Onderzoek Diversiteit en Inclusie in broedplaatsen.pdf
Tekst van het document
y
“We horen van kunst en cultuur instellingen dat ze te weinig ruimte hebben om te repeteren, etc., daar zit ruimte in voor broedplaatsen. Het zou mooi zijn als die twee domeinen elkaar ontmoeten.” -Geïnterviewde-
y
“Denk vooral niet voor hen [broedplaatsen], maar door Sessies kunnen ook meer thematisch georganiseerd worden, op deze manier is er meer ruimte voor verdieping, en kunnen broedplaatsen meer inzetten op welk thema voor hen van belang is. Bijvoorbeeld een kennissessie over fysieke drempels, en welke veranderingen broedplaatsen daarin hebben doorgevoerd. Er zijn
-Geïnterviewde-
heeft, mogen ze gratis een ruimte gebruiken. Of als
-Geïnterviewde-
“Maar
alsof je uit een superkleine pool aan het vissen bent.”
buurtprojecten. […] Als een buurtbewoner een initiatief
is dat initiatief van Binoq Atana [pilot]. Dat hebben we Ondersteun met kennis over diversiteit en inclusie Dit geldt voor zowel ondersteuning voor broedplaatsen als voor vergroten van kennis in de gemeentelijke organisatie. Ondersteun met trainingen over d&i. Bijvoorbeeld over het starten van het gesprek over d&i. Organiseer bijvoorbeeld trainingen voor broedplaatsen om tools te geven om hier zelf mee verder te gaan. Zet in op periodieke kennisuitwisseling rondom d&i in de broedplaatsen. Dit kan in eerste instantie overkoepelend over het gehele thema.
y
“De organisatie moet zelf inclusief en divers worden,
hen zelf. Faciliteer waar mogelijk en stimuleer en sta open voor steeds weer nieuwe netwerken” -Enquête-
23
24
Team Beleidsonderzoek
|
Diversiteit en Inclusie in broedplaatsen
y
December 2021
6.3 Aanbeveling 4: zorg voor
“Ik denk dat broedplaatsen ook geholpen kunnen worden met kanalen. Wij lopen ertegenaan met personeel dat we meer inclusief en divers willen zijn. Mensen komen hier in de broedplaats, en je ziet mensen die op je lijken, dan wil je daar ook onderdeel van zijn. Hoe heet je mensen welkom die zich misschien niet zo terugzien? Ik kan me voorstellen dat hetzelfde geldt voor huurders; deze mensen lijken niet op mij, maar dat je toch die inclusie en diversiteit borgt en mensen binnenhaalt.” -Geïnterviewde-
y
“Het lukt ons niet om onze ambitie voor enorme diversiteit te realiseren, vaak weten we niet waar te beginnen met het aantrekkelijk maken voor divers publiek; netwerk: het helpt enorm als er meer toegang is tot verschillende netwerken om mensen te bereiken.” -Enquête-
Box 8: goed voorbeeld initiatief Kunstenaars die in de broedplaats kwamen wonen, maar er niet vandaan kwamen, kregen een ‘Inbijlmeringscursus’ over het stadsdeel. “Daar kan je bijv. aan koppelen: geef minimaal 1x per jaar een expositie over je wijk/ buurt. […] Kruisbestuiving zoeken tussen verschillende culturele groepen. Bijvoorbeeld een persoon die Stichting Ons Suriname samenbrengt met de bewoners van de buurt. Het gaat om actief verbinding zoeken met bewoners, dus outreach naar de buurt toe. Bijvoorbeeld “Gedeelde Geschiedenis Wandelingen” In Zuidoost.” - Geïnterviewde-
coördinatie en maak budget vrij voor ondersteuning Om als gemeente een linking pin te kunnen zijn en de broedplaatsen goed te kunnen ondersteunen bij hulpvragen komt natuurlijk wel wat kijken. Het uitgangspunt is dat de gemeente functioneert als ‘spin in het web’, maar niet alles zelf organiseert. Dat zou zonde zijn, er is al zoveel expertise en kennis en er zijn al vele goede voorbeelden uit de praktijk van de broedplaatsen. Ook kan de gemeente een stimulerende en ondersteunende rol vervullen bij initiatieven van broedplaatsen daar waar het raakt aan meer inclusie en diversiteit. Soms is dan coördinatie en/of budget nodig om een initiatief op poten te zetten. Wij adviseren daartoe het volgende: • Zorg voor coördinatie en een verbindingsrol voor de gemeente. • Maak budget vrij om ondersteuning en coördinatie mogelijk te maken. Zorg voor coördinatie en een verbindingsrol voor de gemeente Om goed te kunnen faciliteren en ondersteunen is het goed om het netwerk in kaart te brengen. Welke tools, (externe) netwerken, partijen, broedplaatsen kunnen bij welke hulpvraag/verzoek tot ondersteuning gekoppeld worden? Te denken valt aan een netwerkkaart waarin thema’s worden gekoppeld aan instanties, personen en broedplaatsen. Hierbij kan ook breder gedacht worden dan enkel verzoeken op het gebied van d&i en de 4p’s en ondersteuning bij de invulling van doelstellingen.
Uit het onderzoek blijkt dat er ook behoefte is aan meer ondersteuning bij het opzetten van een broedplaats, bij de organisatie, bij het aanvragen van subsidies etc.
y
Maak budget vrij om ondersteuning en coördinatie mogelijk te maken. Ken bij Bureau Broedplaatsen extra capaciteit toe voor een coördinator en reserveer budget voor initiatieven omtrent d&i. Een coördinator brengt broedplaatsen in verbinding met kennisorganisaties, kennis, of personen die hen hierin verder kunnen ondersteunen. Dit kunnen interne en externe partners of broedplaatsen zijn. Ook heeft de coördinator zelf expertise rondom het thema d&i. Dat vergemakkelijkt het gesprek en maakt de ondersteuning effectiever. Ook moet budget vrijgemaakt worden om initiatieven van broedplaatsen op het gebied van d&i te ondersteunen. De kracht van de kunstenaars zelf draagt bij aan de invulling van initiatieven op het gebied van d&i. Dit kunnen initiatieven zijn op gebied van programmering, in expo’s, in het aanpassen van de ruimte, in het aantrekken van personeel etc. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat een meer diverse programmering of een project gericht op d&i niet per definitie geld hoeft te kosten. Maar wel moet er ruimte zijn; voor een initiatief waar wél extra budget voor nodig is en/of een mooi voorbeeldproject dat verder uitgerold kan worden.
y
“Bij Bureau Broedplaatsen moet iemand worden aangenomen die kennis heeft, en inhoudelijk hier [op gebied van diversiteit en inclusie] het gesprek over kan voeren.” -Geïnterviewde-
y
“Netwerk is het allerbelangrijkste, mensen moeten je kunnen vinden en weten dat ze welkom zijn.
