CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Nulmeting Amsterdams Stagepact MBO.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 2 juli 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief omtrent de voortgang van het Amsterdams Stagepact MBO (VN2025-008935)22.262 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

NULMETING AMSTERDAMS STAGEPACT MBO STAND VAN ZAKEN OP DE VIER KERNAMBITIES RAPPORT

AUTEURS TYAS PREVOO, HARRIËT PRINS, JULIA DE GROOT IN OPDRACHT VAN GEMEENTE AMSTERDAM AMSTERDAM, JUNI 2025

NULMETING AMSTERDAMS STAGEPACT MBO

2

Hoofdbevindingen per ambitie Hoe stond Amsterdam ervoor op de vier kernambities bij de start van het Amsterdams Stagepact MBO in april 2024? Er lijkt ruimte voor verbetering in de stagevoorbereiding en -begeleiding van Amsterdamse mbo-studenten. Een stagevergoeding is nog lang niet altijd vanzelfsprekend. Het monitoren van stagediscriminatie is lastig, maar er wordt ingezet op meldpunten en maatregelen ter voorkoming ervan. Het Amsterdams Stagepact MBO heeft vier kernambities: voldoende passende stageplekken, betere stagevoorbereiding en -begeleiding, een passende stagevergoeding, en het uitbannen van stagediscriminatie. Dit rapport laat op basis van een analyse van secundaire data zien hoe het bij de start van het pact – april 2024 – gesteld is met deze ambities. In aanvulling hierop is – begin 2025 – onder deelnemende bedrijven een vragenlijst uitgezet en is met verschillende stakeholders gereflecteerd op de stand van zaken. Hieronder worden enkele overkoepelende bevindingen en aandachtspunten voor elk van de vier ambities benoemd.

Ambitie 1: voldoende passende stageplekken De meerderheid van alle Amsterdamse mbo bol-studenten loopt in een gegeven schooljaar minimaal één stage. Voor 2023/2024 geldt dat voor twee op de drie van alle ingeschreven Amsterdamse studenten. Dit aandeel verschilt sterk tussen sectoren en – daarbinnen – tussen studenten. Het aandeel studenten met een stage in 2023/2024 is relatief laag in de sectoren ICT en Creatieve Industrie (46%) en Zakelijke Dienstverlening en Veiligheid (54%). Het aandeel studenten met een niet-Nederlandse herkomst dat een stage heeft ligt vier tot zes procentpunt lager dan onder studenten met een Nederlandse herkomst, na rekening te houden met niveau en sector van de eigen opleiding en met verschillen in inkomen en opleiding van ouders. Over de passendheid van de stage zijn praktijkopleiders over het algemeen tevreden. Hierin zijn geen grote of structurele verschillen naar opleidingsniveau of sector te zien. Uit de vragenlijst onder deelnemende Amsterdamse bedrijven weten we dat een afwijzing van een solliciterende student voornamelijk komt doordat een stageplek niet meer beschikbaar is. Geruststellend is dat de houding, leerwensen of competenties, of dat een student wel of niet bij het bedrijf past, zelden een reden is om een student af te wijzen.

Vanuit het perspectief van Amsterdamse studenten zijn echter geen goede indicatoren voorhanden over hoe (passend) zij het stageaanbod vinden. Ook in de reflectiegesprekken zien we grote verschillen tussen studenten en tussen bedrijven in de mate waarin het lukt een stage te vinden of (alle solliciterende) studenten een stage te geven. Ook verschillen zij onderling van mening over de mate waarin de student zelf of de opleiding verantwoordelijk is voor het succesvol vinden van een passende stageplek. Twee specifieke aandachtspunten die naar voren komen zijn dat het stageaanbod op Stagemarkt.nl lang niet altijd up-to-date is en dat de vraag om een stageplek vaak pas op een (te) laat moment bij een bedrijf binnenkomt.

Ambitie 2: verbeteren van stagevoorbereiding en -begeleiding Praktijkopleiders van Amsterdamse bedrijven zijn over het algemeen ook tevreden over de voorbereiding op de stage vanuit de opleiding. Dit geldt zowel voor de voorbereiding van de student als de voorbereiding van henzelf; het grootste deel van de bedrijven geeft aan dat zowel het doel van de bpv als hun taken en verantwoordelijkheden

NULMETING AMSTERDAMS STAGEPACT MBO

3

omtrent de stage vooraf duidelijk waren. Zij zijn daarentegen minder vaak positief over de begeleiding van de student vanuit de opleiding tijdens de stage. Ook geeft één op de zes praktijkopleiders aan dat er tijdens de stage te weinig contact was met de opleiding. Dit komt overeen met het perspectief van de studenten zelf. In de tevredenheidsenquête van ROC van Amsterdam geeft een ruime meerderheid van de studenten aan tevreden te zijn met de begeleiding vanuit het leerbedrijf (59%), maar minder dan de helft van de studenten is tevreden met de voorbereiding (46%) en begeleiding (47%) vanuit hun opleiding. De tevredenheid met voorbereiding en begeleiding is wel hoger dan de landelijke percentages die uit de JOB Monitor 2024 naar voren komen. Landelijk is 39% tevreden met de voorbereiding en 36% met de begeleiding vanuit de opleiding. Wel dient hierbij opgemerkt te worden dat de antwoordopties licht verschillen tussen beide vragenlijsten, wat mogelijk bijdraagt aan dit verschil. Zowel studenten als bedrijven geven in de reflectiegesprekken aan dat de stagevoorbereiding en -begeleiding vanuit de opleiding soms tekortschiet. Sommige studenten geven aan wekelijks lessen te krijgen die hen voorbereiden op het vinden en/of volgen van een stage. Anderen hebben het gevoel aan hun lot overgelaten te worden.

Zowel studenten als bedrijven geven aan dat versterking van het contact tussen opleiding en bedrijf behulpzaam kan zijn in een positieve stage-ervaring voor zowel student als leerbedrijf.

Ambitie 3: een passende stagevergoeding De aan het stagepact deelnemende Amsterdamse bedrijven geven vrijwel unaniem aan een stagevergoeding te bieden. Over alle Amsterdams mbo-stagiairs zien we echter dat zes op tien geen stagevergoeding ontvangt. Dit aandeel – evenals de hoogte van de vergoeding – verschilt sterk tussen sectoren en tussen studenten met verschillende achtergrondkenmerken. Van de groep Amsterdamse studenten die een stage liep in maart 2024 ontving vier op de tien een stagevergoeding. Dit betekent dat meer dan de helft (61%) van de studenten die een stage loopt géén stagevergoeding ontvangt. Ook verschilt de hoogte van de vergoeding sterk: een kwart van de studenten verdient tot €1.96 per uur, terwijl eveneens een kwart €4.23 of meer verdient. De mediaan vergoeding is €3.11 per uur. In de sector Handel ontvangt een relatief hoog deel géén vergoeding; dit geldt voor zeven op de tien stagiairs. Daarnaast is ook de vergoeding in deze sector het laagst (mediaan van €1.79 per uur). In Zakelijke Dienstverlening en Veiligheid is het vaakst sprake van betaalde stages (56% van alle stagiairs). De hoogste vergoeding krijgen stagiairs in de sector Voedsel, Groen en Gastvrijheid (€4.18 per uur). Daarnaast zien we nog op een aantal andere gebieden verschillen in de frequentie en hoogte van de vergoeding.

Zo krijgen niveau 1/2 stagiairs minder vaak stagevergoeding dan niveau 3/4 stagiairs (29% vs 42%), maar ligt de hoogte van de vergoeding bij niveau 1/2 dan wel hoger (mediaan van €3.52 vs €3.01 per uur). Na correctie voor niveau en sector van de eigen opleiding en verschillen in inkomen op opleiding van ouders zien we ook verschillen naar geslacht en herkomst. Vrouwelijke studenten hebben bijna tien procentpunt vaker een stage die betaald is, maar die vergoeding is gemiddeld wel ongeveer tien procent lager dan de stagevergoeding die mannelijke studenten gemiddeld ontvangen. Studenten met een niet-Nederlandse herkomst hebben iets minder vaak een stage die betaald is (bijna twee procentpunt lager), en die vergoeding per uur ligt gemiddeld bijna negen procent lager dan bij de studenten met een Nederlandse herkomst.

NULMETING AMSTERDAMS STAGEPACT MBO

4

Ambitie 4: uitbannen van stagediscriminatie Er zijn geen harde data voorhanden om in beeld te brengen en te monitoren hoe vaak en in welke situaties sprake is van stagediscriminatie. Het is wel bekend welk aandeel studenten zich veilig voelt op het leerbedrijf. Driekwart van de studenten geeft aan zich veilig te voelen op het leerbedrijf. Dit percentage is nagenoeg gelijk in alle onderwijsniveaus en -sectoren. Een kleine groep studenten (7%) geeft aan zich onveilig te voelen. Dit aandeel is het laagst in de sector Techniek en Gebouwde Omgeving (4%). In de sector Zakelijke dienstverlening is dit aandeel met 9% daarentegen juist hoger dan in de andere sectoren. Hoeveel studenten tijdens het zoeken of lopen van een stage discriminatie ervaren is echter niet bekend. Van deelnemende bedrijven weten we wel of en welke (voorzorgs)maatregelen zij treffen om discriminatie te voorkomen en adresseren. Nagenoeg alle responderende deelnemende Amsterdamse bedrijven hebben een vertrouwenspersoon, aanspreekpunt en/of meldpunt, maar vaak is niet bekend of er afgelopen jaar meldingen van discriminatie zijn geweest. Meer dan de helft van de responderende bedrijven heeft specifieke maatregelen tegen discriminatie bij werving en selectie, en twee op drie heeft maatregelen tegen discriminatie op de werkvloer.

