CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderzoeksrapport relationele en seksuele vorming op school.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 31 mei 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van afdoening toezeggingen en onderzoeksrapport over relationele en seksuele vorming op school en behoeften scholen, docenten en leerlingen (po, vo en mbo) (VN2023-013421)17.826 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Scholingsaanbod relaties en seksualiteit Onderzoek naar behoeften van scholen en leerlingen in Amsterdam Onderzoeksrapport GGD Amsterdam 13 februari 2023

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

Opdrachtgever GGD Amsterdam Contactpersonen Wilco Schilthuis en Steve Lauriks Nieuwe Achtergracht 100 1018 WT Amsterdam Uitvoerder RadarAdvies Veemarkt 83 1019 DB Amsterdam (020) 463 50 50 www.radaradvies.nl Onderzoekers Marieke Megens Zarah Pattianakotta Iris Kingma Eline Durand

13-02-2023 | GGD Amsterdam

2/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

Inhoudsopgave

SAMENVATTING

4

1.

INLEIDING

5

1.1. 1.2

Aanleiding Onderzoeksvraag

2.

ONDERZOEKSMETHODIEK

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

In kaart brengen aanbod Inventarisatie huidige invulling en behoeftepeiling Spreiding Kanttekeningen Leeswijzer

3.

HUIDIGE SITUATIE RELATIONELE EN SEKSUELE VOORLICHTING OP SCHOLEN

9

3.1 3.2 3.3

Primair Onderwijs Voortgezet Onderwijs Middelbaar Beroepsonderwijs

9 16 25

4.

BEHOEFTEN SCHOLEN

29

4.1. 4.2. 4.3.

Primair onderwijs Voortgezet onderwijs MBO

29 31 37

5.

CONCLUSIES

38

5.1 5.2 5.3

Primair onderwijs Voortgezet onderwijs Middelbaar Beroeps Onderwijs

38 39 40

6.

AANBEVELINGEN

41

6.1. 6.2. 6.3.

Primair onderwijs Voortgezet onderwijs Middelbaar beroepsonderwijs

41 42 45

7.

BIJLAGEN

46

7.1. 7.2. 7.3. 7.4.

Bijlage 1: Totaalaanbod vanuit aanbieders en gemeenten Bijlage 2: Spreiding van respons naar stadsdeel Bijlage 3: Grafieken primair onderwijs tevredenheid per stadsdeel Bijlage 4: Grafieken voortgezet onderwijs per stadsdeel & onderwijsniveau

46 52 54 58

13-02-2023 | GGD Amsterdam

5 5 6

6 6 7 7 8

3/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

Samenvatting Dit onderzoek is tot stand gekomen in opdracht van de Gemeente Amsterdam en de GGD Amsterdam. De centrale onderzoeksvraag luidt: “In hoeverre voldoet het huidige scholingsaanbod op het gebied van relationele en seksuele voorlichting aan de behoefte van scholen, docenten en leerlingen?” Amsterdam is een stad met een grote diversiteit aan mensen, zowel in culturele achtergronden en religieuze overtuigingen als in seksuele- en genderidentiteiten sociaaleconomische afkomst. Het is dan ook belangrijk dat het lesaanbod omtrent relationele en seksuele voorlichting hier voldoende op kan inspelen zodat iedere Amsterdamse jongere wordt voorzien in hun behoefte aan informatie voor een gezonde seksuele ontwikkeling. Dit aanbod dient tevens recht te doen de diversiteit onder leerlingen in Amsterdam. Ons onderzoek toont aan dat scholen het lastig vinden om RSV-thema’s aandacht te geven op een manier die passend is voor hun doelgroepen en die structureel is ingebed in het onderwijs dat zij aanbieden. Zo kan het expliciet bespreken van seksualiteit ongemak oproepen bij leerlingen met verschillende culturele en/of religieuze achtergronden of voelen docenten zich onvoldoende comfortabel om onderwerpen bespreekbaar te maken. Weerstand van ouders of tijdsdruk in het onderwijs kunnen hierin tevens een obstakel vormen.

Om deze redenen hebben scholen soms het gevoel dat zij niet onvoldoende kunnen inspelen op de behoefte van leerlingen en dat hun RSVlesprogramma’s sterk kunnen worden verbeterd. De acceptatie van LHBTIQ+ thema’s zoals seksuele en genderdiversiteit behoeft daarin bijzondere aandacht. Leerlingen kijken naar relationele en seksuele voorlichting met een mix van nieuwsgierigheid en ongemak. Hoewel ze veel weten en informatie online altijd binnen handbereik is, blijkt echter dat er thema’s zijn waar jongeren het in de klas graag vaker en uitgebreider over zouden willen hebben. Bijvoorbeeld seks en social media, exposing, consent en het aangeven van grenzen, strafbaarheid en maatschappelijke ontwikkelingen zoals #MeToo. Middelbare scholieren geven hierbij vaker de voorkeur aan gastdocenten waarbij de drempel om vragen te stellen lager is. Scholen hebben op hun beurt een grote behoefte om RSV-lesprogramma’s structureel te verankeren in hun brede curriculum, passend bij de leeftijd, het kennisniveau en de behoeften van hun leerlingen. Idealiter zouden ze hierbij putten uit een leerlijn waarbinnen het aanbod is toegespitst op deze verschillen tussen leerlingen en waarin voldoende rekening wordt gehouden met sensitiviteit en representatie.

Hierbij is het tevens van groot belang dat er een expliciete link wordt gelegd tussen de biologische en de sociaal-maatschappelijke aspecten van seks en relaties. Docenten hebben hierin in het bijzonder behoefte aan handvatten om gesprekken aan te gaan over seksuele diversiteit, consent en grensoverschrijding, plezier en genot, porno en omgangsvormen. Zij erkennen hierin een behoefte aan meer kennis en kunde waarvoor scholing een vereiste is. Tenslotte hebben scholen een behoefte aan ondersteuning bij het inbedden van LHTBIQ+ thema’s in het gehele curriculum. Op die manier komen hun leerlingen hier ook buiten RSVlesprogramma’s mee in aanraking en zien scholen mogelijkheden ter verbetering van de acceptatie van LHBTIQ+ thema’s en personen, zowel op school als in brede maatschappelijke zin.

13-02-2023 | GGD Amsterdam

4/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

1. Inleiding 1.1. Aanleiding Amsterdam is een wereldstad; een plek waar een grote diversiteit aan mensen wonen, werken en leven. Deze manier van samenleven vraagt om verbondenheid, wederzijds begrip en respect. Iedere Amsterdammer moet zichzelf kunnen zijn en zich veilig kunnen voelen in hun eigen omgeving. Voor discriminatie en intolerantie op het gebied van seksuele geaardheid en diversiteit is dan ook geen plek in de stad. Gemeente Amsterdam en GGD Amsterdam zetten zich in om dit tegen te gaan, met kinderen en jongeren als zeer belangrijke doelgroep. Vanuit het Diversiteitsbeleid, het beleid Amsterdammerschap in het onderwijs en het programma Gezonde School is er een divers aanbod van educatie- en voorlichtingstrajecten omtrent de thema’s gezonde relaties en seksualiteit, gender- en seksuele diversiteit en de tolerantie en acceptatie hiervan. Amsterdamse scholen spelen een essentiële rol als centrale plaats waar kennis en respect met betrekking tot deze onderwerpen worden bijgebracht. Hoewel er een breed en gevarieerd aanbod bestaat waar scholen gebruik van kunnen maken, is er momenteel onvoldoende zicht op de mate waarin dit aanbod aansluit op hun daadwerkelijke behoeften. Er is tevens beperkt zicht op de manier waarop scholen komen tot hun keuze voor een bepaald aanbod en de factoren die hierbij een rol spelen.

GGD Amsterdam heeft daarom gevraagd de inzet van het huidige aanbod te evalueren en in kaart te brengen welke ontwikkelingen en verbeteringen mogelijk nodig zijn, om te komen tot een nog effectievere inzet van relationele en seksuele educatie in het Amsterdamse onderwijs. 1.2 Onderzoeksvraag De volgende onderzoeksvraag is door de GGD geformuleerd: In hoeverre voldoet het huidige scholingsaanbod op het gebied van relationele en seksuele voorlichting aan de behoefte van scholen en leerlingen en op welke wijze kan het aanbod verder doorontwikkeld worden? Deze onderzoeksvraag is te verdelen in drie subthema ’s:   

Het huidige aanbod aan relationele en seksuele educatie dat op scholen wordt ingezet. De manier waarop scholen komen tot hun keuze voor/inzet van het bepaalde aanbod. De behoeften die scholen hebben om het aanbod nog beter aan te laten sluiten.