“Het wensen is wat anders dan het bewerkstelligen [over doelstellingen beleid]. Daarbij hulp krijgen, lijkt ons heel goed. Ook de netwerken verknopen door te stimuleren dat broedplaatsen uitwisselen, samen programmeren, een coördinator delen is helpend” -Enquête-
Broedplaatsen
zijn
vaak
kleine
organisaties
die
draaien op enthousiaste vrijwilligers en onderbetaalde professionals. Als de gemeente eisen stelt aan broedplaatsen op wat voor terrein dan is het goed als er ook rekening wordt gehouden met de kosten die zijn verbonden aan uitvoering van het beleid.” -Enquête-
Box 9: Ondersteuning initiatieven om nieuwe broedplaatsen op te zetten We focussen in dit onderzoek met name op initiatieven rondom d&i vanuit al bestaande broedplaatsen. Maar hoe zorg je dat nieuwe ideeën voor broedplaatsen ook tot bloei kunnen komen. Hoe creëer je een antenne om ‘kleinere’ geluiden op te pikken? We hoorden dat het toch ook veel rondom de grotere ‘spelers’ (grote broedplaatsontwikkelaars) speelt. Dit hangt af van het netwerk van de gemeente in de stad, met welke partners je samenwerkt en met welke antenne geluiden uit de buurten worden opgepikt. En hoe daar vervolgens mee om wordt gegaan. Uit het onderzoek blijkt dat locatie een belangrijke factor is in een vanzelfsprekender inbedding van d&i in de broedplaatsen. En er is per definitie al binding met de buurt als het vanuit een buurtinitiatief komt. “De ideale broedplaats gaat om autonomie. Iemand in Zuidoost die wil een broedplaats oprichten met dansstudio; mensen hebben ideeën en hoe kan de gemeente daarbij ondersteunen? Een oplossing gericht op een probleem. Wat zijn de stappen om dat te bereiken? De gemeente moet verkennen per wijk wat de mogelijkheden zijn voor broedplaatsen. En hen vragen wat zij zelf willen zien in hun wijk qua broedplaats. Die verkenner wordt dan ook opgeleid om mensen te benaderen hierover. Actief is belangrijk. Dus geen flyer ophangen in het buurthuis.
Maar echt op zoek gaan en met mensen praten. En daarbij vermeldt dat ze ervoor betaald worden.” - Geïnterviewde-
25
26
Team Beleidsonderzoek
|
Diversiteit en Inclusie in broedplaatsen
December 2021
7 Zorg voor monitoring en evaluatie voor duurzame inbedding van d&i
De Code D&I benadrukt het belang van evaluatie en borging. Een structurele monitoring en evaluatie is noodzakelijk om inclusie en diversiteit duurzaam in te bedden in broedplaatsen. De Code D&I legt de nadruk op regelmatige evaluatiegesprekken in de broedplaatsen, zowel op het niveau van het bestuur, als op individueel medewerkersniveau en gebruikers (kunstenaars).
Box 10: Hoe om te gaan met monitoring?
y
“Er is vooral sprake geweest van zenden, de politiek heeft gezegd: er moet meer d&i komen. Heeft geleid tot dat broedplaatsen iets in hun visiedocument
1) Nulmeting visie, actieplannen
2) Monitoring acties en ondersteuning
4) Aanpassen
3) Evaluatie beleid en lessen
beleid
daarover moeten zeggen. Maar er zijn geen heldere targets of richtlijnen. Stand van zaken gesprekken
7.1 Waarom? Dit zeggen de bevindingen • In het beleid wordt niet aangegeven of en wanneer wordt gemonitord en/of geëvalueerd. • De voortgang van de d&i doelstelling in de broedplaatsen wordt in principe besproken in stand van zaken gesprekken tussen gemeente en broedplaatsen. Deze gesprekken hebben lange tijd niet structureel plaatsgevonden. Sinds oktober 2021 is dit weer opgestart. • Als deze gesprekken al werden gehouden, lijkt d&i vaak maar een klein onderdeel van het gesprek. En het is onduidelijk wat er precies gebeurt met de informatie die wordt opgehaald. Er wordt geen voortgangsinformatie verzameld over d&i in de broedplaatsen. • Bij het aanvragen van een subsidie bij Bureau Broedplaatsen, dienen broedplaatsen een visieplan in. In deze visieplannen is d&i niet altijd voldoende uitgewerkt. Dit biedt te weinig houvast om achteraf op te reflecteren. Ook gaat hierdoor continue aandacht en agendering van het gesprek over diversiteit en inclusie mogelijk verloren. • Evaluatie van het beleid is overall niet goed vormgegeven. Dus ook de doelstelling op het gebied van inclusie en diversiteit wordt nog niet structureel gemonitord. Zowel een structurele monitoring als een geplande evaluatie mist. • Er is zodoende nog onvoldoende zicht op de uitvoering van de maatregelen en de effecten ervan op de realisatie van de beleidsdoelen.
• Uit het onderzoek blijkt tenslotte dat er weinig zicht is op doorstroming binnen broedplaatsen en het is de vraag of voldoende doorstroming plaatsvindt. Dit is echter niet onderbouwd hard te maken; er zijn geen cijfers (van ateliers zijn er wel cijfers, daar is de doorstroming laag).
vinden te weinig plaats.” -Geïnterviewde-
7.2 Aanbeveling 5: monitor en evalueer de voortgang binnen broedplaatsen Monitoring moet een structureel onderdeel worden van het beleid. Daarvoor moeten o.a. periodiek stand van zaken gesprekken gehouden worden met elke broedplaats. Diversiteit en inclusie is een standaard onderdeel van die gesprekken, waarin de juiste voortgangsinformatie wordt verzameld om te monitoren. Het uitgangspunt voor de monitoring is de visie van de broedplaats (zie aanbeveling 2). Een periodieke monitoring geeft mogelijkheid tot gerichte ondersteuning. Ook zorgt het voor agendering en continue aandacht voor het onderwerp. Bij monitoring en monitorindicatoren wordt al snel gedacht aan kwantitatieve metingen. De meetmethode hoeft niet altijd kwantitatief te zijn om toch nuttige informatie op te leveren. Kwalitatieve methodes zoals structurele stand van zaken gesprekken zijn dan een uitkomst. We adviseren daartoe het volgende: • Voer structureel stand van zaken gesprekken • Neem in het beleid een monitoringsparagraaf op
Stand van zaken gesprekken Gebruik stand van zaken gesprekken om periodiek het gesprek te voeren over diversiteit en inclusie in de broedplaats. Het uitgangspunt is de visie en het actieplan van de broedplaats. Advies is om de stand van zaken gesprekken te blijven voeren met een vertegenwoordiging van CAWA en Bureau Broedplaatsen. Voor de broedplaatsen wordt een brede en wisselende vertegenwoordiging geadviseerd. Dus bijvoorbeeld een huurder, medewerker, beheerder, vrijwilliger en/of bestuurder. Afhankelijk van de capaciteit (zie aanbeveling 4) kan zo snel mogelijk gestart worden met het voeren van gesprekken met alle broedplaatsen in de stad. Bespreek samen met de broedplaats welke frequentie en vorm passend is. Maatwerk is belangrijk. De frequentie van de monitoring moet passen bij de grootte van de broedplaats, en de complexiteit van de p’s die daar het belangrijkst zijn. Sommige p’s hebben over het algemeen meer tijd nodig om te veranderen en te groeien (zoals personeel). Andere p’s hebben meer ondersteuning (kennis, middelen) nodig, maar kunnen sneller gerealiseerd worden (zoals programma). Ook dit hangt af van de grootte en het karakter van de broedplaats. Zorg voor een opvolging wanneer dingen niet zijn gelukt zoals aanvankelijk bedacht.
Waarom zijn dingen niet gelukt? Waarin kan de gemeente faciliteren? Uit het onderzoek blijkt dat voldoende doorstroming een factor kan zijn om meer diversiteit en inclusie in broedplaatsen te bereiken. Er is nu nog weinig zicht op doorstroming binnen broedplaatsen. Zorg voor cijfers en monitoring van doorstroming in broedplaatsen.
