OCW meting Personeelstekorten voortgezet onderwijs Peildatum 1 oktober 2023.pdf
Tekst van het document
Personeelstekorten voortgezet onderwijs Peildatum 1 oktober 2023
Datum
december 2023
Auteurs
drs. Marcia den Uijl dr. Hendri Adriaens dr. Maartje Elshout Suzan Elshout MSc
Versie
1.2
Uitgave Centerdata info@centerdata.nl www.centerdata.nl Contact Marcia den Uijl marcia.den.uijl@centerdata.nl © Centerdata, Tilburg, 2023 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Inhoudsopgave Managementsamenvatting
4
1
Inleiding
6
2
Landelijke tekorten
7
2.1 2.2
7 10
Leraren Schoolleiding
3
Respons
13
4
Tekorten aan leraren
17
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
17 17 18 19 20 23 26
5
De mate waarin vestigingen met een verschillend tekort te maken hebben De manier waarop tekorten worden ingevuld Tekorten aan regulier personeel versus tekorten vervanging Regionale verdeling van de tekorten Tekorten naar vak Tekorten naar onderwijstype Samenhang van de tekorten met achtergrondvariabelen
Tekorten aan schoolleiding
29
Bibliografie
31
Bijlagen
32
A
Onderzoeksverantwoording
33
A.1 A.2 A.3
Methode algemeen Inhoud van de uitvraag Veldwerk
33 34 35
A.3.1 A.3.2 A.3.3
35 36 36
Niveau van bevraging Mailings en veldwerkperiode Helpdesk
B
Tabellen
37
C
Arbeidsmarktregioindeling
44
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
3
Managementsamenvatting Dit rapport beschrijft de eerste landelijke meting van de tekorten in het voorgezet onderwijs (vo). De meting is verricht met behulp van online vragenlijsten waarin vestigingen in het vo naar het tekort aan leraren en schoolleiding wordt gevraagd. Daarbij is zowel naar openstaande als verborgen tekorten gevraagd. De respons is, mede dankzij de inzet van de VO-Raad om vestigingen te bewegen tot deelname en de responsbevorderende maatregelen van Centerdata, met 58% zeer hoog. De resultaten van de meting geven mede door deze hoge respons een goed beeld van de situatie rondom de personeelstekorten in het vo. Het resultaat van de meting is dat het totale landelijke gemiddelde tekort aan leraren 5,8% van de werkgelegenheid voor leraren bedraagt, zie Tabel 1. Dit vertaalt zich naar een tekort van ongeveer 3.800 fte. Het gaat daarbij om het totaal van openstaande vacatures en verborgen tekorten, zowel voor reguliere als voor vervangingsposities. De tekorten bestaan voor ongeveer 80% uit tekorten aan leraren op reguliere posities. Tabel 1: Gemiddelde tekortpercentage leraren
regulier
vervanging
totaal
openstaand
1,7%
0,6%
2,4%
verborgen
2,9%
0,5%
3,4%
totaal
4,6%
1,2%
5,8%
Uit de meting blijkt ook dat ongeveer 60% van de tekorten verborgen tekorten zijn. De verborgen tekorten worden in ongeveer tweederde van de gevallen intern ingevuld. Dit gebeurt dan in de meerderheid van de gevallen met een onbevoegde of benoembare. De tekorten verschillen per onderwijstype. In het vmbo/havo/vwo gaat het om tekorten van 5,5%, in het praktijkonderwijs (pro) van 4,6% en met 14,6% zijn de tekorten bij de internationale schakelklassen (isk) het grootste. In het vmbo/havo/vwo zien we daarnaast grotere tekorten in de tweedegraads sector1 (7,0%) dan in de eerstegraads sector (2,8%). Tekorten in het vmbo/havo/vwo verschillen per vak. De vakken met de grootste procentuele tekorten (ten opzichte van de werkgelegenheid) zijn Techniek, Informatica, Nederlands, de beroepsgerichte vakken vmbo, NASK, Duits, Wiskunde en Maatschappijleer. Gemeten in fte zijn de grootste tekorten te vinden bij Nederlands, Wiskunde en beroepsgerichte vakken vmbo. Merk op dat in het onderhavige onderzoek ook openstaande vacatures en andere vormen van verborgen tekorten zijn gemeten. Zo zien we in het IPTO-onderzoek2 bijvoorbeeld dat het vak Duits relatief vaak bevoegd wordt gegeven, maar de tekortmeting komt het met 6,8% totaal tekort toch als één van de grotere tekortvakken naar voren. We zien dat het hierbij in bijna de helft van de gevallen gaat om openstaande vacatures.
Verder zien we dat de tekorten aan tweedegraads leraren bij alle vakken behalve NASK hoger zijn dan de tekorten aan eerstegraads leraren. Dit komt overeen met de bevin-
De eerstegraads sector wordt gevormd door de bovenbouw van havo en vwo, respectievelijk leerjaren 4/5 en 4/5/6. De overige leerjaren en alle leerjaren van het vmbo behoren tot de tweedegraads sector. 2 (Vloet, den Uijl, & Guimarães, 2023) 1
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
4
dingen in sectie 4.3 in het IPTO-rapport waarin gerapporteerd wordt dat het percentage onbevoegd gegeven lessen in de tweedegraads sector hoger is dan in de eerstegraads sector. De regionale verdeling van lerarentekorten laat een redelijk uniforme verdeling over Nederland zien, waarbij er wel een paar uitschieters zijn. De grootste lerarentekorten zijn te zien in de Achterhoek (13,0%) en Midden-Holland (12,0%) en de kleinste in Rijk van Nijmegen (1,7%) en Midden-Gelderland (2,0%), zie Figuur 1. Figuur 1: Regionale verdeling van lerarentekorten (regulier en vervanging samen)
Ook binnen regio’s zijn er overigens grote verschillen in het tekort aan leraren. Zo geeft bijvoorbeeld 25% van de vestigingen aan geen tekort aan leraren te hebben en rapporteert 2% van de vestigingen een tekort van meer dan 30%. Deze verschillen in tekortpercentages tussen vestigingen zijn maar beperkt te herleiden tot in dit onderzoek bekende kenmerken van een vestiging. Wel is een duidelijk verband gevonden met de gemiddelde achterstandsscore. Daarbij geldt algemeen gesproken dat hoe groter de complexiteit van de leerlingenpopulatie van een vestiging, hoe hoger ook het tekort aan leraren op een vestiging is. De tekorten aan schoolleiding3 zijn relatief lager dan de tekorten aan leraren (4,3% versus 5,8%). Dit percentage vertaalt zich naar een landelijk tekort aan schoolleiding van ongeveer 125 fte.
Personeel dat onderwijskundig en/of organisatorisch leiding geeft, tevens personele verantwoordelijkheid draagt in school en valt onder de Fuwasys salarisschalen 11 t/m 16 of schaal LB, LC of LD. 3
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
5
1
Inleiding
Het voortgezet onderwijs (vo) kampt met een personeelstekort. Het tekort aan leraren in het vo wordt al enige tijd geraamd4 op basis van onbevoegd gegeven lessen, maar de daadwerkelijke omvang van dit tekort was tot voor kort niet bekend. Met inzicht in actuele personeelstekorten in het vo kan beter en gerichter beleid gevoerd worden om tekorten terug te dringen, bijvoorbeeld door de aandacht te richten op bepaalde regio’s of bepaalde vakken. Daarnaast biedt een verbeterd inzicht in de actuele tekorten de mogelijkheid om te komen tot betere ramingen van de toekomstige tekorten. In oktober 2022 is een pilotmeting uitgevoerd waarbij personeelstekorten werden gemeten onder alle vestigingen in het vo in Amsterdam, ’s-Gravenhage en Rotterdam.5 Daarbij is zoveel mogelijk aangesloten bij de aanpak van de tekortmeting in het primair onderwijs. 6 Het doel van het pilotonderzoek was enerzijds het verkrijgen van inzicht in de omvang van de actuele personeelstekorten in het vo in de deelnemende gemeenten en anderzijds het bezien of de gehanteerde aanpak geschikt is voor een landelijke meting van de personeelstekorten in het vo. Begin 2023 is op basis van de pilot besloten om de tekortmeting vanaf peildatum 1 oktober 2023 onder alle vestigingen voor vo in Nederland te gaan houden. Dit rapport beschrijft de eerste landelijke meting van de tekorten. Dit rapport leest als volgt.
In hoofdstuk 2 maken we een schatting van de landelijke tekorten voor leraren en schoolleiding op basis van de tekorten op responderende scholen. In hoofdstuk 3 bespreken we de respons, waarna we in detail ingaan op de tekorten aan leraren in hoofdstuk 4 en vervolgens de tekorten aan schoolleiding in hoofdstuk 5. Voor de onderzoeksverantwoording verwijzen we naar bijlage A. De definities van (verborgen) tekorten en schoolleiding zijn opgenomen in bijlage A.2 en in Kader 1. Kader 1: Begrippen in de toelichting van de uitvraag Een tekort telt pas als een tekort (verborgen of niet) wanneer je er per direct een bevoegde leraar voor zou willen aannemen. Scholen die duurzaam hebben gekozen voor een andere organisatievorm die wettelijk is toegestaan tellen deze inzet niet als tekort. Het inzetten van een niet wettelijk toegestane oplossing, zoals een onbevoegde leraar, telt dus altijd als een tekort. Verborgen tekorten zijn tekorten (bij reguliere posities of vervangingen) waarvoor uit nood een (tijdelijke) alternatieve oplossing is gevonden, omdat er geen geschikte bevoegde leraar beschikbaar was. Onder 'schoolleiding' verstaan we personeel dat onderwijskundig en/of organisatorisch leiding geeft, tevens personele verantwoordelijkheid draagt in school en valt onder de Fuwasys salarisschalen 11 t/m 16 of schaal LB, LC of LD.
