Raadsbesluit 2021-328A Investeringsnota Lodewijk van Deysselbuurt
Tekst van het document
62
Er zijn in de TKK 7 aardgasvrije scenario’s vergeleken op betaalbaarheid (totale keten kosten) en duurzaamheid (CO2-uitstoot). Uit de scenarioanalyse komt naar voren dat een MT-warmtenet (70°C), aangesloten op het reeds bestaande Westpoort Warmte netwerk, voor zowel de bestaande bouw als de in te passen nieuwbouw, de laagste totale ketenkosten heeft voor de wijk.
De uitkomst van de TKK-analyse wordt hoofdzakelijk verklaard door: 1. De meerkosten die een gescheiden infrastructuur voor bestaande en nieuwbouw oplevert. 2. De meerkosten die ontstaan in de woning en door de benodigde tapwatersystemen in lagere temperatuurregimes Voor duurzaamheid is gekeken naar de CO2-uitstoot van verschillende scenario’s tot 2050. De landelijke afspraak is dat in 2050 zowel het elektriciteitsnetwerk als het warmtenet klimaatneutraal zijn. Dit betekent dat vanaf dat jaartal alle scenario’s gelijk zullen scoren op duurzaamheid, namelijk nul CO2-uitstoot per geleverde eenheid warmte. Uit de TKK analyse blijkt dat scenario aquathermie 40°C voor nieuwbouw en bestaande bouw de laagste cumulatieve CO2-uitstoot heeft tot 2050. Dit energiesysteem bespaart 1000 ton CO2 t.o.v. een MTwarmtenet (70°C), maar heeft € 14 miljoen hogere totale keten kosten. Dit komt neer op een bedrag van € 14.000 per ton CO2, waar de huidige prijs van CO2 rechten circa €20 per ton bedragen. Het MT-warmtenet (70°C) met de laagste totale ketenkosten scoort als 4e beste alternatief qua duurzaamheid en levert een CO2 winst op van 82% ten opzichte van de gasreferentie. De lijn van de Transitievisie Warmte volgend is aansluiting van zowel bestaande- als nieuwbouw op het bestaande MT-warmtenet (70°C) aan te raden als warmtesysteem voor de Lodewijk van Deysselbuurt.
De vastgoedeigenaar (in dit geval woningcorporatie Rochdale) beslist zelf over de uiteindelijke systeemkeuze waarbij naast de TKK, voldoen aan de BENG en betaalbaarheid voor de eigen huurders in de Van Deysselbuurt ook criteria voor de uiteindelijke keuze zijn. De gemeente gaat in gesprek met de overige vastgoedeigenaren in de buurt of zij mee aan willen sluiten op het bestaande MT-warmtenet (70°C).
Dit jaar starten partijen betrokken bij de energietransitie een onderzoek naar de mogelijkheid om aquathermie uit de Sloterplas op het MT-warmtenet (70°C) in te voeden. De toekomstbestendigheid en openheid van het bestaande warmtenet neemt toe naarmate verschillende duurzame bronnen ingepast kunnen worden. Mogelijk is dit in de toekomst een aantrekkelijke energiebron in combinatie met een temperatuurverlaging van de bestaande infrastructuur.
6.2 Klimaat Klimaatadaptatie omvat onderwerpen als regenbestendig (Amsterdam Rainproof), hittebestendig en droogtebestendig ontwikkelen. Door klimaatverandering zal het vaker warm en droog zijn, terwijl korte maar zware buien druk uitoefenen op de bestaande riolering. Deze ontwikkelingen vragen ook om een bijdrage op particulier terrein. Bij het ontwerpen van gebouwen moet het vasthouden en vertragen van hemelwater worden meegenomen. Van toepassing is de Amsterdamse Hemelwaterverordening. Verder zijn daken en gevels geschikt om vegetatie aan toe te voegen voor het opvangen van water en om hittestress tegen te gaan. Door het toevoegen van bomen in de openbare ruimte worden droogte en hitte beide tegengegaan. Het situeren van bomen knelt vaak met andere zaken zoals ondergrondse infrastructuur. Als oplossing kan daarom gekeken worden naar kabelprofielen die in de onderste grondwaterlaag liggen.
6.3 Rainproof Volgens de doelstellingen van Amsterdam Rainproof wordt de Lodewijk van Deysselbuurt zodanig ontworpen dat een bui van 60 mm in één uur kan worden verwerkt,
Investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt
zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur. Hierbij kan het regenwaterriool circa 20 mm verwerken, de openbare ruimte de andere 40 mm. Voor verwerking van het (overtollige) hemelwater geldt de drietrapsstrategie ‘vasthouden, bergen, afvoeren’. Deze drietrapsstrategie heeft de gemeente verwerkt in een Rainproof-oplossingenkaart. De oplossingenkaart laat zien waar de kansen in het gebied liggen om water vast te houden of te bergen en waar het hemelwater naartoe kan worden afgevoerd. Uit de berekeningen blijkt dat een aanzienlijk deel van het oppervlak nodig is als bergingsruimte. De nieuwe woningen moeten voldoen aan de Amsterdamse Hemelwaterverordening en dus mogelijkheden bieden voor de tijdelijke opvang van regenwater, bijvoorbeeld met tuinen, groene daken of zelfs watertanks. Water opvangen kan door dubbel gebruik, bijvoorbeeld een groenstrook, straat of parkeervak dat bij extreme neerslag vol loopt als tijdelijke waterberging om het water in de uren daarna langzaam af te voeren. Dit werkt de gemeente uit bij het ontwerpen van de straatprofielen van het maaiveldontwerp. Er wordt dan ook gekeken naar mogelijkheden om de bergingsbehoefte te verdelen (tussen deelgebieden) of reduceren (door de hemelwaterafvoer iets ruimer te maken waardoor een groter deel van (extreme) neerslag door het riool kan worden afgevoerd).
Andere optie is om neerslag via de straat af te voeren naar het oppervlaktewater bij het Eendrachtspark. Water- en bodemstrategie De transformatie van de buurt vraagt om een integrale aanpak van de bodem, het grond-, oppervlakte- en regenwater en de kabels en leidingen, in relatie tot de ontwikkeling van de woningen, met mogelijk parkeerkelders. Voor de gronduitgiften verkent de
gemeente de belangrijkste voorwaarden voor de water- en bodemstrategie. In de bijlage Waterparagraaf staan alle waterhuishoudkundige aspecten waarmee rekening moet worden gehouden in deze water- en bodemstrategie.
6.4 Watercompensatie en groennormen. De vernieuwing van de buurt en de verdichting van m.n. de zuidzone leidt tot een toename van verharding en bebouwd oppervlak. In de noordzone worden op de huidige schoollocatie woningen bijgebouwd. Dit betekent enige toename van de verharding van de openbare ruimte. De aanpak van de middenzone leidt nauwelijks tot een toename van bebouwd oppervlak en verharding van de openbare ruimte, omdat teruggebouwd moet worden op de bestaande footprint en er in de middenzone tussenstraten verdwijnen. In de zuidzone neemt door de verdichting, het verschuiven van de rooilijn aan de Röellstraat naar het zuiden en het intensiveren van de openbare ruimte inrichting het verhard oppervlak toe. Voor elke 10 m2 toename van bebouwing en van de verharding van de openbare ruimte zal 1 m2 extra open water worden gerealiseerd, door verbreding van de waterlopenstructuur in de buurt. Vanwege de toenamen van verhard oppervlak van ca. 8750 m2, zal ca. 875 m2 extra open water worden gerealiseerd in overleg met Waternet. Voor het beleid m.b.t. groennormen is in de Van Deysselbuurt minimaal 16 m2 openbaar toegankelijk groen per woning nodig. Hoewel het areaal openbaar en collectief groen licht afneemt door de vernieuwing, blijft het areaal openbaar en collectief groen ruim boven de norm, met ca. 22 m2 openbaar groen per woning en 9 m2 collectief groen per woning.
63
Deze doelstelling wordt gehaald met name doordat de Van Deysselbuurt nu al een relatief groene buurt is. In de nieuwe situatie, na de vernieuwing, zal daarbij de inrichtings- en gebruikskwaliteit van het openbaar groen zijn toegenomen, onder andere door verbetering van speelgelegenheid in de buurt. Aanvullend hierop wordt vanuit het Vernieuwingsprogramma Ontwikkelbuurten ook geïnvesteerd in de aanliggende parkgebieden, zoals het Eendrachtspark en het Sloterpark.
