CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 2022-053F bijlage Nota van beantwoording zienswijzen bp Hamerkwartier

RAAD 16 februari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier en het besluit hogere waarden Exclusiva Hamerkwartier VN2021-03551237.371 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Nota van beantwoording zienswijzen en wijzigingen Bestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier, besluit Hogere waarden en MER Hamerkwartier 4 januari 2022

1

Colofon Opdrachtgever Opdrachtnemer

Grond en ontwikkeling Ruimte en duurzaamheid

2

Inhoud Algemeen

4

Behandeling zienswijzen: 1.1 Formele aspecten 1.2 Inhoudelijke behandeling zienswijzen

5 8

Bijlagen: Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

77 82 86 90 91 95

Bijlage bij beantwoording zienswijze Albemarle (referentiesituatie) Bijlage bij beantwoording zienswijze Albemarle (plan. mogelijkheden) Samenvatting en beantwoording advies commissie m.e.r. Zienswijzen (originelen in afzonderlijke pdf) Ingediende zienswijze tegen ontwerpbesluit Hogere Waarden Overzicht wijzigingen regels en verbeelding bestemmingsplan

3

Algemeen Overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening heeft het ontwerpbestemmingsplan ‘Exclusiva Hamerkwartier’ met de daarop betrekking hebbende stukken, waaronder het milieueffectrapport (MER) Hamerkwartier en het ontwerpbesluit Hogere waarden industrielawaai ter inzage gelegen. Het ontwerpbestemmingsplan (en het MER en het ontwerpbesluit Hogere waarden) heeft met ingang van 27 mei 2021 gedurende zes weken (tot en met 7 juli 2021) voor een ieder (ontwerpbesluit Hogere waarden voor belanghebbenden) ter inzage gelegen met de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Op de zienswijzen wordt hieronder inhoudelijk ingegaan. De zienswijzen zijn in samengevatte vorm weergegeven en zijn volledigheidshalve integraal als bijlage bij deze nota opgenomen. De gemeentelijke reactie op de zienswijzen is per zienswijze als cursieve (en rode) tekst weergegeven. Ook is aangegeven of de zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het ontwerpbestemmingplan Exclusiva Hamerkwartier of in het MER Hamerkwartier. Eveneens wordt in deze nota van beantwoording een samenvatting gegeven van het advies van de commissie m.e.r. dat zij op 10 augustus 2021 over het milieueffectrapport voor het Hamerkwartier hebben uitgebracht. Hierbij is de gemeentelijke reactie aangegeven per onderdeel van het advies.

Tevens is door één adressant een afzonderlijke zienswijze tegen het ontwerpbesluit Hogere waarden industrielawaai Exclusiva Hamerkwartier ingediend. Deze is in bijlage 5 bij deze Nota samengevat en voorzien van een gemeentelijke reactie. Ook is aangegeven of de zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het ontwerpbesluit Hogere waarden. Deze zienswijze van 7 juli 2021 is per post ontvangen op 8 juli 2021 en daarmee tijdig ingediend. In bijlage 6 bij deze nota zijn de wijzigingen (ten opzichte van het ontwerpplan) in de regels en op de verbeelding van bestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier aangegeven.

4

Behandeling zienswijzen 1.1 Formele aspecten: Van de volgende adressanten is een zienswijze ontvangen op het ontwerpbestemmingsplan en/of het MER: nr. 1

2

3

4

5

adressant Albemarle Catalysts Company B.V.(hierna: Albemarle)

adres Per adres: Amsterdam

BarentsKrans, advocaatPer adres: gemachtigde, namens cliënten Den Haag Murialdo, Detailconsult, DirckIII (hierna Barents Krans)

Buurtplatform Vogelbuurt/ Per adres: IJplein en Bewonerscommissie Amsterdam De Punt (hierna: bewonersplatform IJplein /Vogelbuurt/ De Punt) Hemwood Advocaten, Per adres: gemachtigd namens Midvast BV Amsterdam en beleggingsmaatschappij Batavia BV (hierna: Midvast/ Batavia)

Hemwood Advocaten, gemachtigd namens cliënten - Steengoed BV; - Spijkerkade CV; - Spijkerpand BV; - Rotorun BV; - Spijkerkade Vastgoed BV; - Stouter BV;

Per adres: Amsterdam

datum ontvangst 7-7-2021 (per post ontvangen 8-7-2021)

7-7-2021 (eerste brief per post ontvangen op 97-2021); Tweede aangevulde zienswijze op 77-2021 per fax verstuurd) 5-7-2021 (per post ontvangen 7-7-2021)

Pro forma zienswijze 7-72021 (per post ontvangen 8-72021); Aanvulling gronden zienswijze 29-72021, per post ontvangen 30-72021, in gezamenlijke zienswijze met zienswijze 6 Pro forma zienswijze 7-72021 (per post ontvangen); Aanvulling gronden zienswijze 29-72021, 5

6

- Maustate BV; - JVH CV; - Steenfort BV; - SBI Development BV (hierna: Steengoed BV/ Spijkerkade CV e.a.) VEBAN

ontvangen per post 30-7-2021

Per adres: Amsterdam

7

VVE Vogeldorp, namens de eigenaren van Vogeldorp

Per adres: Haarlem

8

Eenopenstad, namens het bestuur van E.O.S. en mede namens bewoners Vogeldorp/Oostelijk Havengebied/ JavaEiland/ KNSMEiland (hierna: Stichting E.O.S.) Hemwood Advocaten, gemachtigd namens Johan van Hasselt Vastgoed C.V. en Stichting Waldorf &Statler Vastgoed (hierna: Johan van Hasselt - en Waldorf & Statler Vastgoed) Ministerie IenW, RWS WestNLNoord (hierna Rijkswaterstaat)

Per adres: Amsterdam

11

Waternet

Per adres: Amsterdam

12

Isero BV en Gunters en Meuser Per adres: BV (hierna: Gunthers en Amsterdam Meuser)

9

10

6-7-2021 (per post ontvangen 8-7-2021) 29-6-2021 (per post ontvangen 1-7-2021) 1-7-2021 (per post ontvangen 5-7-2021)

Per adres: Amsterdam

7-7-2021 (per post ontvangen 8-7-2021)

Per adres: Utrecht

14-7-2021 (per post ontvangen); Rectificatie zienswijze per e-mail ontvangen op 23 september 2021 13-7-2021 (per e-mail ontvangen13- 72021) 6-7-2021 (per post ontvangen)

Overeenkomstig artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening Wro) is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing, met dien verstande dat zienswijzen omtrent het ontwerpbestemmingsplan door een ieder naar voren kunnen worden gebracht. De door de adressanten genoemd onder de nummers 3, 7 en 8 ingediende zienswijzen zijn tijdig ingediend. Zienswijzen nummer 1, 3, 7 en 10 zijn na afloop van de termijn binnengekomen, maar wel binnen de termijn per post verzonden. Een aangevulde zienswijze van nummer 2 is binnen de termijn per fax ontvangen. Volgens vaste jurisprudentie worden deze zienswijzen aangemerkt als ontvankelijk (verzendtheorie). 6

Zienswijze nummer 11 is per e-mail ingediend; zienswijzen nummers 5-proformabrief , 10 en 12 zijn waarschijnlijk afgegeven aan de balie gemeente (poststempel/ stempel datum ontvangst ontbreekt). Van adressant nummer 10 is per e-mail een rectificatie ontvangen per e-mail. Zienswijze nummer 4 en 5 zijn binnen de termijn als pro forma zienswijze ingediend en tijdig, binnen de daarvoor gestelde nadere termijn, per post aangevuld met inhoudelijke gronden.

7

1.2 Inhoudelijke behandeling zienswijzen Adressant 1: Albemarle Catalysts Company B.V.

Deze zienswijze richt zich zowel op het ontwerpbestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier als het MER Hamerkwartier. Gesprekken gemeente en Albemarle 1.1

Door de gemeente en Albemarle is een projectgroep opgericht en een overlegstructuur ingericht om te komen tot overeenstemming over de wijze waarop het Hamerkwartier het beste kan worden ingericht. Albemarle betreurt dat de gemeente het overleg om te komen tot overeenstemming eenzijdig heeft afgebroken.

