CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 2021-281A Beleidskader Buurtrechten

RAAD 1 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Beleidskader BuurtrechtenVN2021-02970010.442 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Buurtrechten in Amsterdam We werkten als stadsmakers samen met ambtenaren, bewoners, ontwikkelaars, ministers, wethouders en corporaties, allen onderdeel van een beweging die de gemeenschappen weer wil betrekken bij de vormgeving van die gemeenschappen. Een beweging die gelooft dat mensen gelukkig worden als ze een rol kunnen spelen en weer eigenaar worden van plekken en thema’s. Dat de overheid er niet alleen voor staat om dingen op te lossen maar dat we dat samen veel beter kunnen (Stadsmakers online).

Inhoud Inleiding

2

1. Het belang en het doel van buurtrechten  Doelstellingen

6 6

2. Wat zijn buurtrechten  Definities  1. Het uitdaagrecht  2. Het biedingsrecht  3. Het buurtplanrecht  Drie aanvullende buurtrechten  Recht op informatie  Toegang tot geld  Recht op zelfgekozen ondersteuning

7 7 7 8 10 11 11 11 12

3. Samenwerking met maatschappelijke initiatief en de rol van de gemeente  Samenwerken  Ruimte in of afwijking van bestaande kaders  Standaardisering  Risico’s en beheersing  Rol van de gemeente  Bestuurlijke goedkeuring en besluitvorming binnen buurtrechten  Leren in de praktijk

12 12 12 13 13 15 15 16

4. Voorwaarden voor het indienen van buurtrechten  Het indienen van een plan  De social handprint van de MAEX

16 17 18

5. De mogelijkheden die de gemeente initiatiefnemers geeft  Financiële kaders, de mogelijkheden en beperkingen  Inzicht in budgetten  Subsidie  Aanbesteding

18 19 19 20 20

6. De werkwijze buurtrechten  Uitleg bij de werkwijze buurtrechten

20 21

7.

22 23

Onderzoek en evaluatie  Wanneer zijn we tevreden?

1

Inleiding De samenleving is in beweging. Bewoners willen en kunnen steeds meer verantwoordelijkheid nemen voor hun leefomgeving en zelf oplossingen bieden voor opgaven in hun buurt. Dat doen ze bijvoorbeeld door initiatief te nemen op het gebied van groenonderhoud, circulaire economie, armoede, openbare ruimte, gezondheid, wonen, zorg voor elkaar, werkgelegenheid, klimaattransitie en afvalverwerking. In het coalitieakkoord ‘een nieuwe lente en een nieuw geluid’ heeft het college aangekondigd buurtrechten te willen vastleggen en te willen experimenteren met pilots. Bewoners hebben net zulke goede, zo niet betere, ideeën als het stadsbestuur. Wij streven naar een open en transparant bestuur, een naar buiten gerichte organisatie die open staat voor maatschappelijk initiatief en een gebiedsgerichte werkwijze. Het college vindt het belangrijk om initiatieven ruimte te bieden. Amsterdam heeft een rijke traditie als het om initiatieven gaat. Dit wordt zichtbaar op de Maatschappelijke AEX (MAEX) van Amsterdam waar honderden initiatieven op staan geregistreerd. Zij laten zien dat Amsterdammers ondernemend en initiatiefrijk zijn en in staat om verantwoordelijkheid te dragen voor complexe vraagstukken.

Ze creëren oplossingen voor opgaven zoals een rainproof stad, een groener Amsterdam, minder armoede, een circulaire economie, duurzame afvalverwerking, het opwekken van eigen energie, langer zelfstandig thuis blijven wonen, collectieve zorg, een betere gezondheid, minder werkloosheid, veiligere buurten en een prettig ingerichte openbare ruimte. Als gemeente werken we al langer samen met initiatieven. Vanuit verschillende programma’s worden bewoners gestimuleerd initiatief te nemen. Deze samenwerking gaat nog niet vanzelf. Er is veel onduidelijkheid over de kaders die we moeten hanteren, de manier waarop we initiatieven beoordelen en wat onze rol als gemeente is. Hierdoor worden initiatieven op verschillende manieren behandeld en gewaardeerd. Soms zelfs tegenstrijdig. Dit zorgt voor wantrouwen in de samenwerking en jaagt zelfs initiatieven van ons weg. Vanuit zowel ambtenaren als initiatiefnemers is er behoefte aan een duidelijk kader en een eenduidige werkwijze waarin afspraken over samenwerking, inzet van expertise en budget worden vastgelegd. Buurtrechten Buurtrechten zijn in het leven geroepen om bewoners uit te nodigen en te stimuleren initiatief te nemen. Ze zijn in Engeland ontstaan (Community Rights) waar ze vastgelegd zijn in wetgeving, de Localism Act. Verschillende landen hebben buurtrechten omarmd en geven daar op hun eigen manier vorm aan.

Ook onze rijksoverheid stimuleert gemeenten om buurtrechten vast te leggen in een beleidskader en/of verordening. We onderscheiden drie verschillende buurtrechten: 1. Het uitdaagrecht: het recht om gemeentelijke taken (deels) over te nemen. Dit zijn bijvoorbeeld initiatieven waarbij bewoners zelf het groen in de buurt willen onderhouden, werkgelegenheidstrajecten ontwikkelen of een lokaal circulair afvalsysteem opzetten. 2. Het biedingsrecht: het recht om een bod te doen op de huur of koop van een pand of de huur van grond. Door gebruik te maken van het biedingsrecht willen initiatiefnemers maatschappelijke ruimte of grond verwerven om hun initiatief te realiseren. Bij grondhuur gaat het om de inrichting en is de bouw van permanente gebouwen niet toegestaan. 3. Het buurtplan recht: het recht om een ontwerp in te dienen voor de openbare ruimte. Met het buurtplan recht geven bewoners aan welke ideeën ze zelf hebben over de inrichting van de openbare ruimte zoals een straat, plein of park. 2

Van welk buurtrecht initiatiefnemers gebruik maken hangt dus af van de aard van het initiatief en of ze publieke taken over willen nemen, een maatschappelijke functie willen realiseren in een gemeentelijk pand of op een stuk grond, of dat ze invloed willen uitoefenen op de inrichting van de openbare ruimte. Er zijn nog drie aanvullende buurtrechten die de bovengenoemde buurtrechten versterken. Die worden ook dit beleidskader uitgewerkt. Dit zijn het recht op informatie, oftewel open overheid, recht op toegang tot geld (budget) en recht op zelfgekozen ondersteuning (inhuren van expertise door een initiatief). Maatschappelijk initiatieven binnen buurtrechten De ervaring in Amsterdam en andere steden leert dat initiatiefnemers niet zomaar gebruik maken van buurtrechten. Ze onderscheiden zich van kleine, startende en eenmalige initiatieven die vaak ontstaan in de stadsdelen. Wel zijn ze vaak gestart als klein initiatief. Gaandeweg hebben ze een netwerk opgebouwd in de buurt, weten welke opgaven er spelen en hebben door ervaring in de praktijk veel kennis en expertise opgebouwd. Het overnemen van een publieke taak, beheer van een pand en ontwerp van de openbare ruimte vraagt veel deskundigheid en uithoudingsvermogen. Het zijn organisaties die al langer bestaan, draagvlak hebben in de buurt en gemeentelijke beleidsdoelen dienen.

Ze hebben voldoende expertise en kennis in huis om een werkende organisatie op te tuigen, de financiering rond te krijgen en hun plan ten uitvoering te brengen. Het zijn vaak volwassen initiatieven met veel ervaring. Samenwerking, expertise en budget Als bewoners gebruik maken van buurtrechten en ze dienen een kansrijk plan in, dan bieden wij hen als gemeente samenwerking om die plannen te realiseren en zetten we onze expertise en budget in om ze mogelijk te maken. Ook als de plannen van bewoners niet geheel in onze kaders passen. Met dit stedelijk beleidskader buurtrechten willen we de samenwerking met initiatieven die gebruik maken van buurtrechten stroomlijnen, ruimte bieden in onze beleidskaders en zo het eigenaarschap in de buurten van Amsterdam vergroten. Zo willen we initiatieven makkelijker door de bureaucratie heen helpen. Niet door het optuigen van een nieuw bureaucratisch systeem maar met een heldere werkwijze. Een andere manier van (samen)werken Buurtrechten klinken juridisch, maar in feite zijn het democratische rechten. Rechten voor bewoners om initiatief te nemen en de samenleving in de buurten van Amsterdam op hun eigen manier vorm te geven. Ze ontwikkelen een integrale en lokale aanpak voor opgaven die spelen in de buurt of bij een specifieke doelgroep.

