Raadsadres inzake geluidsoverlast windmolens
Tekst van het document
Aan de Leden van de Gemeenteraad van Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam
Woensdag 17 mei 2023
Geachte raadsleden, Het Parool refereerde eraan '"'We staan te popelen om de mogelijkheden voor windmolens in de stad maximaal te benutten". Met die ""We"" wordt de stad Amsterdam genoemd. Ik wil daar per omgaande op reageren, vertrouw dat de Leden van uw Raad de inhoud van mijn brief met bijlagen serieus nemen. Er zijn vele factoren die van invloed zijn op de gezondheid en inderdaad zijn er legio risico's voor de volksgezondheid, zijn er meer mensen chronisch ziek. Al jarenlang worden burgers op gebied van ernstige hinder door laagfrequentgeluid (Lfg onder 125Hz) en ultrasoongeluid LFg+(onder 20 Hz) aan hun lot overgelaten. Er is nog grote onwetendheid als het gaat om LFg, de laatste jaren in stijgende lijn - in grote mate- veroorzaakt door windmolens en windturbines. De stichting Laagfrequentgeluid in Groningen, de toenmalig voorzitter , secretaris en ondergetekende ijverden vanaf de oprichting, wat is meer dan 10 jaar geleden, voor scherpe wet-en regelgeving voor Lfg en LFg+ (onder 20Hz) wat tot dusver verhinderd wordt. Kabinet en Parlement zijn daar debet aan. De Gezondheidsraad bracht hieromtrent in 1992 haar laatste advies uit . Overigens de stichting verzamelt sinds 2009 al meldingen, eerst als Groningse belangengroep, later als landelijke stichting.
In april 2017 gaven wij een reactie op de- voorlopig- herziene GGD-richtlijn Lfg, meldingen over een bromtoon gevolgd door een schrijven van december 2018 aan deelnemers van de Klimaattafel. In dat zelfde jaar interesseerden wij de Rijksuniversiteit in Groningen voor een eerste onderzoek door de afd. neuropsychologie bij een geselecteerd aantal mensen die te maken hadden met problematiek mogelijk veroorzaakt door LFg_,gevolgd door een laagfrequent geluidonderzoeksproject, waarvan de eerste resultaten naar lichamelijke en psychische en maatschappelijke ervaringen van personen die percepties van laagfrequentgeluid (Lfg) rapporteren. Rapport is verzonden 4 april 2023, het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat reageerde daar positief op. Ons is gebleken dat mensen die Lfg en/of Lfg+ bij de GGD en/of gemeenten melden niet de behandeling en erkenning krijgen die nodig is. Dat de urgentie van de problematiek ernstig is, is af te leiden uit het verontrustende bericht in het NRC van 13 februari 2023 waarin beschreven de zelfdoding van een vrouw lijdend onder LFg en LFg+ (door haar omschreven als zware Brom). Euthanasie werd haar afgewezen, dus was middel X voor haar de enige uitweg. Zowel , mevr.
en ondergetekende (allen lijdend onder Lfg en Lfg+)zijn officieel niet meer betrokken bij het werk van de stichting maar volgen de ontwikkelingen wel, dragen informatie aan daar waar nodig. De stichting Laagfrequentgeluid staat nu onder een ander Bestuur en is actief. Een probleem dat wij vanuit onze opgedane ervaringen steeds weer zien opdoemen is dat verleende vergunningen zijn gebaseerd op oude kennis, waardoor er veel te weinig wordt gedaan om burgers te beschermen, de gezondheid naar de achtergrond wordt geduwd en hinder tot zeer ernstige hinder verder gaat dan die een normaal, dagelijks leefpatroon meebrengt. Met name de plaatsing van windmolen-en windturbineparken door "de Markt" nabij woongebieden zijn van invloed op wonen
-2en gezondheid. Een Omgevingswet dient voor een goed evenwicht tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving te staan, dient voor handhaving op gebied van veiligheid, echter "de Markt "kan nog steeds vanuit eigen perspectief handelen terwijl daarentegen de woon-en leefomgeving van de burger ook haar eisen stelt. r!ogmaals, de oorzaak is het ontbreken van wet- en regelgeving aangepast aan de huidige tijd, men gebruikt namelijk VEROUDERDE NORMEN, zoals het Activiteitenbesluit, NSG, de Verdammen curve, opgesteld in een tijd dat er zelfs nog niet over windparken werd nagedacht. Wat betreft concentratie van windmolens, stellen ingenieurs dat wat betreft alle signalen en frequenties naar de optelsom van allen moet worden gekeken. Geluidsoverlast in de zin van LFg en LFg+ dient beschouwd te worden als een schending van de rechten van de burger, terwijl de mens centraal moet staan. Lfg en Lfg+ zijn trillingen die zich door materialen en voorwerpen heen bewegen als een golf, kunnen zogezegd van het ene naar het andere "lichaam" worden overgedragen als deze met elkaar in contact staan. Die eigenschap zorgt ervoor dat trillingen zich goed kunnen voortplanten en ver van de bron voor overlast, gezondheidsproblemen of schade kunnen zorgen, zich voortzettend door de grond, de lucht. Dit wordt wel omschreven als een BROM.
Er is nog grote onwetendheid, kunstmatig in stand gehouden, ondanks alle informatie in de loop van de jaren door de stichting verstrekt. Er zijn juridische risico's als de gemaakte afspraken met "'DE MARKT" niet worden nagekomen. Dan vragen burgers zich wel af, wie is de baas, de gemeenteraad of het miljardenbedrijf (DE MARKT?) Heel vaak is er geen juridische basis om vergunningen te weigeren, worden gemeenten en/of omwonenden een bijdrage voorgehouden, wordt een deel van de opbrengst uit energie-opwekking afgedragen aan een duurzaamheidsfonds van de gemeente en/of groenfonds. Maar wat moet de burger bij ontbrekende wet-en regelgeving Lfg en Lfg+ daarvoor inleveren? Veel teveel! Ik ken het belang van de energietransitie, maar plaatsen van deze zware windmolens en windturbines (in en stad, in een woongebied) is ten nadele van gezondheid en functioneren van burgers. In het algemeen (en deze mening is gegrond op recente ervaring) komen deze "machines" terecht in en bij woonwijken waar specifieke kennis van deze plaatsingen ontbreekt, ook wooncorporaties weten vaak weinig van de rand en de hoed. Bij geluidsklachten worden burgers zogezegd het bos ingestuurd. Plaatsing op afstand van 1 t/m 3 km van woningen komt voor (er is geen wet-en regelgeving die dit tegen houdt).
Als voorbeeld: Al6, DAARLANGS zouden 28 windmolens/turbines worden geplaatst, maar wat is de realiteit? Minstens 8 ervan staan op korte afstand 1 t/m 3 km van woningen, terwijl laagfrequentgeluid 50 km ver draagt! Het is daar voor bewoners alsof ze vlakbij een fabriek wonen, een fabriek zonder muren dan, maar de overlast is identiek door geluid van wieken, generatoren, trafohuizen voor vervoer energie etc. Dag en nacht, in de nacht uitzetten WIL "de Markt"niet. Dat zeggen ze zo letterlijk. Ik vertrouw u met deze informatie op een wijze te hebben ingelicht, dat uw Raad niet zondermeer een besluit neemt in deze kwestie waar die op dit terrein aan u gevraagd wordt. Overigens, de omgevingswet staat nog steeds niet voor een goed evenwicht tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving. Met dank voor uw tijd en mogelijke interesse, met vriendelijke groet,
Bijlagen: 11
Bijlagen brief Gemeenteraad van Amsterdam, 17 mei 2023 1. Universiteit van Groningen (RUG), neurologisch onderzoek 2018/2019 2. Universiteit van Groningen (RUG), eerste resultaten lopende onderzoeksproject 4 april 2023 3. Ministerie van lnfrasdtructuur en Waterstaat, 8 mei 2023 reactie op onderzoek RUG 4. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) 5. Ingenieurs die onderzoek doen 6. Europese Commissie (Fr.Timmermans) mbt ITER project en LFg 7. Gezondheidsraad december 2014 ( verzoek afgewezen) 8. Stichting Laagfrequentgeluid aan deelnemers Klimaattafel december 2018 aan mevr. (verzoek kenniscentrum, Wet) Idem 9. Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet Idem .10. 11. KernFUSIE
1124r
/
university of groningen
Beste heer/mevrouw, Hartelijk bedankt voor uw interesse in het onderzoek 'Laag Frequent Geluid — Een omgevingsstressor die psychische problemen veroorzaakt?'. Deze brief is bedoeld om u meer informatie te geven over het onderzoek. Wat is het doel van het onderzoek? Laag Frequent Geluid (LFG) verwijst naar alledaagse geluidsgolven uit de omgeving die rond of onder de gehoorgrens liggen (onder 250 Hz). LFG kan een natuurlijke oorzaak hebben (denk aan zeegolven of de wind), maar er zijn in toenemende mate ook door de mens gemaakte bronnen die LFG veroorzaken zoals verkeer, turbines, pompen, ventilatiesystemen of andere industriele machines. Tot op heden wordt LFG nauwelijks herkend en erkend als een enorme stressor voor mensen die in een industriele samenleving !even. Een aanzienlijk aantal mensen ervaart deze geluiden als constant, zwaar, brommend en dreunend waardoor deze een behoorlijke invloed hebben op hun welzijn. De eerste reactie op LFG is gewoonlijk irritatie dat vaak wordt vergezeld door secundaire effecten zoals hoofdpijn, een hoge bloeddruk, hart problematiek, spanning en stress, slaapproblemen en moeite met concentreren. De ervaren symptomen interfereren sterk met het dagelijks functioneren zoals het runnen van een huishouden, het verzorgen van familieleden en het behouden van een baan.
