CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderzoek naar impact dreiging vanuit georganiseerde criminaliteit op politiewerk.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 11 juli 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Politie-enquête: kwart medewerkers weleens bedreigd door criminelen. (VN2024-008884)30.703 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Sekse

Tot slot is gekeken naar verschil in sekse. Hieruit blijkt dat mannen het risico op dreiging hoger inschatten dan vrouwen. Van de mannen schat 12,9% het risico als (heel) groot in en bij de vrouwen is dit 7,8%.38, 39 Deze inschatting blijkt overeenkomstig met de daadwerkelijk ervaren dreiging. Zoals we in hoofdstuk 2 zagen, komen mannen vaker in aanraking met dreiging van georganiseerde criminaliteit. 6.5

Plegers

Evenals aan de medewerkers die daadwerkelijk bedreigd of geïntimideerd zijn, is aan de respondenten die hebben aangeven dat zij een risico zien, gevraagd uit welke hoek ze inschatten dat de dreiging zou kunnen komen.40 Het gaat dus om de 181 respondenten die niet te maken hebben gehad met dreiging, maar wel aangeven dat zij hiervoor een gemiddeld tot heel hoog risico zien. In figuur 6.4 is te zien dat het type plegers waarvan respondenten dreiging verwachten grotendeels overeenkomt met die van de respondenten die daadwerkelijk dreiging hebben ervaren (zie figuur 2.7). De meeste van de 181 respondenten denken dat de dreiging kan komen van een crimineel netwerk (82,9%). Maar ook een criminele familie (50,3%) en een criminele jeugdgroep (43,6%) worden geregeld genoemd.

38 39 40

** p<0,01 In de vragenlijst was ook een categorie ‘anders’ voor sekse, maar deze is niet (serieus) ingevuld. Dit was een gesloten vraag met een optie: anders, namelijk.

93

6

Perceptie van dreiging

1,6

Mobiele bende

OMG (Outlaw Motor Gang)

8,2

Criminele jeugdgroep

30,4

Criminele familie

35,3

Crimineel netwerk

24,6 0

10

20

30

40

50

60

70

80

90

Figuur 6.4. Inschatting van het type plegers waaruit dreiging/intimidatie door georganiseerde criminaliteit verwacht wordt (%), N=181. Onderzoeksgroep = medewerkers die niet met een dreiging vanuit georganiseerde criminaliteit te maken hebben gehad, maar wel inschatten dat dit zou kunnen gaan gebeuren.

Enkele illustratieve citaten uit de vragenlijst: ‘Criminele groeperingen hebben veel macht, hebben personen onder controle zoals medewerkers van overheidsdiensten. Hierdoor kunnen zij makkelijk aan gegevens komen van politiemedewerkers’ (respondent vragenlijst). ‘Criminelen werken steeds meer als een groot bedrijf met aan het hoofd een CEO. Er wordt heel veel geld verdiend. Geld maakt macht. Een crimineel zal er alles aan doen om dit te behouden en beschermen’ (respondent vragenlijst). ‘Veel onderzoeken draaien op criminele netwerken en families. Sommige leden zijn niet vies van zich te laten gelden, als is het maar om status te krijgen tegenover medecriminelen’ (respondent vragenlijst). 6.6

Samenvatting

Bij perceptie van dreiging gaat het om medewerkers die zelf nog geen dreiging hebben meegemaakt, maar die zich hier wel zorgen over maken. Ongeveer 10% van de respondenten die nog nooit zelf dreiging vanuit georganiseerde criminaliteit heeft meegemaakt, schat de kans (heel) groot in dat dit in de toekomst gaat gebeuren. Ongeveer een derde denkt dat ze een gemiddeld risico op dreiging lopen. Als verklaring voor hun zorgen noemen de respondenten een aantal redenen.