Hiermee raken ze verschillende beleidsterreinen van de gemeente en passen doorgaans niet één op één in onze beleidskaders. Als we echt ruimte willen geven aan initiatieven moeten we ook ruimte in onze kaders maken. De uitvoering van een initiatief is complex en vraagt om inspanning, creativiteit en een goede samenwerking tussen de gemeente en de initiatiefnemers. Een samenwerking waarbij de aanpak van het initiatief leidend is en niet onze gemeentelijke kaders. Dit vraagt een flexibele, nieuwsgierige open houding en de wil om het anders te doen dan wij als gemeente gewend zijn. In de samenwerking met initiatieven willen we maatwerk leveren dat past bij de aanpak van het initiatief. Dit betekent niet dat onze bestaande kaders niet meer geldig zijn, die blijven gewoon bestaan. We zoeken naar mogelijkheden en bekijken met een integraal team of we beargumenteerd af kunnen wijken. Daar waar het besluit op management of bestuurlijk niveau moet worden genomen organiseren we besluitvorming.

3

De opbouw van dit kader Om uit te zoeken wat er nodig is om buurtrechten te laten werken in de praktijk lopen er in opdracht van het college pilots en zijn er onderzoeken gedaan naar buurtrechten in Amsterdam onder initiatiefnemers en ambtenaren. De leerpunten en aanbevelingen uit de pilots en onderzoeken vormden de basis van dit beleidskader. In het beleidskader komen de volgende onderwerpen aan de orde: 1. Het belang en het doel van buurtrechten voor Amsterdam. 2. Informatie over wat buurtrechten zijn, met praktijkvoorbeelden. 3. Hoe we samenwerken, de risico’s beheersen en wat onze rol is als gemeente op ambtelijk, management en bestuurlijk niveau. 4. Wat de voorwaarden zijn voor indienen van buurtrechten. 5. Welke mogelijkheden we de initiatiefnemers van een buurtrecht geven, waaronder financiële kaders met een uitleg over de mogelijkheden en huidige beperkingen. 6. Een heldere en transparante werkwijze. 7. Een voorstel om de werking van dit beleidskader te onderzoeken en evalueren. In interactieve sessies die zijn gehouden met initiatiefnemers en ambtenaren is vooral aandacht besteed aan de praktische werkwijze. Vanuit de vraag hoe de onderlinge samenwerking er idealiter uitziet, is er een gezamenlijke werkwijze ontwikkeld. Het college wil deze samenwerking met initiatiefnemers structureel goed beleggen, met inzet van expertise, informatie en budget.

Daarnaast willen we de eenduidigheid en expertise verder bevorderen door een centrale plek te ontwikkelen waar initiatieven worden begeleid. Daarvoor is een Bureau integraal Maatschappelijk Initiatief (BIMI) in oprichting. Dit bureau bekijkt samen met de betrokken beleidsafdeling(en) of en hoe een samenwerking met het initiatief kan worden aangegaan. De verantwoordelijk bestuurder geeft daarop vanuit zijn of haar portefeuille het definitieve akkoord. Dit zijn de betrokken leden van het dagelijks bestuur in de stadsdelen en vakinhoudelijke wethouders. De werkwijze in dit beleidskader biedt een richtlijn voor de beoordeling van buurtrechten en beschrijft een heldere taakverdeling. Wat hebben we nog te doen? Met dit beleidskader geven we bewoners ruimte om initiatief te nemen en leveren we maatwerk. De eenduidige werkwijze en integrale voorwaarden bieden helderheid en transparantie in de samenwerking met initiatieven. Zo krijgen initiatiefnemers betere ondersteuning van de gemeente. Om maatwerk te kunnen leveren moeten we ruimte vinden in bestaand beleid. Op een aantal terreinen weten we uit ervaring (gemeentelijk en landelijk) dat er weinig ruimte is om initiatieven te ondersteunen. In die gevallen zijn regels omtrent bijvoorbeeld subsidies en inkoop en de huur en koop van panden remmende factoren.

Soms heeft dit te maken met wettelijke regelgeving waar we niet vanaf mogen wijken, soms gaat het om gemeentelijk beleid. Ook kan het zijn dat beleidsregels niet op elkaar aansluiten waardoor er een onduidelijke situatie ontstaat. Zowel in de uitvoering van dit beleidskader als landelijk wordt gezocht naar mogelijkheden om toch meer ruimte te kunnen bieden aan initiatieven. Mogelijk zijn daarvoor aanvullende bestuurlijke besluiten nodig om die ruimte in onze kaders ook echt te kunnen bieden. Op sommige beleidsterreinen is nog niet voldoende ervaring opgedaan met buurtrechten. Daar willen we samen met initiatiefnemers verder uitzoeken hoe het in de praktijk werkt en op basis daarvan verder leren en hiermee dit kader en onze werkwijze verbeteren.

4

In dit kader zijn daarom ook ontwikkelopgaven opgenomen die beschrijven wat we gaan doen om de bekende knelpunten te verminderen en het beleidskader verder aan te scherpen. Deze staan aangegeven onder de kopjes actie. Tot slot Als we echt eigenaarschap over willen dragen aan bewoners die verantwoordelijkheid willen en kunnen nemen dan moeten we als gemeente bereid zijn om maatwerk te bieden, gemotiveerd risico’s te nemen en in de samenwerking al lerende steeds een stap verder te komen. Dit is ook wat initiatieven van de gemeente vragen. Gezamenlijk uitzoeken welke afspraken er worden gemaakt, hoe de taakverdeling eruit ziet en hoe de verantwoordelijkheid wordt verdeeld. Dit beleidskader biedt daarvoor een handvat, een proces en een structuur. Om ook echt meer ruimte te geven aan initiatieven, is het vooral belangrijk hoe de gemeentelijke organisatie dit beleidskader toepast. Daarvoor is kennis en expertise nodig, maar ook een mentaliteitsverandering. Ook hierop zal daarom zowel ambtelijk als bestuurlijk ingezet moeten worden. Het mogelijk maken van buurtrechten is daarom nadrukkelijk een proces, en zal in de praktijk verder vorm moeten krijgen. Al doende leren we om steeds een stap verder te komen en ruimte te geven aan de kennis, expertise en vindingrijkheid van de Amsterdammers.

5

1. Het belang en het doel van buurtrechten Het college wil ruimte geven aan initiatieven. In het coalitieakkoord wordt de ambitie geuit om bewoners meer eigenaarschap te geven over hun buurt en nodigt hen uit met ideeën te komen voor de lokale opgaven die daar spelen. Door bewoners buurtrechten te geven bieden we een democratisch instrument aan Amsterdammers met een goed idee. Als stad staan we voor diverse en complexe opgaven. De gemeente heeft de taak en de verantwoordelijkheid om aan deze opgaven te werken en een oplossing te bieden. Hiervoor ontwikkelt de gemeente beleid en zet opdrachten uit bij partners om uitvoering te geven aan dit beleid en om te kunnen sturen. Daarbij merken we dat beleid niet altijd overal landt, soms tegenstrijdige doelen heeft, en dat het niet voor iedereen op dezelfde manier uitpakt. Op de MAEX Amsterdam, platform Om de juiste specifieke uitwerking te maken is lokaal voor initiatieven, staan op dit maatwerk nodig. Initiatieven spelen in op deze specifieke moment 288 Amsterdamse opgaven en bieden maatwerkoplossingen. In Amsterdam initiatieven geregistreerd. Via de zijn al veel mooie voorbeelden te vinden waar het social handprint wordt zichtbaar welke waarde deze initiatieven onderhoud van groenvoorzieningen door bewoners wordt leveren voor de stad en aan welke opgepakt, lokale banen worden gecreëerd, statushouders doelstellingen ze bijdragen.