Het is daarom opvallend dat de problematiek die mogelijk wordt veroorzaakt door LFG weinig tot niet is onderzocht. De kennis op dit gebied is slechts gebaseerd op individuele verhalen, casestudies of studies in kleine groepen die veelal gebruik hebben gemaakt van ongestructureerde observaties van gedrag of subjectieve klachten. Onze werkgroep beschouwt LFG als een serieus probleem en vindt systematisch onderzoek beslist noodzakelijk. Wat houdt het onderzoek voor mij als deelnemer in? Voor het onderzoek komt u eenmalig naar de afdeling neuropsychologie van de Rijksuniversiteit Groningen. Tijdens dit onderzoek zal een (neuro)psychologisch onderzoek worden afgenomen. Deze bestaat uit korte tests, gericht op onder andere aandacht, planning, flexibiliteit en het geheugen. Daarnaast zullen we aan u vragen om verschillende vragenlijsten in te vullen gericht om stemming, coping en persoonlijkheid. Wanneer kan ik niet deelnemen aan het onderzoek? U kunt niet aan het onderzoek deelnemen indien u een relevante neurologische aandoening heeft of als u hier in het verleden voor bent behandeld. Neurologische aandoeningen zijn aandoeningen van het zenuwstelsel en de hersenen. Voorbeelden van zulke aandoeningen zijn dementie, multiple sclerose, epilepsie of als u bijvoorbeeld in het verleden een hersenbloeding of beroerte heeft gehad.
Wat gebeurt er met mijn resultaten? We zullen binnen dit onderzoek gegevens verzamelen bij mensen die LFG als stressor ervaren en bij mensen die geen negatieve consequenties ondervinden ten gevolge van LFG. Uw gegevens worden meteen anoniem verwerkt en kunnen naderhand niet meer worden teruggekoppeld naar u als persoon. Dit betekent dat we specifiek voor u als individu niet kunnen zien welke scores u heeft behaald. We kunnen alleen
/
university of groningen
de scores van de groepen als geheel inzien. U kunt, indien gewenst, een informatiebrief ontvangen met en samenvatting van de resultaten wanneer het onderzoek is afgerond. Heeft het onderzoek voor- of nadelen? Het onderzoek helpt ons om op systematische wijze de gevolgen van LFG te bepalen. Het onderzoek heeft voor u als deelnemer geen (medische) voordelen. Het onderzoek zal ook geen nadelige gevolgen voor u hebben. Mogelijk bent nu na afloop wat vermoeid. Hoelang zal het onderzoek duren? Deelname aan deze studie zal ongeveer 4 uur duren. Kan het onderzoek worden afgebroken? Ja, u doet geheel vrijwillig aan het onderzoek mee en u kunt op elk gewenst moment, zonder opgave van redenen, besluiten uw deelname terug te trekken. Helpt u mee aan ons onderzoek? Wij hopen dat u uw medewerking aan dit onderzoek wilt verlenen. Indien u mee wilt doen aan het onderzoek stuur dan een email naar LFGonderzoek@rug.nl of bel ons via 050-3637601. Mocht u nog meer informatie willen ontvangen, neem dan ook gerust contact met ons op.
Nogmaals hartelijk dank voor uw interesse in dit onderzoek! Vriendelijke groet,
Van: LFG onderzoek, FA Verzonden: dinsdag 4 april 2023 16:51 Onderwerp: Informatie over de eerste resultaten van het laagfrequent geluidonderzoeksproject van de Rijksuniversiteit Groningen
Geachte heer of mevrouw, Hierbij willen wij u informeren over de eerste resultaten van het lopende onderzoeksproject van de afdeling Neuropsychologie van de Rijksuniversiteit Groningen naar de lichamelijke, psychische en maatschappelijke ervaringen van personen die percepties van laagfrequent geluid (Lfg) rapporteren. In de bijlage sturen wij u een Nederlandse samenvatting van de eerste resultaten. Deze samenvatting is gebaseerd op ons Engelstalige artikel "Low-Frequency Noise: Experiences from a Low-Frequency Noise Perceiving Population" die is gepubliceerd in het "International Joumal of Environmental Research and Public Health". Aan het eind van de samenvatting vindt u de link naar het volledige Engelstalige artikel en alle tabellen en figuren waarin de resultaten van ons onderzoek worden weergegeven. Na deze eerste publicatie gaan wij verder met het onderzoek en in de volgende stap gaan we specifiek kijken naar problemen met slaap, vermoeidheid, symptomen van depressie, stress en cognitief functioneren die mensen die Lfg ervaren rapporteren. Zodra deze tweede publicatie is afgerond, zal een soortgelijke samenvatting en link naar de resultaten worden verspreid. Hartelijk dank voor uw interesse aan ons onderzoek, Met vriendelijke groeten, Het onderzoeksteam,
Ps. Mocht u onze emails niet op prijs stellen dan horen wij het graag. Wij zullen u dan van de emaillijst verwijderen.
\ 1(1,1!0,2.
11:,,11
rijksuniversitei groningen
):
Laagfrequent geluid: Ervaringen van een grote groep mensen die laagfrequent geluid waarnemen Samenvatting van de publicatk van de eerste onderzoeksresultaten Laagfrequent geluid (Lfg) wordt in verband gebracht met verschillende negatieve gevolgen. Er is echter nog veel onbekend over de fundamenten, de klachten en de gezondheidsgerelateerde gevolgen van Lfg waarnemingen. Daarom begon de Rijksuniversiteit Groningen een uitgebreid onderzoek naar de lichamelijke, psychische, en sociaal maatschappelijke ervaringen van personen die Lfg percepties rapporteren. Deze informatiebrief vat de eerste resultaten van dit onderzoek samen.
Het onderzoek belicht een aantal algemeen voorkomende patronen met betrekking tot 1) Lfg waarnemingen, 2) Lfg klachten en 3) de karakteristieken van de deelnemende groep. Wij vonden dat Lfg-gerelateerde klachten veelomvattend en individueel zijn en volgens de deelnemers een grote impact hebben op het dagelijks leven. Hoewel dit onderzoek enkele eerdere bevindingen ondersteunt, benadrukt het ook de individuele natuur van Lfg-gerelateerde ervaringen en de heterogeniteit van deze groep.
als omgevingsstressor
Het onderzoeksproject
De perceptie van laagfrequent geluid (Lfg), hetzij
We zochten via een online informatiebrief naar
door het horen van een laag bijv. bromgeluid of door het voelen van bijv. trillingen, kan verschillende effecten hebben op personen. Terwijl sommigen er geen of weinig last van hebben, kunnen anderen er ernstig last van hebben en serieuze beperkingen in hun dagelijks leven ervaren. Dit laatste geldt naar schatting voor ongeveer 2% van de Nederlandse volwassen bevolking. Als we naar het onderzoek over dit onderwerp kijken, is er nog veel onbekend, vooral als het gaat om de algemene bevolking (in plaats van onderzoek naar bijvoorbeeld specifieke beroepsgroepen). Om meer inzicht te krijgen in de ervaringen van mensen die Lfg waarnemen in hun dagelijks leven, is de afdeling Klinische en van de Ontwikkelings-neuropsychologie Rijksuniversiteit Groningen in 2018 een onafhankelijk onderzoek begonnen. De allereerste stap in dit omvangrijke onderzoeksproject was het beantwoorden van de volgende onderzoeksvragen: 1) Wat zijn de Lfg waarnemingen en ervaringen van de deelnemers? 2) Wat zijn Lfg-gerelateerde klachten in het dagelijks leven? 3) Welke personen hebben hinder door Lfg? Versehilt deze groep van de algemene Nederlandse bevolidng? Wij hebben ons in het onderzoek gericht op de subjectieve beschrijvingen van de getroffen personen. Vaak zijn er (nog) geen metingen ter plaatse verricht of metingen kunnen geen Lfg-bron aanwijzen.
