CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 2021-271A Bekendmaking Wijziging Huisvestingsverordening 2022 met Amendementen

RAAD 10 november 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van wijzigingen in de Huisvestingsverordening per 2022 VN2021-02826114.653 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

X

x x

Gemeente Amsterdam Opmerkingen voor publicatie: Te publiceren in: Uiterlijk bekendmaken op: Niet eerder bekendmaken dan op: Consolideren op overheid.nl Gevolgen voor de werking van een andere regeling:

Externe informatieve bijlage voor de leesbaarheid: Andere bijzonderheden:

Gemeenteblad 30 december 2021 n.v.t. Ja Deets: Artikel I van deze wijzigingsverordening consolideren in de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020; Artikel II van deze wijzigingsverordening hoeft niet geconsolideerd te worden want dit zijn wijzigingen in een wijzigingsverordening die later inwerking treedt en ook later wordt geconsolideerd; Artikel Ill van deze wijzigingsverordening consolideren in de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam. n.v.t. Graag per 1 januari 2022 de consolidering van Artikel I in de Huisvestingsverordening van Amsterdam doen op overheid.nl. Er zijn enkele onderdelen in Artikel I die direct na bekendmaking in werking treden maar dit zijn bevoegdheidsbepalingen voor het college die voor burgers minder relevant zijn en bij directe consolidering als het ware zweven omdat de rest van het artikel pas per 1 januari 2022 in werking treedt. Het is daarom beter om alles per 1 januari 2022 te consolideren.

Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam houdende wijzigingen in de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 en de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam wat betreft eenzame uitvaarten (Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam 2022) De raad van de gemeente Amsterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 oktober 2021, gelet op artikel 4 van de Huisvestingswet 2014 en artikel 149 van de Gemeentewet, besluit de volgende verordening vast te stellen:

Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam 2022 Artikel I De Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 wordt als volgt gewijzigd: A. In artikel 1 wordt onder verlettering van onderdelen II tot en met pp tot mm tot en met qq een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende: II. Woning: een zelfstandige woonruimte, of een geheel aan onzelfstandige woonruimten die onderdeel maken van hetzelfde adres; B. In artikel 2.1.1, derde lid, worden onder verlettering van onderdelen c tot en mete tote tot en met g twee onderdelen ingevoegd luidende: c. woonruimten in woongemeenschappen die zijn aangewezen in bijlage la; d. woonruimten in eigendom van woningcorporaties die middels intermediaire verhuur door een zorginstelling worden bemiddeld of worden verhuurd met een huurcontract dat 1

onlosmakelijk verbonden is met een zorgcontract van een zorginstelling; C. In artikel 2.3.4, eerste lid wordt de zinsnede "artikel 2.3.7" vervangen door "2.5.3". D. Artikel 2.3.7 komt te vervallen. E. Artikel 2.4.4 wordt als volgt gewijzigd: i.

In het tweede lid, wordt in kolom 2, rij 6 "van de gemeente Amsterdam voortegemoetkoming in de verhuiskosten op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning met een indicatie voor een rolstoelwoning" vervangen door "van een gemeente voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning".

2.

In het tweede lid worden in de tabel, na rij 6, twee rijen ingevoegd, luidende:

Rolstoelwoning met drie

huishoudens met een of twee minderjarige kinderen in het

kamers

bezit van een beschikking van een gemeente voor een ndicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning

Rolstoelwoning met vier of

huishoudens met drie of meer minderjarige kinderen in het

meer kamers

bezit van een beschikking van een gemeente voor een ndicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning

F. Artikel 2.4.5 komt te vervallen. G. Artikel 2.4.7 wordt als volgt gewijzigd: 1.

In het eerste lid, onderdeel a tot d, wordt "wier" vervangen door "wiens".

2.

In het tweede lid, onderdeel a en b, wordt "wier" vervangen door "wiens".

3.

Onder vernummering van het zesde tot en met tiende lid tot het achtste tot en met twaalfde lid worden de volgende leden ingevoegd: 6. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor een rolstoelwoning met vier of meer kamers komt achtereenvolgens de volgende woningzoekende in aanmerking: a. woningzoekende die in bezit is van een door een gemeente afgegeven beschikking voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en wiens huishouden mede bestaat uit ten minste drie minderjarige kinderen; b. woningzoekende die in bezit is van een door een gemeente afgegeven beschikking voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en wiens huishouden mede bestaat uit twee minderjarige kinderen; c. woningzoekende die in bezit is van een door een gemeente afgegeven beschikking voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en wiens huishouden mede bestaat uit een minderjarig kind. 7. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor een rolstoelwoning met drie kamers komt achtereenvolgens de volgende woningzoekende in aanmerking: a. woningzoekende die in bezit is van een door een gemeente afgegeven beschikking voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en wiens huishouden mede bestaat uit een of twee minderjarige kinderen; b.

woningzoekende die in bezit is van een door een gemeente afgegeven beschikking voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en wiens huishouden bestaat uit een of twee volwassen personen zonder kinderen.

4.

De aanhef van het achtste lid (nieuw) komt te luiden:

2

8. Onverminderd het bepaalde in het zesde en zevende lid komt bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor een rolstoelwoning achtereenvolgens de volgende woningzoekende in aanmerking: 5.

In het achtste lid (nieuw), onderdeel a wordt "met" vervangen door "voor een".

6.

In het achtste lid (nieuw), onderdeel b wordt "met" vervangen door "voor een".

7. 8.

In het achtste lid (nieuw), onderdeel c wordt "met" vervangen door "voor een". Aan het achtste lid (nieuw) wordt onder verlettering van onderdeel d tot onderdeel e, een onderdeel ingevoegd, luidende: d. woningzoekende die in bezit is van een door een gemeente afgegeven beschikking voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en een rolstoelwoning of rolstoelgeschikte woning achterlaat;

9.

In het elfde lid (nieuw) wordt "zevende en achtste" vervangen door "negende en tiende" en "meest dringend noodzakelijk" vervangen door "meest acuut of dringend".

10. Aan artikel 2.4.7 worden een dertiende en veertiende lid toegevoegd, luidende: 13. In afwijking van de algemene en bijzondere volgordebepalingen kan door burgemeester en wethouders bij woningruil een huisvestingsvergunning worden verleend mits de betrokken woonruimten passend zijn voor de betrokken huishoudens. 14. In afwijking van de algemene en bijzondere volgordebepalingen kan door burgemeester en wethouders een huisvestingsvergunning verleend worden aan huishoudens die een voor verhuur bestemde zelfstandige huurwoning in eigendom van een corporatie leeg achterlaten, om to verhuizen naar een beter passende woonruimte met een verhuissubsidie op grond van de Subsidieregeling Stedelijke vernieuwing, verhuisregelingen en ouderenhuisvesting 2019 of in het kader van de regeling Van Hoog naar Laag. H. Hoofdstuk 2, paragraaf 5 komt to luiden: Paragraaf 5 Voorrang op grond van lokale binding Artikel 2.5.1 Stadsdeelvoorrang op aangewezen complexen 1. Bij de verlening van huisvestingsvergunningen voor woonruimten in de in bijlage aangewezen complexen voor stadsdeelvoorrang geldt voor 25 procent voorrang voor woningzoekenden die binding hebben met het stadsdeel waar de woonruimte is gelegen. 2.

