CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsadres impact windturbines op kwetsbare diersoorten zoekgebied 3 en 2A

RAAD 1 april 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsadressen van de Natuurvereniging de Ruige Hof, de Amsterdamse Golf Club, de woordvoerder van Geen windmolens in Landsmeer, de Stichting De Hoge Dijk, Golfclub De Hoge Dijk, Golfclub Olympus, een aantal artsen en een aantal burgers inzake de gewijzigde zoekgebieden voor windmolens en de gevolgen voor flora en fauna en gezondheid.13.510 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In het betreffende rapport wordt een zo actueel en volledig mogelijk overzicht gegeven van de relatieve kwetsbaarheid van vogels,vleermuizen,zeezoogdieren en vissen in relatie tot de impact van windturbines, hoogspanningslijnen, waterkrachtcentrales en zonnepaneelvelden. Het Wageningen Environmental Research Instituut komt tot de volgende conclusie rondom windturbines: "Aanvaringen en habitatverlies zijn de belangrijkste effecten die windparken op vogels kunnen hebben. Aanvaringen met windturbines kunnen een bedreiging vormen voor de gunstige staat van instandhouding van populaties van vogels, met potentieel belangrijke, negatieve cumulatieve effecten door aanvaringen in verschillende windparken in een regio of land. Onder de kwetsbaarste broedvogelsoorten op land voor sterfte door aanvaringen met windturbines vallen vooral havikachtigen, maar ook uilen, valkachtigen en reigers. Voor de niet-broedvogelsoorten komt er een vergelijkbaar patroon uit, maar hier domineren roofvogels nog meer.

Daarmee komt onze analyse, gericht op het identificeren van de kwetsbaarste soorten middels hun Rode Lijst-status en aanvaringsgevoeligheid, in grote lijnen overeen met wat in de internationale literatuur naar voren komt (Thaxter et al., 2017)." In het rapport wordt geconstateerd dat veruit de belangrijkste maatregel om vogelslachtoffers te voorkomen, een goede locatiekeuze van de turbines is, zodanig dat slachtoffers maximaal vermeden worden. Het gaatdan om het vermijden van gevoelige locaties, d.w.z. die plekken die vaak gebruikt worden door kwetsbare soorten, waarbij het aantal kruisingen op rotorhoogte de cruciale maat is die de kans op aanvaringen bepaalt. Een recent onderzoek van het Wageningen Environmental Research Instituut door Peter Schippers et al. (maart 2020)14 is overigens nog zorgwekkender. De gevolgen voor de vogelpopulaties op langere termijn blijken aanzienlijk groter dan gedacht. Sommige populaties zoals lepelaars en grutto's kunnen binnen 10 jaar tot de helft afnemen.

De grenswaarden die op dit moment gebruikt worden voor aanvaardbare vogelsterfte door windturbines, onderschatten het langetermijneffect: "Our results indicate that methods to estimate allowable mortality resulting from wind turbine collisions currently used in several northwest European countries may severely underestimate population losses in vulnerable bird populations." Het is de gemeenteraad aan te raden kennis te nemen van de relevante hoofdstukken (over windturbines) in het rapport van het Wageningen Environmental Research Instituut (Buij et al.) van mei 2018 alsmede het onderzoek van het Wageningen Environmental Research Instituut (Peter Schippers et al.) van maart 2020.

14

https://onlinelibrary.wilev.comidoi/epdf/10.1002/ece3.6360

Meer over de effecten van windturbines (op land) or vogelpopulaties Windenergieprojecten hebben een groot scala aan mogelijke effecten op verspreiding, mortaliteit, populatiegrootte en gedrag van vogelpopulaties van daarvoor gevoelige soorten. Aanvaringen, verplaatsing, barrière-effecten, ha bitatverandering en ha bitatverlies zijn geïdentificeerd als de belangrijkste effecten die windturbines op vogels kunnen hebben.16 Een selecte groep van soorten komt regelmatig in aanraking met windturbines op land, met voorsommige soorten frequente sterfte tot gevolg. De risico's van windturbines voorvogels zijn als volgt samen te vatten (Madders &Whitfield 2006, May 2015): Aanvaringen spreken voor zich, daarbij treedt vaak directe sterfte op of verminking. Onder verstoring 1_ VERS I °RING 2_ III I- WIJKING wordt verstaan alle effecten die voortkomen uit de fysieke aanwezigheid van windturbines. Hieronder 3. vERmumNo vatten we de effecten van deze factoren samen. 2. AANVARING Verplaatsing is de meest radicale vorm van verstoring, welke inhoudt dat vogels hun lokale broed-, rui-, rust-, of foerageeractiviteiten verplaatsen naar een locatie buiten de invloedssfeer van windturbines (effectief ha bitatverlies). Uitwijking bestaat uit reactieve manoeuvres omwindturbines, maar niet de directe omgeving ervan, uit de weg te gaan.