Maar getroffen individuen kunnen uiteraard nog steeds last hebben van Lfg. Daarom is het doel van dit onderzoek om Lfg ervaringen te beschrijven, ook los van een succesvolle meting ter plaatse vanuit een gedrags- en sociaalwetenschappelijk perspectief.
geinteresseerde volwassen deelnemers die actuele Lfgervaringen hadden. Van ongeveer 300 aanvankelijk geinteresseerde personen hebben wij van 190 mensen vragenlijsten ontvangen en geanalyseerd. Van een uitgebreide vragenlijst, die via de reguliere post werd verstuurd, geeft ons eerste artikel een samenvatting van de bevindingen van de eerste vragen (ongeveer 15 min. invultijd) waarin gevraagd werd naar: Lfg waarnemingen Datum van eerste Lfg waarneming, soort geluid, soort Lfg waarneming, plaats van Lfg waarneming, meting van Lfg, frequentie van Lfg, vermoedde Lfg bron, omstandigheden die Lfg waarneming beInvloeden, andere personen die het Lfg waarnemen, acties en hun succes om hinder van Lfg te verminderen. Lfg klachten Frequentie van klachten, omvang van de klachten, lichamelijke en psychische klachten, sociale en maatschappelijke gevolgen, instanties waaraan Lfg werd gemeld, raadpleging van deskundigen, medicijngebruik Demografisehe karakteristieken Leeftijd, geslacht, hoogste opleiding, burgerlijke staat, beroepsstatus, beroep, woonplaats, woningtype, jaren in woning, grootte huishouden Wij gaven dezelfde vragenlijst aan een vergelijkingsgroep (Vg) van hetzelfde geslacht, leeftijd en opleidingsniveau, maar zonder Lfg ervaringen. Daarmee kunnen we de dagelijkse ervaringen van mensen met en zonder Lfg waarnemingen vergelijken.
Als we verschillen zien tussen de groepen, betekent dat dat de Lfg waarneming waarschijnlijk de factor is die verantwoordelijk kan zijn voor het verschil. Wij analyseerden de antwoorden van 371 vergelijkingsdeelnemers.
SAMENVATTING: LAAGFREQUENT GELUID: ERVARINGEN VAN EEN GROTE GROEP MENSEN DIE LAAGFREQUENT GELUID WAARNEMEN
1
rijksuniversitei groningen
Ten slotte hebben we ook gegevens van de Nederlandse algemene bevolking opgevraagd, om te zien of mensen die Lfg ervaren qua demografische karakteristieken verschillen van de algemene bevolking.
Resultaten
i) Wat zijn de Lfg waarnemingen en
ervaringen van de deelnemers?
Wij zagen een toenemend patroon van wanneer
Lfg voor het eerst werd waargenomen tussen 1994 en
2020. 35% van de deelnemers kon de eerste
waarneming van Lfg toeschrijven aan een specifieke dag, 33% aan ten minste een specifieke maand en de rest aan een jaar. Lfg lijkt vaker eerst in de herfst/winter te verschijnen (6o%) dan in de lente/zomer (40%). Bijna alle deelnemers (90%) beschreven een hoorbare waarneming, maar 81% rapporteerde ook het fig te voelen. Bij het horen van Lfg beschreven de meeste deelnemers (74%) meerdere geluidstypen waar te nemen. De meest voorkomende waren een bromtoon (82%) of het geluid van een dreunende dieselmotor (53%), maar er konden ook verschillende andere individuele waarnemingen zijn. Bij het voelen van Lfg beschreven ongeveer de helft van de deelnemers trillingen (54%). Lfg werd vaak gevoeld in specifieke lichaamsdelen (75%), vooral in het hoofdgebied (59%) of het bovenlichaam/de romp (47%). Verder werd Lfg door alle deelnemers op binnen locaties waargenomen en daarnaast door de meeste deelnemers (75%) ook op buitenlocaties. Wij zagen dat een kwart van de groep Lfg (bijna) overal waarnam, een ander kwart uitsluitend op binnen locaties en de resterende helft op zowel binnen- als buitenlocaties. De antwoorden waren echter zeer individueel. Percepties konden plaats vinden op zeer specifieke plaatsen, een radius rond het eigen huis, of overal. En ook het type en de intensiteit van Lfg konden veranderen met de locatie.
Ongeveer 66% zei dat een geluidsmeting was uitgevoerd of aangevraagd. Bij slechts 37% van de deelnemers kon het Lfg worden gemeten of waargenomen, en slechts 27% kon een specifieke gemeten frequentie of frequentiebereik aangeven. De gerapporteerde frequenties verschilden sterk en varieerden tussen .02 en 15oHz. De meest voorkomende frequentie was 5oHz. Hoewel bijna alle frequenties in het Lfg bereik lagen (2o-125Hz), waren er enkele in het infrageluid bereik (<2oHz), en enkele boven de Nederlandse richtlijnen voor Lfg (>I25Hz). Ongeveer 33% wist niet waar het Lfg vandaan kwam, de overige 67% gaf enkele vermoedens over de bron van het Lfg. Van de deelnemers die een bron beschreven, noemde 49% een en 51% meerdere (tot 9 verschillende) vermoedde bronnen. De genoemde bronnen waren echter zeer individueel.
De meest voorkomende was airconditioning en ventilatie, die door 2o% werd genoemd. Andere bronnen waren machines en huishoudelijke apparaten (17%), pompen en watertransport (16%), elektrische installaties (15%), verkeer (13%), verwarming (12%), gaswinning en -transport (io%), en diverse andere, minder vaak genoemde bronnen (24%). TerwijI een kwart van de deelnemers Lfg altijd op dezelfde manier waarnam, gaf 76% aan dat specifieke omstandigheden hun waarneming beinvloedden. Hoewel 17% aangaf dat Lfg varieerde, maar geen patroon kon vaststellen, leken de meeste mensen Lfg vooral 's nachts (35%) en 's avonds (22%) waar te nemen. 31% van de deelnemers gaf aan dat andere geluiden Lfg lijken te maskeren. Minder vaak voorkomende invloeden op de waarneming van Lfg waren verder windsterkte of -richting (16%), dag van de week (15%) of temperatuur (8%), maar zonder dat echter een expliciet patroon kon worden vastgesteld van de precieze invloed daarvan op Lfg. 15% van de deelnemers noemde het seizoen als een invloedrijke factor, waarbij de herfst en de winter in verband werden gebracht met meer/intensievere Lfg waarnemingen. Zeer weinig deelnemers meldden dat het weer een rol speelde, waarbij vochtigheid in sommige gevallen werd geassocieerd met meer/intensievere Lfg waarnemingen. Ongeveer twee derde van de deelnemers meldde dat andere personen in hun omgeving het Lfg ook waarnamen.
Meestal was dit de partner van de deelnemer (28%), gevolgd door gasten (20%), buren (20%) of diverse andere personen. In sommige gevallen werd aangegeven dat de andere personen het Lfg minder vaak/luid waarnamen. Bijna alle deelnemers probeerden op verschillende manieren de Lfg hinder te verminderen (gemiddeld 5 maatregelen). Meestal probeerden de deelnemers het Lfg te verminderen door een koptelefoon/oordopjes te gebruiken (86%) of ze probeerden het Lfg te maskeren met andere geluiden (82%), waarbij ze meestal de tv of de radio gebruikten (76%). Veel deelnemers probeerden een verdachte bron te elimineren of uit te schakelen (75%), probeerden hun woonlocatie te veranderen of aan te passen (75%), zoals door ramen te sluiten of te openen, muren of ramen te isoleren of naar een andere locatie te gaan, of probeerden ergens anders te slapen (57%). Het succes van deze oplossingen liep echter sterk uiteen. De maatregelen die door de meeste personen werden uitgeprobeerd (uitschakelen van een bron, veronderstelde koptelefoon/oordopjes, verandering van bedpositie, sluiten/openen van het raam) werden als meestal onsuccesvol beoordeeld.
