Raadsbesluit 2022-039A Verordening wijziging Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022
Tekst van het document
2.
In aanvulling op de beperking die onder 1. opgenomen is, geldt voor de gemandateerde bevoegdheden het volgende. Bij mandaat blijft het bestuursorgaan dat de bevoegdheid mandateert voor de bevoegdheid verantwoordelijk. Dit betekent dat het bestuursorgaan dat het mandaat verleent ook altijd de bevoegdheid houdt om deze zelf uit te oefenen. Verder kunnen bij mandaat instructies worden gegeven of voorwaarden worden gesteld. Dit kunnen instructies en voorwaarden zijn die in algemene zin bij het verlenen van het mandaat ten aanzien van de bevoegdheid worden meegegeven, maar ook instructies of voorwaarden in concrete situaties. Deze kunnen bovendien zowel schriftelijk als mondeling worden gegeven. Het bestuursorgaan dat de bevoegdheid in mandaat uitoefent dient zich ook aan de gestelde instructies en voorwaarden te houden.
3.
Het dagelijks bestuur betrekt het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan bij het gebruik maken van de bevoegdheden indien sprake is van politiek gevoelige onderwerpen. Onder politiek gevoelige onderwerpen wordt in ieder geval verstaan, onderwerpen waarbij: o hoge afbreukrisico’s aanwezig zijn; o stadsdeeloverstijgende belangen spelen; o uniforme besluitvorming gewenst is; o strategische belangen van het stadsbestuur in het geding zijn; o expertise nodig is die op stadsdeelniveau niet goed is ontwikkeld.
4.
De behandeling van en de beslissing op bezwaarschriften gericht tegen besluiten die op grond van een gedelegeerde bevoegdheid zijn genomen of op basis van een bevoegdheid die door het college aan het dagelijks bestuur is gemandateerd, vindt door het dagelijks bestuur plaats overeenkomstig de Regeling bezwaar en beroep (college en burgemeester).
5.
Het dagelijks bestuur betrekt het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan bij de besluitvorming indien tegen een door het dagelijks bestuur genomen beslissing op een bezwaarschrift beroep of hoger beroep wordt ingesteld bij de bestuursrechter en het bestuursorgaan betrokken was op grond van de overwegingen onder 3. Verder betrekt het dagelijks bestuur het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan bij de besluitvorming indien zij voornemens is tegen een uitspraak van de bestuursrechter hoger beroep dan wel incidenteel hoger beroep in te stellen. Het beroep en het hoger beroep worden in overeenstemming met DJZ door het dagelijks bestuur behandeld.
6.
De bevoegdheid om te beslissen op bezwaarschriften ingediend tegen besluiten die zijn genomen op grond van een bevoegdheid die door de burgemeester aan de voorzitter van het dagelijks bestuur is gemandateerd, is in beginsel niet gemandateerd. In de Regeling bezwaar en beroep (college en burgemeester) wordt nader geregeld in welke situaties welk bestuursorgaan verantwoordelijk is voor de voorbereiding van de beslissing op bezwaar en de beslissing op bezwaar zelf.
7.
Het dagelijks bestuur is bevoegd de gedelegeerde bevoegdheden te mandateren, waarbij ondermandaat aan anderen is toegestaan. Het dagelijks bestuur is bevoegd om voor de gemandateerde bevoegdheden ondermandaat te verlenen. De mandaatnemer is bevoegd de aan hem gemandateerde bevoegdheden onder te mandateren aan anderen. Het voorgaande geldt ook als sprake is van volmacht en machtiging.
8.
Als de wet- en regelgeving waarop een verleende bevoegdheid berust wijzigt, wordt de bevoegdheid geacht te zijn verleend op grond van de bepalingen uit de gewijzigde wet- en regelgeving. De wijzigingen worden zo spoedig mogelijk in het register verwerkt;
9.
Het mandaat voor het uitoefenen van een bevoegdheid omvat tevens alle direct met de gemandateerde bevoegdheid -al dan niet in de Awb opgenomensamenhangende handelingen en besluiten zoals, maar niet beperkt tot o het verrichten van alle benodigde (feitelijke) voorbereidings- en uitvoeringshandelingen en voeren van correspondentie; o het verstrekken van mondelinge of schriftelijke informatie en gegevens van feitelijke en objectieve aard; o het ondertekenen van de betreffende stukken; o het voldoen aan publicatieverplichtingen; o het verdagen (verlengen) c.q. opschorten van beslistermijnen inzake te nemen besluiten overeenkomstig van toepassing zijnde regelgeving, voor zover niet opgenomen in het mandaatregister; o het beslissen op ingebrekestellingen wegens het niet tijdig beslissen als bedoeld in paragraaf 4.1.3.2 Algemene wet bestuursrecht; o het vragen van adviezen en het inwinnen van inlichtingen.