(Adriaens & de Vos, 2023) (Adriaens, Elshout, & Elshout, 2022b) 6 (Adriaens, Elshout, & Elshout, 2022a) 4 5
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
6
2
Landelijke tekorten
In hoofdstukken 3 tot en met 5 gaan we in meer detail in op de tekorten zoals die gemeten zijn in het vo. In dit hoofdstuk lichten we toe hoe we met de tekortmeting komen tot een schatting van het landelijk tekort aan leraren en schoolleiding in het vo.
2.1
Leraren
Voor de schatting van de landelijke tekorten combineren we de gegevens van de tekorten naar arbeidsmarktregio (zie Tabel 31 in bijlage B voor de onderliggende cijfers en bijlage C voor de arbeidsmarktregioindeling) met arbeidsmarktgegevens over werkende leraren.7 We kunnen met behulp van het werkende aantal fte8 en de tekortpercentages een inschatting maken van de totale werkgelegenheid,9 zie Tabel 2. Met behulp van de schatting van de werkgelegenheid in fte kunnen we de tekortpercentages van Tabel 31 omrekenen tot een schatting van de tekorten in fte in Tabel 3. In totaal schatten we de landelijke lerarentekorten in het vo op ongeveer 3.800 fte. Tabel 2: Schatting landelijke werkgelegenheid voor leraren in fte naar arbeidsmarktregio
arbeidsmarktregio
werkend 2022
tekort % 2023
werkgelegenheid 2023
Groningen
2.671
3,9%
2.778
Friesland
2.277
3,0%
2.349
Drenthe
825
2,9%
850
Regio Zwolle
2.193
8,6%
2.401
Twente
2.432
6,7%
2.606
Noord-Holland Noord
2.425
5,7%
2.572
Zaanstreek/Waterland
972
10,0%
1.081
Zuid-Kennemerland en IJmond
1.422
4,8%
1.493
Groot Amsterdam
1.167
5,4%
1.234
Gooi en Vechtstreek
1.102
3,5%
1.142
Amsterdam
3.409
6,5%
3.646
Flevoland
524
5,5%
554
Almere
775
7,8%
840
Stedendriehoek en Noordwest Veluwe
2.205
4,5%
2.309
FoodValley
1.229
5,2%
1.297
Amersfoort
1.507
9,1%
1.658
Midden-Utrecht
1.857
4,2%
1.939
Utrecht
1.103
4,8%
1.159
Holland Rijnland
1.892
7,5%
2.046
Zuid-Holland Centraal
1.471
7,2%
1.585
Haaglanden
1.169
8,6%
1.280
(Adriaens & de Vos, 2023) De gegevens met peildatum 1 oktober 2022 zijn hierbij de meest recent beschikbare gegevens. 9 De formule is: werkgelegenheid = werkend / (1 – tekortpercentage). 7 8
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
7
Tabel 2 (vervolg): Schatting landelijke werkgelegenheid voor leraren in fte naar arbeidsmarktregio
arbeidsmarktregio
werkend 2022
tekort % 2023
Midden-Holland
811
12,0%
922
's-Gravenhage
1.883
10,1%
2.095
Rijnmond
2.741
6,9%
2.943
Drechtsteden
834
5,6%
884
Gorinchem
604
3,3%
625
Rotterdam
2.427
6,1%
2.584
Rivierenland
610
5,8%
647
Rijk van Nijmegen
1.368
1,7%
1.392
Midden-Gelderland
1.289
2,0%
1.315
Achterhoek
werkgelegenheid 2023
915
13,0%
1.051
Zeeland
1.264
5,5%
1.338
West-Brabant
2.174
4,4%
2.274
Midden-Brabant
1.579
4,0%
1.644
Noordoost-Brabant
2.289
3,6%
2.374
Zuidoost-Brabant
1.729
5,0%
1.820
Helmond-De Peel
895
6,1%
953
Noord-Limburg
719
6,3%
767
Midden-Limburg
756
4,6%
792
Zuid-Limburg
1.633
3,5%
1.693
totaal
61.147
5,8%
64.930
Tabel 3: Schatting landelijke tekorten aan leraren (regulier, vervanging, open, verborgen en totalen) in fte naar arbeidsmarktregio regulier arbeidsmarktregio
vervanging
open
verb.
totaal
open
Groningen
33
58
91
10
verb.
Friesland
12
41
53
Drenthe
3
6
9
Regio Zwolle
60
104
Twente
41
108
Noord-Holland Noord
23
100
Zaanstreek/Waterland
32
62
totaal
totaal
open
verb.
totaal
7
16
43
65
108
10
8
19
22
49
71
1
14
16
5
20
25
164
27
16
43
88
120
208
149
10
15
25
51
123
174
122
15
9
24
38
109
147
94
14
1
15
46
63
109
Zuid-Kennemerland en IJmond
11
47
58
10
4
14
21
51
71
Groot Amsterdam
30
20
51
10
6
16
40
27
67
Gooi en Vechtstreek
17
7
24
14
2
16
31
9
40
Amsterdam
90
115
206
16
16
32
106
131
237
Flevoland
15
11
25
1
4
5
16
14
31
Almere
24
20
44
14
7
22
38
27
65
Stedendriehoek en Noordwest Veluwe
25
57
82
12
10
22
37
67
104
FoodValley
48
15
63
3
2
5
51
17
68
Amersfoort
104
31
135
9
8
17
113
39
152
Midden-Utrecht
24
29
53
14
15
29
38
44
81
Utrecht
31
22
53
2
0
2
33
22
55
Holland Rijnland
43
78
122
10
22
32
53
101
153
Zuid-Holland Centraal
28
77
106
3
5
8
31
82
114
Haaglanden
24
63
87
22
1
23
46
64
110
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
8
Tabel 3 (vervolg): Schatting landelijke tekorten aan leraren in fte naar arbeidsmarktregio regulier arbeidsmarktregio
open
vervanging
verb.
totaal
open
verb.
totaal
totaal open
verb.
totaal
Midden-Holland
7
99
106
4
1
5
11
100
111
's-Gravenhage
56
107
163
6
43
49
62
150
212
Rijnmond
29
138
167
12
22
34
42
160
202
Drechtsteden
11
21
33
12
5
17
23
27
50
Gorinchem
13
6
19
1
1
2
14
7
20
Rotterdam
45
77
122
12
23
35
57
100
157
Rivierenland
17
20
37
1
0
1
18
20
38
Rijk van Nijmegen
3
11
15
6
4
10
9
15
24
Midden-Gelderland
7
11
18
4
4
8
11
15
26
Achterhoek
15
87
102
19
15
34
34
102
136
Zeeland
28
25
54
21
0
21
49
25
74
West-Brabant
34
49
83
15
2
17
49
51
100
Midden-Brabant
30
19
48
8
9
17
37
28
65
Noordoost-Brabant
32
44
75
7
3
10
38
47
85
Zuidoost-Brabant
42
32
74
9
8
17
51
40
91
Helmond-De Peel
13
30
43
13
2
16
27
32
58
Noord-Limburg
16
16
32
10
6
16
26
22
48
Midden-Limburg
10
12
22
8
6
14
18
18
36
Zuid-Limburg
16
32
48
6
5
12
23
37
60
1.141
1.907
3.048
402
333
735
1.543
2.240
3.783
totaal
Met behulp de verdeling van de gemeten werkgelegenheid naar onderwijstype (zie Tabel 19) is een inschatting te maken van de landelijke werkgelegenheid en tekorten naar onderwijstype. Tabel 4: Schatting landelijke werkgelegenheid en tekorten in fte naar onderwijstype (afgerond op honderdtallen)
onderwijstype
werkgelegenheid
tekort
vmbo/havo/vwo
57.900
3.200
praktijkonderwijs (pro)
4.400
200
internationale schakelklassen (isk)
2.600
400
totaal
64.900
3.800
Met behulp van de verdeling van de gemeten werkgelegenheid en tekorten naar vak en graadsector (zie Tabel 14 en Tabel 15) en de schatting van de landelijke werkgelegenheid voor vmbo/havo/vwo (zie Tabel 4) is ook een inschatting te maken van de landelijke tekorten in fte naar vak, zie Tabel 5. We zien onder andere dat de grootste tekorten in fte bij Nederlands, Wiskunde en beroepsgerichte vakken vmbo te vinden zijn, respectievelijk ongeveer 600, 430 en 300 fte. Tabel 5: Schatting landelijke tekorten aan leraren in fte naar vak (afgerond op tientallen)
vak
tekort (%)
tekort (fte)
Aardrijkskunde
3,5%
90
Biologie
3,5%
120
CKV, kunstvakken
3,5%
130
Duits
6,8%
170
Economie (avo)
4,9%
140
Engels
4,2%
230
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
9
Tabel 5 (vervolg): Schatting landelijke tekorten aan leraren in fte naar vak (afgerond op tientallen)
vak
tekort (%)
tekort (fte)
Frans
5,3%
110
Geschiedenis
2,2%
70
Informatica
10,0%
40
Klassieke talen
4,0%
30
Levensbeschouwing
6,3%
50
Lichamelijke Opvoeding
3,3%
150
Maatschappijleer
6,5%
90
Natuurkunde
5,8%
100
Natuurkunde/Scheikunde (NASK)
8,8%
80
Nederlands
9,6%
600
Scheikunde
4,3%
60
Techniek (avo)
10,3%
80
Wiskunde
6,7%
430
Gezondheidszorg en Welzijn (avo)
6,3%
20
Beroepsgerichte vakken vmbo
9,1%
300
Overige vakken
3,0%
110
totaal
5,5%
3.200
2.2
Schoolleiding
Een vergelijkbare berekening als in sectie 2.1 is uitgevoerd voor leraren, voeren we in deze sectie uit voor schoolleiding. We combineren daarvoor de gegevens van de tekorten naar arbeidsmarktregio (Tabel 32 in bijlage B) met arbeidsmarktgegevens over de werkende schoolleiding. We komen dan tot een inschatting van de werkgelegenheid voor schoolleiding in Tabel 6. Met behulp van de gemeten tekortpercentages is dit om te rekenen naar landelijke tekorten in fte (Tabel 7) waarbij we uitkomen op landelijk tekort aan schoolleiding van ongeveer 125 fte. Tabel 6: Schatting landelijke werkgelegenheid voor schoolleiding in fte naar arbeidsmarktregio
arbeidsmarktregio
werkend 2022
tekort % 2023
werkgelegenheid 2023
Groningen
123
4,8%
129
Friesland
110
1,8%
112
Drenthe
31
0,0%
31
Regio Zwolle
84
2,6%
87
Twente
78
2,1%
80
Noord-Holland Noord
142
6,4%
152
Zaanstreek/Waterland
38
9,3%
42
Zuid-Kennemerland en IJmond
96
3,5%
99
Groot Amsterdam
45
7,0%
49
Gooi en Vechtstreek
53
2,4%
54
Amsterdam
100
2,5%
102
Flevoland
21
30,8%
30
Almere
52
6,2%
55
Stedendriehoek en Noordwest Veluwe
106
6,0%
112
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
10
Tabel 6 (vervolg): Schatting landelijke werkgelegenheid voor schoolleiding in fte naar arbeidsmarktregio
arbeidsmarktregio
werkend 2022
tekort % 2023
werkgelegenheid 2023
FoodValley
43
0,0%
43
Amersfoort
97
13,9%
113
Midden-Utrecht
71
1,7%
72
Utrecht
33
5,1%
35
Holland Rijnland
67
3,9%
70
Zuid-Holland Centraal
73
4,9%
77
Haaglanden
42
7,6%
45
Midden-Holland
22
1,7%
22
's-Gravenhage
65
1,2%
66
Rijnmond
150
2,2%
153
Drechtsteden
27
4,6%
28
Gorinchem
34
0,0%
34
Rotterdam
188
9,7%
208
Rivierenland
29
0,0%
29
Rijk van Nijmegen
51
0,0%
51
Midden-Gelderland
28
5,7%
30
Achterhoek
25
3,0%
25
Zeeland
51
5,7%
54
West-Brabant
92
1,4%
93
Midden-Brabant
56
0,0%
56
Noordoost-Brabant
77
2,2%
79
Zuidoost-Brabant
51
5,1%
54
Helmond-De Peel
25
7,3%
27
Noord-Limburg
12
0,0%
12
Midden-Limburg
22
2,0%
23
Zuid-Limburg
48
2,0%
49
2.556
4,3%
2.682
totaal
Tabel 7: Schatting landelijke tekorten aan schoolleiding (regulier, vervanging, open, verborgen en totalen) in fte naar arbeidsmarktregio regulier arbeidsmarktregio
open
verb.