Individuele technieken die slechts door een paar personen (10 of minder) werden geprobeerd, hadden volgens deze deelnemers een hoger succespercentage, zoals inname van medicatie/middelen, proberen om te gaan met of afleiden van Lfg, of specifieke koptelefoons met geluidsonderdrukking. Maar zelfs succesvolle maatregelen hadden soms bepaalde nadelen, bijv. luide muziek kan het Lfg maskeren, maar maakt het moeilijk om in slaap te vallen.
SAMENVATTING: LAAGFREQUENT GELUID: ERVARINGEN VAN EEN GROTE GROEP MENSEN DIE LAAGFREQUENT GELUID WAARNEMEN
2
‘r,
2) Wat zijn Lfg-gerelateerde ldachten in het dagelijks leven?
G
emiddeld werd overlast door Lfg vaak gerapporteerd (Figuur 1), waarbij de meeste personen het vaak (38%) of confirm (36%) ervoeren. Op een schaal van 1 (helemaal niet) tot 10 (heel erg) gaven de deelnemers de mate van beperking door het waarnemen van Lfg op hun dagelijks leven gemiddeld aan als een 7 (Figuur 2).
8o
73
69
Vaak
Continu
60 40
26
20
9
0
1111 Soms
Nooit
Regelmatig
Figuur 1. Frequentie van overlast door Lfg. 6o 50 C g 40 E. 30 -,94 20 0
49
32 26
9 8 9 8
27
12
MI 5 1111111111111 I I 1 2
3 4 5 6 7 8 9
63
Figuur 2. Mate van beperking door het waarnemen van Lfg Bijna alle deelnemers (98%) rapporteerden ten minste den lichamelijke of psychologische klacht (met een gemiddelde van 9 klachten met maximaal 3o verschillende genoemde klachten) toegeschreven aan het ervaren van Lfg. De meest voorkomende klachten waren slaapproblemen (9o%) en vermoeidheid (75%), gevolgd door irritatie (63%), onrust (63%), een drukkend of pulserend gevoel in/op de oren (63%), stress (6i%), concentratieproblemen (6o%), trillingen in het lichaam (59%), prikkelbaarheid (57%), somberheid (46%), hoofdpijn (42%), hartldachten (37%) en druk op de borst (32%). Meer dan de helft van de deelnemers gal aan ten minste een sociaal maatschappelijk gevolg te ervaren (6o%), en gemiddeld 2 gevolgen. Het vaakst noemden de deelnemers woonproblemen of het voornemen om te verhuizen (27%), gevolgd door relatie/gezinsproblemen (23%), arbeidsongeschiktheid/ werkgerelateerde problemen (2o%), sociale levensproblemen 04%1 verlies van werk/studie (10%) en andere beperkingen of aanpassingen in het leven (6%). Opvallend is dat de omvang van de ervaren gevolgen sterk varieert. De beschrijvingen van sociale maatschappelijke gevolgen varieren van aanpassingen in het leven zoals buiten zitten met bezoek, stoppen met een hobby tot niet meer kunnen werken of zelfs het aanvragen van euthanasie.
rijksuniversitei groningen
111!'.
De meeste deelnemers hebben het waargenomen Lfg aan ten minste een instantie gemeld (92%), en gemiddeld aan 3 verschillende instanties. De meeste meldingen werden gedaan bij de gemeente (70%), de GGD (5796) of de provinciale omgevingsdienst (45%). Andere meldingen waren gericht aan diverse andere instanties op het gebied van gezondheid, milieu, huisvesting, de vermoedde bron van het geluid, de wet, het publiek of de eigen gemeenschap. Verder raadpleegde de meerderheid van de deelnemers ten minste een deskundige in verband met hun Lfg gerelateerde klachten (8o%), en gemiddeld 3 verschillende deskundigen. De meest geraadpleegde deskundige was de huisarts (68%), maar ook audiologen (36%), keel-, neus- en oorartsen (32%), psychologen (22%), neurologen (ii%) en andere deskundigen werden gerapporteerd. Wij stelden vast dat meer personen in de Lfg groep rapporteerden medicijnen te gebruiken (57%) dan in de vergelijkingsgroep (42%). Medicatie omvatte ook receptvrije medicatie, maar geen vitaminen, voedingssupplementen, contraceptiva of alternatieve vormen van therapie.
Hoewel een vergelijkbaar percentage in beide groepen cardiovasculaire medicatie nam (Lfg: 23%, Vg: 24%), namen duidelijk meer personen in de Lfg groep kalmerende medicatie (23%) of andere soorten medicatie (4o%) in vergelijking met de inname van kalmerende medicatie (3%) en andere soorten medicatie (25%) in de vergelijkingsgroep.
3) Welke personen hebben hinder door Lfg? Verschilt deze groep van de algemene Nederlandse bevolldng?
Wanner we naar de groepskenmerken kijken, zien
we dat de Lfg groep uit meer vrouwen bestaat, gemiddeld ouder is, en meer personen met een hoge opleiding en minder met een lage opleiding telt in vergelijking met de algemene Nederlandse volwassen bevolking. Er waren geen of slechts kleine verschillen in burgerlijke staat.
Groepskenmerk Geslacht Vrouwen Schoolopleiding Laag Middelbaar Hoog Leeftijd Gemiddelde in jaren Jongste en oudste deelnemers
Lfg groep
NL bevolking
68%
51%
7% 32% 6o%
24% 3o% 28%
58 (18-87)
50 (18-109)
SAMENVATTING: LAAGFREQUENT GELUID: ERVARINGEN VAN EEN GROTE GROEP MENSEN DIE LAAGFREQUENT GELUID WAARNEMEN
3
rijksunters gronina
Wat de beroepsstatus betreft, zagen wij dat jets minder mensen in de Lfg groep in een voltijdbaan werken en meer in een deeltijdbaan, vergeleken met onze vergelijkingsgroep en de Nederlandse bevolking. Ook waren meer personen in de Lfg groep arbeidsongeschikt of met ziekteverlof in vergelijking met zowel de vergelijkingsgroep als de Nederlandse bevolking. Er was geen relevant verschil tussen de Lfg en de vergelijkingsgroep wat betreft werkloosheid, studenten, gepensioneerden of huisvrouwen/ huismannen, hoewel wij meer werklozen, gepensioneerden en minder studenten zagen in de Lfg groep dan in de Nederlandse bevolking.
Beroepsstatus
am an mei*
• tMon ef nest Stederijkheki • •
o o
whew pit bria) gat ado (ISO NI 2900 ammo pif Min Mac stele* (ION lot IWO odiviem Pr In2) two odak Mata p• Nkomo per Iran N manSID atom per bon
Fulltime Parttime Niet in staat om to werken Arbeidsongeschikt Met ziekteverlof
16% 28% 27% 34% 23% 25% 17% 3% 5%
Werkloos Huisvrouw/man Student Pensioen/Prepensioen
6% 4% 3% 9% 8% 2% 1% 5% 28% 36% 20%
13% 3%
•
•
IP 44 0
4. 0 OS
0 0 O0
•S 0
I2 0 it 0 Op
*D C) g
•
oc; • • 0•
l e 0
0
0
0
0
0
•0,•• 0
o
oa
•
•
CO
•
0 O0 • 0 Ilk
•• •
411
0
•
0
•
Lfg Verg. NL groep groep bevol
o0t
MD 0 0 0
2% 1% •
Verder onderzochten wij welk soort beroep de deelnemers uitoefenden. Alle drie groepen werkten voornamelijk binnen zorg en welzijn (Lfg:25%, Vg:1796, NL:15%) en bedriffseconomische en administratieve beroepen (Lfg:15%, Vg:27%, NL:19%). Interessant is dat duidelijk meer personen in de Lfg groep werkzaam waren in zorg en welzijn en in technische beroepen en minder in ' che en administratieve beroepen in bechijfseconomis vergelijking met de andere groepen. De meeste deelnemers in de Lfg groep woonden in Nederland (99%, 1 % in Belgie). De deelnemers in Nederland waren verspreid over alle provincies met een ongeveer vergelijkbare verdeling als de Nederlandse bevolking. Ongeveer 27% van de Lfg deelnemers woont in zeer sterk stedelijk regio's, 21% in sterk stedelijk regio's, en de overige deelnemers zijn ongeveer gelijk verdeeld over matig, weinig en niet stedelijk regio's (zie Figuur 3). Deze verdeling is vergelijkbaar met die van de Nederlandse bevolking. De stedelijkheidsgraad of de woonplaats van de Lfg deelnemers was niet gerelateerd aan hoe vaak zij overlast door Lfg ervoeren of de mate van beperking (zie Figuur 4). Opvallend is dat er zelfs grote verschillen zijn in de ervaren overlast en mate van beperking tussen individuen die dicht bij elkaar wonen, zoals in stedelijke regio's.
