Onderzoek naar effectiviteit en meerwaarde van het broedplaatsenbeleid.pdf
Tekst van het document
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
Nancy Blaker Joost Poort Francine Burema
September 2022
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
Eindredactie Atlas Research Capital C, 4e etage Weesperplein 4c 1018 XA Amsterdam 020 2371400 info@atlasresearch.nl www.atlasresearch.nl © Atlas Research, Amsterdam, 2022
2
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
Inhoud Inhoud
3
Samenvatting en conclusies
5
1
Inleiding
8
1.1 Het huidige onderzoek
9
2 Twintig jaar Amsterdams broedplaatsenbeleid
11
2.1 Ruimte en werkplekken in broedplaatsen
12
2.2 Looptijd broedplaatsen
15
2.3 Locaties in de MRA
18
2.4 Conclusie: Twintig jaar broedplaatsenbeleid
19
3 De broedplaatsen van nu
21
3.1 Dataverzameling
22
3.2 Een overzicht van de huidige ruimte
22
3.3 De variatie aan broedplaatsen in de MRA
24
3.4 Knelpunten
31
3.5 Conclusie: De broedplaatsen van nu
33
4 De kunstenaars en creatieven
35
4.1 Respondenten-enquête
35
4.2 Het werk van broedplaatsgebruikers
36
4.3 De waarde van de broedplaats voor de gebruikers
36
4.4De tijdelijkheid van broedplaatsen
38
4.5Alternatieven voor een broedplaatsruimte
39
4.6De organisatie van de broedplaats
40
4.7 De buurtfunctie van de broedplaats
41
4.8Conclusie: De kunstenaars en creatieven
44
5 De waarde van broedplaatsen
46
3
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
5.1 Economische waarde
46
5.2 Brede maatschappelijke waarde van broedplaatsen
49
5.3 Toekomstig onderzoek naar de waarde van broedplaatsen
50
5.4Conclusie: De waarde van broedplaatsen
52
Bijlage 1: Enquêtes beheerders
53
Bijlage 2: Beschrijving per broedplaats
56
Bijlage 3: Enquête gebruikers
66
4
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
Samenvatting en conclusies Betaalbare ruimte voor kunstenaars om te werken en wonen in Amsterdam is schaars. Dit was de aanleiding voor de gemeente Amsterdam om ruim twintig jaar geleden het broedplaatsenbeleid in het leven te roepen. Doel was om in de stad betaalbare en geschikte ruimte te creëren voor kunstenaars en creatieven. Dit onderzoek geeft inzicht in de broedplaatsen in Amsterdam en omgeving (Metropoolregio Amsterdam) die sinds de start van het broedplaatsenbeleid zijn ondersteund door Bureau Broedplaatsen. Gegevens zijn geanalyseerd van 112 broedplaatsprojecten die sinds het begin zijn ondersteund door Bureau Broedplaatsen. Hiervan zijn er momenteel nog 68 actief. Het gerealiseerde vloeroppervlak aan broedplaatsruimte groeide gemiddeld met 11,7% per jaar: van 22 duizend vierkante meter in 2003 naar ongeveer 165 duizend vierkante meter in 2022. Zestien broedplaatsen zijn in principe permanent gevestigd en de overige zijn (of waren) tijdelijk van aard. De meeste permanente broedplaatsen zijn in de eerdere jaren gevestigd. De gemiddelde looptijd van de tijdelijke broedplaatsen nam tussen 2002 en 2010 iets af, waarna deze stabiliseerde. De broedplaatsen zijn (of waren) voornamelijk gevestigd in de gemeente Amsterdam. Ruim zes procent is (of was) buiten de gemeente gevestigd, namelijk in Halfweg, Zaandam en Hoofddorp.
In Amsterdam is Nieuw-West het stadsdeel met de meeste broedplaatsen. De situatie anno 2022 is nader onderzocht aan de hand van deskresearch en een enquête onder beheerders en onder huurders. Momenteel bieden alle Amsterdamse broedplaatsen samen ongeveer 160 tot 170 duizend vierkante meter bruto vloeroppervlak. Dit is verdeeld over 68 broedplaatsen die (nu of in het verleden) steun hebben (gehad) van Bureau Broedplaatsen. Er zijn naar schatting 2.500 werkruimtes voor kunstenaars en creatieven, waarvan ongeveer 56% bestemd is voor CAWA-huurders. Er zijn grote verschillen in functies en organisatievormen. In de meerderheid van de broedplaatsen (63%) wordt niet alleen kunst gemaakt, maar ook getoond aan extern publiek. Verder heeft bijna de helft een educatieve of buurtfuncie (46%), en heeft ruim een derde (34%) ook een horecafunctie. Een deel van de broedplaatsen heeft een zelforganiserend karakter (12%), waarbij de huurders de organisatie van de broedplaats zelf uitvoeren. Veelal vormen zij een vereniging of collectief, en in enkele gevallen zijn ze ook eigenaar van de broedplaatslocatie. Een ander deel (46%) is (mede) tot stand gekomen door een broedplaatsontwikkelaar die meerdere broedplaatsen geïnitieerd heeft. Urban Resort is de grootste broedplaatsontwikkelaar.
Knelpunten die naar voren zijn gekomen in dit onderzoek zijn de tijdelijkheid van broedplaatsen, de prognose van een afnemend volume van betaalbare werkruimte ondanks een groeiende vraag, en de invulling van de buurtfunctie.
5
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
Om de ervaring van huurders in broedplaatsen te onderzoeken is via de broedplaatsen tevens een enquête uitgezet onder de huurders. De respons bleef bepekt tot 41, waardoor de uitkomsten met de nodige voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd en vooral een signalerend karakter hebben. De respondenten beoordelen hun ervaring met werken en/of wonen in een broedplaats als overwegend positief. De meerderheid geeft aan dat de broedplaats veel of zeer veel bijdraagt aan het uitproberen van nieuwe ideeën, het uitwisselen van ideeën met anderen binnen en buiten het werkveld, en de ontwikkeling van talenten en vaardigheden. Bijna de helft geeft aan dat werken in de broedplaats veel of zeer veel bijdraagt aan het uitbreiden van een professioneel netwerk. Van de respondenten met een tijdelijk contract heeft het grootste deel negatieve of zeer negatieve gevoelens bij de gedachte dat ze de broedplaats weer zullen moeten verlaten. Ze ervaren stress door onzekerheid, en de tijdelijkheid heeft een negatieve invloed op de binding met de buurt en de motivatie om in de broedplaats te investeren. De helft van de respondenten geeft verder aan dat bij het ontbreken van betaalbare broedplaatsen in Amsterdam, het een (zeer) realistisch scenario is dat ze buiten Amsterdam zouden zoeken naar een ruimte. Meer dan de helft zou zonder de broedplaats minder tijd besteden aan creatief werk.
De helft van de respondenten ervaart de inspraak bij de organisatie van de broedplaats als beperkt. Huurders zijn tevredener als ze meer inspraak hebben. Wat betreft de binding met de buurt, zegt ongeveer een kwart veel of heel veel deel te nemen aan buurtinitiatieven. Enkele respondenten hebben echter wel kritische opmerkingen over de buurtfunctie, bijvoorbeeld dat een buurtfunctie niet opgelegd moet worden als voorwaarde voor het huren van een broedplaats. De broedplaatsen hebben niet altijd een vanzelfsprekende binding met de buurt of de buurtbewoners. Er is onzekerheid over hoe een buurtfunctie het beste ingevuld kan worden, en waar de buurtbewoners het meeste baat bij hebben. Het verdient aanbeveling dit te onderzoeken door te inventariseren bij omwonenden van broedplaatsen waar zij behoefte aan hebben en hoe de broedplaats daarbij kan helpen. Met de gegevens die nu beschikbaar zijn, is het nog niet mogelijk de algehele maatschappelijke waarde van de broedplaatsen te kwantificeren. Wel is duidelijk dat de broedplaatsen op verschillende manieren waarde creëren. In de eerste plaats creëren de broedplaatsen natuurlijk gelegenheid voor kunstenaars en creatieven om in de stad te (blijven) werken en/of te wonen.
