Nota van beantwoording Beleidskader Puccinimethode.pdf
Tekst van het document
24
SD Zuid
SD Zuid
aanlegplaatsen zijn. De tekst in het beleidskader is op dit punt aangepast om eventuele verwarring op dit punt weg te nemen. 3.5
Op het gebied van toepassing van groen in de historische binnenstad voelt het dagelijks bestuur de spanning tussen de wens en doelstelling tot het beschermen van het historisch erfgoed en de noodzaak en ambitie tot vergroening. Zeker daar waar de Unesco waarden niet direct in het geding zijn moet ruimte zijn voor vergroening. Juist in de versteende standaard grachtenprofielen ligt een grote noodzaak om de kansen voor vergroening te pakken waar deze liggen zonder aan de andere belangen voorbij te gaan. Ook in dit geval is er de noodzaak om ruimte te hebben voor kleine afwijkingen van gestelde kaders. Het dagelijks bestuur vraagt dan ook om het Puccini Beleidskader als kader te gebruiken en niet als een barrière voor noodzakelijke ontwikkelingen in een toekomstige leefbare, duurzame en klimaat bestendige stad.
25
De ruimte in de openbare ruimte is beperkt en bij het maken van passende inrichtingen die ruimte bieden aan alle wensen en doelstellingen voor de openbare ruimte is niet alles mogelijk. Het Beleidskader Puccinimethode onderschrijft ook de ambitie om meer openbare ruimte in de stad te vergroenen. Echter doet het toevoegen van niet historisch passend groen op kades in het Rijksbeschermd stadsgezicht afbreuk aan de cultuurhistorische waarde van het gebied. Daarom is er gekozen voor het vier soorten van vergroening die mogelijk zijn op de kades. Deze vier soorten zijn opgenomen onder 9.5.2. Afwijkingen dienen te worden voorgelegd aan het Toetsteam OR&M, conform de reguliere procedure. Indien een negatief advies van het Toetsteam OR&M volgt, kan alleen via een collegebesluit tot uitvoering van de afwijkende vergroening worden overgegaan.
SD Centrum
4. Straatmeubilair Reactie
Antwoord
Inspraak
4.1
Wij zijn warm voorstander van de ontwikkeling van één samenhangende meubilairlijn en juichen toe dat waar mogelijk de drie andreaskruisen worden toegepast.
Het Beleidskader Puccinimethode houdt vast aan de ontwikkeling van één samenhangende meubilairlijn voor de gehele stad. Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van de drie andreaskruisen op het meubilair. Voor het historische centrum van Weesp geldt dat afvalbakken, walkasten, wayfinding voor voetgangers en Amsterdammertjes zonder andreaskruisen worden uitgevoerd.
B.I
4.2
De gietijzeren putdeksels lenen zich bij uitstek voor versiering met andreaskruisen. De deksels dragen nu de naam Weert, de gemeente waar ze gemaakt worden. Er is bijna geen stad in Europa te vinden waar ze niet een eigen, fraai vormgegeven putdeksel hebben. Graag zien wij dat de meubilairlijn in het ‘handboek rood’ wordt aangevuld met een fraai ontworpen Amsterdamse putdeksel.
De putdeksels in Amsterdam zijn niet in bezit of in beheer van de gemeente Amsterdam, maar bij Waternet. De putdeksel is dan ook geen onderdeel van het gemeentelijk beleid van de Puccinimethode en het college is niet voornemens de putdeksel toe te voegen aan de standaarden van de Puccinimethode. Dat betekent echter niet dat de putdeksels geen Amsterdamse signatuur hebben.
B.I
Samenvattende aanbeveling 6: Voeg fraai ontworpen, herkenbaar Amsterdamse putdeksels toe aan de meubilairlijn in het ‘handboek rood’
Waternet is gemandateerd door Amsterdam om invulling te geven aan de rioleringstaken. Waternet koopt de putten in en laat het logo van waternet op de deksel zetten. Daarnaast worden er ook deksels gemaakt met de Andreaskruizen van Amsterdam en met de naam ‘Amsterdam’ op de putdeksel. Zie hieronder twee voorbeelden.
26
4.3
Hoewel aan particulier meubilair geen aandacht wordt besteed vormt dit wel een belangrijke component van de (beeld)kwaliteit van de openbare ruimte, zeker in de binnenstad waar zoveel horecaterrassen zijn. De gemeente, die toestemming moet verlenen voor plaatsing van objecten in de openbare ruimte, zal er toch op z’n minst voor moeten zorgen dat deze geen afbreuk doen aan de gewenste omgevingskwaliteit. Dat impliceert niet per se dat er alsnog gedetailleerde voorschriften moeten komen. Wel kan worden overwogen een aantal ‘vuistregels’ op te stellen die (horeca)ondernemers een kader bieden voor de keuze van hun meubilair. Daarnaast zou met ‘trendsetters’ kunnen worden gewerkt, naar analogie van De Schoonheid van Amsterdam. Verder lijkt het zinvol om initiatiefnemers de mogelijkheid te bieden om advies te vragen aan het Toetsteam Openbare Ruimte & Mobiliteit, resp. aan een daarvoor toegeruste ambtenaar. Voor excessen kan toepassing van de ‘excessenregeling’ uit De Schoonheid van Amsterdam uitkomst bieden. Ons voorstel is om een (gemengde) werkgroep in te stellen die hiermee aan de slag gaat. Wij zijn graag bereid daaraan deel te nemen. Samenvattende aanbeveling 7: Stel een (gemengde) werkgroep in die nagaat hoe er voor gezorgd kan worden dat particulier meubilair geen afbreuk doet aan de gewenste omgevingskwaliteit.
27
Het Beleidskader Puccinimethode formuleert de standaard voor het Amsterdamse straatbeeld en bestaat onder andere uit inrichtingsprincipes, profielen, materiaalkeuzes, objecten, technische details, groensoorten en groentoepassingen. Deze standaarden hebben betrekking op de materialen die in het bezit van de gemeente Amsterdam zijn of die onder het beheer van de gemeente Amsterdam vallen. Het particulier terrasmeubilair is geen onderdeel van deze standaarden van de Puccinimethode, omdat het geen straatmeubilair van de gemeente betreft maar spullen van ondernemers. Regels die gelden voor de inrichting van terrassen zijn opgenomen in het horeca- en terrassenbeleid en vallen buiten de scope van de Puccinimethode.
B.I
4.4
‘Ook bij objecten van andere partijen, zoals vervoersbedrijven en nutsbedrijven, is het belangrijk dat de vormgeving past binnen het Amsterdamse straatbeeld’ (p.20). Goed dat ‘samen met deze partijen’ gezocht wordt ‘naar passende oplossingen’, maar zoeken alleen is mogelijk niet voldoende om tot een voor Amsterdam acceptabel resultaat te komen. Specifiek bepleiten wij om bij de noodzakelijke vervanging van de trafohuisjes in het Unesco-gebied - in het kader van de energietransitie - in de openbare ruimte alleen te werken met de vertrouwde Amsterdamse peperbus i.p.v. de vierkante dozen waar Liander de voorkeur aan geeft. In tegenstelling tot wat daarover wordt gezegd in het Ontwikkelperspectief Distributienet bieden de (duurdere) trafozuilen in de meeste gevallen voldoende capaciteit. Dat blijkt ook uit het feit dat er onlangs vergunningen voor nieuwe trafozuilen zijn verleend. Samenvattende aanbeveling 8: Neem de trafozuil (peperbus) op in een ‘appendix’ bij de Amsterdamse meubilairlijn.
4.5
Fiets-parkeren nader uitwerken Het parkeren van auto’s faciliteert u volop, het lijkt wel alsof u de inrichting van de openbare ruimte daarmee begint, zie de straatbeelden op bladzijde 44 t/m 47: alleen faciliteiten voor auto-parkeren, niks voor fiets-parkeren. En het onthutsende straatbeeld op bladzijde 43: zo te zien geen organisch gegroeid rommeltje maar een recent willens & wetens ontworpen
28
Het Beleidskader Puccinimethode formuleert de standaard voor het Amsterdamse straatbeeld en bestaat onder andere uit inrichtingsprincipes, profielen, materiaalkeuzes, objecten, technische details, groensoorten en groentoepassingen. Deze standaarden hebben uitsluitend betrekking op de materialen die in het bezit zijn van de gemeente Amsterdam of die onder het beheer van de gemeente Amsterdam vallen. De trafohuisjes vallen hier niet onder. Aan de ene kant zijn het geen objecten van de gemeente Amsterdam en aan de andere kant is het geen straatmeubilair, maar een gebouw.