13-02-2023 | GGD Amsterdam

5/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

2. Onderzoeksmethodiek Om inzicht te krijgen in het totaalaanbod op het gebied van relationele en seksuele voorlichting (RSV) op Amsterdamse scholen hebben we gebruik gemaakt van zowel kwalitatieve als kwantitatieve onderzoeksmethoden. Deze mixed methods- aanpak zorgt ervoor dat we enerzijds een zo breed mogelijk overzicht vergaren en anderzijds de verdieping kunnen opzoeken. 2.1

In kaart brengen aanbod

Allereerst is het aanbod van relationele en seksuele voorlichting vanuit zowel de gemeente als onafhankelijke aanbieders in kaart gebracht. Dit hebben we gedaan door bij de verschillende aanbieders op te vragen op welke scholen ze actief zijn (geweest). De vier grootste aanbieders voor het schooljaar 2021-2022 in Amsterdam zijn respectievelijk GGD, GGD/Rutgers, Qpido en Scharlaken Koord. Een compleet overzicht van het aanbod vanuit de gemeente en onafhankelijke aanbieders is toegevoegd aan de bijlage (bijlage 1). Dit overzicht is tot stand gekomen door de informatie die wij van aanbieders en de gemeente hebben ontvangen over schooljaar 2021-2022. 2.2

Inventarisatie huidige invulling en behoeftepeiling

Vervolgens hebben we een inventarisatie gemaakt van de huidige wijze waarop scholen invulling geven aan eventuele lesprogramma’s omtrent RSV. Tegelijkertijd is er een inventarisatie gemaakt van de behoeften die scholen en leerlingen hebben om deze programma’s te verbeteren en om te peilen wat er eventueel mist in het huidige aanbod. Voor de deze inventarisaties hebben we drie verschillende onderzoeksmethoden gebruikt: (1) online enquête, (2) verdiepende interviews en (3) focusgroepen met leerlingen. Een overzicht van het aantal respondenten: Onderwijstype

Activiteit

Aantal

Primair onderwijs

Interviews Ingevulde enquêtes

14 102 (58%)

Voortgezet onderwijs

Interviews Ingevulde enquêtes Focusgroepen leerlingen Interviews Ingevulde enquêtes

12 62 (35%) 40 leerlingen 2 12 (7%)

Middelbaar beroepsonderwijs

Ad.1 Online enquête Door middel van een online enquête die verspreid is onder alle scholen hebben we inzicht gekregen in de ervaringen van zoveel mogelijk scholen. Bijlage 4 bevat hierbij een verdeling over de verschillende stadsdelen. Daarbij is het goed om te vermelden dat er op sommige scholen meerdere enquêtes zijn ingevuld, waardoor het totaal aantal unieke reacties (62) anders is dan de hoeveelheid scholen

13-02-2023 | GGD Amsterdam

6/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

die deelnam. De percentages duiden de verdeling van ingevulde enquêtes onder de onderwijstypen: 58% van alle ingevulde enquêtes is ingevuld door PO scholen, 35% door voortgezet onderwijs en 7% door mbo-scholen. Ad.2 Verdiepende interviews Naast het uitzetten van een online enquête zijn er verdiepende, kwalitatieve interviews afgenomen op scholen. De respondenten die we hebben geïnterviewd hebben verschillende rollen. Op het PO was dat meestal een directeur of leerkracht, op het VO een docent of zorgcoördinator en op het MBO de burgerschapsdocent. Tijdens deze verdiepende gesprekken stonden hun ervaring met de interventies centraal. Ad.3 Focusgroepen Leerlingen vormen de primaire doelgroep van het aanbod en hun mening is daarom van groot belang binnen dit onderzoek. Om hun mening te inventariseren is gekozen om een aantal focusgroepen te organiseren. Tijdens deze groepsinterviews kregen leerlingen de kans om hun ervaringen te delen hun mening te geven en om onderling uit te wisselen over thema’s omtrent RSV. 2.3

Spreiding

We hebben bij de selectie van interviewrespondenten en focusgroepen rekening gehouden met een zo evenredig mogelijke spreiding naar stadsdeel. Op PO scholen is tevens gekeken naar het aantal doelgroepleerlingen. In het VO lag de focus qua interviews op VMBO- scholen en minder op bijvoorbeeld gymnasia in de stad. Op het MBO zijn twee interviews afgenomen waarbij we bewust hebben gekozen voor een interview binnen een zorgrichting en een meer technische richting. Een gedetailleerde weergave van de spreiding van de respons in enquêtes, interviews en focusgroepen, is in tabelvorm terug te vinden in bijlage 2. 2.4

Kanttekeningen

Bij de uitvoering van dit onderzoek zijn een aantal kanttekeningen te plaatsen die van belang zijn voor de conclusies die hieraan verbonden kunnen worden: 

Het aanbod dat op scholen wordt ingezet is niet inhoudelijk geëvalueerd op bijvoorbeeld impact. In onze interviews vragen we naar het beeld dat docenten/directeuren/zorgcoördinatoren hebben van het aanbod dat ze gebruiken en hun mening daarover. Het is voorgekomen dat binnen één school een persoon de online enquête heeft ingevuld terwijl een andere persoon ons te woord heeft gestaan voor een verdiepend interview. Hun kennis en ervaringen kunnen op dit vlak verschillen. Wisselingen in het personeelsbestand op scholen en gebrek aan een overdracht tussen hebben effect op de mate van kennis over het beschikbare aanbod en de inzet daarvan. Ondanks onze zorgvuldige inzet om een representatief beeld te krijgen van de ervaringen en meningen over het aanbod zijn we grotendeels afhankelijk geweest van de bereidheid van scholen om mee te werken, waardoor het uiteindelijke beeld niet

13-02-2023 | GGD Amsterdam

7/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

volledig representatief is, dan wel dat de aantallen (bijvoorbeeld per stadsdeel) te klein zijn om significante uitkomsten te verkrijgen. 2.5

Leeswijzer

Tenslotte zijn een aantal zaken belangrijk om in gedachten te houden bij het lezen en interpreteren van dit onderzoeksrapport: 

In dit rapport gebruiken we de termen ‘jongens’ en ‘meisjes’ om de leerlingen en daarmee ook de samenstelling van de focusgroepen aan te duiden. Deze binaire verdeling is aangehouden in dit rapport vanwege het bestaan van aanbod wat op deze twee groepen toegespitst is. Daarnaast zijn onze focusgroepen ook op deze manier ingedeeld. Wij zijn ons er echter van bewust dat er mensen binnen deze doelgroep zijn die niet in deze binaire verdeling willen of kunnen passen. Niet alle scholen die de online enquête hebben ingevuld zijn vervolgens geïnterviewd. Hierdoor betreft de kwalitatieve data een kleinere steekproef en is daardoor wellicht minder representatief voor de gehele populatie. In dit onderzoek zijn enkel islamitische scholen gesproken voor de diepte-interviews. We zijn daarom niet in staat om vergelijkingen te maken met andersoortige religieuze scholen in Amsterdam en de wijze waarop zij omgaan met het geven aan invulling aan relationele en seksuele voorlichting.

13-02-2023 | GGD Amsterdam

8/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

3. Huidige situatie relationele en seksuele voorlichting op scholen 3.1 Primair Onderwijs In het primair onderwijs komen kinderen voor het eerst in aanraking met RSV. Scholen zijn het er dan ook over eens dat dit onderwerp erg belangrijk is en op een passende manier dient te worden aangeboden. Ieder doet dit op zijn eigen manier, maar basisscholen ervaren hierin vergelijkbare knelpunten en uitdagingen. 3.1.1.

Gebruik aanbod & invulling

Algemeen beeld van gebruik lesprogramma’s Binnen het primair onderwijs zet de bijna de helft van de basisscholen, uit alle stadsdelen, in op Kriebels in je Buik (zie tabel 1). Een derde hiervan gebruikt tevens de aanvullende ouderbijeenkomst van de GGD. Minder vaak maken de basisscholen gebruik van Snappje van Qpido, het Vlaggensysteem van de GGD en Qpido of Gelijk is Gelijk van Diversion. Een kwart van de basisscholen geeft aan ander lesaanbod te gebruiken dat of zelf ontwikkeld is binnen de eigen leerlijn of een aantal noemen Tienerwijs en Liefdesplein. Tabel 3-1: Lesprogramma's gebruikt op 90 basisscholen in 2021-2022 per stadsdeel

Een vijfde van de respondenten van basisscholen geeft aan geen specifiek lesprogramma voor relationele en seksuele vorming te gebruiken in 2021-2022.