Door bij te dragen aan het vestigingsklimaat voor creatieven en kunstenaars, verhogen broedplaatsen de aantrekkelijkheid van de stad voor bredere groepen, zo blijkt uit veel onderzoek. Dit is weer gunstig voor de stedelijke economie. Daarnaast bieden de broedplaatsen zelf werkgelegenheid aan mensen die betrokken zijn bij de organisatie en het beheer. Tot slot hebben broedplaatsen een sociale waarde die
6
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
voortkomt uit de educatieve functies en buurtfuncties, en een culturele waarde door het aanbod van culturele programmering.
7
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
1 Inleiding Amsterdam is een aantrekkelijke stad. In de jaarlijkse Atlas voor gemeenten staat Amsterdam consistent op de eerste plaats wat betreft woonaantrekkelijkheid. Een belangrijk onderdeel van de woonaantrekkelijkheid van een stad is het culturele aanbod. Amsterdam is hierin een duidelijke uitschieter. Amsterdam is dé culturele hoofdstad van Nederland, dankzij een groot aanbod aan onder andere podiumkunsten, beeldende kunst, erfgoed en film.1 Dat vertaalt zich ook in de werkgelegenheidscijfers: Amsterdam heeft het grootste aandeel banen in de cultuursector, en ligt hierin ver boven het gemiddelde van de vijftig grootste gemeenten van Nederland.2 Elk jaar zoekt een nieuwe aanwas kunstenaars en creatieven naar werk- en woonruimte in Amsterdam. In 2011 werd dit jaarlijkse aantal geschat op vijfhonderd.3 In 2013 wees onderzoek uit dat jaarlijks tussen de duizend en vijftienhonderd afgestudeerde creatieven een ruimte zoeken in Amsterdam, en in 2018 werd dit jaarlijkse aantal geschat op zeventienhonderd.4 Dat Amsterdam een aantrekkelijke stad is, komt naar voren in de hoge prijzen van koop- en huurwoningen in de stad, waardoor een betaalbare woning vinden moeilijk is voor de lagere en middeninkomens.
In 2021 was slechts 0,2% van de koopwoningen in Amsterdam betaalbaar voor een alleenverdiener met een modaal inkomen van 36.500 euro.5 Voor een betaalbare huurwoning ben je voornamelijk aangewezen op de sociale huursector, waar woningzoekenden in Amsterdam in 2021 gemiddeld dertien jaar en tien maanden voor op de wachtlijst moesten staan.6 Mensen die kantoorruimte willen huren in Amsterdam lopen ook tegen hoge prijzen aan. De gemiddelde huurprijs van kantoorruimte was in 2020 in Amsterdam het hoogste van Nederland, met een maandelijkse huurprijs van 221 euro per vierkante meter.7 De makers van kunst en cultuur zijn onderdeel van de creatieve industrie, waarin in de afgelopen jaren een sterke groei is geweest in het aantal zelfstandigen. 8 Naast een hoge -----------1
https://www.boekman.nl/regionale-cultuurindex/
2
Marlet, G.A., & van Woerkens, C., 2018: Atlas voor gemeenten 2018: Cultuur. Utrecht: Atlas voor gemeenten.
3
Bureau Broedplaatsen, 2012: Beleidskader Atelier- en Broedplaatsen Metropoolregio Amsterdam 2012-2016. Amsterdam: Gemeente Amsterdam.
4
Zie Gemeente Amsterdam, 2019: Amsterdams atelier- en broedplaatsenbeleid 2019-2022.
5
Een betaalbare woning is een woning met een koopprijs waarvoor iemand met een modaal salaris (36.500 euro ex. vakantiegeld in 2021) een hypotheek kan afsluiten (max. 188.000 euro). https://www.hypotheker.nl/actueel/nieuwsberichten/2021/woningaanbod-voor-modale-inkomens/
6
https://nos.nl/op3/artikel/2377995-sociale-huurwoning-in-zeker-een-kwart-van-de-gemeenten-wacht-je-meerdan-7-jaar
7
https://www.nvm.nl/media/dnin504s/20210630-web-spread-nvm-kantoren-in-cijfers-2021.pdf
8
Zie https://www.boekman.nl/algemeen/hoe-precair-is-het-werk-in-de-cultuursector/
8
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
mate van zelfstandigheid, valt op dat inkomens van kunstenaars relatief laag zijn. Het mediane inkomen van kunstenaars was in de periode 2017-2019 met 32 duizend euro bijna een kwart lager dan dat van de hele werkzame beroepsbevolking. Van alle kunstenaars verdienden beeldende kunstenaars het minste, namelijk veertienduizend euro.9 De relatief lage inkomens van kunstenaars en creatieven, gecombineerd met de hoge vraag naar ruimte en de hoge prijzen van het aanbod, zorgt ervoor dat Amsterdam, een stad die gekenmerkt wordt door het grote aanbod kunst en cultuur, niet erg toegankelijk is voor de makers van deze kunst en cultuur. Er is betaalbare ruimte nodig voor deze groep om te wonen en te werken, en deze ruimte wordt steeds schaarser. Mede doordat zoveel creatieven en kunstenaars als zelfstandige werken, en omdat bepaalde disciplines specifieke eisen stellen aan werkruimte (denk bijvoorbeeld aan het maken van muziek, of de werkplaats die houtbewerkers nodig hebben), is het vinden van een geschikte werkruimte essentieel.
Ruimte in Amsterdam is al langere tijd schaars voor kunstenaars en creatieven, wat in 1999 resulteerde in een startnotitie over beleidsontwikkeling voor ateliers en woon-werkpanden, en de opzet van project Broedplaats Amsterdam.10 In 2000 kwam er een plan van aanpak voor broedplaatsen,11 mede geschreven door Projectmanagementbureau Amsterdam, waar Bureau Broedplaatsen onderdeel van is. We zijn inmiddels ruim twintig jaar verder. Met dit onderzoek geven we inzicht in de broedplaatsen in Amsterdam en omgeving (Metropoolregio Amsterdam), die sinds de start van het broedplaatsenbeleid zijn ondersteund door Bureau Broedplaatsen.
1.1
Het huidige onderzoek
Het doel van dit onderzoek is om inzicht te geven in de broedplaatsen in en rondom Amsterdam, nu en in het verleden. We richten ons daarbij op broedplaatsen die ondersteuning hebben (gehad) van Bureau Broedplaatsen. In hoofdstuk 2 geven we een overzicht van de belangrijke ontwikkelingen in de broedplaatsen. Wat is er bereikt in de afgelopen twintig jaar? Hoofdstuk 2 is gebaseerd op kwantitatieve data over bijvoorbeeld het aantal vierkante meters en de looptijd van de broedplaatsen. Lezers die minder geïnteresseerd zijn in deze onderliggende cijfers en analyses kunnen ook alleen de introductie en de deelconclusie van dit hoofdstuk lezen. In hoofdstuk 3 lichten we de huidige stand van zaken in de Metropoolregio Amsterdam (hierna MRA) verder uit: welke broedplaatsen zijn er nu, en wat is hun identiteit? Wat gebeurt er allemaal in deze broedplaatsen? Wat voor organisaties zijn deze broedplaatsen? Welke inzichten bieden de -----------9
https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2021/monitor-kunstenaars-en-andere-werkenden-met-een-creatief-beroep-2021
10
Mertens, R., Hoogendoorn, J., 1999: Een complete stad swingt. Startnotitie beleidsontwikkeling ateliers en woonwerkpanden. Amsterdam: Gemeente Amsterdam
11
Projectmanagementbureau Amsterdam i.o.v. de Stedelijke Woningdienst Amsterdam, 2000: Geen cultuur zonder subcultuur, plan van aanpak Broedplaats.
9
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
beheerders van deze broedplaatsen? Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op de ervaring van de huurders die in de broedplaatsen werken en/of wonen. Wat is in hun ogen de meerwaarde van een plek in een broedplaats? Zien zij knelpunten? Hoofdstuk 5 sluit af met een discussie over de waarde van broedplaatsen. Om alle onderzoeksvragen te beantwoorden maken we gebruik van een combinatie van literatuuronderzoek, deskresearch, een enquête voor beheerders van broedplaatsen, en een enquête voor de mensen die in de broedplaatsen werken en/of wonen.
