbusier. De flatgebouwen behoren tot één van de eerste voorbeelden van grootschalige prefabbouw. Het was een voor die tijd vooruitstrevend concept dat een strikte scheiding tussen wonen, werken, recreëren en verkeer kende. Deze scheiding tussen functies en de ruime parkachtige opzet maakt Molenwijk tot een schoolvoorbeeld van het ‘nieuwe bouwen’. De Molenwijk is voor ongeveer 90% gebouwd in de tweede helft van de jaren 60. Alleen de Stellingwegflat, het winkelcentrum en de scholen dateren van later. De flats en de garages in de vorm van een molenwiek zijn beoordeeld met een AUP orde 1. Dat is een stedenbouwkundige en architectonische waardering van de hoogste orde en houdt in dat het monumentwaardige bebouwing betreft. Het buurtuitvoeringsplan Molenwijk staat niet op zichzelf. Aardgasvrij worden is één van de uitdagingen waar de wijk voor staat. De integrale opgave is beschreven in de Principenota Verkenning van kansen in Molenwijk, d.d. 23 september 2020, opgesteld door Planteam Molenwijk.
In dit buurtuitvoeringsplan verwijzen we geregeld naar de Principenota. De meerderheid van de flats in de Molenwijk hebben energielabel D of E. 1 flat van de Alliantie is in 2012 gerenoveerd naar label B. De huidige staat van de flats en de isolatie- en ventilatieplannen is directe aanleiding voor dit buurtuitvoeringsplan.
Buurtanalyse Tool Liander Energielabels woningen
5
Eigenaar de Alliantie Eigen Haard 5 VvE’s/de Alliantie 2 VvE’s/Eigen Haard
Aantal bestaande woningen 536 320 400 (188 particuliere eigenaren en 212 sociale huurwoningen) 160 (79 particuliere eigenaren en 81 sociale huurwoningen
Totaal
1416
Bron https://maps.amsterdam.nl/afwc_2021/?LANG=nl
Huidig gasnet Liander beert het gasnet in Molenwijk waar een groot percentage (43%) aan oude grijsgietijzeren leidingen (=groen op kaart) zich bevindt. De rest van het gasnetwerk kenmerkt zich als ‘nieuw’ (rood) of ‘gemiddeld’ (zwart). De oude leidingen, de zogenaamde grijsgietijzeren leidingen, zijn grondroeringsgevoelig en zullen moeten worden vervangen wanneer er binnen een straal van tien meter grondroering plaatsvindt. Liander probeert, met het oog op de energietransitie en vanuit het oogpunt van maatschappelijke kosten, de gasleidingen alleen te verwijderen in plaats van tijdelijk te vervangen. In de Molenwijk komt een warmtenet en zullen de bewoners overstappen op elektrisch koken. Dit betekent dat de gasleidingen en aansluitingen verwijderd moeten worden nadat de bewoners over zijn. Liander ontkomt er niet aan om de grijsgietijzeren leidingen tijdelijk te vervangen tot het moment dat men over is gegaan op het warmtenet. Er wordt op moment van schrijven brosse grijsgietijzeren leidingen vervangen als gevolg van de vernieuwing van de woon- en fietspaden. Daarentegen is er ook een deel van het leidingwerk van nieuwere aanlegdatum, deze leidingen worden in stand gehouden tot het moment dat deze niet meer nodig zijn. Huidig elektriciteitsnet Liander beheert ook het elektriciteitsnet en is verantwoordelijk voor de instandhouding hiervan.
De energietransitie kan ervoor zorgen dat delen van het elektriciteitsnet moeten worden verzwaard en daarmee worden vervangen.
6
Met de overgang naar een warmtenet en elektrisch koken voor de bewoners, betekent dit een verhoging van het gevraagde vermogen van het elektriciteitsnet. Daarnaast hebben de woningcorporaties de wens om verder te verduurzamen door het plaatsen van zonnepanelen. Deze factoren hebben invloed op het elektriciteitsnet en zorgt ervoor dat het elektriciteitsnet verzwaard moet worden, zowel voor wat betreft de capaciteit van de transformatoren als ook de laagspanningskabels. De impact van deze verzwaringen zal per fase duidelijk worden en uiteindelijk toekomstbestendig worden, daarin zit ruimte oor toekomstige ontwikkelingen zoals elektrisch laden voor auto’s.
Buurtanalyse Tool Liander Gasnet
Riolering en waterleiding Waternet heeft in de Molenwijk geen werkzaamheden te verrichten aan de riolering en waterleiding. In 2016 is een zijn alle benodigde werkzaamheden door Waternet uitgevoerd. Omdat het leidingstelsel van Waternet onlangs vernieuwd is zijn daaraan geen werkzaamheden nodig. De andere partijen dienen dus met de ligging in de ondergrond rekening te houden met de aanwezige riolering en drinkwaterleidingen. Warmtenet Het warmtenetwerk van Westpoort Warmte ligt nu aan de TT Vasumweg. Het aanleggen van een warmteleiding naar Molenwijk betekent dat het warmtenet vanaf de kruising met de Hardwareweg, via Kometensingel en het Kermispad naar Molenwijk gebracht moet worden. De verwachte doorlooptijd van het realiseren van deze warmteleiding is 2 jaar vanaf het schrijven van dit Buurt Uitvoerings Plan. In Molenwijk zal een warmtestation gerealiseerd moeten worden, evenals 4 warmteoverdrachtsstations (WOS) en 1 indirect warmteafleverstation (IWAS) om de warmte in de wijk te distribueren. De capaciteit van het warmtenet is voldoende voor het aansluiten van alle woningen en andere gebouwen in Molenwijk. Het aantal van 4 warmteoverdrachtsstations is nodig als alle gebouwen in de wijk worden aangesloten. Om tijdig woningen aan te sluiten zal gewerkt worden met een Tijdelijke Warmte Centrale (TWC) totdat de primaire leiding naar en in de Molenwijk gerealiseerd is.
Uitgangspunt is om zo kort mogelijk van de TWC gebruik te maken. De TWC zal gestookt worden op aardgas totdat de realisatie van de hoofdwarmteleiding gerealiseerd is en Molenwijk aan het stadswarmtenet gekoppeld is. Door het
7
gebruik van een TWC kunnen de werkzaamheden aan de flats zonder vertraging worden uitgevoerd en worden alle werkzaamheden in 1 arbeidsgang uitgevoerd. Dit zorgt ervoor dat de bewoners niet meerdere malen in de komende jaren gesteld worden voor werkzaamheden in en aan hun woning.