Hoe je monitort of evalueert kan op verschillende manieren, dit hoeft niet per se met kwantitatieve indicatoren. In de context van d&i in broedplaatsen zijn naast standaard stand van zaken gesprekken ook nog andere (innovatieve) vormen van monitoring te bedenken. Een online vragenlijst, een filmpje, een verhaal, een expositie, een act, vul het maar in. Of liever: laat ruimte vrij voor eigen invulling voor de broedplaatsen, afhankelijk van wat het beste past. “Bijvoorbeeld exposities maken gebaseerd op verhalen van mensen uit de buurt” aldus een geïnterviewde. Het belangrijkste is dat wordt gemonitord en geëvalueerd en op die manier goede voorbeelden kunnen worden uitgewisseld en broedplaatsen ondersteuning kunnen krijgen naar behoefte. In dit rapport worden handvatten geboden voor de borging van de monitoring en evaluatie, en wat gemeten kan worden. Maar het hoe kan op verschillende manieren worden ingevuld. In bijlage 3 wordt een voorbeeld gegeven van een audit waarmee organisaties zelf de voortgang kunnen meten. Er zijn vele manieren te bedenken. Monitoring is dan ook geen doel op zich, maar een tool die wordt gebruikt om ervoor te zorgen dat broedplaatsen daadwerkelijk meer inclusief en divers worden. En dat we kunnen aanscherpen als dat nodig blijkt.
7.3 Aanbeveling 6: evalueer het beleid Aan het eind van de beleidsperiode is het belangrijk om te concluderen of het beleid heeft bijgedragen aan meer inclusieve en diverse broedplaatsen. Een evaluatie achteraf geeft meer inzicht in of het beleid effectief is geweest, en welke lessen meegenomen moeten worden in de nieuwe beleidsperiode om (nog) effectiever te zijn. We adviseren daarom het volgende: • Neem in het beleid een evaluatieparagraaf op • Beleg de verantwoordelijkheid voor monitoring en evaluatie Neem in het beleid een evaluatieparagraaf op Het is belangrijk dat er meteen bij de start van nieuw beleid wordt aangegeven hoe het tussentijds en/of achteraf wordt geëvalueerd. Sta aan het eind van de
27
28
Team Beleidsonderzoek
|
Diversiteit en Inclusie in broedplaatsen
beleidsperiode standaard stil bij de doelstelling omtrent d&i die is geformuleerd en reflecteer hierop. Deel ook pro actief successen en/of voorbeelden met het netwerk van broedplaatsen en bouw volgend beleid voort op deze lessen. Blijf experimenteren, reflecteren en leren. Dit kan worden geborgd door in het nieuwe beleid een evaluatieparagraaf op te nemen. Dit is belangrijk omdat het risico is dat beleid te lang wordt voortgezet zonder dat duidelijk is of de beoogde doelen worden gehaald en of dat op een goede manier gebeurt, terwijl er mogelijk alweer vele lessen zijn geleerd en er een efficiëntere of effectievere manier is. Beleg de verantwoordelijkheid voor monitoring en evaluatie Beleg de verantwoordelijkheid van de monitoring en evaluatie. Dit kan samengaan met de coördinerende functie benoemd in aanbeveling 3 en 4. Zorg voor voldoende capaciteit, zodat er voldoende tijd en ruimte is voor coördinatie, het houden van de stand van zaken gesprekken en de evaluatie achteraf. Het is belangrijk dat de manier waarop geëvalueerd wordt goed aansluit bij de aard van het beleid omdat anders interessante lessen over het hoofd gezien kunnen worden.
Het risico daarop is bij wicked themes groot, omdat in een dynamische omgeving, waarin diverse (sociale) ontwikkelingen elkaar opvolgen, het vaak lastig is om een causaal verband te leggen tussen de maatregel die de gemeente heeft genomen en de gerealiseerde effecten. Verder is het uiterst belangrijk dat de broedplaatsen goed worden meegenomen in de evaluatie. Hieruit komen lessen die goed meegenomen moeten worden om effectief te zijn.
December 2021
8 Reflectie van de onderzoekers
Wij hebben ons in dit beleidsonderzoek de afgelopen maanden gefocust op het beleid. Ter afsluiting van dit rapport is een reflectie op het onderwerp d&i noodzakelijk. We willen waken voor een te beleidsmatige of formalistische benadering. Kunst is immers niet per se op een ezel te plaatsen, laat staan dat d&i in broedplaatsen in een (beleids)hokje past. Dit zal de inzet op het beleid en het werk van de broedplaatsen tekort doen en ook de effectiviteit niet ten goede komen. Maar ook dan, of misschien juist dan, zijn er beleidsmatige aanpassingen en aanscherpingen nodig om de doelen te bereiken. Wat is uw antwoord op de vraag: hoe ziet volgens u de ideale broedplaats eruit? We vroegen het onze respondenten. De antwoorden waren rijk, gaven ons veel informatie, maar zijn niet te vatten in een conclusie en waren net zo veelzijdig als onze stad zelf. Dus waar kunnen we echt bijdragen? De ideale broedplaats? Die bestaat volgens ons niet. Iedere broedplaats kent een dusdanig eigen signatuur, (werk)omgeving en gevoel. De broedplaats beschrijven als een plek waar iedereen die dat wil zich thuis voelt, komt in de buurt. Het ‘probleem’ is dat ‘dé oplossing’ er niet is. Diversiteit en inclusie is een wicked theme. Dat betekent dat kleine stappen nodig zijn. Liefst niet directief gestuurd, maar liever geïnspireerd door het belang van d&i in de eigen broedplaats.
Door kleine stappen te maken richting een ideale toekomst. Wat dat dan ook precies moge zijn. Vooral moeten voorbeelden, netwerk en kennis worden gedeeld met elkaar. Dit was ook een belangrijke rode draad in een inspirerende talk of the town bijeenkomst in Pakhuis de Zwijger: ‘inclusie in de culturele sector: hoe maak je culturele instellingen bereikbaar voor alle Amsterdammers?’¹ De gasten aan tafel (waaronder wethouder Touria Meliani) concludeerden dat er al veel gebeurt, maar dat die vele practices ook gedeeld moeten worden. En dat die lessen maken dat iedere culturele organisatie (in het geval van dit onderzoek: broedplaats) de meest inclusieve en diverse versie van zichzelf kan zijn of worden. Dit kan door de gemeente ondersteund worden vanuit het beleid, inclusief monitoring wat wel/niet werkt. Heb je deze bijeenkomst niet bijgewoond, dan nodigen wij je uit dit te doen. Het geeft veel context over waar het echt om gaat als het
¹ https://dezwijger.nl/programma/talkofthetown131
inclusie in de culturele sector betreft. Beter dan dat wij het op schrift kunnen verwoorden. Vrijwel alle respondenten zijn het er over eens zijn dat er ook wat tegenover ‘publiek geld’ mag staan. De gemeente mag eisen stellen aan diversiteit en inclusie in broedplaatsen. Het thema is allesbehalve een vrijblijvendheid. Het is dan ook noodzaak hoog in te zetten waar het deze doelstellingen betreft. De vraag is alleen hoe je hier als gemeente op wil sturen en het beste kan bijdragen. Kijkend naar een complex thema als diversiteit en inclusie is het gesprek voeren 1, in actie komen 2 en te reflecteren en leren van deze acties 3. En hierin te zorgen dat de broedplaatsen de drijvende kracht blijven en vooral dat te ondersteunen. Rafelranden, autonomie, eigen kracht moet allemaal behouden en liefst zelfs vergroot en ondersteund worden. En niet ontmoedigd of ingewikkelder gemaakt worden door regels. De aanbevelingen zijn hierop gericht. Een reactie in de enquête vatte het wat ons betreft perfect samen: ‘Specifiek [op diversiteit & inclusie] gerichte projecten zijn de zaken waarbij de gemeente kan ondersteunen. Wij hebben een aantal voorbeeldprojecten die mij heel erg geschikt lijken om uit te rollen. Maar er is blijkbaar geen ruimte voor - of ik weet niet waar ik moet zijn. Wie weet dat wel?’ Tenslotte: het onderzoek focust zich op diversiteit en inclusie in broedplaatsen.