Onder woningzoekenden met binding met een stadsdeel wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan: woningzoekenden die de afgelopen zesjaar ingezetene zijn van het stadsdeel in de gemeente Amsterdam dan wel daar gedurende de afgelopen tien jaar ten minste zesjaar onafgebroken ingezetene van zijn geweest. 3. Onder stadsdeel wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan: de stadsdelen volgens de stedelijke gebiedsindeling van de gemeente Amsterdam. Artikel 2.5.2 Volgordebepaling in het geval van woonruimten waar stadsdeelvoorrang voor geldt 1. In afwijking van artikel 2.3.4 en 2.3.6 komt voor een huisvestingsvergunning voor een middeldure huurwoning, als bedoeld in artikel 2.1.1, onderdeel c, waar artikel 2.5.1 op van toepassing is, achtereenvolgens de volgende woningzoekende in aanmerking; a. woningzoekende die voldoet aan de passendheidscriteria in artikel 2.3.5 en stadsdeelvoorrang heeft op basis van artikel 2.5.1; b. woningzoekende die voldoet aan de passendheidscriteria in artikel 2.3.5; c. woningzoekende die stadsdeelvoorrang heeft op basis van artikel 2.5.1;

3

d. de woningzoekende die op grond van artikel 2.3.4 tot en met 2.3.6 als eerste in aanmerking komt; e. overige woningzoekenden. 2. In afwijking van artikel 2.4.7 komt voor een huisvestingsvergunning voor een sociale

huurwoning van een woningcorporatie, als bedoeld in artikel 2.4.1, waar artikel 2.5.1 op van toepassing is, achtereenvolgens de volgende woningzoekende in aanmerking; a. woningzoekende die voldoet aan de passendheidscriteria in artikel 2.4.4 en stadsdeelvoorrang heeft op basis van artikel 2.5.1; b. woningzoekende die voldoet aan de passendheidscriteria in artikel 2.4.4; c. woningzoekende die stadsdeelvoorrang heeft op basis van artikel 2.5.1; d. de woningzoekende die op grond van artikel 2.4.4 en 2.4.6 als eerste in aanmerking komt; e. overige woningzoekenden. 3. Binnen de categorie woningzoekenden die voldoen aan de voorwaarden voor stadsdeelvoorrang in artikel 2.5.1 komt in het geval van een sociale huurwoning van een woningcorporatie degene met de langste inschrijfduur in aanmerking en in overige gevallen wordt er geloot. Artikel 2.5.3 Voorrangsregeling bepaalde maatschappelijke beroepsgroepen 1. Bij de verlening van huisvestingsvergunningen voor het in gebruik nemen en geven van woonruimten in de in bijlage iA aangewezen complexen voor werknemers in bepaalde maatschappelijke sectoren geldt voorrang op basis van lokale economische binding. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op sociale huurwoningen van woningcorporaties als bedoeld in artikel 2.4.1 voor een bandbreedte van vijftig tot honderd woonruimten per. jaar. 3.

Huisvestingsvergunningen op basis van lokale economische binding worden verleend op basis van wachttijd en passendheid en via directe bemiddeling wordt een woningaanbod gedaan. 4. Op woonruimten waar voorrang op basis van lokale economische binding geldt zijn de volgordebepalingen in artikelen 2.3.4 tot en met 2.3.6 en artikelen 2.8.1 tot en met 2.8.3 niet van toepassing. 5. De volgende beroepsgroepen komen in aanmerking voor voorrang op basis van lokale economische binding: a. een bevoegde leerkracht (PO) of docent (VO, eerste of tweedegraads) in het primair- of voortgezet onderwijs; b. een bevoegde medewerker die directe zorg of ondersteuning verleent aan patienten en clienten en: I. een persoon in dienst van een zorginstelling die toegelaten is op grond van de WetToelating Zorginstellingen en zorg verleent die op grond van de Wet langdurige zorg en de Zorgverzekeringswet in aanmerking komt voor vergoeding; of, II. een persoon in dienst van een zorginstelling waarmee de gemeente een overeenkomst of subsidierelatie heeft voor zorg of ondersteuning in het kader van de Jeugdwet of de Wet maatschappelijke ondersteuning; en, c. een persoon werkzaam in de operationele sterkte bij de politie-eenheid Amsterdam die een functie heeft welke volgens het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie tot de Uitvoering wordt gerekend. 6.

In aanvulling op het vijfde lid dient een woningzoekende aan de volgende voorwaarden te voldoen om in aanmerking te komen voor voorrang op basis van lokale economische binding: a. een vaste aanstelling, of een aanstelling voor tenminste een jaar, voor tenminste 28 uur per week te hebben bij een onderwijs-, zorginstelling of bij de politie en bij deze instelling permanent werkzaam te zijn of worden op een locatie in de gemeente Amsterdam;

4

b. schriftelijk te zijn voorgedragen door de werkgever waarbij de werkgever verklaart dat de toewijzing in het geval van betreffende woningzoekende wenselijk is met het oog op het terugdringen van het tekort aan werknemers in de sectoren onderwijs, zorg of politie in de gemeente Amsterdam. 7. In aanvulling op het vijfde en zesde lid dient op woningzoekende ten minste een van de volgende situaties van toepassing te zijn: I. woningzoekende beschikt over een huurcontract met een totale duur van tenminste een jaar maar deze termijn loopt binnen een jaar of of in het geval van een campuscontract als bedoeld in artikel 274d, vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, woningzoekende kan aantonen dat aannemelijk is dat de studie binnen zes maanden wordt afgerond; II. woningzoekende beschikt enkel over woonruimte gelegen buiten een straal van twintig kilometer van de locatie bedoeld in het zesde lid waar hij of zij werkzaam is of wordt, waarbij na verhuizing de reisafstand tussen woonruimte en die locatie tenminste vijf kilometer wordt ingekort; III. woningzoekende beschikt niet over zelfstandige woonruimte; of, IV. woningzoekende laat in de gemeente Amsterdam een jongerenwoning of een sociale huurwoning van een woningcorporatie leeg achter en wil doorstromen naar een middeldure huurwoning. 8.

Voor de situaties in het zevende lid, onderdelen II en III, geldt het aanvullende vereiste dat de woningzoekende zich reeds twaalf maanden in een van deze situaties bevindt. 9. Burgemeester en wethouders kunnen de functies die in aanmerking komen binnen een beroepsgroep nader bepalen en kunnen nadere regels stellen over de toepassing van dit artikel en artikel 2.5.4. Artikel 2.5.4 Inschrijflijst voor de voorrangsregeling beroepsgroepen en latere beoordeling voor bemiddelingslijst 1. Woningzoekenden dienen zich digitaal in te schrijven bij WoningNet en via het portaal Urgentiewijzer gemeente Amsterdam in te schrijven voor de voorrangsregeling beroepsgroepen. 2. Voor een inschrijving voor de voorrangsregeling beroepsgroepen dient woningzoekende te

voldoen aan de criteria in artikel 2.5.3, vijfde tot en met zevende lid, en dienen de volgende bescheiden te worden overlegd: a. een verklaring van woningzoekende dat hij of zij voldoet aan de criteria in artikel 2.5.3, vijfde tot en met zevende lid; en, b. de verklaring van de werkgever als bedoeld in artikel 2.5.3, zesde lid, onderdeel b. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere gegevens en bescheiden verlangen voor een inschrijving bedoeld in het eerste lid en kunnen een te hanteren formulier vaststellen voor inschrijfverzoeken. 4. Op basis van datum van inschrijving voor de voorrangsregeling beroepsgroepen worden kandidaten door burgemeester en wethouders beoordeeld voor uiteindelijke bemiddeling naar een passende woning, waarbij degene die zich eerder heeft ingeschreven eerder wordt beoordeeld. Op het moment van de beoordeling voor deze zogenoemde bemiddelingsstatus wordt getoetst of de woningzoekende op dat moment voldoet aan de criteria in artikel 2.5.3, vijfde tot en met zevende lid. Kandidaten die met inachtneming van het zesde lid aan de beurt zijn worden schriftelijk uitgenodigd de gegevens te verstrekken die nodig zijn voor de beoordeling. 5.

Op het moment van de beoordeling voor bemiddelingsstatus bedoeld in het vierde lid dient de woningzoekende opnieuw gegevens te verstrekken om aan te tonen dat aan de criteria in artikel 2.5.3, vijfde tot en met achtste lid, wordt voldaan. 6. Kandidaten met een bemiddelingsstatus komen op de bemiddelingslijst waarbinnen op grond

5

van wachttijd en passendheid woonruimten worden aangeboden en huisvestingsvergunningen worden verleend voor woonruimten als bedoeld in artikel 2.5.3, eerste en tweede lid. 7. Burgemeester en wethouders kunnen bepalen hoeveel kandidaten nodig zijn om te beoordelen voor de bemiddelingslijst om doelmatig en passend woonruimten te kunnen bemiddelen. 2.5.5 Weigering- en intrekkingsgronden inschrijving en bemiddelingsstatus voorrangsregeling beroepsgroepen i. Burgemeester en wethouders kunnen een inschrijving voor de voorrangsregeling beroepsgroepen weigeren en intrekken indien een aanvrager niet voldoet aan de in artikel 2.5.3 genoemde criteria. 2. Burgemeester en wethouders kunnen een kandidaat weigeren voor de bemiddelingslijst indien niet wordt voldaan aan de in artikel 2.5.3 genoemde criteria en kunnen oordelen dat een kandidaat op basis van de inschrijfduur nog niet aan de beurt is voor beoordeling voor de bemiddelingslijst en verzoeken op grond hiervan weigeren. 3. Burgemeester en wethouders trekken een bemiddelingsstatus in de volgende gevallen in: a. bij niet op komen dagen bij een bezichtiging na aanvaarding van een uitnodiging door een woningzoekende zonder afnnelding voor het tijdstip van de bezichtiging; b. bij de derde weigering van een aangeboden woning; en, c. als de woningzoekende niet !anger voldoet aan de criteria genoemd in artikel 2.5.3. 4.