Stadswarmte kaart – afkomstig van: https://maps.amsterdam.nl/stadswarmtekoude/?LANG=nl
1.4 Partijen In de Molenwijk zijn de volgende (zakelijke) partijen actief: - de Alliantie - Eigen Haard - Gemeente Amsterdam - Liander - Waternet (klein werk) - Westpoort Warmte vertegenwoordigd door Vattenfall - Pensioenfonds Stork (eigenaar winkelcentrum Molenwijk) - !Woon (als adviseur, niet als eigenaar van assets / vastgoed) - Buurkracht (als adviseur, niet als eigenaar van assets / vastgoed) De Molenwijk telt 7 VvE’s: Tjasker, Spinnekop, Bergmolen, Petmolen, Wipmolen, Standerdmolen en Torenmolen. De Alliantie is als grooteigenaar lid van de VvE’s Bergmolen, Petmolen, Spinnekop, Tjasker en Torenmolen. Eigen Haard is als groot eigenaar lid van de VvE’s Standerdmolen en Wipmolen. Verder zijn er een aantal bedrijven en maatschappelijke instellingen in de Molenwijk: - Scholen - Kinderdagverblijf - Apotheek - Bibliotheek 8
-
Winkels in en bij winkelcentrum Molenwijk Huurders plinten flats Framer Framed, etc Kinderboerderij Molenwijkkamer Servicepunt van de Alliantie
Deze bedrijven en maatschappelijke instellingen hebben niet actief deelgenomen aan overleggen over de totstandkoming van het Buurtuitvoeringsplan. Met deze partijen wordt in de komende periode 1-op-1 contact opgenomen om de situatie te bespreken en te onderzoeken wat de beste warmteoplossing in de toekomst zal zijn. Alle partijen zullen informatie ontvangen over de subsidiebijdrage die de Gemeente voor maatschappelijk vastgoed beschikbaar heeft. 2. Ambities en Kansen De opgave om de bestaande woningen in Molenwijk aardgasvrij te maken, maakt onderdeel uit van de ontwikkelwijkplannen en vloeit voort uit de doelstelling om de energetische kwaliteit van de woningen en de wijk in zijn geheel, te verbeteren. Daarmee beoogt deze opgave een forse reductie van CO2-uitstoot tot stand te brengen. Streven is dat alle huur- en koopwoningen in Molenwijk met ingang van 2022 in een periode van 10 jaar aardgasvrij gemaakt zijn. De overstap van gas naar warmte moet voor iedereen betaalbaar zijn. Dit geldt zowel voor de eigenaar als voor de bewoner van een woning of pand. Het begrip betaalbaarheid gaat niet over de energierekening maar over de totale woonlasten. De kosten voor verduurzaming en energiebesparende maatregelen worden nl. geheel of gedeeltelijk terugverdiend door een lagere energierekening.
In het coalitieakkoord ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’1 heeft het college ook gesteld dat de totale woonlasten voor huishoudens met lage en middeninkomens niet mogen stijgen als gevolg van de kosten van de energietransitie. Ongelijkheid mag door de transitie niet worden vergroot. 2.1 Ontwikkelwijkplannen In september 2020 is de Principenota ontwikkelwijk Molenwijk ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd. Onderdeel van de Principenota vormt een hoofdstuk over verduurzaming, waar naast andere verduurzamingsthema’s ook ingegaan wordt op de gebiedsgerichte aanpak om de bestaande woningen in Molenwijk aardgasvrij te maken. Het buurtuitvoeringsplan Molenwijk aardgasvrij kan dan ook als deeluitwerking beschouwd worden van de Principenota ontwikkelwijk Molenwijk. Voor verdere informatie over de bredere plannen voor de buurt wordt verwezen naar https://www.amsterdam.nl/projecten/molenwijk/ 2.2 Plannen bestaande woningen Woningcorporaties De flats in de Molenwijk zijn ruim 50 jaar oud. De woningcorporaties hebben plannen om hun bezit klaar te maken voor de komende decennia. Daarin zijn verduurzamen, isoleren en ventileren belangrijke pijlers. De verschillende VvE’s zijn bezig met het opstellen en/of uitbreiden van een MJOP. Ook in en aan de openbare ruimte en nutsvoorzieningen zijn werkzaamheden voorzien.
In de afgelopen 5 jaar is (al) een deel van de benodigde werkzaamheden uitgevoerd. Een ander deel staat gepland voor de komende 5-10 jaar. 1
www https://assets.amsterdam.nl/publish/pages/946508/coalitieakkoord_amsterdam_20182022_2.pdf
9
De Alliantie De Alliantie gaat 5 flats in bewoonde staat verduurzamen en verbeteren. De afgelopen jaren heeft de Alliantie veelvuldig overleg gehad met haar huurdersvertegenwoordiging. Het verduurzamen en verbeteren is een vijf sporen plan: 1. Wegwerken van achterstallig onderhoud (zoals bijvoorbeeld het re-linen van de standleiding, schilderwerk, etc.); Brandveiligheid op woningniveau naar huidige eisen brengen. 2. Isoleren van de woningvullende puien aan de voor en achterzijde van de woning, door draaiende delen, beglazing en borstweringen te vervangen en de bestaande kozijnen luchtdicht te maken; 3. Ventileren door middel van een WTW, omdat dat een aanzienlijke besparing oplevert, naast het isoleren; 4. Het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid door de gebouw entree’s, bergingen en plint aan te pakken met kleur, licht en doorzicht; 5. Aardgasvrij worden door middel van aansluiten op een stadswarmtenet, overstappen op elektrisch koken en zodoende alle werkzaamheden in 1x uitvoeren. De Alliantie koopt het verschil tussen het jaarlijks vastrecht warmte en vastrecht gas af conform afspraken daarover met haar huurdersvertegenwoordiging.
Omdat de Alliantie 70% van de te verwachten besparing op de energienota als huurverhoging doorberekent aan de huurders, krijgt de gemiddelde huurder een toekomstbestendig, comfortabele en aardgasvrije woning zonder dat het ze extra geld kost. De Alliantie is sinds 2018 in gesprek met een vertegenwoordiging van de huurders over het verduurzamings- en verbeterplan. Ten tijde van het schrijven van dit Buurtuitvoeringsplan (eind 2021) voeren de Alliantie en de huurdersvertegenwoordiging gesprekken over het technisch plan en in het verlengde daarvan het sociaal plan. De Alliantie volgt daarmee de kaderafspraken van gekwalificeerd advies, aanpassing van technisch en sociaal plan en tot slot de draagvlakmeting onder alle huurders. Onderstaande planning van start werkzaamheden is onder voorbehoud draagvlakmeeting en -verkrijging (70% instemming door huurders met de voorgenomen plannen). Planning (aanvang - looptijd per flatgebouw circa 6 maanden): Handmolen (80 appartementen) 3e kwartaal 2022 Rosmolen (80 appartementen) 1e kwartaal 2023 Paltrok (80 appartementen) 1e kwartaal 2023 Schipmolen (80 appartementen) 3e kwartaal 2023 Watermolen (80 appartementen) 3e kwartaal 2023 Eigen Haard Woningcorporatie Eigen Haard wil de Stellingwegflat, Bovenkruier en Grondzeiler klaar maken voor de toekomst. Dit betekent dat de Stellingwegflat wordt gerenoveerd.
De werkzaamheden zijn gestart in het najaar van 2021. De flats Bovenkruier en Grondzeiler worden ook duurzamer gemaakt en volgen na het renoveren van de Stellingwegflat. Eigen Haard heeft een voorstel met daarin alle verbeteringen gemaakt, de overstap naar stadswarmte is daar onderdeel van, zonder dat de zittende/terugkerende huurder daardoor hogere kosten heeft. Bewoners hebben dit voorstel ontvangen. Om deze flats te kunnen verbeteren is 70% instemming van de bewoners nodig. De Stellingwegflat wordt gerenoveerd en er komen nieuwe woningen bij door middel van nieuwbouw. 10
Planning (aanvang): Stellingwegflat (renovatie 160 appartementen) 4e kwartaal 2021 – 4e kwartaal 2022 Bovenkruier (80 appartementen) 1e kwartaal 2022 Grondzeiler (80 appartementen) 3e kwartaal 2023 Stellingwegflat (nieuwbouw 60 appartementen) 1e kwartaal 2024 Verenigingen van eigenaren (VvE’s) Onder leiding van Buurkracht onderzoeken de VvE’s gezamenlijk de noodzaak en de mogelijkheden om in de toekomst over te stappen op een alternatief voor aardgas. De plannen van zowel de Alliantie als Eigen Haard en het daarbij behorende kostenplaatje worden hierbij meegenomen. Daarnaast heeft de gemeente een kostenvergelijking van de verschillende alternatieven opgesteld, inclusief de huidige warmtevoorziening aanhouden. Ook is gekeken naar de mogelijkheden voor het verkrijgen van subsidie, financiering en het betrekken van medebewoners. De uitkomsten worden opgenomen in een Buurtplan dat gedeeld wordt met de achterban (alle woningeigenaren). Een klein aantal VvE’s is inmiddels bezig met het nemen van stappen om het MJOP te verduurzamen. Bij VvE Tjasker zijn eerder dit jaar – noodgedwongen - de rookafvoergaskanalen vernieuwd. Deze forse investering door de VvE en het noodzakelijk vervangen van een aantal cvketels door individuele particuliere eigenaren in deze flat, heeft tot gevolg dat voor VvE Tjasker het overstappen op een alternatief voor aardgas op de korte termijn niet reëel lijkt.