13-02-2023 | GGD Amsterdam

9/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

Redenen hiervoor zijn: a) Ik weet het niet; b) Binnen school te weinig belangrijk gevonden; c) Niemand pakt het op; d) Tijdsgebrek. Een aantal respondenten stelt dat ze wel zouden wíllen, maar het niet lukt om dit te bewerkstelligen (zie paragraaf 3.1.2 Knelpunten). Tabel 3-2: Tevredenheid van respondenten in primair onderwijs over lesprogramma’s over heel Amsterdam

Waardering en aansluiting aanbod op behoeften (zie bijlage 3; 7-2) De meerderheid van de respondenten is tevreden over de lesprogramma’s die ze inzetten op hun school (zie tabel 3-2). Een vijfde antwoordt geeft aan hier ‘neutraal’ naar te kijken. 14 respondenten geven aan niet tevreden te zijn; de meerderheid van deze respondenten benoemt dat op hun school geen specifiek RSV- lesprogramma is. De meerderheid van de respondenten geeft aan tevreden te zijn met de keuze aan lesprogramma’s voor seksuele en relationele voorlichting. Sommige respondenten benoemen expliciet dat ze behoefte hebben aan meer overzicht in beschikbare aanbod. Aansluiting bij leerlingen (zie bijlage 3: tabel 7-4;7-5; 7-6; 7-7) De meerderheid van de respondenten, vanuit alle stadsdelen, vindt dat de thema’s uit lesprogramma’s goed aansluiten op de leefwereld van leerlingen. Een klein aantal respondenten is het oneens en een deel staat hier neutraal in. De meerderheid hoort ook positieve reacties van leerlingen over de lesprogramma’s. Dit sluit echter niet uit dat respondenten mogelijkheden zien voor verbetering van de lesprogramma’s, zodat deze nog beter aansluiten op de leefwereld van leerlingen. Een derde staat hier ‘neutraal’ in, maar de meerderheid is het ‘eens’ of ‘volledig eens’

13-02-2023 | GGD Amsterdam

10/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

Aansluiting behoeften school (zie bijlage 3; tabel 7-3) Naast de aansluiting bij leerlingen is de aansluiting op behoeften van de school bevraagd. Ook hier is de meerderheid van de respondenten van mening dat het lesaanbod aansluit op hun behoeften. Ongeveer en kwart geeft hierop het antwoord ‘neutraal’. Kijkend naar de respondenten per stadsdeel die aangeven ‘oneens’ of ‘volledig oneens’ te zijn is alleen stadsdeel Zuid niet vertegenwoordigd. Wat missen de respondenten die over het algemeen niet tevreden zijn? Minder tevreden respondenten geven in een open antwoord aan dat dit ligt aan a) het gebrek aan lesprogramma’s op school en b) behoeften van hun school maar ook c) aan lesprogramma’s: aansluiting bij de leeftijd, gebrek aan gender, seksuele en culturele diversiteit in de beeldvorming. Behoeften van de respondenten hierin zijn: meer beeldmateriaal beschikbaar maken en meer aandacht voor programma’s waarin scholen ook ouders kunnen meenemen. Tabel 3-3: Overwegingen in keuze voor een lesprogramma respondenten in primair onderwijs

Keuze en overwegingen lesprogramma’s De keuze en overwegingen voor lesprogramma’s onder de respondenten in het primair onderwijs bepalen mede de inzet hiervan. Uit de enquête komen hierbij vijf overwegingen naar voren als die als zeer belangrijk worden gezien (zie tabel 3-3): 1. De inhoud en thematiek van de lesprogramma’s 2. De kwaliteit van een programma 3. De reacties van leerlingen en docenten 4. Inzet van eigen docenten 5. De tijdsinvestering van docenten en leerlingen Deze overwegingen komen ook terug in de interviews waarin respondenten verdiepend inzicht geven. Basisscholen vinden het belangrijk dat hun lesaanbod op het gebied van RSV aansluit bij

13-02-2023 | GGD Amsterdam

11/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

de onderwijsfilosofie, cultuur en visie van de school. Zo geven een Jenaplanschool, een islamitische school, een vrije school en een school die deelneemt aan het Vreedzame Schoolprogramma hun voorkeur aan ander aanbod en zetten dit ook anders in. Scholen passen daarnaast de inzet van RSV aan afhankelijk van de doelgroep van de school en de behoeften die zij onder leerlingen waarnemen. Dit leidt ertoe dat iedere school een eigen invulling hanteert, die slechts in een enkel geval in een ontwikkelde leerlijn is verankerd. Een aantal scholen geeft aan hiermee bezig te zijn en dit in de komende jaren vorm te willen geven. Hierbij benoemen veel scholen het belang van aandacht voor RSV buiten thema weken en afgebakende (gast)lessen om. De wens is om deze thema’s juist te integreren in de gesprekken die de hele dag door plaatsvinden onder kinderen en die vaak ook verbonden zijn aan actualiteiten. Scholen proberen hun RSV- aanbod om die reden goed te laten aansluiten op bijvoorbeeld lessen burgerschap, wereldoriëntatie, natuur of kanjer- en weerbaarheidstrainingen. De beslissingen over de lesprogramma’s relationele en seksuele voorlichting is een teambeslissing, volgens de meerderheid van respondenten (zie tabel 3-4). Dit is veelal een team dat bestaat uit leerkrachten, een intern begeleider, directeur of adjunct-directeur.

In enkele gevallen betrekken scholen ouders, ouderconsulenten of andere pedagogische medewerkers.

Tabel 3-4: Respondenten primair onderwijs geven aan wie beslist over lesprogramma's relationele en seksuele voorlichting

3.1.2 Knelpunten Hoewel de invulling omtrent RSV per basisschool sterk verschilt, ervaren directeuren en leerkracht vergelijkbare knelpunten en uitdagingen: 

Ouders zijn met regelmaat terughoudend en kritisch over de manier waarop invulling wordt gegeven aan RSV. In veel gevallen hangt dit samen met hun religieuze of culturele achtergrond, waardoor scholen met veel doelgroepleerlingen hier regelmatig tegenaan lopen. Scholen krijgen bijvoorbeeld commentaar op het lesmateriaal of op het organiseren van een Paarse Vrijdag. “Ooit deden we een uitvraag waar uit kwam dat ouders behoefte hebben aan kennis over online gedrag van kinderen en met name sexting. Maar als de term “ seksuele voorlichting” dan wordt genoemd gaan ouders steigeren. Dat is lastig voor ons.” Directeur

13-02-2023 | GGD Amsterdam

“Het is belangrijk dat het [RSV] verweven is in het ‘zijn’ van de school. Zo voel ik dat echt. Het moet zijn wat je uitstraalt en tegelijkertijd moet je wat je uitstraalt ook regelmatig benoemen.” Leerkracht

12/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

Binnen het PO is het goed meenemen van ouders daarom minstens zo belangrijk als het lesmateriaal of de activiteit zelf. Scholen merken dat nieuwsbrieven of schriftelijke informatie hiervoor ontoereikend zijn, maar dat het juist van belang is om ouderavonden of inloopmomenten te organiseren. Een enkele school geeft de medezeggenschapsraad om deze reden inspraak bij de keuze voor het aanbod. Scholen geven aan hierin vertrouwen te moeten winnen en merken dat het zoveel mogelijk betrekken van de ouders aan de voorkant conflict aan de achterkant voorkomt. Dit neemt echter niet weg dat dit onderwerp regelmatig een discussie creëert die afleidt van de inhoud. 