B.I
Desalniettemin herkent de gemeente de opgave om ook objecten / gebouwen van derden die in de openbare ruimte of in de stad staan te laten passen binnen de Amsterdamse standaard. Dit betekent echter niet dat het daarna onderdeel zal worden van de Puccinimethode. De gemeente is in gesprek met Liander en andere netbeheerders (warmte, data) om te komen tot ontwerpen die beter passen bij de (verschillende soorten) openbare ruimte van Amsterdam. Sowieso wordt eerst gepoogd om nutsobjecten in te bouwen in bestaande gebouwen dan wel (deels) ondergronds of in combinatie met een ander object te realiseren. De opgave tot het aanleggen van voldoende nutsobjecten in Amsterdam is echter dermate groot dat een deel toch in de openbare ruimte en plek zal moeten vinden. Er wordt gewerkt aan een ruimtelijk beleidskader om met de netbeheerders vast te stellen welke objecten waar zijn toegestaan. Het Beleidskader Puccinimethode doet geen uitspraak over het ruimtelijk programma in een straat, maar doet wel uitspraak over hoe dit moet worden ontworpen, gematerialiseerd en gedetailleerd. Hierin is het principe dat alle gewenste standaard ontwerpoplossingen worden geboden die de projecten kunnen gebruiken na de gemaakte keuzes in het project. De Puccinimethode bepaalt kortom niet of er in een straat ruimte geboden wordt aan autoparkeren dan wel aan fietsparkeren.
A.I
Willemsparkweg met de fietsen midden op de stoep. In hemels naam, welke Puccini-regel uit 2018 maakt dit mogelijk, welke kaders & regels ontbreken in Puccini 2018 die dit voorkomen ? Oplossing: In het Beleidskader Puccini 2023 ontwerp-kaders voor het fiets-parkeren toevoegen; dit in 2024, na inspraak begin 2024 over een fiets-aanvulling op Puccini 2023.
Op de pagina’s 44 en 45 gaat het specifiek over autoparkeren. Voor dit thema is uitgebreid aandacht in het Beleidskader Puccinimethode, omdat de inpassing van de parkeervakken en bijbehorende (afwaterings)details bepalend zijn in de opbouw van het straatprofiel. In het Handboek Rood van de Puccinimethode is gedetailleerd uitgewerkt hoe fietsparkeervoorzieningen (nietjes, rekken, vakken) worden toegepast. De aanbeveling om ontwerpkaders voor fietsparkeren op te nemen is dus overbodig, omdat hierin al voorzien is in Handboek Rood. De afbeeldingen van geparkeerde auto’s bij hoofdstuk 5.4.1. zijn derhalve niet misplaatst, maar illustreren de verschillende parkeervarianten. Op de pagina’s 46 en 47 wordt een impressie gegeven van een straat met autobestuurders, fietsers en voetgangers. Het ontbreken van een fietsparkeervoorziening op deze afbeelding is geen beleidskeuze. De foto op pagina 43 is een voorbeeld van te weinig ruimte voor de voetganger. Deze afbeelding dient slechts ter illustratie van de huidige situatie op straat.
4.6
Bloem-bakken & -baskets niet weren maar toevoegen als regulier gemeentelijk meubilair Op bladzijde 77 houdt u een betoog om groen in gesloten systemen in beginsel uit te sluiten. Prima, daar is veel voor te zeggen. Echter, in één adem door sluit u bloem-bakken en -baskets aan brugleuningen uit en daar is helemaal geen reden voor. Alleen al niet omdat die bakken & baskets helemaal niet dienen als groen , het gaat figuurlijk en ook letterlijk alleen om opfleuren van het straatbeeld, als het goed is zelfs helemaal geen groen te zien, alleen bloemen. Een dergelijke bloemen-pracht tot voor kort op de bruggen van straten als bijvoorbeeld Clercqstraat, JP Heijestraat, Bilderdijkstraat, Damstraat / Oude
29
Bloembakken en -baskets vormen geen onderdeel van de standaarden van de Puccinimethode, gegeven de nadelen van groen in gesloten systemen zoals omschreven in het Beleidskader Puccinimethode. Omdat groen in bakken en baskets conform dit Beleidskader Puccinimethode slechts beperkt wordt toegepast, zijn bakken en baskets op dit moment geen onderdeel van de Puccinimethode meubilairlijn. Bij de bestuurlijke fusie tussen Amsterdam en Weesp zijn bestuurlijke afspraken gemaakt over welke onderdelen in de openbare ruimte van Weesp behouden zouden worden, de baskets zijn daar onderdeel van. De baskets vormen een beeldbepalende kwaliteit in de binnenstad van Weesp en daarom blijven deze nog wel mogelijk in Weesp. In Amsterdam worden hanging baskets in principe niet toegepast vanuit de gemeente, gegeven de nadelen van groen in gesloten systemen zoals omschreven in het Beleidskader Puccinimethode .
A.I
Doelenstaat / Oude Hoogstraat, . . . . . . . . . . En hoezo stelt u voor om deze bakken & baskets alleen te weren uit Amsterdam en niet uit Weesp ? Oplossing: Bloem-bakken & -baskets aan brugleuningen in het Beleidskader Puccini 2023 toevoegen als regulier gemeentelijk meubilair. 4.7
P56: verschillende types straatlantaarns waaronder het 21e eeuw type midden onder met een hoge lamp voor de autorijbaan en een lage voor fietspad en voetpad. Hierdoor is de bundel licht op fiets‐ en voetpad kleiner dan die op de rijbaan. Bijgevolg zullen er donkere plekken op fietspad en voetpad zijn. Dat is ongewenst (en ook subjectief onveilig).
De richtlijnen voor de mate van verlichting in de openbare ruimte is vastgelegd in het Beleidskader Verlichting. Hiermee wordt voldaan aan de vastgelegde normen. Het Beleidskader Puccinimethode gaat vervolgens over de materiaalkeuze (vormgeving van masten en armaturen) waarmee dit licht wordt gegeven.
B.II
4.8
P58: In onderdeel 6.2 wordt straatmeubilair kort besproken, Ook paaltjes worden genoemd. In het beleidskader dient het belang van een veilige inrichting van paaltjes op fietsroutes aandacht te krijgen. Voeg dat toe, meteen daarbij een verwijzing naar de richtlijnen voor veilige inrichting in de Leidraad CVC. Doe dit ook in Handboek Rood, onderdeel 13.6.
In het Beleidskader Puccinimethode wordt het belang van een verkeersveilige inrichting in algemene zin benadrukt op pagina 23. Onderdeel 6.2 gaat over de vormgeving van paaltjes, als onderdeel van de meubilairlijn. In Handboek Rood is dit nader uitgewerkt.
B.II
In Handboek Rood werd al verwezen naar het ‘Afwegingskader Inrichting van autovrije gebieden en de toepassing van paaltjes i.r.t. bereikbaarheid en toegankelijkheid’, te vinden via https://hior.amsterdam.nl. Daarin is terughoudendheid met paaltjes het uitgangspunt. Op basis van de inspraakreactie is in het Handboek Rood toegevoegd dat paaltjes verkeersveilig geplaatst en ingeleid moeten worden conform de daarvoor geldende richtlijnen. Voor de tekst in het beleidskader voert dit technische detailniveau ten aanzien van de plaatsing van paaltjes te ver.
4.9
We zijn blij met de wijze waarop we bij elementen uit het Handboek Rood zijn betrokken, zoals de openbare toiletten en het ontwerp van een nieuwe picknicktafel, waarop we in verschillende ontwerpstadia geraadpleegd. Die werkwijze zetten we graag voort.
30
Bij de ontwikkeling van nieuw beleid en de ontwikkeling van nieuwe standaardontwerpen is het de reguliere werkwijze om in het proces belangenvertegenwoordigers te raadplegen over het voornemen. Deze werkwijze zet de gemeente graag voort.