Vermijding bestaat uit voorbedachte bewegingen die windturbines vermijden tijdens bewegingen (trek, slaaptrek, foerageerbewegingen) in de omgeving van windturbines.16 I .VERPLAATSING

Soorten die in Nederland een relatief hoog aanvaringsrisico hebben zijn roofvogels (kiekendieven, zeearend, valken, buizerd), uilen, meeuwen en sterns, reigers en steltlopers (Buij et al. 2018). Dit zijn vooral soorten die vaak relatief langzaam manoeuvreren, een groot lichaamsoppervlak hebben, lage reproductie en lokaa I voorkomen en door een combinatie van deze factoren kwetsbaar zijn. Veel van deze soorten hebben een blinde vlek in hun gezichtsveld omdat ze vaak alleen naar beneden of opzij kijken en zelden naar boven, waarturbinebladen zich bevinden. Ook horen veel soorten de windturbines niet, waardoor mortaliteit optreedt. Een ander kenmerk van deze soorten is dat velen lang leven en lange afstanden afleggen, waardoor hun kwetsbaarheid alleen maar groter wordt. Een klein aantal sterfgevallen door aanvaringen met turbines kan al een sterk negatief effect hebben op kwetsbare roofvogelpopulaties (Martinez-Abrain eta). 2012). Bij niet-roofvogels zijn vooral nacht actieve en snel vliegende soorten relatiefvaakslachtofferen va a kd ra a it het, net a Is bij roofvogels, om grote, slecht wendba re soorten. Soorten met een groot territorium (vaak ook fysiek grote soorten) zijn gevoeliger dan soorten met een klein territorium omdat deze hoger vliegen om verschillende delen van het territorium te bezoeken (Cue et al.

2013).17 Wij hebben ten aanzienvan de in de relevante deelgebieden aangetroffen diersoorten -op hoofdlijnen - in kaartgebracht wat de reden is voorde`gevoeligheid'van deze dieren. Deze gevoeligheid hebben wij gebaseerd op de bevindingen en conclusiesuit (i) het eerderaangehaalde onderzoeksrapportvan het Wageningen Environmental Research Instituut uit 2018 (waarin de effecten uitvoerig beschreven staan) in combinatie met (ii) het Sovon-rapport 2021/09 (waarover hieronder meer) en (iii) de risico aanduidingen van de effectenindicator Natura 2000 (waarover hieronder meer). Bij de aanduidingen 'zeer gevoelig', gevoeligYlicht gevoelig' en 'neutraal' in onderstaand overzicht wordt het volgende bedoeld: • • • •

Zeer gevoelig: (soort)afname is bekend en er is effect op broed- en niet broedvogels Gevoelig: er is effect op broed en niet broedvogels Licht gevoelig: ens versnipperingseffect Neutraal: er zijn enkele dodelijke aanvaringen geweest zonder verdere algemene effecten

"Kwetsbare soorten voor energie-infrastructuur in Nederland", rapport Wageningen University & Research. (mei 2018). 16 Sovon rapport 2019/89, zie: https://www.shertogenbosch.n1/fileadmin/Website/Actueel/Projecten/duurzamepolder/rap_2019-89_beerse-overlaatwindturbines.pdf. 17 Zie Sovon rapport 2019/89. 15

. 733333..33

70373313 ,

tat3r.13,

,1/3031

732336214 ~3 ...a 302a33~ ..1~119 "NW 7.1,344 ,03+0233 1.233,3633 Oshek a..... 163033,10162 T62303.63132M60.1 Vtipag0mo 6,13.1, 136.4 33033ne 113er1331133. T.3, 0332 Vg3•01 Wqmr.irm 1.43-21& Coca, 61030.3e11,123 7.3.~.30 en Vrek<3 1,33,13,3. I 3 3 1 1 3

11.3133/3t30-231. r3r33613-31133 2,33 11.3.3,331 13333.3 31,31

/10.31,13.11333

v,3333. 1313.3r3333331.r.433 rleogél 3.0331331,3 6133333,.645

10

12

13

10

1:

23 1

19

73

15

11

10

77

10

25

1

17

1

1

Etater ibut 433.3.61,3 Gra.33343-2 Gerenli, ructelrantes3eckl 113.3,oni.t 1.33. 2/.31.-Erret 331n333, 3333.7a 7,33333 339313. Mewl. Mrel 26,3ga, 11,31,333 »Wm. s.rp, 31,33.,3 503303. 1T3417 Vlawn336.6,3 Vaterl..63 .33,31,13, 1,3.12e en, 13,1313,3Ne 1.3.33a1 Vvensee..., 7.3rtelmi 03,133.3 143314* 2.33113.34,0. Send., H6.1 213,1 31.3313. 33.33.3r3un nab. Saae: Takkerd itada, 63,0. 11.e matd.tieeln* 7.360,36.1.3, 3.nro333.133+4,ern3, W313331333ro, 11rdlelad

11

7

11

7

5' 3

5

6

Gebied ring A10 Noord (Ecozone, Tuinparken, De Breek en Buitenring) en Noorder Dplas

6

13.