De VvE’s hebben de afgelopen 3 jaar grote stappen gemaakt in kennis over aardgasvrij, de samenhang met hun (D)MJOP en het besluitvormingstraject wat er voor hen ligt. Tegelijkertijd is duidelijk geworden dat het uitwerken van een integraal voorstel van onderhoud en aardgasvrij worden én het ter besluitvorming brengen van zo’n voorstel in de ALV nog verdere begeleiding behoeft. 2.3 Geplande werkzaamheden openbare ruimte In 2016 zijn de noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden aan (met name) de fietspaden verricht. In 2021 is noodzakelijk onderhoud aan de asfaltvoetpaden uitgevoerd. In de komende jaren zal op verschillende plekken en momenten gewerkt worden aan de openbare ruimte. In de Projectnota ontwikkelwijk Molenwijk zijn een groot aantal werkzaamheden voorzien. 2.4 Geplande werkzaamheden drinkwater, riool, gas en elektranetwerk Waternet heeft momenteel geen opgave voor afvalwater liggen in Molenwijk. Recent zijn alle leidingen vernieuwd in de Molenwijk. Er is dus geen groot werk te verwachten voor Waternet. Afhankelijk van de werkzaamheden van andere kabel en leidingbedrijven of de gemeente kan er volgwerk zijn zoals het ophogen van putten, vervangen van afsluiters of vernieuwen van huisaansluitingen. Voor Waternet vallen deze werkzaamheden onder zogenaamd klein werk, De financiering van deze werkzaamheden zal vanuit de onderhoudsbegroting uitgevoerd worden.
De andere partijen dienen dus met de ligging in de ondergrond rekening te houden met de aanwezige riolering en drinkwaterleidingen. Als Waternet een leiding moet wijzigen dan zullen de kosten daarvoor door de veroorzaker betaald moeten worden. Een goed ontwerp van de ondergrond is voor Waternet zeer belangrijk.
11
De werkzaamheden van Liander Gas zijn volgend op andere werkzaamheden in de ondergrond. Deze werkzaamheden hebben betrekking op het vervangen van grondroeringsgevoelige gasleidingen, verwijderen van aansluitleidingen naar de woningen en het verwijderen van (delen) van het hoofdgasnet omdat leidingen uitgefaseerd kunnen worden. Het verwijderen van (delen) van het hoofdnet gebeurt pas nadat deelbuurten volledig op warmte zijn aangesloten. Voor het elektriciteitsnet maakt Liander een toekomstvast netontwerp waarin rekening wordt gehouden met de aanvullende vraag naar elektriciteit door elektrisch koken, elektrisch vervoer, zonnepanelen en waarin een reservering wordt opgenomen voor een andere warmtevoorziening dan het stadswarmtenet (de zogenoemde op-out van het voorkeursalternatief). 2.5 Fasering We willen in Molenwijk zo veel mogelijk gebruik maken van natuurlijke momenten. Dat wil zeggen dat we de overstap naar een andere warmteoplossing willen laten gebeuren als bijvoorbeeld de CV’s in een flat aan het eind van hun levensduur zijn. Of als er in een flat grootschalige onderhoudswerkzaamheden plaatsvinden. Door het op deze manier aan te pakken, beperken we zoveel mogelijk de overlast voor bewoners en we voorkomen desinvesteringen. Tegelijkertijd vallen niet alle natuurlijke momenten op het meest logische moment in de tijd.
Zo is het niet mogelijk om de CV installatie al te verwijderen voordat er een ander werkend warmtesysteem is aangelegd. We definiëren op basis van deze uitgangspunten de volgende fasering:
2.5.1 Fase I 2022 - 2026 In de eerste fase zullen (onder voorbehoud van 70% instemming door de huurders) de volgende flats aardgasvrij worden: Stellingwegflat, Grondzeiler, Bovenkruier, Handmolen, Paltrok, Schipmolen, Rosmolen en Watermolen. De werkzaamheden aan deze flats staan gepland binnen de periode 2022 – 2026. Het betreft in totaal 720 appartementen. Deze woningen zullen eerst worden aangesloten op een tijdelijke warmtevoorziening in de wijk. In dezelfde periode zal Vattenfall het hoofdnet aanleggen vanaf bestaand warmtenet naar Molenwijk. Naar verwachting is de aansluiting van Molenwijk op het hoofdnet eind 2023 gerealiseerd. Op het moment van schrijven wordt door Liander onderzocht of de zogenaamde ‘stijgleidingen’ voldoen voor de overstap naar elektrisch koken. In deze eerste fase zorgt de overstap naar elektrisch koken er niet voor dat Liander aanpassingen hoeft te doen in het zogenaamde laagspanningsnet, dit zijn de kabels buiten in de openbare ruimte. Wel zal in het werk de modernisering van een bestaande middenspanningsruimte worden meegenomen. Liander zal voor de TWC zal een grootverbruik-aansluiting voor zowel elektra als gas moeten realiseren wanneer deze door Vattenfall aangevraagd is. Liander spant zich in om de werkzaamheden tijdig uit te voeren.
De komende maanden zal door alle partijen in de technische werkgroep keihard worden gewerkt om tijdig tot het aansluiten van de woningen te komen, wetende dat het gaat om een zeer scherpe planning. Tot slot, gasaansluitingen worden pas verwijderd na in werking stelling van de warmteaansluiting en de aansluiting voor elektrisch koken. 2.5.2 Fase II 2025 en verder De Alliantie heeft geen actuele plannen voor Walmolen. Deze flat is in 2012 volledig gerenoveerd. De Alliantie is voornemens voor Walmolen een plan te maken hoe over te stappen op stadswarmte wanneer de levensduur van de huidige CV ketels op zijn eind loopt.
12
De VvE’s bepalen zelf wanneer zij aardgasvrij willen worden én naar welk alternatief voor aardgas zij overstappen. Van invloed op dat besluit zijn onder andere (en niet uitsluitend) geplande werkzaamheden aan het pand, een aanbod van energieleveranciers. Aangezien de VvE’s bij het schrijven van dit buurtuitvoeringsplan volop bezig zijn met het maken van plannen voor hun flat(s) en zij het getrapte besluitvormingstraject (Algemene Ledenvergadering conform statuten van de desbetreffende VvE, nadat de corporatie 70% instemming op de voorgenomen plannen heeft opgehaald bij haar huurders) nog moeten doorlopen, houden we er rekening mee dat de VvE’s na 2026, in fase II de overstap naar een andere warmtevoorziening zullen maken. Tijdens Fase 1 zullen de VvE’s verder werken aan hun plannen, en kunnen daar waar wenselijk en/of nodig ondersteuning voor ontvangen van de gemeente. Mocht het wenselijk en haalbaar zijn, dan kunnen de VvE’s natuurlijk ook in Fase I (2022-2026) de stap maken naar aardgasvrij. Zie daarvoor ook paragraaf 5.5, 2e bullit. Bij de overstap van de gehele Molenwijk (dus fase I én fase II) naar een warmtenet en elektrisch koken zijn meerdere verzwaringen aan het elektriciteitsnet nodig.