worden opgevangen, collectieve duurzaamheidsprojecten zijn opgestart en ideeën ontstaan voor de inrichting van een straat of plein. Binnen verschillende gemeentelijke programma’s werden en worden bewoners en ondernemers gestimuleerd om initiatief te nemen. Deze initiatieven werken samen met de gemeente en vragen ruimte voor een integrale aanpak en lokaal maatwerk. Ook in de omgevingsvisie 2050 wordt in het hoofdstuk Samen Stadmaken ruimte geboden aan initiatief vanuit de samenleving. Met het vergroten van eigenaarschap in de buurten ontstaat er een grotere betrokkenheid en worden meer Amsterdammers actief. Doordat initiatieven vaak een groot netwerk hebben in de buurt en hun aanpak lokaal en dichtbij is, zien we dat ook steeds meer kwetsbare Amsterdammers betrokken raken en op die manier bereiken we meer inclusiviteit in de buurten. Doelstellingen Het inzetten van buurtrechten heeft meerdere doelstellingen. Als gemeente willen we initiatieven samenwerking, expertise en budget bieden en ruimte maken in onze kaders. Zo willen we initiatieven vanuit de buurt de ruimte geven en eigenaarschap overdragen aan de buurt. Met het vastleggen van buurtrechten willen we: 1. De samenwerking tussen initiatiefnemers en de gemeente verbeteren en beter stroomlijnen. 2. Ruimte bieden in beleidskaders om initiatieven te realiseren. 3.

Eigenaarschap en verantwoordelijkheid voor opgaven in de stad overdragen aan bewoners. Het beleidskader buurtrechten biedt kans om : 1. Maatschappelijke betrokkenheid om te kunnen zetten in maatschappelijke netwerken die bijdragen kunnen leveren aan de uiteenlopende complexe vraagstukken waar Amsterdam voor staat. 2. Als overheid responsiever te kunnen inspelen op geluiden uit de samenleving en samen met bewoners sneller meer resultaat op straat realiseren. Voor de gemeentelijke organisatie betekent dit dat we: 3. Initiatieven die een buurtrechten indienen beter in ontvangst te kunnen nemen .

6

4. Explicieter en duidelijker kunnen zijn wanneer buurtrechten een kans van slagen hebben en wanneer niet zodat er geen valse verwachtingen worden gewekt. 5. Duidelijker kunnen zijn in de spelregels en afwegingen die we maken als van het buurtrecht gebruik wordt gemaakt. 6. Bestuurlijke willekeur over het al dan niet toekennen van een buurtrecht verminderen. 7. In de organisatie efficiënter en effectiever kunnen werken met initiatief van buiten en bureaucratie te verminderen . 8. Inhoud en vorm kunnen geven aan een actieve kort cyclische en agile leeromgeving samen met Amsterdamse initiatiefnemers.

2. Wat zijn buurtrechten? Met buurtrechten geven wij bewoners de ruimte om initiatief te nemen op drie manieren. Door het overnemen van een publieke taak (het uitdaagrecht), het realiseren van een maatschappelijke functie in een pand of op een stuk grond (het biedingsrecht) of een ontwerp in te dienen voor de inrichting van de openbare ruimte (het buurtplan recht). Landelijk zijn diverse gemeenten bezig met het vormgeven van buurtrechten. Op https://www.lsabewoners.nl/kennis/wat-zijn-buurtrechten is meer uitleg over buurtrechten te vinden met praktijkvoorbeelden uit heel Nederland. Hieronder volgt een definitie van de drie meest belangrijke buurtrechten. Daarna een uitgebreide uitleg van elk buurtrecht met praktische voorbeelden uit Amsterdam en andere gemeenten. Bij het biedingsrecht wordt meer uitleg gegeven over de samenhang met de bestaande leurprocedure die in werking treedt bij vrij een gekomen maatschappelijke pand of grond die te huur worden aangeboden door de gemeente. Ook de drie aanvullende buurtrechten, recht op informatie, toegang tot geld en zelfgekozen ondersteuning worden nader uitgelegd. Definities Er zijn drie belangrijke buurtrechten waarmee het college initiatieven wil ondersteunen: 1.

Uitdaagrecht (right to challenge ): Initiatiefnemers hebben het recht om een plan in te dienen om bestaande taken van de gemeente zelf uit te voeren of te coproduceren, wanneer zij denken dat het op deze wijze beter aansluit bij wat er speelt in de buurt of stad. 2. Biedingsrecht op maatschappelijk vastgoed of openbare grond (right to bid): initiatiefnemers hebben het recht om een bod te doen op de huur of koop van een pand of de huur van grond voor de realisatie van een maatschappelijke functie. 3. Buurtplan recht (right to plan) : initiatiefnemers hebben het recht een plan in te dienen voor de inrichting van de openbare ruimte. 1. Het uitdaagrecht Landelijk en in Amsterdam wordt het meest gebruik gemaakt van het uitdaagrecht. Het gaat dan om de uitvoering van publieke taken waar de gemeente verantwoordelijk voor is zoals groenonderhoud, begeleiding naar werk, armoedebestrijding, Samen Vooruit in de Indische Buurt biedt jongerenwerk, zorg, afvalverwerking en recycling of opleiding en werkervaringsplaatsen voor integratie van vluchtelingen. Initiatiefnemers die langdurig werklozen en statushouders uit de gebruik maken van het uitdaagrecht hebben lokale buurt. oplossingen voor meerdere opgaven tegelijkertijd. Ze nemen deze taken niet exact over.

Het gaat juist om een specifieke, integrale aanpak die beter past bij de situatie, de buurt en de doelgroep waar het initiatief zich voor inzet. Dit maakt maatschappelijke 7

initiatieven ook anders dan onze vaste partners die hun aanpak hebben ontwikkeld aan de hand van onze van tevoren vastgestelde kaders. Er zal altijd een relatie tussen de gemeente en het initiatief blijven bestaan waarbij afspraken worden gemaakt over samenwerking, verdeling van taken en verantwoordelijkheid. Bij het uitdaagrecht worden naast de taken ook het bijbehorende budget dat daarvoor op de begroting staat overgedragen aan het initiatief. Dit betekent dat wij hen behandelen als een volwaardige en gelijkwaardige partner. Zij voeren immers een publieke taak uit. In paragraaf 5 over de financiële kaders is hier meer informatie over te vinden. Het Zero Waste LAB in Slotermeer is opgezet door marktondernemers van Plein 40-45. Zij hebben de afvalverwerking op de markt deels overgenomen en een afvalstation neergezet waarbij het grootste deel van het afval gecycled wordt en niet meer de verbrandingsoven in gaat.

Op het Rembrandtplein hebben de ondernemers (BIZ) de schoonmaak van het plein overgenomen van de gemeente. Afval en Grondstoffen heeft het budget dat daarvoor op de begroting staat aan hen overgedragen. Door hier zelf verantwoordelijkheid voor te nemen en onderling afspraken te maken kunnen de ondernemers dit druk bezochte toeristische gebied beter schoon houden.

2.1 Het biedingsrecht Het biedingsrecht geeft bewoners het recht om te mogen bieden op een vrijgekomen gemeentelijk pand of een stuk grond van de gemeente met een maatschappelijke bestemming. Voorwaarde is dat het pand of de grond voor een maatschappelijke functie worden SET IJburg laat zien dat integratie van gebruikt. Gaat het om een pand dan kan het gaan om huur vluchtelingen georganiseerd in een pand in of koop. Bij grond gaat het alleen om huur. Voorbeelden de buurt door bewoners een hoge van initiatieven zijn een buurtkamer, een acceptatiegraad heeft en er meer opleidingscentrum met leer-werktrajecten, een lokale samenwerking ontstaat tussen bewoners en bioscoop gerund door vrijwilligers met sociale werkplekken statushouders en meer vrijwilligers zich in gaan zetten voor de integratie. of opvang van statushouders. Vaak hebben deze locaties een sociale aantrekkingskracht en netwerkfunctie voor de buurt. Lokaal eigenaarschap kan er ook voor zorgen dat er draagkracht ontstaat voor functies die niet altijd volledig worden geaccepteerd in een buurt. Een voorbeeld is de integratie van statushouders en vluchtelingen. Ook lokaal eigenaarschap van grond creëert deze impact in een buurt.