Sovon Vogel Onderzoek Nederland (rapport 2021/09)

Wij veronderstellen de gemeenteraad bekend met het rapport van Sovon Vogelonderzoek Nederland 2021/09.18 Sovon heeft in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit begin 2021 een onderzoeksrapport opgeleverd genaamd 'Achtergronddocument windenergie gevoeligheidskaart vogels'. Sovon heeft de meest recente gegevens over de verspreiding, aantallen en vliegbewegingen van vogels op landelijk niveau in kaart gebracht om in beeld te brengen waar de gevoelige (vogel) soorten in grotere concentraties voorkomen. Deze informatie geeft een ruimtelijke gedifferentieerd beeld van de (relatieve) gevoeligheidsrisico's van windturbines op verschillende soorten vogels. In het Sovon-rapport staan, onder andere, up-to-date landelijke gevoeligheidskaarten en tabellen met kwetsbaarheidsscores van vogelsoorten in relatie tot windturbines. Kwetsbaarheidsscores (pag. 10 e.v. Sovon-rapport) De kwetsbaarheidsscore is bepaald door de risicoscore (= maat voor gevoeligheid voor aanvaring en verstoring) op te tellen bij de score voor de mate van bedreiging van de soort waarbij de risicoscore dubbel meetelt. De uiteindelijke scores variëren tussen 0 en 11 (2*3 als maxima le gevoeligheid + maximaal 5 punten voor status). Wij laten hieronder alleen de hoogste kwetsbaarheidsscores zien: Tabel broedvogels Tabel 2.5a.

Broedvogels met hun kwetsbaarheidsscore (gerangschikt op score van hoog naar laag), aanvullend wordt voor de mate van bedreiging, aanvaringsrisico en verstoringsrisico middels een kleurcode een indicatie gegeven hoe zwaar deze factor voor de soort meeweegt bij de bepaling van de kwetsbaarheidsscore (rood = zwaar via oranje en geel tot wit = niet/weinig)

j *:" W Soortnaam

t21

C 0

g

>98

Visdief

10

Wespendief

Zwarte Stern

10

Zees rend

Blauwe Kiekendief

9

Zilvermeeuw

8

Bruine Kiekendief

9

Blauwe Reiger

7

Rode Wouw

9

Draaihals

7

Scholekster

9

Grauwe Kiekendief

7

8

Wulp

9

Kokmeeuw

7

Buizerd

8

Nachtzwaluw

7

Dwerg stern

8

Ooievaar

7

Gierzwaluw

8

Ransuil

7

Grote Stern

8

Stechtvalk

7

Stormmeeuw

Grutto

a

Kievit

8

Tureluur

7 7

Kleine Mantelmeeuw

8

Zwarte Wouw

7

Noordse Stern

Zwartkopmeeuw

7

Steppekiekendief

8

Bontbekplevier

6

Strandplevier

8

Boomvalk

6

Torenvalk

8

Dwergmeeuw

6

Geelpootmeeuw

6

Grauwe Gors

6

Velduil Visarend

«2

Soortnaam

8

18 Sierdsema H., Foppen R., van Els P., Kampichler C. & Stahl]. 2021. Achtergronddocument windenergie

gevoeligheidskaart vogels. Sovon-rapport 2021/09. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. Zie: https://www.sovon.nl/sites/default/files/doc/rap 2021-09 windenergie-cievoeligheidskaart.pdf

Tabel niet-broedvogels Tabel 2.5b. Niet-Broedvogels met hun kwetsbaarheidsscore (gerangschikt op store van hoog naar laag), aanvullend wordt voor de mate van bedreiging, aanvaringsrisico en verstoringsrisico middels een kleurcode een indicatie gegeven hoe zwaar deze factor voor de soort meeweegt bij de bepaling van de kwetsbaarheidsscore (rood = zwaar via oranje en geel tot wit = niet/weinig) 100

CC

a.4. J.. 32

„, 1-1

.g

9C M 0

ee

2

2 Soortnaam

• '1g

Kleine Zwaan

II

Reuzenstern

7

Blauwe Kiekendief

9

7

Dwerggans Goudplevier

9 9

Slechtvalk Visarend

Scholekster

9 9

Boomvalk Gierzwaluw

9

Grauwe Gors

Bruine Kiekendief

9 8

Havik

Buizerd

8

Dwergstern Kleine Mantelmeeuw

8

Kokmeeuw Paarse Strandloper

8

Pontische Meeuw

Kraanvogel

8 8

Ransuil

6

Regenwulp

Soortnaam

Velduil Visdief Zwarte Stern

g2

g."2

Grauwe Kiekendief

6 6

8

Rosse Grutto Smient

6

Steenloper Stormmeeuw

6

Wulp Zwarte Wouw

6 6

Zeearend Zilvermeeuw

8 8

Zwartbuikrotgans

8

Grote Stern

7

Ooievaar

7

8

•

o

6 6

8 8 8

2 11 g]