Dit omvat de verzwaring van transformatoren in de zogenaamde middenspanningsruimtes, als ook verzwaren van de laagspanningskabels in de openbare ruimte en het bijplaatsen van extra middenspanningsruimtes om aan de toekomstige vermogensvraag van elektriciteit te voldoen. Deze opgave wordt meegenomen in de uitwerking van de technische werkgroep om tot een voorlopig en daarna definitief ontwerp voor Molenwijk te komen. Liander zal afhankelijk van het tempo en volgorde het resterende deel van de gasaansluitingen en het gasnet op de natuurlijke momenten verwijderen, waarbij dit vanuit een maatschappelijke kostenoogpunt gecombineerd moet worden met andere werkzaamheden in de ondergrond.
3. Voorkeursscenario warmte 3.1 Vergelijking alternatieven In de afgelopen 3 jaar zijn verschillende warmtealternatieven voor Molenwijk de revue gepasseerd. Hieronder volgt een verslag van de alternatieven en de overwegingen van de zakelijke partijen om een alternatief niet/wel verder te onderzoeken. Ook wordt beschreven hoe de keus voor stadswarmte tot stand is gekomen. Voor Molenwijk zijn in de beginfase (2019) verschillende warmteoplossingen apart van elkaar onderzocht. Er bestond op dat moment nog geen, door alle partijen onderschreven, methodiek voor vergelijking van verschillende warmteoplossingen op kosten en co2-reductie. De volgende alternatieve warmteopties zijn doorgerekend: 1. collectieve aansluiting op restwarmte (HT of MT) 2. individuele combiwarmtepompen (MT of LT) 3. collectief warmtepompsysteem (MT of LT) 4. collectief aansluiten op lokaal bronnennetwerk; warmte uit oppervlaktewater 5. (TEO thermische energie oppervlaktewater) (MT of LT) Daarbij zijn de volgende criteria gehanteerd: 1. Laagste maatschappelijke kosten en betaalbaarheid: investeringen en kosten voor de eindgebruiker; 2. Duurzaam: de mate van CO2 reductie 13
3. Mate van flexibiliteit en faseerbaarheid (Molenwijk wordt niet in 1x aangesloten) 4. Comfort en robuustheid (voldoende en hoeveelheid warm tapwater, geen last van installatiegeluid, behaaglijk/mogelijkheid tot koelen) 5. Innovatief Naast het door de partijen verrichte onderzoek naar aansluiten van woningen op een midden temperatuur warmtenet, heeft Firan in 2019 op verzoek van de woningcorporaties oriënterend onderzoek gedaan naar de technische haalbaarheid en kosten van een laagtemperatuur warmtesysteem, waarbij warmte uit oppervlaktewater zou worden benut voor de verwarming van de woningen. Dit alternatief is om verschillende redenen niet verder onderzocht: het bleek te kostvaar vanwege 1. de daarvoor benodigde investeringen aan isolatie- en ventilatiemaatregelen aan de woningen en 2. De aanleg van 2 elkaar versterkende warmtesystemen omdat er onvoldoende oppervlaktewater in de omgeving is om te kunnen voldoen aan de warmtevraag van de hele Molenwijk. Tenslotte bleken ook de juridische aspecten van de exploitatie van een laagtemperatuur warmtesysteem zeer complex. Dit heeft geleid tot het inzicht dat voor elk/veel van de warmtealternatieven revitalisatie van de panden inclusief schilverbetering nodig is. Als daartoe besloten wordt, kunnen die woningen met middentemperatuur (70 graden Celsius) uit de voeten ten behoeve van tapwater én ruimteverwarming.
In november 2019 heeft de Regiegroep Molenwijk Aardgasvrij afgesproken dat een temperatuursregime van 70 graden (aanvoertemperatuur) de voor de hand liggende optie is. Uit de gesprekken over aquathermie bleek dat dit qua potentieel plus minus 50% van het aantal woningen in Molenwijk te kunnen voorzien van warmte. Er is naast aquathermie dus een aanvullend warmtenet om te kunnen voorzien in de totale warmtevraag. Het aanleggen van zo’n gecombineerd warmtenet van stadswarmte en aquathermie is duurder dan het aanleggen van alleen een stadswarmtenet. Hiermee werd duidelijk dat het stadswarmtenet het warmtealternatief is wat voor Molenwijk verder wordt uitgewerkt. Gaandeweg de gesprekken over de warmtealternatieven heeft de gemeente de Transitievisie Warmte vastgesteld. Omdat je tijdens het spel de spelregels niet wijzigt, zijn we in Molenwijk doorgegaan met het proces van verkennen en gesprekken voeren over wat het beste warmtealternatief voor Molenwijk is. De Transitievisie Warmte is niet leidend geweest in de keuze voor het voorkeursalternatief. Dat uit de Transitievisie Warmte hetzelfde voorkeursalternatief komt als uit de gesprekken tussen de partijen in de wijk, is een bekrachtiging voor het voorkeursalternatief voor Molenwijk: stadswarmte met een aanvoertemperatuur van 70 graden.
De woningen die voldoende geïsoleerd zijn om op 70 graden beleverd te kunnen worden, kunnen in de toekomst mogelijk (deels) gevoed worden via aquathermie van het oppervlaktewater om de Molenwijk. Om dit mogelijk te maken zullen de woningen eerst aangesloten worden op het warmtenet waarna aquathermie als bron later toegevoegd kan worden. Momenteel wordt onderzocht wat dit betekent qua techniek, duurzaamheid en investering. Tijdens de realisatie van het warmtenet wordt ervoor gezorgd dat aquathermie in de toekomst (technisch) mogelijk blijft. Aansluiten op een collectief warmtenet betekent dat de woningen verwarmd worden met restwarmte van het Afval Energiebedrijf AEB) in Westpoort en voorzien worden van een individuele of collectieve afleverset. Het AEB rapporteert jaarlijks over de CO2-uitstoot. In
14
vergelijking met een HR-gasketel levert het gebruik van restwarmte een vermindering van de CO2-uitstoot met ongeveer 63%2. Vattenfall heeft zich als 50% eigenaar van WPW verplicht tot verdere verduurzaming van de warmtebron. Stapsgewijs zal worden toegewerkt naar CO2-vrije warmte in 2040 door gebruik te maken van een mix van bronnen uit o.a. biomassa, geothermie, oppervlakte- en afvalwater, restwarmte van datacenters etc. Leveringszekerheid is daarbij essentieel. In bijlage I is het warmte etiket 2020 Vattenfall opgenomen. Dit warmte etiket geeft inzicht in de warmtebronnen, milieueffecten en prestaties van de warmtenetten in eigendom van Vattenfall in meerdere steden. 3.2 Ontwikkelstrategie Om de woningen tijdig aan te sluiten zal gebruik gemaakt worden van een TWC, een Tijdelijke Warmte Centrale in de buurt. Dit is een voorziening die geplaatst wordt bij de woningen om warmte op te wekken en van waaruit de warmteleidingen de woningen binnen gaan. Dit is nodig omdat er vanaf het bestaande warmtenet een transportleiding naar de Molenwijk aangelegd moet worden. Vanwege enkele kruisingen en de benodigde vergunningen zal de realisatie hiervan 1,5 tot 2 jaar duren. Parallel hieraan zal het warmtenet in de buurt aangelegd worden. Om overlast en kosten te besparen zullen er zoveel mogelijk werkzaamheden gecombineerd worden met de andere partijen.
