CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderzoek naar effectiviteit en meerwaarde van het broedplaatsenbeleid.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 23 mei 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de reactie op motie 1083 (20 juni 2019) van raadsleden Karaman en Simons over het Amsterdams Atelier- en Broedplaatsenbeleid 2019-2022 (evalueren op helft periode). (VN2023-014923)22.468 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In 2019 studeerden meer dan negenhonderd bachelor- en masterstudenten af aan de Gerrit Rietveld Academie en de Amsterdamse Hogeschool voor de -----------39

Er komt wel ook een aantal vierkante meters bij met toekomstige broedplaatsen. Omdat we hier niet alle cijfers van hebben, maken we hier geen gedetailleerde prognose van.

40

Inmiddels is het coalitieakkoord 2022-2026 door de Gemeente Amsterdam gepresenteerd, met een budget voor broedplaatsen.

41

Zie ook de oproep voor onderzoek naar de vraag naar en het aanbod van atelierruimte in Amsterdam door Platform BK en de Kunstenbond, in hun onderzoeksrapport uit 2020: Geen stad zonder kunst 2.

42

Het aantal zoekenden is niet af te leiden uit wachtlijsten van broedplaatsen, omdat a) niet alle broedplaatsen wachtlijsten hanteren, en b) broedplaatsen met wachtlijsten wachtenden op verschillende manieren registreren waardoor er niet een eenduidig beeld gevormd kan worden en c) zoekenden bij meerdere broedplaatsen op een wachtlijst kunnen staan.

31

Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam

Kunsten (AHK), in 2020 waren dit er ongeveer 850.43 Hier komt nog een onbekend aantal afgestudeerden bovenop die niet aan een Amsterdamse instelling zijn afgestudeerd maar wel werkruimte zoeken in Amsterdam, en afgestudeerden van kunstopleidingen op mboniveau. Ook is een onbekend aantal kunstenaars die geen kunstopleiding gevolgd hebben (autodidacten) op zoek naar werkruimte. In hoofdstuk 1 van dit rapport werd een schatting gegeven van in totaal zeventienhonderd kunstenaars die jaarlijks een plek zoeken in Amsterdam.44 Eerder werd in dit hoofdstuk een schatting gemaakt van een huidige voorraad van 1.486 werkruimtes voor CAWA-getoetste kunstenaars. Aangezien CAWA-huurders voor vijf of tien jaar een werkruimte bezet houden, overstijgt de potentiële vraag in ieder geval ruimschoots het aanbod.

Tijdelijkheid broedplaatsen Broedplaatsen zijn vaak gevestigd in panden die tijdelijk beschikbaar zijn. Dit wordt niet altijd gezien als iets negatiefs door de beheerders; deze tijdelijke panden kunnen zeer geschikt zijn als broedplaats en bieden een beter alternatief dan leegstand. Er is echter ook behoefte aan permanente broedplaatsen en meer bestaanszekerheid voor tijdelijke broedplaatsen. In gesprekken met beheerders en in de antwoorden op de enquêtes komt een aantal knelpunten voorbij, zoals de onzekerheid rondom een mogelijke verlenging van een broedplaats. Bevestiging van een verlenging kan erg lang duren, wat voor veel onzekerheid zorgt bij de beheerders en huurders van tijdelijke panden. Zorgen dat een broedplaats langer open blijft kan enorm veel moeite en energie kosten. Verder wordt als probleem genoemd dat de motivatie van de beheerders en huurders om te investeren in een tijdelijk pand laag kan zijn, vooral bij de kortere contracten. Mogelijk vormt dit niet alleen een probleem voor het gebruiksplezier van de huurders, maar ook voor de duurzaamheid van het pand.

Uitvoeren van een buurtfunctie Er zijn meerdere positieve geluiden over de interactie met buurtbewoners. Het ontbreekt niet aan motivatie om ruimte te bieden aan de buurtbewoners en iets voor de omgeving te betekenen. Er zijn hier echter ook knelpunten. Deze citaten uit de beheerdersenquête vatten een sentiment samen van het “opleggen” van een buurtfunctie aan de broedplaatsen:

-----------43

Op basis van jaarverslagen van de Amsterdams Hogeschool voor de Kunsten en de Gerrit Rietveld Academie.

44

Gerapporteerd op basis van cijfers van OIS Amsterdam 2018 in: Gemeente Amsterdam, 2019: Amsterdams atelieren broedplaatsenbeleid 2019-2022.

32

Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam

Citaten uit enquête beheerders over buurtfunctie broedplaats:

“Er wordt op dit moment vooral gestuurd op broedplaatsen die ook een functie naar de buurt moeten hebben. Hier komen veel extra zaken bij kijken waar huidige broedplaatsen niet altijd expertise in hebben. Het zou goed zijn om hiervoor handvatten aan te bieden in plaats van de broedplaatsen het zelf maar te laten uitzoeken hoe ze een buurtfunctie moeten creëren. Nu wordt het vooral opgelegd

vanuit de gemeente, maar hoe het moet worden opgezet wordt aan de broedplaatsen zelf overgelaten.”

“[Een negatief aspect is] dat er steeds meer nadruk komt te liggen op buurtfuncties. Waarmee je een verlengstuk van de politiek wordt. Het streven moet vooral zijn om betaalbare werkruimtes voor creatieven te genereren, zonder wisselgeld”

De broedplaatsen hebben niet altijd een vanzelfsprekende binding met de buurt of de buurtbewoners, wat deze maatschappelijke opgave lastig kan maken. Er is onzekerheid over hoe een buurtfunctie het beste ingevuld kan worden, en waar de buurtbewoners het meeste baat bij hebben. Het verdient aanbeveling dit te onderzoeken door te inventariseren bij omwonenden van broedplaatsen waar zij behoefte aan hebben en hoe de broedplaats daarbij kan helpen. Over het algemeen moet er zorgvuldig nagedacht worden over hoe de buurtfunctie het beste tot zijn recht komt, met positieve uitkomsten voor de buurt en de broedplaats. Het ligt in de rede de omwonenden bij dat denkproces te betrekken.

3.5 Conclusie: De broedplaatsen van nu

Voor dit onderzoek zijn 68 broedplaatsen uitgelicht die (nu of in het verleden) steun hebben (gehad) van Bureau Broedplaatsen, om een impressie te geven van de huidige situatie. Momenteel is er ongeveer 160 tot 170 duizend bruto vierkante meter vloeroppervlak aan broedplaatsen in de MRA,. Er zijn naar schatting 2.500 werkruimtes voor kunstenaars en creatieven, waarvan ongeveer 56% bestemd is voor CAWA-huurders. Er is een grote variatie te zien aan functies en aan organisatievormen. Dé broedplaats bestaat niet, al hebben ze wel gemeen dat kunstenaars en creatieven er hun werk uitvoeren. In de meerderheid van de broedplaatsen (63%) wordt niet alleen kunst gemaakt, maar ook getoond aan extern publiek. Verder heeft bijna de helft een educatieve of buurtfunctie (46%), en heeft ruim een derde (34%) ook een horecafunctie.

33

Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam

Een deel van de broedplaatsen heeft een zelforganiserend karakter (12%), waarbij de huurders de organisatie van de broedplaats zelf uitvoeren. Veelal vormen zij een vereniging of collectief, en in enkele gevallen zijn ze ook eigenaar van de broedplaatslocatie. Een ander deel (46%) is (mede) tot stand gekomen door een broedplaatsontwikkelaar die meerdere broedplaatsen geïnitieerd heeft. Urban Resort is de grootste broedplaatsontwikkelaar.

Knelpunten die naar voren zijn gekomen zijn de tijdelijkheid van broedplaatsen, de prognose van afnemende betaalbare werkruimte ondanks een groeiende vraag en de invulling van de buurtfunctie.