Reactie: Tussen de gemeente en Albemarle hebben de afgelopen 3,5 jaar regelmatig gesprekken plaatsgevonden waarbij Albemarle actief is betrokken bij de plannen voor het Hamerkwartier en de onderzoeksopzet van het MER. De gesprekken hadden tot doel om de samenwerking te zoeken in de wijze waarop industrie en transformatie naar woningbouw naast elkaar kunnen bestaan. In de Investeringsnota is daartoe opgenomen dat het Zamenhofterrein en de kavels rondom het Johan van Hasseltkanaal-Oost voorlopig niet worden ontwikkeld. Die locaties staan dichtbij één van de twee geluidhinder veroorzakende productielijnen van Albemarle. De gemeente betreurt dat Albemarle deze afspraak onvoldoende verstrekkend vindt en de gesprekken over een intentieovereenkomst vanaf april 2021 zijn beëindigd. De gemeente had graag de gesprekken willen voortzetten en staat hiervoor open. Het reguliere overleg met Albemarle wordt voortgezet.

Impact van grootschalige woningbouw 1.2

Albemarle stelt dat de gemeente de impact van grootschalige woningbouw naast chemische industrie onderschat, zowel voor de toekomstige bewoners van het Hamerkwartier als voor Albemarle. Juist omdat toekomstige bewoners er nog niet wonen, dient extra zorgvuldigheid te worden betracht. De komst van het Hamerkwartier beperkt Albemarle in i) de huidige bedrijfsvoering, ii) de voorgenomen energietransitie van de bedrijfsvoering van Albemarle en iii) de voorgenomen energietransitie van de raffinage-industrie in het algemeen waar Albemarle een belangrijke bijdrage aan levert.

Reactie: Alle gesprekken die hebben plaatsgevonden, hadden mede tot doel om een volledig beeld van de bedrijfssituatie van Albemarle te verkrijgen onder meer voor de reikwijdte van de onderzoeken ten behoeve van het MER. Op basis daarvan is in het kader van het MER beoordeeld in hoeverre de bedrijfsactiviteiten van Albemarle verenigbaar zijn met woningbouw in het Hamerkwartier en meer 8

specifiek met hoogbouw op de Hamerkop. Hierna zal verder worden toegelicht waarom de beoogde woningbouw de (beoogde en toekomstige) bedrijfsvoering van Albemarle niet belemmert en andersom sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het Hamerkwartier. Duurzaamheid 1.3

Duurzaamheid is een van de ambities van het Hamerkwartier. Albemarle ziet die ambities niet terug in de plannen voor het Hamerkwartier zoals die nu voorliggen. De gemeente heeft bovendien de ambitie uitgesproken om samen met Albemarle toe te werken naar een emissieloze industrie. Met de plannen voor het Hamerkwartier kan dit gemeenschappelijke doel van verduurzaming niet worden gehaald.

Reactie: In de Projectnota zijn de uitgangspunten voor duurzaamheid in het Hamerkwartier vastgelegd. Duurzaamheid en gezondheid staan centraal in het Hamerkwartier. Dit betekent onder andere dat gebouwen aan strenge normen moeten voldoen, het ruimtegebruik duurzaam wordt ingericht en de openbare ruimte optimaal wordt benut. De uitgangspunten zijn verder gespecificeerd tot spelregels die zijn opgenomen in de Investeringsnota deel B en de bijlage Spelregels Duurzaam & Gezond In het Hamerkwartier moet duurzaam worden gebouwd. Dat betekent een aardgasvrije wijk met een duurzame energievoorziening. Ingezet wordt op materialen met een lage milieubelasting, hergebruik of biobased materialen. De gemeente beoordeelt de initiatieven van ontwikkelende partijen op de uitgangspunten voor duurzaamheid van het Hamerkwartier en de duurzaamheidsambities en zal daartoe ook privaatrechtelijke afspraken maken met de initiatiefnemers. Na oplevering zal steekproefsgewijs gecontroleerd worden of de afgesproken duurzaamheidsmaatregelen daadwerkelijk geïmplementeerd en gerealiseerd zijn.

Op het gebied van energie heeft Amsterdam als doel om in 2033 55% en in 2050 95% minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 1990. Daarnaast streeft de stad naar 100% gebruik van duurzame energie in 2050. Deze doelen zijn uitgewerkt in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal en lokale klimaatakkoorden. De gemeente ziet niet in waarom de ontwikkeling van het Hamerkwartier niet gepaard kan gaan met het gezamenlijke doel van verduurzaming. Dit standpunt wordt door Albemarle ook niet onderbouwd. Bovendien moet Albemarle ook in de huidige situatie rekening houden met de milieucontouren en de gevoelige bestemmingen (de huidige woningen en woonboten rondom Albemarle) in haar omgeving bij de opgave van verduurzaming. Het realiseren van woningbouw in het Hamerkwartier brengt daar – zoals hierna verder zal worden toegelicht geen verandering in.

Strijd met zorgvuldigheidsbeginsel MER is ten onrechte gebaseerd op standaardmodellen 1.4

Albermarle meent dat het MER in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel zoals bedoeld in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en had zodoende niet ten grondslag mogen worden gelegd aan het ontwerpbestemmingsplan. Het MER is namelijk gebaseerd op

9

gestandaardiseerd onderzoek, terwijl het hier een unieke situatie betreft, de ontwikkeling van een woningbouwproject van grote omvang op zeer nabije afstand van een chemisch bedrijf, waar geen standaarden voor zijn. Temeer nu het hier gaat om woningbouw op ca. 150 meter afstand van Albemarle en de omstandigheid dat hoogbouw is voorzien van ten hoogste 120 meter. De (merkbare) gevolgen van de bedrijfsvoering van Albemarle nemen toe naarmate de woningbouw hoger is.

Reactie: Aan het MER ligt uitgebreid onderzoek ten grondslag waarbij voor Albemarle een referentiesituatie is gehanteerd zoals uiteengezet in bijlage 1 bij deze beantwoording. Naar aanleiding van de zienswijze van Albemarle is een verdieping aangebracht in deze referentiesituatie in die zin dat de autonome bedrijfsvoering enerzijds is aangevuld en anderzijds is nagegaan welke ruimte het bestemmingsplan Nieuwendam Zuid II biedt aan Albemarle om haar bedrijfsactiviteiten eventueel uit te breiden. Op basis van die uitkomsten is het MER aangevuld en leidt dit niet tot andere conclusies. Van gestandaardiseerd onderzoek is geen sprake, de (toekomstige) bedrijfsvoering van Albemarle is wel degelijk betrokken bij het opstellen van het MER. Wel is aanvullend, meer specifiek onderzoek aan het MER toegevoegd. Met het aangevulde MER en de onderliggende nadere onderzoeken die daartoe zijn verricht, is nagegaan hoe woningbouw in het Hamerkwartier zich verhoudt tot de bedrijfsactiviteiten van Albemarle en haar toekomstplannen. Het MER concludeert geenszins dat woningbouw op korte afstand van Albemarle onvoorwaardelijk kan plaatsvinden. Het bestemmingsplan waarvoor het MER als onderlegger geldt, ligt bovendien niet op 150 meter maar op 420 meter afstand vanaf de grens van de inrichting van Albemarle.

LBP Sight heeft in opdracht van de gemeente en op basis van door Albemarle overlegde informatie nader onderzoek gedaan naar de emissies die Albemarle verricht op basis van de vergunde situatie, beoordeeld ten opzichte van de herontwikkeling van het Hamerkwartier, om te bepalen of sprake is van een goed woon- en leefklimaat in het transformatiegebied. Daarbij is in het bijzonder gekeken naar de voorziene hoogbouw. Ook is gekeken of Albemarle door de transformatie van het Hamerkwartier wordt beperkt in haar bedrijfsvoering. Uit de beoordeling is gebleken dat binnen de kaders van de revisievergunning van 2018, de milieuneutrale veranderingen in 2019 en 2021, en de lopende aanvraag voor de verandering van de HPC-3 fabriek, de blootstelling aan stoffen in het plangebied van het Hamerkwartier overal (ook op grotere hoogten) onder de van toepassing zijnde grenswaarden liggen. Om die reden is het niet aannemelijk dat de emissies van Albemarle een beperking opleggen aan de invulling van het transformatiegebied en andersom werkt het plan evenmin beperkend voor de activiteiten van Albemarle, ook niet bij verdere invulling van de planologische mogelijkheid die het bestemmingsplan Nieuwedam Zuid II biedt. In een nieuw luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd door LBP Sight d.d.