10
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
2 Twintig jaar Amsterdams broedplaatsenbeleid In de jaren zeventig nemen de havenactiviteiten in het Oostelijk Havengebied van Amsterdam steeds verder af. Deze afname gaat gepaard met een toename van krakers in het gebied, waaronder veel kunstenaars. Er is dan al schaarste aan ruimte voor kunstenaars en creatieven in de stad, waardoor de krakers hun eigen betaalbare “broedplaatsen” of “woon-werk-cultuurpanden” vestigen. Het Oostelijk Havengebied wordt echter in de volgende jaren geleidelijk getransformeerd met woningbouw, waardoor uiteindelijk door ontruimingen en ontruimingsdreigementen de krakerscollectieven het tekort aan betaalbare ateliers aan de gemeenteraad voorleggen. Ze vragen om een constructief vestigingsbeleid.12 Als reactie op verschillende acties van de krakerscollectieven schrijft de gemeente een startnotitie.13 In deze startnotitie staat beschreven hoe leegstaande panden in Amsterdam vaak worden gebruikt als broedplaats, waarbij alle denkbare creatieve disciplines een plek vinden. De panden zijn veelal zeer groot en betaalbaar (geen of lage huur), waardoor ze bijvoorbeeld geschikt zijn voor makers van beeldende kunst, bouwkunst, podiumkunst, vormgeving en film. Niet alleen werken en wonen er kunstenaars en creatieve ondernemers, de panden fungeren dikwijls ook als horecagelegenheid, podium of vergaderruimte.
Ze dragen dus ook bij aan de amenities, of voorzieningen, in de stad. Met de herontwikkeling van veel van deze gekraakte panden voor woningbouw, dreigt Amsterdam haar functie te verliezen als culturele en economische broedplaats. Op korte termijn dienen in ieder geval alternatieven te worden gevonden voor de gebruikers van de panden die ontruimd (dreigen te) worden, maar op de langere termijn moet er ook een uitbreiding komen van de voorraad ateliers en woon-werkpanden. Hiervoor zet de gemeenteraad in 1999 project Broedplaats op. Project Broedplaats start in mei 1999 vanuit Projectmanagementbureau Amsterdam, en schrijft in opdracht van de Stedelijke Woningdienst Amsterdam een plan van aanpak voor een broedplaatsenbeleid.14 Het idee is om kunstenaars en creatieven die zich geen ruimte op de commerciële markt kunnen veroorloven betaalbare ruimte te bieden. Met het vestigen van culturele woon-werkpanden verwachten ze onder andere verbetering van het -----------12
https://www.amsterdam.nl/kunst-cultuur/ateliers-broedplaatsen/over-broedplaatsen/
13
Mertens, R. & Hoogendoorn, J., 1999: Een complete stad swingt – startnotitie beleidsontwikkeling ateliers en woonwerkpanden. Amsterdam: Gemeente Amsterdam.
14
Projectmanagementbureau Amsterdam i.o.v. de Stedelijke Woningdienst Amsterdam, 2000: Geen cultuur zonder subcultuur, plan van aanpak Broedplaats.
11
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
imago van de omliggende buurt en toename van leefbaarheid door bijbehorende voorzieningen, toename van de werkgelegenheid voor de creatieve sector en productie van kunst en cultuur, en vooral bij bewoning synergie tussen de verschillende gebruikers van een pand. Door het behouden en laten groeien van deze creatieve bedrijvigheid in de stad, verhoogt Amsterdam ook de algehele aantrekkelijkheid voor bewoners en bezoekers. Op basis van onderzoek wordt vastgesteld dat er behoefte is aan ruimte voor circa tweeduizend kunstenaars en creatieve ondernemers. Om te zorgen dat de vrijkomende ruimte wordt ingevuld door de beoogde doelgroep, verzorgt Stichting Woon-/Werkruimten voor Kunstenaars (SWWK) de toewijzing van ruimtes in de broedplaatsen. Het projectbureau acht de ontwikkeling van veertienhonderd tot tweeduizend werkplekken ruimtelijk gezien mogelijk, en doelt op een combinatie van tijdelijke en permanente panden. Met een investering van negentig miljoen gulden denkt het projectbureau de nodige ruimte te kunnen realiseren, tegen een betaalbare huurprijs voor de doelgroep. De geplande werkwijze is dat het projectbureau een ondersteunende of trekkende rol speelt bij het realiseren van de broedplaatsen. Project broedplaats heet ondertussen Bureau Broedplaatsen, maar het doel is nog altijd om geschikte en betaalbare ruimte te bieden aan kunstenaars en creatieven.
Een belangrijke ontwikkeling sinds de start van het beleid is de oprichting van de Commissie voor Ateliers en (Woon-)Werkpanden Amsterdam (CAWA) in 2008. CAWA15 toetst de plannen voor nieuwe broedplaatsen, en toetst de gebruikers van die broedplaatsen op geschiktheid. Met een combinatie van expertise op sociaal, cultureel, artistiek, ruimtelijk en economisch vlak, geeft CAWA gevraagd en ongevraagd advies over het broedplaatsenbeleid. De kunstenaars en creatieven die door de zogeheten basistoets of toptoets heen komen van CAWA, kunnen zich aanmelden voor woon- en/of werkruimte in broedplaatsen die verhuurd worden met korting op de commerciële huurprijs. De subsidie die Bureau Broedplaatsen toekent is onder andere bedoeld voor het geven van huurkorting aan CAWA-getoetste huurders. Over het algemeen is de subsidie bedoeld ter dekking van het onrendabele gedeelte van de investering die broedplaatsontwikkelaars maken bij het realiseren van een broedplaats, en voor het realiseren van betaalbare huur voor kunstenaars en creatieven.
2.1 Ruimte en werkplekken in broedplaatsen
Door data van het Bureau Broedplaatsen te analyseren kunnen we een aantal conclusies trekken over wat er in de afgelopen twintig jaar bereikt is. Deze data bevat informatie over
-----------15
Voor meer informatie over CAWA zie de website van de gemeente Amsterdam, waar ook het regelement te vinden is: https://www.amsterdam.nl/kunst-cultuur/ateliers-broedplaatsen/cawa/taken/. Zie ook het meest recente jaarverslag van CAWA voor meer informatie over de recente werkzaamheden van CAWA: https://assets.amsterdam.nl/publish/pages/613002/cawa-jaarverslag-toegankelijk.pdf
12
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
de omvang, looptijd en locatie van de projecten die ondersteuning hebben gekregen van Bureau Broedplaatsen. In totaal heeft Bureau Broedplaatsen volgens onze data ondersteuning gegeven aan minstens 112 broedplaatsprojecten.16 Deze hebben samengenomen naar schatting een bruto vloeroppervlak van ruim 240 duizend vierkante meter, en ontvingen over de jaren heen in totaal 42 miljoen euro subsidie. Deze 240 duizend vierkante meter is wat er nu hypothetisch was geweest als alle broedplaatsen die ooit gestart waren nu nog bestonden. In de data staat verder een combinatie van aantal ruimtes in een broedplaats (ateliers en verhuurbare werkruimtes) en werkplekken (er kunnen meerdere werkplekken in één ruimte zijn). Deze tellen op tot ruim 3.400 en bieden een schatting van de totale capaciteit die er voor kunstenaars en creatieven was geweest als alle broedplaatsen die ooit gestart waren nu nog bestonden. Gemiddeld is ruim 61% van het aanbod voor CAWA-getoetste huurders geweest. Het voornaamste doel van Bureau Broedplaatsen is om ruimte te creëren voor kunstenaars en creatieven. In plaats van het bovengenoemde hypothetische totaal van 240 duizend vierkante meter, is het meer informatief om te kijken naar wat de feitelijke capaciteit door de tijd heen is geweest. Elk jaar is er namelijk ruimte bijgekomen, en sommige jaren is er ruimte verloren gegaan.
In figuur 2.1 is de ontwikkeling te zien van de metrage aan broedplaatsen. Hierin zien we over het algemeen een stijgende lijn. Tot 2009 komt er elk jaar per saldo vloeroppervlak bij, daarna zien we nog steeds vooral toenames maar ook een aantal jaren waarin het totale vloeroppervlak afneemt. Na tien jaar broedplaatsenbeleid is er ruim 111 duizend vierkante meter, en na twintig jaar is er ruim 165 duizend vierkante meter die beschikbaar is als atelier, andere werkruimte voor creatieven, of woon-(werk)ruimte. Vanaf 2003 groeit het vloeroppervlak met gemiddeld 11,7% per jaar,17 met een relatief grotere toename in de eerste jaren.
-----------16
Er ontbreken mogelijk projecten omdat data over de periode 2000 en 2001 lastig te vinden is. We nemen hier daarom 2002 als startjaar voor een overzicht van twintig jaar. Een aantal van de broedplaatsen die in onze data onder startjaar 2002 staan, waren wel mogelijk al eerder gestart (in 2000 of 2001).