De inrichting en onderhoud van een gezamenlijke tuin of moestuin, de ontwikkeling van circulaire off grid systemen (zelfvoorzienend, geen aansluiting op water en elektriciteit) als bijdrage aan de klimaattransitie of de diverse voedselbossen in Amsterdam getuigen daarvan. Voor huur en koop van een pand gelden de gemeentelijke kaders waarbij een kostprijsdekkende huur of marktconforme prijs (koop) moet worden betaald. Bij de huur van grond wordt de geldende

8

maatschappelijke huurprijs in rekening gebracht. De grond mag niet worden gebruikt voor permanente bebouwing. Aansluiting op de leurprocedure Komt er een gemeentelijk pand of stuk grond vrij met een maatschappelijke bestemming dan start de leurprocedure. In de leurprocedure kan een beleidsdirectie of stadsdeel een claim indienen ten behoeve van maatschappelijke organisaties die ruimte zoeken voor bijvoorbeeld onderwijs, zorg, kunst en cultuur of opvang van specifieke doelgroepen. De afweging welke partij een ruimte kan Bij de Kaskantine in Nieuw-West (Riekerhaven) wordt in de invullen wordt gemaakt op basis van een lokale moestuin eten gekweekt voor het restaurant in de kas onderbouwing vanuit de desbetreffende en wordt bewoners geleerd om groenten te kweken op hun directie of stadsdeel met daarin onder eigen balkon. De kas en het terrein er omheen worden onderhouden en gerund door vele vrijwilligers uit de buurt. anderen de aanwezigheid van financiering Met de inzet van lokaal vakmanschap is er een off grid locatie voor de huur (bijvoorbeeld subsidie). Kan gerealiseerd. Geen aansluiting op voorzieningen zoals de afweging niet ambtelijk worden elektriciteit en riolering. Een voorbeeld voor circulaire en gemaakt dan wordt er een bestuurlijk duurzaam gebruik van materialen, voedsel, grond, warmte en besluit voorgelegd. De leurprocedure water.

wordt één keer per maand besproken in het PEP-overleg. Om in aanmerking te komen voor maatschappelijke ruimte gelden de volgende voorwaarden: 1. De maatschappelijke organisatie die in aanmerking wil komen voor maatschappelijke ruimte dient een beleidsdoel. Dit wordt zichtbaar in de beleidsplannen van de directies of in de gebiedsagenda’s van de stadsdelen. 2. Voor de huur van het pand moet minimaal de kostprijsdekkende huur worden opgebracht. Het aantal gemeentelijke panden met een maatschappelijke bestemming in Amsterdam dat beschikbaar komt is schaars. Doorgaans zijn er meerdere organisaties die maatschappelijke ruimte zoeken in Amsterdam. Dit kunnen organisaties zijn die wettelijke taken vervullen zoals onderwijs of daklozenopvang, organisaties die vanuit gemeentelijke kaders worden ondersteund zoals bijvoorbeeld Kunst en Cultuur of andere voorzieningen zoals huisartsen en kinderopvang. Dit maakt dat de ruimte die beschikbaar is voor maatschappelijke initiatieven die gebruik maken van het biedingsrecht ook schaars is. In elk gebied zal aan de hand van de beleidsdoelen en gebiedsopgaven een goede afweging worden gemaakt, zodat de voorzieningen die nodig en urgent zijn een plek krijgen in de buurt.

Aansluiting op beleidsplannen of gebiedsagenda’s Maatschappelijke initiatieven hebben een integrale aanpak, die daardoor niet één op één overeenkomen met de beleidskaders die zijn opgesteld door de gemeente Amsterdam. Daardoor hebben ze geen inhoudelijk verantwoordelijke beleidsdirectie die hen ondersteunt en maken ze geen onderdeel uit van een bestuurlijke portefeuille. Binnen de werkwijze buurtrechten is een proces opgezet waarbij integrale In Utrecht is een motie aangenomen maatschappelijke initiatieven die gebruik maken van waarbij de raad het college opdraagt bij de buurtrechten, waaronder het biedingsrecht, een verkoop van gemeentelijk vastgoed niet het beoordeling krijgen waardoor het duidelijk wordt aan welke hoogste bod te laten wegen maar de grootste maatschappelijke waarde. beleidsdoelstellingen en gebiedsopgaven ze bijdragen. Deze beoordeling wordt gemaakt door de beleidsinhoudelijke directies en stadsdeel adviseurs die gezamenlijk een advies opstellen voor de inhoudelijk betrokken dagelijks bestuurders en wethouders. De bestuurders geven uiteindelijk het akkoord of het buurtrecht al dan niet wordt aangegaan. Zo krijgen maatschappelijke initiatieven, net als 9

onze maatschappelijke partners met wie we samenwerken vanuit onze bestaande beleidskaders, ook bestuurlijke draagkracht. Hiermee wordt voldaan aan de eerste voorwaarde die geldt voor deelname aan de leurprocedure en krijgen ze een gelijkwaardige positie. Deze werkwijze staat beschreven in paragraaf 6 van dit beleidskader. Financiën voor huur Alhoewel het biedingsrecht af en toe wel wordt ingediend, geven initiatiefnemers aan dat het lastig is om een businesscase rond te krijgen. Binnen de begroting van een initiatief maken de kosten van de locatie een groot deel van het budget uit. Vanwege de maatschappelijke aard van het initiatief is het lang niet altijd haalbaar om de kosten te dekken met inkomsten. Voor de huur van een pand of stuk grond zijn initiatiefnemers dan aangewezen op de verschillende subsidies van de diverse beleidsterreinen waar ze aan bijdragen. Dit betekent dat ze bij meerdere afdelingen subsidie aan moeten vragen. Bij de gemeente Amsterdam zijn subsidies voor huur vaak bestemd voor bestaande partners die een gemeentelijk beleidsdoel dienen en al zijn vastgelegd in de verschillende beleidskaders Er zijn subsidieregelingen die maatschappelijke initiatieven integraal ondersteunen, maar deze regelingen subsidiëren doorgaans voornamelijk activiteiten. Dit is zowel bij gemeentelijke subsidies het geval als bij externe fondsen.

Gaat het om inkoop dan moeten initiatiefnemers voldoen aan de inkoopen aanbestedingsvoorwaarden van het desbetreffende beleidsterrein. De voorwaarden zijn vaak dusdanig opgesteld dat initiatiefnemers niet voldoen. Aanbestedingen zijn meestal bedoeld voor grote kavels en bedrijven waardoor initiatiefnemers geen kans maken. Het is hierdoor lastig om financiering te vinden voor de huur van een pand of stuk grond. Actie: evaluatie mogelijkheden initiatiefnemers voor het gebruik van vastgoed en grond Om initiatiefnemers beter te ondersteunen in het vinden van een locatie voor hun initiatief zal er een evaluatie plaatsvinden van de huidige mogelijkheden die gemeente Amsterdam hen daartoe biedt. Ook zal er wordt gekeken naar bestaande oplossingen binnen Amsterdam en in andere steden. Op basis hiervan worden scenario’s ontwikkeld en kan zo nodig aanvullende besluitvorming plaatsvinden. Dit doen we onder anderen in samenwerking met de opdracht vrije Ruimte, de Stadsloods, vastgoed, de directies die deelnemen aan de leurprocedure en de stadsdelen. Ook zal gedurende een periode van 2 jaar het functioneren van het biedingsrecht worden geëvalueerd. Aan de hand van de uitkomsten kan eventueel opnieuw bestuurlijke besluitvorming plaatsvinden. Deze evaluatie maakt deel uit van het onderzoek dat wordt aangekondigd in paragraaf 7 van dit beleidskader.

3. Het buurtplan recht Met het buurtplan recht kunnen bewoners een plan indienen voor de inrichting van de openbare ruimte, bijvoorbeeld een park, plein of straat. Bewoners hebben dan concrete wensen en ideeën over inrichting en voorzieningen zoals meer groen of parkeerplekken, speelruimte voor kinderen, bredere stoepen, meer lichtpunten, andere zichtlijnen of gebruik van specifieke duurzame materialen. Vaak

Beide varianten van het buurtplan recht komen in Nederland voor zoals in, Utrecht en Tilburg waarbij bewoners bijvoorbeeld de volledige inrichting en bestemming van een groot park op zich hebben genomen. In Arnhem hebben bewoners in een wijk het parkeerbeleid overgenomen van de gemeente.