Een aandachtspunt die uit de reflectiegesprekken met studenten en bedrijven naar voren komt is de vindbaarheid en toegankelijkheid van een meldpunt. Niet alle studenten weten waar zij terecht kunnen om een melding te doen van ervaren discriminatie, en als ze dat wel weten, voelen zij zich niet vrij of veilig genoeg om in het geval dat nodig zou zijn ook een melding te doen. Bedrijven geven ook aan wel een vertrouwenspersoon en/of meldpunt te hebben, maar geen zicht te hebben op het aantal of de aard van de meldingen die binnenkomen.

Inhoudsopgave Hoofdbevindingen per ambitie

2

Inhoudsopgave

5

1

Aanleiding en onderzoeksopzet

6

1.1 1.2 1.3

6 7 8

2

3

4

5

6

Aanleiding en onderzoeksvraag Onderzoeksopzet Leeswijzer

Ambitie 1: voldoende passende stageplekken

10

2.1 2.2 2.3 2.4

12 13 14 16

SBB: totaal aantal leerbedrijven, BPV-overeenkomsten en stageknelpunten CBS Microdata: percentage studenten met een BPV-overeenkomst Praktijkopleiders: passendheid van de stage Amsterdamse leerbedrijven: aantal stagiairs en redenen voor afwijzing

Ambitie 2: verbeteren stagevoorbereiding en -begeleiding

18

3.1 3.2

19 22

Het perspectief van studenten: tevredenheid met de voorbereiding en begeleiding Het perspectief van praktijkopleiders: tevredenheid met stagebegeleiding en contact

Ambitie 3: een passende stagevergoeding

26

4.1 4.2

27 29

CBS Microdata: vergoeding uit stage Amsterdamse bedrijven: onkostenvergoeding en/of stagevergoeding

Ambitie 4: uitbannen van stagediscriminatie

30

5.1 5.2

31 32

Het perspectief van studenten: veiligheid op de stageplek Amsterdamse leerbedrijven: het aanpakken van stagediscriminatie

Aandachtspunten uit nulmeting

35

6.1 6.2 6.3

35 36 37

Aandachtspunten uit secundaire data-analyse Aandachtspunten voor toekomstige data(verzameling) Aandachtspunten uit reflectiegesprekken met stuurgroep, studenten en bedrijven

Bijlage A Gebruikte bronnen en indicatoren Bijlage A.1 Bijlage A.2 Bijlage A.3 Bijlage A.4 Bijlage A.5 Bijlage A.6

JOB Monitor 2024 Studenttevredenheidsonderzoek (STO) ROCvA SBB BPV-monitor SBB Dashboard Stages en leerbanen SBB data stageknelpunten Analyse BPV-overeenkomsten in CBS Microdata

40 40 40 41 41 42 42

Bijlage B Totaalbeeld over alle secundaire data

43

Bijlage C Stage(vergoeding) 1 -jaars studenten

45

Bijlage D Verklarende analyses CBS

47

Bijlage E Vragenlijst deelnemende bedrijven

49

e

Bijlage E.1 Bijlage E.2

Integrale vragenlijst Antwoorden rondom selectie en matching

49 52

NULMETING AMSTERDAMS STAGEPACT MBO

1

6

Aanleiding en onderzoeksopzet

Het Amsterdams Stagepact MBO heeft vier kernambities: voldoende passende stageplekken, verbeteren stagevoorbereiding en -begeleiding, passende stagevergoeding, en het uitbannen van stagediscriminatie. De gemeente wil graag weten hoe het bij de start van het pact gesteld was met deze ambities.

1.1 Aanleiding en onderzoeksvraag Leren in de praktijk via stages is een onmisbaar onderdeel van het mbo-onderwijs. Voor veel mbo-studenten is het de eerste kennismaking met de arbeidsmarkt. Het is daarom van groot belang dat mbo-studenten een passende stage volgen, met goede begeleiding. Helaas is dat nog te vaak niet het geval. Het vinden van een stageplek is voor studenten met een migratieachtergrond bijvoorbeeld lastiger dan voor studenten zonder migratieachtergrond. 1 Uit onderzoek blijk dat (fictieve) stagesollicitanten met een migratieachtergrond een kleinere kans hebben op een positieve reactie (callback) dan vergelijkbare (fictieve) sollicitanten zonder migratieachtergrond. 2 Uit ander onderzoek komt naar voren dat 15 procent van de studenten in het mbo met een functiebeperking stagediscriminatie heeft ervaren vanwege deze beperking. 3 Ook een stage- of onkostenvergoeding is lang niet vanzelfsprekend: landelijk geeft bijna de helft van de bol-studenten aan geen onkostenvergoeding te hebben ontvangen tijdens hun stage/bpv 4, en uit landelijke analyses van loongegevens door CBS blijkt dat ook minder dan de helft van de bol-studenten een stagevergoeding ontvangt.5 Zowel landelijk als in Amsterdam zijn afspraken gemaakt over het verbeteren van het stagebeleid in het mbo.

Deze afspraken zijn gebundeld in het (landelijk) Stagepact MBO 2023-20276 en het Amsterdams Stagepact MBO.

Amsterdams Stagepact MBO Op 9 april 2024 heeft de gemeente Amsterdam het Amsterdams Stagepact MBO ondertekend samen met mboinstellingen in Amsterdam, SBB (Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven) en inmiddels meer dan honderd bedrijven. 7 Het Amsterdams Stagepact MBO is de eerste regionale samenwerking die de vier belangrijkste doelen van het landelijke MBO Stagepact concreet maakt. 1

2

3

4 5 6

7

Bles, P & Meng, C (2018). MBO Stages en de migratieachtergrond van studenten. ROA. ROA Fact Sheets No. 017 https://doi.org/10.26481/umarof.2018017. Andriessen, I., Rooijen, van, M., Day, M., Berg, van den, A., Mienis, E. en Verweij, N (2021). Ongelijke kansen op de stagemarkt. Onderzoek naar objectief vastgestelde en ervaren stagediscriminatie in het mbo in Utrecht. Utrecht: Verwey Jonker Instituut. Scheeren, L, B. Bremer, R. Kennis, K. Beurskens, J. Cuppen, M. Hendrix, E. Luyten (2024). Onderzoek naar stagediscriminatie van studenten met een functiebeperking in het mbo en hoger onderwijs. JOB-monitor 2024. https://www.jobmbo.nl/monitor/ CBS (2025) Stages en banen van studenten in het mbo en ho op detailniveau, 2023/’24 Rijksoverheid (2023) Stagepact MBO 2023-2027. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/02/14/stagepact-mbo. Elk thema in het stagepact is uitgewerkt in doelstellingen, concrete maatregelen en indicatoren. Instellingen geven in een kwaliteitsagenda aan welke maatregelen zij gaan nemen, hoe ze er voorstaan op de indicatoren en welke uitkomsten ze nastreven voor 2027. Inmiddels is de nulmeting uitgevoerd, waarbij SEO de nulmeting en monitoring van het Stagepact en prioriteit 2 van de Werkagenda (overgang onderwijs-arbeidsmarkt) leidt.

Op het moment van voorbereiding van de vragenlijst onder deelnemende bedrijven (december 2024) was het aantal deelnemende bedrijven 83.

NULMETING AMSTERDAMS STAGEPACT MBO

7

Het Amsterdams Stagepact MBO streeft ernaar dat in 2027 elke mbo-student in Amsterdam toegang heeft tot een passende stage, met kwalitatieve begeleiding en een eerlijke stagevergoeding. Het stagepact is daarom gericht op vier kernambities: 1. voldoende passende stageplekken 2. verbeteren stagevoorbereiding en -begeleiding 3. een passende stagevergoeding 4. het uitbannen van stagediscriminatie In de uitwerking van het Amsterdams Stagepact MBO worden de vier ambities vertaald in specifieke acties: zoals het flexibeler organiseren van meer stages, betere voorbereiding op stages en betere begeleiding tijdens stages, het vaststellen van en handhaven op een sociale norm rondom stagediscriminatie en het betalen van eerlijke stagevergoedingen waarbij geen onderscheid wordt gemaakt op opleidingsniveau. Ook wordt er binnen het Amsterdams Stagepact MBO gewerkt aan diverse specifieke projecten die zullen bijdragen aan één of meer van de kernambities. Voorbeelden hiervan zijn het organiseren van verschillende sectortafels en het ontwikkelen en aanbieden van fit-to-receive trainingen voor bedrijven en fit-to-work trainingen voor studenten. In een latere fase zullen er meer projecten volgen, waaronder een experiment objectieve matching en selectie en verbetering van het meldproces bij stagediscriminatie.