Als we kijken naar de woonsituatie van de deelnemers, zien we geen wezenlijk verschil in het snort woning of in de omvang van het huishouden tussen de Lfg en de vergelijkingsgroep. Ongeveer 2o% van de Lfg groep woont in een flat of etagewoning, 22% in vrijstaande huizen en 58% in niet vrijstaande huizen (incl. Twee onder een kap en tussen-en hoekwoningen).
0
Figuur 3. Locatie en stedelijkheids-graad van de Lfg groep • •
A
•
•
• • •
• 0
•
• •
• 0 •• • o • • • • • • • •
Go • .
•
41t)
i •o0 •
• Mate van beperking
% II . •
• • o o • • • •
•
—.....
•
e
•
•
•
0
•
4* o -• o• • V • •11• Go o • • •• • a
•
0R.-) •
0 •
•
•
•
•
4
•
fa° 4> • • • i
••
•
0 •
•
••
• •
D,n HW / RcarCa,
•• •
•
• e
•
•
es •
•
• •
•
•• •
Figuur 4. Locatie in relatie tot de mate van beperking van
de Lfg groep
In beide groepen wonen ongeveer 33% alleen en ongeveer 66% met twee of meer personen. De Nederlandse bevolking woont echter iets meer in niet vrijstaande huizen en minder in flats/etagewoningen of vrijstaande huizen en er wonen minder mensen alleen dan in de Lfg groep. Opmerkelijk is dat Lfg deelnemers gemiddeld 5 jaar minder lang in hun huidige woningen wonen dan de vergelijkingsgroep.
SAMENVATTING: LAAGFREQUENT GELUID: ERVARINGEN VAN EEN GROTE GROEP MENSEN DIE LAAGFREQUENT GELUID WAARNEMEN
Betekenis van de resultaten
E
en aantal resultaten komen overeen met trends die in eerdere onderzoeken en enquetes zijn vastgesteld. Wat de Lfg waarnemingen betreft, is de belangrijkste auditieve waarneming van Lfg een bromtoon, maar ook trillingen worden vaak gerapporteerd. Lfg-percepties zijn meestal binnen, maar vaak ook buiten. Zij kunnen afhangen van verschillende factoren en komen vaker voor 's nachts en bij stilte. Een meting van het geluid kan in meerdere gevallen niet uitgevoerd worden, of zo ja, kan de bron niet gevonden worden. Maar naast sommige overkoepelende patronen blijkt uit ons onderzoek dat de ervaringen veelzijdig, zeer individueel, niet noodzakelijk constant en moeilijk te herleiden zijn tot een bron. Lfg ervaringen lijken complexe, multifactoriele oorzaken te hebben en de groep van Lfg waarnemers lijkt zeer heterogeen te zijn. Er is dringend behoefte aan aandacht voor de klachten van deze groep, aan toekomstig replicatieonderzoek dat de bestaande kennis verifieert en uitbreid, en aan multidisciplinair onderzoek (d.w.z. met akoestici, audiologen en gedrags- en sociale wetenschappers). Wij zagen ook een duidelijke toename van de eerste Lfg waarnemingen in de afgelopen jaren.
Dit zou verband kunnen houden met een toename van Lfg bronnen, een toename van Lfg gevoeligheid in de populatie, een toename van het bewustzijn over Lfg, een mogelijke steekproef bias van individuen met een recentere start van klachten die meer gemotiveerd zijn om bij te dragen aan onderzoek, of andere redenen. De door de betrokkenen gemelde klachten en de gevolgen daarvan voor het dagelijks leven zijn talrijk en divers. De ervaren frequentie en mate van beperking van die klachten wordt gemiddeld als hoog beoordeeld. Zoals ook in sommige eerdere studies en enquetes is gevonden, omvatten de hoofdklachten slaapproblemen, vermoeidheid, onrust, stress of concentratieproblemen. De helft van de deelnemers ervaart sociale maatschappelijke gevolgen op het gebied van huisvesting, relatie en gezin of werk/studie. Hoewel de meeste deelnemers verschillende maatregelen probeerden om de hinder van de Lfg te verminderen, waren de vaak geprobeerd maatregelen vaak niet succesvol. Verder zagen wij een toegenomen gebruik van medicatie, veelvuldige raadplegingen van deskundigen en meldingen bij de autoriteiten. Al deze factoren vormen met alleen een psychologische belasting voor de getroffen personen en hun omgeving, maar ook een financiele last voor de betrokken personen en de maatschappij.
Gezien de moeilijkheid om de bron van Lfg waarnemingen te identificeren of te veranderen, samen met de ernst van de klachten, suggereren eerdere studies dat psychologische interventies voor sommige mensen die Lfg ervaren de omgang en levenskwaliteit deels kunnen helpen verbeteren. Maar de onderliggende mechanismen en interacties, en associaties tussen klachten zijn nog niet helemaal duidelijk.
We weten nog steeds niet waarom sommige mensen meer last hebben van Lfg dan anderen. Systematisch onderzoek in medische, gedrags- en sociale wetenschappen zou belangrijk zijn, met gebruik van gestandaardiseerde en gevalideerde meetinstrumenten. Wij observeerden enkele verschillen met betrekking tot geslacht, leeftijd en opleiding, die deels ook in eerder onderzoek en enquetes werden aangetroffen. Het is echter niet duidelijk of Lfg groep in ons onderzoek wellicht vaker Lfg waarneemt, of zij vaker Lfggerelateerde klachten rapporteert, of dat zij eerder deelneemt aan onderzoek. We zagen dat deelnemers in de Lfg groep minder fulltime en meer parttime werkten, en dat meer deelnemers arbeidsongeschikt waren. Dit sluit aan bij de beschrijvingen dat getroffen personen moeilijkheden ervaren in hun werkomgeving. Aangezien vele factoren de beroepsstatus bepalen, zou verder onderzoek nodig zijn naar een mogelijk verband tussen beroepsstatus en Lfg. Hoewel de deelnemers in verschillende soorten beroepen werkten, zagen we dat de meesten in zorg en welzijn en in technische beroepen werkten. Het zou interessant zijn na te gaan of er een verband bestaat tussen het soort werk en Lfg (bijv. in van blootstelling, termen beroepsmatige werkgerelateerde stress of bewustzijn van het thema).
Wat de woonplaats van de deelnemers betreft, waren personen uit heel Nederland gerepresenteerd met een ongeveer gelijke verdeling over de Nederlandse provincies in alle groepen. Ondanks dat sommige onderzoeken andere resultaten of themieen vinden die verwachten dat Lfg klachten vaker voorkomen bij mensen die in rustige, landelijke gebieden wonen, vond ons onderzoek geen opmerkelijke verschillen tussen de groepen in verstedelijkingsgraad van woonplaatsen, noch in woningtype, noch in huishoudgrootte. Nader onderzoek naar bronnen en verwachtingen op woonlocaties en verstedelijkingsniveau zou nodig zijn. Ten slotte zagen we dat deelnemers van de Lfg groep minder jaren in hun huidige woning wonen in vergelijking met de vergelijkingsgroep, wat in lijn is met het gegeven dat een kwart van de deelnemers huisvestingsproblemen of het voornemen om te verhuizen rapporteert vanwege Lfg gerelateerde klachten. Verder onderzoek zou nuttig zijn om de frequentie en redenen van verhuizen in samenhang met Lfg waarnemingen te onderzoeken. Gezien het feit dat er nog veel onbekend is over Lfg en op basis van deze onderzoeksmethode moeten de resultaten van ons onderzoek echter voorzichtig worden geinterpreteerd. Bijvoorbeeld, een uitgebreide vragenlijst vergt tijd, motivatie, energie en interesse van de deelnemers.
Het kan zijn dat we antwoorden hebben gemist van personen die zich niet goed genoeg voelen om deel te nemen aan het onderzoek, maar ook van personen die geen tijd hadden om deel te nemen, of die in hun dagelijks leven weinig last hebben van Lfg. Ook richtte deze studie zich op alle personen die rapporteren Lfg te ervaren met beperkingen in het dagelijks leven, ongeacht een succesvolle meting van Lfg. Dit alles betekent dat we geen defmitieve oorzaak-gevolg conclusies kunnen trekken tussen waarnemingen en een Lfg geluidsbron. Ons onderzoek vormt daarom het uitgangspunt voor diverse verdere en meer experimentele onderzoeken.