34

Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam

4 De kunstenaars en creatieven Het voornaamste doel van het broedplaatsenbeleid is om betaalbare ruimte te bieden aan kunstenaars en creatieven. Tot nu toe hebben we in dit rapport vooral gesproken over de objectieve zaken rondom de broedplaatsen, zoals de verschillende functies die ze kunnen vervullen, en we hebben een aantal zaken vanuit het perspectief van de beheerders besproken. De ervaringen van de kunstenaars en creatieven waarvoor dit beleid is ontwikkeld, zijn onderbelicht gebleven. Wat vinden zij van de ruimtes die ze tot hun beschikking hebben? Zijn zij tevreden, en waar zien ze ruimte voor verbetering? In dit hoofdstuk rapporteren we de resultaten van een enquête die verspreid is onder verschillende huurders van broedplaatsen. Deze enquête is verspreid via verschillende websites (Platform BK, Kunstenbond), en is via e-mail en facebook verstuurd naar de broedplaatsen met de vraag om deze te verspreiden onder de huurders. In bijlage 3 zijn de vragen in de enquête te vinden. Aanvullend op deze enquête is gesproken met Platform BK45 over de ervaring van kunstenaars en creatieven in de broedplaatsen, en is een verdiepend gesprek gevoerd met een CAWAgetoetste broedplaatshuurder over de onderwerpen in de enquête.

4.1 Respondenten-enquête

In totaal hebben 41 gebruikers van een ruimte in een broedplaats de enquête ingevuld. Dit is een klein aandeel van het totale aantal broedplaatshuurders, waardoor voorzichtigheid geboden is bij het generaliseren van conclusies. De resultaten hebben vooral een signalerende functie om een indruk te geven van wat er speelt onder de gebruikers. De respondenten huren een (woon- en/of) werkruimte in de broedplaatsen Lely, De Hoop, Plantage Dok, HW10, Tugela85, ACTA, BOUW, VWWO-Waterwolf, Lizzy, Marci Panis en BOGOTÁ.46 De leeftijd van de respondenten ligt tussen 28 en zeventig jaar, met een gemiddelde leeftijd van 45,5 jaar. Van de respondenten zijn er 23 vrouw, zestien man en twee non-binair. De meeste respondenten (83%) huren een werkruimte, zoals een atelier, studio, kantoor of andere soort werkplek. De overige zeventien procent huurt een woonruimte of een atelierwoning. De meerderheid is getoetst door de CAWA en huurt een ruimte met korting (58%).

-----------45

Platform BK is een organisatie die de belangen behartigt van kunstenaars, de rol van kunst in de samenleving onderzoekt en streeft naar een beter kunstbeleid. Deze organisatie is in Amsterdam gevestigd en heeft veel kennis van het broedplaatsenbeleid en de knelpunten die broedplaatshuurders ervaren.

46

Twee respondenten hebben ervoor gekozen niet te vermelden in welke broedplaats ze huren.

35

Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam

4.2 Het werk van broedplaatsgebruikers

De huurders voeren verschillende soorten werk uit in de broedplaats. Bijna alle respondenten voeren een vorm van creatief werk uit (95%). Bij de meerderheid (73%) gaat het om vrije kunst of autonoom werk. Bijna de helft (46%) voert (ook) creatief werk in opdracht uit. Verder geeft bijna een kwart (24%) kunstonderwijs of creatief onderwijs, en een kleiner deel (15%) voert (ook) niet-creatief werk uit. Het type creatief werk onder de respondenten is gevarieerd met onder andere beeldende kunst, vormgeving en bouwkunst, dans en theater, muziek, animatie en literatuur (schrijvers en dichters). De meerderheid werkt (onder andere) in de beeldende kunst, namelijk 56%. Om een beeld te krijgen van hoe de broedplaatsgebruikers die creatief werk uitvoeren (n = 38) hun uren verdelen, is in tabel 4.1 te zien welk percentage zij gemiddeld besteden aan vrij (of autonoom) werk, creatief werk in opdracht of als werknemer, kunst- en cultuuronderwijs, en ander niet-creatief werk. Het grootste deel van de uren gaat met 82% naar creatief werk (vrij werk, in opdracht of als werknemer), gevolgd door 10% van de tijd aan het geven van kunst- en cultuuronderwijs, en zeven procent van de uren gaat naar niet-creatief werk in opdracht of als werknemer.

Tabel 4.1 Verdeling werkuren van kunstenaars en creatieven

Gemiddeld

Vrij/auto-

Creatief werk

Creatief werk

Onderwijs

Ander werk in

noom werk

in opdracht

als

(kunst & cul-

opdracht

als

28,5%

werknemer 2,4%

tuur) 10,2%

4,1%

werknemer 3,5%

51,4%

Ander werk

percentage

Het gemiddeld aantal uren per week dat de broedplaatsgebruikers werken, ligt opvallend hoog. Respondenten geven aan in totaal gemiddeld 41,7 uur aan werk te besteden. Dit is het totaal aan uren besteed aan werk in de broedplaats, plus aanvullend werk dat zij buiten de broedplaats verrichten. Het werk dat zij binnen de broedplaats verrichten, is goed voor gemiddeld 31,3 uur, en het werk buiten de broedplaats voor gemiddeld 10,4 uur. 47 De meerderheid combineert werk in de broedplaats met werk buiten de broedplaats (73%).

4.3 De waarde van de broedplaats voor de gebruikers

De gebruikers van de broedplaatsen beoordelen het huren van een ruimte in een broedplaats overwegend als positief. Respondent gaven antwoord op de vraag “Alles samengenomen, in welke mate vind je het huren van een ruimte in een broedplaats een negatieve of positieve ervaring?” met een score van 1 (heel negatief) tot 5 (heel positief). De gemiddelde score is met 4,3 positief tot heel positief. De verdeling van de scores staat in tabel 4.2. Slechts vijf procent geeft aan een negatieve of heel negatieve ervaring te hebben -----------47

Deze hoge aantallen werkuren lijken niet te liggen aan één of enkele uitschieters. De mediaan van het totaal aantal uren is 42, waarbij het mediane aantal uren primair werk in de broedplaats ligt op 32, en het mediane aantal aanvullende uren op 10.

36

Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam

met het huren van een broedplaats.48 De meerderheid (83%) geeft aan een positieve of heel positieve ervaring te hebben met het huren van een ruimte in een broedplaats.

Tabel 4.2 Verdeling van respondenten met een negatieve, neutrale, en positieve ervaring met het huren van ruimte in een broedplaats Heel negatief of negatief

Neutraal

Positief of Heel posi-

5%

12%

tief 83%

Ervaring ruimte huren in broedplaats

Om een idee te krijgen van waarom de ervaringen met de broedplaats overwegend positief zijn, is het informatief om te kijken naar hoe de broedplaats op verschillende manieren bijdraagt aan het werk van de gebruikers. Een kenmerk van het werk van kunstenaars en creatieven is dat zij vaker thuis werken dan de totale werkzame beroepsbevolking. In 2021 rapporteerde CBS in de Monitor Kunstenaars en andere werkenden met een creatief beroep49 dat 42% van de kunstenaars uitsluitend thuis werkt. Bij werkenden in andere creatieve beroepen was dit dertig procent. Onder de totale werkende beroepsbevolking werkt veertien procent uitsluitend thuis. Een atelier of werkruimte in een broedplaats biedt mogelijk tegenover thuiswerken meer kansen om ideeën uit te wisselen met andere kunstenaars en creatieven in de broedplaats. Deze en andere mogelijke bijdragen van het werken in een broedplaats is onder de respondenten getoetst. Elke uitgevraagde wijze waarop een ruimte in een broedplaats kan bijdragen, is gescoord van 1 (draagt zeer weinig bij) tot 5 (draagt zeer veel bij). De gemiddelde scores en de verdeling ervan zijn te vinden in tabel 4.3. Voor de respondenten blijken de belangrijkste bijdragen: 1) de ruimte voor experiment en het uitproberen van nieuwe ideeën, en 2) de ontwikkeling van talenten en vaardigheden. De uitwisseling van ideeën wordt ook als een bijdrage gezien.

De meerderheid vindt dat de broedplaats veel of zeer veel bijdraagt aan de uitwisseling van ideeën met anderen. De broedplaats levert ook een bijdrage aan het uitbreiden van het professionele netwerk van de gebruikers, aangezien bijna de helft (49%) aangeeft dat de broedplaats hier veel of zeer veel aan bijdraagt. De lagere scores zijn voor de bijdrage aan het vinden van klanten voor werk, en de bijdrage van de broedplaats aan de commerciële aspecten van het werk.

-----------48

Het gaat hier om personen die opmerkingen maken over de negatieve kanten van hun tijdelijke contract. Het is dus niet zo dat ze ontevreden zijn met het werken/wonen in de broedplaats, maar met het tijdelijke aspect van hun contract.