6.5 Planten en dieren Voordat de ontwikkeling plaats kan vinden dient een zogenaamde quickscan flora en fauna plaats te vinden. Onderzocht wordt of op de locatie dier- en/ of plantsoorten aanwezig zijn die op grond van de Wet natuurbescherming strikt beschermd zijn. Mochten strikt beschermde soorten worden aangetroffen, wat wel de verwachting is gezien het vele groen in de buurt, dan dient beoordeeld te worden of de ontwikkelingen negatieve gevolgen hebben voor de strikt beschermde plant- en diersoorten. Als er negatieve gevolgen zijn dan dienen maatregelen genomen te worden om gevolgen te voorkomen of indien dergelijke maatregelen niet mogelijk zijn, dient een ontheffing van de wet aangevraagd te worden. Voordat een ontheffing aangevraagd kan worden is dan aanvullend onderzoek noodzakelijk. Een van de duurzaamheidsdoelen van de gemeente Amsterdam is het versterken van de biodiversiteit in de stad. Natuurinclusief bouwen en groen toevoegen aan de openbare ruimte dragen beide bij aan leefbare stad voor dier en mens. De Lodewijk van Deysselbuurt is gelegen nabij het Eendrachtspark en het Sloterpark, die beide deel uitmaken van de Hoofdgroenstructuur. Met deze ligging kan de ontwikkeling van het gebied als een natuurverbinding bijdragen aan de groenstructuur
64
werknummer
1836 opdrachtgever
openbaar groen
43 384 m2
collectief groen (dek)
3 643 m2
Openbaar groen /woning :
22 m2
collectief groen (maaiveld)
13 210 m2
Openbaar en collectief groen/woning :
31 m2
gemeente Amsterdam Rochdale en Heijmans werk
stadium
DO onderwerp tekening
Groen per woning SP schaal
1:1000
uitgeefbaar
66 723 m2
formaat
aantal wo. : 1 931
A1 getekend
AR
Groenoppervlak Lodewijk van Deysselbuurt
datum
03.02.2021 gewijzigd
09.07.2021 tekeningnummer
Bij het definitief ontwerp van het terrein moet de initiatiefnemer een groenplan aanleveren waarin (in ieder geval) is uitgewerkt op welke wijze, met welk doel en met welke beplanting groen wordt gerealiseerd in het gebied. Niet alleen planten zijn van belang, maar ook dieren. In het plan moet worden toegelicht hoe er omgegaan wordt met natuurinclusief bouwen. De ontwikkelende partij moet minimaal voldoen aan de volgende eis: Minimale natuurinclusiviteits-score van 30 punten. Natuurinclusief bouwen wordt als onderdeel van de Groenvisie medio 2021 vastgesteld. Het puntensysteem wordt gezien als uitvoering van de Groenvisie.
De ingepaste natuurmaatregelen moeten aansluiten op de omgeving van het terrein en de biodiversiteit in het herontwikkelingsgebied helpen verhogen. Het transformeren van de openbare ruimte is een kans om innovatieve manieren van groen toe te passen. Voor de Van Deysselbuurt betekent dit in ieder geval het toepassen van groen dat insecten (zoals bijen en vlinders) aantrekt en ratten juist afstoot. Dit zal in het ontwerp van de openbare ruimte concreet moeten worden.
000-00
6.6 Materialen Amsterdam wil in 2030 50 procent minder nieuwe grondstoffen gebruiken en in 2050 100 procent circulair (volledig recyclebaar) zijn. Adaptief en demontabel bouwen en het gebruik van klimaatneutrale, biologisch gerelateerd, en hernieuwbare materialen levert een bijdrage aan het behalen van deze doelstellingen. Bij de ontwikkeling van nieuwe gebouwen in het herontwikkelingsgebied stellen we nog geen harde eisen voor circulair bouwen, wel moedigt de gemeente inzet op dit duurzaamheidsthema aan. Circulair bouwen bestaat hier uit twee onderdelen: materiaalgebruik en flexibel ontwerp. Bij circulair bouwen worden de gebouwen zo ontworpen dat de materialen een zo lang mogelijke levensduur krijgen door middel van hergebruik of herbestemming. Door een grondstoffenpaspoort toe te passen kan hergebruik worden gestimuleerd en de transparantie van toegepaste materialen worden vergroot. De onderstaande eis geldt hiervoor:
Als de ontwerpers kiezen voor het gebruik van hout, wordt er alleen hout toegepast met een FSC-keurmerk of een vergelijkbare kwaliteit. Materialen als staal en beton zijn minder duurzaam en zouden in mindere mate toegepast moeten worden. Verontreiniging van het hemelwater door bouwmaterialen moet worden voorkomen door geen gebruik te maken van ongewenste materialen zoals lood, ongecoat zink en verzinkte materialen, teerhoudende dakbedekking, koperen waterleidingen en koperen dakbedekking. Voor de openbare ruimte is de materialisatie volgens Puccini het uitgangspunt. Deze standaard staat voor een kwalitatief goede, fysieke inrichting van de openbare ruimte. Een inrichting die gebruiksvriendelijk, toegankelijk, veilig, beheersbaar, duurzaam, betaalbaar, samenhangend én mooi is. Verder kan waar mogelijk ingezet worden op het weglaten van verharding. Waar mogelijk kunnen de materialen die vrijkomen tijdens het slopen van huidig vastgoed en het herinrichten van de openbare ruimte geïnventariseerd en hergebruikt worden.
Landelijk geldt een minimale MPG-score (MilieuPrestatie Gebouwen) van ≤ 1,0. Het gaat hierbij om nieuwe kantoorgebouwen (groter dan 100 m²) en om nieuwbouwwoningen. De ambitie van de gemeente ligt hoger, namelijk een MPG-score van ≤ 0,8. Hierbij hoeven zonnepanelen niet te worden meegeteld. Welke eisen hiervoor gelden, is terug te vinden op www.rvo.nl (thema ‘Duurzaam ondernemen’)
6.7 Mobiliteit
Met een modulaire en flexibele aanpak kunnen gebouwen worden aangepast op nieuwe gebruikers en andere toepassingen. Voor de begane grond aan de Burgemeester Röellstraat wordt om deze reden uitgegaan van een verhoogde bruto verdiepingshoogte, zodat uitwisselbaarheid van functies in de toekomst mogelijk blijft. Daarbij is voor utiliteitsbouw de ambitie vastgesteld van een minimale MAT 8-score van 67 procent.
■ Bij woongebouwen met meer dan tien parkeervakken op hetzelfde terrein moet voor elk parkeervak leidinginfrastructuur (loze leidingen) worden aangelegd voor de aanleg van laadpunten. Dit geldt voor nieuwe woongebouwen en voor bestaande woongebouwen die ingrijpend worden gerenoveerd. ■ Bij openbare gebouwen met meer dan tien parkeervakken op hetzelfde terrein moet minimaal
Investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt
Voor het halen van de ambitie om vanaf 2030 alleen nog uitstootvrije mobiliteit toe te staan moeten duurzame vormen van mobiliteit worden gestimuleerd. In het bouwbesluit is sinds 10 maart 2020 het onderstaande opgenomen met betrekking tot laadpalen bij parkeerplaatsen op de kavels zelf.
één oplaadpunt voor de hele parkeergelegenheid worden aangelegd. Ook moet er leidinginfrastructuur (loze leidingen) worden aangelegd voor een op de vijf parkeervakken. Dit geldt voor nieuwe gebouwen en voor bestaande gebouwen die ingrijpend worden gerenoveerd. Naast deze verplichtingen wil de gemeente fietsgebruik stimuleren. Fietsen is gezond, draagt bij aan schonere lucht en aan een leefbaar en bereikbaar Amsterdam. Het is dan ook belangrijk om goed toegankelijke fietsparkeerplekken met voldoende (inpandige) ruimte voor scooters en een aantal oplaadpunten voor elektrische tweewielers te realiseren. Deze en andere normen en richtlijnen zijn opgenomen in de nota ‘Parkeernormen Fiets en Scooter’.