17
In dit gemiddelde is de groei van 2002 naar 2003 niet meegenomen, aangezien dit een uitschieter is.
13
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
Figuur 2.1 Totaal aantal vierkante meters (bruto vloeroppervlak) aan broedplaatsen per jaar
Het aantal vierkante meters geeft een indicatie van de ruimte, maar maakt niet meteen duidelijk hoeveel mensen hier gebruik van kunnen maken. Het verschilt per broedplaats en discipline hoeveel ruimte een kunstenaar of creatieve ondernemer nodig heeft. De capaciteit van broedplaatsen wordt duidelijker door te kijken naar een schatting van het aantal werkruimtes. Met “werkruimte” bedoelen we hier ateliers, studio’s en andere werkplekken (kantoorruimte voor creatieve ondernemers, bijvoorbeeld). Hier zit ook woonruimte voor kunstenaars en creatieven of gedeelde woon-/werkruimte tussen. Figuur 2.2 toont het aantal werkruimtes per jaar. We zien hier net als bij vloeroppervlak een stijgende lijn. Na tien jaar broedplaatsenbeleid komen we uit op ruimte voor minstens 1.430 kunstenaars en creatieven, en na twintig jaar is dit toegenomen tot 2.654. Rekening houdend met de eerdergenoemde zeventienhonderd kunstenaars en creatieven die jaarlijks op zoek gaan naar een werk- en/of woonruimte in Amsterdam, is het totale aantal van 2.654 ruimtes echter niet groot. Het is niet bekend hoeveel mensen momenteel op zoek zijn naar een ruimte voor hun kunstenaarschap of creatieve werk, maar de vraag is waarschijnlijk groter dan het aanbod.
14
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
Figuur 2.2 Inschatting van totaal aantal (woon-)werkruimtes per jaar. Hier vallen alle soorten ruimtes onder, zoals ateliers, studio’s, andere werkplekken, woon-werkruimtes en woonruimtes in broedplaatsen
2.2 Looptijd broedplaatsen Het merendeel van de 112 broedplaatsen heeft een eindige looptijd, maar zestien broedplaatsen hebben in principe geen verplichte einddatum. Deze broedplaatsen zonder einddatum zijn samen goed voor bijna 47 duizend vierkante meter bruto vloeroppervlak. Opvallend is dat de meeste van deze zestien broedplaatsen relatief vroeg zijn vastgesteld: tot en met 2008 waren het er veertien en sindsdien zijn er daar twee bijgekomen (in 2014 en 2017).18 In figuur 2.3 is per jaar het aantal broedplaatsprojecten dat is gestart te zien. De broedplaatsen die in principe geen einddatum hebben, zijn oranje gekleurd. De 96 tijdelijke broedplaatsen zijn grijs weergegeven.
-----------18
Er zijn al wel plannen vastgesteld voor een nieuw project zonder einddatum. Momenteel wordt vrijplaats Bajesdorp gebouwd door de toekomstige bewoners, waar ze twintig ateliers en woningen gaan realiseren.
15
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
Figuur 2.3 Het aantal broedplaatsprojecten (y-as) dat per jaar (x-as) van start is gegaan. Broedplaatsen zonder einddatum in het oranje, tijdelijke broedplaatsen in het grijs. N= 112
De 96 tijdelijke broedplaatsen hebben een gemiddelde (geplande of gerealiseerde) looptijd van negen jaar en elf maanden. Het varieert per startjaar van een broedplaats wat de gemiddelde looptijd is. In 2005 startten vier tijdelijke broedplaatsen met een gemiddelde looptijd van bijna 22 jaar. In 2010 startten ook vier tijdelijke broedplaatsen, maar met een lager gemiddelde van ruim vijf jaar. In figuur 2.4 is de gemiddelde looptijd te zien van de broedplaatsen die in elk jaar gestart zijn.
16
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
Figuur 2.4 De gemiddelde looptijd van tijdelijke broedplaatsen (y-as) dat per jaar (x-as) van start is gegaan. N = 96
Figuur 2.4 laat een licht dalende trend zien in de gemiddelde looptijd van de tijdelijke broedplaatsen die met de jaren zijn opgestart, met uitzondering van een piek in 2020 en een dip in de periode 2008-2011.19 Naarmate de broedplaats later van start is gegaan, des te korter de gerealiseerde (of geplande) bestaansperiode is. De looptijd is gemiddeld bijna vijf maanden korter voor elk jaar dat de broedplaats later van start is gegaan. Om dit effect duidelijker in beeld te krijgen laat figuur 2.5 zien hoe de relatie tussen het startjaar en de looptijd er in meer detail uitziet. Elke oranje punt in deze grafiek is een broedplaats. Op de horizontale as is af te lezen in welk jaar de broedplaats van start is gegaan, en op de verticale as is af te lezen wat de gerealiseerde of geplande looptijd van de broedplaats is. De zwarte regressielijn20 laat zien dat er vooral een duidelijke afname van looptijd is geweest tussen het begin van het broedplaatsenbeleid en 2011, waarna de lijn stabiel blijft. De afname van looptijd heeft zich dus niet doorgezet in de tweede helft van het onderzochte tijdvak, tussen 2012 en 2022. Mogelijk is deze daling van looptijd met de jaren een overschatting, omdat broedplaatsen vaak langer bestaan dan gepland. De broedplaatsen die nu nog lopen hebben een geplande looptijd, maar in werkelijkheid kan de behaalde looptijd langer uitpakken dan -----------19
Met een lineaire regressieanalyse is getest of er daadwerkelijk een statistisch significante negatieve relatie bestaat tussen de looptijd van een tijdelijke broedplaats en het startjaar. Dit is inderdaad het geval.. Het effect van het startjaar op de looptijd is negatief en statistisch significant, b = -0,4 (se = 0,1), p = 0,0006, F(1, 94) = 12,66, R2 = 0,12. Regressie op looptijd in jaren (alleen tijdelijke broedplaatsen met volledige data, n = 95). Geen controlevariabelen in het model.
20
Dit is een zogenaamde loess (locally estimated scatterplot smoothing) regressielijn (met een betrouwbaarheidsinterval van 95%), waarmee er meer detail te zien is in de relatie tussen twee variabelen dan een klassieke rechte lineaire regressielijn. Zie voor meer informatie bijvoorbeeld de website van ggplot2, het pakket in de software R waarmee deze grafiek gemaakt is.
17
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
gepland. Om deze reden is de analyse herhaald met alleen de 35 broedplaatsen die sinds 2002 zijn gestart en voor 2022 weer zijn gesloten, zodat alleen werkelijke looptijden worden meegenomen in de analyse. We zien hier een vergelijkbaar patroon van een afnemende looptijd,21 met name tot 2010, waarna de gemiddelde looptijd stabiliseert. Het plaatje van alle tijdelijke broedplaatsen in figuur 2.5 kan dus nog veranderen naarmate geplande looptijden van bestaande broedplaatsen worden verlengd, maar een dalende looptijd met de jaren is sowieso aanwezig in de 35 broedplaatsen die al zijn opgeheven.
Figuur 2.5 De relatie tussen het startjaar van een tijdelijk broedplaatsproject en de looptijd (gepland of gerealiseerd)
2.3 Locaties in de MRA De 112 broedplaatsen waren (of zijn nog) voornamelijk gevestigd in de stad Amsterdam. Een aantal broedplaatsen ligt echter in andere gemeenten van de MRA. Van 109 broedplaatsen hebben we de locatie (postcode). Tabel 2.1 geeft een overzicht per regio, onderverdeeld in -----------21
Regressie op looptijd in jaren (alleen tijdelijke broedplaatsen die voor 2022 gesloten zijn, n = 35). Het effect van startjaar op looptijd is negatief en statistisch significant, b = -0,7 (se = 0,1), p = 0,000008, F(1, 33) = 28,08, R2 = 0,12. Geen controlevariabelen in het model.