49

https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2021/monitor-kunstenaars-en-andere-werkenden-met-een-creatief-beroep-2021/5-arbeidskenmerken

37

Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam

Tabel 4.3. Gemiddelde scores en verdeling van scores voor de verschillende soorten bijdragen die een ruimte huren in een broedplaats heeft voor gebruikers In welke mate draagt broedplaats bij aan…… (gemiddelde score tussen 1 en 5)

Draagt

Draagt

Draagt

(zeer) wei-

enigszins bij

(zeer) veel 73%

nig bij

bij

Experimenteren en uitproberen van nieuwe ideeën (4,1)

7%

20%

Ideeën uitwisselen binnen eigen werkveld (3,8)

18%

20%

63%

Ideeën uitwisselen buiten eigen werkveld (3,8)

7%

27%

66%

Uitbreiden professioneel netwerk (3,6)

12%

39%

49%

Klanten vinden voor werk (2,5)

58%

20%

22%

Ontwikkeling van talenten en vaardigheden (4,1)

12%

15%

73%

Ontwikkeling van commerciële aspecten van werk (3,0)

32%

32%

37%

4.4 De tijdelijkheid van broedplaatsen De meeste broedplaatsen zitten in een tijdelijk pand. Dit betekent dat de meeste huurders te maken hebben met een tijdelijk contract, waarna ze de broedplaats moeten verlaten en op zoek moeten naar een andere plek. Van de respondenten in deze enquête heeft 57% (23 respondenten) een tijdelijk contract voor een ruimte in de broedplaats. Bij de gedachte dat de broedplaats tijdelijk is, heeft 87% negatieve of zeer negatieve gevoelens. Hieronder worden verschillende citaten uit de enquête gegeven als voorbeelden van toelichting die de respondenten gaven bij deze vraag over tijdelijkheid.

“De tijdelijkheid maakt dat nuttige investeringen niet gedaan worden omdat de return on investment over een te korte periode gehaald moet worden. De panden blijven daardoor in slechte staat en de dienstverlening van de verhuurder ondermaats. Ook voor de buurt pakt het slecht uit omdat de ondernemers in het pand geen tijd krijgen zich naar de buurt te profileren en een blijvende community op te bouwen.“

“Ik merk dat er onder de huurders veel stress heerst over de tijdelijkheid van het contract. Veel kunnen, net als ik, geen ander soort woning betalen. De mensen die dat wel kunnen vertrekken langzaamaan en dat brengt veel onrust mee, en daarvoor in de plaats komen mogelijk veel tijdelijke bewoners die minder geëngageerd zijn in de woongemeenschap vanwege de woonduur. Hierover bestaan zorgen.”

“Door de tijdelijkheid kan je niet in de werkruimte investeren om deze werkbaarder te maken omdat ook de huur hoog is, ik had de laatste 5 jaar alleen 1 jaar contracten.”

[De tijdelijkheid is] “vermoeiend en is het enige waar een persoon aan kan denken in plaats van te focussen op het werk” [Vertaald uit het Engels]

38

Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam

CAWA-huurders die de basistoets hebben doorlopen, hebben ook te maken met tijdelijkheid omdat huurders een CAWA-ruimte in principe voor vijf jaar huren, met maximaal vijf jaar verlenging. De huurder kan na die periode eventueel opnieuw getoetst worden (met de “toptoets”) onder striktere voorwaarden.50 Tijdens de CAWA-periode krijgt de huurder korting op de commerciële huurprijs. Daarna is het wellicht nog mogelijk een ruimte te huren in een broedplaats, maar dan wel tegen de commerciële huurprijs. Van de 24 CAWAgetoetste respondenten, acht 67% de kans klein of zeer klein dat ze een commerciële huurprijs kunnen betalen na de afloop van hun CAWA-periode.

4.5 Alternatieven voor een broedplaatsruimte

Het broedplaatsenbeleid heeft de afgelopen twintig jaar betaalbare ruimte gecreëerd voor kunstenaars en creatieven om te werken en/of te wonen. We vroegen de respondenten die creatief werk uitvoeren naar hun inschatting van een scenario waarin deze broedplaatsen niet gerealiseerd waren, en ze een alternatief hadden moeten vinden voor een woon- en/of werkruimte in de MRA. De respondenten kregen een aantal alternatieven voorgelegd, die zij scoorden op een schaal van 1 (heel onrealistisch) tot 5 (heel realistisch). De gemiddelden en verdeling van de antwoorden zijn te vinden in tabel 4.4.

Tabel 4.4 Antwoorden op vragen over mogelijk alternatieve scenario’s indien er geen ruimte in een broedplaats was geweest Hoe realistisch zijn onderstaande scenario’s? (gemiddelde score tussen 1 en 5) Ik zou dan mijn kunstenaarschap / creatief beroep uitoefenen in

(Heel) onreal-

Neutraal

(Heel) realis-

istisch 36%

47%

tisch 17%

22%

8%

69%

31%

17%

51%

37%

6%

57%

een ongesubsidieerde woon- en/of werkplek in (de buurt van) Amsterdam (2,6) Ik zou op zoek gaan naar een alternatieve betaalbare woon/werksituatie in Amsterdam (kraakpand, vrijplaats, etc.) om daar mijn kunstenaarschap / creatief beroep uit te oefenen (3,8) Ik zou dan elders in Nederland (of internationaal) op zoek zijn gegaan naar betaalbare woon-werkplekken om daar mijn kunstenaarschap / creatief beroep uit te oefenen (3,2) Ik zou dan minder tijd besteden aan het uitoefenen van mijn kunstvorm / creatief beroep en geld (bij) gaan verdienen met andere werkzaamheden (bijvoorbeeld kunstonderwijs, of werken in een ander vakgebied) (3,3)

Het minst realistische scenario volgens de respondenten is dat zij een reguliere ongesubsidieerde ruimte hadden gehuurd waar ze hun werk zouden uitoefenen. Dit kan te maken hebben met de verwachting dat deze ruimtes te duur zouden zijn, of omdat andere ruimtes doorgaans niet geschikt zijn voor het uitvoeren van hun kunstenaarschap of creatief -----------50

Zie voor meer informatie over de CAWA-voorwaarden voor de basistoets en toptoets: https://www.amsterdam.nl/kunst-cultuur/ateliers-broedplaatsen/voorwaarden/

39

Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam

beroep. Ongeveer de helft vindt het een realistisch of heel realistisch scenario dat ze buiten Amsterdam (of Nederland) op zoek zouden zijn gegaan naar een geschikte ruimte. Ruim de helft vindt het een realistisch of heel realistisch scenario dat ze minder tijd hadden besteed aan hun kunstenaarschap of creatief beroep. Verder zegt ruim twee derde het realistisch of heel realistisch te vinden dat ze op zoek waren gegaan naar alternatieve woon-/werksituaties in Amsterdam, zoals een vrijplaats of kraakpand.

4.6 De organisatie van de broedplaats

De huurders van broedplaatsen hebben een verschillende mate van inspraak in de organisatie van de broedplaats. Beslissingen over de broedplaatsen kunnen door de huurders genomen worden, of in samenspraak met de beheerder. Er zijn ook gevallen waarin huurders geen of weinig inspraak hebben. In de enquête gaf ongeveer de helft (51%) aan helemaal geen of weinig inspraak te hebben bij de beslissingen die betrekking hebben op de broedplaats. Ongeveer een vijfde (21%) vindt dat ze juist wel een hoge mate van inspraak hebben, en de overige respondenten (28%) ervaren enige mate van inspraak. Hoe tevreden broedplaatshuurders zijn met de mate van inspraak die ze hebben, varieert ook. Zo voelt 34% zich er niet tevreden of helemaal niet tevreden over en 29% voelt zich tevreden of heel tevreden. De overige 37% voelt zich niet uitgesproken tevreden of ontevreden. Het is niet zeker hoeveel inspraak huurders willen bij de organisatie van de broedplaats. Het zou kunnen dat huurders een lage mate van inspraak ervaren en hier tevreden mee zijn, of een hoge mate van inspraak ervaren maar dit liever niet hebben. Dit lijkt over het algemeen niet het geval te zijn.