10. De mandaatverlening omvat in ieder geval de bevoegdheid om, ter zake van de bevoegdheden opgenomen in dit bevoegdhedenregister, te weigeren, in
te trekken, te wijzigen, voorschriften of voorwaarden te stellen, niet in behandeling te nemen, te verzoeken om aanvullende gegevens te verstrekken e.e.a. voor zover niet reeds opgenomen in het bevoegdhedenregister en mits niet uitdrukkelijk uitgesloten of beperkt is.
o. Algemene bevoegdheden
Nr.
Omschrijving bevoegdheid
Grondslag
Bevoegd bestuursorgaan
Soort overdracht
Verleend aan
A.1
besluiten tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente
art. 160, lid 1, aanhef en onder e, Gemeentewet
college
mandaat
DB
Bijzonderheden en beperkingen
geldt niet voor het oprichten of deelneming in een rechtspersoon b. financiële dekking moet aanwezig zijn in de vorm van een daarvoor bestemde begrotingspost c. het aangaan van de rechtshandeling moet voortvloeien uit a.
de aan het dagelijks bestuur expliciet opgedragen taken en bevoegdheden d. de rechtshandelinge n vinden plaats binnen stedelijke kaders, dit betekent in elk geval in lijn met de nota inkopen en aanbesteden, de aanbestedingsinstructies, de nota 10 wegen, het leningen- en garantiebeleid, de nota doelgericht op afstand 2. e. het aangaan van een rechtshandeling heeft betrekking op het verhaal van kosten van de grondexploitatie bij een ruimtelijk besluit, als
bedoeld in artikel 6.24 Wro.
A.2
verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen (waaronder het ondertekenen van overeenkomsten)
art. 171 Gemeentewet
burgemeester
volmacht
VZ
A.3
beslissen op aansprakelijkstellingen van derden, voor zover deze betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van de bestuurscommissie
art. 160, lid 1, aanhef en onder e, Gemeentewet
college
delegatie
DB
A.4
Beslissen op verzoeken in het kader van de algemene verordening
Art. 2 Algemene verordening nadeelcompensatie
college/ burgemeester
mandaat
DB/ VZ
zie de bijzonderheden bij A.1 betreft privaatrechtelijke rechtshandelingen voortvloeiend uit de bevoegdheid bij A.1
mandaat geldt uitsluitend indien het (vermeend) schadeveroorzakende
nadeelcompensatie
besluit in mandaat door de het dagelijks bestuur is genomen en er niet wordt afgeweken van het advies van de schadecommissie
A.5
Beslissen op verzoeken om schadevergoeding
art. 8:90, tweede lid Awb
college/ burgemeester
mandaat
DB/ VZ
A.6
besluiten om een derde aansprakelijk te stellen, in gebreke te stellen in het kader van een door het dagelijks bestuur ingestelde (rechts-) vordering, voor zover deze vordering, aansprakelijkstelling, ingebrekestelling
art. 160, lid 1, aanhef en onder e, Gemeentewet
college
delegatie
DB
mandaat geldt uitsluitend indien het (vermeend) schadeveroorzakende besluit in mandaat door het dagelijks bestuur is genomen
betrekking heeft op de taken en bevoegd-heden van het dagelijks bestuur
A.7
behandelen en afdoen van klachten als bedoeld in titel 9.1 Awb, voor zover die betrekking hebben op een aangelegenheid opgenomen in de takenlijst en het bevoegdheden-register
titel 9.1 Awb
college en burgemeester
machtiging
DB
A.8
besluiten om tegen een uitspraak van de bestuursrechter hoger beroep dan wel incidenteel hoger beroep in te stellen, incl. het indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening te treffen
art. 8: 104, lid 1 Awb; art. 8:110, lid 1 Awb
college
mandaat
DB
de machtiging omvat niet de verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige klachtbehandeling. De kaders voor zorgvuldige klachtbehandeling worden vastgesteld in een stedelijke regeling
A.9
vertegenwoordigen van het college en Bm bij procedures bij de bestuursrechter waarbij besluiten aan de orde zijn die op grond van een gemandateerde bevoegdheid zijn genomen
A.10
beslissen op verzoeken om verstrekking van informatie m.b.t. bestuurlijke aangelegenheden als bedoeld in art. 6 Wet openbaarheid van bestuur voor zover die betrekking hebben op de in dit bevoegdhedenregister opgenomen bevoegdheden
art. 6 Wob
college/ burgemeester
machtiging
DB
college/ burgemeester
mandaat
DB
A.11
beslissen inzake het uit eigen beweging verstrekken van informatie m.b.t. bestuurlijke aangelegenheden zoals bedoeld in art. 8 Wet openbaarheid van bestuur, voor zover die betrekking hebben op de in dit bevoegdhedenregister opgenomen bevoegdheden