B.III
4.10
Prullenbakken zijn onderdeel van het straatmeubilair en derhalve ook onderhevig aan de Puccinimethode. Vanwege de nieuwe regels omtrent statiegeld op plastic flesjes en blikjes, is het noodzakelijk om de prullenbakken zo te ontwerpen dat mensen deze in ‘doneer-ringen’ kunnen plaatsen of speciale afvalbakken voor statiegeldverpakking in de openbare ruimte te plaatsen, zodat verzamelaars plastic en blikjes te gelde kunnen maken. In het Amsterdam ArenA-Gebied worden tijdens drukke evenementen extra afvalbakken geplaatst zonder de mogelijkheid van afvalscheiding. Dit kan worden uitgebreid met onderscheid tussen restafval en afvalbakken speciaal voor blik/plastic, ook in de rest van het stadsdeel. Bij het Kwakoe-festival van afgelopen zomer zagen we dit wel goed opgelost, met aparte afvalbakken voor gebruikte blikjes. Het zou goed zijn als deze bakken zo ontworpen zijn dat ze ‘vandalisme bestendig’ zijn.
Met ingang van de tweede helft van 2021 is statiegeld op kleine plastic flesjes ingevoerd, sinds 1 april 2023 geldt dit ook voor blikjes. Met ingang van deze wetgeving is de inzameling van deze stromen de verantwoordelijkheid van de producenten geworden.
SD Zuidoost
Het college is geen voorstander van meer vaste inzamelvoorzieningen in de openbare ruimte; deze is al vol genoeg en het zorgt voor meer reinigingswerk. In overleg met de producenten wordt de stap gezet naar een volwaardig (inpandig) inzamelsysteem waarmee de openbare ruimte niet wordt belast. Een inpandig inzamelsysteem heeft geen betrekking op het Beleidskader Puccinimethode. Indien deze verkenningen uiteindelijk wel uitkomen op gewenste aanpassingen aan de Puccini afvalbakken zullen deze worden doorgevoerd in de standaard, via aanpassing in Handboek Rood. Hiernaast wordt onderzocht hoe het statiegeldsysteem beter toegepast kan worden tijdens grote evenementen (met onder andere inzet van tijdelijke mobiele statiegeldmachines) en hoe bedrijven daarbij kunnen worden betrokken.
4.11
Het Dagelijks Bestuur wil de huidige standaard van mast en armatuur voor de openbare verlichting in Nieuw- West (zone d) ter discussie stellen. Een standaard lage mast met Friso Kramer armatuur heeft niet de gewenste uitstraling in het gebied als inrichting van de openbare ruimte, ondanks de historie die achter deze keuze ligt. Wij willen u verzoeken een onderzoek te starten naar een upgrade van de mast en armatuur in zone d met verbeterde en passende uitstraling.
De keuzes voor de soort masten en armaturen in de Puccinimethode volgen uit de beleidskeuzes die gemaakt zijn in het voormalig ‘Beleidsplan openbare verlichting 2005 – 2015’, waarin de masten en armaturen tot 2018 waren opgenomen. Het kaartmateriaal waarop de masten en armaturen per zone zijn ingedeeld is destijds tot stand gekomen op basis van stedenbouwkundige en cultuurhistorische overwegingen. De verlichtingskaart die sinds 2018 onderdeel uitmaakt van het Beleidskader Puccinimethode houdt een standaard aan voor de gehele zone D. Deze zone beslaat delen van Nieuw-West, maar ook onder andere delen van Stadsdeel Zuid en Stadsdeel Noord. Omdat we streven naar een
31
SD NieuwWest
eenduidige gemeentebrede lijn, met een beperkt aantal verschillende masten en armaturen, wordt vastgehouden aan de afspraken zoals die in het verleden gemaakt zijn. De Kegelarmatuur, afgeleid van de Friso Kramer armaturen, is daarbij ook een beeldbepalend element in het Amsterdamse straatbeeld met een langer historie. Dit alles overwegende wordt niet gestart met een onderzoek naar een ander type lage masten en armaturen voor Nieuw-West. Daarbij speelt ook mee dat het introduceren van andere masten en armaturen grote consequenties zou hebben voor de samenhang in het straatbeeld, de herbruikbaarheid en duurzaamheid van het areaal en de (beheer)kosten. 4.12
De stadsdeelcommissie adviseert om maatwerk toe te passen bij de Sloterplas, dit resulteert in het plaatsen van extra afvalbakken en extra openbare toiletten om zo het park schoon en inclusief te maken.
4.13
6.2 Straatmeubilair: Als DB zijn we ons ervan bewust dat de energietransitie een essentiële en zeer urgente uitdaging is, waar tempo onvermijdelijk is. Echter is het in de belangenafweging, en rekening houdend met het draagvlak achter deze transitie, ook essentieel dat we de ruimtelijke kwaliteit van onze buurten behouden. Zeker aangezien veel van de geplaatste nutsobjecten in de schaarse openbare ruimte in bestaande wijken belanden. Dit terwijl voor het uiterlijk van nutsobjecten op dit moment minimale kwaliteitseisen zijn afgesproken. Daarom benadrukt het DB de urgentie richting een gemeentelijke standaard voor het inpassen van nutsobjecten in de openbare ruimte. We adviseren ook de ‘peperbus’ te behouden voor de stad.
32
Het Beleidskader Puccinimethode doet geen uitspraak over het ruimtelijk programma in een straat of in een park, maar doet wel uitspraak over hoe dit moet worden ontworpen, gematerialiseerd en gedetailleerd. De inrichtingskeuzes rondom de Sloterplas vormen dus geen onderdeel van dit beleidskader. Het Beleidskader Puccinimethode formuleert de standaard voor het Amsterdamse straatbeeld. De Puccinimethode heeft uitsluitend betrekking op de materialen die in het bezit zijn van de gemeente Amsterdam of die onder het beheer van de gemeente Amsterdam vallen. De trafohuisjes vallen hier niet onder. Desalniettemin herkent het college de opgave om ook objecten / gebouwen van derden die in de openbare ruimte of in de stad staan te laten passen binnen het Amsterdamse straatbeeld. Dit betekent echter niet dat het daarna onderdeel zal worden van de Puccinimethode. De gemeente is in gesprek met Liander en andere netbeheerders (warmte, data) om te komen tot ontwerpen die beter passen bij de (verschillende soorten) openbare ruimte van Amsterdam. Sowieso wordt eerst gepoogd om nutsobjecten in te bouwen in bestaande gebouwen dan wel (deels) ondergronds of in combinatie met een ander object te realiseren. De opgave tot het aanleggen van voldoende nutsobjecten in Amsterdam is echter dermate groot dat een deel toch in de openbare ruimte en plek zal
SD NieuwWest
SD Noord
moeten vinden. Er wordt gewerkt aan een ruimtelijk kader om vast te stellen welke objecten waar zijn toegestaan. 4.14
Ook willen we pleiten om binnen Puccini te kiezen voor zit-/straatbanken met rugleuning. De rugloze zit-straatbanken zijn hufterproof, maar daarmee ook minder vriendelijk en minder gemakkelijk, zeker voor onze senioren. Daarom gaat onze voorkeur uit naar straatbanken met rugleuning waar alle bewoners elkaar comfortabel kunnen ontmoeten.
Binnen de Puccinimethode streven we naar één herkenbare familie van straatmeubilair zonder de functionaliteit en gebruiksvriendelijkheid per object te kort te doen. Voor de bankjes is er in de basis keuze tussen twee verschillende soorten. Bij de meest gebruikte Canapé bank zijn er verschillende uitvoeringen mogelijk met en zonder rug- en zijleuningen. Per project kan de keuze gemaakt worden voor het soort bank en voor de toepassing van een bank met of zonder rug- en zijleuningen.
SD Noord
De keuze voor wel of geen rugleuning wordt in algemene niet gemaakt uit overwegingen rondom “hufterproofheid”, maar uit ruimtelijke overwegingen. De optie om een Canapé bank zonder rugleuning te plaatsen blijft behouden, omdat dit soms het meest passend is. In het Handboek Rood zullen de beperkingen hiervan met betrekking tot zitcomfort onder de aandacht gebracht worden. 4.15
We willen van dit advies gebruik maken om extra aandacht te vragen voor de huidige problematiek rond de afvalbakken. Door de nieuwe statiegeld regeling is een snelle aanpassing van de huidige bakken nodig.
Met ingang van de tweede helft van 2021 is statiegeld op kleine plastic flesjes ingevoerd, sinds 1 april 2023 geldt dit ook voor blikjes. Met ingang van deze wetgeving is de inzameling van deze stromen de verantwoordelijkheid van de producenten geworden. Het college is geen voorstander van meer vaste inzamelvoorzieningen in de openbare ruimte; deze is al vol genoeg en het zorgt voor meer reinigingswerk. In overleg met de producenten wordt de stap gezet naar een volwaardig (inpandig) inzamelsysteem waarmee de openbare ruimte niet wordt belast. Een inpandig inzamelsysteem heeft geen betrekking op het Beleidskader Puccinimethode. Indien deze verkenningen uiteindelijk wel uitkomen op gewenste aanpassingen aan de Puccini afvalbakken zullen deze worden doorgevoerd in de standaard, via aanpassing in Handboek Rood.