Burgemeester en wethouder stellen nadere regels over welke woonruimten passend worden beschouwd voor de verschillende typen woningzoekenden binnen de voorrangsregeling beroepsgroepen. 2.5.6 Geldigheidsduur bemiddelingsstatus voorrangsregeling beroepsgroepen 1. Een bemiddelingsstatus bedoeld in artikel 2.5.4, vierde lid, heeft een geldigheidsduur van een jaar. 2. Burgemeester en wethouders kunnen op verzoek besluiten tot verlenging van een bemiddelingsstatus met een jaar indien de aanvrager nog steeds aan de criteria in artikel 2.5.3 voldoet. 3. De houder van een bemiddelingsstatus kan vanaf twee maanden voor afloop van de status een verzoek doen om verlenging als bedoeld in het tweede lid en dient hiervoor aan te tonen dat nog steeds wordt voldaan aan de criteria genoemd in artikel 2.5.3. 2.5.7 Inachtneming limieten regionale en lokale binding op grond van de Huisvestingswet De verlening van huisvestingsvergunningen met toepassing van voorrang op grond van regionale en lokale binding wordt toegepast binnen de limieten als bepaald in artikel 14, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014 en artikel 6s van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. I.

Artikel 2.6.3 wordt als volgt gewijzigd:

1.

In het eerste lid wordt na "een zoekprofiel" ingevoegd "en zoekgebied".

2.

Het derde lid komt te luiden: 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over het aantal personen waar bij bepaling van het type woonruimte in het zoekprofiel rekening mee wordt gehouden, over aanpassing van het type woonruimte in het zoekprofiel naar aanleiding van medische problematiek en over het zoekgebied.

3.

Onder vernummering van het vijfde lid tot het vierde lid, komt het vierde lid te vervallen.

J.

Artikel 2.6.4 wordt als volgt gewijzigd

1.

Het eerste lid komt te luiden:

6

1. Het zoekgebied omvat de gemeente Amsterdam of een deel daarvan indien burgemeester en wethouders een kleiner zoekgebied hebben vastgesteld. 2.

Onder vernummering van het derde tot en met het vijfde lid tot het tweede tot en met het vierde lid komt het tweede lid te vervallen.

3.

In het derde lid (nieuw) wordt "derde lid" vervangen door "tweede lid".

4.

In het vierde lid (nieuw) wordt "derde lid" vervangen door "tweede lid".

K. Artikel 2.6.8 wordt als volgt gewijzigd: 1.

In het eerste lid wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel f door ";" een onderdeel toegevoegd, luidende: g. personen die op basis van onderdeel d of e zijn gehuisvest in een woonruimte die door gezinshereniging met gezinsleden uit het land van herkomst niet meer passend is.

2.

In het derde lid wordt "onderdelen d en f" vervangen door "onderdelen d, f en g".

L.

Artikel 2.6.9 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Het derde lid komt te luiden: 3. De urgentieverklaring vervalt van rechtswege na het verstrijken van de geldigheidstermijn.

2.

In het vierde lid komt na "en het tweede" te vervallen "en derde".

M. (vervallen) N. (vervallen) 0. (vervallen) P. Artikel 3.1.2 komt te luiden: Artikel 3.1.2 Uitzonderingen op de vergunningplicht voor onttrekking 1. Voor het onttrekken aan de bestemming tot bewoning ten behoeve van het gebruik als tweede woning, is geen onttrekkingsvergunning als bedoeld in artikel

derde lid, onderdeel a,

noodzakelijk mits en zolang: a. de woonruimte, indien gehuurd, een huurprijs heeft boven de liberalisatiegrens; b. de eigenaar of huurder zijn hoofdverblijf buiten Amsterdam houdt; en, c. het om ten hoogste een woonruimte per eigenaar of huurder gaat. 2. Voor het onttrekken aan de bestemming tot bewoning ten behoeve van een woonruimte die om

niet in gebruik wordt gegeven als bedoeld in artikel 1777 van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek is geen onttrekkingsvergunning nodig als bedoeld in artikel 3.1.1, derde lid, onderdeel a. 3. Voor het onttrekken aan de bestemming tot bewoning ten behoeve van kortdurend verblijf, zijnde korter dan zes maanden, door studenten is geen onttrekkingsvergunning nodig als bedoeld in artikel 3.1.1, derde lid, onderdeel a, mits en zolang het een woonruimte betreft die door een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1. onderdeel g van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, is gereserveerd als landingsplek voor internationale studenten. Q. In Hoofdstuk 3, Afdeling I, worden aan paragraaf 1 vier artikelen toegevoegd, luidende: Artikel 3.1.3 Uitzonderingen op de vergunningplicht voor samenvoegen Voor het zelfstandig in gebruik nemen van een woning die eerder was omgezet in onzelfstandige woonruimten en waarvan de omzettingsvergunning is ingetrokken is geen samenvoegingsvergunning benodigd als bedoeld in artikel

7

Artikel 3.1.4 Uitzonderingen op de vergunningplicht voor omzetting 1. Voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten is geen omzettingsvergunning als bedoeld artikel 3.1.1, derde lid, onderdeel c, noodzakelijk mits en zolang de woonruimte door ten hoogste twee volwassenen wordt bewoond. 2. Voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten is geen

omzettingsvergunning als bedoeld artikel

derde lid, onderdeel c, noodzakelijk mits en zolang

er sprake is van inwoning. Hiervan is sprake als: a. een bestaand huishouden inwoning verleent aan maximaal een ander huishouden; en, b. op voorhand niet de wens bestaat om het adres met het inwonende huishouden te delen, blijkende uit het feit dat het eerste huishouden in dezelfde samenstelling de woonruimte minimaal twee jaar zonder inwonend huishouden heeft bewoond. 3. Het vorige lid, onderdeel b, is niet van toepassing in het geval van mantelzorg of inwoning van eerste- of tweedegraads familieleden. Artikel 3.1.5 Uitzonderingen op de vergunningplicht voor woningvorming Voor het vormen van een onzelfstandige woonruimte is geen vergunning vereist voor woningvormen als bedoeld in artikel 3.1.1., derde lid, onderdeel d, indien een omzettingsvergunning als bedoeld in artikel 3.3.11 is verleend voor het totale aantal onzelfstandige woonruimten, zijnde met inbegrip van de extra gevormde onzelfstandige woonruimte. Artikel 3.1.6 Uitzondering op de voorraadvergunningplichten algemeen 1. Burgemeester en wethouders kunnen in het geval van bijzondere omstandigheden in individuele gevallen bepalen dat er een uitzondering op een voorraadvergunningplicht geldt en kunnen hier voorwaarden of voorschriften aan verbinden. 2.

De uitzonderingen op de vergunningplichten, zoals genoemd in deze paragraaf, zijn niet van toepassing op de situatie waarbij door de eigenaar of een derde is gehandeld met de kennelijke strekking afbreuk te doen aan de werking van de regels die bij of krachtens de Huisvestingswet zijn gesteld. R. Artikel 3.2.5 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt "onherroepelijk is geworden" vervangen door "is afgegeven". 2. Er wordt een derde lid toegevoegd, luidende: 3. Burgemeesters en wethouders kunnen in bijzondere omstandigheden afwijken van de termijn van een jaar als genoemd in het eerste lid, onderdeel b, en uitstel verlenen. S. Artikel 3.2.6, tweede lid, komt te luiden: 2. De nieuwe vergunninghouder, als bedoeld in het eerste lid, kan op verzoek een afschrift krijgen van de afgegeven vergunning. T.