6

Rode Wouw Torenvalk Wespendief

g l0

6 6

Noordse Stern Ruigpootbuizerd

on

7 6

Bontbekplevier

6 6

Lachstern

C C

6

Blauwe Reiger Bonte Strandloper Grote Zitverrelger Grutto

Een greep uit de vogels die zich in en rondom zoekgebied 3 en 2A bevinden én hoge kw etsbaarheidsscores hebben, zijn: visdief, grutto, buizerd, torenvalk, wespendief, blauwe reiger, ransuil en tureluur. Dit la a t ten aanzien van zoekgebieden 3 en 2A de volgende totaalscore zien:19 Tabel Ring A10 Noord Aantal van Aanwezig Effect Windturbine

. 4 8 9 10 11 12 13 14 16 18 19 Eindtotaal 3

3

Aalscholver

5

5

Blauwe reiger

2

Buizerd Fuut

2 3

3

1

Gierzwal uw Kleine zilverreiger

2

2

Houtsnip

1

1

1

Koekoek 2

Kokmeeuw

3

Ransuil Sperwer

2 3 3

3 1

Wespendief

1 5

5

Wilde eend

1

1

Zilvermeeuw

1

- Scholekster

1

Visdief Eindtotaal

1

1

Kleine mantelmeeuw 5 33

2

5

5

6

I

4

1

1

1

1

36

19 Totaalscore = kwetsbaarheidsscore broedvogel + kwetsbaarheidsscore niet-broedvogel (op basis van het Sovon-rapport 2021/09).

Tabel Noorder Dplas Aantal van Aanwezig Effect Windturbine

4 9 11 12 13 16 18 19 Eindtotaal

Blauwe reiger

1

1

Buizerd

1

Fuut

1

Koekoek

1

Sperwer

1 1 1 1

1

Wildeeend

1

1

Bergeend

1

1

Ekintbekplevier

1

1

Havik

1

1

Kievit

1

Kleine plevier

1

1

1 1

Kluut

1

Scholekster

1

1

Tafeleend

1

1

Torenvalk

1

Tureluur

1

1

1

Visdief Elndtotaal

5 2

1

4

1

2

1

1

1

1

17

Aanwezigheid trekvogels Trekvogels zijn, als gezegd, ookbijzondergevoelig voorwindturbines. Uit hetSovon-rapport 2021/09 volgt dat erveel trekvogels in de regio (Amsterdam Noord en omstreken) zitten. In het najaarzelfs meerdan in het voorjaar. Gevoeligheidskaarten (nag. 22 e.v. Sovon rapport) Sovon heeft hiernaast ook een aantal gevoeligheidskaarten opgesteld. Dit gaat om een groot aantal kaarten die onderverdeeld zijn in categorieën: broedvogel/niet-broedvogel gebonden aan open water/niet-gebonden aan open water. etc. Mono pi wk. • roowe • irk III 0 .%-• (:) Ir

o

.•

0 '.•

)

•.

Irtr Ir

r • r--r)..”

0

o 0 • • 0

•

On-- •

Flguur 3.9. Aantal waargenomen trekvogels per teluur per trektelpost in de pe. Tiede 2010 2020. Aileen telposten met tenminste 50 teltuen In het veer. nafaar uijn opgenomen In de kaart.

of

Landelijk en regionaal kan het volgende beeld worden laten gezien volgens Sovon:

Onvoldoende informatie

,4

Sovon

rigour 4.5. Gecomblneer de gemeligheirlatoott latoedvogels .nlet.broechogels op bolls von brIongrijke vw. smeldingsgebreden en, vIlegbevvegtogen. Cuermledlef kaortbeeld toot die vogelmoeten zit de soortemnotaix. gelrogen net de Awetsbootheldsseore. Relation. Khoo! ran 1 (wreltrls Mho voor danweziyheid yew:write soar. ten; tot ICKI lboeg Halm woe ocemeelgatid gemelige soorten).

Het kaarlbeeld welt in kiezen hel relatiere verschil weer lessen gebieden van de kans dal windturbines een negahef effect zullen hebben zowel breed- Ws Mot-lareedvajelpopubLes In reedtinten de gebieden met de boagsle kans, in Nam en wit de gebieden met de laagsle kans Griize belminig topografie. Voor nadere Litleg van de interpretabe Cede beperkingen van deze kaarUmelden zie Soren-rapport 2021109. Versie 2021_ Copyright Sewed Vagelooderzcek Nederland en PdMitede van INV