33
SD Zuid
4.16
De stad nodigt uit om bijvoorbeeld te skaten, freerunnen of voetballen op straat, in stadsparken en andere openbare plekken: de reguliere infrastructuur van de stad is het podium voor urban sports. Er moeten voldoende plekken zijn die niet specifiek als plek om te sporten zijn ontwikkeld, maar daar wel voor kunnen worden gebruikt: zoals pleinen, muren, richels en trappen. Daarnaast is de stad de tuin en de huiskamer van hen die geen thuis hebben of klein behuisd zijn. Het DB van Zuid vraagt aandacht voor inrichting en gebruik van materiaal en meubilair dat uitnodigt om te verblijven of te sporten en te bewegen, uiteraard op plekken waar dit mogelijk is.
34
De ambities om Amsterdam gezond en beweegvriendelijk in te richten zijn gevat in diverse beleidsdocumenten, waaronder de De Bewegende Stad, de Amsterdamse Beweeglogica (2016) de Visie Openbare Ruimte (2017) en de Amsterdamse Gezondheidslogica (2021).
SD Zuid
5. Puccini Groen Reactie 5.1
Antwoord
Informatie-falen bomen alsnog oplossen Nu al jaren lang gaat het bij onderhoud en herinrichting aanhoudend mis door falen van de boom-informatie, uw diensten zijn daarin ronduit nalatig. Neem bijvoorbeeld de prachtbomen bij de Sloterplas, ten onrechte gekapt, in 2018 leidend tot de bijgaande motie 58, die spreekt uw diensten aan op ontbreken van deugdelijke boom-informatie. Inmiddels zijn we 5 jaar verder maar die boom-info is er nog steeds niet. Een link naar de monumentbomen zit wel in uw Handboek Groen maar die site heeft u in april 2023 nota bene uit de lucht gehaald. Dit kwalificeert als obstructie van de motie; zolang er geen nieuwe besluiten tot monumentaanwijzing zijn genomen blijven de eerdere monument-aanwijzingen door de 7 stadsdeel-DB’s en aanvullend door B&W onverminderd van kracht. Bijgaand in bijlage 5 uw kaart met de monument-bomen zoals u die anno 288-2023 op uw site heeft staan. Volgens uw legenda zouden er géén monument-aanwijzingen meer van kracht zijn. Grotere onwaarheid & misleiding is niet denkbaar. Zelfs de nummering van de bomen is niet eenduidig, de diensten werken met verschillende nummer-systemen door elkaar. - In 2022 komt het Ingenieursbureau in een bezwaarprocedure met de smalende opmerking dat bewoners het zouden hebben over bomen die ergens bij Halfweg zouden staan.
Nee dames & heren, niet de bewoners maar uw diensten werken met de verkeerde nummers, je kan er op wachten dat voor de zoveelste keer zogenaamd per abuis de verkeerde bomen worden gekapt. Kort na het Sloterplas-drama in 2018 nogmaals in NwWest, in 2020 een Es
35
De gemeente Amsterdam heeft een grote opgave in het vergroenen van de openbare ruimte en het meer klimaatadaptief (meer waterberging, minder hittestress) maken van de openbare ruimte. Het behouden en het planten van bomen zijn hierin van groot belang. Op grond van het beleidskader Puccinimethode is het behoud van bomen dan ook een belangrijk punt. Dit is opgenomen in ‘10.2.1 Algemene voorwaarden voor bomen’. Twee belangrijke punten hierin zijn: • Streven is om bestaande bomen en boomstructuren zoveel mogelijk in (nieuwe) ontwerpen in te passen. • Streven is om in nieuwe situaties bomen zoveel mogelijk te planten in de open grond of in onbelaste verhardingen (trottoirs). Voor de Hoofdbomenstructuur wordt nog steviger vastgehouden aan het behoud van bomen. In 10.2.2 staat hierover: • Uitgangspunt is dat bestaande bomen en boomstructuren in de Hoofdbomenstructuur worden ingepast in (nieuwe) ontwerpen. Belangrijk hierbij is dat de bestaande groeiplaats en beworteling van de bomen in de Hoofdbomenstructuur intact blijven. Als dit niet haalbaar is wordt dit goed onderbouwd. De informatie van de genoemde kaart voor Nieuw-West is opgenomen in een gemeentebrede kaart ‘Bijzondere Bomen’. Deze is te vinden op de pagina: https://maps.amsterdam.nl/bomen_bijzonder/ Een verwijzing naar deze kaart is naar aanleiding van deze zienswijze opgenomen in Handboek Groen.
De monumentale bomen worden op deze kaart bijgehouden. Aanpassingen aan deze kaart vallen buiten het beleidskader. De kaart is geen onderdeel van
Inspraak A.I
met beeldbepalende status in het Meerwaldtpark waarmee totaal niks aan de hand was.
het Beleidskader Puccinimethode. De overige adviezen hebben derhalve geen betrekking op het Beleidskader Puccinimethode.
Over al dit informatie-falen nog steeds niks in uw beleidskader 2023, u kijkt weg, u trekt geen lessen. Oplossing: A. De motie 58 inzake Puccini-falen alsnog uitvoeren en de kaart met de monument- bomen die u in april 2023 uit de lucht heeft gehaald herstellen en een link daarheen opnemen in het Beleidskader Puccini 2023 en het Handboek Groen 2023. B. Op die kaart invoeren de bomen die B&W wegens verzuim van DBNwWest sinds 2008 met besluit dd. 27-3-2018 voorlopig heeft aangewezen als monumentaal. C. Zodra een nieuw aanwijzings-besluit wordt genomen, zoals bijvoorbeeld begin 2023 door DB-Zuidoost, dit besluit verwerken in de monument-kaart op de site. D. In alle boomkaarten nu uiterlijk 31-12-2023 de correcte boomnummers, plantjaren en status-besluiten opnemen. 5.2
Plaats voor bomen nader uitwerken Ook al zijn bomen onmisbaar, er is geen enkel voorschrift voor plant en behoud van bomen. Natuurlijk, sinds 2016 de Bomenverordening en de Herplantregeling met plicht tot behoud van boom-volume en herplant na kap maar dat zegt helemaal niks over plant en behoud van bomen op welke plek. Ook bestemmingsplannen regelen plant en behoud van bomen niet, ze maken bomen alleen maar mogelijk, in plaats van bomen is ook aanleg van gras mogelijk, of zelfs kunstgras. Ook al zijn bomen nu juist in de straten en op pleinen buiten de parken onmisbaar, qua ruimteverdeling ontbreken ze in uw ontwerp-Puccini 2023; de overtuigingen op bladzijde 62 en 63 en de randvoorwaarden op bladzijde 78 en 79 werken hooguit belemmerend, deze overtuigingen en voorwaarden dwingen niet tot plaats behouden en plaats maken voor bomen.
36
In algemene zin schrijft de Puccinimethode niet voor hoeveel bomen er moeten staan en waar deze moeten komen te staan. Het Beleidskader Puccinimethode doet daarmee geen uitspraak over het ruimtelijk programma in een straat, maar doet wel uitspraak over hoe dit moet worden ontworpen, gematerialiseerd en gedetailleerd. Hierin is het principe dat alle gewenste standaard ontwerpoplossingen worden geboden die de projecten kunnen gebruiken na de gemaakte keuzes in het project. De Puccinimethode bepaalt kortom niet of er in een straat ruimte geboden wordt aan meer bomen of meer fietsparkeren.
A.I
Aldus maakt u de bomen tot sluitpost, hetgeen geheel in strijd is met het ook door u op bladzijde 62 en 82 nu juist onderschreven beginsel van integraal ontwerpen. Oplossing In het Beleidskader Puccini 2023 ontwerp-kaders voor de plaats van bomen in straten en op pleinen toevoegen; dit in 2024, na inspraak begin 2024 over een boom-aanvulling op Puccini 2023. 5.3
Randvoorwaarden voor bomen aanpassen Op bladzijde 78 en 79 formuleert u randvoorwaarden voor eerste of vervangende plant van bomen. Die randvoorwaarden kloppen deels niet: a.