Verschillen in culturele achtergrond tussen leerlingen spelen een grote rol bij RSV op basisscholen. Scholen zijn immers verplicht om RSV aan te bieden en doen dit bij voorkeur in lijn met hun eigen onderwijsfilosofie. Echter merken scholen dat hun aanbod lang niet altijd aansluit op hun eigen leerlingenpopulatie. Zo voelen sommige leerlingen zich niet prettig wanneer er expliciet over seks en seksualiteit wordt gesproken of beeldmateriaal wordt getoond. Daarnaast kan het ook lastig zijn voor leerlingen om op school een boodschap omtrent RSV te horen die haaks staat op hetgeen ze thuis te horen krijgen, met een loyaliteitsconflict als mogelijk gevolg. Scholen vinden dit ingewikkeld en noemen het vinden van een balans hierin als knelpunt bij het structureel inrichten van hun aanbod. “ “Het is soms lastig om rekening te houden met alle achtergronden van kinderen (…) Ze zijn ook nog erg jong, dat moeten we niet vergeten. Je kunt zeggen hoe “wij” erin staan en wat “wij” vinden, maar het mag nooit in een veroordelende zin zijn. Wie moeten ze dan geloven? Je houdt hartstikke veel van de juf, maar ook van je vader en moeder. Wat als ze allebei totaal iets anders zeggen? Daar wil je niet een te groot conflict in creëren en dat is lastig.” Leerkracht

De kennis en kunde van leerkrachten is van groot belang voor de kwaliteit van het RSVaanbod op scholen. De meerderheid van de basisscholen laat hun eigen leerkrachten deze lessen aanbieden, voornamelijk vanwege de vertrouwensband die er reeds met de leerlingen is. De mate waarin een leerkracht ervaren is in het bespreken van thema’s omtrent seksualiteit en zich hier comfortabel bij voelt is op veel scholen een belangrijke factor. Lang niet alle (jonge) leerkrachten vinden het makkelijk om (vanuit hun eigen ervaring) over seksualiteit te spreken. Scholen geven daarbij aan dat er op de PABO weinig aandacht wordt besteed aan RSV, waardoor scholing op dit thema volledig dient te worden verzorgd door de scholen zelf. Dit is vaak niet structureel ingebed en gebeurt ad hoc of op informele wijze.

13-02-2023 | GGD Amsterdam

13/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

Vooral op scholen met veel doelgroepleerlingen benoemen respondenten dat er wel eens sprake is van een conflict met reguliere lessen. Op deze scholen ligt de focus op vaardigheden die hard nodig zijn om eventuele achterstanden onder leerlingen in te halen. Dit kan ervoor zorgen dat RSV minder aandacht krijgt dan scholen zouden willen.

“We hebben als school een maatschappelijke verantwoordelijkheid om [RSV-thema’s] over te brengen, maar ik heb ook veel kinderen die heel slecht Nederlands spreken. Dus mijn taalen rekenlessen, de basisvaardigheden, zijn super belangrijk. Dat betekent iets voor de hoeveelheid tijd die ik heb in één dag.. “ Directeur

3.1.3 Aandacht voor en perspectieven op seksuele en genderdiversiteit in lesprogramma’s Aandacht voor seksuele- en genderdiversiteit is er op vrijwel iedere geïnterviewde school. Een vijfde van de respondenten in de enquête vindt dat de door hen gebruikte lesprogramma’s onvoldoende aandacht hebben voor seksuele- en genderdiversiteit en acceptatie van LHBTIQ+ personen. De helft van deze respondenten maakt gebruik van Kriebels in je Buik, anderen gebruiken diverse andere lesprogramma’s of hebben geen lesprogramma voor RSV. In de enquête vindt ongeveer 40% respondenten dat er in de lesprogramma’s voldoende aandacht is voor de seksuele diversiteit en acceptatie van LHBTIQ+ personen (zie tabel 3-5: ‘eens’, ‘volledig eens’). Ook tonen de resultaten dat ongeveer de helft van deze respondenten gebruik maakt van Kriebels in je Buik. De rest gebruikt diverse andere lesprogramma’s of hebben geen lesprogramma voor RSV. Een kwart van de respondenten antwoordt ‘neutraal’. Kortom, er is geen eenduidige beeld in de resultaten over verband tussen het gebruikte lesprogramma’s en hun visie op LHBTIQ+ thematiek in de lesprogramma’s. Tabel 3-5: Respondenten primair onderwijs over seksuele en genderdiversiteit en acceptatie in lesprogramma's

13-02-2023 | GGD Amsterdam

14/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

Expliciete aandacht in met name wijken/scholen met veel doelgroepleerlingen als punt van aandacht Scholen snappen de maatschappelijke zorg die leeft rondom acceptatie van LHBTIQ+, met name scholen met veel doelgroepleerlingen. Expliciet aandacht besteden aan dit thema leidt echter regelmatig tot commotie bij ouders. Zo komt het bijvoorbeeld voor dat kinderen worden thuisgehouden op die specifieke dag en op een enkele school dreigden ouders met een overstap naar een andere school. Het op tijd betrekken van ouders lijkt deze weerstand voor een deel minder te maken; hierop komen we later in dit rapport terug. “Paarse Vrijdag staat wel weer gepland voor dit jaar maar de bedoeling is om in de aanloop veel meer ouders te betrekken zodat ze zich niet overvallen voelen en beter snappen waarom we dit doen.”

“We hebben het niet specifiek over homoseksualiteit, maar meer in de trant van: iedereen is welkom op onze school.“ Directeur

Intern Begeleider

Scholen verwerken acceptatie in brede zin in hun curriculum Aangezien het expliciet aandacht besteden aan LHBTIQ+ op een aantal scholen soms moeizaam gaat, kiest een deel van deze scholen ervoor om vooral aandacht te besteden aan acceptatie in brede zin in het curriculum en in het bijzonder in hun RSV aanbod/ leerlijn. Sommige scholen kiezen ervoor om heel duidelijk grenzen aan te geven door “bij de poort” al duidelijk te maken dat het een openbare basisschool is; daarmee dragen zij de boodschap uit dat dit is wat de school belangrijk vindt en mensen die daar moeite mee hebben wellicht beter voor een andere school kunnen kiezen. Dit gaat enerzijds over de boodschap die een school naar de buitenwereld wil uitdragen, maar hangt daarnaast ook samen met een visie op de interne organisatie en de mensen die er werkzaam zijn.

“De laatste tijd zijn we veel met dit onderwerp bezig (…)Hierin zie ik mezelf als directeur echt als aanzwengelaar. Het team speelt ook een rol; er is nu eenmaal veel diversiteit waardoor veiligheid van collega’s belangrijker wordt. Je moet daarom ook een positie innemen als school. Je wilt duidelijk maken waar de grens ligt, maar wel het gesprek aangaan. (…) Ik denk dat er ook collega’s binnen het team zijn die op het moment dat het wat breder wordt uitgedragen vanuit school, dat ze zich veiliger voelen om daar zelf ook over te praten. Directeur

13-02-2023 | GGD Amsterdam

15/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

3.2 Voortgezet Onderwijs 3.2.1. Huidige invulling VO-scholen Op VO- scholen wordt RSV op zeer uiteenlopende manieren ingevuld en ondergebracht. Dit is voornamelijk afhankelijk van het onderwijsniveau en de vakkenpakketten per desbetreffende school. Zo valt RSV bijvoorbeeld onder de vakken biologie, verzorging, maatschappijleer, burgerschap of een combinatie hiervan. Daarnaast wordt er aandacht aan besteed tijdens mentoruren of themadagen- en weken. De meest veelvoorkomende vorm waarin invulling wordt gegeven aan het RSV- lesprogramma van geïnterviewde scholen is een basis binnen de biologieles, aangevuld met lessen uit het programma Lang Leve de Liefde. Algemeen beeld van gebruik lesprogramma’s Het meest gebruikte lesaanbod in het voortgezet onderwijs zijn de programma’s Lang Leve de Liefde (GGD) (24 scholen) en Liefde is… van Qpido (18 scholen) (zie tabel 3-6). Hierin is geen onderscheid op onderwijsniveau te vinden, van praktijkonderwijs, vmbo, vmbo/havo en havo/vwo scholen 1. In alle stadsdelen maken scholen, behalve in het stadsdeel Centrum 2, breed gebruik van deze programma’s, vaak meerdere per school. Dit geldt ook voor de voorlichtingen van het COC over seksuele diversiteit, ingezet op een kwart van de scholen. Een kwart van de scholen, uit vijf stadsdelen1 in voornamelijk praktijk en vmbo-onderwijs, gebruikt de training Beware of Loverboys van het Scharlaken Koord.