In algemene zin geeft bovenstaande`gecombineerde'kaart(figuur links) een goed beeld van het feit dat het aantal gevoelige broed en niet-broedvogels in deze regio relatief hoog is. Het betreft een overwegend 'oranje-rood' gekleurd gebied. Op de regionale kaart (figuur rechts)- die een betere weergave geeft van de regio Amsterdam is een overwegend 'oranje-rood' gekleurd gebied te zien wat betreft de te verwachten negatieve effecte n .2° Verderecologisch (veld)onderzoek nodig Om daadwerkelijk te weten of de plaatsing van windturbines bepaalde vogels negatief beïnvloedt, is nader onderzoek per soort nodig. Dan pas kan worden vastgesteld of de verwachte kwetsbare vogelsoorten daadwerkelijk nadelige gevolgen zullen ervaren van beoogde windturbines. De kaarten geven een indicatie. Verder ecologisch (veld)onderzoek is derhalve nog nodig. In de PlanMERWindvisie Amsterdam 2012 werd de noodzaak van het doen van (veldonderzoekook al onder de aandacht gebracht:21 "In dit MER is onderzoek naar de kansrijkheid van de locaties voor wat betreft het milieuthema natuur & ecologie uitgevoerd op basis van literatuurstudies en aanwezige databases. In de vervolgfase zal met behulp van veldonderzoek de huidige situatie in relatie tot vogels en vleermuizen meer exact in beeld moeten worden gebracht.

Dit geldt in ieder geval voor de slechtvalk, de kerkuil, de gekraagde roodstaart, de ruige dwergvleermuis en de rosse vleermuis. In de vervolgfase moet verder aandacht worden bestI.ed aan onderwatergeluid en effecten van de aanleg van benodigde infrastruf:tuur."

20 Zie: https://www.sovon.nlini/publicaties/achtergronddocument-windenergie-gevoeligheidskaart-vogels 21 PlanMER Windvisie Amsterdam 2012, pagina 18. Zie: http://ftp.ruimteinkeplannen.amsterdam.ni/DRO/plannen/NLIMR0.0363.GA1201WV/NLIMR0.0363.GA1201VVV-VG01/b NLIMR0.0363.GA1201WV-VG01 MER.pdf

14.

Effectenindicator Natura 2000-gebieden

Hiernaast veronderstellen wij de gemeenteraad bekend met de effectenindicator 'Natura 2000 ecologische randvoorwaarden en storende factoren'22 waarmee mogelijke schadelijke effecten ten gevolge van activiteiten en plannen kunnen worden verkend in of nabij Natura 2000-gebieden. Het zoekgebied ring A10 Noord ligt, onder andere, dicht bij Natura -2000 gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld &Twiske en het Natura 2000-gebied IJmeer. Zoekgebied 2A ligt dichtbij Natura -2000 gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld &Twiske. Onderstaande selectie is uitgevoerd binnen de effectenindicator op gebied 'Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld &Twiske' en `Markermeer & Umeer' in combinatie met'activiteit 'Windturbines'.

a ID 8

rl

-o •

a

2 5

ogn=-0

g2 Hk ggrg" • -k3 u , Igmg3 Storingsfactor Krans,e:lerwateren Meren niet krabbenscheer en fonteinkruiden Kleine modderkruiper Meervleermuis Rivierdenderpad Aalscholver (brcedvogel) Aalscholver (niet-broedvcgel) Brandgans (niet-broedvcgel) Brilduiker (niet-brcedvogel) Dwergmeeuw (niet-broedvogel) Fuut (niet-broedvooel) Grauwe Gans (niet-broedvogel) Grote Zaagbek (niet-broedvogel) Krakeend (niet-broadvegel) Krooneend (niet-broedvogel)

1 2 13 15 16 17 18

Storingsfactor

HEIIEI EIR• H LI LI UUUUIiUI FiNt ER11.11- 1... IL:

Kranswierwateren

• le wwww[i...L anommi!r

RDRIMIN...i • MOWER—IN WEINER—a

wrimma...3 ILIIUUUEI

LEHRER—a

Kuifeend (niet-broedvogel) Lepelaar (broedvogel) Lepelaar (niet-broedvogel)

meerkoet (niet-broedvooel) Nonnetje (niet-broedvoge!) Slobeend (niet-broedvogel)

NIDEER...I RDRINININI REHRINNI—L

Smient (niet-broedvogel)

Visdief (breedvegel) Visdief (niet-broedvogel)

'Hoogveenbossen

)

I;_! I -! E! €200017.1C41:1 HUDE111'.!H

*Noordse woelmuis Bittervoom

••••11 ,RE,

Kleine modderkruiper

••••!;•!• Fl•f•}PERI,

Meervleermuis Rivierdonderpad Bruine Kiekendief (broedvogel) Grauwe Gans (niet-broedvogel)

▪ NI E ... • F2 [JULIENNE! ;

Grutto (niet-broedvogel) Kemphaan (niet-broedvogel)

nommior

Kemphaan (broedvogel)

FNIESINIEL! I.