De Bomenverordening en de Herplantregeling strekken tot waar mogelijk vervanging ter plekke , zonder uitzondering voor welke situatie dan ook. Echter, dit algemene beginsel van vervanging ter plekke wilt u nu terugbrengen tot alleen de bomen in de Hoofd Bomen Structuur HBS. Voor dit onderscheid is geen enkele reden, waar mogelijk moeten alle gekapte bomen ter plekke worden herplant.
b.
De groeiplaats-inrichting voor 50 jaar wilt u gaan beperken tot alleen de bomen in de HBS. Ook voor dit onderscheid is geen enkele reden, waar mogelijk moeten alle bomen in eerste of vervangende aanplant tenminste 25m3 grond-volume krijgen zodat ze ten minste 50 jaar kunnen doorgroeien.
c.
De nieuwe Herplantregeling maakt vervanging van een reus door één sprietje in bepaalde gevallen mogelijk maar het beginsel van en de plicht tot behoud van boom-volume na kap staat recht overeind. Dit betekent dat niet langer kan worden gewerkt met standaard minimum-maten van de herplant. In plaats daarvan moet de
37
Op pagina 78 en 79 zijn voorwaarden opgenomen voor bomen in het algemeen (10.2.1), voor bomen in de Hoofdbomenstructuur (10.2.2) en voor bomen buiten de Hoofdbomenstructuur (10.3.3). In de huidige structuur betekent dit dat de voorwaarden onder 10.2.1 gelden voor alle bomen in de stad en dat voor de andere voorwaarden geldt dat de locatie van de boom uitmaakt welke aanvullende voorwaarden van toepassing zijn. Om dit verder te verduidelijken is opgenomen dat 10.2.1 gaat om álle bomen in de stad. De voorwaarden uit het Beleidskader Puccinimethode zijn hiermee in lijn met de Herplantregeling en behoeven geen verdere aanpassing. In reactie op de afzonderlijke punten: a. In de voorwaarden staat niks over het ‘algemene beginsel van vervanging ter plekke’. In de Bomenverordening is opgenomen dat herplant ter plekken moet plaatsvinden. Namelijk: ‘Herplant zal zoveel mogelijk ter plaatste moeten gebeuren. Als herplant ter plaatse niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld omdat er na nieuwbouw en herinrichting van de openbare ruimte geen plaats meer is dan moet naar mogelijkheden worden gezocht om bomen elders in de directe omgeving te planten.’ Dit geldt altijd, dus ook voor de HBS en voor buiten de HBS. b.
Alle bomen, zowel binnen als buiten de HBS krijgen in principe minimaal 25m3 doorwortelbare ruimte mee (zie ook 10.2.3, 2e bullet). Dit is in beginsel goed voor een goede groei voor de komende 50
A.I
herplant bij één-op-één vervanging in het belang van behoud van het boom-volume worden uitgevoerd in de grootst mogelijke diktemaat. d.
jaar. Voor bomen in de HBS streven we zelfs naar volumes tussen de 25-40 m3 doorwortelbaar volume, zodat bomen langer doorgroeien. c.
Conform de huidige regeling kan herplant plaatsvinden met dunnere bomen. Op grond van de herplantregeling moet bij de kap van een dikke boom veel meer (dunne) bomen worden herplant. Om te voorkomen dat te dunne bomen worden geplant wordt bij herplant een ondergrens van een plantmaat aangegeven (omtrek 25-30 cm).
d.
Het Beleidskader wijkt niet af van de bomenverordening. Bij herplant in de HBS gelden de regels conform de Bomenverordening. Wel wordt een ondergrens gesteld voor de aanplantmaat, namelijk 25-30 cm omtrek, juist om te voorkomen dat er te dunne bomen worden herplant in de HBS. De Bomenverordening biedt ruimte om deze ondergrens te stellen.
Door in de Puccini-regels voorschriften op te nemen in afwijking van en aanvulling op de Herplantregeling ontstaat een onoverzichtelijk, onbegrijpelijk en onwerkbaar geheel.
Oplossing: A. De voorschriften in het Beleidskader Puccini 2023 beperken tot eerste aanplant en deze voorschriften nader afstemmen op de voorschriften van de Herplantregeling zodat klip & klaar is waar de regels voor eerste aanplant en voor vervanging hetzelfde zijn dan wel verschillen. B. In de voorschriften voor vervangende aanplant geen onderscheid maken tussen bomen binnen de HBS en buiten de HBS. C. De regels voor herplant uitsluitend opnemen in de Herplantregeling en in Puccini 2023 en het Handboek Groen 2023 links opnemen naar de Herplantregeling. 5.4
Het DB adviseert positief over toevoeging van de Puccini Groenkaart en actualisatie van de tabel met groentoepassingen.
Voor kennisgeving aangenomen.
SD Zuidoost
5.5
Het DB adviseert positief op de actualisatie mbt de inrichtingsprincipes voor groen op kades en het onderscheid tussen het Rijks beschermd stadsgezicht en groen op de kades daarbuiten.
Voor kennisgeving aangenomen.
SD Zuidoost
5.6
Het DB adviseert positief over de aanscherping van de inrichtingsprincipes mbt groen in gesloten systemen [ Plantenbakken] met als principe “nee, tenzij”.
Voor kennisgeving aangenomen.
SD Zuidoost
5.7
Kwaliteit plantvakken Enerzijds is er de ambitie om rigoureus te vergroenen, anderzijds is de ambitie voor de beeldkwaliteit van groen bijgesteld van B naar C.
Het kwaliteitsniveau waarop groen beheerd wordt heeft inderdaad impact op de ontwikkeling van het groen en het beeld in de eindsituatie. Bij het doorontwikkelen van voorschriften voor groentoepassingen in Handboek
SD Zuidoost
38
Dit heeft consequenties voor de kwaliteit van plantvakken, die per definitie een kortere levensduur hebben en gauw verworden tot een mengeling van onkruid en aanplant, met de nodige klachten van bewoners tot gevolg. Het DB adviseert daarom bij de keuze voor vergroening dit kwaliteitsniveau al aan de voorkant mee te nemen en te communiceren met bewoners om de verwachtingen te managen
5.8
Veiligheid voor Groen Het adagium dat veiligheid voor Groen gaat, kan in sommige gevallen leiden tot meerkosten in het beheer, bijvoorbeeld omdat vaker gemaaid moet worden. Tegelijk zijn het juist de matig (niveau C) onderhouden groenstroken die vaak bovenaan de lijst staan om te worden aangepakt (kort snoeien) bij dierplaagbeheersing (rattenbestrijding). Nu de klassieke middelen (rattengif) niet meer zijn toegestaan zou “plaagdier(on)vriendelijkheid” misschien een standaard ontwerp eis moeten worden, analoog aan rainproof.
Groen wordt rekening gehouden met het gehanteerde beheerniveau, er wordt gezocht naar beplantingstypen die op beheerniveau C goed te beheren zijn. Daarbij is in het Beleidskader Puccinimethode reeds aangegeven dat bijzondere groentoepassingen, die beheerintensief zijn, slechts beperkt kunnen worden toegepast. Op ambtelijk niveau wordt ook het gesprek gevoerd met ontwerpers en projectleiders over beplantingstypen in relatie tot het beheerniveau. Communicatie richting bewoners over het te verwachten groenbeeld is daarin inderdaad een belangrijk aandachtspunt dat we zullen meenemen. Voor de tekst in het beleidskader voert dit technische detailniveau ten aanzien van de ontwerpeisen voor groen te ver. Dit wordt wel opgenomen in het Handboek Groen van de Puccinimethode in hoofdstuk 4.
SD Zuidoost
Het Beleidskader Puccinimethode ondersteunt in algemene zin de drie voorstellen voor het meer klimaatbestendig maken van de openbare ruimte, zie ook paragraaf 3.3 over klimaatadaptatie.