In artikel

eerste lid, onderdeel c, komt het zinsdeel "3.3.7, tweede lid, onderdeel e en "te

vervallen. U. Artikel 3.3.2 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt "onherroepelijk is geworden" vervangen door "is afgegeven". 2. In het eerste lid, onderdeel c, wordt "en" vervangen door "of". V. Artikel 3.3.11 wordt als volgt gewijzigd: 8

1. In het gehele artikel wordt "adressen" vervangen door "woningen". 2. In het tweede lid, onderdeel a, wordt na de zinsnede "totaal aantal woningen" ingevoegd "per verdieping". W. Aan artikel 3.3.12 wordt een lid toegevoegd, luidende: 3. Burgemeester en wethouders kunnen het overleggen van andere bescheiden verlangen, die zij voor de beoordeling van de aanvraag nodig achten. X. Artikel 3.3.13 wordt als volgt gewijzigd: 1. Onder vernummering van derde lid tot het vierde lid wordt het tweede tweede lid vernummerd tot het derde lid. 2. In het eerste lid vervallen, onder verlettering van onderdelen d en e tot onderdelen b en c, onderdelen b en c. 3. Aan het tweede lid worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door ";" twee onderdelen toegevoegd, luidende: f. voor het omzetten naar vier onzelfstandige woonruimten of meer moet er vanaf ingebruikname worden voldaan aan de geluidseisen; en, g. er wordt binnen zes maanden na vergunningverlening een melding gedaan van feitelijke ingebruikname op een door burgemeester en wethouders voorgeschreven wijze. Y. Artikel 3.3.15 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid vervallen, onder verlettering van onderdeel g tot onderdeel e, onderdelen e en f. 2.

Onder vernummering van het tweede en derde lid tot het derde en vierde lid, wordt na het eerste lid een lid ingevoegd, luidende: 2.

Voor een vergunning voor woningvorming als bedoeld in artikel

derde lid, onderdeel

d, gelden de volgende voorschriften: a.

er moet vanaf ingebruikname worden voldaan aan de geluids- en kwaliteitseisen voor woningvormen; en,

b.

er wordt binnen zes maanden na vergunningverlening een melding gedaan van feitelijke ingebruikname op een door burgemeester en wethouders voorgeschreven wijze.

3. In het vierde lid (nieuw) wordt "de geluids- en kwaliteitseisen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e" vervangen door "de geluids- en kwaliteitseisen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a." Z. In artikel 3.5.5, tweede lid, wordt "onherroepelijk is geworden" vervangen door "is afgegeven". AA. In artikel 3.6.5, onderdeel a, wordt "onherroepelijk is geworden" vervangen door "is afgegeven". BB. Artikel 3.8.8 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, onderdeel d, wordt "onherroepelijk is geworden" vervangen door "is afgegeven". 2. Er wordt een derde lid toegevoegd, luidende: 3. Burgemeesters en wethouders kunnen in bijzondere omstandigheden afwijken van de termijn van een jaar als genoemd in het eerste lid, onderdeel d, en uitstel verlenen.

9

CC. In artikel 3.9.3, derde lid, wordt "onherroepelijk is geworden" vervangen door "is afgegeven". DD. Aan Hoofdstuk 3, Afdeling III, wordt een paragraaf toegevoegd, luidende: Paragraaf 10 Verplichtingen voor degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur Artikel 3.10.1 Publicatieverbod aanbiedingen

1. Het is voor degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur verboden om een aanbod tot het in gebruik geven van een woonruimte voor toeristische verhuur te publiceren zonder dat daarbij een registratienummer is vermeld. 2. Het is voor degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur verboden aanbiedingen van een woonruimte gedurende de rest van het jaar te tonen, indien diegene door burgemeester en wethouders ervan in kennis is gesteld dat die specifieke woonruimte reeds voor het maximum aantal nachten als bedoeld in artikel 3.7.3 in dat jaar in gebruik is gegeven voor toeristische verhuur. 3. Burgemeester en wethouders kunnen een aanwijzing geven aan degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur om de aanbieding voor toeristische verhuur van de aanbieder, aan wie een verbod tot het in gebruik geven van een woning voor toeristische verhuur als bedoeld artikel 4.2.2 is opgelegd, te blokkeren. Artikel 3.10.2 Informatieplicht

Degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur van woonruimten, informeert degene die een woonruimte aanbiedt voor toeristische verhuur over de registratieplicht als bedoeld in artikel 3.7.2 en het nachtencriterium en de meldplicht als bedoeld in artikel 3.7.3. EE. Aan Hoofdstuk 4, paragraaf 2, wordt een artikel toegevoegd, luidende: Artikel 4.2.2 Verhuurverbod bij recidive toeristische verhuur

Burgemeester en wethouders kunnen een verbod opleggen tot het in gebruik geven van een woonruimte voor toeristische verhuur voor ten hoogste een jaar aan een aanbieder aan wie in de afgelopen vijf jaar ten minste twee maal een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van de regels voor toeristische verhuur zoals gesteld in deze verordening. FF. Artikel 5.1 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het derde lid wordt "met uitzondering van artikel 3.1.1." vervangen door "met uitzondering van artikel

eerste lid."

2. In het zesde lid wordt "1 januari 2026" vervangen door "1 juli 2026". 3.

Er worden twee leden toegevoegd, luidende: 14. Beoordelingen van woningzoekenden voor voorrang op grond van lokale economische binding van voor ijanuari 2022 worden omgezet in een bemiddelingsstatus in de zin van artikel 2.5.4, zesde lid. 15. Aanvragen voor voorrang op grond van lokale economische binding die voor ljanuari 2022 zijn ingediend worden beoordeeld voor een bemiddelingsstatus op grond van artikel 2.5.4, zesde lid.

GG. Bijlage 1a 'Aangewezen categorieen woonruimten voor bepaalde voorrangsregelingen' wordt als volgt gewijzigd:

10

1.

Onder vernummering van onderdelen 1 en 2 tot onderdelen 3 en 4 worden twee onderdelen ingevoegd, luidende: 1. Woonruimten in woongemeenschappen voor de toepassing artikel 2.1.1 a. Krom Boomssloot - Krom Boomssloot 55 b. 7 keurvorsten - Tuinstraat 199, 201A t/m 201C, 203, 207, 211, 215, 219 t/m 225 c.

Copekcabana - Anemoonstraat 1 t/m 11, Oleanderstraat 2 t/m 20

d.

De Branderij - Krom Boomssloot 16

e.

De Halve Wereld - A.S. Onderwijzerhof t t/m 42, Jonas Daniel Meijerplein to t/m 50, Nieuwe

f.

Amstelstraat 16 t/m 51, Waterlooplein 243 t/m 309 De Konijnenberg

- Verversstraat 26 g. De Son - Zwanenburgwal 122 t/m 150 h. Fort van Sjakoo - Jodenbreestraat 24 i.

Grote Keijser - Keizersgracht 242 t/m 248

j.

Grote Leeuwenberg - Verversstraat 27 Hendrikje & Cornelia

k. I.

- Jodenbreestraat 22 Herengracht - Herengracht 267

m. Huize de Vreede - Prins Hendrikkade 165 t/m 167 n. Kloof 21 - Kloveniersburgwal 21 o.

La Louvre - le Passeerdersdwarsstraat 32 t/m 58

p. Nieuwe Leeuwenbergh - Groenburgwal 7 t/m 9 q. NRC -

Keizerrijk 4 t/m 8, 24 t/m 36, Nieuwezijds Voorburgwal 228 t/m 234, Paleisstraat 109 t/m 123, 139 t/m 41, Spuistraat 181 t/m 183

r.

Pampus

s.

- Verversstraat 13 t/m 17 Prinsengracht - Prinsengracht 471 t/m 473

t.

SAN Westerkaap

u.

- Coffijboomstraat 2 t/m 20, 52 t/m 72 Tapioca - Uilenburgerwerf 1 t/m 37

v.

Dissonant - Vrolikstraat llo

w.

Joubertstraat

x.

- Joubertstraat 4 t/m 14 Onzelievevrouwebedstro - Woltera van Reesstraat 61 t/m 75 11

y.