art. 8 Wob
college/ burgemeester
mandaat
DB
A.12
beslissen op bezwaarschriften tegen in ondermandaat van het DB genomen besluiten
art. 7:11 Awb
college/ burgemeester
mandaat/ ondermandaat
DB
A.13
Vervangen door reproducties, en vervreemden van archiefbescheiden en opmaken van een
art. 7, 8, eerste en tweede lid, Archiefwet art. 6, eerste en tweede lid, 7, eerste en tweede
college
mandaat
DB
mandaat is beperkt tot de archiefbescheiden die zien op de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur
verklaring van vervanging door reproducties, en vervreemding van archiefbescheiden
lid, 8, Archiefbesluit
A.14
overbrengen en vervroegd over-brengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats en het opmaken van een verklaring van overbrenging
art. 12, eerste lid, art. 13, eerste lid, Archiefwet en art. 9, , Archiefbesluit
college
mandaat
DB
mandaat is beperkt tot de archiefbescheiden die zien op de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur
A.15
verzoeken om een machtiging van Gedeputeerde Staten om overbrenging naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats op te schorten
art. 13, derde en vierde lid, Archiefwet
college
mandaat
DB
mandaat is beperkt tot de archiefbescheiden die zien op de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur
A.16
opmaken van een verklaring van vernietiging van archiefbescheiden
art. 8, Archiefbesluit
college
mandaat
DB
mandaat is beperkt tot de archiefbescheiden die zien op de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur
A.17
stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden
art. 15, eerste en tweede lid en art. 16, tweede lid, Archiefwet en art. 10, Archiefbesluit
college
mandaat
DB
mandaat is beperkt tot de archiefbescheiden die zien op de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur
A.18
overdragen van archiefbescheiden van een organisatie-onderdeel aan een ander organisatieonderdeel
art. 4, onder d, van het Besluit informatie-beheer 2010
college
mandaat
DB
mandaat is beperkt tot de archiefbescheiden die zien op de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur
A.19
bevoegdheden die verband houden met de uitoefening van de rechten van betrokkene als bedoeld in hoofdstuk III
Artikelen 12 tot en met 23 Algemene Verordening Gegevensbescherming
College/ BM
Mandaat/machtiging
DB/VZ
A.20
het doen van een mededeling van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene
Artikel 34 Algemene Verordening Gegevensbescherming
college/BM
mandaat/machtiging
DB/VZ
A.21
het doen van een voorafgaande raadpleging bij de Autoriteit Persoonsgegevens worden voldaan
Artikel 36 Algemene Verordening Gegevensbescherming
college/BM
mandaat/machtiging
DB/VZ
1. Gebiedsontwikkeling en ruimtelijk beheer Algemene beperkingen: 1. Mandaat geldt niet voor stedelijke gebieden, projecten en belangen, zoals nader aangegeven op bij dit register behorende kaart bijlage A. Deze kaart wordt jaarlijks geactualiseerd en ter vaststelling voorgelegd aan het college. Een uitzondering hierop vormen de taken en bevoegdheden op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht met betrekking tot woonboten en bedrijfsvaartuigen waar een ligplaatsvergunning voor is vereist. Als een ligplaatsvergunningen is vereist, is het dagelijks bestuur wel bevoegd. 2. Mandaat is beperkt tot die projecten waarvan het dagelijks bestuur opdrachtgever is. Voor alle nieuwe projecten wordt in de initiatieffase bepaald welk bestuur verantwoordelijk is. Richtlijn daarbij is dat de minder complexe en/of minder risicovolle projecten tot de bevoegdheid van het dagelijks bestuur behoren. 3. Als op grond van onderdeel 7 (Milieu en duurzaamheid) de bevoegdheden o.g.v. de Wabo en milieuregelgeving niet gemandateerd worden, dan zijn de bevoegdheden genoemd in de onderdelen B.12 tot en met B.17 ook niet gemandateerd. 4. Mandaat geldt niet als de vergunningverlening betrekking heeft op tunnels.
Nr.
Omschrijving bevoegdheid
Grondslag
Bevoegd bestuursorgaan
Soort overdracht
Verleend aan
B.1
doen van een kennisgeving van het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden
art. 1.3.1, lid 1 Besluit ruimtelijke ordening
college
mandaat
DB
B.2
plegen van vooroverleg
art. 3.1.1, lid 1 Besluit ruimtelijke ordening
college
mandaat
DB
B.3
plegen van vooroverleg i.v.m. voorbereiden van het vaststellen