6.8 Afvalinzameling De gemeente Amsterdam streeft ernaar om afval zoveel mogelijk bij de bron te scheiden. De essentie van het beleid is dat bewoners hun restafval (incl. plastic), glas, papier, GFT/GFE en textiel dichtbij de woning kwijt kunnen in ondergrondse en bovengrondse containers. Bij de locatiekeuze voor de containers houdt de gemeente rekening met maximale loopafstanden en ondergrondse mogelijkheden. Het dan nog resterende grof afval wordt op afspraak opgehaald. De gedachte is om op termijn in de wijk punten te realiseren waar bewoners dit zelf naartoe kunnen brengen. Voor GFT/GFE geldt verder dat gemeente adviseert om bij wooncomplexen met meer dan 50 woningen voedselvermalers toe te passen, aangesloten op een apart leidingenstelsel dat niet loost op het riool. De wijze van toepassing van dit systeem heeft de gemeente nog in onderzoek.
65
6.9 Overig Kabels en Leidingen Er liggen diverse (hoofd)kabels en leidingen in het plangebied. Vanwege herstructurering van het gebied; de vervanging van gasleidingen door leidingen voor een alternatief verwarmingssysteem; en het feit dat het overgrote deel van de leidingen van nutsvoorzieningen is verouderd, wordt een groot deel van het kabels- en leidingenpakket in de ondergrond vervangen door de betreffende nutspartijen. Geluid Wegverkeer De Lodewijk van Deysselbuurt ligt binnen de zone van 50 km/u wegen, respectievelijk de Burgemeester Röellstraat en de Slotermeerlaan. De buurt wordt doorsneden door de Burgemeester van Leeuwenlaan. Dit gedeelte van de Burgemeester van Leeuwenlaan is ook een 50km/u weg, mogelijk af te waarderen tot 30km/u. Laatstgenoemde type wegen hebben krachtens de Wet geluidhinder (Wgh) geen zone. De verwachting is dat de voorkeursgrenswaarden uit de Wgh voor woningen worden overschreden vanwege het wegverkeerslawaai van de Burgemeester Röellstraat, de Slotermeerlaan en de Burgemeester van Leeuwenlaan. Voor nieuw te bouwen woningen binnen de geluidszone van deze wegen zal, als sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarden een ontheffing van de voorkeurswaarde worden aangevraagd. Mogelijk moeten nieuwe woningen die langs de Burgemeester Röellstraat komen worden voorzien van een dove gevel.
Indien nieuw te bouwen woningen uitgevoerd moeten worden met dove gevel, dan is op grond van het geluidbeleid van Amsterdam een stille zijde verplicht.
66
Industrieterrein Westpoort Het plan is gelegen binnen de zone van het gezoneerde industrieterrein Westpoort. De verwachting is dat, gezien de afstand tot het gezoneerde industrieterrein de voorkeursgrenswaarde vanwege industrielawaai niet wordt overschreden. Indien uit nader onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde wel wordt overschreden, dan zal een ontheffing van de voorkeursgrenswaarden worden afgegeven. Bezonning In verband met de hoogte en omvang van de te realiseren gebouwen en de nabijheid van woningen en tuinen van derden, wordt de schaduwval van de gebouwen in de Lodewijk van Deysselbuurt in de bijlage inzichtelijk gemaakt. Luchtkwaliteit Bij ontwikkelprojecten is het niet toegestaan dat de luchtkwaliteit met meer dan 3% verslechtert. Voor bepaalde categorieën van projecten is de 3 procentgrens getalsmatig geconcretiseerd in de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (NIBM). Voor deze categorieën is het wettelijk geregeld (gebaseerd op berekeningen) dat in die gevallen de negatieve effecten de 3 procent-grens in ieder geval niet overschrijden. Dit betekent dat in de aangewezen gevallen zelfs geen indicatief onderzoek hoeft plaats te vinden en dat het project zonder verdere motivering of toetsing door kan gaan. Met de bouw van minder dan 1500 woningen valt het project binnen een van deze aangewezen categorieën voor de 3 procent-grens.
Archeologie Door Bureau Monumenten en Archeologie is 2018 in het kader van het bestemmingsplan Slotermeer 2018 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor geheel Slotermeer. Uit dit onderzoek blijkt dat ter plaatse van de planlocatie een lage archeologisch verwachtingswaarde geldt, omdat sprake is van recente verstoringen in de vorm van ophogingen. Nader onderzoek naar archeologische waarden is dan ook niet noodzakelijk.
Duurzaamheidsaspecten
Investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt
67
7 Stedenbouwkundig plan
68
Lodewijk van Deysselbuurt, Amsterdam
Rijnboutt
5L N.
van Deysselbuurt, Amsterdam
Rijnboutt
51 2L
2L
2L
2L
N.
N.
N.
N.
5L
N.
6L
6L
6L
N.
N. 6L
6L
6L
R.
R.
R.
R.
R.
51
R.
3L 4L
N.
N.
6L
5L
R.
R.
6L
R.
1,5 L
1,5 L
1,5 L
1,5 L
R.
R.
R.
R.
3L
N.
bebouwing
entrees/trappenhuis/circulatie ruimte
Stedenbouwkundig plan 5L
N.
51
Stedenbouwkundig plan
51 1,5 L
N. 6L
Stedenbouwkundig
6L
6L
N. 6L
4L
4L
4L
4L
N.
N.
N.
N.
entrees woningen trottoir
N. 5L
5L
5L
5L
5L
N.
N.
N.
N.
N.
R.
Stedenbouwkundig plan Stedenbouwkundig plan 7L
N.
N.
N.
N.
entrees/trappenhuis/circulatie ruimte
7L
N.
7L
7L
N.
N.
N.
kijkgroen
trottoir
hagen en groenvakken
bebouwing
rijloper
speelplekken
entrees/trappenhuis/circulatie ruimte
openbaar toegankelijke paden
dek boven parkeren met groene inrichtin
entrees woningen
kijkgroen
privétuinen
hagen en groenvakken
bestaande bomen
speelplekken
nieuwe bomen
rijloper
supermarkt
dek boven parkeren met groene inrichting
entrees/trappenhuis/circulatie ruimte kijkgroen entrees woningen
privétuinen
trottoir woningen entrees supermarkt
hagen en groenvakken
bestaande bomen
trottoir rijloper
speelplekken
nieuwe bomen
laad & loszone
entrees/trappenhuis/circulatie ruimte openbaar toegankelijke paden bebouwing
openbaar rijloper toegankelijke paden Investeringsnota - Lodewijktoegankelijke van Deysselbuurtpaden openbaar kijkgroen
hagen en groenvakken kijkgroen
N.
7L
entrees woningen
trottoir bebouwing
16 L
openbaar toegankelijke paden
2L
laad & loszone
7L
N.
bebouwing
2L
7L
5L
rijloper
dek boven parkeren met groene inrichting privétuinen bestaande bomen
N/R
N/R
bouwlagen nieuwbouw of renovatie
bouwlagen nieuwbouw of renovatie toevoegen voetgangersbrug
parkeren 5L
parkeren 5L
werknummer
1836
opdrachtgever
7. Stedenbouwkundig plan 7.1 Hoofdlijnen
Lange lijnen
De toekomstige van Deysselbuurt is een duidelijk afgebakende buurt nabij het centrumgebied van Slotermeer, rondom plein 40-45. De westzijde en de noordzijde van de buurt worden begrensd door het Eendrachtspark en het Jan de Louterpark. Aan de oostzijde sluit de buurt aan op de Slotermeerlaan. Aan de zuidzijde sluit de buurt aan op de Burgemeester Röellstraat. Lange lijnen In de buurt is een aantal lange lijnen (straten) aanwezig. Deze straten geven de buurt en het stadsdeel een duidelijke structuur. Er zijn vier lange lijnen: de Burgemeester Röellstraat, de Lodewijk van Deysselstraat, de Van Moerkerkenstraat en de Burgemeester van Leeuwenlaan. De grootste ontwikkeling vindt plaats langs de Burgemeester Röellstraat. De Lodewijk van Deysselstraat en de Van Moerkerkenstraat zijn de belangrijkste verbindingen langs en door de buurt voor zowel fietsers en voetgangers als voor de auto. In de toekomstige situatie wordt de ruimtelijke kwaliteit van deze lange lijnen verbeterd, door de auto minder dominant te maken en groen toegankelijker te maken. De Burgemeester van Leeuwenlaan wordt een weelderige bomenlaan. Verkeersstructuur Autoverkeer De hoofdontsluiting van de buurt wordt gevormd door de aansluitingen op de Burgemeester Röellstraat en de Slotermeerlaan. Beide wegen zijn onderdeel van het raamwerk van hoofdwegen en tramroutes in Slotermeer en Geuzenveld.