5 december 2021 zijn alle emissiebronnen van Albemarle die stikstofoxiden en fijn stof uitstoten meegenomen in de rekenmodellen om zo met een gecorrigeerde achtergrondconcentratie te kunnen rekenen. De emissiebronnen zijn door Albemarle op verzoek van LBP Sight aangegeven en benoemd. Naast de gebruikelijke toetspunten op 1,5 meter hoogte, is ook gerekend met toetspunten op 50 meter boven maaiveld. Dit onderzoek is uitgevoerd om de invloed van hogere emissiebronnen van Albemarle te kunnen beoordelen. Tot 50 meter boven maaiveld wordt een maximum bereikt om daarna weer af te nemen, zo volgt uit een onderzoek van LBP Sight naar geur en stof(fen) emissies van Albemarle dat 10

eveneens van 5 december jl. is. Met de berekening op 50 meter hoogte, wordt daarmee ook de luchtkwaliteit voor hoogbouw getoetst. Uit het onderzoek volgt dat op alle toetspunten ruimschoots wordt voldaan aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer zodat luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de ontwikkeling van het Hamerkwartier en Albemarle niet wordt beperkt in haar (toekomstige) bedrijfsvoering door hoogbouw. In het MER is uitgegaan van een opgevuld geluidmodel, waarin is uitgegaan van de maximale uitbreidingsmogelijkheden van Albemarle op basis van het ter plaatse geldende bestemmingplan “Nieuwendam Zuid II”. Deze opvulling heeft plaatsgevonden aan de hand van een door Albemarle zelf aangeleverd toekomstig bedrijfsscenario. Op basis van dat opgevulde geluidmodel wordt in het plangebied van Exclusiva een geluidbelasting op de gevel van > 55 dB(A) berekend bij een hoogte > 50 meter. Daartoe wordt in het bestemmingsplan Exclusiva een voorwaardelijke verplichting opgenomen om boven de 50 meter vanaf maaiveld een dove gevel toe te passen. De vast te stellen hogere waarden worden bovendien verhoogd naar 55 dB(A).

Als gevolg van de door Albemarle gewenste uitbreiding van de HPC-3 fabriek zal bij het volledig realiseren van het Hamerkwartier de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico waarschijnlijk worden overschreden. Het gaat daarbij om een toxisch scenario, een gifwolk. In het kader van de zelfredzaamheid is bij een (dreigend) incident waarbij toxische stoffen vrijkomen, van belang dat aanwezigen naar binnen kunnen vluchten en de ramen en deur kunnen sluiten zodat de toxische stoffen niet naar binnen kunnen komen. Het bevoegd gezag dient deze toename en overschrijding van het groepsrisico te verantwoorden. Deze verantwoording vindt plaats doordat in paragraaf 4.11 van de toelichting op het bestemmingsplan en bijlage 13 bij de toelichting deze verantwoording is uitgewerkt. Als onderdeel van die verantwoording van het groepsrisico is bovendien door het bevoegd gezag een bouw-eis gesteld aan nieuwbouw. Die is opgenomen in artikel 3.4 onder b sub 11 van het bestemmingsplan Exclusiva waar is opgenomen is dat het verboden is een gebouw te bouwen zonder toepassing van handmatig te bedienen mechanische ventilatie in gebouwen in verband met externe veiligheid. Bovendien kan het college nadere eisen stellen aan bebouwing om schuilplekken te borgen indien de te zijner tijd in te dienen aanvraag om omgevingsvergunning voor bebouwing in het plangebied Exclusiva daartoe aanleiding zou bieden.

In het MER is met alle door Albemarle zelf genoemde milieuthema’s dus wel degelijk rekening gehouden met de bestaande en eventueel toekomstige bedrijfsvoering van Albemarle. 1.5

Albemarle stelt dat voor het beoordelen van de milieugevolgen standaardmodellen zijn gebruikt die zijn gebaseerd op onzekere waarden en standaardparameters. Albemarle noemt een aantal voorbeelden in het MER waar gebruik is gemaakt van standaardmodellen die op deze situatie niet kunnen worden toegepast en noemt specifiek: i) gebruik maken van modellen die het effect van de emissies van Albemarle in kaart brengen tot 60 meter hoogte terwijl de dichtstbijzijnde voorziene hoogbouw 120 meter hoog is, ii) hanteren van grenswaarden in het luchtkwaliteitsonderzoek die dienen als Arbo-grenswaarden en niet voor het beoordelen van de effecten op een woonomgeving waar onder andere ouderen, kinderen en zuigelingen wonen en iii) het niet beschikken over de specifieke probitrelatie voor nikkelhydroxycarbonaat (NHC) dat benodigd is om de risicocontouren van Albemarle te kunnen beoordelen.

Reactie:

11

Verwezen wordt naar het gestelde onder 1.4. In aanvulling daarop en specifiek reagerend op het gestelde in deze zienswijze geldt het volgende. Ad i In de nieuwe onderzoeken naar geur/stof en luchtkwaliteit heeft LBP Sight wel degelijk op hoogte gerekend zodat ook de effecten in kaart zijn gebracht van hoogbouw tot 120 meter. Ad ii In het luchtkwaliteitsonderzoek is gerekend met de grenswaarden op grond van de Wet milieubeheer. Dit onderzoek is leidend voor het MER. Ad iii Het ontbreken van een specifieke probitrelatie voor NHC heeft eerder niet aan vergunningverlening in de weg gestaan. In het door Albemarle opgestelde addendum QRA van 6 mei 2019 is over de probit het volgende beschreven: “Vanwege de toxiciteit is er een probitfunctie nodig om de effecten te kunnen bepalen. Voor NHC is deze niet voorhanden. Daarom is er voor gekozen om de standaard voorbeeldstof voor ADR 6.1 Vg II zoals deze binnen het rekenpakket Safeti-NL 6.54 beschikbaar is, te gebruiken. Hoewel deze keuze kan leiden tot een onder- of een overschatting van de werkelijke effecten en risico’s, levert het voldoende inzicht om de eerder gedane aanname te valideren.” De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied heeft dit addendum voorgelegd aan het RIVM (beheerder van het rekenmodel voor de QRA) en dat constateerde dat het ongevalsscenario met NHC correct was gemodelleerd.

De potentiële calamiteit die bij Albemarle kan plaatsvinden is een toxisch scenario. Als er iets mis gaat, kan hier een gifwolk ontstaan. Deze kan afhankelijk van de windrichting en de weersomstandigheden over het Hamerkwartier heen te komen liggen. De heersende windrichting is overigens vanuit het westen, dus de kans hierop is al geringer. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet en het nieuwe kader Omgevingsveiligheid speelt het rekenkundige groepsrisico een veel minder grote rol bij de verantwoording van veiligheidsrisico’s. Onder de Omgevingswet gaat het om de verantwoording van het toevoegen van (beperkt) kwetsbare functies binnen zogenaamde aandachtsgebieden (brand, explosie en gifwolk) en om het opleggen van beschermende maatregelen voor nieuwbouw via zogenaamde voorschriftengebieden voor brand- en explosie-scenario’s. In de Omgevingswet zijn in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) geen extra bouweisen opgenomen voor nieuwbouw binnen een toxisch aandachtsgebied. Vanwege de beperking van energieverbruik moet nieuwbouw al bijna luchtdicht gebouwd worden en standaard over mechanische ventilatie beschikken, wat een goede maatregel is om bewoners van nieuwe gebouwen te beschermen tegen een gifwolk. In het Bbl zijn generieke voorschriften voor nieuw te bouwen gebouwen opgenomen om onder andere de gevolgen van een gifwolkontsnapping te beperken.

Zo is geregeld dat een mechanische ventilatievoorziening bij een externe calamiteit (zoals een gifwolk) handmatig moet kunnen worden uitgeschakeld. De bestaande woningen nabij Albemarle – zowel in Hamerkwartier als in Vogeldorp en Vogelbuurt – zijn ouder en slechter geïsoleerd. Voor Albemarle geldt dat zij in haar vergunningenspoor moet onderbouwen dat een potentieel toxisch scenario niet voor een onevenredig veiligheidsrisico zorgt. Het is aan Albemarle om te beoordelen of voor die toets een specifieke probitrelatie vereist is.