Er is namelijk een statistisch significante positieve relatie tussen de mate van inspraak die huurders ervaren, en de tevredenheid die ze daarbij voelen.51 Dit betekent dat huurders die meer inspraak hebben bij de beslissingen die betrekking hebben op de broedplaats, tevredener zijn met de mate van inspraak die ze hebben. Het belang van inspraak van huurders kwam ook naar voren in het gesprek met Platform BK. Hierin werd het voorbeeld genoemd van het Huurderscomité52 van Urban Resort, opgericht in 2020 met ondersteuning van Platform BK, Kunstenbond en Urban Resort zelf. Dit comité is opgericht om huurders meer zeggenschap te geven en de belangen van huurders beter te behartigen. Een doel van het huurderscomité is bijvoorbeeld om te streven naar langetermijncontracten voor broedplaatshuurders – ook hier komt de negatieve ervaring van huurders met tijdelijke contracten terug. Het huurderscomité werkt momenteel aan het formaliseren van zijn rol binnen Urban Resort. Inspraak zal bij zelforganiserende -----------51

Getest met een correlatie tussen mate van inspraak en tevredenheid met inspraak, r = 0,53, p = 0,001, n = 38.

52

https://urbanresort.nl/huurdersvertegenwoordiging/

40

Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam

broedplaatsen meer vanzelfsprekend zijn, maar bij broedplaatsen waar de organisatievoering voornamelijk wordt uitgevoerd door de ontwikkelaar is (formele) huurdersvertegenwoordiging een manier om inspraak te vergroten. Sommige broedplaatsen hebben een programmeur en/of community manager om interactie binnen de broedplaats te bevorderen en/of een cultureel programma te realiseren. In figuur 4.1 is te zien dat de meeste respondenten in een broedplaats met een community manager of programmeur daar tevreden mee zijn. Respondenten in een broedplaats zonder community manager of programmeur willen dit vaak wel.

Figuur 4.1 Antwoorden op vraag “Is er een programmeur of community manager aanwezig in de broedplaats?

4.7 De buurtfunctie van de broedplaats Broedplaatsen spelen in verschillende mate een rol in de omliggende buurt. De kunstenaars en creatieven die in de broedplaats werken en/of wonen zijn voornamelijk degenen die deze functie moeten uitvoeren. In welke mate zien zij interactie tussen de broedplaatsgebruikers en de buurtbewoners? Doen ze zelf mee aan initiatieven? Voelen ze een binding met de buurt, en vinden ze binding met de buurt belangrijk? Deze vragen scoorden de respondenten op een schaal van 1 (helemaal niet) tot 5 (heel veel). De gemiddelde scores en

41

Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam

de verdeling is te vinden in tabel 4.5. Zoals bij de andere vragen met 5-puntschalen zijn de antwoorden verdeeld over drie categorieën. Het valt op dat er gemiddeld geen hele lage of hoge scores zijn, en dat de scores over de verschillende antwoordcategorieën relatief evenredig verdeeld zijn. Iets minder dan de helft zegt zelf helemaal niet of een beetje deel te nemen aan buurtinitiatieven, en iets meer dan de helft doet zelf in redelijke mate, veel of heel veel mee aan buurtinitiatieven. Een soortgelijke spreiding zien we voor de gerapporteerde interactie van alle broedplaatsbewoners met de buurt, en voor het voelen van binding met de buurt.

Tabel 4.5 Gemiddelde scores en verdeling scores op vragen over de buurt rondom de broedplaats Vraag (gemiddelde

Helemaal niet of een

Redelijk

Veel of heel veel

43%

25%

33%

45%

33%

23%

Voel je een goede binding met de buurt? (2,9)

40%

25%

35%

Belang van een goede

23%

38%

40%

score)

beetje

Mate van interactie broedplaatsgebruikers en buurt (2,9) Mate van eigen deelname aan buurtinitiatieven (2,7)

binding met de buurt (3,3)

We vroegen de broedplaatsgebruikers of zij zelf graag meer kansen willen om actief betrokken te zijn bij de buurt. In figuur 4.2 is de verdeling over de verschillende antwoordcategorieën te zien. Het meest populaire antwoord (34%) is dat ze niet meer kansen willen om betrokken te zijn met de buurt en de huidige betrokkenheid al voldoende is. Samen opgeteld zegt 32% dat ze niet meer kansen willen om betrokken te zijn bij de buurt, omdat ze daar geen tijd of behoefte aan hebben. Verder zegt 34% dat ze graag meer betrokken zouden willen zijn, waarvan een deel al betrokken is en een ander deel nog niet. In totaal wil dus ongeveer een derde meer betrokken zijn, en twee derde wil niet meer betrokken zijn met de buurt.

42

Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam

Figuur 4.2 Antwoorden op de vraag “Zou je graag meer kansen hebben om actief betrokken te zijn bij de omliggende buurt?”

Respondenten werd gevraagd desgewenst toelichting te geven over hun gedachten over de buurtfunctie van de broedplaats. In het groene vak is een aantal kritische (deel)citaten van broedplaatsgebruikers uitgelicht. In hoofdstuk 3 werd de buurtfunctie als mogelijk knelpunt benoemd vanuit het oogpunt van beheerders. Een vergelijkbaar sentiment komt ook onder de broedplaatsgebruikers naar voren. Sommige huurders van broedplaatsen zijn niet zeker hoe ze de buurtfunctie moeten aanpakken, en voelen dat het wordt opgelegd. Er is ook een aantal voorbeelden van broedplaatsgebruikers die positief zijn over de buurtfunctie, zoals een huurder die ziet dat buurtbewoners spontaan langskomen en een vaste plek in de broedplaats hebben. Dit voorbeeld is van een huurder die in een broedplaats zit die al ruim twintig jaar bestaat. Wellicht is het lastiger voor nieuwe broedplaatsen om snel een binding met de buurt op te bouwen, vooral als deze van tijdelijke aard zijn. Over het algemeen zijn er van verschillende kanten signalen dat de invulling van de buurtfunctie meer aandacht nodig heeft.

43

Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam

Kritische citaten (of deelcitaten) uit enquête gebruikers over buurtfunctie broedplaats: “Ik woon zelf ook in de buurt en ben er samen met andere huurders achter gekomen dat niet iedereen zit te wachten op goedbedoelde initiatieven omdat men geen klik heeft met de creatieve cultuur die er vanuit de panden uitgedragen wordt. De cultuur en interesse van mensen uit de omgeving is nou eenmaal anders. Dat heeft ook te maken met armoede, religie, taalproblematiek en opleidingsniveau.

Wat dat betreft is het in een broedplaats niet anders als in de rest van de maatschappij. Het wegbezuinigen van buurtvoorzieningen wordt nu gecompenseerd door Broedplaatsen te gaan inzetten als buurtaccommodatie. Men vergeet hierbij dat de opleiding van broedplaatshuurders totaal niet aansluit bij de zorg- en welzijnssector. Het is dan ook een illusie om te denken dat wij in de broedplaatsen de kaalslag en de verschraling in de buurt ongedaan kunnen maken.“

“Als er een goede infrastructuur zou liggen voor betrokkenheid dan zou ik mogelijk geïnteresseerd zijn maar ik heb zelf niet de mogelijkheid om dit op te zetten. Verder ben ik van mening dat woningen mogelijk gemaakt moeten worden voor kunstenaars, in een stad waarin betaalbare huur volledig verdwijnt - zonder dat hier verplichte betrokkenheid of activiteiten tegenover staan omdat dat indruist tegen het idee van woonrecht. Een toetsing op kunstenaarschap vind ik daarom voldoende, naast het vertrouwen dat heel intensief samenwonen met mensen met allerlei verschillende creatieve activiteiten, waaronder community-based practice, altijd kan leiden tot betere samenwerkingen en wederzijdse motivatie en inspiratie.”

“Ikzelf zou best graag meer in contact willen komen met buurtbewoners, maar ik heb er simpelweg geen tijd voor, en mijn werk leent zich er niet direct voor. Daarnaast vind ik ook niet dat er alleen ruimte

zou moeten zijn voor kunstenaars als die zich actief met de buurt engageren. Ik vind dat er hoe dan ook ruimte zou moeten zijn voor kunstenaars, wat voor werk ze ook maken, gewoon omdat kunst een essentieel onderdeel van een levendige cultuur is en op zichzelf gewaardeerd moet worden.”