De Slotermeerlaan sluit aan de oostzijde van de buurt aan op de Van Deysselstraat d.m.v. een kruispunt zonder verkeerlichten. De Burgemeester Röellstraat sluit aan op de zuidzijde van de buurt op
70
Infrastructuur
Langzaam verkeer de Van Leeuwenlaan d.m.v. een kruispunt zonder verkeerslichten. De Slotermeerlaan, de Burgemeester Röellstraat en de Burgemeester van Leeuwenlaan hebben een 50km/uur regime. Afwaardering van de Burgemeester van Leeuwenlaan tot 30 km/u tussen de Röellstraat en het Jan Louterpark zal in de volgende planfase worden onderzocht. De interne verkeersstructuur bestaat uit twee parallelle straten in oost-westrichting: de Van Deysselstraat en de Van Moerkerkenstraat, met dwars daarop de Van Leeuwenlaan. De Van Leeuwenlaan is een doorgaande route in noord-zuidrichting. De Van Leeuwenlaan vormt de overgang tussen het raamwerk van hoofdwegen en de buurtstraten. De buurt heeft hiermee in alle windrichtingen een toegang voor autoverkeer. De Van Moerkerkenstraat en de Van Deysselstraat zijn verbonden door een groot aantal woonstraten in de middenzone van de buurt. Het aantal doorverbindingen tussen de Van Moerkerkenstraat en de Van Deysselstraat wordt in de nieuwe situatie gehalveerd door het omvormen van de strokenbouw in de middenzone naar open bouwblokken. De buurtstraten, zoals de Van Deysselstraat en de Van Moerkerkenstraat behouden een 30km/uur regime. Fietsverkeer De Burgemeester Röellstraat en de Slotermeerlaan zijn voorzien van vrijliggende fietsroutes. In nieuwe straatprofiel van de Röellstraat is ook aan beide zijden een vrijliggend fietspad opgenomen.
De Van Deysselstraat en de Van Leeuwenlaan blijven belangrijke aanvullende fietsroutes, zonder vrijliggend fietspad. Rondom de buurt lopen vrijliggende fietsroutes door het Eendrachtspark en het Jan de Louterpark. Het plan biedt de mogelijkheid een nieuwe langzaam verkeerverbinding aan te leggen vanuit de Van Moerkerkenstraat over het water richting Eendrachtspark. Het buurtstratennetwerk zal hierdoor beter aansluiten op het vrijliggende fietspadennetwerk door de parkenstructuur.
71
Voetgangersverkeer. In de nieuwe situatie wordt de voetpadenstructuur verbeterd, m.n. door stoepen te introduceren waar deze er nu nog niet zijn. Aan de noordrand komt vooruitlopend op de grootschalig vernieuwing van de buurt alvast een wandelroute door het groen die aansluit op het Jan de Louterpark. Bij de opstelling van het openbare ruimte ontwerp zal aandacht worden besteed aan de gebruiksvriendelijkheid voor mensen met een beperkte mobiliteit. Verkeersveiligheid. De Van Deysselstraat en Van Leeuwenlaan vormen de verbinding met de omgeving en krijgen daarmee ook na de vernieuwing de meeste verkeersdruk te verwerken. Omdat de Burgemeester Röellstraat een 50 kilometerweg blijft, met vrijliggend fietspad en langsparkeren, kunnen vanaf die straat geen inritten naar de parkeergarages van de nieuwbouw worden gemaakt. De parkeergarages van de nieuwbouw aan de zuidrand worden ontsloten vanaf de dwarsstraten op de Lodewijk van Deysselstraat. Het verbeteren van de verkeersveiligheid binnen de buurt zal een belangrijk uitgangspunt zijn voor de herinrichting van de openbare ruimte, in aansluiting op de toe te voegen woningen en verschuiving van functies binnen de buurt. Hierbij wordt onderzocht hoe door het ontwerp openbare ruimte de verkeerssnelheid verlaagd kan worden en welke andere verkeersmaatregelen mogelijk zijn ten gunste van voetgangers en fietsers.
Met het besluit tot herstructurering van de Burgemeester Röellstraat krijgt de aansluiting met de Van Leeuwenlaan een verkeersveiliger inrichting. Eventuele aanpassingen van de aansluiting van de buurt op de Slotermeerlaan hangen mede af van de nadere planuitwerking van het gebied rond supermarkt en kerk. Buurtstratennetwerk. Alle wegen in de buurt blijven tweerichtingsverkeer, met uitzondering van de nieuw in te richten tussenstraten in
72
de middenzone. Het netwerk van woonstraten behoud hiermee zo veel mogelijk flexibiliteit. Alle straten krijgen zo veel mogelijk een eenduidig en herkenbaar straatprofiel, waarbij dwarsparkeren zo veel mogelijk wordt vervangen door langsparkeren. De doorstroming van het netwerk en ook de verkeersveiligheid wordt hierdoor zo optimaal mogelijk. Bereikbaarheid en verblijfskwaliteit De huidige bereikbaarheid van de buurt per fiets, openbaar vervoer en auto blijft voorlopig hetzelfde. Vanwege werk elders, onregelmatig werk of om andere redenen zien veel van de bewoners die een auto hebben, dit als noodzaak. Tegelijkertijd wordt de wens voor een autoluwe buurt breed gedeeld door gemeente, corporatie en bewoners. De verblijfskwaliteit in de buurt neemt toe als er minder ruimte voor autoverkeer nodig is. Daarnaast heeft de overheid (landelijke en gemeentelijk) doelstellingen ten aanzien van het verbeteren van de luchtkwaliteit en andere milieudoelstellingen waaraan het terugdringen van het autoverkeer een bijdrage kan leveren. Dit dilemma – ‘groen’ versus auto – willen gemeente en corporatie de komende jaren samen met de buurt oppakken, net als in andere delen van de stad.
Groenstructuur Groenstructuur De groenstructuur is beeldbepalend voor de buurt. Deze structuur bestaat uit de duidelijke groene randen aan de west- en noordzijde van de buurt. Hiernaast zijn er een aantal kenmerkende bomenlanen aanwezig langs de Burgemeester van Leeuwenlaan en Lodewijk van Deysselstraat. Ze vormen de groenverbindingen op wijk- en buurtniveau. De groenstructuur wordt in de toekomstige situatie behouden en versterkt, door geparkeerde auto’s minder dominant te maken en groen meer toegankelijk en uitnodigend te maken voor de bewoners. Stedenbouwkundige eenheden De woonblokken zorgen ook voor een stedenbouwkundige eenheid in de buurt. Hier zijn de dwarsverbanden in noord-zuid richting van belang. De bebouwing en openbare ruimtes kennen een duidelijke samenhang. Daardoor ontstaan er diagonale zichtrelaties en verbanden tussen de ruimtes. Deze samenhang is ook uitgangspunt in de toekomstige situatie.
Stedenbouwkundige eenheden
Investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt
73
Renovatie & nieuwbouw Woonomgeving Met de ontwerpen voor de nieuwbouw en de renovatie van de te handhaven wooncomplexen zorgt Rochdale voor meer samenhang tussen woning en woonomgeving, zodat woningen directer aansluiten op de straat (meer ‘ogen en oren’ gericht op de straat). Bij sloop-nieuwbouw van de woningen en herinrichting van de openbare ruimte sluit de buurt zo veel mogelijk aan op de oorspronkelijke gedachte van openbare toegankelijkheid. Dit zal zo veel mogelijk via de herinrichting worden gewaarborgd en zo nodig met aanvullende beheerafspraken. Voor de nieuwe binnenhoven in het middengebied geldt dat zij ook toegankelijk gemaakt worden vanaf de verdiepingen in de te renoveren complexen. Bouwlagen De hoogste woonblokken komen aan de stadsstraat Burgemeester Röellstraat. Hier wordt de meeste bebouwing zeven bouwlagen, met een woontoren aan de oostkant van circa zeventien bouwlagen. De bebouwing in noord-zuid richting in de zuidstrook wordt afwisselend vier en vijf bouwlagen. Zo wordt de relatie met de noordzuidstroken in de middenstrook behouden en wordt de bebouwingswand aan de Burgemeester Röellstraat minder hard door deze afwisseling in hoogte, ritmiek en verspringende grenzen van de bebouwing.