10

willen ze dan in samenwerking met de gemeente de ruimte ontwerpen of ze komen zelf met een ontwerp. Er is ook nog een andere variant waarbij bewoners met een buurtplan komen. Hierbij gaat het om grotere vraagstukken de Buiksloterham hebben hun eigen plan zoals de inrichting van verkeersstromen, parkeerbeleid, gepresenteerd voor de inrichting van de woningverdeling, milieu prioriteiten en toekomstige Klaprozenbuurt. Dit plan is als uitgangspunt ontwikkelingen. In de praktijk vraagt dit intensieve genomen voor het verdere ontwerp van de samenwerking en afstemming tussen bewoners en de buurt en waarbij de initiatiefnemers het gemeente. Bij een succesvolle samenwerking ontstaat er bij participatieproces hebben getrokken deze projecten vaak een groeiende betrokkenheid van bewoners en ondernemers die zelf belang hebben bij de inrichting van hun buurt. Ook na de uitvoering blijft deze betrokkenheid vaak. De Groene Draak. Stedenbouwkundigen uit

Actie aanscherpen buurtplan recht met initiatiefnemers Op dit moment wordt er in Amsterdam niet veel gebruik gemaakt van het buurtplan recht. Met de nieuwe omgevingswet zal het buurtplan recht In Zutphen moest bij duurzaamheidscentrum De waarschijnlijk vaker worden gebruikt. Kaardebol een parkeerterrein worden verhard. De Meerdere gemeentes zijn aan het zoeken gemeente had hiervoor een offerte van een bedrijf liggen. naar hun rol in de samenwerking met De huidige ‘bewoners’ van de Kaardebol konden dit via hun bewoners. In samenwerking met Ruimte en netwerk en met inzet van mensen met afstand tot de Duurzaamheid (oa team Omgevingsvisie) arbeidsmarkt voor € 20.000 minder doen. En ze konden ook gaan we in gesprek met bewoners die nog de bestaande stenen hergebruiken. plannen hebben voor de openbare ruimte. Onderling wordt besproken welke kaders er zijn en welke ruimte er nodig is om gebruik te kunnen maken van het buurtplan recht. Hiermee kan het buurtplanrecht worden aangescherpt. Drie aanvullende buurtrechten Er zijn nog drie aanvullende buurtrechten die de bovengenoemde buurtrechten versterken. Dit zijn het recht op informatie oftewel open overheid, toegang tot geld (budget) en recht op zelfgekozen ondersteuning (inhuren van expertise door een initiatief). Recht op informatie Bewoners hebben recht op een gelijkwaardige informatiepositie.

Bij het gebruik van buurtrechten doen bewoners een bod op een taak van de gemeente, op een pand of stuk grond of hebben ze een plan voor de inrichting van de openbare ruimte. Initiatiefnemers hebben daarom informatie nodig over bestaand beleid, programma’s en de begroting om hun plan te kunnen schrijven en in gesprek te kunnen gaan met de gemeente. Deels vinden initiatiefnemers zelf hun informatie, deels is er expertise vanuit de gemeente nodig om bepaalde informatie te vinden en te kunnen duiden. Voor initiatiefnemers is het erg belangrijk om die samenwerking vanuit de gemeente te krijgen. Niet alles is digitaal te vinden. In de werkwijze in paragraaf 6 is uitgewerkt hoe de gemeente deze expertise gaat bieden. Veel informatie is al openbaar beschikbaar voor burgers, dus ook voor initiatiefnemers. Wettelijk gezien is Amsterdam verplicht raadstukken, beleidsregels en vergunningen openbaar te maken. Daar is elke gemeente toe verplicht volgens de Wet Openbaarheid van bestuur (WOB). Waarschijnlijk gaat vanaf 2022 de WOO (Wet Open Overheid) van start. De overheid moet dan nog actiever worden om 11

informatie openbaar, overzichtelijk en vindbaar te maken. Dit zal (potentiële) initiatiefnemers meer inzicht geven in de informatie die zij nodig hebben voor het ontwikkelen van hun plannen. Toegang tot geld Initiatiefnemers krijgen voor de uitvoering van hun initiatief ook de financiële middelen die daarvoor In Groningen is het omgekeerde beschikbaar zijn. In diverse beleidsplannen, bestuurlijke uitdaagrecht ingevoerd. De gemeente stukken en programma’s zijn er begrotingen te vinden, geeft wijkgericht inzicht in budgetten maar voor bewoners is het vaak lastig te achterhalen die voor bepaalde taken op de welk budget er beschikbaar is voor een bepaalde taak in begroting staan. Daarmee worden een bepaald gebied. Buurtbegroten is een instrument bewoners uitgenodigd de gemeente uit te dagen deze taken over te nemen. om inzicht te krijgen in de gemeentebegroting. Aan de hand van bepaalde thema’s wordt bekeken welke budgetten bijvoorbeeld aan armoede worden besteed in een specifieke buurt. In de Indische Buurt zijn hier experimenten mee gedaan. Ook met deze methodiek het lastig gebleken om daar goed inzicht in te krijgen. Het kost veel tijd om de puzzel rond te krijgen. In paragraaf 5 over de financiële kaders wordt uitgelegd wat Amsterdam gaat doen om inzicht te krijgen in deze budgetten.

Recht op zelfgekozen ondersteuning Initiatiefnemers hebben het recht om indien gewenst zelfgekozen expertise in te huren. Een wijkonderneming die bewoners intensieve begeleiding biedt naar (vrijwilligers)werk weet nog niet alle ins en outs van een uitkering en de voorwaarden die daarvoor gelden. Dit vraagt samenwerking, inzet en expertise vanuit de overheid of een externe partner. Vaak is er ook juridische of financiële expertise nodig of een ontwerper die helpt van bij planvorming van een straat.

3. Samenwerking met maatschappelijk initiatief en de rol van de gemeente Samenwerken Als gemeente hebben we in samenwerking met maatschappelijk initiatieven al veel geleerd. Wat samenwerken is laat zich niet makkelijk op papier vastleggen. In dit beleidskader is een werkwijze vastgelegd met een procesbeschrijving (paragraaf 6). Verderop in deze paragraaf worden rollen en taken beschreven voor de ambtelijke organisatie, management en bestuur (dagelijks bestuursleden, wethouders en raad). Ook de besluitvorming ten aanzien van het aangaan van een ingediend buurtrecht is vastgelegd. Samenwerken heeft ook een menselijke kant zoals open en transparant zijn, flexibel, stimulerend, inspirerend en creatief. Dit laatste laat zich niet afdwingen. Om ons deze manier van samenwerken eigen te maken hebben we meer ervaring nodig en moeten we als organisatie gezamenlijk leren. Dit hebben we niet van de ene op de andere dag voor elkaar. Het is onderdeel van een bredere cultuuromslag binnen de gemeentelijke organisatie. De casussen binnen buurtrechten kunnen daarbij helpen. Eerder in dit beleidskader wordt al aangegeven dat de gemeente ruimte wil geven aan initiatieven en dat daarbij een open, flexibele houding en maatwerk belangrijk zijn. Dit vraagt een andere manier van samenwerken dan we gewend zijn. De plannen van initiatiefnemers zijn leidend in deze samenwerking.

We kijken eerst of het initiatief aansluit op de opgaven in het gebied, of het bijdraagt aan gemeentelijke beleidsdoelen en of de initiatiefnemers voldoende draagvlak en capaciteit hebben om het idee uit te voeren. De expertise van verschillende ambtenaren is nodig om gezamenlijk te bekijken of het 12

vervolgens past binnen gemeentelijke kaders en regels en of er gemotiveerd naar creatieve oplossingen binnen de kaders of, indien nodig, daarbuiten moet worden gezocht. Voor dat laatste is uiteraard besluitvorming nodig van college en raad. Ruimte in of afwijking van bestaande kaders Buurtrechten raken bijna alle beleidsterreinen van de gemeentelijke organisatie. Het beleidskader buurtrechten schept voorwaarden voor samenwerking waarbij alle bestaande kaders blijven bestaan. Het vastleggen van buurtrechten betekent niet dat er afgeweken wordt van wettelijke kaders en regelgeving. Dat is niet mogelijk en ook niet wenselijk. Het doel van buurtrechten is om ideeën en oplossingen van bewoners mogelijk te maken die niet helemaal binnen gemeentelijke beleidskaders passen. In die gevallen wordt dus maatwerk gevraagd van de gemeente. Daarbij wordt gevraagd om ruimte in de kaders. Ruimte heeft te maken met de manier waarop de gemeente haar kaders toepast. Vaak zijn ambtenaren gewend aan een bepaalde aanpak die over het algemeen goed werkt en houden we daar aan vast, terwijl er binnen de kaders wel oplossingen te vinden zijn om het anders te doen als dat nodig is. Bij afwijking van de gemeentelijke kaders wordt gevraagd om iets te doen wat volgens de huidige kaders niet mag. In principe opereren we binnen de gestelde gemeentelijke kaders.