12

MER geeft onjuiste geluidscontouren weer

1.6

Volgens Albemarle geeft het MER onjuiste geluidscontouren weer. De resultaten van de geluidscontouren die in het akoestisch rapport bij het MER worden weergegeven wijken af ten opzichte van de geluidscontouren volgens de laatste vergunningaanvraag van Albemarle. Diezelfde onregelmatigheden constateert Albemarle bij de geluidscontouren die worden weergegeven op andere hoogtes. Het MER is in zoverre in strijd met zorgvuldigheidsbeginsel. Juist bij een ontwikkeling waarbij in de onderzoeken naar voren komt dat voor de ontwikkeling van woningbouw de grenzen van acceptabele geluidbelasting worden opgezocht moet extra zorgvuldigheid worden betracht.

Reactie: In het akoestisch rapport dat ten grondslag ligt aan het MER is uitgegaan van het aangeleverde zonemodel door de Omgevingsdienst. In het MER (versie april 2021) is nog geen rekening gehouden met een reparatieverzoek van Albemarle dat enerzijds betreft een herstel van de locatie van de fictieve bronnen die optioneel aan het model waren toegevoegd en anderzijds de aanpassing van geluidemissies van die bronnen.

Gedurende 2021 is er een nieuw zonemodel voor Johan van Hasseltkanaal Oost vrijgegeven door de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Het model is op punten aangepast naar de huidig vergunde situatie bij bedrijf Albemarle. Tussen de Omgevingsdienst en Albemarle is overeengekomen dat op basis van de toekomstplannen van Albemarle het geluidmodel maximaal opgevuld wordt binnen de planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan Nieuwendam Zuid II biedt, rekening houdend met de reeds bestaande beperkingen. Met deze opvulling van het zonemodel wordt recht gedaan aan de belangen van Albemarle door de geluidruimte optimaal te benutten maar tegelijkertijd wordt daarmee ook de grens bepaald voor de maximale geluidsbelastingen van toekomstige woningen. Dit heeft geleid tot een herijking van het industrielawaai en van de cumulatieve geluidbelasting. Dit aangepaste zonemodel ligt ten grondslag aan het MER en heeft tevens heeft ten grondslag gelegen aan het bepalen van de hogere waarden ten behoeve van de woningen die mogelijk worden gemaakt op basis van het bestemmingsplan Exclusiva.

De beschrijving van de doelstellingen is gebrekkig MER bevat geen beoordeling van de veiligheidsbeleving 1.7

Volgens Albemarle bevat het MER ten onrechte geen beoordeling van de (veiligheids)beleving van wonen in de nabijheid van Albemarle. Dit is naar het oordeel van Albemarle een gebrek in het MER. Het MER wijst leefbaarheid immers aan als doelstelling en stelt dat hieronder ook de milieuhinder in en rondom het gebied begrepen wordt. Albemarle meent dat hieronder ook de gepercipieerde veiligheid/beleving van de toekomstige bewoners van het Hamerkwartier moet worden verstaan. De uitleg van de doelstelling leefbaarheid is dan ook te beperkt uitgelegd in het MER.

13

Reactie: In het MER is ten aanzien van de ambitie ‘leefbaarheid’ beoordeeld of de effecten van de gebiedsontwikkeling leiden tot een positieve of negatieve bijdrage op de milieuhinder in en rondom het gebied. In het MER is geen onderzoek gedaan naar de veiligheidsbeleving van de toekomstige bewoners van het Hamerkwartier. De gemeente is ervan op de hoogte dat het RIVM in 2018 een pilot heeft uitgevoerd om de beleving van veiligheid te onderzoeken door middel van een zogenoemde belevingsthermometer. In de pilot is onderzocht welke factoren samenhangen met de veiligheidsbeleving van omwonenden van activiteiten met gevaarlijke stoffen, zoals het vertrouwen in risicobeheersing of het vertrouwen in zelfredzaamheid. Dit is in het MER verwerkt. Zoals hierboven al is toegelicht, gaat het om een levend MER, dit betekent dat gedurende de ontwikkeling van het Hamerkwartier wordt gemonitord of nog steeds voldaan wordt aan de doelstellingen die zijn geformuleerd in het MER. In het MER wordt toegevoegd dat ook de veiligheidsbeleving van de nieuwe bewoners van het Hamerkwartier moet worden gemonitord. Daarbij zal de samenwerking met de GGD worden gezocht. Tevens wordt als aanbeveling opgenomen dat er goede voorlichting moet zijn aan toekomstige bewoners.

Uit het MER volgt dat in het oosten van het plangebied wel degelijk maatregelen in beschouwing worden genomen zoals afschermende bebouwing, het realiseren van een bufferzone of het treffen van overdrachtsmaatregelen in de vorm van gebouwen zonder geluidsgevoelige bestemmingen nabij Albemarle. Het MER vormt nog geen keuze voor de uiteindelijke invulling van de Hamerkop, dat vindt plaats in het kader van het ruimtelijke besluit waarvoor het MER als hulpmiddel dient. Met het MER is inzichtelijk gemaakt welke milieugevolgen samenhangen met de bedrijfsvoering van Albemarle, in de toelichting op het bestemmingsplan voor de gronden nabij Albemarle zal te zijner tijd ook expliciet aandacht worden besteed aan veiligheidsbeleving en de maatregelen die daaraan kunnen bijdragen.

De beschrijving van de referentiesituatie is gebrekkig MER is gebaseerd op onjuiste referentiesituatie 1.8

Albemarle meent dat het MER is gebaseerd op een onjuiste referentiesituatie, omdat de huidige feitelijke situatie van Albemarle verkeerd is en het MER niet alle autonome ontwikkelingen heeft beoordeeld. Zoals de autonome ontwikkeling dat Albemarle in 2030 noodzakelijke aanpassingen heeft gemaakt aan haar huidige bedrijfsvoering om de klimaatdoelstelling te halen, het verzoek tot aanpassing van de geluidsvoorschriften en de aanvraag voor de wijziging van de HPC-3 fabriek. Het MER is zodoende in strijd met artikel 7.23, eerste lid, onderdeel b, van de Wm en had daarom niet ten grondslag mogen worden gelegd aan het ontwerpbestemmingsplan.

Reactie: Naar aanleiding van de zienswijze van Albemarle is de referentiesituatie in het MER aangepast met dien verstande dat de door Albemarle genoemde noodzakelijke aanpassingen in het kader van de klimaatdoelstelling onvoldoende concreet zijn om al als autonome ontwikkeling mee te kunnen nemen in het MER. Zoals uiteen is gezet is bijlage 1 bij deze beantwoording is de referentiesituatie van

14

Albemarle in het MER bepaald door enerzijds de autonome situatie die wordt bepaald door alle verleende vergunningen en meldingen en anderzijds door het afzetten van de toekomstige beoogde uitbreidingen tegen de representatieve invulling van de maximale planologische ruimte die het bestemmingsplan Nieuwendam Zuid II en het bestemmingsplan Hamerstraatgebied aan Albemarle geeft. Deze representatieve invulling is mede bepaald op basis van de lopende aanvragen en de door het bedrijf overlegde toekomstvisie. Daarmee biedt het MER een volledig overzicht van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteiten van Albemarle voor het milieu kan hebben waartegen de plannen voor woningbouw in het Hamerkwartier tegen worden afgezet. Van strijd met het bepaalde in artikel 7.23, eerste lid, onder b van de Wm is geen sprake.

Huidige feitelijke situatie is onjuist 1.9

Volgens Albemarle is in het MER ten onrechte de omgevingsvergunning voor de milieuneutrale verandering voor de uitbreiding met het H2S-filerunit aangemerkt als lopende aanvraag. Op 6 december 2019 hebben Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland de omgevingsvergunning immers aan Albemarle verleend. Op dit moment lopen twee andere vergunningsprocedures. Albemarle heeft op 20 februari 2020 een aanvraag om een vergunning op grond van de Wm ingediend voor het wijzigen van de HPC-3 fabriek. Deze vergunningsprocedure is ten onrechte niet als autonome ontwikkeling meegenomen, maar als gevoeligheidsanalyse aangemerkt. Daarnaast is de vergunningsprocedure omtrent het verzoek tot aanpassing van de geluidsvoorschriften ten onrechte in zijn geheel niet in de referentiesituatie meegenomen.