SAMENVATTING: LAAGFREQUENT GELUID: ERVARINGEN VAN EEN GROTE GROEP MENSEN DIE LAAGFREQUENT GELUID WAARNEMEN
s
.
Voortzetting van het onderzoeksproject van de Rüsuniversiteit Groningen
Dit artikel geeft een samenvatting van de publicatie "Low-Frequency Noise: Experiences from a Low-Frequency Noise Perceiving Population", geschreven in het Engels en gepubliceerd in het "International Journal of Environmental Research and Public Health". Het volledige artikel is vrij toegankelijk en te downloaden onder:
-
\:111 !11·_ t-,. ir. -,h, ,•fl Ot1i"1:,hv' '-'"!'•' 1r••;•·.' 111 ,_ 1
�� ...
Na deze eerste publicatie onderzoeken wij momenteel enkele van de belangrijkste klachten genoemd door getroffen personen. Hiervoor analyseren wij de resultaten van systematische vragenlijsten die specifiek zijn ontwikkeld, gevalideerd en veelvuldig gebruikt in de klinische praktijk voor het meten van specifieke klachten. Deze klachten zijn slaapproblemen, vermoeidheid, cognitief functioneren, depressieve symptomen, dagelijkse stress en omgaan met stress. 1.odra deze tweede publicatie is afgerond, zal een soortgelijke samenvatting en link naar de resultaten worden verspreid.
https:/fwww.mdpi.com/166o-46o1/20/5h91Q
Het onderzoeksteam,
Naast de gegevens in het artikel is er een aanvullend bestand met alle resultaten van de antwoorden op de vragenlijst in tabellen en grafieken. Dit aanvullende bestand kan worden gedownload via de bovenstaande link onder: "Download" ➔ "Download Supplementary Material" De gedownloade bestanden bevatten twee documenten: 1) De originele vragenlijst 2) Tabellen en grafieken in het document: "ijerph2190268 Supplement 1 - Tables and Figures_Low-Frequency Noise - Experiences from a Low-Frequency Noise perceiving population".
Kristina Erdelyi, MSc. Dr. Anselm Fuermaier Dr. Lara Tucha Prof. dr. Oliver Tucha Dr. Janneke Koerts
Groningen, 30.03.2023
SAMENVATTING: LAAGFREQUENT GELUID: ERVARINGEN VAN EEN GROTE GROEP MENSEN DIE LAAGFREQUENT GELUID WAARNEMEN
Van: Correspondentie_lenW_DLCE Verzonden: maandag 8 mei 2023 09:30 Aan: Onderwerp: antwoord op vraag aan Rijksoverheid 503370
Geachte mevrouw , Op 17 april 2023 ontvingen wij uw brief met de publicatie 'Eerste onderzoeksresultaten laagfrequent getuid' van de Rijksuniversiteit Groningen. Hieronder vindt u onze reactie. Wij danken u hartelijk voor de toegestuurde informatie. Hoewel uw brief gericht is aan de Minister voor Klimaat en Energie, wordt deze beantwoord uit naam van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, vanuit diens verantwoordelijkheid voor de wet- en regelgeving ter bescherming tegen geluidhinder. Binnen het Onderzoeksprogramma Laagfrequent geluid werken we, samen met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, aan kennisontwikkeling op het gebied van laagfrequent geluid. Eind 2021 is het RIVM-rapport "Onderzoeksprogramma Laagfrequent Geluid (LFG): Stand van zaken en aanbevelingen voor vervolgonderzoek" uitgekomen en aan de Tweede Kamer gestuurd. De eerste onderzoeksresultaten van de Rijksuniversiteit Groningen bevestigen het beeld uit het rapport van het RIVM, dat klachten toegeschreven aan LFG divers zijn en dat soms ernstige gevolgen voor het dagelijks leven worden ervaren. Ook laat het onderzoek zien dat de bron tang niet altijd bekend is en dat genoemde vermoede bronnen zeer individueel zijn. Dit maakt het niet
eenvoudig om eventueel beleid vorm te geven dat gericht is op het tegengaan van LFG-gerelateerde klachten. Het RIVM werkt voor ons een onderzoekvoorstel uit om de aard en omvang van de problematiek van LFG aan de hand van klachten en meldingen beter in kaart te brengen. We zullen de door u gestuurde onderzoekresultaten delen met het RIVM, en zien graag de resultaten uit het vervolgonderzoek tegemoet. Wij zouden het op prijs stellen als u die ons te zijner tijd wilt sturen via dit mailadres correspondentie ienw dIce©nninienw.ni. Heeft u naar aanleiding van dit antwoord nog vragen, dan kunt u die mailen naar oubliek@minienw.nl.
it e contact ervaren? Geef uw mening, in siechts een minuut. Khk hier.
Vriendelijke groet, Directie Duurzame Leefomgeving en Circulaire Economie Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor jou is bestemd. Indien je niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan je is toegezonden, word je verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten.
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
RIVM De zorg van morgen begint vandaag
Netgeving Iaagfrequent geluid Er bestaat geen specifieke wet- en regelgeving voor Iaagfrequent geluid (LFG) in Nederland. Dat maakt het moeilijk om maatregelen op te leggen of of te dwingen, ook als de bron bekend is. Voor geluid in het algemeen (inclusief LFG) is in 1979 de Wet geluidhinder (Wgh) opgesteld. Deze wet moet de toename van blootstelling aan geluid beperken en is gericht op het geluidsniveau in dB(A). Voor het beoordelen van LFG bestaan slechts 2 richtlijnen: de richtlijn Laagfrequent geluid van de Nederlandse Stichting Geluidhinder en de Vercammen-curve. De rechterlijke macht gebruikt deze richtlijnen soms om een uitspraak te doen over (hinder door) bronnen van LFG.
ti
5INGENIEURS DIE ONDERZOEK DOEN NAAR LAAGFREQUENTGELUID (LFG) VINDEN DAT MEN NIET AGEWOGEN, MAAR LINIAIR MOET METEN EN ANALYSEREN, DAT DOET RECHT AAN DE HUIDIGE SITUATIE VOLGENS DE ORGANISATIE LAAGFREQUENTGELUID EN MET EXPERTISE OP DIT GEBIED. Men moet naar de optelsom van alle signalen en frequenties kijken, hetzij van een, hetzij van meerdere installaties. Het gaat niet om het signaal dat het meest dominant is, maar om de OPTELSOM. Schouwing van de installaties, de opstelling van de apparaten, verdere analyse van de bouwkundige constructie en beoordeling van de ingezette isolerende voorziening kan nodig zijn. Er schijnt inmiddels een dusdanige verscheidenheid aan onderzoeksresultaten naar reproduceerbare relaties tussen dosis en effect voorhanden te zijn dat (op grond van de gemiddelde ervaren luidheid van Iaagfrequentgeluid, afgekort LFg) aannemelijk mag worden gedacht dat LFg kan worden aangemerkt als oorzaak van objectieve hinder. Dit is door de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigd in de uitspraak 200509380/1 van 13 december 2006. Waar nodig kan in een milieuvergunning daarom rekening worden gehouden met laagfrequentgeluid. Meten naar LFg is en blijft een specialisme aldus ingenieurs werkzaam voor bekende Bureaus voor Akoestiek in Nederland (en al jarenlang werkzaam voor bedrijfsleven en ziekenhuizen.
)Zij hebben hierin een veel ervaring opgebouwd en verrichten niet alleen onderzoek, maar dragen ook de (bouwkundige)oplossingen aan of oplossingen voor problemen die met opstelling van installaties of kwaliteit te maken hebben. Het is een moeilijk onderwerp en een zaak van vertrouwen.
- Ref. Aresl2019)75273l- 08,02:'2019
EUROPESE COMMISSIE
DIRECTORAAT-GENERAAL ENERGIE Oirectorate D - Nuclear energy, safety and ITER D.A-ITER
Brussel, 8 February 2019
ENER.D.4/JPIOR(2019)s-689062
Geachte mevrouw , Hartelijk dank voor uw brief van 24 december 2018 geadresseerd aan de vicevoorzitter van de Europese Commis.c;ie, de heer Frans Timmermans. Uw brief en de bijlagen hadden de volle aandacht van de vicevoorzitter en zijn dienst heeft mij gevraagd U te beantwoorden. In het bijzonder is kennisgenomen van uw opmerkingen over de toekomstige ontwikkelingen van de Europese Unie. De aanstaande verkiezingen voor het Europese Parlement aan het einde van mei zijn voor U en aHe Europeanen een mogelijkheid om Uw stem te laten horen en om op een directe en democratische wijze b�j te dragen aan beslissingen over de toekomst van de Europese Unie. Ik wil in het bijzonder reageren op Uw opmerkingen over de ontwikkeling van fusie als een mogelijk nieuwe bron van energie. De Europese Unie verleent de belangrijkste bijdrage aan het JTER-project en huisvest het project dat. zoals U schrijft. een samenwerking van vele grote landen is. De Europese Commissie ondersteunt het ITER project volledig en neemt deel aan het bestuur van het project om zeker te stellen dat het succesvol wordt voltooid. U noemt in Uw brief ook laagfrequent geluid. De Europese Richtlijn 2002/49/EG inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (de Richtlijn Omgevingslawaai) is de belangrijkste Europese wetgeving betreffende niveaus van omgevingslawaai.