Onderzoeksvraag De gemeente Amsterdam wil inzicht krijgen in hoeverre en op welke manier het stagepact bijdraagt aan de vier ambities van het Amsterdam Stagepact. De hoofdvraag voor dit onderzoek – dat als nulmeting dient – luidt: Wat is nu de beginsituatie van de vier ambities van het Amsterdams Stagepact MBO? Daaronder liggen de volgende vier deelvragen: 1. Hoe wordt de beschikbaarheid van stageplekken ervaren (in Amsterdam)? 2. Wat zijn de huidige ervaringen en verwachtingen omtrent de kwaliteit van stagebegeleiding in Amsterdam? 3. Welke variaties bestaan er in de stagevergoedingen die stagiairs ontvangen en hoe worden deze ervaren? 4. Wat zijn de huidige ervaringen en percepties van stagediscriminatie in Amsterdam?

1.2 Onderzoeksopzet De opzet van het onderzoek is erop gericht om een betrouwbaar beeld te geven van bovenstaande onderzoeksvragen op een manier die een zo laag mogelijke onderzoekslast voor het veld betekent en die op redelijk eenvoudige wijze herhaald kan worden voor tussenmetingen en een eindmeting aan het eind van de looptijd van het Amsterdams Stagepact MBO. Het onderzoek kent vier elementen: gesprekken met leden van de stuurgroep8 en het projectbureau, secundaire analyse van bestaande databronnen, een online vragenlijst onder deelnemende Amsterdamse bedrijven, en enkele reflectiegesprekken voor kleuring van de resultaten van de secundaire data-analyse. Deze combinatie van 8

De stuurgroep bestaat uit de wethouder MBO & Economische Zaken, een vertegenwoordiging vanuit mbo-instellingen, SBB, een bedrijfsvertegenwoordiger per sector, vertegenwoordigers van mbo-studenten en vertegenwoordigers van relevante koepels. Deze diverse samenstelling waarborgt een breed perspectief en een inclusieve aanpak.

NULMETING AMSTERDAMS STAGEPACT MBO

8

methoden geeft zowel kwantitatief als kwalitatief een beeld van de ontwikkelingen en ervaringen vanuit alle relevante perspectieven, namelijk vanuit studenten, bedrijven en onderwijsinstellingen. Door zoveel mogelijk gebruik te maken van bestaand periodiek onderzoek worden respondenten niet tweemaal bevraagd op dezelfde thema’s, en is het ook mogelijk om op een later moment (voor een tussenmeting of eindmeting) dezelfde informatie opnieuw te verzamelen en de voortgang op de relevante indicatoren te evalueren. Doordat een groot deel van de indicatoren voortkomen uit landelijke bronnen die herhaaldelijk uitgevoerd worden, is zowel representativiteit als vergelijkbaarheid over tijd gewaarborgd. Ook maakt het gebruik van (twee)jaarlijkse landelijke data het mogelijk om ontwikkelingen over tijd en tussen Amsterdam en het landelijke gemiddelde (en eventueel andere regio’s) in beeld te brengen. Alleen waar de secundaire data onvoldoende informatie bevat, wordt aanvullend onder bedrijven een beknopte vragenlijst uitgezet.

Secundaire data-analyse Er zijn verschillende bronnen meegenomen in de secundaire-analyse. Voor het perspectief van studenten is data van het studenttevredenheidsonderzoek (STO) van ROC van Amsterdam gebruikt voor het Amsterdams beeld, en van de JOB Monitor 2024 9 voor het landelijk beeld. Voor het perspectief van praktijkopleiders wordt gebruik gemaakt van data uit de BPV-monitor 2023 van SBB. Om in beeld te brengen wat het aandeel studenten is dat een stage heeft, en daarvan het aandeel dat een stagevergoeding krijgt (en de hoogte van die vergoeding) worden alle BPV-overeenkomsten in CBS Microdata geanalyseerd. Bijlage A geeft een beschrijving van de data en indicatoren.

Vragenlijst onder deelnemende Amsterdamse bedrijven Om de indicatoren uit de secundaire data-analyse aan te vullen, ook specifiek voor Amsterdamse bedrijven die het Amsterdams Stagepact MBO hebben ondertekend, is een beknopte online enquête uitgezet. Deze is in het eerste kwartaal van 2025 afgenomen. In totaal heeft dit voor ruim de helft van de aangeschreven bedrijven (47 uit 83) bruikbare informatie opgeleverd. De vragenlijst is opgenomen in Bijlage E.

Reflectiegesprekken met stuurgroep, studenten en bedrijven Om de resultaten uit de secundaire data-analyse en de vragenlijst onder deelnemende Amsterdamse bedrijven nader te bespreken en te duiden zijn met de stuurgroep, met studenten en met bedrijven diverse reflectiegesprekken gevoerd. Voorafgaand aan het gesprek ontvingen deelnemers een overzicht met enkele kerncijfers voor elk van de vier ambities. In het gesprek werden de genodigden uitgenodigd te reflecteren op deze cijfers en hun ervaringen ten aanzien van de vier ambities te delen.

1.3 Leeswijzer Dit rapport is thematisch opgebouwd rond de vier kernambities, die elk in een afzonderlijk hoofdstuk worden behandeld. Hoofdstuk 2 gaat in op Ambitie 1: Voldoende passende stageplekken, hoofdstuk 3 op Ambitie 2: Verbeteren stagevoorbereiding en -begeleiding, hoofdstuk 4 behandelt Ambitie 3: Een passende stagevergoeding, en hoofdstuk 5 richt zich op Ambitie 4: Uitbannen van stagediscriminatie. Het slothoofdstuk (Hoofdstuk 6) beschrijft een aantal aandachtspunten die uit de verzameling en analyse van de data en een reflectie op de resultaten naar voren komen.

9

Exclusief HMC en Mediacollege Amsterdam (ondertekenaars Amsterdams Stagepact MBO). HMC heeft opleidingen in de sector Techniek en Gebouwde Omgeving en de sector Handel. HMC is in Rotterdam én in Amsterdam actief, maar in de JOB monitor is dit onderscheid niet te maken. Uit openbare DUO data weten we dat 44% van alle HMC studenten ingeschreven is aan de Amsterdamse locatie.

NULMETING AMSTERDAMS STAGEPACT MBO

9

De omvang en diversiteit van de onderzochte databronnen en onderliggende indicatoren per ambitie maakt dat de vier ambitie-hoofdstukken rijk zijn gevuld met tabellen en figuren en data-uitsplitsingen naar niveau en sector van opleidingen. Elk van deze hoofdstukken start met een samenvatting van de belangrijkste bevindingen en een beknopte omschrijving van (1) de uitdagingen met betrekking tot de betreffende ambitie, zoals beschreven in het Amsterdams Stagepact MBO; en (2) een overzicht van de gebruikte databronnen en relevante indicatoren die het hoofdstuk behandelt. De onderliggende paragrafen geven voor elk van de onderzochte bronnen een puntsgewijze samenvatting en visuele weergave van de voor die ambitie relevante indicatoren. Met deze veelheid aan beschrijvende statistieken kunnen deze hoofdstukken – inclusief bijbehorende bijlagen – als naslagwerk dienen voor alle – huidige en toekomstige – relevante stakeholders.

NULMETING AMSTERDAMS STAGEPACT MBO

2

10

Ambitie 1: voldoende passende stageplekken

Het aandeel Amsterdamse mbo-studenten met een stage verschilt tussen sectoren en tussen studenten met verschillende achtergrondkenmerken. Onbekend is hoeveel studenten geen stage heeft terwijl ze dat vanuit de opleiding wel moeten hebben. Over de passendheid van (afgeronde) stages zijn praktijkopleiders over het algemeen positief. De eerste kernambitie in het Amsterdams Stagepact MBO betreft het realiseren van voldoende passende stageplekken. Onderstaand kader (Box 2.1) schetst de uitdagingen waar Amsterdam voor staat ten aanzien van deze ambitie. Onderdeel van het Actieplan in het Amsterdams Stagepact MBO is om oorzaken van stageknelpunten per sector te analyseren en om stages beter te organiseren om de kans op mismatch te voorkomen. Om de stand van zaken ten aanzien van voldoende stageplekken in beeld te brengen zijn uit vier verschillende databronnen diverse relevante indicatoren geselecteerd (zie Box 2.2). De volgende paragrafen geven voor elk van deze bronnen een puntsgewijze samenvatting en visuele weergave van de onderzochte indicatoren. Hieronder vatten we de resultaten overkoepelend samen.