Reactie: Zoals hiervoor in paragraaf 1.8 – meer specifiek in de daar genoemde bijlage 1 - is aangegeven, is het MER aangepast in die zin dat de verleende omgevingsvergunning voor de H2S-filter en het verzoek tot aanpassing van de geluidsvoorschriften is meegenomen in de referentiesituatie. Volgens vaste rechtspraak worden tot de autonome ontwikkelingen gerekend die ontwikkelingen die in voldoende concrete mate planologisch zijn voorzien dan wel waar voldoende zekerheid bestaat over de uitvoering ervan. Zie: - AbRvS 19 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4198, r.o. 25.1; - AbRvS 13 maart 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ4023, r.o. 12.6; - AbRvS 29 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BP9217, r.o. 2.93. Op dit moment is het niet zeker dat een omgevingsvergunning verleend kan worden voor de HPC-3 fabriek conform de daartoe in 2020 ingediende aanvraag. Op verzoek van Albemarle is bovendien de procedure tot 1 juli 2022 opgeschort. Om die reden meent de gemeente dat de wijziging van de HPC-3 fabriek terecht niet is meegenomen als autonome ontwikkeling. Dit laat onverlet dat hiermee wel rekening is gehouden in de gevoeligheidsanalyse in het MER zoals uiteen gezet in voornoemde bijlage 1.

Ontbreken van bestaande vergunning op- en overslag van NHC in de referentiesituatie

15

1.10

In tegenstelling tot de omschrijving in het MER van de referentiesituatie is ten onrechte het addendum dat Albemarle in 2019 aan de Omgevingsdienst heeft toegezonden niet meegenomen in de referentiesituatie. Dit addendum betreft een aanvullende analyse van het effect van de vergunde op- en overslag van de stof NHC op het plaatsgevonden risico en groepsrisico in de omgeving van Albemarle. Bij de toelichting op het plaatsgebonden risico in het MER en het daaraan ten grondslag liggende onderzoek worden de plaatsgebonden risicocontouren namelijk anders weergegeven dan in het addendum.

Reactie: In het addendum van 2019 is door Albemarle voor het bepalen van de plaatsgebonden risicocontour gerekend met een generieke probit omdat voor de stof NHC geen specifieke probitrelatie bekend is. Albemarle heeft naar aanleiding van het addendum geen verzoek bij de Omgevingsdienst gedaan voor het aanpassen van de plaatsgebonden risicocontour en het invloed gebied in het RRGS en daarmee ook de Risicokaart. In het MER was daarom uitgegaan van de revisievergunning uit 2018 en de daarbij behorende plaatsgebonden risicocontour. Het MER is aangepast zodat ook het addendum en de daarbij behorende plaatsgebonden risicocontour inzichtelijk is gemaakt. Daarmee zijn beide contouren transparant in het MER opgenomen. Binnen die plaatsgebonden risicocontouren (PR 10-6 contour) zijn geen beperkt kwetsbare objecten voorzien. De ontwikkeling van het Hamerkwartier heeft in zoverre geen invloed op de bedrijfsvoering van Albemarle.

Door Albemarle is in samenwerking met de gemeente door Tauw in kaart gebracht wat de bestaande en vergunde bedrijfssituatie voor gevolgen heeft voor het groepsrisico wanneer de populatie de samenhangt met de ontwikkeling van het Hamerkwartier modelmatig wordt ingevoerd. De oriëntatiewaarde wordt in dat scenario licht overschreden na realisatie van het Hamerkwartier. Bij de door Albemarle gewenste uitbreiding van de opslag van NHC vanwege de aangevraagde uitbreiding van de HPC-3 fabriek wordt in relatie tot de ontwikkelingen in het Hamerkwartier de oriëntatiewaarde ruim overschreden. Deze overschrijding zal verantwoord moeten worden in de situatie dat voorzienbaar is dat hetgeen is aangevraagd ook vergunbaar is. De aanzet tot de verantwoording van het groepsrisico is in het MER opgenomen, in het uiteindelijke ruimtelijke besluit zit de verantwoording van het groepsrisico voor het betreffende ruimtelijke plan. Zie MER Hamerkwartier, d.d. december 2021. Deze verantwoording van het groepsrisico is opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan Exclusiva (paragraaf 4.11) en bijlage 13 bij de toelichting op het bestemmingsplan. Als onderdeel van die verantwoording is in artikel 3.4 sub b onder11 van het bestemmingsplan Exclusiva een bouwregel opgenomen vanwege de mogelijkheid van een toxisch scenario waarbij gifwolken ontstaan.

Autonome ontwikkelingen in kader energietransitie ten onrechte niet meegenomen in referentiesituatie 1.11

Albemarle stelt dat in het MER ten onrechte wordt uitgegaan van de huidige bedrijfsvoering van Albemarle als referentiesituatie in het jaar 2030. Geen rekening wordt gehouden met de energietransitie zoals vastgelegd in het landelijke Klimaatakkoord en het gemeente beleid dat noodzaakt tot een emissiereductie van 55% in 2030. De maatregelen die Albemarle in het kader van de energietransitie gaat treffen zijn voldoende zekere ontwikkelingen waarvan de kans groot is

16

dat ze in de nabije toekomst en in ieder geval voor 2030 worden gerealiseerd. Deze aanpassingen aan de bedrijfsvoering van Albemarle hebben effect op het milieu. Om voornoemde redenen meent Albemarle dat het MER de energietransitie als autonome ontwikkeling in de referentiesituatie moet meenemen. Nu dit niet is gebeurd is het MER in zoverre in strijd met artikel 7.23, eerste lid, onderdeel b, van de Wm.

Reactie: Verwezen wordt naar de beantwoording onder 1.8.

Autonome ontwikkeling van het verzoek tot aanpassing van de geluidvoorschriften is ren onrechte niet in referentiesituatie meegenomen 1.12

Voor de referentiesituatie wordt in het MER uitgegaan van de huidige revisievergunning. In 2018 heeft Albemarle een reparatieverzoek ingediend en in oktober 2020 een aanvullend reparatieverzoek naar aanleiding van de verplichte actualisatie van het geluidmodel. Aan dit reparatieverzoek is zowel in het onderliggende onderzoek als in het MER ten onrechte geen aandacht besteed. Albemarle verwacht dat dit verzoek op zeer korte termijn wordt toegewezen. Het verzoek tot aanpassing van de geluidsvoorschriften is ten onrechte niet meegenomen in de referentiesituatie. Het MER is in zoverre in strijd met artikel 7.23, eerste lid, onderdeel b, van de Wm.

Reactie: Verwezen wordt naar het gestelde in paragraaf 1.6. Op basis daarvan is het MER aangevuld zodat van strijd met artikel 7.23, eerste lid onderdeel b, Wm geen sprake is. Het reparatieverzoek doet overigens niets af aan de bestaande MTG punten en verleende hogere waarden in het gebied en de beperkingen voor Albemarle die daaruit voortvloeien.

Autonome ontwikkeling van de wijziging HPC-3 fabriek is ten onrechte niet in de referentiesituatie meegenomen

1.13

Albemarle meent dat de aangevraagde vergunning op 20 februari 2020 voor het wijzigen van de HPC-3 fabriek had moeten worden meegenomen als autonome ontwikkeling en niet in een gevoeligheidsanalyse. De vergunning zal leiden tot extra NHC opslag en een verhoging van het aantal verladingen NHC. Dit heeft tot gevolg dat de plaatsgebonden risicocontouren en het groepsrisico toenemen. Doordat momenteel een beperkt aantal gevoelige bestemmingen zijn gevestigd in het Hamerkwartier en in de directe nabijheid van Albemarle, bestaat er ruimte voor de uitbreidingsplannen van Albemarle. Bovendien kunnen de plaatsgebonden risicocontouren door onduidelijkheid over de toxiciteit van de stof NHC in de referentiesituatie mogelijk over potentiële bebouwingsclusters vallen. Onduidelijk is hoe dit is meegenomen in het MER bij de beschouwing van de relevante milieueffecten.