art. 3.9a Wet ruimtelijke ordening, art. 3.1.1, lid 1
college
mandaat
DB
Bijzonderheden en beperkingen
van een wijzigingsplan
Besluit ruimtelijke ordening
B.4
plegen van vooroverleg i.v.m. voorbereiden van het vaststellen van een uitwerkingsplan
art. 3.9a Wet ruimtelijke ordening, art. 3.1.1, lid 1 Besluit ruimtelijke ordening
college
mandaat
DB
B.5
besluiten tot het stellen van nadere eisen
art. 3.6, lid 1, aanhef en onder d en lid 4 Wet ruimtelijke ordening
college
mandaat
DB
B.6
beslissen tot het toepassen van de coördinatieregeling
art. 3.30, lid 2 en lid 3 en art. 3.31 Wet ruimtelijke ordening
college
mandaat
DB
soort overdracht is afhankelijk van en volgt de bevoegdheid van de te coördineren bevoegdheden Voor zover een van de te coördineren besluiten een bestemmingsplan, wijzigingsplan of uitwerkingsplan betreft, heeft mandaat uitsluitend betrekking op: de beslissing om de coördinatieregeling toe te passen beslissingen en handelingen die
samenvallen/samenlopen met beslissingen in het kader van de voorbereiding van het bestemmingsplan, wijzigings- en uitwerkingsplan
B.7
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een vergoeding voor planschade (incl. sluiten van een overeenkomst)
art. 6.1 (m.u.v. het bepaalde onder lid 2, aanhef en onder a) en 6.4a Wet ruimtelijke ordening, art. 6.1.3.1 en 6.1.3.2 Besluit ruimtelijke ordening
college
mandaat
DB
mandaat geldt alleen als het schadeveroorzakend besluit door het dagelijks bestuur in mandaat genomen is, als het schadeveroorzakend besluit door een voormalige deelgemeente genomen is, is het college bevoegd
B.8
verbinden voorschriften exploitatiebijdrage aan omgevingsvergunning en stellen termijn exploitatie-bijdrage
art. 6.17 Wet ruimtelijke ordening
college
mandaat
DB
mandaat geldt alleen als het schadeveroorzakend besluit door het dagelijks bestuur in mandaat genomen is
B.9
stilleggen bouw bij niet voldoen betalen exploitatiebijdrage
art. 6.21, lid 1, Wet ruimtelijke ordening
college
mandaat
DB
mandaat geldt alleen als het schadeveroorzakend besluit door het dagelijks bestuur in mandaat genomen is
B.10
invorderen exploitatiebijdrage bij dwangbevel
art. 6.21, lid 2, Wet ruimtelijke ordening
college
mandaat
DB
mandaat geldt alleen als het schadeveroorzakend besluit door het dagelijks bestuur in mandaat genomen is
B.11
geheel of gedeeltelijk intrekken van een omgevingsvergunning bij niet betalen van exploitatiebijdrage
art. 6.21, lid 3, Wet ruimtelijke ordening
college
mandaat
DB
mandaat geldt alleen als het schadeveroorzakend besluit door het dagelijks bestuur in mandaat genomen is
B.12
het opnemen van de in artikel 6.24 Wro genoemde bepalingen in (anterieure en posterieure) overeenkomsten; het publiceren van de kennisgeving van de overeenkomst; het ter inzage leggen van een zakelijke beschrijving van de inhoud van de overeenkomst
art. 6.24 Wet ruimtelijke ordening en art. 6.2.12 Besluit ruimtelijke ordening
college en burgemeester
mandaat en machtiging
DB
B.13
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk (incl. weigeren, wijzigen, stellen van voorschriften, aanhouden beslissing, over-dracht,
art. 2.1, lid 1, aanhef en onder a, art. 2.5, art. 2.6, art. 2.20, lid 1, art. 2.22, art. 2.23, art. 2.24, 2.25, lid 3, art. 2.26, art. 2.29, art. 2.31, art. 3.1 t/m 3.6, art. 3.8, art. 3.9, art.
college
mandaat
DB
verlengen beslistermijn en alle voorbereidende en uitvoerende besluiten)
3.10, art. 3.11, art. 3.12, art. 3.15 Wabo
B.14
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald (incl. weigeren, wijzigen, stellen van voor-schriften, aanhouden beslissing, overdracht, verlengen beslistermijn en alle voorbereidende en uitvoerende besluiten)
art. 2.1, lid 1, aanhef en onder b, art. 2.5, art. 2.6, art. 2.20, lid 1, art. 2.22, art. 2,23, art. 2.24, 2.25, lid 3, art. 2.26, art. 2.29, art. 2.31, art. 3.1 t/m 3.6, art. 3.8, art. 3.9, art. 3.10, art. 3.11, art. 3.12, art. 3.15 Wabo
college
mandaat
DB
B.15
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheers-verordening, een exploitatieplan, de regels gesteld
art. 2.1, lid 1, aanhef en onder c, art. 2.5, art. 2.6, art. 2.12, art. 2.20, lid 1, art. 2.22, art. 2.23. art. 2.24, art. 2.26, art. 2.29, art. 2.31, art. 3.1 t/m 3.6, art. 3.8, art. 3.9, art. 3.10, art. 3.11, art. 3.12, art.