Wij kunnen ons goed voorstellen dat conclusies en aanbevelingen ook doorgetrokken kunnen worden naar andere terreinen. Bijvoorbeeld voor de eigen organisatie, maar ook voor verbonden partijen (in de breedte; van deelnemingen tot andere aan de gemeente verbonden organisaties). Het zou goed zijn als dit gesprek over de bredere toepasbaarheid wordt geagendeerd en dat de gemeente hier, breder dan broedplaatsen, de vruchten van plukt.
29
30
Team Beleidsonderzoek
|
Diversiteit en Inclusie in broedplaatsen
December 2021
9 Bijlagen
• Bijlage 1 Onderzoeksverantwoording • Bijlage 2a Vragenlijsten interviews • Bijlage 2b Vragenlijst enquête • Bijlage 3 Monitoring en evaluatie
31
32
Team Beleidsonderzoek
|
Diversiteit en Inclusie in broedplaatsen
December 2021
Bijlage 1: Onderzoeksverantwoording
Opdrachtgever Dit onderzoek is uitgevoerd door Team Beleidsonderzoek. De ambtelijke opdrachtgever is de concern controller. Verkenning De verkenning voor dit onderzoek heeft in Q1 van 2021 plaatsgevonden. Hiervoor zijn circa 10 mensen geïnterviewd over de mogelijke insteek van het onderzoek, relevante ontwikkelingen en andere lopende onderzoeken. Op basis hiervan is een onderzoeksopdracht gemaakt en deze vastgesteld door de concerncontroller. Onderzoeksvraag In hoeverre is het broedplaatsenbeleid doeltreffend in haar doelstelling om broedplaatsen meer inclusief en divers te maken? Deelvragen 1. Hoe is het beleidsonderdeel rondom meer inclusieve en diverse broedplaatsen tot stand gekomen? 2. Welke maatregelen worden genomen door de gemeente en in hoeverre leidt dit tot het behalen van de gestelde doelen? 3. Welke factoren/aspecten zijn van invloed op de diversiteit en inclusie van broedplaatsen? 4. Wat gaat goed, wat kan beter en wat zijn lessen voor toekomstig beleid? Begeleidingscommissie Een begeleidingscommissie heeft Team Beleidsonderzoek en de concerncontroller op twee momenten tijdens het onderzoek van advies voorzien; over de bevindingen en aanbevelingsrichtingen en over het conceptrapport. De commissie stond onder voorzitterschap van Berent Daan, directeur Onderzoek, Informatie en Statistiek.
De commissie bestond verder uit Richtje Sybesma – directeur binoq Atana - extern expert (culturele) diversiteit, Araf Ahmadali – directeur Kunst & cultuur, Martijn Braamhaar – hoofd Bureau Broedplaatsen. Met ieder van de commissieleden heeft een startgesprek en/of interview plaatsgevonden over het onderzoek. Aanpak onderzoek De uitvoering van het onderzoek heeft in Q2 en Q3 2021 plaatsgevonden.
Enquête De enquête onder de ca 60 gesubsidieerde broedplaatsen is deels geïnspireerd op de ‘nulmeting diversiteit & inclusie’ uit het Kunstenplan en gericht op de toepassing van de Code Diversiteit & Inclusie in broedplaatsen (belang van en doelstellingen op d&i voor de 4 p’s) en de visie van broedplaatsen op de effectiviteit van de gemeentelijke beleidsmaatregelen. De vragenlijst is ter check voorgelegd aan Bureau Broedplaatsen (zie voor de vragenlijst bijlage 2b en voor de resultaten van de enquête H3 e.v.). Interviews Voor dit onderzoek zijn in totaal circa 35 semigestructureerde interviews van ongeveer een uur gehouden met betrokkenen. In bijlage 2a een voorbeeld van de vragenlijst die we gebruikten voor beleidsuitvoerders. We gebruikten voor de andere doelgroepen (beleidsmakers, broedplaatsen, experts d&i, indirect betrokkenen) soortgelijke maar op de doelgroep aangepaste vragenlijsten. De interviews zijn allemaal digitaal (via MS Teams) afgenomen met extern experts, broedplaatsen, leden van de CAWA en medewerkers van K&C, R&D, Wonen, Grond & Ontwikkeling, OJZD, P&O, stadsdelen. De respons en betrokkenheid was hoog; alle benaderde respondenten wilden meewerken. De enquête zorgde voor een vertegenwoordiging van 50% van de broedplaatsen. Nog eens negen van deze broedplaatsen mochten we benaderen voor een verdiepend interview.
Verslagen van interviews zijn ter validatie voorgelegd aan de respondenten. Na analyse van de gespreksverslagen zijn de bevindingen en mogelijke aanbevelingsrichtingen ter aanvulling en validatie voorgelegd in twee (digitale) panelsessies, elk bestaande uit een mix van stakeholders. Voor alle gebruikte citaten is toestemming gevraagd aan de betreffende respondenten. Normen De uitgangspunten voor het normenkader dat we hanteerden: • Beleidsdoelen zijn helder geformuleerd, realistisch en passend bij de (stedelijke) doelstellingen op het gebied van inclusie en diversiteit in de culturele sector. • De doelstellingen in het broedplaatsenbeleid dragen bij aan meer inclusie en diversiteit in broedplaatsen (zie H1 voor gebruik van definities inclusie en diversiteit)
• Er is zicht op de uitvoering van de maatregelen en de effecten ervan op de realisatie van de beleidsdoelen. • De maatregelen dragen bij aan meer inclusieve en diverse broedplaatsen op het gebied van programmering, personeel, gebruikers/huurders en publiek en aan de stedelijke ambities op het gebied van inclusie en diversiteit Context: evaluatie broedplaatsen Tijdens de uitvoering van dit onderzoek werd een evaluatie naar het broedplaatsenbeleid opgestart door Atlas voor Gemeenten, opdrachtgever Bureau Broedplaatsen. Beperkingen van het onderzoek Welke aanpassingen en aanscherpingen goed kunnen zijn, hebben we opgehaald aan de hand van gesprekken met interne en externe respondenten. Hierin zijn keuzes gemaakt, dit brengt per definitie beperkingen van perspectief met zich mee. Zo spraken we broedplaatsontwikkelaars, broedplaats beheerders en dagelijks management. Ook de enquête is ingevuld door dagelijks management of broedplaats beheerder. We spraken geen huurders/kunstenaars van de broedplaatsen. De enquête is uitgestuurd naar de organisatie van de broedplaatsen en niet (altijd) ingevuld door creatieven en huurders van de broedplaatsen. In een vervolgonderzoek is het goed dat perspectief ook mee te nemen. Beperkende factor bij de enquête was dat het lastig bleek om de respons dusdanig hoog te krijgen dat daadwerkelijk kan worden gesproken over een nulmeting.