4.8 Conclusie: De kunstenaars en creatieven Op basis van een enquête onderzochten we de ervaring van huurders in broedplaatsen in de MRA. Als gevolg van de beperkte respons van 41 hebben de resultaten vooral een signalerende functie, om een indruk te geven wat er speelt onder de gebruikers. De respondenten beoordeelden hun ervaring met werken en/of wonen in een broedplaats als overwegend positief. Bijna driekwart voert vrij of autonoom werk uit in de broedplaats, vaak gecombineerd met ander werk, zoals creatief werk in opdracht of kunstonderwijs.

44

Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam

Gemiddeld gaan ongeveer de helft van de werkuren naar vrij of autonoom werk. De meerderheid van de huurders geeft aan dat de broedplaats veel of zeer veel bijdraagt aan het uitproberen van nieuwe ideeën, het uitwisselen van ideeën met anderen binnen en buiten het werkveld, en de ontwikkeling van talenten en vaardigheden. Bijna de helft geeft aan dat werken in de broedplaats veel of zeer veel bijdraagt aan het uitbreiden van een professioneel netwerk. Van de respondenten met een tijdelijk contract heeft het grootste deel negatieve of zeer negatieve gevoelens bij de gedachte dat ze de broedplaats weer zullen moeten verlaten. Ze gaven aan stress te ervaren door onzekerheid, en merkten op dat de tijdelijkheid een negatieve invloed heeft op de binding met de buurt en de motivatie om in de broedplaats te investeren. De helft van de respondenten gaf verder aan dat bij het ontbreken van betaalbare broedplaatsen in Amsterdam, het een (zeer) realistisch scenario is dat ze buiten Amsterdam zouden zoeken naar een ruimte. Meer dan de helft gaf aan dat ze zonder de broedplaats minder tijd zouden besteden aan hun creatief werk. De ervaren mate van inspraak bij de organisatie van de broedplaats is voor de helft van de respondenten laag, terwijl huurders tevredener zijn als ze meer inspraak hebben.

Wat betreft de binding met de buurt, zegt ongeveer een kwart van de respondenten veel of heel veel deel te nemen aan buurtinitiatieven. Hier komen ook kritische noten naar voren, namelijk dat een buurtfunctie niet opgelegd moet worden als voorwaarde voor het huren van een broedplaats.

45

Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam

5 De waarde van broedplaatsen Zoals we in hoofdstuk 3 uitlichtten, heeft elke broedplaats een andere identiteit. Ook hebben de broedplaatsen verschillende organisatievormen. Voor de broedplaats als organisatie is dus lastig een algemene “businesscase” te maken. Ten eerste door de enorme variatie aan functies en organisatievormen, maar ten tweede doordat het voornaamste doel van broedplaatsen niet het creëren van puur economische waarde is. Het gaat om de bredere maatschappelijke waarde. Deze maatschappelijke waarde kan weer voor verschillende broedplaatsen een andere betekenis hebben, afhankelijk van de invulling van de broedplaats. Door een gebrek aan benodigde data, en het ontbreken van een theoretisch kader dat toegepast kan worden om de waarde van alle aspecten van de broedplaatsen te berekenen, kunnen we de algehele waarde van de broedplaatsen (nog) niet kwantificeren. Wel kunnen we een aantal manieren uitlichten waarop broedplaatsen economische maar ook bredere maatschappelijke waarde creëren voor de stad.

5.1 Economische waarde

Broedplaatsen kunnen op verschillende manieren direct eigen inkomsten verwerven. In de eerste plaats ontvangen de broedplaatsen huur van de kunstenaars en creatieven die gebruikmaken van de ruimte. Broedplaatsen verhuren vaak een deel van de ruimte met huurkorting aan CAWA-getoetste kunstenaars. Deze korting wordt over het algemeen gedekt door de subsidie die de broedplaats van Bureau Broedplaatsen ontvangt: er moet dus geld bij. Verder kunnen er inkomsten zijn uit bijvoorbeeld horeca en kaartverkoop van culturele programmering. In de enquête is gevraagd naar dergelijke inkomsten van de broedplaatsen, maar de respons was te laag voor een betrouwbare schatting van de totale eigen inkomsten van de verschillende broedplaatsen, en waar deze precies vandaan komen. Ook de jaarverslagen van broedplaatsen bieden op dit punt te weinig informatie. Wel is bekend dat de omzet uit huurinkomsten van broedplaatsontwikkelaar en beheerder Urban Resort53 in 2020 bijna 1,9 miljoen euro bedroeg, verdeeld over achttien locaties; gemiddeld dus ongeveer een ton per broedplaats per jaar. Bij het bespreken van de economische waarde van een sector is het tevens relevant om te weten hoeveel arbeidsplaatsen deze verzorgt, en hoeveel werkgelegenheid deze indirect creëert.

Er werken mensen in loondienst en als zelfstandige bij sommige broedplaatsen (of broedplaatsontwikkelaars), bijvoorbeeld als community managers, culturele -----------53

Zie jaarverslag van de organisatie: https://urbanresort.nl/wp-content/uploads/2021/08/UR_Jaarversl-2020Digitaal.pdf

46

Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam

programmeurs, marketingpersoneel, horecapersoneel en ander ondersteunend personeel (schoonmaak, technisch beheer, etc.). Zoals besproken in hoofdstuk 3 biedt echter niet iedere broedplaatsorganisatie direct arbeidsplaatsen. In sommige broedplaatsen worden zaken door de huurders zelf geregeld, mede om de kosten (en dus de huren) laag te houden. Een goede inschatting van het totaal aantal arbeidsplaatsen en de indirecte werkgelegenheid die de broedplaatsen toevoegen aan de stad is niet te geven. Naast mensen die aan de organisatie en het beheer van de broedplaatsen werken, creeren de broedplaatsen natuurlijk in de eerste plaats de gelegenheid voor kunstenaars en creatieven om in de stad te (blijven) werken en/of wonen. In 2020 had Amsterdam 30.666 werkzame personen in de deelsector kunsten van de creatieve industrie.54 Eerder in dit rapport schatten we de capaciteit aan ruimtes voor kunstenaars in de huidige broedplaatsen op 1.858. Dit betekent dat de huidige broedplaatsen aan circa zes procent van de werkzame personen in de kunsten ruimte biedt in de stad om hun werk uit te voeren. Dit betekent niet dat de Amsterdamse creatieve industrie direct zes procent zou slinken als de broedplaatsen ophouden te bestaan, aangezien een deel van de kunstenaars elders in de stad een alternatieve plek zou kunnen vinden.

Het is echter te verwachten, mede door de hoge prijzen van woon- en werkruimte in Amsterdam, dat een deel geen alternatief kan vinden en de stad moet verlaten. Een ander deel vindt wellicht een alternatief in Amsterdam, maar dan is het nog de vraag wat de kwaliteit van dat alternatief is, en of deze dezelfde arbeidsproductiviteit garandeert, en dezelfde kwaliteit van werk. Kunstenaars hebben vaak specialistische eisen aan een ruimte om hun werk goed te kunnen uitvoeren, waar de broedplaatsruimtes aan kunnen voldoen. Vanuit huis werken is voor sommigen misschien een alternatief, maar hier gaat mogelijk toegevoegde waarde verloren die de broedplaats levert door de kunstenaar een plek te bieden in een netwerk van andere kunstenaars en creatieven. Kunst en cultuur – waar de huurders van de broedplaatsen een belangrijke bijdrage aan leveren – zijn van groot belang voor de aantrekkelijkheid van steden,55 zeker voor de groepen die in het klassieke boek van Richard Florida zijn aangemerkt als ‘creatieve klasse’.56 Het gedachtegoed van Florida is ook toegepast op de Nederlandse bevolking, waardoor een bevolkingscategorie is samengesteld die een grote voorraad kennis, kunde en creativiteit belichaamt.57 Deze groepen dragen relatief veel bij aan het menselijk kapitaal, en daarmee -----------54

Onderzoek Informatie en Statistiek, 2020: Vestigingen en werkzame personen in de creatieve industrie. Onder deze deelsector vallen o.a. podiumkunsten, scheppende kunsten, cultureel erfgoed, en overig kunst en erfgoed.

55

G.A. Marlet, 2009: De aantrekkelijke stad. Nijmegen: VOC Uitgevers.