Krakeend (niet-broedvogel)

INDRIERD El El PI El •

Meerkoet (niet-broedvogel) Rietzanger (broedvogel)

NU

•

Betekenis kleurcodes: E

zeer gevoelig gevoelig

▪

niet gevoelig

[J n.v.t.

onbekend

!

in

Roerdomp (niet-broedvogel)

▪ EIJ, DINIEL UI

Slobeend (niet-broedvogel)

DEJNIRRINE

Smient (niet-broedvogel)

LiLiaflJ

Visdief (broedvogel)

Snor (broedvogel)

Zwarte Stern (broedvogel) Zwarte Stern (niet-broedvoael)

Overgangs- en trilvenen

Roerdomp (broedvogel)

Tafeleend (niet-broedvogel) Toppereend (niet-broedvogel)

Vochtige heiden Ruigten en zomen

1 2 13 15 16 17 18

Visdief (niet-broedvogel) Watersnip (broedvogel) Watersnip (niet-broedvogel)

E IDRRN... • Cl. ! 111 1-1 • I i IA! fl iii [I LI

[iii ... I:

D [1

Figuur links: Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld &Twiske. Figuur rechts: Markermeer & Dmeer Van de diersoorten die in de uitkomst van de effectenindicator (hierboven) genoemd worden zijn de volgende soorten ook aanwezig in zoekgebied 3 (narm lijk in een van de relevante deelgebieden van de Schellingwouderscheg) en zoekgebied 2A. Dat hebben wij als volgt in kaart kunnen brengen:

22 zie:

httos://www.svnbiosvs.alterra.nlibii12/effectenindicatoraopLasox?selectGebied=92&selectActiviteit=Windturbin es&submit=Toon+effecten&subi=effectenmatrix

Aanwezig In Amste rdam Noord Aanwe dg In Ilperveld, Varkensland, Onstranerveld & 1W din

Aanwezig In Markermeer & Ijmonr

Aanwegg in belde gebieden Eindtotaal

2

Bultenging Aalscholver

1

Fuut

1

1 1

Krakeend

1

1

Meerkoet

1

1

Kleine rnodderkruiper Ecozone

2

Fuut

1

1

1

2

4 1

1

Krakeend

1

Meerkoet 2

Tuinpark Rust en Vreugd

1 6

1

Aalscholver

1 1

1

Kuifeend

1

Grauwe Gans

1

1

Krakeend

1

1 1

1

Lepelaar

1

Meerkoet Wijkergouw

1

1

1

1

3

4

4

4

Kleine modderk.ruiper Krakersd Lep el aar Meerkoet Kleine modderkrulper Noorder Ilplas Fuut Krakeend

a

Kuifeend Meerkoet Meervleermuls

a a a

Rletranger Snor Tafeleend Visdief De Breek

a

1

Aalsch elver Fuut 1

Kuifeend Meerkoet

1

1

Meervleermuis

1

1

Visdief

1

1

Eindtotaal

19

35

1

Orandgans

Naast verder ecologisch (veld)onderzoek om te onderzoeken in welke mate de plaatsing van windturbines vogels daadwerkelijk negatief beïnvloedt is een dergelijk (veld) onderzoek ook nog nodig ten aanzien van de niet-vogel diersoorten (zoals zoogdieren, insecten, amfibieën etc.). 15.

Situatie in andere landen (Duitsland)?

Het gaat het bestek van deze brief te buiten om de afstandsnormen van windturbines tot kwetsbare diersoorten van alle omringende landen te bespreken. Wel wijzen wij de gemeenteraad uitdrukkelijk op de volgende twee tabellen die een overzicht weergeven van de in Duitsland aanbevolen minimale afstanden van windturbines tot (i) belangrijke natuurgebieden met voor windturbine gevoelige soorten en (ii) broedplaatsen van voorwindturbine gevoeligesoorten. Dezetabellen zijn gepubliceed in het hiervoor aangehaalde onderzoeksrapport van Wageningen University & Research uit 2018. Tabel 10.1 Overzicht van in Duitsland aanbevolen minimale afstanden van windturbines tot belangrijke natuurgebieden met voor windturbines gevoelige soorten. Tussen haakjes de bufferafstand die op belangnjke functies onderzocht moet worden (Vogelschutswarte Neschwilz, 2015). Vogelrichtlijn gebied (SPA) Nationaal beschermde natuurgebieden Wetlands van internationaal belang (Ramsar-Conventie) Pleister- en rustplaatsen voor trekvogels en wintergasten van Bundesland, nationaal en internationaal belang. Bv, voor kraanvogels, zwanen, ganzen, kieviten, goud- en morinelplevieren, steltlopers en watervogels. Wateren en oppetvlaktev.tatercomplexen >10 ha die belarAjk zijn voor broedende of pleisterende watervogels.