De verwachting is dat uiterlijk binnen 2 jaar het gehele warmtenet aangelegd is. Wanneer het warmtenet gereed is zal de TWC en mogelijke overbodige leidingen verwijderd worden. De hoofdleiding naar Molenwijk wordt voldoende groot geëngineerd om ook de wijken die langs dit hoofdnet liggen in de toekomst aan te kunnen sluiten. Dit is overeenkomstig de voorkeursalternatieven in de Transitievisie Warmte voor Tuindorp Oostzaan West, Tuindorp Oostzaan Oost en Circus/Kermisbuurt. Alle partijen focussen op het realiseren van een zo hoog mogelijk percentage aansluitingen op de collectieve warmteoplossing en een volledige wijkaanpak. Dit betekent onder andere dat we geen tweede fysiek warmtenet toestaan in de wijk. Het overgrote deel van de eigenaren baseert zijn keuze om te kiezen voor de collectieve warmteoplossing op het uiteindelijke aanbod van de warmteleverancier. Daarom is het zaak om aan alle gebouweigenaren te laten zien dat ze met de collectieve warmteoplossing ‘het beste af zijn’, zowel financieel als qua ontzorging. Om de keuzevrijheid van eigenaren te respecteren, is besloten dat alle particuliere eigenaren die hun bezit aardgasvrij maken in de afgesproken periode een gebiedsgerichte subsidie kunnen aanvragen, ongeacht hun techniekkeuze.
Hierdoor wordt het gesprek met de particuliere eigenaren in Molenwijk niet belast met een dwingende prikkel in de richting van de collectieve oplossing. En wordt de uiteindelijke keuze voor het aansluiten op de collectieve warmteoplossing ook echt een keuze op basis van het aanbod. Zo komt de wijkgerichte aanpak tot stand. 3.3 Technische aspecten De voorbereiding van de aanleg van het warmtenet en het moment van aansluiten van verschillende woningcomplexen is een puzzel waar veel (uitvoerende) partijen bij betrokken zijn. De regie op dit proces ligt bij de Gemeente en is in lijn met de WIOR-procedure.
2
https://www.vattenfall.nl/media/consumenten/producten/stadsverwarming/co2-rapporten/vattenfallstadswarmte-etiket-2020.pdf
15
Daarbij is de inzet om te streven naar kostenbesparing en het zoveel mogelijk beperken van de overlast voor bewoners door werk met werk te maken en planningen in een vroegtijdig stadium met elkaar te delen. Ontwikkelwijkplannen Op verschillende momenten in de tijd en op verschillende locaties in de wijk worden plannen uitgevoerd die voortvloeien uit de ontwikkelwijkplannen voor Molenwijk. Zie voor meer toelichting de Principenota Verkenning van kansen in Molenwijk, d.d. 23 september 2020. Er wordt nog gewerkt aan de verdere uitwerking en tijdsplanning van deze ontwikkelwijkplannen. Wenstracé warmteleidingen en locatie warmteoverdrachtstations De temperatuur van het primaire warmtenet is hoger dan 90 graden. Het warmtenet geeft de mogelijkheid om woningen in en buiten Molenwijk die minder goed geïsoleerd zijn ook te voorzien van comfortabele warmte. Bij voldoende geïsoleerde woningen wordt het mogelijk – en dit heeft ook de voorkeur- om op 70 graden aanvoer en 40 graden retour warmte te leveren. Dit maakt het mogelijk om meer duurzame bronnen toe te voegen. In Molenwijk zijn de plannen van de woningcorporaties gericht op het verduurzamen en isoleren van de woningen. De flats uit fase I zullen worden verwarmd door middel van warmte met 70 graden aanvoer en 40 graden retour.
Er is een technisch overleg gestart voor het bepalen van het wenstracé voor de warmteleidingen en de globale locatie van 1 warmtestation, 4 warmteoverdrachtstation (WOS) en 1 indirect warmteafleverstation (IWAS) verdeeld over de buurt. Een WOS is een verdeelstation waarmee de druk en temperatuur van de warmte naar de woningen wordt geregeld. Op 1 WOS kunnen ongeveer 350 woningen worden aangesloten. Een WOS meet ongeveer 3 x 5 meter. Het gemeentelijk beleid is om de warmteoverdrachtstations in te passen in de gebouwen. Plaatsing van de stations als losse objecten in de openbare ruimte moet zoveel mogelijk vermeden worden. De Alliantie wenst geen WOS en/of leidingen onder of naast de garages vanwege toekomstige herontwikkelingsplannen. Het definitieve tracé en de precieze locatiebepaling van de WOS-en wordt in het technisch overleg voorbereid en afgestemd met alle partijen. De bewoners van Molenwijk worden vanzelfsprekend betrokken in dit proces. De kaart toont het voorlopige wenstracé van het hoofdwarmtenet en de globale locaties van de tijdelijke warmtecentrale (TWC), de 4 warmteoverdrachtstations en 1 IWAS. Eerste gesprekken in de technische werkgroep maken duidelijk dat dit tracé zeker nog wordt aangepast naar aanleiding.
Zoals de plannen er nu uitzien, wordt het warmtenet in meerdere stappen aangelegd en is mede afhankelijk van de fasering en het tempo waarmee panden worden aangesloten op het warmtenet. Dit alles wordt verder uitgewerkt in de technische werkgroep naar een definitief ontwerp.
16
Conceptvoorstel wenstracé warmtenet en globale locatie TWC, WOS-en en IWAS rode en (zwarte rechthoeken, situatie november ‘21)
Aanpassingen gasnet De werkzaamheden van Liander Gas zijn volgend op andere werkzaamheden in de ondergrond. De tracékeuze voor het warmtenet wordt zo gedaan dat zo min mogelijk roeringsgevoelige leidingen vervangen hoeven worden en de kosten voor Liander daardoor beperkt blijven. Liander maakt een indicatie van de desinvesteringen die gemoeid zijn met de aanleg van het hoofdwarmtetracé. Deze indicatie kan gegeven worden als de wenstracéprocedure doorlopen wordt. Tijdens het schrijven van dit Buurt Uitvoerings Plan loopt de wenstracéprocedure. In de technische, project- en regiegroep Molenwijk Aardgasvrij houden we zicht op dit proces en zullen we, daar waar nodig, aanvullende afspraken maken over de desinvesteringen voor het vervangen van grijsgietijzeren gasleidingen. Daar waar gasaansluitleidingen verwijderd kunnen worden omdat complexen op warmte zijn aangesloten, zal dit gebeuren. De kosten die Liander hiervoor bij de woningeigenaar in rekening brengt, wordt 100% gecompenseerd via de subsidiebijdrage. Aanpassingen aan het elektriciteitsnet Zoals eerder al gemeld zullen in Fase I de nodige aanpassingen gedaan worden aan het elektriciteitsnet.