56

R. Florida, 2002: The rise of the creative class, and how it's transforming work, leisure, community and everyday life. New York: Basic Books.

57

G.A. Marlet, 2009: De aantrekkelijke stad. Nijmegen: VOC Uitgevers. Bij deze Nederlandse creatieve klasse horen bijvoorbeeld kunstenaars, architecten, tv-makers, journalisten, onderzoekers en wetenschappers, ingenieurs en ICT’ers. Verder horen ook managers, administratieve medewerkers, en verkopers die in één van de creatieve en innovatieve bedrijfstakken werken hierbij. Een belangrijk verschil met de meer traditionele ideeën over menselijk kapitaal is dat

47

Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam

het floreren van de stad, wat vervolgens een aantoonbaar positief effect heeft op werkgelegenheidsgroei in het algemeen.58 Langs die route dragen de huurders van de broedplaatsen dus bij aan de groei van werkgelegenheid en economische welvaart van een stad, terwijl het – gelet op het relatief lage gemiddelde inkomen van deze groep dat in hoofdstuk 1 al genoemd werd – vaak lastig, zo niet onmogelijk voor ze is om zelf de resulterende hoge huizenprijzen en commerciële huren op te brengen. Het broedplaatsenbeleid kan helpen die paradox voor ten minste een deel van deze groep op te lossen. Het is echter belangrijk een onderscheid te maken tussen wonen en werken. Het leeuwendeel van de ruimte in de broedplaatsen is werkruimte; woonruimte vormt de minderheid. Het is onbekend welk deel van de kunstenaars en creatieven die alleen een werkruimte huurt ook in Amsterdam (of de MRA) woont. Een deel vertrekt wellicht aan het einde van een werkdag weer naar een andere stad. Het is aannemelijk dat de waarde voor de aantrekkelijkheid van een stad en de stimulering van de economie het hoogst is als kunstenaars en creatieven in de stad werken én wonen. Ook is het niet bekend welk aandeel van de broedplaatshuurders in Amsterdam blijft wonen nadat zij geen ruimte meer kunnen huren in een broedplaats.

De ideale situatie is dat de creatieven dan doorstromen naar andere ruimtes in de stad, en ruimte maken voor nieuwe aanwas. Uit de enquêteresultaten van het vorige hoofdstuk bleek echter dat de meeste CAWA-huurders niet verwachten commerciële huur te kunnen betalen wanneer hun termijn (maximaal tien jaar) als CAWA-huurder afloopt. Mogelijk vertrekt dus een deel uit de stad nadat een tijdelijke broedplaats sluit, of nadat de CAWA-creatieven commerciële huur moeten gaan betalen maar hier niet toe in staat zijn. Er is meer zicht nodig op wat er gebeurt met de huurders die (noodgedwongen) doorstromen uit de broedplaatsen om het effect van broedplaatsen op de vestiging van kunstenaars en creatieven in de stad te beoordelen. Naar verwachting wordt de grootste waarde gecreëerd wanneer creatieven zich werkelijk kunnen vestigen in de stad, door er te (blijven) werken en wonen. De broedplaatsen zijn veelal gevestigd in bestaande panden. Leegstaande panden worden opgeknapt, vaak deels door de gebruikers zelf, zodat ze kunnen dienen als geschikte (woon-)werkplekken voor creatieven en kunstenaars. Dit biedt een aantrekkelijker alternatief voor leegstand.

Met de investering die gedaan wordt aan het opknappen van het pand, en de positieve effecten die de vestiging van een broedplaats kan hebben op de aantrekkelijkheid van een buurt, is het aannemelijk dat de vestiging van een broedplaats in vergelijking met leegstand bijdraagt aan een hogere waarde van het pand zelf, en van omliggend vastgoed. Dit proces creëert waarde voor de eigenaren van broedplaatsen. De ------------

een hogere opleiding niet gelijk staat aan hoger menselijk kapitaal. Mensen binnen de creatieve klasse zijn gemiddeld wel relatief hoog opgeleid, maar een laagopgeleide die actief werkzaam is in de creatieve klasse draagt meer bij aan het menselijk kapitaal van een stad dan een hoogopgeleide die niet werkt.

58

G. Marlet, 2017: Amenities and the Attraction of Dutch Cities. Regional Studies, 51, 5, pp. 724-736.

48

Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam

gemeente heeft een aantal panden in eigendom waar broedplaatsen gevestigd zijn die in de komende jaren in principe ophouden te bestaan als broedplaats. Mogelijk zijn er andere bestemmingen voor deze panden die op korte termijn direct van grote financiële waarde zijn, bijvoorbeeld door verhuur of verkoop aan een commerciële partij. De opbrengst hiervan kan worden gestoken in maatschappelijke doeleinden. Dit betekent wel dat een bepaald aantal kunstenaars, creatieven en sociale ondernemingen werkruimte verliezen, en de positieve effecten die de broedplaats had op de omgeving (bijvoorbeeld als de broedplaats een buurtfunctie vervulde) verloren gaan. Het is de vraag welke optie op de langere termijn van grotere waarde is voor de stad - het behouden van de broedplaats of het pand verkopen (of verhuren) aan de hoogste bieder en de financiële baten daarvan weer in de gemeentekas stoppen. Om dit te berekenen moet gekeken worden naar de bredere maatschappelijke waarde van broedplaatsen.

5.2 Brede maatschappelijke waarde van broedplaatsen

De gemeente hanteert als subsidievoorwaarde onder andere dat de broedplaats meerwaarde heeft. Die meerwaarde kan economisch zijn, maar ook ruimtelijk (de attractiviteit van de omgeving verhogen), sociaal (samenwerking stimuleren, wijkprogrammering realiseren) of cultureel (de culturele programmering van de broedplaats breder zichtbaar maken).59 Het beleid is toegespitst op meervoudige waardecreatie, waarbij de potentiële bredere maatschappelijke waarde van broedplaatsen erkend wordt. Gebaseerd op de inventarisatie van de 68 broedplaatsen in hoofdstuk 3 kunnen we concluderen dat deze bredere meerwaarde voor een deel direct in het huidige aanbod is terug te zien. De sociale waarde komt tot uiting in de buurtfunctie en educatieve functie die minstens de helft van de huidige broedplaatsen actief uitdraagt. De potentiële sociale waarde van cultuurparticipatie en cultuureducatie ligt in bijvoorbeeld betere onderwijsprestaties en een hogere productiviteit onder de bevolking, en in een betere gezondheid, meer sociale cohesie en minder leefbaarheidsproblemen.

Er is veel onderzoek gedaan naar de positieve sociale effecten van cultuureducatie en -participatie, waarvan de algemene conclusie is dat kinderen en volwassenen die cultuureducatie volgen het “beter” doen dan kinderen en volwassenen die dat niet doen,60 wat ook tot uiting komt in bijvoorbeeld betere sociale vaardigheden en zelfvertrouwen.61 Om de werkelijke positieve sociale effecten van broedplaatsen in beeld te brengen moet gericht onderzoek worden gedaan onder de buurtbewoners en andere deelnemers aan educatieve programma’s. Zoals de resultaten -----------59

Zie Gemeente Amsterdam, 2019: Amsterdams atelier- en broedplaatsenbeleid 2019-2022.

60

Zie bijvoorbeeld: K. Lloyd, 2017: Benefits of Art Education. A Review of the Literature. In: Scholarship and Engagement in

Education 1 (1); B. Van Heusden, 2012: Wat leren we van cultuuronderwijs? (Kenniscentrum Cultuureducatie, Rotterdam); J. Ruiz, 2004: A literature Review of the evidence base for culture, the arts and sport policy (Social Research, Edinburgh). 61

Zie bijvoorbeeld P. Taylor e.a, 2015: A review of the Social Impacts of Culture and Sport.