Bevindingen ten aanzien van voldoende passende stageplekken (Ambitie 1) Twee op de drie ingeschreven Amsterdamse studenten (67%) liep in 2023/2024 (minimaal één) stage (zie hiervoor Figuur 2.2). Onder eerstejaars studenten is dit (gemiddeld) ruim de helft (56%). Het aandeel Amsterdamse studenten met een stageplek in 2023/2024 verschilt sterk tussen sectoren. Dit aandeel is veel lager in de sectoren ICT en Creatieve Industrie (46% van alle studenten, 21% van de eerstejaars) en Zakelijke Dienstverlening en Veiligheid (54% van alle studenten, 33% van de eerstejaars). Het aandeel studenten met een niet-Nederlandse herkomst dat een stage heeft ligt vier tot zes procentpunt lager dan onder studenten met een Nederlandse herkomst, na rekening te houden met niveau en sector van de eigen opleiding en met verschillen in inkomen en opleiding van ouders. (Tabel D.1). Dit betekent niet dat er voor alle overige studenten geen stage beschikbaar was of dat zij er geen hebben kunnen vinden. Voor een deel van hen geldt namelijk dat zij in 2023/2024 geen stage hoeven te lopen als onderdeel van hun opleiding. Om hoeveel studenten dit gaat is niet bekend. SBB monitort wel het aantal (te verwachten) stageknelpunten die veroorzaakt worden door een tekort aan leerplekken voor de beroepspraktijkvorming (Figuur 2.1).

Dit aantal – al dan niet uitgesplitst naar regio, niveau en/of sectorkamer – zegt echter weinig over de moeite die sommige (groepen) studenten moeten doen om voor een specifieke stageperiode een passende stage te vinden. Over de match van de student en de passendheid van de stage zijn de praktijkopleiders van de leerbedrijven over het algemeen tevreden. Gemiddeld waarderen praktijkopleiders de gehele stage met een rapportcijfer van 7.5 en is ruim zeven op de tien positief over diverse aspecten van de passendheid van de stage (Paragraaf 2.3). Hierin zijn geen grote of structurele verschillen naar opleidingsniveau of sector te zien.

NULMETING AMSTERDAMS STAGEPACT MBO

11

Ten slotte weten we uit de vragenlijst onder deelnemende Amsterdamse bedrijven of bedrijven weleens studenten afwijzen voor een stage, en om welke reden dat dan voornamelijk is (Paragraaf 2.4). Een groot deel (40%) van de responderende bedrijven heeft afgelopen jaar 5 of minder stagiairs gehad (Figuur 2.7). Daarnaast zijn er ook veel bedrijven die veel stagiairs hebben (eveneens 40% heeft meer dan 10 stagiairs gehad). Als bedrijven een student afwijzen is dit voornamelijk omdat de stageplek niet meer beschikbaar is (Figuur 2.8). De houding, leerwensen of competenties, of dat een student wel of niet bij het bedrijf past, is zelden een reden om een student af te wijzen.

Box 2.1

Uitdagingen tav voldoende passende stageplekken, zoals opgenomen in het Amsterdams Stagepact MBO

“Het numerieke tekort aan stageplekken in Amsterdam is relatief klein. Tekorten zijn vooral zichtbaar op niveau 1 en 2. Dit kleine numerieke tekort zegt echter niets over de mogelijke vertraging die studenten oplopen wanneer zij niet op tijd een stage kunnen vinden. De frequentie en duur van mogelijke studievertragingen door afstemmingsproblemen is namelijk onbekend. Het is wel bekend dat in sommige sectoren het tekort aan stages zorgt voor studentenuitval. In Amsterdam is in sommige sectoren een mismatch tussen vraag en aanbod. Zo zijn er in bepaalde sectoren meer studenten dan stages, is het aanbod onvoldoende bekend bij studenten of voldoen opleidingen niet aan de behoeften van bedrijven en organisaties. In sommige sectoren is er voldoende ruimte voor stageplekken, maar kunnen ze niet gerealiseerd worden omdat er onvoldoende begeleiding is. Ook zoeken bedrijven en organisaties naar duidelijkere en makkelijkere manieren om stages te organiseren. De communicatie met mbo-instellingen wordt door een aantal bedrijven en organisaties als te persoonsafhankelijk ervaren. Over de kwaliteit van de stages in vergelijking met het leerpotentieel en de wensen van studenten is nog te weinig bekend. Uit interviews blijkt dat sommige studenten taken uitvoeren die niet passen bij hun opleiding en talenten.

Dit maakt dat de stageperiode niet voor iedereen de leerzame ervaring is die het zou moeten zijn.”

Box 2.2 ● ● ●

●

Bronnen en relevante indicatoren voor ambitie 1: voldoende passende stageplekken SBB: totaal aantal leerbedrijven, BPV-overeenkomsten en stageknelpunten ▪ SBB verzamelt informatie over het aantal stageknelpunten en over het aantal erkende en actieve leerbedrijven. CBS Microdata: percentage studenten met een BPV-overeenkomst ▪ Analyse van alle BPV-overeenkomsten in CBS Microdata laat zien welk aandeel van alle (bol-)studenten een stage heeft (in academisch jaar 2023/2024). Praktijkopleiders: passendheid van de stage. De SBB BPV-monitor bevat enkele indicatoren over de passendheid van de stage (over kalenderjaar 2023): ▪ Eindwaardering van de stage (bpv)(gemiddeld rapportcijfer). ▪ De opleiding heeft ervoor gezorgd dat de student qua houding, leerwensen en leermogelijkheden bij het bedrijf past. ▪ De door de student te behalen leerdoelen van de bpv zijn vooraf goed met het leerbedrijf afgestemd. ▪ De student heeft zijn/haar eigen leerdoelen binnen de bpv behaald. Amsterdamse bedrijven: aantal stagiairs en redenen voor afwijzing ▪ In de vragenlijst onder deelnemende Amsterdamse bedrijven vragen we of ze weleens studenten moeten afwijzen voor een stage, en om welke reden(en) dat dan voornamelijk is (zie Bijlage D voor de vragenlijst).

NULMETING AMSTERDAMS STAGEPACT MBO

12

2.1 SBB: totaal aantal leerbedrijven, BPV-overeenkomsten en stageknelpunten SBB monitort het aantal gestarte bpv-overeenkomsten (=stages), het aantal erkende en actieve leerbedrijven en het aantal stageknelpunten. Het aantal erkende leerbedrijven op 1 februari 2024 is 246.890 op landelijk niveau. Voor de gemeente Amsterdam betreft het 10.576 bedrijven. Zowel landelijk als in Amsterdam is acht op de tien van deze erkende leerbedrijven ook actief. Op 1 februari 2024 zijn 8.608 erkende leerbedrijven actief. 10 Landelijk zijn er bijna 300.000 bol-stages gestart in schooljaar 2023/2024. Voor Amsterdam gaat het om ruim 14.000 stages. De meeste stages betreffen een opleiding in de sector Zorg, welzijn en sport (ruim 5.200 voor Amsterdam), gevolgd door de sector Ict en creatieve industrie (ruim 2.300 voor Amsterdam). Figuur 2.1

Stageknelpunten Aantal stageknelpunten in Amsterdam (links/rood) en landelijk (rechts/blauw)

160

3500

140

3000 2500

100

2000

80

1500

60 Amsterdam

40

NL

1000 500

20 0

0 apr-24 mei-24 jun-24

Bron:

NL

Amsterdam

120

jul-24

aug-24 sep-24 okt-24 nov-24 dec-24 jan-25

feb-25

SBB data Stageknelpunten

SBB monitort ook de ontwikkeling van het aantal (te verwachten) stageknelpunten, die veroorzaakt worden door een tekort aan leerplekken voor de beroepspraktijkvorming (bpv). In 2024 is SBB overgegaan naar een nieuw registratiesysteem van deze knelpunten. Figuur 2.1 geeft voor Amsterdam en voor heel Nederland de maandelijks ontwikkeling van het aantal stageknelpunten weer voor de periode april 2024 tot februari 2025. De aantallen geven aan hoeveel studenten geen stage kunnen vinden door een tekort aan leerplekken. In Amsterdam gaat het om een tekort van gemiddeld 100 stageplekken per maand over deze periode (landelijk is dit ruim 2000).11 Bijna de helft van de tekorten voor Amsterdam betreft tekorten voor de sector Zorg, welzijn en sport. Dit is ook te verwachten, gezien dit ook qua studentaantallen de grootste sector is (36% van alle in 2023/2024 gestarte stages) . Eveneens goed voor (bijna) de helft van de stageknelpunten in Amsterdam is de sector Zakelijke dienstverlening en veiligheid, terwijl deze sector slechts goed is voor één op acht (13%) van alle in 2023/2024 gestarte stages. 10

11

Voor veel van de bedrijven die het Amsterdams Stagepact MBO hebben ondertekend geldt dat het hier om meerdere locaties/vestigingen gaat. Dit gaat om tekorten die daadwerkelijk in Amsterdam zijn geregistreerd (bij een school in die regio). Hierbij wordt de hoofdlocatie van de onderwijsinstelling aangehouden. Dat maakt dat er verschillen kunnen zitten tussen de gegevens in dit document en de getallen in het dashboard stageknelpunten.