college
mandaat
DB
B.16
krachtens art. 4.1, lid 3 of art. 4.3, lid 3 van de Wet ruimtelijke ordening of een voorbereidingsbesluit voor zover toepassing is gegeven aan art. 3.7, lid 4, tweede volzin, van die wet (incl. weigeren, wijzigen, stellen van voorschriften, aanhouden beslissing, overdracht, verlengen beslistermijn en alle voorbereidende en uitvoerende besluiten)
3.15 Wabo
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het in gebruik nemen of gebruiken van een bouwwerk met het oog op de brand-veiligheid bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën gevallen (brandveilig gebruik) (incl. weigeren, wijzigen, stellen van voorschriften, aanhouden beslissing, overdracht, verlengen beslistermijn en alle voorbereidende en uitvoerende besluiten)
art. 2.1, lid 1, aanhef en onder d, art. 2.5, art. 2.6, art. 2.20, lid 1, art. 2.22, art. 2.23, art. 2.24, 2.25, lid 3, art. 2.26, art. 2.29, art. 2.31, art. 3.1 t/m 3.6, art. 3.8, art. 3.9, art. 3.10, art. 3.11, art. 3.12, art. 3.15 Wabo
college
mandaat
DB
B.17
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald (incl. weigeren, wijzigen, stellen van voorschriften, aanhouden beslissing, overdracht, verlengen beslistermijn en alle voorbereidende en uitvoerende besluiten)
art. 2.1, lid 1, aanhef en onder g, art. 2.5, art. 2.6, art. 2.20, lid 1, art. 2.22, art. 2.23, art. 2.24, art. 2.25, lid 3, art. 2.26, art. 2.29, art. 2.31, art. 3.1 t/m 3.6, art. 3.8, art. 3.9, art. 3.10, art. 3.11, art. 3.12, art. 3.15 Wabo
college
mandaat
DB
B.18
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk in een beschermd stadsof dorpsgezicht (incl. weigeren, wijzigen, stellen van voorschriften, aanhouden beslissing, overdracht, verlengen beslistermijn en alle voorbereidende en uitvoerende besluiten)
art. 2.1, lid 1, aanhef en onder h, art. 2.5, art. 2.6, art. 2.20, lid 1, art. 2.22, art. 2.23, art. 2.24, art. 2.25, lid 3, art. 2.26, art. 2.29, art. 2.31, art. 3.1 t/m 3.6, art. 3.8, art. 3.9, art. 3.10, art. 3.11, art. 3.12, art. 3.15 Wabo
college
mandaat
DB
B.19
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een omgevings-
art. 2.2, lid 1, aanhef en onder c, art. 2.5, art. 2.6, art.
college
mandaat
DB
vergunning voor het slopen van een bouwwerk in een beschermd stadsof dorpsgezicht (incl. weigeren, wijzigen, stellen van voorschriften, aanhouden beslissing, overdracht, verlengen beslistermijn en alle voorbereidende en uitvoerende besluiten)
2.20, lid 1, art. 2.22, art. 2.23, art. 2.24, art. 2.25, lid 3, art. 2.26, art. 2.29, art. 2.31, art. 3.1 t/m 3.6, art. 3.8, art. 3.9, art. 3.10, art. 3.11, art. 3.12, art. 3.15 Wabo juncto art. 21 Erfgoedverordening
B.20
afhandelen van een sloopmelding en stellen en wijzigen van voorschriften.
art. 1.27 t/m 1.30 Bouwbesluit 2012
college
mandaat
DB
B.21
intrekken van een omgevingsvergunning
art. 2.33, art. 3.23, art. 5.19 Wabo
college
mandaat
DB
mandaat geldt alleen als de omgevingsvergunning door het dagelijks bestuur in mandaat is verleend
B.22
beslissen tot het nemen van verhaal op de krachtens art. 4.1 Wabo gestelde financiële zekerheid bij niet-nakoming verplichting (incl. invorderen bij dwangbevel)
art. 4.1, lid 3 Wabo
college
mandaat
DB
mandaat geldt alleen als de omgevingsvergunning door het dagelijks bestuur in mandaat is verleend
B.23
beslissen op verzoeken tot
art. 4.2 Wabo
college
mandaat
DB
mandaat geldt alleen als de
toekennen van een naar billijkheid te bepalen vergoeding in de gevallen genoemd in art. 4.2, lid 1 Wabo
omgevingsvergunning door het dagelijks bestuur in mandaat is verleend
B.24
afhandelen gebruiksmelding alsmede stellen en wijzigen nadere voorwaarden
art. 1.20 t/m 1.22 Bouwbesluit 2012
college
mandaat
DB
mandaat geldt alleen als de omgevingsvergunning door het dagelijks bestuur in mandaat is verleend
B.25
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een ontheffing geluidhinder bij bouw- en sloopwerkzaam-heden
Hoofdstuk 8 Bouwbesluit 2012
college
mandaat
DB
mandaat geldt alleen als de omgevingsvergunning door het dagelijks bestuur in mandaat is verleend
B.26
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een ontheffing trillings-hinder bij bouw- en sloopwerkzaam-heden
Hoofdstuk 8 Bouwbesluit 2012
college
mandaat
DB
mandaat geldt alleen als de omgevingsvergunning door het dagelijks bestuur in mandaat is verleend
B.27
beslissen dat het uiterlijk van de bouwwerken genoemd in artikel 12, lid 1, aanhef en onder a en b in ernstige mate in strijd is in met redelijke eisen van welstand,
art. 12, lid 1, en 12a, eerste lid, onderdeel b Woningwet
college
mandaat
DB
beoordeeld naar de criteria opgenomen in de welstandsnota, bedoeld in artikel 12, eerste lid, 12a, eerste lid, onderdeel b Woningwet
B.28
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een ontheffing van in het Bouwbesluit gegeven voorschriften omtrent het slopen of het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden, voor zover dat bij of krachtens Bouwbesluit is toegestaan
art. 6, lid 2, art. 2, lid 2 en 3 Woningwet
college
mandaat
DB
mandaat geldt alleen als de omgevingsvergunning door het dagelijks bestuur in mandaat is verleend
B.29
verlenen van de verklaring (als bedoeld in art. 2.4 Wabo) waarin wordt verklaard dat de omgevingsvergunning voor bouwen wordt verleend als de ontheffing van het Bouwbesluit door de minister wordt verleend
art. 7, lid 2 Woningwet
college
mandaat
DB
mandaat geldt alleen als de omgevingsvergunning door het dagelijks bestuur in mandaat is verleend
B.30
het bij omgevings-vergunning expliciet toestaan een bouwwerk te bouwen, dan wel deel daarvan in stand te laten voor zover daarbij
art. 7b, lid 1 en 2 art 8, lid 2 en lid 5 Woningwet
college
mandaat
DB
mandaat geldt alleen als de omgevingsvergunning door het dagelijks bestuur in mandaat is verleend
niet wordt voldaan aan de op dat bouwen van toepassing zijnde voorschriften in de Bouwverordening omtrent het tegengaan van het bouwen van een bouwwerk op verontreinigde bodem alsmede de bouwverordening kan voorschriften bevatten van stedenbouwkundige aard.