Bouwhoogte
2
3
4
5
6
7 >10
2
3
4
5
6
7 >10
74
Verdichting Verdichting Omdat een groot deel van de zuidstrook gesloopt wordt, kunnen hier ook veel extra woningen gebouwd worden. Hiernaast is er de mogelijkheid om wat extra woningen te maken bij de oost- en westentree. Bij de middenstrook kunnen woningen worden toegevoegd in de kap. En garageboxen worden vervangen door eengezinswoningen. Functies De meeste bedrijfsruimten en maatschappelijke functies blijven, respectievelijk komen aan de Slotermeerlaan en op de begane grond langs de Burgemeester Röellstraat. Deze straten hebben het meest stedelijke karakter. Aan de Lodewijk van Deysselstraat zijn er ruimtes in de L-blokken voor buurtfuncties en werkruimtes, zoals een buurtkamer, schoonheidssalon en buurttheater. Hiernaast ligt de nieuwe school aan de Van Deysselstraat als entree van de buurt aan de westzijde.
Functies
De begane grond van het deel van de Burgemeester Van Leeuwenlaan dat de Van Deysselstraat en Burgemeester Röellstraat met elkaar verbindt, blijft beschikbaar voor (commerciële) voorzieningen, die (beter) aansluiten bij de behoeften van de buurt. Voor de vestiging van het voor de Van Deysselbuurt voorziene jongerencentrum/ talentenhuis wordt gekeken naar de hoek van de Burgemeester van Leeuwenlaan en de Burgemeester Röellstraat.
Mix wijkvoorzieningen in combinatie met woningen Buurtvoorzieningen Huidige (kleinschalige) bedrijfsruimte School
Investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt
75
Nutsvoorzieningen Kabels en leidingen voor nutsvoorzieningen bevinden zich in de ondergrond van de openbare ruimte. De functionele ruimten ten behoeve van de nutsvoorzieningen voor de woningen en voorzieningen in de buurt moeten in de nieuwbouw worden opgenomen.
Bomeninventarisatie
Kwantitatieve Bomeninventarisatie. De bomenkaart geeft het totaal aan bomen aan in de openbare ruimte in de buurt. De kaart geeft aan waar bomen behouden kunnen worden, waar deze verdwijnen door de planvorming en waar nieuwe bomen geplant kunnen worden. De kaart geeft geen inzicht in het behoud, verdwijnen en nieuwe aanplant van bomen op terreinen van Rochdale. In de zuidzone verdwijnen flink wat bomen, maar komen er ook veel bij ter compensatie. In de middenzone blijven veel bomen behouden door de handhaving van de bebouwingsvlakken. In de verdere planvorming zal door een kwalitatieve bomeninventarisatie gezocht gaan worden naar een zo optimaal mogelijke situatie voor het bomenbestand in de buurt. Dit is van belang voor een gezonde buurt, waar de natuurwaarden op orde blijven en de bomen zorgen voor een aangenaam leefklimaat.
76
Bomen te handhaven - circa 480 Bomen te kappen/verplanten - circa 100 Nieuwe bomen - circa 120
Lodewijk van Deysselbuurt, Amsterdam Rijnboutt
Investeringsnota Vogelvlucht stedenbouwkundig - Lodewijk van Deysselbuurt plan
4
77 Vogelvlucht overzicht
7.2 Lodewijk van Deysselstraat De bestaande zuidwanden aan de Van Deysselstraat, de L-blokken, worden gerenoveerd en komen in z’n geheel beschikbaar voor buurtvoorzieningen. De koppen van te renoveren stroken in de middenzone, de H-blokken, en de koppen van de nieuw te realiseren stroken, aan de noordzijde van de Van Deysselstraat, worden zo veel mogelijk gericht op de Van Deysselstraat. Dit gebeurt door woningen toe te voegen op begane grondniveau en de woningen op de hogere bouwlagen zo veel mogelijk te orienteren op de Van Deysselstraat. Dit samen zorgt voor contact met de straat en sociale controle. Voor de auto blijft de Van Deysselstraat de belangrijkste interne buurtontsluitingsstraat van de Van Deysselbuurt. De nieuwe parkeergarages en parkeerhofjes in de zuidzone komen vanaf de dwarsstraten uit op de Lodewijk van Deysselstraat. Doel is het autoverkeer op de Van Deysselstraat zo veel mogelijk te beperken, en prioriteit te geven aan voetgangers en fietsers. De gemeente wil nader verkeersonderzoek verrichten om hier een optimum in te zoeken.
12
78
Het groene karakter van de Deysselbuurt wordt behouden en versterkt. Daarbij is de nieuwe invulling van de openbare ruimte van belang. De ambitie is om met name rondom de Van Deysselstraat de verblijfskwaliteit te verbeteren en de relatie tussen de middenstrook en de zuidstrook te versterken. Hiervoor zetten we in op de volgende toevoegingen: ■ Langzaam verkeer staat centraal; ■ Brede trottoirs; ■ Groene verblijfsplekken tussen de appartementengebouwen; ■ Plantsoenen en speelplekken aan de Van Deysselstraat; ■ Goede oversteekplaatsen voor de Van Deysselstraat; ■ Voldoende plek in de openbare ruimte voor fietsparkeren; ■ Inrichting van het groean die spelen en bewegen stimuleert; ■ Goede overgangen van privé naar openbaar door middel van persoonlijke ruimte aan de gevels en groenvakken.
12
Doorsnede noord-zuidrichting (Alle getoonde profielen in dit hoofdstuk kunnen aanpassingen krijgen in het openbaar ruimte ontwerp)
Huidig
4,4
11
5
2
5,3
1,8
2,6
10,5
2,5
entreehal
Ontwerp
8
Investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt
11
5
2
5,3
2
2,6
9,5
3,5
79
80
Een mogelijk ontwerp voor de openbare ruimte van de Lodewijk van Deysselstraat
Impressie van de Lodewijk van Deysselstraat
Investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt
81
7.3 Van Moerkerkenstraat Door garageboxen te vervangen door woningen en ze meer naar voren te schuiven, hebben ook bewoners van de Van Moerkerkenstraat straks meer contact met de straat. De openbare ruimte krijgt een nieuwe invulling, met een hogere verblijfskwaliteit.
12
82
12
Doorsnede noord-zuidrichting
Huidig
6,5
8,4
4,5
2
1,9
33,8
4,8
2
2
33,8
Ontwerp
3
Investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt
8
1
2
2
3
83
7.4 Burgemeester van Leeuwenlaan De Burgemeester van Leeuwenlaan als bomenlaan wordt versterkt door op termijn het parkeren te veranderen van haaksparkeren naar langsparkeren en meer ruimte te geven aan groen in de straat. Hiermee sluit dit deel van de Burgemeester van Leeuwenlaan aan op het groene en statige karakter van de straat ten noorden van de Van Deysselbuurt.
84
Doorsnede oost-westrichting
Huidig
3,1
4,3
4
8,9
4,1
4,2
3,2
3,1
4,3
4
8,9
4,1
4,2
3,2
Ontwerp
3
Investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt
7,8
2
5,8
2
7,8
3
85
7.5 Middenzone De verkavelingsstructuur van de middenzone wordt omgevormd van strokenbouw naar open bouwblokken. Om en om wordt een bouwblok gerenoveerd of gesloopt en ‘omgedraaid’ teruggebouwd. Hierdoor ontstaan om en om, voor-voor- en achter-achtercombinaties in plaats van de huidige repetitie van voor-achtercombinaties. Het omdraaien van de blokken in de middenstrook is nodig omdat de huidige situatie niet goed functioneert. Auto’s zijn dominant in het straatbeeld van de tussenstraten. Het profiel van de tussenstraten is smal en onveilig voor fietsers en voetgangers. Er is geen of een te smal trottoir. De bebouwing heeft veel blinde gevels op de begane grond en het groen is niet toegankelijk en nodigt niet uit om te gebruiken. De voor-achtercombinatie levert een sterk privacyprobleem op waardoor er hoge schuttingen geplaatst worden tussen de tuinen en het openbaar groen. Dit alles zorgt voor een geringe gebruikswaarde van de open ruimte waardoor niemand zich verantwoordelijk voelt. We stellen vast dat de maat van het profiel tussen de voor- en achterkant (27m) te krap is om alle gewenste functies (straat, parkeren, openbaar groen, privégroen en entreezone/stoep) een volwaardige plek te geven. Vanuit het AUP was het ooit anders bedacht en ontworpen: de tussenstraten als woonerf zonder parkeren.