NULMETING AMSTERDAMS STAGEPACT MBO

13

2.2 CBS Microdata: percentage studenten met een BPVovereenkomst Analyse van alle BPV-overeenkomsten in CBS Microdata laat zien welk aandeel van alle (bol-)studenten een stage heeft (in academisch jaar 2023/2024). ● Twee op drie Amsterdamse mbo bol-studenten had een stage in schooljaar 2023/2024 (Figuur 2.2).12 ▪ Niveau 1/2 studenten hebben vaker een stage dan Niveau 3/4 studenten (74% vs 64%). ▪ Dit aandeel is het hoogst in de sector Mobiliteit, Transport, Logistiek en Maritiem (85%). ▪ Dit aandeel is het laagst in de sector ICT en Creatieve Industrie (46%). Aanvullende verklarende analyses laten zien dat het aandeel studenten dat in 2023/2024 één of meerdere stages heeft gelopen significant samenhangen met geslacht en herkomst van de student (Tabel D.1). De analyses bevestigen het visuele beeld van het verschil tussen opleidingen. Aanvullend zien we dat – na correctie voor opleidingsniveau en -sector, evenals voor opleiding en inkomen van ouder(s) – vrouwelijke studenten iets vaker dan mannelijke studenten stage hebben gelopen. Het verschil van vijf procentpunt – hoewel statistisch significant – is echter kleiner dan de verschillen die we zien tussen opleidingsniveaus en -sectoren. Vergelijkbaar is het aandeel studenten met een niet-Nederlandse herkomst dat een stage heeft vier procentpunt lager dan onder studenten met een Nederlandse herkomst.

Ook hiervoor geldt dat het verschil tussen opleidingen groter is dan het verschil naar herkomst. Landelijk gezien is het verschil tussen studenten met een niet-Nederlandse herkomst en studenten met een Nederlandse herkomst groter dan in Amsterdam. Figuur 2.2

Twee op drie Amsterdamse mbo bol-studenten had in 2023/2024 een bpv-overeenkomst

Percentage studenten met een bpv van totaal aantal inschrijvingen 67%

Totaal (n=20682; 329231)

75% 74% 76%

Niveau 1 + Niveau 2 (n=4446; 43096) 64%

Niveau 3 + Niveau 4 (n=16236; 203718)

75% 77% 73%

Techniek & Gebouwde Omgeving (n=1639; 28216)

85% 78% 80% 86%

Mobiliteit, Transport, Logistiek & Maritiem (n=297; 13644) Zorg, Welzijn en Sport (n=5542; 115587) 63% 68%

Handel (n=2908; 28705) 46% 50%

ICT & Creatieve Industrie (n=4161; 44681)

77%

Voedsel, Groen en Gastvrijheid (n=1745; 40272) 0% Bron: 12

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

86% 90%

100%

Eigen analyses van BPV-overeenkomsten in CBS Microdata over BPV-overeenkomsten in schooljaar 2023/2024. Dit gaat om alle ingeschreven studenten, ongeacht of ze wel of geen stage moeten lopen voor de opleiding. Zo hoeven eerstejaars studenten bij bepaalde opleidingen geen stage te lopen. Deze informatie is niet bekend voor alle studenten.

NULMETING AMSTERDAMS STAGEPACT MBO

14

2.3 Praktijkopleiders: passendheid van de stage De BPV-monitor bevat enkele indicatoren over de passendheid van de stage (over kalenderjaar 2023) ● Gemiddeld waarderen Amsterdamse praktijkopleiders de stage met en 7.5 (Figuur 2.3) ▪ Voor Niveau 1/2 studenten is deze waardering iets lager dan voor Niveau 3/4 studenten (7.2 vs 7.5) ▪ Sectorverschillen zijn relatief klein: 7.2 voor Techniek tot 7.8 voor Voedsel, Groen en Gastvrijheid ● 72% van de Amsterdamse praktijkopleiders vindt dat de opleiding ervoor heeft gezorgd dat de student qua houding, leerwensen en leermogelijkheden bij het bedrijf past (Figuur 2.4) ▪ Over de passendheid van Niveau 1/2 studenten zijn praktijkopleiders minder vaak positief dan over Niveau 3/4 studenten (63% vs 74%) ▪ Sectorverschillen zijn relatief klein: 70% voor de sectoren Techniek, Zorg, Welzijn en Sport en Handel, tot 80% voor Voedsel, Groen en Gastvrijheid. De 94% voor Mobiliteit, Transport, Logistiek en Maritiem heeft betrekking om een laag aantal studenten (n=17).

● 71% van de Amsterdamse praktijkopleiders geeft aan dat de door de student te behalen leerdoelen van de bpv vooraf goed zijn afgestemd (Figuur 2.5) ▪ Er zijn geen grote verschillen naar niveau (69% voor Niveau 1/2) en 72% voor Niveau 3/4) ▪ Sectorverschillen zijn relatief klein: 68% voor Zorg, Welzijn en Sport tot 76% voor ICT en Creatieve Industrie ● 80% van de Amsterdamse praktijkopleiders geeft aan de student de leerdoelen heeft behaald (Figuur 2.6) ▪ Voor Niveau 1/2 studenten zijn praktijkopleiders hier minder vaak positief over dan voor Niveau 3/4 studenten (71% vs 81%) ▪ Sectorverschillen zijn relatief klein: 74% voor Techniek tot 85% voor Zakelijke Dienstverlening en Veiligheid

Figuur 2.3

Het gemiddelde rapportcijfer dat praktijkopleiders geven aan de stage (bpv) is een 7.5

Gemiddeld rapportcijfer voor bpv Totaal (n=978; 28664)

7.5 7.5

Niveau 1 + Niveau 2 (n=140; 3728)

7.2 7.2 7.5 7.6

Niveau 3 + Niveau 4 (n=838; 24936)

7.2 7.6 7.4 7.5 7.3 7.4 7.6 7.6 7.6 7.6 7.8 7.6 7.5 7.6

Techniek & Gebouwde Omgeving (n=86; 3568)

Mobiliteit, Transport, Logistiek & Maritiem (n=17; 1036) Zorg, Welzijn en Sport (n=297; 8844) Handel (n=96; 2530) ICT & Creatieve Industrie (n=147; 2950) Voedsel, Groen en Gastvrijheid (n=138; 5477) Zakelijke Dienstverlening & Veiligheid (n=133; 3159) 0 Bron:

SBB BPV-monitor (over kalenderjaar 2023)

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

NULMETING AMSTERDAMS STAGEPACT MBO

Figuur 2.4

15

Zeven op tien praktijkopleiders vindt dat de opleiding er goed voor zorgt dat de student bij het bedrijf past

"De opleiding heeft ervoor gezorgd dat de student qua houding, leerwensen en leermogelijkheden bij het bedrijf past" 72% 74%

Totaal (n=978; 28663) 63%

Niveau 1 + Niveau 2 (n=140; 3728) Niveau 3 + Niveau 4 (n=838; 24935)

70% 74% 75% 70%

Techniek & Gebouwde Omgeving (n=86; 3568)

77%

Mobiliteit, Transport, Logistiek & Maritiem (n=17; 1036)

70% 75% 70% 74% 76% 70% 80% 75% 75% 73%

Zorg, Welzijn en Sport (n=297; 8843) Handel (n=96; 2530) ICT & Creatieve Industrie (n=147; 2950) Voedsel, Groen en Gastvrijheid (n=138; 5477) Zakelijke Dienstverlening & Veiligheid (n=133; 3159) 0% Bron:

94%

76%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

SBB BPV-monitor (over kalenderjaar 2023)

Figuur 2.5

Zeven op tien praktijkopleiders zegt dat de te behalen leerdoelen vooraf goed zijn afgestemd

"De door de student te behalen leerdoelen zijn vooraf goed met het leerbedrijf afgestemd" Totaal (n=978; 28663)

71% 71%

Niveau 1 + Niveau 2 (n=140; 3728) Niveau 3 + Niveau 4 (n=838; 24935)

69% 70% 72% 72%

Techniek & Gebouwde Omgeving (n=86; 3568)

69% 71% 76% 73% 68% 70% 72% 74% 76% 70% 75% 71% 73% 75%

Mobiliteit, Transport, Logistiek & Maritiem (n=17; 1036) Zorg, Welzijn en Sport (n=297; 8843) Handel (n=96; 2530) ICT & Creatieve Industrie (n=147; 2950) Voedsel, Groen en Gastvrijheid (n=138; 5477) Zakelijke Dienstverlening & Veiligheid (n=133; 3159) 0% Bron:

SBB BPV-monitor (over kalenderjaar 2023)

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

NULMETING AMSTERDAMS STAGEPACT MBO

Figuur 2.6

16

Acht op tien praktijkopleiders geeft aan dat de student de leerdoelen heeft behaald

"De student heeft zijn/haar eigen leerdoelen binnen de bpv behaald" 80% 80%

Totaal (n=978; 28664)

71% 75%

Niveau 1 + Niveau 2 (n=140; 3728)

81% 81%

Niveau 3 + Niveau 4 (n=838; 24936)

74%

Techniek & Gebouwde Omgeving (n=86; 3568)

80% 76% 80% 79% 78% 75% 82% 80% 81% 79% 80% 85% 84%

Mobiliteit, Transport, Logistiek & Maritiem (n=17; 1036) Zorg, Welzijn en Sport (n=297; 8844) Handel (n=96; 2530) ICT & Creatieve Industrie (n=147; 2950) Voedsel, Groen en Gastvrijheid (n=138; 5477) Zakelijke Dienstverlening & Veiligheid (n=133; 3159) 0% Bron:

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

SBB BPV-monitor (over kalenderjaar 2023)

2.4 Amsterdamse leerbedrijven: aantal stagiairs en redenen voor afwijzing Uit de vragenlijst onder deelnemende Amsterdamse bedrijven weten we of bedrijven weleens studenten afwijzen voor een stage, en om welke reden dat dan voornamelijk is. ● Een groot deel van de responderende bedrijven heeft 5 of minder stagiairs (40%) of 10 of meer stagiairs (eveneens 40%) gehad in het afgelopen jaar (Figuur 2.7). Vaak betreft het geen eerstejaars studenten (of weten respondenten niet of het eerstejaars studenten betreft); ● Bedrijven wijzen studenten voornamelijk af omdat de stageplek niet meer beschikbaar is (73% geeft aan dat deze reden soms, vaak of altijd meespeelt - Figuur 2.8). De houding, leerwensen of competenties, of dat een student wel of niet bij het bedrijf past, is zelden een reden om een student af te wijzen. Er zijn ook enkele bedrijven die aanvullende redenen noemen. De volgende redenen komen naar voren in de ‘anders namelijk’ categorie: ▪ De student weet zelf niet wat de stageopdracht is en wat voor stageplek hierbij hoort; ▪ De duur van de stage is te kort; ▪ Een andere kandidaat is beter; ▪ De vacature vervalt; ▪ Studenten melden zich kort voor de aanvang van de stage pas aan; ▪ Wet en regelgeving.