49

Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam

van de enquêtes voor beheerders en gebruikers in hoofdstuk 3 en 4 suggereren is het wellicht nodig om de invulling van de buurtfunctie te evalueren om ervoor te zorgen dat de potentiële sociale waarde van broedplaatsen ook werkelijk tot uiting komt. Sociale waarde wordt ook gecreëerd door de sociale en maatschappelijke ondernemingen die vanuit de broedplaatsen werken. De culturele meerwaarde is direct terug te zien in de 63% van de broedplaatsen die een eigen culturele programmering hebben. Deze locaties dragen bij aan het culturele aanbod van de stad door naast kunst en cultuur te produceren deze ook direct te tonen aan publiek. De algehele culturele meerwaarde is echter veel groter dan alleen de kunst en cultuur die in de broedplaatsen aan publiek getoond wordt. De makers in broedplaatsen produceren kunst en cultuur die een breder podium krijgt dan alleen de eigen broedplaats. Een interessante vraag is hoeveel een broedplaats bijdraagt aan de kwantiteit en kwaliteit van de geproduceerde kunst en cultuur. Zoals de enquêteresultaten in hoofdstuk 3 en 4 laten zien, lijkt er een hoge mate van samenwerking te zijn op sociaal en professioneel gebied in de broedplaatsen.

Verder gaven gebruikers aan dat het huren van een ruimte in een broedplaats onder andere bijdraagt aan het ontwikkelen van hun vaardigheden en talent, hen de kans biedt om te experimenteren en te innoveren, en bijdraagt aan het uitwisselen van ideeën met andere creatieven en kunstenaars. Dit kan de kwaliteit van hun werk ten goede komen, tegenover bijvoorbeeld een scenario waar ze vanuit huis werken in een minder geschikte en minder sociale omgeving. Het is verder denkbaar dat broedplaatshuurders met een lagere huur (bijvoorbeeld CAWA-creatieven) meer tijd kunnen besteden aan hun primaire werk, en zo een grotere culturele bijdrage leveren dan kunstenaars en creatieven die veel tijd moeten besteden aan het genereren van extra inkomsten uit ander werk. Deze culturele meerwaarde van broedplaatsen reikt verder dan de gemeente Amsterdam en de MRA, en heeft op nationaal niveau meerwaarde.

5.3 Toekomstig onderzoek naar de waarde van broedplaatsen

Al hebben we breed kunnen schetsen wat de verschillende potentiële waarden zijn van een broedplaats, is het lastig de waarde van de broedplaatsen in de MRA als geheel te kwantificeren en te monetariseren om die vervolgens af te zetten tegen de kosten van het beleid. Voor een dergelijke exercitie ontbreken zoals reeds is aangegeven betrouwbare effectmetingen en systematische gegevens over de ‘output’ van de broedplaatsen. Daar komt bij dat broedplaatsen erg van elkaar verschillen. Omdat elke broedplaats anders is en er veel gegevens nodig zijn om de waarde te kunnen uitdrukken in euro’s, zou dit het beste per broedplaats berekend kunnen worden. Er kunnen situaties zijn waarin het zeer informatief is om van een bepaalde broedplaats de kosten en baten te onderzoeken en te monetariseren, en zo te testen of de baten van de broedplaats opwegen tegen de kosten. Zoals eerder vermeld loopt er een aantal tijdelijke broedplaatsen die in eigendom van de gemeente zijn in de komende jaren in principe af. Een voorbeeld hiervan is broedplaats Modestraat, die

50

Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam

een zeer actieve buurtfunctie in Amsterdam-Noord vervult. Bij dergelijke casussen is het raadzaam specifiek voor de broedplaats te berekenen wat de economische en bredere maatschappelijke meerwaarde is en deze te vergelijken met andere bestemmingsplannen voor de locatie, in een maatschappelijke kosten-batenanalyse. Gedegen onderzoek waarbij de kosten en baten van een broedplaats gekwantificeerd of gemonitariseerd worden, zoals bij een MKBA, is zeer zeldzaam. Om een goede MKBA uit te voeren moeten alle kosten en baten bekend zijn en gemonetariseerd kunnen worden. Als de kosten en baten bekend zijn, en er een goed beeld is van de omvang van die kosten en baten, kan een MKBA gebruikt worden om de waarde in beeld te brengen. Wanneer de kosten en baten nog niet duidelijk in beeld en gekwantificeerd zijn, is echter eerst een uitgebreid effectenonderzoek nodig.62 Met de huidige kennis over broedplaatsen zou een gedegen effectenonderzoek een goede eerste stap zijn. Er is vorig jaar een berekening gedaan voor broedplaats Lely, waarbij de directe financiële baten, de indirecte financiële baten en de niet-financiële maatschappelijke baten geïnventariseerd zijn.63 Broedplaats Lely in Slotervaart wordt beheerd door Urban Resort en heeft woon- en werkplekken voor meer dan zeventig kunstenaars, creatieven en sociale ondernemers, en ruimte voor culturele programmering.

Deze broedplaats is in het bezit van de gemeente en is van tijdelijke aard. De broedplaats is al een aantal keer met een jaar verlengd. De conclusie was dat het exploiteren van Lely als broedplaats meerwaarde oplevert ten opzichte van een leegstandsscenario, maar ook ten opzichte van een scenario waarbij er koopwoningen gerealiseerd worden. Van dit onderzoek is echter alleen het resultaat bekend; de achterliggende effectmetingen of aannames en de berekeningen kunnen we niet inzien om vast te stellen hoe robuust de conclusies zijn. De waarde van broedplaatsen in de MRA kan ook op andere manieren nader worden onderzocht. Een mogelijkheid is om dieper in te gaan op bepaalde aspecten van de waarde van broedplaatsen. Dit kan bijvoorbeeld zijn hoeveel de broedplaatsen in Amsterdam bijdragen aan de leefbaarheid in de stad, hoeveel de broedplaatsen bijdragen aan het culturele aanbod in Amsterdam, of hoe de broedplaatsen bijdragen aan het vestigingsklimaat voor kunstenaars en creatieven. Ook kunnen de verschillende potentiële waarden concreter en in meer detail worden uitgelicht met een gedegen effectenonderzoek. In dit hoofdstuk hebben we kort geschetst hoe de culturele, sociale, economische en ruimtelijke waarde is terug te zien in het huidige aanbod broedplaatsen. Dit zou verder kunnen worden uitgebreid om een rijker totaalplaatje van de waarde te krijgen.

Dergelijk onderzoek zou -----------62

Zie figuur 3.1 op pagina 23 in: Bos, F., Hof, B., Tijm, J. (2022). Maatschappelijke kosten-batenanalyse en brede welvaart; een aanvulling op de Algemene MKBA-Leidraad. Den Haag: Centraal Planbureau voor de Leefomgeving.

63

Rebel (2021) Meerwaarde creatieve bedrijfshuisvesting – onderbouwen & benutten. Presentatie van onderzoeksbureau Rebel bij Technische Sessie Broedplaatsen, 30 augustus 2021 te Amsterdam. Zie ook: https://www.skarateliers.nl/app/uploads/2020/06/Meerwaarde-creatieve-bedrijfshuisvesting.pdf.

51

Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam

gebruik kunnen maken van kwantitatief onderzoek, waar mogelijk aangevuld met kwalitatief onderzoek. Een belangrijke groep stakeholders voor wie broedplaatsen potentieel van waarde zijn, zijn de omwonenden. Hun perspectief kon binnen het bestek van deze studie niet nader worden onderzocht, maar is een cruciaal element als het gaat om de impact van de buurtfunctie en de educatieve functie die veel broedplaatsen vervullen. Op het moment is er geen duidelijk beeld van hoe de interactie tussen de broedplaatsen en de buurtbewoners door de buurtbewoners zelf ervaren wordt, en of de invulling van de buurtfunctie voldoende aansluit bij de behoeften van de omwonenden. Het verdient aanbeveling dit te onderzoeken door te inventariseren bij omwonenden van broedplaatsen waar zij behoefte aan hebben en hoe de broedplaats daarbij kan helpen.

5.4 Conclusie: De waarde van broedplaatsen

Met de gegevens die nu beschikbaar zijn, is het nog niet mogelijk de algehele maatschappelijke waarde van de broedplaatsen te kwantificeren. Wel is duidelijk dat de broedplaatsen op verschillende manieren waarde creëren. In de eerste plaats creëren de broedplaatsen natuurlijk gelegenheid voor kunstenaars en creatieven om in de stad te (blijven) werken en/of wonen. Door bij te dragen aan het vestigingsklimaat voor creatieven en kunstenaars, verhogen broedplaatsen de aantrekkelijkheid van de stad voor bredere groepen, zo blijkt uit veel onderzoek. Dit is weer gunstig voor de stedelijke economie. Daarnaast bieden de broedplaatsen zelf werkgelegenheid aan mensen die betrokken zijn bij de organisatie en het beheer. Verder hebben broedplaatsen een sociale waarde die voortkomt uit de educatieve functies en buurtfuncties, en een culturele waarde door het aanbod van culturele programmering. Vervolgonderzoek is nodig om de waarde van broedplaatsen concreter te maken.