vervanging totaal
open
verb.
totaal
totaal
open
verb.
totaal
Groningen
0
3
3
0
3
3
0
6
6
Friesland
0
1
1
0
1
1
1
1
2
Drenthe
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Regio Zwolle
2
0
2
0
0
0
2
0
2
Twente
0
1
1
0
1
1
0
2
2
Noord-Holland Noord
4
5
9
0
1
1
4
6
10
Zaanstreek/Waterland
2
1
3
1
0
1
2
1
4
Zuid-Kennemerland en IJmond
0
2
2
0
1
1
0
3
3
Groot Amsterdam
1
3
3
0
0
0
1
3
3
Gooi en Vechtstreek
0
0
0
0
1
1
0
1
1
Amsterdam
0
1
1
0
1
1
0
2
3
Flevoland
2
5
6
0
3
3
2
7
9
Almere
1
2
3
0
1
1
1
3
3
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
11
Tabel 7 (vervolg): Schatting landelijke tekorten aan schoolleiding in fte naar arbeidsmarktregio regulier arbeidsmarktregio
open
verb.
vervanging totaal
open
verb.
totaal
totaal
open
verb.
totaal
Stedendriehoek en Noordwest Veluwe
0
5
5
0
2
2
0
7
7
FoodValley
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Amersfoort
6
3
9
1
5
6
8
8
16
Midden-Utrecht
0
0
1
0
0
0
0
1
1
Utrecht
1
0
1
0
0
0
1
1
2
Holland Rijnland
1
0
2
0
1
1
1
2
3
Zuid-Holland Centraal
1
3
3
0
0
0
1
3
4
Haaglanden
0
2
2
1
1
2
1
3
3
Midden-Holland
0
0
0
0
0
0
0
0
0
's-Gravenhage
0
0
1
0
0
0
0
0
1
Rijnmond
1
2
3
0
0
0
1
2
3
Drechtsteden
0
0
1
0
0
0
0
1
1
Gorinchem
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Rotterdam
12
6
17
0
3
3
12
8
20
Rivierenland
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Rijk van Nijmegen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Midden-Gelderland
1
0
1
0
1
1
1
1
2
Achterhoek
0
1
1
0
0
0
0
1
1
Zeeland
3
0
3
0
0
0
3
0
3
West-Brabant
0
1
1
0
1
1
0
1
1
Midden-Brabant
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Noordoost-Brabant
0
1
1
0
1
1
0
2
2
Zuidoost-Brabant
1
2
3
0
0
0
1
2
3
Helmond-De Peel
1
1
2
0
0
0
1
1
2
Noord-Limburg
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Midden-Limburg
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Zuid-Limburg
0
0
0
1
0
1
1
0
1
totaal
42
52
94
4
27
31
46
79
125
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
12
3
Respons
De populatie bevat 1.519 vestigingen. In totaal hebben 1.228 vestigingen (81%) de vragenlijst geopend en hebben 884 vestigingen (58% van 1.519) deze voltooid. Bij 57 van deze vestigingen is sprake van problemen met de invoer, zie Tabel 8 voor de uitgevoerde controles. Het totaal in de tabel is ontdubbeld voor vestigingen die meer dan één probleem vertoonden. Tabel 8: Controles van de data
probleem
aanwezig afwezig
aanwezig (%)
aantal leerlingen 0 of ontbrekend (controles op leerlingen niet mogelijk)
28
856
3,2%
leerling-leraarratio <1 of >35
53
831
6,0%
leerling-schoolleidingratio <1
0
884
0,0%
leerling-leraar + schoolleidingratio <1 of >40
45
839
5,1%
aantal fte leraren < 1
32
852
3,6%
totaal, ontdubbeld en exclusief eerste probleem
57
827
6,4%
De tekorten die in hoofdstukken 4 en 5 worden besproken, zijn gebaseerd op de 827 vestigingen die de uitvraag volledig invulden en waarbij geen problemen met de eigen invoer zijn geconstateerd. Van de 28 vestigingen met ontbrekende leerlinggegevens is bij 1 vestiging ook een ander probleem geconstateerd. De overige 27 vestigingen met ontbrekende leerlinggegevens zijn dus bij de analyses betrokken. Voor de 827 vestigingen voerden schoolbesturen in 521 gevallen (63%) de controle op de ingevoerde gegevens uit. Die controle was vrijblijvend (zie ook bijlage A.1). Vestigingen waarbij de controle niet is uitgevoerd zijn toch meegenomen in de analyses. De respons, gemeten in aantallen vestigingen en in aantallen leerlingen op de vestigingen naar arbeidsmarktregio, is weergegeven in Tabel 9 en Tabel 10. Omdat niet duidelijk is van welke bijzondere vestigingen10 respons verwacht kan worden (zie ook bijlage A.3.1), presenteren we de respons zowel inclusief als exclusief alle bijzondere vestigingen. De tabel inclusief (Tabel 9) geeft waarschijnlijk een onderschatting van de respons in termen van vestigingen. De tabel exclusief (Tabel 10) geeft waarschijnlijk een overschatting van de respons in termen van aantallen vestigingen. Tabel 9: Respons inclusief bijzondere vestigingen - arbeidsmarktregio vestigingen arbeidsmarktregio
populatie
leerlingen
deelgenomen respons populatie 31%
deelgenomen respons
Groningen
90
28
38.808
15.379
40%
Friesland
86
44
Drenthe
18
15
51%
36.413
19.617
54%
83%
12.263
8.309
68%
Regio Zwolle
69
22
32%
34.996
13.449
38%
Twente
60
29
48%
35.353
19.899
56%
Noord-Holland Noord
58
33
57%
38.590
21.969
57%
Zaanstreek/Waterland
24
14
58%
15.969
9.970
62%
Zuid-Kennemerland en IJmond
32
17
53%
22.044
12.997
59%
Groot Amsterdam
26
16
62%
18.911
12.229
65%
Gooi en Vechtstreek
26
10
38%
16.748
7.576
45%
10
ILOCs, dislocaties, tijdelijke vestigingen en vestigingen met een ontbrekend aantal leerlingen.