17

Reactie: In paragraaf 1.9 heeft de gemeente toegelicht waarom de aangevraagde vergunning voor wijziging van de HPC-3 fabriek niet kwalificeert als een autonome ontwikkeling, omdat op dit moment niet met zekerheid vaststaat dat de omgevingsvergunning verleend gaat worden. In het MER is de vergunningaanvraag daarom terecht meegenomen in de gevoeligheidsanalyse. In de gevoeligheidsanalyse is geconstateerd dat Albemarle door haar vergunde activiteiten en de mogelijke uitbreiding van faciliteiten reeds een invloedsgebied heeft dat over het Hamerkwartier heen ligt. Het gaat in alle gevallen om een toxisch scenario, een gifwolk. Van die situatie is alleen sprake bij een calamiteit, alle voorschriften uit de omgevingsvergunning milieu zijn er op gericht om een dergelijk scenario te voorkomen. Omdat reeds in de bestaande situatie sprake is van een invloedsgebied over het Hamerkwartier is geconcludeerd dat een verantwoording groepsrisico moet worden opgesteld omdat nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan binnen het invloedsgebied. Die verantwoording is opgenomen in paragraaf 4.11 van de toelichting op het bestemmingsplan Exclusiva en bijlage 13 bij de toelichting op het bestemmingsplan. Het gevolg van die verantwoording is dat geborgd dient te worden dat in het geval van een gifwolk men dient te schuilen in een gebouw en de ramen en deuren gesloten te houden.

Gebouwen kunnen geschikt worden gemaakt als schuillocatie. De geschiktheid als schuillocatie wordt verhoogd wanneer mechanische ventilatie voorzien wordt van een (centraal bediende) noodschakelaar. Dit is in de planregels van het bestemmingsplan Exclusiva geborgd in artikel 3.4 sub b onder 11 door te bepalen dat het verboden is te bouwen zonder toepassing van handmatig te bedienen mechanische ventilatie. Ook al neemt het groepsrisico toe, met het pakket maatregelen zoals in de autonome situatie al bestaat, kan in geval van een toxisch scenario adequaat worden gehandeld. Door Albemarle is niet onderbouwd welk ongevalsscenario tot een hoger groepsrisico leidt en waarom dat ongevalsscenario niet verenigbaar zou zijn met de ontwikkeling van het Hamerkwartier.

Beschrijving van de milieueffecten is gebrekkig Albemarle is uitsluitend als achtergrondconcentratie beoordeeld 1.14

Volgens Albemarle is de beschrijving van de milieueffecten in het MER gebrekkig en worden de milieugevolgen onvoldoende beschreven. In het MER zijn de emissies van Albemarle onvoldoende en onjuist in de beoordeling van de milieueffecten betrokken. Reden hiervoor is dat voor luchtkwaliteit Albemarle uitsluitend als ‘achtergrondconcentratie’ is beoordeeld. Het MER baseert de beoordeling van de luchtkwaliteit op de meetpunten die in en rondom het plangebied zijn vastgesteld. Het dichtstbijzijnde meetpunt ligt buiten het plangebied op ca 700-800 meter hemelsbreed van de twee grote katalysatorenfabrieken (HPC-fabriek en de FCC-fabriek). De beoordeling van Albemarle als achtergrondconcentratie is ook niet in overeenstemming met het advies van de Commissie m.e.r. op de NRD. Het MER is in zoverre onzorgvuldig tot stand gekomen en in strijd met artikel 3:2 Awb.

Reactie:

18

Niet duidelijk is wat Albemarle met deze zienswijze bedoelt. De luchtkwaliteit in een gebied wordt bepaald door het verkeer dat erover rijdt, maar ook door de bijdrage van andere uitstootbronnen, zoals industrie, huishoudens en landbouw: de zogenaamde achtergrondconcentraties. In figuur 5.21 in paragraaf 5.3.2. van het MER zijn de toetspunten weergegeven op basis waarvan de luchtkwaliteit is bepaald. De toetspunten liggen verspreid over het gehele Hamerkwartier en toetspunt 14a/14b ligt nabij Albemarle. In paragraaf 5.3.3 is specifiek over Albemarle aangegeven dat de ‘witte rook’ vanuit Albemarle waterdamp betreft en dat dit geen impact heeft op de leefomgevingskwaliteit en luchtkwaliteit. Voor eventuele andere stoffen en emissies is Albemarle gebonden aan de eisen uit de milieuvergunning die ervoor zorgen dat er geen te hoge concentraties optreden. De gemeente ziet niet in waarom de beoordeling van Albemarle als achtergrondconcentratie niet in overeenstemming is met het advies van de Commissie m.e.r. op de NRD. Dit standpunt van Albemarle wordt ook geenszins onderbouwd.

In bijlage 3 bij het luchtkwaliteitsonderzoek van LBP Sight d.d. 5 december jl. is aangegeven waar alle toetspunten zijn neergelegd. Een groot aantal toetspunten ligt binnen de grenzen van de inrichting van Albemarle. Voor zover Albemarle met haar stelling over het meetpunt op 700-800 meter bedoelt dat in het MER zou zijn uitgegaan van achtergrondconcentraties op basis van een (te) ruim grid, is met het aanvullende luchtkwaliteitsonderzoek de achtergrondconcentratie rondom Albemarle meer gedetailleerd in beeld gebracht. Uit het aanvullend luchtkwaliteitsonderzoek volgt dat de concentraties fijn stof dichterbij Albemarle hoger zijn dan op grotere afstand van de inrichting. Ondanks die hogere achtergrondconcentraties wordt wel ruimschoots voldaan aan de grenswaarden op grond van de Wet milieubeheer. Onderzoek naar de effecten op hoogbouw is gebaseerd op onzekerheden en onjuistheden 1.15

Albemarle meent dat het onderzoek naar de effecten van haar emissies op hoogbouw is gebaseerd op onzekerheden en onjuistheden. Het rapport van LBP bevat twee gebreken: i) de modellering is gelimiteerd tot een hoogte van 60 meter zodat de effecten voor luchtkwaliteit voor een groot deel van de woningbouw van 60 meter tot 120 meter niet zijn onderzocht. Dat is des te onzorgvuldiger omdat dichtbij Albemarle hoogbouw tot 120 meter is voorzien. Daarnaast geld ii) dat het onderzoek van LBP gebaseerd is op een sterk vereenvoudigd rekenmodel dat gebaseerd is op een luchtkwaliteitsonderzoek van KwA uit 2015. Het onderzoek van KwA uit 2015 was destijds gebruikt om een globaal beeld te krijgen van de luchtkwaliteit met als uitgangspunt de huidige laagbouw en het gebruik voor mensen onder arbo-omstandigheden. Er is daarom gebruik gemaakt van een sterk vereenvoudigd rekenmodel waarin de vier katalysatorfabrieken tot enkele emissiepunten zijn gebundeld en vertegenwoordigd met een uitgemiddeld debiet, temperatuur en concentratie.

Reactie: Naar aanleiding van de zienswijze van Albemarle is door LBP Sight nader onderzoek gedaan naar de effecten voor de luchtkwaliteit. In het luchtkwaliteitsonderzoek d.d. 5 december 2021 zijn alle emissiebronnen van Albemarle die stikstofoxiden en (zeer) fijn stof uitstoten meegenomen in de rekenmodellen om zo met een gecorrigeerde achtergrondconcentratie te kunnen rekenen. De emissiebronnen zijn door Albemarle op verzoek van LBP Sight aangegeven en benoemd. Naast de gebruikelijke toetspunten op 1,5 meter hoogte, is ook gerekend met toetspunten op 50 meter

19

boven maaiveld. Dit onderzoek is uitgevoerd om de invloed van hogere emissiebronnen van Albemarle te kunnen beoordelen. Tot 50 meter boven maaiveld wordt een maximum bereikt om daarna weer af te nemen, zo volgt uit een onderzoek van LBP Sight naar geur en stof(fen) emissies van Albemarle dat eveneens van 5 december jl. is. Met de berekening op 50 meter hoogte, wordt daarmee ook de luchtkwaliteit voor hoogbouw getoetst. Uit het onderzoek volgt dat op alle toetspunten wordt voldaan aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer zodat luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de ontwikkeling van het Hamerkwartier en Albemarle niet wordt beperkt in haar bedrijfsvoering door hoogbouw.

Beschrijving van de effecten van industrielawaai is gebrekkig 1.16

Volgens Albemarle zijn bij de beschrijving van de effecten van industrielawaai ten onrechte niet de effecten van alle (tijdelijke) geluidbronnen meegenomen. Het MER baseert zich op akoestisch onderzoek van Antea Group van 9 maart 2021. De representatieve bedrijfssituaties met piekgeluid die minder dan 13 maal per jaar voorkomen, zijn incidenteel beschouwd. Deze situaties zijn niet meegenomen in het onderzoek, net als de geluidsemissies ten gevolge van laagfrequentere categorieën werkzaamheden zoals bijvoorbeeld: onderhoudswerkzaamheden bij onderhoudstops, heien bij nieuwbouw, nieuw- en bouwwerkzaamheden aan procesinstallaties, storingen in draaiende apparatuur en (test)alarmen. Hieruit volgt dat in het MER haar geluidsemissies onvoldoende en onjuist in de beoordeling van de milieueffecten zijn betrokken.