B.31
vaststellen standplaatsen en ligplaatsen en afbakenen standplaatsen en ligplaatsen
art. 6, lid 2 en lid 3, Wet basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en art. 7, lid 1, aanhef en onder c, Verordening basisinformatie 2018.
college
mandaat
DB
B.32
aanwijzingen geven voor het aanbrengen van naamborden
art. 8 Verordening basisinformatie 2018
college
mandaat
DB
B.33
aanwijzingen geven voor het aanbrengen van (huis)nummerborden op objecten door rechthebbenden
art. 9 Verordening basisinformatie 2018.
college
mandaat
DB
B.34
aanbrengen, onderhouden, wijzigen of verwijderen peilmerken aan een bouwwerk of gebouw en het daarmee uitvoeren van metingen voor de Registratie meetbouten
art. 23 Reglement basisinformatie 2018
college
mandaat
DB
2. Openbare ruimte, groen en parken Algemene beperking: delegatie en mandaat zijn beperkt tot situaties die zich geheel binnen de grenzen van een stadsdeel voordoen.
Nr.
Omschrijving bevoegdheid
Grondslag
Bevoegd bestuursorgaan .
Soort overdracht
Verleend aan
C.1
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een omgevings-vergunning voor het vellen of doen vellen van een houtopstand (incl. weigeren, wijzigen, stellen van voorschriften, aanhouden beslissing, overdracht, verlengen beslistermijn en alle voorbereidende en uitvoerende besluiten)
art. 2.2, lid 1, aanhef en onder g, art. 2.5, art. 2.6, art. 2.25, lid 3, art. 2.26, art. 2.29, art. 2.31, art. 3.1, art. 3.2, art. 3.4 , art. 3.8, art. 3.9, art. 3.10, art. 3.11, art. 3.12, art. 3.15 Wabo juncto art. 3, eerste lid Bomenverordening 2014
college
mandaat
DB
C.4a
alle overige besluiten ter uitvoering van de Bomenverordening, met uitzondering van
Bomenverordening 2014
college
mandaat
DB
Bijzonderheden en beperkingen
zie algemene beperkingen nummer 3, 4 en 5 genoemd bij onderdeel 1. Gebiedsontwikkelin g en ruimtelijk beheer
de aanwijzing van toezichthouders
C.5
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een ontheffing om voorwerpen aan te brengen boven of over de weg of vast te maken aan bomen of aan objecten die zijn bestemd voor of gebruikt worden ten behoeve van de openbare dienst
art. 4.2, lid 2, APV
college
mandaat
DB
C.6
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een vergunning om voorwerpen of stoffen op, aan, in of boven de weg te plaatsen, aan te brengen, te hebben of te storten
art. 4.3, lid 1, APV
college
mandaat
DB
C.7
het stellen van nadere regels en het aanwijzen van wegen en weggedeelten als bedoeld in art. 4.5 APV
art. 4.5, lid 2 en lid 3, APV
college
delegatie
DB
C.8
1.
aanwijzen van aanplakobjecten voor het aanbrengen van meningsuitingen die geen reclame zijn; 2. stellen van nadere regels voor het gebruik van de aangewezen aanplakobjecten
art. 4.8, lid 1 en lid 4, APV
college
delegatie
DB
C.9
1.
beoordelen van mededelingen inzake de toelaatbaarheid van reclame aan onroerende zaken; 2. vaststellen van de vereisten waaraan een mededeling moet voldoen 3. stellen van nadere regels over de toelaatbaarheid van reclame aan roerende zaken;
art. 4.10 APV, art. 4.11 lid 2 sub a APV
college
delegatie
DB
art. 4.11, lid 3, APV
college
mandaat
DB
C.10
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een ontheffing voor het maken van reclame op of aan de weg
C.11
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een ontheffing voor het verspreiden van voorwerpen voor reclamedoeleinden
art. 4.12, lid 2, APV
college
mandaat
DB
C.12
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een ontheffing voor werkzaamheden op of in de weg
art. 4.13, lid 2, APV
college
mandaat
DB
C.13
aangeven van de afmetingen waarbinnen beplantingen op of in de weg moeten worden teruggebracht
art. 4.14, lid 2, APV
college
mandaat
DB
C.14
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een ontheffing voor het parkeren van voertuigen van autobedrijven e.d.