Oostvaarder - Woltera van Reesstraat 39 t/m 53 z. Open Hof - Waldenlaan 137 t/m 177 aa. Tugelaweg - Tugelaweg 113 t/m 114 bb. Zijwaarts - Domselaerstraat 74 t/m 8o CC. 4711 - Frans Halsstraat 7 t/m 11 dd. le Keucheniusstraat - 1e keucheniusstraat 32 ee. Juliana van Stolbergen - Juliana van Stolbergstraat 20 UM 22 ff. Pieter vd Does - Pieter van der Doesstraat 15 t/m 17 99. De Baron - Van Boetzelaerstraat 6o t/m 64, Groen van Prinstererstraat 72 t/m 74 hh. De Laatste Hendrik - Frederik Hendrikstraat 164 t/m 166 ii. IMOA - Teldershof 88 t/m 115 jj. Nassaustaete - Nassaukade 61 kk. Lindenstraat - Lindenstraat 12C t/m 12G II. Woongroep de Evolutie - Sumatrastraat 164A t/m 164H, 164K mm. Woongroep Meer Wonen - Clara Meyer-Wichmannstraat 56 t/m 76 nn. Woongroep Ithaca - Troelstralaan 305 t/m 369 oo. Woongroep Vita Nova - Laan van Vlaanderen 244 t/m 288 pp. Woongroep de Doorzetters - Afroditekade 14 A, 1413, 15A, 15B, 16A, 16B, 17A, 17B, 18 A, 3.813, 19 A, 19B qq. Wiltzanghlaan/Akbarstraat - Wiltzanghlaan 83A t/m 83H, 83K t/m 83N, 83P, 83R t/m 83U, 87A t/m 87C, 87L, 87M, Akbarstraat 183, 185 rr. Woongroep Tweede Helmerstraat - Tweede Helmersstraat 112A t/m 112D ss. Tweede Constantijn Huygen - Tweede Constantijn Huygenstraat 3oA t/m 3oD, 32A t/m 32C, 34A t/m 34D, 36A t/m 36D, 38A t/m 38E, 4oA t/m 4oC, 42A t/m 42D tt. Kandeel - Eerste Helmersstraat 86A t/m 86D, 88A, 88B uu.

Anand Joti - Mijehof 5A t/m 5H, 5K t/m 5N, 7B t/m 7E, 9A t/m 9H vv. Dovengroep De IJ-ers - Daguerrestraat 55 t/m 67 (oneven), 71 t/m si (oneven) ww. De Tweede Lente - Elckerlijcstraat 75, 81. t/m 85 (oneven), 89 t/m 95 (oneven), 101,103 xx. De Zes Seizoenen 12

- Derde Oosterparkstraat 301 t/m 313 (oneven) Woongroep A en B - Eikenweg 9A t/m 9H, 9K t/m 9M zz. Wi Makandra - Hudsonhof 4 t/m 28(even) aaa. De Amstel - Sajetplein 3 t/m 25(oneven), 29 t/m 37(oneven) bbb. WOOS - Oudeschans 36A t/m 36H, 36K, 36M, 36N, 36P, 36R ccc. Pentagon 68-8o - Pentagon 68 t/m 8o ddd. Wilhelmina - Tweede Helmerstraat 1.18 t/m 146 (even) eee. Woongroep 44 - Schonerwoerdstraat 4 t/m 58 fff. KNSM 10 - KNSM-Laan 768 t/m 804, Levantkade 265 Stadskruid 999. - Tweede Constantijn Huygensstraat 14A t/m 14G, 3.8A t/m i8G hhh. Wi Kon Tren - Randwijkhof 20 t/m 5o iii. Woonvereniging Possiendum - Singel 3ooB t/m 300H, 3ooK t/m 3ooP, 300R, 300T, Treeftsteeg 4 t/m 12 (even) jjj. Woonvereniging de Brug - Jacob van Lennepkade io5A t/m io5E, 1o7A t/m 1o7G, iogA t/m 1o9G, inA t/m ao9G kkk. Ramses Shaffyhuis - Klapmutsenveem 44 t/m 114 III. Vereniging Iraanse Woongroep Andische - Th. Weeversweg 11, 25 137, 39, 51, 53, 59, 63, 65, 77, 79, 81, 91, 93, 95, Noorderhaakspad 12, 30, 62, 68, 70, 76 mmm. Kinkerstraat 63 - Kinkerstraat 63-1 t/m 63-3 nnn. Woongroep Bos en Lommer - Waterspiegelplein 58, 62 t/m 108 000. Woongroep Carpe Diem - Krijn Breurstraat 49 t/m 6o (even/oneven) ppp. Woongroep De Groene Gemeenschap - Barkasstraat 7A t/m 7G qqq. Woongroep De Roef - Lucien Gaudinstraat 274 t/m 322 rrr. Woongroep De Voorde - Schinkelhavenkade 42 t/m 49 sss.

Woongroep De Vrije Wester - De Wittenkade 247 t/m 265 ttt. Foe Ooi Leeuw - Nieuw Kempering - 3e Kekerstraat 2 t/m 112 uuu. Woongroep Hof van Welna - Welnastraat 787 t/m 807 vvv. Kas Dushi - Klaverbladstraat 2 t/m 52 www. Woongroep Nieuwendam - Lucien Gaudinstraat 234 t/m 282 yy.

13

xxx.

Woongroepvereniging Nos Perla - Edith Magnusstraat 2 t/m 46 yyy. Woongroep Parelhoenders - Krijn Breurstraat 61 t/m 81 (even/oneven) zzz. Woongroep Reitzstraat - Reitzstraat 46 t/m 56 aaaa. Woongroep Spuit 11 - Waterbaan 328 t/m 332 bbbb. Woongroep Waterleliegracht - Waterleliegracht 136 t/m 148 cccc. Woonvereniging Abraham-Silodam - Silodam 327 t/m 328, 371 t/m 378,424 t/m 425 dddd. Andalus - Postjesweg 142 t/m 146 eeee. Van Breestraat 166 - Van Breestraat 166 HV, 166 3A if-ff. Woongroep 50+ Westerpark - Westzaanstraat 89A t/m 99A gggg. Spitsbergenstraat - Spitsbergenstraat 2 t/m 34 hhhh. Azartplein - Azartplein 3 t/m 43 iiii. Woongroep Waaigat - Waaigat 20 t/m 28 jjjj. Woongroep Non Solus - Marius Bauerstraat 35 t/m 63, Jan Eisenloeffelstraat 19, 25 kkkk. C. van Eesterenlaan - C. van Eesterenlaan 272, 274, 278, 280, 296 t/m 300 1111. Woongroep Ouderen Buitenveldert - Van Heenvlietlaan 349 t/m 391 mmmm. Stichting L.A. Ries - Vinkenstraat 175 t/m 181 nnnn. Andersensingel - Andersensingel 102 t/m 110 0000. Alfred Doblinstraat - Alfred Doblinstraat 99 t/m 107 pppp. MOAVOE - Jan Willem Brouwersstraat 68 t/m 86 qqqq. t Kasteeltje BG - Weesperzijde 33K t/m 33N rrrr. Bredeweg 21 - Bredeweg 21A t/m 21E, 21G, 21K t/m 21N ssss. Woonvereniging Levantkade 6 - Levantkade 7 t/m 43, KNSM-laan 202 tttt. Woonvereniging 't Seepaert - Prinseneiland 323 t/m 421 uuuu.

Woonvereniging Soroti - Kazernestraat 1 t/m 27, 29A t/m 35C vvvv. Wilhelmina Blombergplein - Wilhemina Blombergplein t/m 15 wwww. C. van Eesterenlaan - C. van Eesterenlaan 512 t/m 522 xxxx. Woongroep Helling - Touwslagerstraat 31 t/m 41 14

yyyy. Woonvereniging Levanteijn - Levantkade 151 t/m 165B zzzz. St. de Roef - Pedro de Medinalaan 164 t/m 164-6, 166 aaaaa. Vinkenstraat 41 - Vinkenstraat 41A t/m 41L bbbbb. De Brandweerkazerne - Prinsengracht 237A t/m 237W ccccc. Vereniging woongroep de Akersingel - Geertruida van Lierstraat 57 t/m 87 ddddd. Woongroep De Rozentuin - Akersingel 205 t/m 225, Jungfrau 3 eeeee. Woongroep Nieuw Sloten - Berlaarstraat 217 t/m 283, 33 fffff Woongroep Binnenkadijk - Binnenkadijk 3.8o t/m 184 ggggg. Akropolis - John Blankensteinstraat 1 t/m 29 hhhhh. Woongroep Horne Alone - Tweede Jacob van Campenstraat 4b, 6a, 6b, 8b, 10, 12 11111. SffinX - Zeeburgerdijk 587 t/m 61.3. Vereniging Kanaalstraat JJJJJ. - Kanaalstraat 87 kkkkk. Woongroep De Noordhollander - Noordhollandstraat 33A t/m 37E 11111. Woongroep Sint Antoniesbree - Sint Antoniesbreestraat 35G, 35H, 35K, 35L, 35M, 35N, 35P, 35R, 37E, 37F, 37G, 37H, 37K, 37L mmnnmm. Woongemeenschap MIX Amsterdam - Louis Chrispijnstraat 64, 76 t/m 132 nnnnn. Life - Revaleiland loo t/m 3.68 2. Wooncomplexen waar stadsdeelvoorrang geldt (artikel 2.5.1) a. Paasheuvel 17 - Pietersbergweg 3o1 t/m 773, oneven en Paasheuvelweg 17 t/m 21, oneven. 2. In onderdeel 3 (nieuw) wordt de zinsnede "maatschappelijke sectoren (artikel 2.3.7)" gewijzigd in "maatschappelijke sectoren (artikel 2.5.3)". HH.