Reactie: In het MER is geconstateerd dat de geluidruimte van Albemarle ook piekgeluiden behelst in calamiteitensituaties. Vooropgesteld wordt dat uit hoofde van de vigerende Wm-vergunning op Albemarle de verplichting rust om de betreffende calamiteiten – en daarmee piekgeluiden – zoveel als mogelijk te voorkomen. In incidentele situaties kunnen veiligheidsventielen worden aangesproken die hogere geluidpieken van 105 dB(A) kunnen veroorzaken. Vastgesteld is dat deze situatie niet vaker voorkomt dan 12 maal per jaar en daarmee geen onderdeel uitmaken van de representatieve bedrijfssituatie en dus ook geen onderdeel uitmaken van het zonemodel. Deze piekgeluiden komen enkel incidenteel voor bij een calamiteit en zijn daarom terecht niet meegenomen in de beoordeling van de milieueffecten. Geluid ten gevolge van onderhoud of calamiteiten is bovendien niet te voorspellen en daarmee niet te regelen in een milieuvergunning. Onderhoudswerkzaamheden zoals door Albemarle genoemd vallen evenmin onder de representatieve bedrijfssituatie. Hierop is bouwregelgeving van toepassing waarvoor hogere toegestane emissies gelden. Gewezen wordt in dit verband op het Bouwbesluit en de APV.

Milieueffecten voor externe veiligheid zijn onvoldoende beschreven 1.17

Albemarle meent ook dat de milieueffecten met betrekking tot externe veiligheid in het MER en het daaraan onderliggende onderzoek door Antea onvolledig zijn en gebaseerd zijn op onzekerheden. Hierdoor wordt niet voldaan aan het vereiste van artikel 7.23, eerste lid onder b, van de Wm. Albemarle wijst ter onderbouwing op het standpunt dat zonder de specifieke probit voor NHC geen conclusies kunnen worden getrokken over de omvang van de externe veiligheidsrisico’s bij de ontwikkeling van het Hamerkwartier, waarbij kwetsbare objecten als woningen in de nabijheid van

20

Albemarle worden gerealiseerd. Het RIVM is op dit moment aan de hand van literatuurstudies bezig om een probitrelatie voor NHC op te stellen om de toxiciteit van de stof goed in de QRA mee te kunnen nemen.

Reactie: Verwezen wordt naar het gestelde onder 1.9 en 1.10. In het MER is beoordeeld hoe met een toxisch scenario het beste kan worden omgegaan. In het geval van een gifwolk dient men te schuilen in een gebouw en de ramen en deuren gesloten te houden. De geschiktheid als schuillocatie wordt verhoogd wanneer mechanische ventilatie voorzien wordt van een (centraal bediende) noodschakelaar. Om die reden wordt in de bestemmingsplannen opgenomen dat een omgevingsvergunning voor bouwen enkel wordt verleend als de mechanische ventilatie uitgeschakeld kan worden. Ook tracht de gemeente de zelfredzaamheid van de bewoners van het Hamerkwartier te bevorderen door voorlichting te geven over de calamiteiten die kunnen ontstaan bij Albemarle. Overigens benadrukt de gemeente dat de vergunningaanvraag voor de verandering van de HPC-3 fabriek nog niet is verleend. Bij een eventuele vergunningverlening dient rekening te worden gehouden met de al bestaande gevoelige bestemmingen rondom Albemarle, zoals de woningen in Vogeldorp op ca. 250 meter afstand en de nabijgelegen woonboten op ca. 50 meter van de inrichtingsgrens. Het is aan Albemarle om maatregelen te treffen zodat een toxisch scenario zoveel als mogelijk wordt voorkomen. De komst van woningbouw in het Hamerkwartier maakt het voorgaande niet anders.

In aanvulling hierop geldt tot slot dat in het addendum QRA van 6 mei 2019 is gerekend met de generieke probitrelatie waarvan het RIVM heeft geoordeeld dat die berekening correct was uitgevoerd. Een specifieke probitrelatie is daarmee niet noodzakelijk. Indien daar wel voor wordt gekozen dan moet die specifieke probitrelatie eerst door het RIVM worden bepaald en dat kan nog geruime tijd duren. Lopende vergunning aanvraag HPC-3 fabriek 1.18

Uit het MER volgt niet hoe de lopende aanvraag van de Wabo vergunning voor de wijziging van de HPC-3 fabriek in de beoordeling van de externe veiligheidsrisico’s is meegenomen.

Reactie: De gemeente verwijst naar de beantwoording in paragraaf 1.9 en 1.10.

Plaatsgebonden risicocontour 1.19

De plaatsgebonden risicocontour wordt grotendeels veroorzaakt door de risico’s van de stof NHC. Nu voor NHC geen probitrelatie voorhanden is, kan de toxiciteit niet goed in de QRA worden meegenomen, het is daarom niet onrealistisch dat de plaatsgebonden risicocontouren aanzienlijk groter zijn dan huidig gepresenteerd.

Reactie:

21

Voor het berekenen van de plaatsgebonden risicocontour, is uitgegaan van de revisievergunning uit 2018, waarin is gerekend met een generieke probitrelatie. Het MER wordt naar aanleiding van de zienswijze van Albemarle aangepast, zodat uit wordt gegaan van de plaatsgebonden risicocontour uit het addendum die niet anders is dan het plaatsgebonden risico dat volgt uit de aanvraag voor wijziging van de HPC-3 fabriek. Binnen deze plaatsgebonden risicocontour zijn ook geen (beperkt) kwetsbare objecten voorzien. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling wordt getoetst aan de grenswaarden van de plaatsgebonden risicocontouren. Die bepalen op welke afstand van Albemarle een kwetsbaar object mag worden gerealiseerd. Het addendum is naar aanleiding van de zienswijze van Albemarle in het MER betrokken. De kaart behorend bij het addendum is opgenomen.

Een belangrijke notie is dat een volledige veilige stad niet mogelijk is. Veiligheid als absolute doelstelling kan niet en zou tot een onleefbare stad leiden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen denkt de gemeente daarom vooraf na over de beperking van ongewenste (fysieke) veiligheidsrisico’s en neemt de gemeente de benodigde maatregelen. Hierbij kan het gaan om de uitwerking van de locatiekeuze voor bijvoorbeeld een school, het rekening houden met schuilplekken en vluchtwegen, het goed bereikbaar zijn van gebouwen voor de Brandweer, of het treffen van extra bouwkundige eisen.

Groepsrisico ten onrechte niet in kaart gebracht 1.20

Albemarle meent dat in het MER het groepsrisico ten onrechte niet in kaart is gebracht. De significante toename van personen in de nabijheid van Albemarle door de ontwikkeling van het Hamerkwartier zal onomstotelijk gevolgen hebben voor de omvang van het groepsrisico. Nu de berekening van het groepsrisico met betrekking tot Albemarle als risicobron ontbreekt, zijn de effecten van de voorziene ontwikkeling van het Hamerkwartier onvoldoende omschreven en in strijd met artikel 7.23, eerste lid onder b, van de Wm.

Reactie: Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 1.9 en 1.10.

Onderzoek externe veiligheid 1.21

Uit het onderzoek over externe veiligheid dat ten grondslag is gelegd aan het MER volgt dat is uitgegaan van een evenredige verdeling van functies over het gehele Hamerkwartier. Dit schetst volgens Albemarle een vertekend beeld. Op hemelsbreed nog geen 100 meter worden woningen in woontorens gerealiseerd wat betekent dat de personendichtheid daar relatief hoog zal zijn. Het hanteren van het uitgangspunt van een evenredige verdeling leidt tot een onderschatting van de risico’s met betrekking tot externe veiligheid. Dit is in strijd met artikel 7.23, eerste lid onder b, van de Wm.