De aanpassingen zijn onder te verdelen in twee categorieën, namelijk enerzijds de aanpassingen van de elektriciteitsmeters in de woningen of de inpandige leidingen naar de aansluiting toe, en anderzijds in de wijk de aanpassingen in het laagspanningsnet en de zogenaamde middenspanningsruimtes. 17
Zoals beschreven in paragraaf 2.5.1 zijn er geen aanpassingen nodig in het laagspanningsnet voor de woningen die in fase I overstappen naar elektrisch koken. De overgang van de gehele Molenwijk zorgt er voor dat Liander op een aantal delen het laagspanningsnet moet verzwaren. Dit traject is inmiddels opgestart en uitvoering hiervan zal volgen met de overige werkzaamheden in de Molenwijk. Daarbij is vanzelfsprekend de intentie om de uitvoeringsplanningen van alle partijen op elkaar aan te laten sluiten. Dit wordt verder uitgewerkt in de technische werkgroep. De transformatoren in de middenspanningsruimtes hebben voldoende beschikbaar vermogen met de overstap naar elektrisch koken van de eerste woningen. Deze zogenaamde middenspanningsruimtes zijn op dit moment inpandig gehuisvest en hier zal met De Alliantie en Eigen Haard gekeken moeten worden naar de locatie en toekomstige bestemming. CO2 besparing Het gemiddelde gasverbruik in Molenwijk is ca 1300 m3 per appartement (cijfers AFWC) of ca 1100 m3 per appartement (Kengetal gebruikt in TVW voor woningen uit de jaren 70)3. De CO2 uitstoot per m3 gas is 1,89 kg.4 Afhankelijk van de gehanteerde bronnen ligt de CO2 uitstoot op 2100 à 2500 kg CO2 per appartement per jaar.
Met de overstap naar stadswarmte inclusief de aanleg van de hoofdleiding naar Molenwijk toe is een besparing van 63% gemoeid.5 Dat is een besparing van 1300 à 1500 kg per appartement. In fase I worden er 720 appartementen aardgasvrij wat resulteert in een besparing van tussen de 900 en 1100 ton CO2 per jaar.
4. Participatie en communicatie 4.1 Overzicht participatie en communicatie activiteiten Aardgasvrij worden is sinds 2019 een actueel onderwerp van gesprek met en in communicatie uitingen aan de bewoners van Molenwijk. Aardgasvrij worden is onderdeel van de Principenota Ontwikkelbuurt Molenwijk en de daarmee samenhangende participatie- en communicatiemomenten. Er zijn informatiemomenten georganiseerd voor de hele buurt waarbij bewoners is uitgelegd wat de plannen zijn voor het aardgasvrij maken van Molenwijk en wat dat voor hen als bewoner betekent. Op verschillende momenten heeft de gemeente samen met relevante partners en een elektrische bus bij het winkelcentrum gestaan, om bewoners te woord te staan en hun vragen te beantwoorden. Ook zijn er diverse artikelen in nieuwsbrieven gepubliceerd en is er een themakrant over energie verspreid in de wijk. Gemeente De gemeente heeft de afgelopen 3 jaar met name de brede communicatie naar alle bewoners van Molenwijk verzorgd door onder andere nieuwsbrieven met daarin updates van het proces om te komen tot een aardgasvrije oplossing voor Molenwijk, alsook met updates over werkzaamheden. Onderdeel van deze brede communicatie is de Buurtpagina Molenwijk op www.amsterdam.nl/aardgasvrij met (video)content. Ook is er in samenwerking met de woningcorporaties en Buurkracht een wijkbrede thema krant gemaakt en zijn er naar aanleiding
3
Zie Transitievisie Warmte, p88, maar ook https://allecijfers.nl/buurt/molenwijk-amsterdam/#gaselektriciteit 4 Zie Transitievisie Warmte, p 86 5 Zie bijlage I
18
van die themakrant informatie en vraagmomenten georganiseerd nabij het winkelcentrum Molenwijk. Voor woningeigenaren en VvE besturen hebben we de begeleiding van Buurkracht ingeroepen in het uitzoeken wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn om aardgasvrij te worden. Verenigingen van eigenaren (VvEs) Sinds 2019 zijn de VvE besturen en de gemeente in gesprek over wat de VvE’s nodig hebben om een plan te kunnen maken om aardgasvrij te worden. Vanaf begin 2020 begeleid en ondersteunt Buurkracht de VvE’s. Er is een meedenkteam gevormd van particuliere eigenaren. Alle VvE’s zijn daarbij uitgenodigd. In (tot nu toe) 20 bijeenkomsten (fysiek en online) hebben de leden van het meedenkteam onderling gesprekken gevoerd, informatie verzameld, kennis gedeeld etc. Ook is er informatie uitgewisseld met o.a. de gemeente, de Alliantie, Eigen Haard, !Woon, Segon en Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties. Eind 2020 heeft er een terugkoppeling van de stand van zaken plaatsgevonden naar andere particuliere eigenaren d.m.v. update kaarten, huisaan-huis actie, posters, app en site. Eind 2021 legt het meedenkteam onder leiding van Buurkracht de laatste hand aan het Buurtplan Mogelijkheden aardgasvrij voor VvE’s. Daarmee rondt Buurkracht de inventarisatieronde af.
Buurkracht heeft tevens het belang van de VvE’s behartigd in de Participatie/Communicatie Werkgroep met de gemeente Amsterdam, corporaties en !Woon. de Alliantie De Alliantie is sinds 2018 in gesprek met haar bewoners- en projectcommissie onder andere door te informeren en trainen, het organiseren van excursies, wikken en wegen van warmteoplossingen. In 2021 heeft de Alliantie haar huurders geïnformeerd over de voorgenomen werkzaamheden aan de flats. Eind 2021 is de Alliantie conform kaderafspraken met de bewoners- en projectcommissie in gesprek over het technisch en sociaal plan. Daarna volgt een achterbanraadpleging, gekwalificeerd advies en draagvlagmeting. De Alliantie maakt een modelwoning gereed die voor alle bewoners van Molenwijk, huurders en eigenaren, te bezichtigen is. Ook zullen daar laagdrempelige activiteiten worden georganiseerd door de Alliantie, zoals kookworkshops en thema middagen rondom elektrisch koken (pannenkoekenbakmiddag voor de jeugd, stamppotmiddag, etc). Eigen Haard Eigen Haard heeft in 2021 haar huurders geïnformeerd over de voorgenomen werkzaamheden aan de flats. Voor de reeds lopende werkzaamheden aan de Stellingwegflat eerst voldoende draagvlak van de bewoners verkregen. Bij het schrijven van dit Buurt Uitvoerings Plan is Eigen Haard bezig met de draagvlakmeting voor de flats Grondzeiler en Bovenkruier.
Ook wordt er een modelwoning gereed gemaakt waar huurders uit de Bovenkruier en Grondzeiler kunnen komen kijken. Om overlast voor de naastgelegen bewoners te beperken, is deze woning alleen door de VvE besturen informatief te bezichtigen. Reacties op de voorgenomen plannen om aardgasvrij te worden In de gesprekken die alle partijen voeren met bewoners van Molenwijk, komende de volgende reacties en bezwaren tegen stadswarmte naar voren. We maken hierbij geen onderscheid tussen particuliere eigenaren en huurders. Bewoners hebben slechte ervaringen met de blokverwarming die voorheen in de flats aanwezig was. Men maakt zich vooral zorgen over de beperking in keuzevrijheid (want nog maar één leverancier), bijvoorbeeld wanneer de tarieven in de toekomst stijgen. Daarnaast denkt een deel dat gemeente, woningcorporaties en Vattenfall geheime 19
afspraken hebben gemaakt en dat het warmtenet wordt opgedrongen. Tot slot is er ook nog een deel dat stadswarmte niet ervaart als een schone energievoorziening omdat de warmte wordt opgewekt door middel van vuilverbranding en biomassa. 4.2 Participatie-communicatiewerkgroep Eind 2019 is een participatie- en communicatiewerkgroep opgestart met daarin participatie- en communicatie-medewerkers van alle partners en de aardgasvrijmedewerker van stichting !WOON. In het geval van de gemeente betekent dit dat er zowel een communicatieadviseur vanuit het programma Ontwikkelbuurten deelneemt als ook een communicatie- en participatieadviseur vanuit team Energietransitie Gebouwde Omgeving. Vanuit Buurkracht is er een participatieadviseur aangesloten. Sinds november 2021 neemt er ook een participatie medewerker van Vattenfall deel. Deze werkgroep is gestart met als doel alle communicatie en participatie in de Molenwijk met elkaar af te stemmen. De werkgroep komt eens in de 4 weken samen. De woningcorporaties informeren hun huurders over de ontwikkelingen en de gemeente informeert particuliere woningeigenaren en maatschappelijk vastgoed. Wanneer er informatie te delen is die de hele wijk betreft, dan trekken alle partijen gezamenlijk op in hun communicatie.