Een vertegenwoordiging van de helft van de broedplaatsen is er één om tevreden mee te zijn. Een factor om rekening mee te houden is dat mogelijk de enquête ingevuld is door broedplaatsen die al met dit onderwerp bezig zijn en het belang van inclusie en diversiteit onderschrijven. We hebben geen zicht op de stand van zaken bij de andere helft van de broedplaatsen. Verder is per abuis een verdiepende vraag over de diversiteit van de huurders/gebruikers weggevallen in de enquête. Dat maakt dat op pag. 13 enkel de p’s publiek,programmering, personeel en partners nader worden uitgelicht. Voor dit onderzoek is ingezoomd op een specifieke doelstelling van het broedplaatsenbeleid. Buiten de scope van dit onderzoek vielen bijvoorbeeld de stijgende vastgoedprijzen, de beperkte fysieke ruimte, de markt. In het belang van het behalen van stedelijke doelen op het gebied van inclusie en diversiteit moeten de bevindingen en aanbevelingen in dit rapport in groter perspectief worden geplaatst en aangepakt. Zo wordt locatie als een belangrijke factor genoemd om meer inclusie en diversiteit te bereiken. Maar zonder
behoud en verruiming van fysieke ruimte en plek in gebiedsontwikkeling voor broedplaatsen staat het voortbestaan ervan onder druk.
33
34
Team Beleidsonderzoek
|
Diversiteit en Inclusie in broedplaatsen
Bijlage 2a: Vragenlijsten interviews Vragenlijst Onderzoek Broedplaatsen Inclusie en Diversiteit Beleidsuitvoerders
Introductie: Mijn naam is …. en ik werk als onderzoeker bij Beleidsonderzoek (DMC). Op het programma voor 2021 van Beleidsonderzoek staat onder andere het onderzoek geprogrammeerd over het Broedplaatsenbeleid. Dit onderzoek richt zich specifiek op één van de maatschappelijke opgaven van het beleid: de doelstelling om broedplaatsen onderling en op het gebied van de programmering, personeel en gebruikers/huurders meer inclusief en divers te maken. De vraag die centraal staat in dit onderzoek, is: hoe zorgen we ervoor dat broedplaatsen mee (kunnen) bewegen met de stad en open, inclusief en divers zijn? Het onderzoek heeft tot doel om handelingsperspectief op te stellen waarmee de doeltreffendheid van het broedplaatsenbeleid op het gebied van diversiteit en inclusie kan worden vergroot. Voor het verzamelen van data maken we gebruik van verschillende methoden, waaronder een enquête onder broedplaatsen en interviews met beleidsmakers, uitvoerders en andere relevante stakeholders.
A. Totstandkoming beleidsonderdeel 1. Zijn volgens u de beleidsdoelen (rondom de maatschappelijke opgave) helder geformuleerd? 2. Zijn deze realistisch en passend bij de (stedelijke) doelstellingen op het gebied van inclusie en diversiteit in de culturele sector? 3. Bent u op de één of andere manier betrokken geweest bij de totstandkoming van dit beleid? B. 4. 5. 6. 7.
Maatregelen van de Gemeente Amsterdam Welke maatregelen zijn er genomen? Is er zicht op de uitvoering van de maatregelen? Is er zicht op de effecten van deze maatregelen op de realisatie van de beleidsdoelen? Is er ruimte voor bijstelling van de maatregelen (en zelfs beleid)?
C. Behaalde doelen 8. Vind u dat doelstellingen in het broedplaatsenbeleid op het gebied van diversiteit en inclusie worden behaald op de volgende aspecten: • • • •
Programmering Personeel Gebruikers Breder publiek
9. Waarom wel/niet? 10. Vindt u het belangrijk dat er verbinding met de buurt wordt gecreëerd? 11. Gebeurt dat ook volgens u? Voorbeelden? D. Factoren 12. Welke onderliggende mechanismen zijn van belang bij het behalen van de doelstellingen op het gebied van diversiteit en inclusie (wat zorgt ervoor dat een broedplaats inclusief en divers is): • Locatie • Bestuur • Geld • Subsidieregelingen
December 2021
13. Welke contextfactoren hebben invloed op de uitvoering van het beleid rondom meer inclusieve en diverse broedplaatsen? • Wetten • Regelgeving E. 14. • • • • •
Wat gaat goed / best practices Kunt u voorbeelden noemen van wat er goed gaat op gebied van: Programmering Personeel Gebruikers/huurders Breder publiek Verbinding met de buurt
F. Obstakels 15. Welke obstakels komt u tegen bij de uitvoering van het beleid? 16. Wat heeft u nodig om met deze obstakels om te gaan? G. Lessen 17. Wat zijn volgens u succesfactoren voor het creëren van een diverse en inclusieve broedplaats? 18. Hoe zou het er in de ideale wereld uitzien? En wat is er daarvoor nodig? Afronding: Dit waren de vragen. Dank voor uw tijd en medewerking. De onderzoeksbevindingen verwerken we in een rapport, waarin we onder andere aanbevelingen voor de organisatie doen.
35
36
Team Beleidsonderzoek
|
Diversiteit en Inclusie in broedplaatsen
Bijlage 2b: Vragenlijst enquête
December 2021
Over de broedplaats • Sinds welk jaar bestaat de broedplaats? • Hoeveel kunstenaars en creatieven wonen/werken er?
Enquête via enalyzer uitgezet onder ca 60 gesubsidieerde broedplaatsen in Amsterdam. 1. In de broedplaats vinden we diversiteit en inclusie belangrijk. 1 - Geheel oneens, 2 - Oneens, 3 - Neutraal, 4 - Eens, 5 - Geheel eens , ? - Weet niet / n.v.t. Onderzoek broedplaatsenbeleid: diversiteit en inclusie Kunt u dit toelichten, bijvoorbeeld met een voorbeeld uit de praktijk? In een verbonden en vrije stad zorgen we er samen voor dat iedereen zichzelf kan zijn en een plek heeft. Dat vraagt dat we nieuwsgierig naar elkaar blijven, verschillen respecteren en ontmoeting organiseren. Broedplaatsen kunnen hieraan bijdragen door open, inclusief en divers te zijn.
2. Binnen de broedplaats is er aandacht voor diversiteit en inclusie. 1 - Geheel oneens, 2 - Oneens, 3 - Neutraal, 4 - Eens, 5 - Geheel eens , ? - Weet niet of niet van toepassing Kunt u dit toelichten, bijvoorbeeld met een voorbeeld uit de praktijk?
In het Amsterdamse atelier- en broedplaatsenbeleid worden verschillende doelstellingen geformuleerd. Een van de ambities is broedplaatsen inclusiever en diverser te maken. De gemeente doet op dit moment onderzoek naar het beleid rondom deze ambitie. Het perspectief van broedplaatsen zelf is daarin onmisbaar. Welke rol spelen diversiteit en inclusie in uw organisatie? Hoe kijkt u aan tegen het beleid? We horen het graag. De uitkomsten van deze enquête worden gebruikt om toekomstig beleid te verbeteren. Deelname aan dit onderzoek is volledig vrijwillig. Het invullen van de vragenlijst kost ongeveer 10 -15 minuten. Gegevens en privacy Om deze enquête te kunnen afnemen maken we gebruik van uw e-mailadres of van het e-mailadres van uw organisatie. Mocht u bereid zijn tot een interview dan vragen we u om uw naam, e-mailadres en telefoonnummer door te geven zodat we contact met u kunnen opnemen. Na afloop van het onderzoek zullen uw persoonsgegevens verwijderd worden. Alleen het onderzoeksteam heeft toegang tot deze gegevens en de overige informatie die u met het invullen van de enquête aan ons verstrekt. Deze informatie wordt uitsluitend gebruikt voor de uitvoering van het onderzoek en wordt geheel geanonimiseerd verwerkt. Er wordt geen informatie naar buiten gebracht die tot u of uw organisatie te herleiden is.