Deze kaders en de daarbinnen geldende regels zijn uiteraard opgesteld met een doel. Het komt voor dat diezelfde regels ook doelen in de weg zitten die de gemeente toch graag wil bereiken. Of regels zijn tegenstrijdig aan elkaar. In dat geval wordt gemotiveerd waarom er wordt afgeweken van de regels en dit wordt ter besluitvorming voorgelegd aan het college en de raad. Afwijking van de regels vindt alleen plaats als er passende oplossingen nodig zijn daar waar een initiatief lokaal verbetering oplevert ten opzichte van de standaard aanpak of daar waar de standaard aanpak lokaal nadelig uitpakt. Voorwaarde is uiteraard wel dat het praktisch mogelijk is, dat er draagvlak is, dat het een verbetering oplevert voor de bewoners en de omgeving en dat de buurt zich inzet om het mogelijk te maken. En dat het binnen het daarvoor beschikbare budget blijft. Op deze manier kan de gemeente leren oplossingen te vinden voor vraagstukken waar bewoners en ambtenaren in de praktijk tegen aanlopen en blijven we toetsen of de regels op de juiste manier de gemeentelijke beleidsdoelen dienen die we willen bereiken. Landelijk en in Amsterdam is de ervaring dat er met het vinden van ruimte in de kaders diverse vraagstukken worden opgelost. Afwijking van kaders komt niet vaak voor.

Standaardisering Vanuit het gemeentelijke bestuur en het management wordt momenteel gestuurd op efficiëntie en eenduidige aanpak bijvoorbeeld, centrale inkoop bij grote partijen en een gestandaardiseerde, eenduidige aanpak. Tegelijkertijd wil het college ruimte bieden aan ideeën van bewoners die niet in deze standaardisatie passen maar wel maatschappelijke waarde hebben en een verbetering zijn voor de buurt en haar bewoners. Dit lijkt een tegenstelling. Toch kunnen deze twee bestuurlijke opdrachten naast elkaar bestaan en ervoor zorgen dat er lokale oplossingen worden gevonden daar waar vastgesteld beleid en een standaard aanpak niet het gewenste effect heeft. Bewoners die gebruik maken van buurtrechten zien oplossingen die beter passen bij de situatie in hun buurt of de doelgroep die ze graag willen helpen. Als oplossingen en ideeën verbeteringen opleveren kan er goed gemotiveerd afgeweken worden van de standaard.

13

Risico’s en beheersing Risico’s Samenwerking met initiatieven roept vraagstukken op in de gemeentelijke organisatie. Dit zijn terugkerende vraagstukken die gaan over draagkracht, continuïteit, capaciteit, professionaliteit, verantwoordelijkheid, inclusiviteit, concurrentie en verdringing. Het zijn niet alleen vraagstukken maar ook voorwaarden waarvan we vinden dat ze goed moeten zijn geregeld. Als dat niet zo is lopen we als gemeente risico. Ze komen niet alleen in samenwerking met maatschappelijk initiatieven voor maar zijn onderdeel van ons dagelijks werk als gemeente. We moeten hier regelmatig verantwoording over afleggen naar het bestuur en naar de samenleving. Toch worden deze vragen vaker gesteld in verband met maatschappelijk initiatieven dan in samenwerking met andere partners. Over het algemeen zijn we strenger in de beoordeling en vragen we meer aantoonbaar bewijs. Dit heeft een aantal oorzaken. Op dit moment ontbreekt er een gezamenlijk kader en een gezamenlijke werkwijze om initiatieven te beoordelen en monitoren. Er worden geen gezamenlijke afspraken over beoordeling, resultaten en verantwoording gemaakt. Ook worden er geen gezamenlijke afspraken gemaakt over wie welke verantwoordelijkheid draagt en wat we doen als het anders loopt dan verwacht.

Daarnaast hebben verschillende directies vanuit de aard van hun werkzaamheden meer of minder ervaring met maatschappelijk initiatieven in de praktijk. Ook kan het zijn dat een ambtenaar vanwege zijn of haar functie meer of minder vaak in aanraking komt met de dagelijkse praktijk en de samenleving. Hoe minder ervaring er is opgedaan met initiatieven en hoe groter de afstand, hoe meer vragen er worden gesteld over professionaliteit, continuïteit, draagkracht en inclusiviteit. Er is niet voldoende zicht op en er is geen gezamenlijk beeld. Beheersing Maatschappelijk initiatieven die gebruik maken van buurtrechten bestaan vaak al langer. Vaak zijn ze begonnen als klein initiatief en uitgegroeid tot een goed georganiseerd netwerk van actieve bewoners die collectief opereren met de nodige ervaring en professionaliteit. Ze zijn bekend bij de stadsdelen die de nodige kennis hebben van het initiatief. In de samenwerking met initiatieven beoordelen stadsdelen initiatieven ook op capaciteit, professionaliteit, draagkracht en inclusiviteit. Binnen de werkwijze buurtrechten wordt de kennis die stadsdelen hebben van initiatieven ingezet bij de beoordeling, ondersteuning en monitoring van initiatieven. Zo hoeft niet opnieuw aan initiatieven te worden gevraagd om aan te tonen dat ze voldoende capaciteit en draagvlak hebben en of ze professioneel en inclusief zijn.

De kennis en ervaring is aanwezig in de gemeentelijke organisatie bij de stadsdelen. De werkwijze in het beleidskader buurtrechten biedt een oplossing voor een gezamenlijke beoordeling, toetsing aan bestaande kaders en het maken van afspraken over resultaten, verantwoordelijkheid en verantwoording. Deze is integraal waarbij alle vakinhoudelijk betrokken ambtenaren vanaf het begin van het indienen van een buurtrecht aangehaakt worden. Er vindt een integrale beoordeling plaats van het initiatief. Deze beoordeling wordt ook nog via een advies ter akkoord voorgelegd aan leden van dagelijks bestuur van stadsdelen en wethouders die vanuit hun portefeuille betrokken zijn bij het initiatief. In een samenwerkingsovereenkomst worden alle afspraken vastgelegd die vervolgens ook gemonitord kunnen worden waardoor de continuïteit van het initiatief in de gaten kan worden gehouden. Door de integrale betrokkenheid wordt er getoetst op alle bestaande kaders en kan, daar waar nodig, gecontroleerd en gemotiveerd ruimte in die kaders worden gezocht of via bestuurlijke besluitvorming

14

worden afgeweken. Zo houden we stapje voor stapje gezamenlijk met het initiatief de controle en kunnen we eventuele risico’s tijdig voorzien. Eerder in dit kader wordt al beschreven dat de bestaande kaders en regels blijven gelden. Dit geldt ook voor de regels op het gebied van subsidiëring, inkoop en aanbesteding. Op deze manier zorgen we ervoor dat er geen oneerlijke concurrentie plaatsvindt bij taken die bewoners over willen nemen van de gemeente. Het vraagstuk van verdringing speelt bij taken die de gemeente zelf uitvoert en bij de uitvoering van taken door derden die arbeidsplaatsen bieden via laagdrempelige werkvoorziening (Pantar, MAS/Zone 3). In de praktijk komt dit niet vaak voor. Er zijn voorbeelden van initiatieven die blijven samenwerken met de organisaties die de laagdrempelige werkvoorziening bieden waardoor deze medewerkers hun baan behouden. Ook bij andere gemeenten zijn er geen voorbeelden van medewerkers die hun baan kwijt zijn geraakt door overname van taken door initiatieven. Initiatieven zijn maatschappelijk ingesteld en willen voorkomen dat er door hun toedoen ergens werkloosheid wordt gecreëerd. Dit is waarom integrale samenwerking met initiatieven belangrijk is. Zo kunnen dergelijke vraagstukken bespreekbaar worden gemaakt en samen naar oplossingen worden gezocht.