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
13
Tabel 9 (vervolg): Respons inclusief bijzondere vestigingen - arbeidsmarktregio arbeidsmarktregio
populatie
vestigingen
leerlingen
deelgenomen respons populatie
deelgenomen respons
Amsterdam
81
54
67%
45.572
30.270
66%
Flevoland
26
10
38%
11.605
3.766
32%
Almere
19
14
74%
12.950
10.787
83%
Stedendriehoek en Noordwest Veluwe
54
33
61%
34.071
22.645
66%
FoodValley
22
11
50%
19.477
7.961
41%
Amersfoort
34
19
56%
22.076
14.256
65%
Midden-Utrecht
40
27
68%
31.038
24.065
78%
Utrecht
26
16
62%
18.250
14.974
82%
Holland Rijnland
46
26
57%
30.750
19.161
62%
Zuid-Holland Centraal
22
15
68%
20.172
13.901
69%
Haaglanden
27
12
44%
16.552
7.940
48%
Midden-Holland
22
14
64%
13.153
6.563
50%
's-Gravenhage
51
34
67%
30.199
21.835
72%
Rijnmond
64
27
42%
36.751
19.446
53%
Drechtsteden
24
20
83%
15.017
11.244
75%
Gorinchem
16
9
56%
9.480
5.663
60%
Rotterdam
75
48
64%
36.232
24.870
69%
Rivierenland
18
5
28%
11.500
3.444
30%
Rijk van Nijmegen
28
11
39%
19.006
10.709
56%
Midden-Gelderland
34
21
62%
20.901
17.419
83%
Achterhoek
22
17
77%
13.703
10.244
75%
Zeeland
37
11
30%
17.747
4.946
28%
West-Brabant
46
22
48%
35.618
19.044
53%
Midden-Brabant
33
17
52%
22.850
14.219
62%
Noordoost-Brabant
42
26
62%
33.539
19.223
57%
Zuidoost-Brabant
30
14
47%
27.519
11.811
43%
Helmond-De Peel
18
15
83%
12.829
10.440
81%
Noord-Limburg
12
10
83%
11.699
10.722
92%
Midden-Limburg
19
11
58%
11.362
5.550
49%
Zuid-Limburg
42
30
71%
24.893
19.184
77%
1.519
827
54%
936.606
557.696
60%
totaal
Tabel 10: Respons exclusief bijzondere vestigingen - arbeidsmarktregio arbeidsmarktregio
populatie
vestigingen
leerlingen
deelgenomen respons populatie
deelgenomen respons
Groningen
62
21
34%
34.032
13.124
Friesland
60
32
53%
30.874
16.458
39% 53%
Drenthe
15
12
80%
11.424
7.470
65%
Regio Zwolle
50
14
28%
28.045
10.052
36%
Twente
49
23
47%
32.259
17.496
54%
Noord-Holland Noord
53
31
58%
36.519
21.077
58%
Zaanstreek/Waterland
19
10
53%
14.454
8.768
61%
Zuid-Kennemerland en IJmond
30
17
57%
21.972
12.997
59%
Groot Amsterdam
22
13
59%
18.746
12.064
64%
Gooi en Vechtstreek
21
9
43%
16.099
7.306
45%
Amsterdam
78
52
67%
45.126
29.932
66%
Flevoland
20
9
45%
9.070
3.197
35%
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
14
Tabel 10 (vervolg): Respons exclusief bijzondere vestigingen - arbeidsmarktregio arbeidsmarktregio
populatie
vestigingen
leerlingen
deelgenomen respons populatie
deelgenomen respons
Almere
18
14
78%
12.950
10.787
83%
Stedendriehoek en Noordwest Veluwe
43
26
60%
31.726
20.717
65%
FoodValley
19
8
42%
18.454
6.938
38%
Amersfoort
31
18
58%
20.859
13.528
65%
Midden-Utrecht
34
24
71%
27.718
22.122
80%
Utrecht
22
15
68%
17.377
14.459
83%
Holland Rijnland
39
22
56%
28.923
17.717
61%
Zuid-Holland Centraal
22
15
68%
20.172
13.901
69%
Haaglanden
22
11
50%
15.692
7.786
50%
Midden-Holland
14
8
57%
11.837
5.424
46%
's-Gravenhage
50
34
68%
30.021
21.835
73%
Rijnmond
55
26
47%
35.468
19.162
54%
Drechtsteden
20
16
80%
13.463
9.690
72%
Gorinchem
13
8
62%
9.146
5.437
59%
Rotterdam
66
41
62%
33.550
22.553
67%
Rivierenland
14
4
29%
10.256
2.335
23%
Rijk van Nijmegen
26
10
38%
18.762
10.465
56%
Midden-Gelderland
28
20
71%
19.482
16.273
84%
Achterhoek
17
14
82%
11.862
9.426
79%
Zeeland
31
10
32%
15.299
4.911
32%
West-Brabant
40
18
45%
32.750
17.026
52%
Midden-Brabant
30
15
50%
22.610
13.979
62%
Noordoost-Brabant
34
21
62%
32.723
18.407
56%
Zuidoost-Brabant
23
11
48%
24.037
9.798
41%
Helmond-De Peel
18
15
83%
12.829
10.440
81%
Noord-Limburg
12
10
83%
11.699
10.722
92%
Midden-Limburg
16
9
56%
10.958
5.146
47%
Zuid-Limburg
38
27
71%
24.605
18.896
77%
1.274
713
56%
873.848
519.821
59%
totaal
We zien dat de respons met ongeveer 55% (in termen van vestigingen) hoog te noemen is. Vergelijkbare vrijwillige onderzoeken leveren doorgaans een veel lagere respons op. Verder zien we grote verschillen per arbeidsmarktregio met de hoogste respons (83%) in Noord-Limburg en de laagste respons (28%) in Rivierenland. Tot besluit van dit hoofdstuk tonen we nog het onderwijsaanbod dat de 827 vestigingen verzorgen. Iedere vestiging heeft zelf opgegeven welke van de drie onderwijstypen (vmbo/havo/vwo, praktijkonderwijs (pro) en internationale schakelklassen (isk)) ze aanbieden. Daarbij waren meerdere antwoorden mogelijk. In Tabel 11 is het totaal aantal vestigingen per arbeidsmarktregio gegeven en het aantal vestigingen dat een specifiek onderwijstype aanbiedt. Dit aantal is ook weergegeven als percentage van het totaal aantal vestigingen in de gemeente. Zo zien we bijvoorbeeld dat 93% van de vestigingen in Zuid-Holland Centraal het onderwijstype vmbo/havo/vwo aanbieden, maar dat dit in FoodValley door maar 64% van de vestigingen wordt aangeboden.
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
15
Tabel 11: Onderwijsaanbod in aantallen vestigingen en als percentage van het totaal aantal vestigingen
totaal arbeidsmarktregio
vmbo/havo/vwo
pro
isk
vest
vest
%
vest
%
vest
%
Groningen
28
20
71%
5
18%
3
11%
Friesland
44
38
86%
4
9%
2
5%
Drenthe
15
12
80%
4
27%
5
33%
Regio Zwolle
22
16
73%
6
27%
1
5%
Twente
29
26
90%
1
3%
3
10%
Noord-Holland Noord
33
27
82%
5
15%
1
3%
Zaanstreek/Waterland
14
13
93%
1
7%
2
14%
Zuid-Kennemerland en IJmond
17
14
82%
2
12%
2
12%
Groot Amsterdam
16
11
69%
4
25%
1
6%
Gooi en Vechtstreek
10
8
80%
1
10%
1
10%
Amsterdam
54
48
89%
7
13%
3
6%
Flevoland
10
8
80%
2
20%
0
0%
Almere
14
10
71%
3
21%
1
7%
Stedendriehoek en Noordwest Veluwe
33
26
79%
4
12%
4
12%
FoodValley
11
7
64%
2
18%
2
18%
Amersfoort
19
15
79%
3
16%
1
5%
Midden-Utrecht
27
23
85%
4
15%
0
0%
Utrecht
16
13
81%
2
13%
1
6%
Holland Rijnland
26
24
92%
0
0%
3
12%
Zuid-Holland Centraal
15
14
93%
1
7%
0
0%
Haaglanden
12
11
92%
1
8%
0
0%
Midden-Holland
14
11
79%
2
14%
1
7%
's-Gravenhage
34
30
88%
4
12%
3
9%
Rijnmond
27
23
85%
4
15%
1
4%
Drechtsteden
20
14
70%
5
25%
2
10%
Gorinchem
9
7
78%
1
11%
1
11%
Rotterdam
48
42
88%
4
8%
3
6%
Rivierenland
5
4
80%
2
40%
0
0%
Rijk van Nijmegen
11
10
91%
0
0%
1
9%
Midden-Gelderland
21
19
90%
2
10%
1
5%
Achterhoek
17
11
65%
4
24%
2
12%
Zeeland
11
7
64%
4
36%
0
0%
West-Brabant
22
18
82%
3
14%
2
9%
Midden-Brabant
17
14
82%
2
12%
1
6%
Noordoost-Brabant
26
20
77%
5
19%
3
12%
Zuidoost-Brabant
14
12
86%
2
14%
1
7%
Helmond-De Peel
15
12
80%
3
20%
1
7%
Noord-Limburg
10
8
80%
2
20%
2
20%
Midden-Limburg
11
9
82%
2
18%
2
18%
Zuid-Limburg
30
23
77%
4
13%
3
10%
totaal
827
678
82%
117
14%
66
8%
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
16
4
Tekorten aan leraren
Dit hoofdstuk beschrijft de tekorten aan leraren. We bespreken in de volgende secties achtereenvolgens een histogram van tekorten, openstaande tekorten en de invulling van verborgen tekorten, de uitsplitsing regulier versus vervanging, de regionale verdeling van tekorten en de tekorten uitgesplitst naar vak en onderwijstype. Tot besluit van deze sectie beschrijven we de samenhang van tekorten met achtergrondkenmerken van vestigingen.
4.1
De mate waarin vestigingen met een verschillend tekort te maken hebben
In een histogram kan worden bekeken welk deel van de vestigingen in een bepaalde tekortcategorie valt. We hebben in Figuur 2 de verdeling van het totale tekort (openstaande en verborgen tekorten, regulier en vervanging) opgenomen. We zien bijvoorbeeld dat 25% van de vestigingen aangeven geen tekort te hebben. Verder rapporteert 2% van de vestigingen een tekort van meer dan 30%. Figuur 2: Histogram van vestigingen over categorieën van tekorten aan leraren 30% 25% 20% 15% 10% 5%
4.2
> 30%
28% - 30%
26% - 28%
24% - 26%
22% - 24%
20% - 22%
18% - 20%
16% - 18%
14% - 16%
12% - 14%
10% - 12%
8% - 10%
6% - 8%
4% - 6%
2% - 4%
0% - 2%
0%
0%
De manier waarop tekorten worden ingevuld
Vestigingen hebben bij de uitvraag aangegeven of ze openstaande vacatures hadden en ook of ze verborgen tekorten hadden, zowel voor reguliere posities als voor vervangingsposities (langer dan 6 weken). Tevens hebben ze aangegeven hoe ze een verborgen tekort momenteel hebben ingevuld. In Tabel 12 zijn de uitsplitsingen in fte weergegeven (zie bijlage A.2 voor een toelichting op de categorieën) voor de 827 responderende vestigingen. Daarbij zijn ook extra kolommen opgenomen waarin het tekort respectievelijk wordt gerelateerd aan het totaal aantal fte verborgen tekorten, het totale tekort in fte en de werkgelegenheid (bij de gemeten vestigingen) in fte.