De Richtlijn vereist dat EU-lidstaten iedere 5 jaar geluidsbelastingkaarten en actieplannen bestemd voor de beheersing van lawaai-uitstoot en lawaai-effecten maakt en publiceert en de overheid van de lidstaten is verplicht om de bevolking te raadplegen. Daarom, terwijl de Commissie wel een gezamenlijke methodologie heeft opgezet, is het aan de lidstaten om specifieke acties te nemen. U kunt daarom nadere informatie verkrijgen door contact op te nemen met de Nederlandse overheid. Met vriendelijke groet, (elektronisl-h getekend)
Jan Panck Afdelingshoofd
Europese Commissie, 1049 Brussel BELGIË· Tel. +32 22991111
Kamer: DM24 02/086 - Tel. doon<iesnummer +32 229 69955
7 Telefonische reactie op onderstaande brief van de Gezondheidsraad: VERZOEK AFGEWEZEN, de Overheid moet voor een dergelijk onderzoek zelf eerst opdracht geven aan de gezondheidsraad, uit eigener beweging kan de Gezondheidsraad een dergelijk onderzoek niet starten. BRIEF aan Professor dr. W.A.van Gool, voorzitter Gezondheidsraad Postbus 16052 2500 BB DEN HAAG 9 december 2014
Zeergeachte professor; In bijiage A treft u een uitwisseling aan van gegevens tussen uw Raad en bestuur van de stichting Laagfrequentgeluid. De uiteindelijk vraag"of de Gezondheidsraad na 1992 nog advies heeft uitgebracht over laagfrequentgeluid (LFg)"werd met nee beantwoord. lk betreur dit ten zeerste en velen met mij. Gehinderden c.q. zich noemend slachtoffers van LFg pleiten voor scherpe wet-en regelgeving, wat tot dusver verhinderd wordt doordat Kabinet en Parlement aannemen dat LFg moeilijk in normering te vatten zou zijn. Dit wordt tegengesproken. Ook zou LFg niet te herleiden zijn tot een bepaalde bron, beide argumenten vechten gehinderden aan. Via metingen is de bron vast te stellen, de Gezondheidsraad zou het onderzoek van 1992 kunnen voortzetten en uitbreiden. Veroorzakers stellen: Er zijn geen wettelijke kaders voor laagfrequentgeluid, we overschrijden de wettelijke norm dus niet. Inderdaad Wet-en Regelgeving Lfg is er nog steeds niet en we leven nu in het jaar 2014 en niet in 1992, zolang duurt de worsteling al. Allerlei installaties, boringen, windmolens, windturbines, vliegvelden, warmwaterpompen, mechanische ventilatiesystemen, de veroorzakers zijn velerlei.
Woongebouwen met leidingen buizenwerk slecht gelsoleerd of verkeerd(star)aangebracht en/of uit het zich getimmerd, het huidig bouwbesluit is evenzeer sterk achterhaald vooral met oog op de energie-transitie! Sommige klagers hebben geluk als zij na 5 jaar geworstel uiteindelijk de gemeente naast zich vinden (na zeif heel veel geld uitgegeven te hebben aan deskundigenrapporten).Ook dan is het weer afwachten. Al jarenlang worden burgers op gebied van ernstige hinder door LFg aan hun lot overgelaten, er zijn er duizenden die qua gezondheid opmerkelijke schade ondervinden. Er Iigt hier een ernstige taak m.b.t.milieu en leefomgeving voor uw Raad. Met hen vertrouw vertrouwen wij als bestuur dat uw Raad als onafhankelijke organisatie het als een oprechte plicht naar de burger opvat en de kwestie zou willen onderzoeken uitmondend in een advies aan Kabinet en Parlement. Althans minstens een verzoek zal richten aan Kabinet N.B. LAAGFREQUENTGELUID HEEFT EEN GROFSTOFFELIJKE FREQUENTIE en mensen die op een andere frequentie staan — zo wordt verondersteld door wetenschapperskunnen daar ernstige last van hebben.
d stichting ) LAAGFREQUENTGELUID
www.laagfrequentgeluid.nI
0.
December 2018
Beste Deelnemer aan de Klimaattafel, Met belangstelling volgen we jullie activiteiten in het kader van het Klimaatoverleg, zowel Iandelijk, als internationaal. Wij steunen jullie inzet ten aanzien van het terugdringen van de CO2 emissie en het bevorderen van duurzaamheid en Ieefbaarheid in onze samenleving. Als Stichting Laagfrequent geluid maken we ons echter ook grote zorgen vanwege het ontbreken van het milieu aspect '(Iaagfrequent) geluid' op de Klimaatagenda. Daardoor komen schadelijke gevolgen van voorgestelde maatregelen aan de Klimaattafels niet in beeld, met grote gevolgen voor het milieu, de gezondheid en leefbaarheid van een sterk groeiend deel van de bevolking. In het onlangs verschenen RIVM rapport "Inventarisatie Verstoringen" (IV-7)* wordt gesteld dat ruim 8% van de bevolking (ruim 1,3 miljoen mensen in Nederland) enige hinder, en 2% van de bevolking (ruim 340.000 mensen) ernstige hinder van Iaagfrequent geluid (LFg) ervaart. Hinder die zich vertaalt in Iichamelijke en psychische gezondheidsschade en sociaal-maatschappelijke uitval. Naast het rapport "Inventarisatie Verstoringen" (IV-7), heeft het RIVM onlangs ook een specifiek LFg-rapport gepubliceerd**. Ook hierin wordt een toename van het aantal klachten gemeld en aangegeven dat door toekomstige ontwikkelingen Iaag frequent geluid mogelijk toeneemt.
Te denken valt, volgens het RIVM, aan een toenemend gebruik van mechanische ventilatie, warmtepompen en koeling systemen vanwege klimaatverandering en de energie transitie. Het RIVM raadt daarom aan deze ontwikkelingen nauwlettend in de gaten te houden en roept de overheid op de problematiek serieus te nemen en beleid te ontwikkelen. In de praktijk zien we deze hinder en gezondheidsschade al op grote schaal plaatsvinden. Groene stroom toepassingen zoals windturbines, warmtepompen, elektrische auto's, alle goed bedoelde ontwikkelingen voor het klimaat, hebben een funeste uitwerking op de gezondheid van de mens vanwege het Iaagfrequente geluid en / of elektro-magnetische velden. Hinder die bewust wordt waargenomen door een deel van de bevolking, maar uiteindelijk ons allemaal raakt. De plaatsing van grote aantallen windturbines / windparken zorgt nu al voor ernstige slaapverstoring van omwonenden met alle gevolgen voor de gezondheid en het sociaal-maatschappelijk functioneren van dien. Experts geven tevens aan dat door de blootstelling aan (Iaagfrequent) geluid van windturbines, omwonenden tot 6 keer toe meer kans hebben op hartfalen (cardioloog Marc Goethals, Dr. Mariana Alves Pereira, huisarts Sylvia van Manen, hartchirurg Prof. Dr.med. Christian-Friedrich Vahl). Ook op zee zorgen windturbineparken voor een acuut herrieprobleem met grote gevolgen voor natuur en milieu.