Amsterdamse en landelijke ervaringen Net als bij de samenwerking met vaste partners van de gemeente zullen er bij de samenwerking met initiatieven risico’s optreden. De ervaring is dat deze risico’s niet vaker optreden bij maatschappelijk initiatieven. Ook in andere steden zijn er werkwijzen opgetuigd die ervoor zorgen dat er afspraken worden gemaakt en dat er wordt gemonitord. Zo voorkomen we dat er onverwachtse risico’s optreden. Dit beleidskader met de daarin opgenomen werkwijze zorgt ervoor dat de genoemde risico’s verkleind worden. Zonder beleidskader lopen we als gemeente meer risico’s dan met een vastgesteld beleidskader. Rol van de Gemeente Ambtelijk Adviseurs worden bij een initiatief betrokken vanwege hun inhoudelijke expertise. Ze maken een beoordeling en bereiden het bestuurlijk advies voor. Na bestuurlijk akkoord wordt met de inhoudelijke kennis van de adviseurs het plan verder aangepast en worden er praktische afspraken gemaakt over samenwerking, inzet van expertise, de verdeling van taken, verantwoordelijkheden en toekenning van budget. Dit wordt vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. Aan de uitvoering van publieke taken zijn bijvoorbeeld specifieke kwaliteitseisen verbonden, gebruik van duurzame materialen, een bepaald onderhoudsniveau of opleidingseisen.

Stapsgewijs en gecontroleerd ontdekken we wat er nodig is om het plan praktisch vorm te geven, waar ruimte nodig is en waar we maatwerk moeten toepassen. Management Het management ondersteunt de ambtenaren die samenwerken met een initiatief dat een buurtrecht heeft ingediend. Zij stellen de capaciteit en expertise vanuit hun afdeling beschikbaar en zijn er om bij complexe situaties strategisch mee te denken. Om ruimte te kunnen geven aan initiatiefnemers zullen ambtenaren die ruimte ook moeten krijgen en voelen. Er zullen verschillende momenten zijn waarop het zoeken naar oplossingen en het bieden van maatwerk om ruimte in beleid vragen waar op ambtelijk niveau geen besluit over genomen kan worden. Deze besluiten zullen gemotiveerd voorgelegd worden aan het management. Binnen directies zijn netwerkmedewerkers nodig die over mandaat beschikken om namens de directie te kunnen adviseren en/of beslissen, die ook snel toegang tot directeuren,

15

wethouders en dagelijks bestuurders hebben. Actieve betrokkenheid van directeuren wordt gestimuleerd. Stadsdelen De stadsdelen hebben een belangrijke rol bij de beoordeling van, de samenwerking met en de monitoring van initiatieven die gebruik maken van buurtrechten. Zij kennen het initiatief vaak al langer, kunnen bepalen wat de capaciteit en draagkracht van het initiatief is en of ze aansluiten op de opgaven in de buurt of stad. Bij elk initiatief dat een buurtrecht indient wordt een adviseur vanuit het stadsdeel betrokken om de kennis vanuit het gebied te waarborgen. Ook als het gaat om inhoudelijke expertise en het leggen van verbinding met thema’s en programma’s die in het desbetreffende stadsdeel lopen is de betrokkenheid van een adviseur gewenst. Bestuurlijke goedkeuring en besluitvorming binnen buurtrechten (dagelijks bestuursleden, wethouders en raad) Binnen de werkwijze buurtrechten hebben de raad, het college en de dagelijks besturen in de stadsdelen een belangrijke rol. Als er een buurtrecht wordt ingediend vindt er een integrale beoordeling plaats door inhoudelijk betrokken ambtenaren en het stadsdeel. Zij bereiden een advies voor dat wordt voorgelegd aan de inhoudelijk betrokken leden van het dagelijks bestuur van het desbetreffende stadsdeel en de vakinhoudelijke wethouders.

Zij geven het uiteindelijke akkoord of het ingediende buurtrecht al dan niet wordt aangegaan. Dit geeft het initiatief bestuurlijk draagvlak en de inhoudelijk betrokken ambtenaren ruimte in de samenwerking met initiatieven om te zoeken naar creatieve oplossingen en ruimte in beleid. Ligt de oplossing in afwijking van bestaande regels die zijn vastgelegd door de raad dan vindt er bestuurlijke besluitvorming plaats door college en de raad. Leren in de praktijk. In de samenwerking met initiatieven kunnen we als gemeente nog veel leren. Hoe we de samenwerking verbeteren, hoe we omgaan met de ruimte in de regels, welke afspraken we vastleggen, hoe we kunnen leren van de oplossingen die we bedenken en hoe we omgaan met terugkerende vraagstukken. Eerder in dit beleidskader werd al aangegeven dat we in samenwerking met initiatieven en bewoners open, flexibel en transparant willen zijn. Dit is ook een wens die wordt geuit in het coalitieakkoord en is onderdeel van een cultuuromslag waar buurtrechten deels aan bijdraagt. Ook binnen het participatiebeleid, de omgevingsvisie, gebiedsgericht werken en diverse programma’s die samenwerken met initiatieven is behoefte aan een andere manier van werken. Hiervoor zal een gezamenlijke leeromgeving worden opgezet die bij kan dragen aan die cultuuromslag.

4. Voorwaarden voor het indienen van buurtrechten Uit de Amsterdamse en landelijke praktijk blijkt dat het vaak voldoende is om een aantal lichte voorwaarden op te stellen bij de start. Met deze voorwaarden, die hieronder worden benoemd, kunnen we voldoende gemotiveerd in gesprek met initiatiefnemers om te bepalen of het indienen van een buurtrecht nodig en kansrijk is. Wordt een initiatief kansrijk bevonden dan zal, na akkoord van de betrokken dagelijks bestuursleden en de vakinhoudelijke wethouders, met de expertise van verschillende ambtenaren worden gezocht naar oplossingen en ruimte in onze kaders om het initiatief te realiseren. In deze samenwerking wordt het plan van de initiatiefnemers aangescherpt en verbeterd. Tijdens de samenwerking tussen initiatief en de gemeente worden meer specifieke afspraken vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst die passen bij de situatie, de doelgroep en de lokale aanpak van het initiatief (maatwerk). 16

Dit zijn de voorwaarden die aan initiatiefnemers worden gesteld: Voor alle drie de buurtrechten 1. Het initiatief speelt in op opgaven in het gebied of de stad. 2. Het initiatief heeft maatschappelijke waarde. 3. De initiatiefnemer is geworteld in en wordt gedragen door de buurt. 4. De kennis en ervaring van de initiatiefnemers tonen aan dat ze in staat zijn het initiatief te realiseren. 5. De initiatiefnemer is een rechtspersoon. 6. Het initiatief is inclusief en toegankelijk Specifiek voor het uitdaagrecht 7. Alle autonome taken en lokale voorzieningen van de gemeente komen in aanmerking voor het uitdaagrecht, uitgezonderd die exclusief zijn voorbehouden aan de overheid, zoals bijvoorbeeld strafvervolging of het werk van de hulpdiensten. Ook taken die gemeenten uitvoeren namens het Rijk, medebewindstaken genoemd, komen niet in aanmerking. Er geldt derhalve ook een uitzondering voor individuele specialistische (jeugd)zorg. 8. De kosten van het plan zijn niet hoger dan de kosten die hiervoor op de begroting staan. Specifiek voor het biedingsrecht Maatschappelijk Vastgoed 9. Bieding kan alleen als een pand in eigendom van de gemeente is. 10. Voor huur van een pand geldt de kostprijsdekkende huur en bij koop is de prijs marktconform. In het geval van koop zal ook erfpacht in rekening worden gebracht. Grond 11. Bieding kan alleen als de grond in eigendom van de gemeente is. 12.