NULMETING AMSTERDAMS STAGEPACT MBO

Figuur 2.7

17

Aantal stagiairs afgelopen 12 maanden

Aantal bedrijven

Hoeveel mbo-bol-stagiairs heeft uw bedrijf de afgelopen 12 maanden gehad? (n=47) 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0

16 13

12

11 8

7

7 5 3

1

3

4

3

1

0

1 of 2

3 t/m 5

6 t/m 10

11 t/m 20

meer dan 20

Weet ik niet

Aantal stagiairs (totaal (rood) en eerstejaars (blauw)) Bron:

Vragenlijst onder 47 deelnemende Amsterdamse bedrijven

Figuur 2.8

Als bedrijven een student afwijzen is dit voornamelijk omdat de stageplek niet meer beschikbaar is Welke redenen spelen mee om mbo-studenten als stagiair af te wijzen? (n=44) De student past niet bij ons bedrijf/team

27%

27%

De houding van de student komt niet overeen met de beschikbare werkzaamheden

11%

De competenties van de student komen niet overeen met de beschikbare werkzaamheden

16%

20%

De leerwensen van de student komen niet overeen met de beschikbare werkzaamheden

11%

34%

Er is geen stageplek beschikbaar op het moment van solliciteren

14% 0%

Speelt nooit mee Bron:

Speelt zelden mee

20%

7%

25% 36%

20%

7% 7% 7%

11%

36% 32% 30%

9%

11%

11% 7% 9% 14% 2%7% 23%

7%

10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%

Speelt soms mee

Vragenlijst onder 47 deelnemende Amsterdamse bedrijven

Speelt vaak mee

Speelt altijd mee

Weet ik niet

NULMETING AMSTERDAMS STAGEPACT MBO

3

18

Ambitie 2: verbeteren stagevoorbereiding en -begeleiding

De meerderheid van de Amsterdamse mbo-studenten is tevreden over de begeleiding vanuit het leerbedrijf. Zowel studenten als praktijkopleiders zijn minder vaak tevreden over de begeleiding vanuit de opleiding. Eén op zes praktijkopleiders geeft aan dat er te weinig contact is met de opleiding. De tweede kernambitie in het Amsterdams Stagepact MBO betreft het verbeteren van stagevoorbereiding en begeleiding. Onderstaand kader (Box 3.1) schetst de uitdagingen waar Amsterdam voor staat ten aanzien van deze ambitie. Onderdeel van het Actieplan in het Amsterdams Stagepact MBO is om student en leerbedrijf beter voor te bereiden op de stage (fit-to work en fit to receive) en om het contact tussen onderwijsinstelling en leerbedrijf tijdens de stage te verbeteren en verstevigen. Om de stand van zaken ten aanzien van het verbeteren van stagevoorbereiding en -begeleiding in beeld te brengen zijn uit twee verschillende databronnen diverse relevante indicatoren geselecteerd (zie Box 3.2). De volgende paragrafen geven voor elk van deze bronnen een puntsgewijze samenvatting en visuele weergave van de onderzochte indicatoren. Hieronder vatten we de resultaten overkoepelend samen.

Bevindingen ten aanzien van verbeteren stagevoorbereiding en -begeleiding (Ambitie 2) Praktijkopleiders van Amsterdamse bedrijven zijn over het algemeen tevreden over de voorbereiding op de stage vanuit de opleiding (Paragraaf 3.2). Dit geldt zowel voor de voorbereiding van de student als de voorbereiding van henzelf; het grootste deel van de bedrijven geeft aan dat zowel het doel van de bpv als hun taken en verantwoordelijkheden omtrent de stage vooraf duidelijk waren. Zij zijn daarentegen minder vaak positief over de begeleiding van de student vanuit de opleiding tijdens de stage (Figuur 3.8). Ook geeft één op de zes praktijkopleiders (17%) aan dat er tijdens de stage te weinig contact was met de opleiding (Figuur 3.10). Hierin zijn ook grote verschillen tussen sectoren; van 8% voor Techniek & Gebouwde Omgeving tot 25% voor Zorg, Welzijn en Sport. Dit komt overeen met het perspectief van de studenten zelf (Paragraaf 3.1). In de tevredenheidsenquête van ROC van Amsterdam geeft een ruime meerderheid van de studenten aan tevreden te zijn met de begeleiding vanuit het leerbedrijf (59%) (Figuur 3.3), maar minder dan de helft van de studenten is tevreden met de voorbereiding (46%) en begeleiding (47%) vanuit hun opleiding (Figuur 3.1 & Figuur 3.2).

De tevredenheid met voorbereiding en begeleiding is wel hoger dan de landelijke percentages die uit de JOB Monitor 2024 naar voren komen. Landelijk is 39% tevreden met de voorbereiding en 36% met de begeleiding vanuit de opleiding. Wel dient hierbij opgemerkt te worden dat de antwoordopties licht verschillen tussen beide vragenlijsten, wat mogelijk bijdraagt aan dit verschil.

NULMETING AMSTERDAMS STAGEPACT MBO

Box 3.1

19

Uitdagingen tav stagevoorbereiding en -begeleiding, zoals opgenomen in het Amsterdams Stagepact MBO

“Uit de interviews kwam naar voren dat er een verschil in verwachtingen bestaat. Studenten worden niet goed genoeg voorbereid op wat ze tijdens hun stages kunnen verwachten en wat er van hen verwacht wordt door het leerbedrijf. Bedrijven en organisaties geven aan niet goed genoeg te worden voorbereid in wat zij van een student kunnen verwachten en wat zij zelf moeten bieden. Dit leidt tot teleurstellingen en onbenut potentieel. Stagebegeleiding is een belangrijk onderdeel van elke stage. Slechts +/-40%13 van de studenten is tevreden over de begeleiding die zij vanuit school krijgen in de voorbereiding van hun stage. Ook de begeleiding tijdens de stage wordt door studenten als suboptimaal ervaren. Ongeveer 36% van de studenten is tevreden met de begeleiding door de opleiding en 64% is tevreden met de begeleiding door het leerbedrijf. Zowel begeleiders van mbo-instellingen als bedrijven en organisaties ervaren in meer of mindere mate een tekort aan tijd om studenten echt goed te begeleiden.”

Box 3.2 ●

●

Bonnen en relevante indicatoren voor ambitie 2: verbeteren stagevoorbereiding en -begeleiding Voor het perspectief van studenten bevatten het Studenttevredenheidsonderzoek van ROCvA (voor Amsterdam) en de JOB Monitor 2024 (voor het landelijk beeld) enkele indicatoren over tevredenheid met de voorbereiding en begeleiding. ▪ De voorbereiding op de stage is... / Wat vind je van hoe school jou heeft voorbereid op je stage/bpv? ▪ Ik ben goed begeleid door school tijdens mijn stage/bpv / Wat vind je van hoe school je heeft begeleid tijdens je stage/bpv? ▪ De manier waarop het leerbedrijf mij begeleidt is goed (tijdens de stage/bpv) / Wat vind je van hoe het leerbedrijf je begeleidt tijdens je stage/bpv? De SBB BPV-monitor bevat enkele indicatoren over de tevredenheid van praktijkopleiders met de stagebegeleiding vanuit en (mate van) contact met de onderwijsinstelling (over kalenderjaar 2023). ▪ Ik ben tevreden over de voorbereiding op de bpv (% (geheel) eens). ▪ De student is door de opleiding voldoende voorbereid op de bpv (% (geheel) eens). ▪ Het doel van de bpv was mij vooraf duidelijk (% (geheel) eens). ▪ Mijn taken en verantwoordelijkheden bij de bpv waren vooraf duidelijk (% (geheel) eens). ▪ Ik ben tevreden over de begeleiding van de student door de opleiding tijdens de bpv (% (geheel) eens).