18
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
de zeven stadsdelen van Amsterdam, Westpoort in Amsterdam, en regio’s buiten de gemeente Amsterdam (maar binnen de MRA). Buiten de gemeente Amsterdam zijn er broedplaatsen (geweest) in Halfweg, Zaandam en Hoofddorp. De meeste zijn gevestigd (geweest) in stadsdeel Nieuw-West. Van alle broedplaatsprojecten is twintig procent hier gevestigd. Het grootste aandeel vloeroppervlak is eveneens gerealiseerd in stadsdeel Nieuw-West, en het kleinste aandeel in stadsdeel Zuid. Van het totale gerealiseerde vloeroppervlak lag ruim vijftien procent buiten de gemeente Amsterdam. Stadsdeel Zuid en stadsdeel Zuidoost hebben de minste vierkante meters, en hebben ook geen broedplaatsen zonder einddatum. De meeste broedplaatsen zonder einddatum zijn te vinden in stadsdeel Oost en stadsdeel Nieuw-West.
Tabel 2.1 Details van broedplaatsen per regio. Looptijd is op basis van gerealiseerde looptijd (voor broedplaatsen die niet meer bestaan) of geplande looptijd (voor broedplaatsen die nog wel bestaan). De m2 is op basis van bruto vloeroppervlak Regio
m2 totaal
Aandeel m2
Gemiddelde looptijd (tijdelijke
Aantal broed-
Aandeel broed-
Broedplaatsen
broedplaatsen)
plaatsen
plaatsen
zonder einde
Buiten Amsterdam
35.602
15,1%
7,7 jaar
7
6,4%
1
Centrum
33.206
14,1%
8,5 jaar
15
13,8%
2
Nieuw-West
45.305
19,2%
9,5 jaar
22
20,2%
3
Noord
21.902
9,3%
11,1 jaar
13
11,9%
2
Oost
39.246
16,6%
9,5 jaar
18
16,5%
5
West
35.719
15,1%
11,6 jaar
18
16,5%
2
Westpoort
8.865
3,8%
19 jaar
4
3,7%
1
Zuid
7.633
3,2%
7,2 jaar
6
5,5%
0
Zuidoost
8.574
3,6%
12,2 jaar
6
5,5%
0
2.4 Conclusie: Twintig jaar broedplaatsenbeleid Bureau Broedplaatsen ondersteunt nu ruim twintig jaar de vestiging van broedplaatsen in Amsterdam, waar kunstenaars in een betaalbare en geschikte ruimte hun werk kunnen uitvoeren. Voor dit onderzoek zijn gegevens van 112 broedplaatsprojecten geanalyseerd. Het vloeroppervlak aan broedplaatsruimte groeide gemiddeld met 11,7% per jaar: van 22 duizend vierkante meter in 2003 naar ongeveer 165 duizend vierkante meter in 2022. Zestien van de broedplaatsen zijn in principe permanent gevestigd, en de overige broedplaatsen zijn (of waren) tijdelijk van aard. De meeste permanente broedplaatsen zijn in de eerste helft van het broedplaatsenbeleid gevestigd. De looptijd van de tijdelijke broedplaatsen is iets afgenomen met de jaren, vooral tussen 2002 en 2010, waarna het stabiliseerde. De broedplaatsen zijn (of waren) voornamelijk gevestigd in de gemeente Amsterdam. In totaal
19
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
is ruim 6% buiten de gemeente gevestigd, binnen de MRA in Halfweg, Zaandam, en Hoofddorp. In Amsterdam is Nieuw-West het stadsdeel met de meeste broedplaatsen.
20
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
3 De broedplaatsen van nu In april 2022 vond de officiële opening plaats van broedplaats Tempel in De Pijp, gehuisvest in een monumentaal pand. Tempel verhuurt sinds oktober 2021 werkruimtes aan creatieven en wordt beheerd door Stichting Werkplek Tempel Amsterdam. Daarnaast is het een podium waar verschillende soorten voorstellingen worden gedeeld met een breed publiek. De nadruk ligt op podiumkunstenaars, verhalenvertellers en het experiment. Broedplaats Tempel is één van de vele voorbeelden van creatieve werkplekken die de naam “broedplaats” krijgen in dit onderzoek. Een ander voorbeeld van een locatie die in de komende jaren gerealiseerd wordt, is Bajesdorp, een gemeenschap die hard werkt aan het vestigen van een vrijplaats die de bewoners zelf gaan opbouwen. Bajesdorp is een hechte gemeenschap van creatieve makers en ondernemers die samen leven en werken, momenteel op een tijdelijke plek, maar binnenkort in een nieuwbouwcomplex. De nadruk ligt op collectief eigendom en zelfbeheer – hier huur je niet alleen een woon-werkplek, maar ben je onderdeel van een gemeenschap en ben je zelf medeverantwoordelijk voor het beheer van de woon-werkplekken.
De nieuwe vrijplaats Bajesdorp wordt nog gebouwd, maar verschillende andere bestaande broedplaatsen hebben een soortgelijke focus op het werken (en/of wonen) in een hechte gemeenschap of een collectief, waar beslissingen over de broedplaats gezamenlijk worden genomen. Bovenstaande voorbeelden geven een idee van de variatie in functies en organisatiestructuur van de verschillende broedplaatsen. In dit hoofdstuk brengen we de variatie aan broedplaatsen in beeld die Amsterdam en de omliggende metropoolregio rijk zijn. Elke broedplaats heeft namelijk een eigen identiteit. We kijken hierbij naar alle broedplaatsen die subsidie en/of ondersteuning van Bureau Broedplaatsen hebben ontvangen, en die in 2021 nog actief waren. Dit kunnen dus ook broedplaatsen zijn die subsidie hebben ontvangen van Bureau Broedplaatsen, maar ondertussen geen subsidieverantwoording meer afleggen.22 We bespreken de waarde van de broedplaatsen door in beeld te brengen wat ze te bieden hebben. De broedplaatsen bieden in de eerste plaats (woon-)werkruimte aan creatieven en kunstenaars, maar hebben ook andere functies die waarde hebben voor de inwoners van de stad. We inventariseren hierbij broedplaatsen die bijvoorbeeld ook fungeren als podium (onder andere voor muziek en toneel), horecagelegenheid, en expositieruimte.
We inventariseren verder welke broedplaatsen een educatieve functie vervullen (onder andere kunst en cultuureducatie), een buurtfunctie hebben (bijvoorbeeld als -----------22
Broedplaatsen die geen directe relatie meer hebben met Bureau Broedplaatsen omdat ze de periode van subsidieverantwoording voorbij zijn, noemen zichzelf wellicht geen broedplaats meer. Wij doen dat in dit onderzoek nog wel. Broedplaatsen zijn meegenomen als ze in het verleden ondersteuning van Bureau Broedplaatsen hebben gehad, en vandaag nog dezelfde functie (mede)vervullen van ruimte bieden aan kunstenaars en creatieven.
21
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
ontmoetingsruimte), evenementen organiseren, of ruimte aan externen verhuren (bijvoorbeeld zaalverhuur of verhuur van repetitieruimte).
3.1 Dataverzameling De gegevens die de basis vormen van dit hoofdstuk zijn op verschillende manieren verzameld. Ten eerste is gebruikgemaakt van kwantitatieve data van Bureau Broedplaatsen. Deze is aangevuld met data die bemachtigd is via een enquête voor beheerders van broedplaatsen. In deze enquête gaven beheerders van broedplaatsen informatie over de praktische zaken rond de broedplaats, zoals de omvang van de broedplaats, het aantal huurders, het type huurders en de functies die de broedplaats vervult. Via de enquête is data verkregen van 27 broedplaatsen. Met deskresearch hebben we zoveel mogelijk informatie verzameld over de overige 41 broedplaatsen. Om een rijker beeld te krijgen van de verschillende broedplaatsen en meer kwalitatieve informatie te verzamelen, hebben we een enquête met open vragen opgesteld. Vier beheerders hebben de open vragen beantwoord via de online enquête, en twee beheerders hebben mondeling antwoord gegeven op vragen. Deze zes beheerders zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het beheer van 28 van de broedplaatsen in dit onderzoek. Door het beperkte aantal beheerders dat de enquête heeft ingevuld, is voorzichtigheid geboden bij het generaliseren van conclusies. Zie voor de inhoud van de twee beheerdersenquêtes Bijlage 1.