Naast de trainingen voor leerlingen is te zien dat bijna een kwart van de scholen in vmbo, havo en vwo gebruikt maken van de voorlichting Sexting en Grooming (Qpido) voor ouders en professionals. 9% van de middelbare scholen gebruiken iets anders: zelf ontwikkelde programma’s of benoemen pakketten zoals ‘Make A Move’ van Rutgers en de toneelvoorstelling Queerstories. Er zijn twee redenen waarom respondenten aangeven geen specifiek aanbod voor relationele en seksuele voorlichting in 2021-2022 in te zetten. Respondenten noemen de volgende redenen: a) de COVID-19 pandemie, en b) de onderwerpen zijn opgenomen in curriculum van verschillende vakken. Tegelijkertijd benoemt een school expliciet dat in 2022-2023 wel specifieke programma’s aangeboden worden. In het algemeen voegen respondenten toe dat redenen om geen lesprogramma’s aan te bieden te maken hebben met d) tijdgebrek in het curriculum, e) beperkt inzicht in het beschikbare lesaanbod.

1 Er is in de online enquête geen specifieke informatie verzameld over hoe op één school met zowel vmbo-t,

havo en vwo naar het aanbod per niveau wordt gekeken. De indeling naar onderwijs niveau is zoveel mogelijk naar één onderwijs niveau uitgesplitst, maar bevat aparte categorieën voor meer onderwijs niveaus. Overig bestaat uit scholen met palet van praktijk onderwijs, vmbo-b,-k,-t, havo aanbieden of vmbob,-k,-t, havo en vwo. 2 Vanuit het stadsdeel Centrum hebben geen scholen deelgenomen aan de enquête. In stadsdeel Centrum bevinden zich twee middelbare scholen.

13-02-2023 | GGD Amsterdam

16/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

Tabel 3-7:Overzicht lesprogramma's in voortgezet onderwijs in 2021-2022 per school per stadsdeel

Tabel 3-7:Overzicht lesprogramma's in voortgezet onderwijs in 2021-2022 per school per onderwijsniveau.

13-02-2023 | GGD Amsterdam

17/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

Waardering en aansluiting aanbod op behoeften (zie bijlage 4 en 5) Het beeld over de algemene tevredenheid over de lesprogramma’s die scholen aanbieden is gebaseerd op antwoorden van 62 respondenten, verdeeld over 44 scholen over alle deelgenomen stadsdelen. Van de respondenten is 60% tevreden (zie bijlage 4, tabel 7-6). Van de overige respondenten is 10% het oneens en de rest geeft aan ‘neutraal’ of ‘ik weet het niet’. De verdeling over onderwijsniveau zijn de meeste respondenten van combinatie scholen VMBO (incl. praktijkonderwijs) en VMBO-t, HAVO, VWO. Tabel 3-8: Respondenten voortgezet onderwijs en tevredenheid lesprogramma's in Amsterdam Noord, Nieuw-West, West, Zuid, Zuidoost en Oost

Qua bekendheid met het lesaanbod vindt ongeveer 20% respondenten dat er onvoldoende keuze in lesprogramma’s is. Deze respondenten geven aan dat ze veel van de aanbieders kennen, maar in open antwoordvelden gaat het ook over dat het onvoldoende keus is in passend aanbod voor de school of in de juiste taal, zoals Engels. Een andere respondent geeft aan dat er ‘te veel aanbod is om een goede keuze te maken’. Aansluiting behoeften school en leerlingen De meerderheid van de respondenten vindt dat lesprogramma’s op dit moment aansluiten op de behoeften van de school. De meerderheid, over alle deelnemende stadsdelen, vindt dat de lesprogramma’s nog beter kunnen aansluiten op de thema’s die onder kinderen spelen (zie paragraaf 4.2). Wat missen de respondenten die over het algemeen niet tevreden zijn? Respondenten geven in de open antwoorden toelichting, onder te verdelen in vier punten. Wat volgens hen ontbreekt in het aanbod is: a) b)

Aanbod gericht op bepaalde thema’s (consent, seksueel plezier, porno, besnijdenis, …) Aanbod met meer variatie aan perspectieven (vanuit bijv. een religieuze of culturele blik of ervaring met een lichamelijk beperking of ziekte)

13-02-2023 | GGD Amsterdam

18/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

c) d)

Aanbod met variatie in vorm (interactieve workshops of theaterstukken) Aanbod in het Engels

Keuze en overwegingen lesprogramma’s De keuze van respondenten in het voortgezet onderwijs voor bepaald aanbod komt voort uit een aantal overwegingen. Uit de enquête komen vijf overwegingen daarbij naar voren als zeer belangrijk (zie tabel 3-9). Op volgorde van meeste belangrijk volgens de respondenten: 1. 2. 3. 4. 5.

De inhoud en thematiek van de lesprogramma’s De positieve reacties van leerlingen en docenten De kwaliteit van een programma De vorm van de lesprogramma’s Tijdsbesteding van docent en/of leerling

Tabel 3-9: Overwegingen in keuze voor een lesprogramma respondenten in voortgezet onderwijs

Andere overwegingen zijn desalniettemin ook belangrijk zoals de inzet van gastdocenten en ook de inzet van eigen docenten. Veel scholen kiezen ervoor om naast langer lopende lesprogramma’s ook losse workshops of gastlessen aan te bieden van particuliere aanbieders. De reden hiervoor is dat scholen vaak de verdieping zoeken m.b.t. tot specifieke thema’s, bijvoorbeeld vanaf leerjaar drie. De keuze voor deze inzet wordt gebaseerd op:  Bestaande samenwerkingsrelaties en succeservaringen met particuliere aanbieders waar scholen en leerlingen positief over zijn.  Trends en incidenten onder leerlingen waar de school inhoudelijk op wil inspelen; bijvoorbeeld door kwetsbare meiden een extra workshop aan te bieden over loverboys of door een gastles te organiseren over sexting na een voorval in de klas.  De expliciete behoefte van docenten en leerlingen om meer over een thema te weten of te leren, bijvoorbeeld seksuele diversiteit en genderidentiteiten. Dit hangt vaak samen met actualiteiten en/ of maatschappelijke ontwikkelingen.

13-02-2023 | GGD Amsterdam

19/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

Door deze combinatie van invullingen wordt er afwisselend gebruik gemaakt van eigen docenten en gastdocenten of trainers. De meeste scholen zien juist in deze afwisseling een meerwaarde. Zo is er enerzijds ruimte om binnen de vertrouwensrelatie tussen leerling en docent uit te wisselen over RSV- thema’s, met daarnaast de ‘frisse’ input en expertise van een externe partij. Daarbij ervaren scholen het als prettig wanneer zij voor een deel ontlast worden door een gastdocent. Dit geeft lucht, zeker wanneer het een onderwerp betreft wat complex van aard is.

“Ze komen op school, hebben een leuke interactie met leerlingen en er ontstond een heel prettig groepsgesprek. RSV is een ontzettend belangrijk onderwerp juist omdat dit zulke kwetsbare jongeren zijn. Het is voor hen ook verfrissend om er dan met andere mensen over te kunnen praten dan docenten of hun eigen ouders”. Leerkracht

3.2.2. Knelpunten In het voortgezet onderwijs noemen respondenten in tijdens verdiepende interviews een aantal veelvoorkomende knelpunten in relatie tot de invulling van RSV: 

Corona: door corona is op veel scholen de aandacht voor RSV enigszins verslapt. Dit komt deels door de overstap naar online lesgeven en de druk op het reguliere onderwijs. Daarnaast waren veel aanbieders niet langer in staat om hun activiteiten aan te beiden. Scholen merken in de periode na corona dat ze soms zoekende zijn in hoe ze invulling willen geven aan hun lesprogramma, wat leidt tot wisselingen in de manier waarop dit wordt aangeboden.

Verschillen in achtergrond tussen leerlingen spelen een grote rol bij RSV op scholen. Deze verschillen in achtergrond kennen verschillende dimensies; zo is de culturele achtergrond van leerlingen soms een indicatie van hun voorkennis of de mate waarin zij thuis over RSV- onderwerpen spreken. In sommige gevallen speel ook de religieuze achtergrond die leerlingen hebben. Dit is soms een bepalende factor die meespeelt tijdens de lessen of activiteiten zelf, waarbij sommige leerlingen zich niet altijd prettig voelen wanneer er expliciet over seks en seksualiteit wordt gesproken. Het aanbod sluit hier niet altijd voldoende op aan en is daardoor niet inclusief genoeg. Scholen vinden dit ingewikkeld en noemen dit als knelpunt bij het structureel inrichten van hun aanbod. Er is hierbij sprake van een spanningsveld tussen de inhoudelijke boodschap die scholen leerlingen moeten en willen bijbrengen en hoe comfortabel leerlingen zich hierbij voelen.