94

Samenvatting

6.6

De meest genoemde reden is dat de respondenten in hun werk in aanraking komen met personen die tot de georganiseerde criminaliteit behoren. Ze maken zich ook zorgen als hun naam op een proces-verbaal staat en/of in een opsporingsdossier terechtkomt. Ook verharding van de georganiseerde criminaliteit wordt genoemd. Er wordt ervaren dat criminelen steeds gewelddadiger worden en ervaren politiemedewerkers zien een verschil met ‘vroeger’. In algemene zin speelt volgens respondenten verharding in de samenleving een rol. Ook bij ‘gewone’ burgers merken ze dat er sprake is van toegenomen geweld en agressie tegen de politie. Het minder aanwezig zijn in de wijk (en daardoor minder binding met bewoners hebben) en online aanwezigheid worden tevens als verklaring genoemd. Uit de vragenlijst blijken enkele verschillen tussen typen respondenten. Zo schatten medewerkers uit de GGP het risico op dreiging vanuit georganiseerde criminaliteit vaker hoog in dan medewerkers in de opsporing. Ook medewerkers die jonger zijn en minder dienstjaren hebben, schatten het risico hoger in. Tot slot schatten mannelijke medewerkers het risico vaker als (heel) hoog in dan vrouwelijke medewerkers.

95

6

96

Perceptie van dreiging

7.1

7

Impact en gevolgen van de perceptie van dreiging

‘Ik kijk goed uit als ik het bureau uitstap en ga pas naar mijn auto als het goed voelt’ (respondent vragenlijst). 7.1

Inleiding

In dit hoofdstuk kijken we naar de impact die dreiging van georganiseerde criminaliteit heeft op politiemedewerkers die niet ooit zelf bedreigd of geïntimideerd zijn. We kijken hier dus naar de perceptie van politiemedewerkers over de dreiging van de georganiseerde criminaliteit en de impact die dit op hen heeft. De bevindingen zijn gebaseerd op de vragenlijst, interviews en expertsessies. Bij dit hoofdstuk richten we ons met de bevindingen uit de vragenlijst op de onderzoeksgroep van medewerkers die zelf nog geen daadwerkelijke dreiging hebben meegemaakt van georganiseerde criminaliteit, maar die de kans wel gemiddeld tot heel hoog inschatten dat dit zou kunnen gaan gebeuren. Het gaat om 181 medewerkers van de totale onderzoeksgroep van 617 medewerkers. 7.2

Risicobeperkende maatregelen

Zoals in het vorige hoofdstuk (zie paragraaf 6.2) besproken, schat 40,2% van de respondenten die zelf geen dreiging hebben meegemaakt het risico dat ze te maken krijgen met dreiging van georganiseerde criminaliteit gemiddeld tot heel groot in. Aan deze respondenten (N=181) is gevraagd of ze binnen of buiten het werk handelingen aanpassen om dit risico te beperken en zo ja welke handelingen dit zijn. Van deze respondenten geeft 80% aan dat ze één of meer maatregelen nemen om het risico op dreiging te beperken. In figuur 7.1 is een overzicht te zien van maatregelen die deze respondenten nemen.

97

7

Impact en gevolgen van de perceptie van dreiging

21,5 9,9 1,7 1,7 1,7 2,2 4,4 5,5 8,8 11,6 11,6 14,9 22,7 24,9 31,5 33,7

Anders Ik parkeer thuis niet meer voor de deur Ik neem mijn dienstwapen mee naar huis Ik rij steeds een andere route van werk naar huis (en v.v.) Ik heb een geheim telefoomnummer Ik heb betere sloten genomen Ik mijd bepaalde locaties Ik teken processen-verbaal onder nummer Ik heb gezorgd dat ik op sociale media niet of beperkt vindbaar ben

0

10

42

20 30 40 50 60

64,1

70

Figuur 7.1. Risicobeperkende maatregelen (%), N=181. Onderzoeksgroep = medewerkers die niet met een dreiging vanuit georganiseerde criminaliteit te maken hebben gehad, maar wel inschatten dat dit zou kunnen gaan gebeuren.