52

Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam

Bijlage 1: Enquêtes beheerders De volgende vragen zijn gesteld aan de beheerders. De enquête is verspreid door de beheerders via e-mail te benaderen. De enquête werd ingevuld met Google Forms. Omdat één beheerder die deelnam 21 broedplaatsen in dit onderzoek beheert, is besloten om een kortere versie voor deze beheerder te maken, aangezien de volledige vragenlijst 21 keer invullen erg veel tijd zou kosten. Deze beheerder gaf antwoorden op de vragen in een Excel spreadsheet. Niet op alle vragen is voldoende respons geweest om deze te kunnen verwerken in het rapport. Beheerdersenquête Deel 1 1.

Selectie broedplaats

2.

Is er momenteel een wachtlijst voor woon-/werkruimtes in deze broedplaats? Zo ja, kunt u een indicatie geven van de gemiddelde wachttijd?

3.

Hoeveel m2 bruto vloeroppervlak (BVO) heeft deze broedplaats?

4.

Hoeveel m2 CAWA verhuurbaar oppervlak heeft deze broedplaats?

5.

Hoeveel verhuurbare ruimtes heeft deze broedplaats?

6.

Hoeveel werkplekken heeft deze broedplaats?

7.

Is er woonruimte aanwezig in deze broedplaats?

8.

Welke van onderstaande creatieve werkvelden worden vertegenwoordigd onder de huidige

a.

Hoeveel woonruimtes heeft de broedplaats beschikbaar voor verhuur?

huurders? [Opties: Beeldende kunst, vormgeving en bouwkunst, dans en theater, muziek, overige creatieve werkvelden, anders namelijk…] 9.

Is er "toptalent" aanwezig onder de huurders van de broedplaatsen? [CAWA definitie toptalent]

10.

Heeft deze broedplaats ook huurders die niet in de creatieve sector werken?

11.

Hoeveel mensen werken er in betaalde functies voor de broedplaats? [Aantal mensen, FTE, aantal vrijwilligers, verdere toelichting]

12.

De volgende vragen gaan over andere functies die de broedplaats kan vervullen naast het bieden van (woon-)werkplekken a.

Is er horeca aanwezig in de broedplaats? [Zo ja : Wat voor horeca is er aanwezig? Wat is het gemiddelde aantal bezoekers?]

b.

Is er een podium (of podia) aanwezig in de broedplaats? [Zo ja: Hoeveel voorstellingen vinden er plaats in een jaar? Hoeveel capaciteit heeft het podium / hebben de podia? Hoeveel bezoekers trekt het podium (de podia) in een jaar? ]

c.

Zijn er ruimtes aanwezig voor zaalverhuur aan externen? [Zo ja: Hoeveel ruimtes zijn aanwezig voor zaalverhuur aan externen? Wat is de capaciteit van deze zalen?]

d.

Is er een winkel aanwezig in de broedplaats / Kunnen bezoekers aankopen doen in de broedplaats? [Zo ja: Wat voor producten worden er verkocht?]

53

Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam

e.

Exposeert de broedplaats kunst zoals in een (tijdelijke) tentoonstellingsruimte of galerie? [Zo ja: Hoe vaak per jaar wordt er kunst in de broedplaats geëxposeerd? Is de geëxposeerde kunst uit eigen broedplaats? Hoeveel bezoekers komen naar exposities?]

f.

Organiseert deze broedplaats workshops of onderwijs? [Zo ja: Hoe vaak organiseert de broedplaats workshops of onderwijs? Wat is de doelgroep?]

g.

Heeft de broedplaats een buurtfunctie? [Bijvoorbeeld: fungeert een ruimte als buurthuis, worden er projecten of voorlichtingsavonden georganiseerd waarbij omwonenden betrokken worden, of is de broedplaats open voor inloop uit de buurt?]

h.

Welke andere functies heeft deze broedplaats, die nog niet specifiek genoemd zijn?

13.

Inkomsten broedplaats voor 2019, 2020, en 2021

14.

Hoe betrokken zijn de huurders bij de broedplaats (bv. meewerken aan organisatie) en bij de omliggende buurt (bv. meewerken aan buurtinitiatieven)? a.

Mate van betrokkenheid huurders bij de broedplaats [5-puntschaal van laag naar hoog]

b.

Mate van betrokkenheid huurders bij de omliggende buurt [5-puntschaal van laag naar hoog]

15.

16.

In welke mate en op welke wijze vindt er interactie plaats tussen de huurders? a.

Op professioneel vlak [5-puntschaal van helemaal geen tot heel veel]

b.

Op sociaal vlak [5-puntschaal van helemaal geen tot heel veel]

Bevordert de broedplaats actief interactie tussen de huurders, bijvoorbeeld door het organiseren van interne ontmoetingen/evenementen/workshops?

17.

Zijn er plannen om interactie tussen bewoners (verder) te bevorderen?

18.

In welke mate en op welke wijze is er interactie tussen de huurders van de broedplaats en de buurtbewoners? a.

Aangestuurd door de beheerder/Bureau Broedplaatsen/gemeente [5-puntschaal van helemaal niet tot heel veel]

b. 19.

Aangestuurd door de huurders zelf [5-puntschaal van helemaal niet tot heel veel]

Is er iemand aanwezig die de rol vervult van community manager en/of cultureel programmeur?

20. Zijn er bepaalde knelpunten waar u tegenaan loopt als beheerder van een broedplaats die u verder toe wil lichten? 21.

Hoeveel huurders heeft deze broedplaats in onderstaande jaren gehad? [Aantal huurders in 2019, 2020, en 2021]

22. Hoeveel mutaties zijn er in onderstaande jaren geweest? Ofwel, hoeveel huurders hebben in onderstaande jaren de broedplaats verlaten? [Aantal mutaties in 2019, 2020, en 2021] Zijn er knelpunten wat betreft de doorstroom van huurders in de broedplaats? [Bijvoorbeeld: zijn er conflicten als gevolg van aflopende contracten, zou meer of minder doorstroom dan nu plaatsvindt beter zijn voor de broedplaats?]

54

Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam

Beheerdersenquête deel 2 1.

In welke mate ervaar je problemen bij de interactie met huurders? [Betaling huur, doorstroom regelen]

2.

In welke mate ervaar je problemen bij de interactie met Bureau Broedplaatsen?

3.

In welke mate ervaar je problemen bij de interactie met buurtbewoners?

4.

In welke mate ervaar je problemen bij de interactie met andere partijen, zoals de gemeente of de eigenaar van het pand?

5.

Welke aspecten van het broedplaatsenbeleid zie je als positief?

6.

Welke aspecten van het broedplaatsenbeleid zie je als negatief?

Welke verbeterpunten zou je willen zien in de komende jaren in het broedplaatsenbeleid?

55

Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam

Bijlage 2: Beschrijving per broedplaats Elke broedplaats heeft een eigen identiteit. Om een idee te krijgen van de variatie aan broedplaatsen is in deze bijlage een aantal beschrijvingen verzameld. Deze beschrijvingen zijn veelal geschreven door de broedplaats zelf. Alle teksten komen rechtstreeks van de website van de broedplaats (hyperlink naar elke broedplaatswebsite staat in de naam van de broedplaats) of van de website van Bureau Broedplaatsen. Niet alle details zijn actueel, maar geven alsnog een goed beeld van de broedplaatsen die de MRA rijk is, en wat een broedplaats kan zijn.

ACTA Amsterdam

“Broedplaats ACTA, het vroegere Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam, opereert tegenwoordig als creatieve broedplaats. Zo’n 200 creatieve ondernemers en kunstenaars werken in 75 werkruimtes. Broedplaats ACTA is een plek waar mensen samenkomen om te creëren en elkaar te ontmoeten. RADION is gehuisvest in deze broedplaats en biedt een cultureel podium, inclusief 24-uursclub, eetcafé en expozaal. 12 huurders hebben de mogelijkheid een woon-werkruimte te huren. Daarnaast verbouwt de ACTA tuingroep groente en houden ze bijen.”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14133735/1