art. 4.20, lid 2, APV
college
mandaat
DB
C.15
aanwijzen van weg of weggedeelten waarop het verboden is voertuigen te koop aan te bieden; 2. beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een ontheffing voor het te koop aanbieden van voertuigen 1.
art. 4.21, lid 2 en 3, APV
college
delegatie
DB
C.16
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een ontheffing voor het parkeren van reclamevoertuigen
art. 4.23, lid 2, APV
college
mandaat
DB
C.17
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een ontheffing voor het parkeren van grote voertuigen
art. 4.24, lid 3, APV
college
mandaat
DB
C.18
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een ontheffing voor het parkeren van caravans e.d.
art. 4.25, lid 2, APV
college
mandaat
DB
C.19
uitoefenen bevoegdheden inzake het parkeren van fietsen, bromfietsen en gehandicapten-voertuigen
art. 4.27, lid 1 t/m 4 APV
college
mandaat
DB
C.20
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een vergunning voor het gebruik van explosieven
art. 5.4, lid 1, APV
college
mandaat
DB
C.21
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een ontheffing voor veroorzaken hinder door toestellen, geluidsapparatuur en machines in werking te hebben of andere handelingen te verrichten
art. 5.5, lid 2, APV
college
mandaat
DB
C.22
aanwijzen van ten hoogste twaalf dagen
art. 5.6, lid 3 onder b,
burge-
mandaat
VZ
mandaat heeft uitsluitend
of delen van dagen per kalenderjaar waarop de in het Activiteitenbesluit opgenomen lichthinder-voorschriften ten behoeve van incidentele festiviteiten en activiteiten binnen een inrichting voor sportactiviteiten niet van toepassing zijn
APV
meester
betrekking op inrichtingen in de zin van art. 1.1, vierde lid Wet milieubeheer, die op 1 januari 2013 niet behoren tot een categorie van inrichtingen waarvoor een vergunning is benodigd op grond van artikel 2.1 lid 1 onder e Wabo
C.22a
aanwijzen van ten hoogste twee dagen of delen van dagen per kalenderjaar waarop de in het Activiteitenbesluit opgenomen geluidsvoorschriften ten behoeve van incidentele festiviteiten binnen een inrichting voor horeca-activiteiten niet van toepassing zijn.
art. 5.6, lid 2 onder c, APV
burgemeester
mandaat
VZ
C.22b
aanwijzen van ten hoogste twaalf dagen of delen van dagen per kalenderjaar waarop de in het Activiteitenbesluit opgenomen geluidsvoorschriften ten behoeve van incidentele festiviteiten binnen een inrichting voor sport- en
art. 5.6 lid 2 onder d, APV
burgemeester
mandaat
VZ
mandaat heeft uitsluitend betrekking op inrichtingen in de zin van art. 1.1, vierde lid Wet milieubeheer, die op 1 januari 2013 niet behoren tot een categorie van
recreatie-inrichtingen niet van toepassing zijn.
inrichtingen waarvoor een vergunning is benodigd op grond van artikel 2.1 lid 1 onder e Wabo
C.23
1.
aanwijzen van plaatsen waar met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd mag worden gehouden; 2. stellen van regels over het gebruik van de onder punt 1 bedoelde plaatsen
art. 5.8, lid 2, APV
college
delegatie
DB
C.24
1.
aanwijzen van groenvoorzieningen waarin het verboden is zich daarin te bevinden; 2. beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een ontheffing voor gebruik groen-voorzieningen
art. 5.9, lid lid 2 en lid 5, APV
college
delegatie
DB
art. 5.12, lid 2, APV
college
delegatie
DB
C.25
aanwijzen van plaatsen waarop de
opruimplicht voor uitwerpselen van honden niet van kracht is
C.26
aanwijzen van plaatsen waar het aanlijngebod voor honden niet van kracht is
art. 5.13, lid 2, APV
college
delegatie
DB
C.27
aanwijzen van plaatsen waar het verboden is voor honden
art. 5.14 APV
college
delegatie
DB
C.28
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een ontheffing voor de verkoop van duivenvoer
art. 5.16, lid 3, APV
college
mandaat
DB
C.29
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een vergunning voor het uitvoeren van werkzaamheden in de
art. 9, lid 1, art. 12, art. 13, art. 16 en art. 18 Verordening werken in
college
mandaat
DB
mandaat geldt niet als de openbare ruimte betrekking heeft op de Plus- en
C.30
C.31
openbare ruimte (incl. aanhouden, intrekken en overschrijven)
de openbare ruimte
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een instemmingsbesluit voor het uitvoeren van werkzaamheden in of op openbare gronden in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels
Telecommunicatiewetartikel 1.1 onder kabels art. 5.4, lid 1 en lid 4
1.