In de rapportage gebruiken we mogelijk citaten uit de ingevulde enquêtes. Uiteraard zorgen we er ook dan voor dat uitspraken nooit tot u of uw organisatie te herleiden zijn. Via deze pagina geeft u toestemming voor de verwerking van uw gegevens. Mocht u deze toestemming op een later moment willen intrekken, neem dan contact op met de onderzoekers.
3. Binnen de broedplaats wordt de Code Diversiteit & Inclusie toegepast. Ja, Nee, Weet niet 4. De broedplaats heeft doelstellingen geformuleerd op het vlak van diversiteit en inclusie voor de onderdelen: Publiek, Programma. Personeel, Gebruikers/huurders, Partners. Ja, Nee, Weet niet 5. De broedplaats trekt een divers samengesteld publiek. 1 - Geheel oneens, 2 - Oneens, 3 - Neutraal, 4 - Eens, 5 - Geheel eens , ? - Weet niet / n.v.t. Kunt u dit toelichten, bijvoorbeeld met een voorbeeld uit de praktijk? 6. Diversiteit en inclusie spelen een rol in (de totstandkoming van) de programmering. 1 - Geheel oneens, 2 - Oneens, 3 - Neutraal, 4 - Eens, 5 - Geheel eens , ? - Weet niet / n.v.t. Kunt u dit toelichten, bijvoorbeeld met een voorbeeld uit de praktijk? 7. Het personeel van de broedplaats is divers in de verschillende lagen van de organisatie (vrijwilligers, medewerkers, bestuur, raad van toezicht). 1 - Geheel oneens, 2 - Oneens, 3 - Neutraal, 4 - Eens, 5 - Geheel eens , ? - Weet niet / n.v.t. Kunt u dit toelichten, bijvoorbeeld met een voorbeeld uit de praktijk?
Hier vindt u de privacyverklaring van de gemeente Amsterdam met betrekking tot het afnemen van enquêtes. Hierbij geef ik toestemming voor het verwerken van mijn gegevens zoals hierboven beschreven. Ja
8. Bij het kiezen van samenwerkingspartners spelen diversiteit en inclusie een rol. 1 - Geheel oneens, 2 - Oneens, 3 - Neutraal, 4 - Eens, 5 - Geheel eens , ? - Weet niet / n.v.t. Kunt u dit toelichten, bijvoorbeeld met een voorbeeld uit de praktijk?
Over deze enquête De vragenlijst bestaat uit stellingen. Reageer zoveel mogelijk vanuit uw eigen ervaring: er zijn geen goede of foute antwoorden. Als we spreken over ‘de broedplaats’ dan bedoelen we de broedplaats waaraan u verbonden bent. In deze enquête hanteren we de definities van de Code Diversiteit & Inclusie:
9. Als broedplaats zijn we in verbinding met de buurt. 1 - Geheel oneens, 2 - Oneens, 3 - Neutraal, 4 - Eens, 5 - Geheel eens , ? - Weet niet / n.v.t. 10. Kunt u dit toelichten met een voorbeeld uit de praktijk?
Diversiteit. De mate waarin de diversiteit van de samenleving gerepresenteerd is in de vier p’s van programma, publiek, personeel en partners. De code is van origine gericht op culturele diversiteit, daarnaast moet er ruimte zijn om aandacht te geven aan meer vormen van diversiteit. Denk bijvoorbeeld aan: gender, beperking, seksuele oriëntatie, religie, sociaaleconomische status, opleidingsniveau of leeftijd. Inclusie. De mate waarin makers, producenten, werkenden en publiek van alle identiteiten - zichtbaar of niet zichzelf kunnen zijn en zich veilig en gerespecteerd voelen.
Broedplaatsenbeleid Amsterdam De gemeente heeft beleid geformuleerd om broedplaatsen diverser en inclusiever te maken: • Van nieuwe broedplaatsen verwachten we dat zij de Code Culturele Diversiteit onderschrijven en toepassen. De Code biedt concrete handreikingen om inclusie en culturele diversiteit structureel in de instelling te verankeren voor de onderdelen Publiek, Programma, Personeel en Partners. • Bestaande en nieuwe broedplaatsen die meer inclusief en cultureel divers willen worden kunnen daarbij hulp krijgen. • We stimuleren de toegankelijkheid van broedplaatsen voor minder validen. Dit doen we onder andere door de inzet van specialisten op dit vlak en ondersteuning bij werving en selectie. • Ook gaan we kijken hoe we meer ruimte kunnen bieden voor de maakindustrie en voor kunstenaars met een MBO-achtergrond.
37
38
Team Beleidsonderzoek
|
Diversiteit en Inclusie in broedplaatsen
11. Het bovengenoemde beleid is effectief om inclusieve en diverse broedplaatsen te realiseren. 1 - Geheel oneens, 2 - Oneens, 3 - Neutraal, 4 - Eens, 5 - Geheel eens , ? - Weet niet / n.v.t. Kunt u dit toelichten met een voorbeeld uit de praktijk? 12. Wat zijn – in het algemeen – de belangrijkste factoren als het gaat om meer inclusie en diversiteit in Amsterdamse broedplaatsen? Kennis, Netwerk, Middelen (ruimte / geld), (Minder / ander(e)) beleid, kaders, regels, Locatie broedplaats, Anders, namelijk... Kunt u hierop een toelichting geven? 13. Wat heeft uw broedplaats nodig om (nog) meer inclusief en divers te worden? Kennis, Netwerk, Middelen (ruimte / geld), (Minder / ander(e)) beleid, kaders, regels, Er is niks nodig, Anders, namelijk... Kunt u hierop een toelichting geven? 14. Zijn er nog andere zaken die u wilt meegeven als het gaat om meer diversiteit en inclusie in broedplaatsen (en de rol van de gemeente daarin)? Interview We gaan voor dit onderzoek graag met een aantal broedplaatsen in gesprek. Mogen we u benaderen voor een interview? Laat dan hieronder uw contactgegevens achter. Naam, E-mailadres, Telefoonnummer Hartelijk dank voor het invullen van deze vragenlijst
December 2021
39
40
Team Beleidsonderzoek
|
Diversiteit en Inclusie in broedplaatsen
December 2021
Bijlage 3: Monitoring en evaluatie
De meest bekende en gebruikte methode bij monitoring is een vragenlijst of enquête. Aan de hand van de ingevulde antwoorden of scores wordt dan gekeken naar de voortgang en gereflecteerd op de doelstelling. Er kan ook voor gekozen worden om aan de hand van filmpjes en foto’s de juist informatie op te halen. Op deze manier wordt dicht aangesloten bij de leefwereld van broedplaatsen. En hier zijn combinaties ook mogelijk, bijvoorbeeld een filmpje of foto’s voor een deel van de voortgangsinformatie en een vragenlijst voor het andere deel. Verhalen of quotes van huurders, gebruikers of partners zijn ook een manier waarop de monitoring uitgevoerd kan worden. Hetzelfde geldt voor verhalen en quotes: deze kunnen een mooie aanvulling zijn in combinatie met een vragenlijst, of filmpjes en video’s.