Kennis en kunde van docenten: Net als in het basisonderwijs geven scholen aan dat men er tegenaan loopt dat docenten relationele en seksuele vorming soms een ingewikkeld onderwerp vinden. De mate waarin een docent zich comfortabel voelt om deze onderwerpen bespreekbaar te maken is ook in het voortgezet onderwijs een belangrijke factor. Mede doordat scholing omtrent RSV door corona op veel scholen

13-02-2023 | GGD Amsterdam

20/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

een achterstand heeft opgelopen zijn er veel onderlinge verschillen en is het persoonsafhankelijk hoe ervaren docenten zijn in het voeren van deze gesprekken. In het bijzonder noemen scholen drie aspecten die specifiek zijn voor het voortgezet onderwijs: 

Docenten vinden het soms moeilijk en/of spannend om richting leerlingen openlijk uit te komen voor hun seksuele geaardheid en dit ook uit te dragen. Dit kan RSVonderwerpen soms extra beladen maken en hierdoor lastiger om bespreekbaar te maken. Docenten merken soms dat ze enigzins achterlopen op wat er speelt in de leefwereld van jongeren en leren daardoor juist veel van leerlingen zelf. Zo dragen leerlingen wel eens onderwerpen aan die ze willen bespreken, waarbij een docent zelf niet over de juiste kennis beschikt. Tegelijkertijd biedt dit ook kansen om het gesprek aan te gaan en van elkaar te leren. Met name in de bovenbouw verschuift de nadruk van het RSV- lesprogramma van het biologische naar het sociaal- emotionele. Onderwerpen zoals omgangsvormen, grenzen, liefde en plezier zijn nu eenmaal subjectief en daardoor minder makkelijk bespreekbaar te maken als de feitelijke, praktische kant van relaties en seks.

3.2.3. LHBTIQ+ op VO- scholen Wat vinden leerlingen zelf als het gaat over dit thema? LGBTIQ+ is een onderwerp dat niet altijd makkelijk te bespreken is, onder andere vanwege religieuze overtuigingen of culturele normen. Volgens een aantal leerlingen uit Amsterdam West, zou het echter alleen de eerste week een probleem zijn als iemand uit de kast zou komen, maar zou er daarna niemand meer naar omkijken. Aan de andere kant geven de leerlingen ook commentaar in de trant van “doe waar je zin in hebt, maar val mij er niet mee lastig”. Meerdere leerlingen houden vast aan: ‘’ik respecteer het, maar support het niet’’. Op Paarse Vrijdag worden er soms “voor de grap dingen gemold". “Bij jongens vind ik het normaler dan bij meisjes. Gay jongens zijn gewoon grappig." Leerling

“Ik support het niet, maar vind het niet erg. Ik kan het niet steunen door mijn geloof... Op Paarse Vrijdag is de regenboogvlag door iemand in de wc gegooid. Dat gaat mij ook weer te ver.”

13-02-2023 | GGD Amsterdam

“Ik vind het niet erg als iemand dat is, maar alsjeblieft niet voor mijn neus.” Leerling

“Eerlijk gezegd is het wel raar als iemand homo of lesbisch is want we zijn hier in de meerderheid met Marokkanen en Turken, dus dan kijk je zo iemand wel na" Leerling

21/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

In de gesprekken komt ook naar voren hoe dit voor leerlingen samenhangt met normen van de groep op school, thuis en van geloofsgemeenschap. Ze benoemen bijvoorbeeld dat naroepen voor de groep is, om op een bepaalde manier over te komen. In onderstaand gesprek komt bijvoorbeeld naar voren hoe leerlingen daarin ook met elkaar ook reflecteren op wat dat betekent en hoe ze zelf verhouden tot die groep. A:“ Andere leerlingen willen laten lijken alsof het er niet mag zijn. Als ze alleen zijn dan zouden ze niks gaan zeggen.’’ B:‘’Maar eigenlijk respecteren ze het sowieso niet.’’ C: ‘’Van ons geloof mag het niet, respecteren mag, maar niet supporten.’’ A: ‘’Het respecteren is niet van trots dat je uit de kast bent gekomen. Je mag wel met ze omgaan.’’ B:‘’ Respecteren is het boeit me niet, ik laat je.’’ Gesprek tussen leerlingen

‘’Meerdere mensen in mijn geloof supporten het niet, mijn familie ook niet. Maar mij boeit het ook weer niet, want ik heb ook gewoon een lesbische vriendin.’’ Leerling

Wat zeggen de respondenten, docenten, zorgcoördinatoren en directeuren, over dit thema? LHBTIQ+ thematiek krijgt aandacht op iedere VO-school waar een interview is afgenomen. De scholen erkennen het belang van RSV in relatie tot LHBTIQ+ acceptatie. Tegelijkertijd merken scholen dat er nog veel ruimte is voor verbetering en dat er onder leerlingen nog regelmatig sprake is van een gebrek aan acceptatie, het bestaan van taboes of gebrekkige kennis. Uit de enquête is te zien dat met name respondenten van combinatiescholen, VMBO/HAVO/VWO en VMBO/Praktijk, en in stadsdelen Zuidoost, Zuid en Nieuw-West, de aandacht in lesprogramma’s hiervoor onvoldoende vinden (zie tabel 3-10 en 3-11). Tabel 3-10: Respondenten Voortgezet Onderwijs over aandacht seksuele en genderdiversiteit, en acceptatie in lesprogramma’s RSV per stadsdeel

13-02-2023 | GGD Amsterdam

22/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

Respondenten erkennen de kwetsbaarheid van de LHBTIQ++ gemeenschap, zeker op scholen. Naast dat het niet breed geaccepteerd is, zijn er leerlingen die hun seksualiteit gaan ontdekken zonder dat ze daar met iemand over kunnen praten. Een andere school vertelt dat er “heel heftig” kan worden gereageerd door leerlingen over het bestaan van LHBTIQ+ mensen, wat lastig is als “je de leerlingen wilt beschermen die mogelijk zelf een andere seksuele voorkeur/genderidentiteit hebben”. Scholen zijn dus op zoek naar manieren om deze gesprekken op een veilige manier te voeren. Een respondent vertelt ook dat dit geldt voor de docenten zelf; niet iedereen durft over diens eigen geaardheid te vertellen.

Tabel 3-11: Respondenten voortgezet onderwijs over aandacht voor LHBTIQ+ in lesprogramma's per stadsdeel

Een respondent vertelt over de verbazing die soms te zien is bij leerlingen op het moment dat er voor het eerst wordt gesproken over deze thema’s. “Homoseksualiteit is doodeng, lesbiennes wat minder”. Een andere respondent herkent dit, en vertelt dat er bij homoseksualiteit veel minder acceptatie is dan bij meisjes die openlijk lesbisch of biseksueel zijn. Zeker het gebruik van het woord “homo” als scheldwoord is een probleem wat we regelmatig horen van verschillende respondenten. Een andere respondent “voelt op school echt de homofobie”, en vraagt zich af of het ook ligt aan de locatie van de school (Zuid-Oost). Er moet volgens deze respondent meer aandacht voor komen voor LHBTIQ+ thematiek, los van de incidenten. Op scholen waar leerlingen bijvoorbeeld genderfluïde zijn, “lopen zij natuurlijk tien stappen voor op elk aanbod dat er is”. Er zijn leerlingen die helemaal niet in een hokje willen worden geplaatst of geen behoefte hebben aan de herhaling van de lesstof rondom deze thema’s. Een andere school vertelt dat leerlingen vragen hebben over de verschillende vormen van

13-02-2023 | GGD Amsterdam

23/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

seksualiteit, en dat ze zich bijvoorbeeld afvragen “wat panseksueel precies is, of hoe je een transpersoon duidt”. Deze onderwerpen worden volgens de respondent niet altijd aangekaart in het huidige onderwijsaanbod. Deze school heeft dan ook een sterke behoefte aan het “vinden van de juiste taal, bejegening en praktische zaken met betrekking tot transleerlingen”. Gender Sexuality Alliance (GSA) Verschillende scholen hebben een actieve GSA, waarbij ook Paarse Vrijdag en Coming-out-day groots worden aangepakt. Op gymnasia is deze GSA vaak actiever dan op andere scholen. Op andere scholen gaf men aan dat de GSA juist rommelig was ingericht, en was het niet altijd duidelijk wie welke rol precies had. Bij deze scholen is er bijvoorbeeld een interne coördinator aangesteld, om zo meer richting en structuur te krijgen. Bij een andere school is de GSA juist opgericht door de leerlingen zelf, onder begeleiding van de school. Aan de hand van het COCmateriaal is deze GSA opzet, waarbij er financiering vanuit de school is vrijgemaakt. Paarse Vrijdag Paarse Vrijdag wordt vaak schoolbreed gevierd, waarbij de docenten ook actief betrokken zijn. Leerlingen reageren daar heel verschillend op, waarbij de een er wel over kan praten, maar de ander daar fel op kan reageren. Andere leerlingen zijn bijvoorbeeld heel nieuwsgierig, maar durven dingen niet te vragen.