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
17
Tabel 12: Tekorten aan leraren - invulling aantal vestigingen
827
werkzaam
37.621
werkgelegenheid
39.934
categorie
regulier
totaal
vervanging
totaal
% van verb.
% van totaal
% van werkgel.
1.848
465
2.313
100%
5,8%
- openstaand
692
249
941
41%
2,4%
- verborgen
1.156
216
1.372
100%
59%
3,4%
verborgen, intern ingevuld
808
115
923
67%
40%
2,3%
- bevoegd
176
63
239
17%
10%
0,6%
- onbevoegd/benoembaar11
632
52
684
50%
30%
1,7%
verborgen, extern ingevuld
302
81
384
28%
17%
1,0%
- bevoegd
197
59
256
19%
11%
0,6%
- onbevoegd/benoembaar
106
22
128
9%
6%
0,3%
verborgen, klassen samengevoegd
46
20
65
5%
3%
0,2%
We zien dat de tekorten voor 41% bestaan uit openstaande vacatures en voor 59% uit verborgen tekorten. De verborgen tekorten worden in ongeveer 67% van de gevallen intern ingevuld. Dit gebeurt dan in de meerderheid van de gevallen met een onbevoegde of benoembare. 12 In totaal wordt er in (50% + 9% =) 59% van de gevallen van een verborgen tekort een beroep gedaan op een onbevoegde of benoembare om het tekort op te lossen. Het samenvoegen van klassen wordt in 5% van de gevallen als oplossing voor een tekort ingezet. Als we kijken naar het type positie waarvoor een tekort is, dan gaat het in ongeveer 80% van de gevallen om reguliere posities.
4.3
Tekorten aan regulier personeel versus tekorten vervanging
In deze sectie bekijken we het onderscheid van reguliere tekorten versus tekorten aan vervanging in meer detail. In Tabel 13 is het aantal vestigingen uitgesplitst naar verschillende categorieën, zoals het hebben van alleen reguliere of alleen vervangingstekorten. We zien in die tabel dat relatief veel vestigingen met een tekort in categorie 2 (alleen reguliere tekorten) vallen. Het is uiteraard mogelijk dat een vestiging geen vervangingstekorten heeft. Dat kan gebeuren omdat er geen tekorten vervanging zijn, óf omdat er op de peildatum überhaupt geen sprake was van (langdurige) vervangingen. Tabel 13: Aantal vestigingen per categorie regulier versus vervanging categorie
beschrijving
vestigingen
aandeel
1
geen tekort
205
25%
2
alleen reguliere tekorten
330
40%
3
alleen vervangingstekorten
71
9%
4
reguliere tekorten = vervangingstekorten (>0)
11
1%
5
overig
210
25%
Benoembaar bestaat uit de categorieën andersbevoegd en onderbevoegd, zie ook sectie A.2. Onbevoegd en benoembaar zijn als één geheel bevraagd, zie ook bijlage A.2. Aan de hand van IPTO (Vloet, den Uijl, & Guimarães, 2023) weten we wel dat doorgaans een groot deel van deze groep benoembaar zal zijn. 11 12
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
18
Categorie 4 is wat bijzonderder, maar wel heel klein. Uiteraard is het mogelijk dat vestigingen toevalligerwijs exact hetzelfde tekort hebben regulier als vervanging. Als we echter inzoomen op die vestigingen, valt op dat ze vaak dezelfde categorieën onder regulier en vervanging hebben gevuld. Er kunnen dan drie dingen gebeurd zijn. Scholen ervaren toevalligerwijs dezelfde tekorten voor reguliere posities als voor vervanging, óf ze hebben de tekorten die ze ervaren gelijkelijk verdeeld over regulier en vervanging, óf ze hebben hetzelfde tekort per abuis bij zowel regulier als vervanging ingevuld. Voor dit rapport worden deze vestigingen meegenomen in de resultaten.
4.4
Regionale verdeling van de tekorten
De lerarentekorten zijn in Figuur 3 weergegeven naar arbeidsmarktregio (zie bijlage B voor de onderliggende cijfers en bijlage C voor de arbeidsmarktregioindeling). We zien dat reguliere tekorten zich met name voordoen in Midden-Holland en de Achterhoek. Vervangingstekorten zijn over het algemeen kleiner dan reguliere tekorten. De totale tekorten laten de grootste tekortenproblematiek zien in de Achterhoek en Midden-Holland en de kleinste in Rijk van Nijmegen en Midden-Gelderland. Inzoomen op de relatief hoge tekorten in de Achterhoek laat zien dat deze voornamelijk spelen bij het isk, en dat het isk, vergeleken met andere arbeidsmarktregio’s, in de Achterhoek een relatief groot aandeel in de totale werkgelegenheid van de arbeidsmarktregio heeft, waardoor de hoge isk-tekorten een relatief grote invloed hebben op het totale tekort van arbeidsmarktregio Achterhoek. In de meeste regio’s zijn de reguliere tekorten voor het merendeel (meer dan de helft) verborgen tekorten. In een aantal regio’s is dat niet het geval, met name in de regio Amersfoort en FoodValley, waarbij driekwart van de reguliere tekorten openstaande tekorten zijn, zie Tabel 31 in bijlage B. Figuur 3: Regionale verdeling van lerarentekorten
regulier
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
vervanging
19
Figuur 3 (vervolg): Regionale verdeling van lerarentekorten
totaal
4.5
Tekorten naar vak
Vestigingen die vmbo/havo/vwo aanbieden (82% van het totaal, zie Tabel 11), hebben ook vragen gekregen over de werkende fte’s en tekorten per vak. Daarbij is Tabel 27 in bijlage B gepresenteerd aan de vestigingen en is gevraagd de formatie en tekorten in te delen in de genoemde hoofdvakken en in graadsectoren.13 Deze sectie bespreekt de tekorten naar vak. In Tabel 14 en Tabel 15 zijn respectievelijk de tweedegraads en eerstegraads tekorten per vak opgenomen. In Tabel 16 zijn de totale tekorten per vak opgenomen. Allereerst zien we dat (tweedegraads) Techniek veruit het grootste tekort heeft (10,3%) en Geschiedenis het kleinste (2,2%). De lijst van vakken met de grootste tekorten bevat met name de bekende tekortvakken (in volgorde van aflopend tekort): Techniek, Informatica, Nederlands, de beroepsgerichte vakken vmbo, NASK, Duits, Wiskunde en Maatschappijleer. Merk op dat in het onderhavige onderzoek ook openstaande vacatures en andere vormen van verborgen tekorten zijn gemeten (zie ook sectie A.2). Zo zien we in het IPTO-onderzoek14 bijvoorbeeld dat het vak Duits relatief vaak bevoegd wordt gegeven, maar uit de tekortmeting komt het met 6,8% totaal tekort toch als één van de grotere tekortvakken naar voren. We zien dat het hierbij in bijna de helft van de gevallen gaat om openstaande vacatures.
Verder zien we dat de tekorten aan tweedegraads leraren bij alle vakken behalve NASK hoger zijn dan de tekorten aan eerstegraads leraren. Dit komt overeen met de bevindingen in sectie 4.3 in het IPTO-rapport waarin gerapporteerd wordt dat het percentage onbevoegd gegeven lessen in de tweedegraads sector hoger is dan in de eerstegraads sector.
De eerstegraads sector wordt gevormd door de bovenbouw van havo en vwo, respectievelijk leerjaren 4/5 en 4/5/6. De overige leerjaren en alle leerjaren van het vmbo behoren tot de tweedegraads sector. 14 (Vloet, den Uijl, & Guimarães, 2023) 13
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
20
We zien verder bijvoorbeeld dat het tekort aan leraren Levensbeschouwing, Kunstvakken en Lichamelijke opvoeding15 in de tweedegraads sector ongeveer 6 keer zo hoog is als het tekort in de eerstegraads sector. Bij Geschiedenis en Techniek is het tekort in de tweedegraads sector ongeveer 4,5 keer zo groot als in de eerstegraads sector. Aan de andere kant van het spectrum liggen de vakken Informatica en Economie waarbij het tekort in de tweedegraads sector ongeveer 20% respectievelijk 30% hoger is dan in de eerstegraads sector. Tabel 14: Tekorten aan tweedegraads leraren als percentage van de werkgelegenheid - vak
formatie vak
regulier
vervanging
totaal
werkgel.
werkend
open
verb.
open
verb.