SD Zuidoost
Het DB adviseert daarom bij de keuze voor vergroening dit kwaliteitsniveau al aan de voorkant mee te nemen en te communiceren met bewoners om de verwachtingen te managen 5.9
Klimaat- en hittebestendige inrichting van de openbare ruimte • Opvang en buffering van regenwater – wadi’s; • Hittebestrijding door het creëren van voldoende schaduwplekken, verdamping bevorderen door openbaar groen en waterpartijen, verstening tegengaan en kiezen voor open bestrating; • Open in plaats gesloten systemen bij openbare groenvoorzieningen (plantenbakken) om betere doorlating van regenwater te bevorderen;
39
Wadi’s maken onderdeel uit van de ontwerpmogelijkheden binnen de Puccinimethode en zijn nader uitgewerkt in Handboek Groen. Conform het Beleidskader Puccinimethode worden gesloten groensystemen slechts zeer
terughoudend toegepast en alleen als er geen andere mogelijkheden zijn, zie paragraaf 10.1.2. Bij projecten in de openbare ruimte is het verder de verantwoordelijkheid van het project om de ontwerpmogelijkheden zoals opgenomen in de Puccinimethode dusdanig toe te passen dat het ontwerp klimaatadaptief is, bijvoorbeeld met voldoende schaduw. Om projecten daarbij te helpen is in het Handboek Groen voor plantsoorten en boomtypen aangegeven welke kwaliteiten de soort heeft op het vlak van klimaatadaptatie. 5.10
In groenbeheerplannen kiezen voor inheemse soorten en soorten waarvoor geen pesticiden en andere giftige bestrijdingsmiddelen worden gebruikt;
Het Groenbeheer is geen onderdeel van het Beleidskader Puccinimethode.
SD Zuidoost
5.11
VVE’s, woningcorporaties en bewoners stimuleren om regenwaterafvoer los te koppelen van de riolering en gebruik van regenwater bij besproeien van openbaar groen stimuleren;
Openbaar groen wordt alleen besproeid vlak na de aanplantfase in zeer droge periodes. Wanneer de beplanting in de openbare ruimte volwassen is wordt deze in principe niet meer bewaterd. Het stimuleren van regenwaterafvoer loskoppelen van de riolering is belangrijk en maakt onderdeel uit van de gemeentelijke aanpak op het vlak van klimaatadaptatie, maar valt buiten de scope de Puccinimethode.
SD Zuidoost
5.12
Participatie van bewoners bij te maken keuzes bij het beheer van de openbare ruimte en openbaar groen.
De Puccinimethode biedt voldoende mogelijkheden om de openbare ruimte in het algemeen en het groen in het bijzonder dusdanig te ontwerpen dat er ruimte is voor medebeheer. Het participatieproces daaromtrent valt buiten de scope van de Puccinimethode.
SD Zuidoost
5.13
Ecologische kaart stadsdeel Noord. Vanuit Stadsdeel Noord is er recent een ecologische kaart opgesteld. Deze dient als leidraad om bij nieuwe ontwikkelingen in Stadsdeel Noord ook de natuurwaarden integraal te kunnen afwegen tijdens de planvorming. Hier staan een aantal adviezen in die we ook graag zouden willen meegeven in dit Puccini advies.
40
SD Noord
* We zouden graag zien dat halfverharde en onverharde paden ook volgens Puccini aangelegd zouden mogen worden. Onverharde paden zijn goed voor de ecologie en dit kan de natuurbeleving in het groen vergroten. Voorbeelden hiervan zijn: graspaden, zandpaden, bospaden, karrenspoor en boerenlandpaden. Hoewel aanwezig in bestaand Noord, staan dit soort paden bij de gemeente onder druk. Bij nieuwe ontwerpen krijgen de onverharde paden een negatieve beoordeling bij de gemeentelijke beheertoets. Met de invoering van ecologisch beheer zouden we ervoor pleiten om onverharde paden aan de standaardpaden in het groen toegevoegd te worden.
Op grond van het beleidskader Puccinimethode en de achterliggende handboeken Rood en Groen is het in algemene zin mogelijk om op groene plekken en in groene gebieden halfverharde paden toe te passen. Zie hiervoor 4.1.4 in het beleidskader. De nadere uitwerking hiervan staat in het Handboek Rood. Belangrijk uitgangspunt is de begaanbaarheid en beheerbaarheid van dergelijke halfverharde paden. Dat is niet bij elk soort halfverharding voldoende. Daarom schrijft Handboek Rood een beperkt aantal typen voor.
* Maak ecologische beheerplannen voor nieuwe projecten en bestaande gebieden. De ecologische ambities van stadsdeel Noord kunnen alleen duurzaam geborgd worden als er ook een ecologisch beheerplan is. Om de biodiversiteit van Noord en heel Amsterdam werkelijk te vergroten dient maatwerk te komen in het beheer. Ook is het hiervoor belangrijk dat de gemeentelijke groenketen samenwerkt. Ecologisch beheer betreft het reguliere groenbeheer, maar ook onverharde paden, baggeren en oeverbeheer.
Het maken van beheerplannen is geen onderdeel van het Beleidskader Puccinimethode.
*Verder willen we ervoor pleiten om in Puccini te verankeren dat er altijd ecologische bloembollen en zaden gebruikt dienen te worden. Wij verwijzen hierbij naar de motie ´Een gifvrij Noord´ die de stadsdeelcommissie Noord op 5 juli 2023 heeft aangenomen (link).
Vanuit de Puccinimethode is het gebruik van ecologische bloembollen en zaden mogelijk op grond van het Handboek Groen. Het wordt dan ook gestimuleerd, maar blijkt in de praktijk niet altijd inkoopbaar. Hiervoor is aandacht binnen de inkooptrajecten.
*Op de meeste aspecten is Puccini erg specifiek, biedt het zeer duidelijke kaders en zorgt het voor meetbaarheid/toets baarheid. Rondom biodiversiteit is dit momenteel nog niet altijd het geval. Dit zouden we als DB Noord graag anders zien. Op het moment dat er wordt uitgesproken dat inheemse beplanting de voorkeur heeft, zouden we ook graag zien dat er daadwerkelijk een percentage aangehangen wordt, zodat het toetsteam hier ook op kan toetsen.
In het Beleidskader Puccinimethode gaat het om de juiste plant op de juiste plek. In de Groenkaart en de groentabel is aangegeven in welke openbare groen onderdelen in ieder geval inheemse beplanting moet worden toegepast. In andere onderdelen is een goede afweging en menging van inheems en uitheems aan de ontwerper.
41
* We zien graag dat er verdere ambtelijke afstemming plaatsvindt over hoe de samenhangende groenstructuur vanuit Noord verwerkt kan worden in de Puccini-groenkaart. De structuren in de Puccini-groenkaart vinden we onvoldoende zichtbaar. Een voorbeeld van een kaart waar deze structuren duidelijker zijn, die ook in samenspraak met betrokken bewoners is opgesteld, is de kansen-en-verbindingenkaart Groen.
De kansen-en-verbindingenkaart is bekend, maar is bij opstelling van het Beleidskader Puccinimethode nog niet vastgesteld. Daarnaast is het op een te hoog detailniveau voor de tekst van het beleidskader. Zodra de kaart wordt vastgesteld, kunnen de principes overgenomen worden in het Handboek Groen.
* Tot slot sluiten we als DB aan bij het advies van de SDC om bewoners beter te informeren wat de Puccini methode inhoudt; wat betreft oa bomenkeuze, rainproof, klimaatbestendigheid en duurzaamheid. Onbekend maakt onbemind dus hoe beter bewoners geïnformeerd worden hoe meer vraagtekens en zorgen weggenomen kunnen worden over Puccini.
Communicatie over de Puccinimethode is inderdaad een belangrijk aandachtspunt, daar blijven we oog voor hebben. Informatie is makkelijk vindbaar voor bewoners via www.amsterdam.nl/puccini, maar meestal verloopt de communicatie in de praktijk via de projecten (projectleiders, ontwerpers, omgevingsmanagers). Om te zorgen dat al deze collega’s de bewoners goed, positief en volledig kunnen informeren wordt meermaals per jaar de Cursus Puccinimethode gegeven aan ambtenaren.
5.14
Wij kunnen ons vinden in de motivering om geen plantenbakken meer toe te staan in de openbare ruimte. Gezien de droogte van afgelopen jaar en in de maand juni van dit jaar is het zaak in te zetten op duurzaam groen; groen dat bijdraagt aan klimaatadaptatie. Dit sluit aan op de vijf overtuigingen waar de Puccini Methode op is gebaseerd, waaronder: Goede openbare ruimte is duurzaam in aanleg, in beheer en in gebruik. Wel kunnen we ons voorstellen dat er in uitzonderlijke gevallen wel voor gekozen wordt om plantenbakken te plaatsen. Deze mogelijkheid wordt middels het kader geboden.
Voor kennisgeving aangenomen.
SD Oost
5.15
We zien nog een aantal zaken op de groenkaart die we graag aangepast zien. Bijvoorbeeld het ecologische groen en de hoofdbomenstructuur binnen de grenzen van het tracé besluit Zuidasdok, waar de A10 verbreed en ondertunneld wordt.