Regelmatig benutte slaapplaatsen van kraanvogels, zwanen, ganzen, roofvogels en uilen die voldoen aan het 10/n ciite.ium van Wahl en Heinicke (2013). Hoofdvliegroute tussen slaapplaatsen en voedselgebieden voor kraanvogels, zwanen, ganzen, roc-fiogels en uilen Trekbaan van bovenregionaal belang

tienmaal de tuibinehoogte, echter minimaal 1.200 m

kraanvogel: 3.000 m (6.000 m); zwanen, ganzen, roofvogels en uilen: 1.000 m (3.000 m) vrijhouden

Tabel 10.2 Overzicht van in Duitsland aanbevolen minimale afstanden van windturbines tot

regelmatige broedplaatsen van voor windturbines kwetsbare soorten. Tussen haakjes de buffer waarbinnen gebieden met belangrijke functies (foerageergebied, slaapplaatsen, baltsplaatsen e.d.) vermeden moeten warden (Vogelschutswarte Neschwitz, 2015). Korhoen (Teh-ao tebix)

1.000 m rondom leefgebied én verbindingen met andere leefgebieden vrijhouden

Roerdomp Botaurus stellaris

1.000 m (3.000 m)

Woudaap Ixobrychus minutus Ooievaar Ciconia ciconia

1.000 m 1.000m (2.000 m)

Visarend Pandion haliaetus

1.000_m (4.000 m)

Wespendief Pemis apivorus Grauwe kiekendief Circus cyaneus

1.000 m 1.000 m (3.000 m)

Blauwe kiekendief Circus pygarous

1.000 m (3.000 m

_Bruine kiekendief Circus aeruginosus Rode wouw Milvus milvus

1.000m 1.500 m (4.000 m)

Zwaite wouw Milvus migrans

1.000 m (3.000 m)

Zeearend lialiaeetus albicilla Boomvalk Falco subbuteo

3.000 m (6.000 m) 500 m (3.000 m)

Slechtvalk Falco peregrinus

1.000 m, 3.000 m voor boomnesten

Kraanvogels Grus grus Kwartelkoning Crex crex

500 m 500 m

Goudplevier

apricaria

Houtsnip Scolopax rusucola Oehoe Bubo bubo

1.000 m (6.000 m) 500 m rondom balsteiritotium 1.000 m (3.000 m)

Velduil Asio fiammaus

1.000 m (3.000 m)

Nachlzwaluw Caprimulgus europaeus Hop Upupa epops

500 m 1.000m (1.500 m)

Weidevogels: Watersnip Gallinago gallinago, Grutto 500 m (1.000 m) Limosa limosa, Tureluur Tringa totanus, Wulp Numenius arquata en Kievit Vanellus vanellus Koloniebroeders: reigers, meeuwen en sterns 1.000 m (> 3.000 m)

Tussenconclusie: Indien de gemeenteraad een voorbeeld neemt aan de Duitse normen en regelgeving kan niet anders dan geconstateerd worden dat zoekgebied 3 te dicht bij (en rondom) leefgebieden en/of verbindingsgebieden van kwetsbare (roof)vogels ligt. Dit zoekgebied is daarmee geen geschikte locatie voor de plaatsing van windturbines. Hetzelfde geldt beslist ook voor zoekgebied 2A. 16. Conclusie: ring A10 Noord en Noorder 13plas geen geschikte locaties voor windturbines Al met al zijn wij met betrekking tot de ring A10 Noord tot de volgende conclusie(s) gekomen. Het zoekgebied 3: 1. grenst aan twee Natura 2000-gebieden die een beschermingsregime met externe werking kennen; 2. betreft hoofdgroenstructuur-gebied; 3. is door de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC) afgewezen als geschikte locatie voor windturbines; 4. is deels BPL Waterland-gebied waarbinnen windturbines (met bijkomende toegangsweg en kraanplaat) leiden tot een overduidelijke aantasting van de kernkwaliteit 'openheid en ruimtebeleving'; 5. betreft een cruciaal ecologisch verbindingsgebied dat niet verder verzwakt zou moeten worden (datgeldt in het bijzondervoorhetoostelijkdeelvan de ring A10 Noord hetgeenook NNN-gebied is); 6. kent een beduidend hogere `natuurwaardenscore' dan thans door de gemeente op basis van de Natuurwaardenkaart 2016 wordt aangenomen; 7.

is grotendeels weidevogelgebied en fungeert als de toegangspoort tot de rest van het Waterla ndse weidevogelgebied; 8. is door Vogelbescherming Nederland, mede omdat het weidevogelgebied betreft, aangewezen als locatie waar beslist géén windturbines zouden moeten worden geplaatst (aangeduid als 'paars gebied'op hun risicokaart);