▪ Ik ben tevreden met de samenwerking tussen de opleiding en het leerbedrijf (% eens + % helemaal eens). ▪ Wat vond u in het algemeen van het aantal contactmomenten met de bpv-begeleider van de opleiding (% te weinig; antwoordopties: te veel, goed, te weinig).

3.1 Het perspectief van studenten: tevredenheid met de voorbereiding en begeleiding Voor het perspectief van studenten bevatten het Studenttevredenheidsonderzoek van ROCvA (voor Amsterdam) en de JOB Monitor 202414 (voor het landelijk beeld) enkele indicatoren over tevredenheid met de voorbereiding en begeleiding. ● 46% van de Amsterdamse studenten is tevreden over de voorbereiding op de stage door de school. Het landelijk percentage ligt met 39% iets lager (Figuur 3.1). ▪ Niveau 1/2 studenten zijn vaker tevreden dan Niveau 3/4 studenten (58% vs 42%) 13 14

JOB Monitor 2022 Exclusief HMC en Mediacollege Amsterdam (ondertekenaars Amsterdams Stagepact MBO). HMC heeft opleidingen in de sector Techniek en Gebouwde Omgeving en de sector Handel. HMC is in Rotterdam én in Amsterdam actief, maar in de JOB monitor is dit onderscheid niet te maken. Inclusie van Mediacollege Amsterdam bij Amsterdam (sector ICT & Creatieve industrie) resulteert in minimale verschillen in de percentages voor Amsterdam (1 of 2 procentpunt).

NULMETING AMSTERDAMS STAGEPACT MBO

●

●

20

▪ Het meest tevreden zijn studenten in de sector Mobiliteit, Transport, Logistiek en Maritiem (51%) ▪ Het minst tevreden zijn studenten in de sector Zakelijke Dienstverlening en Veiligheid (36%) 47% van de Amsterdamse studenten is tevreden over de begeleiding door school tijdens de stage. Het landelijk percentage ligt met 36% een stuk lager (Figuur 3.2). ▪ Niveau 1/2 studenten zijn vaker tevreden dan Niveau 3/4 studenten (60% vs 44%) ▪ Het meest tevreden zijn studenten in de sector Handel (50%) ▪ Het minst tevreden zijn studenten in de sector Techniek en Gebouwde Omgeving (40%) 59% van de Amsterdamse studenten is tevreden over de begeleiding door het leerbedrijf tijdens de stage. Het landelijk percentage ligt 63% iets hoger (Figuur 3.3). ▪ Niveau 1/2 studenten zijn even vaak tevreden als Niveau 3/4 studenten (59%) ▪ Het meest tevreden zijn studenten in de sector Techniek en Gebouwde Omgeving (63%) ▪ Het minst tevreden zijn studenten in de sector Mobiliteit, Transport, Logistiek en Maritiem (53%)

Figuur 3.1

Minder dan de helft van de studenten is tevreden met de voorbereiding op de stage % Studenten tevreden met voorbereiding door de school Totaal (n=9558; 112784)

39%

46%

Niveau 1+2 (n=1915; 17835) Niveau 3 + 4 (n=6735; 94948)

42% 37%

Techniek & Gebouwde Omgeving (n=424; 8140)

39% 42%

Mobiliteit, Transport, Logistiek & Maritiem (n=471; 3848) Zorg, Welzijn en Sport (n=1869; 32813) Handel (n=917; 3908)

32%

Voedsel, Groen en Gastvrijheid (n=752; 15086)

37% 36% 34% 10%

20%

30%

40%

58%

51%

42%

36%

0% Bron:

42% 41% 37% 46%

ICT & Creatieve Industrie (n=907; 7396)

Zakelijke Dienstverlening & Veiligheid (n=1395; 8707)

49%

45%

50%

Eigen bewerking van resultaten Studenttevredenheidsonderzoek ROCvA en JOB Monitor 2024

60%

70%

NULMETING AMSTERDAMS STAGEPACT MBO

Figuur 3.2

21

Minder dan de helft van de studenten is tevreden met de begeleiding door de school % Studenten tevreden met begeleiding door de school Totaal (n=8779; 112669)

Niveau 1+2 (n=1833; 17823) Niveau 3 + 4 (n=6171; 94845)

33%

Techniek & Gebouwde Omgeving (n=374; 8133)

33%

Mobiliteit, Transport, Logistiek & Maritiem (n=447; 3844)

34%

Zorg, Welzijn en Sport (n=1786; 32771)

48% 44%

Handel (n=864; 3902)

30%

ICT & Creatieve Industrie (n=789; 7388)

29%

Voedsel, Groen en Gastvrijheid (n=655; 15074)

31%

47%

10%

20%

30%

42% 50% 43% 48% 41%

33% 0%

60%

40%

36%

Zakelijke Dienstverlening & Veiligheid (n=1256; 8693)

Bron:

47%

36%

40%

50%

60%

70%

Eigen bewerking van resultaten Studenttevredenheidsonderzoek ROCvA en JOB Monitor 2024

Figuur 3.3

Zes op tien studenten is tevreden met de begeleiding door het leerbedrijf % Studenten tevreden met begeleiding door het leerbedrijf Totaal (n=8369; 112386)

59% 63%

Niveau 1+2 (n=1746; 17773) Niveau 3 + 4 (n=5888; 94612)

59% 61% 59% 63%

Techniek & Gebouwde Omgeving (n=353; 8115)

63%

70% 58% 60% 59% 59% 61% 64% 62% 67% 56% 61%

Zorg, Welzijn en Sport (n=1734; 32671) Handel (n=814; 3891)

ICT & Creatieve Industrie (n=741; 7372) Voedsel, Groen en Gastvrijheid (n=621; 15045) Zakelijke Dienstverlening & Veiligheid (n=1188; 8664) 0% Bron:

75%

53%

Mobiliteit, Transport, Logistiek & Maritiem (n=437; 3837)

10%

20%

30%

40%

50%

Eigen bewerking van resultaten Studenttevredenheidsonderzoek ROCvA en JOB Monitor 2024

60%

70%

80%

NULMETING AMSTERDAMS STAGEPACT MBO

22

3.2 Het perspectief van praktijkopleiders: tevredenheid met stagebegeleiding en contact De SBB BPV-monitor bevat enkele indicatoren over de tevredenheid van praktijkopleiders met de stagebegeleiding vanuit en (mate van) contact met de onderwijsinstelling (over kalenderjaar 2023). ● 72% van praktijkopleiders is tevreden over de voorbereiding op de stage (Figuur 3.4) ▪ Matige sectorverschillen: van 67% voor Zorg, Welzijn en Sport tot 78% voor ICT & Creatieve Industrie ● 70% van praktijkopleiders vindt dat de student voldoende is voorbereid op de stage (Figuur 3.5) ▪ Matige sectorverschillen: van 67% voor Zorg, Welzijn en Sport tot 76% voor Zakelijke Dienstverlening & Veiligheid ● 85% van praktijkopleiders zegt dat het doel van de stage vooraf duidelijk is (Figuur 3.6) ▪ Kleine sectorverschillen: van 82% voor Zorg, Welzijn en Sport tot 90% voor ICT & Creatieve Industrie ● 86% van praktijkopleiders zegt dat zijn/haar taken en verantwoordelijkheden vooraf duidelijk zijn (Figuur 3.7) ▪ Kleine sectorverschillen: van 82% voor Zorg, Welzijn en Sport tot 91% voor ICT & Creatieve Industrie ● 67% van praktijkopleiders is tevreden met de begeleiding door de opleiding tijdens de stage (Figuur 3.8) ▪ Kleine sectorverschillen: van 59% voor Mobiliteit & Transport tot 76% voor ICT & Creatieve Industrie ● 73% van praktijkopleiders is tevreden met de samenwerking met de opleiding (Figuur 3.9) ▪

Matige sectorverschillen: van 67% voor Zorg, Welzijn en Sport tot 82% voor ICT & Creatieve Industrie ● 17% van praktijkopleiders vindt dat er tijdens de stage te weinig contact is met de opleiding (Figuur 3.10) ▪ Grote sectorverschillen: van 8% voor Techniek & Gebouwde Omgeving tot 25% voor Zorg, Welzijn en Sport Figuur 3.4

Zeven op tien praktijkopleiders is tevreden over de voorbereiding op de bpv "Ik ben tevreden over de voorbereiding op de bpv" Totaal (n=978; 28663)

72% 74%

Niveau 1 + Niveau 2 (n=140; 3728)

68% 71% 73% 74%

Niveau 3 + Niveau 4 (n=838; 24935)

69%

Techniek & Gebouwde Omgeving (n=86; 3568) Mobiliteit, Transport, Logistiek & Maritiem (n=17; 1036)

67%

Zorg, Welzijn en Sport (n=297; 8843)

74% 76% 74% 78% 71% 70% 75% 75% 75%

Handel (n=96; 2530) ICT & Creatieve Industrie (n=147; 2950) Voedsel, Groen en Gastvrijheid (n=138; 5477)

Zakelijke Dienstverlening & Veiligheid (n=133; 3159) 0% Bron:

75% 76% 76%

SBB BPV-monitor (over kalenderjaar 2023)