86
Wat lossen we op met het omvormen van de strokenbouw naar open bouwblokken? We maken méér kwaliteit, zowel ruimtelijk als qua gebruik. ■ Meer ruimte voor voetgangers in de openbare ruimte; ■ Geen confrontatie tussen voor- en achterkant: entreezones (voor-voor, sterk openbaar karakter) worden gecombineerd met tuinen (achter-achter, mild collectief karakter); ■ Minder verharding terwijl het middengebied wel bereikbaar blijft voor auto’s: de rijbaan wordt efficiënter benut voor twee keer langsparkeren; ■ Meer groen en differentiatie in het gebruik; formeel groen aan entree-zijde en informeel gebruik van het groen aan buitenruimte-/tuinzijde; ■ Meer eigenaarschap van de openbare ruimte door bewoners; door middel van brede trottoirs, openbaarprivé-overgangen en meer ogen op de openbare ruimte (sociale veiligheid); ■ Betere overgangen privé-openbaar; kleinere kans op hoge schuttingen; ■ Meer kwaliteit voor de begane grondwoningen; buitenruimte op westen, openbaar-privé-overgangen, vrijer en beter uitzicht, optimale koppeling woonruimte/buitenruimte/groen.
Uit het onderzoek en analyse komen de volgende ruimtelijke uitgangspunten voor de nieuwe verkavelingsstructuur van open bouwblokken: ■ De nieuwbouw blijft volledig binnen de bestaande rooilijnen; ■ Er zullen zo veel mogelijk leefruimtes worden gemaakt op de begane grond, zowel in de bestaande bebouwing als in de nieuwbouw; ■ De bergingen van de te handhaven bebouwing dienen ingepast te worden in de bebouwing; ■ Het is van belang dat alle ruimtes tussen de bouwblokken transparant en toegankelijk zijn, zowel aan de voor- als achterkanten van de bouwblokken; ■ Voor de groene hoven aan de achterkanten zullen de condities zo geregeld worden in het ontwerp, maar ook in toewijzing en afspraken met toekomstige huurders en kopers, dat er sprake is van toegankelijkheid en eigenaarschap; ■ Hiernaast zal, om de duidelijkheid te versterken, de buitenruimte afsluitbaar zijn, onder de voorwaarde dat de afscheiding transparant is, zodat de ruimte ‘doorloopt’; ■ Toegang van de bouwblokken aan zowel voor- als achterzijde; ■ Integraal ontwerp van bebouwing in combinatie met buitenruimte (zowel waar wel als niet geparkeerd wordt) en met bijzondere aandacht voor het ontwerp van de erfafscheidingen.
Doorsnede oost-westrichting
Huidig 1,1
1,1
15
5,7
1 10,7
3,9
14,4
5,4
3,6
10,2
4
1,2
15,6
27,3
5,7
10,7
3,9
27,4
15,1
29,7
2: 3 verhouding
24
27
16,1 14
3
11
17
11
Ontwerp 5 16,1
3,9 2
3 5
10,6 11
5 2,5
2,5
14,9
3,9
14
5
22,4
Investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt
3,5
14 14
11,8 3
12
2
3,8 3,8
2
3 5
10,7
5
11
5
14
23,6
87
7.6 Zuidstrook We beschouwen de zuidstrook als één ensemble gevormd door een reeks samengestelde bouwblokken, die voornamelijk bestaat uit nieuwbouwwoningen. Op het binnenterrein kan parkeren op het eigen terrein worden gerealiseerd voor bewoners. Groene autovrije woonstraatjes dwars op de Röellstraat sluiten aan op de bestaande groene verbindingenstructuur in de buurt tussen de noord-, midden-, en zuidstrook. De bestaande rooilijn aan de Röellstraat wordt naar het zuiden verschoven, aansluitend op het profiel van de nieuwe stadslaan, zodat meer bouwruimte ontstaat. De opzet van de bebouwing aan de Burgemeester Röellstraat sluit aan bij die voor de toekomstige ontwikkeling van de naastgelegen Dichters- en Couperusbuurt (zie bijlage). De bouwblokken bestaan steeds uit vier straatwanden met elk een verschillende bouwhoogte. De hoeken van de blokken zijn opengewerkt. De hoeken op de aansluiting met de Röellstraat steken door de rooilijn, zodat er meer ritme ontstaat in de wanden aan de Röellstraat. De groene autovrije woonstraatjes dwars op de Röellstraat krijgen hierdoor een meer intiem besloten karakter. In de architectonische uitwerking krijgen de hoeken van de blokken een bijzondere uitwerking. Aan de Röellstraat wordt een nieuwe stedelijke wand van maximaal 7 bouwlagen gerealiseerd, waarvan de 7e bouwlaag terugspringt uit de rooilijn (“setback”).
De begane grond van deze wand krijgt een gemengde
12
88
bestemming van wonen, voorzieningen en bedrijvigheid. Aan de Van Deysselstraat worden de karakteristieke L-blokken gehandhaafd en geïntegreerd in de nieuwe verkaveling. Deze monumentwaardige bebouwing behoudt de huidige bouwhoogte en wordt voornamelijk bestemd voor (maatschappelijke) buurtvoorzieningen. Tussen de wand aan de Röellstraat en de bestaande wanden aan de Van Deysselstraat komen dwarsstroken van 4 en 5 bouwlagen hoog. Deze wanden overbruggen het hoogteverschil tussen de bestaande wanden aan de Van Deysselstraat en de Röellstraat. De blokken krijgen aan alle zijden zo veel mogelijk voordeuren, zodat er zoveel mogelijk grondgebonden woningen kunnen worden gerealiseerd direct aan de straat. Voldoende brede openingen tussen de bebouwing aan de Röellstraat, de groene en autoluwe tussenstraten als langzaam verkeersverbinding naar de Van Deysselstraat en doorzichten op de groenstroken van de middenstrook zorgen voor de ruimtelijke en functionele samenhang van de zuidstrook met de midden- en noordstrook van de Van Deysselbuurt. Een goede en geleidelijke overgang van de hogere bebouwing van 7 bouwlagen aan de Röellstraat en bebouwing van 5 en 4 bouwlagen, naar uiteindelijke de laagbouw van de L-blokken aan de Van Deysselstraat is meegenomen in de nieuwe ‘bebouwingsstempel’ van de zuidstrook.
Het stedenbouwkundig plan sluit hierdoor zo veel mogelijk aan op de AUP-gedachte van voldoende lucht, licht en ruimte.