Aardrijkskunde
988
95,8%
1,0%
2,4%
0,5%
0,3%
4,2%
Biologie
1.337
95,7%
1,1%
2,2%
0,5%
0,6%
4,3%
CKV, kunstvakken
1.130
94,1%
2,3%
2,0%
1,2%
0,4%
5,9%
937
90,7%
3,5%
4,1%
0,9%
0,8%
9,3%
Economie (avo)
1.024
94,6%
1,5%
2,8%
0,8%
0,4%
5,4%
Engels
2.282
94,9%
1,5%
2,4%
0,5%
0,7%
5,1%
Frans
783
92,7%
2,3%
3,1%
1,1%
0,8%
7,3%
Geschiedenis
1.065
96,7%
0,9%
1,6%
0,6%
0,2%
3,3%
Informatica
155
89,3%
0,6%
8,3%
0,0%
1,7%
10,7%
Klassieke talen
59
89,3%
2,7%
5,8%
1,7%
0,5%
10,7%
Levensbeschouwing
307
90,7%
4,5%
3,4%
0,9%
0,6%
9,3%
Lichamelijke Opvoeding
963
92,7%
3,2%
1,8%
1,4%
1,0%
7,3%
Maatschappijleer
461
91,6%
2,6%
3,9%
0,6%
1,3%
8,4%
Natuurkunde
579
91,7%
1,9%
5,0%
1,1%
0,4%
8,3%
Natuurkunde/Scheikunde (NASK)
496
91,2%
2,9%
4,6%
0,4%
0,9%
8,8%
Nederlands
2.696
89,1%
3,4%
5,5%
1,0%
1,0%
10,9%
Scheikunde
308
94,3%
1,7%
2,3%
0,6%
1,1%
5,7%
Duits
Techniek (avo)
436
89,5%
2,7%
6,4%
0,7%
0,7%
10,5%
2.698
92,2%
2,0%
3,9%
0,8%
1,2%
7,8%
205
93,5%
2,3%
1,9%
1,4%
1,0%
6,5%
Beroepsgerichte vakken vmbo
1.945
90,8%
2,7%
4,9%
0,9%
0,7%
9,2%
Overige vakken
1.812
96,6%
1,3%
1,1%
0,7%
0,3%
3,4%
totaal
22.667
93,0%
2,1%
3,4%
0,8%
0,7%
7,0%
Wiskunde Gezondheidszorg en Welzijn (avo)
Uit het IPTO-onderzoek komt lichamelijk opvoeding naar voren als het vak met het hoogste bevoegdheidspercentage. In onderhavig onderzoek zien we dat het relatief hoge tweedegraads tekort van 7,3% voornamelijk bestaat uit openstaande vacatures. Tegelijkertijd zien we dat het aantal fte werkgelegenheid in de tweedegraads sector ongeveer de helft is van het aantal fte werkgelegenheid in de eerstegraads sector. Een bevoegdheid voor lichamelijke opvoeding kan behaald worden via een getuigschrift LO. Met dit getuigschrift wordt een eerstegraads bevoegdheid verkregen. Er zijn (recentelijk) geen getuigschriften waarmee een tweedegraads bevoegdheid wordt verkregen. Dit lijkt een indicatie dat vestigingen zich bij het invullen van de uitvraag voor dit vak hebben laten leiden door bevoegdheid in plaats van lestaken die bij de eerste danwel tweedegraads sector behoren. Tijdens de veldwerkperiode is de instructietekst aangepast om dit te verduidelijken. 15
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
21
Tabel 15: Tekorten aan eerstegraads leraren als percentage van de werkgelegenheid - vak
formatie vak
regulier
vervanging
totaal
werkgel.
werkend
open
verb.
open
verb.
Aardrijkskunde
564
97,8%
0,5%
1,2%
0,3%
0,2%
2,2%
Biologie
698
98,1%
0,7%
1,0%
0,2%
0,1%
1,9%
1.094
99,0%
0,6%
0,1%
0,2%
0,1%
1,0%
578
97,1%
0,7%
1,8%
0,2%
0,2%
2,9%
CKV, kunstvakken Duits Economie (avo)
768
95,8%
0,6%
2,4%
0,7%
0,6%
4,2%
Engels
1.066
97,7%
0,8%
0,8%
0,4%
0,4%
2,3%
Frans
524
97,7%
0,5%
1,0%
0,3%
0,4%
2,3%
Geschiedenis
811
99,3%
0,1%
0,4%
0,0%
0,2%
0,7%
Informatica
100
90,9%
0,9%
8,2%
0,0%
0,0%
9,1%
Klassieke talen
412
97,0%
0,6%
2,1%
0,2%
0,2%
3,0%
Levensbeschouwing
198
98,5%
0,7%
0,8%
0,1%
0,0%
1,5%
Lichamelijke Opvoeding
1.853
98,7%
0,4%
0,4%
0,2%
0,2%
1,3%
Maatschappijleer
353
95,9%
1,3%
1,5%
0,3%
0,9%
4,1%
Natuurkunde
531
97,0%
0,2%
2,6%
0,0%
0,1%
3,0%
Natuurkunde/Scheikunde (NASK)
84
90,9%
4,6%
2,2%
2,4%
0,0%
9,1%
Nederlands
1.125
93,6%
1,9%
2,8%
1,0%
0,8%
6,4%
Scheikunde
517
96,6%
1,0%
2,0%
0,1%
0,4%
3,4%
Techniek (avo)
13
97,6%
2,4%
0,0%
0,0%
0,0%
2,4%
1.171
95,9%
1,8%
2,0%
0,2%
0,2%
4,1%
Gezondheidszorg en Welzijn (avo)
9
100,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
Beroepsgerichte vakken vmbo
52
93,5%
5,9%
0,0%
0,6%
0,0%
6,5%
Overige vakken
407
98,6%
0,1%
1,0%
0,2%
0,1%
1,4%
12.930
97,2%
0,8%
1,4%
0,3%
0,3%
2,8%
vervanging
totaal
Wiskunde
totaal
Tabel 16: Tekorten aan leraren als percentage van de werkgelegenheid - vak
formatie vak
regulier
werkgel.
werkend
open
verb.
open
verb.
Aardrijkskunde
1.552
96,5%
0,8%
2,0%
0,5%
0,2%
3,5%
Biologie
2.035
96,5%
0,9%
1,8%
0,4%
0,4%
3,5%
CKV, kunstvakken
2.224
96,5%
1,4%
1,1%
0,7%
0,3%
3,5%
Duits
1.515
93,2%
2,4%
3,2%
0,6%
0,6%
6,8%
Economie (avo)
1.792
95,1%
1,1%
2,6%
0,7%
0,5%
4,9%
Engels
3.348
95,8%
1,2%
1,9%
0,4%
0,6%
4,2%
Frans
1.307
94,7%
1,6%
2,3%
0,8%
0,6%
5,3%
Geschiedenis
1.877
97,8%
0,6%
1,1%
0,3%
0,2%
2,2%
Informatica
255
90,0%
0,7%
8,3%
0,0%
1,1%
10,0%
Klassieke talen
471
96,0%
0,8%
2,6%
0,4%
0,2%
4,0%
Levensbeschouwing
505
93,7%
3,0%
2,4%
0,5%
0,4%
6,3%
2.815
96,7%
1,3%
0,9%
0,6%
0,5%
3,3%
Lichamelijke Opvoeding Maatschappijleer
814
93,5%
2,0%
2,8%
0,5%
1,1%
6,5%
Natuurkunde
1.110
94,2%
1,1%
3,9%
0,6%
0,2%
5,8%
Natuurkunde/Scheikunde (NASK)
580
91,2%
3,1%
4,2%
0,7%
0,8%
8,8%
3.822
90,4%
3,0%
4,7%
1,0%
0,9%
9,6%
Nederlands
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
22
Tabel 16 (vervolg): Tekorten aan leraren als percentage van de werkgelegenheid - vak
formatie vak
regulier
vervanging
totaal
werkgel.
werkend
open
verb.
open
verb.
Scheikunde
825
95,7%
1,2%
2,1%
0,3%
0,7%
4,3%
Techniek (avo)
449
89,7%
2,7%
6,2%
0,6%
0,7%
10,3%
3.869
93,3%
1,9%
3,3%
0,6%
0,9%
6,7%
214
93,7%
2,2%
1,8%
1,3%
1,0%
6,3%
Beroepsgerichte vakken vmbo
1.997
90,9%
2,7%
4,8%
0,9%
0,7%
9,1%
Overige vakken
2.219
97,0%
1,1%
1,1%
0,6%
0,2%
3,0%
totaal
35.597
94,5%
1,7%
2,6%
0,6%
0,6%
5,5%
Wiskunde Gezondheidszorg en Welzijn (avo)
4.6
Tekorten naar onderwijstype
In deze sectie bespreken we de tekorten aan leraren naar onderwijstype. De tekorten zijn weergegeven in Tabel 17 tot en met Tabel 19. De tekorten zijn separaat opgenomen voor reguliere en vervangingstekorten. We zien dat het isk veruit de hoogste reguliere tekorten kent. Dit is voornamelijk gelegen in hoge verborgen tekorten bij dat onderwijstype. Maar ook de openstaande vacatures zijn relatief hoger bij het isk dan bij de andere onderwijstypes. Tabel 17: Reguliere tekorten aan leraren - onderwijstype
fte
% van werkgelegenheid
onderwijstype
werkgel.
open
verb
totaal
open
verb
totaal
vmbo/havo/vwo
35.597
592
937
1.530
1,7%
2,6%
4,3%
praktijkonderwijs (pro)
2.718
36
62
98
1,3%
2,3%
3,6%
internationale schakelklassen (isk)
1.619
64
157
221
3,9%
9,7%
13,6%
totaal
39.934
692 1.156
1.848
1,7%
2,9%
4,6%
Tabel 18: Vervangingstekorten aan leraren - onderwijstype
fte
% van werkgelegenheid
onderwijstype
werkgel.
open
verb
totaal
open
verb
totaal
vmbo/havo/vwo
35.597
220
201
421
0,6%
0,6%
1,2%
praktijkonderwijs (pro)
2.718
21
8
29
0,8%
0,3%
1,1%
internationale schakelklassen (isk)
1.619
9
6
15
0,5%
0,4%
0,9%
totaal
39.934
249
216
465
0,6%
0,5%
1,2%
Tabel 19: Totale tekorten aan leraren - onderwijstype
fte onderwijstype
werkgel.
vmbo/havo/vwo praktijkonderwijs (pro)
open
% van werkgelegenheid verb
totaal
open
verb
totaal
35.597
812 1.139
1.951
2,3%
3,2%
5,5%
2.718
57
69
126
2,1%
2,6%
4,6%
internationale schakelklassen (isk)
1.619
73
163
236
4,5%
10,1%
14,6%
totaal
39.934
941 1.372
2.313
2,4%
3,4%
5,8%
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
23
De openstaande tekorten, de verborgen tekorten en de invulling daarvan zijn per onderwijstype te bekijken in Tabel 20 en Tabel 21, voor respectievelijk tweedegraads en eerstegraads leraren vmbo/havo/vwo, in Tabel 22 voor leraren praktijkonderwijs en in Tabel 23 voor leraren isk. Hoewel het niveau van de verborgen tekorten bij het vmbo/havo/vwo voor de tweedegraads leraren hoger is dan voor de eerstegraads leraren, wordt in beide gevallen 70% van de verborgen tekorten intern ingevuld (zie Tabel 20 en Tabel 21). In een derde van de gevallen met een verborgen tweedegraads tekort (18% + 15% = 33%) wordt een bevoegde leraar ingezet. Bij eerstegraads tekorten wordt in het geval de tekorten extern worden ingevuld vaker een bevoegde leraar ingezet en is (19% + 23% = ) 42% van de verborgen tekorten ingevuld met een bevoegde leraar. In het praktijkonderwijs is de invulling van de tekorten vergelijkbaar met de invulling bij het vmbo/havo/vwo. Daar wordt met 81% een verborgen tekorten iets vaker intern ingevuld en wordt in een derde van de gevallen een verborgen tekort ingevuld door het inzetten van een bevoegde leraar. Bij het isk worden verborgen tekorten veel vaker extern ingevuld, in de helft van de gevallen. Ongeacht of de tekorten intern of extern worden ingevuld, wordt in de helft van de gevallen het tekort ingevuld met een bevoegde leraar.