In bijlage 3, tabellen 4 tot en met 6, tweede kolonn, komt te vervallen "21, ". II.

In bijlage 3 wordt na tabel 7 een tabel toegevoegd, luidende:

abel 8 Bestuurlijke boete

Wettelijke bepaling

oeristische verhuur voor

Huisvestingswet 2014

Boete

publicatiediensten Publicatie advertentie

233 derde lid

€ 8.700,-

23d

€ 8.700,-

zonder re. istratienummer Publicatie advertentie zonder te informeren over de 15

geldende wet- en regelgeving Publicatie advertentie van

23e

8.700,-

een woonruimte die reeds het nachtenmaximum heeft bereikt (na bericht van burgemeester en wethouders) Artikel II De Wijzigingsverordening Huisvestingsverordening 2020 naar aanleiding van het Beleidsvoorstel voor een nieuwe woonruimteverdeling, tevens wijziging betreffende differentiatie boetes wordt als volgt gewijzigd: A. Artikel 2.8.1 wordt als volgt gewijzigd: 1.

In het tweede lid, wordt in kolom 2, rij 6 "van de gemeente Amsterdam voortegemoetkoming in de verhuiskosten op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning met een indicatie voor een rolstoelwoning" vervangen door "van een gemeente voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning".

2.

In het tweede lid, na rij 6, wordt aan de tabel twee rijen ingevoegd, luidende:

Rolstoelwoning met drie

huishoudens met een of twee minderjarige kinderen in het

kamers

bezit van een beschikking van een gemeente voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning

Rolstoelwoning met vier of

huishoudens met drie of meer minderjarige kinderen in het

meer kamers

bezit van een beschikking van een gemeente voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning

B. Artikel 2.8.2 wordt als volgt gewijzigd: 1.

In het eerste lid, onderdeel a tot d, wordt "wier" vervangen door "wiens".

2.

In het tweede lid, onderdeel a en b, wordt "wier" vervangen door "wiens".

3.

Onder vernummering van het zesde tot en met tiende lid tot het achtste tot en met twaalfde lid worden de volgende leden ingevoegd: 6. Bij het verlenen een huisvestingsvergunning voor een rolstoelwoning met vier of meer kamers komt achtereenvolgens de volgende woningzoekende in aanmerking: a. woningzoekende die in bezit is van een door een gemeente afgegeven beschikking voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en wiens huishouden mede bestaat uit ten minste drie minderjarige kinderen; b. woningzoekende die in bezit is van een door een gemeente afgegeven beschikking voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en wiens huishouden mede bestaat uit twee minderjarige kinderen; c. woningzoekende die in bezit is van een door een gemeente afgegeven beschikking voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en wiens huishouden mede bestaat uit een minderjarig kind. 7. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor een rolstoelwoning met drie kamers komt achtereenvolgens de volgende woningzoekende in aanmerking: a. woningzoekende die in bezit is van een door een gemeente afgegeven beschikking voor 16

een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en wiens huishouden mede bestaat uit een of twee minderjarige kinderen; b. woningzoekende die in bezit is van een door een gemeente afgegeven beschikking voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en wiens huishouden bestaat uit een of twee volwassen personen zonder kinderen. 4.

De aanhef van het achtste lid (nieuw) komt te luiden: 8. Onverminderd het bepaalde in het zesde en zevende lid komt bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor een rolstoelwoning achtereenvolgens de volgende woningzoekende in aanmerking:

5.

In het achtste lid (nieuw), onderdeel a wordt "met" vervangen door "voor een".

6.

In het achtste lid (nieuw), onderdeel b wordt "met" vervangen door "voor een".

7.

In het achtste lid (nieuw), onderdeel c wordt "met" vervangen door "voor een".

8.

Aan het achtste lid (nieuw) wordt onder verlettering van onderdeel d tot onderdeel e, een onderdeel ingevoegd, luidende: d. woningzoekende die in bezit is van een door een gemeente afgegeven beschikking voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en een rolstoelwoning of rolstoelgeschikte woning achterlaat;

9.

In het elfde lid (nieuw) wordt "zevende en achtste" vervangen door "negende en tiende" en "meest dringend noodzakelijk" vervangen door "meest acuut of dringend".

10. Aan artikel 2.8.7 worden een dertiende en veertiende lid toegevoegd, luidende: 13. In afwijking van de algemene en bijzondere volgordebepalingen kan door burgemeester en wethouders bij woningruil een huisvestingsvergunning worden verleend mits de betrokken woonruimten passend zijn voor de betrokken huishoudens. 14. In afwijking van de algemene en bijzondere volgordebepalingen kan door burgemeester en wethouders een huisvestingsvergunning verleend worden aan huishoudens die een voor verhuur bestemde zelfstandige huurwoning in eigendom van een corporatie leeg achterlaten, om te verhuizen naar een beter passende woonruimte met een verhuissubsidie op grond van de Subsidieregeling Stedelijke vernieuwing, verhuisregelingen en ouderenhuisvesting 2019 of in het kader van de regeling Van Hoog naar Laag. C. Wijzigingsopdracht K komt te luiden: K. Artikel 2.9.2 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd: 1.

In het eerste lid wordt "artikel 2.5.1" vervangen door "artikel

2.

In het tweede lid wordt "artikel 2.4.7" vervangen door "artikel 2.8.2", wordt "artikel 2.5.1" vervangen door "artikel

wordt "artikel 2.4.4" vervangen door "artikel

2.8.1" en wordt "artikel 2.4.6" vervangen door "artikel 2.8.2". 3.

In het derde lid wordt "artikel 2.5.1" vervangen door "artikel

D. Onder verlettering van de wijzigingsopdrachten L tot en met AA tot 0 tot en met DD worden de volgende wijzigingsopdrachten ingevoegd: L. In het negende lid van artikel 2.5.3 wordt "artikel 2.5.4" vervangen door "artikel 2.9.4". M. In artikelen 2.9.4 (nieuw) en 2.9.5 (nieuw) wordt overal "artikel 2.5.3" vervangen door "artikel 2.9.3". N. Artikel 2.9.6 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt "artikel 2.5.4" vervangen door " artikel 2.9.4". 2. In het tweede lid wordt "artikel 2.5.3" vervangen door " artikel 2.9.3". 3. In het derde lid wordt "artikel 2.5.3" vervangen door" artikel 2.9.3".

17

E. Onder verlettering van de wijzigingsopdrachten Y tot en met DD tot AA tot en met FF worden twee wijzigingsopdrachten ingevoegd, luidende: Y. (vervallen) Z. Artikel 5.1 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het veertiende lid wordt "artikel 2.5.4" vervangen door "artikel 2.9.4". 2. In het vijftiende lid wordt "artikel 2.5.4" vervangen door "artikel 2.9.4". F. Wijzigingsopdracht AA (nieuw) komt te luiden: AA. Bijlage 'Aangewezen categorieen woonruimten voor bepaalde voorrangsregelingen' wordt als volgt gewijzigd: 1. In onderdeel 2 wordt "artikel 2.5.1" vervangen door" artikel 2. In onderdeel 3 wordt " artikel 2.5.3" vervangen door "artikel 2.9.3". 3. In onderdeel 4 wordt "artikel 2.4.4" vervangen door "artikel Artikel III In bijlage 3 van de Verordening op het Iokaal bestuur in Amsterdam wordt aan onderdeel 20 Wet op de lijkbezorging een rij toegevoegd, luidende: U.9

Uitvoering

Artikel 22

van artikel

Wet op de

en crematoria

22 van de

lijkbezorging

vallen onder de

college

mandaat

Wet op de

DB Oost

Begraafplaatsen

Nieuwe Ooster

lijkbezorging (eenzame uitvaarten) Artikel IV Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van ljanuari 2022. 2. In afwijking van het eerste lid treden artikel 2.5.3, negende lid, artikel 2.5.4, zevende lid, en

artikel 2.5.5, vierde lid, ingevolge artikel I, onderdeel G en artikel III in werking met ingang van de dag na bekendmaking. 3. In afwijking van het eerste lid treedt artikel I, onderdeel D, subonderdeel 2 en onderdeel F, subonderdelen 3 tot en met 9 in werking met ingang van ljuli 2022. 4. In afwijking van het eerste lid treedt artikel II in werking op een door burgemeester en wethouders te bepalen tijdstip. Artikel V Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam 2022. Idus vastgesteld in de raadsvergadering van 11 november 2021.