3.2 Een overzicht van de huidige ruimte Om de huidige situatie te schetsen, lichten we in figuur 3.1 een aantal kerncijfers uit van de 68 broedplaatsen die volgens onze data in de MRA gevestigd zijn. Gebaseerd op data van 68 broedplaatsen is er momenteel tussen de 160 en 170 duizend23 vierkante meter vloeroppervlak in de MRA. In het vorige hoofdstuk werd het aantal (woon-)werkruimtes voor kunstenaars en creatieven geschat op 2.654. Er was echter onduidelijkheid over de mate waarin dat aantal over de hoeveelheid ruimtes ging, of over het aantal werkplekken. We hebben voor de 68 huidige broedplaatsen de capaciteit nader onderzocht. Waar mogelijk hebben we het aantal ruimtes zoals beschreven in hoofdstuk 2 vervangen door werkplekken, omdat ruimtes ook gedeeld kunnen worden door meerdere mensen.24 Deze data over capaciteit is gehaald uit de enquête onder beheerders en verdere deskresearch. Waar we geen nieuwe informatie hebben gevonden, is het aantal ruimtes uit hoofdstuk 2 aangehouden als de totale capaciteit. Op deze manier komen we uit op een hogere capaciteit voor 2.934 kunstenaars en creatieven. Naar schatting is ongeveer zeventig procent van de -----------23
Broedplaatsen die na april 2022 zijn geopend staan niet in het overzicht. Verschillende bronnen geven andere cijfers, waardoor het precieze vloeroppervlak onzeker is. Ook zijn precieze cijfers onderhevig aan veranderingen. De belangengroep BroedplaatsOndernemers MRA (BOMRA) schat de huidige vierkante meters op 170 duizend in hun meeste recente nieuwsbrief van 2 mei 2022.
24
Bij de capaciteit van woonruimte wordt altijd uitgegaan van één persoon.
22
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
ruimte in de huidige broedplaatsen gereserveerd voor ateliers, en de overige dertig procent voor andere (woon- en/of) werkruimtes. Met een grove doorrekening komen we uit op een capaciteit voor 1.858 tot 2.054 mensen die gebruikmaken van een atelier, en 796 tot 880 mensen die gebruikmaken van een (woon-)werkpand. Hierbij is voor de ondergrens gerekend met een totale capaciteit van 2.654, en voor de bovengrens met 2.934.
Figuur 3.1 Een overzicht van een aantal kerncijfers van de huidige broedplaatssituatie in de MRA
Het aandeel ruimte gereserveerd voor huurders die getoetst zijn door CAWA ligt momenteel naar schatting rond de 56%.25 Deze ruimte wordt verhuurd aan kunstenaars en creatieven die getoetst zijn door CAWA op geschiktheid om huurder te zijn in een broedplaats, zodat de schaarse ruimte wordt toegewezen aan de doelgroep die een duurdere commerciële ruimte niet kan betalen. Deze groep CAWA-huurders krijgt korting op de commerciële huurprijs van de broedplaats. De meest conservatieve schatting van het aantal ruimtes dat beschikbaar is voor CAWA-huurders is 1.486 (56% van 2.654, het aantal ruimtes in 2022 uit Hoofdstuk 2). Het belangrijkste doel van het broedplaatsenbeleid is het creëren en behouden van betaalbare ruimte voor kunstenaars en creatieven. De huidige situatieschets laat zien dat na twintig jaar broedplaatsenbeleid deze ruimte er is, maar door het ontbreken van gerichte informatie over de actuele vraag naar ateliers en andere werkruimtes voor creatieven is het lastig in te schatten of deze hoeveelheid ruimte voldoende is. De cijfers van kunstenaars die jaarlijks op zoek gaan naar een ruimte in Amsterdam suggereren dat er veel vraag is, waardoor het aanbod van ruimte in ieder geval behouden zouden moeten blijven, en waar mogelijk verder uitgebreid.
-----------25
De cijfers hebben we voor zover mogelijk geüpdatet met het actuele percentage CAWA-ruimte in de broedplaats. Het percentage ruimte voor CAWA-huurders is echter onderhevig aan verandering, en we hebben niet van alle broedplaatsen een update gekregen, dus 56% is nadrukkelijk een schatting.
23
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
3.3 De variatie aan broedplaatsen in de MRA
Een broedplaats is vaak meer dan een ruimte voor kunstenaars en creatieven om te werken en/of te wonen. Het is vaak ook bijvoorbeeld een ruimte voor het presenteren van kunst en cultuur, voor ontmoeting, voor educatie en kunstzinnige vorming, of voor buurtbewoners. Verder is het lastig om de vraag te beantwoorden hoe de organisatie van een broedplaats is vormgegeven. Er zijn broedplaatsen die beheerd worden door een groep vrijwilligers (veelal de bewoners/huurders zelf), broedplaatsen die beheerd worden door een stichting of woningcorporatie, en broedplaatsen die beheerd worden door een B.V. Sommige broedplaatsen hebben personeel in dienst of werken met zzp’ers in verschillende functies (zoals een community manager of programmeur) en andere regelen het functioneren van de broedplaats geheel zelf of alleen met behulp van vrijwilligers. Kort gezegd: dé broedplaats bestaat niet, en elke broedplaats heeft een eigen identiteit. In bijlage 2 staan beschrijvingen van een deel van de huidige broedplaatsen in de MRA. Dit biedt een rijker beeld wat de term ‘broedplaats’ in de MRA allemaal kan inhouden. In dit gedeelte gaan we in op de verschillende functies van de broedplaatsen, en lichten we een aantal voorbeelden uit van broedplaatsen. Veel broedplaatsen hebben meerdere functies. Er is dus overlap in de percentages die gerapporteerd worden.
In figuur 3.2 staat een overzicht van een aantal nevenfuncties van broedplaatsen die in de tekst verder worden besproken. Deze verschillende functies hebben een maatschappelijke waarde voor de stad, dit wordt verder besproken in hoofdstuk 5.
De broedplaats met culturele programmering Broedplaatsen hebben regelmatig een eigen culturele programmering, vaak verzorgd door de makers van kunst en cultuur die in de broedplaats een (woon-)werkruimte huren, maar soms ook door anderen. Het gaat bijvoorbeeld om podiumkunsten, exposities en tentoonstellingen, filmvertoningen, lezingen en debatten, en andere culturele evenementen. Van de 68 broedplaatsen in de MRA zijn er vijftien ook een podium. In deze broedplaatsen is een podium voor muziek en/of theater aanwezig. Onder deze broedplaatsen valt bijvoorbeeld Cinetol,26 een klein poppodium dat meerdere keren per week culturele programmering heeft, voornamelijk bestaand uit livemuziek, maar ook film of een literatuurshow. Cinetol heeft ook een eetcafé, de Tolbar en werkt samen met andere podia in de buurt als onderdeel van een cultuurcluster dat projecten en evenementen organiseert voor de buurt. Andere voorbeelden van broedplaatsen met een podiumfunctie zijn het Concertgemaal (gespecialiseerd in klassieke muziek), OT301, Pakhuis Wilhelmina en VKG.
-----------26
https://cinetol.nl
24
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
Figuur 3.2 Overzicht van het percentage broedplaatsen die functies vervullen anders dan het verhuren van (woon-)werkruimte voor kunstenaars en creatieven
Het aanbod van broedplaatsen die culturele programmering hebben, is breder dan de vijftien broedplaatsen die aangemerkt werden met een gespecialiseerde podiumfunctie. Minstens 43 (ruim 63%) van de broedplaatsen heeft een aanbod van podiumkunsten, exposities, filmvertoningen, of organiseert regelmatig culturele evenementen waar bezoekers van buiten de broedplaats welkom zijn.27 Dit is een combinatie van programmering met betaalde en gratis entree. Het aantal uitvoeringen podiumkunsten, filmvertoningen, exposities of culturele evenementen die de broedplaatsen samen organiseren, is niet bekend. Evenmin is er iets bekend over het aantal bezoekers.
-----------27
De vijftien broedplaatsen met podium vallen onder deze 43 broedplaatsen met culturele programmering.