Bij bieding op grond mogen geen plannen worden ingediend voor permante bebouwing. 13. Bij de huur van grond wordt de geldende maatschappelijke huurprijs in rekening gebracht. Specifiek voor het buurtplan recht 14. Plannen voor de inrichting van de openbare ruimte kunnen alleen ingediend worden als er regulier onderhoud of herprofilering in de planning staat. 15. De kosten van het plan zijn niet hoger dan de kosten die hiervoor op de begroting staan. 16. Voor kleinere projecten in de openbare ruimte kunnen plannen worden ingediend als ze kunnen worden bekostigd met bestaande subsidieregelingen, buurtbudgetten, gebiedsmiddelen of middelen uit (tijdelijke) programma’s. Of als het initiatief externe financiering weet te genereren. Het indienen van een plan Initiatiefnemers die gebruik willen maken van buurtrechten hebben doorgaans al regelmatig contact met een stadsdeel of een ambtenaar uit één van de directies. Het gaat vaak om ideeën van bewoners die al langer actief zijn in de buurt en gaandeweg een steeds betere en meer integrale aanpak hebben ontwikkeld. Voor een gedetailleerde uitwerking van het plan is vaak kennis en expertise van de overheid nodig. De mate waarin het plan is uitgewerkt verschilt daarom per initiatiefnemer. Om te beoordelen of een initiatief kansrijk is vragen we initiatiefnemers de volgende gegevens aan te leveren.

Dit komt overeen met de bovengenoemde voorwaarden voor het indienen van een buurtrecht.

17

Initiatiefnemers geven een korte beschrijving van hun plan aangevuld met de volgende informatie: Voor alle drie de buurtrechten 1. In een begroting maken de initiatiefnemers zichtbaar wat zij verwachten dat de kosten voor hun initiatief zullen zijn. 2. Het initiatief geeft aan op welke opgaven hun plan inspeelt. Dit zijn stedelijke of gebiedsopgaven. Indien goed gemotiveerd kan het initiatief inspelen op een opgave die door de gemeente nog niet in beeld is gebracht, maar wel maatschappelijk van aard. 3. De initiatiefnemers maken een social handprint aan op de Maatschappelijke AEX (MAEX). Deze social handprint maakt duidelijk aan welke maatschappelijke doelstellingen en sustainable development goals (SDG’s) een initiatief bijdraagt www.maex.nl. 4. Het initiatief maakt inzichtelijk met welke partijen wordt samengewerkt en wie betrokken zijn of gaan worden. NB: bij de beoordeling is de input, kennis en ervaring van het stadsdeel hierbij een belangrijke factor. 5. Het initiatief geeft aan welke kennis en capaciteit ze in huis hebben om het initiatief te realiseren. Daarnaast mogen ze aangeven welke expertise ze graag willen betrekken. Ook is het mogelijk om referenties aan te dragen van externe partijen. NB: bij de beoordeling is de input, kennis en ervaring van het stadsdeel hierbij een belangrijke factor. 6.

De initiatiefnemers geven aan welke rechtsvorm ze hebben Specifiek voor het uitdaagrecht 7. De initiatiefnemer geeft aan welke taken ze graag over zouden willen nemen, voor welke buurt of wijk en voor welke doelgroep(en). Specifiek voor het biedingsrecht 8. De initiatiefnemer geeft aan voor welk pand of stuk grond een plan wordt ingediend en of het om huur of koop gaat. In het geval van grond is alleen huur mogelijk. 9. De initiatiefnemer geeft aan hoe ze de financiële dekking willen realiseren. Specifiek voor het buurtplan recht 10. De initiatiefnemer geeft aan voor welk gebied (wijk, straat, plein of park) het plan wordt ingediend. De social handprint van de MAEX Wij vragen initiatiefnemers zich in te schrijven op de MAEX en een social handprint aan te maken. De MAEX is een digitaal platform dat de maatschappelijke waarde van initiatieven zichtbaar maakt. De social handprint drukt deze waarde uit in Sustainable Development Goals (SDG’s). Voorbeelden zijn armoedebestrijding, goede gezondheid en welzijn, betaalbare en duurzame energie of verantwoorde consumptie en productie. Daarmee kunnen we zien of een initiatief bijdraagt aan de opgaven in de buurt of stad en aansluit op de gemeentelijke beleidsdoelstellingen.

18

5. De mogelijkheden die de gemeente initiatiefnemers geeft Eerder in dit beleidskader onder Rol van de Gemeente wordt beschreven dat samenwerking tussen de gemeente en initiatiefnemers belangrijk is. Bij wat de gemeente initiatiefnemers kan bieden, hoort ook een aantal financiële en juridische kaders, die hieronder nader worden toegelicht. We bieden als gemeente initiatiefnemers in ieder geval samenwerking, expertise en budget. Dat betekent dat de gemeente capaciteit beschikbaar stelt om die samenwerking vorm te geven. Wat kunnen initiatiefnemers nog meer verwachten: 1. Eén aanspreekpunt. Het Bureau Integraal Maatschappelijk Initiatief (BIMI) in oprichting zorgt ervoor dat er een accounthouder aan het initiatief wordt gekoppeld. Deze accounthouder zorgt voor coördinatie in de gemeente, het betrekken van collega’s wiens expertise nodig is en het agenderen van complexe vraagstukken op de juiste plek. 2. (Inzicht in) budget of kosten van een pand of grond: bij het uitdaagrecht en het buurtplan recht stellen we als gemeente de voorwaarde dat de kosten van het initiatief niet hoger uitkomen dan de kosten die voor de desbetreffende taak of taken op de begroting staan. Zijn er afspraken gemaakt over de overdracht van taken dan wordt het daarvoor bestemde budget overgeheveld aan de initiatiefnemers. We proberen zo goed als mogelijk inzicht te geven in dit budget.

Voor huur van een pand geldt de kostprijsdekkende huur en bij koop is de prijs marktconform. In het geval van koop zal ook erfpacht in rekening worden gebracht. Bij de huur van grond wordt de geldende maatschappelijke huurprijs in rekening gebracht. NB: Zoals eerder aangegeven is het niet altijd makkelijk om budgetten toe te schrijven naar een buurt of gebied of specifieke taak of doelgroep. We werken er als gemeente wel aan om dit zo goed als mogelijk inzichtelijk te maken en daar steeds beter in te worden. 3. Aanbestedingen: zijn de over te nemen taken via aanbestedingen ondergebracht bij externe partners dan zal de gemeente zich inspannen een pragmatische oplossing te vinden door in gesprek te gaan met deze externe partners of te onderzoeken of er een aanjaagbudget beschikbaar is. NB: De huidige aanbestedingsregels zijn vaak niet toereikend voor initiatiefnemers. Landelijk wordt gezocht naar oplossingen voor dit vraagstuk. 4. Samenwerkingsovereenkomst: wordt het initiatief dat een buurtrecht heeft ingediend kansrijk bevonden dan zal er een samenwerkingsovereenkomst worden opgesteld waarin afspraken worden gemaakt over wederzijdse prestaties, aansprakelijkheid, beschikbaar budget, verantwoording en kwaliteitseisen.

Financiële kaders, de mogelijkheden en beperkingen Voor het uitdaagrecht geldt dat de middelen die op de begroting staan voor de taak die het initiatief wil overnemen worden overgedragen aan het initiatief. Ook Binnen diverse gemeentes bestaan bij het buurtplanrecht kunnen de financiële middelen die programma’s waarin middelen op de voor de inrichting of ontwerp op de begroting staan aan begroting specifiek beschikbaar worden het initiatief worden overgedragen. Als het gaat om de gesteld voor een lokale aanpak. Dit heeft te koop of huur van een pand (biedingsrecht) dan geldt het maken met de specifieke kennis en netwerken die nodig zijn voor de uitvoering huidige vastgoedbeleid waarbij kostprijs dekkende huur van het programma. Opdrachten worden (maatschappelijke huur) of in het geval van koop een dan verstrekt via aanbestedingen waarbij de marktconforme prijs wordt berekend. Bij de huur van voorwaarden lokaal ingestoken zijn. grond wordt de geldende maatschappelijke huurprijs in rekening gebracht. Voorbeeld stimuleringsbudget WPI. Samen doen, vanuit programma’s overgeheveld. Bijvoorbeeld uitzoeken of er lokale voorwaarden aan tenders kunnen worden gekoppeld\, gebiedsgericht van de stadsdelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10890351/1