De piaisifirill~tter Rik

adsgriffier Jo ien Houtman 18

19

Toelichting Artikel I

I.

Algemeen

1. Cooptatieruimte voor woongemeenschappen Bewoners kunnen zich verenigen en in overleg met woningcorporaties een woongemeenschap oprichten. Een woongemeenschap is een type wooncoOperatie gevormd met sociale huurwoningen van woningcorporaties en wordt ook wel een beheercooperatie genoemd. De woningcorporatie blijft hierbij de verhuurder en eigenaar van het vastgoed. De gemeente wil het oprichten van woongemeenschappen stimuleren omdat het leidt tot een grotere betrokkenheid tot elkaar, de buurt en de stad. Belangrijk onderdeel van een dergelijke woongemeenschap is dat nieuwe bewoners kunnen worden gekozen middels cooptatie. CoOptatie is een systeem waarbij leden van een bestaande groep, zoals een woongemeenschap, samen nieuwe leden, in dit geval nieuwe bewoners, kiezen. Voor ingebruikname van sociale huurwoningen bevat de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (hierna: Huisvestingsverordening) uitgebreide toewijzingsregels. Om toewijzing van vrijgekomen woningen in een woongemeenschap door middel van cooptatie mogelijk te maken moet in de Huisvestingsverordening ruimte worden gecreeerd. Dit wordt middels deze wijzigingsverordening bereikt door woningen in een woongemeenschap uit te zonderen van de huisvestingsvergunningplicht.

Na overleg met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties blijkt dit de enige manier om in overeenstemming met de Huisvestingswet 2014 (hierna: Huisvestingswet) cooptatie mogelijk te maken voor woongemeenschappen. Bij de keuze van nieuwe bewoners zijn de woongemeenschappen hierdoor niet gehouden aan de toewijzingsregels in de Huisvestingsverordening en ontstaat ruimte voor cooptatie. Op deze manier kan de woongemeenschap cooptatie zelf inrichten, zoals het aanhouden van een eigen wachtlijst. De woningen blijven evenwel deel uitmaken van de sociale woningvoorraad. De hiervoor geldende inkomenseisen uit de Woningwet blijven onverminderd van toepassing. Woongemeenschappen zullen door woningcorporaties bij de gemeente worden aangemeld voor de uitzondering. Daarop worden de woongemeenschappen in een bijlage bij de Huisvestingsverordening opgenomen en uitgezonderd van de huisvestingsvergunningplicht. Deze bijlage is openbaar en zal te lezen zijn op de website van de gemeente bij de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020. Deze manier van uitzonderen geeft inzicht in de woongemeenschappen in de stad, transparantie die ook door de Huisvestingswet wordt voorgeschreven. De aanmelding van woongemeenschappen wordt een structureel jaarlijks proces. leder jaar kunnen woongemeenschappen worden toegevoegd of verwijderd.

De Huisvestingsverordening wordt in principe eenmaal per jaar gewijzigd en met behandeling door de gemeenteraad in november of december. Nieuwe als ook wijzigingen in bestaande geregistreerde woongemeenschappen zullen om hierin meegenomen te kunnen worden in augustus van ieder jaar door woningcorporaties moeten worden aangemeld bij de gemeente. Nieuwe initiatieven kunnen in aanloop naar de definitieve realisatie worden aangemeld en kunnen in de bijlage worden opgenomen ook al zullen zij nog niet direct met inwerkingtreding van de wijziging (gewoonlijk 1 januari van ieder jaar) definitief zijn. Door zo te anticiperen kan worden voorkomen dat zij een bepaald tijdbestek niet gedekt zijn. Het is aan woningcorporaties om te beoordelen of dit nodig is. Dit is afhankelijk van het verwachte moment waarop woningen in nieuwe woongemeenschappen voor het eerst worden verhuurd.

20

Het voorstel in deze wijzigingsverordening heeft alleen betrekking op woongemeenschappen waarin sociale huurwoningen als zelfstandige woningen toegewezen worden. Onzelfstandige woningen zijn in de Huisvestingsverordening reeds uitgezonderd van de huisvestingsvergunningplicht en dus van de woonruimteverdelingsregels in de verordening (artikel 2.1.1,

derde lid, onderdeel a, van de Huisvestingsverordening). Voor woongemeenschappen

bestaande uit onzelfstandige woningen (dit type woongemeenschap met kamergewijze bewoning wordt vaak een 'woongroep' genoemd) bestaat dus reeds ruimte voor cooptatie in de Huisvestingsverordening. Wel geldt een omzettingsvergunningplicht voor onzelfstandige bewoning, tenzij het een woongroep betreft die voor 2017 is gemeld en aan de voorwaarden voldoet voor overgangsrecht in artikel 5.1, negende lid, van de Huisvestingsverordening. Voor particuliere wooncooperaties (bijvoorbeeld bij nieuwbouw gerealiseerde wooncooperaties waarvan initiatiefnemers gezamenlijk eigenaar worden) is bij wijziging van de Huisvestingsverordening per i januari 2021 reeds ruimte gecreeerd voor toewijzing van de woningen door middel van cooptatie. 2. Lokale voorranq

2.1Algemeen De Huisvestingswet maakt het onder voorwaarden mogelijk voorrang op woningen te geven aan personen met lokale economische of maatschappelijke binding. Dat zijn personen die voor hun voorziening in het bestaan zijn aangewezen op het duurzaam verrichten van arbeid in een gebied (economische binding) of personen die al langere tijd in een gebied wonen (maatschappelijke binding). Voor maatschappelijke binding gaat de Huisvestingswet uit van een woonverleden in een gebied van ten minste zes jaar in de afgelopen tien jaar. Deze zogenoemde lokale bindingsvoorrang kan worden getoetst op het gebiedsniveau van een hele gemeente of op een tot de gemeente behorende 'kern'. In de gemeente Amsterdam beschouwen we stadsdelen als een tot de gemeente behorende kern waar lokale voorrang op van toepassing kan zijn in de zin van de Huisvestingswet. In de Huisvestingswet is ook bepaald dat lokale bindingsvoorrang ten hoogste mag worden toegepast op 25% van de voorraad in de gemeente van het type woningen waar de regeling op van toepassing is. De Huisvestingswet beschermt op deze manier het Europese beginsel van vrije vestiging. De gemeente Amsterdam monitort dat hier aan wordt voldaan. Amsterdam kent verschillende voorrangsregelingen op grond van lokale binding.

Met de Huisvestingsverordening 2020 is een voorrangregeling voor werknemers in het onderwijs en in de zorg ingevoerd (lokale economische bindingsvoorrang) en is bepaald dat jongeren die al zes jaar in Amsterdam wonen of in de afgelopen tien jaar hebben gewoond voorrang hebben op de jongerenwoningen in Amsterdam (lokale maatschappelijke bindingsvoorrang). Met ingang van 2022 wordt hier een nieuwe lokale bind ingsvoorrangsregeling aan toegevoegd: voorrang voor

zittende bewoners van een stadsdeel op bepaalde nieuwbouw- of transformatiecomplexen (stadsdeelvoorrang). Daarnaast wordt de voorrangsregeling voor maatschappelijke beroepen gewijzigd en uitgebreid met de beroepsgroep politie. Ten behoeve van overzichtelijkheid worden alle voorrangsregelingen op grond van lokale binding met ingang van 2022 in een aparte paragraaf in de Huisvestingsverordening behandeld (paragraaf 5 van Hoofdstuk 2). 2.2 Stadsdeelvoorranq

In gebieden waar er veel nieuw wordt gebouwd is het nog te vaak zo dat er weinig uitwisseling is tussen de bewoners van de nieuwbouwwoningen en de bewoners van de omliggende bestaande buurten (zittende bewoners). Dit versterkt het gevoel bij zittende bewoners dat niet voor hen wordt gebouwd en creeert segregatie in een buurt.