9. betreft een gebied waar meerdere (weide)vogels, vleermuizen en vissen voorkomen die op de 'Rode Lijst'staan en/of Europees beschermd zijn; 10. is bovendien een gebied waar een aanzienlijk aantal (al dan niet Rode Lijst-)diersoorten voorkomen - en/of regelmatig overheen vliegen - die bovendien (zeer) gevoelig zijn voor windturbines waaronder, maar niet uitsluitend, de meervleermuis, visdief, noordse woelmuis, kleine modderkruiper, rosse vleermuis, laatvlieger, wespendief, boomvalk, (blauwe en zilver) reiger, lepelaar, buizerd, etc.). De effecten van windturbines op ieder van deze unieke diersoorten is uiterst zorgwekkend. Aileen al om deze redenen biedt het zoekgebied 3 (ring A10 Noord) wat ons betreft geen reële mogelijkheden tot plaatsing van windturbines. Het betreft een uniek (deels BPL beschermd) groengebied dat ecologisch gezien van groot belang is. Het is volstrekt onverantwoord de unieke (flora en) fauna rondom de ring A10 Noord bloot te stellen aan de aanvaringsrisico's, trillingen, het geluid en de mechanische effecten die windturbines met zich brengen. Met betrekking tot de Noorder liplas zijn wij tot de volgende conclusies gekomen. Het zoekgebied 2A: 1. grenst aan één Natura 2000-gebied dat een beschermingsregime met externe werking kent; 2. is hoofdgroenstructuur-gebied; 3.

wordt ontwikkeld tot stadspark hetgeen volgens de TAC op gespannen voet staat met de komst van windturbines; 4. is eveneens door de Vogelbescherming Nederland aangeduid als 'paars gebied' op hun risicokaart en betreft dus een locatie waar géén windturbines zouden moeten worden geplaatst; 5. kent een bijzonder hoge natuurwaardenscore (van 4) op de Natuurwaardenkaart 2016. 6, betreft een gebied waar meerdere zoogdieren, (broed)vogels en vleermuizen voorkomen die op de 'Rode Lijst'staan en/of Europees beschermd zijn; 7. is bovendien een gebied waar een aanzienlijk aantal (al dan niet Rode Lijst-)diersoorten voorkomen die bovendien (zeer) gevoelig zijn voor windturbines waaronder, maar niet uitsluitend, de meervleermuis, torenvalk, kneu, visdief, nachtegaal, blauwe reiger, havik etc. De effecten van windturbines op deze diersoorten is uiterstzorgwekkend. Om deze redenen biedt het zoekgebied Noorder Iiplas watons betreft ook geen reële mogelijkheden tot plaatsing van windturbines. Het is niet verantwoord de unieke (flora en) fauna van de Noorder nplas bloot te stellen aan de trillingen, het geluid en de mechanische effecten die windturbines met zich brengen. Los hiervan, zou groene windenergie wat ons betreft niet opgewekt mogen worden ten koste van 'echt groen'en de daarin aanwezige (kwetsbare) diersoorten. Het aanwijzen van minder invasieve (zoek)locaties is mogelijk.

Wij hebben dan ook de volgende verzoekenaan de gemeenteraad: Verzoek 1: met het oog op (i) de aanwezigheid van vele gevoelige - beschermde en bedreigde - diersoorten, (ii) de actuele hoge(re) natuurwaarde, (iii) de aanwijzing als BPL Waterland (en deels als NNN-gebied), (iv) de bestemming als weidevogelgebied en (v) de twee nabijgelegen Natura 2000-gebieden verzoeken wij de gemeenteraad dringend het gebied langs de ring A10 Noord (zoekgebied 3), in zijn geheel uit te sluiten als zoekgebied voor de plaatsing van windturbines. Verzoek 2: met het oog op (i) de aanwezigheid van diverse gevoelige - beschermde en bedreigde - diersoorten, (ii) de hoge natuurwaarde, (iii) het nabijgelegen weidevogelgebied en (iv) 1-e.t nabijgelegen Natura 2000 gebied verzoeken wij de gemeenteraad dringend het gebied Noorder LIplas (zoekgebied 2A), ook in zijn geheel uit te sluiten als zoekgebied vocr de plaatsing van windturbines. Wij verzoeken de gemeenteraad onderstaande tabel op waarde te schatten en af te zien van zoekgebied 3 en 2A a Is voorkeursgebieden.

Aantal aanwezige dieren op rode lijst 10 9 7 5

I Arnfibien en reptleien I

1

Intecten 1

Vitlen

Vogel

Zolei

5

1

reatune Tuifi park Rust en kireup,1

1

Wgkergeuw • Nuenlef Uplai De 0 lee.,

Graag vernemen wij de reactie van de gemeenteraad op de vragen zoals neergelegd onder punt 2 van deze brief en bovenstaande (twee) verzoeken. Tevens ontvangen wij graag een bevestiging van de goede ontvangst van dit raadsadres. Met vriendelijke groet,

4,

*de indieners van dit raadsadres zijn beiden woonachtig in Amsterdam Noord

Dit raadsadres wordt mede ingediend namens en ondersteund door: •

• •

de Alliantie Noordelijke Tuinparken bestaande uit de volgende acht Amsterdamse tuinparken: (1) Buikslotermeer, (2) De Molen, (3) Tuinwijck, (4) Kweeklust, (5) Rust & Vreugd, (6) Wijkergouw, (7) De Bongerd en (8) Buitenzorg; Initiatiefgroep Groene Longen Amsterdam; en Stichting Zosenerdam,

die de inhoud en conclusies van deze brief volledig onderschrijven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9959081/1