25
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
De broedplaats met een horecagelegenheid In een deel van de broedplaatsen wordt ook een horecagelegenheid geëxploiteerd. Dit is bij minstens 23 van de 68 (34%) het geval. Dit varieert van een koffietent (The Coffee Virus in A-lab), tot een veganistisch restaurant (De Peper in OT301), tot een biologisch restaurant met een cultureel avondprogramma (Café de Ceuvel in de Ceuvel), tot een nachtclub met een eigen (elektronische) muziekprogrammering (RADION in ACTA).28
De broedplaats met educatieve functie of gerichte buurtfocus Bijna de helft van de broedplaatsen (31 van de 68) geeft aan een educatieve functie te hebben, of heeft een gerichte focus op de omliggende buurt. 29 Dit houdt bijvoorbeeld in dat de broedplaats regelmatig educatieve programma’s organiseert met een culturele of maatschappelijke insteek, waar de inwoners van de buurt (of de wijdere omtrek) aan deel kunnen nemen. Een voorbeeld hiervan is Modestraat. Deze broedplaats heeft een brede educatieve en maatschappelijke activiteitenprogrammering gericht op de buurt rond het Buikslotermeerplein in Amsterdam-Noord.30 De educatieve functie of buurtfunctie varieert van kunst- en cultuuronderwijs waar deelnemers voor betalen, tot gratis cursussen en educatieve evenementen. Doelgroepen van educatieve programma’s en buurtprogramma’s zijn vaak gemengd, maar kunnen per broedplaats (of broedplaatsprogramma) ook variëren van jonge kinderen tot ouderen. Verder kan de educatieve functie of buurtfunctie inhouden dat sociale ondernemers en/of maatschappelijke organisaties vanuit de broedplaats werken. In A-lab is bijvoorbeeld een tak van de organisatie IMC weekendschool31 gehuisvest, die kinderen in verschillende (met name sociaaleconomisch achtergestelde) buurten in Amsterdam-Noord aanvullend onderwijs geeft.
Ook is hier de sociale onderneming The Switch32 gevestigd, die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (bijvoorbeeld langdurig werklozen, vluchtelingen) opleidt tot installateur van zonnepanelen. Betrokkenheid bij de omliggende buurt varieert per broedplaats. Dit kan puur door de ligging komen – niet elke broedplaats heeft een omliggende buurt met bewoners. Een goed voorbeeld hiervan is BOGOTÁ in Halfweg, dat omringd is door industrieterrein. Andere broedplaatsen hebben wel buurtbewoners, maar de mate van betrokkenheid varieert. Beheerders hebben in de enquête voor 26 broedplaatsen gegevens ingevuld over de mate van betrokkenheid van de huurders met de omliggende buurt. Drie vragen zijn hierover gesteld. Ten eerste beantwoordden de beheerders de vraag “Wat is de mate van -----------28
Deze horecavoorbeelden van Café de Ceuvel en RADION vallen niet alleen onder horecagelegenheid, maar ook onder de functiecategorie culturele programmering.
29
Data verzameld via de beheerdersenquête en aangevuld met informatie van de website van de broedplaatsen
30
https://www.modestraat.org
31
https://www.imcweekendschool.nl/
32
https://www.jointheswitch.nl
26
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
betrokkenheid van de huurders bij de omliggende buurt?” door een waarde tussen de 1 (laag) tot 5 (hoog) te selecteren. Het gemiddelde van de antwoorden ligt rond het middelpunt van de schaal op 2,8, wat aangeeft dat gemiddeld genomen de beheerders de betrokkenheid van de huurders niet bepaald laag of hoog inschatten. Omdat het aantal datapunten beperkt is, kijken we naar de verdeling door de verschillende scores te categoriseren op laag (scores van 1 en 2), niet laag of hoog (score van 3), en hoog (scores van 4 en 5). Tabel 3.1 laat de verdeling zien. Het grootste aandeel van de antwoorden valt in de lagere betrokkenheidscategorie.
Tabel 3.1 Verdeling scores door beheerders van betrokkenheid huurders met de omliggende buurt. N = 26 Vraag (gemiddelde score)
Laag (1, 2)
Niet laag of hoog (3)
Hoog (4, 5)
Mate betrokkenheid met omliggende buurt (2,8)
12 (46%)
7 (27%)
7 (27%)
Verder scoorden 25 beheerders de vraag “Wat is de mate van interactie tussen de huurders van de broedplaats en de buurtbewoners – aangestuurd door de beheerder/Bureau Broedplaatsen/gemeente?”, en 26 beheerders scoorden de vraag “Wat is de mate van interactie tussen de huurders van de broedplaats en de buurtbewoners – aangestuurd door de huurders zelf?” op een schaal van 1 (heel laag) tot 5 (heel hoog). Voor de mate van interactie aangestuurd door de beheerders, Bureau Broedplaatsen of de gemeente is het gemiddelde 2,6; voor de mate van interactie aangestuurd door bewoners zelf is het gemiddelde 2,9. De verdeling van de antwoorden is te zien in Tabel 3.2. De meeste interactie lijkt door de huurders zelf aangestuurd te worden.
Tabel 3.2 Verdeling scores door beheerders van betrokkenheid huurders met de omliggende buurt Vraag
Laag (1, 2)
Niet laag of hoog (3)
Hoog (4, 5)
(gemiddelde score) Mate interactie met buurt – extern aangestuurd
10 (40%)
10 (40%)
5 (20%)
9 (36%)
9 (36%)
8 (32%)
(2,6) Mate interactie met buurt – aangestuurd door huurders zelf (2,9)
De broedplaats als plek voor culturele experimenten en innovatie Verreweg de meeste broedplaatsen hebben huurders die uiteenlopende disciplines uitoefenen. De expliciete nadruk bij een aantal broedplaatsen ligt zelfs op het cureren van een
27
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
diversiteit aan bewoners om kruisbestuiving en innovatie te faciliteren. Deze diversiteit van disciplines wordt bijvoorbeeld in broedplaats A-lab meegenomen bij het toewijzen van werkruimtes voor nieuwe huurders. A-lab is een relatief grote broedplaats beheerd door een stichting met een grote verscheidenheid aan individuele makers van kunst, cultuur, media en technologie, maar ook kleinere organisaties en maatschappelijke initiatieven. De focus ligt hier, net zoals bij een aantal andere broedplaatsen,33 op ondernemerschap in bredere zin. De stichting heeft medewerkers die functies vervullen van community manager en programmeur, met als belangrijk doel innovatieve samenwerking te bevorderen. Dat kan samenwerking tussen de verschillende ondernemers in de broedplaats zijn, maar samenwerking met externe partijen is evengoed belangrijk. Net als A-lab, hebben minstens 62 van de 68 broedplaatsen kunstenaars en creatieven in huis die verschillende disciplines uitoefenen. Er is echter ook een aantal gespecialiseerde broedplaatsen. Er zijn bijvoorbeeld broedplaatsen gespecialiseerd in muziek (Concertgemaal, Splendor, Muziekstraat) of podiumkunsten/theater (Marci Panis, Kempenaerstudio). Bij de gespecialiseerde broedplaatsen kan de nadruk overigens nog steeds liggen op kruisbestuiving, experiment, en innovatie.
Dit is bijvoorbeeld expliciet het geval voor twee Amsterdamse broedplaatsen gespecialiseerd in film en filmkunst: MACA34 en Lab 111.35 Om innovatie en experiment te bevorderen is interactie tussen de verschillende kunstenaars en creatieven in de broedplaats van belang. Om dit te faciliteren kunnen broedplaatsen één of meerdere personen hebben die de functie van community manager of programmeur vervullen, zoals eerder beschreven in het voorbeeld van A-lab. Deze rollen kunnen verschillende vormen aannemen. Soms is er iemand formeel in dienst van de broedplaats die deze functie(s) uitvoert of er is een medewerker die deze functietitel niet heeft maar wel deze rol vervult, en soms worden deze werkzaamheden door de gebruikers van de broedplaats uit eigen initiatief zelf uitgevoerd. In broedplaatsen waar de focus ligt op zelfbeheer en zelforganisatie zullen de bewoners of huurders interactie binnen de broedplaats voornamelijk onderling regelen. Bij 26 van de 68 broedplaatsen is bevestigd dat er een of meerdere personen aanwezig zijn die actief de rol van community manager en/of programmeur vervullen. Bij slechts drie broedplaatsen kon bevestigd worden dat deze rol niet vervuld werd.
Bij de overige 38 broedplaatsen is onbekend of deze rollen vervuld worden, maar is de verwachting dat het merendeel hiervan wel actief werkt aan de bevordering van interactie en het realiseren van programmering voor de broedplaats. Voor 26 broedplaatsen waar we enquêtedata van hebben, kunnen we iets zeggen over de mate van interactie die zich afspeelt in de broedplaatsen. Beheerders beantwoordden de -----------33
Bijvoorbeeld BOGOTÁ, Xpositron, Contact, Mediamatic.