12
Doorsnede noord-zuidrichting
Lodewijk van Deysselbuurt, Amsterdam Rijnboutt
9
14
67
12
12
Huidig
21,7
6,5
3,6 2,5
4,9
1,7 4,3
8,3
3,3
4,2
7,6
39,7
6,5
10,5
ontwerp
12
3,5
12
12
3,5
12
21,5
21,5
3,5
L-blok
huidig
Ontwerp
7
Investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt
7
2
12
2
12
65
65
8
8
11
11
89
Impressie van een mogelijk ontwerp voor de middenzone Investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt
90
Impressie van een mogelijk ontwerp voor de zuidstrook Investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt
91
7.7 Nieuwe alles-in-één-school
7.8 Jongerencentrum/talentenhuis
De nieuwe school in de Van Deysselbuurt komt te liggen aan de westzijde van de buurt, tussen de Van Deysselstraat en de Burgemeester Röellstraat in. Met het verplaatsen van de school van de huidige afgelegen locatie in de noordwesthoek naar deze prominente plek in de buurt, wordt hiermee de westelijke entree naar de buurt gemarkeerd. Het hoofdvolume van de school wordt opgenomen in de ‘bebouwingsstempel’ van de zuidstrook, met woningen in de bebouwingswand aan de Burgemeester Röellstraat. Het stedenbouwkundig plan biedt de ruimte om een school in twee lagen te maken met een openbaar toegankelijke gymzaal op de derde laag. Er is ruimte voor het maken van uitsparingen in het schoolvolume ten behoeve van daglichttoetreding en een goede verdeling van het schoolprogramma. De buitenruimte van de school is voorzien aan de westzijde van de school tussen het water en de school in, aan deze westzijde is tevens de hoofdentree van de school voorzien. De kinderopvang zal worden opgenomen op de begane grond van het gebouw. De entree van de kinderopvang is eveneens voorzien aan de westzijde en de afgesloten buitenruimte kan opgenomen worden op de kavel, dan wel deels in het autovrije tussenstraatje.
Voor de ontwikkeling van een nieuw jongerencentrum/ talentenhuis wordt de inpassing op de hoek van de Burgemeester van Leeuwenlaan met de Burgemeester Röellstraat nader onderzocht. Met het oog op deze ontwikkeling heeft de gemeente een bestaand pand op deze locatie verworven. De realisatie van een jongerencentrum/talentenhuis in een van de meest kwetsbare buurten speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van de jeugd, en de omgeving. De Lodewijk van Deysselbuurt ligt geografisch strategisch om ook de jeugd uit andere ontwikkelbuurten te bereiken.
In de vervolgfase wordt inpassing en ontwerp van de alles-in-één-school nader uitgewerkt met de partijen die verantwoordelijk zijn voor realisatie en exploitatie van school, kinderopvang en gymzaal.
school school gymzaal
gymzaal
kinderdagverblijf wonen
kinderdagverblijf wonen
Plattegrond en axonometrie van een mogelijke uitwerking van de alles-in-één-school
92
7.9 Zuidoosthoek
De Dekamarkt heeft zijn ingang aan de noordzijde aan In de nieuwe situatie krijgt het parkeerterrein twee delen. de Slotermeerlaan. De bevoorrading gebeurt via het Het zuidelijke deel komt op eigen terrein te liggen In de zuidoosthoek van de buurt bevinden zich de kerk huidige parkeerterrein achter de supermarkt. De extra ten bate van de nieuwe woningen op deze plek; hier en de Dekamarkt. Deze locatie vergt extra ruimtelijk woningen aan de kant van de Röellstraat – een woontoren kunnen de parkeerplaatsen voor de woningen komen. onderzoek. De gemeente is met de kerk in gesprek en een middelhoogbouwblok – bieden de kans de Het noordelijke deel blijft openbaar toegankelijk voor over opties voor renovatie of sloop-nieuwbouw op de huidige situatie aan de achterkant van de Dekamarkt te bezoekers van bewoners, de Dekamarkt en de kerk. locatie. Bij renovatie blijft de huidige bebouwing min of verbeteren. Er is hier sprake van een sociaal onveilige meer gelijk, alleen aan de oostzijde van de kerk wordt situatie, die gepaard gaat met overlast. een klein bouwvolume nieuwbouw toegevoegd met Het heeft voordelen om de bevoorrading van de maatschappelijke voorzieningen en woningen. Dekamarkt te verplaatsen naar de noordzijde of in ieder geval noordelijker dan hij nu is. Dit leidt er toe dat de Bij nieuwbouw zijn er in de basis twee opties.
De kerk kan bevoorradingsroute via het parkeerterrein korter kan terug komen als een vrijstaand gebouw in de groene zone worden, of zelfs los gekoppeld kan worden van het ten zuiden van de Van Deysselstraat of als nieuwbouw parkeerterrein door een doorsteek langs het bestaande aan deze groene zone in een geïntegreerd groter kantoorgebouw van gemeente/Stadgenoot. Een Dekamarkt studie V1 SP Dekamarkt studie V2a SP Dekamarkt studie V3 SP bouwvolume. De ontsluiting en het parkeren van de kerk uitbreiding van de Dekamarkt aan de westzijde wordt blijven in alle opties min of meer hetzelfde. onderzocht.
289 m2
158 m2
extra BVO
extra BVO
werknummer
werknummer
1836
1836
opdrachtgever
opdrachtgever
Gemeente Amsterdam Rochdale
Gemeente Amsterdam Rochdale
werk
werk
stadium
stadium
DO SP
DO SP
onderwerp tekening
onderwerp tekening
Studie Dekamarkt Variant 1
Studie Dekamarkt Variant 2a
schaal
schaal
1:1000
1:1000
formaat
formaat
A3
Drie varianten voor de uitwerking van de hoek Dekamarkt & kerkgebouw, variatie in bebouwing langs de Lodewijk van Deysselstraat, inclusief positie kerkgebouw en ontsluiting expeditie Dekamarkt. getekend
Investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt
A3 getekend
AR
AR
datum
datum
93
28.01.2021
28.01.2021
gewijzigd
gewijzigd
tekeningnummer
tekeningnummer
7.10 Overgang openbaar - privé De overgang tussen openbaar en privé en de relaties tussen de begane grond en de openbare ruimte zijn van groot belang voor de verbinding tussen bebouwing en openbare ruimte en het verlevendigen van de openbare ruimte. Dit geldt met name voor de middenstrook. Het ontwerpen en toewijzen van persoonlijke ruimte als zone tussen de begane grond en de openbare ruimte is bedoeld om een zachte overgang te maken tussen openbaar en privé. Dit is dan ook bij uitstek de ruimte waar bewoners zich de openbare ruimte kunnen toeeigenen, bijvoorbeeld met een bank of geveltuin. Hiermee kunnen ze bijdragen aan de levendigheid van de straat en de buurt. De grote uitdaging bij het meer open maken van de begane grond met voordeuren en ramen is het voorkomen van nieuwe ‘gesloten plinten’, met scherpe grenzen tussen privé en openbaar door permanent dicht gemaakte ramen of hoog opgetrokken schuttingen. De kunst is om overgangszones tussen privé en openbaar te ontwerpen die wel privacy bieden, maar ook informele contacten mogelijk maken.
94
7.11 Burgemeester Röellstraat In een volgende fase maakt de gemeente een inrichtingsplan voor de openbare ruimte samen met de buurt. In deze Investeringsnota staan al wel de inrichtingsprincipes voor de herprofilering van de Burgemeester Röellstraat vanaf het Röellcircuit tot aan de Doctor H. Colijnstraat. De Van Deysselbuurt is een van de drie Röellbuurten die via de Burgemeester Röellstraat verbonden is met de rest van de stad. Deze verkeersweg, vooral het gedeelte gelegen tussen de Cramergracht en de Burgemeester Colijnstraat, heeft een relatief breed profiel. Door versmalling van het straatprofiel ontstaat ruimte voor extra woningbouw en worden de verkeersveiligheid en doorstroming van verkeer verbeterd. Nieuwe bebouwing met voorkanten aan de Burgemeester Röellstraat transformeren deze lange straat van een verkeersweg tot een nieuw type stadslaan: een straat waaraan ruimte is voor de vraag naar extra woningen, bedrijven en voorzieningen. Daarnaast kunnen de verkeersveiligheid en de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte verbeterd worden. Bij de kruispunten is een verbetering van de verkeersveiligheid gewenst. Vooral de kruising met de Burgemeester van Leeuwenlaan verdient in dit verband de aandacht. De zichtlijnen zijn daar onvoldoende en het overzicht is beperkt, vooral voor fietsers.
Investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt
Voor het ontwerp worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: ■ Realisatie van een aangename leefomgeving voor de huidige -en de toekomstige bewoners; ■ Verbeteren van de sociale veiligheid door zicht vanuit de nieuwbouw; ■ Verbeteren van de vervoerswaarde (reistijd, betrouwbaarheid en comfort) van de tram; ■ Verbetering van de huidige haltes wat betreft toegankelijkheid, bereikbaarheid, sociale veiligheid en kwaliteit; ■ Aanpassen van de tramhaltes aan toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen (onder andere bouw extra woningen; ■ Verbeteren van de langzaamverkeersroutes (voetgangers en fietsers); ■ Verbeteren van de oversteekplaatsen; ■ Voor het gedeelte langs de Van Deysselbuurt: creëren van langsparkeren en laad- en los voorzieningen.