“Paarse vrijdag is een groot feest, met leuke activiteiten en een informatief onderdeel. Het gaat over mensenrechten en jezelf mogen zijn, en dat willen we dus ieder jaar vieren.” Leerkracht

Tegelijkertijd zijn er ook scholen die zich afvragen of ze Paarse Vrijdag wel echt als een feestdag neer moeten zetten, omdat dit ook iets negatiefs kan opleveren. Het heeft in het verleden reacties opgeroepen die scholen niet prettig vonden, zoals het stelen en doorkrassen van de regenboogvlag. Een andere school vertelt dat leerlingen het over het algemeen prettig en interessant vinden, en dat niemand er gek over doet. Een andere school vertelt juist dat veel ouders “moeite hebben met onze deelname aan Paarse Vrijdag en het feit dat we de regenboogvlag hijsen”. Deze ouders willen eigenlijk dat er meer aandacht wordt besteed aan minderheden in het algemeen. COC Het COC wordt door veel scholen gevraagd voor specifieke voorlichting rondom acceptatie van de LHBTIQ+ gemeenschap. Deze scholen vinden dat dit een mooie aanvulling is op ander aanbod, dat naar de mening van een aantal van hen te weinig aandacht heeft voor onderwerpen als seksuele oriëntatie en voorkeuren. Daarbij is het wel belangrijk ze, bij het kiezen van een vrijwilliger, rekening houdt met het niveau en samenstelling van de groep. Voor sommige leerlingen is het “wennen” als het COC langskomt.

Een van de respondenten vertelt dat de gesprekken die werden gevoerd “heel heftig waren, met weinig respect vanuit de leerlingen, waarbij de mensen van het COC niet werden aangekeken, waardoor we gesprekken stop moesten zetten”. Een respondent vertelt dat er vrijwel geen commentaar komt vanuit

13-02-2023 | GGD Amsterdam

24/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

ouders op het RSV-aanbod, behalve als het COC langskomt. Tegelijkertijd is het lastig om daar harde conclusies aan te verbinden, aangezien leerlingen lang niet alles thuis vertellen. “Vooroordelen en gebrek aan kennis over LHBTI’ers speelt zeker onder leerlingen en ook wel onder docenten. Collega’s vinden het bijvoorbeeld best moeilijk en spannend om openlijk homoseksueel te zijn en dit uit te dragen of te bespreken met leerlingen. Mensen vinden er toch wat van, daarom is het ook een reden om het COC uit te nodigen en het gesprek hierover te voeren.” Zorgcoördinator

3.3 Middelbaar Beroepsonderwijs

3.3.1. Huidige invulling op mbo-scholen Op mbo-scholen valt het relationele en seksuele voorlichtingsonderwijs onder burgerschap. In het onderzoek is in beperkte mate aandacht besteed aan het MBO. De enquête is ingevuld door twaalf respondenten, verdeeld over acht mbo-scholen in Amsterdam 3 met opleidingen ICT, Creatieve Industrie, Handel, Zorg, Welzijn en Sport, Zakelijke Dienstverlening en Uiterlijke verzorging. Er zijn twee interviews afgenomen bij twee verschillende opleidingen. Daarom geven we de uitkomsten niet weer in percentages maar in aantallen. Tabel 3-12: Lesprogramma's op MBO scholen in 2021/2022 N=17 lesprogramma's volgens 12 respondenten

3 In het totaal zijn er 25 MBO-Scholen in Amsterdam.

13-02-2023 | GGD Amsterdam

25/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

Algemeen beeld van gebruik lesprogramma’s Lang leve de Liefde voor het MBO is het meest gebruikte lesaanbod, door bijna de helft van de scholen. Ook zijn de voorlichtingen van het COC Amsterdam en verschillende workshops van Tabel 3-13: Respondenten middelbaar beroepsonderwijs en tevredenheid over lesprogramma's relaties en seksuele voorlichting

Sexmatters in 2021-2022 op een derde van de mbo-scholen ingezet. Binnen de meeste opleidingen is het ondergebracht bij burgerschap als apart onderdeel met (meestal) een gastdocent. Drie van de 12 respondenten geven aan geen specifiek lesprogramma te hebben voor relationele en seksuele voorlichting in 2021-2022, omdat het onderdeel is van het eigen burgerschapsonderwijs. Redenen volgens respondenten om geen aanbod in te zetten volgens respondenten zijn: a) onbekendheid met het lesaanbod bij docenten/mentoren, b) onvoldoende prioriteit in de school. De helft van de respondenten is tevreden met de lesprogramma’s die ze op school gebruiken. De aansluiting bij de behoeftes van de school is dat minder. Een respondent redeneert dat de school zelf onvoldoende scherp heeft wat behoeftes zijn en welke programma’s daarop aansluiten. Bijna de helft van de respondenten van het MBO vinden dat de lesprogramma’s verbeterd kunnen worden, zodat ze nog beter aansluiten op thema’s die onder jongeren spelen. Een derde geeft het antwoord ‘neutraal’ en een kwart van de respondenten ‘weet ik niet/geen antwoord’. Aansluiting van lesprogramma’s bij leerlingen is voor docenten ook reden om voor bepaald programma te kiezen. In de interviews noemt een respondent het voordeel van de gastdocenten van Lang Leve de Liefde in het bereiken van de leerling, namelijk de juiste taal spreken en herkenning vinden.

Ook beschrijft een andere docent hoe belangrijk diversiteit onder gastdocenten is zodat leerlingen zich met hen kunnen identificeren.

13-02-2023 | GGD Amsterdam

26/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

“’Bij Lang Leve de liefde was er 1 keer een gastdocent van Marokkaanse afkomst. Daar merk je direct meer herkenning en aansluiting. Leerlingen durven meer vragen te stellen..” Docent

“De gastdocenten van Lang Leve de Liefde spreken de taal van de studenten, en hebben de leeftijd van de studenten.’’ Docent

Wie beslist? De respondenten van mbo-scholen maken de keuze over RSV-lesprogramma’s gezamenlijk, een combinatie van directeur, docent, jaarcoördinator, studieloopbaanbegeleiders en zorgcoördinatoren of in het team van een vakgroep burgerschap. Bij een enkele school ligt dat één persoon, een docent of studieloopbaanbegeleider. De belangrijkste overwegingen in de keuzes voor lesprogramma’s over seks en relaties zijn volgens de respondenten uit de enquête: a) Positieve reacties van leerlingen of docenten over de lessen b) De inhoud en thema’s in de lesprogramma’s c) Vorm van het onderwijs d) Tijdsbesteding leerling of docent e) Aansluiting bij de leerlingen Hoewel respondenten de kosten van de lesprogramma’s niet meest belangrijk vinden, geeft een respondent in interview aan dat er extra toestemming nodig is om een betaald programma in te zetten. Tabel 3-14: Respondenten MBO over keuzes in lesprogramma's seksuele en relationele voorlichting.

3.3.2 Knelpunten De knelpunten volgens de docenten en zorgcoördinatoren die hebben deelgenomen liggen met name bij de aansluiting van lesprogramma’s bij de leerlingen. Dit gaat over representatie;

13-02-2023 | GGD Amsterdam

27/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

wie geeft het lesaanbod en wie zien leerlingen in de beelden. Aansluiting op de taal van de leerlingen en tegelijk ook een vorm die past bij de sfeer in de klassen spelen daarbij tevens een rol. Volgens een deel van de respondenten is het bij hen op school of opleiding geen prioriteit om lesprogramma’s te hebben voor seksuele en relationele voorlichting. Zo is het volgens hen van de docent afhankelijk en mist een duidelijk beleid vanuit de school of opleiding. Thema’s die dan in elk geval aan bod moeten komen zijn inclusie rondom genderidentiteit en seksuele oriëntatie.