De groenkaart is gebaseerd op bestaande ruimtelijke kaders: Omgevingsvisies Amsterdam (2021) en Weesp (2022), de Hoofdbomenstructuur (actualisatie t.o.v. 2018), de Amsterdamse Ecologische Visie (2012) en de Hoofdgroenstructuur uit 2011. Mocht toekomstige vaststelling van een vernieuwde Hoofdgroenstructuur aanleiding geven tot wijziging van de Groenkaart in de Puccinimethode, dan wordt de kaart in dit Beleidskader Puccinimethode daarop aangepast. Hierin volgt de Groenkaart dus de andere ruimtelijke kaders.
SD Zuid
42
5.16
Deel C, Groen: We constateren nog een onduidelijkheid m.b.t. het gebruik van de termen stadsgroen en ecologisch groen (op de kaart) en de term natuurpark, stadsnatuur en stadsparken in de tabel. Het is gewenst dit toe te lichten, ook omdat de inrichtingsmogelijkheden sterk verschillen. Iets soortgelijks geldt voor de gedenkparken, hoewel deze term gebruikt wordt in de concept hoofdgroenstructuur, is het in het vigerende beleid nog geen vastgestelde aanduiding.
De Groenkaart in het Beleidskader beschrijft vier soorten groen in de stad: Stadsgroen, Ecologische Groen, Hoofdbomenstructuur en Regulier Groen. De tekst geeft daarna verduidelijking over wat deze verschillende vormen van groen bevatten en betekenen. De groenkaart en de tekst bleken nog niet compleet met elkaar te corresponderen.
5.17
Groen tabel: we zien dat veel zaken benoemd worden die wellicht niet zo gedetailleerd geregeld hoeven te worden. We zien de tabel dan ook graag als een indicatie/ voorzet en we vragen u duidelijk aan te geven wanneer gewenst is dat een inrichtingsmaatregel als afwijking van het kader aan het stedelijk toetsteam wordt voorgelegd. Dit is bij de categorie ‘niet altijd passend’ nog niet duidelijk.
Alle plannen met een fysieke wijziging aan de openbare ruimte moeten worden voorgelegd aan het Toetsteam OR&M, dus ook al de ontwerpen 100% voldoen aan alle standaarden van de Puccinimethode. Zie voor volledige toelichting op dit punt het huishoudelijk reglement van het Toetsteam. Dit maakt dat in alle ruimtelijke projecten waar groen wordt toegevoegd sprake is van voorlegging aan het Toetsteam. Het is daarnaast ook mogelijk om voorafgaand aan het Toetsteam over de plannen/projecten advies in te winnen bij het Expertiseteam OR&M, als er twijfels zijn over of een groentoepassing conform Puccini “passend” is.
SD Zuid
5.18
Regels plantenbakken voor bewoners / ondernemers: Aangegeven is dat er per stadsdeel nadere regels zijn opgesteld. In Zuid is echter voor bloembakken en uitstallingen geen vigerend beleid van toepassing zoals ook in de tabel bij het beleidskader ruimte voor de voetganger is aangegeven. Dit is nog een hiaat in het voetgangersbeleid van de stad. We benaderen u over dit hiaat zodat binnenkort ook voor Zuid nadere regels van kracht kunnen komen.
De tekst in het Beleidskader Puccinimethode waar naar verwezen wordt luidt: “Bloempakken of - potten die op eigen initiatief van bewoners en ondernemers geplaatst worden vallen buiten de kaders van de Puccinimethode. Deze dienen te voldoen aan de nadere regels die per stadsdeel zijn opgesteld voor bloembakken in de openbare ruimte. Deze regels volgen uit de Amsterdamse APV, artikel 4.3.” Indien in een stadsdeel dergelijke regels ontbreken, kunnen deze regels in opdracht van het Dagelijks Bestuur worden opgesteld op stadsdeelniveau. Het DB kan hier opdracht toe geven, dit valt buiten de scope van de Puccinimethode.
SD Zuid
Voor wat betreft het ‘Nee, tenzij’ beleid onderschrijven we de behoefte vanuit de samenleving om plantenbakken in de openbare ruimte, mits die door bewoners en/of ondernemers onderhouden worden, mogelijk te laten zijn. De sociale component van bij bijvoorbeeld plantenbakken die door ouderen gezamenlijk onderhouden worden is ons inziens een grote meerwaarde.
43
SD Zuid
De tekst is hierop aangepast zodat de groenkaart en de tekst goed op elkaar zijn afgestemd zodat hier een eenduidig beeld uit ontstaat.
Met betrekking tot de plantenbakken geldt conform het “nee, tenzij.. “ principe dat het uitgangspunt is dat we als gemeente geen plantenbakken, hanging baskets en bloempotten financieren, plaatsen en beheren. Dat betekent ook dat het uitgangspunt is dat we geen plantenbakken financieren
en/of plaatsen die door bewoners onderhouden worden, tenzij lokaal geen andere groentoepassingen mogelijk zijn. 5.19
In Deel C, sectie 9.3: Gesteld wordt dat in straten < 15 meter vaak geen ruimte voor ander groen dan bomen en geveltuinen zou zijn. In de praktijk zijn hier echter wel degelijk positieve praktijkvoorbeelden voor aan te wijzen, zoals in de Pijp. We zien dit graag minder stellig geformuleerd.
Het klopt dat plantvakken in principe inpasbaar zijn in zeer smalle straten, om in dit type straat groenvakken van voldoende maat toe te passen is een asymmetrisch profiel noodzakelijk, zie ook Handboek Rood, mits andere functies zoals autoparkeren of gemotoriseerd verkeer wijken. Het Handboek Rood bevat profielen die de mogelijkheden laten zien. De tekst in het beleidskader was onvoldoende genuanceerd en is hierop aangepast naar aanleiding van het advies.
SD Zuid
Voorbeeld uit het Handboek Rood
5.20
Plantenbakken: het Puccini kader geeft aan dat Bloempakken of - potten die op eigen initiatief van bewoners en ondernemers geplaatst worden buiten de kaders van de Puccinimethode vallen. Deze dienen te voldoen aan de nadere regels die per stadsdeel zijn opgesteld voor bloembakken in de openbare ruimte. Voor Zuid zijn deze regels er nog niet en zoals in het advies aangegeven benaderen we het college voor het opstellen van deze regels. Hierbij nemen we het meerderheidsadvies van de commissie mee.
44
Voor kennisgeving aangenomen.
SD Zuid
5.21
Groenparkeervakken: Groene parkeervakken kunnen op bepaalde plekken een goede oplossing zijn om het parkeren met andere beleidsdoelen zoals vergroening, hitte stres en waterretentie te behalen. Het DB vraagt het college om goed naar de ervaringen te kijken die zijn opgedaan in de pilots tot nu toe en bij de actualisatie van Puccini te bekijken of groene parkeervakken in Puccini kunnen worden opgenomen.
Het toepassen van grasbetontegels in de openbare ruimte of specifiek in parkeervakken is op dit moment geen onderdeel van de standaarden van de Puccinimethode, omdat het tot op heden geen bewezen goede oplossing is voor het behalen van de verschillende beleidsdoelen (biodiversiteit, klimaatadaptatie, vergroening).
SD Zuid
Het groen tussen de grasbetontegels kan moeilijk groeien als de parkeerdruk hoog is, waardoor de toevoeging aan biodiversiteit relatief klein is en zich geen kwalitatief groen ontwikkelt. Daarnaast is de waterbergende werking van grasbetontegels waarop geparkeerd wordt onvoldoende aangetoond i.r.t. hevige buien. Ook zijn de grasbetontegels in parkeervakken moeilijk in beheer, omdat er een afwijkend verhardingsmateriaal gecombineerd wordt met levend groen, en er bovendien vaak auto’s op staan waardoor beheer er moeilijk bij kan. Ook heeft Cliëntenbelang aangegeven dat dit type doorgroeibare verharding in parkeervakken onwenselijk is vanuit toegankelijkheid, omdat het oppervlak zeer onvoorspelbaar, hobbelig, instabiel en ongelijk kan zijn. Alleen op incidentele plekken kan een materiaal zoals grasbetontegels als maatwerk toegepast worden, bijvoorbeeld op parkeerterreinen bij evenementenlocaties waar incidenteel geparkeerd wordt, maar het is daarmee geen standaardoplossing voor parkeervakken. 5.22
De stadsdeelcommissie maakt in haar advies een aantal concrete opmerkingen over het onderdeel Groen. Het DB onderschrijft het belang van de ecologie en van een biodiverse stad en we vragen het college om aandacht hiervoor in het kader. We vragen concreet om in te gaan op de voorstellen van de stadsdeelcommissie over het omkaderen met hagen of een ‘staandrek’ met groen van ondergrondse afvalcontainers en fietsrekken en over de omhekking van boomspiegels.