Voortgangsinformatie Om zicht te krijgen op de effectiviteit van beleid, is het belangrijk dat de juiste informatie wordt verzameld. Aan de hand van monitoringsindicatoren wordt de voortgang op de visie gemeten. Daarbij zijn een paar handvatten die kunnen helpen bij het formuleren van die indicatoren. Om monitoringsindicatoren grijpbaar te maken, is het goed om ze SMART-C te formuleren: Specifiek, Meetbaar, Afgestemd, Realistisch, Tijdsgebonden en Consistent. Hanteer ook juist een goede balans tussen harde indicatoren gericht op cijfers en zachte indicatoren voor gevoel en sfeer. Het is belangrijk om de zachte aspecten van inclusie en diversiteit niet uit het oog te verliezen, juist omdat gevoel en sfeer van belang zijn als we ernaar streven dat iedereen zich welkom voelt. De monitoringsindicatoren sluiten idealiter zo dicht mogelijk aan bij de visie van de broedplaatsen. Door dichtbij de visie te blijven zorg je ervoor dat de indicatoren achteraf daadwerkelijk een beeld kunnen geven over de voortgang van de broedplaats. Alle monitoringsindicatoren samen, zouden iets moeten zeggen over de gehele visie. Bron: Code Diversiteit & Inclusie in de culturele sector. https://codedi.nl/; Verantwoording en toezicht over prestaties en effecten bij instellingen op afstand.
https://www.rekenkamer.nl/publicaties/ rapporten/2012/05/16/verantwoording-en-toezichtover-prestaties-en-effecten-bij-instellingen-op-afstand
KIS audit monitoring voortgang diversiteit Het Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS) heeft een audit ontwikkeld waarmee organisaties de voortgang van hun beleid ten aanzien van etnisch-culturele diversiteit kunnen meten. De onderdelen uit de audit kunnen als bouwstenen van een inclusief beleid worden beschouwd. De audit van KIS bestaat uit vijf bouwstenen. De bouwsteen Visie en strategie bestaat uit zes facetten, namelijk: 1. Diversiteit is prioriteit 2. Gezamenlijke visie op diversiteit 3. Diversiteit is een business case 4. Doelgericht werken aan een divers samengesteld personeelsbestand 5. Diversiteit stimuleren bij ketenpartners en leveranciers 6. Concrete doelen voor diversiteitsbeleid Er moet draagvlak zijn onder het management en daarnaast ook vaardigheden om diversiteit te managen. De bouwsteen Leiderschap bestaat vier facetten, namelijk: 1. Topmanagement draagt belang van diversiteit uit 2. Er is mandaat voor diversiteitsbeleid 3. Operationeel management creëert draagvlak 4. Operationeel management heeft vaardigheden om diversiteit te managen Een divers personeelsbestand ontstaat niet vanzelf. De bouwsteen Personeel bestaat uit zes facetten, namelijk: 1. Personeelbestand is divers 2. Aanpassing wervingsstrategie 3. Gelijke kansen in de selectieprocedure 4. Beleid gericht op het behoud en de doorstroom van divers personeel 5.
Monitoring van door- en uitstroom van divers personeel 6. Interculturele competentie van medewerkers De bouwsteen Organisatiecultuur bestaat uit drie facetten, namelijk: 1. Bevordering inclusieve werkcultuur 2. Voorzieningen die rekening houden met behoeften van divers personeel 3. Diversiteitsgevoeligheid uitstralen communicatie-uitingen Borging van diversiteitsbeleid in een voorwaarde voor het bereiken en behouden van resultaten. De bouwsteen Borging bestaat uit vier facetten, namelijk: 1. Beoordeling managers op doelen diversiteitsbeleid 2. Uitvoeren personeelstevredenheidsonderzoek 3. Onderzoek onder klanten en leveranciers 4. Diversiteitsbeleid is onderdeel van de reguliere planning & control cyclus Bron: Kennisplatform Integratie & Samenleving. Effectief diversiteitsbeleid: tel uit je winst! https://www.kis.nl/publicatie/effectief-diversiteitsbeleid-tel-uit-je-winst
41
42
Team Beleidsonderzoek
|
Diversiteit en Inclusie in broedplaatsen
December 2021
Bijlage 4: Geraadpleegde bronnen
Algemene Rekenkamer (16 mei, 2012). Verantwoording en toezicht over prestaties en effecten bij instellingen op afstand. Geraadpleegd van https://www.rekenkamer.nl/publicaties/ rapporten/2012/05/16/verantwoording-en-toezichtover-prestaties-en-effecten-bij-instellingen-op-afstand Australian Public Service Commission. (2007). Tackling wicked problems: A public policy perspective. Geraadpleegd van https://www.apsc.gov.au/ tackling-wicked-problems-public-policy-perspective Binoq Atana. (z.d.) Divers en Inclusief aan de Top. Geraadpleegd van https://www.binoq.nl/projecten/ divers-en-inclusief-aan-de-top/ Boerwinkel, F. & Stichting Werkgroep 2000 (Amersfoort). (1980). Inclusief denken. Gestión 2000. Code Diversiteit en Inclusie. Code Diversiteit & Inclusie in de culturele sector. Geraadpleegd van https:// codedi.nl/ Commissie Ateliers en Woonwerkpanden (februari, 2019). Magazine Ruimte Delen. Geraadpleegd van https://assets.amsterdam.nl/publish/pages/427973/ magazine_ruimte_delen_1.pdf Commissie Ateliers en Woonwerkpanden (z.d.). Jaarverslag 2020. Geraadpleegd van https://assets. amsterdam.nl/publish/pages/613002/cawa-jaarverslagtoegankelijk.pdf Hoffman, E. (2013). Interculturele gespreksvoering: Theorie en praktijk van het TOPOI-model. Bohn Stafleu van Loghum. Gemeente Amsterdam. Hoofdlijnen kunst en cultuur 2021-2024 Bijlagen (januari, 2020).
Geraadpleegd van https://assets.amsterdam.nl/publish/ pages/891290/bijlagen_hoofdlijnen_kunst_en_ cultuur_2021-2024_090320.pdf Gemeente Amsterdam. Hoofdlijnen kunst en cultuur 2021-2024 Bijlagen (januari, 2020). Actieplan (pag. 11). Geraadpleegd van https://assets.amsterdam.nl/ publish/pages/891290/bijlagen_hoofdlijnen_kunst_en_ cultuur_2021-2024_090320.pdf
Gemeente Amsterdam. Hoofdlijnen kunst en cultuur 2021-2024 Bijlagen (januari, 2020). Nulmeting (pag. 15). Geraadpleegd van https://assets.amsterdam.nl/ publish/pages/891290/bijlagen_hoofdlijnen_kunst_en_ cultuur_2021-2024_090320.pdf Gemeente Amsterdam. Amsterdams atelier- en broedplaatsenbeleid 2019-2022 (2020). Geraadpleegd van https://assets.amsterdam.nl/publish/pages/855577/ amsterdams_aterlier-_en_broedplaatsenbeleid_ juli_2019_webproof.pdf Gemeente Amsterdam, Coalitieakkoord 2018 - 2022: Een nieuwe lente en een nieuw geluid (2018). Geraadpleegd van https://www. amsterdam.nl/bestuur-en-organisatie/volg-beleid/ coalitieakkoord-2018/ Gemeente Amsterdam (z.d.).CAWA beleid en achtergrond. Geraadpleegd van https://www. amsterdam.nl/bestuur-organisatie/organisatie/overige/ cawa/ Gemeente Amsterdam. Loket Broedplaatsen (2017). Geraadpleegd van https://www.amsterdam.nl/kunst-cultuur/ ateliers-broedplaatsen/over-broedplaatsen/ loket-broedplaatsen/ Gezond In. (2020). Werk maken van monitoren en evalueren. Geraadpleegd van https://www.gezondin. nu/wp-content/uploads/2020/03/Keuzehulp-monitorenen-evalueren.pdf Kennisplatform Integratie & Samenleving (7 maart, 2016). Effectief diversiteitsbeleid: tel uit je winst! https://www.kis.nl/publicatie/ effectief-diversiteitsbeleid-tel-uit-je-winst Ministerie van Justitie en Veiligheid. (juni, 2020).