Tabel 20: Tekorten aan tweedegraads leraren vmbo/havo/vwo - invulling aantal vestigingen
671
werkzaam
21.077
werkgelegenheid
22.667
categorie
regulier
vervanging totaal
Totaal
1.248
342
1.590
100%
7,0%
- openstaand
486
178
665
42%
2,9%
- verborgen
762
163
925
100%
58%
4,1%
verborgen, intern ingevuld
561
85
645
70%
41%
2,8%
- bevoegd
123
39
162
18%
10%
0,7%
- onbevoegd/benoembaar
437
46
483
52%
30%
2,1%
verborgen, extern ingevuld
170
60
230
25%
14%
1,0%
- bevoegd
95
43
138
15%
9%
0,6%
- onbevoegd/benoembaar
76
17
93
10%
6%
0,4%
verborgen, klassen samengevoegd
31
19
49
5%
3%
0,2%
% van verb.
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
% van totaal
% van werkgel.
24
Tabel 21: Tekorten aan eerstegraads leraren vmbo/havo/vwo - invulling aantal vestigingen
465
werkzaam
12.568
werkgelegenheid
12.930
categorie
regulier
vervanging totaal
% van verb.
% van totaal
% van werkgel.
totaal
282
80
361
100%
2,8%
- openstaand
106
41
147
41%
1,1%
- verborgen
176
38
214
100%
59%
1,7%
verborgen, intern ingevuld
128
22
150
70%
42%
1,2%
- bevoegd
23
18
41
19%
11%
0,3%
- onbevoegd/benoembaar
105
4
109
51%
30%
0,8%
verborgen, extern ingevuld
43
15
58
27%
16%
0,4%
- bevoegd
37
12
48
23%
13%
0,4%
- onbevoegd/benoembaar
6
3
10
5%
3%
0,1%
verborgen, klassen samengevoegd
5
1
6
3%
2%
0,0%
vervanging totaal
% van verb.
% van totaal
% van werkgel.
Tabel 22: Tekorten aan leraren praktijkonderwijs - invulling aantal vestigingen
117
werkzaam
2.592
werkgelegenheid
2.718
categorie
regulier
totaal
98
29
126
100%
4,6%
- openstaand
36
21
57
45%
2,1%
- verborgen
62
8
69
100%
55%
2,6%
verborgen, intern ingevuld
51
5
56
81%
44%
2,1%
- bevoegd
13
4
16
23%
13%
0,6%
- onbevoegd/benoembaar
39
2
40
58%
32%
1,5%
verborgen, extern ingevuld
9
3
12
17%
9%
0,4%
- bevoegd
6
1
7
10%
5%
0,2%
- onbevoegd/benoembaar
4
2
5
8%
4%
0,2%
verborgen, klassen samengevoegd
1
0
1
2%
1%
0,0%
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
25
Tabel 23: Tekorten aan leraren internationale schakelklassen - invulling aantal vestigingen
66
werkzaam
1.383
werkgelegenheid
1.619
categorie
regulier
vervanging totaal
% van verb.
% van totaal
% van werkgel.
totaal
221
15
236
100%
14,6%
- openstaand
64
9
73
31%
4,5%
- verborgen
157
6
163
100%
69%
10,1%
verborgen, intern ingevuld
68
3
71
43%
30%
4,4%
- bevoegd
17
2
20
12%
8%
1,2%
- onbevoegd/benoembaar
51
1
51
31%
22%
3,2%
verborgen, extern ingevuld
80
4
83
51%
35%
5,1%
- bevoegd
60
4
63
39%
27%
3,9%
- onbevoegd/benoembaar
20
0
20
12%
9%
1,2%
verborgen, klassen samengevoegd
9
0
9
6%
4%
0,6%
4.7
Samenhang van de tekorten met achtergrondvariabelen
In deze sectie beschrijven we een beknopte regressieanalyse van het tekort aan leraren vmbo/havo/ vwo (totaal van openstaand en verborgen, regulier en vervanging) op een aantal verklarende variabelen. Bij een regressieanalyse wordt bepaald wat het verband is tussen een variabele die we proberen te verklaren (het lerarentekort) en mogelijke verklarende variabelen. Hierbij worden verbanden met alle verklarende variabelen tegelijk bekeken, in tegenstelling tot verbanden met steeds één specifieke variabele zoals in de secties hiervoor. Met een regressieanalyse kan niet bepaald worden wát oorzaak en wát gevolg is, alleen of er al dan niet een statistisch significant verband is en wat de sterkte van het verband is. Omdat de dataverzameling op vestigingsniveau heeft plaatsgevonden, kunnen we aanvullende gegevens over de vestigingen toevoegen. Deze zijn aangeleverd door DUO. Alle voor de regressieanalyse gebruikte variabelen zijn opgenomen in Tabel 24. Als observaties worden alle vestigingen meegenomen die in ieder geval vmbo/havo/vwo aanbieden. De variabele die we proberen te verklaren is het lerarentekort specifiek voor het vmbo/havo/vwo. Er zijn te weinig vestigingen die praktijkonderwijs en/of isk aanbieden om specifiek daarvoor verbanden aan te kunnen tonen. Tabel 24: Achtergrondgegevens vestigingen variabele
beschrijving
arbeidsmarktregio
de arbeidsmarktregio waar de vestiging staat op basis van postcode en huisnummer
aantal vestigingen
het aantal vestigingen dat het bestuur van de vestiging heeft
eenpitter
de vestiging is onderdeel van een bestuur met maar één vestiging (aantal vestigingen = 1)
praktijkonderwijs
biedt de vestiging ook praktijkonderwijs (pro) aan?
isk
biedt de vestiging ook internationale schakelklassen (isk) aan?
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
26
Tabel 24 (vervolg): Achtergrondgegevens vestigingen variabele
beschrijving
aantal leerlingen
het aantal leerlingen op de vestiging
verzuimpercentage
het verzuimpercentage van de vestiging
leerling-leraarratio+
het aantal leerlingen per fte leraar
aandeel <45+
het aandeel 45-minners onder leraren, gewogen met fte
aandeel ≥55+
het aandeel 55-plussers onder leraren, gewogen met fte
aandeel vast+
het aandeel vaste aanstellingen onder leraren, gewogen met fte
aandeel <0,5 fte+
aandeel aanstellingen leraren met omvang < 0,5 fte, gewogen met fte
aandeel 0,5-0,8 fte+
aandeel aanstellingen leraren met omvang 0,5 tot 0,8 fte, gewogen met fte
gemiddelde leeftijd+
de gemiddelde leeftijd van leraren
achterstandsscore
gemiddelde achterstandsscore per leerling,16 peildatum 1 oktober 2021, zoals deze door het CBS berekend zijn
+wordt alleen per 1 oktober van ieder jaar gemeten
We proberen de omvang van het tekort ten opzichte van de werkgelegenheid (het tekortpercentage) te verklaren met een regressiemodel. Statistische pakketten kunnen vervolgens de parameters schatten (met de OLS-schatter) zodanig dat de omvang van het tekort zo goed mogelijk benaderd wordt door een combinatie van de opgegeven variabelen. Daarnaast kan statistisch getoetst worden of een bepaalde variabele een significante bijdrage levert aan de verklaring van de omvang van het tekort. We zijn begonnen met een model met daarin alle genoemde variabelen. Met behulp van statistische toetsen hebben we dat model uitgedund tot een model dat alleen nog statistisch significante variabelen bevat.17 Bij de categorische variabele arbeidsmarktregio wordt alleen getoetst of deze als geheel een significante bijdrage leverden. Deze variabele viel hierbij af. We komen vervolgens op de schattingsresultaten zoals weergegeven in Tabel 25. Het gehanteerde model verklaart ongeveer 16% van de variantie in de te verklaren variabele (het tekortpercentage). Daarmee blijft er dus ongeveer 84% van de variantie over waar dit model en de beschikbare data geen verklaring voor kunnen geven.18 Tabel 25: Schattingsresultaten variabele
waarde
aantal leerlingen
-0.001*
achterstandsscore per leerling
10.864**
verzuimpercentage
0.397*
constante
1.988
+ basiscategorie, * significant op 5%, ** significant op 1% betrouwbaarheid
Tabel 25 laat zich als volgt lezen. Neem twee vestigingen in gedachten die nagenoeg identiek zijn, op één kenmerk na. Het verschil in het tekortpercentage (uitgedrukt als percentage) is dan zoveel hoger, Het CBS berekent de achterstandsscore van een leerling als het verschil tussen de landelijke gemiddelde onderwijsscore en de verwachte onderwijsscore van de leerling op basis van omgevingskenmerken. We nemen de gemiddelde achterstandsscore per leerling van een vestiging mee in de analyse. De omgevingskenmerken die zijn meegenomen zijn het opleidingsniveau van de vader, het opleidingsniveau van de moeder, de herkomst van de ouders, de verblijfsduur in Nederland van de moeder, en of de ouders in de schuldsanering zitten. 17 Dit betekent niet dat er geen verband tussen afgevallen variabelen en het tekort kan zijn. Een verband is met de beschikbare data echter niet statistisch significant aantoonbaar. 18 Variabelen als het imago van de vestiging, de werksfeer en de kwaliteit van de schoolleiding zullen ook van invloed zijn op de tekorten. Daarvan zijn echter geen gegevens beschikbaar. 16
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
27
of lager, als het verschil tussen de vestigingen, vermenigvuldigd met de geschatte parameter voor dat kenmerk. We zullen dit nader toelichten met een voorbeeld. Stel dat de vestigingen in het gedachtenexperiment identiek zijn, maar de eerste heeft een verzuimpercentage van 5% en de tweede van 10%. Dan is het tekortpercentage op de tweede vestiging naar verwachting ongeveer (0,397 x (10% - 5%) =) 2%-punt hoger dan op de eerste vestiging. In Tabel 25 zijn ook sterren opgenomen. Deze geven aan of de parameter statistisch significant afwijkt van 0, en dus een statistisch significante bijdrage levert aan het verklaren van het tekortpercentage. Hierbij geldt: hoe meer sterren een parameter heeft, hoe meer betrouwbaar we kunnen zeggen dat de parameter statistisch significant is in de verklaring van het tekortpercentage. Dankzij de aanvullende achtergrondgegevens zijn nu een paar extra verbanden zichtbaar die in eerdere secties niet belicht zijn. Belangrijk is in dit verband echter wel op te merken dat er uit deze analyse geen één specifieke oorzaak van een tekort kan worden aangewezen. Het is juist het samenspel van de verschillende factoren en hun weging zoals opgenomen in Tabel 25 dat het lerarentekort verklaart.