Alle partijen maken gezamenlijk een nieuw communicatie en participatieplan voor de komende periode van uitvoering van werkzaamheden aan de flats en aanleg van het warmtenet. In dat plan zal onder andere worden opgenomen hoe we communiceren en participeren met/over: • de komst en noodzaak van een tijdelijke warmtecentrale; • fasering, overlast en tijdsduur van de werkzaamheden; • duurzaamheid van het stadswarmtenet • veelgehoorde bezwaren tegen stadswarmte (zie vorige paragraaf); • VvE’s, particuliere eigenaren en maatschappelijk vastgoed om hen mee te krijgen in de collectieve oplossing met inachtneming van hun keuzevrijheid; • de bewoners aan de Stellingweg (vrijstaande woningen tegenover de Stellingflat) en bewoners van andere wijken die te maken krijgen met werkzaamheden en/of overlast van de aanleg van het stadswarmtenet.
5.
Bestedingsvoorstel
Dit hoofdstuk betreft alléén de proceskosten, investeringskosten en mogelijke dekkingsbronnen voor Fase I van het aardgasvrij maken van Molenwijk. Deze fase loopt van 2022 t/m 2026. In algemene zin geldt dat vastgoedeigenaren zelf substantieel bijdragen aan de kosten voor het aardgasvrij maken van de woning. Vastgoedeigenaren hebben een inspanningsverplichting om andere subsidies aan te vragen via verschillende regelingen van het rijk (bijvoorbeeld ISDE, SAH). Door de lange looptijd van het Buurtuitvoeringsplan Molenwijk bestaat het risico dat subsidies in de toekomst niet toereikend zijn of niet meer beschikbaar zijn. Daar staat tegenover dat meerkosten voor het aardgasvrij maken van woningen in de toekomst mogelijk lager zullen worden. Omdat er onzekerheid is over de toekomstige kosten en financieringsmogelijkheden voor het aardgasvrij maken van woningen, bestaat de kans dat niet kan worden voldaan aan de randvoorwaarde van betaalbaarheid van de warmtetransitie. Indien van deze situatie in de toekomst sprake zal zijn, zullen partijen zich beraden op de inspanningsverplichting die men met elkaar is aangegaan voor het aardgasvrij maken van woningen in Molenwijk. 20
De gemeente draagt mee in de meerkosten door middel van de gemeentelijke subsidiebijdrage aan vastgoedeigenaren. Onder meerkosten wordt verstaan alle kosten voor een aardgasvrije ruimteverwarmings- en tapwaterinstallatie en een aardgasvrije kookinstallatie minus een bedrag van 3750 euro per woning voor de vermeden kosten (over een periode van 30 jaar) voor onderhoud en vervanging van de cv-ketel. Op grond van de gemeentelijke subsidieregeling kunnen vastgoedeigenaren 50% van de meerkosten gesubsidieerd krijgen tot een maximumbedrag van € 5.000 euro per woning. De gebiedsgerichte subsidie van de gemeente Amsterdam kan gestapeld worden met andere subsidies. Wel moeten (professionele) vastgoedeigenaren alert zijn op het risico van staatssteun. Naast de gemeentelijke subsidiebijdrage zijn er nationale subsidieregelingen, zoals de ISDE en SAH. De Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE) is bedoeld voor particuliere eigenaren die energie willen besparen of verduurzamingsmaatregelen willen doorvoeren. Aansluiten op een warmtenet of de aanschaf van een warmtepomp vallen onder deze regeling. De regeling kent ook de mogelijkheid dat de VvE de aanvraag indient. De subsidie wordt achteraf aangevraagd. Dit geeft onzekerheid bij lange doorlooptijden van overgaan op een andere warmtevoorziening / aardgasvrij worden.
De Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) is toegankelijk voor woningcorporaties. De regeling dekt zowel de kosten voor de inpandige aanpassingen als de aansluitkosten op het warmtenet. De SAH kan vooraf worden aangevraagd waardoor er minder onzekerheid is bij lange doorlooptijden. Ten slotte biedt het Nationaal Warmtefonds voor VvE’s gunstige leningen aan voor het verduurzamen en aardgasvrij maken van woningen. 5.1 Proceskosten Alle partijen maken proceskosten voor overleg en participatie- en communicatieactiviteiten. Voor de gemeente komen daar ook de kosten voor de regietaak bij. Voor professionele partijen zoals de woningcorporaties, Liander, Waternet en Vattenfall worden deze proceskosten gedekt volgens de WAM-afspraken en het nieuwe WIOR-proces. De algemene uitgangspunten van de WAM-systematiek zijn6: - Alle citydeal partners bekostigen hun projectleiders vanuit hun eigen organisatie. - De gemeente neemt de kosten voor de organisatie van de algemene participatie voor zijn rekening, waaronder de projectleider !Woon. - De gemeente neemt de kosten voor de overall processturing voor haar rekening: inzet regisseur aardgasvrij tot en met de ontwerpfase. - Iedere partij die in de ondergrond werk heeft, neemt vanaf de ontwerpfase de proceskosten met betrekking tot gezamenlijk projectleider (inzet IB-ér) voor hun rekening.
Dit ter voorbereiding aanvraag van vergunning in kader WIOR (Definitief Tracéakkoord (DTA) en BLVC plan) - Eventuele onderzoekskosten voor bodemonderzoek etc. en kosten voor het opstellen van een BLVC-plan worden door de partijen die werkzaamheden in de ondergrond hebben, gezamenlijk gedragen
66
WAM staat voor de procesaanpak Wijken Aardgasvrij Maken. In bijlage II is schematisch weergegeven hoe de WAM-systematiek eruitziet
21
VvE’s krijgen begeleidings- en adviesfaciliteiten van de gemeente aangeboden. De praktijk leert dat het belangrijk is om, al dan niet met deskundige begeleiding, een stappenplan te doorlopen om tot een keuze voor verduurzaming van de woning(en) en voor een warmteoplossing te komen en tot daadwerkelijke uitvoering over te gaan. 5.2 Investeringskosten Fase I De kosten die met de ontwikkelingen in Fase I samenhangen, worden in dit hoofdstuk uitgewerkt. Dit betreft de raming van de totale meerkosten om 5 flats van de Alliantie en 3 flats van Eigen Haard aan te sluiten op het warmtenet. De corporaties sluiten afzonderlijk een contract met het warmtebedrijf voor de huurwoningen. Voor de koppeling van het warmtenet aan de woning zal door de corporaties en Vattenfall gezamenlijk een aparte partij worden gecontracteerd zodat werkzaamheden gecombineerd worden uitgevoerd. In deze kosten zit nadrukkelijk niet de kosten voor de (gedeelde) infrastructuur voor fase II. In deze berekening van de investeringskosten is uitgegaan van periode van 30 jaar om posten van vergelijkbare tijdsduur te hanteren.