Reactie:

22

Anders dan Albemarle stelt, is bij het onderzoek naar externe veiligheid niet uitgegaan van een evenredige verdeling van functies, maar is juist onderzoek gedaan om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het Hamerkwartier. Daarmee wordt vooruitgelopen op het systeem onder de Omgevingswet. In de Omgevingswet wordt op een andere kwalitatieve manier met veiligheidsrisico’s omgegaan. De omgang met het plaatsgebonden risico verandert niet, maar wel de manier hoe met het groepsrisico wordt omgegaan. Het effect van een plasbrand, fakkelbrand, explosie of gifwolk wordt na invoering van de Omgevingswet gevisualiseerd via aandachtsgebieden. Dit zijn gebieden waarbij mensen zonder aanvullende veiligheidsmaatregelen binnenshuis onvoldoende beschermd zijn tegen incidenten met gevaarlijke stoffen. Door deze aandachtsgebieden te duiden, wordt inzichtelijk wat de precieze veiligheidsrisico’s zijn en op welke manier er met deze gebieden moet worden omgegaan. Het doel van deze aandachtsgebieden is te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan gebieden en locaties voor wat betreft het aspect omgevingsveiligheid. Van een onderschatting van de risico’s met betrekking tot externe veiligheid is geen sprake en daarmee evenmin van strijd met artikel 7.23, eerste lid onder b, Wm.

Incident gifwolk 1.22

Albemarle meent dat in het MER de risico’s van een incident met een giftige stofwolk onvoldoende in kaart zijn gebracht. Daartoe wijst zij erop dat bij het in kaart brengen van de risico’s van een giftige stofwolk onder andere geen rekening is gehouden met pluimstijging in relatie tot de realisatie van hoge woontorens nabij Albemarle.

Reactie: In bijlage 13 bij het bestemmingsplan Exclusiva is de externe veiligheid onderzocht. Daarin is geconcludeerd dat als de door Albemarle gewenste uitbreiding van de HPC-3 fabriek wordt vergund, bij het realiseren van het Hamerkwartier nieuwe woningen binnen het invloedsgebied van een mogelijke gifwolk komen te liggen als gevolg waarvan een verantwoording van het groepsrisico vereist is. Gebleken is dat het in alle gevallen gaat om een toxisch scenario. Een gifwolk heeft een groot invloedsgebied en drijft af met de wind. Het invloedsgebied van een gifwolk kan daarmee tot meerdere kilometers reiken. In het kader van de zelfredzaamheid is bij een (dreigend) incident waarbij toxische stoffen vrijkomen, van belang dat aanwezigen naar binnen kunnen vluchten en de ramen en deur kunnen sluiten zodat de toxische stoffen niet naar binnen kunnen komen. Gebouwen kunnen geschikt worden gemaakt als schuillocatie. De geschiktheid als schuillocatie wordt verhoogd wanneer mechanische ventilatie handmatig kan worden uitgeschakeld. In het Hamerkwartier zullen woningen vergund worden onder de Omgevingswet. In de Omgevingswet worden in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) geen extra bouweisen opgenomen voor een toxisch aandachtsgebied.

Vanwege energieverbruik moet nieuwbouw namelijk al bijna luchtdicht gebouwd worden, waardoor geen extra bouweisen nodig zijn om bewoners van nieuwe gebouwen te beschermen tegen een gifwolk. Wel zijn in het Bbl generieke voorschriften voor nieuw te bouwen gebouwen opgenomen om onder andere de gevolgen van een gifwolkontsnapping te beperken. Zo is geregeld dat een mechanische ventilatievoorziening bij een externe calamiteit (zoals een gifwolk) 23

handmatig moet kunnen worden uitgeschakeld. Daarmee is voor de nieuwe woningen in het Hamerkwartier niet relevant of sprake is van een pluimstijging. Een eventuele pluimstijging zou wel tot gevolg kunnen hebben dat de bestaande woningen nabij Albemarle – zowel in Hamerkwartier als in Vogeldorp en Vogelbuurt – binnen de invloedsfeer van een toxisch scenario liggen. Deze bestaande woningen zijn ouder en slechter geïsoleerd. Albemarle zal in het kader van haar aanvraag moeten onderbouwen dat een potentieel toxisch scenario als gevolg van de uitbreiding van de HPC-3 fabriek voor die bestaande woningen geen risico’s met zich brengt.

Alternatieven onderzoek gebrekkig

MER beschrijft geen redelijke alternatieven 1.23

Voor het thema Verkeer en het thema Gezondheid (groen in het gebied) beoordeelt het MER twee alternatieven. Volgens Albemarle beschrijft het MER alternatieven voor het thema ‘verkeer’ die haaks staan op de doelstellingen van het Hamerkwartier. De alternatieven ‘autoluw’ en ‘autovrij’ zijn gebaseerd op de randvoorwaarde dat de toekomstige bewoners van het Hamerkwartier zich minder of bijna niet met de auto verplaatsen. Om dit mogelijk te maken zijn flankerende maatregelen nodig om de doelstelling ‘bereikbaarheid’ zoals geformuleerd in het MER te behalen. In de huidige situatie is de ontsluiting van het Hamerkwartier via fietswegen en openbaar vervoer namelijk onvoldoende. Dit betekent dat het MER alternatieven beschrijft die zonder aanvullende maatregelen niet uitvoerbaar zijn. De maatregelen zijn echter, ondanks het advies van de Commissie m.e.r., niet omschreven. Het MER is in zoverre in strijd met artikel 7.23, eerste lid, onderdeel d, van de Wm.

Reactie: Voor de ontwikkeling van het Hamerkwartier is door adviesbureau Goudappel een Mobiliteitsplan opgesteld om te onderzoeken wat de verkeerseffecten zijn en welke maatregelen nodig zijn voor de bereikbaarheid van het Hamerkwartier. In dit Mobiliteitsplan zijn verschillende parkeerscenario’s onderzocht met verschillende ambities: reguliere planvorming, autoluwe ontwikkeling en autovrije ontwikkeling. Gekozen is voor het scenario met autoluwe ontwikkeling. Het Mobiliteitsplan heeft ook de basis voor het MER gevormd. Niet wordt gezien waar normen niet met elkaar corresponderen. In het MER wordt wel in eerste instantie de oorspronkelijke projectnota variant beschouwd. In hoofdstuk 6 van het MER worden vervolgens alternatieven benoemd en beoordeeld. Scenario 2 is daarbij het autoluwe scenario. In het autovrije scenario hebben inwoners geen eigen auto. Alleen bezoekersparkeren en autodelen is beperkt toegestaan. De verwachting is dat mensen hierdoor relatief veel gebruik maken van autogerelateerde diensten, zoals taxi’s, deelauto’s, bezorgservices, enzovoort. Het aantal autoritten is dus lager, maar niet volledig nul. Ook binnen het gebied blijven auto’s rijden. Scenario 3 vergt dus een grote inspanning, maar het effect op de autoverplaatsingen geeft beperkte meerwaarde voor het gebied. Mede hierom is gekozen voor het scenario met de autoluwe ontwikkeling.

Mede naar aanleiding van uw zienswijze heeft Goudappel nader onderzoek verricht naar onder meer de mobiliteitshub (addendum Mobiliteitsplan, Goudappel). Daaruit komen gewijzigde conclusies t.a.v. de omvang, moment van beschikbaarheid en het aantal hubs dat wenselijk is. Deze conclusies worden 24

overgenomen in het MER en de investeringsnota Hamerkwartier. Voor het bestemmingsplan Exclusiva leiden deze conclusies niet tot een ander beeld. De uitwerking voor dit specifieke plan is opgenomen in de bijlagen van de toelichting van het bestemmingsplan. De parkeernormen in het Investeringsbesluit geven de gewenste maximum parkeernormen aan. Binnen de bandbreedte van het Investeringsbesluit kunnen ontwikkelaars beargumenteerd minder parkeerplaatsen aanleggen. In de regels van het bestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier is deze aanpak nu ook geborgd (bandbreedte maximum norm). De bezoekersnorm van 0,1 parkeerplek/woning is bedoeld voor bezoekers, maar ook voor deelauto’s, gehandicapten (op kenteken of zonder kenteken), oplaadplekken, laad/losplekken, taxistandplaatsen. Hiermee is het wenselijk een klein deel van het bezoekersparkeren in de openbare ruimte realiseren. In het bestemmingsplan Exclusiva zijn deze parkeernormen geborgd in artikel 12.1 van de planregels waarmee de maatregelen uit het MER concreet zijn vertaald naar planregels om zodoende het mobiliteitsplan te borgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11263161/1