7.2.1

Maatregelen op het werk

Figuur 7.1 laat zien dat een deel van de 181 respondenten verschillende maatregelen op het werk neemt om het risico op dreiging te beperken.41 Zo kijkt 42% over hun schouder als ze aankomen op het werk (en als ze thuis aankomen). Drie respondenten: ‘Ik ben meer in de spiegel gaan kijken en rijd elke keer een andere route naar huis’ (respondent 2-3). ‘Maar het doet wel wat met je en je bent er constant mee bezig. Ook als je naar je auto loopt even een quick look. Heel veel collega’s hebben dat gevoel en dat is wel ongezond denk ik’ (respondent 2-5). ‘Door het soort zaken en de ontwikkelingen rond onderzoeken waar ik in meewerk, ben ik wel mijn gedrag gaan aanpassen (extra oplettend, andere routes, om me heen kijken als ik uit auto stap, soms dienstwapen mee naar huis als dreiging wat hoger is). Beveiliging van ons bureau is wel aangepast naar aanleiding van deze ontwikkelingen en daadwerkelijke verdachte situaties rond ons bureau’ (respondent vragenlijst). Van de respondenten tekent 33,7% processen-verbaal onder nummer wanneer dit mogelijk is. In de toelichting noemen een aantal respondenten dat ze het liefst nog vaker onder nummer willen werken, en ook in de interviews stellen respondenten dit regelmatig aan de orde. In een aantal expertsessies is dit besproken en hieruit blijkt dat er

41

98

Let op: het gaat hier nogmaals om de respondenten die zelf geen dreiging hebben meegemaakt, maar die wel inschatten dat dit ze kan overkomen.

Risicobeperkende maatregelen

7.2

ook medewerkers zijn die (erg) terughoudend zijn ten opzichte van het onder nummer werken. Een aantal respondenten neemt nog andere maatregelen, zoals het anoniem horen van verdachten (4,4%)42 of het terugtrekken van een zaak waar zware criminelen bij betrokken zijn (1,7%). Bij de categorie ‘Anders’ noemen respondenten ook het dragen van gezichtsbedekking, het dragen van een kogelwerend vest, het afplakken van hun naam op het ID-bewijs en zorgen dat hun elektronische apparaten niet detecteerbaar zijn tijdens het werk als maatregelen. Een respondent vertelt in een interview dat hij bij mutaties in de wijk vaker kiest voor de term ‘verbalisant’ in plaats van ‘wijkagent’, zodat het minder duidelijk is dat de mutatie van hem afkomstig is wanneer deze in verkeerde handen valt. Vooral bij de recherche hebben respondenten en deelnemers van de expertsessies het idee dat er voorzichtiger gewerkt wordt in vergelijking met vroeger. Zoals door het dragen van gezichtsbedekking bij doorzoekingen en werken onder nummer indien mogelijk. Twee respondenten van de recherche vertellen: ‘Mijn naam op een papiertje schrijven doe ik niet snel meer. Nu zet ik er 0900-8844 op en vraag maar naar de recherche’ (respondent opsporing 2-5). ‘Nu halen we iemand van 15 jaar die een overval heeft gepleegd op en dan dragen we een bivakmuts. We worden nu overal gefilmd; camera’s of deurbel.

Je ziet dat de organisatie daarop anticipeert om te voorkomen dat je de bedreiging krijgt. Er wordt dus wel rekening mee gehouden. Je ziet ook wel de angst bij collega’s’ (respondent RCCB 2-17). Ondanks dat we veel voorbeelden horen van maatregelen, blijkt uit de gesprekken ook dat hier bij verschillende eenheden verschillend mee om wordt gegaan. Zo verbaasde een deelnemer van de expertsessie zich dat toen hij overstapte van de ene eenheid naar de andere, dat daar heel andere normen waren als het ging om risicobeperkende maatregelen binnen de recherche. Een andere respondent was verbaasd dat zijn team niet onder nummer mocht werken van de officier, terwijl een rechercheteam in een andere eenheid dat onderzoek deed naar dezelfde groepering dit wel deed. 7.2.2

Vermijdingsgedrag

In de interviews en expertsessies horen we meerdere voorbeelden van politiemedewerkers die vermijdingsgedrag vertonen, zowel in de opsporing als in de GGP. Bij de opsporing gaat het om vermijdingsgedrag bij doorzoekingen of verhoren. Hiervoor is al genoemd dat sommige respondenten zich terugtrekken van zaken waar zware criminelen bij betrokken zijn. Een deelnemer (expertsessie 4) vertelt over collega’s die het

42

Het merendeel van hen werkt in de opsporing.

99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14345488/1