34
MACA is mede opgericht door het Eye Museum: https://maca.amsterdam
35
https://www.lab111.nl
28
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
vragen “In welke mate vindt er interactie plaats tussen de huurders op professioneel vlak?” en “In welke mate vindt er interactie plaats tussen de huurders op sociaal vlak?”. Zij deden dit door een score tussen de 1 (helemaal niet) en 5 (heel veel) te geven. De gemiddelde score voor interactie tussen de huurders op sociaal vlak was 3,7 en de score voor interactie tussen de huurders op professioneel vlak was 3,5. Tabel 3.3 geeft de verdeling van de scores. De mate van sociale en professionele interactie wordt slechts in enkele broedplaatsen laag gescoord. In de meeste broedplaatsen is volgens de beheerders een hoge mate van professionele en sociale samenwerking.
Tabel 3.3 Verdeling scores door beheerders van interactie tussen huurders in de broedplaats. N = 26 Vraag
Helemaal niet (1)
(gemiddelde score)
of een beetje (2)
Mate interactie op professioneel
Redelijk wat (3)
Veel (4) of heel veel (5)
2 (8%)
10 (38%)
14 (54%)
2 (8%)
5 (19%)
19 (73%)
gebied (3,5) Mate interactie op sociaal gebied (3,7)
De broedplaats als organisatie Er zijn verschillende organisatievormen onder de 68 broedplaatsen in de MRA. De vorm ligt mede aan welke partijen betrokken zijn bij de broedplaats. Belangrijke partijen zijn de eigenaar van de locatie, de broedplaatsontwikkelaar, de beheerder van de broedplaats en degenen die de dagelijkse organisatie uitvoeren. Deze verschillende rollen kunnen door één of meerdere organisaties worden ingenomen. Een voorbeeld van een broedplaats waar één partij alle rollen heeft, is Marci Panis, een broedplaats die sinds 2003 bestaat. Broedplaats Marci Panis is eigenaar, heeft het broedplaatsconcept zelf ontwikkeld en beheert de broedplaats.36 Mensen die bij Marci Panis een ruimte huren, worden ook lid van een vereniging en zijn daarmee medeverantwoordelijk voor beheer en organisatie van de broedplaats. De organisatie bestaat uit verschillende commissies die verschillende taken op zich nemen, zoals het organiseren van evenementen en cursussen. Een ander voorbeeld van een broedplaats met een soortgelijke organisatievoering is OT301. OT301 is eigenaar en beheerder van de broedplaats, waarin alle zaken geregeld worden door de huurders van de ruimtes in het gebouw. Zelfbeheer en zelforganisatie zijn ook kernwaarden van andere broedplaatsen, zoals Ruigoord en VWWO-Waterwolf.
Bij deze voorbeelden is de organisatie niet de eigenaar van het pand (deze huren ze van een andere partij), maar nemen zij wel het beheer en de organisatie van de broedplaats op zich. Van de 68 broedplaatsen in dit hoofdstuk hebben er in ieder geval acht een zelforganiserend karakter (12%).
-----------36
Dit is het resultaat van een prijsvraag destijds uitgeschreven door Bureau Broedplaatsen.
29
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
Aan de andere kant zijn er voorbeelden van broedplaatsontwikkelaars die meerdere broedplaatsen beheren of ontwikkeld hebben, en mensen in dienst hebben om (een groot deel van) de dagelijkse organisatievoering te doen. Minstens 31 van de 68 broedplaatsen vallen onder deze categorie (46%). Urban Resort is hier de grootste speler in. Stichting Urban Resort37 beheert momenteel meer dan twintig broedplaatsen, elk met een eigen identiteit. Van een aantal broedplaatsen is Urban Resort ook eigenaar, maar het merendeel is in eigendom van andere partijen, bijvoorbeeld de gemeente of een woningcorporatie. In 2021 had Urban Resort 17,4 fte aan werknemers in dienst, verdeeld over teams die gaan over ontwikkeling en verhuur, technisch beheer en financiën. Naast deze werknemers zet Urban Resort ook zzp’ers in. Een ander voorbeeld is meurkens&meurkens B.V. Deze ontwikkelaar en verhuurder van broedplaatsen en bedrijfsverzamelgebouwen beheert drie van de broedplaatsen in het huidige overzicht van 68. Van één daarvan is het bedrijf tevens eigenaar, broedplaats BOGOTÁ in Halfweg. Deze organisatie heeft ongeveer tien mensen in dienst.38 Ondanks de grootte van Urban Resort en meurkens&meurkens richten beide zich op het vormen van een community binnen de broedplaatsen.
Ook richten beide organisaties zich actief op programmering binnen de broedplaatsen, zowel intern (netwerkborrels voor huurders) als extern (culturele evenementen). De mate van betrokkenheid van de broedplaatshuurders bij de organisatie verschilt per locatie. Voor 25 broedplaatsen hebben we data van de beheerders over de (perceptie van) betrokkenheid van de huurders bij de broedplaats verzameld via de beheerdersenquête. Deze werd op een schaal van 1 (laag) tot 5 (hoog) beoordeeld, met een gemiddelde score van 3,7. Opvallend is dat de meerderheid geen huurders heeft die zelf gaan over het beheer en de organisatie van de broedplaats. Een organisatievorm waarbij huurders zelf niet over het beheer en organisatie gaan, betekent dus niet per se een lage betrokkenheid. Wellicht zijn bij dit type broedplaatsen de community manager en de programmering van groot belang om de betrokkenheid hoog te houden. De verdeling van de scores is te zien in tabel 3.4. Bij slechts twee broedplaatsen wordt de betrokkenheid als laag ingeschat.
Tabel 3.4 Verdeling scores door beheerders voor betrokkenheid huurders bij de broedplaats. N = 26. Vraag (gemiddelde score) Mate betrokkenheid bij de broed-
Laag (1, 2)
Niet laag of hoog (3)
Hoog (4, 5)
2 (8%)
9 (35%)
15 (58%)
plaats (3,7)
-----------37
https://urbanresort.nl/
38
https://www.meurkens.nl/wij.html. Meurkens&meurkens beheert in totaal tien gebouwen, binnen en buiten de MRA. Met drie broedplaatsen heeft Bureau Broedplaatsen een relatie.
30
Broedplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam
3.4 Knelpunten Een aantal mogelijke knelpunten is voorbijgekomen in antwoorden op de enquête voor beheerders, tijdens gesprekken in broedplaatsen en tijdens het uitvoeren van deskresearch voor dit onderzoek. Een aantal lichten we hieronder uit. Daarbij is het belangrijk om te vermelden dat ondanks een aantal knelpunten dat wordt genoemd de perceptie overwegend is dat het zeer waardevol is dat er broedplaatsenbeleid bestaat, en dat gericht broedplaatsenbeleid cruciaal is om ruimte voor kunstenaars en creatieven te blijven realiseren. Zoals één beheerder in de enquête stelt: “[Het is positief dat het broedplaatsenbeleid] er überhaupt is. Zonder het broedplaatsenbeleid is er amper mogelijkheid om een broedplaats op te starten met betaalbare huren voor kunstenaars”.
Prognose van ruimte voor kunstenaars en creatieven Aangezien veel broedplaatsen in een tijdelijk pand zitten, betekent dit dat in de komende jaren de ruimte voor kunstenaars en creatieven gaat afnemen als er niet minstens evenveel vloeroppervlak gerealiseerd wordt met nieuwe projecten. Van de 160 tot 170 duizend vierkante meter van de huidige 68 broedplaatsen in de MRA, is zonder verdere actie over vijf jaar nog ongeveer 57% over, en over tien jaar nog ongeveer 32%.39 De perceptie is dat de betaalbare ruimte voor kunstenaars en creatieven in de gemeente Amsterdam en de MRA schaars is en schaarser wordt. Dit heeft te maken met het aflopen van een relatief groot aantal tijdelijke broedplaatsen in de komende jaren, en de onzekerheid van de financiering van het broedplaatsenbeleid.40 Deze schaarste is echter lastig concreet te maken zonder goede cijfers over de actuele totale vraag naar ruimte voor kunstenaars en creatieven. Met de prognose dat de ruimte in broedplaatsen zonder verdere actie gaat afnemen, is het waardevol om hier verder onderzoek naar te doen.41 Harde cijfers42 over de vraag naar betaalbare ruimte voor kunstenaars in Amsterdam ontbreken, maar er zijn signalen dat de vraag groter is dan het aanbod. Ten eerste is de potentiële vraag groot, door de hoeveelheid studenten die jaarlijks een hbo kunstopleiding in Amsterdam afronden.