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

NULMETING AMSTERDAMS STAGEPACT MBO

Figuur 3.5

23

Zeven op tien praktijkopleiders zegt dat studenten voldoende zijn voorbereid op de bpv "De student is door de opleiding voldoende voorbereid op de bpv" 70% 73% 71% 73%

Totaal (n=978; 28663) Niveau 3 (n=113; 4793) 62%

Niveau 1 + Niveau 2 (n=140; 3728) Niveau 3 + Niveau 4 (n=838; 24935)

71% 75% 71% 75% 67% 73% 69% 72% 71% 68% 74% 75% 76% 73%

Techniek & Gebouwde Omgeving (n=86; 3568) Mobiliteit, Transport, Logistiek & Maritiem (n=17; 1036) Zorg, Welzijn en Sport (n=297; 8843) Handel (n=96; 2530) ICT & Creatieve Industrie (n=147; 2950) Voedsel, Groen en Gastvrijheid (n=138; 5477) Zakelijke Dienstverlening & Veiligheid (n=133; 3159) 0% Bron:

70% 71% 74%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

SBB BPV-monitor (over kalenderjaar 2023)

Figuur 3.6

Ruim acht op tien praktijkopleiders zegt dat het doel van de bpv vooraf duidelijk is "Het doel van de bpv was mij vooraf duidelijk" Totaal (n=978; 28663)

85% 87%

Niveau 1 + Niveau 2 (n=140; 3728)

83% 85% 85% 87%

Niveau 3 + Niveau 4 (n=838; 24935)

85% 85% 82% 87% 82% 87% 84% 85% 90% 86% 84% 86% 86% 87%

Techniek & Gebouwde Omgeving (n=86; 3568) Mobiliteit, Transport, Logistiek & Maritiem (n=17; 1036) Zorg, Welzijn en Sport (n=297; 8843) Handel (n=96; 2530) ICT & Creatieve Industrie (n=147; 2950) Voedsel, Groen en Gastvrijheid (n=138; 5477) Zakelijke Dienstverlening & Veiligheid (n=133; 3159) 0% Bron:

SBB BPV-monitor (over kalenderjaar 2023)

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

NULMETING AMSTERDAMS STAGEPACT MBO

Figuur 3.7

24

De meeste praktijkopleiders zeggen dat taken en verantwoordelijkheden vooraf duidelijk waren "Mijn taken en verantwoordelijkheden bij de bpv waren vooraf duidelijk" Totaal (n=978; 28663)

86% 86%

Niveau 1 + Niveau 2 (n=140; 3728)

83% 85% 86% 86%

Niveau 3 + Niveau 4 (n=838; 24935)

90% 86% 88% 86% 82% 86% 90% 86% 91% 86% 83% 86% 86% 86%

Techniek & Gebouwde Omgeving (n=86; 3568) Mobiliteit, Transport, Logistiek & Maritiem (n=17; 1036) Zorg, Welzijn en Sport (n=297; 8843) Handel (n=96; 2530) ICT & Creatieve Industrie (n=147; 2950) Voedsel, Groen en Gastvrijheid (n=138; 5477) Zakelijke Dienstverlening & Veiligheid (n=133; 3159) 0% Bron:

10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%

SBB BPV-monitor (over kalenderjaar 2023)

Figuur 3.8

Twee op drie praktijkopleiders is tevreden over de begeleiding van de student door de opleiding "Ik ben tevreden over de begeleiding van de student door de opleiding tijdens de bpv" Totaal (n=978; 28664)

67% 67%

Niveau 1 + Niveau 2 (n=140; 3728) Niveau 3 + Niveau 4 (n=838; 24936)

67% 68% 67% 66%

Techniek & Gebouwde Omgeving (n=86; 3568)

67% 59%

Mobiliteit, Transport, Logistiek & Maritiem (n=17; 1036)

66% 64% 66% 61% 66%

Zorg, Welzijn en Sport (n=297; 8844) Handel (n=96; 2530) ICT & Creatieve Industrie (n=147; 2950)

64%

76%

71% 67% 67% 70%

Voedsel, Groen en Gastvrijheid (n=138; 5477) Zakelijke Dienstverlening & Veiligheid (n=133; 3159) 0% Bron:

72%

SBB BPV-monitor (over kalenderjaar 2023)

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

NULMETING AMSTERDAMS STAGEPACT MBO

Figuur 3.9

25

Driekwart van de praktijkopleiders is tevreden met de samenwerking met de opleiding "Ik ben tevreden met de samenwerking tussen de opleiding en het leerbedrijf" Totaal (n=978; 28664)

73% 75%

Niveau 1 + Niveau 2 (n=140; 3728)

76% 76% 73% 75%

Niveau 3 + Niveau 4 (n=838; 24936)

76% 76% 76% 75%

Techniek & Gebouwde Omgeving (n=86; 3568) Mobiliteit, Transport, Logistiek & Maritiem (n=17; 1036) 67%

Zorg, Welzijn en Sport (n=297; 8844) Handel (n=96; 2530)

82% 74% 78% 75% 73% 78%

ICT & Creatieve Industrie (n=147; 2950) Voedsel, Groen en Gastvrijheid (n=138; 5477) Zakelijke Dienstverlening & Veiligheid (n=133; 3159) 0% Bron:

73% 72% 74%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

SBB BPV-monitor (over kalenderjaar 2023)

Figuur 3.10 Eén op zes praktijkopleiders is van mening dat er te weinig contactmomenten zijn geweest "Wat vond u van het aantal contactmomenten met de begeleider van de opleiding" [% te weinig] Totaal (n=978; 28664)

17% 18%

Niveau 1 + Niveau 2 (n=140; 3728)

16% 17% 18% 18%

Niveau 3 + Niveau 4 (n=838; 24936)

8%

Techniek & Gebouwde Omgeving (n=86; 3568)

16% 12%

Mobiliteit, Transport, Logistiek & Maritiem (n=17; 1036)

19%

Zorg, Welzijn en Sport (n=297; 8844)

20% 17% 18%

Handel (n=96; 2530) 10%

ICT & Creatieve Industrie (n=147; 2950)

18% 13%

Voedsel, Groen en Gastvrijheid (n=138; 5477) Zakelijke Dienstverlening & Veiligheid (n=133; 3159)

17%

15%

0% Bron:

25%

SBB BPV-monitor (over kalenderjaar 2023)

5%

10%

15%

20%

20%

25%

30%

35%

40%

45%

50%

NULMETING AMSTERDAMS STAGEPACT MBO

4

26

Ambitie 3: een passende stagevergoeding

De aan het stagepact deelnemende Amsterdamse bedrijven geven vrijwel unaniem aan een stagevergoeding te bieden. Over alle Amsterdams mbo-stagiairs zien we echter dat zes op tien geen stagevergoeding ontvangt. Dit aandeel – evenals de hoogte van de vergoeding – verschilt sterk tussen sectoren en tussen studenten met verschillende achtergrondkenmerken. De derde kernambitie in het Amsterdams Stagepact MBO betreft het realiseren van een passende stagevergoeding. Onderstaand kader (Box 4.1) schetst de uitdagingen waar Amsterdam voor staat ten aanzien van deze ambitie. Onderdeel van het Actieplan in het Amsterdams Stagepact MBO is dat deelnemende bedrijven alle studenten een volledige onkostenvergoeding bieden, met een passende stagevergoeding, zonder onderscheid te maken op basis van opleidingsniveau. Om de stand van zaken ten aanzien van passende stagevergoedingen in beeld te brengen zijn uit twee verschillende databronnen diverse relevante indicatoren geselecteerd (zie Box 4.2). De volgende paragrafen geven voor elk van deze bronnen een puntsgewijze samenvatting en visuele weergave van de onderzochte indicatoren. Hieronder vatten we de resultaten overkoepelend samen.

Bevindingen ten aanzien van een passende stagevergoeding (ambitie 3) Van de groep Amsterdamse studenten die een stage liep in maart 2024 ontving vier op de tien een stagevergoeding (Figuur 4.1). Dit betekent dat meer dan de helft (61%) van de studenten die een stage loopt géén stagevergoeding ontvangt. Ook verschilt de hoogte van de vergoeding sterk: een kwart van de studenten verdient tot €1.96 per uur, terwijl eveneens een kwart €4.23 of meer verdient. De mediaan vergoeding is €3.11 per uur (Tabel 4.2). De frequentie en hoogte van stagevergoedingen verschilt ook tussen sectoren. In de sector Handel ontvangt een relatief hoog deel géén vergoeding; dit geldt voor zeven op de tien stagiairs (72%). Daarnaast is ook de vergoeding in deze sector het laagst (mediaan van €1.79 per uur). In Zakelijke Dienstverlening en Veiligheid is het vaakst sprake van betaalde stages (56% van alle stagiairs). De hoogste vergoeding krijgen stagiairs in de sector Voedsel, Groen en Gastvrijheid (€4.18 per uur). Daarnaast zien we nog op een aantal andere gebieden verschillen in de frequentie en hoogte van de vergoeding. Zo krijgen niveau 1/2 stagiairs minder vaak stagevergoeding dan niveau 3/4 stagiairs (29% vs 42%), maar ligt de hoogte van de vergoeding bij niveau 1/2 dan wel hoger (mediaan van €3.52 vs €3.01 per uur).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15701091/1