Het Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving. Geraadpleegd van https:// www.kcwj.nl/sites/default/files/70174-jenv-iak_waaier_ wcag.pdf Otten, S., Jansen, W., & de Vroome, T. (2013). Werkt diversiteit? Arbeidsintegratie en sociaal vertrouwen in een kleurrijke samenleving. Sustainable Society.
SER Diversiteit in bedrijf. Van culturele diversiteit naar inclusie (maart, 2020) geraadpleegd van https://www.ser.nl/-/media/ser/downloads/thema/ diversiteitinbedrijf/publicaties/2020/culturelediversiteit-naar-inclusie.pdf Van de Ven, C., De Groot, M., & De Vries, S. (2014, 1 augustus). Werk maken van diversiteit: tien tips. Kennis openbaar bestuur. Geraadpleegd op 17 november 2021, van https://kennisopenbaarbestuur.nl/ media/255653/werk-maken-van-diversiteit-tien-tips.pdf
43
44
Team Beleidsonderzoek
|
Diversiteit en Inclusie in broedplaatsen
Ambtelijke reactie Bureau Broedplaatsen op rapport Diversiteit en inclusie in broedplaatsen Van Datum
Martijn Braamhaar, Bureau Broedplaatsen, 06 12969172, m.braamhaar@amsterdam.nl 1 maart 2022
Bureau Broedplaatsen onderschrijft de conclusies en het grootste deel van de aanbevelingen uit het rapport. Het stuk bied goede handvatten om het onderwerp verder aan te pakken en uit te diepen en de kansen met betrekking tot het thema op te pakken om zo betere broedplaatsen te maken waar alle Amsterdammers baat bij hebben. Balans tussen faciliteren en eigen verantwoordelijkheid Het belangrijkste vraagstuk voor Bureau Broedplaatsen naar aanleiding van het rapport is de balans tussen de faciliterende overheid en eigen verantwoordelijkheid van de broedplaatsen. In de aanbevelingen wordt sterk ingezet op faciliteren en coördineren. De vraag is echter in welke mate broedplaatsen zelf verantwoordelijk zijn voor hun vraagstuk met betrekking tot Diversiteit en Inclusiviteit (en andere thema’s). Bureau Broedplaatsen is sinds de oprichting in eerste instantie gericht op het mogelijk maken van de broedplaatsen. De rolverdeling is grofweg: Wij zorgen dat het kan en jullie zorgen voor de inhoudelijke plannen en gaan het doen. We geven richting via het beleid, en ondersteunen broedplaatsen met specialisten op het moment dat daar noodzaak toe is. Dat is echter hoofdzakelijk gericht op een gezonde exploitatie en het voortbestaan van de broedplaats.
Inhoudelijke ondersteuning bij bijvoorbeeld het zoeken van verbinding met de buurt is tot nu toe niet of zeer beperkt onderdeel van het werk van Bureau Broedplaatsen geweest. Dit rapport dwingt ons na te denken over deze rolverdeling en deze eventueel te herzien. Daarbij moet rekening worden gehouden met het feit dat de huidige bezetting beperkte focus toelaat en er misschien wel partijen of instanties zijn die voor de inhoudelijke ondersteuning van de broedplaatsen veel beter zijn uitgerust dan Bureau Broedplaatsen. Het Amsterdams- Atelier- en Broedplaatsenbeleid In het Amsterdams Atelier- en broedplaatsenbeleid 2019-2022 is een eerste stap gezet om diversiteit en inclusie een plek te geven in het beleid. Op basis van het beleid en begeleiding heeft Bureau Broedplaatsen In de laatste vier jaar ervaring opgedaan die kan helpen bij een nieuw beleid een inhoudelijke stap te zetten. Dit onderzoekt onderschrijft de noodzaak daartoe en Bureau Broedplaatsen zal er op inzetten de aanbevelingen te volgen en samen met het veld en specialisten het beleid een stap verder te brengen. De stap naar de geadviseerde verbeterde aansluiting bij het kunstenplan en het algemene Kunst- en Cultuurbeleid van Amsterdam wordt daarbij als een kans gezien.
December 2021
Bezetting vs inzet We zien en onderkennen de kansen zoals deze in het onderzoek naar voren komen en ook het potentiële nut van de genoemde oplossingen. Op dit moment laat het budget en de daaraan gekoppelde omvang van het team broedplaatsen het echter niet toe om deze aanbevelingen allemaal of inhoudelijk volledig op te pakken. Zoals ervaren en aangegeven kost inzet op diversiteit en inclusie veel tijd. Het gesprek moet doorlopend gevoerd worden en een nulmeting, maatwerk en meer systemische aanpak leggen beslag op de beperkte tijd van het team. Uitbesteding van deze werkzaamheden is maar in beperkte mate mogelijk, het moet onderdeel worden van de dagelijkse praktijk. De huidige beperkte bezetting resulteert nog veel in een focus op het überhaupt realiseren van de broedplaatsen en laat het uitvoeren van de aanbevelingen maar in beperkte mate toe. Monitoring In de laatste jaren hebben we nieuwe broedplaatsen opgelegd Diversiteit en Inclusie onderdeel te maken van hun dagelijkse praktijk, onder andere door het hanteren van de code. We zijn nog op zoek naar hoe we dit in de monitoring het best kunnen meenemen. In de Stand van Zakegesprekken is dit in ieder geval een standaard agendapunt geworden en er wordt naar gevraagd in de monitoring. We onderschrijven dat dit in het beleid en de monitoringspraktijk meer duidelijkheid kan krijgen.
Proces Bureau Broedplaatsen heeft de totstandkoming van het onderzoek als zeer prettig en kundig ervaren. De zorgen, op- en aanmerkingen en verzoeken tot verdieping vanuit Bureau Broedplaatsen zijn meegenomen in het onderzoek en hebben in de mening van Bureau Broedplaatsen tot een gedegen en duidelijk stuk geleverd. De conclusies en aanbevelingen bieden goede handvatten om een vooruitgang te bieden op het onderwerp diversiteit en inclusie. Bij deze dan ook dank aan het Team Beleidsonderzoek en met name Ihsane Akka en Suzanne Zwaneveld voor hun inzet in het belang van de broedplaatsen.
Met vriendelijke groet, Martijn Braamhaar Programmamanager Broedplaatsen
45
46
Team Beleidsonderzoek
|
Diversiteit en Inclusie in broedplaatsen