13-02-2023 | GGD Amsterdam

28/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

4. Behoeften scholen In dit hoofdstuk belichten we de verschillende behoeften die scholen en leerlingen hebben op het gebied van relationele en seksuele voorlichting. 4.1. Primair onderwijs Scholen in het basisonderwijs geven aan behoefte te hebben aan aanbod dat aansluit op de culturele diversiteit onder hun leerlingen. Deze behoefte is er vooral op de scholen met veel doelgroepleerlingen in Noord, Zuid- Oost en Nieuw- West, maar wordt ook benoemd door andere scholen in de stad. Deze behoefte is drieledig en refereert aan: 

“Bestaat er eigenlijk aanbod dat meer gericht is op het islamitische geloof? Dat zou ons helpen. Het blijft een dilemma voor ons (…) Ik wil aan de wensen van ouders voldoen en aan de behoefte van leerlingen (…) Maar aan de andere kant denk ik: wij als school zijn expert en moeten dit onderwerp bespreken op de manier die wij het beste vinden.

Leerkracht Representatie: het beeldmateriaal vanuit bijvoorbeeld Lentekriebels wordt gezien als ‘te wit,’ en biedt leerlingen met een niet- Nederlandse achtergrond weinig mogelijkheden om zich hiermee te identificeren. Sensitiviteit: leerlingen dienen zich voldoende te herkennen in les- en beeldmateriaal. Hierbij hebben scholen behoefte aan oog voor en erkenning van verschillende religies en waarheden in het bestaande aanbod. Bijvoorbeeld: het gebruik van expliciete afbeeldingen van geslachtsdelen is voor sommige leerlingen of nieuwkomers zeer oncomfortabel. Toegankelijkheid: scholen met veel doelgroepleerlingen ervaren dat het taalniveau van Lentekriebels soms te ingewikkeld is voor hun leerlingen, met name wanneer er ook sprake is van klassen met nieuwkomers of leerlingen die tegen LVB aanzitten. Dit maakt een onderwerp dat op cultureel/ religieus vlak al complex kan zijn nog lastiger om kwalitatief goed over te brengen op de leerlingen. In de vragenlijst benoemen een paar respondenten dat ze dit missen in hun huidige lesaanbod.

Een andere behoefte die door zes van de geïnterviewde scholen kenbaar is gemaakt is een betere koppeling tussen het RSV- lesaanbod (waarvan Lentekriebels in het bijzonder) en de Vreedzame school. Een voorbeeld dat hierbij door scholen wordt genoemd is een programma of boekje dat het hele jaar door kan worden gebruikt en dat in verbinding staat met de thema’s die binnen het Vreedzame school- programma al worden besproken. Zo wordt het onderwerp RSV nog sterker verankerd in het curriculum, is er meer structurele ruimte voor en wordt de inhoudelijke boodschap richting leerlingen vaker herhaald. In het verlengde van de bovenstaande leeft onder scholen ook de behoefte aan een betere kennis en vindbaarheid van het beschikbare aanbod in de stad. Zo blijkt er een partij 4 te zijn die reeds een koppeling tussen Kriebels in je Buik en de Vreedzame School aanbiedt. Echter zijn geen van de scholen hiervan op de hoogte, en geeft de meerderheid van de respondenten 4

Stichting CED Groep- Vreedzame Kriebels

13-02-2023 | GGD Amsterdam

29/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

aan zoekende te zijn met betrekking tot de verschillende vormen van aanbod en aanbieders in Amsterdam. Informatie over (nieuw) aanbod komt vaak binnen per mail, waarbij sommige scholen aangeven juist kritisch te zijn op commerciële partijen en de voorkeur te geven aan materiaal van de GGD of Rutgers. Echter zijn er ook scholen die aangeven geen informatie van de GGD te ontvangen, waardoor ze juist gericht op zoek gaan naar informatie over een bepaald thema dat op dat moment intern speelt of relevant is. Scholen benoemen een behoefte aan een overzicht, database of menukaart waarin men op thema kan zoeken naar informatie en die bestaat uit verschillende elementen of bouwstenen waar een leerkracht zelf uit kan putten. De bekendheid van een platform zoals seksuelevorming.nl is onder respondenten zeer beperkt. Een van de knelpunten die werd benoemd in het vorige hoofdstuk is de mate waarin de kwaliteit van RSV op een school vaak valt en staat met de kennis en kunde van leerkrachten. Hieruit komt een directe behoefte voort, namelijk scholing voor leerkrachten. Scholen geven aan dat scholing voor leerkrachten op het thema RSV Leerkracht vaak niet structureel is ingebed en dat kennis vaak informeel wordt overgedragen onder collega’s. Dit biedt de leerkrachten in veel gevallen enige houvast om deze onderwerpen in de klas te bespreken.

Echter blijkt dit soms ontoereikend wanneer zij thema’s als seksuele diversiteit en LHBTIQ+- acceptatie in de brede maatschappelijke context moeten plaatsen in gesprek met leerlingen. Ook een onderwerp als grensoverschrijdend gedrag vraagt soms extra vaardigheid voordat dit op een constructieve manier aangekaart kan worden. Sommige scholen zijn zoekende naar manieren om deze behoefte te vervullen, bijvoorbeeld door:

“In de ideale situatie zou het heel fijn zijn als er studiedagen zouden zijn voor het team waarmee ze zelf ook kennis en ervaringen opdoen (…). Dat het team zich bekwaam voelt en dat docenten ook met plezier zelf de lessen kunnen geven. “

Het inschakelen van een externe expert of trainer voor een workshop of scholingsdag;  Het vormen van interne clubjes van collega’s met kennis van en affiniteit met dit onderwerp die andere leerkrachten kunnen ondersteunen in de klas;  Het bundelen van kennis en informatiebronnen op een centrale plek zodat deze toegankelijk zijn voor leerkrachten en dat zij hieruit kunnen putten wanneer nodig. Echter lukt het niet alle scholen om hier goede oplossingen in te vinden. Gebrek aan tijd, beperkte kennis en vindbaarheid van het aanbod liggen hieraan ten grondslag. 

Tenslotte maakt de meerderheid van de geïnterviewden scholen gebruik van het lesprogramma Kriebels in je Buik van Rutgers/ GGD Amsterdam. Hoewel men hier tevreden over is, hebben directeuren en leerkrachten wel feedback met betrekking tot bepaalde aspecten. De overkoepelende behoefte hierin is actualisering en vernieuwing van het lesmateriaal. Zo vinden scholen:  Het materiaal aan de verouderde kant qua presentatie en vormgeving. Zo geeft één school met veel doelgroepleerlingen aan dat hun evaluatie aantoont dat hun leerlingen de lessen om deze reden saai vonden.

13-02-2023 | GGD Amsterdam

30/66

RadarAdvies | bedreven in beter samenleven

 

De website is enigszins onhandig en gebruiksonvriendelijk. Een praktisch overzicht of een gebruikshandleiding ontbreekt. De representatie binnen het lesmateriaal is weinig divers; beelden worden gezien als overwegend wit en daardoor minder passend voor scholen met een diverse leerlingenpopulatie. 4.2. Voortgezet onderwijs 4.2.1.

Behoefte vanuit leerlingperspectief

Op het VO zijn 40 leerlingen, verdeeld over een aantal focusgroepen op drie verschillende scholen, bevraagd over hun ervaring wat betreft het lesaanbod RSV en aanvullende behoeften. De bevindingen uit deze focusgroepen geven we hier weer. Leerlingen geven vaker de voorkeur aan een gastdocent Leerlingen geven aan dat er op school meer aandacht zou moeten zijn voor RSV, maar dat ze dan de voorkeur geven aan lessen van gastdocenten. Ze durven dan meer vragen te stellen over onderwerpen waar ze echt mee zitten en hun mening over bepaalde dingen beter te uiten. Dit zijn vragen die ze niet aan de eigen docent durven te stellen; dat is “awkward”. Daarnaast geeft een aantal leerlingen aan bang te zijn dat de eigen docent informatie doorspeelt naar andere docenten of naar de ouders. Om deze reden wordt het anoniem kunnen stellen van vragen erg gewaardeerd. Onderwerpen die de jongeren missen “We horen wel gewoon van “let op wat je stuurt”, Tijdens de groepsgesprekken komt een aantal maar het zou wel wat specifieker en meer mogen. onderwerpen naar voren die jongeren meer Soms is het ook gewoon leuk om iets te sturen, zouden willen terugzien in RSV-lessen. De snap je? volgende onderwerpen worden expliciet Leerling genoemd:  Sexting en exposing. Dit is vooral een thema dat bij jongens speelt, maar ook onder meisjes wordt besproken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12770159/1