In de huidige situatie achterkanten eengezinswoningen van de Deysselbuurt aan de stadslaan Burgemeester Roellstraat. Het straatprofiel is zeer breed opgezet met grasbermen en laanbomen.
Met het verwijderen van de huidige slinger in de tramlijn net naast de tramhalte Burgemeester van Leeuwenlaan ontstaat een doorgaand wegprofiel van het Röellcircuit tot de Doctor H. Colijnstraat. Het profiel is opgebouwd uit een brede groene middenberm met hierin de (deels verlegde) tramrails in gras. De tramzone wordt omzoomd door twee gemengde hagen. Hiernaast liggen de twee gescheiden rijbanen die door (deels verplante) laanbomen worden begeleid. De groene bermen krijgen een bloemrijke beplanting van vaste planten en zaaimengsels. Onderzocht moet worden of deze groene bermen tevens als opvang voor het regenwater kunnen worden ingericht. Hiermee ontstaat niet alleen het beeld van een groene stadslaan met een begeleidend bomendak, maar kan deze lange as ook betekenis krijgen als ecologische verbinding.
95
Huidige profiel Burgemeester Roellstraat met achterkanten van de woningen in de Deysselbuurt en zeer brede grasbermen
Schetsontwerp van de Burgemeester Roellstraat met het verlegde tramspoor(in rood aangegeven) en de nieuwe kruisingen van de Doctor H Colijnstraat en Burgemeester van Leeuwenlaan. De tramhaltes Doctor H. Colijnstraat en Slotermeerlaan zijn verplaatst in een parallelle opstelling zodat de sociale veiligheid is vergroot.
96
Profielontwerp Burgemeester Roellstraat met een compacter groen profiel en de nieuwbouw met voorkanten aan de nieuwe groene stadslaan
Investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt
97
Voor de nieuwe voordeuren aan de Burgemeester Röellstraat is ruimte gereserveerd voor parkeerplaatsen aan de rijweg. Over de volle lengte is aan beide zijden een eenrichtingsfietspad aan beide zijden van het profiel met tussen de Burgemeester van Leeuwenlaan en het Röellcircuit een tweerichtingsfietspad aan de noordzijde, net als in de huidige situatie.
Een brede stoep voor de nieuwbouw van de Deysselbuurt geeft ruimte voor nadere invulling afhankelijk van de functies op de begane grond. Bij woningen valt te denken aan een groene invulling met extra voorzieningen voor de opvang van regenwater. Bij plinten met voorzieningen komt flexibel in te richten, verharde ruimte.
Met de vernieuwing van de Burgemeester Röellstraat als stadslaan kan de Deysselbuurt aan deze rand een andere oriëntatie en betekenis krijgen. Hiermee samenhangend kan optimaal worden beantwoord aan de vraag naar extra woningen in de buurt. Het groene karakter van de buurt zelf wordt behouden en versterkt en de straten (de lange lijnen) worden verlevendigd.
Huidige profiel Burgemeester Roellstraat met achterkanten van
Profielontwerp Burgemeester Roellstraat met een compacter groen profiel
de woningen van de Deysselbuurt en zeer brede grasbermen
en de nieuwbouw met voorkanten aan de nieuwe groene stadslaan
98
Impressie van de Burgemeester Röellstraat gezien vanaf de overzijde bij de Burgemeester van Leeuwenlaan
Investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt
99
7.12 Parkeren De grootste concentratie van bewonersparkeren op eigen terrein kan in de zuidstrook plaatsvinden, hier komen ook de meeste extra woningen. In de openbare ruimte moet voldoende parkeercapaciteit blijven voor bezoekers en bewoners met een ontheffing voor de bestaande blauwe zone. De adressen van alle nieuwbouwwoningen worden uitgesloten van de mogelijkheid om hier een ontheffing voor aan te vragen. Uitzondering daarop zijn huidige bewoners, die doorverhuizen, of terugkeren, naar een nieuwbouwwoning binnen de buurt. Deze bewoners komen wel in aanmerking voor een ontheffing van de blauwe zone, mits er geen parkeerplaatsen zijn op eigen terrein. Voor de (bewoners van) woningen die worden gerenoveerd, verandert er niets: hiervoor blijft de mogelijkheid voor een ontheffing/parkeervergunning bestaan. Het recht van behoud van de ontheffing/vergunning in nieuwbouw gaat niet over op volgende bewoners. Dit betekent dat in de tien jaar looptijd van de vernieuwing (en verdere toekomst) de parkeerdruk afneemt. Op die manier komt een autoluwe woonbuurt geleidelijk dichterbij In de huidige situatie hebben ongeveer 175 van de 512 huishoudens in de te slopen woningen een ontheffing voor de blauwe zone. Wanneer we ervan uitgaan dat 70% van de huidige bewoners terugkeert naar de nieuwbouw, dan gaat het om 123 huishoudens.
In de zuidzone (te duiden met een kaartje) wordt parkeergelegenheid op eigen terrein gerealiseerd die, met voorrang, beschikbaar wordt gesteld aan huidige bewoners die doorstromen naar de nieuwe sociale huurwoningen. In de zuidzone wordt 2/3 van het aantal sociale nieuwbouwwoningen gerealiseerd. Daarmee kan in de zuidzone voor 2/3 van de doorstromers naar nieuwbouw een parkeerplaats op eigen terrein worden aangeboden. In de middenzone
100
wordt geen parkeergelegenheid op eigen terrein gerealiseerd. Dit betekent dat voor 1/3 van de huishoudens die doorstromen naar nieuwbouw in deze middenzone, parkeerplaatsen beschikbaar moeten worden gesteld in de openbare ruimte. Bij een maximale parkeerdruk van 90% (om zoekverkeer te beperken) komt dit neer op (123 * 1/3 / 90 procent =) 45 parkeerplaatsen.
geregistreerd staat is overdag substantieel groter in buurten als de Van Deysselbuurt, waar geen betaald parkeerregime geldt maar een blauwe zone. In de meeste omliggende buurten van de Lodewijk van Deysselbuurt wordt de komende jaren een parkeerregime voor overdag ingevoerd. In de Van Deysselbuurt gebeurt dit vooralsnog niet.
Voor alle woningen die worden gerenoveerd of waar niks mee gebeurt, zijn ca 570 parkeerplaatsen nodig in de openbare ruimte. Hierbij is rekening gehouden dat het autobezit, en daarmee het aantal ontheffingen voor parkeren op straat, zal stijgen. Dit omdat een deel van de te renoveren woningen wordt omgezet naar middeldure huur of wordt verkocht.
Om bij een aantal parkeerplaatsen van 820 de parkeerdruk op 90% te houden moeten er aanvullende maatregelen genomen worden om het aantal vreemdparkeerders terug te dringen.
Voor het bezoekersparkeren hanteren we de norm van 1 parkeerplaats per 10 nieuw te bouwen woningen. Als het Vernieuwingsplan volledig is gerealiseerd zullen er ca. 2044 woningen zijn in de Van Deysselbuurt. Voor bezoekers gaan we er vanuit dat er 205 parkeerplaatsen op straat nodig zijn. Omdat de parkeerplaatsen voor de woningen overdag gebruikt kunnen worden voor de werkruimtes en maatschappelijke voorzieningen (dubbelgebruik) zijn hier geen extra parkeerplaatsen voor nodig. In totaal moeten er dus 820 parkeerplaatsen op straat beschikbaar zijn. Dit aantal is goed inpasbaar in het stedenbouwkundig plan, zoals aangegeven op de indicatieve kaart in de bijlage (telmodel). Nadere uitwerking en inpassing van exact aantal parkeerplaatsen vindt plaats bij de verdere uitwerking van de inrichting van de openbare ruimte, in samenspraak met bewoners. Bij dit aantal noodzakelijk beschikbare parkeerplaatsen zijn geen parkeerplaatsen voor zogenoemde vreemdparkeerders meegerekend. Het aantal geparkeerde auto’s dat niet op naam van buurtbewoners