Business Case per woning inclusief BTW Kosten €5808 €1846 €1755 €1095 €2166 €686 €4452
Bijdrage aansluitkosten (BAK) Verwijderen gasgerelateerde voorzieningen Installatie en elektra voorzieningen Kookvoorzieningen Bouwkundige voorzieningen Post onvoorzien (10%) Afkopen vastrecht warmte Vermeden CV kosten SAH subsidie Totaal Onrendabele top
€17808 €11116
Baten
€3750 €2942 €6692
In het bestedingsvoorstel wordt ervan uitgegaan dat er in Fase I geen VvE’s hun flat aardgasvrij maken door middel van een collectieve/individuele warmteoplossing en daarvoor een subsidiebijdrage bij de gemeente aanvragen. Hiervoor wordt ook geen bedrag opgenomen. Er worden in Fase I geen maatschappelijke voorzieningen aardgasvrij gemaakt. Hiervoor wordt geen bedrag opgenomen. Indien binnen de looptijd van fase I er concrete plannen worden gemaakt en vastgesteld door VvE’s en/of maatschappelijk vastgoed, dan kan fase II eerder starten dan op dit moment gedacht wordt. (Des)Investeringen en andere gevolgkosten Het wenstracé voor het warmtenet is bekend. De gesprekken over het tracé, de locatie van de tijdelijke warmtecentrale, de 4WOS-en en 1 IWAS zijn nog niet afgerond. Er is nog geen definitief tracé bepaald. En daarmee is de definitieve impact op de assets van andere nutspartijen en de impact op de openbare ruimte zijn nog niet te geven. De hoogte onder andere desinvesteringen voor Liander, kosten voor herstraatwerk en andere gevolgkosten van de aanleg van het warmtenet worden in de technische werkgroep verder besproken en vastgelegd in een definitief ontwerp voor Molenwijk. Hierbij hanteren we de geldende afspraken in de WIOR.
22
5.3 Nieuw bestedingsvoorstel Fase II De plannen van de woningcorporaties, VvE’s, ondernemers en maatschappelijk vastgoed in Fase II worden naar verwachting vanaf 2025 concreter. Zodra duidelijk is wat de kosten in Fase II zijn voor het aansluiten van de woningen en maatschappelijke voorzieningen op het warmtenet, wordt een nieuw bestedingsvoorstel opgesteld. De planvoorbereiding voor Fase II wordt waar mogelijk al meegenomen in Fase I om de proceskosten voor Fase II te minimaliseren. Er zal voor alle geplande werkzaamheden in Molenwijk van zowel gemeente als Vattenfall, Liander en Waternet afstemming moeten plaatsvinden. De kosten die Liander in deze fase gaat maken, worden in beeld gebracht in het Investeringsvoorstel. Het streven is zoveel mogelijk om desinvesteringen te voorkomen door 1 integraal plan voor de hele wijk op te stellen. 5.4 Gebiedsgerichte subsidieregeling aardgasvrij Molenwijk De partijen die betrokken zijn bij Molenwijk hebben als doel om een gebiedsgerichte oplossing te organiseren. In een aantal workshops zijn de partijen samengekomen om de plannen voor Molenwijk te bespreken, te bepalen wat een logische fasering is voor een aardgasvrij aanpak en welk warmtealternatief het meest betaalbaar is. Met de VvE’s zijn zo’n 20 parallelle overleggen en contacten geweest waarbij het contact onder leiding van Buurkracht verliep.
Dit heeft geresulteerd in een flinke kennisvergroting, besef van urgentie en de voordelen van samenwerken in de zoektocht naar alternatieven voor aardgas en de eventuele overstap. De VvE’s Tjasker en Spinnekop zijn daarnaast begeleid door een energie adviesbureau. De uitkomsten daarvan zijn besproken met de andere VvE’s. Op grond van het juridische kader van de subsidieregeling Aardgasvrij, wordt aan het college van B&W voorgesteld om Molenwijk als buurt met specifieke subsidievoorwaarden aan te wijzen binnen de subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij. Een bijdrage uit de gebiedsgerichte subsidie is tot een hoger maximumbedrag dan de stadsbrede subsidie, want de gemeente wil gebiedsgerichte oplossingen stimuleren gezien deze de laagste maatschappelijke kosten kennen. Alle woningeigenaren die in Fase I besluiten om hun woningen over te zetten op een collectieve warmteoplossing kunnen een aanvraag bij de gemeente indienen in het kader van de gebiedsgerichte subsidieregeling aardgasvrij Molenwijk. Gebiedsbepaling De volgende postcodes en bijbehorende huisnummers worden geacht binnen het gebied te liggen:
Postcode 1035AA 1035AB 1035AC 1035AD 1035AE 1035AG 1035AH 1035AJ 1035AK 1035AL 1035AM
Huisnummers alle alle alle alle alle alle alle alle alle alle alle
Postcode 1035BJ 1035BK 1035BL 1035BM 1035BN 1035BP 1035BR 1035BS 1035BT 1035BV 1035BW 23
Huisnummers alle alle alle alle alle alle alle alle alle alle alle
Postcode Huisnummers 1035CV alle 1035CW alle 1035CX alle 1035CZ alle 1035EA alle 1035EB alle 1035EC alle 1035ED alle 1035EE alle 1035EG alle 1035EH alle
1035AN 1035AP 1035AR 1035AS 1035AT 1035AV 1035AW 1035AX 1035AZ 1035BA 1035BB 1035BC 1035BD 1035BE 1035BG 1035BH
alle alle alle alle alle alle alle alle alle alle alle alle alle alle alle alle
1035CA 1035CB 1035CC 1035CD 1035CE 1035CG 1035CH 1035CJ 1035CK 1035CL 1035CM 1035CN 1035CP 1035CR 1035CS 1035CT
alle alle alle alle alle alle alle alle alle alle alle alle alle alle alle alle
1035EJ 1035EK 1035EL 1035EM 1035EN 1035EP 1035ER 1035ES 1035ET 1035EV
alle alle alle alle alle alle alle alle alle alle
Subsidiabele activiteiten en kosten Mits het vastgoed hiermee aardgasvrij wordt kan het college een eenmalige subsidie verlenen voor het treffen van één of meerdere van de volgende fysieke gebouwgebonden voorzieningen in een bestaande woning of bestaand pand met meerdere woningen: a. omzetten van de aardgasgestookte ruimteverwarmingsinstallatie naar een installatie die in de warmtevraag voorziet door middel van onttrekking van warmte aan het stadswarmtenet; b. omzetten van de aardgasgestookte tapwaterinstallatie naar een installatie die in haar warmtevraag voorziet door middel van onttrekking van warmte aan het stadswarmtenet; c. omzetten van de aardgasgestookte kookvoorziening naar een aardgasvrije kookvoorziening; of d. verwijderen van de gasaansluiting door de netbeheerder. In aanmerking voor subsidie komen de gemaakte kosten voor bovenstaande activiteiten met uitzondering van: 1. de kosten voor zelf verrichte arbeid, indien de voorzieningen door de aanvrager zelf worden getroffen; 2. de kosten voor isolatievoorziening; 3. de kosten voor zonnepanelen; 4. de kosten voor biomassaverbrandingsketels, hout- of pelletkachels; 5. de kosten voor installaties of fornuizen op fossiele brandstoffen als kolen, olie, butaangas of andere brandstoffen die bij verbranding meer fijnstof produceren dan aardgas; 6. de kosten voor pannen en ander keukengerei; 7.