21

Om de band tussen zittende bewoners en de nieuwe gebieden te versterken kan voortaan voorrang worden gegeven aan zittende bewoners op een deel van de gerealiseerde woningen in het stadsdeel. Bewoners kunnen door deze voorrangsregeling meer betrokken raken met nieuwe gebieden in hun stadsdeel, wat bevorderend is voor de sociale cohesie in het stadsdeel. En door rekening te houden met de wensen van de stadsdeelbewoners, kunnen eigenaren van de complexen echt voor het stadsdeel bouwen. Het is voor zowel de bewoners, die kunnen blijven op een plek waar ze een band mee hebben, als voor de eigenaren die huurders hebben die hart hebben voor hun directe omgeving, bevorderlijk om van de stadsdeelvoorrang gebruik te maken. Kwetsbare bewoners die liever niet te ver weg verhuizen, krijgen een kans om dichter bij huis te blijven. Tot slot versterkt het de verbinding tussen nieuwbouw en oudbouw en zorgt het ervoor dat zittende bewoners het gevoel hebben dat er ook voor hen wordt gebouwd. De stadsdeelvoorrang geldt voor aangewezen nieuwbouw- of transformatiecomplexen. Complexen waarvoor de voorrang geldt, bevinden zich veelal in gebieden waar segregatie dreigt op te treden tussen de bestaande buurt en de buurt waarin de nieuw op te leveren complexen ontwikkeld worden.

Na afstemming met de eigenaar worden nieuwbouwcomplexen in bijlage is van de Huisvestingsverordening aangewezen als complex waarvoor bij oplevering geldt dat voor 25 procent van de woningen zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang hebben. De voorrang geldt alleen bij eerste verhuring. Na het jaar van eerste verhuring wordt het complex uit de bijlage bij de verordening verwijderd. De bewoners die stadsdeelvoorrang krijgen, zijn bewoners die de afgelopen tien jaar minstens zes jaar onafgebroken in het stadsdeel waarin het complex staat, wonen of hebben gewoond. Hiermee wordt aangesloten bij de definitie voor lokale maatschappelijke binding in de Huisvestingswet. De belangstellende bewoners uit het stadsdeel, moeten ook aan passendheidseisen voor het type woning voldoen om in aanmerking te komen voor de woning. Zo moet de woning qua grootte en inkomen bijvoorbeeld passend zijn voor het huishouden. De voorrangsregeling kan komen te gelden voor complexen van marktpartijen en op den duur ook voor complexen van woningcorporaties. 2.3 Wijzigingen voorrangsregeling maatschappelijke beroepsgroepen Onderwijzers, zorgmedewerkers en politieagenten zijn van groot belang voor de stad. De overspannen woningmarkt raakt deze groepen.

Daarom is in Amsterdam per 2020 een voorrangsregeling in de Huisvestingsverordening opgenomen voor werknemers in maatschappelijke sectoren waar sprake is van een groot tekort aan personeel. Op dit moment komen alleen werknemers in de onderwijs- en zorgsector die aan de voorwaarden van de regeling voldoen in aanmerking. Per 2022 worden hier werknemers bij de politie aan toegevoegd. Net zoals bij onderwijs- en zorgmedewerkers gaat het uitsluitend om werknemers die betrokken zijn bij het primaire proces en waaraan de grootste tekorten zijn. Uit onderzoek blijkt dat onder andere een tekort aan woonruimten in Amsterdam leidt tot een personeelstekort bij de politie. De verruiming van de regeling voor politiefunctionarissen is verbonden aan een integraal plan van de politie om het werken bij de politie te bevorderen. Daarnaast wordt de regeling in algemene zin aangepast om de toewijzing van woningen op grond van deze voorrangsregeling doelmatiger te laten verlopen. De werkwijze met de kandidatenlijsten wordt aangepast, er komt een maximum aantal woningweigeringen te gelden en de rangschikking tussen het soort woonprobleem wordt losgelaten.

Tot 2022 gold dat binnen de beroepsgroepen als eerste personen die een aflopend huurcontract hadden, dan personen die verder dan 20 kilometer van hun werklocatie woonden en dan personen zonder eigen woning (nog bij ouders wonend of op kamers) in aanmerking kwamen, maar deze volgordebepaling was in de uitvoeringspraktijk niet goed te realiseren vanwege de samenloop met passendheidseisen voor woningen en het vele aantal 22

woningweigeringen van kandidaten. Tot slot worden per 2022 doorstromers uit de sociale sector toegevoegd als voorrangscategorie voor het middeldure woningaanbod voor deze beroepsgroepen. De gemeente Amsterdam zag onder de huidige categorieen spoedzoekers weinig animo voor middeldure woningen terwijI er wel middelduur aanbod is voor de beroepsgroepen en op basis van onderzoek wel bekend is dat er werknemers zijn die op zoek zijn naar een middeldure huurwoning. Dit vergroot de kans om deze publiek professionals te behouden voor de stad. 3. Optimalisatie verdeling rolstoelwoningen Amsterdammers die afhankelijk zijn van een rolstoel kunnen niet of moeilijk in een normale woning wonen. Voor deze mensen zijn er speciale woningen gebouwd die aangepast zijn aan het gebruik van een rolstoel: de rolstoelwoningen. Er wachten veel rolstoelgebruikers op een rolstoelwoning, maar helaas komen deze woningen weinig beschikbaar. De gemeente heeft in de Huisvestingsverordening een afwijkende selectievolgorde opgenomen voor rolstoelwoningen om deze woningen eerlijk te verdelen onder diegenen die afhankelijk zijn van een rolstoel. Deze wijzigingsverordening wijzigt de selectievolgorde van rolstoelwoningen op de volgende drie punten: Rolstoelgebruikers met een 'acuut' of 'dringend' woonprobleem krijgen al voorrang op andere rolstoelgebruikers die nog geen rolstoelwoning hebben.

Aanvullend komt nu te gelden dat rolstoelgebruikers die al in een rolstoelwoning wonen, maar naar een andere rolstoelwoning willen verhuizen als laatste in aanmerking voor een rolstoelwoning, omdat zij al in een rolstoelwoning wonen. In het geval van ‘drie kamer rolstoelwoningen' krijgen huishoudens met een of twee minderjarige kinderen voorrang op andere huishoudens. Daarna komen huishoudens die enkel bestaan uit volwassenen aan de beurt. Overige woningzoekenden met een indicatie voor een rolstoelgeschikte woning komen in aanmerking na deze twee voorrangsgroepen. Op rolstoelwoningen met vier kamers of meer komen gezinnen met drie of meer kinderen als eerste in aanmerking, gevolgd door gezinnen met twee kinderen en gezinnen met een kind. Voorheen kregen gezinnen met drie kinderen of meer alleen voorrang op rolstoelwoningen met vijf of meer kamers, maar dit was vanwege het schaarse aanbod van dergelijke woningen niet effectief.

23

II.

Artikelsgewijze toelichting

Onderdeel A De term woning wordt toegevoegd als begrip in de begrippenlijst. Woonruimte als begrip is soms niet volledig genoeg. De term woonruimte kan zowel gebruikt worden voor een zelfstandige woonruimte als voor onzelfstandige woonruimten. Met woning wordt gedoeld op een zelfstandige woonruimte, dan wel een geheel van onzelfstandige woningen die samen onderdeel maken van hetzelfde adres. Onderdeel B In artikel 2.1.1 van de verordening zijn de categorieen woonruimte aangewezen die niet zonder huisvestingsvergunning voor bewoning in gebruik mogen worden genomen of gegeven. Een huisvestingsvergunning wordt verleend met inachtneming van de woonruimteverdelingsregels in de Huisvestingsverordening. In de gemeente Amsterdam geldt deze vergunningplicht voor woningen met een huur tot de liberalisatiegrens en voor woningen waarover middeldure huurafspraken zijn gemaakt. Het derde lid bevat een aantal uitzonderingen waarvoor de vergunningplicht niet geldt ook al vallen de woningen in beginsel in de met een huisvestingsvergunning gereguleerde categorieen. Met deze wijzigingsverordening worden twee uitzonderingen toegevoegd om toewijzing door middel van cooptatie voor sociale huurwoningen in een woongemeenschap mogelijk te maken.. Ten eerste worden sociale huurwoningen in de in bijlage is aangewezen woongemeenschappen uitgezonderd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10793397/1