1) De achterstandsscore heeft een toenemende invloed op het tekort: als de gemiddelde achterstandsscore per leerling met 0,1 stijgt, dan stijgt het tekortpercentage met ongeveer 1,1 procentpunt. Vestigingen met een hogere achterstandsscore lijken over het algemeen dus lastiger leraren te kunnen vinden, wellicht omdat ze als minder aantrekkelijk worden ervaren. 2) Het verzuimpercentage heeft een toenemende invloed op het tekort: als het verzuimpercentage met 1%-punt stijgt, dan stijgt het tekortpercentage met ongeveer 0,40%-punt. Daarbij merken we nogmaals op dat met de beschikbare informatie geen oorzaak en gevolg kunnen worden onderscheiden. Het zou dus kunnen dat het tekort toeneemt omdat er meer (langer) verzuim is, maar ook dat het verzuim toeneemt omdat er een hoger tekort is, en daardoor bijvoorbeeld een hogere werkdruk. 3) Het aantal leerlingen op een vestiging heeft een afnemende invloed op het tekort: als het aantal leerlingen met 100 stijgt, dan daalt het tekortpercentage met ongeveer 0,1 procentpunt. Kleinere vestigingen lijken over het algemeen dus lastiger leraren te kunnen vinden.
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
28
5
Tekorten aan schoolleiding
De vestigingen zijn ook bevraagd over eventuele tekorten aan schoolleiding (zie ook bijlage A.2). De vragen waren hierbij minder uitgebreid en (uiteraard) niet uitgesplitst naar onderwijstype, vak of graadsector. De gegevens zijn samengevat in Tabel 26. Bij een vergelijking met Tabel 12 op pagina 18 zien we dat de tekorten aan schoolleiding iets lager zijn dan de tekorten aan leraren. De tekorten bestaan in ruim een derde van de gevallen uit openstaande vacatures en in bijna twee derde van de gevallen uit verborgen tekorten. De verborgen tekorten zijn voornamelijk extern ingevuld. Tabel 26: Tekorten aan schoolleiding
werkzaam
3.217
werkgelegenheid
3.363 regulier
vervanging
totaal
totaal
110
36
- openstaand
49
- verborgen
61
> intern ingevuld
14
> extern ingevuld
47
% van verb.
% van totaal
% van werkgel.
146
100%
4,3%
6
54
37%
1,6%
30
91
100%
63%
2,7%
11
25
27%
17%
0,7%
20
66
73%
45%
2,0%
In Figuur 4 zijn de tekorten aan schoolleiding naar arbeidsmarktregio weergegeven. De onderliggende cijfers zijn opgenomen in Tabel 32 in bijlage B. We zien dat 7 arbeidsmarktregio’s geen tekorten aan schoolleiding ervaren, terwijl Flevoland (30,8%) en Amersfoort (13,9%) zeer grote tekorten aan schoolleiding ervaren. Bij Flevoland maken we wel de kanttekening dat de respons in die arbeidsmarktregio laag was (zie hoofdstuk 3). Figuur 4: Regionale verdeling van tekorten aan schoolleiding
regulier
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
vervanging
29
Figuur 4 (vervolg): Regionale verdeling van tekorten aan schoolleiding
totaal
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
30
Bibliografie Adriaens, H., & de Vos, K. (2023). De toekomstige arbeidsmarkt voor onderwijspersoneel po, vo en mbo 2023-2033. Tilburg: Centerdata. Adriaens, H., Elshout, M., & Elshout, S. (2022a). Personeelstekorten primair onderwijs - peildatum 1 oktober 2022. Tilburg: Centerdata. Adriaens, H., Elshout, M., & Elshout, S. (2022b). Personeelstekorten voortgezet onderwijs - peildatum 1 oktober 2022. Tilburg: Centerdata. Vloet, A., den Uijl, M., & Guimarães, J. (2023). IPTO: vakken en bevoegdheden in het vo - peildatum 1 oktober 2022. Tilburg: Centerdata.
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
31
Bijlagen
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
32
A
Onderzoeksverantwoording
Deze bijlage licht de methode van dataverzameling toe. Daarbij bespreken we de methode in het algemeen (sectie A.1), de details van de inhoud van de uitvraag (sectie A.2) en tot slot, het verloop van het veldwerk van de meting met peildatum 1 oktober 2023 (sectie A.3).
A.1
Methode algemeen
De personeelstekorten worden gemeten via een online vragenlijst. Centerdata ontvangt e-mailadressen van vestigingen (zie ook sectie A.3.1) en schoolbesturen van DUO, maar deze bevatten veel onvolkomenheden. In onze aanpak is daarom veel aandacht voor het achterhalen van de juiste emailadressen om vestigingen daadwerkelijk te kunnen bereiken voor het onderzoek. Voor aanvang van de tekortmeting ontvangen besturen een vooraankondiging van het onderzoek met een overzicht van de vestigingen die uitgenodigd zullen worden en per vestiging het e-mailadres waar de uitnodiging naartoe gestuurd zal worden. Besturen hebben de mogelijkheid om deze e-mailadressen (en het emailadres van het bestuur) aan te passen. Bij aanpassingen wordt communicatie over het onderzoek naar het gewijzigde e-mailadres gestuurd. Ongeveer twee derde van de besturen nam deel aan deze e-mailcontrole. Tijdens de dataverzameling (zowel de e-mailverzameling als de daadwerkelijke tekortmeting) worden bovendien alle e-mailadressen waarvan de mail onbestelbaar retour komt (bouncers) geregistreerd, waarna besturen worden gecontacteerd met de vraag om alsnog de juiste e-mailadressen te leveren. Wanneer dit niet gebeurt, zoekt Centerdata de e-mailadressen op via websites van de vestigingen. Als de verzameling van e-mailadressen is afgerond, begint de eigenlijke tekortmeting.
Schoolbesturen ontvangen als eerste een uitnodigingsmail van Centerdata met daarin een link naar hun persoonlijke pagina. Op die pagina is informatie over het onderzoek te vinden en kan het bestuur per vestiging een unieke link vinden naar de uitvraag voor die vestiging. Deze link kan het bestuur vervolgens doorsturen naar de vestiging met de vraag om de uitvraag in te vullen. Om het voor besturen makkelijker te maken, zijn ook per vestiging links beschikbaar om direct automatisch een e-mailbericht op te stellen met daarin een voorbeeldtekst en de link. Op de persoonlijke pagina kunnen schoolbesturen ook bijhouden welke vestigingen de uitvraag nog niet hebben ingevuld om zo gericht herinneringsmails te kunnen sturen. Vestigingen worden zowel via de schoolbesturen als rechtstreeks door Centerdata benaderd (voor het geval een schoolbestuur inactief blijft). Zo ontvangen vestigingen toch hun link naar de uitvraag als een schoolbestuur inactief blijft. Als vestigingen klaar zijn met het invullen van de uitvraag, krijgen schoolbesturen een signaal en kan het schoolbestuur de antwoorden van de vestiging controleren en eventueel aanpassen. 19 Deze controle is vrijblijvend. De data van de vestigingen komen automatisch in de beveiligde omgeving van Centerdata terecht.
Na afloop van de dataverzameling ontvangen schoolbesturen een terugkoppeling op hun persoonlijke pagina met data van de eigen vestigingen die hebben deelgenomen en totalen over de tekorten voor het schoolbestuur.
19
Ook als het schoolbestuur de controle niet uitvoert, worden de gegevens van de vestigingen in de analyses meegenomen.
Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2023
33
A.2
Inhoud van de uitvraag
Aan het begin van de uitvraag krijgen vestigingen achtergrondinformatie over het onderzoek, specifieke instructies (bijvoorbeeld dat kortdurende vervangingen van maximaal 6 weken niet meegeteld moeten worden) en worden enkele begrippen gedefinieerd (zie Kader 2). Daarnaast wordt de peildatum vermeld en om welke vestiging het gaat. Er wordt herhaald dat de uitvraag enkel voor de genoemde vestiging ingevuld moet worden. Kader 2: Begrippen in de toelichting van de uitvraag Een tekort telt pas als een tekort (verborgen of niet) wanneer je er per direct een bevoegde leraar voor zou willen aannemen. Scholen die duurzaam hebben gekozen voor een andere organisatievorm die wettelijk is toegestaan tellen deze inzet niet als tekort. Het inzetten van een niet wettelijk toegestane oplossing, zoals een onbevoegde leraar, telt dus altijd als een tekort. Verborgen tekorten zijn tekorten (bij reguliere posities of vervangingen) waarvoor uit nood een (tijdelijke) alternatieve oplossing is gevonden, omdat er geen geschikte bevoegde leraar beschikbaar was. Onder 'schoolleiding' verstaan we personeel dat onderwijskundig en/of organisatorisch leiding geeft, tevens personele verantwoordelijkheid draagt in school en valt onder de Fuwasys salarisschalen 11 t/m 16 of schaal LB, LC of LD.
In de uitvraag komen de volgende onderwerpen aan bod: •