Volgens de NPO-documentaire "Herrie onder water, een stille ramp in zee" verstoort het de communicatie en echolocatie van zeedieren. Daarnaast kunnen vissen en zeezoogdieren doof worden en zelfs overlijden aan de gevolgen van lawaai (https://npofocus.nliartike1 /7789/herrie-onder-water-een-stille-ramp-in-zee).
info@laagfrequentgeluid.nl
Kvk: 57179093
IBAN: NL62 TRIO 0781 4011 43
9 ) ) ls_tAAEQUENTGELUID lchIF1
www.laagfrequentgeluid.nt
Aan: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat t.a.v. Staatssecretaris S. van Veldhoven Postbus 20901 2500 EX Den Haag
Saaksum, 15 januari 2019
Geachte mevrouw van Veldhoven, Middels deze brief wil ik graag uw aandacht vragen voor de gezondheidsproblematiek als gevoig van blootstelling aan Iaagfrequent geluid (LFg). Deze problematiek neemt, door de gestage groei van industrie, technologie en verkeer, sterk toe. Dit leidt bij een groeiende groep mensen tot hinder, met vaak ernstige gevolgen voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid en het sociaal-maatschappelijk functioneren van dien. BESCHRIJVING
Mensen die LFg waarnemen, melden een scala aan medische en lichamelijke klachten (slaapproblemen, vermoeidheid, hoofdpijn, benauwdheid, druk op de borst, druk op de oren, hartkloppingen, een gevoel van trillingen in het lichaam). Daardoor heeft deze groep een grotere kans op psychische klachten (stress, burn-out, depressie) en sociaal-maatschappelijke problemen (isolement, relatieproblemen, huisvestingsproblemen en arbeidsongeschiktheid). Een deel van de waarnemers ervaart zodanige hinder dat men het leven als ondraaglijk betitelt. Het RIVM stelt al in 2009, naar aanleiding van LFg-klachten uit West-Groningen: "tilt het vooronderzoek komt duidelijk naar voren dat de gerapporteerde klachten (fysiek en mentaal) door bewoners ernstig van aard zijn en een grote invloed hebben op de kwaliteit van leven van de betrokkenen." Het aantal meldingen dat bij onze Stichting binnen komt, is de Iaatste jaren explosief gestegen. Ook het RIVM heeft in recent onderzoek aangetoond dat maar liefst 8,1% van de bevolking ten minste enige hinder, en 2,2% ernstige hinder ondervindt van LFg. Dat komt overeen met 1,3 miijoen, respectievelijk 340.000 mensen in Nederland. Het RIVM concludeert dan ook "dot de gevonden hinderpercentages een indicatie geven dat blootstelling aan LFg een probleem is dot niet onderschat mag worden.
De omvang van het probleem vormt een signaal voor de overheid om deze overlast in beleid mee te wegen."Tevens geeft het RIVM aan dat "door toekomstige ontwikkelingen het mogelijk is dat laag frequent geluid toeneemt. Te denken volt aan een toenemend gebruik van mechanische ventilatie, warmtepompen en koeling systemen vanwege klimaatverandering en de energie transitie. Het RIVM raadt daarom aan deze ontwikkelingen nauwlettend in de gaten te houden". Internationaal onderzoek toont daarnaast aan dat gezondheidsschade niet is voorbehouden aan hen die LFg bewust waarnemen. Langdurige blootstelling aan een hoog LFg-niveau kan namelijk bij ieder mens leiden tot verharding van weefsel, disfunctie van organen, dna beschadiging en een groter risico op hartfalen. Daarmee is de materie een ernstig gezondheidsrisico voor geheel de mensheid en samenleving.
info@laagfrequentgeluid.nl
Kvk: 57179093
IBAN: N162 TRIO 0781 4011 43
Naast het lokale / regionale 'conventionele' LFg van akoestische oorsprong (als gevolg van bijvoorbeeld pompen, ventilatoren, motoren en compressoren), ontwikkelt zich de laatste jaren een ander fenomeen, te weten 'LFg+'. Steeds meer mensen melden een bromtoon en trilling vrijwel overal en altijd waar te nemen. Het vermoeden bestaat dat elektro-magnetische velden (EMv) hierbij een rol spelen. Deze kunnen zich in het binnenoor omzetten tot hoorbaar geluid en wellicht het neurologisch systeem beInvloeden. Deze impact op de mens is bijzonder heftig, alsof men aangesloten is op het elektriciteitsnet, doordringend, invasief en verzengend. De gevolgen voor de gezondheid van dit `LFg+' zijn bijzonder ernstig te noemen omdat er geen moment of plek is om er vrij van te zijn en te herstellen. Voor veel mensen is dit leven ondraaglijk en uitzichtloos. PROBLEMEN Ondanks de grote aantallen gehinderden, gezondheidsschade en sociaal-maatschappelijke uitval, krijgt de LFg-problematiek niet de erkenning, aandacht en aanpak krijgt die het verdient. Onzichtbaarheid is den oorzaak, mensen durven zich niet te melden uit angst voor gek te worden versieten. Daarnaast ontbreekt het bij veel instanties aan informatie en kennis. Huisartsen weten bijvoorbeeld weinig over de materie. Ook bestaat er geen adequate wet- en regelgeving op dit gebied, waardoor de overheid niet goed kan handhaven.
Tenslotte is onderzoek op LFg gebied schaars waardoor gericht beleid niet van de grond komt. Daarbij is het lastig dat niemand bij de overheid 'probleemeigenaar' is. Het onderwerp LFg valt onder diverse ministeries: Infrastructuur en Waterstaat (LFg van infrastructurele werken, Omgevingswet), Binnenlandse Zaken (Bouwvergunning), Economische Zaken (LFg als gevolg van de gasindustrie) en Volksgezondheid (Medische aspecten). In ons gesprek met l&W onlangs kwam dan ook naar voren dat kennis vooraisnog grotendeels ontbreekt en dat een ronde tafelgesprek met alle betrokken ministeries en instanties (Gezondheidsraad, RIVM, GGD) van groot belang is om beleid en onderzoek te coordineren en de snel groeiende problematiek het hoofd te kunnen bieden. In onze ogen zouden, gezien de grote impact van LFg op de gezondheid, het Ministerie van l&W en het Ministerie van Volksgezondheid daar samen een centrale rol in moeten spelen. OPLOSSINGEN Volgende actie- en speerpunten zijn daarbij van belang: •
Onderzoek
Breed wetenschappelijk onderzoek is nodig naar de relatie tussen de emissie van LFg / EMv enerzijds, en de biofysische perceptie (lichamelijke waarneming) door, en lichamelijke gevolgen voor de mens anderzijds. Aileen als we deze relatie begrijpen, kunnen we ook gerichte oplossingen zoeken, hetzij natuurkundig, aan de emissie kant, hetzij medisch, aan de biofysische kant. Daarbij is samenwerking van alle betrokken disciplines, zoals k.n.o., neurologie, cardiologie, biofysica en gehinderden noodzakelijk. De materie is ingewikkeld en behoeft de inbreng van alle betrokkenen. • Kenniscentrum Om wetenschappelijk onderzoek en andere relevante zaken goed te kunnen borgen, pleit Stichting Laagfrequent geluid voor een, liefst door de Rijksoverheid genitieerd Kenniscentrum op LFg gebied. Nu is kennis en de aanpak vaak versnipperd over diverse instanties, experts en overheidslagen en dat komt het inzicht en de aanpak niet ten goede. Een voorbeeld zou genomen kunnen worden aan het Kennisplatform EMv (https://www.kennisplatform.n1/), waarin de Gezondheidsraad een adviserende rol speelt.
info@laagfrequentgeluid.n1
Kvk: 57179093
IBAN: NL62 TRIO 0781 4011 43
• Onafhankelijk meldpunt Als vrijwilligersorganisatie doen we ons best meldingen te verzamelen en te rubriceren (zie onze jaar rapportage 2017 / bijlage onderaan*), maar het is belangrijk dat er een centraal en onafhankelijk meldpunt komt. Nu is het beeld te versnipperd en de barrière om te melden bij bijvoorbeeld de GGD groot. Daardoor wordt de ernst en aard van de problematiek niet inzichtelijk. Het voordeel van een centraal meldpunt is tevens dat een populatie voor onderzoek voorhanden is. • Documentatie Er is een grote behoefte in het land aan een bibliotheek waarin alle relevante informatie en onder zoeken op LFg-gebied te raadplegen is. Nu is documentatie sterk versnipperd of niet toegankelijk en daardoor ontbreekt het mensen aan houvast en kennis. • Taskforce Naast langdurige activiteiten als Kenniscentrum, Onderzoek, Meldpunt en Documentatie vinden we het belangrijk dat een Taskforce zich bezighoudt met de dagelijkse problematiek. De impact van LFg op de lichamelijke gezondheid en het sociaal-maatschappelijk functioneren is groot terwijl de gehinderde nergens terecht kan. De Task Force kan metingen uitvoeren en instantie en slachtoffer informeren en bijstaan met haar kennis en ervaring. Het slachtoffer kan op zijn / haar beurt zijn / haar ervaring en kennis delen. SLOT Er is haast bij de aanpak van de problematiek.