45
Het omkaderen van ondergrondse afvalcontainers botst met de wens om plaagdieren (ratten) onder controle te houden. Hierom is het geen onderdeel van de standaarden van de Puccinimethode. Daarbij geldt dat hagen zeer intensief beheer straten en conform de Groentabel in het Beleidskader Puccinimethode dus beperkt worden toegepast. Op dit moment is er nog geen standaard ‘Puccinihekwerk’. De wens hiervoor is bekend en daarom wordt er op dit moment verkend of het van meerwaarde is een standaardhek op te nemen in de Handboeken. Op locaties waar er risico is op aanrijdschade en/of vertrapping van beplanting in de boomspiegel zou
SD Zuid
een hekwerk een mogelijkheid zijn, dit wordt meegenomen in de verkenning naar hekwerken. 5.23
Groen in straten breder dan 15 meter: De stadsdeelcommissie interpreteert de teksten over deze straten als een Nee, tenzij principe, terwijl we ervan uitgaan dat we hierover lokale afwegingen (drukte, functies, gebruik) kunnen worden toegepast. We vragen het college dit in het stuk te verduidelijken.
Op grond van het Beleidskader Puccinimethode wordt de vergroening in de stad ondersteund met standaarden per gebied. De tekst kan geïnterpreteerd worden als ‘Ja, mits’. Straten > 15 m kunnen goed vergroend worden, mits dit past gezien het gebruik, de functies en de drukte. Dit laatste komt vaak samen in zogenaamde ‘stadsstraten’, waardoor het vergroenen in dit type straat zeer complex is.
SD Zuid
5.24
Met betrekking tot boomspiegels: verharde boomspiegels worden in de stad nog maar weinig toegepast en zijn een lokale afweging. Om ze in principe niet meer toe te passen gaat voor het DB te ver, wel vragen we het college op deze afweging nader in te gaan.
Op grond van het Beleidskader Puccinimethode wordt in algemene zin standaard geen beplanting toegepast in boomspiegel. Dit betekent echter niet dat de boomspiegels dus worden verhard. Een boomspiegel zonder beplanting bestaat uit kale grond waarin (on-)kruiden zich kunnen vestigen. Het laten groeien van (on-)kruid is goed voor de biodiversiteit. Het beheersregime is dat eens in de zoveel tijd het onkruid weggehaald wordt. In het Handboek Groen staat beschreven wat de mogelijkheden zijn met betrekking tot het beplanten van boomspiegels.
SD Zuid
Hoe kleiner het plantvak, hoe kwetsbaarder de beplanting, hoe intensiever en hoe duurder het onderhoud. Plantvakken hebben een zekere maat nodig om zich robuust, duurzaam en gezond te ontwikkelen in de openbare ruimte. Gegeven de beperkte beheerbudgetten is het niet mogelijk om de plantvakken standaard kleiner te maken. In uitzonderlijke gevallen kunnen voorstellen tot afwijking van de minimale maatvoering worden voorgelegd aan het Toetsteam OR&M.
SD Zuid
Het stadsdeel ziet de wens van veel bewoners om in smalle straten de boomspiegels te beplanten. De stadsdeelcommissie stelt voor boomspiegels, waar mogelijk, middels een mooi bloeiend zaadmengsel te vergroenen. We vragen het college om te reageren op dit voorstel van de stadsdeelcommissie, we merken dat dit onderdeel vragen oproept. 5.25
Met betrekking tot de minimale maat van de plantvakken vraagt de stadsdeelcommissie meer ruimte om hier van af te wijken. Het DB vraagt het college hier bij de beantwoording op in te gaan.
Het Beleidskader Puccinimethode stelt hierover in paragraaf 10.4.1. het volgende: “(Te) kleine plantvakken zijn over het algemeen zeer onderhoudsintensief, zijn kwetsbaar en slijtagegevoelig en hebben daardoor hoge onderhoudslasten. Om dit te voorkomen worden eisen gesteld aan de minimale maatvoering van plantvakken. (..). Let op: dit betekent niet dat de
46
hoeveelheid groen in een ontwerp verminderd moet worden. De opgave is juist om logische en grotere aaneengesloten plantvakken te ontwerpen.” 5.26
Gebruik van duurzaam gekweekte bomen, planten, groen en duurzame / goede materialen is voor de stadsdeelcommissie en het DB een belangrijk punt. We zien in het Puccini kader al teksten opgenomen over duurzaam inkopen van materialen, dit is een belangrijk aandachtpunt in de stad. In het kader wordt echter niet direct ingegaan op de duurzaamheidskeuzes die bij de inkoop van groen gemaakt kunnen worden en we vragen het college dit aspect aan te vullen.
Het inzetten van duurzaam geteeld groen is mogelijk binnen de kaders van de Puccinimethode. Toelichting op het Duurzaam inkopen is opgenomen onder 3.2.3 Echter speelt de beschikbaarheid van bepaalde duurzaam geteelde groentoepassingen ook een rol in de inkoopbaarheid van dit groen. Hierdoor is het niet altijd mogelijk om duurzaam gekweekt groen altijd toe te passen als standaard van de Puccinimethode.
SD Zuid
5.27
Vanuit de Groenvisie en vanuit dit Beleidskader Puccinimethode wordt de lijn voortgezet van “rigoureus vergroenen”. Vergroening betekent meestal ook een toename van beheer- en onderhoudskosten. Het dagelijks bestuur adviseert het college om ook de komende jaren voldoende structureel budget hiervoor beschikbaar te houden, zodat de (nieuwe) groene delen van de stad voor langere tijd mooi blijven.
Voor kennisgeving aangenomen.
SD NieuwWest
5.28
Het dagelijks bestuur heeft geconstateerd dat de ecologische waarde van de eilanden langs het Zwarte Pad slecht was. Een intensieve ingreep wordt binnenkort uitgevoerd, zodat het gebied weer ecologisch waardevol wordt. Een beheerplan wordt opgesteld om deze ecologische waarde te behouden.
Het behouden van de ecologische waarde van de gebieden valt buiten de scope van het Beleidskader Puccinimethode.
SD NieuwWest
Met betrekking tot de plantenbakken geldt conform het “nee, tenzij.. “ principe dat het uitgangspunt is dat we als gemeente geen plantenbakken, hanging baskets en bloempotten financieren, plaatsen en beheren. Dat betekent ook dat het uitgangspunt is dat we geen plantenbakken financieren en/of plaatsen die door bewoners onderhouden worden, tenzij er geen andere groentoepassingen mogelijk zijn. Reden hiervoor zijn de in het beleidskader
SD NieuwWest
Het dagelijks bestuur adviseert voor alle ecologische gebieden (zie kaart pagina 66) een plan op te stellen om de ecologische waarde te behouden en/of te herstellen en hiervoor financiën beschikbaar te stellen, indien deze ontoereikend blijken. 5.29
Op pagina 61 en 76 wordt aangegeven dat Amsterdam geen groen in plantenbakken meer toestaat, tenzij wordt voldaan aan bepaalde voorwaarden. Het dagelijks bestuur adviseert een uitzondering te maken voor plantenbakken die vanuit “Groen in de Buurt” worden geplaatst en dus worden beheerd door bewoners. Deze vorm van groen is laagdrempelig (een bak kan in een paar dagen worden geplaatst) en het heeft een groot positief
47
sociaal effect voor de buurt. Nieuw-West monitort deze plantenbakken regelmatig en plaatst gestandaardiseerde schalen, om verloedering te voorkomen.
geschetste nadelen die gepaard gaan met groen in gesloten systemen. Medebeheer door bewoners in het groen kan ook plaatsvinden in groenvakken in de volle grond.
De volgende voorwaarde kan worden toegevoegd. (Het “nee, tenzij…”beleid voor gesloten groensystemen betekent concreet dat we als gemeente geen plantenbakken, hanging baskets en bloempotten financieren en plaatsen, tenzij:) “de vergroening in een plantenbak vanuit Groen in de Buurt nadrukkelijk bijdraagt aan in de buurt gewenste sociale cohesie” 5.30