aanwijzen van wegen waarop het verboden is zich op of aan de weg op te houden met het kennelijke doel anderen te bewegen een abonnement te nemen op een krant, blad of andere publicatie, een steunverklaring te geven, om lid of donateur te worden van een organisatie of om deel te nemen aan een onderzoek of enquête;
hoofdnetten Infrastructuur
college
mandaat
DB
college
delegatie
DB
Verordening werken in de openbare ruimte: artikel 1
art. 2.50, lid 3 en lid 4 APV
mandaat geldt niet als de openbare ruimte betrekking heeft op de Plus- en hoofdnetten Infrastructuur
2.
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een ontheffing voor het aanbieden van diensten op de openbare weg
3.
Afval en grondstoffen
Nr.
Omschrijving bevoegdheid
Grondslag
Bevoegd bestuursorgaan .
Soort overdracht
Verleend aan
D.1
stellen van regels over de inzameling van categorieën huishoudelijke afvalstoffen
art. 3 lid 2 Afvalstoffen-verordening (nieuw) (art. 3 lid 2 oud)
college
mandaat
DB
D.2
aanwijzen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk worden ingezameld dan wel de aanwijzing daarvan achterwege laten en het vaststellen van een omschrijving van deze afvalstoffen
art. 3 Afvalstoffenverordening (nieuw) (art. 3 oud)
college
mandaat
DB
D.3
aanwijzen met behulp van welk al dan niet van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel of met behulp van welke inzamel-voorziening de
art. 4 lid 2 Afvalstoffenverordening (nieuw) (art. 4 lid 4 oud)
college
mandaat
DB
Bijzonderheden en beperkingen
inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van een perceel plaatsvindt
D.4
aanwijzen van plaatsen voor inzamelvoorzieningen ten behoeve van groepen percelen en stellen van regels ten aanzien van de wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen via deze voorzieningen moeten worden aangeboden
art. 4 lid 3 Afvalstoffenverordening (nieuw) (art. 8 lid 4 oud)
college
mandaat
DB
D.5
besluiten dat de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen nabij elk perceel plaatsvindt
art. 4 lid 4 Afvalstoffenverordening (nieuw) (art. 4 lid 2 oud)
college
mandaat
DB
D.6
besluiten dat huishoudelijke afvalstoffen minder vaak dan 1 keer per week worden ingezameld
art. 4 lid 5 Afvalstoffenverordening (nieuw) (art. 4 lid 3 oud)
college
mandaat
DB
D. 7
vaststellen van de inzamelfrequentie
art. 5 Afvalstoffen-
college
mandaat
DB
verordening (nieuw)
D.8
stellen van regels omtrent het gebruik van een van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel en van regels omtrent de plaats en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden
art. 10 lid 3 en lid 4 Afvalstoffenverordening (nieuw) (art. 8 lid 3 en lid 4 oud)
college
mandaat
DB
D.9
aanwijzen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen die zonder inzamelmiddel kunnen worden aangeboden
art. 10 lid 5 Afvalstoffenverordening (nieuw) (art. 8 lid 5 oud)
college
mandaat
DB
D.10
vaststellen van de dagen en tijden waarop categorieën huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling mogen worden aangeboden
art. 11 lid 1 Afvalstoffenverordening (nieuw) (art. 9 lid 1 oud)
college
mandaat
DB
D.11
stellen van regels omtrent het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst of andere inzamelaars
art. 12 Afvalstoffenverordening (nieuw) (art. 10 lid 1 oud)
college
mandaat
DB
D.12
aanwijzen van categorieën bedrijfsafvalstoffen die door de inzameldienst worden ingezameld
art. 13 lid 1 Afvalstoffenverordening (nieuw) (art. 13 oud)
college
mandaat
DB
D.13
stellen van regels omtrent het inzamelen en ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen
art. 13 lid 5 en art. 13a lid 2 Afvalstoffen-verordening (nieuw) (art. 14 lid 3 en art. 15 lid 1 oud)
college
mandaat
DB
4.
Monumenten en archeologie
Algemene beperking: als op grond van onderdeel 7 (Milieu en duurzaamheid) de bevoegdheden o.g.v. de Wabo en milieuregelgeving bij het college blijven, dan blijven de bevoegdheden genoemd in dit onderdeel ook bij het college.
Nr.
Omschrijving bevoegdheid
Grondslag
Bevoegd bestuursorgaan .
Soort overdracht
Verleend aan
E.1
beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een beschermd monument of het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een beschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar wordt gebracht (Rijksmonumenten)
art. 2.1, lid 1, aanhef en onder f, art. 2.5, art. 2.6, art. 2.25, lid 3, art. 2.26, art. 2.29, art. 2.31, art. 3.1 t/m 3.6, art. 3.8, art. 3.9, art. 3.10, art. 3.11, art. 3.12, art. 3.15 Wabo
college
mandaat
DB
Bijzonderheden en beperkingen